Rapport fase 2 Groene en Gezonde maatlat 17 mei definitief
Tekst van het document
De Groene en Gezonde Maatlat Tussenresultaat fase 2: Inhoudelijke verkenning
Datum: 15 april 2024 Opgesteld door het projectteam: Rob van Arkel, Daniëlle Heidema, Ben Koopman, Mathijs van Oostrum, Bart Visser, Derjan Welleweerd.
Inhoud 1.
Inleiding ......................................................................................................................... 3
2.
Samenvatting: Verkenning en uitgangspunten voor vervolg ........................................ 4 2.1 Hoofdlijn beleidskaders ............................................................................................... 4 2.2 De scope van de maatlat .............................................................................................. 7 2.3 De functie en werking van de maatlat .......................................................................... 7 2.4 Vervolg fase................................................................................................................. 8
3
Relevante beleidskaders................................................................................................ 9 3.1 Landelijk beleid ............................................................................................................ 9 3.2 Provinciaal, regionaal en waterschap beleid ............................................................... 13 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 19
4
De scope van de maatlat verkend.................................................................................22 4.1 Het klimaat verandert, ook in Hardenberg .................................................................22 4.2 Natuur en Biodiversiteit ............................................................................................. 23 4.3 Droogte en het beperken van drinkwatergebruik ...................................................... 24 4.4 Hitte ...........................................................................................................................25 4.5 Waterveiligheid ......................................................................................................... 26 4.6 Wateroverlast ............................................................................................................. 27 4.7 Gezondheid ............................................................................................................... 28
5
Werking en functie van de maatlat ............................................................................... 30 5.1 Functie ........................................................................................................................ 30 5.2 Keuzes ........................................................................................................................ 30 5.3 Toepassing en doorwerking ........................................................................................ 31
6
Aanpak vervolg fase 3................................................................................................... 33 6.1 Stappen naar een concept maatlat ............................................................................. 33 6.2 Inspiratie uit het land .................................................................................................. 34 6.3 Communicatie en participatie..................................................................................... 34
7 Bibliografie ........................................................................................................................ 35 Bijlagen ................................................................................................................................ 37 A.
Verkenning maatlatontwikkeling ................................................................................. 37
B.
Verslag Raadsessie 28 februari 2024 ........................................................................... 42
2
1. Inleiding In maart 2023 werd door het college het nieuwe programma Klimaat, water en biodiversiteit aan de raad aangeboden. Dit programma bevat de beheertaken op het gebied van water en riolering, maar is uitgebreid met de uitdagingen op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit. In het programma zijn een groot aantal acties benoemd waarmee in de komende planperiode gewerkt wordt aan de opgaven. Een van deze acties is het opstellen van een maatlat. De gemeenteraad gaf echter te kennen zelf initiatief te willen nemen tot het opstellen van deze maatlat, om zo de vertaling van de ambities kracht bij te zetten. Dit heeft geleid tot de start van het raadsproces groene en gezonde maatlat. In december 2023 is het raadsproces voor het maken van een groene en gezonde maatlat gestart. Eerst werd begonnen met de kwartiermakersfase. In deze fase werd de projectorganisatie ingericht en een plan van aanpak vastgesteld (30 januari 2024) met daarin uitgangspunten voor het vervolg. Fase 2 stond in het teken van divergeren, verkennen en scope bepaling. In de voorliggende tussenrapportage vindt u een beschrijving van de verschillende verkenningen die zijn uitgevoerd. Zo is er inzichtelijk gemaakt welke vormen van maatlatontwikkeling er elders in het land plaatsvindt, waar we dankbaar gebruik van kunnen maken.
Ook is uitgezocht welke beleidskaders relevant zijn voor de verdere ontwikkeling van de maatlat. De ontwikkelingen in Hardenberg kunnen namelijk niet los gezien worden van de landelijke aandacht voor de thema’s klimaat, biodiversiteit en positieve gezondheid. Naast deze verkenningen is er ook al een eerste vertaling gemaakt naar de Hardenbergse situatie. Zo zijn de inhoudelijke thema’s die relevant zijn voor het maatlatproces uitgewerkt en is ook de functie en de werking van de maatlat nader beschreven. De inhoud van deze rapportage is tot stand gekomen met inhoudelijke inbreng van ambtelijke experts, maatschappelijke (kennis)organisaties, adviesbureaus en (raads)bijeenkomsten en bestuurlijke gesprekken die zijn gevoerd in de afgelopen periode. De voorliggende rapportage vormt de afsluiting van fase 2 en legt de uitgangspunten en de inhoudelijke scope voor fase 3 vast, waarin de groene en gezonde maatlat verder wordt uitgewerkt.
3
2. Samenvatting: Verkenning en uitgangspunten voor vervolg In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste inzichten, kaders en uitgangspunten beschreven. Dit dient als uitgangspunt voor het vervolg. Aan College en Raad wordt gevraagd deze te omarmen.
2.1 Hoofdlijn beleidskaders Op landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal niveau zijn er beleidskaders op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid. Het opstellen van de maatlat moet plaatsvinden binnen deze beleidskaders en aansluiting zoeken bij toekomstige kaders. De kaders zijn beknopt in beeld gebracht en nader uitgewerkt in hoofdstuk 3. 2.1.1 Landelijk beleid klimaatadaptatie en natuur De kamerbrief ‘Water en bodem sturend’ 1, met 33 structurerende keuzes, is een van de belangrijkste uitgangspunten die uitwerking krijgt in andere kaders, zoals de landelijke maatlat groene klimaat adaptieve gebouwde omgeving 2 en het ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Met de ontwikkeling van de nieuwe nota ruimte (en doorwerking in de omgevingswet) wordt het thema naar verwachting (mede)sturend bij ruimtelijke ontwikkeling van Nederland, met daarbij aandacht voor de volgende principes: • • •
Het water- en bodemsysteem is sturend voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen; Met de landelijke maatlat heeft het Rijk normen, richtlijnen en randvoorwaarden voor de klimaat thema’s opgesteld; Voor natuur wordt naast de natuurherstelwet gewerkt aan meer aandacht voor natuur/groen in en om de stad, waarbij het concept basiskwaliteit natuur uitgangspunt is.
2.1.2 Landelijk beleid gezondheid Als het gaat om gezondheid in de leefomgeving zijn er verschillende landelijke beleidsstukken. De Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020 – 2024 (LNG) 3 geeft de landelijke prioriteiten weer op het gebied van publieke gezondheid. Het Integraal Zorgakkoord (IZA)4 heeft als doel om de zorg in de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)5 zet in op gezond leven met een stevige sociale basis, met als doel gezondere inwoners in 2040. De volgende principes volgen uit landelijke gezondheidsbeleid:
1
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022D50136&did=2022D50136 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/03/23/kamerbrief-over-landelijke-maatlatvoor-een-groene-klimaatadaptieve-gebouwde-omgeving 3 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/02/29/gezondheid-breed-op-de-agenda 4 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/09/16/integraal-zorgakkoord-samen-werken-aangezonde-zorg 5 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/01/31/gala-gezond-en-actief-leven-akkoord 2
4
• •
Gezondheid is een vast onderdeel bij besluitvorming in ruimtelijk beleid en in de fysieke leefomgeving. Inzet op een gezonde actieve leefomgeving. Deze nodigt uit tot bewegen en ontmoeten, met voldoende prikkels voor een gezonde leefstijl, stimuleert ontmoetingen en zet de mens als gebruiker centraal bij stedelijke ontwikkelingen. Ook het beter beschermen van inwoners tegen toenemende hitte maakt hier deel van uit.
2.1.3 Provinciaal, regionaal en waterschap beleid Op provinciaal en regionaal niveau vormt de omgevingsvisie van provincie Overijssel het wettelijke kader. Deze omgevingsvisie wordt vernieuwd, het fundament voor de nieuwe omgevingsvisie 6 geeft een beeld van de nieuwe invulling hiervan. De watervisie 2050 van Waterschap Vechtstromen geeft de lange termijn visie van het waterschap op het watersysteem weer. Op het gebied van woningbouwontwikkeling zijn de verstedelijkingsstrategie NOVEX Regio Zwolle 7 en de Woondeal West-Overijssel relevant. In de woondeal wordt ingezet op toekomstbestendig bouwen, dit is geconcretiseerd in het Actieprogramma Toekomstbestendig Bouwen 8 van provincie Overijssel. De ambities voor bedrijventerreinen zijn vastgelegd in de Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio West-Overijssel. In deze programmeringsafspraken zijn afspraken over kwaliteitsambities opgenomen. Deze kwaliteitsambities richten zich onder andere op bodem en water, een gezonde en groene leefomgeving en natuurinclusief bouwen. Het opvolgen van deze kwaliteitsambities is door uw Raad vastgesteld in de strategiebrief ‘Bedrijventerreinen in ontwikkeling’. De volgende beleidsuitgangspunten volgen uit provinciaal, regionaal en waterschap beleid: •
•
Al het beleid spreekt over het meer leidend laten zijn van het water- en bodemsysteem. Voor bedrijventerreinen zijn 5 principes vastgesteld: o niet afwentelen van problemen in het bodem- en watersysteem, maar oplossen in de gebiedsontwikkeling; o functies volgen het bodem- en watersysteem; o keuze voor een adaptieve inrichting; o benutten van kansen voor natuurlijk herstel; o zo min mogelijk verstoring van de bodem. Het water- en bodemsysteem wordt leidend in de locatiekeuze voor nieuwe ontwikkelingen.
6
https://www.overijssel.nl/media/rqvnwtv2/fundament-omgevingsvisie-gec.pdf https://www.denationaleomgevingsvisie.nl/publicaties/publicaties+novexgebieden/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=2408700&forcedownload=false 8 In concept 7
5
•
Voor nieuwe woningbouw zijn er ambities om klimaatadaptief en natuurinclusief te bouwen. De concretisering van de ambities in het Actieprogramma Toekomstbestendig Bouwen kan dienen als input voor de Groene en Gezonde Maatlat.
2.1.4 Lokaal beleid Op lokaal niveau voor de gemeente Hardenberg, geeft de omgevingsvisie Landstad Hardenberg9 de strategische lange termijn visie voor de leefomgeving. In de omgevingsvisie wordt met brede welvaart onder andere ingezet op klimaatadaptatie en een leefomgeving die positieve gezondheid versterkt. Het Programma Klimaat, Water en Biodiversiteit geeft de doelen van de gemeente Hardenberg om onze leefomgeving klimaatrobuust en natuurinclusief in te richten. Onze doelen voor het onderwerp positieve gezondheid zijn, in concept, in de gezondheidsnota Gewoon Gezond Hardenberg opgenomen. Over positieve gezondheid in de ruimtelijke omgeving kunnen we de volgende conclusies trekken: •
•
Er zijn duidelijke doelen gesteld voor positieve gezondheid in de leefomgeving. Deze doelen geven echter nog geen concrete invulling aan ruimtelijke ontwikkelingen. De doelen kunnen we concretiseren in de Groene en Gezonde Maatlat. Het groen en klimaatadaptief inrichten van de leefomgeving levert al een eerste bijdrage aan positieve gezondheid. Verdere invulling zou zich kunnen richten op een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten, spelen en sporten en bijdraagt aan een gevoel van veiligheid, aandacht voor elkaar en het vergroten van veerkracht.
2.1.5 Toepassing In de beleidsdocumenten zijn veel doelen, ambities, principes, normen en richtlijnen opgenomen. Deze worden op verschillende manieren gebruikt in het maatlat proces: • • •
Doelen en ambities vormen input voor de thema’s in de Hardenbergse maatlat. Principes vormen het uitgangspunt voor de maatlat. Normen en richtlijnen vormen het basisniveau voor de maatlat.
We spelen in op de ontwikkelingen op landelijk en provinciaal niveau. Wat er in de toekomst op deze overheidsniveaus wordt vastgesteld, vormt het basisniveau voor onze Hardenbergse maatlat. We betrekken de provincie in het proces, om met ons na te denken over de invulling in concrete gebiedsontwikkelingen.
9
https://www.hardenberg.nl/inwoners/wonen/wonen-vervolg/uw-leefomgeving/onzeomgevingsvisie/landstad-hardenberg
6
2.2 De scope van de maatlat De inhoudelijke scope van de groene en gezonde maatlat is nader verkend en is uitgebreid beschreven in hoofdstuk 4. Hierbij is de landelijke maatlat als uitgangspunt genomen met als extra toevoeging het onderwerp positieve gezondheid. Dit maakt dat de maatlat zich focust op de volgende drie kernthema’s: 1. Het beperken van de negatieve gevolgen door klimaatverandering, gericht op de 3 onderdelen: a. Hitte b. Wateroverlast c. Droogte en het beperken van drinkwatergebruik 2. Het vergroten van het areaal groen en het versterken van de biodiversiteit 3. Het stimuleren van positieve gezondheid in de fysieke leefomgeving. Extra aandacht voor de maatlat heeft ongetwijfeld invloed op de andere functies in de fysieke ruimte. Denk hierbij aan het effect van meer groen in de wijk op het aantal en de plaatsbepaling van parkeerplaatsen en het onderhoud van extra groen. We gaan de gevolgen van de maatlat nauwkeurig monitoren en inzichtelijk maken.
2.3 De functie en werking van de maatlat Ook de werking en functie van de maatlat is nader verkend, vooral op basis van de verschillende raadssessies die zijn gehouden in februari en maart. In een zestal uitgangspunten is weergegeven hoe het instrument kan worden ontwikkeld in de volgende fase en hoe het later kan worden toegepast. Met het vaststellen van deze uitgangspunten wordt de nodige richting en afbakening meegegeven voor het vervolgproces. Uitgangspunt 1: een nieuwe standaard voor ruimtelijke ontwikkelingen De maatlat beoogt een andere wijze van het ontwikkelen en inrichten van de fysieke leefomgeving, met meer aandacht voor klimaat, biodiversiteit, water en positieve gezondheid. Het vormt daarmee een nieuwe, dynamische standaard bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uitgangspunt 2: een basis- en ambitieniveau met lokaal maatwerk De maatlat bevat een harde ondergrens gebaseerd op de huidige en toekomstige wet- en regelgeving. Daarnaast is er ook ruimte voor bovenwettelijke ambities, deze kunnen per situatie en locatie verschillen doordat de uitgangsituatie per locatie verschillend is. Uitgangspunt 3: de ontwikkeling van de maatlat vergt politieke en bestuurlijke inhoudelijke afwegingen en keuzes Bij de ontwikkeling van de maatlat zullen keuzes gemaakt moeten worden om verandering in de praktijk mogelijk te maken.
Deze keuzes worden gedurende het maatlat proces inzichtelijk gemaakt en ondersteund met feiten, zodat er een weloverwogen keuze gemaakt kan worden.
7
Uitgangspunt 4: werken vanuit het natuurlijke systeem (de ondergrond) De maatlat is ook een manier van werken. Hierbij wordt gewerkt vanuit de ondergrond als het natuurlijke systeem, in plaats vanuit de toe te voegen functie (bijv. de woning). Op deze wijze sluit de occupatielaag aan bij de netwerklaag en het natuurlijke systeem, met een meer toekomstbestendig resultaat tot gevolg. Uitgangspunt 5: de maatlat heeft verschillende werkingsniveaus De maatlat is van toepassing op meerdere niveaus (stad/dorp, wijk en straat). Per niveau verschilt de toepassing. Het uitgangspunt hierbij is dat een maatregel op een lager niveau moet passen bij de strategie op hoger niveau. Uitgangspunt 6: het succes van de maatlat is afhankelijk van het moment van toepassing De toepassing van de maatlat is het meest effectief, en daardoor noodzakelijk, wanneer deze in de voorfase van gebiedsontwikkeling of locatiekeuze plaats vindt. Door ze integraal op te nemen bij de kaderstelling en besluitvorming in deze fase is het in het vervolgproces duidelijk hoe hier mee om te gaan.
2.4 Vervolg fase In de volgende fase wordt op basis van voorliggende tussenrapportage nader ingezoomd op de vertaling van de inhoudelijke thema’s op concrete gebiedsontwikkelingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van ontwerpend onderzoek waarmee met verschillende disciplines integraal naar een vraagstuk kan worden gekeken en gezocht kan worden naar nieuwe oplossingen. Het ontwerpend onderzoek leidt tot een aantal varianten die worden doorgerekend op kwaliteit (middels de GPR methodiek) en kosten. Dit geeft inzicht in de bandbreedte van de maatlat en voedt de politieke keuze voor een bepaald ambitieniveau. Het streven is dat er in de periode tot aan het zomerreces een eerste proeve van een maatlat beschikbaar is met een basisniveau en wellicht meer specifieke uitwerkingen naar schaal (stad/dorp, wijk/straat en naar woon-, werklocaties of bestaand stedelijk of dorpsgebied). Dat is een zoektocht in een gezamenlijk proces op weg naar een zo goed mogelijk werkende maatlat. Naast de inhoudelijke exercitie zal er in de vervolgfase ook aandacht zijn voor externe inspiratie en participatie. Zo is er een excursie gepland om een kijkje te nemen bij een andere gemeente en laten we ons inspireren, adviseren en bekritiseren door de kritische vrienden (een groep van bepalende stakeholders uit de maatschappij).
Ook wordt er op gezette tijden communicatief aandacht besteedt aan het proces in de lokale media, zodat ook inwoners het proces kunnen volgen.
8
3 Relevante beleidskaders 3.1 Landelijk beleid 3.1.1 Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie In de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie 10 staan de landelijke doelen om de ruimtelijke inrichting in Nederland aan te passen aan het veranderende klimaat. De deltabeslissing stelt dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestending is ingericht. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk moeten er samen met private partijen voor zorgen dat schade door hitte, wateroverlast, watergebruik, droogte en overstromingen zo beperkt mogelijk blijft. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van klimaatscenario’s. Een van de tussendoelen van de deltabeslissing is dat klimaatbestendigheid en waterrobuustheid een vast onderdeel is van het beleid. 3.1.2 Kamerbrief Water en Bodem sturend In de kamerbrief Water en Bodem sturend van 25 november 2022 heeft het kabinet, op basis van 7 principes, 33 structurerende keuzes vastgelegd om het water- en bodemsysteem in Nederland te beschermen. Een aantal van deze structurerende keuzes hebben een raakvlak met de op te stellen Groene en Gezonde Maatlat. Dit zijn de volgende structurerende keuzes: Ruimte voor water 7. We creëren ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water in onze ruimtelijke inrichting, landgebruik en landbeheer. Bodem 15. We versterken de regie op de inrichting van de ondergrond. 16.
We streven bij verstedelijking en infrastructuur naar zo efficiënt mogelijk gebruik van ruimte, dekken de bodem zo min mogelijk af en herstellen de bodem waar mogelijk. 17. We sturen ook in bestaand bebouwd gebied op vermindering van onnodige bodemafdekking. Bebouwd gebied 21. We maken de risico’s van overstromingen, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid sturend bij de locatiekeuze en inrichting van woningbouw. 23. We passen de maatlat voor een klimaatadaptieve en natuurinclusieve bebouwde omgeving toe. 24. We sturen als overheden op zo min mogelijk afdekking van de bodem.
10
https://www.deltaprogramma.nl/themas/ruimtelijke-adaptatie/deltabeslissing
3.1.3 Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving Op 23 maart 2023 heeft het kabinet met een kamerbrief de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving uitgebracht. Het toepassen van deze maatlat was in de kamerbrief Water en Bodem sturend al als structurerende keuze opgenomen. Deze landelijke maatlat geeft normen, richtlijnen en voorkeursvolgorden voor de klimaat thema’s. Dit is gedaan voor de thema’s biodiversiteit en natuurinclusiviteit, droogte, bodemdaling, hitte, gevolgbeperking overstroming en wateroverlast.
Figuur 1 Weergave van de landelijke maalat
3.1.4 Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving Op 9 april 2024 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een kamerbrief gestuurd over het ruimtelijke afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Dit afwegingskader is een uitwerking van structurerende keuze 21 uit de kamerbrief Water en Bodem sturend. Deze structurerende keuze maakt de risico’s van overstromingen, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid sturend bij de locatiekeuze en inrichting van woningbouw. Door het ministerie zijn de uitgangspunten ook vertaald op kaart, waarmee duidelijk is over welke locaties het gaat.
10
Figuur 2 Gecombineerde sturingskaart, met daarop de gebieden die wel, minder of niet geschikt zijn voor nieuwbouw. Bron: Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving (arcgis.com)
3.1.5 Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn over de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. In 2027 moet al het water in Nederland een goed leefgebied vormen voor de planten en dieren die er thuis horen. Hiervoor zijn voor alle grotere wateren in Nederland specifieke doelen vastgelegd. In de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is de KRW omgezet in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. Alle waterbeheerders in Nederland zijn verantwoordelijk voor een deel van de uitvoering van de KRW. Dit doen zij in overleg met provincies en gemeenten.
11
3.1.6 Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020 – 2024 De Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020-2024 (LNG) kijkt voor de periode van 2020 – 2024 naar de aanpak van gezondheidsvraagstukken. Het geeft de landelijke prioriteiten op het gebied van publieke gezondheid. Daarmee geeft het richting aan het lokale gezondheidsbeleid van gemeenten. De Landelijke Nota Gezondheidsbeleid richt zich op positieve gezondheid en samenwerking. Deze samenwerking richt zich op het overstijgen van domeinen: Health in All Policies. Dit komt verder tot uiting in het gezondheidsvraagstuk ‘gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving’, een van de vier gezondheidsvraagstukken die de LNG met voorrang aanpakt. Voor dit gezondheidsvraagstuk is de ambitie gesteld om in 2024 gezondheid een vast onderdeel te laten zijn van de belangenafweging in ruimtelijk beleid. De tweede ambitie richt zich op het creëren van meer verbinding bij beleidsontwikkelingen tussen het fysieke en sociale domein. Dit geldt voor zowel landelijke als decentrale ontwikkelingen. De nota biedt de volgende handelingsperspectieven om gezondheid te integreren in gemeentelijk beleid: • • • •
Beweging stimuleren. Voldoende prikkels creëren voor een gezonde leefstijl. Ontmoetingen vergemakkelijken. De mens als gebruiker centraal stellen bij (grootschalige) stedelijke ontwikkelingen.
3.1.7 Integraal Zorg Akkoord Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) richt zich op het toegankelijk, goed en betaalbaar houden van de zorg. Dit akkoord bestaat uit afspraken tussen de overheid, waaronder de VNG, en een groot aantal partijen in de zorg. Een van de afspraken richt zich op gezond leven en preventie. Hieronder valt ook aandacht voor een gezonde leefomgeving. Deze afspraak richt zich ook op de randvoorwaarden, zoals health in all policies. 3.1.8 Gezond en Actief Leven Akkoord Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is een akkoord tussen de rijksoverheid, de VNG en zorgverzekeraars. Dit akkoord heeft als doel een gezonde generatie in 2040. Verschillende thema’s zijn aan elkaar verbonden in het GALA. Hierdoor is het GALA een integrale visie en aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en een stevige sociale basis. Een van de thema’s in het GALA is een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Hierin speelt ook het beschermen van inwoners tegen hitte en UV straling een rol. Dit thema heeft het beoogd resultaat dat bij besluitvorming over de fysieke leefomgeving, gezondheidskennis wordt toegepast. Er worden de volgende acties genoemd die gemeenten kunnen nemen:
•
•
Gemeenten zorgen voor de inzet van gezondheidskundige kennis bij hun besluitvorming over de fysieke leefomgeving. Hierbij kunnen gemeenten gebruik maken van advisering van de GGD. Gemeenten verkennen de mogelijkheid om aan te sluiten bij het Schone Lucht Akkoord (SLA).
3.2 Provinciaal, regionaal en waterschap beleid 3.2.1 Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie provincie Overijssel Het fundament vorm de basis voor de nieuwe omgevingsvisie van provincie Overijssel, die dit jaar waarschijnlijk vastgesteld wordt. De inhoud van het fundament vormt daarmee in de toekomst mogelijk bindende kaders voor ons beleid. In het fundament zijn 4 waarden opgenomen die centraal staan in de toekomst van Overijssel, welke de rode draden vormen: • • • •
Duurzaamheid Gezondheid Ruimtelijke kwaliteit Sociale kwaliteit
Kwaliteitsambities van de rode draden Voor de rode draden zijn kwaliteitsambities opgenomen. De volgende kwaliteitsambities zijn relevant voor de Groene Gezonde Maatlat: •
Kwaliteitsambities van Duurzaamheid: o Een schone, gezonde en veilige leefomgeving in Overijssel; o In stand houden en bevorderen van de leefcondities, waarbij we de milieukwaliteit, biodiversiteit en de natuur in Overijssel duurzaam beschermen, benutten en beleven. • Kwaliteitsambities voor Ruimtelijke kwaliteit: o Zie de bodem als basis en draag bij een robuust en beleefbaar watersysteem; o Verbindt natuur tot een netwerk; o Zorg voor contrast tussen dynamische en luwe gebieden. • Kwaliteitsambities voor Sociale kwaliteit: o De mogelijkheid om te sporten en bewegen is in de directe omgeving beschikbaar en de omgeving daagt uit tot bewegen; o Toegang tot voorzieningen en/of activiteiten die bijdragen aan (positieve) gezondheid; o Een samenleving waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten in een omgeving met voldoende vitaliteit van stads- en dorpscentra met beleving van jong en oud. • Kwaliteitsambities voor Gezondheid:
13
o Gezonde leefomgeving, met een goede milieukwaliteit, een groene en klimaatadaptieve leefomgeving en veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen; o Mobiliteitsbeleid inzetten op actief bewegen (fietsen, rennen, wandelen). In ons beleid voor de woon- en werkomgeving meer plek te maken voor beweging en ontmoeting en initiatieven faciliteren die inzetten op meer bewegen. Leidende principes De volgende leidende principes zijn opgenomen op basis waarvan keuzes gemaakt worden. De volgende onderdelen van deze leidende principes zijn relevant voor de Groene Gezonde Maatlat. 1. Water en bodem als basis Het eerste principe gaat uit van de bodem- en het watersysteem als basis. Ons bodem- en watersysteem en watergebruik staan onder druk. Deze kan de effecten van de klimaatverandering, zoals wateroverlast of extreme droogte, niet meer aan. Het is daarom nodig om dit systeem te herstellen. Dit principe komt ook overeen met het landelijke beleid. Ook de Rijksoverheid kiest ervoor om het bodem- en watersysteem sturend te laten zijn. Het bodem- en watersysteem wordt niet meer aangepast aan (nieuwe) functies, maar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten zich gaan aanpassen aan het bodem- en watersysteem ter plekke.
We willen een robuust bodem- en watersysteem realiseren dat klimaateffecten opvangt en zorgt voor een zo goed mogelijke beschikbaarheid van water voor verschillende functies, zoals steden, natuur of landbouw. Op sommige plekken is het bodem- en watersysteem niet meer geschikt voor bepaalde functies, op andere plekken wel. Gebieden die een grote kans op overstromingen hebben, zijn bijvoorbeeld niet geschikt voor woningbouw. Gebieden die droogte kennen zijn niet meer geschikt voor hoogproductieve landbouw. 2. Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden Als een gebied bijvoorbeeld meerdere functies kan hebben, dan geven wij daar voorrang aan boven functies die maar voor één doel gebruikt worden. Een goed voorbeeld is het klimaat- en natuurinclusief bouwen, omdat dit ook bijdraagt aan de biodiversiteit, hittestress helpt tegen te gaan en wateroverlast kan beperken. 4. Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken Het vierde principe is dat de provincie voort willen bouwen op onze bestaande en sterke netwerken. Met netwerken bedoelt ze bijvoorbeeld (water)wegen, bebouwde gebieden, natuur en elektriciteitsnetwerken. De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk aansluiten op bestaande netwerken. Als de bestaande netwerken een blokkade vormen voor een nieuwe ontwikkeling, dan houdt ze daar rekening mee. Dat kan betekenen
14
dat bepaalde ontwikkelingen daardoor niet mogelijk zijn, danwel moeten worden aangepast. Groenblauwe dooradering In het fundament van de nieuwe omgevingsvisie wordt ingezet op groenblauwe dooradering van zowel landelijk als stedelijk gebied. Dit is een netwerk van half-natuurlijke landschapselementen door het gebied heen. Groene dooradering heeft een droog karakter, dit kunnen bomen of bermen zijn. Blauwe dooradering heeft een nat karakter, zoals sloten en beken. 3.2.2 Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle De verstedelijkingsstrategie van de Regio Zwolle is een gezamenlijke verstedelijkingsstrategie. Het betreft bestuurlijke afspraken. Ook kan dit als input gelden voor afspraken met het Rijk en de provinciale omgevingsvisie. Hierin zijn 4 doelen opgenomen, waarvan 2 relevant zijn voor de Groene Gezonde Maatlat: •
•
Het accommoderen van de ontwikkelopgave (woningen en bedrijvigheid), met behoud van de huidige ruimtelijke kwaliteit op basis van een groene klimaatadaptieve (verstedelijkings)strategie. Benutten en versterken van huidige en toekomstige ambities op het gebied van leefbaarheid, natuurinclusiviteit, landschap en energietransitie.
Ontwikkelprincipes In de verstedelijkingsstrategie zijn 7 ontwikkelprincipes opgenomen. Twee hiervan zijn relevant voor de Groene Gezonde Maatlat: •
In een Klimaatadaptieve Delta pakken we opgaven aan bij de bron
We willen inzetten op maatregelen die duurzaam de wateropgave verlichten, passend bij het natuurlijke bodem- en watersysteem. Nieuwe verstedelijking mag niet leiden tot een grotere klimaat- en wateropgave, maar moet juist leiden tot een verkleining daarvan. Niet alleen in het ontwikkelgebied zelf, maar ook voor de omgeving. Daarbij hebben natuurlijke oplossingen de voorkeur boven technische omdat ze zich ook beter laten combineren met andere opgaven zoals onze gezondheid, de biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. •
In een Klimaatadaptieve Delta bouwen we gebiedsspecifiek
De ondergrond en het watersysteem zijn bepalend voor waar en hoe we bouwen om ook op lange termijn bij klimaatverandering een florerende regio te kunnen zijn.
15
3.2.3 Programmeringsafspraken bedrijventerreinen Regio West-Overijssel 2023-2026 De programmeringsafspraken bedrijventerreinen Regio West-Overijssel 2023-2026 zijn regionale afspraken met provincie Overijssel. Deze afspraken zijn ook in gemeente Hardenberg geborgd in de strategiebrief ‘Bedrijventerreinen in ontwikkeling’. Afspraken over kwaliteitsambities In de programmeringsafspraken zijn 3 kwaliteitsambities opgenomen die relevant zijn voor de Groene Gezonde Maatlat: 1. We streven naar toekomstbestendige bedrijventerreinen, met een kwaliteitsniveau dat aansluit bij de landelijke en Europese ambities ten aanzien van duurzaamheid en daaruit volgende wet- en regelgeving. Daarmee dragen we bij aan een goed vestigingsklimaat voor de bedrijven in onze regio. Deze stip op de horizon hebben we geoperationaliseerd in een overzicht van ambities voor nieuwe bedrijventerreinontwikkelingen. Een plan dat in het regionaal bestuurlijk overleg wordt voorgelegd om op ‘groen’ gezet te worden, wordt voorzien van een toelichting op hoofdlijnen over hoe op deze ambities zal worden gestuurd. Wanneer een ambitie om welke reden dan ook niet geheel haalbaar is voor het betreffende plan, motiveert de betreffende gemeente waarom dat het geval is. 2. Het bodem- en watersysteem is sturend voor de locatie en ruimtelijke invulling van plannen. Hierbij staan vijf principes centraal.
De toepassing van deze principes vraagt om maatwerk per plan en de afweging hiervoor wordt op zijn minst gemaakt op het schaalniveau van de gemeente die het plan opstelt. Een plan dat in het regionaal bestuurlijk overleg wordt voorgelegd om op ‘groen’ gezet te worden, wordt voorzien van een toelichting op hoofdlijnen over hoe aan deze principes zal worden voldaan: • • • •
•
Problemen omtrent het bodem- en watersysteem worden bij ontwikkelingen niet afgewenteld in ruimte, tijd en geld, maar opgelost in de gebiedsontwikkeling zelf; Functies volgen het bodem- en watersysteem, zodat wordt voorkomen dat situaties op lange termijn niet houdbaar of aanpasbaar zijn; Er wordt gekozen voor een aanpasbare inrichting, waarin rekening wordt gehouden met de lange termijn (klimaat)omstandigheden in het gebied; Kansen voor herstel van de natuurlijke situatie worden benut, zodat bodemdaling, uitputting van ecosystemen en kwaliteitsverslechtering van de natuur wordt tegengegaan; Verstoor de bodem zo min mogelijk en verwerk grond zoveel mogelijk lokaal en hoogwaardig.
3. In het verlengde van voorgaande afspraak, vermijden we voor nieuwe plannen zoveel als mogelijk locaties die buitendijks, in het laagste punt van een polder en in de beekdalen liggen.
16
Overzicht van kwaliteitsambities In het kwaliteitsambitie 6 genoemde overzicht van kwaliteitsambities staan enkele relevant ambities welke invulling kunnen geven aan de Groene Gezonde Maatlat: •
•
Thema bodem en Water: o Bedrijven gebruiken voor hun bedrijfsactiviteiten zo min mogelijk drink- en zoetwater, maken daarbij gebruik van de laatste stand van duurzame techniek en streven circulair watergebruik na. Thema gezonde en groene leefomgeving: o Het plan voor de nieuwe bedrijventerreinontwikkeling houdt rekening met het creëren van een aantrekkelijke, toekomstbestendige en gezonde leefomgeving voor mens en dier. o Het plan voor de nieuwe bedrijventerreinontwikkeling bevat maatregelen ten aanzien van voldoende waterberging, het voorkomen van hittestress en versterking van biodiversiteit.
3.2.4 Woondeal West-Overijssel De Woondeal West-Overijssel betreffen regionale afspraken over woningbouw met Provincie Overijssel. Aan de hand van deze afspraken worden er ten minste 2440 woningen gebouw in Gemeente Hardenberg.
Ambities voor toekomstbestending bouwen zijn nog niet vastgelegd. Deze worden nader uitgewerkt in het actieprogramma ‘Toekomstbestendig bouwen.’ De ambitie op verschillende thema’s worden daarin opgenomen, zoals: •
• •
Circulair bouwen: o Milieuprestatie Gebouwen (MPG) o De toepassing van hernieuwbare (biobased en/of het hergebruik van bouwmaterialen o Aanpasbaarheid en flexibiliteit van woningen o Een eenduidige taal voor circulair bouwen om circulaire prestaties meetbaar en vergelijkbaar te maken, bijvoorbeeld Het Nieuwe Normaal. Klimaatadaptief bouwen Natuurinclusief bouwen
17
3.2.5 Watervisie 2050 Waterschap Vechtstromen Waterschap Vechtstromen beschrijft in hun Watervisie 2050 waar ze als waterbeheerder samen met belanghebbenden voor staan. Hiervoor hebben ze 7 hoofdlijnen benoemd. De volgende hoofdlijnen zijn relevant voor de Groene en Gezonde Maatlat. 1. Het aanpassen van de waterhuishouding op de inrichting en het gebruik van de ruimte bereikt zijn grenzen. De aanpassingen aan ons watersysteem dat zorgt voor waterafvoer en wateraanvoer, hebben een keerzijde: een onnatuurlijk waterregime met verlies aan ecologische waarden. Aangewakkerd door klimaatverandering wordt er ingezet op meer balans tussen droge voeten enerzijds en droogte anderzijds. Dit betekent dat het waterschap niet alle functies en grondgebruik kan en wil bedienen wanneer deze niet goed aansluiten bij de natuurlijke kenmerken van het watersysteem: water is een leidend principe voor het inrichten en het gebruiken van onze leefomgeving. 2. Het grootste en meest geschikte reservoir om water in te bergen is de bodem. Vergroting van de grondwatervoorraad is nodig om in perioden van droogte meer water beschikbaar te hebben voor landbouw, natuur en drinkwater. Dit betekent meer aandacht voor het vasthouden van water in de bodem bij de inrichting en het beheer van het watersysteem. 3. Ons water moet, zowel ecologisch als chemisch, van goede kwaliteit zijn.
Schoon water is de basis voor een veilige leefomgeving en de drager van natuur- en landschapskwaliteit. Schoon water realiseert het waterschap alleen samen met inwoners, bedrijven en andere overheden. Hiervoor zetten ze in op het voorkomen van watervervuiling bij de bron. Voor een goede ecologische kwaliteit zorgt het waterschap, in afstemming met de grondgebruikers, voor een natuurvriendelijke inrichting en beheer van de waterlopen. 6. Regenwater is geen afvalwater, maar een bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Vergaande scheiding van hemelwater en afvalwater is noodzakelijk in het streven naar een robuust watersysteem. Het is belangrijk dat er op termijn geen kostbaar hemelwater via rioleringssystemen met ander water wordt vermengd en onnodig getransporteerd. 7. Een aantrekkelijke leefomgeving, waar genieten van water mag, vergroot het waterbewustzijn. Water, als bouwsteen voor een aantrekkelijke leefomgeving, is ook om van te genieten. Het waterschap zet zich daarom in, om in samenwerking met partners, de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren.
18
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Landstad Hardenberg In de omgevingsvisie Landstad Hardenberg staat de strategische lange termijn visie voor de leefomgeving van gemeente Hardenberg. De omgevingsvisie zet onder andere in op het bieden van ‘brede welvaart’ aan inwoners. Deze brede welvaart wordt onder andere bereikt door in te spelen op de klimaatontwikkelingen en toenemende aandacht voor gezonde levensstijl. Hiervoor wordt ingezet op een leefomgeving die positieve gezondheid versterkt. Positieve gezondheid is ‘het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van de lichamelijke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven’. De klimaatopgave kent in de omgevingsvisie drie kernopgaven: de energietransitie, aan de slag met klimaatadaptatie en werken aan circulariteit. Klimaatadaptatie wordt gezien als het voorkomen en tegengaan van de effecten van hittestress, droogte, en wateroverlast. Ook het zorgen voor waterveiligheid op de lange termijn valt hieronder. 3.3.2 Strategiebrief ‘bedrijventerreinen in ontwikkeling’ De strategiebrief is vastgesteld door de gemeenteraad van Gemeente Hardenberg. De strategiebrief zegt het volgende over kwalitatieve eisen aan nieuwe bedrijventerreinontwikkelingen: •
•
toepassen kwalitatieve ambities uit de programmeringsafspraken West Overijssel bij ontwikkeling van nieuwe terreinen (zoals zorgvuldig ruimtegebruik, bescherming bodem- en watersysteem, klimaat, duurzaamheid, circulariteit, verkeersoverlast), en ontwikkelen en toepassen van een meetlat voor de kwalitatieve ambities voor nieuwe terreinen.
Een van de genoemde opgaven is het versterken en behouden van toekomstbestendigheid van bestaande werklocaties. De toekomstbestendigheid van een werklocatie of bedrijventerrein kent drie pijlers: 1. Duurzaam & gezond 2. Fysiek-ruimtelijk 3. Sociaaleconomisch Hiervoor is in de strategiebrief de volgende actie opgenomen: Gemeente stelt een Plan van aanpak Toekomstbestendige bedrijventerreinen op. In het plan staan ambitieniveaus, kaders en randvoorwaarden voor een toekomstbestendig bedrijventerrein. Ook gaan we in op de te hanteren instrumenten, de wijze van uitvoering, planning en instrumenten.
19
De Groene en Gezonde Maatlat kan verdere invulling geven aan de meetlat voor kwalitatieve ambities voor nieuwe bedrijventerreinen en de ambitieniveaus, kaders en randvoorwaarden voor toekomstbestendige bestaande bedrijventerreinen. 3.3.3 Gewoon gezond Hardenberg – Concept- Nota gezondheidsbeleid gemeente Hardenberg Gewoon gezond Hardenberg is een nota in voorbereiding die informerend al is gedeeld met de raad. Binnenkort zal deze ter vaststelling worden voorgelegd aan de Raad. De nota noemt de volgende relevante leidende principes voor de Groene Gezonde Maatlat: 1. De mens centraal in zijn leefomgeving 2. Positieve gezondheid Belangrijke kenmerken van een gezonde leefomgeving zijn: • • • • • •
Nodigt uit om te bewegen, spelen en sporten. Stimuleert fietsen, wandelen en reizen met het Openbaar Vervoer. Zorgt ervoor dat mensen elkaar ontmoeten. En dat mensen zich veilig voelen. Houdt rekening met de behoeften van bewoners en andere doelgroepen (bijvoorbeeld: kinderen, ouderen, kwetsbare inwoners). Is groen, heeft voldoende natuur en water. Heeft aandacht voor milieu en klimaat.
De volgende maatschappelijke ambities zijn opgenomen in Gewoon gezond Hardenberg waar de Groene Gezonde Maatlat invulling aan kan geven. •
De fysieke- en sociale leefomgeving worden nog meer ingericht op het stimuleren van de gezondheid van onze inwoners. o Deze leefomgeving is bereikbaar en toegankelijk en draagt bij aan gezondheidsbevordering- en bescherming door: Meer klimaatadaptatie en biodiversiteit. Meer aandacht voor veiligheid en toegankelijkheid. In te zetten op meer groen, schaduwwerking en het voorkomen van verstening. Het stimuleren van bewegen. In te zetten op meer plaatsen waar inwoners elkaar ontmoeten. Het stimuleren van gezond voedselaanbod op de plekken waar inwoners wonen, werken en hun vrije tijd doorbrengen. o Gezondheid wordt een vast onderdeel van de belangenafweging in het ruimtelijk beleid. De leefomgeving beweegt mee in de ontwikkeling naar Landstad Hardenberg. Op het vlak van gezondheid houden we rekening met de
20
samenstelling en behoeften van onze inwoners. Denk hierbij aan passend woningaanbod, voorzieningen, veiligheid en leefbaarheid. 3.3.4 Programma Klimaat, Water en Biodiversiteit In maart 2023 heeft de gemeenteraad van Hardenberg ingestemd met het programma klimaat, water en biodiversiteit. Dit programma bevat doelstellingen en acties om de gevolgen van klimaatverandering voor inwoners en bedrijven in Hardenberg te beperken. Een van de resultaten van het programma is een uitvoeringsprogramma. Hierin worden concrete acties benoemd die bijdragen aan de doelen van het programma. Het programma is opgedeeld in 3 thema’s: 1. Leefbaarheid & Bewustwording, waarin wordt beschreven hoe wij de gemeente Hardenberg leefbaar houden. We willen onze leefomgeving, duurzaam en natuurinclusief inrichten. Daarom zijn we bezig een ‘Groene en gezonde maatlat’ op te stellen met inrichtingsprincipes voor een klimaatrobuuste en natuur-inclusieve leefomgeving. 2. Betrouwbaarheid en gezondheid, waarin wordt beschreven hoe we ervoor zorgen dat ons water- en rioleringssysteem betrouwbaar blijft. Een betrouwbaar systeem draagt bij aan een goede volksgezondheid, voorkomt overlast en zorgt voor een goed transport en zuivering van ons afvalwater. 3. Duurzame infrastructuur en realisatie, waarbij we willen bereiken dat onze systemen, naast dat ze betrouwbaar zijn, ook duurzaam zijn.
Daarbij kijken we hoe we toekomstbestendig om kunnen gaan met materialen, energie en mensen. Wat gaan we er aan doen? Om beter bestand te zijn tegen wateroverlast, droogte en hitte passen we onze omgeving aan. We werken aan een groen, blauwe omgeving. Door te vergroenen kan water makkelijker in de bodem wegzakken, wat helpt tegen wateroverlast en droogte. Ook biedt groen verkoeling, door schaduw en verdamping. Doordat we de Vecht de ruimte te geven verkleinen we de kans op een overstroming. Naast onze omgeving kunnen we ook ons gedrag aanpassen tijdens hitte. We stellen hiervoor een lokaal hitteplan op waarbij we tijdens een hittegolf extra aandacht geven aan kwetsbare inwoners. Wij zien de openbare ruimte en particulier terrein steeds meer als de leefomgeving. Wij stimuleren inwoners en bedrijven om ook mee te doen en maatregelen te nemen. Om het thema klimaatadaptatie goed te borgen bij aanpassingen in de fysieke leefomgeving heeft de raad ingestemd met het opstellen van een zogenaamde groene en gezonde maatlat.
21
4 De scope van de maatlat verkend In dit hoofdstuk worde de scope van de maatlat nader beschreven, waarbij voor de verschillende thema’s is uitgewerkt doel, huidige stand van zaken en de opgave.
4.1 Het klimaat verandert, ook in Hardenberg Het klimaat in Nederland verandert. Het wordt gemiddeld warmer, er valt meer neerslag, en de extremen zullen toenemen: vaker langdurige droogte, meer hittegolven en meer extreme regenbuien. De gevolgen van klimaatverandering zijn nu al zichtbaar. Het ene record na het andere wordt gebroken. De gemiddelde neerslag per jaar is al gestegen van 690 mm in 1910 naar 1151 mm in 2023. Tegenover droge uitschieters zoals 2018 en 2019 staan zeer natte jaren. En niet alleen het gemiddelde neemt toe, ook de extremen worden groter. Buien die, qua intensiteit, vroeger maar eens per 5 jaar vielen, komen nu bijna jaarlijks voor. Die ontwikkeling zet door, maar het is moeilijk te voorspellen in welke mate. Om ons tegen de gevolgen van klimaatverandering te beschermen, is het nodig dat we onze omgeving aanpassen. Dat betekent ook dat we anders moeten gaan bouwen en ontwikkelen. Biodiversiteit, natuur en groen speelt daarbij een belangrijke rol. Meer groen is goed. Meer groen helpt ons voor te bereiden op de verdere gevolgen van klimaatverandering. Groen in de bebouwde omgeving werkt verkoelend, vermindert wateroverlast en groen vergroot de infiltratie van hemelwater. Contact met de natuur zorgt voor meer geluk en vermindert stress. Het geeft de mens meer energie, creativiteit en stimuleert ontmoetingen tussen mensen.
Een veerkrachtige inrichting van onze omgeving gaat ons helpen om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. En het is niet zo vreemd dat het grootste deel van de oplossingen gebaseerd zijn op groen en natuur. Want er ligt een direct verband tussen een groene omgeving en de positieve gevolgen voor de gezondheid van de mens. Positieve gezondheid is meer dan de lichamelijke gezondheid. Het is een gezonde leefomgeving, die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. De ‘groene en gezonde maatlat’ maakt Hardenberg weerbaar voor het veranderende klimaat en richt zich dus op drie kernthema’s: •
• •
Het beperken van de negatieve gevolgen door klimaatverandering, gericht op de 3 onderdelen: a. Hitte b. Wateroverlast c. Droogte en het beperken van drinkwatergebruik Het vergroten van het areaal groen en het versterken van de biodiversiteit Het stimuleren van positieve gezondheid in de fysieke leefomgeving.
22
4.2 Natuur en Biodiversiteit De achteruitgang van de biodiversiteit is mondiaal een grote uitdaging, waarbij de oplossing deels lokaal gevonden kan worden. Het thema Biodiversiteit en natuurinclusiviteit gaat over meer groen en natuur in de bebouwde omgeving en de aanwezigheid van verschillende soorten planten en dieren hierin. Meer groen heeft niet automatisch een versterkend effect voor de biodiversiteit. Het gaat er dus om hoe je dit groen inricht. Wat willen we bereiken? 1. Het is ons doel om te vergroenen en ons bewust te zijn van de soorten planten en dieren die kenmerkend zijn voor gemeente Hardenberg. 2. Wij willen dat biodiversiteit en natuurinclusiviteit standaard meegenomen wordt in het ontwerp van onze leefomgeving. Als principe; niet als sluitstuk, zodat de aanwezige biodiversiteit wordt beschermd en zo mogelijk kan groeien. Dit doen wij niet alleen: onze inwoners en bedrijven helpen. Waar staan we nu? Eigenlijk weten we nu niet goed waar we staan. De gegevens over de huidige stand van de biodiversiteit in Hardenberg zijn verouderd. Wij bereiden ons momenteel voor op een gestandaardiseerde methode voor het bepalen en meten van de actuele biodiversiteit binnen de gemeente. Wat we wel weten, is dat veel algemene soorten afnemen. Dat is een teken van een verslechterde kwaliteit van ons landschap en de natuur. We weten waardoor het komt.
Namelijk door het verlies aan leefgebieden, de uitstoot van allerlei stoffen en het gebruikt van pesticiden. Actie is dus nodig. Wat is onze opgave? We inventariseren de bestaande gebiedseigen biodiversiteit. Wij brengen lokale soorten in beeld en stellen doelen vast die gaan gelden voor de plannen die wij hebben voor het ontwikkelen van onze leefomgeving. Deze doelen moeten onze lokale soorten beschermen en de uitbreiding met nieuwe soorten planten en dieren stimuleren. De methode die we hiervoor gebruiken richt zich op het in beeld brengen van verschillende leefgebieden (condities voor soorten). Door inzicht in onze leefgebieden te creëren kunnen we hier ook mee gaan ontwerpen. Binnen planontwikkelingen gaan we kiezen voor groenblauwe oplossingen. Daarbij hebben natuurlijke, groene maatregelen de voorkeur boven technische maatregelen. Het verbinden van water en groen in onze woonwijken gaat ons helpen in het ondersteunen en stimuleren van de biodiversiteit en het maken van een geschikte leefomgeving voor specifieke soorten.
23
We moeten ons goed voorbereiden op het beheren van een biodiverse en natuurinclusieve omgeving. En de extra kosten die dit tot gevolg gaat hebben voor onderhoud en beheer.
4.3 Droogte en het beperken van drinkwatergebruik Het thema droogte gaat over de hoeveelheid neerslag die er valt, verminderd met het water dat verdampt. Wanneer de bodem verdroogt, betekent dat er te weinig goed grondwater aanwezig is om de natuur in stand te houden. Droogte leidt tot een verhoogde watervraag en toenemende watertekorten. In de bebouwde omgeving kan droogte leiden tot verdroging van groen en een slechtere oppervlaktewaterkwaliteit. Wat willen we bereiken? 1. Wij willen ervoor zorgen dat een langdurige periode van droogte niet leidt tot schade aan gebouwen, funderingen, wegen, groen, water en vitale functies. 2. De inrichting en het watergebruik in bebouwde gebieden leidt niet tot extra droogte of watertekort in de omgeving. Hierbij maken we telkens weer de afweging of de investering die nodig is om dit te bereiken, reëel, technisch en financieel haalbaar is. 3. We willen ervoor zorgen dat hemelwater zo weinig mogelijk verdampt en zoveel mogelijk wordt vastgehouden in de bodem. Daarom is de inrichting van onze omgeving afgestemd op de heersende grondwaterstanden en zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte, zodat er een balans ontstaat tussen onttrekkingen en dat wat natuurlijk wordt aangevuld. 4.
Inwoners en bedrijven in de gemeente Hardenberg zijn zich bewust van de noodzaak tot het zuinig omgaan met drinkwater en nemen maatregelen om de effecten van droogte te beperken. 5. Voldoende zoetwater is en blijft beschikbaar, zeker voor kwetsbare mensen en functies die dit het meest nodig hebben. Waar staan we nu? Droogte is op dit moment geen structureel probleem voor gemeente Hardenberg. Behalve in de zeer droge jaren. Bijvoorbeeld in 2018. In dat jaar verdroogden grasvelden, zakte het peil in het oppervlaktewater en ontstonden er scheuren in het asfalt. Zelfs stierf er hier en daar een boom. Hoewel Hardenberg een waterrijke gemeente is, had de langdurige periode van droogte effect op ons woon- werk- en leefklimaat. Droogt ontstaat omdat het elke zomer te weinig regent. Er kunnen problemen ontstaan door watertekort. Er komt dan een sproeiverbod om drinkwater te besparen. Droogte komt steeds vaker voor in Nederland. Ook in Hardenberg. Wat is onze opgave? Om te voorkomen dat een toekomstige periode van droogte leidt tot schade aan onze gebouwen en infrastructuur volgen wij de landelijke richtlijn ‘bodem en water sturend’, 24
waarbij het bodem-watersysteem een doorslaggevende rol speelt bij de inrichting van de leefomgeving. Hierbij zorgen wij voor voldoende grondwateraanvulling door infiltratie van regenwater, waardoor er voldoende water beschikbaar blijft en vitale en kwetsbare functies kunnen blijven functioneren. Met industriële grootverbruikers en agrariërs verkennen we de mogelijkheden van hergebruik van proceswater/afvalwater of het gebruik van hemelwater in plaats van drinkwater. Bij ruimtelijke ontwikkelingen onderzoeken wij de mogelijkheden tot het benutten van regenwater, het hergebruik van water en streven wij naar ‘watervriendelijke nieuwbouw’, waarbij gelet wordt op maximale drinkwaterbesparing en het opslaan van regenwater om te gebruiken in de dagelijkse huishouding en voor het besproeien van de tuin, tijdens droge perioden.
4.4 Hitte Het thema Hitte gaat over de effecten van meer zomerse en tropische dagen op de gezondheid van mensen en de leefomgeving. Extreme, langdurige hitte vermindert het functioneren van mensen en dieren en kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Met name voor kwetsbare doelgroepen is het effect van hitte een groot gezondheidsrisico. Wat willen we bereiken? 1. Wij willen ervoor zorgen dat de bebouwde omgeving een gezonde, comfortabele en aantrekkelijke leefomgeving is en blijft, tijdens een periode van hitte. Daarbij is onze leefomgeving zo ingericht dat koele plekken voor iedereen bereikbaar zijn. Tijdens hitte-periodes blijven onze meest vitale functies, zoals beweegbare bruggen, beschikbaar. Onze inwoners en bedrijven zijn zich bewust van de noodzaak en weten welke maatregelen zij zelf kunnen nemen om de effecten van hitte te beperken. Daarbij nemen wij maateregelen om kwetsbare mensen zo goed mogelijk te beschermen tegen hitte. Waar staan we nu? Het wordt steeds heter. We weten nog niet zo goed wat de meest effectieve maatregelen zijn om de negatieve gevolgen van hitte tegen te gaan. En dat is zorgelijk, want hitte kan grote problemen geven voor de gezondheid van de mensen. Dit noemen we hittestress. Als het meerdere dagen achter elkaar warm is, kun je last krijgen van hittestress.
Je kunt je dan moeilijker concentreren, krijgt sneller hoofdpijn en wordt eerder moe of duizelig. Door warme nachten kunnen mensen vaak ook minder goed slapen, waardoor ze minder alert zijn, de arbeidsproductiviteit minder wordt en mensen zelfs agressief kunnen worden. Hittestress kan in milde en ernstige vorm voorkomen. Vooral kwetsbare mensen, zoals ouderen, kunnen erg ziek worden van hittestress. Hitte kan zelfs leiden tot extra sterfte en
25
zal het leven in de bebouwde omgeving bovendien steeds vaker onaangenaam maken. Duidelijk is dat er aandacht nodig is op het sociale vlak (o.a. in de zorg), voor gebouwen (koele binnenruimtes) en voor de buitenruimte. Wat is onze opgave? Door het klimaatverbond (autoriteit op het gebied van het thema hitte) is een indeling gepresenteerd, waarlangs je het thema kunt aanpakken; gebied, gebouw, gezondheid. Gebied: We zien het als onze opgave dat, tijdens een periode van hitte, de bebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving is, met voldoende verkoelende plekken. Daarom willen we zorgen voor voldoende schaduw op verblijfsplekken, loop- en fietsroutes die voor iedereen te bereiken zijn. Wij streven naar een bebouwde omgeving waarin oppervlakken voor een deel warmtewerend zijn, waardoor we opwarming voorkomen of beperken. Bomen en een grote diversiteit aan groen, spelen hierbij een grote rol. Groenvoorzieningen, vitale en kwetsbare locaties en functies (zoals de omgeving rondom een verzorgingstehuis) zijn bestand tegen hitte. Gebouw: Wij stimuleren om elke individuele woning te voorzien van maatregelen om hittestress te voorkomen of te beperken. Muren en daken zijn bij voorkeur voorzien van planten of een lichte kleur. Gezondheid: Inwoners kunnen zelf ook een groot aantal dingen doen om ernstige gevolgen van hitte te voorkomen.
Zo is het belangrijk om goed te letten op de kwetsbaren in je omgeving Ook draagt het goed ventileren van woningen bij aan het voorkomen van hittestress.
4.5 Waterveiligheid Bij dit thema gaat het over het beperken van de gevolgen van een overstroming vanuit oppervlaktewater zoals de Vecht. De kans op en de gevolgen van een overstroming variëren sterk per plek. Wat willen we bereiken? 1. We willen onze omgeving zo inrichten dat de gevolgen van een overstroming, vanuit bijvoorbeeld de Vecht, worden beperkt door onze omgeving slim in te richten. 2. Daarbij willen we voorkomen dat er woningen gebouwd worden op plekken die zeer kwetsbaar zijn voor overstromingen. Op deze manier voorkomen we slachtoffers. Mocht er toch sprake zijn van een overstroming dan weten onze inwoners wat ze moeten doen en zorgen we ervoor dat het dagelijks leven snel weer hersteld wordt. Waar staan we nu? De veiligheid tegen overstromingen is, voor gemeente Hardenberg, vooral gebaseerd op de sterkte en hoogte van de waterkeringen van de rivieren. De risico’s bij een mogelijke 26
overstroming hebben wij, samen met het waterschap, in beeld gebracht, door te kijken naar de kans op een overstroming, de waterdiepte die dan ontstaat en de tijd die nodig is om uit het gebied te evacueren. Op deze manier zijn we voorbereid op de gevolgen van overstromingen en het minimaliseren van de schade en overlast. Wat is onze opgave? Bij een toekomstige woningbouwontwikkeling gaan wij motiveren, of en welke maatregelen genomen moeten worden om de gevolgen van een overstroming te beperken. Daarbij kijken wij naar het voorkomen van schade voor gebouwen, woningen en openbare ruimte, het begaanbaar houden van hoofdwegen, het beschermen van vitale functies (bijvoorbeeld centrale elektriciteitskasten), de mogelijkheden om te schuilen en de wijze van evacueren.
4.6 Wateroverlast Onder wateroverlast verstaan we de overlast en schade die optreedt als gevolg van extreme neerslag. De kans op hevige neerslag is toegenomen en zal de komende jaren verder toenemen door stijging van de temperatuur. Korte en hevige buien zorgen in de bebouwde omgeving het vaakst voor wateroverlast. Dit zijn onweersbuien in de lente of de zomer die de capaciteit van het riool- en oppervlaktewaterstelsel te boven gaan. Dit kan leiden tot water-op-straat, overlast en schade aan gebouwen en andere objecten. Met het veranderende klimaat kunnen we piekbuien niet meer opvangen in ons riool/hemelwaterstelsel. Wat willen we bereiken? 1. Wij streven naar een inrichting van de gemeente waarbij alle onnodige verharding verwijderd is, zodat hemelwater maximaal kan infiltreren in de bodem. 2. Verder is de bebouwde omgeving robuust ingericht, zodat het bestand is tegen een teveel aan hemelwater en overlast wordt voorkomen. 3. Inwoners en bedrijven zijn waterbewust en nemen zelf maatregelen om de negatieve effecten van hemelwateroverlast te voorkomen of te beperken. 4. Mocht het toch hard regenen dan leidt hevige neerslag niet tot waterschade aan gebouwen, infrastructuur, voorzieningen.
Vitale functies (bijvoorbeeld de toegangsweg tot het ziekenhuis) blijven beschikbaar Waar staan we nu? Gemeente Hardenberg heeft een zogenaamde stresstest uitgevoerd om te bepalen welke locaties binnen de gemeente kwetsbaar zijn voor wateroverlast. Met die stresstest zijn de mogelijke knelpunten als gevolg van wateroverlast in beeld gebracht. In de komende periode gaan we deze knelpunten oplossen. Hierbij kijken we kritisch naar de rest van de