Regels en toelichting bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106 Slagharen
Tekst van het document
Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime en strijdigheid
6 6 6 7 7
Hoofdstuk 2 Huidige en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie plangebied 2.2 Gewenste situatie
9 9 10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 14 22
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Besluit milieueffectrapportage
27 27 28 29 31 33 35 37 38 39 39
Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf
41 41 42
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels
43 43 43 44
Hoofdstuk 7
46
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen
47 47 47 47
Bijlagen bij de toelichting
49
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan Herenstraat naast nummer 06
50
Bijlage 2
Ruimtelijk Kwaliteitsplan Herenstraat naast nummer 79a
73
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
96
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek Herenstraat nabij nr. 106
139
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek Herenstraat nabij nr. 79a
185
Bijlage 6
Luchtkwaliteitsonderzoek
232
Bijlage 7
Geuronderzoek
260
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 2
Bijlage 8
Watertoetsresultaat
Regels
279
293
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
294 294 298
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Woongebied Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5
299 299 303 305
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene afwijkingsregels Overige regels
307 307 308 309
Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs-en slotregels Overgangsrecht Slotregel
310 310 311
Bijlagen regels
313
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan Herenstraat naast nummer 06
314
Bijlage 2
Ruimtelijk kwaliteitsplan Herenstraat naast nummer 79a
317
Bijlage 3
Staat van bedrijfsactiviteiten
320
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 3
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 4
Toelichting
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Herenstraat te Slagharen, liggen naast nummer 79a en nummer 106, agrarische percelen. Initiatiefnemer is voornemens om op beide percelen woningen te bouwen in het kader van het gemeentelijk beleid 'Erven met Kwaliteit'. Op basis van dit beleid kan, voor de sloop van minimaal 850 m2 aan landschapsontsierende bebouwing (met asbest) of 1.000 m2 aan landschapsontsierende bebouwing zonder asbest het recht voor de realisatie van een compensatiekavel verkregen. In dit geval is aan de Stobbenplasweg 4 in Slagharen reeds 5.188 m2 aan landschapsontsierende bebouwing, voorzien van asbest, gesloopt. Deze sloopmeters zijn in een sloopvoucher vervat. In dit geval wordt 2.850 m2 uit deze sloopvoucher aangewend om op de genoemde locaties in totaal drie compensatiekavels te realiseren. Twee kavels worden gerealiseerd op het perceel naast nummer 79a, de andere kavel op het perceel naast nummer 106. Beide percelen zullen landschappelijk worden ingepast, conform de daar voorkomende gebiedskenmerken. Gezien de sloop reeds is uitgevoerd en de bestemming ter plaatse van de Stobbeplasweg reeds is gewijzigd, blijft deze locatie buiten beschouwing. Voorliggende ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen. Op beide locaties dient de agrarische bestemming te worden omgezet naar een woonbestemming, waarbinnen de hiervoor beschreven ontwikkelingen mogelijk zijn.
Tevens dient de landschappelijke inpassing van de locaties te worden geborgd. Voor deze ontwikkeling dient het bestemmingsplan dan ook te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. 1.2
Ligging van het plangebied
Beide locaties van het plangebied liggen in de noordrand van de kern Slagharen. In de volgende afbeelding is de ligging van beide locaties ten opzichte van Slagharen en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 6
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe en grotere omgeving (Bron: Plattekaart.nl) 1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00433-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4
Huidig planologisch regime en strijdigheid
1.4.1
Algemeen
Beide locaties liggen binnen de grenzen van de beheersverordening "Slagharen". Voor beide locaties geldt daarnaast het bestemmingsplan ''Facetherziening parkeren Hardenberg'' (vastgesteld op 5 juni 2018). In dit geval is met name de beheersverordening "Slagharen' relevant. In de volgende subparagraaf wordt per locatie op de specifieke bestemming ingegaan. 1.4.2
Bestemmingen
1.4.2.1 Algemeen Beide locaties van het plangebied zijn volledig voorzien van de bestemming 'Agrarisch'. Ter plaatse van de locatie naast nummer 106 gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 5'. Ter plaatse van de locatie naast nummer 79a geldt volledig de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Hierna is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan weergegeven.
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 7
Afbeelding 1.2: Weergave geldend planologisch regime (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Gronden met de bestemming 'Agrarisch' zijn met name bestemd voor agrarische cultuurgrond. Daarnaast zijn onder andere verkeers- en verblijfsvoorzieningen, groenvoorzieningen en water toegestaan. De voor 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. Voor de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' geldt dat bij ingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm een archeologisch onderzoek nodig is. Voor de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' ligt deze grens bij ingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm. 1.4.2.2 Strijdigheid De beoogde compensatiewoningen zijn niet mogelijk binnen de agrarische bestemming, aangezien daar de bouw- en gebruiksregels voor ontbreken. Daarnaast dient de landschappelijke inpassing van de gronden juridisch te worden geborgd. 1.4.3
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 8
Hoofdstuk 2
Huidige en gewenste situatie
2.1
Huidige situatie plangebied
2.1.1
Slagharen
In het Ruimtelijk kwaliteitsplan wordt uitgebreid ingegaan de geschiedenis en historie van Slagharen. Hier is in het ontwerp rekening mee gehouden door hier op aan te sluiten. Van belang is dat de linten van Slagharen in de vorm van de Coevorderweg en Herenstraat nog steeds te herkennen zijn in de plattegrond van Slagharen. Beide vormen ook nu nog het historische kerngebied. De woningen worden in deze linten gesitueerd. 2.1.2
Locaties plangebied
Beide locaties van het plangebied liggen langs de Herenstraat. Zoals in de vorige paragraaf aangegeven is dit één van de oudste linten waarlangs Slagharen is ontstaan. Ook in de huidige situatie kan de bebouwing langs deze weg worden getypeerd als een lintbebouwing. De locatie aan de Herenstraat naast nummer 106 is in gebruik als grasland/paardenweide. De locatie wordt begrensd door het erf aan nummer 106 aan de zuidzijde, de Herenstraat aan de oostzijde en agrarische gronden aan beide andere zijden. In de volgende afbeeldingen zijn luchtfoto's en straatbeelden van de huidige situatie weergegeven.
Afbeelding 2.1: Huidige situatie locatie Herenstraat naast nummer 106 (Bron: Google streetview) De locatie aan de Herenstraat naast nummer 79a is ook in gebruik als grasland. Deze locatie wordt begrensd door de Herenstraat aan de zuidwestzijde, een bedrijfsperceel aan de noordwestzijde, agrarische gronden aan de noordoostzijde en de Tweede Blokweg aan de zuidoostzijde. In de volgende afbeelding zijn een straatbeeld en luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied weergegeven.
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 9
Afbeelding 2.2: Huidige situatie locatie Herenstraat naast nummer 79a (Bron: Provincie Overijssel) 2.2
Gewenste situatie
2.2.1
Herenstraat nabij nummer 106
2.2.1.1 Algemeen Ter plaatse van deze locatie is het wenselijk om één woonkavel te realiseren. De realisatie van de woonkavel zorgt ervoor dat het overgangsgebied tussen dorp en landelijk gebied verder verdicht wordt. De woonkavel wordt 30 meter breed. Hierdoor blijft er nog voldoende doorzicht over tussen de Herenstraat nummer 106 en nummer 108, waardoor het lint zijn kwaliteit behoudt. De ontwikkeling sluit zo goed aan op de bestaande bebouwingsreeks in het lint en vormt een passende ontwikkeling in de omgeving. Hiermee is het stedenbouwkundig een passend geheel. De compensatiewoning komt op enige afstand van de weg in verband met geluidscontouren. Dit sluit niet helemaal aan op de rooillijn van naastgelegen woning. De verspringing is echter gering, bovendien komen er in dit lint meerdere verspringingen in de rooilijn voor, waarmee dit passend is. Hierna is een uitsnede van de gewenste situatie weergegeven. Voor een uitgebreide omschrijving van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar Bijlage 4, waarin het ruimtelijk kwaliteitsplan is opgenomen.
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 10
Afbeelding 2.3: Weergave gewenste situatie en landschappelijke inpassing (Bron: De Erfontwikkelaar) 2.2.1.2 Landschappelijke inpassing Langs de noordzijde van het erf wordt een bomenrij van zwarte elzen aangeplant. Daarnaast wordt er hier een gemengde wilde haag met streekeigen hagen gerealiseerd. Dit sluit aan op de kenmerkende, sobere erven langs het lint, waar veelal groen tussen de kavels aanwezig is in de vorm van hagen en bomen. Door een bomenrij op de erfgrens te herstellen ontstaat een groene drager van het erf. De beukenhaag in het voorerf zorgt voor een accentuering van de bomenrij. 2.2.2
Herenstraat nabij nummer 79a
2.2.2.1 Algemeen Ter plaatse van deze locatie is het wenselijk om twee woningen te realiseren. Het is ruimtelijk inpasbaar, wanneer beide woningen op de Herenstraat worden gericht, omdat dit aansluit in het bestaande lint langs deze straat en het lint hierdoor verdicht wordt. In het ruimtelijk kwaliteitsplan is dit gevisualiseerd. De zuidelijke woning wordt ontsloten op de Tweede Blokweg, maar zal georiënteerd worden op de Herenstraat. Door deze woning op de Tweede Blokweg te ontsluiten, wordt er een veilige situatie gerealiseerd. Hiermee wordt immers voorkomen dat er twee nieuwe inritten op de relatief drukke Herenstraat worden gerealiseerd. Hierna is een uitsnede van de gewenste situatie weergegeven. Vervolgens wordt op de landschappelijke inpassing ingegaan.
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 11
Afbeelding 2.4: Weergave gewenste situatie en landschappelijke inpassing (Bron: De Erfontwikkelaar) 2.2.2.2 Landschappelijke inpassing Kenmerkend zijn de sobere erven met groen tussen de kavels in de vorm van hagen en bomen. Ook de twee nieuwe kavels worden op deze manier ingepast. Om het voorerf te accentueren wordt er een beukenhaag aangeplant die de eenheid tussen de kavels versterkt. Tussen de kavels is gekozen om een wilde haag aan te planten aangezien hier voldoende ruimte voor is. Aan de oostzijde wordt een rij zwarte elzen aangeplant om de erven een 'groene rug' te geven. Enkele solitaire bomen op het erf verzachten de bebouwing en laten de kavels aansluiten op het lint waar veelal bomen voor of naast de bestaande woningen staan. Iedere kavel krijgt een eigen ontsluiting en er is op het erf ruimte om te keren en te parkeren. Gekozen is om de meest zuidelijke kavel te ontsluiten op de Tweede Blokweg en de meest noordelijke op de Herenstraat. Hiermee wordt een veilige situatie gemaakt.
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.
Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties 3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 13
looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien per saldo sprake is van een toevoeging van drie woningen. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.2
Provinciaal beleid
In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. Deze zijn inmiddels meermaals partieel herzien. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 14
3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 15
zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.
3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.
3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en artikel 2.2.2 (realisatie nieuwe woningen) van toepassing. Artikel 2.1.6 gaat over de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Deze is van toepassing bij nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies in buitengebied. Als de KGO van toepassing is, moet worden aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate gecompenseerd zal worden door investeringen in de versterking van in ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. De KGO is in dit geval niet van toepassing, omdat het gaat om een ontwikkeling die binnen het stedelijk gebied van Slagharen plaatsvindt. Op dit artikel wordt niet nader ingegaan. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwik kelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt.
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 16
bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door deze ontwikkeling, waarbij er aan de Stobbeplasweg 4 in Slagharen is gesloopt, is reeds sprake van een afname van bebouwing in het buitengebied. De woningen worden in de rand van de kern Slagharen gerealiseerd. Deze locatie in het lint is zorgvuldig gekozen. Door de verantwoorde en optimale benutting van de bestaande lintbebouwingen en bebouwingsstructuren zorgen de woningen voor een verbetering van het lint. Hiermee is sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1.
In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 Uit de volgende subparagraven blijkt dat wordt voldaan aan het uitvoeringsmodel, de gebiedskenmerken en het ontwikkelingsperspectief. De ontwikkeling draagt daarnaast bij aan de ruimtelijke kwaliteit door enerzijds de sloop van landschapsontsierende gebouwen en anderzijds de landschappelijke inpassing van beide locaties.
Het initiatief is hiermee in overeenstemming met artikel 2.1.5. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van één vrijstaande woning in het kader van Rood voor Rood. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en worden gebouwd voor de lokale behoefte. Er is met name behoefte is aan vrijstaande woningen en twee-onder-één kap woningen. Daar wordt op ingespeeld. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 3.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt binnen de grenzen van het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Hierna is dit weergegeven.
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 17
Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Formeel gezien geldt ter plaatse van het plangebied een agrarisch ontwikkelingsperspectief. Feitelijk gezien liggen beide locaties echter in een lint waar reeds meerdere woonfuncties voorkomen. Van een aantasting van de mogelijkheden van agrarische bedrijvigheid is dan ook geenszins sprake. De woningen zorgen voor een passende versterking van het lint. Op deze plaats wordt gesteld dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ontwikkelingsperspectief.
3.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Beide locaties van het plangebied worden op basis van de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)'. Op
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 18
onderstaande afbeelding is dit weergegeven.
Afbeelding 3.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)” Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van 'levend hoogveen'(veenaangroei). Als ontwikkelingen plaats vinden in de nabijheid van hoogveenrestanten, dan dragen deze bij aan verbetering van de hydrologie om verdroging van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend hoogveen. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn in agrarisch gebruik geweest. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Ter plaatse van de kavel wordt middels een ruimtelijk kwaliteitsplan ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken.
Vanuit de landschapsidentiteitskaarten wordt de rechtlijnige verkaveling als een kwaliteit gezien. Daarbij staan de woning gelijk of haaks op de Herenstraat. Ook met de landschappelijke inrichting wordt bijgedragen aan de voorkomende structuren. In paragraven 2.2.1.2. 2.2.2.2, Bijlage 1 en Bijlage 2 wordt hier nadrukkelijk op ingegaan. Op deze plaats wordt gesteld dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de natuurlijke laag. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Beide locaties liggen in het veenkoloniaal landschap. In afbeelding 3.4
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 19
is dat aangegeven.
Afbeelding 3.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) “Veenkoloniaal landschap” Grootschalig open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur zijn ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden ten behoeve van de turfwinning. Een ontwateringsstelsel van kanalen en wijken is typerend voor dit landschap. Vanuit nieuwe linten en kanaaldorpen werd het hoogveen ontgonnen. Het vergraven landschap werd vervolgens als akkerbouwgebied in gebruik genomen. Kanaaldorp als karakteristiek dorpstype met het kanaal als centrale open(bare) ruimte en drager van de bebouwing. De ambitie is de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en kwaliteit van de veenkoloniale landschappen te versterken. De opgave is aan de grote maat, de vergezichten en de schoonheid van de moderne landbouw, nieuwe, op leefbaarheid en economische veerkracht gerichte, ontwikkelingen te koppelen. Daarmee kan tevens het contrast tussen de grote open ruimtes en verdichte zones (linten en kanaaldorpen) worden versterkt. Ruimtelijke aanknopingspunten hiervoor zijn ondermeer de relicten van het hoogveen, de formele kanalen en wijkenstructuur met mooie bruggen, royale laanbeplantingen en daaraan de soms landgoedachtige buitens, villa's en herenboerderijen.
De ambitie is verder de landschappelijke kwaliteiten voor weidevogels in stand te houden en te versterken, waaronder de aanwezige openheid en hoog waterpeil. Aandacht voor bijzondere architectuur en vormgeving van nieuwe bruggen en kunstwerken gegeven vorm aan de identiteit van het gebied. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de inpassing van beide erven met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. Dit gebeurt door de erven in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting en het realiseren van gebiedseigen woningen, op een logische locatie in het lint. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 20
tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. Beide locaties van het plangebied zijn op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met 'Donkerte'.
In afbeelding 3.5 wordt dit weergegeven.
Afbeelding 3.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 21
dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Ten eerste wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan de woonfunctie. Er is echter geen sprake van een onevenredige toename een (kunst)licht in het buitengebied. Onnodige verlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 3.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Beleidsnotitie Erven met kwaliteit
3.3.1.1 Inleiding De gemeente Hardenberg heeft in februari 2020 de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' vastgesteld. De doelstelling van het beleid betreft de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied, door de sloop van landschapsontsierende gebouwen. Om de sloop te bekostigen en de ruimtelijke kwaliteit te kunnen verbeteren wordt ontwikkelruimte geboden door bijvoorbeeld de bouw van een nieuwe woning mogelijk te maken. 3.3.1.2 Gebiedsgerichte benadering Het bestemmingsplan Buitengebied (2014) kent een gebiedsgerichte benadering. De basis hiervoor is gelegd in de visienota Buitengebied. De gebiedsgerichte benadering houdt in, dat in het ruimtelijk beleid rekening wordt gehouden met de zes verschillende landschapstypen in de gemeente, te weten de open en besloten veenontginningen, de open en besloten heideontginningen, de essen en hoevenlandschappen en de beekdalen van de Vecht en de Reest. Per landschapstype verschillen de bouw- en ontwikkelingsmogelijkheden. Zo zijn de grootschalige, open heide- en veenontginningslandschappen aangewezen als agrarische ontwikkelingsgebieden, omdat landbouw de functie is die het best bij de gebiedskenmerken past. In de kleinschaliger gebieden wordt daarnaast ook veel ruimte geboden voor andere functies, zoals wonen, natuur en recreatie. Het beleid kent een functionele gebiedsgerichte benadering.
Dat wil zeggen dat in de gebieden die primair zijn aangewezen voor de landbouw zeer terughoudend wordt omgegaan met de toevoeging van nieuwe woningen. Daar wordt de “nee, tenzij” benadering toegepast. Het gaat dan om de gebieden die in de visienota Buitengebied zijn aangewezen als agrarisch ontwikkelingsgebied, te weten: Bergentheim-Zuid, Dedemsvaart-Zuid, Slagharen-De Krim en Westerhuizingerveld. In de overige gebieden wordt de “ja, mits” benadering toegepast. Deze benadering houdt in dat in agrarische ontwikkelingsgebieden wel schuren als landschapsontsierend kunnen worden aangemerkt maar dat in deze gebieden geen nieuwe woningen worden toegestaan, vanwege de mogelijke belemmering voor de landbouwontwikkeling. 3.3.1.3 Landschapsontsierend Het belangrijkste uitgangspunt voor het bepalen van de landschapsontsierendheid van een gebouw is dat een erf niet op zichzelf staat, maar een eenheid vormt met het landschap. De eenheid tussen het erf en zijn omgeving komt tot uiting in stedenbouwkundige opzet en de landschappelijk structuur van het gebied. (hoe gaat het erf op in zijn omgeving). Per landschapstype verschilt de stedenbouwkundige opzet en de landschappelijk structuur. Of een gebouw landschapsontsierend is, moet worden bezien in relatie tot de gebiedskenmerken en wordt bepaald door een aantal kenmerken, te weten:
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 22
het volume; de vorm van het gebouw; het materiaalgebruik; het kleurgebruik; de uitstraling; de situering op het erf; de passendheid bij de overige bebouwing op het erf. Daarnaast kan een gebouw ook als landschapsontsierend worden aangemerkt als het geen (potentiële) gebruikswaarde meer heeft. Een gebouw waarvan aannemelijk is gemaakt dat het niet voor andere (economische) doeleinden geschikt is heeft namelijk geen gebruikswaarde, komt leeg te staan, verloedert en wordt daarmee vanzelf landschapsontsierend. 3.3.1.4 Sloop en aantal woningen Voor de toepassing van het beleid Erven met kwaliteit geldt het uitgangspunt dat per locatie alle landschapsontsierende gebouwen worden gesloopt en alle bijbehorende erfverhardingen, mestplaten, kuilvoersilo’s e.d. worden opgeruimd. Bij de berekening van de (minimaal) te slopen oppervlakte blijft per bestaande woning 150 m2 aan gebouwen en overkappingen buiten beschouwing, omdat deze oppervlakte als bij de woning behorend bouwwerk mag blijven staan of worden teruggebouwd en daarom niet blijvend wordt gesaneerd. Bebouwing waarop deze regeling van toepassing is, moet blijvend worden gesloopt. Dat houdt in dat de mogelijkheid tot herbouw wordt wegbestemd. Dat kan bijvoorbeeld door de agrarische bestemming, met bijbehorend bouwvlak om te zetten in een woonbestemming.
Voor de inrichting van het erf moet een ruimtelijke kwaliteitsplan worden gemaakt. Het aantal woningen dat mag worden gebouwd is afhankelijk van de te slopen oppervlakte aan landschapsontsierende bebouwing. Hierbij gelden de volgende maatvoeringen.
3.3.1.5 Sloopbewijzen De gemeente werkt met sloopbewijzen, waarbij een sloopbewijs kan worden verkregen van minimaal 200 m2 met asbest en minimaal 300 m2 zonder asbest. Met de invoering van sloopbewijzen is het mogelijk om de te slopen landschapsontsierende gebouwen, meteen of op een later moment, in te brengen in een project waarvoor sloopcompensatie nodig is. De eigenaar van de schuren ontvangt een brief, wat geldt als sloopbewijs. Hierin wordt vastgelegd hoeveel oppervlakte in aanmerking komt voor inbreng in andere projecten. Het sloopbewijs is tien jaar geldig en is verhandelbaar. Voor het verkrijgen van een sloopbewijs gelden de volgende voorwaarden. 1. Het moet gaan om landschapsontsierende gebouwen; 2. De bebouwing is bestaand, danwel maximaal 6 maanden geleden gesloopt. Dit moet door de aanvrager worden aangetoond. 3. Als de aanvraag voor een sloopbewijs door een gemachtigde wordt ingevuld moet er bij de aanvraag een volmacht worden ingediend. 4. Bij de aanvraag moet een duidelijke situatietekening worden toegevoegd met daarop de gebouwen waarop de aanvraag betrekking heeft. Het gaat zowel om de gebouwen die gesloopt worden als de gebouwen die blijven staan. 5. Eigenaren die een sloopbewijs ontvangen moeten ermee akkoord gaan dat hun contactgegevens door de gemeente beschikbaar worden gesteld aan partijen die op zoek zijn naar sloopmeters voor een ontwikkeltraject.
Dit maakt het mogelijk vraag en aanbod met elkaar te verbinden. De gemeente gaat uiteraard zorgvuldig met deze gegevens om.
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 23
3.3.1.6 Locatie nieuwbouw Deze regeling gaat in de eerste plaats uit van de bouw van de nieuwe woning(en) op het eigen erf, dat wil zeggen op het erf van de slooplocatie. Dit uitgangspunt komt voort uit de gebiedsgerichte benadering: de slooplocatie en de ontwikkellocatie moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen. De bouw van de compensatiewoning moet daarom bij voorkeur op het bestaande erf plaatsvinden en als dat niet lukt in hetzelfde gebied. Deze benadering is ook opgenomen in de structuurvisie Kwaliteitsimpuls landschap. Er zijn echter slooplocaties waar de inpassing van een nieuwe woningbouwkavel ter plekke niet mogelijk of gewenst is. Bijvoorbeeld door de ligging in een agrarisch ontwikkelingsgebied, de aanwezigheid van een agrarisch bedrijf in de directe omgeving of omdat het erf er zich, door zijn opbouw, niet voor leent. Daarnaast kan de eigenaar er zelf voor kiezen om af te zien van herbouw op de eigen locatie. In die gevallen kan elders in de gemeente een bouwlocatie worden toegekend, al dan niet via de uitgifte van een sloopbewijs. De gemeente wil voorkomen dat het buitengebied “dichtslibt” met woningen. Dat zou ten koste gaan van het groene karakter van het buitengebied. Daarom wordt het uitgangspunt gehanteerd dat nieuwe bouwkavels moeten aansluiten op bestaande bebouwing.
Daarmee wordt bedoeld: een locatie op een bestaand erf in het buitengebied, in lintbebouwing of in, danwel direct aan, een dorp of buurtschap. Om landschappelijke redenen zijn echter geen nieuwe erven gewenst in het beekdallandschap en het essen- en hoevenlandschap, daar kan dus alleen op bestaande erven worden gebouwd. De begrenzing van een bestaand erf wordt bepaald door de feitelijke situatie en niet door de juridische begrenzing van de (woon)bestemming. 3.3.1.7 Toetsing van het initiatief aan de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' In dit geval ligt de slooplocatie aan de Stobbeplasweg 2 in Slagharen. Dit betreft een gebied waar de 'nee, tenzij' benadering geldt voor de realisatie van nieuwe woningen. De locatie ligt immers in een landbouwontwikkelingsgebied en tevens nabij een doorgaande weg. Daarom is er voor gekozen om een sloopbewijs aan te vragen bij de gemeente zodat sloopmeters elders ingezet kunnen worden. Voor de Stobbeplasweg 2 geldt dat het sloopbewijs reeds is afgegeven en dat de bebouwing reeds is gesloopt. De bestemming is herzien naar een woonbestemming. Er is 5.188 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. In dit geval wordt 2.850 m2 met asbest, aangewend ten behoeve van deze ontwikkeling. De locatie grenzend aan Slagharen ligt in een gebied waar het 'ja, mits' principe geldend is.
Het gaat in dit geval voor beide locaties om een besloten veenontginningslandschap. Voorwaarde is dat de woningen stedenbouwkundig inpasbaar zijn en voldaan wordt aan milieutechnische eisen. Beide locaties van de woningen liggen binnen de planologisch begrensde bebouwde kom, in het lint van de Herenstraat. Door de toevoeging van woningen op een logische positie, wordt het lint verder verdicht, maar blijven er wel doorzichten behouden. Door de positionering van de kavels en bouwvlakken is dit vastgelegd. De voorgevels worden gericht op de Herenstraat. De locatie van de nieuwbouw is daarmee passend. Tot slot worden de kavels landschappelijk ingepast aansluitend op de sobere kenmerken van het besloten veenontginningslandschap. Hiervoor wordt verwezen naar de ruimtelijk kwaliteitsplannen in Bijlage 1 en Bijlage 2. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid 'Erven met Kwaliteit'. 3.3.2 LIK (Landschap Identiteit Kaart) en Ontwikkelingsvisie - Slagharen, De Krim, (Oud) Lutten 3.3.2.1 Inleiding De gemeente heeft voor het gebied een Landschap-Identiteit-Kaart (LIK) gemaakt. In de LIK wordt de identiteit van het gebied bepaald zoals de specifieke kenmerken en kwaliteiten. Op deze wijze wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken. Het plangebied ligt in het besloten veenontginningslandschap. Dit is in afbeelding 3.7
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 24
weergegeven. Het plangebied is met de rode ster aangegeven.
Afbeelding 3.7: Uitsnede LIK (Bron: Gemeente Hardenberg) 3.3.2.2 Methodiek LIK's De gemeente Hardenberg wil regie voeren op de ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarbij wil de gemeente een meer richtinggevende rol gaan innemen, gericht op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit is echter een breed begrip, dat deels subjectief van aard is. In de Visienota Buitengebied is dit gedefinieerd als “eigen identiteit”. De identiteit van het gebied komt voort uit de ontstaansgeschiedenis en de daarmee samenhangende landschapstypen. In de LIK is daarom een onderscheid gemaakt tussen de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen. Deze landschapstypen zijn op een overzichtskaart opgenomen (zie afbeelding 3.7). Vervolgens is voor het gebied een schema opgesteld, waarin een overzicht is opgenomen van de aanwezige waardevolle en storende kenmerken. Ook zijn de kansen of juist bedreigingen voor deze kenmerken omschreven. De schema's ten aanzien van de landschapstypen zijn opgenomen in het volledige LIK. 3.3.2.3 Ontwikkelingsvisie Slagharen, De Krim, (Oud) Lutten Na het opstellen van de LIK's is een visie (wensbeeld) op de toekomstige ontwikkelingen gegeven. Hierbij is rekening gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten uit de LIK's en het geldende beleid van rijk, provincie, waterschap en het gemeentelijke beleid.
De ontwikkelingsvisie voor het betreffende gebied is als volgt gedefinieerd: ruime bouwkavels; ruimte voor nieuwe kleinschalige economische functies in voormalige agrarische bebouwing (VAB’s); verbetering beheer natuurterreinen, verbeteren voor versterking groenblauw netwerk en verhoging biodiversiteit.
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 25
3.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het LIK Het voornemen voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door het treffen van landschapsmaatregelen ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen. Ook wordt het bebouwingslint versterkt door de nieuwe kavels. De landschapsmaatregelen bestaat uit het aanplanten van gebiedseigen beplanting. Opgemerkt wordt dat het LIK is gekoppeld aan de regels ter bescherming van de landschappelijke kenmerkende waarden. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het LIK voor dit betreffende gebied. 3.3.3
Welstandsnota Buitengebied
3.3.3.1 Inleiding De gemeente Hardenberg heeft op 3 december 2013 de Welstandsnota voor het buitengebied opgesteld. In aansluiting op de welstandsnota voor de kernen is er in deze nota voor het buitengebied eveneens gekozen voor verschillende niveaus van welstand. Beide locaties liggen binnen het welstandsgebied 'Veenontginningen'. Voor dit gebied geldt welstandsniveau 1. Belangrijk voor beide locaties zijn de volgende punten: Behoud en herstel van groene mantels om erven. Binnen groene mantel, meer vrijheid in situering reagerend op groene elementen. Verruim vrijheid in architectonische stijlen, kleurgebruik, materiaalgebruik en detaillering. Ten aanzien van de bebouwingsstructuur geldt het volgende: Versterken kenmerkende bebouwingsstructuren. Behoud van hoofdbebouwing gesitueerd richting structuur, overige bebouwing ondergeschikt. Sturen op voorhuizen met bijbehorend materiaalgebruik en detaillering. Aandacht vormgeving civiele kunstwerken(bruggen etc). 3.3.3.2 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Het uiteindelijke bouwplan van de woning zal ter toetsing aan de welstandscommissie van de gemeente worden voorgelegd. De bouwplannen van beide woningen zullen moeten voldoen aan de geldende welstandscriteria. 3.3.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 26
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het besluit milieueffectrapportage en verkeer en parkeren. 4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2
Situatie plangebied
In dit geval worden aan de Herenstraat drie geluidsgevoelige objecten toegevoegd, namelijk de woningen. Hierna wordt achtereenvolgens op de aspecten wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai ingegaan. 4.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74.1 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben. In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte afhankelijk is van het aantal rijstroken en van de ligging van het plangebied binnen stedelijk gebied of buitenstedelijk gebied. De woning nabij nummer 106 ligt binnen de geluidszone van de Herenstraat. De woningen ter plaatse van nummer 79a, liggen binnen de geluidszone van de Herenstraat, Weverijweg en de Tweede Blokweg. Alle genoemde wegen kennen een 60 km/uur regime. Ten aanzien van deze wegen is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het volledige rapport is als Bijlage 3 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Woning 01 betreft in dit geval de woning nabij de Herenstraat nabij nummer 106, woning 02 en 03 betreffen de woningen nabij de Herenstraat nummer 79a.
De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Herenstraat bedraagt, inclusief reductie, hoogstens 58 dB ter plaatse van woning 01, hoogstens 55 dB ter plaatse van woning 02 en hoogstens 56 dB ter plaatse van woning 03. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB en de maximale ontheffingswaarde 53 dB. Wanneer de voorgevels doof uitgevoerd worden ter plaatse van woning 01, 02 en 03 is de maximale geluidbelasting 53 dB. De geluidbelasting van de Tweede Blokweg bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 49 dB ter plaatse van woning 03. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de
bestemmingsplan Herenstraat naast 79 en naast 106, Slagharen | PAGINA 27
voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. De geluidbelasting van de Weverijweg bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 45 dB. Met deze waarde wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard of zijn niet mogelijk. Het nemen van gevelmaatregelen om een binnenniveau van 33 dB te garanderen (Bouwbesluit 2012), zijn dan ook het meest doelmatig. Ten tijde van de vergunningverlening zal dit middels een bouwakoestisch onderzoek moeten worden aangetoond. Er kan dan ook een hogere waarde verleend worden van 53 dB ter plaatse van de woningen 01, 02 en 03 m.b.t. de geluidbelasting afkomstig van de Herenstraat en er kan een hogere waarde van 49 dB verleend worden voor woning 02 m.b.t. de geluidbelasting afkomstig van de Tweede Blokweg. Met het doof uitvoeren van de voorgevels en het realiseren van de benodigde gevelwering is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen wat betreft het aspect wegverkeerslawaai. Het uitvoeren van de dove gevels zal middels bepalingen in de regels gekoppeld aan een aanduiding op de verbeelding juridisch worden geborgd.