CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeente Hardenberg jaarrekening 2024 (incl. controleverklaring, pag. 268) (geanonimiseerd)

gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente HardenbergBij agendapunt: Jaarstukken 202438.684 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Leges zijn retributies voor diensten die door de gemeente worden verleend. Veel van de retributies gaan over het aanvragen van vergunningen of documenten. Te denken valt aan omgevingsvergunningen paspoorten of een uittreksel uit het bevolkingsregister. Maar ook ,

bijvoorbeeld activiteiten van het gemeentearchief worden in de legesverordening geregeld. Voor een toelichting op de verschillende retributies wordt verwezen naar de diverse onderdelen in de jaarrekening.

Aanduiding

van

de lokale lastendruk

Een aanduiding van de lokale lastendruk is van belang

voor

de integrale afweging tussen beleid en

inkomsten. Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een meerpersoonshuishouden in de gemeente betaalt aan OZB riool- en afvalstoffenheffing. Over het belastingjaar 2024 is dat volgens het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) in de gemeente Hardenberg een bedrag van € 864. Voor deze berekening van de OZB is uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde. Deze is in 2024 voor een woning € 376.079- (bron: COELO). In 2023 waren de woonlasten € 848. Hiermee staat onze gemeente nu op plaats 50 (in 2023: 67) van de gemeenten met de laagste woonlasten in Nederland (totaal 345 (deel)gemeenten). ,

,

Het landelijke gemiddelde is een bedrag van € 994. In de Provincie Overijssel is het gemiddelde € 934. (Bron: COELO atlas van de lokale lasten 2024). ,

In onderstaande tabel worden de woonlasten van de omliggende gemeenten vermeld.

Omliggende gemeenten

Woonlasten

per

huishouden

Landelijke rangorde (aantal (deel) gemeenten 345 )

Ommen

831

26

Zwolle

854

44

Hardenberg De Wolden

864

50

868

53

Dalfsen Staphorst

874

57

879

59

Hoogeveen

923

93

Twenterand

977

170

Coevorden

1036

230

92

Uit de COELO-atlas 2024 blijkt dat COELO uitgaat van een tarief afvalstoffenheffing voor meerpersoonshuishoudens in de gemeente Hardenberg van € 253. COELO geeft aan dat gewerkt wordt met aannames omtrent de aangeboden hoeveelheid afval. Dit doen zij om de verschillende gemeenten goed met elkaar te kunnen vergelijken. In Hardenberg blijken de werkelijke cijfers echter te verschillen met de gedane aannames door COELO. In 2024 betalen huishoudens aan vastrecht € 170. Daarbij komen de kosten per aanbieding van restafval. Het gemiddeld aantal aanbiedingen van de restafval 240 liter-container bedroeg in 2023 gemiddeld 7 aanbiedingen. Dit aantal is voor 2024 gelijk. Dit resulteert in een totale gemiddelde aanslag afvalstoffenheffing van € 24420 (170- + 7420). ,

,

,

De werkelijke gemiddelde woonlasten bedragen in 2024 in de gemeente Hardenberg voor een woning met een gemiddelde WOZ waarde van € 376.079-, (bron COELO) en

7 aanbiedingen

van

de 240 liter restcontainer:

Tarief 2024: Onroerende-zaakbelastingen Afvalstoffenheffing (vastrecht en variabel)

322

Rioolheffing

289

Totale gemiddelde aanslag 2024

855

244

Voor de woonlasten voor huurders met een meerpersoonshuishouden is de gemeente Hardenberg van plek 262 naar 243 gegaan. De woonlasten voor huurders zijn volgens COELO in 2024 dus lager

dan in 2023 ten opzichte van andere gemeenten. Het verschil in ranking ten opzichte van eigenaren is te verklaren door de rioolheffing. Deze wordt in veel gemeenten (deels) aan de eigenaar opgelegd waardoor de lasten voor huurders lager zijn. De door COELO berekende woonlasten voor huurders van €542 liggen ruim boven het landelijk gemiddelde van €457. Dat geldt ook als rekening gehouden wordt met de verrekening naar de werkelijke gemiddelde voor de afvalstoffenheffing. Wel is er in Hardenberg volledige kwijtschelding mogelijk van de woonlasten voor huurders. ,

Kwijtscheldingsbeleid Voor inwoners die niet in staat zijn bepaalde gemeentelijke belastingen te betalen is kwijtschelding mogelijk. Dit was in 2024 mogelijk voor de afvalstoffenheffing de rioolheffing en de onroerende,

,

zaakbelasting. Of kwijtschelding wordt verleend hangt af van de betalingscapaciteit van belastingplichtigen. Bij de bepaling daarvan houden we rekening met 100% van de kosten van levensonderhoud zoals opgenomen in de landelijke richtlijnen voor het kwijtscheldingsbeleid. Dit is in overeenstemming met het kwijtscheldingsbeleid dat door de raad is vastgesteld. In 2024 zijn er 921 kwijtscheldingsverzoeken ontvangen. Hiervan zijn er 779 toegekend. Dit zijn er 153 minder dan vorig jaar.

93

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

informatie over: het beleid omtrent de weerstandscapaciteit het weerstandsvermogen en de risico’s een overzicht van de risico’s een berekening van de weerstandscapaciteit de verplicht op te nemen kengetallen (de netto schuldquote de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio grondexploitatie structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit) een beoordeling van de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Met de informatie in deze paragraaf geven wij uitvoering aan artikel 11 lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en hetgeen in artikel 22 lid 3 van de financiële verordening Hardenberg is geven we

,

,

,

,

,

opgenomen.

Ons beleid De weerstandscapaciteit is in het BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. De beschikbare weerstandscapaciteit berekenen wij op basis van: De omvang van de algemene reserve (vrij aanwendbaar gedeelte); De eventueel ongebruikte belastingcapaciteit; De omvang van stille reserves (indien aanwezig); De ruimte in de structurele begroting. Het uitgangspunt voor

weerstandsvermogen is: ‘Wij streven naar weerstandsvermogen dat groter is dan de omvang van de risico's. Daarvoor willen we inzicht in en beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s’. ons

Onze doelstelling is: -

het handhaven van een gezonde financiële positie; het voorkomen dat ingrijpende beleidswijzigingen noodzakelijk worden bij niet afgedekte risico’s.

Een risico definiëren wij als: “een kans op

gebeurtenis dat een nadelig effect kan hebben op de organisatie de doelen die zijn gesteld en / of de financiële positie”. een

,

De risico’s zijn onderverdeeld naar drie categorieën: -

-

Mogelijke financiële tegenvallers die samenhangen met de uitvoering van bepaalde activiteiten. Voorbeelden zijn het ondernemersrisico bij grondexploitaties en het risico op overschrijding van budgetten bij openeinde-regelingen. Voorzienbare tekorten op reguliere budgetten. De tekorten zijn min of meer duidelijk. Zeker waar de tekorten een structureel karakter hebben heeft het vanuit bedrijfseconomisch oogpunt de voorkeur dit op te lossen binnen de exploitatie. (Ongewenste) schommelingen van budgetten waardoor behoefte ontstaat in egalisatie van jaarlasten. Riolering en wegen zijn hiervan de belangrijkste voorbeelden. Als de noodzakelijke ,

-

,

94

onderhoudslasten structureel in de begroting zijn geraamd is er geen sprake van een risico dat relevant is voor het weerstandsvermogen. Voor de berekening van de benodigde omvang

het weerstandsvermogen is alleen de eerste categorie van belang voor het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen. van

Ons risicoprofiel Wij hebben de mogelijke risico’s inclusief hun oorzaken en gevolgen in beeld gebracht. De totale omvang van de risico’s bedraagt bruto € 48 miljoen. Voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen houden we rekening met de kans dat een gebeurtenis zich voordoet en het financieel gevolg van een gebeurtenis (= kans x financiële impact). Niet alle risico's zullen zich tegelijkertijd en in dezelfde omvang voor doen. Het resultaat is dat met een beschikbare weerstandscapaciteit van € 165 miljoen het voor 90% zeker is dat de risico's zijn afgedekt. ,

,

Toelichting risico’s We hebben 54 risico’s met een financieel gevolg. De risico’s hebben we ingedeeld. Daarbij zijn we uitgegaan van de mogelijke omvang van een risico en de kans dat een risico zich voordoet. In de tabel is de verdeling van de risico’s opgenomen. Impact Enorm Substantieel Matig Gering Minimaal

> € 1 miljoen > € 250. 000 en < € 1 miljoen > € 100. 000 en < € 250. 000 > € 50. 000 en < € 100. 000 > € 0 en < € 50. 000

Kans

1 2 0 0 4

0 1 7 4 6

1 7 4 5 1

0 1 1 3 0

2 2 1 0 0

Onwaarschijnlijk

Mogelijk

Aannemelijk

Waarschijnlijk

Zeer waarschijnlijk

10%

30%

50%

70%

90%

We beschrijven de mogelijke risico’s met een enorme of substantiële impact zich voordoet groter is dan 50%.

en

waarbij de kans dat die

1.

€ 2. 336. 000 Grondexploitaties In de Nota Grondexploitatie 2025 en de paragraaf Grondbeleid worden de risico’s beschreven in de grondexploitaties. De grootste risico’s zijn: • Hogere kosten voor de aanleg van het openbaar gebied. • Vertraging in de uitgifte als gevolg van marktontwikkelingen. Het tot stand komen van de verschillende bestemmingsplannen binnen Marslanden II. • In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen.

In deze risicoberekening is niet opgenomen dat de prijs die is betaald

aangekochte gronden niet wordt terugverdiend als de uitgifte voor woningbouw of bedrijfskavels niet doorgaat. Voor een goede inschatting van zo’n risico is een analyse nodig. Gelet op de huidige vraag naar woningen en bedrijfskavels lijkt het risico beperkt. voor

95

Grondexploitatie Centrumplan Hardenberg Centrumplan Dedemsvaart

Benodigde risicoreserve €

414. 000

€

50. 000

Hardenberg Werken Marslanden II Overige projecten

€

676. 000

€

601. 000

€

595. 000

Totaal

€ 2. 336. 000

Informatiebeveiliging € 4. 500. 000 Als gemeente werken we veel met waardevolle en privacygevoelige informatie die steeds meer tijd- en plaats onafhankelijk beschikbaar moet zijn. Daarvoor gebruiken we allerlei systemen. Door maatschappelijke- en technologische ontwikkelingen is het belangrijk de risico’s op uitval en van de veiligheid van informatie onder ogen te zien. We zorgen voor bewustwording van de risico’s en nemen beheersmaatregelen. Desondanks blijft het risico dat onze systemen uitvallen. Door cybercrime of een technische storing. Als vervanging of herstel van systemen nodig is buiten de reguliere vervangingsperiode zijn extra investeringen nodig. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 50% meegenomen. 2.

,

3. Uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning € 4. 700. 000 De Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn openeinderegelingen. Het aantal mensen dat zorg nodig heeft kan toenemen. Wij hebben de plicht inwoners te ondersteunen. Een ,

overschrijding van het budget in de begroting is geen reden om deze ondersteuning niet te bieden. Als meer zorg nodig is stijgen de kosten. Wij werken aan maatregelen om de stijging van de kosten te beheersen en zo mogelijk kosten te verlagen. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen. ,

4.

€ 1. 000. 000 Budgetoverschrijding Participatiewet , IOAW , IOAZ en Bbz van een (BUIG) voor van Wij ontvangen het Rijk gebundelde uitkering het bekostigen de uitkeringen in het kader van de Participatiewet IOAW IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Wij zijn zelf verantwoordelijk voor het beleid rondom de uitkeringen en de loonkostensubsidie en voor de uitvoering ervan. De financieringssystematiek sluit hierbij aan. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast dat volgens een vaste verdeelsystematiek onder de gemeenten wordt verdeeld. Dat budget is niet geoormerkt: een gemeente mag een overschot vrij besteden en moet een tekort in beginsel zelf opvangen. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 70% ,

,

,

meegenomen.

5. € 500. 000 Stijging loonkosten en (pensioen)premies Een stijging van loonkosten als resultaat van CAO-onderhandelingen zal deels gedekt kunnen worden door een stijging van de rijksbijdrage. De verwachting is dat die dekking niet volledig zal zijn. Een stijging van de lonen zal ook als gevolg hebben dat meer (pensioen)premies moeten worden betaald. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen.

96

6. € 750. 000 Onvoldoende gekwalificeerd personeel Er is sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor bestaat de kans dat vacatures niet kunnen worden ingevuld. En er meerkosten zijn omdat personeel moet worden ingehuurd. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 70% meegenomen.

Niet gecalculeerde risico’s Economische ontwikkelingen leiden tot een stijging van kosten van goederen en diensten. De duur en de omvang van die ontwikkelingen zijn nog niet goed in te schatten. In de berekening van het risicoprofiel is hiermee geen rekening gehouden. Wij zullen deze ontwikkelingen verwerken in de (meerjaren)begroting. Ons weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit Met de beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we “de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Deze uitleg staat in het Besluit Begroting en Verantwoording (artikel 11. 1). De volgende financiële middelen vormen samen de beschikbare weerstandscapaciteit: Beschrijving De algemene reserve

Bedrag per 31 december 2024 € 93. 110. 000

De ongebruikte belastingcapaciteit

€ 1. 000. 000

De stille reserves (indien aanwezig)

€ 0

De ruimte

€ 0

op

de structurele begroting

97

Beoordeling van de weerstandscapaciteit Beoordeling weerstandsvermogen Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen vergelijken we de weerstandscapaciteit met de omvang van het bedrag dat nodig is om de risico’s af te dekken. Dit verband is in onderstaande figuur schematisch weergegeven.

Naast het aanwezige weerstandsvermogen zijn er andere mogelijkheden om de gevolgen van risico’s op te vangen. We denken dan aan het aanpassingsvermogen van de organisatie extra inkomsten en ,

de kans dat tegenslagen zich gelijktijdig voordoen. Het benodigde weerstandsvermogen voor de opvang van de risico’s is € 16 miljoen. Per 31 december 2024 is de verwachte omvang van het weerstandsvermogen: € 931 miljoen algemene reserve + € 1 miljoen belastingcapaciteit = € 941 miljoen. ,

,

De ratio is:

Beschikbare Ratio weerstandsvermogen weerstandscapaciteit = Benodigde weerstandcapaciteit

€ 94. 100. 000 =

€ 16. 500. 000

57

=

,

De ratio van 57 ligt ruim boven de door de raad vastgestelde (minimale) factor van 14. De ruimte tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (€ 941 miljoen) en de gewenste ,

,

,

weerstandscapaciteit (14 x € 165 miljoen = € 231 miljoen) is € 710 miljoen. ,

,

,

,

De in de meerjarenbegroting 2025 – 2028 begrote toevoegingen en onttrekkingen

de algemene zijn niet in de berekening meegenomen. Ook hebben wij in deze berekening geen rekening gehouden met (grote) investeringen die nodig zijn om de ambities in het coalitieakkoord uit te voeren. aan

reserve

98

Door het Nederlands Adviesbureau

Risicomanagement en de Universiteit Twente is een waarderingstabel opgesteld die aangeeft hoe de ratio beoordeeld kan worden. Daaruit blijkt dat een ratio van meer dan 20 als uitstekend wordt gezien. Dit is in onderstaande tabel af te lezen: voor

,

,

Ratio

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende

> 2

14 ,

2

–

1 – 14 ,

08 ,

–

1

06

–

08

,

< 06,

,

Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Continuïteit Op basis van de door ons uitgevoerde risico-inventarisatie de weerstandsratio van 57 en het beeld van onze meerjarenbegroting zijn wij van mening dat de normale bedrijfsvoering financieel kan worden voortgezet. ,

,

99

Kengetallen Door de commissie DEPLA is een aantal kengetallen ontwikkeld die de raad kunnen helpen in het ,

verkrijgen van inzicht in de gemeentefinanciën namelijk: • de netto schuldquote inclusief de quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Definitie: De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. In het verlengde hiervan kennen we ook de zogenoemde “Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen”. Bij deze specifieke quote wordt er gekeken naar het effect van door de gemeente verstrekte leningen op de schuldenlast van de gemeente. De gemeente Hardenberg heeft een maximale netto schuldquote van 130% vastgesteld. • solvabiliteitsratio Definitie: De mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt uitgedrukt in het percentage Eigen Vermogen ten opzichte van het balanstotaal. • grondexploitatie Definitie: De boekwaarde van de voorraden grond zijn van belang omdat deze waarden meerjarig terugverdiend moeten worden bij de verkoop. De ratio wordt berekend door de boekwaarde van de gronden in exploitatie te delen door de totale baten van de programmabegroting of jaarrekening. • structurele exploitatieruimte Definitie: Om een flexibele begroting te kunnen bewerkstelligen is het zinvol de structurele baten hoger te laten zijn dan de structurele lasten.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. • Belastingcapaciteit Definitie: De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Dit kengetal wordt berekend door de lokale lasten (OZB/afval/riool) voor een gemiddeld huishouden in de gemeente te vergelijken met het landelijk gemiddelde. Het Coelo publiceert jaarlijks deze ,

,

gegevens.

Daarbij wordt een ranglijst aangehouden van gemeenten met de laagste woonlasten in Nederland. De gemeente Hardenberg stond in 2024 op plaats 50 (ranglijst eigenaar-bewoner meerpersoonshuishouden). De woonlasten voor deze categorie (€ 864-) liggen onder het landelijk gemiddelde (€ 994-) en het provinciaal gemiddelde (€ 934-). • Netto schuld per inwoner Definitie: De bruto schuld min de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners per 31 december van het begrotingsjaar. ,

,

Voor onze gemeente is het beeld als volgt: Jaarrekening 2024 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit Weerstandscapaciteit Netto schuld per inwoner

,

JV 2021 52%

JV 2022 41%

JV 2023 38%

JV 2024 35%

B 2024 61%

51%

40%

36%

33%

59%

42% 0%

46% 4%

48% 4%

49% 76%

44% 4%

50% 93%

40% 94%

35% 90%

22% 87%

10% 88%

276 € 1. 629

, 314

, 405

, 570

386

€ 1. 362

€ 1. 288

€ 1. 321

€ 1. 953

,

,

,

,

,

,

100

,

,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15620994/2