Jaarstukken 2021 Gemeente Hardenberg def
Tekst van het document
Eigenaren en gebruikers van maatschappelijke objecten krijgen op grond van vastgestelde subsidieverordening 50% van de aanslag OZB gecompenseerd. De subsidie is direct op het aanslagbiljet in mindering gebracht. Hondenbelasting De opbrengst hondenbelasting is gerealiseerd. Er is een kleine meeropbrengst van bijna € 5.000 euro inclusief oninbaar. Toeristenbelasting Het werkelijk aantal belastbare overnachtingen is de grondslag voor de aanslag toeristenbelasting. Alleen seizoenplaatsen kunnen nog forfaitair worden afgerekend. Door de coronacrisis is er besloten om de voorlopige aanslag 2021 in september op te leggen. De definitieve aanslag over het belastingjaar 2021 is eind april 2022 opgelegd. Verwacht wordt dat er nog € 146.000 opgelegd kan worden over 2021. In 2021 is de definitieve aanslag over 2020 opgelegd. Er zijn ruim 1,1 miljoen overnachtingen afgerekend. Controles hebben invloed gehad op de uiteindelijke opbrengst. Hierdoor zijn later aanslagen opgelegd voor voorgaande jaren. Dit verklaart een meeropbrengst van € 12.000. Bezwaar- en beroepsprocedures kunnen nog invloed hebben op de opbrengst. Forensenbelasting De tarieven voor de forensenbelasting zijn met de inflatiecorrectie verhoogd. De heffingssystematiek voor de forensenbelasting is in 2021 voor het laatste jaar de oppervlakte van het object. Vanaf 2022 wordt er geheven naar een vast bedrag.
De forensenbelasting laat een meeropbrengst zien van € 43.000. Door intensievere controles zijn er meer aanslagen opgelegd dan waar bij de begroting rekening mee is gehouden.
93
Parkeerbelasting De tarieven voor parkeren worden niet jaarlijks met de inflatiecorrectie verhoogd. Hiervoor gelden andere afspraken. De parkeertarieven in 2021 waren hierdoor gelijk aan 2020. In februari 2021 is nieuw parkeerbeleid vastgesteld. Dit nieuwe beleid is ingegaan op 8 december 2021. De tarieven zijn bijna overal gelijk gebleven. Als de parkeerbelasting niet wordt voldaan, kan er een naheffingsaanslag worden opgelegd. In 2021 zijn er 51 naheffingsaanslagen opgelegd. Bestemmingsbelastingen Afvalstoffenheffing Met de afvalstoffenheffing bekostigt de gemeente de inzameling van het huishoudelijk afval. De afvalstoffenheffing en de wettelijke plicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen is geregeld in de Wet milieubeheer. De afvalstoffenheffing bestaat uit twee soorten tarieven. Het vastrecht en een variabel tarief. Of een huishouden ook daadwerkelijk afval aanbiedt, is voor de heffing van het vastrecht niet van belang. Voor het variabele tarief is dat wel van belang. Per aanbieding van de restafvalcontainer moet een bedrag worden betaald. Na afloop van het belastingjaar wordt dit afgerekend op de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen. Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is kostendekkende tarieven. In 2021 was het tarief voor het vast recht € 164,-. In het tarief is een korting van € 10,- per aansluiting verwerkt die ten laste komt van de reserve.
De totale opbrengst van de afvalstoffenheffing laat een meeropbrengst zien van € 201.000. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door het variabele deel. In 2021 zijn er meer restafvalcontainers aangeboden dan waar bij de begroting rekening mee is gehouden. Er is een volumegroei met betrekking tot het aantal woningen. Het totale aantal aanbiedingen neemt hierdoor ook toe. Daarnaast zijn de mensen wellicht veel thuis. Dit verklaart een meeropbrengst van € 173.000. Jaarlijks zijn er aanslagen die oninbaar afgeboekt worden. In 2021 is er ruim € 17.000 oninbaar afgeboekt. Dit is bijna € 7.000 minder dan begroot. De looptijd van faillissementen en schuldsaneringen is gemiddeld 3 jaar. Oninbare bedragen kunnen daardoor per jaar fluctueren. Bij de jaarrekening laat het vast recht afvalstoffenheffing een meeropbrengst zien van € 21.000. Er zijn voor meer woningen aanslagen opgelegd dan waar bij de begroting rekening mee is gehouden. Rioolheffing De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water: De afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het beheer van het grondwaterpeil. Omdat het overgrote deel van de investeringen in deze zorgtaken gebruik maakt van het afvoerstelsel, spreekt men over de rioolheffing.
In het Gemeentelijk rioleringsplan benoemt de gemeente de voorzieningen op het gebied van riolering, hoe deze voorzieningen functioneren, hoe het rioolstelsel beheerd wordt en hoe dit gefinancierd wordt. In 2017 is het geldende Gemeentelijk rioleringsplan vastgesteld. De opbrengst rioolheffing is gerealiseerd. Er is een meeropbrengst van € 27.000. Dit wordt veroorzaakt doordat er meer uitbreiding is geweest dan waar bij de begroting rekening mee is gehouden. Hierdoor zijn meer belastingplichtigen die in de heffing zijn betrokken. Daarnaast zijn er minder oninbare aanslagen afgeboekt. In 2021 is er € 20.000 oninbaar afgeboekt. Dat is € 10.000 minder dan begroot.
94
Bedrijven Investeringszone (BIZ) Voor de periode 2017-2021 zijn er BIZ-verordeningen vastgesteld voor het centrum van Hardenberg en het centrum van Dedemsvaart. Het bijzondere aan deze heffingen is dat de gemeente belasting heft, maar de inkomsten overdraagt aan Stichting Centrummanagement Hardenberg en Stichting Centrummanagement Dedemsvaart. In verband met de coronacrisis kunnen ondernemers 100% korting krijgen op de BIZ 2021. De omvang van de gemeentelijke afdracht aan Stichting Centrummanagement blijft met betrekking tot deze regeling voor 2021 gelijk. In 2021 is € 92.000 aan korting verleend. Ook zijn er overige aanslagen uit voorgaande jaren oninbaar verklaard. Deze bedragen worden niet overgemaakt aan de stichtingen. Een negatief saldo op de BIZ leidt in deze gevallen dus niet tot een negatief saldo voor de gemeente. Kostendekking Met ingang van 2017 moet door gewijzigde regelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording) meer inzicht gegeven worden in de kostendekkendheid van heffingen. Bij de toepasselijke heffingen zijn de lastenbatenoverzichten en specifieke beleidsuitgangspunten vermeld. Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, mogen ook overheadkosten en BTW worden toegerekend. De BTW is berekend als opslag over de ‘derdenkosten’. De afschrijvingslasten zijn ontstaan uit investeringen waarbij deels sprake is van derdenkosten.
De BTW daarover is ook meegenomen. Mate van kostendekking van de gebonden belastingen De gebonden heffingen mogen maximaal kostendekkend zijn. Dit wordt op begrotingsbasis bepaald. In werkelijkheid waren de lasten en baten per heffing: Afval: Lasten
Overhead
Kwijtschelding
BTW
Totaal
5.399.390
264.000
224.249
1.017.450
6.905.089
Baten heffing
Baten overig
Totaal
5.713.950
1.186.483
6.900.433
Verschil lasten - baten
4.656
Het tekort over 2021 is met de voorziening afval verrekend. Riool: Lasten
Overhead
Kwijtschelding
BTW
Totaal
5.739.898
930.000
228.897
1.006.600
7.904.395
Baten heffing
Baten overig
Totaal
7.364.384
177.506
7.541.891
Verschil lasten - baten
362.504
Het tekort over 2021 is met de voorziening riolering verrekend.
95
Retributies In 2021 heeft de gemeente de volgende retributies geheven; marktgelden, lijkbezorgingsrechten en leges. Marktgelden zijn retributies voor het ter beschikking stellen van een standplaats op de markt in Hardenberg of Dedemsvaart. De lijkbezorgingsrechten zijn retributies voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Naast een retributie voor de uitgifte van graven en urnenruimten, regelt de verordening ook de vergoeding voor het gebruik van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. Leges zijn retributies voor diensten die door de gemeente worden verleend. Veel van de retributies gaan over het aanvragen van vergunningen of documenten. Te denken valt aan omgevingsvergunningen, paspoorten of een uittreksel uit het bevolkingsregister. Maar ook bijvoorbeeld activiteiten van het gemeentearchief worden in de legesverordening geregeld. Voor een toelichting op de verschillende retributies wordt verwezen naar de diverse onderdelen in de jaarrekening. Een aanduiding van de lokale lastendruk Een aanduiding van de lokale lastendruk is van belang voor de integrale afweging tussen beleid en inkomsten. Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een meerpersoonshuishouden in de gemeente betaalt aan OZB, riool- en afvalstoffenheffing.
Over het belastingjaar 2021 is dat volgens het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) in de gemeente Hardenberg een bedrag van € 752. Voor deze berekening van de OZB is uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde. Deze is in 2021 voor een woning € 235.872,- (bron: COELO). In 2020 waren de woonlasten € 764. Hiermee staat onze gemeente nu op plaats 76 (in 2020: 134) van de gemeenten met de laagste woonlasten in Nederland (totaal 370 (deel)gemeenten). Het landelijke gemiddelde is een bedrag van € 811. In de Provincie Overijssel is het gemiddelde € 796. (Bron: Coelo, atlas van de lokale lasten 2021). In onderstaande tabel worden de woonlasten van de omliggende gemeenten vermeld. Omliggende gemeenten
Woonlasten per huishouden
Landelijke rangorde (aantal (deel) gemeenten 370)
Zwolle
702
35
Dalfsen
741
59
De Wolden
748
73
Hardenberg
752
76
Staphorst
754
81
Ommen
761
94
Hoogeveen
792
132
Twenterand
822
174
Coevorden
908
295
Voor de woonlasten voor huurders met een meerpersoonshuishouden is de gemeente Hardenberg gestegen van plek 288 naar 259. De woonlasten voor huurders zijn in 2021 dus lager dan in 2020. Het verschil in ranking ten opzichte van eigenaren is te verklaren door de rioolheffing. Deze wordt in veel gemeenten (deels) aan de eigenaar opgelegd, waardoor de lasten voor huurders lager zijn. De door Coelo
96
berekende woonlasten voor huurders van € 488,- liggen ruim boven het landelijk gemiddelde van € 411,-. Wel is er in Hardenberg volledige kwijtschelding mogelijk van de woonlasten voor huurders. Kwijtscheldingsbeleid Voor inwoners die niet in staat zijn bepaalde gemeentelijke belastingen te betalen, is kwijtschelding mogelijk. Dit was in 2021 mogelijk voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de onroerende zaakbelasting. Ook was het vanaf 2020 weer mogelijk om kwijtschelding te verlenen voor de eerste hond. Of kwijtschelding wordt verleend hangt af van de betalingscapaciteit van belastingplichtigen. Bij de bepaling daarvan houden we rekening met 100% van de kosten van levensonderhoud zoals opgenomen in de landelijke richtlijnen voor het kwijtscheldingsbeleid. Dit is in overeenstemming met het kwijtscheldingsbeleid dat door de raad is vastgesteld. In 2021 zijn er 1049 kwijtscheldingsverzoeken ontvangen. Hiervan zijn er 843 toegekend. Dit is op het niveau van vorig jaar. Er lopen nog een aantal beroepszaken. Eventuele toekenning komt ten laste van 2022.
97
6.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding en wettelijk kader De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is een verplicht onderdeel van de begroting op grond van artikel 7 en 9 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In artikel 11 lid 2 van het BBV staat welke informatie in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing moet staan: • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s • een inventarisatie van de risico’s • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit • kengetallen voor de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s De weerstandscapaciteit is in het BBV omschreven als 'de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken'. De beschikbare weerstandscapaciteit berekenen wij op basis van: • De omvang van de algemene reserve (vrij aanwendbaar gedeelte); • De eventueel ongebruikte belastingcapaciteit; • De omvang van stille reserves (indien aanwezig); • De ruimte in de structurele begroting.
Onze visie ten aanzien van het weerstandsvermogen is: ‘Wij streven naar weerstandsvermogen dat groter is dan de omvang van de risico's. Daarvoor willen we inzicht in en beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s’. De raad heeft besloten dat voor de opvang van de risico's het benodigde weerstandsvermogen 1,4 maal het totaal van de risico's moet zijn. Onze doelstelling is: • het handhaven van een gezonde financiële positie; • het voorkomen dat ingrijpende beleidswijzigingen noodzakelijk worden bij niet afgedekte risico’s. Een risico definiëren wij als: een kans op een gebeurtenis dat een nadelig effect kan hebben op de organisatie, de doelen die zijn gesteld en / of de financiële positie. De risico’s zijn onderverdeeld naar drie categorieën: • Mogelijke financiële tegenvallers die samenhangen met de uitvoering van bepaalde activiteiten. Voorbeelden zijn het ondernemersrisico bij grondexploitaties en het risico op overschrijding van budgetten bij openeinderegelingen. • Voorzienbare tekorten op reguliere budgetten. De tekorten zijn min of meer duidelijk. Zeker waar de tekorten een structureel karakter hebben, heeft het vanuit bedrijfseconomisch oogpunt de voorkeur dit op te lossen binnen de exploitatie. • (Ongewenste) schommelingen van budgetten, waardoor behoefte ontstaat in egalisatie van jaarlasten.
Riolering en wegen zijn hiervan de belangrijkste voorbeelden. Als de noodzakelijke onderhoudslasten structureel in de begroting zijn geraamd is er geen sprake van een risico dat relevant is voor het weerstandsvermogen.
98
Vanuit de betekenis van het begrip weerstandsvermogen zoals in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is beschreven, is uitsluitend de eerste categorie van belang voor het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen. Risicoprofiel Wij hebben de mogelijke risico’s, inclusief hun oorzaken en gevolgen voor het continueren van de bestaande dienstverlening en bedrijfsvoering, geactualiseerd. De totale omvang van de geïdentificeerde risico’s bedraagt bruto € 35 miljoen. Voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen houden we rekening met de kans dat een gebeurtenis zich voordoet, het aantal keren dat een gebeurtenis zich kan voordoen (frequentie) en het financieel gevolg van een gebeurtenis (= kans * frequentie * financiële impact). In de berekening houden we er ook rekening mee dat niet alle risico's zich tegelijkertijd en in dezelfde omvang voor doen. Het resultaat is dat met een beschikbare weerstandscapaciteit van € 21,9 miljoen het voor 90% zeker is dat alle risico's die zich in een jaar kunnen voordoen zijn afgedekt. Toelichting risico’s 1. Grondexploitaties € 4.717.000 In de Nota Grondexploitatie 2022 en de paragraaf Grondbeleid zijn de risico’s beschreven in de grondexploitaties. De grootste risico’s binnen de grondexploitaties zijn: • Vertraging afname bouwkavels. • Niet tijdig vaststellen van bestemmingsplannen, waardoor de uitgifte van gronden vertraagd.
• Druk op grondprijzen, door daling van Vrij-op-naam-prijzen en stijging van de bouwkosten. Voor de jaarrekening 2021 is de risicoanalyse geactualiseerd. De omvang van de benodigde risicoreserve is niet veranderd. Grondexploitatie
Benodigde risicoreserve
Centrumplan Hardenberg
€ 699.000
Centrumplan Dedemsvaart
€ 406.000
Hardenberg Wonen
€
Hardenberg Werken
€ 1.257.000
Marslanden II
€ 1.639.000
Overige projecten
€ 580.000
Totaal
€ 4.717.000
136.000
2. Budgetoverschrijding
Jeugdwet € 2.500.000,WMO € 2.200.000,De uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning is een openeinderegeling. De gemeente heeft de plicht inwoners te ondersteunen. Een overschrijding van het budget in de begroting is geen reden om deze ondersteuning niet te bieden. Als een groter beroep wordt gedaan op de voorzieningen stijgen de kosten. Wij werken aan maatregelen om de stijging van de kosten te beheersen en zo mogelijk kosten te verlagen, waarbij er ook nadrukkelijk geïnvesteerd wordt in de sturing op verwijzingen naar de zorg en de verantwoording.
99
3. Beëindigen dienstverlening aan gemeente Ommen € 1.200.000,Na de beëindiging van de Bestuursdienst Ommen - Hardenberg per 1 januari 2019 verlenen we diensten aan de gemeente Ommen voor publiekszaken, bedrijfsvoering, openbaar gebied en backoffice sociaal domein. Daarvoor zijn tijdelijke uitvoeringscontracten (TUC) en dienstverleningsovereenkomsten (DVO) vastgesteld. In 2020 is besloten de dienstverlening aan/samenwerking met de gemeente Ommen niet te verlengen na afloop van de afgesproken termijn in de betreffende DVO of TUC (uiterlijk 31 december 2024). De periode tot en met 2024 geeft gelegenheid om de kosten terug te brengen naar het benodigde niveau voor Hardenberg. We hebben een risico opgenomen van 20% van de te realiseren bedragen. 4. Budgetoverschrijding Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz € 1.000.000,Wij ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Wij zijn zelf verantwoordelijk voor het beleid rondom de uitkeringen en de loonkostensubsidie, en voor de uitvoering ervan. De financieringssystematiek sluit hierbij aan. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast dat volgens een vaste verdeelsystematiek onder de gemeenten wordt verdeeld.
Dat budget is niet geoormerkt: een gemeente mag een overschot vrij besteden, maar moet een tekort in beginsel zelf opvangen. 5. Informatiebeveiliging € 1.000.000,Als gemeente werken we veel met waardevolle en privacygevoelige informatie, die steeds meer tijd- en plaats onafhankelijk beschikbaar moet zijn. Daarvoor gebruiken we allerlei systemen. Door maatschappelijke- en technologische ontwikkelingen is het beheersen van de risico’s op uitval en van de veiligheid van informatie belangrijk. We zorgen voor bewustwording van de risico’s en nemen beheersmaatregelen. Desondanks blijft het risico dat onze systemen uitvallen.Door cybercrime (o.a. ransomware) of een technische storing. Als vervanging of herstel van systemen nodig is buiten de reguliere vervangingsperiode kunnen extra investeringen nodig zijn. Niet gecalculeerde risico’s Naast deze top 5 van risico’s constateren wij dat mondiale en economische ontwikkelingen leiden tot stijging van lonen, prijzen en rente. De duur en de omvang van die ontwikkelingen zijn nog niet goed in te schatten. In de berekening van het risicoprofiel is hiermee nog geen rekening gehouden. Wij zullen deze ontwikkelingen verwerken in de (meerjaren)begroting.
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in het Besluit Begroting en Verantwoording (artikel 11.1) omschreven als ‘de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken’. De volgende componenten worden tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend: Beschrijving
Begroot bedrag per ultimo 2021
De algemene reserve
€ 59.446.000
De ongebruikte belastingcapaciteit
€ 1.000.000
De stille reserves (indien aanwezig)
€0
De ruimte op de structurele begroting
€0
In de omvang van de algemene reserve is uitgegaan van de in de begroting 2021 geraamde toevoegingen en onttrekking aan de reserve en de correctie van de boekwaarde van de deelneming in het LOC+.
100