Gewijzigde versie - Bijlage 2 Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026
Tekst van het document
Zorgaanbieder verleent hulp of ondersteuning met inachtneming van de eisen die volgens de algemeen aanvaarde professionele standaard aan zorgaanbieder
worden gesteld. De bij de zorgaanbieder in dienst zijnde medewerkers houden 3.
4.
zich aan de voor hen geldende beroepscode.
Zorgaanbieder stelt zich op de hoogte van de laatste relevante ontwikkelingen,
kwaliteitseisen en wet- en regelgeving op landelijk niveau en handelt ernaar (oa. Jeugdwet, Wmo, Wtza, Wlz, Zvw en Wet Bibob).
Zorgaanbieder neemt kennis van: • •
Het Hardenbergse Model voor Ondersteuning;
De actuele beleidsregels en verordening maatschappelijke ondersteuning
en Jeugdhulp Hardenberg.
Zorgaanbieder onderschrijft de beleidsmatige uitgangspunten en handelt ernaar. Zorgaanbieder conformeert zich aan wijzigingen in beleid en lokale wet- en 5. 6.
regelgeving.
Zorgaanbieder salarieert maximaal overeenkomstig de Wet Normering Topinkomens en bijbehorende nadere regelingen.
Zorgaanbieder dient op werkdagen minimaal van 09.00 – 17.00 uur telefonisch bereikbaar te zijn voor het college.
Uitvoering/levering ondersteuning 7.
Zorgaanbieder behandelt inwoners en medewerkers van het college op een
8.
De zorgaanbieder signaleert veranderingen in de situatie van de inwoner en zijn
respectvolle wijze en zet geen zogenoemde agressieve verkooptechnieken in.
omgeving/sociale netwerk met mogelijk gevolgen voor de mate van de inzet voor de inwoners. Zorgaanbieder bespreekt deze veranderingen in de situatie van de inwoner met de inwoner. Vervolgens meldt inwoner of zorgaanbieder deze verandering in de situatie bij de het college.
33
9.
Zorgaanbieder zoekt actief naar mogelijkheden om hulp of ondersteuning af te schalen. Dat wil zeggen verkorten van ondersteuningsduur, complexiteit of
intensiteit (bijvoorbeeld door inzet van voorzieningen uit het voorliggend veld, vrijwilligers en eigen netwerk van de inwoner). De hulp of ondersteuning is gericht op ontwikkeling, blijvende participatie en/of stimulering van de 10.
11. 12.
zelfredzaamheid, passend bij de levensfase van de inwoner.
Zorgaanbieder draagt zorg voor gelijkwaardige vervanging (continuïteit en
kwaliteit) bij afwezigheid van de (ingehuurde) medewerker van zorgaanbieder, bijvoorbeeld door verlof of ziekte.
Zorgaanbieder zal het hulpverleningsplan (zonder vertrouwelijke informatie) of na toestemming van de inwoner aan het college te verstrekken.
Zorgaanbieder treedt op als casusregisseur. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het opstellen, bewaken, structureren en coördineren van de uitvoering van het hulp of ondersteuning. Hierbij draagt de zorgaanbieder zorg voor een
effectieve en efficiënte samenwerking op operationeel niveau. De casusregisseur draagt zorg voor de continuïteit en kwaliteit van de hulp of ondersteuning. Daar
waar hapering of stagnatie optreedt meldt de zorgaanbieder dit bij het college en vindt waar nodig afstemming plaats tussen het college en zorgaanbieder. Het college heeft dan de verantwoordelijkheid om het proces weer op gang te 13.
brengen.
Als de inwoner overgaat naar een andere zorgaanbieder, zorgt zorgaanbieder
voor een soepele, professionele overdracht naar deze (nieuwe) zorgaanbieder, waarbij de continuïteit van de hulp of ondersteuning is gewaarborgd.
Zorgaanbieder draagt terstond, maar uiterlijk binnen één (1) week na de
overdracht het dossier van de inwoner compleet en kosteloos over aan deze 14.
zorgaanbieder en neemt daarbij de privacywetgeving in acht.
Hulp of ondersteuning die wordt ingezet voordat een maatwerkvoorziening is
verstrekt zal niet worden vergoed. Indien de looptijd van de maatwerkvoorziening is verstreken en deze niet is vervangen door een nieuwe maatwerkvoorziening, wordt de hulp of ondersteuning niet vergoed.
Hulpverleningsplan 15.
De zorgaanbieder maakt met inwoners duidelijke werkafspraken over de levering van de hulp of ondersteuning, vastgelegd in een hulpverleningsplan. Basis voor dit
hulpverleningsplan is het ondersteuningsplan dat door de het college wordt opgesteld of de verwijzing van een derde. Dit hulpverleningsplan voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: •
Het hulpverleningsplan wordt samen met (een wettelijk
vertegenwoordiger van) de inwoners opgesteld en aan de inwoner verstrekt. •
Zorgaanbieder laat contacten met derden verlopen via de persoon die
daarvoor is vermeld in het hulpverleningsplan, tenzij door bijzondere
34
omstandigheden zorgaanbieder genoodzaakt is hiervan af te wijken. •
Het hulpverleningsplan dat de zorgaanbieder maakt, moet aansluiten op
de doelen die in het ondersteuningsplan of een verwijzing van derden zijn geformuleerd. •
Het hulpverleningsplan wordt minimaal één keer per jaar met de inwoner
en/of de vertegenwoordiger van de inwoner besproken. In het
hulpverleningsplan wordt dit vastgelegd. Bijstellingen en veranderingen in het hulpverleningsplan worden schriftelijk vastgelegd. •
De hulp of ondersteuning wordt conform het gemaakte
hulpverleningsplan geboden. Het hulpverleningsplan vertaalt de opdracht
in concrete werkafspraken: welke hulp of ondersteuning ontvangt de inwoner, op welke dagen en tijdstippen (passend in zijn dag-
weekprogramma) gedurende de bepaalde looptijd. •
Het hulpverleningsplan beschrijft hoe de ondersteuning wordt
vormgegeven en afgestemd met eventuele mantelzorgers en hoe het
eigen netwerk van de inwoner daar waar mogelijk een actieve rol speelt of gaat spelen in het ondersteuningsproces. •
Het hulpverleningsplan beschrijft hoe de inzet van voorzieningen uit het voorliggend veld een bijdrage kunnen (gaan) leveren in het hulp of ondersteuningsproces.
•
Indien delen van de hulp of ondersteuning worden uitgevoerd door
anderen dan de zorgaanbieder, dan wordt dit in het hulpverleningsplan
vermeld.
Beëindiging hulp of ondersteuning 16.
Zorgaanbieder sluit de hulp of ondersteuning af met een eindevaluatie welke is ondertekend door inwoner. In de eindevaluatie worden de gestelde doelen en resultaten vanuit het hulpverleningsplan geëvalueerd.
Kwaliteit 17.
De zorgaanbieder dient methodieken en interventies in te zetten die
onafhankelijk zijn onderzocht en daarbij effectief zijn bevonden. Daarbij kan
gebruik gemaakt worden van interventies en methodieken die zijn opgenomen en beschreven in een van volgende databanken: • • • •
Movisie: Databank Effectieve Sociale Interventies.
Nederlands Jeugd Instituut: Databank Effectieve Jeugdinterventies. Trimbos Instituut: Databank Erkende interventies GGZ.
Vergelijkbaar: Een interventie die beschikt over een vergelijkbare onafhankelijke beoordeling en erkenning.
De zorgaanbieder is verplicht de in het kader van de hulp of ondersteuning in te zetten methodieken op te nemen in het hulpverleningsplan. Indien het gaat om een (nieuwe) interventie of methodiek die niet is opgenomen en beschreven in
35
één van de in het bovenstaand beschreven databanken, heeft het college het 18. 19.
recht de methodiek te verifiëren en accorderen.
Zorgaanbieder is bekend met het gedachtegoed van Positieve Gezondheid en werkt vanuit dit gedachtegoed.
De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de hulp of ondersteuning van goede kwaliteit is. Hulp of ondersteuning wordt in elk geval: • •
Veilig, doeltreffend, doelmatig en inwoner gericht verstrekt.
Afgestemd op de reële behoefte van de inwoner en op andere vormen van hulp of ondersteuning of hulp die de inwoner ontvangt.
•
Systeemgericht aangeboden. Er is een naadloze verbinding tussen de hulp of ondersteuning voor de Inwoner en zijn gezin, het sociale netwerk en directe leefomgeving (thuis, in de wijk, op school, werk, dagbesteding
enzovoort). Het is van belang dat bij gezinnen met jeugdigen altijd naar
20.
het hele systeem wordt gekeken.
Als zorgaanbieder inschat dat het waarschijnlijk is dat een inwoner in aanmerking komt voor hulp of ondersteuning op grond van een andere wet, en deze ondersteuning nodig is om tot een oplossing van de hulp- of
ondersteuningsvraag van de inwoner te komen, begeleidt zorgaanbieder de inwoner bij het aanvragen hiervan of spreekt zij met de reeds betrokken 21.
zorgaanbieder af dat de zorgaanbieder hierin begeleidt.
Zorgaanbieder en indien van toepassing onderaannemers en/of samenwerkende partijen werken mee aan van toepassing zijnde inspecties door de daarvoor
aangewezen organisaties en geven opvolging aan aanbevelingen die hieruit naar voren komen. Zorgaanbieder dient het college over de aanbevelingen te
informeren en dient concreet aan te geven indien aanbevelingen de hulp of 22.
ondersteuning aan de Inwoners van het college raakt.
Zorgaanbieder voldoet daarnaast aan de gestelde eisen ter bevordering van de rechtspositie van de inwoner, waaronder in ieder geval: • • •
het afhandelen van klachten;
het organiseren van medezeggenschap;
het verantwoorden van de naleving van gestelde kwaliteitseisen.
Deskundigheid medewerkers Wmo begeleiding 23.
De ondersteuning op grond van de Wmo 2015 wordt verleend door een
medewerker die beschikt over een afgeronde en voor de ondersteuning relevante (1) beroepsopleiding van minimaal mbo niveau 4. De aanvullende inzet van medewerkers met een afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van mbo 3 niveau of lager is toegestaan indien: •
De inzet van medewerkers met een afgeronde en voor de ondersteuning
relevante beroepsopleiding van mbo 3 niveau of lager geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de ondersteuning.
•
De medewerker beschikt minimaal over een afgeronde en voor de 36
ondersteuning relevante beroepsopleiding op mbo-3 niveau. •
Inzet van medewerkers op niveau mbo-1 en mbo-2 is slechts mogelijk in de volgende situaties:
o Het in beperkte mate uitvoeren van ondersteunende werkzaamheden onder direct toezicht van een medewerker die beschikt over een
afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van minimaal mbo niveau 4.
o De inzet als ervaringsdeskundige onder direct toezicht van een
medewerker die beschikt over afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van minimaal mbo niveau 4
•
De inzet van een medewerker met een afgeronde en voor de
ondersteuning relevante beroepsopleiding van mbo 3 niveau of lager vindt altijd plaats op basis van een weloverwogen keuze door de
zorgaanbieder die aansluit bij de norm verantwoorde werktoedeling. •
Er zijn duidelijke schriftelijke afspraken gemaakt over de taken en
verantwoordelijkheden tussen de medewerker met een afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van mbo 3 niveau of lager en de medewerker die beschikt over een afgeronde en voor de
ondersteuning relevante beroepsopleiding van minimaal mbo niveau 4.
•
Het is voor de inwoner duidelijk welke medewerker - die beschikt over een afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van
minimaal mbo niveau 4 - de regie voert en het aanspreekpunt is.
24. 25.
Personeel
Levering geschiedt door inzet van voldoende gekwalificeerde medewerkers en –
voor zover van toepassing - op basis van een voor zorgaanbieder geldende CAO. Zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)
screeningsprofiel ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’ van personen
die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met Inwoners. De VOG mag niet ouder zijn dan drie (3) maanden bij aanvang van de werkzaamheden van de medewerker. Zorgaanbieder verlangt van haar
werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden 26.
bestaat dat daar aanleiding toe is.
Zorgaanbieder beperkt voor de inwoner zoveel mogelijk het aantal wisselingen van medewerkers die hulp of ondersteuning leveren.
Inzet vrijwilligers 27.
28.
Indien zorgaanbieder gebruik maakt van vrijwilligers bij de hulp of ondersteuning van de inwoner, draagt hij er zorg voor dat de kwaliteit en betrouwbaarheid van de hulp of ondersteuning wordt geborgd.
De zorgaanbieder faciliteert en begeleidt de ingezette vrijwilligers.
37
29.
30.
Vrijwilligers met inwonercontact dienen in ieder geval te beschikken over een
geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) screeningsprofiel ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’.
Zorgaanbieder garandeert dat vrijwilliger met inwonercontact: • • • • •
Een getekende geheimhoudingsverklaring indient; De Nederlandse taal beheerst;
Zich kan legitimeren als vrijwilliger van zorgaanbieder;
Een klantvriendelijke, hulpvaardige en servicegerichte instelling heeft;
De culturele achtergrond, geloofsovertuiging en/ of leefwijze van de
inwoner respecteert.
Inzet onderaannemers 31.
Inzet van onderaannemers is alleen toegestaan indien de het college hier
schriftelijk toestemming voor heeft gegeven. Hulp of ondersteuning die is
geleverd door een onderaannemer waarvoor deze toestemming ontbreekt, kan niet in rekening worden gebracht bij het college.
Inzet coöperaties 32.
Het college gaat ten aanzien van coöperaties aanvullende voorwaarden stellen met betrekking tot de inzet van de leden van de coöperatie. Deze liggen in lijn met hetgeen van hoofd-onderaannemers gevraagd wordt. Op hoofdlijnen is dat: •
Het college gaat er van uit dat de coöperatie alleen integere coöperatieleden inschakelt.
•
Het college kan de integriteit van coöperatieleden toetsen.
Het college kan voorwaarden verbinden aan deze goedkeuring.
Samenwerking 33.
De zorgaanbieder zorgt voor een goede samenwerking met medewerkers van
andere relevante organisaties onder andere: gezondheidszorg, begeleiders op school, thuiszorg.
Klachtenregeling en cliëntervaringsonderzoek 34.
Zorgaanbieder draagt zorg voor een adequate klachtenprocedure vergelijkbaar met de procedure zoals omschreven in de artikelen 13 t/m 17 van de Wet
kwaliteit, klachten en geschillen zorg (hierna: WKKGZ), welke voorziet in een snelle en correcte afhandeling van klachten van Inwoners. Zorgaanbieder is tevens aangesloten bij een onafhankelijk geschilleninstantie. 35.
Zorgaanbieder draagt actief bij aan een cliënttevredenheidsonderzoek Menselijke Maat.
38
Meldplichten 36.
Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Zorgaanbieder hanteert een ‘meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ en bevordert het gebruik en de kennis van de Meldcode onder medewerkers.
Indien er sprake is van onveiligheid (in het kader van de Meldcode), dan stelt de Zorgaanbieder een veiligheidsplan op. Zorgaanbieder wijst ten minste één aandachtsfunctionaris aan die lid is van de landelijke vakgroep
aandachtsfunctionarissen kindermishandeling (LVAK). Deze aandachtsfunctionaris waarborgt de implementatie van de Meldcode. Deze functionaris is
aanspreekpunt voor de zorg- en veiligheidspartners in het kader van de aanpak van huiselijk geweld en participeert in het ontwikkelplan huiselijk geweld en kindermishandeling van de het college Hardenberg. Ook is de
aandachtsfunctionaris bekend met de specialisten die kunnen worden ingeschakeld voor specifieke vormen van huiselijk geweld. Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
Zorgaanbieder meldt datalekken bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Calamiteiten en geweldsincidenten
Zorgaanbieder is bekend en handelt conform de vigerende
calamiteitenprotocollen van de IGJ en het college. Zorgaanbieder meldt
calamiteiten en geweldsincidenten (2) zo spoedig mogelijk (uiterlijk binnen drie
(3) werkdagen) bij Het college en – waar het gaat om zorg of ondersteuning op grond van de Jeugdwet – aan de IGJ, en wat betreft Wmo bij de GGD. Dit in
verband met de coördinatie van (dreigende) maatschappelijke onrust (3) en/of
(verwachte) media-aandacht.
Ontslag medewerker wegens disfunctioneren
Zorgaanbieder die zorg of ondersteuning op grond van de Jeugdwet biedt doet binnen drie (3) werkdagen melding bij de IGJ bij ontslag van een medewerker wegens disfunctioneren.
Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ)
Zorgaanbieder meldt signalen over (vermoedens van) fraude, financiële fouten, 37.
kwaliteitsproblemen of ongewenste werkwijzen bij het LMZ.
Zorgaanbieder stelt het college binnen vijf (5) werkdagen op de hoogte van: • • •
Meldingen van zorgaanbieder bij de Autoriteit Persoonsgegevens; Meldingen van zorgaanbieder bij de IGJ/Wmo-toezicht;
Elk onderzoek dat door een derde (o.a. het college, toezichthouder van andere colleges, Justitie, Belastingdienst etc.) wordt gestart naar zorgaanbieder;
39
• •
Elke maatregel die een derde treft jegens zorgaanbieder;
Feiten en omstandigheden waarbij sprake is/zal zijn van maatschappelijke onrust en/of media-aandacht;
•
Feiten en omstandigheden die tot een afwijking van de bepalingen uit de deze bijlage of tot (gedeeltelijke) niet nakoming van deze bijlage zouden
Bedrijfsvoering 38.
39.
40.
kunnen leiden.
De zorgaanbieder voert een deugdelijke administratie, waarbij in ieder geval inkomsten, uitgaven, verplichtingen, inwonersdossiers en verantwoording te herleiden zijn naar bron en bestemming.
De zorgaanbieder heeft schriftelijk vastgelegd welke organen van de
zorgaanbieder bevoegd zijn ten aanzien van welk onderdeel of aspect van de bedrijfsvoering.
De zorgaanbieder heeft schriftelijk en inzichtelijk vastgelegd hoe de hulp of
ondersteuning wordt georganiseerd. Daarbij wordt gemeld van welke andere
bedrijven of dochterondernemingen gebruik wordt gemaakt en wat de aard is van de relaties met die andere verbanden, waaronder begrepen 41.
42.
verantwoordelijkheden, taken en beslissingsbevoegdheden.
De activiteiten van de zorgaanbieder in het kader van de maatwerkvoorziening worden in de bedrijfsadministratie financieel onderscheiden van andere activiteiten van de zorgaanbieder.
Het college mengt zich niet in deze ondernemingsvrijheid, tenzij de
bedrijfsvoering en/of de financiële situatie van de organisatie de continuïteit en
de kwaliteit van de hulp of ondersteuning in gevaar brengt. Van een gevaar voor de continuïteit is sprake indien in eenzelfde boekjaar sprake is van een negatief eigen vermogen én een negatief financieel resultaat. Om de kwaliteit van de ondersteuning te waarborgen dient de zorgaanbieder te voldoen aan onderstaande voorwaarden: •
aan bestuurders, toezichthouders, aandeelhouders, personeelsleden of
derden worden geen leningen verstrekt die geen verband houden met de te leveren ondersteuning en/of niet verstrekt zijn met zekerheidsstelling en tegen marktconforme rente en voorwaarden; •
de zorgaanbieder huurt geen vastgoed van bestuurders, toezichthouders, aandeelhouders, personeelsleden of derden tegen voor de regio en de branche niet marktconforme voorwaarden;
•
de zorgaanbieder neemt geen diensten of leveringen van bestuurders, toezichthouders, aandeelhouders, personeelsleden of derden af tegen voor de branche niet marktconforme voorwaarden;
•
de zorgaanbieder draagt geen management-, consultatie- of franchisevergoedingen af aan bestuurders, toezichthouders,
aandeelhouders, personeelsleden of derden tegen voor de branche niet 40
marktconforme voorwaarden; •
de zorgaanbieder onttrekt geen bedragen aan de bedrijfsvoering op een voor de branche niet gebruikelijke, niet integere, dan wel niet
43.
marktconforme wijze.
Zorgaanbieder conformeert zich aan het principe ‘zorggeld moet worden besteed aan zorg’. Het college hanteert daarbij het uitgangspunt dat zorgaanbieder 5% van het voorwerp van de opdracht reserveert voor reserves. Bij significante
afwijkingen zal het college in gesprek gaan met zorgaanbieder over de kwaliteit
en de rechtmatigheid van de geleverde en gedeclareerde hulp of ondersteuning en de herkomst van het hoge of lage nettoresultaat.
Goed werkgeverschap, -het collegeschap en passende beloning 44.
Zorgaanbieder past de relevante CAO’s toe. Zorgaanbieder kiest ten behoeve van het realiseren van één (1) werkgever, gelet op zijn taken en de werkingssfeerbepaling in de CAO’s, een passende CAO. Dit betekent niet dat CAO’s
45.
geharmoniseerd moeten worden, maar dat er één dominante CAO is.
Zorgaanbieder stelt medewerkers die worden ingehuurd als payroll- of
uitzendkracht gelijk wat betreft de beloning conform wet Waadi. Daarmee hebben deze inhuurkrachten recht op de eindejaarsuitkering en de
levensloopbijdrage, naast de andere arbeidsvoorwaarden die gelden voor de 46.
uitzend-CAO(ABU).
Zorgaanbieder geeft invulling aan het begrip goed werkgeverschap (denk aan zorgvuldig, sociaal, transparant en controleerbaar). Het college beschouwt in ieder geval verloop (uitstroom fte/totaal fte), verzuim (aantal ziektedagen medewerkers / totaal aantal beschikbare dagen medewerkers) en de
tevredenheid en ontwikkeling van medewerkers als indicatoren voor goed werkgeverschap. Zorgaanbieder streeft naar duurzame inzetbaarheid van 47.
medewerkers en zet zich in om verzuim te voorkomen.
Zorgaanbieder voldoet aan de wetgeving omtrent arbeidsomstandigheden.
Zorgaanbieder zorgt voor de veiligheid, gezondheid en welzijn van medewerkers conform de Arbo-eisen. Zorgaanbieder draagt zorg voor een actief HR-beleid voor het werven en deskundig en vitaal houden van medewerkers.
48.
49.
50.
Begeleiding Individuele en Groep Wmo
Individuele begeleiding kan niet op hetzelfde moment worden ingezet in
combinatie met begeleiding groep. Individuele begeleiding en begeleiding groep kunnen wel naast elkaar worden ingezet.
Begeleiding individueel stabilisatiegericht wordt verleend door één medewerker
met (minimaal) een afgeronde en voor de zorg relevante(4) opleiding op MBO 3 niveau.
Begeleiding groep wordt geïndiceerd in dagdelen, een dagdeel kent 4 uur. Eén etmaal is maximaal twee dagdelen.
41
51.
52.
53.
Begeleiding groep ontwikkelingsgericht wordt verleend door minimaal één
medewerker met (minimaal) een afgeronde en voor de zorg relevante(5) opleiding
op MBO 4 niveau op maximaal acht (8) inwoners.
Begeleiding groep belevingsgericht wordt verleend door minimaal één
medewerker met (minimaal) een afgeronde en voor de zorg relevante(6) opleiding
op MBO 3 niveau op maximaal tien (10) inwoners.
Zorgaanbieder zorgt dat de locatie voor begeleiding groep waar ondersteuning plaatsvindt, voldoet aan alle relevante wet- en regelgeving (zoals
bestemmingsplan). Waar nodig heeft het college de vereiste vergunningen verstrekt om ter plaatse hulp te bieden. De locatie is aangepast aan (de
54.
kwetsbaarheid van) de doelgroep.
De zorgaanbieder voorziet in de mogelijkheid vervoer van – en naar de locatie
waar begeleiding groep wordt geboden indien inwoner gelet op zijn beperkingen of psychische of psychosociale problematiek niet in staat is om zich zelfstandig te verplaatsten tussen zijn woon- of verblijfplaats en de locatie waar de begeleiding groep wordt geboden. Vervoer wordt ingezet op indicatie.
42
Opleidingseisen
De gemeente stelt eisen aan de deskundigheid van medewerkers Wmo begeleiding en jeugdhulp zoals hierboven opgenomen. Medewerkers moeten beschikken over een
afgeronde voor de hulp of ondersteuning relevante beroepsopleiding. Onder een relevante beroepsopleiding wordt in ieder geval verstaan: 1. Middelbaar Beroepsonderwijs: • •
MBO relevante opleidingen volgens bijgevoegd overzicht (op basis van CREBO).
MBO niet relevante opleiding maar middels EVC traject Vakbekwaamheidsbewijs behaald.
•
Relevante Associate Degree-opleiding wordt beschouwd als een MBO opleiding tenzij aantoonbaar in CAO anders ingeschaald.
2. Hoger Beroepsonderwijs: • • •
HBO relevante opleiding volgens bijgevoegd overzicht (op basis van SKJ).
HBO relevante opleiding volgens bijgevoegd overzicht (op basis van CROHO).
HBO niet relevante opleiding maar middels EVC traject Vakbekwaamheidsbewijs behaald.
•
Met een correct SKJ-registratienummer, afgegeven na 1-1-2019, kan iemand aantonen een relevante HBO-opleiding te hebben genoten.
•
Bij een relevant HBO-master diploma dient een relevant HBO-Bachelor diploma te worden aangeleverd.
3. Universitair Onderwijs: • •
WO relevante opleiding volgens vastgesteld CROHO schema.
WO niet relevante opleiding maar middels EVC traject Vakbekwaamheidsbewijs behaald.
•
Bij een relevant WO-master diploma dient een relevant Bachelor diploma te worden aangeleverd.
4. EVC/Vakbekwaamheidsbewijs
Wanneer een medewerker niet over een relevant MBO- en/of HBO-diploma beschikt kan via
een EVC-traject bij een erkende EVC-aanbieder aangetoond worden dat de medewerker door
middel van werkervaring wel vakbekwaam is.
Het Nationaal Kenniscentrum EVC beheert en onderhoudt het register inzake de EVC
procedures van erkende EVC aanbieders. Via een procedure voor het Erkennen van jouw
Verworven Competenties (EVC) wordt aan de hand van een erkende EVC standaard precies in kaart gebracht wat je daarvan aan kennis en vaardigheden in huis hebt. Er wordt gekeken naar wat je in de praktijk hebt (bij)geleerd en dit alles wordt vastgelegd in een uitgewerkt
43
persoonlijk ervaringscertificaat. Met een Ervaringscertificaat kun je vervolgens de Examenkamer vragen om een vakbekwaamheidsbewijs af te geven. Voor meer informatie:
Website Nationaal Kenniscentrum EVC: https://www.ervaringscertificaat.nl/
Website Examenkamer: https://www.examenkamer.nl/ 5. Buitenlandse diploma’s:
Buitenlandse diploma’s of andere vorm van validering van formeel onderwijs worden slechts geaccepteerd onder overleggen van een door namens de Nederlandse overheid door SBB of Nuffic afgegeven diplomavergelijking of waardering. 6. Buitenlandse Vakbekwaamheidsbewijs:
Buitenlandse bewijzen van vakbekwaamheid en andere vormen van validering van informeel en non formeel leren en vakvolwassenheid worden slechts geaccepteerd onder overleggen van een door namens de EVC convenant partners door het Nationaal Kenniscentrum EVC afgegeven verklaring inzake vakvolwassenheid en/of vakbekwaamheid. 7. Aanvullende eisen:
Bij Jeugd dient gewerkt te worden volgens de norm verantwoorde werktoedeling.7 Bij de
uitvoering van Jeugdhulp is een SKJ of BIG registratie verplicht zoals genoemd in artikel 4.1.6 Jeugdwet en artikel 5.1.1. Besluit Jeugdwet. Er kan slechts een niet geregistreerde
professional worden ingezet indien aannemelijk wordt gemaakt dat de kwaliteit van de uit te voeren taak niet nadelig wordt beïnvloed. 8. Onderwijsregisters:
MBO: CREBO: Centraal Register Beroepsonderwijs HBO: CROHO: Centraal Register Hoger Onderwijs WO: CROHO: Centraal Register Hoger Onderwijs DUO: Register van op naam gestelde diploma’s Opleidingen MBO- CREBO register Crebo nummer
Crebo naam
Niveau
10433
Sociaal Pedagogisch Werker
4
10431 10743 91430 92661 92662
Sociaal Dienstverlener
Sociaal Pedagogisch Werker 4 (SPW 4)
Medewerker gehandicaptenzorg niveau 4
Maatschappelijke Zorg (Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg)
Maatschappelijke Zorg (Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen)
4 4 4 4 4
44
92670
Sociaal-maatschappelijk dienstverlener (Sociaal-
4
92660
Maatschappelijke Zorg 4
4
Thuisbegeleider
4
25474 25479 92601 92602 10742 10744 92650 92611 92612
maatschappelijk dienstverlener) Agogisch medewerker GGZ
4
MBO-Verpleegkundige (Geestelijke Gezondheidszorg) MBO-Verpleegkundige (Gehandicaptenzorg) Sociaal Pedagogisch Werker 3 (SPW 3) Sociaal Dienstverlener (SD)
Maatschappelijke Zorg (Medewerker maatschappelijke zorg) Verzorgende (Geestelijke Gezondheidszorg) (incl. BIGregistratie)
Verzorgende (Gehandicaptenzorg) (incl. BIG-registratie)
4 4 3 3 3 3 3
Opleidingen HBO – WO – CROHO register Croho
Croho naam
34507
HBO Toegepaste Psychologie
30114
HBO Applied Psychology
nummer 81006 4075
34075 6853
70193 70193 60260 66604 60077 60076 60216 66581 40019
Internationale naam
HBO Toegepaste Psychologie HBO Jeugdpsychologie HBO Jeugdpsychologie
HBO psychologie vanuit biologisch en cognitivistisch perspectief
HBO M Master in Toegepaste
Psychologie voor professionals
HBO M Toegepaste Psychologie voor Professionals
WO Psychologie (incl. NIP-registratie of SKJ-master)
WO Psychology (incl. NIP-registratie of SKJ-master)
WO Social Psychology (incl. NIPregistratie of SKJ-master)
WO Psychologie en Geestelijke Gezondheid (incl. NIP-registratie of SKJ-master) WO Gezondheidszorg Psychologie (incl. NIP-registratie of SKJ-master) WO Medische Psychologie (incl. NIPregistratie of SKJ-master) HBO M Jeugdzorg
45
49146
HBO M Master Interprofessioneel werken
35158
HBO Pedagogiek
44113 66607 34617 81032 81028 34116 34608 44116 49500 70161 40101 34616 34610 34585 34644 49303 49108 39199 70118 39283
met Jeugd
HBO M Pedagogiek
WO Pedagogische Wetenschappen (incl. NVO-registratie)
HBO Sociaal Pedagogische Hulpverlening HBO Sociaal Pedagogische Hulpverlening HBO Social Work (voorheen Sociale Academie)
HBO Social Work (voorheen Sociale Academie)
HBO Sociaal Werk
HBO M Social Work
HBO M Social Work (joint degree) HBO M Social Work & Innovation
HBO M Health Care and Social Work HBO Maatschappelijk Werk en Dienstverlening
B Social Work and Social Services
HBO Culturele en Maatschappelijke Vorming
HBO Psychomotorische Therapie en
B Arts Therapies
HBO Vaktherapie
B Arts Therapies
HBO M International Master of Arts
M International Master of Arts
Bewegingsagogie
HBO M Vaktherapie
Therapies
HBO Counselling
HBO M Contextuele Hulpverlening
M Arts Therapies
Therapies
B Counselling
HBO Verpleegkunde
Opleidingen o.b.v. SKJ registratie Naam opleiding
hbo-bachelor Social Work hbo-bachelor Pedagogiek
hbo-bachelor Maatschappelijk werk en dienstverlening (MWD) hbo-bachelor Sociaal pedagogische hulpverlening (SPH) hbo-bachelor Toegepaste psychologie (TP)
46
getuigschrift master Jeugdzorg
vakbekwaamheidsbewijs ‘vakbekwame hbo jeugd en gezinsprofessional’ branchecertificaat jeugdzorgwerker
hbo-bachelor met certificaat maatwerktraject
hbo-bachelor Culturele en maatschappelijke vorming (CMV) hbo-bachelor Creatieve therapie hbo-bachelor Vaktherapie
hbo-bachelor Godsdienst pastoraal werk hbo-bachelor Theologie (Fontys) hbo Inrichtingswerk
hbo Jeugdwelzijnswerk
hbo Kreatief Educatief Werk hbo Cultureel werk
hbo Maatschappelijk werk (MW) hbo Ortho agogisch
hbo Orthopedagogiek
hbo Ecologische pedagogiek akte Pedagogiek MO-A hbo Psychologie hbo SJW
hbo Psychosociaal Werk
hbo Kinderverzorging en opvoeding
hbo-bachelor Social Work profiel Zorg
hbo-bachelor Social Work profiel Welzijn en Samenleving wo-master psychologie
wo-master (ortho)pedagogiek
(1) waar hier gesproken wordt over relevante beroepsopleiding, zie opleidingseisen verderop uit bijlage.
(2) Een calamiteit is een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft
op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor
een inwoner heeft geleid. Een geweldsincident is: seksueel binnendringen van het lichaam van of ontucht met een inwoner, alsmede geweld jegens een inwoner, door iemand die in dienst of in opdracht van een instelling of opdrachtnemer van een instelling werkzaam is,
47
dan wel door een andere Inwoner met wie de Inwoner gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van een instelling verblijft.
(3) Maatschappelijke onrust staat hierbij voor ‘het verschijnsel waarbij één of enkele
incidenten plaatsvinden die leiden tot subjectieve en/of objectieve problemen op het gebied van openbare orde en veiligheid’.
(4) Zie opleidingseisen verderop in deze bijlage 1. (5) Zie opleidingseisen verderop in deze bijlage 1. (6) Zie opleidingseisen verderop in deze bijlage 1. (7) Zie hiervoor Kwaliteitskader Jeugd: kwaliteitskader-Jeugd-v2.1.pdf (skjeugd.nl)
48