Nota van uitgangspunten VHVP Hardenberg
Tekst van het document
zal worden verlengd. Het Rijk werkt aan een landelijke langetermijnstrategie, de Nationale Terugvaloptie (NTO). Dit voorstel gaat uit van een tijdelijke verblijfsstatus van drie jaar, waarin Oekraïners kunnen doorstromen naar reguliere huisvesting. Er worden geen voorrangsregelingen of taakstellingen verwacht; huisvesting zal plaatsvinden via de reguliere inschrijf- en lotingssystemen.
• 2025 – 2030: circa 300 personen • 2025 – 2040: circa 500 personen Deze aantallen zijn indicatief en worden periodiek herijkt op basis van landelijke besluitvorming, migratieontwikkelingen en lokale woningmarkt-situaties. De opvang en huisvesting van Oekraïense ontheemden vraagt om flexibiliteit, samenwerking en toekomstgericht beleid. Hardenberg wil hierbij een gemeente zijn die menselijkheid combineert met realisme: ruimte bieden aan wie bescherming zoekt, binnen de grenzen van wat de lokale woningmarkt aankan, en met oog voor de samenhang met andere woonopgaven.
De gemeente Hardenberg streeft naar een evenwichtige en inclusieve benadering van de woonopgave voor Oekraïense ontheemden. Dit betekent dat we binnen onze totale woonopgave ruimte willen blijven bieden aan deze groep, zonder dat dit ten koste gaat van andere woningzoekenden. De opvang- en huisvestingsopgave zien we als een gedeelde verantwoordelijkheid tussen Rijk, gemeente, corporaties en maatschappelijke partners. We streven naar een geleidelijke overgang van opvang naar reguliere huisvesting, met aandacht voor integratie, participatie en leefbaarheid in de buurten waar doorstroom plaatsvindt. De gemeente blijft zich in de overgangsperiode inzetten voor voldoende opvanglocaties, met name tot 2030. Op basis van landelijke onderzoeken wil een groot deel van de Oekraïners voorlopig in Nederland blijven (ongeveer 72%), terwijl 70% twijfelt of zij op termijn terugkeren naar Oekraïne Op basis hiervan verwachten we dat een substantieel deel van de Oekraïense inwoners die nu in Hardenberg wonen, ook in de toekomst behoefte zal hebben aan woonruimte binnen de gemeente. De voorlopige inschatting van de huisvestingsbehoefte bedraagt: 35
6 Behoefte aan wonen met zorg
5.3 Uitgangspunten voor uitvoering
het aandeel geschikte seniorenwoningen op de totale woningbouwopgave, in een divers programma. • 2/3e van de totale sociale huuropgave bestaat uit levensloopgeschikte woningen en minstens 80% van de uitbreidingsopgave voor de sociale huur bestaat uit compacte woningen (< 70 m²)
Betaalbaar voor jong en oud • We streven naar een gedifferentieerde en inclusieve woningvoorraad, met een goede balans tussen stad en dorp, jong en oud, huur en koop. • 70% van onze woningbouwopgave zal bestaan uit betaalbare woningen (sociale huur, middenhuur, koop) tot de betaalbaarheidsgrens. In de planvoorraad werken we dit uit en spelen we in op de verscheidenheid in behoefte per kern. • Over de hele gemeente sturen we op een gemiddelde van 30% sociale huur. We borgen het aanbod sociale huur in de 13 grotere kernen zodat in deze kernen het aanbod niet afneemt. • 10% de totale gemeentelijke woningbouwopgave moet bestaan uit koopwoningen < €275.000. Betaalbare woonmogelijkheden moeten niet eenmalig zijn en niet alleen aan de eerste generatie bewoners ten goede komen. • We stellen een toetsingskader op met criteria waarmee we nieuwe woningbouwinitiatieven toetsen op hun bijdrage aan onze volkshuisvestelijke ambities. • Instrumenten uit de Notitie woningaanbod voor jongeren en starters worden uitgewerkt. • We verhogen de prijsgrens voor het in aanmerking komen van de starterslening. • Ongeveer een derde van de totale woningvraag in de gemeente is afkomstig van ouderen en hanteren we als richtlijn voor
Aandachtsgroepen met een specifieke woningvraag • We vullen de woningbehoefte van de aandachtsgroepen zonder zorgvraag in, passend binnen de kaders die we hebben benoemd.
6.1
Ouderen
de toekomst in een gewone woning, eventueel met (kleine) aanpassingen. Toch zal de vraag naar geclusterd wonen de komende jaren in verhouding veel toenemen. Enerzijds doordat het aantal ouderen met een zorgvraag toeneemt, anderzijds omdat ook vitale ouderen vaker zullen kiezen voor deze woonvorm. Uit sociale overwegingen en om zelf regie te blijven houden over hun woon(zorg)situatie. Dit potentieel aan doorstromers naar geclusterd wonen wordt alleen verzilverd als het aanbod aansluit bij hun wensen (liefst in de eigen omgeving, nabij voorzieningen, in een woning gericht op comfort). Een deel van de woningbouwopgave wordt daarom ingevuld met geclusterde woonplekken, zowel appartementen als grondgebonden. Voor het ontwikkelen van geclusterde woonvormen moet gekeken worden naar de opzet van de kern. Kernen kunnen al beschikken over elementen van een woonzorggemeenschap, zoals de aanwezigheid van een dorpshuis, waardoor er geen extra vormen van fysieke ontmoeting gerealiseerd hoeven te worden. Daarnaast zien we voor geclusterde woonplekken meerwaarde in het stimuleren van een mix van verschillende leeftijden. Een balans in zorgvragers en zorgdragers zorgt ervoor dat onderlinge ondersteuning en betrokkenheid in de buurt wordt benut.
Inwoners van de gemeente Hardenberg worden steeds ouder, maar blijven ook vaak langer en zelfstandig thuis wonen, in lijn met de trend die vanuit het Rijk is ingezet. Deze ontwikkelingen gaan gepaard met veranderende woonbehoeften en dus ook een andere vraag ten aanzien van het woonaanbod. Een adequate aanpak voor voldoende aanbod van passende woningen gaat verder dan alleen de omvang van de woning. De woning dient aan te sluiten bij de levensfase en de zelf- en samenredzaamheid die worden gestimuleerd. Deze samenredzaamheid is van groot belang in een gemeenschap waarin het tekort aan zorgpersoneel groeit en extramuralisering toeneemt. Er ligt een stevige opgave vanuit het sociaal en fysiek domein als het gaat om het creëren en faciliteren van een goede woonomgeving voor ouderen in de gemeente Hardenberg. Daarbij is de inzet van familie, buren en vrijwilligers onmisbaar. Deze opgave richt zich niet uitsluitend op het koop- of huursegment. Hoewel de nadruk in het huidige woningbouwprogramma ligt op het vergroten van het aanbod binnen de koopsector, is er ook een groeiende vraag naar sociale huurwoningen onder ouderen, met name in de grotere kernen. De gevarieerde woonwensen van de doelgroep 65+ zullen hun weerslag vinden in de gebiedsgerichte aanpak van het uitvoeringsprogramma.
Ouderen met een zwaardere zorgvraag en een Wlz-indicatie (Wet langdurige zorg) komen in aanmerking voor intramurale zorg. De verpleeghuiscapaciteit zal niet verder uitbreiden. In plaats daarvan wordt nu ingezet op het toevoegen van zelfstandige woonruimte waar het Volledig of Modulair Pakket Thuis geleverd kan worden
Toekomstige woonbehoefte ouderen
In de praktijk hebben lang niet alle ouderen een zorgvraag. De meeste ouderen wonen ook in 36
37
(zorggeschikte woningen). We gaan daarbij uit van het basisscenario uit het Afsprakenkader ouderenhuisvesting West-Overijssel (2024) en voegen tot en met 2030 255 geclusterde woningen en 90 zorggeschikte woningen toe, waarvan 50% valt binnen sociale huur. De verhouding van 50% sociale huur passen we op gemeenteniveau toe en is belegd in de prestatieafspraken. Vechtdal Wonen voegt tot 2030 128 geclusterde woonplekken en 45 zorggeschikte woonplekken toe aan de voorraad. De overige vraag dient te worden ingevuld door de markt. We hebben daarbij een belangrijke rol om de realisatie en exploitatie van deze woningen te faciliteren, onder andere via een passend afwegingskader. Met zo’n afwegingskader willen we aan de hand van enkele (zoveel mogelijk meetbare) criteria toetsen of nieuwe woonzorginitiatieven aansluiten bij onze volkshuisvestelijke ambities. We beperken ons daarbij niet alleen tot initiatieven voor huisvesting, ook een afweging of ondersteunende voorzieningen (denk bijvoorbeeld aan een zorgboerderij) passend en noodzakelijk is op de plek waar het beoogd is, zou via het afwegingskader gemaakt kunnen worden.
en zorggeschikte woningen (+70) in de periode 2023–2030, zie tabel 6.1. Daarnaast draagt dit bij aan het herstellen van de huidige disbalans tussen vraag en aanbod. Ten slotte streven we naar het toevoegen van 145 nultredenwoningen tot 2030, volgens het Afsprakenkader voor ouderenhuisvesting uit 2024. We vinden het belangrijk dat we bouwen naar behoefte van onze inwoners en willen hen een stem geven als het gaat om het invullen van het woonprogramma. Dit betekent dat bij de ontwikkeling van geclusterde woonvormen wordt geïnventariseerd wat de specifieke behoeften zijn binnen de doelgroep waar de geclusterde woonvorm op is gericht.
Geschiktheid woningvoorraad
Op dit moment is ongeveer 8% van de woningvoorraad geschikt om met een functiebeperking te kunnen wonen (ongeveer 2.100 woningen). Dit zijn woningen waar alle voorzieningen gelijkvloers zijn of zonder traplopen bereikbaar. Deze woningen zijn vooral in de sociale huursector te vinden.
Het toevoegen van geclusterde woningen is niet uitsluitend een nieuwbouwopgave. Deze woningen kunnen ook door het aanpassen van bestaande woningen worden gerealiseerd. Denk aan het geschikt maken van woningen of het toevoegen van een (tijdelijke) ontmoetingsruimte in een bestaande woning (zie ook hoofdstuk 3: Beter benutten). Deze 255 extra geclusterde woningen en 90 zorggeschikte woningen tot en met 2030 sluiten goed aan bij de verwachte groei van de vraag naar geclusterde woningen (+250)
Het aandeel geschikte woningen in de gemeente Hardenberg is aanzienlijk lager dan gemiddeld in West-Overijssel (15%). Wel is een groot deel van de voorraad met relatief beperkte aanpassingen geschikt te maken (63%). Denk aan het plaatsen van een traplift of het aanpassen van de badkamer. Een groot deel van de koopwoningen valt onder deze categorie. In de periode tot 2030 streven we naar groei van aantal levensloopbestendige 38
woningen binnen de koopsector (ten opzichte van 2% in 2025). Hiervoor ligt een taak in het vergroten van bewustwording en het faciliteren van inwoners in het toekomstbestendig maken van de eigen woning. Bewustwording richt zich daarbij niet alleen op de mogelijkheden voor woningaanpassingen, denk aan het verlagen van drempels, het verbreden van doorgangen en het plaatsen van beugels, maar ook op bewustwording ten aanzien van de wooncarrière en toekomstbestendige keuzes die daarin worden gemaakt. Mogelijke ondersteuningsvormen zijn een bewustwordingscampagne en (financiële) instrumenten om woningaanpassingen te faciliteren.
We onderzoeken op welke manier de gemeente ouderen kan ondersteunen en faciliteren, naast een passend aanbod, om de stap naar een geschikte woning te verkleinen. We zetten daarom bijvoorbeeld in op het informeren en adviseren over het woonaanbod en het stimuleren van de overstap naar een passende woning, voornamelijk richting ouderen. Door te investeren in voorlichting en begeleiding (bijvoorbeeld brede inzet wooncoach) kunnen we ouderen helpen om weloverwogen beslissingen te nemen die aansluiten bij hun behoeften en wensen. Ook denken we na over een pilot in samenwerking met Vechtdal Wonen waarbij ouderen hun inschrijfduur behouden als ze verhuizen naar een kleinere woning. Dit maakt de drempel lager en ouderen kunnen zo op korte termijn naar een nieuwe woning wanneer het niet bevalt of past bij de situatie.
Bevorderen doorstroming
Een focus op het toevoegen van woningen voor starters en senioren geeft de nodige ruimte voor doorstroming op de woningmarkt. Door het bieden van alternatieven, zoals nultreden, geclusterde en zorggeschikte woningen, kunnen ouderen en andere inwonersgroepen terecht in een woning die aansluit bij de eigen levensfase. We zien een belangrijke taak in het faciliteren van passende alternatieven, maar de verhuisbewegingen blijven grotendeels binnen de invloedsfeer van woningeigenaren. Naast het aanbod ervaren ouderen echter meer belemmeringen als het gaat om verhuizen, bijvoorbeeld door de emotionele waarde van hun huidige woning of onzekerheid over de geschiktheid van de nieuwe woning. Ook praktische zaken, zoals het regelen van de verhuizing of het vervallen van de inschrijfduur, spelen een rol.
Verder liggen er kansen in het benutten van de expertise van verschillende woon-, welzijn- en zorgpartners. Betrokken organisaties binnen deze domeinen hebben zicht op het woonaanbod en de hulpvragen. Kennis van deze partijen kan bijdragen in het matchen van vraag en aanbod.
Inzet op sociale basis, ondersteuning en preventie
De kernen en wijken in de gemeente Hardenberg staan ten dienste aan de mensen die er wonen of willen gaan wonen. Daarvoor zijn niet alleen de stenen belangrijk, maar ook de sociale samenhang, de nabijheid van voorzieningen en de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en te ondersteunen, met in nabijheid de mantelzorgers. Pas wanneer een fysieke woonomgeving 39
wordt gecombineerd met een sterke sociale basis, ontstaat een leefomgeving waar mensen prettig, gezond en zelfstandig oud kunnen worden. Met de toenemende druk op welzijnen zorgvoorzieningen vragen we meer van inwoners en hun eigen netwerk. De gemeenschap wordt daarmee nog belangrijker. Samen met partners in wonen, welzijn en zorg en onze inwoners bouwen we mee aan veerkrachtige (woon-)gemeenschappen waarin mensen naar elkaar omkijken en elkaar ondersteunen (gemeenschapszin creëren). Vooral voor de grotere kernen is er een duidelijk voornemen om deze sociale cohesie te versterken, waarbij we niemand uitsluiten. In de kleinere kernen en buurtschappen is dit meer van nature aanwezig.
mantelzorgers. Dit sluit aan op het toevoegen van woonruimte waar ontmoeting centraal staat, maar ook bij de huidige aanpak vanuit het sociaal domein, zoals de lokale Samen Doen teams en het opstellen van zorgprofielen per wijk. Daarnaast is de gemeente Hardenberg gestart met het nemen van maatregelen voor een dementievriendelijke gemeente. Deze aanpak is ook voor onze gemeente van belang, gezien het groeiende aantal inwoners met dementie en de impact die dit heeft op de leefomgeving en het zorgnetwerk.
Introduceren woonzorgzones
Hoewel veel ouderen tegenwoordig langer vitaal en zelfstandig blijven, zorgt de toenemende vergrijzing voor een groeiende zorgvraag. Tegelijkertijd staat de zorgsector onder druk: er is steeds meer behoefte aan personeel, terwijl de beroepsbevolking kleiner wordt. Dit vergroot de tekorten verder en maakt duidelijk dat de huidige manier van organiseren niet houdbaar is. We moeten daarom wonen en zorg slimmer inrichten, zodat deze beschikbaar blijft voor de mensen die dat het meest nodig hebben. Naast alle initiatieven zoals hiervoor genoemd, richten we ons daarom op het ontwikkelen van woonzorgzones. Deze gebieden bevinden zich op korte afstand van bestaande 24-uurszorglocaties en voorzieningen. In dergelijke zones komen wonen, zorg en welzijn samen, waardoor ouderen de mogelijkheid hebben langer zelfstandig te blijven wonen, met passende ondersteuning altijd dichtbij. Samenwerking met woningcorporaties, zorgen welzijnsorganisaties, vrijwilligersinitiatieven staat daarbij voorop om een sluitend netwerk
We vinden het belangrijk om inwoners daarin op verschillende wijze te ondersteunen. Dit gaat van het informeren en creëren van bewustwording over wat er komt kijken bij langer zelfstandig thuis blijven wonen, tot het behoud van ontmoetingsruimten in de (grotere) kernen, het ondersteunen van (inwoners)initiatieven die bijdragen aan preventie en participatie, en het ondersteunen van het verenigingsleven en
40
Woon(zorg)initiatieven
te vormen. Deze woonzorgzones richten we in binnen de grotere kernen, waarbij we in de periode tot 2030 inzetten op de ontwikkeling van meerdere woonzorgzones, met de nadruk op de grootste kernen. Dit sluit aan op het huidige welzijn- en zorgaanbod en de grotere bouw- en doorstroomopgave binnen deze kernen. We zetten daarmee in op een relatieve clustering van inwoners met een meer intensieve zorgvraag. We sturen op het realiseren (van een deel) van de opgave voor zorggeschikte woningen binnen deze zones. Dit maakt het mogelijk om passende zorg duurzaam beschikbaar te houden.
We zien kansen voor woonzorginitiatieven die vanuit de markt en samenleving worden georganiseerd. We willen daarvoor individuele en collectieve initiatieven voor kleinschalige woonvormen faciliteren. Dit kan gaan om Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) of bijv. vanuit wooninitiatieven met zorg zoals het droomhuisinitiatief. Hierbij worden inwoners in staat gesteld om de woning en woonomgeving vorm te geven in lijn met de behoeften van kwestbare inwoners en intensieve mantelzorg die nodig is. Gemeenschapsgevoel en een sterke sociale basis staan hierbij vaak centraal. Deze initiatieven helpen bij het beperken van eenzaamheid, maken het bieden van informele zorg eenvoudiger en verkleinen de afhankelijkheid van de gemeente en zorgorganisaties. Wanneer het gaat om (kleinschalige) woonzorginitiatieven is het van belang concrete criteria en randvoorwaarden te hanteren om vanuit de gemeente transparant en consequent ondersteuning in te bieden. We staan ook open voor andere (individuele) initiatieven die langer en weer thuis wonen mogelijk maken, zoals (pre)mantelzorgwoningen. Vanuit verschillende Plaatselijke Belangen is aangegeven dat er onder inwoners behoefte is aan deze woonvorm.
Het is daarom belangrijk de huidige regels tegen het licht te houden, onder andere door te verkennen hoe aanvragen beter kunnen worden begeleid en of procedures en voorwaarden voldoende aansluiten bij de praktijk van mantelzorginitiatieven. (zie ook paragraaf 4.2).
Dit betekent niet dat ouderen niet overal in de gemeente kunnen wonen. De opgave en plannen voor seniorenwoningen richten zich op alle kernen, waardoor het voor veel inwoners mogelijk blijft om in de vertrouwde omgeving te blijven waar het sociale netwerk is opgebouwd. In de kleinere kernen zal het aanbod van deze woningen zich voornamelijk richten op vitale ouderen, of ouderen met een relatief lichte zorgvraag. Dit vraagt om creatieve oplossingen in de gemeenschap ‘als brug’ naar de voorzieningen op afstand. De natuurlijke sociale basis die kleine kernen hun inwoners bieden, ondersteunen wij en geven wij ruimte om zich te ontwikkelen. In het uitvoeringsprogramma wordt verder uitgewerkt wat de toepassingsmogelijkheden zijn van woonzorgzones in de verschillende typen/omvang kernen binnen de gemeente.
41
Figuur 6.1: Gemeente Hardenberg. Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom Bron: Monitor Gezond Wonen, Provincie Overijssel (2023)
Tabel 6.1: Gemeente Hardenberg. Vraagprognose woonvormen voor ouderen o.b.v. demografische doorberekening 2023-2040Bron: Monitor Gezond Wonen, Provincie Overijssel (2023) Bron: Monitor Gezond Wonen provincie Overijssel (2023).
Koopwoning Sociale huur Vrije sector huur Totaal 0%
20% Geschikt
40%
60%
Geschikt te maken
80%
100%
Niet-geschikt
Huishouden
2023
2030
2035
2040
Regulier wonen
6.240
7.450
8.240
8.610
Geclusterd wonen
1.240
1.490
1.650
1.760
Woonzorgcentrum PG
260
300
350
400
Woonzorgcentrum SOM
170
200
230
270
Definities woonvormen voor ouderen
• Zorggeschikte woningen: zelfstandige nultredenwoningen waar Wlz-zorg geleverd kan worden voor bewoners en die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm. Om alle vormen van zorg te kunnen leveren dienen deze wooneenheden en de woonvorm rolstoelgeschikt te zijn, met voldoende ruimte om zorg te verlenen. De woningen zijn dementievriendelijk ingericht.
• Nultredenwoningen: zelfstandige woningen waarbij zowel entree als woonkamer, keuken, badkamer, toilet en minimaal één slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk). • Geclusterde woningen: nultredenwoningen (minimaal 12) die ingericht zijn op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan en samenredzaamheid wordt bevorderd. Er moet een ontmoetingsruimte inpandig aanwezig zijn of op loopafstand voor ouderen (bv. ca. 100 m). Die ruimte moet gericht zijn op ontmoeting van bewoners en eventueel buurtbewoners en op een open en transparante basis te gebruiken zijn.
42
43
6.2 Aandachtsgroepen met een zorgbehoefte
betekent dat een deel van de vrijkomende sociale huurwoningen specifiek moet worden ingezet om aan de huisvestingsopgave van deze groepen te voldoen. Deze doelgroep sluit bovendien aan bij de toenemende behoefte aan woningen voor éénen tweepersoonshuishoudens, waarvoor in de komende jaren nog extra gebouwd moet worden.
Vanuit het Rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ wordt van gemeenten verwacht dat zij zich actief inzetten voor de huisvesting van aandachtsgroepen. In het vorige hoofdstuk kwamen de aandachtsgroepen met een specifieke woningbehoefte aan bod. In deze paragraaf gaan we in op de aandachtsgroepen met een zorgbehoefte.
Vanuit de Wet versterking regie volkshuisvesting ligt er een opgave om in de regio gezamenlijk te komen tot ‘fair share’ afspraken over de huisvesting van deze urgente groepen. Onder andere als gevolg van een hoge druk op de voorzieningen binnen centrumgemeente Zwolle. Dit moet leiden tot een eerlijke verdeling van de huisvesting voor de verschillende aandachtsgroepen in de regio waarbij niet alleen de beschikbaarheid van sociale huur een rol speelt. De (concept) fair share afspraken wijzen op het jaarlijks huisvesten van 70-85 mensen binnen de verplichte urgentie categorieën. Om de kwalitatieve vraag naar huisvesting nader te duiden volgt hieronder een beschrijving van de lokale opgave volgens de Monitor Gezond Wonen uit 2023.
Voor de gemeente Hardenberg staat hierin voorop dat we de instroom zoveel mogelijk willen voorkomen en de uitstroom willen faciliteren. In dit programma zijn diverse groepen benoemd die in het volkshuisvestingsprogramma nadrukkelijk aandacht vragen: • Mensen die uitstromen uit een intramurale setting, zoals Beschermd Wonen (BW), Maatschappelijke Opvang (MO), jeugdhulp met verblijf of ex-gedetineerde; • (Dreigend) dak- en thuisloze mensen; • Medisch urgenten en rolstoelafhankelijke mensen (waar ook de zorgbehoeftige ouderen deel van uitmaken); • Stoppende sekswerkers;
Een belangrijke doelgroep binnen de zorgsector zijn mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking. Ook bij deze groep is de landelijke trend zichtbaar dat steeds meer mensen langer zelfstandig blijven wonen. Om deze reden is er vooral behoefte aan geclusterde woonvormen, waar meerdere mensen met vergelijkbare zorgbehoeften bij elkaar kunnen wonen.
Voor een deel van deze groepen is alleen een woning niet voldoende. Zij hebben ook behoefte aan passende zorg of begeleiding. Veel aandachtsgroepen zijn vanwege een beperkt inkomen afhankelijk van de sociale huursector. Vaak gaat het daarbij om de meest betaalbare woningen, met een huurprijs onder de eerste aftoppingsgrens (€ 682,96, prijspeil 2025). Dit
De verwachting is dat de vraag naar geclusterde 44
plekken voor inwoners met een verstandelijke beperking juist zal afnemen, waardoor in 2040 er circa 400 woningen nodig zijn in Hardenberg om in de behoefte te voorzien. Daarnaast is er vraag naar zo’n 70 eenheden gespikkeld wonen (een woonconcept waarbij mensen met en zonder beperking, zoals ouderen of mensen met een verstandelijke beperking, samenwonen in een gebouw). Dit blijft de komende jaren naar verwachting gelijk. Organisaties gericht op zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) signaleren slechts een beperkte mate van extramuralisering en richten zich juist op het concentreren van inwoners met een (zwaardere) zorgvraag. Meer homogene indeling van zorgdoelgroepen leidt tot een meer efficiënte inrichting van de zorg. Tegelijkertijd zorgt ook meer ‘lokaal wonen’ voor spreiding over de regio en een afname van de vraag naar geclusterd wonen voor VB-cliënten (verstandelijke beperking) in de gemeente Hardenberg.
vaak positief is voor de persoonlijke ontwikkeling van zorgvragers. De gemeente Hardenberg had in 2023 een aanbod van 291 woningen voor mensen in Beschermd Wonen (BW). Naar verwachting neemt de vraag in Hardenberg van 226 woningen in 2023 toe naar 248 woningen in 2040. Dit past binnen het aanbod BW, op basis van de inventarisatie in 2023. De uitstroom vanuit Beschermd Wonen leidt naar verwachting tot een vraag naar 53-64 woningen per jaar. Daarnaast zullen ca. 35 woningen per jaar nodig zijn naar aanleiding van de uitstroming vanuit de Maatschappelijk Opvang. Ten slotte zijn er jaarlijks ca. 38 kwetsbare jongeren die naar verwachting uitstromen uit een jeugdzorginstelling en een woonbehoefte hebben in gemeente Hardenberg, waaronder kamertrainingswoningen. In regionaal verband hanteren we hierbij het woonplaatsbeginsel zodat inwoners kunnen terugkeren naar een plek die herkenning geeft en waar sociale relaties zijn opgebouwd.
Voor inwoners met een lichamelijke kwetsbaarheid is er in de periode 2023 tot 2040 behoefte aan 5 geclusterde woningen en 65 gespikkelde woningen. Deze vraag blijft stabiel tot 2040.
We vinden het belangrijk dat iedereen binnen onze gemeente een fijne plek heeft om te wonen. Dat geldt ook voor inwoners met een lichte verstandelijke beperking en uitstromers uit een intramurale instelling. Een zachte landing in de wijk speelt daarbij een belangrijke rol. Dit vraagt om meer dan alleen passende huisvesting: het gaat ook om een goede inbedding in de buurt, aandacht voor ontmoeting, begeleiding en bewustwording bij omwonenden. Zo ontstaat er ruimte voor wederzijds begrip en betrokkenheid,
De mensen bij wie psychische, psychosociale of maatschappelijke problematiek een rol speelt wonen vaak tijdelijk in een beschermde woonvorm. Voor een groot deel bevinden deze woonvormen zich in de grotere centrumgemeenten (in dit geval Zwolle). Het landelijk beleid is erop gericht om deze mensen, wanneer dat kan, weer zelfstandig te huisvesten. Niet alleen om daarmee op de zorgkosten te besparen, maar ook omdat zelfstandig wonen 45
waardoor nieuwe bewoners zich onderdeel kunnen voelen van de gemeenschap. Een evenwichtige verhouding tussen zorgvragers en zorgdragers op buurtniveau is essentieel om de leefbaarheid te behouden en onderlinge betrokkenheid te versterken, de capaciteit van persoonlijke netwerken te vergroten, en zo de druk op de formele zorg te verlichten. Hierbij hanteren we als uitgangspunt dat in gebieden die volgens de Veerkrachtkaarten (zie hoofdstuk 7) beneden het gemiddelde scoren, geen extra huisvesting van aandachtsgroepen plaatsvindt. Gebieden die boven het gemiddelde scoren lenen zich als eerste voor nieuwe wooninitiatieven. Voor inwoners met een lichtere zorgvraag gaan we uit van spreiding over alle kernen en buurtschappen. Voor zorgdoelgroepen met een zwaardere ondersteuningsvraag en uitstromers uit een intramurale instelling houden we rekening met meer zorg en welzijnsvoorzieningen dichtbij en zien we toe op spreiding over de grotere kernen.
zelfstandig wonen in een reguliere woonwijk niet passend. Daarom zetten we in op de ontwikkeling van onvoorwaardelijke woonvormen (woonplekken voor mensen die langdurige begeleiding nodig hebben, zonder einddatum en bieden veiligheid door deskundige begeleiding in een prikkelarme omgeving) waar bewoners de juiste ondersteuning kunnen ontvangen. Voor sommigen vormt dit een duurzame woonsituatie, terwijl anderen via woontraining kunnen doorgroeien naar een meer zelfstandige woonvorm. We willen inzetten om tot een sluitend woonzorgaanbod voor deze doelgroep te komen, in nauwe samenwerking met onze zorg- en maatschappelijke partners.
Er is ook een groeiende behoefte aan bijzondere woonvormen voor mensen met onbegrepen gedrag. Voor een deel van deze groep is
46
6.3 Uitgangspunten voor uitvoering
het nodig is en te creëren waar het nodig is. • We richten ons op het ontwikkelen van woonzorgzones. Waarbij wonen, zorg en welzijn samen komen, waardoor ouderen de mogelijkheid hebben langer zelfstandig te blijven wonen, met passende ondersteuning altijd dichtbij. Passend bij de verschillende typen kernen binnen de gemeente. • Individuele en collectieve woon/ zorginitiatieven voor kleinschalige woonvormen faciliteren we vanuit concrete criteria en randvoorwaarden. • De bestaande beleidsregel van (pré-) mantelzorgwoningen checken we op uitvoerbaarheid.
Ouderen • We vullen de woningbouwopgave ouderen vanuit het Afsprakenkader ouderenhuisvesting West-Overijssel in passend binnen de kaders die we hebben benoemd. • Voor het ontwikkelen van geclusterde woonvormen kijken naar de opzet van de kern. Gekoppeld aan de specifieke behoeften van de gebruikers/bewoners. • De ontwikkeling van geclusterde en zorggeschikte woningen wordt voor 50% door marktpartijen gerealiseerd. Hiervoor gaan we ontwikkelaars faciliteren en duidelijke kaders meegeven (zie volgende bullit). • We werken een afwegingskader uit met criteria om nieuwe initiatieven op het vlak van woonzorginitiatieven voor ouderen en aanvullende voorzieningen te kunnen toetsen die aansluiten bij onze volkshuisvestelijke ambitie voor de gemeente/samenleving. • We ontwikkelen een bewustwordingscampagne gericht op (financiële) instrumenten om woningaanpassingen te faciliteren en gericht op doorstroming naar een passende woning in samenwerking met ketenpartners. • Samen met partners in wonen, welzijn en zorg en onze inwoners bouwen we mee aan veerkrachtige (woon-)gemeenschappen waarin mensen naar elkaar omkijken, elkaar ontmoeten en elkaar ondersteunen. Om de sociale cohesie te versterken, waarbij we niemand uitsluiten. Inzet is om de breedste zin gemeenschapszin te ondersteunen waar
Aandachtsgroepen met een zorgbehoefte • Samen met regiogemeenten maken we afspraken over een evenwichtige verdeling (fair share) van de huisvestingsopgave voor urgente groepen. • We stellen met regiogemeenten een regionale huisvestingsverordening voor de wettelijk verplichte urgentiecategorieën op. • We vullen de woningbehoefte van aandachtsgroepen met zorgvraag in passend bij de wijk en kern vanuit leefbaarheid. Waarbij rekening wordt gehouden met draagkracht in wijk en dorp en gericht op een evenwichtige opbouw van woningvoorraad in wijk en dorp. • Naast passende huisvesting voor aandachtsgroepen met een zorgvraag zetten we in op een goede inbedding gericht op acceptatie, met aandacht voor ontmoeting en begeleiding.
47
7 Leefbaarheid
7.1
Huidige staat van de leefbaarheid
van Nederland. In 2024 stond de gemeente in de halve finale van deze verkiezing.
In de gemeente Hardenberg zien we leefbaarheid als de basis voor een sterke en vitale gemeente, waarin iedereen zich thuis kan voelen ongeacht leeftijd, inkomen of (culturele) achtergrond. Een leefbare omgeving biedt niet alleen passende woonruimte, maar ook veilige, toegankelijke en sociale buurten waarin mensen elkaar ontmoeten, accepteren en ondersteunen.
Op basis van de Veerkrachtkaarten (zie kader) zijn er enkele buurten, in met name Hardenberg en Dedemsvaart, waar de mate van overlast en onveiligheid groter dan gemiddeld is en waar meer mensen in een kwetsbare positie wonen. Ten aanzien van de leefbaarheid leggen we de focus op die plekken. Om deze ontwikkeling te stoppen, en te keren, is zicht nodig op de oorzaken hiervan. Met een duidelijk beeld van de oorzaak, zoals de woningvoorraad of clustering van meer kwetsbare inwoners, kan gericht worden gezocht naar een passende aanpak. Hierin is samenwerking met sleutelfiguren van wonen, welzijn en zorg essentieel.
Om dit goed op elkaar af te stemmen vraagt dit om een integrale benadering: op buurtniveau door te investeren in sociale samenhang, groenvoorzieningen, mobiliteit en voorzieningen; en op gebouwniveau door woningen te ontwerpen die passen bij de behoeften van alle bewoners, inclusief toegankelijkheid, betaalbaarheid, energieprestatie en levensloop-bestendigheid. Door deze niveaus samen te brengen, creëren we een inclusieve woon- en leefomgeving (gemeenschapszin) die zowel sociaal als fysiek duurzaam is.
Figuur 7.1: Gemeente Hardenberg. Mate van overlast en onveiligheid in combinatie met het aandeel inwoners in een kwetsbare positie (2022) Bron: Aedes (2025)
Bereikbaarheid van voorzieningen
De gemeente Hardenberg bestaat uit 29 kernen die samen een hecht netwerk vormen en elk hun eigen schaal en functie kennen. Hardenberg en Dedemsvaart vervullen als hoofdkernen een regionale en bovenlokale rol. Hier is een breed palet aan voorzieningen aanwezig en trekken de kernen ook inwoners van buiten de gemeente aan. Daarnaast zijn er enkele middelgrote kernen, zoals Bergentheim, Balkbrug, Gramsbergen en Slagharen. Deze beschikken over de belangrijkste basisvoorzieningen. Voor de overige kleinere plattelandskernen geldt dat het voorzieningenaanbod kwetsbaarder is. Door demografische ontwikkelingen, zoals de vergrijzing, en veranderend gebruik, bijvoorbeeld online winkelen, neemt de druk op het behoud van voorzieningen toe. In
In de basis scoort de leefbaarheid in de gemeente Hardenberg zeer hoog. In de meeste buurten is de score ‘goed’ tot ‘zeer goed’. Vooral op aspecten als de sociale samenhang (naoberschap) en de geringe overlast en veiligheids-problematiek is de leefbaarheid in de gemeente Hardenberg aanzienlijk beter dan gemiddeld in Nederland. Aansluitend hierop is volgens inwoners de toegankelijkheid van de openbare ruimte hoog. Hardenberg is in 2018 uitgeroepen tot meest toegankelijke gemeente 48
49
deze kernen kiezen we daarom bewust voor maatwerk: waar mogelijk voorzieningen en accommodaties bundelen en altijd zoeken naar oplossingen die passen bij het karakter en de behoefte van het dorp. Vanuit ruimtelijke en economische keuzes sturen we waar mogelijk op het behoud van essentiële voorzieningen in de grotere kernen. Zo ontstaat een evenwichtige spreiding van voorzieningen, waarbij iedere kern naar vermogen bijdraagt aan een leefbare gemeente.
Door toekomstbestendige keuzes te maken in het vergroten en herstructureren van het woonaanbod, zorgen we ervoor dat mensen langer in de huidige woning kunnen blijven. Dit betreft zowel keuzes ten aanzien van de toegankelijkheid van de woning en de omgeving, als klimaatbestendigheid. We willen dat alle inwoners kunnen wonen in veerkrachtige, gezonde en toekomstbestendige wijken. Daarom geven we prioriteit aan de wijken in Hardenberg en Dedemsvaart die op basis van de Veerkrachtkaarten als kwetsbaar naar voren komen. In deze wijken zetten we in op een integrale aanpak, waarin fysieke en sociale opgaven hand in hand gaan.
Toekomstbestendig wonen
Als mensen lang in een wijk blijven wonen, ontstaat vaak meer sociale samenhang. Bewoners leren elkaar kennen, bouwen netwerken op en voelen zich meer betrokken bij hun buurt. Dit versterkt het gevoel van veiligheid, vertrouwen en onderlinge hulp, wat de leefbaarheid ten goede komt. Dit stimuleren we naar aanleiding van het type woningen (geclusterd met ontmoetingsruimte), maar ook door ervoor te zorgen dat mensen op de plek met sociale samenhang kunnen blijven wonen. Ook vormt dit de basis voor het langer zelfstandig thuis wonen.
We streven naar een evenwichtig woningaanbod en investeren in het verbeteren van de leefbaarheid, gezondheid en helpen zorgzame gemeenschappen hun rol te pakken. Tegelijk werken we aan het verduurzamen van de woningvoorraad en het versterken van klimaatadaptieve elementen. Op deze manier verbinden we wonen, welzijn en duurzaamheid tot één samenhangende wijkaanpak.
50
7.2 Verduurzaming van woning en woonomgeving
een klimaatbestendige en toekomstgerichte woningvoorraad, die aansluit bij de natuurlijke kenmerken van het landschap. Daarbij hanteren we het principe ‘groen, tenzij’ en zorgen we dat uitbreiding altijd samengaat met kwaliteitsverbetering van de leefomgeving.
Groen, gezond en klimaatbestendig
Net als de Rijksoverheid en de provincie Overijssel zetten we in op een klimaatadaptieve leefomgeving. Klimaatadaptief betekent dat we ons moeten aanpassen aan de effecten van klimaatverandering: hevigere piekbuien, langere periodes van droogte, vergroten de kans op overstroming en hittestress. Bij woningbouw betekent dit dat we goed na moeten denken hoe nieuwe woningen bestand zijn en blijven tegen natte, droge en hete periodes. De gemeente Hardenberg heeft hiervoor de Groene en Gezonde Maatlat opgesteld: een set van beleidsambities ten aanzien van klimaatadaptatie, biodiversiteit en positieve gezondheid gericht op de woon- en leefomgeving. Dit is uitgewerkt tot aanvullend beleid en een toetsingskader. Nieuwe (woningbouw)ontwikkelingen worden van de locatieverkenning tot en met de ontwerpfase getoetst aan deze beleidsambities aan de hand van een concreet kader om ambities met elkaar te ontwikkelen en deze te implementeren. Duurzaamheid en gezondheid zijn daarbij vanzelfsprekende uitgangspunten. De fysieke inrichting van wijken en dorpen draagt bij aan een gezonde leefstijl en een aantrekkelijke woonomgeving: met minder verharding, meer groen en voldoende ruimte voor water en biodiversiteit en/of het verbinden met bestaande kwaliteiten. Ook particuliere initiatieven, zoals het vergroenen van tuinen of het hergebruiken van regenwater, spelen hierin een belangrijke rol.
We bouwen aan
Naast aandacht voor nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, is het van belang dat we inzetten op een verduurzamingsslag binnen de bestaande voorraad. Gedurende de leerperiode van de maatlat, tot eind 2026, verkennen we hoe de principes van de maatlat kunnen worden toegepast op bestaande leefgebieden. Daarnaast volgen we in het kader van onze klimaatambities het programma Klimaat, Water en Biodiversiteit. Dit programma bevat de beheertaken op het gebied van water en riolering, klimaatadaptatie en biodiversiteit. De verduurzaming van de woningvoorraad in Hardenberg is duidelijk zichtbaar. In de afgelopen vijf jaar is het aantal woningen met energielabel C, D en E afgenomen, terwijl het aantal woningen met label A juist sterk is toegenomen. Deze ontwikkeling laat zien dat zowel bewoners, corporaties als marktpartijen actief bijdragen aan de energietransitie. Toch blijft er een opgave bestaan om de resterende, minder energiezuinige woningen te verbeteren. De gemeente speelt hierin een stimulerende en verbindende rol: door het ondersteunen van particuliere woningeigenaren 51
bij verduurzaming, het faciliteren van collectieve initiatieven, en het maken van afspraken met corporaties over het versnellen van stappen binnen hun bezit.
De komende jaren willen we bij klimaatadaptatie en verduurzaming van de woningvoorraad veel meer via de integrale wijkaanpak vormgeven. Dit betekent dat we per gebied (vaak een dorp of wijk) kijken hoe de woningvoorraad, -omgeving en bewoners ervoor staan en waar bewoners behoefte aan hebben. Ook andere aspecten zoals woningbouw, beter benutten van de bestaande voorraad en het langer zelfstandig wonen worden bij deze gebiedsgerichte aanpak betrokken.
Er is brede steun voor duurzame energie in de gemeente. Inwoners besparen actief energie en investeren steeds vaker in zonnepanelen of andere energiemaatregelen. Tegelijkertijd vraagt de energietransitie om zorgvuldige keuzes, zeker als het gaat om grootschalige opwek van zon en wind. Daarom is een gemeentelijk afwegingskader opgesteld dat richting geeft aan duurzame energieopwekking en helpt om belangen zorgvuldig af te wegen.
Figuur 7.2: Verdeling van energie labels binnen de woningvoorraad in 2020 en 2025. Gemeente Hardenberg. Bron: Gemeente Hardenberg (2025) 2025 2020 0%
20% A t/m A++
40% B
C
D
60% E
In het Programma Energie Hardenberg zijn de ambities en doelen voor het onderdeel energie uitgewerkt. Deze sluiten aan op de landelijke doelen uit het Klimaatakkoord. Onze ambities voor het thema gebouwde omgeving en wat we doen, nu en later, staat in het energieprogramma; spoor 1 t/m 6. Er is een uitgebreide lokale ondersteuningsstructuur (energieloket, energiecoaches, subsidiecoach, energieklusteam, startpunt Duurzaam) aangevuld met subsidies en regelingen om onze inwoners te helpen bij het verduurzamen van de woning of met kleine aanpassingen en gedrag de energierekening betaalbaar te houden. Een aantal onderdelen en acties van het programma Energie worden uitgewerkt in het warmteprogramma. Het warmteprogramma beschrijft hoe de warmtetransitie wordt opgeschaald en versneld om het aardgasverbruik in de gebouwde omgeving te verminderen.
52
53
F
80% G
100%
7.3 Uitgangspunten voor uitvoering • We gaan vanuit ruimtelijke en economische keuzes waar mogelijk sturen op het behoud van essentiële voorzieningen in de grotere kernen. In de kleinere kernen kiezen we bewust voor maatwerk: het behouden van wat er is, waar mogelijk voorzieningen en accommodaties bundelen en altijd zoeken naar oplossingen die passen bij het karakter en de behoefte van het dorp. • We stimuleren de leefbaarheid naar aanleiding van het type woningen (geclusterd met ontmoetingsruimte), maar ook door ervoor te zorgen dat mensen op de plek met sociale samenhang lang op een plek kunnen blijven wonen om het gevoel van veiligheid, vertrouwen en onderlinge hulp te versterken. • In de wijken in Hardenberg en Dedemsvaart die op basis van de Veerkrachtkaarten als kwetsbaar naar voren komen zetten we in op een integrale wijkaanpak, waarin fysieke en sociale opgaven hand in hand gaan. • We faciliteren eigenaar-bewoners bij het verduurzamen van hun woning. Met Vechtdal Wonen maken we hierover prestatieafspraken ten aanzien van de bestaande sociale huurvoorraad.
Colofon
Opgesteld door: Companen Opdrachtgever: Gemeente Hardenberg Opmaak: Total iD Versie: December 2025
54
55