CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering Rollepaal Oost

gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente HardenbergBij agendapunt: Besluit tot wijziging van het omgevingsplan voor Rollepaal Oost41.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Overzicht uitbreidingsvraag West-Overijssel Stec Groep

Binnen de prognose zijn de aandelen van een tiental sectoren in beeld gebracht. De prognose van de uitbreidingsvraag in West-Overijssel is het grootst naar grootschalige distributie, grootschalige productie en het reguliere segment. De ruimtebehoefte uit de overige sectoren is zeer beperkt. Voor de doelgroep grootschalige distributie is de schaarste het grootst, in het hoge scenario is sprake van een behoefte van 32 hectare.

In de programmeringsafspraken 2023-2026 bedrijventerreinen Regio West-Overijssel (provincie Overijssel, 2023) is een goedkeuring gegeven voor de uitbreiding van Rollepaal Oost met 21 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein. Hierbij zijn afspraken gemaakt over de kwaliteitsambities, de provincie streeft naar toe-

334

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

komstbestendige bedrijventerreinen waarbij landelijke en Europese ambities ten aanzien van duurzaamheid centraal staan en water en bodem sturend zijn voor de gebiedsontwikkeling. Rollepaal Oost

Concept

De uitbreiding van Rollepaal Oost vindt plaats buiten bestaand stedelijk gebied en moet ruimte bieden aan een breed scala bedrijven uit Dedemsvaart. Concreet hebben meerdere geïnteresseerde bedrijven uit Dedemsvaart, met een gezamenlijke omvang van meer dan 21 hectare netto, de intentie uitgesproken zich op Rollepaal Oost te vestigen. Er wordt verwacht dat Rollepaal Oost een subregionale marktregio gaat bedienen voor gemeenten Hardenberg, Dalfsen, Ommen, Twenterand, De Wolden, Hoogeveen, Coevorden en Emmen, zie navolgende figuur.

Subregionale marktregio Rollepaal Oost Stec Groep (2023)

De vraag naar bedrijventerreinen kan niet worden opgelost binnen bestaand stedelijk gebied. Aangegeven wordt dat de bestaande voorraad geen directe oplossing biedt voor het invullen van (een deel van) de ruimtevraag, aangezien het aanbodpercentage op bedrijventerreinen (graadmeter voor leegstandspercentage) op 2,3% ligt en daarmee ruim onder het gezonde frictieniveau van 5% ligt. Er wordt geconstateerd dat er voldoende behoefte is voor de ontwikkeling van Rollepaal Oost en dat Rollepaal Oost de meeste waarde kan toevoegen voor voornamelijk bedrijven uit het grootschalige segment (kavels groter dan 3 ha). Uit de Regionale Energiestrategie (RES), waarin regionale afspraken zijn gemaakt over de bijdrage per gemeente aan de energietransitie, ontstaat onder andere de noodzaak om bestaande transformatorstations uit te breiden zodat het elektrisch netwerk geschikt kan worden gemaakt voor de op te wekken wind- en zonne-energie in de regio. Op het bestaande bedrijventerrein Rollepaal is een transformatorstation aanwezig van TenneT/Enexis. Zij hebben aangegeven dat zij circa 3,4 hectare extra terrein nodig hebben voor de uitbreiding van het verdeelstation en de bijbehorende kabels om nu en in de toekomst leveringszekerheid van stroom te garanderen. De netverzwaring is onderdeel van het project Drents Overijsselse netversterking Oost (DON Oost).

Door de ontwikkeling van Rollepaal Oost kan in deze benodigde uitbreidingsruimte worden voorzien.

335

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

De uitbreidingsbehoefte van de gevestigde lokale bedrijven wordt bevestigd door de prognose economische groei uit de ‘Laddertoets Broeklanden Zuid 3, Heemserpoort en Rollepaal Oost‘. De uitbreidingsbehoefte vanuit de doelen van de RES komt daar nog bij. De uitbreiding Rollepaal Oost met 29 hectare bruto (21 hectare netto) kan voorzien in (een gedeelte van) deze uitbreidingbehoefte.

Concept

7.2.2.2 Locatieonderbouwing De ontwikkeling van een bedrijventerrein voor zwaardere bedrijvigheid is niet mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied. Het voorzien van ruimte op het huidige bedrijventerrein Rollepaal middels herstructurering is geen optie aangezien de bestaande voorraad geen directe oplossing biedt voor de vraag. Het beleid van provincie en gemeente ziet op clustering van bedrijventerreinen, waardoor een uitbreiding van het bedrijventerrein Rollepaal voor de hand ligt. Uit de behoefteraming van bedrijventerreinen en de ‘Laddertoets Broeklanden Zuid 3, Heemserpoort en Rollepaal Oost‘ blijkt dat er voldoende vraag is naar de uitbreiding van het bedrijventerrein Rollepaal. Daarnaast is de uitbreiding van het bedrijventerrein Rollepaal goedgekeurd in de programmeringsafspraken tussen provincie en gemeenten. Er is derhalve geen ander locatiealternatief voor een nieuw bedrijventerrein onderzocht binnen Dedemsvaart. Wel is de locatie van de uitbreiding nader onderzocht. De uitbreiding van het bedrijventerrein kan in oostelijke of zuidelijke richting plaatsvinden. Uitbreiding in noordelijk en westelijke richting is niet mogelijk vanwege de aanwezige woonwijk daar en de kleinere afstand tot de kern.

Het is qua landschappelijke structuren en huidig gebruik logisch om het bedrijventerrein Rollepaal richting het oosten uit te breiden, de uitbreidingen de afgelopen jaren hebben ook reeds in oostelijke richting plaatsgevonden. Dit is in lijn met de Structuurvisie Dedemsvaart uit 2006, waar de uitbreiding van Rollepaal in oostelijke richting reeds is voorzien. Nadat de raad op 7 december 2021 heeft besloten om de benodigde gronden aan de oostzijde van Rollepaal aan te kopen, zijn de gronden door de gemeente Hardenberg verworven en is er sprake van grondpositie aan de oostzijde. Een andere reden om het bedrijventerrein richting het oosten uit te breiden is de aanwezigheid en gewenste uitbreiding het verdeelstation van TenneT. De aanwezigheid van een verdeelstation op korte afstand biedt een gunstige positie ten aanzien van het (terug)leveren van (zonne)energie. Uitbreiding richting het zuiden (overstap over de Woudbloemweg) is ook globaal verkend. De uitbreiding in zuidelijke richting zorgt voor een grotere afstand tot gehinderden (woningen), waardoor sprake kan zijn van een lagere geur-, licht- en geluidsbelasting. Wel kent de uitbreiding in zuidelijke richting andere belemmeringen. Een van de belemmeringen is de aanwezigheid van vijf hogedruk gasleidingen, dat bemoeilijkt de uitgifte van (grote) kavels zowel ruimtelijk als financieel.

De realisatie van een bedrijventerrein op korte afstand van deze gasleidingen leidt tot een toename van het groepsrisico. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de veiligheidscontouren en veiligheidsvoorschriften, zoals vluchtroutes van de bron af, die de ontwikkelingsmogelijkheden beperken en ook leiden tot de eis dat aan de zuidzijde van het industrieterrein een extra ontsluiting wordt gerealiseerd. Ook landschappelijk gezien zijn er nadelen aan deze zuidelijke locatie; de Woudbloemweg vormt nu een heldere en harde grens tussen de bebouwing en het landschap ten zuidoosten van Dedemsvaart. Door het benutten van de gronden ten zuiden van de Woudbloemweg is er geen sprake meer van een duidelijke begrenzing. Daarnaast wordt het landschap ten zuidoosten van de Woudbloemweg gekenmerkt door enorme openheid en zullen zichtlijnen verdwijnen of verkort worden. De uitbreiding aan zuidzijde vormt een soort uitstulping waardoor er minder sprake is van compact bouwen. Bij een zuidelijke uitbreiding is verlegging en opwaardering van de Woudbloemweg als agrarische ontsluitingsweg noodzakelijk. De gemeente heeft daarnaast geen grondposities in zuidelijke richting waardoor de (financiële) haalbaarheid van de ontwikkeling in het geding komt en de uitbreiding in zuidelijke richting geen realistisch uitvoerbaar alternatief is.

Op grond van bovenstaande heeft uitbreiding aan de oostzijde de sterke ruimtelijke voorkeur vanwege de duidelijke functiescheiding tussen bedrijventerrein en landelijk gebied en de benodigde uitbreiding van TenneT/Enexis. Uitbreiding naar de zuidzijde is geen realistisch uitvoerbaar alternatief vanwege de beperkingen door de hogedrukleidingen, de openheid van het landschap en de financiële beperkingen (geen grondpositie).

7.2.3 Conclusie Ten aanzien van de uitbreiding van het bedrijventerrein Rollepaal Oost wordt geconcludeerd dat de vraag naar vergelijkbare bedrijventerreinen in het verzorgingsgebied groter is dan het aanbod. De beoogde ontwikkeling van Rollepaal Oost voorziet naar verwachting in een behoefte. Verder blijkt dat geen alternatieve locaties geschikt of beschikbaar zijn binnen het bestaand stedelijk gebied. Rollepaal Oost vormt de afronding van het succesvol uitgegeven bedrijventerrein Rollepaal.

336

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

7.3 Landschappelijke waarden 7.3.1 Toetsingskader De instructieregels die in paragraaf 5.1.5 'Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed' van het Bkl zijn opgenomen zien niet specifiek toe op de bescherming van de landschappelijke in Rollepaal Oost. Voor landschap is geen wettelijk kader van toepassing, maar zijn wel beleidskaders vastgelegd, zowel in de provinciale omgevingsvisie als in de gemeentelijke plannen en visies.

Concept

Provincie In de (geconsolideerde) provinciale Omgevingsvisie zijn de beleidsambities en doelstellingen opgenomen die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Hierin zijn ook ambities opgenomen voor landschap(structuren). De provincie zet in op behoud van deze verzorgde, aantrekkelijke en afwisselende vrijetijdslandschappen, waarin drie elementen samenkomen: protectie (behoud van de kwaliteiten), productie (bedrijvigheid) en plezier (beleving, vermaak). De kwaliteit van het landschap dient behouden te blijven en waar mogelijk verbeterd. Bij nieuwe plannen wordt getoetst hoe deze in het landschap passen. Gemeente Hardenberg In de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg (2021) is beschreven dat de gemeente koerst op een vitaal landelijk gebied met: a. een goede wisselwerking en samenhang tussen economische activiteiten zoals de landbouw en de vrijetijdseconomie (de gebruikswaarde); b. de waardering van het gebied door inwoners en gasten (de belevingswaarde); c. de kwaliteit van natuur, biodiversiteit, landschap en cultuurhistorie (de toekomstwaarde). Ook heeft de gemeente een Landschap Identiteit Kaart (LIK), 2013, waarin vier landschapstypen worden onderscheiden: a. beekdal; b. essen- en hoevenlandschap; c. heideontginningslandschap; d. veenontginningslandschap.

7.3.2 Toetsing In het kader van het ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost‘ is een beoordeling uitgevoerd van de landschappelijke inpassing. Uit de Landschap Identiteit Kaart (LIK) blijkt dat Rollepaal Oost in het open veenontginningslandschap ligt: een open, grootschalig en rationeel landschap met gestrekte verkaveling. Structuurdragers zijn veelal watergangen zoals grotendeels gedempte kanalen, vaarten en wijken. Om het veen af te wateren en de turf af te voeren werden kanalen gegraven. Dwars op de kanalen werden hoofdwijken gegraven en daar weer dwars daarop ter ontwatering van het veen werden wijken gegraven. Langs de ontginningsassen ontstonden de (verdichte) lintbebouwingen en langs het kanaal de kanaaldorpen als Dedemsvaart en de Krim. Vanuit de ontginningsassen werden loodrecht op deze assen de gronden ontgonnen; er ontstaat een strakke, smalle noordwest- zuidoost verkavelingsstructuur. Door de openheid van het landschap zijn er veel vergezichten. De beplanting is schaars. Deze is vooral aanwezig op en nabij de bebouwingslinten, als wegbeplanting, op erven, en soms als bomenrij of -singel op perceelsranden (elzen/ eiken). In een aantal gebieden zijn meer verspreid liggende bosjes te vinden zodat deze een meer besloten karakter kennen (besloten veenontginningslandschap). Het Colenbranderbos, ten oosten van het plangebied, is een langgerekt bos.

Het wegenpatroon in het veenontginningsgebied is gebaseerd op de rechtlijnige ontginningsstructuur. Daardoor is er sprake van een strak en rechthoekig patroon van wegen. Als de kernkwaliteiten van een open veenontginningslandschap wordt in het MER de volgende kwaliteiten benoemd: a. grootschalig; b. open landschap met dichte bebouwingslinten (als ontginningsas) ('wegdorpen'); c. vergezichten; d. kanalen/vaarten, hoofdwijken en wijken;

337

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

e. f. g.

strak, rechthoekig; smalle NO-ZW slagenverkaveling; beplanting: schaars. wegbeplanting, bomenrij/ singel, op erven. Nabij de linten bosstroken en perceelsbeplanting (eiken/ elzen).

Invulling met bedrijventerrein

Concept

In het ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost‘ wordt geconstateerd dat de landschappelijke waarden van het gebied door invulling met bedrijventerrein worden aangetast. De ontwikkeling van het bedrijventerrein leidt tot een verdichting ten opzichte van het huidige open beeld. Hoewel in het (concept) stedenbouwkundig plan de landschapsstructuur met wijken als basis is gebruikt leidt de realisatie van Rollepaal Oost tot licht negatieve effecten op het landschap en de beleving van het landschap. In die zin is ruimte voor een goede landschappelijke overgang en een goede inpassing van de waardevolle structuren landschappelijk gezien zeer gewenst. Grondwal De realisatie van een 3 meter hoge grondwal, die grotendeels de landschapsstructuren volgt, zorgt voor een onderbreking van de slagenverkaveling. Wat betreft landschapsbeleving vanuit de omgeving zorgt de grondwal met gebiedseigen en deels wintergroene beplanting (bomen en struiken) voor een afscherming van het bedrijventerrein. Dit leidt tot een verbetering ten aanzien van het zicht en aanzicht op het bedrijventerrein vanuit de omgeving. Door deels wintergroene beplanting aan te planten wordt voorkomen dat tijdens de winterperiode (na bladval) alsnog zicht op de bovenste lagen van bedrijfsgebouwen ontstaat.

In het ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost‘ wordt aangegeven dat bij een grondwal van 3 meter met een (geluids)scherm van 3 meter een groter deel van de bedrijfspanden wordt afgeschermd. Zonder verzachtende maatregelen scoort een geluidsscherm landschappelijk gezien negatief. Het is belangrijk dat het scherm een natuurlijke afscheiding wordt en opgaat in het groen. Een belangrijk nadeel van een geluidsscherm is de barrièrewerking voor het medegebruik door soorten (ecologie) en mensen. Het wordt dan moeilijker om de grondwal te gebruiken als wandel- of fietsroute. Windturbines In het MER wordt ingegaan op de (negatieve) landschappelijke effecten van windturbines. De gemeente heeft op grond daarvan de afweging gemaakt om de plaatsing van windturbines in het plangebied niet mee te nemen in de wijziging van het omgevingsplan voor Rollepaal Oost. Dit betekent echter niet dat windturbines ook in de toekomst worden uitgesloten. De provincie is bevoegd gezag voor het toelaten van windturbines vanaf 5 MW.

7.3.3 Conclusie Uit het ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost‘ blijkt dat het aspect landschap licht negatief is beoordeeld door aantasting van de landschapsstructuren en beleving en de bodemingrepen. De grondwal is in het open landschap weliswaar een gebiedsvreemd object en onderbreekt de landschapsstructuren. Echter, wanneer er geen grondwal wordt aangelegd is er vanuit de omgeving en woningen direct zicht op het bedrijventerrein. Ook wanneer de zone wordt voorzien van beplanting is er sprake van zicht in de winterperiode (na bladval). Geconcludeerd wordt dat een optie zonder grondwal een groter negatief effect zou hebben op de landschapsbeleving vanuit de omgeving. In de voorliggende wijziging van het omgevingsplan is de realisatie van een 3 meter hoge grondwal met beplanting geborgd.

7.4 Ruimtelijke kwaliteit en welstand 7.4.1 Toetsingskader Bestaande en nieuwe bouwwerken moeten voldoen aan redelijke eisen van welstand. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan blijven de huidige welstandsregels van toepassing. De regels voor een welstandstoets zijn vanuit de bruidschat opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van het omgevingsplan. Met de welstandstoets beoordeelt de gemeente of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Onder de Omgevingswet loopt het welstandstoezicht via het omgevingsplan. In het omgevingsplan kan de gemeente regels opnemen over het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken. Als de regels over het

338

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

uiterlijk van de bouwwerken uitleg nodig hebben, moet de gemeenteraad beleidsregels vaststellen voor de beoordeling of een bouwwerk aan de regels voldoet. Dit volgt uit artikel 4.19 van de Omgevingswet. De gemeente Hardenberg heeft haar welstandsbeleid vastgelegd in een tweetal welstandsnota's (zie paragraaf 3.6.6). De ontwikkeling van het plangebied naar een bedrijventerrein is hierin niet voorzien. Voor de gewenste ontwikkeling is een nieuw specifiek welstandskader wenselijk. Ten behoeve van de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan is het 'Stedenbouwkundig plan, inrichting openbare ruimte en beeldkwaliteit Rollepaal Oost' opgesteld. Het ‘Stedenbouwkundig plan, inrichting openbare ruimte en beeldkwaliteit Rollepaal Oost‘ is, samen met het bijbehorende bijlagenboek, opgenomen in deze motivering.

Concept

7.4.2 Toetsing In het onderdeel 'beeldkwaliteit' wordt niet alleen aandacht besteed aan de bebouwde omgeving, maar ook aan de beeldkwaliteit van de openbare ruimte en de kavels. In de notitie wordt ingegaan op de openbare ruimte, de kavels, de aarden grondwal en op de bebouwing. Vervolgens worden de aanvullende criteria voor de deelgebieden benoemd. Tot slot worden als voorbeeld een tweetal kavelpaspoorten uitgewerkt, één voor een kavel tot en met 5.000 m2 en één voor een kavel groter dan 5.000 m2. De aspecten uit het beeldkwaliteitplan worden als regels in het omgevingsplan opgenomen, de bouwplannen moeten hieraan voldoen. Hiermee wordt afgeweken van de werkwijze onder de Woningwet waarin een beeldkwaliteitplan als aanvulling op de welstandsnota werd vastgesteld. Onder de Omgevingswet is beeldkwaliteit c.q. welstand onderdeel van de fysieke leefomgeving en kunnen dergelijke regels in het omgevingsplan worden opgenomen. Er kan ook voor worden gekozen om een beleidsregel zoals bedoeld in artikel 4.19 Omgevingswet vast te stellen. Dat is dus niet de werkwijze van de gemeente Hardenberg. In aanvulling op de welstandsnota is voor de onderdelen uit het beeldkwaliteitsplan een onderscheid gemaakt of sprake is van een harde eis of dat er sprake is van een ambitie of suggestie. In het geval dat sprake is van een harde eis dient dit geregeld te worden in de regels voor Rollepaal Oost.

Dat is voor bijna alle onderdelen het geval. Indien sprake is van een ambitie of suggestie staat dit in het beeldkwaliteitsplan en is een richtlijn voor de uitvoering.

7.4.3 Conclusie Door het borgen van de beeldkwaliteitseisen in de planregels bij de voorliggende wijziging van het omgevingsplan wordt ervoor zorggedragen dat: a. er voldoende waterberging bij nieuwbouw wordt gerealiseerd; b. de stedenbouwkundige uitgangspunten als bebouwingshoogte, afstand tussen bebouwing en perceelgrenzen, dakhellingen, oriëntatie, materialisatie, kleurgebruik en representativiteit van gebouwen is geborgd; c. eisen aan verlichting en reclame-uitingen worden gesteld; d. de hoogte van vlaggenmasten is beperkt.

7.5 Duurzaamheid en klimaatadaptatie 7.5.1 Toetsingskader Er is geen wettelijk kader voor ruimtelijke plannen op het gebied van energie, klimaatadaptatie en circulariteit, maar er zijn wel nationale, regionale en lokale doelstellingen waar rekening mee gehouden kan worden. De gemeente Hardenberg heeft de aanpak op deze thema's vastgelegd in het 'Meerjarenprogramma Duurzaam Hardenberg'. In het meerjarenprogramma staan drie kernopgaven centraal: a. de energietransitie: minder energie gebruiken en meer energie duurzaam opwekken; b. aan de slag met klimaatadaptatie; c. werken aan circulariteit. Klimaatadaptatie Klimaatverandering kan leiden tot schade en slachtoffers, met als uiteindelijk gevolg verslechtering van de economische concurrentiepositie. Voorbeelden hiervan zijn overstromingen en wateroverlast door extreme buien, hittestress, droogte en andere weersomstandigheden (bijvoorbeeld harde wind, toename blikseminslag). Het is daarom van belang dat de effecten die door klimaatverandering kunnen optreden

339

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

bij een ruimtelijke ontwikkeling in het proces worden meegewogen, zodat in een vroeg stadium maatregelen kunnen worden getroffen om veiligheid te borgen en eventuele schade te beperken.

Concept

Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA: 2018) is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om Nederland voor 2050 klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Een van de onderdelen is het benutten van meekoppelkansen bij andere grote ruimtelijke opgaven, zoals nieuwbouw, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. De inzet van dit Deltaplan is om bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de kansen voor een klimaatbestendige inrichting te gebruiken. Op basis van de methodiek van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is in 2018 en 2019 in het Samenwerkingsverband Noordelijk Vechtstromen een stresstest uitgevoerd waarmee kwetsbaarheden als gevolg van wateroverlast, overstroming, hitte en droogte in kaart zijn gebracht. Hieruit blijkt dat droogte een bovenregionaal probleem is binnen de gemeente Hardenberg, waarvoor bovenregionale maatregelen moeten worden genomen. Hitte speelt vooral in de grotere kernen en op bedrijventerreinen met weinig beplanting. Ook kale akkers en kort gemaaid gras worden erg warm. De gemeente heeft hier invloed op door meer groen, meer schaduw, minder verharding en lichtere kleuren in de openbare ruimte toe te passen om de gevolgen van de hitte beperken.

Ondernemers kunnen hieraan bijdragen door de inrichting van hun erf of tuin. Ook het gemeentelijke beleidsdocument 'Programma Klimaat, Water en Biodiversiteit' is bepalend voor het toetsingskader. In het programma zijn verschillende doelen gesteld voor het thema leefbaarheid en bewustwording. In onderstaande tabel zijn de doelen weergegeven.

tabel 7.1 - uitsnede Programma Klimaat, water en biodiversiteit gemeente Hardenberg

In het ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost‘ wordt in het kader van onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering in ingegaan op de beschikbaarheid en het gebruik van drinkwater.

340

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Energietransitie De energietransitie, waarbij wordt overgegaan van gebruik van fossiele energie op het gebruik van duurzame energiebronnen, vraagt om ruimte. Het is daarom belangrijk om te onderzoeken wat de (toekomstige) energiebehoefte van het plangebied is, welke mogelijkheden voor energiebesparing er zijn, welke energiebronnen kunnen worden ingezet, wat daarvan de mogelijke ruimtelijke effecten zijn.

Concept

De plannen voor de gemeente Hardenberg staan in het meerjarenprogramma Duurzaam Hardenberg voor de periode 2020 tot en met 2024. Dit meerjarenprogramma vormt het kader voor de inbreng van de gemeente Hardenberg in de Regionale Energiestrategie (RES) voor West-Overijssel. In het meerjarenprogramma van de gemeente Hardenberg staat voor het opwekken van duurzame energie het volgende doel: de gemeente wil in 2030 minimaal 30% van alle energie die in Hardenberg gebruikt wordt binnen de gemeentegrenzen duurzaam opwekken. In 2050 wil de gemeente alle energie duurzaam en fossielvrij opwekken om zo de CO2-uitstoot terug te brengen. Om dit doel te halen is ook in Hardenberg het grootschalig opwekken van windenergie, zonne-energie en energie uit biomassa noodzakelijk. De gemeente Hardenberg heeft geen specifieke doelstellingen voor nieuwe ontwikkelingen. Groene en gezonde maatlat De "Groene en Gezonde maatlat Hardenberg" is een methode die de gemeente Hardenberg gaat gebruiken om biodiversiteit, klimaat en gezondheid te meten en te verbeteren in nieuwe en bestaande woonwijken en bedrijventerreinen. Het doel is om een positieve impact op de omgeving en de volksgezondheid te bereiken. De maatlat streeft naar meer natuurlijke grasvelden, meer soorten bomen en struiken en meer bloeiende planten om meer voedsel en schuilplaatsen voor dieren te bieden.

De maatlat richt zich op maatregelen die de gemeente klimaatbestendig maken, zoals het vergroenen van de omgeving. De maatlat streeft naar een gezondere omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontspannen, wat een positieve invloed heeft op de lichamelijke en geestelijke gezondheid. De maatlat wordt ontwikkeld aan de hand van praktijkervaringen en concrete projecten in Hardenberg. Provinciale Handreiking duurzame bedrijventerreinen Aantrekkelijke, toekomstbestendige bedrijventerreinen zijn belangrijk voor ondernemers. Investeren in duurzame terreinen is waardevol. Niet alleen voor de maatschappij, maar ook voor ondernemers en werknemers. Veel ondernemers zien verduurzaming van hun bedrijf of bedrijventerrein daarom als een mooi perspectief. De provincie Overijssel heeft kwalitatieve ambities voor ontwikkeling van duurzame en toekomstbestendige bedrijventerreinen en is samen met MKB Nederland Midden en VNO-NCW Midden betrokken bij een brede aanpak voor toekomstbestendige bedrijventerreinen in Overijssel. Als onderdeel daarvan zijn twee handreikingen opgesteld voor het verder verduurzamen van bedrijventerreinen: één voor bestaande gebouwen en terreinen en één voor nieuwe gebouwen en terreinen.

Nationaal programma circulaire economie 2023-2030 Nederland circulair in 2050 is het eerste Rijksbrede Programma Circulaire Economie, waarin de ambitie is uitgesproken om in 2050 in Nederland een volledig circulaire economie te hebben en als tussendoel in 2030 het gebruik van primaire abiotische grondstoffen te hebben gehalveerd. In een circulaire economie zijn vrijwel alleen herbruikbare primaire, secundaire en duurzame biogrondstoffen in omloop. Producten worden binnen gesloten kringlopen geproduceerd, gedistribueerd en geconsumeerd. Zodoende wordt de waarde van grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk behouden, waardoor er bijna geen afval meer is. Voor een circulaire samenleving moet worden omgeschakeld naar een benadering waarin grondstoffen en producten zo lang mogelijk meegaan en steeds worden hergebruikt, zowel ten behoeve van leveringszekerheid als om het milieu zoveel mogelijk te sparen. Op het schaalniveau van een bedrijventerrein heeft dit vooral betrekking op het optimaal (her)gebruiken en behouden van reeds beschikbare materialen en producten, zowel in aanleg- als in gebruiksfase, verminderen van grondstoffenverbruik en het voorkomen van afval.

341

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

7.5.2 Toetsing In het kader van het ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost‘ zijn de aspecten die van belang zijn met betrekking tot klimaat, energie en circulariteit beoordeeld voor het planvoornemen en de bijbehorende varianten en alternatieven. Klimaat

Concept

Uit de beoordeling blijkt dat op het bedrijventerrein Rollepaal Oost voldoende ruimte is gereserveerd voor het opvangen van water en het voorkomen van hitte en droogte. De robuuste groenstructuur en ruime opzet kunnen hittestress voorkomen. Aanbevolen wordt om ook op gebouwniveau voorwaarden te stellen om oververhitting van gebouwen te voorkomen en hergebruik van overtollig hemelwater te stimuleren. Om het hergebruik van hemelwater te stimuleren wordt in het ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost‘ voorgesteld (mitigerende maatregel) om voorwaarden te stellen voor het hergebruik van hemelwater. Door zuinig om te gaan met waterverbruik is tijdens drogere perioden voldoende water beschikbaar. Zo kan overtollig regenwater worden opgevangen en hergebruikt voor bewatering van beplanting (groen dak, groene gevel) en/of voor verminderen drinkwaterverbruik door het regenwater te gebruiken voor het doorspoelen van toilet/bedrijfsprocessen. Om oververhitting van gebouwen tegen te gaan wordt in het ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost‘ de mogelijkheid van zomernachtventilatie (passieve energiearme vorm van koeling) aanbevolen. Door 's nachts te ventileren kan een gebouw worden gekoeld met koude buitenlucht. Bij invulling van de bedrijfskavels is het van belang dat ingezet wordt op groene gevels/daken en buitenruimten zodat er geen hitte-eilanden ontstaan.

De groene gevels en daken kunnen ervoor zorgen dat ook de binnentemperatuur in gebouwen daalt. Pas halfverharding/open verharding toe waar mogelijk. Energie Uit de analyse ten aanzien van energie blijkt dat er voldoende mogelijkheden zijn voor het opwekken van zonne-energie op dak maar dat dit mogelijk niet voldoende is om jaarrond te voorzien in voldoende energie. De mogelijkheden voor windenergie zijn beperkt door onder andere de aanwezige woningen in de omgeving. Een locatie voor windturbines is gebonden aan veiligheidscontouren en afstanden ten aanzien van geluid- en slagschaduw. Er zijn mogelijkheden voor het inkopen van duurzame elektriciteit wanneer het verdeelstation van TenneT gereed is. De mogelijkheden voor energiepotentie zijn op dit moment onzeker en scoort hierdoor licht negatief. In het ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost‘ worden mogelijkheden benoemd om aan de energievraag te kunnen voldoen (mitigerende maatregelen). Zo wordt voorgesteld om de mogelijkheden voor alternatieve energiebronnen en de realisatie van een energiehub te onderzoeken. Op basis van gebruikscijfers kan worden nagegaan wat nodig is om een passend energiesysteem te ontwikkelen. Onderzocht kan worden wat de mogelijkheden zijn om het bedrijventerrein aan te sluiten op windpark Veenwieken, zonneparken in de omgeving en de mogelijkheden voor gebruik van restwarmte van de RWZI.

Een andere optie is om na te gaan of windturbines op grotere afstand van het plangebied kunnen worden geplaatst die het bedrijventerrein voorzien van energie. Met de vestigende partijen kunnen de mogelijkheden voor een energiehub worden bekeken waar lokaal opgewekte duurzame energie in de vorm van elektriciteit, warmte en waterstof weer lokaal afgezet kan worden. Circulariteit Op het gebied van circulariteit biedt het planvoornemen voldoende flexibiliteit en (milieu)ruimte voor circulaire bedrijvigheid. Op kavelniveau kan de bijdrage aan de circulariteitsopgave worden vergroot. In het ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost‘ wordt aanbevolen om voorwaarden te stellen aan de circulariteit van bedrijfspanden. Vraag een materialenpaspoort per ontwikkeling gekoppeld aan BIM-modellen zodat bij toekomstig slopen bekend is welke materialen vrijkomen. Dit bevordert het hergebruik. Daarmee kan de toepassing van cradle-to-cradle gecertificeerde materialen worden gestimuleerd. Aanbevolen wordt om voor te sorteren op aanscherping van de milieuprestatie-eis (MPG) voor kantoren van maximaal 0,85. Ook wordt aanbevolen voorwaarden te stellen voor de losmaakbaarheid van materialen/onderdelen (minimaal 25%) en het materiaalgebruik minimaal 25% biobased (lokaal geteeld) of hergebruikte materialen toegepast in kg gewicht.

342

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

7.5.3 Conclusie Voor het duurzaam inrichten van het bedrijventerrein Rollepaal Oost zijn duurzaamheidsprincipes van toepassing. Deze principes hebben te maken met duurzaam bouwen, maar ook met duurzaam ruimtegebruik, terreinbeheer en duurzaam omgaan met energie en fysieke stromen. Voor het bestaande bedrijventerrein Rollepaal zijn, mede aan de hand van de provinciale kwalitatieve ambities en de gemeentelijke duurzaamheidsvisie, duurzaamheidsdoelstellingen opgesteld. Voor Rollepaal Oost wordt in het 'Stedenbouwkundig plan, inrichting openbare ruimte en beeldkwaliteit Rollepaal Oost' hierop aangesloten.

Concept

8 Natuurbescherming 8.1 Toetsingskader 8.1.1 Wet- en regelgeving De natuurbescherming is geregeld in de Omgevingswet (hierna: Ow), waarin ook de Europese regelgeving is vertaald naar de Nederlandse praktijk. De natuurbescherming heeft zowel betrekking op de bescherming van gebieden (zoals Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland) als op de soortenbescherming.

8.1.2 Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 162 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlakte van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Passende beoordeling Een passende beoordeling is verplicht als een plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor de betrokken Natura 2000-gebieden. Voor de inschatting van de effecten die een plan kan hebben, moet de significantie worden beoordeeld in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, die voor kwalificerende soorten en habitats zijn geformuleerd. Als niet op grond van objectieve gegevens op voorhand significante gevolgen op een Natura 2000-gebied zijn uitgesloten, moet een passende beoordeling worden gemaakt. In de passende beoordeling worden de effecten op Natura 2000-gebieden nader onderzocht.

Vervolgens kan een omgevingsplan slechts worden vastgesteld indien is verzekerd dat ook bij een maximale invulling van het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Deze gebieden zijn opgenomen in de provinciale verordeningen. Onder de Omgevingswet staan ook de bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen in de omgevingsverordening. Initiatiefnemers van ingrepen binnen (of in de directe nabijheid van) het Natuurnetwerk Nederland dienen de effecten van de ingreep op kernkwaliteiten en omgevingscondities te onderzoeken. De omgevingscondities zullen ten opzichte van de oorspronkelijke situatie mogelijk veranderen. Dit zal middels nader onderzoek/toetsing inzichtelijk gemaakt moeten worden.

8.1.3 Soortenbescherming Voor de soortenbescherming wordt onderscheid gemaakt tussen: a. soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; b. soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;

343

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

c.

overige soorten.

Concept

De Omgevingswet bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen, zijn opgenomen in de Omgevingswet en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Omgevingswet en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn.

344

8.1.4 Provinciale regels: Omgevingsverordening Overijssel (13 december 2023) Natuurnetwerk Nederland (NNN) Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. Robuuste leefgebieden voor planten en dieren zijn nodig om soorten van uitsterven te behoeden. Maar het netwerk is er ook voor mensen die willen genieten van de schoonheid van de natuur, om te recreëren en tot rust komen. Omgevingsplannen moeten voldoen aan de regels die hiervoor in de Provinciale Omgevingsverordening zijn opgenomen. Stiltegebieden In de Omgevingsvisie zijn geen stiltegebieden aangewezen. Voor (potentiële) stiltegebieden gaat de provincie ervan uit dat deze voldoende bescherming krijgen door de ligging binnen het Natuurnetwerk Nederland.

8.2 Gebiedsbescherming 8.2.1 Natura 2000 In onderstaande figuur staan de omliggende Natura 2000-gebieden aangegeven. Het Natura 2000-gebied Vecht en Beneden-Reggegebied ligt op een afstand van circa 6,7 kilometer van het plangebied. Dit is tevens het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied. Ten zuidoosten ligt op een afstand van circa 16 kilometer Engbertsdijkvenen. Op grotere afstand liggen de stikstofgevoelige gebieden Olde Maten & Veerslootslanden, Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, De Wieden, Holtingerveld, Dwingelderveld en Mantingerzand.

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Concept 345

figuur 8.1 - Ligging Natura 2000 gebieden ten opzichte van Rollepaal Oost MER

Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden en de groene inpassing van het bedrijventerrein inclusief grondwal worden overige effecten als verstoring door licht en geluid uitgesloten.

8.2.2 NatuurNetwerk Nederland (NNN) Zoals uit navolgende figuur blijkt, ligt het plangebied op circa 700 meter van Natuurnetwerkgebied. Het betreft productiebos beheertype N16.03 droog bos met productie en N16.04 Vochtig bos met productie. Langs de Spekopswijk ligt een bossingel (buiten NNN).

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

Concept

figuur 8.2 - ligging Rollepaal Oost ten opzichte van NNN geo.overijssel.nl

Gezien de afstand tot het natuurnetwerk en de groene inpassing van het bedrijventerrein inclusief grondwal worden overige effecten als verstoring door licht en geluid uitgesloten.

8.2.3 Stikstofdepositie Als gevolg van het toevoegen van een bedrijventerrein is sprake van een toename van stikstofemissies. In het ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost‘ zijn de effecten van stikstofdepositie in beeld gebracht. Het oorspronkelijke onderzoek naar stikstofdepositie en de berekeningen zijn opgenomen in de bijlagenboeken bij het MER (zie ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost Bijlagenboek_1‘ en ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost Bijlagenboek_2’). Als gevolg van een nieuwe versie van de AERIUS-rekenmethode (versie 2025) zijn ten behoeve van het voorliggende omgevingsplan de berekeningen geactualiseerd. Daarbij is rekening gehouden met een hogere afroming vanwege intern salderen, namelijk 35 procent in plaats van 30 procent. Hoewel op dit moment nog geen beleid is opgesteld voor intern salderen in Overijssel is uit voorzorg rekening gehouden met de afromingspercentage die nu geldt in provincie Gelderland. De nieuwe berekening is als bijlage opgenomen in de passende beoordeling. De ‘Passende beoordeling Stikstof‘ is als bijlage opgenomen in deze motivering. Om de emissies te kunnen bepalen is gekeken naar een realistische invulling van het bedrijventerrein.

Aangezien het toekomstige bedrijventerrein niet wordt aangesloten op het gas en de invulling van het bedrijventerrein gedeeltelijk bekend is, is afgeweken van de kengetallen per milieucategorie. Een andere reden om afwijken van deze kengetallen is de hoge ambitie ten aanzien van verduurzaming van bedrijventerreinen vanuit het Rijk en provincie. Het nieuwe bedrijventerrein is een toekomstbestendig duurzaam bedrijventerrein. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is gebruikgemaakt van het verkeersmodel van Goudappel Coffeng. Uit de berekening voor de beoogde situatie en de bouwfase volgt een toename van maximaal 0,01 mol N/ha/jr. op het Natura 2000-gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied. Uit de verschilberekening voor referentie - gebruiksfase blijkt dat er geen sprake meer is van depositietoenamen op Natura 2000. Omdat de

346

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

mitigerende maatregel 'intern salderen' wordt meegenomen in de beoordeling van effecten op Natura 2000 is een passende beoordeling opgesteld in het kader van het MER. Door de actualisatie van AERIUS is een nieuwe versie van de passende beoordeling opgenomen als bijlage 8 in de motivering. Uit de passende beoordeling blijkt dat het planvoornemen niet leidt tot aantasting van natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden. De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het behalen van de instandhoudingsdoelen. Voor de voorgestelde wijziging van het omgevingsplan geldt geen directe vergunningplicht, omdat voor een plan zelf geen vergunning kan worden aangevraagd. Op projectniveau moeten de afzonderlijke bedrijven nagaan of er sprake is van een vergunningplicht.

Concept

8.3 Soortenbescherming Quickscan Ecologie Het plangebied bestaat uit percelen met agrarische bestemming. Langs de percelen zijn watergangen/greppels aanwezig. Ter plaatse van de nieuwe ontsluiting is een bosschage aanwezig. Aan de zuidzijde wordt het gebied begrensd door de Woudbloemweg met twee bomenrijen. De potenties voor zowel beschermde als Rode lijstsoorten zijn beoordeeld aan de hand van een ecologische quickscan. De quickscan is opgenomen in het bijlagenboek 1 bij het MER (zie ‘MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost Bijlagenboek_1‘). Uit de quickscan blijkt het volgende: a. Algemene broedvogels

b.

Binnen of vlak buiten kunnen vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten. Een deel van deze soorten betreft soorten die in de provincie zijn aangewezen als zogenaamde 'categorie 5' soorten, waaronder de grutto. Geadviseerd wordt om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Daarbij wordt opgemerkt dat afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden kunnen komen. Wat voor deze soorten van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd. Algemene broedvogels (rode lijst-soorten) Naast bovengenoemde algemenere broedvogelsoorten kunnen binnen het plangebied ook diverse rode lijst-soorten tot broeden komen, zoals graspieper, grauwe klauwier, grote lijster, kneu, patrijs, watersnip en mogelijk ook grote karekiet. Net zoals de hiervoor benoemde vogelsoorten zijn de nesten van deze soorten alleen beschermd tijdens het broedproces. Het kan echter niet op voorhand worden uitgesloten dat bepaalde rode lijst-soorten ook buiten deze periode tot broeden komen.

c.

In geval van twijfel over de aanwezigheid van broedgevallen binnen het plangebied kan vlak voor de uitvoering van de werkzaamheden een broedvogelcheck worden uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Indien broedgevallen worden aangetroffen kan hiermee rekening worden gehouden door deze specifieke plekken te ontzien totdat de betreffende soort is uitgebroed, waarna de werkzaamheden kunnen worden hervat. Jaarrond beschermde nesten (boomnesten) In het kader van de quickscan werd in het plangebied een enkel boomnest aangetroffen waarvan niet op voorhand kan worden uitgesloten dat dit een jaarrond beschermd nest van soorten als ransuil of boomvalk betreft. Geadviseerd wordt om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van een jaarrond beschermd boomnest vast te stellen, dan wel uit te sluiten.

d.

Het plangebied en omgeving is verder in gebruik als foerageergebied door een kolonie roeken. In de bomen direct rond het plangebied werden geen roekennesten aangetroffen. Deze werden wel waargenomen in een bosschage op circa 250 meter afstand van het plangebied, buiten de invloedsfeer van het plangebied. Hoewel het plangebied onderdeel is van het foerageergebied van deze soort, biedt de omgeving van het plangebied dusdanig veel alternatief foerageergebied in de vorm van vergelijkbaar agrarisch landschap dat het verdwijnen hiervan volgens het onderzoek niet gepaard zal gaan met significant negatieve effecten op deze kolonie. Vleermuizen In het plangebied zijn geen potentiële verblijfplaatsen aangetroffen voor vleermuizen, noch in bomen noch in bebouwing. De Woudbloemweg ten zuiden van het plangebied is mogelijk wel in gebruik als vliegroute. De bomenrijen bieden de benodigde beschutting en geleiding. Daarnaast staat de weg in

347

Concept

(van 15-6-2026 17:20)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17099965/1