Bijlagen behorende bij toelichting bestemmingsplan 'Schuineslootweg 104, Schuinesloot'
Tekst van het document
Schuineslootweg 104 Schuinesloot
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
4
Bijlage 2
Bodemonderzoek
20
Bijlage 3
Watertoets
85
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Bijlagen bij de toelichting
Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan
4
Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)
ruimtelijk kwaliteitsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Door:
dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s
06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 2442 H. Oldehinkel 24 juli 2023 2442-RKP-01.indd 12
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.
INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE
1
2 VIGEREND BELEID
4
2.1.
omgevingsvisie overijssel
4
2.2.
visienota buitengebied
4
2.3.
landschapsidentiteitskaarten
5
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E
7
4 RU I MT EL I J K K WA L I T EI T S P L A N
8
4.1.
transformatie kerkgebouw
10
4.2.
nieuwe woning op parkeerterrein
10
4.3.
samenvatting maatregelen
10
1 I NTRO D U C TI E dé Erfontwikkelaar b.v. heeft het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld naar aanleiding van de ontwikkelingen op het perceel Schuineslootweg 104 te Schuinesloot. Initiatiefnemer wil een voormalige kerk omvormen tot een dubbel woonhuis. Op de voormalige parkeerplaats zal, met inachtneming van de buurtschappennota, een vrijstaande woning gerealiseerd worden. Gelet op het beleid moet met de ontwikkeling een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit plaatsvinden. Concreet houdt dit in dat het karakteristieke kerkgebouw gehand-haafd blijft en een passende functie krijgt en dat de nieuwe vrijstaande woning goed in de omgeving wordt ingepast. Het gemeentelijk beleid in deze beoogt dat de bestaande (cultuurhistorische) kwaliteit een belangrijke rol speelt bij de uitstraling en uitdraging van de karakteristiek van het gebied. De gemeente heeft hiervoor de LandschapsIdentiteitskaarten als beleidskader.
1
lo catie plangebie d
4 1
2 3
Het kerkgebouw (1) staat binnen de bebouwde kom van Schuinesloot. Ten oosten hiervan ligt de parkeerplaats. (2) Het geheel wordt ontloten op de Schuineslootweg (3). Achter de kerk staan enkele waardevolle bomen (4) die, waar mogelijk, opgenomen moeten worden in de plannen.
2
plangebie d en omgeving rond 1900
plangebie d en omgeving rond 1950
plangebie d en omgeving rond 2020 3
2 VIGEREND BELEID 2.1.
OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL
2.2.
VISIENOTA BUITENGEBIED
De Visienota Buitengebied van de gemeente Hardenberg (2006) is een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente
De omgevingsvisie vormt het provinciale beleidsplan voor de
Hardenberg. Het perceel aan de Schuineslootweg te Slagerha-
fysieke leefomgeving van Overijssel. De Provincie Overijssel
ren valt in gebied Dedemsvaart-Zuid, Colenbranderbos, Slagha-
stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande
ren-Oost/West, de Krim, Bergentheim-Zuid.
kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en
In de Visienota Buitengebied worden, op hoger niveau, gebieds-
nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikke-
kenmerken beschreven en ontwikkelingsrichtingen aangegeven.
lingen moeten bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke
Dit is in LIK’s en de Ontwikkelingsvisie verder uitgewerkt.
kwaliteit. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangs-
Gebiedskenmerken:
punt.
Landschapstype: Veenontginningslandschap Landschapskenmerken:
Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken
•
Openheid/regelmatigheid
binnen de Omgevingsvisie toegelicht:
•
Vlakke ligging
•
Openstrekkende strokenverkaveling
•
De natuurlijke laag
•
Herkenbare wijkenstructuur
•
De laag van het agrarisch-cultuur landschap
•
Bebouwing langs ontginningsassen
•
De stedelijke laag (hier n.v.t.)
Huidige functies: hoofdzakelijk landbouw
•
De laag van de beleving (hier n.v.t.)
Ontwikkelingsrichting: landbouw
dekzand
natuurlijke laag
Het gebied ligt in de natuurlijke laag hoogveen met het veenkoloniale landschap als agrarisch cultuurlandschap. De ontwikkelingspersectief is schoonheid van de moderne landbouw met wonen, werken en recreeren als goede buur. Het gebied valt in donkerte. Hier is het ‘s nachts nog echt donker.
veenkoloniaal landschap
4
agrarisch cultuurlandschap
2.3.
LANDSCHAPSIDENTITEITSKAARTEN
Het plangebied is beschreven in de LandschapIdentiteitsKaart (LIK): SLAGHAREN - DE KRIM - (OUD) LUTTEN. In de LIK worden de specifieke kenmerken en kwaliteiten van het deelgebied vastgelegd. Het plangebied ligt binnen het LIK in het open veenontginningslandschap. Uit het LIK (en het achtergronddocument) zijn die zaken aangehaald welke bruikbaar zijn voor het plan en de inrichting van het plangebied. Sterk: •
bebouwingslinten Schuinesloot met doorzichten;
•
bebouwing aan de weg;
•
strak rechtlijnig wegenpatroon;
•
goed zichtbare rationele strokenverkaveling;
•
wegbeplanting langs ontginningsassen en wegen haaks daarop;
•
erven aan de weg
•
grote rationele huiskavels met transparante beplanting;
•
wonen in bebouwingslinten Schuinesloot e.a.;
Kansen voor het gebied zijn: •
Boerderijen splitsen in meerdere wooneenheden;
•
ruime bouwkavels
•
verbrede landbouw;
•
ruimte voor nieuwe kleinschalige economische activiteiten in voormalige agrarische bebouwing.
Bedreigingen: •
5
toename bebouwing in open gebied
wensb e eld op en ve enontginningslandschap
nig
lij ht
rec lan bo
m
en
lan gs
de
ap
we g
ch ds
ap ch
ds lan
6
nig
p n o ijde e erv terz h ac
lij ht
rec
an
a en
structuren van het lint in het op en ve enontginningslandschap
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E De erven kennen van oorsprong een traditionele opbouw, wonen voor en werken achter. Dit resulteerde in de sier- en nutstuin aan de voorzijde en het veel soberder, maar functionele deel werken aan de achterzijde. Het plangebied is een voormalige kerk. Het is een kenmerkende en waardevolle plek in de kern Schuinesloot. Het gebouw is geen monument maar door Het Oversticht wel als karakteristiek aangemerkt. Het ensemble van het gebouw met het eenvoudige hek aan de weg en de bomen rondom geven de plek sfeer. Achter de kerk is een weide vanwaar de openheid van het gebied ervaren kan worden. Een oude wijk accentueerd de rechtlijnigheid van het agrarische landschap. Ten oosten van de kerk is een parkeerterrein. Deze bestaat uit verharding. Tussen de parkeerplaats en de kerk is een
b e eld op de kerk en het p arke erterrein
plantsoen voorzien. Ten zuiden van de parkeerplaats zijn enkele openbare parkeerplaatsen die behouden blijven. Hier is tevens een plantsoen welke het zicht op de parkeerplaats ontneemt. Naast de parkeerplaats staat een woning. Deze wordt met een eigen inrit ontsloten op de Schuineslootweg.
7
Belangrijkste ruimtelijke kenmerken: het erf is onderdeel van het open veenontginnings landschap en is onderdeel van een lintbebouwing; de kerk is geen monument maar wel karakterstiek en een bijzonder waardevolle plek voor de kern Schuinesloot de woningen langs de Schuineslootweg zijn over het algemeen particulieren of agrarisch en kennen een landelijke uitstraling met orientatieop de weg; er staan wegbeplanting langs de weg in de vorm van bomen, op het erf staan ook gebiedseigen bomen; ontsluiting en orientatie op Schuineslootweg; eenvoudig hekwerk voor de kerk fraai zicht op landschap.
4 RUIMTELIJK
8
10 m
Uitgangspunten: Herbestemmen kerk naar twee wooneenheden realiseren woning op parkeerterrein; landschappelijke goed inpassen van het gehele erf waarbij het moet aansluiten op de karakteristiek van het open veenontginningslandschap, deze is omschreven in de LandschapsIdentiteitsKaarten; de plek moet het bijzondere karakter behouden; de vrijstaande woning moet aansluiten op de voorwaarden die gesteld worden in de buurtschappennota (hier wordt nader op ingegaan); het erf moet aansluiten bij de gebiedskenmerken hoogveenontginningslandschap volgens de Omgevingsvisie Overijssel.
10 m
K WA L I T EI T S P L A N
het plan in de omgeving
1. Bijgebouw bij wonen
2442
project
Legenda
datum
3. Nieuwe woning met aangebouwd bijgebouw
24 jan. 2023
2. Bestaande kerk transformeren naar wonen
8. Keren en parkeren 1 9. Hekwerk behouden
1 5
10 m
10. Halfverharding (grind)
3
4
1
10 m
7
2
6
8
10 5
9
10
9
het inrichtingsplan
a3
7. Tuinmuur op erfgrens
formaat
6. Plantvak met lage beplanting aansluitend op beplanting rondom parkeerplaats
1 (3)
5. Beukenhaag op erfgrens
tekeningno
4. Inrit
4.1.
TRANSFORMATIE KERKGEBOUW
moet minimaal 30 meter onbebouwde ruimte aanwezig
Bij de transformatie van het kerkgebouw wordt de buiten-
zijn tussen duidelijk waarneembare bebouwing. Hoofdge-
ruimte zo min mogelijk aangetast. Het eenvoudige hek met
bouwen moeten op minimaal 10 meter afstand van elkaar
de poort, de grindverharding en het pad naar de voordeur
worden gebouwd. De zijdelingse perceelgrensafstand
zal behouden blijven. De grote waardevolle bomen op het
bedraagt minimaal 5 meter. De voorgevelrooilijn wordt
voorterrein kunnen behouden worden. Wel wordt er een
nader bepaald.
ingang aan de oostzijde van het terrein gemaakt om zo ‘achter’ de kerk te kunnen komen met een auto. Ook deze
Er kan nagenoeg voldaan worden aan de eisen vanuit de
verharding zal bestaan uit een halfverharding waarmee de
Buurtschappennota. Enkel de kavelafstand van 5 (m) wordt
eenheid op het terrein behouden blijft.
niet geheel gehaald. In het principebesluit is aangegeven dat dit, gezien het feit dat de meeste woningen die ruimte
Achter de kerk is ruimte voor een bijgebouw. Deze zal een
niet hebben, geen belemmering vormt.
landelijke uitstraling kennen en ondergeschikt moeten zijn aan de kerk.
De woning is zo gepostioneerd dat het zo min mogelijk in het zicht van de buren ligt. Middels een inrit wordt de
De landschappelijke inpassing zal zich met name beperken
woning aan de noorzijde ontsloten. Een beukenhaag vormt
tot de randen van het plangebied. Aan de oostzijde een
een passende afscherming tussen het erf met de buren.
sfe erb e eld tuinmuur
beukenhaag en aan de westzijde een eenvoudig tuinmuur van maximaal 1,80 m hoog. Hier is te beperkt ruimte om
Op het erf is ruimte om te parkeren. De voortuin wordt
middels groen een passende afscherming te maken.
afgeschermd middels een laag plantsoen dat aansluit op de beplanting rondom de parkeerplaats. Er worden geen extra
In algemene zin moet het karakter van het buitenterrein
bomen aangeplant aangezien de bestaande bomen zo veel
rondom de kerk behouden blijven. Soberheid en eenvoud
mogelijk behouden blijven.
maken de plek. 4.3. 4.2.
NIEUWE WONING OP PARKEERTERREIN
Vanuit de buurtschappennota worden de kaders meegegeven voor het inpassen van de woning. Uitgangspunt is
SAMENVATTING MAATREGELEN
Hagen op de erfgrens Tuinmuur tussen kerk en woning; Plantsoen als afscherming woning en weg.
dat een bouwperceel minimaal 20 meter breed moet zijn om voor bebouwing in aanmerking te kunnen komen. Er
10
wilde ro os als afscherming vo ortuin
2442-eip-1.vwx
bestand
1.0
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
1 : 1000
schaal versie
Landschapsmaatregelen Schuineslootweg 104 Schuinesloot
herbert
2442 a3
door
formaat
3. Tuinmuur op erfgrens bestaande uit een passende baksteen. Gedekte kleurstelling. Accenten in metselwerk toegestaan.
1 (3)
2. Aanplant Rosa rugosa, kleur nader te bepalen 3 st/m2 met als eindbeeld een gesloten plantvak
tekeningno
datum
1. Aanplant beuk - Fagus sylvatica Aanplantmaat 80-100 Eindbeeld is een geschoren haag van max. 1,5 (m) Aanplanten met 5 st/m1
24 jan. 2023
project
Legenda
10 m
1
10 m
3
1
laat je erf groeien! 11
2
de beplanting staat gesitueerd op de landschapsmaatregelen in de bijlage indien beplanting grenst aan terreinen die worden beweid door vee of waar men met voertuigen rijdt, dient deze beplanting te worden beschermd tegen vraatschade/ aanrijschade/verdichting van de wortelzone.
laat je erf groeien
12
bestemmingsplan Schuineslootweg 104 Schuinesloot
Bijlage 2 Bodemonderzoek
20
Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl
maart ’23
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
Projectnummer:
23-M10707
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
27 maart 2023
0
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
datum
27 maart 2022
projectnummer
23-M10707
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V..
maart ’23
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
Inhoud 1
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
2
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5
3
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 14
4
3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 14
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 17
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 19 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 19
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 21
grond en grondwater (NEN-5740+A1) ............................................................................................... 21
5
6
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 24
4.3.1
Verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 ............................................................... 24
4.3.3
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 ......................................... 28
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 30 5.1
verkennend milieukundig bodemonderzoek NEN-5740+A1 ................................................ 30
5.2
verkennend onderzoek asbest in grond NEN 5707+C2 ........................................................ 32
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 35
COLOFON ............................................................................................................................................. 36
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring 6. Verklarende woordenlijst
maart ’23
2
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in de periode februari-maart 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan de Schuineslootweg nr. 104 te Schuinesloot (gemeente Hardenberg). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO).
Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters), 2002 (het nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van twee woningen op de locatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
maart ’23
3
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens NEN-5707+C2 heeft tot doel om na te gaan of de locatie al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen op of in de bodem. 1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). Het verkennend bodemonderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017 (literatuur 12). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
maart ’23
4
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
maart ’23
5
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een de geplande nieuwbouw van twee woningen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie gemeente Hardenberg (email d.d. 16-03-2023); • informatie bodemloket.nl; • informatie bodematlas Provincie Overijssel; • www.Topotijdreis.nl; • voorgaande milieutechnische werkzaamheden; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
maart ’23
Schuineslootweg nr. 104 Schuineslootweg Hardenberg Zie bijlage 1 X = 234.160 Y= 518.417 Gemeente Hardenberg, sectie W, nr. 115 Niet nagegaan. ca. 500 m2 Op de locatie aan de Schuineslootweg 104 bevindt zich een bestaande kapel. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd deel van het perceel gelegen ten noorden van de kapel. De onderzoekslocatie, het plangebied, is deels in gebruik als parkeerplaats (betonklinkers) en deels als grasveld. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van twee woningen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De locatie is momenteel onbebouwd. De bestaande kapel dateert uit 1910. De locatie is deels verhard met betonklinkers, deels asfaltgranulaat. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "onbekend". De nieuwbouw van twee woningen.
6
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik op basis van topografische kaarten Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op de locatie is voor zover te beoordelen op basis van Geen. topografische kaarten niet eerder bebouwd geweest. Op topografische kaarten tussen 1904 en 1929 is te zien dat destijds over de locatie een pad/weg liep. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd deel van het perceel gelegen ten noorden van de kapel. De onderzoekslocatie, het plangebied, is deels in gebruik als parkeerplaats (betonklinkers) en deels als grasveld.
Geen.
De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van twee woningen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van topografische kaarten van voor 1850 is in de basis van omgeving van de onderzoekslocatie reeds verspreid topografische bebouwing te herkennen. kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noordzijde: naastgelegen woning; toekomstig Oostzijde: Schuineslootweg en tegenovergelegen woningen; Zuidzijde: naastgelegen woning; Westzijde: achtergelegen tuinen en agrarische percelen.
Geen.
Toekomstig
maart ’23
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
Op de locatie aan de Schuineslootweg 104 bevindt zich een bestaande kapel. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd deel van het perceel gelegen ten noorden van de kapel. De onderzoekslocatie, het plangebied, is deels in gebruik als parkeerplaats (betonklinkers) en deels als grasveld. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van twee woningen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is voor het grootste deel geruime tijd in gebruik als parkeerplaats t.b.v. de naastgelegen kapel. Voor zover te beoordelen is het plangebied in het verleden niet bebouwd geweest.
Bouwvergunningen
Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Niet bekend.
Milieuvergunningen
Niet bekend.
Handelsregister
De locatie wordt in het handelsregister van de kamer van koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op de asbestdakenkaart van de provincie Overijssel worden de daken van omliggende bebouwing aangemerkt als niet verdacht voor asbest.
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
figuur 1: asbestdakenkaart provincie Overijssel Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.
maart ’23
8
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Gebruik omgeving < 25 m
Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht.
De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving bevinden zich woningen en agrarische percelen. Op de locatie Schuineslootweg 110 wordt melding gemaakt van een timmerwerkplaats vanaf 1977. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
maart ’23
9
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► niet bekend.
Omgeving <25 m
Nieuwbouw Veldweg ►verkennend bodemonderzoek, d.d. 12-10-2020, ref. Kruse, Z2021-00001341 conclusies: Onderzoek ivm bestemming naar bouw 9 woningen. Tot 1986 stonden hier enkele schuren. Deze zijn gesloopt en sindsdien grasland Zintuiglijk geen verontreiniging; visueel geen asbest; geen bodemvreemd materiaal. Bovengrond < AW; Ondergrond < AW; Grondwater Ba, Cu, Zn > s Asbest fijne fractie 2x < det en 1x gehalte van 0,3 mg/kgds Vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering toekomstige bestemming. Schuinesloot / Wolfweg ►diverse bodemonderzoeken:
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
maart ’23
conclusies: voldoende onderzocht ►Niet bekend.
►De locatie is gelegen in de zone wonen.
10
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 9-10 m+NAP.
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In tabel 6 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 6: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Hardenberg, sectie W, nr. 115 niet nagegaan
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
maart ’23
11
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
Hypothese en onderzoeksstrategie Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat het plangebied om het verleden niet eerder bebouwd is geweest. Het plangebied is geruime tijd in gebruik als parkeerplaats. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1).
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Tijdens de uitvoering van het bodeonderzoek zijn in de grond t.p.v. een deel van de locatie puinresten aangetroffen. De herkomst van dit materiaal is niet eenduidig en er zijn hiervan geen kwaliteitsgegevens. Conform een uitspraak van de Raad van State uit 2017 dient bij het aantreffen van puin in en op de grond, een locatie als asbestverdacht te worden beschouwd. Dit geldt wanneer er geen informatie beschikbaar is omtrent de herkomst van het puin. De bodem t.p.v. het onderzochte deel van de locatie is in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Onderhavig onderzoek heeft tot doel om na te gaan of he onderzochte deel van de locatie al dan niet asbest verdacht is. Om vast te stellen of de bodem asbesthoudend is de onderzoekslocatie in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in grond (percentage bodemvreemd materiaal <50%). Het onderzoek t.p.v. het onderzochte deel van de onderzoekslocatie is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie “verkennend onderzoek op een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld, volgens paragraaf 6.4.5. van de NEN-5707+C2 (verdachte bovengrond).
Conform de gehanteerde onderzoeksopzet zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • visuele inspectie van de toplaag; • het graven van inspectiegaten van 30 * 30 cm tot tenminste ca. 50 cm-mv. • het plaatsen van boringen met een boordiameter van 12 cm, tot maximaal 2 m-mv. • het visueel inspecteren van de ontgraven grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. • het bemonsteren van evt. asbestverdachte materialen. • het analyseren van evt. asbestverdachte materialen conform NEN 5898. • het analyseren van de uitgezeefde bovengrond (fractie <20 mm) conform de NEN 5898 De toetsing van de in dit onderzoek gemeten gehalten asbest is geschied aan de interventiewaarde uit de circulaire bodemsanering 2009. Hierin zijn een interventiewaarde en een restconcentratie van 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie vastgelegd. De gewogen norm bestaat uit de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie. De resultaten uit dit onderzoek worden geïnterpreteerd volgens NEN 5707+C2 (grond). maart ’23
12
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
In tabel 7 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 7: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
NEN-5740+A1 plangebied (ca. 500 m2)
-
-
ONV-NL
NEN-5707+C2 plangebied (ca. 500 m2)
asbest
-
VED-HE (bovengrond)
maart ’23
13
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001, 2002 en 2018. In tabel 8 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 8: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) Het graven van inspectiegaten en het nemen van grondmonsters (protocol 2018) locatie-inspectie
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 22-02-2023 (erkend en geregistreerd)
puinresten in de grond
dhr. M.J.A. van Wuykhuyse 06-03-2023 (erkend en geregistreerd) dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 22-02-2023 (erkend en geregistreerd)
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering puinresten in de grond
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 22-02 -2023 (erkend en geregistreerd)
op het maaiveld bevinden zich plaatselijk puinresten
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Hierbij zijn de geen bijzonderheden waargenomen. veiligheid Bij een onderzoek asbest in bodem dienen de getroffen maatregelen inzake veiligheid en gezondheid in overeenstemming te zijn met de CROW-publicatie nr. 400 “Werken in en met verontreinigde bodem” vigerende versie. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn de veiligheidsvoorschriften uit protocol 2018 gehanteerd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is het vochtgehalte in de bodem gemeten. Het vochtgehalte bedroeg in alle gevallen >10%. Bij een vochtpercentage van meer dan 10% zijn er geen risico’s t.a.v. het vrijkomen van asbestvezels.
maart ’23
14
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5740 De veldwerkzaamheden in het kader van de NEN-5740 hebben bestaan uit het plaatsen van handboringen, peilbuizen en het nemen van grond- en grondwatermonsters. De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001.
monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.
veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5707 Het veldonderzoek in het kader van de NEN-5707 heeft bestaan uit het inspecteren van de toplaag in combinatie met het graven van inspectiegaten en het uitvoeren van handboringen tot de ongeroerde bodemlaag. Conform de NEN-5707 wordt voor landbodem onderscheid gemaakt tussen drie te onderzoeken bodemlagen: 1) het maaiveld 2) de bovengrond (0.02 m-mv-0.5 m-mv) 3) de ondergrond (0.5 m-mv-2.0 m-mv) maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. De inspectie heeft plaatsgevonden als is voorgeschreven in het protocol 2018. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen wordt de vindplaats gemarkeerd en wordt het materiaal verzameld. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand-picking”). Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat. De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei).
maart ’23
15
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
inspectiegaten bovengrond (0.0-0.5 m-mv) In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de bovengrond. In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. het plangebied zijn, teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t. het voorkomen van asbest in de grond, inspectiegaten van 0.3 m x 0.3 m tot max. ca. 0.5 meter minus maaiveld, op a-selecte wijze, gegraven m.b.v. een schop. Het uitgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en/of uitgeharkt (tandafstand 20 mm) en is gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten. De evt. aanwezige (asbest)verdachte delen groter dan ca. 20 mm zijn per soort en per inspectiegat verzameld, gewogen en in gesloten plasticzakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op asbest. Van het uitgezeefde materiaal is op basis van de NEN 5707+C2 zijn representatieve monsters van ca. 10 kg uit de fractie <20 mm verzameld. De bemonstering van de fijne fractie (deeltjes < 20 mm) heeft plaatsgevonden volgens tabel 8, “Minimale greep- en monstergrootte”, uit de NEN 5707+C2. handboringen ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Tevens is visueel onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de ondergrond. Hiertoe zijn handboringen met een diameter van 12 cm doorgezet tot maximaal 2.0 m-mv.
De vrijkomende grond is visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. monstername grond en materialen Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001 en 2018. De visueel aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een adequate wijze verpakt en als materiaalmonster aangeleverd aan het laboratorium. Van het gezeefde materiaal <20 mm uit niet asbestverdachte inspectiegaten is een (meng)monster genomen bestaande uit twintig grepen van min. 0.5 kg. Evt. asbestverdachte inspectiegaten zijn afzonderlijk bemonsterd middels twintig grepen van ca. 0,5 kg. Na inspectie zijn de gaten weer gedicht met het uitgegraven materiaal.
maart ’23
16
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
6
Ca.0.5
3 t/m 8
1
Ca.2.0
2
1
Ca.3.3
1
verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 plangebied (ca. 500 m2) Boringen Peilbuis
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 plangebied (ca. 500 m2) Inspectiegaten
6
Boringen 2 *=peilbuis is gecombineerd uitgevoerd
Ca.0.5
1 t/m 4+6+8
Ca.2.0
1+2
Alle geplaatste boringen, peilbuis en gegraven inspectiegaten zijn zodanig ruimtelijk verspreid over het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. In tabel 10 is de inspectie-efficiëntie van het maaiveld beschreven. tabel 10: inspectie-efficiëntie maaiveld deelgebied plangebied
inspectie-efficiëntie 50-70 -
conditie maaiveld kort gras (>25% van het maaiveld is zichtbaar) bestrating
Op basis van de visuele locatie-inspectie is op het geïnspecteerde maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.6 0.6-3.1
maart ’23
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand
zwak siltig zwak siltig
bruin/grijs geel/grijs
17
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1
2.3-3.3
1.46
5
5.8
EGV geleidingsvermogen µS/cm 210
troebelheid (NTU) 15
In de genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 13 weergegeven. tabel 13: afwijkende waarnemingen boring/inspectiegat
diepte m-mv.
zintuiglijke waarnemingen
1 2 2 3 4 6 8 8
0.2-0.35 0.0-0.2 0.2-0.45 0.2-0.35 0.25-03.5 0.15-0.35 0.0-0.2 0.2-0.45
puinresten, fractie >20 mm: <10% asfaltgranulaat puinresten, fractie >20 mm: <5% puinresten, fractie >20 mm: <10% puinresten, fractie >20 mm: <5% puinresten, fractie >20 mm: <5% asfaltgranulaat puinresten, fractie >20 mm: <5%
In het veld is gebleken dat de fractie > 20 mm. in de bodemlaag van 0.0-ca. 0.5 m-mv ter plaatse van de gegraven inspectiegaten minder dan 50% bedraagt. In de gevallen met een bijmenging van <50% bodemvreemd materiaal (fractie >20 mm) is de NEN 5707+C2 van toepassing. Op basis van een steekproef van het uitgegraven bodemmateriaal is een in-situ dichtheid van het bodemmateriaal bepaald van 1.860 kg/m3. In verdere berekening is met deze bepaling gerekend. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest In tabel 14 is een overzicht opgenomen van de aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de grond. tabel 14: asbest op maaiveld en inspectiegaten inspectiegat
1 t/m 4+6+8
asbestverdacht
asbestverdacht materiaal
materiaal
grond in de fractie >20 mm
maaiveld
diepte (m-mv)
aantal gram
nee
0.0-max. 0.5
-
* = veldvochtig
maart ’23
18
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. In onderstaande tabel 15 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 15: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
MM1
1 t/m 4+6+8
0.15-0.45
puinresten
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
1+3 t/m 7
0.0-0.5
MM3
1+2
0.6-2.0
plangebied grond
NEN-grond(*)+AS3000 -
NEN-grond(*)+AS3000
grondwater Pb 1 1 2.3-3.3 NEN-grondwater(**) verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen;
maart ’23
19
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Het uitgezeefde materiaal, fractie <20 mm en asbest verdachte materiaalmonsters zijn onderzocht volgens NEN-5898. In onderstaande tabel 16 wordt de samenstelling van de grondmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 16: analyseschema Monstercode
inspectiegat
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
grond M1
1 t/m 4+6+8
0.0-max.0.5
puinresten
asbest (NEN5898)
Opgemerkt wordt dat de fractie <500 ųm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd om te kunnen vaststellen of er aanleiding bestaat om een kwantitatieve bepaling van deze fractie uit te voeren. In de fractie <500 ųm is geen asbest aangetroffen.
maart ’23
20
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
4.2
Toetsingscriteria
grond en grondwater (NEN-5740+A1) Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (Staatscourant 22335, 02 november 2012) (literatuur 5) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) (literatuur 6) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering.
Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek.
Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken.
Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
maart ’23
21
verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Schuineslootweg 104 te Schuinesloot
asbest in grond en puin De resultaten van het onderzoek asbest in grond worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Voor asbest in grond is een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. vastgesteld. Aan deze waarde zijn de gewogen asbestconcentraties (mg/kg ds) getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet). Indien de gewogen asbestconcentratie in grond c.q. puin boven 100 mg/kg ds is vastgesteld, is sprake van met asbest verontreinigde grond c.q. puin. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. Indien asbest in de grond boven 100 mg/kg ds aanwezig is en deze verontreiniging vóór 1993 is ontstaan, is ongeacht de omvang van de verontreiniging sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in grond.