CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigde versie - Bijlage 3 Was-wordt lijst verordening maatschappelijke ondersteuning 2023-2026

gemeenteraad 16 december 2025, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststellen Verordeningen maatschappelijke ondersteuning 2026 en jeugdhulp 202618.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een inwoner kan eens per drie jaar voor een financiële tegemoetkoming van maximaal € 2.500 in aanmerking komen voor de aanschaf/onderhoud van een sportvoorziening als aantoonbare beperkingen het sporten zonder sportvoorziening onmogelijk maken.

De aanvullende criteria voor rolstoelvoorzieningen en sportvoorzieningen worden verplaatst naar de beleidsregels. Dit volgt uit de beslissingsruimte die het college heeft.

36

2. Het college kan de financiële tegemoetkoming uit lid 1 betaalbaar stellen op basis van een door het college goedgekeurde declaratie of factuur. 3. Het bedrag genoemd in lid 1 wordt jaarlijks geïndexeerd en opgenomen in het financieel besluit Wmo en jeugd. Artikel 6.11. Maatwerkvoorziening Huishoudelijke Hulp 1. In aanvulling op de criteria uit de artikelen 6.1 en 6.2 kan een inwoner Huishoudelijke Hulp krijgen voor een of meer van de volgende resultaten: a. het schoon en leefbaar houden van de ADL-ruimten in de woning; b. het beschikken over schone en draagbare kleding en beddengoed; c. het beschikken over de benodigde dagelijkse maaltijden; d. het thuis kunnen zorgen voor de minderjarige kinderen; e. regie voeren van het huishouden. 2. Met het oog op het objectiveren van de resultaten, als genoemd in lid 1, wordt door het college vastgesteld wat de aard van de frequentie is van de te verrichten taken. 3. Een inwoner komt niet in aanmerking voor hulp bij het huishouden indien hij zelf of één of meer huisgenoten heeft die naar oordeel van het college gebruikelijke hulp kunnen verlenen. 4. Een inwoner komt niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp als zijn hulpvraag wordt gecompenseerd door de algemene voorziening huishoudelijke hulp. 5.

Bij het oordeel of gebruikelijke hulp kan worden gevergd houdt het college - onverminderd de wettelijke definitie- in ieder geval rekening met: 37

a. de omvang van de ondersteuningsbehoefte; b. de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen; c. de omstandigheid dat een huisgenoot regelmatig niet aanwezig is vanwege activiteiten elders met een verplichtend karakter. 6. Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen inzake huishoudelijke hulp.

38

Hoofdstuk 7: De voorwaarden voor een persoonsgebonden budget. Artikel 7.1. Voorwaarden pgb 1. Als een inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening voor diensten (o.a. begeleiding en huishoudelijke hulp), maar de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een door het college te verstrekken pgb, beoordeelt het college of wordt voldaan aan alle wettelijke voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb zoals omschreven in artikel 2.3.6 van de wet. 2. Het college beoordeelt of de inwoner en/of zijn pgb-beheerder (indien van toepassing), in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en het uitvoeren van de aan een pgb verbonden taken. De inwoner of zijn pgb-beheerder dient ten minste aan te geven dat: a. hij zijn eigen situatie overziet, dan wel die van de inwoner en hij een duidelijk beeld heeft van de zorgvraag, de belangen en ondersteuning die inwoner nodig heeft; b. wat de inwoner wenst in te kopen met het pgb en waarom de inwoner de ondersteuning in de vorm van een pgb wenst te ontvangen; c. waarom de maatwerkvoorziening in redelijkheid geschikt is om het doel of resultaat te behalen waarvoor het pgb is verstrekt; d. indien van toepassing; wie de inwoner heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren;

Hoofdstuk 6 Pgb en financiële tegemoetkoming Artikel 18 Regels voor pgb

1. Als een inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6 tweede lid van de wet opgenomen voorwaarden. De inwoner dient daarvoor een pgb-budgetplan in. In het pgb-budgetplan is in elk geval opgenomen: a. Hoe de inwoner zelf of met hulp van iemand uit het sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren; b. Wat de motivatie is om de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb te ontvangen; c. Op welke wijze de kwaliteit van de voorziening is gewaarborgd en duidelijk is dat de voorziening geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt; d. Op welke wijze de inzet van de voorziening wordt gecontroleerd; e. De kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief. 2. Het pgb mag niet worden besteed aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; d. kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering. 3. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. 4. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of

39

e. hij op de hoogte is van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb, of weet die zelf bij de desbetreffende instanties (online) te vinden; f. hij in staat is om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden, waardoor hij inzicht heeft in de bestedingen van het pgb; g. hij voldoende vaardig is om te communiceren met de gemeente, zorgverzekeraar of het zorgkantoor, de SVB en zorgverleners; h. hij in staat is om zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een pgb-aanbieder of informele ondersteuner te kiezen en kan ook motiveren waarom deze geschikt is. i. hij in is staat om afspraken te maken en vast te leggen, en om dit te verantwoorden aan verstrekkers van het pgb; j. hij kan beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; k. hij de inzet van een pgb-aanbieder en/ of informele ondersteuner kan coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; l. hij is in staat om als werk- of opdrachtgever de pgbaanbieder of informele ondersteuner aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; m. hij voldoende juridische kennis heeft over het werk- of opdrachtgeverschap of weet deze kennis te vinden; n. er geen sprake is van een omstandigheid zoals genoemd in artikel 7.3 lid 2 van de verordening; o. de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en een pgb gewenst is. 3.

De informele ondersteuner en/of de pgb-aanbieder legt met de inwoner of de pgb-beheerder ten aanzien van het waarborgen

gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. Artikel 19 Uitsluitingsgronden Pgb 1. Het college kan besluiten geen Pgb te verstrekken als er sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: a. de inwoner of zijn Pgb-beheerder verkeert in een situatie van problematische schulden, waardoor het risico aanwezig is dat het Pgb voor andere doeleinden wordt aangewend; b. er is sprake van ernstige verslavingsproblematiek die de regievoering belemmert; c. er is sprake van fraude of misbruik in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag, waaronder mede wordt verstaan fraude buiten het Pgb-domein; d. de inwoner of zijn Pgb-beheerder heeft een aanmerkelijke verstandelijke beperking of blijvende cognitieve stoornis die verantwoord beheer onmogelijk maakt; e. er is sprake van een ernstig psychiatrisch ziektebeeld dat het voeren van regie duurzaam belemmert; f. de inwoner of zijn Pgb-beheerder beheerst de Nederlandse taal onvoldoende om de verantwoordelijkheden verbonden aan het Pgb te begrijpen en na te komen, ook niet met ondersteuning of vertegenwoordiging; g. andere zwaarwegende feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat verantwoord beheer van het persoonsgebonden budget redelijkerwijs niet mogelijk is. 2.

Als zich één van de in lid 1 genoemde omstandigheden voordoet, kan het college besluiten dat zorg in natura een meer passende voorziening is.

40

van de kwaliteit van de ondersteuning het volgende vast in het budgetplan: a. of de inwoner in staat is tot waardering van zijn eigen belangen; b. hoe de inwoner zelf of met hulp van iemand uit het sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren; c. welke zorgverlener de zorg gaat verlenen; d. wie de directe zorgverlener(s) is. Kiest inwoner voor een pgbaanbieder, dan moet bij het budgetplan een VOG worden aangeleverd, niet ouder dan 3 maanden voor aanvang werkzaamheden; e. wat de deskundigheid is van de directe zorgverlener(s) en of deze over een afgeronde voor de ondersteuning relevante opleiding beschikt zoals genoemd in bijlage 1. Hiervan moet een bewijs/diploma worden meegeleverd als het een pgbaanbieder betreft; f. wie de directe zorgverlener(s) kan vervangen bij afwezigheid; g. welke doelen of resultaten behaald moeten worden; h. op welke wijze de kwaliteit van de voorziening is gewaarborgd en duidelijk is dat de voorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt; i. op welke wijze de inwoner een juiste administratie gaat bijhouden; j. op welke wijze de inwoner een contract aangaat met de pgbaanbieder; k. hoe hij omgaat met geconstateerde onjuistheden; l. op welke wijze de zorg gecontroleerd wordt;

Artikel 20 Onderscheid formele en informele hulp Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. 2. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de inwoner: a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b. personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 3. Informele hulp is: a. Hulp die geboden wordt door personen die niet voldoen aan de criteria als genoemd in het tweede lid; b. Hulp die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in het tweede lid, maar tot het sociaal netwerk van cliënt horen. 1.

Artikel 21 Hoogte pgb

41

m. welke concrete acties ingezet worden om de gestelde doelen te bereiken; n. waar en wanneer de ondersteuning gaat plaatsvinden; o. de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; p. wie de pgb-aanbieder vervangt bij ziekte. q. Bij de informele ondersteuner dient eveneens te worden aangeven dat: - de inwoner een gelijkwaardig of beter resultaat kan behalen als iemand uit het sociale netwerk de zorg verleent en; - als dit leidt tot volwaardige dienstverlening die passend is aan de hulpvraag van de inwoner, en; - de informele ondersteuner die de ondersteuning levert op geen enkele wijze druk op de inwoner uit te oefenen bij zijn besluit om een pgb aan te vragen. 4. Het college beoordeelt of de inwoner (of zijn pgb-beheerder) in staat is om het pgb te beheren. Daarnaast beoordeelt het college of de ondersteuning die de inwoner met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college van voldoende kwaliteit is en dus veilig, doeltreffend, doelmatig en inwonergericht is. Het pgb-beheer en de kwaliteit van de ondersteuning wordt getoetst door het bewuste keuzegesprek en het budgetplan zoals omschreven in lid 1 t/m 3. 5. De kwaliteit van de met het pgb ingekochte professionele ondersteuning voldoet minimaal aan de eisen die de gemeente stelt aan de gecontracteerde zorgaanbieders die vergelijkbare ondersteuning leveren.

Hierbij moeten pgb-aanbieders en een eventuele onderaannemer die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaamheden verricht, voldoen aan de (kwaliteits)criteria zoals genoemd in bijlage 1, en:

1. De hoogte van het Pgb voor een voorziening wordt maximaal vastgesteld op: a. Het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura rekening houdend met een eventueel door de gemeente ontvangen korting bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, of; b. Het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte als de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. 2. Het pgb wordt vastgesteld op basis van een door het college vastgesteld tarief dat: a. Toereikend is om passende en goede ondersteuning in te kopen; b. Aansluit bij de reële kostprijs van ondersteuning in natura, met uitzondering van bepaalde specifieke kostenposten zoals risico-opslag en formele organisatieverplichtingen; c. In overeenstemming is met de Algemene Maatregel van Bestuur inzake reële tarieven, en; d. Op transparante wijze is opgebouwd op basis van de zogeheten kostprijselementenmethode, zoals uitgewerkt door Bureau HHM (laatstelijk geactualiseerd op 23-05-2025) 3. De kostprijselementenmethode bevat onder meer de volgende elementen: a. Directe loonkosten (cao-mix, inschaling op een vast percentage van schaalmaximum, inclusief werkgeverslasten, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering); b.

Een beperkte overheadvergoeding (gemiddeld tussen 3,06% en 3,30%, afhankelijk van cao-sector);

42

a. ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007); b. adequaat opgeleid personeel in dienst hebben met een afgeronde voor de ondersteuning relevante opleiding zoals genoemd in bijlage 1; c. een VOG van alle werknemers (en eventueel vrijwilligers) kunnen overleggen, niet ouder dan 3 maanden; d. beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan de landelijke eisen(minimaal ISO-9001 versie 2015 of gelijkwaardig); e. een verklaring betalingsgedrag belastingdienst kunnen tonen; f. een afschrift van de meest recente jaarrekening - of in het geval van een ZZP’er een balans en een winst- en verliesrekening -kunnen tonen; g. verzekerd zijn tegen beroeps- en/of bedrijfsaansprakelijkheid; h. aangesloten zijn bij een beroepsvereniging. 6. Een pgb is alleen mogelijk indien naar het oordeel van het college wordt voldaan aan alle voorwaarden, zoals genoemd in hoofdstuk 7 van deze verordening, om in aanmerking te komen voor een pgb en: a. er geen weigeringsgrond van toepassing is zoals omschreven in artikel 7.5; b. in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het ondersteuningsplan opgenomen beoogde doel of resultaat; c. er op geen enkele manier druk is uitgeoefend om de dienstverlening, in welke vorm dan ook, van deze persoon of organisatie te betrekken.

c. Correcties voor productiviteit, groepsgrootte, vakantie-uren en onregelmatigheid; d. Overige kosten zoals lichte catering, reiskosten en huisvestingsopslag (indien van toepassing). 4. Er worden twee pgb-tariefsoorten onderscheiden: a. Formele/professionele) hulp: geleverd door een nietgecontracteerde organisatie of een zelfstandig beroepsbeoefenaar (zzp’er), die voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 20 van deze verordening. Het tarief is gebaseerd op de in lid 2 genoemde kostprijselementen; b. Informele/niet professionele hulp: geleverd door een persoon uit het sociale netwerk van de inwoner, waarbij het tarief is gebaseerd op het wettelijk minimumloon, vermeerderd met een opslag voor werkgeverslasten. De hoogte van deze opslag wordt jaarlijks vastgesteld door het college in het financieel besluit, op basis van actuele landelijke cijfers en adviezen, waaronder van Per Saldo, en in lijn met jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2025:1380). 5. Als het op grond van de bovenstaande leden vastgesteld budget in een individueel geval aantoonbaar onvoldoende is om de benodigde voorziening te kunnen inkopen, past het college het tarief zodanig aan dat de voorziening bij ten minste één passende aanbieder kan worden ingekocht, met een maximum van 100% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. 6.

De hoogte van het persoonsgebonden budget voor beschermd wonen, inclusief dagbesteding in het kader van beschermd wonen, wordt bepaald op basis van een naar aard en omvang oplopend budget. Dit bedraagt ten hoogste 100% van de maximale kostprijs van de voorziening in natura.

43

7. Het niet voldoen aan de kwaliteitseisen heeft tot gevolg dat het college de aanvraag van de inwoner voor ondersteuning in de vorm van een pgb afwijst. Het college kan de pgb-aanbieder een waarschuwing met een redelijke hersteltermijn geven of de pgbaanbieder niet (langer) accepteren in het kader van een pgb. 8. De inwoner of zijn pgb-beheerder dient een arbeids-of zorgovereenkomst af te sluiten met de pgb-aanbieder en/of informele ondersteuner. 9. Indien inwoner of zijn pgb-beheerder niet (volledig) het budgetplan (of andere relevante formulieren) invult of niet meewerkt aan de gesprekken omtrent het pgb wordt, na het bieden van een hersteltermijn, geen pgb verstrekt. Artikel 7.2. Aanvullende criteria pgb kwaliteitseisen informele ondersteuner 1. Naast de criteria uit artikel 7.1 van deze verordening, wordt van de inwoner verwacht dat hij eerst een beroep doet op zijn sociale netwerk, tenzij dit niet mogelijk is. Er wordt geen pgb verstrekt waarvan het gebruikelijk is dat de activiteiten door het sociaal netwerk worden verricht, zoals: a. (sociale) activiteiten ondernemen met de inwoner; b. het doen van de boodschappen; c. lichte huishoudelijke taken; d. het maken van afspraken en/of het meegaan naar afspraken met specialisten; e. vervoer naar afspraken met specialisten. Artikel 7.3. Voorwaarden pgb-beheerder 1.

Het beheren van het pgb kan door zowel de inwoner als door een pgb-beheerder worden uitgevoerd. Indien de pgb-beheerder het

7. Het college stelt nadere regels vast voor de toepassing van dit artikel, waaronder een financieel besluit Wmo en Jeugd, waar per product(groep) jaarlijkse indexering plaatsvindt op basis van het prijspeil zoals dat ook geldt voor natura-voorzieningen.

De artikelen uit dit hoofdstuk zijn aangepast naar wat alleen noodzakelijk is om op te nemen in de Verordening. Veel criteria uit de oude verordening zijn verplaatst naar de beleidsregels omdat die inhoud geven aan de beslissingsruimte die het college heeft. Daarnaast is dit artikel aangepast aan de uitkomst van het HHM onderzoek waarin het pgb-tarief wordt vastgesteld volgens de kostprijselementenmethode. Zie ook de toelichting op de Verordening.

Artikel 22 Financiële tegemoetkoming 1. Het college verstrekt ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie een financiële tegemoetkoming aan personen voor: a. Eénmalige verhuis- en inrichtingskosten; b. Het bezoekbaar maken van een woning; c. Voorziening voor het gebruik van de eigen auto; d. De aanschaf en instandhoudingskosten van een sportvoorziening, waaronder een sportrolstoel, welke noodzakelijk is in verband de zelfredzaamheid en participatie tot voor een periode van minimaal drie jaar.

44

pgb gaat beheren, dan zijn de regels over het pgb beheer waar inwoner wordt genoemd van overeenkomstige toepassing op de pgb-beheerder. 2. Het college acht een persoon niet in staat de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren indien bij hem sprake is van een of meerdere van de volgende omstandigheden: a. problematische schuldenproblematiek; b. ernstige verslavingsproblematiek; c. aangetoonde fraude begaan in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag; d. een aanmerkelijke verstandelijke beperking; e. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; f. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; g. het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; h. twijfels op overige gronden over de pgb-vaardigheid, zoals opgenomen in artikel 7.1 lid 2. 3. Naast hetgeen dat bepaald is in het vorige lid wordt een pgbbeheerder alleen geacht de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren indien: a. hij eerste of tweedegraads bloed-of aanverwant is van de inwoner, tenzij bijzondere omstandigheden aanleiding geven om het beheer te laten uitvoeren door iemand die tot het sociaal netwerk behoort; b. hij door de rechtbank is aangesteld als mentor, curator of bewindvoerder; c. hij niet tevens de pgb-aanbieder of informele ondersteuner is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht.

De pgb-beheerder is in ieder geval niet tevens de pgb-aanbieder

Dit artikel is toegevoegd. Dit onderwerp stond in de oude verordening in verschillende aanvullende criteria verwerkt. Dit is nu gebundeld in één specifiek artikel.

45

of informele ondersteuner, diens vast/flexibel personeel, diens organisatie adviseur of op andere wijze aan de zorgaanbieder verbonden persoon (de combinatie van zorgverlener en pgb-beheerder in één persoon of instantie is gezien de belangenverstrengeling onwenselijk en niet toegestaan); d. er geen sprake is van een (financiële) relatie tussen de pgbbeheerder en de pgb-aanbieder of informele ondersteuner; e. er geen sprake is van belangenverstrengeling tussen de pgbbeheerder en de pgb-aanbieder of informele ondersteuner; f. er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd; g. hij de belangen van de inwoner voldoende kan behartigen zoals omschreven in artikel 7.1.; h. hij de inwoner ondersteunt van aanmelding tot evaluatie van zorg, de rechten van de inwoner beschermt en ook integraal aanspreekpunt is; i. hij de aan een pgb verbonden taken kan uitvoeren zoals omschreven in artikel 7.1. 4. Als pgb-beheer plaatsvindt door een professional, zoals een bewindvoerder, dan dient deze zijn diensten aan te bieden tegen marktconform tarief. Het college kan vragen om een bewijs van betaling. 5. De pgb-beheerder heeft minimaal 1 keer per maand contact met de inwoner en zorgverlener. 6. De pgb-beheerder dient aan te geven dat het beheren van het pgb voor hem of haar niet tot overbelasting leidt. 7.

Indien de vertegenwoordiger een bemiddelingsbureau is, moet het tevens het Per Saldo opgestelde keurmerk dragen. Dit keurmerk wordt beheerd door het Keurmerkinstituut. 46

8. Een inwoner krijgt maximaal twee keer de mogelijkheid om een pgb-beheerder aan te dragen. Indien geen geschikte pgbbeheerder wordt aangedragen, zal de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een Pgb worden afgewezen. Artikel 7.4. Evalueren zorg 2. Iedere 6 maanden vindt er een evaluatiegesprek plaats tussen de pgb-aanbieder en/of informele ondersteuner, de inwoner en eventueel de pgb-beheerder. 3. Van dit evaluatiegesprek wordt een evaluatieverslag opgesteld. 4. Het college kan voorwaarden stellen aan het evaluatieverslag. 5. Het evaluatieverslag wordt opgestuurd naar het college. Artikel 7.5 Besteding pgb 1. De pgb budgethouder mag vanuit het budget de volgende uitgaven doen: • Alle bijkomende kosten voor de zorgverleners, zoals de werkgeverslasten voor zorgverleners met een arbeidsovereenkomst en wettelijk toegestane vergoedingen, zoals reiskostenvergoedingen voor woon- werkverkeer, verlofregelingen en pensioenvoorziening; • Vervoerskosten, als er sprake is van begeleiding met een indicatie voor vervoer van en naar de plek waar de begeleiding wordt geboden. De vergoeding voor deze kosten bedraagt maximaal het gehanteerde tarief die de gemeente heeft vastgesteld bij gecontracteerd aanbieders. 2. Een aanvraag voor een pgb kan geweigerd worden voor zover de kosten van het pgb hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura.

47

3. Het pgb bestaande uit een vergoeding voor het hulpmiddel of vervoersvoorziening kan worden aangevuld met de kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering indien van toepassing. 4. Het pgb mag niet worden besteed aan kosten voor: a. bemiddeling (tussenpersonen of belangenbehartigers); b. het voeren van een pgb-administratie; c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; d. feestdagenuitkering, overlijdensuitkering of een eenmalige uitkering; e. alle overige reiskosten behalve de vervoerskosten als genoemd in lid 1 (in welke vorm dan ook); f. huur, eten en drinken; g. contributie voor lidmaatschappen (bijvoorbeeld van Per Saldo); h. het volgen van cursussen over het pgb; i. kosten van informatiemateriaal; j. alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Wmo valt; k. alle zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening/ en of algemeen gebruikelijke voorziening vallen; l. eigen bijdrage van het CAK; m. tolken (de gemeente verwacht dat een aanbieder intercultureel kan werken); n. ondersteuning die ingezet wordt in het buitenland; o. loondoorbetaling bij ziekte; p. overige bijkomende kosten. 5. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. 6. Voor zover de inwoner in zijn vervoersbehoefte kan voorzien door middel van collectief vervoer, wordt geen pgb verstrekt,

48

omdat dit het voortbestaan van het systeem van collectief vervoer in gevaar brengt. 7. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt. 8. Een pgb wordt niet toegekend voor crisisopvang of crisishulp. 9. Een combinatie van zorg in natura en pgb binnen één maatwerkvoorziening is niet mogelijk. 10. Om de kwaliteit van de ondersteuning te waarborgen mag een hulpverlener die via het pgb wordt ingehuurd, nooit meer dan 40 uur per week ondersteuning verlenen. Dit geldt zowel voor een pgb-aanbieder als informele ondersteuner. 11. Het is niet toegestaan een overeenkomst af te sluiten met een aanbieder dan wel een derde (in geval van een pgb) waarin het bieden van de geïndiceerde ondersteuning mede afhankelijk is van de woonruimte die door de organisatie dan wel derde wordt geboden, tenzij het verblijf onderdeel is van de indicatie. 12. Het college verstrekt geen pgb voor ondersteuning van een pgbaanbieder of informele ondersteuner die fraude heeft gepleegd. 13. Het college verstrekt geen pgb voor ondersteuning van een pgbaanbieder of informele ondersteuner indien er twijfels zijn over de integriteit van de een pgb-aanbieder of informele ondersteuner, wat zich in ieder geval voordoet indien deze: a.

betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de ondersteuning in gevaar brengen; b. verdacht is geweest van strafbare feiten dan wel daarvoor veroordeeld is geweest;

49

c. bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd heeft gekregen; d. bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd heeft gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of dwangsom; e. er sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de pgb-aanbieder en/of zijn directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden; f. zich niet professioneel gedraagt. Hiervan is onder andere sprake indien de pgb-aanbieder zich intimiderend opstelt, geen voorbeeldfunctie toont of incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn functie. 14. Verstrekking in de vorm van pgb vindt niet of niet langer plaats als: a. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de inwoner en/of zijn pgb-beheerder problemen zal hebben bij het omgaan met een pgb; b. er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een pgb in het verleden; c. er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking; d. er naar het oordeel van het college niet voldaan is aan de kwaliteitseisen uit artikel 7.1 lid 5.

50

Artikel 7.6. Hoogte pgb begeleiding, huishoudelijke hulp en informele ondersteuner 1. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen een pgb-aanbieder en informele ondersteuner. 2. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten (waaronder begeleiding) is afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd (natura tarieven). Hierbij is rekening gehouden met overheadkosten en andere kostencomponenten. De hoogte van het pgb voor: a. pgb-aanbieders wordt bepaald op basis van gehanteerde tarieven die de gemeente heeft vastgesteld bij gecontracteerde aanbieders minus 18% overheadkosten, tenzij op basis van het budgetplan van de inwoner passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. b. informele ondersteuning voor diensten inzake begeleiding individueel en groep bedraagt maximaal 50% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerk voorziening in natura met maximaal het tarief per uur voor een niet professionele zorgverlener zoals in artikel 5.22, lid 1 van de Regeling Langdurige Zorg is vermeld, en tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald. c. vervoer van en naar dagbesteding wordt bepaald op basis van het gehanteerde tarief die de gemeente heeft vastgesteld bij gecontracteerde aanbieders. d.

beschermd wonen wordt bepaald op basis van een naar aard en omvang oplopend budget en bedraagt maximaal 81% van de maximale subsidiabele kosten van de maatwerkvoorziening beschermd wonen in natura. 51

e. huishoudelijke hulp voor pgb-aanbieders wordt bepaald op basis van gehanteerde tarieven die de gemeente heeft vastgesteld bij gecontracteerde aanbieders minus 18% overheadkosten, tenzij op basis van het budgetplan van de inwoner passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. f. huishoudelijke hulp voor informele ondersteuning wordt gebaseerd op het wettelijk vastgesteld minimum uurtarief. 3. Indien een gecontracteerde of pgb-aanbieder tot het sociale netwerk behoort van de inwoner die ondersteuning krijgt, wordt het pgb altijd overeenkomstig het informele ondersteuningstarief toegekend, ongeacht de eventuele professionele kwalificaties van de aanbieder. 4. Indien het op basis van lid 2 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één pgb-aanbieder kan worden ingekocht en bedraagt nooit meer dan de kostprijs van de in betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 5. Het voor de inwoner geldende maximale tarief per uur, dagdeel of etmaal zoals wordt vastgesteld op de dag van de toekenning en blijft gedurende de looptijd van de toekenning ongewijzigd. 6.

Het is een inwoner niet toegestaan om met een aanbieder een vast maandloon overeen te komen dan wel een andersoortige afspraak te maken op basis waarvan uitbetaling door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) aan pgb-aanbieder of informele ondersteuner plaatsvindt zonder voorafgaande verplichting van inwoner tot overlegging aan SVB van een door inwoner geaccordeerde factuur of specificatie van ingezette zorg. 52

7. Het college besluit jaarlijks over indexering van de verschillende bedragen, die het vastlegt in het financieel besluit Wmo en Jeugd. Artikel 7.7. Hoogte pgb woningaanpassingen, hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen 1. De hoogte van een pgb voor woningaanpassingen, hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen bedraagt: a. het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, of; b. het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. 2. De prijs van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening wordt bepaald: - door het opvragen van in totaal twee offertes door de inwoner en de gemeente, of; - na consultatie in de markt door het college, of; - in overleg met de aanbieder. 3. De hoogte van het onderhoudsbedrag als bedoel in lid 1 onder a bedraagt per kalenderjaar maximaal 4% van de bruto consumentenprijs inclusief de individuele aanpassingen zolang de voorziening wordt gebruikt. Het bedrag wordt op declaratiebasis uitbetaald, onder overlegging van de desbetreffende facturen. 4. De hoogte van de kosten van de verzekering als bedoel in lid 1 onder a voor een vervoersvoorziening of hulpmiddel bedraagt

53

maximaal €75 per jaar. Het bedrag wordt op declaratiebasis uitbetaald, onder overlegging van de desbetreffende facturen. 5. Er wordt geen pgb verstrekt voor collectief vervoer, omdat dit het voortbestaan van het systeem van het collectief vervoer in gevaar brengt. 6. Het college besluit jaarlijks over indexering van de verschillende bedragen, die het vastlegt in het financieel besluit Wmo en Jeugd. Artikel 7.8. Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de SVB gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een inwoner een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2. Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste lid. 3. Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen met betrekking tot de controle op het gebruik of de besteding. 4. Het college wijst een toezichthouder rechtmatigheid aan belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet.

Hoofstuk 8

Hoofdstuk 7 Bijdrage in de kosten

Artikel 8.1 is voor de leesbaarheid opgesplitst in twee nieuwe artikelen 54

Artikel 8.1. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen 1. Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. Voor algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen (collectief vervoer, beschermd wonen en opvang uitgezonderd) bedraagt de hoogte van de bijdrage voor een of meerdere voorzieningen tezamen het bedrag per maand zoals genoemd in artikelen 2.1.4 lid 4 en 2.1.4a lid 4 van de wet voor de ongehuwde inwoner of de gehuwde inwoner tezamen. 3. In afwijking van het tweede lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: e. rolstoelvoorzieningen; f. sportvoorzieningen; g. verhuiskostenvergoeding; h. bezoekbaar maken van de woning; i. meerkosten gebruik eigen auto. 4. In afwijking van het tweede lid is er geen bijdrage verschuldigd voor de algemene voorziening huishoudelijke hulp. 5. De bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang worden vastgesteld conform het uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 6. De bijdrage in de kosten blijft verschuldigd als de inwoner tijdelijk geen gebruik maakt van de maatwerkvoorziening dan wel het pgb.

Artikel 23 Bijdrage voor maatwerkvoorziening 1. Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of pgb zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt; 2. De bijdragen in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen, waaronder opvang, worden door het CAK vastgesteld en geïnd; 3. Geen bijdrage is verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. Rolstoelvoorzieningen; b. Sportvoorzieningen; c. Verhuiskostenvergoeding; 4. Geen bijdrage is verschuldigd voor de algemene voorziening huishoudelijk hulp; 5. De bijdrage in de kosten blijft verschuldigd als de inwoner tijdelijk geen gebruik maakt van de maatwerkvoorziening dan wel het pgb; 6. Is de startdatum van de ondersteuning of voorziening de eerste dag van de maand, dan betaalt de inwoner in die maand de bijdrage in de kosten. Is de datum later in de maand, dan betaalt de inwoner vanaf de volgende maand. 7. De bijdrage in de kosten stopt in de maand nadat de ondersteuning of voorziening is gestopt. 8. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt voor een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: a. De onderhoudsplichtige ouders, en;

55

7. De bijdrage in de kosten is verschuldigd vanaf de eerste van b. Degene die anders dan als ouder samen met de ouder het de maand waarin de ondersteuning feitelijk is geboden, het gezag uitoefent over een inwoner. hulpmiddel, de vervoersvoorziening of de woonvoorziening feitelijk is geleverd, de woningaanpassing is gerealiseerd, dan Artikel 24 Hoogte bijdrage in de kosten wel het pgb is toegekend. 1. Voor algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen 8. De hoogte van de bijdrage voor een hulpmiddel, de (collectief vervoer, beschermd wonen en opvang vervoersvoorziening, de woningaanpassing, het collectieve uitgezonderd) bedraagt de hoogte van de bijdrage voor één of vervoer uit artikel 8.2 of de in lid 2 genoemde algemene meerdere voorzieningen tezamen het bedrag per maand zoals voorzieningen, overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. genoemd in artikel 2.1.4 lid 3 en 2.1.4a lid 4 van de wet voor de 9. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk ongehuwde inwoner of de gehuwde inwoner en diens aan de kosten die het college voor de desbetreffende echtgenoot tezamen. maatwerkvoorziening zelf maakt. 2. Voor collectief vraagafhankelijk vervoer is een bijdrage 10. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van verschuldigd voor ritten, niet zijnde vervoer naar de een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. dagbesteding.

De inwoner betaalt per rit een bijdrage 11. De kostprijs van een algemene voorziening is gelijk aan de rechtstreeks aan de vervoerder. De actuele tarieven zijn kosten die het college voor de betreffende voorziening per opgenomen in het financieel besluit Wmo en Jeugd. inwoner maakt. 3. Voor beschermd wonen, verstrekt in de vorm van zorg in 12. De bijdragen in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen, natura, wordt een eigen bijdrage berekend door het CAK op waaronder opvang, worden door het CAK vastgesteld en basis van inkomen, vermogen, leeftijd en samenstelling van geïnd. het huishouden. 13. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt ten 4. De hoogte van de bijdrage overstijgt niet de kostprijs van de behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige voorziening; cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: 5. In afwijking van de bepalingen in dit artikel kan een inwoner - de onderhoudsplichtige ouders; en, op grond van hoofdstuk 3 van het uitvoeringsbesluit Wmo2015 - degene die anders dan als ouder samen met de ouder het geen bijdrage verschuldigd zijn. gezag uitoefent over een inwoner. 14. In afwijking van de bepalingen in dit artikel kan een inwoner op grond van hoofdstuk 3 van het uitvoeringsbesluit geen Artikel 25 Berekening kostprijs voorzieningen bijdrage verschuldigd zijn. 1.

De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt vastgesteld op het bedrag dat het college aan kosten maakt

56

2.

3.

4.

5.

6.

voor de levering van de desbetreffende voorziening. Hierbij worden in ieder geval de inkoopprijs, de kosten van onderhoud, verzekering, administratie en overige directe kosten meegerekend. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt vastgesteld op het bedrag van het toegekende pgb zoals opgenomen in de beschikking. Dit bedrag wordt gebaseerd op het ingediende pgb-budgetplan en de maximaal verantwoorde tarieven, zoals vastgesteld in de beleidsregels. De kostprijs van een algemene voorziening waarop een bijdrage is verschuldigd, wordt vastgesteld op basis van de werkelijke kosten van die voorziening voor de gemeente, omgerekend naar een kostprijs per gebruiker of per gebruiksmoment, afhankelijk van de aard van de voorziening. De kostprijs van collectief vervoer wordt vastgesteld op basis van het tarief per rit, zoals bepaald in het Financieel Besluit Wmo en Jeugd. Dit tarief wordt jaarlijks geactualiseerd. De vastgestelde kostprijs vormt de maximale basis voor het berekenen van de bijdrage in de kosten die de inwoner is verschuldigd, zoals bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4a van de wet. Het college kan nadere regels stellen over de toepassing en verdere detaillering van de berekeningswijze, mits deze in overeenstemming zijn met dit artikel en het bepaalde in de wet.

Lid 1 gaat naar artikel 23 lid 1 Lid 2 gaat naar artikel 24 lid 1 Ook wordt artikel 2.1.4 lid 4 gewijzigd in 2.1.4 lid 3. Dit is een technische wijziging. 57

Lid 2 onder d: bezoekbaar maken van de woning is niet opgenomen, want in dergelijke situaties wordt al een eigen bijdrage WLZ betaald Meerkosten van de auto is eveneens niet opgenomen. Lid 3 wordt artikel 23 lid 3 Lid 4 wordt artikel 23 lid 4 Lid 5 wordt artikel 24 lid 3 Lid 6 wordt artikel 23 lid 5 Lid 7 wordt artikel 23 lid 6 en 7 Lid 8 wordt artikel 24 lid 4 Lid 9 wordt artikel 25 lid 1 Lid 10 wordt artikel 25 lid 2 Lid 11 wordt artikel 25 lid 3 Lid 12 wordt artikel 23 lid 2 Lid 13 wordt artikel 23 lid 8 Lid 14 wordt artikel 24 lid 5

58

Artikel 8.2. Afwijkende eigen bijdrage collectief vervoer 1. In afwijking van artikel 8.1, tweede lid geldt een afwijkende eigen De eigen bijdrage voor collectief vervoer is opgenomen in artikel 24 lid 2 bijdrage voor: het collectief vervoer, Mijn Taxi op Maat. Er is een en artikel 25 lid 4. bijdrage verschuldigd voor ritten niet zijnde vervoer naar de dagbesteding. In afwijking op artikel 2.1.4 lid 1 en 2 van de wet, betaalt de inwoner de bijdrage rechtstreeks aan de vervoerder bij het gebruik van de taxirit. Basistarief: voor ritten tussen 09:00 en 14:30 uur en voor ritten na 17:00 uur. Spitstarief: voor ritten voor 09:00 uur en voor ritten tussen 14:30 en 17:00 uur. 2. Voor ritten op zaterdag en zondag geldt altijd het basistarief. 3. Het aantal kilometers wordt via de kortste route van herkomst naar bestemming bepaald. 4. De actuele tarieven voor 2022 voor Mijn Taxi Op Maat zijn door de raad vastgesteld. Deze tarieven zijn vastgesteld op basis van de door de Provincie Overijssel vastgestelde tarieven voor het openbaar vervoer. Ook wel genoemd als LTI (Landelijke Tarievenindex). De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De tarieven in 2022 zijn: Aantal kilometers

Basistarief

Spitstarief

0 t/m 4 kilometer

€1,40

€2,34

59

5.

5 t/m 8 kilometer

€2,20

€3,66

9 t/m 12 kilometer

€2,98

€4,97

13 t/m 16 kilometer

€3,77

€6,28

17 t/m 20 kilometer

€4,56

€7,60

21 t/m 25 kilometer

€5,35

€8,92

De actuele tarieven zijn te vinden op de website van Mijn Taxi Op Maat https://www.mijntaxiopmaat.nl/wmovervoer/home/tarieven.html en worden ieder jaar geüpdatet. Dat houdt dus in dat de genoemde tarieven uit lid 4 verhoogd kunnen worden. Die tarieven gelden dan voor de inwoner.

Hoofdstuk 9: Bestrijding misbruik en evaluatie zorg Artikel 9.1. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Het college informeert inwoner of zijn vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan

Hoofdstuk 8 Bestrijding misbruik Artikel 26 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering.

60

het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. De inwoner doet melding op verzoek of uit eigen beweging aan het college van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande het recht op een voorziening. 3. Het college kan een beslissing herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de inwoner niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de inwoner niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of; e. de inwoner de maatwerkvoorziening of het pgb niet binnen drie maanden gebruikt of voor een ander doel gebruikt; f. de inwoner de verplichtingen uit de bruikleenovereenkomst niet nakomt of deze overeenkomst door de leverancier wordt beëindigd; g. er sprake van wangedrag is van een inwoner waardoor hulpverlening niet meer verstrekt kan worden. h. inwoner zich niet heeft gehouden aan de voorschriften uit de bruikleenovereenkomst die hoort bij de voorziening. 4.

Als het college een beslissing op grond van lid 3 onder a heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige

1. Het college informeert de inwoner dan wel de budgethouder (als dit niet dezelfde persoon is), wettelijk vertegenwoordiger of degenen aan wie het pgb-beheer is gedelegeerd, in begrijpelijke bewoording over rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. De inwoner, dan wel de budgethouder (als dit niet dezelfde persoon is), wettelijk vertegenwoordiger of degenen aan wie het pgb-beheer is gedelegeerd, doet melding op verzoek of uit eigen beweging aan het college van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over het recht op een voorziening. 3. Het college kan een beslissing herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. De inwoner, dan wel de budgethouder (als dit niet dezelfde persoon is), wettelijk vertegenwoordiger of degenen aan wie het pgb-beheer is gedelegeerd, onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. De inwoner niet langer op de maatwerkvoorziening is aangewezen; c. De maatwerkvoorziening niet meer toereikend is te achten; d. De inwoner niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening verbonden voorwaarden;

61

gegevens door de inwoner opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de inwoner en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 5. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen drie maanden of 15 maanden bij een woningaanpassing, na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 6. Het college kan een besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening herzien of intrekken indien: a. niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens de wet of de verordening; b. blijkt dat de inwoner aan wie een pgb is toegekend niet heeft voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in de beschikking. 7. Het college kan een vordering op grond van ten onrechte genoten pgb verrekenen met te verstrekken pgb of een andere periodieke uitkering. 8. Ingeval het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.

e. De inwoner de maatwerkvoorziening niet binnen drie maanden gebruikt of voor een ander doel gebruikt; f. De inwoner de verplichtingen uit de bruikleenovereenkomst niet nakomt of deze overeenkomst door de leverancier wordt beëindigd; g. Er sprake is van schending van de medewerkingsplicht; h. Inwoner zich niet heeft gehouden aan de voorschriften uit de bruikleenovereenkomst die hoort bij de voorziening. i. De inwoner zich herhaaldelijk of ernstig misdraagt richting medewerkers van de gemeente, gecontracteerde aanbieders of andere betrokkenen bij de uitvoering van de maatwerkvoorziening, waardoor de levering of uitvoering daarvan ernstig wordt belemmerd. 4. Als het college een beslissing op grond van lid 3 onder a heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de inwoner, dan wel de budgethouder (als dit niet dezelfde persoon is), wettelijk vertegenwoordiger of degenen aan wie het pgb-beheer is gedelegeerd, opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de inwoner en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 5.

Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen drie maanden of 15 maanden bij een woningaanpassing, na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

62

6. Het college kan een besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening herzien of intrekken als: a. Niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of op grond van de wet of de verordening; b. Blijkt dat de inwoner aan wie een pgb is toegekend niet heeft voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in de beschikking. 7. Het college kan een vordering op grond van ten onrechte genoten pgb verrekenen met te verstrekken pgb of een andere periodieke uitkering. 8. Ingeval het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 9. Voordat het college een beslissing neemt tot herziening of intrekking op grond van dit artikel, stelt het de inwoner in de gelegenheid zijn zienswijze kenbaar te maken, overeenkomstig artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht.

In dit artikel is in lid 1, lid 2 en lid 3a ‘Inwoner of zijn vertegenwoordiger’ gewijzigd in ‘Inwoner, dan wel de budgethouder (als dit niet dezelfde persoon is), wettelijk vertegenwoordiger of degenen aan wie het pgb-beheer is gedelegeerd’. Hiermee wordt discussie over wie verantwoordelijk is bij misbruik, fouten of vergeten meldingen, voorkomen.

63

In lid 3 onder d en e is ‘of het Pgb’ verwijderd. Immers, een pgb is een vorm van een maatwerkvoorziening. Tekstueel voor de leesbaarheid enkele aanpassingen gedaan. en Artikel 9.2. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en nietgebruik van een maatwerkvoorziening en pgb’s

Dit artikel is ongewijzigd en wordt: Artikel 27 Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een maatwerkvoorziening en pgb's.

64

Hoofdstuk 10: Kwaliteit en veiligheid

Artikel 10.1. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Artikel 10.2. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden Artikel 10.3. Meldingsregeling calamiteiten en geweld En Artikel 10.4 Toezichthouders

Hoofdstuk 9: Kwaliteit en veiligheid Artikel 10.1, 10.2, 10.3 en 10.4 blijven ongewijzigd en worden; Artikel 28 kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Artikel 29 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden Artikel 30 Meldingsregeling calamiteiten en geweld En;

Artikel 31 Toezichthouders

Hoofdstuk 11: Waardering mantelzorgers

Hoofdstuk 10: Waardering mantelzorgers

Artikel 11. Jaarlijkse waardering mantelzorgers 1. Mantelzorgers van inwoners in de gemeente Hardenberg wonen, kunnen zich bij het college melden dat zij een jaarlijkse blijk van waardering willen ontvangen. 2. De jaarlijkse blijk van waardering wordt door het college na overleg met de Participatieraad vastgesteld. 3. Het college kan bij nadere regeling regels stellen over de hoogte en op welke wijze zorg wordt gedragen voor de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van inwoners in de gemeente.

Artikel 32 Jaarlijkse waardering mantelzorgers 1. De jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van inwoners in de gemeente bestaat uit het uitreiken van het mantelzorgcompliment. 2. De hoogte van het mantelzorgcompliment wordt jaarlijks door het college vastgesteld. 3. Mantelzorgers kunnen bij het college melden dat zij een blijk van waardering willen ontvangen. Een vertegenwoordiging van de participatieraad en de mantelzorgorganisaties wordt betrokken bij de werkwijze van het verstrekken van de mantelzorgwaardering.

De verordening is hier aangepast aan de huidige werkwijze zodat dit artikel aansluit bij de wet en de rol van het college.

65

Hoofdstuk 12: Klachten en medezeggenschap

Hoofdstuk 11: Klachten en medezeggenschap

Artikel 12.1. Klachtregeling 1. Het college hanteert de vastgestelde gemeentelijke klachtenregeling voor de afhandeling van klachten, voor zover de klacht betrekking heeft op professionals werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit betreft dan o.a. de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening. 2. Aanbieders van maatwerkvoorzieningen zijn verplicht te beschikken over een regeling voor de afhandeling van klachten van inwoners. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders van voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Artikel 33 Klachtregeling 1. Het college hanteert de vastgestelde gemeentelijke klachtenregeling voor de afhandeling van klachten, voor zover de klacht betrekking heeft op professionals werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit betreft dan o.a. de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening. 2. Aanbieders van maatwerkvoorzieningen zijn verplicht te beschikken over een regeling voor de afhandeling van klachten van inwoners; 3. Het college ziet toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders van maatwerkvoorzieningen en een jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek;

Artikel 12.2. Medezeggenschap bij aanbieders 1. Aanbieders van maatwerkvoorzieningen in de vorm van dienstverlening zijn verplicht te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van inwoners over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn. 2. Het college ziet toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden kan het college nadere regels en beleidsregels treffen ten aanzien

Lid 1 en 2 zijn ongewijzigd. Bij lid 3 is ‘onverminderd andere handhavingsbevoegdheden’ voor de leesbaarheid verwijderd en omdat het niets toevoegt. Artikel 34 Medezeggenschap bij aanbieders 1. Aanbieders van maatwerkvoorzieningen in de vorm van dienstverlening zijn verplicht te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van inwoners over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn.

66

van medezeggenschap en ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

2. Het college ziet toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Lid 1 en 2 zijn ongewijzigd. Lid 3 is verwijderd in verband met dubbeling in lid 2.

Artikel 12.3. Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Er is een Participatieraad voor de advisering bij de uitvoering van de wet. 2. De Participatieraad bestaat uit leden die in staat zijn de belangen Dit artikel is ongewijzigd en wordt Artikel 35 Betrekken van ingezetenen bij het beleid van de ingezetenen, waaronder in ieder geval inwoners, jeugdigen en ouders en hun vertegenwoordigers, in relatie tot de uitvoering van de wet in voldoende mate te behartigen. 3. De Participatieraad, als bedoeld in het eerste lid: a. wordt door het college betrokken bij de beleidsvoorbereiding en evaluatie; b. is bevoegd om uit eigen beweging het college te voorzien van advies ten aanzien van de uitvoering van de wet; c. wordt periodiek uitgenodigd voor een overleg over de uitvoering van de wet; d. is bevoegd om onderwerpen voor het overleg aan te dragen. 4. Het college draagt er zorg voor dat de Participatieraad tijdig in het bezit is van alle informatie die noodzakelijk is voor het overleg met de gemeente of om zijn adviesrol naar behoren uit te oefenen. Hierbij wordt aansluit gezocht bij de termijnen zoals genoemd in de verordening van de Participatieraad. Artikel 12.4 Evaluatie 1. Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe jaarlijks aan de 67

gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.

Dit artikel is komen te vervallen omdat hier geen invulling aan wordt gegeven.

68

Hoofdstuk 13: Overgangsrecht en slotbepalingen

Hoofdstuk 12: Overgangsrecht en slotbepalingen

Artikel 13.1. Nadere regels en hardheidsclausule 1. In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2. Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen over de uitvoering van deze verordening. 3. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de inwoner afwijken van de bepalingen van deze verordening als de toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. De inwoner dient daarvoor een gemotiveerd verzoek voor in te dienen waarin hij aangeeft dat de hardheidsclausule voor hem van toepassing is.

Artikel 36 Nadere regels 1. In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2. Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen over de uitvoering van deze verordening.

Artikel 37 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de inwoner afwijken van de bepalingen van deze verordening als de toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Voor de leesbaarheid is artikel 13.1 in twee aparte artikelen gezet. Bij de hardheidsclausule is de aanvraag door inwoner verwijderd. Het toepassen van deze clausule nemen we mee in de afweging. Het is niet redelijk dat de inwoner hier apart een verzoek voor moet indienen.

69

Artikel 13.2 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De verordening maatschappelijk ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Hardenberg 2020 wordt ingetrokken. 2. Een inwoner houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hardenberg 2020, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken of de indicatietermijn is verstreken. 3. Aanvragen die zijn ingediend en meldingen die zijn gedaan onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hardenberg 2020 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening, tenzij dit nadelig voor de inwoner uitpakt. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hardenberg 2020, wordt beslist met inachtneming van die verordening, tenzij dit voor de bezwaarmaker nadelig uitpakt.

Artikel 13.3. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Hardenberg 2023.

Artikel 38 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De verordening maatschappelijk ondersteuning Hardenberg 2023 wordt ingetrokken. 2. Een inwoner houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Hardenberg 2023, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken of de indicatietermijn is verstreken. 3. Aanvragen die zijn ingediend en meldingen die zijn gedaan onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning Hardenberg 2023 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld op grond van deze verordening, tenzij dit nadelig voor de inwoner uitpakt. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Hardenberg 2023, wordt beslist met inachtneming van die verordening, tenzij dit voor de bezwaarmaker nadelig uitpakt. 5. Van lid 4 kan ten gunste van de inwoner worden afgeweken Dit artikel is technisch aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16219796/2