CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels en toelichting bestemmingsplan 'Balkbrug, herontwikkeling Coevorderweg 2-4'

gemeenteraad 23 mei 2023, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Balkbrug, herontwikkeling Coevorderweg 2-4' (realisatie 16 woonzorgappartementen en 12 reguliere appartementen)34.469 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling Coevorderweg 2-4

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Balkbrug, herontwikkeling Coevorderweg 2-4 bestemmingsplan NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01 vastgesteld

Datum: Projectnummer:

19AF039

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Balkbrug, herontwikkeling Coevorderweg 2-4

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

5 5 5 6 7 7

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

8 8 9

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

12 12 15 20

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Water 4.8 Ecologie 4.9 Archeologie en Cultuurhistorie 4.10 Verkeer / parkeren

25 25 26 28 30 31 32 34 35 37 38

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

40 40 40

Hoofdstuk 6

43

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

44 44 44

Bijlagen bij de toelichting

45

Bijlage 1

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek

46

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

182

Bijlage 3

Watertoets

219

Bijlage 4

Uitgangspuntennotitie waterschap

224

Bijlage 5

Quickscan natuurwaardenonderzoek

230

Bijlage 6

Nader onderzoek huismus

262

Bijlage 7

Nota van zienswijzen

270

Regels

275

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

276 276 280

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Woongebied - 1

281 281

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

2

Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

285 285 286 287 288 289

Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

290 290 291

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

3

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

4

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voor het perceel aan de Coevorderweg 2-4 in Balkbrug is een plan ontwikkeld. De bestaande opstallen van een horecagelegenheid zullen worden gesloopt. Hiervoor in de plaats worden een kleinschalig woonzorggebouw en 12 reguliere koopappartementen ontwikkeld. Vanwege het ontbreken van de juiste bouw- en gebruiksregels is het voornemen op grond van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken en een passend juridisch-planologisch kader te bieden voor het plan.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging Het plangebied ligt aan de Coevorderweg 2-4 in het centrum van Balkbrug. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Avereest, sectie G, nummers: 4098, 4094 en 4097. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: PDOK; bewerking Ad Fontem) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een kadastrale kaart weergegeven waarop de locatie aan de Coevorderweg 2-4 in Balkbrug te zien is. Op de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan is de exacte begrenzing van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

5

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: kadastralekaart.com)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor de Coevorderweg 2-4 in Balkbrug geldt het bestemmingsplan 'Balkbrug'. Het bestemmingsplan 'Balkbrug' is door de gemeenteraad van de gemeente Hardenberg op 12 maart 2013 vastgesteld. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. Daarnaast is het facetbestemmingsplan 'parkeren Hardenberg', vastgesteld op 17-07-2018 van toepassing. In dit facetbestemmingsplan is de regeling voor parkeren vastgelegd.

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Balkbrug' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Centrum' toegekend met de functieaanduidingen ‘horeca tot en met horecacategorie 1’ en ‘horeca tot en met horecacategorie 2’. De bouwhoogte van de bebouwing mag niet meer dan 5 meter bedragen. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor horecadoeleinden. Op het gehele plangebied ligt tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’.

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

6

Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om een woonzorgcomplex en 12 reguliere appartementen mogelijk te maken. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige bestemmingsplan 'Balkbrug, herontwikkeling Coevorderweg 2-4' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

7

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie

In de huidige situatie is er aan de Coevorderweg 2-4 in Balkbrug sprake van een horecabedrijfspand met bijbehorende parkeerplaats. Het pand staat al enige tijd leeg waardoor het enigzins in slechte staat verkeerd. Het plangebied ligt centraal binnen de kern Balkbrug, op steenworp afstand van verschillende dorpsvoorzieningen zoals de supermarkt, overige winkels en horecagelegenheden. Het plangebied wordt ontsloten via de Meppelerweg en vervolgens de provinciale Coevorderweg (N377) in zuidelijke richting of de Hoogeveenseweg in noordelijke richting. Medio maart 2021 is de nieuwe tunnel van de provinciale weg N377, aan de zuidzijde van het plangebied in gebruik genomen. Deze provinciale weg loopt dwars door het dorp Balkbrug. De tunnel is gebouwd om de verkeersdoorstroming te verbeteren. In figuur 2.1 en 2.2 zijn foto's opgenomen van de huidige situatie.

Figuur 2.1: huidige situatie Coevorderweg 2-4 Balkbrug (bron: Google Streetview)

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

8

Figuur 2.2: het plangebied aan de Coevorderweg 2-4 in Balkbrug (bron: Building Design Architectuur en KROON)

2.2

Toekomstige situatie

Voor het plangebied Coevorderweg 2-4 in Balkbrug is een nieuw plan ontwikkeld. Initiatiefnemers zijn voornemens om alle bebouwing en verharding te verwijderen. Hiervoor in de plaats wordt een nieuw woonzorggebouw ontwikkeld met 16 zorgappartementen én 12 reguliere koopappartementen voor de doelgroep ouderen, starters en jongeren. Zowel het woonzorgcomplex als de reguliere koopappartementen krijgen een eigen entree, waardoor beide woonvormen van elkaar gescheiden zijn. Voor het beoogde ontwerp zijn de volgende uitgangspunten met betrekking tot architectuur en stedenbouw gehanteerd: Op stedenbouwkundig niveau wordt het nieuwe gebouw visueel opgedeeld in relatief kleine aaneengeschakelde volumes. Zo sluiten deze kleine volumes (korrel) goed aan bij de maat van de aansluitende 'dorpse' bebouwing, met een sterk hoekaccent. Dit hoekaccent in de vorm van een zelfstandig vormgegeven gebouw, dat aanmerkelijk hoger is dan de rest van de nieuwbouw. Dit geeft deze hoek een duidelijk 'entree' beeld van het centrumgebied van Balkbrug; Het nieuwe gebouw komt te staan in een relatief groene setting aan de Meppelerweg. Het overgangsgebied van privé tuin en openbaar gebied zal in samenspraak met de gemeente verder worden ingevuld; Aan de voor- en achterzijde van de bebouwing wordt een gezamenlijke tuin gerealiseerd voor het woonzorgcentrum.

Deze gezamenlijke tuin kan als ontmoetingsplaats worden ingericht omdat hier de veiligheid van de bewoners voldoende kan worden geborgd; Met betrekking tot de gekozen architectuur zal het hogere gebouw op de hoek refereren aan het pand dat er ooit gestaan heeft. Het pand heeft een zadeldak en krijgt een dorpse uitstraling door verticale geleding van gevelopeningen. In paragraaf 3.3.3 is een foto opgenomen van de historische situatie; Het nieuwe gebouw direct aansluitend (aan de N-377 Coevorderweg) krijgt een (deels) aangekapte dakvorm, als afgeleide van een zadel- of mansarde dak. Ook dit gebouw staat op zichzelf en refereert naar architectuur van begin 20e eeuw, hiërarchie in gevel opbouw met een relatief rijke detaillering; De ontsluiting van het woonzorgcomplex en de reguliere woningen zal plaatsvinden via de Meppelerweg. Parkeren zal plaatsvinden op eigen terrein. Hier worden ten minste 22 parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan de achterzijde van het perceel is tevens ruimte gereserveerd voor de bergingen behorende bij de 12 reguliere appartementen. In figuur 2.3, 2.4 en 2.5 is een impressie opgenomen van de voorgenomen ontwikkeling.

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

9

Figuur 2.3: Toekomstige situatie (bron: Building Design Architectuur)

Figuur 2.4: Toekomstige situatie (bron: Building Design Architectuur)

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

10

Figuur 2.5: Toekomstige situatie (bron: Building Design Architectuur)

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

11

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.

De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de toevoeging van een woonzorgcomplex voor zorgbehoevenden en senioren en reguliere koopappartementen voor starters in de kern Balkbrug. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de paragrafen 3.2.3 en 3.3.2 wordt de realisatie van het woonzorgcomplex en 12 reguliere appartementen getoetst

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

12

aan het provinciale beleid en aan de woonvisie van de gemeente Hardenberg. Daarin wordt aangetoond dat het past binnen het provinciale en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Concreet draagt het plan bij aan de realisatie van nieuwe woningen voor senioren/zorgbehoevenden en starters. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan Onderhavig plan betreft de ontwikkeling van een woonzorgcomplex voor maximaal 16 zorgbehoevenden/senioren en 12 reguliere koopappartementen. De Afdeling hanteert een grens van elf woningen (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Bij een ontwikkeling vanaf twaalf woningen wordt een ontwikkeling gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Bij voorliggende ontwikkeling worden 12 appartementen gerealiseerd. De Ladder is van toepassing. Volledigheidshalve wordt de Ladder ook getoetst op het woonzorgcomplex. conform de vereisten van de Ladder dient een ontwikkeling aan een behoefte te voldoen, zowel kwantitatief (woningbouwaantallen) als kwalitatief (doelgroep, type woning etc.). Omdat in onderhavig plan sprake is van de toevoeging van een woonzorgcomplex met 16 eenheden en 12 reguliere appartementen is er in beginsel sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en moet gemotiveerd worden dat er een behoefte is aan de ontwikkeling. Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling te bevatten. Als de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder.

Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Hieronder wordt het plan getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Bestaand stedelijk gebied Zoals is beschreven voldoet een ontwikkeling aan de Ladder als de behoefte is aangetoond en de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt. In artikel 1.1.1. onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied betreft in de huidige situatie een perceel voor verschillende functies op grond van het bestemmingsplan. Feitelijk bestaat het uit een horecaperceel met bestaande bebouwing binnen de kern Balkbrug. Aangezien het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Balkbrug en deel uitmaakt van een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van de bestaande woonwijk geldt dat het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied.

Wanneer de behoefte aan de ontwikkeling wordt

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

13

aangetoond wordt er voldaan aan de Ladder en hoeft er niet naar de beschikbaarheid en geschiktheid van andere locaties gekeken te worden. Behoefte Met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in een woonzorgcomplex met 16 eenheden en 12 reguliere appartementen. De gemeente beschikt over een eigen actueel Programma Wonen, welke is opgesteld voor de periode 2019-2025. In het programma wordt zowel op de kwalitatieve als de kwantitatieve woningbouwbehoefte ingegaan. De woningbouwbehoefte is in het woningbouwprogramma vastgelegd. In paragraaf 3.3.2 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het Programma Wonen. Kwantitatieve woonbehoefte Volgens de prognoses is er in de gemeente Hardenberg de komende tien jaar behoefte aan ruim 1.600 nieuwe woningen. Daarbij is de wens van de gemeente om deze behoefte zoveel mogelijk te realiseren op inbreidingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied. Het bouwen van woningen op inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt. Bijvoorbeeld bij het transformeren van leegstaand vastgoed of herbestemming van bedrijvigheid of industrie. Kwalitatieve behoefte In Balkbrug is behoefte aan woningen voor alle doelgroepen, maar in het bijzonder voor starters en senioren.

Enerzijds vindt de gemeente Hardenberg het belangrijk dat de keuzemogelijkheden voor starters op de woningmarkt worden vergroot. Dat doen ze ten eerste door het bouwen van betaalbare woningen in de koopsector. De gemeente wil vooral kleine rij- en hoekwoningen aan de woningvoorraad toevoegen. Maar bijvoorbeeld ook appartementen zijn geschikt voor starters om in een dorp als Balkbrug te kunnen blijven wonen. Anderzijds vergrijst de gemeente Hardenberg in hoog tempo. Via het woonbeleid geeft de gemeente ouderen de keuze tussen langer zelfstandig wonen of doorstromen naar een meer geschikte en comfortabele woning. De gemeente zet in op: Vernieuwende, kleinschalige woonzorginitiatieven: Er blijft een categorie ouderen bestaan die te veel zorg nodig heeft om in een reguliere woning te blijven wonen, maar een te lichte zorgvraag heeft voor een verpleeghuis. Zij hebben behoefte aan een tussenvorm, met enerzijds zelfstandig wonen en anderzijds enige beschutting en de mogelijkheid voor extra zorg als dat bij momenten nodig is. Nu moeten ouderen in kleine dorpen vaak verhuizen naar Hardenberg of Dedemsvaart als zij extra zorg nodig hebben, terwijl men het liefst in het eigen dorp wil blijven wonen. De gemeente zoekt daarom naar nieuwe partijen die bereid zijn kleinschalige woonzorginitiatieven te ontwikkelen in de kleinere kernen.

Denk daarbij bijvoorbeeld aan het Knarrenhof-concept, collectief particulier opdrachtgeverschap voor gelijkgestemde ouderen, kangoeroewoningen of meergeneratiewoningen. Zware zorgvragers: Zware zorgvragers Als gevolg van de vergrijzing neemt niet alleen de vitale groep ouderen toe, maar ook de ‘oudere ouderen’ en daarmee de behoefte aan zware (verpleeghuis)zorg, bijvoorbeeld voor dementie. Om voldoende aanbod te creëren voor deze zorgvraag, brengt de gemeente Hardenberg op dit moment de behoefte aan verschillende vormen van wonen met zorg in kaart. Op basis daarvan worden nieuwe woonzorginitiatieven getoetst op het voorzien van de lokale kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar wonen met zorg. De gemeente Hardenberg voorziet niet in de huisvesting van zorgvragers uit regiogemeenten. Conclusie Volgens de prognoses is er in de gemeente Hardenberg de komende tien jaar behoefte aan ruim 1.600 nieuwe woningen. Het gros zal gebouwd worden in Hardenberg en Dedemsvaart (de groter kernen binnen de gemeente Hardenberg). Echter wil de gemeente ook nadrukkelijk bouwen voor alle andere (kleinere) kernen, waaronder Balkbrug. In deze kernen wil de gemeente vooral inzetten op het bouwen voor starters/jongeren en ouderen. De te realiseren 12 koopappartementen zijn uitermate geschikt voor starters, jongeren maar ook senioren.

Op deze manier krijgt deze doelgroep de mogelijkheid om in Balkbrug te kunnen blijven wonen. Anderzijds wordt ingezet op senioren en mensen met een (zware) zorgvraag. Vooral in de kleinere kernen in de gemeente Hardenberg zijn er onvoldoende van deze zorgwoningen. Met de realisatie van 16 zorgeenheden kan een bijdragen geleverd worden aan voldoende aanbod voor deze doelgroep binnen de kern Balkbrug.

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

14

De ontwikkeling van een woonzorgcomplex met 16 eenheden en 12 reguliere koopappartementen aan de Coevorderweg 2-4 in Balkbrug voorziet daarmee in een duidelijke kwantitatieve én kwalitatieve behoefte. Geconcludeerd kan worden dat onderhavig plan voldoet aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

15

Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleidsen kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hieronder wordt het plan getoetst aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel.

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

16

Artikel 2.1.2: Principe van concentratie (lid 1) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen Doorwerking in voorliggend plan: In dit geval gaat het om de sloop-nieuwbouw van een inbreidingslocatie in Balkbrug. Een vervallen horecapand wordt gesloopt en maakt plaats voor een woonzorgcomplex en reguliere appartementen. Het gaat daarmee om een stedelijke voorziening die voldoet aan de lokale behoefte. Het initiatief is daarmee in overeenstemming met het principe van concentratie. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

Doorwerking in voorliggend plan: In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. In voorliggend geval is sprake van een inbreidingslocatie in bestaand bebouwd gebied. Deze wordt middels herontwikkeling geschikt gemaakt voor de gewenste bouw van een woonzorgcomplex en reguliere apparementen. Van extra ruimtebeslag op de groene omgeving is daarom geen sprake. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2.

In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

17

plaatsgevonden. Doorwerking in voorliggend plan: De voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een woonzorgcomplex én reguliere appartementen. Zoals in 3.3.2 wordt geconcludeerd is er sprake van een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte naar het woonzorgcomplex met 16 eenheden en de 12 reguliere woningen. Geconcludeerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). De realisatie van een woonzorgcomplex met 16 eenheden en 12 reguliere woningen voorziet in een lokale behoefte voor uiteenlopende doelgroepen.

Aangezien het plangebied is gelegen binnen een bestaande woonwijk doet het plan geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor de omgeving. Dit wordt overigens getoetst in paragraaf 4.2.

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

18

Gebiedskenmerken Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van beleving) is met name van belang dat het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied en reeds bebouwd en verhard is. De toetsing aan de 'Natuurlijke laag' en de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap' is achterwege gelaten, aangezien deze gebiedskenmerken niet meer voorkomen in het plangebied. Dit geldt eveneens voor de ‘Laag van beleving’, deze laag is ter plaatse nooit van toepassing geweest. Stedelijke laag

Figuur 3.3: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Voor het plangebied gelden twee gebiedskenmerken, te weten: Historische centra binnensteden: Funcioneel worden deze gebiedengekenmerkt door een mix van functieswaarvan de concentratie van voorzieningen op gebied van detailhandel, horeca,cultuur, onderwijs, gezondheidszorg etcetera een belangrijk deel vormt. Oudesingels en parken refereren aan oudestadswallen. Het historisch patroon vanstraten en bebouwing vormt nog steeds de onderlegger van de oude centra. Als ontwikkelingen plaats vinden in historische centra, binnensteden en landstadjes, dan dragen deze bij aan behoud en versterking de mix van functies, het historisch gegroeide patroon van wegen en openbare ruimten en de leefbaarheid. Grote bouwopgaven, zoals bij herstructurering, inbreiding of intensivering van woon-, werk-, en voorzieningen milieus worden ingepast met respect voor de historie, het individuele karakter van de bebouwing en de leefbaarheid, in relatie tot de problematiek van verkeer en parkeren. Bebouwingsschil 1900-1955: De bebouwingsschil 1900-1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Op sommige plaatsen liggen (voormalige) grootschalige fabriekscomplexen direct aansluitend aan woonwijken.

Deze stadswijken kennen een gesloten, compacte vorm (bouwblokken) en zijn veelal opdeelbaar in wijken met eigen karakter. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaats vinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900 - 1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

19

naar de omliggende bebouwing Toets Momenteel is er geen historische bebouwing meer aanwezig binnen het plangebied. Op oude archieffoto's blijkt er echter, voor de bouw van de huidige bebouwing, wel degelijk historische bebouwing heeft gestaan. In paragraaf 3.3.3 wordt hier nader op in gegaan. In het huidige stedenbouwkundig plan wordt ervoor gekozen om de architectuur te laten refereren aan de bebouwing die er in het verleden heeft gestaan. Op deze manier wordt het plan ingepast met respect voor de historie. Op deze manier draagt het plan bij aan het versterken en vernieuwen van een belangrijk entreegebied van de kern Balkbrug. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

De gemeenteraad van Hardenberg heeft op 6 juli 2021 de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg vastgesteld. De omgevingsvisie loopt vooruit op de landelijke Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt. Voor het plangebied is met name het thema 'Hardenberg voor elkaar' relevant. De gemeente Hardenberg wil haar eigen inwoners behouden en wil jongeren, hoger opgeleiden en jonge gezinnen voor haar eigen gemeente behouden. De gemeente Hardenberg wil tot 2035 tenminste 3.500 woningen bouwen. Het thema 'Hardenberg voor elkaar' is opgedeeld in vier subthema's: Aantrekkelijk wonen Bouwen aan de stad Zorg voor elkaar Gezonde leefomgeving Voor voorliggend plan zijn met name de subthema's 'Aantrekkelijk wonen' en 'Zorg voor elkaar' relevant. Deze worden achtereenvolgens behandeld. Aantrekkelijk wonen De twee hoofdkernen (Hardenberg en Dedemsvaart) zijn vooral in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens buiten de gemeente. De (woon)dorpen en buurtschappen zijn vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf. Het aantal huishoudens in West-Overijssel groeit tot 2030 tot 35.000 tot 40.000 inwoners. Deels is deze groei autonoom (bevolkingsgroei en afname grootte huishoudens). Voor het andere deel komt dit door inhaalvraag en overloop vanuit de steden in het westen en de randen van het land.

De regio West-Overijssel heeft onvoldoende plancapaciteit om deze huishoudens allemaal te huisvesten. Er is behoefte aan nieuwe woningen. De gemeente Hardenberg wil tenminte 1.000 woningen (extra) bouwen om de groei van de regionale woningbehoefte te helpen opvangen. De gemeente Hardenberg heeft concreet de volgende ambities geformuleerd: De gemeente wil, naast eigen inwoners, minimaal 1.000 nieuwe huishoudens een plaats geven. De gemeente wil jongeren vasthouden of naar de gemeente laten terugkeren om te wonen en werken. Jongeren zorgen voor een toekomstbestendige economie en geven draagvlak voor de voorzieningenstructuur. De gemeente speelt flexibel in op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen (adaptieve aanpak). De gemeente werkt met een kortere planhorizon. Daarbij wordt kleinschaliger gewerkt en levert de gemeente maatwerk per kern. De gemeente zoekt naar meer mogelijkheden voor wonen in het landelijk gebied en in de kleine kernen. De ambities zijn vervolgens weer vertaalt naar opgaven. De belangrijkste voor het plangebied zijn: De gemeente breid de woningvoorraad uit en verbeterd deze. Tot 2035 zijn tenminste 3.500 woningen nodig. 3.000 hiervan wil de gemeente bouwen voor 2030. De uitbreiding

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

20

van de woningvoorraad ziet er onder andere komende 5-10 jaar als volgt uit: 1. Van 2022 tot en met 2026 zijn jaarlijks 300 woningen nodig; 2. In en rond de centra maakt de gemeente het woningaanbod diverser. Hier worden vooral woningen gebouwd voor kleinere huishoudens zoals starters en senioren. Er komen nieuwe woon-zorgconcepten voor inwoners die dit nodig hebben. 3. De gemeente wil inspelen op de marktvraag, zowel qua aantal als type woningen. Daarom zorgt de gemeente voortdurend voor nieuwe woonbestemmingen in bestemmingsplannen. 4. Het woningbouwprogramma is gebaseerd op leefbaarheid, ook op de langere termijn. Zo behoudt de gemeente een aantrekkelijke, vitale woonomgeving. 5. In samenspraak met ontwikkelaars en consumenten richt de gemeente zich vooral op kleine woningbouwprojecten. Zo kan men inspelen op de woontrends. Ontwikkelingen op de lange termijn verliest men niet uit het oog. Samen met de woningcorporatie werkt de gemeente aan nieuwe combinaties van (betaalbaar) wonen en ambulante zorg. De gemeente werkt samen met (dorps)gemeenschappen aan kaders voor nieuwe woningbouwontwikkelingen en aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. Zorg voor elkaar De gemeente Hardenberg heeft voor het subthema 'Zorg voor elkaar' de volgende ambities geformuleerd: De gemeente Hardenberg gaat samen met de (dorps)gemeenschappen werken aan de leefbaarheid.

De gemeente probeert ouderen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving te laten wonen. Vooral in kleinere kernen is dit een forse opgave. Een zorgvuldig woningbouwbeleid en een meer gebiedsgerichte benadering van zorg en ondersteuning is nodig. De gemeente Hardenberg onderzoekt de mogelijkhedne voor meer kleinschalige woon-/zorgconcepten en meer inzet van algemene - in plaats van individuele - specialistische voorzieningen. Toets Met voorliggend plan wordt een woonzorgcomplex met 16 eenheden en 12 reguliere appartementen gerealiseerd. Het betreft een kleinschalig plan voor uiteenlopende doelgroepen (starters/jongeren en ouderen/zorgbehoevenden) op een inbreidingslocatie in Balkbrug. Dergelijke plannen wil de gemeente Hardenberg faciliteren. Met het beoogde plan kunnen ouderen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving blijven wonen. Iets waar vooral in kleinere kernen als Balkbrug behoefte aan is. Daarnaast zijn de 12 reguliere appartementen zeer geschikt voor starters en jongeren. Op deze manier kan de gemeente Hardenberg de jongeren in Balkbrug aan een geschikte woning helpen en kunnen ze in Balkbrug blijven wonen. Voorliggend plan voldoet aan de beleidsuitgangspunten van de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg. 3.3.2

Programma wonen Hardenberg 2019-2025

Het Programma Wonen is op 26 maart 2019 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld. Het programma legt de woonambities voor de langere termijn vast, maar voorziet daarnaast in concrete maatregelen voor de eerstvolgende twee jaar. Ambitie: rust en ruimte, met oog voor elkaar ook in de toekomst In de gemeente Hardenberg is het al jaren goed wonen, werken en leven. Door de ligging in het groene Vechtdal en de vele aantrekkelijke kleine kernen ervaren inwoners en bezoekers de rust, ruimte en veiligheid die de gemeente Hardenberg kenmerkt. Tegelijkertijd zijn er met Hardenberg en Dedemsvaart twee stedelijke kernen waar de werkgelegenheid zich concentreert en alle voorzieningen te vinden zijn. Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente Hardenberg het komende decennium zal blijven groeien. In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Volgens de prognoses is er in de gemeente Hardenberg de komende tien jaar behoefte aan ruim 1.600 nieuwe woningen. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen de diverse kernen. Zo zijn ‘steden’ Hardenberg en Dedemsvaart in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens van buiten onze gemeente en zijn de dorpen en buurtschappen vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf.

De afgelopen jaren is, mede door de ladder voor duurzame verstedelijking, sterk ingezet op woningbouw op locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Het bouwen van woningen op

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

21

inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt. Bijvoorbeeld bij het transformeren van leegstaand vastgoed of herbestemming van bedrijvigheid of industrie. De juiste woning voor elk huishouden De meeste mensen verhuizen tijdens hun leven wel één of meerdere keren. Je betreedt de woningmarkt als starter. De meeste starters beginnen met een kleine, betaalbare woning. In de eerste plaats gaat het bij deze groep vooral om het zelfstandig wonen. Na een aantal jaar komt de wens om iets ruimer te gaan wonen. Dat geldt zeker als gezinsuitbreiding aan de orde komt. De starter van weleer wordt dan een doorstromer. Voor veel doorstromers in onze gemeente is een ruime tweekapper of vrijstaande woning het ideaalbeeld. Deze fase in de wooncarrière houdt lange tijd aan. Ongeveer vanaf de periode dat het pensioen aan de orde komt, volgt een kantelpunt. Huishoudens gaan dan nadenken over hun toekomstige woonsituatie. Dat betekent dat sommige huishoudens willen verhuizen naar een kleinere woning met minder onderhoud en meer mogelijkheden om zelfstandig te blijven wonen, ook bij een eventuele zorgvraag. Steeds meer senioren zien voldoende mogelijkheden om in hun huidige, vaak ruime, woning te kunnen blijven wonen, ook als zij ooit zorgbehoevend worden.

Voor voorliggend plan zijn met name starters en senioren relevant. Hierover zegt de gemeente Hardenberg het volgende. Betaalbaar wonen voor starters De gemeente Hardenberg vindt het belangrijk dat de keuzemogelijkheden voor starters op de woningmarkt worden vergroot. Dat doen ze ten eerste door het bouwen van betaalbare woningen in de koopsector. Dat betekent wel dat de (woontechnische) kwaliteit op deze betaalbaarheid afgestemd moet zijn, zodat deze woningen in de toekomst zoveel mogelijk voor de startersdoelgroep behouden blijven. De gemeente denkt daarbij vooral aan het toevoegen van kleine rij- en hoekwoningen en (met name in de grotere kernen) ook gestapelde bouw. Door bij het ontwerp te sturen op een maximum woon- en kaveloppervlak (voor de kernen Hardenberg en Dedemsvaart) streeft de gemeente naar een duurzaam starterssegment op de woningmarkt. In de andere kernen zoeken starters meestal direct een ruimere grondgebonden woning om een gezin te stichten. Hier stelt de gemeente geen oppervlakten. Wel onderzoekt de gemeente of er onder starters behoefte is aan nieuwe woonconcepten (zoals een combinatie van wonen met werken, meegroei-woningen, etc.) en bij voldoende vraag zullen deze behoefte faciliteren. Een geschikte woning voor elke senior De gemeente Hardenberg vergrijst in hoog tempo.

Dat is niet uitzonderlijk voor een middelgrote gemeente in het oosten van het land, maar wel iets om rekening mee te houden in het woonbeleid. Gelukkig zijn ouderen steeds vitaler en zelfstandiger. Het langer zelfstandig wonen is daarom niet alleen iets wat vanuit het Rijk is opgelegd, maar vooral ook een maatschappelijke trend. Via het woonbeleid geeft de gemeente ouderen de keuze tussen langerzelfstandig wonen of doorstromen naar een meer geschikte en comfortabele woning. De gemeente zet in op: Vernieuwende, kleinschalige woonzorginitiatieven: Er blijft een categorie ouderen bestaan die te veel zorg nodig heeft om in een reguliere woning te blijven wonen, maar een te lichte zorgvraag heeft voor een verpleeghuis. Zij hebben behoefte aan een tussenvorm, met enerzijds zelfstandig wonen en anderzijds enige beschutting en de mogelijkheid voor extra zorg als dat bij momenten nodig is. De gemeente ziet steeds meer ontwikkelaars en particuliere initiatieven die hierop inspelen. Nu moeten ouderen in kleine dorpen vaak verhuizen naar Hardenberg of Dedemsvaart als zij extra zorg nodig hebben, terwijl men het liefst in het eigen dorp wil blijven wonen. De gemeente zoekt daarom naar nieuwe partijen die bereid zijn kleinschalige woonzorginitiatieven te ontwikkelen in de kleinere kernen.

Denk daarbij bijvoorbeeld aan het Knarrenhof-concept, collectief particulier opdrachtgeverschap voor gelijkgestemde ouderen, kangoeroewoningen of meergeneratiewoningen. Hierbij hoeft het niet altijd te gaan om nieuwbouw. Ook splitsing of samenvoegen (al dan niet tijdelijk) van bestaande woningen of gebouwen kan daarbij tot de mogelijkheden behoren. Belangrijk is wel dat bij het al dan niet medewerking verlenen aan nieuwe initiatieven ook rekening gehouden moet worden met het bestaande zorgvastgoed in de verschillende kernen. Zware zorgvragers: Zware zorgvragers Als gevolg van de vergrijzing neemt niet alleen de vitale groep ouderen toe, maar ook de ‘oudere ouderen’ en daarmee de behoefte aan zware (verpleeghuis)zorg, bijvoorbeeld voor dementie. Om voldoende aanbod te creëren voor deze zorgvraag, brengt de gemeente Hardenberg op dit moment de behoefte aan

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

22

verschillende vormen van wonen met zorg in kaart. Op basis daarvan worden nieuwe woonzorginitiatieven getoetst op het voorzien van de lokale kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar wonen met zorg. De gemeente voorziet geen rol om tevens huisvesting te creëren voor zorgvragers uit regiogemeenten. Toets De voorgenomen ontwikkeling geeft op meerdere manieren invulling aan de woningbehoefte in de gemeente Hardenberg. Kwantitatief gezien is er ruim voldoende vraag naar nieuwe woningen. De voorgenomen ontwikkeling geeft hier binnen de kaders van de locatie invulling aan. Kwalitatief gezien wordt met het woonzorgcomplex én de reguliere appartementen invulling gegeven aan de behoefte aan enerzijds kleinschalige zorgcomplex voor ouderen met lichte of zwarte zorgvraag én anderzijds aan starters in de kern Balkbrug. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het 'Programma Wonen'. 3.3.3

Visie Dorpshart Balkbrug

De Focusgroep ‘Nieuwe Dorpsstraat’ is rond 2017 ontstaan als onderdeel van de actieve bewonersgroep ‘Coalitie 2025’ in Balkbrug. De plannen voor een vernieuwde N377 waren voor de focusgroep een belangrijke stimulans om bij de gemeente Hardenberg aandacht te vragen voor verbetering van de uitstraling van het centrumgebied. Na een participatietraject heeft Het Oversticht een visie voor het dorpshart gemaakt. De Visie Dorpshart 2020 is daar het resultaat van. Belangrijkste punten uit dit voorstel zijn: Het groene karakter Ruimte voor ontmoeten De doorgaande noordzuid-verbinding Markeren van de entrees van het dorp Meer ruimte voor wandelaars en fietsers Meer duidelijkheid door verschillende inrichting van de vier kwadranten Eenheid door eenvoud, materiaalkeuze (bestrating, zitelementen en plantenbakken) Deze zijn vervolgens uitgewerkt in zes deelopgaven. Het plangebied vaan de Coevorderweg 2-4 ligt in deelopgavengebied 4, zie ook onderstaand figuur.

Figuur 3.4: scenario uitwerking centrum Balkbrug (bron: Het Oversticht) Uitgangspunten deelopgave 4: informatie en ontmoeting, zorg Inwoners met een handicap / zorgbehoefte kunnen hier een zinvolle tijdsbesteding hebben en elkaar ontmoeten op een (groen) terras; Ontwikkeling van woningen is mogelijk, ten behoeve van zorgbehoevenden, starters of ouderen. Ontmoeten in een gezamenlijke tuin; Er blijft ruimte voor een groene invulling langs de straat en voor langs- of haaks parkeren.

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

23

Bebouwing moet passen in het dorpslint: 1. Variatie in kleinschalige bebouwing (1 a 2 lagen met kap) 2. Kappen (mansarde- en zadelkap, veelal haaks op de weg) 3. Op de hoek kan een (wit) accent refereren aan de historische bebouwing op deze plek.

Figuur 3.5: scenario uitwerking centrum Balkbrug - deelopgave 4 (bron: Het Oversticht) Toets Met voorliggend plan wordt een nieuw wooncomplex gebouwd voor de doelgroep ouderen/zorgbehoevenden en starters. Met het beoogde ontwerp is zoveel mogelijk rekening gehouden met de uitgangspunten uit de visie van Het Oversticht. Zo wordt er op de hoek een (wit) pand gerealiseerd dat refereert aan de historische bebouwing die ooit op deze plek heeft gestaan. Ook blijft er voldoende ruimte over voor groene en ontmoetingsruimte. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van Visie Dorpshart Balkbrug.

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

24

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit m.e.r. zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan.

Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). De Afdeling heeft in deze uitspraak bepaald dat het feit dat het gebruik van het perceel door de realisering van het project (vestiging evenementenhal op een bedrijventerrein) verandert, niet betekent dat de wijziging van het gebruik aangemerkt dient te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject.

Daarbij is van belang dat de functiewijziging niet gepaard gaat met een uitbreiding van bebouwing op het perceel, dat de dat het niet aannemelijk is dat de wijziging van het gebruik een dusdanig andere verkeersaantrekkende werking heeft dat daarmee milieugevolgen gepaard gaan die ertoe moeten leiden dat de ontwikkeling aangemerkt dient te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Daarbij heeft de Afdeling tevens in aanmerking genomen dat het project is gelegen aan de rand van een bedrijventerrein in een gebied met een gemengd karakter en waar op grond van het bestemmingsplan al bedrijvigheid was toegestaan. Als gevolg van dit bestemmingsplan wordt een bestaande horecabestemming met bijbehorende opstallen en verharding gesloopt en vervangen door een woonzorgcomplex voor zorgbehoevenden. Daarnaast komen er 12 reguliere koopappartementen. Het bestaande

bestemmingsplan Balkbrug, herontwikkeling C oevorderweg 2-4 NL.IMRO.0160.0000BP00402-VG01

25

hoofdgebouw (horecapand) heeft een oppervlakte van circa 650 m2. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling bedraagt de bebouwde oppervlakte circa 765 m2. Daarmee voorziet het bouwplan in een toename van de bebouwde oppervlakte van circa 115 m2. Zoals uit voorgaande jurisprudentie is gebleken zijn met name de aspecten bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling bepalend of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Nu is gebleken dat de bebouwde oppervlakte toeneemt met circa 115 m² betekent dit niet dat er per definitie sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Gelet op deze beperkte toename van de bebouwde oppervlakte kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879). In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel.

Aangezien het ruimtebeslag van de voorgenomen bebouwing slechts beperkt toeneemt kan geconcludeerd worden dat het plan niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Tot slot neemt het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling gering toe (zie paragraaf 4.10). In de paragrafen 4.2 tot en met 4.10 blijkt tevens dat de overige milieuaspecten geen nadelige milieueffecten heeft. Op basis hiervan geldt dat het plan geen nieuw stedelijk ontwikkelingsproject betreft en derhalve niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is.

4.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12661053/1