CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels en toelichting bestemmingsplan 'Balkbrug, herontwikkeling Coevorderweg 2-4'

gemeenteraad 23 mei 2023, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Balkbrug, herontwikkeling Coevorderweg 2-4' (realisatie 16 woonzorgappartementen en 12 reguliere appartementen)34.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in oktober, november en december 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn.

De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden eventuele resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 1 van 21

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Coevorderweg 2-4, binnen de bebouwde kom van Balkbrug. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 223.069 en y = 513.114. De locatie is kadastraal bekend als: gemeente Avereest, sectie G, nummers 4094, 4097 en 4098. De Coevorderweg bevindt zich ten zuiden van de onderzoekslocatie en de Meppelerweg bevindt zich ten westen. Bebouwing en verharding Op het terrein zijn twee voormalige horecabedrijven aanwezig. Momenteel zijn beide panden leeg. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en grotendeels verhard met asfalt en klinkers. Inpandig zijn betonvloeren aanwezig. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de geplande aankoop, de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en grotendeels verhard en omvat circa 2355 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek Eco-Reest, april 1999; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Eco-Reest, maart 2006; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Grondslag, augustus 2019; - Boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, januari 2022.

Vooronderzoek In het vooronderzoek komt, naast informatie uit het huidige gebruik, het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en bij de gemeente Hardenberg. Daarbij is de volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (horeca) bestemming. Op historische kaarten is reeds bebouwing zichtbaar vanaf 1850. De huidige bebouwing dateert volgens de BAG van 1950 en 1980. De panden zijn diverse keren verbouwd. - voor het café met terras Paddy’s Pub aan de Coevorderweg 2 is op 18 april 2007 een melding in het kader van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichting- en milieubeheer gedaan. Er zijn geen (voormalige) vetafscheiders bekend. Voordien was in het gebouw in gebruik als woonhuis. - In het pand aan de Coevorderweg 4 was tot circa 2007 steakhouse Brasil gevestigd. Daarna is het pand tijdelijk gebruikt door een dierenkliniek. - voor zover bekend is er op de huidige onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel.

- de onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. - voor zover bekend is het te onderzoeken terrein in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - op een deel van het dak en de gevel van de Coevorderweg 4 zijn asbesthoudende golfplaten aanwezig (rapport asbestinventarisatie Kruse Milieu BV van 5 november 2021 met projectnummer 21060191). Er zijn binnen de onderzoekslocatie geen asbestverdachte druppelzones aanwezig. Voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 2 van 21

Op het dak van de schuur en een deel van het dak van het pand aan de Coevorderweg 4 bevinden zich asbesthoudende golfplaten (bron: asbestinventarisatie Kruse Milieu BV, projectnummer 21060191 d.d. 25 november 2021). De locatie is niet gelegen aan een asbestweg. - De asfaltverharding aan de noordzijde dateert van voor 1999. Het asfalt ten westen van Coevorderweg 2 dateert van na 2006. - er hebben eerder bodemonderzoeken op de huidige onderzoekslocatie plaatsgevonden. Deze worden op de volgende pagina nader toegelicht. Eco-Reest, verkennend bodemonderzoek Coevorderweg 4 te Balkbrug, d.d. 3 november 1999 met opdrachtnummer 99-03-034 De aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen transactie van de locatie. Uit de analyseresultaten bleek het volgende: In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium, lood, zink, PAK en minerale olie aangetoond. De gehalten zijn lager dan de door de gemeente Avereest vastgestelde achtergrondwaarden. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Eco-Reest, verkennend bodemonderzoek (Horeca) Coevorderweg 2 te Balkbrug, d.d. 23 maart 2006 met opdrachtnummer 060238 De aanleiding van het onderzoek was de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en een geplande uitbreiding van de bestaande bebouwing aan de zuidwestzijde van het pand.

Uit de analyseresultaten bleek het volgende: In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan PAK gemeten. In het mengmonster van de boven- en ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan lood gemeten. In de puinhoudende ondergrond (1.0 tot 1.6 m-mv) ter plekke van boring 2 zijn licht verhoogde gehalten aan koper en kwik en zijn matig verhoogde gehalten aan lood en zink gemeten. Destijds werd geadviseerd een nader bodemonderzoek uit te voeren bij bouwactiviteiten, waarbij ter plekke van de verontreiniging grond vrijkomt. Het is niet bekend of het nader onderzoek reeds heeft plaatsgevonden. Opmerking: de matig verhoogde lood- en zinkgehalten zijn aangetoond in een individueel monster. Vanuit de Wbb is er geen verplichting tot het uitvoeren van nader onderzoek, omdat geen verhoogde gehalten ten opzichte van de interventiewaarde zijn gemeten. Grondslag, indicatief bodemonderzoek toekomstige tunnelbak Coevorderweg projectgebied “Vechtdalverbinding” te Balkbrug, d.d. 9 september 2019 met projectnummer 30960-3 Uit de analyseresultaten van het onderzoek direct ten zuidwesten van de huidige onderzoekslocatie bleek het volgende: In de venige ondergrond (circa 3.5 - 4.5 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan kwik, minerale olie en PAK aangetoond en werd indicatief beoordeeld als klasse Industrie. De zandige en lemige grond wordt indicatief beoordeeld als: Altijd Toepasbaar.

De bovenen ondergrond zijn niet verontreinigd met PFAS. Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 7 meter boven NAP. - De locatie ligt in een gebied, waar de klei van de Formatie van Tegelen als scheidende laag aanwezig is. De dikte van het eerste watervoerende pakket bedraagt 40 tot 50 meter; de hieronder liggende scheidende laag heeft een dikte van enkele meters tot 25 meter. - Het eerste watervoerende pakket bestaat uit zandige afzettingen van de Formaties van Twente, Kreftenheye, Drente, Urk, Enschede en Harderwijk. De afzettingen in het eerste watervoerend pakket bestaan uit fijne en grove, soms slibhoudende zanden. De kD-waarde van het eerste watervoerende pakket bedraagt 1000 tot 2000 m²/dag. Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 3 van 21

- Onder de scheidende laag bevindt zich een tweede watervoerend pakket met een totale dikte van circa 100 meter. Deze laag bestaat uit minder goed doorlatende zanden. - Het freatisch grondwater bevindt zich circa 1.5 meter min maaiveld en stroomt in (zuid)westelijke richting met een gering verhang (circa 0.4 m/km). - Op circa 3 kilometer ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie bevindt zicht het grondwaterbeschermingsgebied Witharen. - Op circa 1.3 kilometer ten noordwesten van de onderzoekslocatie stroomt De Reest en op circa 1 kilometer ten zuiden stroomt een aftakking naar het Ommerkanaal. - De invloed van het grondwaterbeschermingsgebied en de watergangen op het freatische grondwater is bij ons bureau onbekend.

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 4 van 21

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De onderzoeksstrategie en het boorplan zijn afgestemd met de opdrachtgever. In de norm NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. De hypothese "onverdachte locatie" uit norm NEN5740 (niet-lijnvormige locatie, ONV-NL), en asbestverdacht uit norm NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) worden voor de onderzoekslocatie gebruikt. Beide strategieën worden gecombineerd. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten. Om te voldoen aan norm (NEN5707 VED-HE) worden 2 extra gaten gegraven.

Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 2355 m² worden in totaal 13 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum van 2.0 meter minus maaiveld. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. Drie inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt één diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis (PB B1). Ter plekke van boring 2 uit het onderzoek van Eco-Reest (maart 2006) wordt een diepe boring (boring 12) verricht om te verifiëren of de verdachte laag aanwezig is of dat er mogelijk sprake is van een toevalstreffer. Indien de verdachte laag wordt aangetroffen, zal een separate analyse plaatsvinden op het NEN5740-standaardpakket, ter verificatie van de eerder gemeten matig verhoogde gehalten met lood en zink.

Tevens dient te worden vermeld dat op verzoek van de opdrachtgever is besloten geen inpandige boringen te verrichten, aangezien de panden nog tijdelijk verhuurd worden. Inpandig zijn geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de inpandige bodemkwaliteit afwijkt van de uitpandige bodemkwaliteit. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 5 van 21

In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden.

Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 onderzocht.

In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd.

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 6 van 21

Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Monster

Analysepakket

Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters.

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 7 van 21

De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.

Toetsing asbestanalyses De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 8 van 21

4

Resultaten Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in oktober en november 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman en B. Dierink. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Er is op 28 oktober 2021, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis, een boring verricht met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor. Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 1 is op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (gecodeerd als 1A). Op 9 november 2021 zijn in totaal 13 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). Er zijn 2 extra gaten gegraven om te voldoen aan de norm NEN5707 (verdacht heterogeen, VEDHE). De boringen 1A, 2, 3, 10 en 12 zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot maximaal 2.00 m-mv.

In inspectiegat 5 is van 0.20 - 0.25 m-mv een oude grindverharding aangetroffen, de bovengrond van inspectiegat 5 is visueel asbestverdacht materiaal aangetroffen. In inspectiegat 12 zijn van 1.45 tot 1.80 m-mv sporen puin aangetroffen (dit is ter plekke van boring 2 in het onderzoek van Eco-Reest in 2006). Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van klinkers, tegels, asfalt en gras, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld waargenomen. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit matig fijn tot matig grof, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn weergegeven in tabel 2.

Door de veldwerker zijn visueel alleen in de bovengrond van inspectiegat 5 van 0 tot 0.20 m-mv asbestverdachte materialen waargenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 9 van 21

Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Meetpunt Diepte (m-mv) Waarneming 1A

0.16 - 0.45 0.45 - 0.50

Brokken beton Sporen baksteen en sporen leisteen

2

0.30 - 0.50

Sporen puin

3

0.20 - 0.85

Sporen puin

4

0 - 0.50

Zwak baksteenhoudend, sporen glas en sporen metaal

5

0 - 0.20 0.25 - 0.9

Sterk asbesthoudend (88 gram golfplaat) Sporen baksteen

6

0.05 - 0.50

Sporen baksteen en sporen glas

7

0.20 - 0.50

Matig baksteenhoudend (baksteen en dakpanscherven)

8

0.25 - 0.60

Sporen baksteen

9

0.09 - 0.50 0.5 - 1.00

Sporen baksteen Sporen baksteen

10

0.45 - 0.85

Sporen baksteen

11

0.20 - 0.55

Sporen puin

12

0.13 - 0.33 0.33 - 0.50 1.45 - 1.80

Brokken beton (betontegels) Sporen puin Sporen baksteen

13

0.37 - 0.50

Sporen puin

14

0 - 0.50

Sporen baksteen

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. In verband met de zintuiglijke waarnemingen zijn extra analyses verricht. Tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Bovengrond, BG I (brokken beton, sporen puin/baksteen)

1A 3 6 9

0.16 - 0.45 0.20 - 0.75 0.05 - 0.50 0.09 - 0.50

NEN5740-standaardpakket

Bovengrond, BG II (sporen puin/baksteen)

2 5 8 10 11 12

0.30 - 0.50 0.25 - 0.50 0.25 - 0.60 0.45 - 0.85 0.20 - 0.55 0.33 - 0.50

NEN5740-standaardpakket

Bovengrond, BG III (zwak/matig baksteen)

4 7

0 - 0.50 0.20 - 0.50

NEN5740-standaardpakket

Boring 5.1 (sterk asbesthoudend)

5

0 - 0.20

NEN5740-standaardpakket

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Analyse

Pagina 10 van 21

Vervolg tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Boring 12.6 (sporen baksteen)

12

1.45 - 1.80

NEN5740-standaardpakket

OG I (visueel schoon, geroerd)

1A 2 4 12

0.45 - 0.95 0.50 - 0.80 0.50 - 1.00 0.50 - 1.00

NEN5740-standaardpakket

OG II (visueel schoon)

1A 2 3 7 10 11 12

0.95 - 1.45 0.80 - 1.30 0.85 - 1.35 0.80 - 1.00 0.85 - 1.35 0.55 - 1.00 1.80 - 2.00

NEN5740-standaardpakket

MM FF - 01 (sporen baksteen)

2 8 11 12 13

0.30 - 0.50 0.25 - 0.60 0.20 - 0.55 0.13 - 0.50 0.37 - 0.50

Asbest

MM FF - 02 (sporen baksteen)

1A 3 6 9 14

0.16 - 0.50 0.20 - 0.50 0.05 - 0.50 0.09 - 0.50 0 - 0.40

Asbest

MM FF - 03 (zwak/matig puin)

4 7

0 - 0.50 0.20 - 0.50

Asbest

5

0 - 0.20

Asbest

FF - Gat 5 MVM - Gat 5

Boring 1 is doorgezet tot 4.00 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van de filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom de filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 9 november 2021 is de peilbuis bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

PB 1

3.00 - 4.00

2.15

6.11

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU) 550

1.52

Goed Pagina 11 van 21

De waarden voor de pH, de EC en de troebelheid worden als normaal geacht. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG I, BG II, BG III en boring 5) en in de ondergrond (OG I en boring 12) zijn (zeer) lichte verontreinigingen gemeten, deze zijn weergegeven in tabel 5. In de ondergrond (OG II) en in het grondwater (PB 1) zijn geen verontreinigingen gemeten. Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof).

1

Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1

Interventiewaarde

Bovengrond, BG I

Lood

33

51.94 *

50

530

Bovengrond, BG II

Lood PCB PAK

66 0.036 1.8

102.6 * 0.1352 * 1.81 *

50 0.02 1.5

530 1.0 40

Bovengrond, BG III

Kwik Lood Zink Minerale olie PCB PAK

0.13 80 80 73 0.02 3.5

0.1865 * 125.5 * 188.9 * 331.8 * 0.09 * 3.455 *

0.15 50 140 190 0.02 1.5

36 530 720 5000 1.0 40

Ondergrond, OG I

Kwik Lood Zink PAK

0.13 120 66 1.5

0.1853 * 185.5 * 152.7 * 1.502 *

0.15 50 140 1.5

36 530 720 40

Boring 5.1 (0-0.2 m-mv)

Lood Zink PCB PAK

58 63 0.0079 2.8

89.47 * 145.4 * 0.0254 * 2.855 *

50 140 0.02 1.5

530 720 1.0 40

Boring 12 (1.45-1.8 m-mv)

Kwik

0.16

0.1981 *

0.15

36

AW2000

In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW; * concentratie groter dan AW en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I.

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 12 van 21

Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, zijn er enkele lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Boven- en ondergrond - Kwik, lood, zink, minerale olie, PCB en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor de (zeer) licht verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (puin en baksteen). In eerdere bodemonderzoeken zijn eveneens licht verhoogde gehalten aan zware metalen, minerale olie, PAK en PCB aangetoond (Eco-Reest, november 1999 en maart 2006). De matig verhoogde gehalten lood en zink in de ondergrond van meetpunt 2 (Eco-Reest, maart 2006) lijkt een toevalstreffer te zijn. Aangezien destijds de interventiewaarde niet werd overschreden (maximaal de tussenwaarden in een individueel monster) en dit bodemonderzoek maximaal licht verhoogde gehalten aanwezig zijn, wordt nader bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Aangezien geen tussenwaarde overschrijdingen in de mengmonsters zijn aangetoond, is het uitvoeren van een nader bodemonderzoek niet noodzakelijk.

Resultaten asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten en de concentratieberekening van het asbestonderzoek opgenomen. In de fijne fractie van mengmonster MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03 is geen asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte in inspectiegat 5 is in tabel 6 weergegeven. Tabel 6: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Inspectiegat Gat 5

Component

Gewogen asbestconcentratie

Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek

Asbest

619

50

In de derde kolom van tabel 6 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Bespreking resultaten asbestanalyses Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is er in inspectiegat 5 asbest aangetoond. Gat 5 bevat asbest in een gewogen asbestgehalte hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Een nader asbestonderzoek ter plekke van inspectiegat 5 is noodzakelijk om de aard en eventuele omvang van de verontreiniging in kaart te brengen. Het nader asbestonderzoek staat omschreven in hoofdstuk 5.

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 13 van 21

5

Nader asbestonderzoek en aanvullend bodemonderzoek Aanleiding nader asbestonderzoek en aanvullend bodemonderzoek

De aanleiding voor het nader asbestonderzoek wordt gevormd door het gewogen asbestgehalte in inspectiegat 5, dat de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek overschrijdt. In verband met de aankoop en de toekomstige herinrichting van het terrein is nader asbestonderzoek noodzakelijk. Omdat diverse terreindelen zijn voorzien van een asfaltverharding is meer inzicht gewenst in de bodemkwaliteit onder het asfalt. De totale oppervlakte van de asfaltverharding bedraagt circa 560 m2. Onderzoeksstrategie Nader asbestonderzoek De onderzoeksopzet gaat uit van NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. Het doel van het nader onderzoek is inzicht te krijgen in de asbestconcentratie in de kern van de inspectiegat 5 en in de eventuele omvang van de asbestverontreiniging. In de kern van de asbestverdachte laag ter plekke van inspectiegat 5 wordt een sleuf gegraven (gecodeerd als S1). Om het gewogen asbestgehalte in de kern van de verontreiniging te bepalen worden monsters van de fijne fractie en de asbestverdachte grove fractie genomen. Tevens wordt de zintuiglijk schone bodemlaag onder de verdachte laag bemonsterd ten behoeve van de eventuele verticale afperking. Voor de eventuele horizontale afperking worden rondom inspectiesleuf S1 minimaal 3 inspectiesleuven gegraven (gecodeerd als S2 tot en met S4).

Het werkelijk aantal te graven inspectiesleuven hangt af van de visuele waarnemingen. Elke sleuf wordt separaat bemonsterd. De monsters ten behoeve van de verticale en horizontale afperking worden pas geanalyseerd als het gewogen asbestgehalte in de kern (dit is de sleuf, die visueel het sterkst asbesthoudend is) hoger is dan de interventiewaarde. Alle ontgraven grond wordt gezeefd over 20 mm, waarna de grove fractie visueel wordt geïnspecteerd op asbestverdacht materiaal. Na monstername wordt de ontgraven grond zoveel mogelijk laagsgewijs teruggebracht in de sleuven. Van de meest verdachte laag wordt ook een monster genomen voor een eventuele analyse op PFAS. Deze analyse dient plaats te vinden, als blijkt dat de asbesthoudende grond gesaneerd moet worden. Aanvullend bodemonderzoek onder de asfaltverharding Er worden aanvullend 5 inspectiegaten (G1 t/m G5) gegraven ter plekke van de asfaltverharding om beter inzicht te krijgen in de bodemsamenstelling en bodemkwaliteit. Afhankelijk van de visuele waarnemingen worden minimaal 1 mengmonster van de puinhoudende bodemlagen geanalyseerd op asbest en 1 mengmonster op het NEN5740-standaardpakket. Analyses De asbestanalyses worden verricht door Eurofins Omegam te Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek.

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 14 van 21

Tabel 7: Analysepakket per (meng)monster. Monster

Analyse

Motivatie Nader asbestonderzoek

MM FF grond (1x) MVM (1x)

Asbest en droge stof

Bepaling concentratie in de kern

Aanvullend bodemonderzoek onder asfaltverharding Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof

Bovengrond (1x)

Fijne fractie grond (1x) Asbest en droge stof

Inzicht chemische kwaliteit van de bodem onder de asfaltverharding Inzicht bodemkwaliteit met betrekking tot asbest onder de asfaltverharding

Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn op 21 december 2021 uitgevoerd door de heren R. Veltmaat en N. Pepping. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Er zijn in totaal 4 inspectiesleuven en 5 inspectiegaten gegraven met behulp van een graafmachine. De sleuven en gaten zijn doorgeboord met behulp van een Edelmanboor. In de sleuven S1en S3 zijn visueel asbestverdachte materialen waargenomen. Sleuf S3 bevat visueel het meest asbestverdacht materiaal. Het asbesthoudend materiaal in inspectiegat 5 (verkennen bodemonderzoek) betrof golfplaat. In de sleuven S1 en S3 is vooral roodgekleurde vlakke plaat aanwezig. De inspectiesleuven en inspectiegaten zijn weergegeven op de situatieschets in bijlage I. De visuele waarnemingen zijn in tabel 8 weergegeven. Tabel 8: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt

Diepte (m-mv)

Waarneming Nader asbestonderzoek

Sleuf S1

0 - 0.80

Matig puinhoudend, zwak asbesthoudend (vlakke plaat)

Sleuf S2

0 - 0.50

Zwak puinhoudend

Sleuf S3

0 - 0.80

Matig puinhoudend, sterk asbesthoudend (vlakke plaat)

Sleuf S4

0 - 0.80

Matig puinhoudend

Aanvullend bodemonderzoek onder asfaltverharding G1

0.10 - 0.40 0.40 - 0.70

Sporen baksteen Sterk betonhoudend, matig puinhoudend

G2

0.25 - 0.50 0.50 - 1.20

Sterk betonhoudend, matig puinhoudend Sporen puin

G3

0.10 - 0.50 0.50 - 0.90

Sterk betonhoudend, matig puinhoudend Sporen puin

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 15 van 21

Vervolg tabel 8: Weergave bodemvreemde materialen. Diepte (m-mv)

Monsterpunt

Waarneming

Aanvullend bodemonderzoek onder asfaltverharding G4

0.10 - 0.50 0.50 - 0.90

Sterk betonhoudend, matig puinhoudend Sporen puin

G5

0.10 - 0.40 0.40

Sterk betonhoudend, matig puinhoudend Gestaakt op beton

Op basis van de visuele waarnemingen zijn de monsters geanalyseerd, zoals in tabel 9 staat weergegeven. Tabel 9: Weergave geanalyseerde monsters. Monster

Afkomstig uit monsterpunten

Traject (m-mv)

Motivatie

Nader asbestonderzoek FF - Sleuf S3 MVM - Sleuf S3

S3

0 - 0.80

Bepalen asbestconcentratie kern

S1

0 - 0.80

Bepalen asbestconcentratie asbesthoudende sleuf bij inspectiegat 5

FF - Sleuf S1 MVM - Sleuf S1

Aanvullend bodemonderzoek onder asfaltverharding

Bovengrond, BG IV

MM FF - 04

G1 G2 G3 en G4 G5

0.40 - 0.70 0.25 - 0.50 010 - 0.50 0.10 - 0.40

Bepalen chemische kwaliteit puin- en betonhoudende bodemlaag

G1 G2 G3 en G4 G5

0.40 - 0.70 0.25 - 0.50 010 - 0.50 0.10 - 0.40

Bepalen kwaliteit met betrekking tot asbest puin- en betonhoudende bodemlaag

Resultaten asbestanalyses nader onderzoek In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek en de concentratieberekeningen opgenomen. De gewogen asbestconcentraties (afgerond) zijn weergegeven in tabel 10. Tabel 10: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Monster

Component

Gewogen asbestconcentratie

Interventiewaarde

Nader asbestonderzoek Sleuf S1

Asbest

16

100

Sleuf S3

Asbest

89

100

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 16 van 21

Vervolg tabel 10: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Monster

Component

Gewogen asbestconcentratie

Interventiewaarde

Aanvullend bodemonderzoek asfaltverharding MM FF - G1-G5

Asbest

n.a.

100

In de derde kolom van tabel 10 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de interventiewaarde. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. Bespreking resultaten (asbest)analyses Ter plekke van sleuven S1 en S11 is een duidelijke relatie tussen het visueel zichtbare asbest en het gewogen asbestgehalte (het gewogen asbestgehalte wordt geheel bepaald door de asbesthoudende grove fractie). Aangenomen kan worden dat de visueel asbestvrije bodemlagen geen of weinig asbest bevat. Nader asbestonderzoek De gewogen asbestgehalten in de kern (sleuf S1 en S3) zijn (ruim) lager dan de interventiewaarde. De gewogen asbestgehalten worden (bijna) geheel veroorzaakt door de asbesthoudende grove fractie. Aanvullende asbestanalyses, waarbij de monsters ten behoeve van de verticale en horizontale afperking worden geanalyseerd, zijn niet noodzakelijk. Er is geen saneringsnoodzaak. Geadviseerd wordt de grond nabij de sleuven S1 en S3 te zeven over 20 mm om van de asbesthoudende grove fractie en puin te ontdoen. Het asbesthoudend materiaal dient te worden afgevoerd naar een erkend acceptant. Tevens dient men alert te blijven op asbestnesten. Aanvullend bodemonderzoek onder de asfaltverharding De puinhoudende bodemlaag onder de asfaltverharding is niet asbesthoudend.

De puinhoudende grond BG IV is licht verontreinigd met koper, lood, minerale olie en PAK, zie onderstaand tabel 11. Het licht verhoogde gehalte geven geen aanleiding voor nader bodemonderzoek. Tabel 11: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof).

1

Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1

Interventiewaarde

BG IV

Koper Lood Minerale olie PAK

55 93 210 4.1

83.97 * 122.9 * 1050 * 4.095 *

40 50 190 1.5

190 530 5000 40

AW2000

In de vierde kolom van tabel 11 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW; * concentratie groter dan AW en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I.

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 17 van 21

6

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van NMD Projecten VOF is in een verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van 2355 m² aan de Coevorderweg 2-4 in Balkbrug. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en geheel verhard met beton (inpandig), klinkers en asfalt. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de geplande aankoop, de bestemmingsplanwijziging, de aanvraag van de omgevingsvergunning. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie wordt beschouwd als onverdacht met betrekking tot de chemische parameters. Omdat in de bovengrond puin wordt verwacht is de bovengrond vverdacht voor asbest. De aanleiding voor het nader asbestonderzoek wordt gevormd door de analyseresultaten van het verkennend (asbest)bodemonderzoek; in inspectiegat 5 overschrijdt het gewogen asbestgehalte de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Tijdens het nader asbestonderzoek is ook een aanvullend bodemonderzoek verricht onder de asfaltverharding.

Resultaten veldwerk In totaal zijn er tijdens het verkennend bodemonderzoek 2 boringen verricht en zijn er 13 inspectiegaten gegraven, waarvan er 1 diepe boring is afgewerkt met een peilbuis. Ten behoeve van het nader asbestonderzoek en aanvullend bodemonderzoek zijn 4 inspectiesleuven en 5 inspectiegaten gegraven. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn zand. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (puin/baksteen). Door de veldwerkers zijn in inspectiegat 5 (van 0 tot 0.2 m-mv) en in inspectiesleuven S1 en S3, visueel asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem. Het freatische grondwater is in de peilbuis aangetroffen op 2.15 m-mv.

Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I) is zeer licht verontreinigd met lood; - de bovengrond (BG II) is (zeer) licht verontreinigd met lood, PCB en PAK; - de bovengrond (BG II) is (zeer) licht verontreinigd met kwik, lood, zink, PCB, PAK en minerale olie; - boring 5 (0 - 0.2 m-mv) is zeer licht verontreinigd met lood, zink, PCB en PAK; - boring 12 (1.45-1.8 m-mv) is zeer licht verontreinigd met kwik; - de ondergrond (OG I) is (zeer) licht verontreinigd met kwik, lood, zink en PAK; - de ondergrond (OG II) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is niet verontreinigd; - het mengmonster MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03 is niet verontreinigd met asbest; - gat 5 bevat asbest in een gehalte hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Nader asbestonderzoek - het gewogen asbestgehalte in inspectiesleuf S1 is ruim lager dan de interventiewaarde; - het gewogen asbestgehalte in inspectiesleuf S3 is lager dan de interventiewaarde. Aanvullend bodemonderzoek onder de asfaltverharding - de bovengrond (BG IV) is (zeer) licht verontreinigd met koper, lood, minerale olie en PAK; - het mengmonster MM FF - G1-G5 is niet verontreinigd met asbest.

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 18 van 21

Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient te worden verworpen aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdachte locatie" ten aanzien van asbest dient te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek In de bovengrond (BG I en BG II) het grondwater (PB 1 en PB A1) zijn (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de ondergrond (OG en A - OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. In de fijne fractie van mengmonster MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 3 is geen asbest aangetoond. Gat 5 bevat asbest, in een gehalte hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Het gewogen asbestgehalte in gat 5 gaf aanleiding voor het nader asbestonderzoek (zie hoofdstuk 5). Tijdens het nader asbestonderzoek is tevens een aanvullend bodemonderzoek verricht van de bodem onder de asfaltverharding. Nader asbestonderzoek De gewogen asbestgehalten in de kern (sleuf S1 en S3) zijn (ruim) lager dan de interventiewaarde. De gewogen asbestgehalten worden (bijna) geheel veroorzaakt door de asbesthoudende grove fractie.

Aanvullende asbestanalyses, waarbij de monsters ten behoeve van de verticale en horizontale afperking worden geanalyseerd, zijn niet noodzakelijk. Er is geen saneringsnoodzaak. Geadviseerd wordt de grond nabij de sleuven S1 en S3 te zeven over 20 mm om van de asbesthoudende grove fractie en puin te ontdoen. Het asbesthoudend materiaal dient te worden afgevoerd naar een erkend acceptant. Tevens dient men alert te blijven op asbestnesten. Aanvullend bodemonderzoek onder de asfaltverharding De puinhoudende bodemlaag onder de asfaltverharding is niet asbesthoudend. De puinhoudende grond BG IV is licht verontreinigd met koper, lood, minerale olie en PAK. De licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding voor nader bodemonderzoek. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de geplande aankoop, bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.

Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 19 van 21

Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 20 van 21

7

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Hardenberg Eco-Reest, verkennend bodemonderzoek, Coevorderweg 4 te Balkbrug, d.d. 3 november 1999 met opdrachtnummer 99-03-034 Eco-Reest, verkennend bodemonderzoek, Coevorderweg 2 te Balkbrug, d.d. 23 maart 2006 met opdrachtnummer 060238 Grondslag, indicatief bodemonderzoek toekomstige tunnelbak projectgebied “Vechtdalverbinding” te Balkbrug, d.d. 9 september 2019 met projectnummer 30960-3 Kruse Milieu BV, asbestinventarisatie Coevorderweg 2 en 4 te Balkbrug, d.d. 25 november 2021 met projectnummer 21060191 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en

grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 22 A, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 21060016

Pagina 21 van 21

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Eco-Reest, april 1999 Boorplan verkennend bodemonderzoek Eco-Reest, maart 2006 Boorplan verkennend bodemonderzoek Grondslag, augustus 2019 Boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, januari 2022

Coevorderweg 2-4 te Balkbrug

Topografische kaart

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Projectnummer: 21060016

Schaal: 1:25000

Bijlage: I

Kaartblad: 22 A

22 18

3

20 7

b b

b

b

b

b

a 16

1

b

16

b b

b

16 15

7.05 18

7.02 17 6.93 14 16

b

13

15 6.94

7.02 12 14 10

6.97 11 13 6.96 12 7.04 11

09

10 09 08 07

b

06 05 04 03

9

02

b

b

20

14a

14

5

07A 7.14 02A

01

b

b

b

b

10 3a

8

b

6

rweg Meppele

3

Overzichtskaart

b

24

22

b

2

8

16

b

b

b

12

10

2a

b

2

4

6

5 1a

18 17

3

16

13 b

15

eg orderw

Coev

14 13

b

12 b

10

15

b

19

weg order Coev

11

09

17

08

N

07

21

06

23

05 02

8a 6

04

03

2b

02A 01

2a

2

4b

we g Zwolse

8

4a

10t

12

1G000 1G019 1G001 3 1G0023 1G0187 1G00 1G01 1G0045 1G0165 1G00 6 1G01 4 1G00 1G01 1G007 1G0132 1G0089 1G01 1G00 1G011 1G010

14

10a

b

10

Legenda

1

10

BOORPUNTENKAART

2a

1

- boorpunt

Ommerweg

8b

4

6

2

eweg Zwols

nlaan

Regente

- onderzoekslocatie Molenweg 0

b

9

b

23

Schaal : 1:1000

13 15

7 b

17

16

9

b b

27

b

4

b Project nummer: 30960-3

Naam : 30960-3tek.dwg

Initialen : JTE/FD

b Datum : 12-8-2019

6

8 10 Kamerik

b

Formaat :25 A3

Project : Tunnelbak te Balkbrug

20

18 12 14 16

14

b

40m

Team Vechtdal Verbinding

11

12

b

at aarstra Oudel

13 15 11 Opdrachtgever:

30

19 21

b

b b

b

17

b

b

10

5

18a

nder

20

9

b

Malka

10

0348-402103

Heerhugowaard 072-5729457

22

24

at Kruizingastra Steenwijk

0521-521924

H:\Documenten\3000030999\3090030999\30960\3 - Tunnelbak Balkbrug\4 kaartmateriaal\30960-3tek.dwg

21

NMD Projecten VOF Coevorderweg 2-4 7707 AR Balkbrug Verkennend, aanvullend en nader (asbest)bodemonderzoek

S3 gras 4 G1

5

S1

S2

S4

asfalt G2

6 3

14

G3 9 asfalt G4

1 1A asfalt G5

8

12

7 10 11 13

2

= Onderzoekslocatie = Toekomstige bebouwing = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

0

12.5

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: JH/RV/NP/BD

Projectcode Schaal Datum

Tekenaar: JK

: 21060016 : 1:250 (A3-formaat) : Januari 2022

Bijlage II Boorstaten

1

1

klinker / cm t ov wat erspiegel

0

2 0

klinker / cm t ov m aaiveld

0

edelm an, klinkers -5

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

50

2 -50

50

zand, zeer fijn, kleiig, licht hum eus, donker bruin, edelm an 100

0

edelm an 1

3

-100

100

4

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

-8

32x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, schep, ophoogzand -30

30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, bruin, sporen puin, zwak t eelaarde, schep, gf/ff : 0,4/19,4 kg. geen asbest -50

150

150

200

200

250

t ype dat um boorm eest er

5

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, edelm an -80

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, edelm an -180

300

in sp e ct ie g a t 0 9 -1 1 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n

-200

300

3

braak / cm t ov m aaiveld

0 1

350

400 t ype dat um boorm eest er

100 3

150 4

1A

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1

klinkers

2

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, edelm an, ophoogzand

5

200

-16 3

100 4 150 5 200

31x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, brokken bet on, schep, gf/ff : 1,7/19,4 kg. geen asbest

t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 0 9 -1 1 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n

-200

-45

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, sporen leist een, schep, geroerd

4

gras / cm t ov m aaiveld

0 -50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , bruin, edelm an, geroerd

1 50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, edelm an

2

0

31x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, st erk grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, m at ig zand, zwak bakst een, sporen glas, sporen m et aal, schep, gf/ff : 5,4/46,7 kg. geen asbest -50

-200

100 t ype dat um boorm eest er

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an

in sp e ct ie g a t 0 9 -1 1 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n

-95 t ype dat um boorm eest er

-50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, bruin, zwak wort els, sporen puin, st erk t eelaarde, edelm an -85

0 -5

50

-20

33x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, bruin, zwak wort els, sporen puin, st erk t eelaarde, edelm an

-400

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 8 -1 0 -2 0 2 1 Be n D ie r in k

0

33x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, st erk wort els, schep

2

50 400

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, sporen t eelaarde, edelm an

Coe vor d e r w e g 2 + 4 - Ba lk b r u g 21060016 N EN 5 1 0 4

in sp e ct ie g a t 0 9 -1 1 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , grijs, edelm an, geroerd -100

5

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 2 50 3

9 0

33x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, st erk asbest golfplaat 88 gr., schep, ff= 28.6 kg

klinker / cm t ov m aaiveld

0

-9 1 50 -20

edelm an, oude grindverharding

31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, beige, zwak t eelaarde, sporen bakst een, schep, geroerd

2 -25

100 t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 0 9 -1 1 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n

0

edelm an

33x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rood, sporen bakst een, schep

-50 100

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker zwart , beige, sporen zand, sporen bakst een, edelm an, geroerd

t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 0 9 -1 1 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, grijs, zwak t eelaarde, sporen bakst een, edelm an, geroerd -100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an -110

-90

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, edelm an -100

6

10

t egel / cm t ov m aaiveld

0 1 50 2

0 -5

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen bakst een, brokken oer, sporen glas, schep, geen asbest

in sp e ct ie g a t 0 9 -1 1 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin, zwak t eelaarde, sporen bakst een, edelm an

-45

-85

-135 -95

7

klinker / cm t ov m aaiveld 1 2

50 3 4 100

in sp e ct ie g a t 0 9 -1 1 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n

-8

0

edelm an -8

30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal wit , schep, ophoogzand -25

3 100

in sp e ct ie g a t 0 9 -1 1 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n

31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een, schep

-60

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, edelm an -100

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, edelm an -110

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

2

30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, schep, ophoogzand

100

-100

50

1

0 -8

-20

-80

klinker / cm t ov m aaiveld

klinker / cm t ov m aaiveld edelm an

3

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, rood, m at ig oer, edelm an

2

11

50

-50

8

-150

g r on d b or in g 0 9 -1 1 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n

0

-20

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, m at ig bakst een bakst een en dakpanscherven , schep, gf/ff : 3,1/25,3 kg. geen asbest zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, bruin, m at ig t eelaarde, edelm an, ophoogzand geroerd

1

t ype dat um boorm eest er

0

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, schep, ophoogzand

0

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, sporen t eelaarde, edelm an zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal wit , edelm an

150

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, edelm an

0

t ype dat um boorm eest er

2

50

3

-100

t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, edelm an

100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen zand, edelm an

-8

1

-50

100

0

edelm an

edelm an

t ype dat um boorm eest er

klinker / cm t ov m aaiveld

0

Coe vor d e r w e g 2 + 4 - Ba lk b r u g 21060016 N EN 5 1 0 4

t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 0 9 -1 1 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker grijs, bruin, sporen puin, st erk wort els, st erk t eelaarde, schep -55

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, edelm an -100

12

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1 2 3 50

S1 0

edelm an

-13 4

100 5 150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, brokken bet on bet ont egels , edelm an, ophoogzand geroerd

7 200

-33

in sp e ct ie g a t 0 9 -1 1 -2 0 2 1 Ja n A. W . H a r t m a n

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, edelm an, geroerd

100

-140

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an

150 -50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an, geroerd -100

t ype dat um boorm eest er

50

-80

31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen puin, zwak zand, schep

6

0

40x200cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, m at ig puin, zwak asbest , 1 FF 2 graafm achine, asbest vlakke plaat 0,145kg, gf10%

-8

31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an

gras / cm t ov m aaiveld

0

-160 t ype dat um boorm eest er

sle u f 2 1 -1 2 -2 0 2 1 Rie m e r V e lt m a a t

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwart , zwak veen, zwak zand, edelm an, geroerd -145

veen, m ineraalarm , donker zwart , sporen bakst een, m at ig zand, edelm an, geroerd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12661053/1