CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport fase 2 Groene en Gezonde maatlat 17 mei definitief

gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Eindresultaat fase 2 Groene en Gezonde maatlat12.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

27

omgeving, of we ook niet andere klimaatknelpunten mee kunnen nemen bij onze werkzaamheden (meekoppelkansen). Wat is onze opgave? Elk nieuw gebouw of locatie-ontwikkeling gaan we zo ontwerpen dat hevige regenval niet tot waterschade leidt. De verwerking van de buien vindt bij voorkeur plaats via het infiltreren van hemelwater in de bodem en tijdelijke berging op het maaiveld. Enkel een teveel aan hemelwater voeren we af, via de riolering, naar het watersysteem. Het voorkomen van waterschade kunnen we niet alleen. Een groot deel van een woonwijk bestaat uit particuliere percelen. Die moeten hun steentje bijdragen. Van inwoners vragen wij om een deel van de regenbui te bergen op eigen terrein. De voorzieningen die wij ontwerpen zijn bij voorkeur groene maatregelen: wadi’s, groene daken, verlaagd uitgevoerde boom en/of beplantingsvakken en infiltratiegreppels of sloten.

4.7 Gezondheid Onder gezondheid in de fysieke leefomgeving verstaan we het vermogen van de mens om zich aan te passen en de eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. Positieve gezondheid hierin is een brede blik op hoe mensen gezondheid ervaren, met een vertaling naar de fysieke leefomgeving. Wat willen we bereiken? 1. Wij streven naar woongebieden die uitdagen om te bewegen, ontmoeten, spelen, samenwerken en sporten. 2. Deze gebieden zijn zodanig ingericht dat er voldoende groene locaties bereikbaar zijn voor iedereen om te recreëren. Onze woongebieden zijn schoon, gezond, herkenbaar en veilig ingericht, waarbij ze toegankelijk zijn voor alle gebruikers. 3. Ook is zorg, ondersteuning, gezond voedsel, essentiële winkels en voorzieningen bereikbaar en toegankelijk voor iedereen. Waar staan we nu? Het verwerken van het thema ‘fysieke gezondheid’ in het ontwerp van de leefomgeving is nieuw. We zijn ons er echter van bewust dat de inrichting van onze omgeving bij kan dragen aan de gezondheid van onze inwoners. Door aandacht te hebben voor bereikbare ontmoetingsplekken, voldoende loop- en fietsroutes, voldoende voorzieningen voor het openbaar vervoer, de juiste aandacht voor gezond voedsel en voldoende bewegen, verbeteren wij de gezondheid van onze inwoners. Wat is onze opgave?

28

Hoewel er nog geen normen bestaan voor een gezonde fysieke leefomgeving willen wij, binnen onze woon- en leefomgeving streven naar voldoende en bereikbare sport, speel en ontmoetingsplekken. Deze plekken zijn aantrekkelijk, gevarieerd, duurzaam en groen ingericht. Wij stimuleren het bewegen in het groen: wandelen en fietsen in en rond de stad en dorpen. Dat vraagt om een minder strenge scheiding tussen bebouwde kom en landelijk gebied en om mogelijkheden te creëren buiten de bebouwde kom. Binnen elke ruimtelijke ontwikkeling hebben wij aandacht voor een goede milieukwaliteit waarbij de normen voor geluid, stank en fijnstof binnen de geldende regels valt. Woonomgevingen worden veilig ingericht, met aandacht voor voldoende straatverlichting, bewegwijzering en veilige routes, afgeschermd van gemotoriseerd verkeer. Er is voldoende openbaar vervoer en OV-haltes zijn bereikbaar, duurzaam afgewerkt en weerbestendig ingericht.

29

5 Werking en functie van de maatlat In dit hoofdstuk wordt nader beschreven hoe het instrument maatlat eruit ziet en op welke wijze deze toegepast kan worden om ook doorwerking te kunnen hebben in de praktijk.

5.1 Functie Uitgangspunt 1: een nieuwe standaard voor ruimtelijke ontwikkelingen De groene en gezonde maatlat vormt de nieuwe standaard voor de inrichting van de fysieke ruimte in de Gemeente Hardenberg. Dit instrument geeft sturing en voeding aan nieuwe en bestaande ruimtelijke ontwikkelingen. Het is een raadsproces, waarmee de maatlat ook nadere invulling geeft aan de kaderstellende rol van de gemeenteraad als uitwerking op de omgevingsvisie. Uitgangspunt 2: een basis- en ambitieniveau met lokaal maatwerk Specifiek is er aandacht voor de uitwerking op het gebied van klimaat, biodiversiteit en positieve gezondheid. De maatlat bevat een harde ondergrens waar ontwikkelingen ten minste aan moeten voldoen. Dit basisniveau is gebaseerd op de wettelijke verplichtingen en randvoorwaarden. Daarnaast bevat de maatlat bovenwettelijke ambities en een vertaling van het toekomstperspectief voor de leefomgeving van de toekomst. De maatlat biedt hiermee uniformiteit en helderheid over de kaders bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de maatlat worden thema’s vertaald naar (ontwikkel)principes en voorwaarden. Deze worden zo concreet mogelijk gemaakt om doorwerking te kunnen hebben in de praktijk. Hierbij wordt gewerkt met bandbreedtes om zo lokaal maatwerk en ruimte voor ontwerp en uitvoering te geven.

Nadrukkelijk wordt hierbij ruimte geboden aan creativiteit en innovatieve oplossingen en functiecombinaties.

5.2 Keuzes Uitgangspunt 3: de ontwikkeling van de maatlat vergt politieke en bestuurlijke inhoudelijke afwegingen en keuzes Bij de ontwikkeling van de maatlat worden ambities vertaald naar de praktijk. Het inpassen van deze ambities heeft consequenties. Dit zijn positieve effecten zoals de toename van gezondheid en ruimtelijke kwaliteit. Ook zullen er dilemma’s ontstaan, zoals de financiering van de ambities, wat kan er verwacht worden van private partijen, de effecten op het beheer en de effecten op andere functies zoals parkeren. In het maatlat proces worden zowel positieve als negatieve effecten inzichtelijk gemaakt en vertaald naar dilemma’s. Het proces is daarmee een opmaat richting een politieke afweging over invulling van ambities en consequenties. Hierbij zullen ook keuzes gemaakt moeten worden over de wijze waarop men wil sturen (verplichtend, stimulerend, etc.).

30

5.3 Toepassing en doorwerking Na de politieke keuze voor een ambitieniveau kan worden overgegaan tot implementatie van de maatlat in instrumenten die het mogelijk maken om de ambities toe te passen in de praktijk. Uitgangspunt 4: werken vanuit het natuurlijke systeem (de ondergrond) Bij de ontwikkeling van de maatlat wordt gebruik gemaakt van de lagenbenadering. Waar men in de ruimtelijke ordening lang ontwikkelde vanuit de occupatie laag (bijv. de woningen die toegevoegd moeten worden), dwingt ons de realiteit (grenzen aan de maakbaarheid) en nieuw beleid tot een andere werkwijze waarin we het natuurlijke systeem de ondergrond (bodem, water, natuur en sociale netwerken) als uitgangspunt nemen. De maatlat maakt gebruik van deze omgekeerde lagenbenadering (zie figuur voor illustratie). De maatlat is hiermee ook een manier van werken, dat in de vervolgfase vraagt om een procesbeschrijving.

Figuur 3 De lagenbenadering en de omgekeerde lagenbenadering

Uitgangspunt 5: de maatlat heeft meerdere werkingsniveaus De toepassing van de maatlat wordt gedaan op drie niveaus, 1) stad/dorps niveau, 2) wijkniveau en 3) straatniveau. Hierbij geldt dat een maatregel op een lager niveau moet passen bij de strategie op het hogere niveau. Voor ieder niveau geldt dat de maatlat op een andere wijze toegepast kan worden: 1) Stad/dorp niveau a. Locatiekeuze: Bij de locatiekeuze van nieuwe ontwikkelingen (wonen en bedrijven) is aandacht voor de thema’s van de maatlat. 2) Wijkniveau

31

a. Kaderstelling gebiedsontwikkelingen: wanneer een locatie wordt ontwikkeld wordt de maatlat gehanteerd als kader voor verdere ontwikkeling en ontwerp. 3) Straatniveau a. Herstructurering/herinrichting bestaand gebied. Bij de inrichting van bestaand gebied (voornamelijk openbaar gebied) is de maatlat uitgangspunt voor ontwerp en uitvoering. Uitgangspunt 6: het succes van de maatlat is afhankelijk van het moment van toepassing Een effectieve toepassing van de maatlat is sterk afhankelijk van een vroege inzet van het instrument bij de visievorming bij nieuwe ontwikkelingen (en de relevante besluitvorming daarin). In deze fase is het namelijk nog mogelijk om te sturen op ambities en kunnen de maatregelen die voortkomen uit de maatlat integraal, locatie- en projectafhankelijk en in nauwe samenhang met de financiële consequenties in het ontwerp worden meegenomen. Hierdoor wordt voorkomen dat later in het planproces interventies plaatsvinden met gevolgen voor eerder gemaakte keuzes, planning en aanpassing van ontwerp. Het is daarom noodzakelijk dat de maatlat tijdig en op verschillende momenten in te zetten in het planproces. Dat vraagt om een herijking van de spelregels tussen Raad en college over gebiedsontwikkelingsprocessen. In de huidige situatie wordt de gemeenteraad enkel betrokken wanneer een formeel besluit genomen moet worden over bijv. het bestemmingsplan.

De meest effectieve toepassing van de maatlat vraagt om invloed van de raad in een vroeger stadium bij ruimtelijke ontwikkelingen (woningbouw, bedrijventerreinen). Dat maakt het mogelijk om de toepassing van ambities voor een gebiedsprogramma, zoals duurzaamheid, klimaat, water & biodiversiteit (GGM) in te bedden in het planvoorbereidingsproces en er een gedachtewisseling kan plaatsvinden met tussentijdse besluitvorming over financiële kaders en uitgangspunten van de Grondexploitatie in combinatie met kwalitatieve ambities. Daarmee wordt de maatlat als leidraad genomen bij de start van een planproces en voorin het planproces vindt de concrete toepassing van het instrument plaats in een afweging over de ambities (bandbreedtes) in relatie tot de financiële kaders in een concreet gebiedsontwikkelingsproces. Dit geeft duidelijkheid en helderheid over de verdere invulling van de ambities naar realisatie.

32

6 Aanpak vervolg fase 3 Met de vaststelling van fase 2 kan worden overgaan naar de volgende fase, de ontwikkeling van de concept maatlat. In dit hoofdstuk wordt het vervolgproces nader toegelicht.

6.1 Stappen naar een concept maatlat Divergeren- convergeren Om te komen tot een maatlat is een proces voorzien van divergeren en convergeren. In fase 2 is de nadruk gelegd op het divergeren, het breed verkennen van de inhoudelijke scope, maar ook de mogelijkheden en functie van het instrument. Het voorliggende tussenresultaat van fase 2 vormt de start van fase 3. In deze fase zullen we vanuit de brede inventarisatie gaan convergeren, inzoomen op de vertaling van de inhoudelijke thema’s in de concrete praktijk. Ontwerpend onderzoek De methode die wij hierbij willen gebruiken heet ‘ontwerpend onderzoek’. Ontwerpend onderzoek is een proces waarbij het doen van onderzoek en het (direct) ontwerpen van mogelijke oplossingen in één proces verweven zijn. Deze methode is zeer geschikt om met multidisciplinaire vraagstukken integraal aan de slag te gaan. De manier van onderzoeken houdt in dat alle relevante informatie wordt verzameld (zie fase 2) en keuzes gemaakt kunnen worden uit de ontdekte informatie. Vervolgens wordt toegewerkt naar mogelijke oplossingen en worden keuzes gemaakt die leiden tot het gewenste resultaat. Concreet willen we werken met een aantal scenario’s of varianten die we kunnen destilleren uit de inhoudelijke scope. Vervolgens vertalen we deze scenario’s naar verschillende ontwerpen voor een concrete woon- of bedrijventerreinontwikkeling.

Met deze werkwijze wordt het ontwerp continu beoordeeld en verbeterd. Varianten doorgerekend Met deze concrete ontwerpen kan de GPR berekening worden uitgevoerd, waardoor we inzicht krijgen in de score van de verschillende scenario’s op de kwaliteitscriteria. Daarnaast zullen de ontwerpen ook doorgerekend worden, zodat naast kwaliteit ook de financiële effecten in beeld gebracht kunnen worden. Keuze maken De ontwerpen, kwaliteitsbeoordeling en inzichten in financiële consequenties leiden tot inzicht in de bandbreedte van de maatlat. Wat wel en niet acceptabel is, is een politieke keuze. Daarom zal aan de hand van de verschillende scenario’s een aantal politieke keuzemogelijkheden en/of dilemma’s worden voorgelegd. Wat is haalbaar, betaalbaar of wat hebben we over voor een bepaald scenario. Met de keuze voor een bepaald niveau, wordt de maatlat vastgesteld. Daarna vindt de fase van implementatie plaats. 33

Planning Het opstellen van de concept maatlat duurt naar verwachting tot en met september 2024. Het streven is om de maatlat in 2024 definitief op te leveren.

6.2 Inspiratie uit het land In fase 2 is ook verkend welke maatlatontwikkeling er elders in het land plaatsvindt. Een uitgebreide analyse is opgenomen in de bijlage. De verkenning die is uitgevoerd naar de verschillende manieren van borging van klimaatadapatie en natuurinclusief laat een scala aan beleid/kaders en instrumenten zien. De verkenning laat ook zien dat per gremium het niveau van borging en invulling sterk varieert. Verder blijkt uit de verkenning dat een integrale benadering voor de scope zoals hij door de Gemeente Hardenberg is vastgesteld, nog niet elders is uitgevoerd. In veel uitwerkingen is er enkel aandacht voor de klimaatadaptatie thema’s. In een aantal gevallen wordt daaraan het thema natuurinclusief gekoppeld. Maar de combinatie met gezondheid is nog niet ergens anders op deze wijze gelegd.

6.3 Communicatie en participatie Gedurende het proces zal er aandacht zijn voor een goede communicatie over het proces. Hierbij is als uitgangspunt genomen dat het proces een open en transparant proces moet zijn. Dit betekent dat er in de lokale media over wordt gecommuniceerd richting inwoners. Ook zullen de raadssessies open zijn voor inwoners. Omdat het een raadsproces is zal er worden gecommuniceerd vanuit de raad, in goede afstemming met college. Naast de inhoudelijke exercitie zal er in de vervolgfase ook aandacht zijn voor externe inspiratie en participatie. Zo is er een excursie gepland om een kijkje te nemen bij een andere gemeente en laten we ons inspireren, adviseren en bekritiseren door de kritische vrienden (een groep van bepalende stakeholders uit de maatschappij).

34

7 Bibliografie Convenant toekomstbestendige woningbouw (pp. 2–29). (2023). https://toekomstbestendigbouwen.nl/app/uploads/2023/07/ConvenantToekomstbestendige-Woningbouw-15-februari-2023-DT-DEF.pdf Gemeente Delft. (2021). Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen: Kader voor ontwikkelingen. https://delft.raadsinformatie.nl/document/10058464/1 Gemeente Delft. (2022, 6 oktober). Beleidsregel Klimaatadaptief Bouwen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkeling en herstructurering. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR682015/1 Gemeente Enschede. (2022). Water- en Klimaatadaptatieplan. https://groenblauwenschede.ireporting.nl/hoofdrapport-wek/samenvatting Gemeente Hardenberg. (z.d.). Gewoon gezond Hardenberg: Nota gezondheidsbeleid Gemeente Hardenberg. Gemeente Hardenberg. (2021). Landstad Hardenberg: Omgevingsvisie. https://www.hardenberg.nl/inwoners/wonen/wonen-vervolg/uw-leefomgeving/onzeomgevingsvisie/landstad-hardenberg Gemeente Hardenberg. (2023). Strategiebrief “Bedrijventerreinen in ontwikkeling”. Metropoolregio Amsterdam, Inbo, Tauw, & &Flux. (2021). Basisveiligheidsniveau Klimaatbestendige Nieuwbouw 3.0. In BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW2. https://www.metropoolregioamsterdam.nl/wpcontent/uploads/2021/07/Basisveiligheidsniveau-Klimaatbestendige-nieuwbouw.pdf Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2023, 3 maart).

Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/03/23/kamerbrief-overlandelijke-maatlat-voor-een-groene-klimaatadaptieve-gebouwde-omgeving Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (2021). Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie. https://www.deltaprogramma.nl/themas/ruimtelijke-adaptatie/deltabeslissing Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (2022). Water en Bodem sturend. https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022D50136 &did=2022D50136 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (2023, 15 september). Concept ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving. 35

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/05/30/bijlage-conceptruimtelijk-afwegingskader-en-begeleidende-tekst Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (2020, 29 februari). Gezondheid breed op de agenda: Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/02/29/gezondheid-breed-opde-agenda Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (2022, 16 september). Integraal Zorgakkoord: “Samen werken aan gezonde zorg”. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/09/16/integraalzorgakkoord-samen-werken-aan-gezonde-zorg Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (2023, 31 januari). GALA -Gezond en actief leven akkoord. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/01/31/gala-gezond-enactief-leven-akkoord Provincie Overijssel. (z.d.). Rapportage Actieprogramma Toekomstbestendig Bouwen. Provincie Overijssel. (2022). Overijssel voor elkaar!: Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie. https://www.overijssel.nl/media/rqvnwtv2/fundamentomgevingsvisie-gec.pdf Provincie Overijssel. (2023, 1 april). Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio West Overijssel 2023-2026. Regio Zwolle, De Zwarte Hond, & Studio Bereikbaar. (2023). Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta: Verstelijkingsstrategie Regio Zwolle.

https://www.denationaleomgevingsvisie.nl/publicaties/publicaties+novexgebieden/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=2408700&forcedownload=false Sweco Nederland B.V. (2024). Een praktische verkenning naar een Nederlandse groennorm: Een vergelijking van tien bestaande groennormen en financiele doorrekening van de drie best beoordeelde normen. https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/Praktischeverkenning-naar-een-Nederlandse-Groennorm-Sweco-2024.pdf

36

Bijlagen A. Verkenning maatlatontwikkeling In Nederland zijn veel ontwikkelingen op het gebied van maatlatten voor klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Hier wordt door zowel provincies, gemeenten als regionale samenwerkingen invulling aan gegeven. Dit hoofdstuk werpt een blik op deze ontwikkelingen in het land en trekt hieruit lessen die bij de aanpak van gemeente Hardenberg nuttig zijn.

2.1 Landelijk Een praktische verkenning naar een Nederlandse groennorm Sweco heeft in opdracht van ANWB, Natuur & Milieu, Staatsbosbeheer en Vogelbescherming Nederland een verkenning uitgevoerd naar een landelijke groennorm voor Nederland 11. Hiervoor zijn 10 bestaande gangbare groennormen onderzocht. Deze zijn beoordeeld op basis van 11 beoordelingscriteria, waarvan 5 inhoudelijke criteria en 6 implementatiecriteria. Het onderzoek concludeert dat er nog geen goede groennorm bestaat die in Nederland in gebruik genomen kan worden. Geen enkele norm scoort goed op alle 11 beoordelingscriteria. Ook behandelt geen enkele norm alle drie beleidsthema’s biodiversiteit, gezondheid en klimaat. Daarnaast ontbreekt een kwaliteitseis bij alle bestaande groennormen.

11

https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/Praktische-verkenning-naar-een-Nederlandse-Groennorm-Sweco2024.pdf

37

2.2 Regionale samenwerkingen Convenant toekomstbestendige woningbouw Het convenant toekomstbestendige woningbouw 12 is een initiatief van publieke en private partijen in Metropoolregio Amsterdam en provincie Utrecht. Dit convenant heeft de ambitie duurzaamheid makkelijker en tegen lagere kosten onderdeel te maken van de woningbouwopgave. Het convenant richt zich op de thema’s circulariteit, energie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, natuurinclusiviteit en gezondheid. Het convenant bestaat uit overwegingen en afspraken over handelingsperspectief en een toetsingskader. Deze afspraken betreffen het streven naar toekomstbestendige woningbouw, procesafspraken bij ontwikkelingen en afspraken over de ontwikkeling van het convenant. Het toetsingskader omschrijft voor alle thema’s en bijbehorende indicatoren een bronzen, zilveren en gouden ambitieniveau. Het handelingsperspectief neemt brons als minimum niveau, met een pas toe of leg uit principe. Bij elk project worden alle indicatoren toegepast en wordt een passend ambitieniveau gekozen. Overheden, ontwikkelaars, bouwers en andere partijen kunnen dit convenant ondertekenen. Overheden kunnen het convenant dan vastleggen in eigen beleid. Onder andere provincie Flevoland, Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland hebben dit convenant ondertekend. Ook veel gemeenten in deze provincies hebben zich bij dit convenant aangesloten.

Metropoolregio Amsterdam Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw Dit basisveiligheidsniveau is door de Metropoolregio Amsterdam en provincie NoordHolland vastgesteld 13. Dit moet er voor zorgen dat nieuwbouwlocaties bestand zijn tegen klimaatextremen. Voor de thema’s hitte, droogte, wateroverlast, overstromingen en natuurinclusiviteit en biodiversiteit zijn de minimale eisen vastgelegd.

12

Zie ook toekomstbestendigbouwen.nl https://www.metropoolregioamsterdam.nl/wp-content/uploads/2021/07/BasisveiligheidsniveauKlimaatbestendige-nieuwbouw.pdf 13

38

2.3 Provincies Gelderland Normenkader voor leefbare verstedelijking in Gelderland Provincie Gelderland is op het moment van schrijven bezig met het opstellen van een normenkader voor leefbare verstedelijking. Het doel van het kader voor leefbare verstedelijking is om te komen tot eensluidende doelen, normen en richtlijnen voor klimaatadaptatie, groen en biodiversiteit in de gebouwde omgeving afgestemd op de situatie in Gelderland. Op het gebied van klimaatadaptatie zijn de thema’s hitte, droogte, wateroverlast, gevolgbeperking overstroming en bodemdaling. Per thema is een Gelderse verdieping uitgewerkt. Door onderscheid in verschillende lokale niveaus is een verdere lokale toepassing van het normenkader mogelijk. Uniek is de toevoeging van het thema beperken verharding, dat ook inzet op het beperken van de parkeernorm en het formuleren van verhardingsnormen. In het thema gevolgbeperking overstroming is water en bodem sturend het uitgangspunt. Ook het ruimtelijk afwegingskader voor nieuwbouwlocaties van het Rijk 14 is in dit thema geborgd.

2.4 Gemeenten Delft Beleidsregel Klimaatadaptief Bouwen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkeling en herstructurering 15 Deze beleidsregel is een lokale uitwerking van het convenant toekomstbestendige woningbouw voor de gemeente Delft. De beleidsregel geeft invulling aan de thema’s wateroverlast door extreme buien, droogte, hitte en bodemdaling. Voor deze thema’s zijn ontwerpprincipes/-volgordes, uitgangspunten en beleidsregels vastgesteld. Voor deze regels geldt voor nieuwbouwontwikkelingen, gebiedsontwikkelingen en herstructurering het pas toe of leg uit principe. Wanneer de regels niet opgevolgd worden moet dit gemotiveerd worden en is er ruimte voor lokaal maatwerk. Nota natuurinclusief bouwen en ontwikkelen De nota natuurinclusief bouwen en ontwikkelen 16 geeft invulling aan biodiversiteit in nieuwe ontwikkelingen, gebiedsontwikkelingen en herontwikkelingen in de gemeente Delft. Hiervoor is een puntensysteem opgesteld. Daarin is onderscheid gemaakt tussen verschillende stadstypologieën; historische binnenstad, groen stedelijk wonen/werken,

14

Het concept afwegingskader is hier te vinden: Concept ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving | Rapport | Rijksoverheid.nl 15 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR682015/1 16 https://delft.raadsinformatie.nl/document/10058464/1

39

grootschalige bouw en bedrijventerrein. Dit puntensysteem is een toetsingskader. Het legt de nadruk op het creëren van leefgebieden, niet op individuele maatregelen. Enschede Water en Klimaatadaptatieplan 2022 – 2026 Gemeente Enschede heeft in hun Water- en Klimaatadaptatieplan 2022 – 2026 17 ook regels en richtlijnen opgenomen voor het ontwerpen van nieuwbouw. Deze richten zich op de thema’s grondwateroverlast, wateroverlast, hergebruik van regenwater en hitte. Voor herinrichting van bestaande openbare ruimte, wordt een klimaatlabel gebruikt. Dit klimaatlabel is gebaseerd op het percentage groen en beschikbare waterberging. Wanneer er gewerkt wordt aan bestaande openbare ruimte, is er de ambitie om dit gebied 1 klimaatlabel te laten stijgen. Voor de prioritering van het aanpakken van bestaande openbare ruimte gebruikt gemeente Enschede een risicomatrix. Zo worden locaties waar gevolgen van klimaatrisico’s op organisatiewaarden het meest ernstig zijn, en de grootste kans hebben om voor te komen, het eerst aangepakt. Risicomatrices zijn gemaakt voor de thema’s riolering, regenwateroverlast, grondwateroverlast, hittestress en overlast als gevolg van droogte.

2.5 Samenvattend: de lessen De verkenning die we hebben uitgevoerd naar de verschillende manieren van borging van klimaatadapatie en natuurinclusief laat ons een scala aan beleid/kaders en instrumenten zien. De verkenning laat ook zien dat per gremium het niveau van borging en invulling sterk varieert. De interessante lessen op de verschillende niveaus hebben we hieronder uitgewerkt: •

•

•

•

17

Op strategisch niveau is het voorbeeld van de metropoolregio sprekend. Het sluiten van een convenant tussen overheid en marktpartijen zorgt voor gezamenlijk commitment op hoofdlijnen. De gemeente Delft heeft ontwerpprincipes vastgesteld die leidend zijn voor gebiedsontwikkeling. Dit is de standaard, als daarvan wordt afgeweken moet dit worden beargumenteerd. De provincie Gelderland maakt onderscheid tussen verschillende lokale niveaus. Hierdoor kan het normenkader op basis van lokale omstandigheden een diepere invulling geven. In de uitvoering, het operationele niveau, is door de gemeente Enschede al een aantal handige instrumenten ontwikkeld. Zo zorgt de toepassing van het klimaatlabel ervoor dat bij iedere herinrichting het kwaliteitsniveau tenminste 1 niveau stijgt.

https://groenblauwenschede.ireporting.nl/hoofdrapport-wek/samenvatting

40

•

Gemeente Delft heeft een uitvoeringsinstrument voor natuurinclusief bouwen. Dit puntensysteem maakt een onderscheid tussen verschillende stadstypologieën en heeft hierdoor een dynamisch karakter.

Verder blijkt uit de verkenning dat een integrale benadering voor de scope zoals hij door de Gemeente Hardenberg is vastgesteld, nog niet elders is uitgevoerd. In veel uitwerkingen is er enkel aandacht voor de klimaatadaptatie thema’s. In een aantal gevallen wordt daaraan het thema natuurinclusief gekoppeld. Maar de combinatie met gezondheid is nog niet ergens anders op deze wijze gelegd. De gemeente Delft lijkt het meest ver te zijn en is dus een interessante gemeente om op excursie te gaan.

41

B. Verslag Raadsessie 28 februari 2024

De groene en gezonde maatlat Verslag eerste inhoudelijke verkennende sessie Datum: 28 februari 2024 Tijdstip: 19:00-21:30 Locatie: Gemeentehuis Hardenberg Inzichten voor het vervolgproces Op basis van de eerste inhoudelijk sessie hebben we de volgende inzichten genoteerd die we gebruiken bij het vervolgproces: -

-

-

-

De opgaven (hitte, droogte, wateroverlast, waterveiligheid, positieve gezondheid en biodiversiteit) worden herkend en erkend. Dit vormt de scope voor het vervolgproces. Hergebruik van hemelwater (en dus de opgave besparing drinkwatergebruik), wordt toegevoegd aan de scope van het maatlatproces. Bij de invulling van de opgaven in de leefomgeving komen een aantal dilemma’s/keuzeopties naar voren, die in het vervolg van het maatlatproces een plekje moeten krijgen: o De opgaven kunnen niet enkel in het openbaar gebied worden opgevangen. Maatregelen op privaat terrein zijn nodig, maar hoe willen we als overheid hierop sturen? En welk instrumentarium zetten we daarvoor in? o Durven we wat in te leveren t.b.v. groene omgeving (bijv. parkeernorm). o Het verhogen van ambities heeft consequenties, ook in financiële zin. Dit vraagt om inzicht en nieuwe oplossingsrichtingen. o Tijdshorizon is een factor van betekenis bij het maken van keuzes. Kijken we bijvoorbeeld naar de sluitendheid van een exploitatie op de korte termijn en/of kijken we ook naar de lange termijn effecten. En hoe wegen we dit wanneer we keuzes moeten maken? Veel genoemde thema’s/onderwerpen tijdens de sessie zijn de ‘zachtere’ thema’s als groen en positieve gezondheid. Er is in mindere mate aandacht voor de hardere technische randvoorwaarden.

De GPR methode is goed bruikbaar in het vervolgproces om ons inzicht te geven in consequenties van bepaalde keuzes.

42

Verslag 1. Opening door voorzitter Bert Gelling heeft de sessie geopend. Ben Koopman heeft vervolgens de avond ingeleid. 2. Presentatie inhoud Derjan Welleweerd heeft een eerste inhoudelijke verkenning van de thema’s in de maatlat gepresenteerd. De volgende thema’s zijn gepresenteerd: natuur en biodiversiteit, droogte, hitte, wateroverlast, waterveiligheid en gezondheid. De presentatie wordt rondgestuurd aan de deelnemers. 3. Onderling gesprek We zijn in twee groepen uiteen gegaan om de onderwerpen verder te bespreken. Er is gevraagd wat iedereen belangrijke elementen vindt in de maatlat. In het gesprek hebben we geprobeerd te definiëren wat behoort tot een basisniveau en wat zou behoren bij een droombeeld. De volgende elementen zijn besproken: Basisniveau: -

-

Iedereen een groene voortuin Minder stenen Bomen aan de voorzijde van de woningen (op openbaar gebied) Bomen en groen op industrieterreinen Meer openbaar groen/grote groene verbindingen Goede, vrij liggende fiets- en wandelpaden Voldoende bankjes om te rusten en te ontmoeten Goede (wandel- en fiets)verbindingen met andere wijken o Wijken mogen geen enclaves worden. o ‘Ontmoeten door te fietsen’ Elke woning een grijswatersysteem Infiltreren van regenwater Zowel huidige wijken vergroenen, als nieuwe wijken toekomstbestending inrichten Vegetatie aanpassen aan klimaatverandering Groene daken en groene gevels

Droombeeld: -

‘Wat gunnen we onze inwoners?’ in plaats van ‘Wat gaat het ons kosten?’ Inwoner heeft recht op aantal m² groen

43

-

Kleinere kavels, ruimte die het oplevert gebruiken voor groen in de openbare ruimte Het aanpassen van de parkeernorm ten behoeve van groen

4. Presentatie Slagharen Noord De GPR methodiek en de inhoudelijke thema’s daarin zijn door W/E adviseurs gepresenteerd. In de GPR methodiek zitten de thema’s energie, ruimtelijke inrichting, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. De GPR methodiek wordt op dit moment uitgebreid met de thema’s uit de landelijke maatlat ‘Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’. De invulling van de GPR methodiek voor Slagharen Noord is gepresenteerd. 5. Plenair gesprek We hebben het gesprek gevoerd aan de hand van de casus Slagharen Noord. -

-

-

We moeten ons niet laten beperken in het maatlatproces door de bestaande situatie en ons perspectief dus juist verbreden. Hierbij helpt externe inspiratie. GPR is een bruikbaar instrument om inzichtelijk te maken aan welke draaiknoppen gedraaid kan worden en welke afweging daarbij hoort. Het is daarbij goed denkbaar om met bandbreedtes te werken. GPR maakt het ook mogelijk om een Benchmark uit te voeren naar andere projecten in de gemeente en daarbuiten. Het zoeken naar een optimum is de uitdaging van het maatlatproces, waarbij we op een creatieve en innovatieve manier moeten nadenken over hoe we de toekomstwaarde kunnen optimaliseren. De groene maatlat gaat het basisniveau vormen. Het gesprek moet niet gaan over wat het kost, maar over wat we ervoor over hebben. Als het goed is, is het goed. We focussen ons op de 20% energie om 80% resultaat te behalen. Niet op de 80% om nog 20% verder te komen.

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14250547/3