CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels en toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Geert Migchelsweg 18a, Slagharen'

gemeenteraad 12 juli 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Geert Migchelsweg 18a, Slagharen' voor het bouwen van een nieuwe woning met sloopvoorwaarde30.424 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Om op een eenduidig manier afstanden, oppervlaktes en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 7.2.3

Bestemmingsregels

Dit hoofdstuk bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals weergegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Geert Migchelsw eg 18a, Slagharen | PAGINA 53

De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming; Wijzigingsbevoegdheden: welke wijzigingsbevoegdheden gelden voor het bestemmingsplan (in de archeologische dubbelbestemming). 7.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene gebruiksregels opgenomen ten aanzien van uitsluiting van besluit-m.e.r.(beoordelings)plichtige activiteiten en gewasbeschermingsmiddelen. Algemene bouwregels In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van bestaande afmetingen en afstanden en afstanden tot wegen. Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om het plan op de in de regels genoemde punten te wijzigen. Overige regels In dit artikel zijn enkele overige regels opgenomen met betrekking tot de werking van wettelijke regelingen, afstemming welstandstoets, uitsluiting seksinrichting, afstemming APV en evenementen, parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden. 7.2.5

Overgangs- en slotregels

In dit hoofdstuk staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

7.3.1

Bestemmingen

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan/wijzigingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Geert Migchelsw eg 18a, Slagharen | PAGINA 54

Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan/wijzigingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap De gronden binnen het voormalige agrarische bouwvlak, buiten de toekomstige woonpercelen, zijn bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Besloten veenontginningslandschap’. Deze gronden zijn nu ook als zodanig bestemd. Er is in de nieuwe situatie geen bouwvlak aanwezig. In verband met de aangrenzende woonbestemmingen zijn de (agrarische) gebruiksmogelijkheden van deze gronden beperkt. Wonen - Besloten veenontginningslandschap Ter plaatse van de bestaande erven en de compensatiekavel is de bestemming 'Wonen Besloten veenontginningslandschap' opgenomen. Gekozen is om vier bestemmingsvlakken op te nemen. De gronden zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen en erven. Ter plaatse van de woonunit is de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding woonunit' opgenomen waarmee is geborgd dat ter plaatse uitsluitend een woonunit is toegestaan. Hieraan ondergeschikt zijn tevens bed & breakfast, boerderijkamers en statische opslag in bestaande gebouwen toegestaan.

Bij de benadering van de compensatiewoning is uitgegaan van een maximale inhoud, namelijk 750 m3. De gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen bij de compensatiewoning mag niet meer bedragen dan 100 m2. Ten aanzien van de bestaande woningen geldt dat de bestaande inhoud is toegestaan, indien deze meer bedraagt dan 750 m3. Ter plaatse van de woonunit is de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woonunit' opgenomen, welke onder andere regelt dat de gezamenlijke oppervlakte van de woonunit, bijgebouwen en overkappingen niet meer mag bedragen dan 100 m2. Bij de bestaande woning aan de Geert Migchelsweg 20 is middels de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering bijgebouwen' vastgelegd dat 170 m2 aan bijgebouwen is toegestaan. In de specifieke gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van sloop en landschappelijke inpassing opgenomen. De voorwaardelijke verplichting voorziet in een borging van de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 2 van de regels). Tevens voorziet de voorwaardelijke verplichting in de borging van de sloop van de in de sloopopgave aangeduide gebouwen (Bijlage 2 van de regels).

Ten slotte is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om te voorzien in de borging van de sanering van de saneringsplichtige aangetroffen verontreinigingen, zoals opgenomen in Bijlage 4 van de regels. Waarde - Archeologie 4 De gronden binnen het plangebied zijn, conform de huidige situatie, voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Deze gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de verwachte archeologische waarden. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerder bouwwerken waarbij de grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 500 m2 en een diepte van 50 cm of meer, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Geert Migchelsw eg 18a, Slagharen | PAGINA 55

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan/wijzigingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan/wijzigingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan/wijzigingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Geert Migchelsw eg 18a, Slagharen | PAGINA 56

Hoofdstuk 9

9.1

Vooroverleg, inspraak en zienswijzen

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Overijssel

Het plan is in het kader van vooroverleg aan de provincie Overijssel worden voorgelegd. 9.1.3

Waterschap Vechtstromen

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'korte procedure'. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft er niet toe geleid dat er nader overleg met het waterschap moet worden gevoerd.

9.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval is geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd door het college van Burgemeester en Wethouders.

9.3

Zienswijzen

Conform de Wet op de ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan met ingang van 24 juni 2021 voor een periode van zes weken voor een ter inzage gelegen, met de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze. In deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn door de Gemeenteraad overwogen en overgenomen. De reactienota ‘Notitie zienswijze ontwerpwijzigingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Geert Migchelsweg 18a, Slagharen'’ is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting (Bijlage 5). De zienswijze heeft aanleiding gegeven tot de volgende aanpassingen van het plan: Op het erfinrichtingsplan is een nieuwe ontsluiting gecreëerd voor de woning op nummer 18a en de agrariër, die op zijn achtergelegen land moet komen. Deze ontsluiting loopt midden over de percelen en wordt uitgevoerd in halfverharding. Door deze nieuwe ontsluiting zijn de bestemmingsvlakken gewijzigd. De woonunit stond dichtbij de oorspronkelijke ontsluiting van de agrariër. Er wordt een

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Geert Migchelsw eg 18a, Slagharen | PAGINA 57

nieuwe mantelzorgunit geplaatst die wat verder van deze ontsluiting wordt geplaatst en daarom moet het bouwvlak op de verbeelding worden gewijzigd. In de regels zijn voor de woonunit dezelfde maten (oppervlakte, goot- en bouwhoogte) als de vergunningsvrije regels voor het plaatsen van een mantelzorgunit opgenomen, zodat dit op elkaar aansluit.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Geert Migchelsw eg 18a, Slagharen | PAGINA 58

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Geert Migchelsw eg 18a, Slagharen | PAGINA 59

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Geert Migchelsw eg 18a, Slagharen | PAGINA 60

ruimtelijk kwaliteitsplan Geert Migchelsweg 18a Schuinesloot

Door:

dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk

Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s

06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 1850 H. Oldehinkel 30 april 2022 1850-03.indd 11

Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.

INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE

1

2 VIGEREND BELEID

4

2.1.

omgevingsvisie overijssel

4

2.2.

gemeente hardenberg

5

3 B E S TA A N D E S I T U AT I E 

6

3.1.

6

bestaand erf in het landschap

4 RU I MT EL I J K K WA L I T EI T S P L A N 

7

4.1.

ruimtelijk onderbouwing

8

4.2.

samenvatting maatregelen

8

4.3.

kwaliteitsimpuls groene omgeving

13

1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar b.v. heeft het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld naar aanleiding van de ontwikkelingen op het perceel Geert Migchelsweg 18a en 20 te Schuinesloot De initiatiefnemers willen op het bestaande erf enkele landschapsontsierende stallen slopen en middels de rood voor rood regeling een compensatiewoning met bijgebouw op het bestaande erf realiseren. De gemeente Hardenberg heeft recent de beleidsnotitie Erven met Kwaliteit opgesteld. Hiermee wordt het mogelijk om bestaande schuren, onder voorwaarde, deels te behouden. Op het erf staat een schuur die een goede vervolgfunctie heeft. De wens van initiatiefnemer is deze te behouden. Het gemeentelijk beleid in deze beoogt dat de bestaande (cultuurhistorische) kwaliteit een belangrijke rol speelt bij de uitstraling en uitdraging van de karakteristiek van het gebied. De gemeente heeft hiervoor de LandschapsIdentiteitskaarten als beleidskader.

1

lo catie plangebie d

te slopen boerderij

eg helsw

bestaande woning behouden

Mic Geert

inrit erf te behouden schuur te slopen stal te slopen stal In overleg met de te slopen stal

gemeente Hardenberg is besloten dat er een compensatiewoning op het bestaande erf aan de Geert Migchelsweg kan komen. Hiervoor zullen ca. 920 m2 oude stallen en een voormalige boerderij opgeruimd worden. De woning zal ten zuiden van de bestaande woning gesitueerd worden en als eenheid ingepast worden. Daarnaast zal er een nieuw bijgebouw op het voorerf gerealiseerd

2

worden.

plangebie d en omgeving rond 1900

plangebie d en omgeving rond 1950

plangebie d en omgeving rond 2010 3

2 VIGEREND BELEID

(2006) is een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Het perceel aan de Geert Michelsweg

2.1.

OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL

De omgevingsvisie vormt het provinciale beleidsplan voor de

te Slagharen valt in gebied Dedemsvaart-Zuid, Colenbranderbos, Slagharen-Oost/West, de Krim, Bergentheim-Zuid.

fysieke leefomgeving van Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaan-

In de Visienota Buitengebied worden, op hoger niveau,

de kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten

gebiedskenmerken beschreven en ontwikkelingsrichtingen

verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwali-

aangegeven. Dit is in LIK’s en de Ontwikkelingsvisie verder

teiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe

uitgewerkt.

ontwikkelingen moeten bijdragen aan de verbetering van de Gebiedskenmerken:

de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken

Landschapstype: Veenontginningslandschap

het uitgangspunt.

Landschapskenmerken:

Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de Omgevingsvisie toegelicht: •

De natuurlijke laag

•

De laag van het agrarisch-cultuur landschap

•

De stedelijke laag (hier n.v.t.)

•

De laag van de beleving (hier n.v.t.)

Het gebied ligt in de natuurlijke laag stuwwal met het oude hoevenlandschap als agrarisch cultuurlandschap. De ontwikkelingspersectief is schoonheid van de moderne landbouw met wonen, werken en recreeren als goede buur. Het gebied valt in donkerte. Hier is het ‘s nachts nog echt donker. 2.2.

•

Openheid/regelmatigheid

•

Vlakke ligging

•

Openstrekkende strokenverkaveling

•

Herkenbare wijkenstructuur

•

Bebouwing langs ontginningsassen

VISIENOTA BUITENGEBIED

natuurlijke laag

Huidige functies: hoofdzakelijk landbouw Ontwikkelingsrichting: landbouw 2.3.

LANDSCHAPSIDENTITEITSKAARTEN

Het plangebied is beschreven in de LandschapIdentiteitsKaart (LIK): SLAGHAREN - DE KRIM - (OUD) LUTTEN. In de LIK worden de specifieke kenmerken en kwaliteiten van het deelgebied vastgelegd. Het plangebied ligt binnen het LIK in het besloten veenont-

De Visienota Buitengebied van de gemeente Hardenberg

4

stuwwal

ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en het versterken van

oude hoevenlandschap

ginningslandschap. Uit het LIK (en het achtergronddocument) zijn die zaken aangehaald welke bruikbaar zijn voor het plan en de inrichting van het plangebied. agrarisch cultuurlandschap

Sterk: •

perceelgrensbeplanting

•

erven met erfbeplanting

Zwak: •

leegstaande oude schuren

•

niet landschappelijk ingepaste erven

•

verrommeling

Kansen voor het gebied zijn: •

Versterken erfopbouw met erfbeplanting

•

Versterken Groen-Blauw netwerk en verhoging biodiversiteit

Bedreigingen: •

Verder toenemende verrommeling bij afname agrarisch gebruik

Dit gebied is kleinschalig en daarmee onderscheidt het zich ook van een open veenlandschap. In dit kleinschalige landschap komen wel veel functies samen zoals landbouw, wonen en bedrijvigheid. meer info: www.mijnlandschapid.nl

5

3 B E S TA A N D E S I T U AT I E

kenmerkend in dit type landschap dat de erven afgeschermd worden middels een houtsingel of bomenrij.

Het landschap nabij de locatie is kenmerkend voor een besloten veenontginningslandschap. Het gebied is relatief open maar wordt onderbroken door bosjes en groene erven. Erven liggen in blokken langs de weg of vrij in het veld en zijn overwegend voorzien van erfbeplanting. Lijnvormige beplantingsvormen (houtsingels) volgen de kavelstructuur en bevinden zich met name haaks op de weg. De Geert

Het erf wordt ontsloten door één inrit. Deze werd zowel privé als voor de boerderij gebruikt. Het erf kenmerkt zich door functionaliteit (rechtlijninge indeling) en soberheid. Na realisatie rood voor rood zal er wel een deel van het erf verkocht worden aan de buren waar een nieuw bijgebouw gerealiseerd gaat worden.

Migchelsweg ligt als een rug door het gebied. Dit hoogteverschil is goed waarneembaar. Het perceel aan de Geert Migchelsweg is een relatief oud erf dat in de eerste helft van de 20e eeuw hier is ontstaan. Het erf aan de westzijde stond er al eerder. Langs de weg kwamen door de jaren meer woningen te staan. Veelal

het erf vanaf de op enb are weg

kleine boerderijen met relatief weinig grond. Het plangebied kent een karakteristieke opbouw. Het wonen is voor richting de weg, werken achter. Dit resulteert in een siertuin naar de weg (noord-oost zijde) met daar achter de schuren (varkensstallen en de later bijgebouwde wagenberging). De varkensstal bestaat uit gemetselde muren en een asbestdak. De wagenberging kent een plaatmateriaal van groen damwand eveneens met een asbestdak. Ook de oorspron-

Belangrijkste ruimtelijke kenmerken:

kelijke boerderij is nog aanwezig. Deze is echter in een bouwkundig zeer slechte staat en kent geen karakterstieke eigenschappen meer. de b est aande woning Structuurbepalend groen is nu beperkt aanwezig op het erf in de vorm van enkele bomen. De stal, en de wagenberging vallen op in het landschap. Het gebrek aan groen op of rondom het erf kan als negatief ervaren worden. Het is juist 6

rechtlijnige kavels en wegen de Geert Migchelsweg ligt hoger; half open landschap veelal erfbeplanting; tuinen gericht naar de weg; de bestaande woning vormt samen met de overige bebouwing een cluster in het landschap, deze eenheid moet behouden en versterkt worden; het erf ligt naakt in het landschap, dit is gebiedsvreemd;

4 RUIMTELIJK K WA L I T EI T S P L A N

5

1

15

Uitgangspunten initiatiefnemer:

1. Bestaande woning 14

2. Bestaande schuur

16

2

5. Te slopen stallen

11

6. Aanplant robuuste houtsingel 6 7. Keren en parkeren

Uitgangspunten gemeente: bouw compensatiewoning aansluitend op het bestaande erf; de compensatiewoning moet een eenheid vormen met de bestaande bebouwing en zodanig ingepast worden; landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het besloten veenontginningslandschap zoals is omschreven in de LandschapsIdentiteitsKaarten. Uitgangspunten provincie: het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing, en wordt in hoofdstuk 4.3 nader toegelicht.

7

formaat

4. Nieuw te bouwen bijgebouw

datum

3. Compensatiewoning 1

8. Nieuw ondergeschikte inrit (halfverhard of karrespoor)

7 5

12

9. Aanplant Zwarte Els

9

10. Aanplant rij Hollandse Linde 4

9

6

13

11. Her te bouwen schuur (totaal aan bijgebouwen 170 m2) 12. Nieuw te bouwen woonunit

5 15

3 13. Bestaande woonunit slopen 5 14. Verharding rooien

10

15. Aanplant walnoot 16. Ontsluiting compensatiewoning

tekeningno

behouden schuur nr. 2; sloop varkensstallen van ca. 920 m2; compensatiewoning van 750m3 met bijgebouw van 100 m2 herbouw schuur nr. 11 (schuur voor schuur)

8

project

Legenda

4.1.

RUIMTELIJK ONDERBOUWING

meen half open en al dan niet voorzien van enkele grote

Het contrast van enig groen op de erven en het meer

Op de vorige pagina staat de landschappelijke inpassing

bomen of singels. Richting de weg zijn de tuinen open en is

opener landschap blijft overeenkomstig de gebiedsken-

van het erf .

er zicht op de bebouwing. De meeste erven zijn kleiner en

merken behouden. Het voorerf blijft tuin met ruimte voor

kennen de functie wonen. Door het slopen van de voor-

sierbeplanting. (bijvoorbeeld Rhododendrons, hortensia’s,

Situering compensatiewoning:

malige boerderij ontstaat weer ruimte om het erf richting

boerensering) Het geeft een passende sierlijke afscherming.

Het erf sluit aan bij de karakteristiek van het besloten

de weg te vergroenen. De te behouden woning en de reeds

Tussen de bestaande woning en de compensatiewoning

veenontginningslandschap. Bij het positioneren van de

nieuw gebouwde woning passen hiermee beter in de reeks

wordt een houtsingel aangeplant, deze vergroend het erf

compensatiewoning is rekening gehouden dat het erf

bebouwing langs de Geert Migchelsweg. Een bestaande

en zorgt voor de gewenste afscherming tussen de erven.

compact moet blijven en daarmee de impact op de om-

schuur nr. 11 wordt herbouwd en zal bij het erf op nr. 20

geving zo beperkt mogelijk is. Daarnaast is het belangrijk

gaan horen.

Het erf wordt ontsloten door twee inritten op de Geert

dat de woning een relatie met het bestaande erf krijgt. De

Michelsweg. Hiermee wordt ook het achterliggende land-

bebouwing staat overeenkomstig de gebiedskenmerken

Om aan te sluiten op de gebiedskenmerken is er gekozen

bouwperceel ontslloten. De compensatiewoning krijgt een

haaks op of gelijk aan de kavelrichting, dit sluit aan bij het

om het erf aan de noord-westzijde af te schermen met

gezamenlijke ontsluiting met de achterliggende buren. (8)

orthogonale patroon van het veenontginningslandschap.

een houtsingel van minimaal 5 meter breed. Deze singel

Wel wordt het gelijk op het erf afsplitst. Hiermee wordt

Langs de Geert Migchelsweg staan meer erven waar twee

schermt de te behouden schuur af. Het is niet wenselijk

voorkomen dat het pad van de buren gebruikt moet wor-

of meer woningen op staan. Deze woningen bestaan veelal

om het zicht op de woning en de schuur volledig af te

den.

uit een eenvoudige bouwvorm zonder veel aanbouwen.

schermen. Er is daarom gekozen het ‘voorerf’ meer open

Om de woning aan te laten sluiten op deze bestaande be-

te houden met ruimte voor een tuin. Langs de grens van

Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het

bouwing is gekozen voor een woning met apart bijgebouw.

het erf worden bomen en een houtsingel geplant. Hiermee

buitengebied voorkomen worden. Rondom de woningen is

De compensatiewoning wordt getoetst aan de welstand-

wordt de rechtlijnigheid van dit type landschap versterkt.

enkel een tuin voorzien. De keuze voor de verharding moet

snota en moet daarbij een eenvoudige hoofdvorm kennen

De compensatiewoning met bijgebouw wordt ruimtelijk

in afstemming gemaakt worden met de materialisering van

met een zadeldak. Initatiefnemer wil de bestaande schuur

verbonden.

de architectuur.

nr. 2 behouden ten behoeve van hobbymatige activiteiten. De schuur kan goed ingepast worden op het erf doordat de situatie aansluit op de woning en het geen opvallende verschijning in het landschap is. Het past bij de schaal van de erven. De schuur zal hobbymatig gebruikt gaan worden. Dit voorkomt dat het erf verrommelt. Groenstructuur en inrichting erf:

woning nr. 20 te slopen boerderij woning nr. 18

De erven langs de Geert Migchelsweg zijn over het alge8

de te slop en b o erderij op het vo orerf

4.2.

SAMENVATTING MAATREGELEN

Behoud schuur nr. 2 en deze landschappelijk goed inpassen middels een wilde haag; de compensatiewoning en de schuur worden uitgevoerd in een landelijke architectuur en komen binnen de contouren van het bestaande erf; aanplant streekeigen singel op erfscheiding; aanplant bomen op de rand van het erf; het voorerf wordt weer groener met het slopen van de voormalige boerderij aanplant hoogstamfruitbomen op het erf; nieuw pad wordt ontsluiting van de bestaande woning en de woonunit 4.3.

KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING

Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. In het buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter 9

de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te

het erf aan de Geert Migchelsweg 18a staan landschaps-

zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans

ontsierende stallen met asbest. Middels de sloop van het

en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen

geheel en het opruimen van de verharding zal de ruimtelijke

te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling

kwaliteit van het gehele buitengebied verbeteren. Dit is goed

van een grote schaal en met een grote impact op de omge-

voor de leefomgeving en het landschap.

ving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend

Tegenprestatie

aan het verzoek, wordt het volgende model gevolgd:

Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende kwaliteitspretaties gevraagd, die bijdragen aan de

Gebiedseigen ontwikkeling

versterking van de gebiedskenmerken uit het landschapsont-

Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet

wikkelingsplan en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikke-

primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische

lingsvisie.

bedrijven en wonen.(mixlandschap). In voorliggend geval is

Deze tegenprestatie zal bestaan door het slopen van mi-

dan ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens draagt

nimaal 920 m2 landschapsontsierende bebouwing en het

het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden

realiseren van een kwalitatief hoogwaardig erfensemble met

van het buitengebied.

gebouwen die passen in het landschap.

Schaal en impact op de omgeving

Samenvatting Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)

De activiteiten zullen plaatsvinden aansluitend op een

saneren 920 m2 landschapsontsierende bebouwing.

bestaand erf. De stallen zijn niet meer in gebruik en worden daarmee als landschapsontsierend aangemerkt. Het totale bebouwde oppervlakte in het buitengebied van Hardenberg neemt fors af. De schaal van de ontwikkeling is klein, mede door de positionering van de gebouwen middels de één erfgedachte. De impact op de omgeving is hiermee beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden door het opruimen de stallen Eigen belang en maatschappelijk belang Er is sprake van een eigen belang. Het vergroot het woongenot en er kunnen gelden gegenereerd worden voor de sloop van de opstallen. Ook is er een maatschappelijk belang. Op

project

2. Aanplant Zwarte Els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 14-16 met een verschillende onderlinge plantafstand tussen de 6 en 10 (m) Totaal 4 stuks

1

2

2 2 2

4

4. Aanplant Walnoot - Juglans regia Aanplanmaat 14-16 Totaal 2 stuks Eindbeeld een solitaire boom 3 3

10

formaat

a3

1 (3)

1

1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100 Eindbeeld is een gesloten houtsingel

3. Aanplant rij Hollandse Linde - Tilia x vulgaris Aanplantmaat 14-16 met onderlinge afstand van 8 meter Totaal 2 stuks met als eindbeeld een boomgroep

tekeningno

datum

Quercus robur - Zomereik 10% Fraxinus excelsior - Gewone Es 10% Viburnum opulus - Geldersche roos 15% Sambucus nigra - Vlier 20% Corylus avalana - Hazelaar 10% Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn 15% Sorbus aucuparia - Lijsterbes 10% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 10%

30 april 2022

4 1. Aanplant houtsingel bestaande uit:

1850

Legenda

de beplanting staat gesitueerd op de landschapsmaatregelen in de bijlage bomen met 2 boompalen en band; bomen in gras ook met 2 maaipalen 30cm; indien beplanting grenst aan terreinen die worden beweid door vee of waar men met voertuigen rijdt, dient deze beplanting te worden beschermd tegen vraatschade/ aanrijschade/verdichting van de wortelzone.

laat je erf groeien

11

9. Aanplant Zwarte Els

9

10. Aanplant rij Hollandse Linde

4

5 15

11. Her te bouwen schuur (totaal aan bijgebouwen 170 m2)

9

6

13

12. Nieuw te bouwen woonunit

3 5

10

13. Bestaande woonunit slopen 14. Verharding rooien 15. Aanplant walnoot 16. Ontsluiting compensatiewoning

datum

1850-eip-1.vwx 1.0

5

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

7

schaal

8. Nieuw ondergeschikte inrit (halfverhard of karrespoor)

a3

7. Keren en parkeren

versie

6. Aanplant robuuste houtsingel

6

1 (3)

11

Erfinrichtingsplan Geert Michelsweg 18a Slagharen

5. Te slopen stallen

2

formaat

4. Nieuw te bouwen bijgebouw

tekeningno

1

herbert

2. Bestaande schuur

16

3. Compensatiewoning

12

bestand

14

1 : 500

15

1. Bestaande woning

1850

1

door

8

4 apr. 2022

5

project

Legenda

2 2

4. Aanplant Walnoot - Juglans regia Aanplanmaat 14-16 Totaal 2 stuks Eindbeeld een solitaire boom

3 3

laat je erf groeien!

1850-eip-1.vwx herbert

bestand door

30 april 2022

1 : 500

2

2

4

1.0

3. Aanplant rij Hollandse Linde - Tilia x vulgaris Aanplantmaat 14-16 met onderlinge afstand van 8 meter Totaal 2 stuks met als eindbeeld een boomgroep

1

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

2. Aanplant Zwarte Els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 14-16 met een verschillende onderlinge plantafstand tussen de 6 en 10 (m) Totaal 4 stuks

schaal

tekeningno

1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100 Eindbeeld is een gesloten houtsingel

a3

1

versie

formaat

datum

Quercus robur - Zomereik 10% Fraxinus excelsior - Gewone Es 10% Viburnum opulus - Geldersche roos 15% Sambucus nigra - Vlier 20% Corylus avalana - Hazelaar 10% Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn 15% Sorbus aucuparia - Lijsterbes 10% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 10%

1 (3)

1. Aanplant houtsingel bestaande uit:

Landschapsmaatregelen Geert Michelsweg 18a Slagharen

project

4

1850

Legenda

Bijlage 2

Bodemonderzoek

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Geert Migchelsw eg 18a, Slagharen | PAGINA 77

RAPPORT VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 en NEN 5707 Geert Migchelsweg 18A - Slagharen

Opdrachtgever: BJZ.NU Locatie: Geert Migchelsweg 18A 7776 RW Slagharen Juli 2020

Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Tel: 0546 - 63 96 63

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Rapport Verkennend en Nader (Asbest)bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Geert Migchelsweg 18A - Slagharen

Opdrachtgever: BJZ.NU Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo Locatie: Geert Migchelsweg 18A 7776 RW Slagharen Projectcode: 20004416 Rapportagedatum: 20 juli 2020 Auteur: ing. J. Lammers Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 5 6 7

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses

8 8 8 11 12 12 13

5.1 5.2 5.3

Nader asbestbodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden nader asbestonderzoek Resultaten nader asbestbodemonderzoek

14 14 15 17

6

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

18

7

Literatuur en bronvermelding

21

2

3

4

5

Bijlagen I Regionale ligging locatie Schets toekomstige situatie Boorplan Centraal Bodemkundig Bureau, 1997 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, 2020 Boorplan nader asbestbodemonderzoek Kruse Milieu BV, 2020 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses Concentratieberekeningen asbest V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 20004416

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van BJZ.NU op het terrein aan de Geert Migchelsweg 18a in Slagharen door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning met bijgebouw. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Derhalve dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat op de locatie enkele verdachte deellocaties aanwezig zijn. Ter plaatse van de te slopen schuren zijn in totaal 6 asbestverdachte druppelzones aanwezig. Deze locaties zijn als verdachte deellocaties beschouwd. De bovengrond van de locatie verdacht is van aanwezigheid van asbest. Het overige deel van de locatie is onverdacht voor chemische componenten. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5725, “Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in februari en juli 2020 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever.

In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 20004416

Pagina 1 van 21

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Geert Migchelsweg 18a in Slagharen. Het te onderzoeken deel van het terrein heeft de RD-coördinaten x = 232.62 en y = 517.17 en is kadastraal bekend als gemeente Ambt-Hardenberg, sectie V, nummer 1454 (gedeeltelijk). De Geert Migchelsweg is ten noorden van de onderzoekslocatie gelegen. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie betreft een voormalig agrarisch erf. De locatie is deels bebouwd met de woning en 5 stallen. Het terrein rondom de bebouwing is grotendeels onverhard (gras en tuin). Rondom de bebouwing op het noordelijke deel van het erf is het terrein deels verhard met klinkers. Aan de oostzijde van het erf is een puinweg aanwezig. Onderzoekslocatie Er zijn plannen voor de nieuwbouw van een woning met een bijgebouw op het zuidelijke deel van het erf. Hiervoor zullen in totaal 4 stallen op het erf gesloopt worden. De daken van de 3 meest zuidelijke te slopen stallen zijn voorzien van asbesthoudende golfplaten. Er is sprake van een druppelzone wanneer hemelwater via asbestverdachte dakplaten afwatert op onverhard terrein. Aan weerszijden van deze stallen is sprake van een druppelzone. Deze druppelzones worden als verdachte deellocaties beschouwd. In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit op het terreindeel.

De onderzoekslocatie omvat circa 4450 m². In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en is een schets van de toekomstige situatie weergegeven. Tevens zijn de boorplannen van het verkennend en nader asbestbodemonderzoek opgenomen. 2.2

Vooronderzoek

Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente Hardenberg. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige bestemming (agrarisch). - Voor zover bekend is er op het te onderzoeken deel van het terrein nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. Ten westen van het erf heeft in de voormalige kapschuur een bovengrondse dieseltank gestaan met een inhoud van 2000 liter. Ter plaatse van deze kapschuur is in 2010 de woning aan de Geert Migchelsweg 20 gebouwd. - Het te onderzoeken deel van het terrein is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. De locatie betrof altijd een agrarisch bedrijf. Sinds enkele jaren wordt er geen vee meer gehouden. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Vanwege de ouderdom van het erf wordt de bodem van de onderzoekslocatie beschouwd als asbestverdacht. Tevens is er sprake van 6 asbestverdachte druppelzones ter plaatse van de 3 zuidelijke te slopen stallen.

- Ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie is voor zover bekend geen eerder bodemonderzoek uitgevoerd. In de directe omgeving is één eerder bodemonderzoek bekend, deze wordt op de volgende pagina toegelicht: Kruse Milieu BV

Project: 20004416

Pagina 2 van 21

Centraal Bodemkundig Bureau, verkennend bodemonderzoek Geert Migchelsweg 18A te Slagharen, d.d. 24 juli 1997 met rapportnummer 2010731 Het bodemonderzoek is ten zuiden van het erf uitgevoerd en de aanleiding hiervan was de voorgenomen nieuwbouw van een stal (de nieuwbouw is niet gerealiseerd). De locatie was in gebruik als landbouwgrond. Uit de resultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met PAK. De ondergrond is niet verontreinigd. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium, koper en zink. Het boorplan van dit bodemonderzoek is opgenomen in bijlage I. 2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich op circa 8 meter +NAP. De morfologie van het gebied rondom de onderzoekslocatie is niet direct beïnvloed door de ligging van stuwwallencomplexen; - Vanaf maaiveld bestaat de bodem uit fijne en grove zanden van de Formatie van Twente (dekzand) en Kreftenheije, al dan niet onderbroken door kleilenzen. Een duidelijk scheiding tussen dit pakket en het ondergelegen watervoerend pakket ontbreekt; - Het tweede watervoerend pakket is onder te verdelen in een bovenste ‘grof’ en een onderste ‘fijn’ pakket. De voornamelijk plio-peistocene afzettingen behoren tot de formaties van Enschede en Scheemda. Het pakket zet zich door tot een diepte van minimaal 50 meter NAP; - Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1.5 meter min maaiveld. Volgens de Grondwaterkaart van Nederland stroomt het freatisch grondwater is noordoostelijke richting. - In de directe omgeving bevindt zich geen waterwingebied. Het terrein is niet in een grondwaterbeschermingsgebied gelegen. - Op circa 2 km ten zuidoosten van de onderzoekslocatie stroomt het Ommerkanaal welke op circa 2.5 km ten oostzuidoosten van de onderzoekslocatie overgaat in de Lutterhoofdwijk. De invloed van deze watergang op de lokale stand en stromingsrichting van het freatische grondwater is bij ons bureau niet bekend.

Kruse Milieu BV

Project: 20004416

Pagina 3 van 21

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese “onverdachte locatie (ONV-NL)” uit NEN 5740 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. De bovengrond wordt als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van asbest. Voor de bovengrond wordt de strategie “verdachte locatie (VED-HE)” uit NEN 5707 gebruikt. Beide strategieën worden gecombineerd. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten. De druppelzones worden beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN 5707 wordt voor de druppelzones gebruikt.

De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op de NEN 5707, paragraaf 6.4.4: verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP). In de normen NEN 5740 en NEN 5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. De stallen zijn grotendeels voorzien van mestkelders, waardoor inpandige boringen hier niet mogelijk zijn. De huidige woning is bewoond en blijft behouden, waardoor inpandige boringen hier ongewenst zijn. Inpandig zijn geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de inpandige bodemkwaliteit afwijkt van de uitpandige bodemkwaliteit. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.

In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg Kruse Milieu BV

Project: 20004416

Pagina 4 van 21

droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op een terreindeel van circa 4450 m² worden in totaal 15 boringen verricht, waarvan 11 tot 0.50 meter en 4 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Ten behoeve van het asbestonderzoek worden de grondboringen tot een diepte van 0.5 meter vervangen door gaten met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 x 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem). Het opgegraven materiaal wordt gezeefd en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters op de locatie wordt één diepe boring overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt tot peilbuis. Asbestverdachte druppelzones (deellocatie A tot en met F) Aan weerszijden van de 3 zuidelijke stallen op het erf is sprake van een asbestverdachte druppelzone. Per druppelzone worden, handmatig met een schop, 3 inspectiegaten gegraven. De gaten worden gecodeerd als gat A1 t/m A3, B1 t/m B3, C1 t/m C3, D1 t/m D3, E1 t/m E3 en F1 t/m F3. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104.

Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 12 (meng)monsters samengesteld (waarvan 9 mengmonsters van de fijne fractie) en er wordt 1 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd.

Kruse Milieu BV

Project: 20004416

Pagina 5 van 21

Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster Monster

Analysepakket

Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof

Bovengrond (3x)

Asbest en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Asbestverdachte druppelzones (A t/m F)

Toplaag (6x )

Asbest en droge stof

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig.

Kruse Milieu BV

Project: 20004416

Pagina 6 van 21

Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. 3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.

Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 20004416

Pagina 7 van 21

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5 en in paragraaf 4.6 worden de resultaten besproken. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in februari 2020 uitgevoerd door de heren J. Hartman (veldwerker), R. Veltmaat (veldwerker) en N. Pepping (assistent-veldwerker). De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Op 4 februari 2020 is één boring verricht met behulp van een Edelmanboor (boring 1). De boring is doorgezet tot een diepte van 3.8 meter en afgewerkt tot peilbuis. Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 1 zal opnieuw worden geplaatst voor het nemen van grondmonsters (boring 1A). Op 12 februari 2020 zijn, na het inspecteren van het maaiveld, in totaal 15 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). Vier gaten zijn met behulp van een Edelmanboor doorgezet tot 2.0 meter diepte. Ter plaatse van de druppelzones zijn op 12 en 19 februari 2020 in totaal 18 inspectiegaten gegraven tot een diepte van 0.1 meter. De gaten zijn met behulp van een Edelmanboor doorgezet tot de ongeroerde bodem. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van gras, niet goed geïnspecteerd kon worden. Minder dan 25% van de toplaag kon worden geïnspecteerd; er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie.

Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot 3.8 meter min maaiveld (m-mv) is voornamelijk matig fijn, zwak siltig zand aangetroffen. De bovengrond is tevens zwak humeus. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Plaatselijk zijn bodemvreemde materialen waargenomen, deze zijn weergegeven in tabel 2. Ter plaatse van inspectiegaten 8 en 9 zijn in de bovengrond visueel asbestverdachte materialen waargenomen. Tussen de 2 zuidelijke stallen op het erf zijn asbesthoudende materialen opgeslagen op het maaiveld (stapels golfplaten). Hier is op het maaiveld asbest aangetroffen (vermoedelijk zijn er stukjes van de opgeslagen golfplaten afgebroken). Op het maaiveld en in de bodem ter plaatse van de overige inspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 20004416

Pagina 8 van 21

Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming

1

0 - 0.4

Sporen puin

1A

0 - 0.35

Sporen puin

4

0 - 0.5

Sporen puin en resten ijzer

5

0.4 - 0.6

Sporen puin en sporen ijzer

8

0 - 0.5

Zwak puinhoudend en sporen asbest (106 gram vlakke plaat)

9

0 - 0.5 0.5 - 0.9

Sterk puinhoudend en resten asbest (44 gram golfplaat en 31 gram dakbeschot) Resten puin

10

0 - 0.7

Puinweg (visueel geen asbest aangetroffen)

11

0 - 0.4

Sporen puin

12

0 - 0.5

Sporen puin

13

0 - 0.5 0.5 - 1.2

Sterk puinhoudend en sporen plastic Matig puinhoudend

14

0 - 0.1

Sporen puin

15

0 - 0.3

Sporen puin

B1

0 - 0.1 0.1 - 0.3

Zwak puinhoudend Sporen puin

B2 en B3

0 - 0.1 0.1 - 0.4

Zwak puinhoudend Sporen puin

C1

0 - 0.5

Zwak puinhoudend

C2

0 - 0.35

Zwak puinhoudend

C3

0 - 0.1 0.1 - 0.5

Sterk puinhoudend Matig puinhoudend

F1 en F2

0 - 0.1

Sporen puin

F3

0 - 0.35

Sporen puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. Vanwege het aantreffen van asbestverdachte materialen in de bodem ter plaatse van de inspectiegaten 8 en 9 zijn extra asbestanalyses uitgevoerd. Tevens is vanwege de aangetroffen bodemvreemde materialen één extra grondmengmonster van de bovengrond (BG III) geanalyseerd op het standaard-pakket. De puinweg aan de oostzijde valt buiten de scope van dit onderzoek, omdat deze lagen niet aan de definitie bodem voldoen (>50% bodemvreemd materiaal). Het puin is aan het maaiveld en ter plaatse van inspectiegat 10 visueel beoordeeld op asbestverdachte materialen en deze zijn niet aangetroffen.

Kruse Milieu BV

Project: 20004416

Pagina 9 van 21

Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

BG I (sporen puin)

1A 4 en 12 5 11 14 15

0 - 0.35 0 - 0.5 0.4 - 0.6 0 - 0.4 0 - 0.1 0 - 0.3

Standaard pakket

BG II (zintuiglijk schoon)

2, 3 en 6 7

0 - 0.5 0 - 0.4

Standaard pakket

BG III (sterk puinhoudend)

9 en 13

0 - 0.5

Standaard pakket

1A 1A 2 2 3 3 4 4

0.75 - 1.25 1.75 - 2.0 0.6 - 1.1 1.6 - 2.0 0.9 - 1.2 1.3 - 1.8 1.0 - 1.5 1.5 - 2.0

Standaard pakket

1A 11 12 14 15

0 - 0.35 0 - 0.4 0 - 0.5 0 - 0.1 0 - 0.3

Asbest

MM FF - 02

2, 3 en 6 7

0 - 0.5 0 - 0.4

Asbest

MM FF - 03

4 5

0 - 0.5 0.4 - 0.6

Asbest

8

0 - 0.5

9

0 - 0.5

OG

MM FF - 01

FF - Gat 8 MVM - Gat 8 FF - Gat 9 MVM - Gat 9

Asbest Asbest Asbest Asbest

Druppelzones (deellocaties A t/m F) MM FF - A

A1 t/m A3

0 - 0.1

Asbest

MM FF - B

B1 t/m B3

0 - 0.1

Asbest

MM FF - C

C1 t/m C2

0 - 0.1

Asbest

MM FF - D

D1 t/m D3

0 - 0.1

Asbest

MM FF - E

E1 t/m E3

0 - 0.1

Asbest

MM FF - F

F1 t/m F3

0 - 0.1

Asbest

Kruse Milieu BV

Project: 20004416

Pagina 10 van 21

Boring 1 is doorgezet tot circa 3.8 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 12 februari 2020 is de peilbuis bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt. De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11614188/2