Bijlagen behorende bij toelichting bestemmingsplan 'Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg'
Tekst van het document
Wnb Houtopstanden De Boswet is in 2015 gewijzigd en per 1 januari 2017 opgenomen in de nieuwe Wet Natuurbescherming. Die wet zal op den duur weer (beleidsneutraal) in de Omgevingswet opgenomen worden. De, voor gemeenten, belangrijkste wijziging van de wet is de beperking in het stellen van regels ten aanzien van houtopstanden buiten de begrenzing zoals aangegeven op de kaart Begrenzing Bebouwde kom Boswet. Dit heeft effect op o.a. gemeentelijk kapbeleid. De provincie heeft, als bevoegd gezag, een provinciale verordening opgesteld voor de uitvoering van de Wet Natuurbescherming. Dat is in overleg met de Overijsselse gemeenten gedaan. De APV, afd. 3 Het bewaren van houtopstanden, oftewel de kapverordening, vormt de basis voor het nader uitgewerkte kapbeleid. Tevens zijn in de APV regels opgenomen ten aanzien van de Bomenlijst. De bescherming van arealen bos en houtopstanden valt dus onder de Wnb, mochten deze groter zijn dan 10 are (1000 m2) of bestaan uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom. De gemeente hanteert soms voor ‘buiten de bebouwde kom’ een andere begrenzing dan voor de Weg- en verkeerswet. Bij twijfel kan hierover bij de gemeente informatie worden aangevraagd.
Als de houtopstand groter dan 10 are is of bestaat uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom, dan is er een meld- en herplantingsplicht van hetzelfde areaal bos binnen drie jaar na het kappen hiervan. Niet alle boomsoorten vallen onder deze wetgeving. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd, indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd.
-3-
NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur Strikt genomen valt de EHS/NNN niet onder de Wet natuurbescherming aangezien dit bepaald wordt door de provincies en niet door het Rijk. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) maakt onderdeel uit van het rijksbeleid voor het creëren en vormgeven van een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De provincies krijgen echter zelf de gelegenheid om dit naar eigen inzicht zo goed mogelijk aan te wijzen, inrichten en beheren. Indien een ruimtelijke ingreep binnen de begrenzing van het NNN plaatsvindt moet een 'nee, tenzij' procedure worden doorlopen en zal bij doorgang van de ingreep in de regel compensatie en mitigatie noodzakelijk zijn.
-4-
Bijlage 4
Nader onderzoek Poelkikker
bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 46
Gemeente Hardenberg T.a.v. de heer W. Sauer Vakspecialist A Ruimtelijke Ordening Ruimte & Projecten Postbus 500 7770 BA Hardenberg
D a t um Kenm erk Pr oje c tn r. Bet re f t
19 juli 2022 RHO-NOPKG 22069 Nader onderz oek Wet natuurbeschermi ng poelkikker Gramsbergen
Gea c ht e heer S a uer ,
BUREAU FAUNAX B.V. Tijnjedijk 89 8936 AC Leeuwarden +31683772548 info@faunax.nl www.faunax.nl
In fe br ua ri 2 02 2 he b be n w e voo r u ee n ec o lo g i sch e q ui c ks ca n ui tge v oer d o p he t terr ei n aa n de Oos ter maa ts s te eg t e Gra m sber ge n ( fi g u ur 1) . Hi e r ui t kw am on der a nd ere de aa n be ve li n g na ar vo re n o m n ader o n derz oe k na ar d e aa nwezi g hei d v an v oor t pl a nti n gs w at er e n l an dh abi ta t va n d e p oe l ki k ker ui t te la te n vo ere n . Om dez e re de n i s he t p la n ge bi ed e n de o m ge v i ng hi erv a n i n d e m aa n d j u ni twe e kee r bez oc h t, wa a rbi j g eri ch t na ar dez e s oor t i s ge zo ch t . Hi e r bi j i s vas tg est el d da t zi c h i n en i n de di r ec te o mge v i ng v an h et pl an ge bi e d gee n voo rt p la n ti ng s wa ter v a n de p oe lki k ke r be vi n d t. In d eze b ri efra p p or ta g e wor de n de me t ho di e k e n res u lt at e n v a n h et na de r on der zoe k ge de el d . H i eri n wo rd t te ve ns aa ng ege ve n w a t d eze res u lt ate n be te ke ne n vo or de vo o rt ga n g v a n h et pro je c t. In di e n u vr ag en of o p mer ki ng en h eef t, ku n t u ui tera ar d a l ti j d e ve n co n ta c t me t mi j o p ne me n . Me t vri e n de li j ke gr oe t,
Jel mer G roe n B ure a u Fa u naX B . V. © Bureau FaunaX B.V.. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX B.V. (2022). Nader onderzoek Poelkikker-Wet natuurbescherming- Perceel Oostermaatssteeg te Gramsbergen. Rapport 22069. Bureau FaunaX B.V., Leeuwarden. Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX B.V. heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX B.V., verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.
Onderzoeksgebi ed In fi g u ur 1 wor d t h et p la n ge bi ed wee rg eg eve n . He t o nd erz oe ksg ebi e d bes laa t he t p la n ge bi ed e n de r ui m e om ge vi ng hi e rv an . H i erbi j i s ui tge ga a n v a n een st raa l va n zo’ n 5 00 me ter , o m da t di t o ng ev eer de di s pe r si eafs ta nd v an de poe l ki k ker be tr ef t.
Figuur 1. Het plangebied (rood omlijnd) te Gramsbergen.
Methodiek Het o nd erz oe ks g ebi ed i s tw ee ke er bez o ch t , n ame li j k o p 4 j u ni e n o p 15 j u ni . Dez e bez oe ke n bes to n de n ui t e en d ag - e n e en a vo n db ezo e k ( na zo nso n der ga ng ). D e bez oe ke n he b be n p laa t s ge vo nd en o n der g u nst i ge w eers oms ta n di g he de n . Ti j de ns he t da gb ezo ek i s voo ra l a a nd a ch t be s te ed aa n he t p la n ge bi e d ze lf , waa rb i j i s ge le t o p ko ora c ti vi tei t e n ee n p ogi ng i s ge daa n zi c h tw aar ne mi n ge n te d oe n. Hi erbi j i s te ve ns ge le t o p k oor a cti vi tei t i n de om ge vi n g va n he t p la n ge bi ed . Ti j de ns h et av on d bez oe k la g de f oc us vo l le di g o p ko ora c ti vi tei t i n e n o m h et pl a nge bi e d .
Resultaten Ti jd e ns d e ve ld be zoe k en zi j n i n e n i n de di r e c te o m gevi n g va n he t p la n ge bi ed g ee n po el ki k ker s wa ar ge no me n. Oo k o p de lo ca ti e v la k bi j he t p la n ge bi e d w aar de soo rt eerd er wer d w aar ge no me n ( e co lo gi s c he q ui c ks ca n : fi gu ur 2 .6 .) wer d d e so or t ni e t aa nge tr offe n . W aars c h i jn li j k i s h et b et reffe n de w a ter li ch aam t e v er ver -l a nd me t ri et .
De l oc ati e i s e c h ter ni e t goe d ber ei kb aar om d at de ze la n gs he t s po or li gt . De di c h ts tbi jzi j n de waa rn emi ng va n de poe l ki k k er we rd ge da a n o p o ng evee r 75 0 m et er va n he t p la ng ebi ed ( fi g u ur 2) . H i er we rde n m eerd ere exe m p lare n ge hoo rd .
Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) en de dichtstbijz ijnde waarneming van de poelkikker t.o.v. het plangebied (rode pijl).
Conclusie Op b asi s va n he t na der on de rzo ek co n cl u dere n w e da t i n he t p la ng e bi e d g ee n voo rt p la n ti ng s wa ter v a n de p oe lki k ke r a an we zi g i s . Tev en s a c ht en w e , o p basi s va n de lo ca ti e va n de d i c ht s t bi jzi jn de wa ar ne mi n g v a n deze soo rt t e n o pzi c ht e va n he t p la n ge bi ed , de k an s d a t he t p la ng ebi ed di e n t als la n d ha bi t at d us da n i g kl ei n d at we he t ni e t re a li s ti s c h a c h te n o m hi er re ke ni n g mee te h ou de n .
• •
Poelkikker: Tijdens het nader onderzoek is geen leefgebied van poelkikkers in het plangebied vastgesteld. Voor deze soort hoeft geen ontheffing aan de Wnb te worden aangevraagd. Quickscan: We adviseren de resterende aanbevelingen uit de quickscan in ogenschouw te houden.
Bijlage 5
Digitale watertoets
bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 50
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 18-02-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Korte procedure
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
18-02-2022, 12:07
P agina 1 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt? nee
2.
Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealis eerd? nee
3.
Is er in of rondom het plangebied s prake van wateroverlas t of grondwateroverlas t? nee
4.
Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 1500m2? nee
5.
Wordt op het perceel hemelwater (HWA) en afvalwater (DWA) verzameld in dezelfde rioolbuis ? nee
6.
Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is ? nee
7.
Worden er op bedrijfs matige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee
8.
Bedraagt het vers chil tus s en de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? nee
9.
Bedraagt het vers chil tus s en de GHG (Gemiddelde Hoogs te Grondwaters tand) en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 80 centimeter? nee
10.
bargerveen nee
18-02-2022, 12:07
P agina 2 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 11.
beekhers tel nee
12.
grondwaterbes _en_s tiltegebied nee
13.
ruimtevoorvecht nee
14.
verbods zone diepe boringen nee
15.
zoekgebied nee
16.
primaire watergebieden nee
17.
RWZ I nee
18.
s trokenkaart nee
19.
pers leidingen nee
20.
rioolgemalen nee
21.
keurzone nee
22.
gewijzigd klimaat nee
18-02-2022, 12:07
P agina 3 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 23.
huidig klimaat nee
18-02-2022, 12:07
P agina 4 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Korte procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat op uw plan de korte procedure van toepas s ing is . U kunt in de waterparagraaf vols taan met de s tandaard waterparagraaf.
Wat moet ik doen? Geachte heer/mevrouw, U heeft een watertoets uitgevoerd op de webs ite http://www.dewatertoets .nl//. Op bas is van deze toets volgt u de korte procedure. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan onder de voorwaarde dat u de s tandaard waterparagraaf uit dit document toepas t. STANDAARD WATERPARAGRAAF Belangrijk ins trument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets , die s inds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een bes chrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuis houding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuis houdkundige doels tellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuis houdkundige doels tellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlas t, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater) . Deze s tandaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan.
Waterbeleid De Europes e Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bes cherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europes e Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een s troomgebied worden kwaliteits doelen ges teld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijks beleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclus ief de s troomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevings vis ie en de bijbehorende Omgevings verordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waters chap Vechts tromen heeft de beleids kaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijks te ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbes tendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaas t is de Keur van Waters chap Vechts tromen een belangrijk regels tellend ins trument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waters chap Vechts tromen opges telde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Riolerings plan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.
Waters ys teem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige waters ys temen nages treefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doors taan zonder droogtes chade, vis s terfte en s tank, en dat in natte perioden geen overlas t optreedt door hoge grondwaters tanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of 18-02-2022, 12:07
P agina 5 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets latere generaties . Het principe """"eers t vas thouden, dan bergen, dan pas afvoeren"""" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bes tuurs akkoord Water doelen vas tgelegd voor het op orde brengen van het waters ys teem.
Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk s cheiden van vuil en s choon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief s choon hemelwater door riools tels els worden afgevoerd, neemt het aantal overs torten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overs torten plaats vinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het s chone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vas tgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het waters ys teem. Vandaar dat het principe """"eers t s choonhouden, dan s cheiden, dan pas zuiveren"""" een belangrijk uitgangs punt is bij nieuwe s tedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bes taande riools tels el is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangs punt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is , is lozing op het oppervlaktewater via een bodempas s age gewens t. Wateras pecten plangebied Waterhuis houding Het plan loopt geen verhoogd ris ico op wateroverlas t als gevolg van overs tromingen. Het plan heeft geen s chadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie.
In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlas t of grondwateroverlas t gecons tateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een bes chermings zone of herinrichtings zone langs een waterloop, primair watergebied, invloeds zone zuiverings technis ch werk of een retentiecompens atiegebied. Voorkeurs beleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie wordt hieronder beves tigd met ja): een gemengd s tels el een ges cheiden s tels el: hemelwater wordt geinfiltreerd. ja een ges cheiden s tels el: hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool van een verbeterd ges cheiden s tels el. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwaterings diepte geadvis eerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogs te grondwaters tand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op s tructurele grondwateroverlas t groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden vols taan met een geringere ontwaterings diepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlas t en s chade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadvis eerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het s traatpeil te hanteren.
Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders , parkeergarages ) moet aandacht worden bes teed aan het voorkomen van wateroverlas t. In het plan wordt er naar ges treefd het voorkeurs beleid van het waters chap op te volgen. Watertoets proces De initiatiefnemer heeft het waters chap Vechts tromen geinformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets . De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepas t. De bes temming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuis houding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waters chap 18-02-2022, 12:07
P agina 6 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets Vechts tromen geeft een pos itief wateradvies . Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bes temmings plan is opgenomen dat de kennis geving wordt toegezonden aan de ins tanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bes temmings plan kunt u zenden aan kennis gevingwro@vechts tromen.nl. Verklaring Dit document is een automatis ch gegenereerd bes tand op bas is van de door u ingevulde gegevens . U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld. "" "
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
18-02-2022, 12:07
P agina 7 van 7
https://dewatertoets.nl
Bijlage 6
Verkennend (water)bodemonderzoek
bestemmingsplan Gramsbergen, volkstuinen Oostermaatsteeg | PAGINA 58
VERKENNEND (WATER)BODEMONDERZOEK TER PLAATSE VAN TOEKOMSTIG VOLKSTUINENCOMPLEX AAN DE OOSTERMAATSTEEG TE GRAMSBERGEN
Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van toekomstig volkstuinencomplex aan de Oostermaatsteeg te Gramsbergen
opdrachtgever datum auteur projectleider tweedelijnscontroleur projectnummer versie status
Gemeente Hardenberg 4 april 2022 de heer A.H. de Jong de heer R. Dopstra de heer G.J. Hovinga 21301305 2 definitief
Protocol 2001 2002 2003
projectnummer 21301305 4 april 2022
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding
1
2
Vooronderzoek en locatiegegevens
2
3
Uitvoering van het bodemonderzoek
6
4
Resultaten
7
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 3.1 3.2 3.3
Algemeen Locatiegegevens en huidig gebruik Historische gegevens Toekomstig gebruik Eerder uitgevoerde onderzoeken Bodemopbouw en geohydrologie Asbest Archeologische waarden (AMK 2014 & IKAW 2008) Conclusie vooronderzoek Onderzoeksstrategieën Uitgevoerde werkzaamheden en analyses Monsterneming en analyses
2 2 3 4 4 5 5 5 5 6 6 6
4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4 4.4.1 4.5 4.5.1
Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Veldmetingen grondwater Toetswijze en terminologie grond en grondwater Getoetste analyseresultaten grond Getoetste analyseresultaten grondwater Toetswijze PFAS Getoetste analyseresultaten PFAS Toetsingskader waterbodem Getoetste analyseresultaten Waterbodem
7 7 7 7 8 8 9 9 10 11 12
5
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen
13
Literatuurlijst
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Regionale ligging onderzoekslocatie Overzichtstekening Kadastrale gegevens Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingsresultaten ‘Tijdelijk handelingskader PFAS'
15
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 1 van 15
1
Inleiding In opdracht van gemeente Hardenberg heeft MUG Ingenieursbureau een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van toekomstig volkstuinencomplex aan de Oostermaatsteeg te Gramsbergen. Aanleiding De aanleiding tot de uitvoering van het verkennend (water)bodemonderzoek wordt gevormd door voorgenomen herontwikkeling van de locatie tot moestuinencomplex. Doelstellingen Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater voor de desbetreffende locatie. Naast het verkennend bodemonderzoek wordt tijdens het onderzoek de GLG en GHG vastgelegd en wordt de bodemopbouw tot 1,5 m-gws bepaald ter plaatse van een toekomstige vijverpartij. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem, waarmee beoordeeld kan worden of de overstort geleid heeft tot een verontreiniging. In verband met eventuele afvoer van grond zijn van de bovengrond (meest verdacht) aanvullend analyses verricht op PFAS (exclusief GenX). Kwaliteit en certificering De werkzaamheden met betrekking tot de uitvoering van het veldwerk en de monsterneming van de grond zijn uitgevoerd conform en onder certificaat van de nu geldende BRL SIKB 2000 en de bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2003. MUG Ingenieursbureau b.v.
is gecertificeerd voor het procescertificaat 'Veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek' en is in het bezit van een Kwalibo-erkenning (erkend bodemintermediair). MUG Ingenieursbureau b.v. verklaart hierbij geen juridische relatie te hebben met (de bedrijfsorganisatie van) de eigenaar van de onderzoekslocatie en/of de opdrachtgever van het bodemonderzoek. MUG Ingenieursbureau b.v. heeft het bodemonderzoek als onafhankelijke organisatie uitgevoerd. In geval van klachten over de uitvoering van activiteiten onder dit certificatieschema kan opdrachtgever zich in eerste instantie wenden tot de organisatie en zo nodig in tweede instantie tot de certificatie-instelling. In deze rapportage wordt verslag gedaan van de verrichte werkzaamheden, de resultaten en de aan de resultaten te verbinden conclusies. De werkzaamheden zijn verricht volgens de vigerende protocollen en normen die zijn weergegeven in de literatuurlijst.
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 2 van 15
2
Vooronderzoek en locatiegegevens
2.1
Algemeen Om een juiste hypothese en bijbehorende onderzoeksstrategie te kunnen vaststellen, is een vooronderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van het vooronderzoek is informatie verzameld op basis van NEN 5725. Hierbij is de strategie A (opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van een uit te voeren bodemonderzoek) toegepast. Het vooronderzoek is gecombineerd met voor onderzoek op basis van NEN 5717. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over de locatie, de bodemopbouw en de geohydrologie, de verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit, het gebruik en de beïnvloeding van de locatie, de verdachte situaties, de activiteiten en ongewone voorvallen. Tevens maakt een terreininspectie deel uit van het vooronderzoek. Wij merken op dat in het kader van het vooronderzoek informatie is aangeleverd door de opdrachtgever. Verder is informatie verzameld via onderstaande bronnen: • opdrachtgever; • historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl); • luchtfoto’s; • provinciaal bodeminformatiesysteem; • landelijke bodeminformatiewebsite (bodemloket); • het Kadaster. Met betrekking tot de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn gegevens verzameld tot een afstand van circa 25 m buiten de grens van de onderzoekslocatie.
Op basis van al deze gegevens is een ruim voldoende beeld ontstaan over het voormalige terreingebruik, de aanwezigheid van verdachte deellocaties en de bodemkwaliteit. In afwijking op NEN 5725 is de hydrologie (tot 10 m-mv) niet opgenomen in dit onderzoek, omdat dit gezien de doelstelling van het onderzoek geen relevante informatie oplevert.
2.2
Locatiegegevens en huidig gebruik De onderzoekslocatie betreft het zuidelijk deel van het kadastraal perceel gemeente Gramsbergen, sectie D en nummer 4368. De locatie is momenteel in gebruik als weiland en heeft een oppervlakte van circa 6.000 m2. De ligging van de locatie is weergegeven in afbeelding 2.1. De X- en Y-coördinaten van de locatie zijn: X= 242.109 en Y= 513.934. Ten noorden van de locatie is een weiland aanwezig dat onderdeel uitmaakt van hetzelfde kadastrale perceel. Ten oosten van de locatie is spoorweg (Zwolle-Emmen) aanwezig met tussen de locatie en het spoor een groenstrook met watergang (sloot). Ten zuiden is de weg Oostermaatsteeg aanwezig. Ten westen is een stuk openbaar groen aanwezig. Bijlage 1 toont de globale topografische situering van de onderzoekslocatie en bijlage 2 een overzicht van de onderzoekslocatie met enkele foto’s. De kadastrale gegevens zijn opgenomen als bijlage 3.
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 3 van 15
Afbeelding 1. Situering van de onderzoekslocatie (bron: Google Maps, 2021)
2.3
Historische gegevens Uit (historisch) topografische kaarten (www.topotijdreis.nl) blijkt dat tot de onderzoekslocatie langdurig in gebruik is met een agrarische bestemming en voor zover bekend niet bebouwd is geweest. Voor zover bekend zijn op de onderzoekslocatie geen potentieel verontreinigende activiteiten uitgevoerd en hebben zich geen calamiteiten voorgedaan waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Daarnaast zijn er geen (sloot)dempingen bekend
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 4 van 15
2.4
Toekomstig gebruik Voornemen is om de locatie in te richten als volktuinencomplex (zie afbeelding 2) waarbij een vijverpartij wordt aangelegd aan de oostzijde. Vanwege de mogelijke aanleg van een vijver is inzicht in de bodem tot 1,5 m-gws nodig. Daarnaast dient de sloot te worden onderzocht, omdat deze in gebruik is als onderdeel van een overstort. De sloot wordt mogelijk verbonden met de aan te leggen vijverpartij.
Afbeelding 2. Toekomstige indeling onderzoekslocatie
2.5
Eerder uitgevoerde onderzoeken Een deel van de locatie is onderzocht door middel van een bodemonderzoek vanwege de aanleg van een kabeltracé (Movares, 2 juni 2014) richting het spoor aan de oostzijde. Hierbij zijn op de onderhavige locatie geen significante verontreinigingen aangetroffen. Verder is zover bekend op de locatie niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd. In de directe omgeving zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Daarbij zijn, op het oosten gelegen spoortracé na, voor zover bekend geen significante verontreinigingen aangetroffen. Op en nabij het spoortracé ten oosten van de locatie zijn diverse verontreinigingen (o.a. zware metalen, PAK en asbest) aangetroffen. Tussen de onderhavige locatie en het tracé is een sloot met groenwal gelegen en de locatie is geen onderdeel geweest van terrein. Hierdoor is het aannemelijk dat het gebruik van het spoor en de hieraan gelinkte verontreinigingen niet van invloed zijn (geweest) op de bodemkwaliteit van de onderhavige locatie.
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 5 van 15
2.6
Bodemopbouw en geohydrologie Voor de informatie in de voorliggende paragraaf is gebruik gemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland (DGV/TNO) deelgebieden 21 en 22 oost en 22 en 23 west, kaartblad Overijsselse vecht, 1978. In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie. Tabel 2.1 Bodemsamenstelling (maaiveldhoogte circa 8,7 m +NAP) Laagomschrijving
Globale diepte (m-mv)
Lithostratigrafische eenheid Formatie van Twente en Kreftenheye
Lithologie
1e watervoerende pakket
0–2
matig grof tot matig fijn zand
Scheidende laag
2-6
Eem
klei
2e watervoerende pakket
6 - 50
Drenthe, Enschede en Zuidlaren
matig grof tot matig fijn zand
Grensvlak zoet- en zoutwater
50 >
-
-
Ter plaatse van de locatie is vermoedelijk geen deklaag aanwezig. Het grondwater bevindt zich relatief hoog op circa 9 m + NAP en heeft globaal een zuidwestelijk stromingsrichting. Onder het 1e watervoerend pakket is een scheidende kleilaag aanwezig. De locatie valt voor zover bekend niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied en in de omgeving vindt voor zover bekend geen grondwateronttrekking plaats.
2.7
Asbest Op de locatie zijn voor zover bekend geen asbesthoudende opstallen, walbeschoeiing, etc. aanwezig geweest. Daarnaast hebben er op de locatie voor zover bekend geen handelingen plaatsgevonden met asbesthoudende materialen.
2.8
Archeologische waarden (AMK 2014 & IKAW 2008) Uit de AMK (2014) en IKAW (2008) blijkt dat aan de locatie volgens de AMK geen archeologische waarden of monumenten zijn toegekend. Volgens de IKAW is een middelhoge trefkans op archeologische resten.
2.9
Conclusie vooronderzoek Op basis van de bovenstaande gegevens wordt vooralsnog geconcludeerd dat op de locatie geen (bedrijfs)activiteiten of calamiteiten hebben plaatsgevonden waardoor de bodem op de locatie verontreinigd is geraakt. Daarnaast verwachten wij niet dat eventueel milieubelastende activiteiten op aangrenzende percelen van invloed zijn geweest op de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. De locatie wordt daarom als niet verdacht beschouwd op het voorkomen van verontreinigingen met parameters uit het standaard NEN-pakket en asbest. Vooralsnog kan geen uitspraak worden gedaan of de locatie verdacht is op het voorkomen van PFAS (PFOS en PFOA). Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen voor een mogelijke verontreiniging met GenX. GenX is tot op dit moment vooral aangetroffen in de directe omgeving van bronnen waar GenX is geproduceerd of is geloosd (bekende bronnen zijn Dordrecht en Helmond). In gebieden waar geen directe bron of lozing heeft plaatsgevonden, is daarom geen noodzaak om op GenX te onderzoeken (bron: bodemplus.nl).
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 6 van 15
3
Uitvoering van het bodemonderzoek
3.1
Onderzoeksstrategieën Het bodemonderzoek is verricht conform NEN 5740 en NEN 5720. De gekozen strategieën zijn toegelicht in tabel 3.1.
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden en analyses Het verrichten van de boringen en het plaatsen van de peilbuis is op 2 en 9 december 2021 uitgevoerd door gekwalificeerd monsternemer voor protocollen 2001 en 2003 van MUG Ingenieursbureau b.v., de heer A.W. Dijk. Voorafgaand aan het verrichten van de boringen is de onderzoekslocatie visueel geïnspecteerd conform NEN 5725 en NEN 5740. Uit de maaiveldinspectie zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. De opgegraven en opgeboorde grond is bemonsterd per de te onderscheiden bodemlaag, in trajecten van maximaal 0,5 m. Afhankelijk van de bodemopbouw en de veldwaarnemingen is eventueel een kleiner monstertraject gekozen. De onderstaande tabel toont een overzicht van de uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde werkzaamheden en analyses Deellocatie
Omschrijving
Norm (Strategie)
Boring
A
B
Boringen met peilbuis
Analyses
Analyses
grond
grondwater
Toekomstig moestuinencomplex (circa 6000 m2)
NEN 5740 (ONV-NL)
11 hb tot 0,5 m-mv 2 hb tot 2,0 m-mv 2 hb tot 2,5 m-mv # 2 hb tot 1,5 m-gws *
1 hb/pb tot 1,5 m-gws
4 x NEN-pakket, arseen 2 x PFAS
1 x NEN-pakket, arseen
Sloot (< 500 m lengte)
NEN 5720 (LN)
10 st tot 0,5 m-vaste waterbodem
-
1 x NEN-pakket waterbodem (A)
-
hb = handboring, st = slibsteekt en pb = peilbuis ONV-NL: LN:
strategie voor een ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie’ strategie voor lintvormige water met een normale onderzoeksinspanning
# op verzoek van opdrachtgever zijn twee boringen geplaatst buiten de onderzoekslocatie op het noordelijk gelegen terrein om de bodemopbouw ter plaatse vast te leggen; * op verzoek van de opdrachtgever worden twee boringen dieper doorgezet ter plaatse van een geplande vijver NEN-pakket grond/ waterbodem: NEN-pakket grondwater PFAS:
3.3
zware metalen (9), minerale olie, PAK (10 VROM) en PCB (7, som) zware metalen (9), minerale olie, vluchtige aromaten, gechloreerde koolwaterstoffen PFOS en PFOA.
Monsterneming en analyses Op basis van de grondsoorten en de zintuiglijke waarnemingen zijn monsters geselecteerd voor analyse. De mengmonsters van de grond zijn in het laboratorium samengesteld. De grond- en grondwatermonsters zijn voorbehandeld conform de richtlijnen van AS3000. De analyses zijn uitgevoerd door het door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerde testlaboratorium Eurofins Omegam te Amsterdam. De samenstelling van de mengmonsters en de uitgevoerde analyses zijn weergegeven en toegelicht in tabel 4.4 (paragraaf 4.3).
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 7 van 15
4
Resultaten
4.1
Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Bij het verrichten van de boringen en het beschrijven van het opgeboorde materiaal is de bodem beoordeeld op kleur, textuur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De bodemopbouw is per boring omschreven conform NEN 5104. Tevens is de opgeboorde grond geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen.
4.1.1
Bodemopbouw De globale bodemopbouw van de locatie is afgeleid uit de uitgevoerde boringen en is opgenomen in tabel 4.1. Tabel 4.1 Globale bodemopbouw van de locatie Diepte (m-mv)
Omschrijving
0,00 - 0,75
zeer fijn tot matig fijn humeus zand
0,75 - 2,50
matig fijn zand (plaatselijk gleyhoudende lagen)
Per boringen is een boorprofiel beschreven en deze zijn weergegeven in bijlage 4. Van de diepe (> 2,0 m-mv) is tevens de GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) en GLG (Gemiddeld Laagste Grondwaterstand) beschreven in de boorprofielen. Deze variëren voor GHG van 0,35 m-mv tot 0,75 m-mv en voor GLG van 1,20 m-mv tot 2,00 m-mv.
4.1.2
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldwerk deden er zich geen bijzonderheden voor. In de opgeboorde grond zijn de in tabel 4.2 weergegeven bijzonderheden waargenomen. Tabel 4.2 Visuele bijzonderheden Deellocatie
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarnemingen
A
02
0,35 – 0,55
sterk kooldeeltjes houdend
Sterk
15-50%
Op het maaiveld en in de opgegraven/opgeboorde grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Een uitgebreide beschrijving van de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen is weergegeven in de boorprofielen die zijn opgenomen als bijlage 4.
4.2
Veldmetingen grondwater Op 9 december 2021 is het grondwater volgens protocol 2002 bemonsterd door een gekwalificeerd veldmedewerker van MUG Ingenieursbureau b.v., de heer W. Dijk De grondwaterstand, de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidend vermogen (EC) en de troebelheid (NTU) zijn tijdens de grondwatermonsterneming in het veld gemeten. De gegevens van de veldmetingen zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3 Veldmetingen grondwater Deellocatie A
Peilbuis 01-1-1
Filterstelling (m-mv) 2,00 - 3,00
Grondwaterstand (m-mv) 1,18
Zuurgraad (pH) 6,3
Geleidbaarheid (µS/cm) 610
Troebelheid (NTU) 2,14
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 8 van 15
Tijdens het bemonsteren van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd. De gemeten waarden komen van nature voor in de regio waar de onderzoekslocatie zich bevindt.
4.3
Toetswijze en terminologie grond en grondwater Bij de toetsing wordt in deze rapportage de volgende terminologie gebruikt. Achtergrondwaarde (AW2000): de gehalten (grond) waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In verontreinigde bodems is dit de concentratie die moet worden bereikt om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft volledig te herstellen. Streefwaarde (S): de concentraties (grondwater) waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In verontreinigde bodems is dit de concentratie die moet worden bereikt om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft volledig te herstellen. Interventiewaarde (I): geeft de gehalten (grond) of concentraties (grondwater) aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Volgens de Wet bodembescherming is er sprake van een geval van ernstige verontreiniging als meer dan 25 m3 bodemvolume grond- of sedimentverontreiniging boven de interventiewaarde is aangetoond. Voor grondwater geldt dat als in meer dan 100 m3 bodemvolume de interventiewaarde wordt overschreden, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging in de bodem.
De spoedeisendheid van de sanering is in deze gevallen onder andere afhankelijk van de actuele risico’s van de ernstige verontreiniging in de bodem ten aanzien van de volksgezondheid, het ecosysteem en verspreiding via het grondwater. Indien er geen sprake is van actuele risico’s, dan zijn saneringsmaatregelen niet spoedeisend. Besluit bodemkwaliteit: ter bepaling van de toepasbaarheid van de grond zijn de resultaten in deze rapportage tevens getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (generieke kader). Aangezien er geen partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit is uitgevoerd, kunnen aan de resultaten van deze toetsing niet dezelfde rechten worden ontleend als aan een partijkeuring die wel conform het Besluit bodemkwaliteit is uitgevoerd. Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa): de kwaliteit van de bodem is in het onderhavige onderzoek bepaald door de individuele meetwaarden om te rekenen naar standaardbodem op basis van de gemeten percentages lutum en organisch stof. Hierna zijn deze ‘gestandaardiseerde waarden’ getoetst aan de normwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit.
4.3.1
Getoetste analyseresultaten grond Tabel 4.4 geeft een overzicht van de analyseresultaten die zijn getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden volgens de Wet bodembescherming. Tevens is de indicatieve toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit (generieke kader) weergegeven. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten opgenomen en in bijlage 6 de getoetste analyseresultaten met de toetsingswaarden. Tabel 4.4 Getoetste analyseresultaten grondmonsters Deellocatie
Analysemonster
Deelmonsters (traject in m-mv)
Analysepakket
> AW (+index)
> I (+index)
Ind. toetsing Bbk
A
02-2
02 (0,35 - 0,55)
NEN-pakket, arseen
Arseen (0,55)
-
Klasse industrie
mmbg1
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,35) 03 (0,00 - 0,30) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50)
NEN-pakket, arseen
Arseen (0,66)
-
Klasse industrie
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 9 van 15
Vervolg tabel 4.4 Getoetste analyseresultaten grondmonsters Deellocatie
Analysemonster
Deelmonsters (traject in m-mv)
Analysepakket
> AW (+index)
> I (+index)
Ind. toetsing Bbk
A
mmbg2
04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50)
NEN-pakket, arseen
-
-
Altijd toepasbaar
mmog
01 (0,75 - 0,90) 01 (0,90 - 1,05) 02 (0,55 - 0,75) 02 (0,75 - 1,20) 03 (0,60 - 0,80) 03 (0,80 - 1,10) 04 (0,50 - 0,75) 04 (0,75 - 0,95) 05 (0,50 - 0,75) 05 (0,75 - 1,25)
NEN-pakket, arseen
-
-
Altijd toepasbaar
NEN-pakket: zware metalen (9), minerale olie, PAK (10 VROM) en PCB (7, som) > AW: > I: Index :
4.3.2
overschrijding achtergrondwaarde overschrijding interventiewaarde (GSSD-AW)/(I-AW)
(Index > 0,0): (Index > 0,5): (Index > 1,0):
overschrijding achtergrondwaarde overschrijding voormalige tussenwaarde overschrijding interventiewaarde
Getoetste analyseresultaten grondwater De onderstaande tabel geeft een overzicht van de analyseresultaten die zijn getoetst aan de streef- en interventiewaarden volgens de Wet bodembescherming. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten opgenomen en in bijlage 6 de getoetste analyseresultaten met de toetsingswaarden. Tabel 4.5 Analyseresultaten grondwatermonsters Deellocatie
Peilbuis
Filterdiepte (m-mv)
Analysepakket
> S (+index)
> I (+index)
A
01-1-1
2,00 - 3,00
NEN-pakket
Barium (0,3)
Arseen (1,14)
NEN-pakket: zware metalen (9), minerale olie, vluchtige aromaten, gechloreerde koolwaterstoffen >S >I Index
4.4
: overschrijding streefwaarde : overschrijding interventiewaarde : (GSSD-S)/(I-S)
(Index > 0,0) (Index > 0,5) (Index > 1,0)
: overschrijding streefwaarde : overschrijding voormalige tussenwaarde : overschrijding interventiewaarde
Toetswijze PFAS Voor PFOS, PFOA en GenX is geen normering opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Met ingang van de aanpassing van het ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’ op 29 november 2019 zijn voorlopige toepassingsnormen vastgesteld, welke tussentijds op basis van voortschrijdend kennis en onderzoek zijn geactualiseerd op 2 juli 2020. Het ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’ biedt een landelijk kader voor de omgang met PFAS-houdende grond en bagger. Dat kader zal in de toekomst juridisch worden verankerd via een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit. Het ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’ is opgesteld aan de hand van het advies van het RIVM over risicogrenzen voor PFOS, PFOA en GenX en heeft het voorzorgbeginsel als uitgangspunt. Medeoverheden, maar ook het bedrijfsleven hebben meetdata beschikbaar gesteld zodat versneld tijdelijke landelijke achtergrondwaarden konden worden
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 10 van 15
bepaald. Het RIVM heeft op basis van de beschikbare informatie tijdelijke landelijke achtergrondwaarden afgeleid. Het RIVM adviseert op dit moment voor alle stoffen uit de PFAS-groep een landelijke achtergrondwaarde van 1,4 μg/kg ds. Specifiek voor PFOA adviseert het RIVM een landelijke achtergrondwaarde van 1,9 μg/kg ds. Bij deze waarden is er volgens het RIVM geen sprake van risico’s voor de gezondheid of overschrijding van effectniveaus voor het ecosysteem. Dit betekent dat grond met gehalten beneden deze achtergrondwaarden mag worden toegepast. In overleg met andere overheden heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat deze tijdelijke landelijke achtergrondwaarden opgenomen in het ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’. De toepassingsnormen gebaseerd op de landelijke achtergrondwaarden (1,4 μg/kg ds PFAS en 1,9 μg/kg ds voor PFOA) zijn in tabel 4.6 weergegeven (bron: ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, geactualiseerde versie 2 juli 2020). Het genoemde tijdelijk handelingskader is opgenomen als bijlage 7. Tabel 4.6 Toepassingsnormen voor toepassen van grond op landbodem (in μg/kg ds) Grond (μg/kg ds)
Toepasbaar op land
PFAS < 1,4
PFOA < 1,9
PFOS < 1,4
1,4 < PFAS < 3
1,9 < PFOA < 7
1,4 < PFOS < 3
PFAS > 3
PFOA > 7
PFOS > 3
vrij zowel boven als onder grondwaterniveau* m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden** wonen en industrie landbouw en natuur als PFAS < lokale achtergrondwaarde reiniging of stort
* Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 m en meer onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt, wordt de grond geacht boven grondwaterniveau te zijn toegepast. ** Bij toepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden is wederom geadviseerd gebruik te maken van grond en baggerspecie van ten minste dezelfde kwaliteit als de aanwezige bodemkwaliteit in het betreffende gebied.
4.4.1
Getoetste analyseresultaten PFAS Het samengestelde mengmonster van de bovengrond is geanalyseerd op PFAS (PFOS, PFOA en andere PFAS-stoffen, waaronder GenX). De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 5. Een overzicht van de analyseresultaten is weergegeven in tabel 4.7. Tabel 4.7 Overzicht analyseresultaten PFOS en PFOA Deellocatie
Analysemonster
Deelmonsters (traject in m-mv)
A
mmbg1
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,35) 03 (0,00 - 0,30) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50)
mmbg2
Gehalte som PFOS (µg/kg ds)
Gehalte som PFOA (µg/kg ds)
0,6
0,5
Andere PFAS-stoffen (µg/kg ds) (hoogst gemeten waarde) < 0,1
0,1
0,2
< 0,1
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 11 van 15
Toetsingskader waterbodem Voor de verwerking van de vrijkomende baggerspecie bij baggerwerkzaamheden bestaat er conform de Regeling bodemkwaliteit een viertal toetsingskaders. De analyseresultaten van de waterbodem zijn getoetst aan de normwaarden voor baggerspecie conform de Regeling bodemkwaliteit. Hierbij wordt getoetst aan een viertal toetsingskaders: 1. verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel; 2. verspreiden van baggerspecie in oppervlaktewater; 3. toepassen van baggerspecie in oppervlaktewater; 4. toepassen van baggerspecie op landbodem. In aanvulling op de hiervoor genoemde toetsingen zijn de resultaten eveneens getoetst aan het toetsingskader voor toepassing op landbodem en in oppervlaktewater in een grootschalige bodemtoepassing (GBT). In figuur 2 is de samenhang schematisch weergegeven. Toepasbaar op landbodem
Altijd toepasbaar
Klasse Wonen
Toepasbaar in oppervlakte water
Altijd toepasbaar
Klasse A
Klasse industrie
Verspreiden op landbodem
Altijd toepasbaar
Verspreiden op aangrenzend perceel
Niet toepasbaar
Grootschalige bodemtoepassing Klasse B
Niet toepasbaar
Nooit toepasbaar
1
Nooit toepasbaar
2
Niet verspreiden op aangrenzend perceel
3
Nooit verspreidbaar
4
Niet verspreiden in oppervlakte water
I-waarde landbodem
Verspreiden in oppervlakte water
I-waarde waterbodem
Altijd toepasbaar
ms-PAF
Verspreiden in oppervlakte water
Saneringscriterium
Ontvangstverplichting
AW 2000
4.5
1. Toepassen van baggerspecie (na indrogen/rijpen) in een nuttige toepassing op landbodem, verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel 2. Toepassen van baggerspecie (na indrogen/rijpen) in een nuttige toepassing in oppervlaktewater, verspreiden van baggerspecie in oppervlaktewater 3. Verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel 4. Verspreiden van baggerspecie in oppervlaktewater
Afbeelding 4.1 Schematische samenhang toetsingskaders Indien de gemeten gehalten in de baggerspecie de achtergrondwaarden (AW2000) niet overschrijden, is de baggerspecie vrij verspreidbaar of toepasbaar in oppervlaktewater en altijd verspreidbaar of toepasbaar op landbodem. Indien één of meer stoffen de achtergrondwaarde (AW2000) overschrijden, worden de gehalten aan zware metalen (cadmium, barium, kobalt en molybdeen) en minerale olie, alsmede de percentages aan metalen (< 50%) en organisch stof (< 20%) beoordeeld met behulp van msPAF om de verspreidbaarheid van de baggerspecie op het aangrenzende perceel te beoordelen. Indien de baggerspecie als verspreidbaar wordt beoordeeld, geldt voor de eigenaar van het aangrenzende perceel een ontvangstplicht. Voor het verspreiden van baggerspecie in oppervlaktewater en het toepassen van baggerspecie in oppervlaktewater of op landbodem vormen de interventiewaarden voor waterbodem respectievelijk de interventiewaarden voor landbodem de bovengrens. Indien deze grens wordt overschreden, is verspreiding of toepassing niet mogelijk.
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 12 van 15
Liggen alle gehalten tussen AW2000 en de desbetreffende interventiewaarde, dan wordt voor toepassing in oppervlaktewater onderscheid gemaakt tussen klasse A en klasse B. Voor toepassing op landbodems wordt onderscheid gemaakt tussen klasse wonen en klasse industrie. Daarbij is ruimte gelaten voor lokale overheden (gemeenten en waterschappen) om lokale maximale waarden vast te stellen die afwijken van de klassegrenzen in het generieke kader. Deze mogen ook de interventiewaarden overschrijden indien via een risicoafweging is vastgesteld dat het saneringscriterium niet wordt overschreden. Voor de toepassing van baggerspecie in grootschalige bodemtoepassingen geldt naast de beoordeling aan de interventiewaarden voor waterbodem of landbodem ook de toetsing aan de maximale emissiewaarden. In aanvulling op de hiervoor genoemde toetsingen zijn de resultaten eveneens getoetst aan het toetsingskader voor toepassing op landbodem en in oppervlaktewater in een grootschalige bodemtoepassing (GBT).
4.5.1
Getoetste analyseresultaten Waterbodem De getoetste analyseresultaten van de reguliere standaardpakketanalyses zijn weergegeven in tabel 4.8. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 5. Bijlage 6 bevat de toetsingsresultaten van de onderzochte waterbodemmonsters. Tabel 4.8. Overzicht toetsingsoordeel verspreiden van baggerspecie Deellocatie
Analyse- Deelmonster monsters (m-mv)
B
mmwb
Toepassen/verspreiden
T.1 - Beoordeling T.3 - Beoordeling T.5 - Beoordeling T.6 - Beoordeling Klasse kwaliteit van kwaliteit van bagger en kwaliteit van bagger kwaliteit van bagger bepalende grond en bagger ontvangende bodem bij verspreiden op bij verspreiden in parameter bij toepassing op bij toepassing in een een aangrenzend een zoet of in de bodem oppervlaktewaterperceel (landbodem) oppervlaktewaterlichaam lichaam S 01 (0,45 - 0,65) Klasse industrie Klasse A Verspreidbaar Verspreidbaar Minerale olie S 02 (0,60 - 0,80) S 03 (0,45 - 0,75) S 04 (0,45 - 0,75) S 05 (0,45 - 0,75) S 06 (0,45 - 0,70) S 07 (0,40 - 0,60) S 08 (0,40 - 0,65) S 09 (0,40 - 0,70) S 10 (0,45 - 0,70)
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 13 van 15
5
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen In opdracht van gemeente Hardenberg heeft MUG Ingenieursbureau een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het toekomstige volkstuinencomplex aan de Oostermaatsteeg te Gramsbergen. Aanleiding De aanleiding tot de uitvoering van het verkennend (water)bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie tot moestuinencomplex. Doelstellingen Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater voor de desbetreffende locatie. Naast het verkennend bodemonderzoek wordt tijdens het onderzoek de GLG en GHG vastgelegd en wordt de bodemopbouw tot 1,5 m-gws bepaald ter plaatse van een toekomstige vijverpartij. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem, waarmee beoordeeld kan worden of de overstort geleid heeft tot een verontreiniging. In verband met eventuele afvoer van grond zijn van de bovengrond (meest verdacht) aanvullend analyses verricht op PFAS (exclusief GenX). Onderzoeksresultaten Zintuiglijk Tijdens het veldwerk deden er zich geen bijzonderheden voor. In de opgeboorde grond van boring 02 is sterk kooldeeltjes houdende grondlaag aangetroffen (van 0,35 - 0,55 m-mv). Verder zijn er in de grond geen bijzonderheden waargenomen.
Analytisch grond In een deel van de bovengrond zijn matig verhoogde gehalten met arseen aangetoond (boven de voormalige tussenwaarde). Verder zijn in de grond geen verhoogde gehalten aangetoond. In de somparameters van PFOS en PFOA zijn waarden aangetoond boven de detectielimit (0,1 µg/kg ds). Er zijn geen overige PFAS-stoffen gehalten aangetoond boven de detectielimit. De gehalten aan PFOS en PFOA blijven beneden de landelijke achtergrondwaarden (1,4 μg/kg ds PFAS en 1,9 μg/kg ds voor PFOS). Op basis van het ‘Tijdelijk handelingskader’ (tabel 4.6) volgt dat de grond op basis van het gehalte aan PFOS en PFOA vrij toepasbaar is bovenen onder grondwaterniveau. De grond is niet vrij toepasbaar in grondwaterbeschermings-gebieden. Bij toepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden dient de ontvangende bodem van ten minste dezelfde kwaliteit te zijn. Analytisch grondwater In het grondwater is een sterk verhoogde concentratie aan arseen gemeten (boven de interventiewaarde). Analytisch waterbodem In de waterbodem (slib) is een licht verhoogde gehalten aangetoond met minerale olie. Dit gehalte wordt vermoedelijk veroorzaakt door dat de sloot onderdeel is van een overstort. Het slib is beoordeeld als ‘klasse industrie’ voor toepassing op landbodem en als ‘Klasse A’ voor toepassing in een oppervlaktewaterlichaam.
Daarnaast is het slib beoordeeld als verspreidbaar op een aangrenzend perceel en als verspreidbaar in zoet oppervlakte-waterlichaam.
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 14 van 15
Conclusie en aanbevelingen De resultaten zijn niet in overeenstemming met de vooraf gestelde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden ten aanzien van het voorkomen van lichte bodemverontreinigingen. De aangetroffen gehalten aan arseen zijn afkomstig van sporen gley (roestverschijnselen) en vermoedelijk van natuurlijke oorsprong. In het verleden zijn op basis van de toelaatbare dagelijkse inname (TDI) maximale waarden voor arseen in de bodem vastgesteld. Op basis van deze waarde bedraagt de waarden voor risico’s bij moestuinen met kinderen 50 mg/kg ds en bij moestuinen zonder kinderen 90 mg/kg ds. Deze zijn afkomstig uit het RIVM rapport ‘Handreiking voor de risicobeoordeling van arseen in de bodem voor de particuliere groenteteelt, 2017-0177’. De aangetoonde gehalten aan arseen zijn in de bovengrond plaatselijk hoger (51 en 57 mg/kg ds) dan de waarde bij toekomstige gebruik als moestuin met kinderen. De risico’s kunnen volgens het RIVM rapport aanzienlijk worden beperkt als ingestie van grond (via hand-mond contact) zoveel als mogelijk wordt voorkomen door middel van voorlichting (bewustmaking), bijvoorbeeld door het goed afspoelen (grondresten) van de geoogste groente of het dragen van handschoenen. Daarnaast kan overwogen worden om geen kinderen toe te laten bij de moestuinen om op deze wijze ingestie van grond bij kinderen te beperken.
Verder wordt vanwege de sterk verhoogde concentratie aan arseen in het grondwater geadviseerd om het grondwater op de locatie niet te gebruiken voor het besproeien van de tuinen. Na indicatieve toetsing volgens de ‘Regeling en het Besluit bodemkwaliteit’ en ‘Tijdelijk handelingskader’ volgt dat de bovengrond indicatief kan worden aangemerkt als ‘klasse industrie’ en ‘altijd toepasbaar’. De grond is niet vrij toepasbaar in grondwaterbeschermingsgebieden. Bij toepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden dient de ontvangende bodem van ten minste dezelfde kwaliteit te zijn. Bij afvoer en hergebruik elders dient op basis van het ‘Tijdelijk handelingskader’ rekening te worden gehouden met analyse op PFAS en GenX. Indien grond vanaf de locatie wordt afgevoerd, is bij hergebruik elders het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Indien de grond elders wordt toegepast, dient toestemming te worden verkregen van het bevoegd gezag en kan onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit gevraagd worden. Tot slot dient opgemerkt te worden dat de conclusie is gebaseerd op het vooronderzoek en de onderzoeksresultaten van dit onderzoek. Dit verkennend bodemonderzoek schetst een algemeen beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Bij eventueel grondverzet dient men rekening te houden met mogelijk plaatselijk voorkomende (zintuiglijke) afwijkingen.
projectnummer 21301305 4 april 2022 pagina 15 van 15
Literatuurlijst Protocollen • BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’, 1 februari 2018. • Protocol 2001, "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen", 1 februari 2018. • Protocol 2002, "Het nemen van grondwatermonsters", 1 februari 2018. • Protocol 2003, "Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek", 1 februari 2018. • Protocol 2018, "Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem", 1 februari 2018. Normen • NEN 5104: Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters.* • NEN 5104/C1 (Wijzigingsblad): Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters.* • NEN 5707: Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, 1 augustus 2015. • NEN 5707/C2 (Wijzigingsblad): Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, 1 december 2017. • NEN 5717: Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, 1 december 2017. • NEN 5720: Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek, 1 december 2017. • NEN 5725: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, 1 oktober 2017.
• NEN 5740: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, 1 januari 2009. • NEN 5740/A1 (Wijzigingsblad): Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, 1 februari 2016. • NEN 5744: Bodem - Monsterneming van grondwater, 1 maart 2011. • NTA-5755: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, 1 juli 2010. • NEN 5897: Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, 1 augutus 2015. • NEN 5897+C2 (Wijzigingsblad): Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, 1 december 2017. * vervallen en wordt vervangen door NEN-EN-ISO 14688
projectnummer 21301305 4 april 2022
Bijlage 1
Regionale ligging onderzoekslocatie
516
515
514
513
512
511 244
243
242
241
240
Projectnaam:
Verkennend (water)bodemonderzoek volkstuinencomplex aan de Oostermaatsteeg - Situering van de onderzoekslocatie
Projectnummer:
21301305
Bijlage: 1
Schaal: 1:25.000
projectnummer 21301305 4 april 2022
Bijlage 2
Overzichtstekening
projectnummer 21301305 4 april 2022
Bijlage 3
Kadastrale gegevens
BETREFT
Gramsbergen D 4368 UW REFERENTIE
21301305 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
24-12-2021 - 10:51
S11115474573
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
23-12-2021 - 14:59
23-12-2021 - 14:59
BLAD
1 van 1
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Gramsbergen D 4368 Kadastrale objectidentificatie : 064380436870000
Kadastrale grootte 9.620 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 242125 - 513950 Omschrijving Terrein (akkerbouw) Koopsom € 65.798
Koopjaar 2002
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster
RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 12215/11 Zwolle
Ingeschreven op 05-09-2002
Naam gerechtigde Gemeente Hardenberg Adres Stephanuspark 1
7772 HZ HARDENBERG Postadres Postbus 500
7770 BA HARDENBERG Statutaire zetel HARDENBERG KvK-nummer 53009886 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
Kadastrale kaart
Uw referentie: 21301305
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Gramsbergen D 4368
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 24 december 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
projectnummer 21301305 4 april 2022
Bijlage 4
Boorprofielen
Pagina 1 / 5 Bijlage: Boorprofielen Boring:
01
Boring:
02
X:
242109,12
X:
242082,15
Y:
513934,70
Y:
513929,75
Datum: Boormeester:
2-12-2021 Wim Dijk
Datum: Boormeester: Maaiveldhoogte NAP
2-12-2021 Wim Dijk 8,653
0
0
gras Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen gley, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
0
50
2 3
-90
4
-105
5 150
-160
7
-250
250
Zand, zeer fijn, matig siltig, sterk gleyhoudend, sporen leem, geen olie-water reactie, licht bruinoranje, Edelmanboor, veel oerlaag
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak gleyhoudend, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, licht cremebruin, Edelmanboor
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor
200
2 3
-75
100
665
200
242128,60
X:
242123,90
513945,30
Y:
513897,95
Datum: Boormeester: Maaiveldhoogte NAP
2-12-2021 Wim Dijk 8,274
Datum: Boormeester: Maaiveldhoogte NAP
2-12-2021 Wim Dijk 8,597
827
braak
797
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, zwak leemhoudend, sterk gleyhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
100
747
4 717
5 150
Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraal cremegeel, Edelmanboor
0
617
Zand, matig fijn, matig siltig, resten planten, geen olie-water reactie, donkergrijs, Zuigerboor
50
3
150
200
242138,31
X:
242085,14
Y:
513930,11
Y:
513918,10
Datum: Boormeester: Maaiveldhoogte NAP
2-12-2021 Wim Dijk 8,281
Datum: Boormeester: Maaiveldhoogte NAP
2-12-2021 Wim Dijk 8,774
778
2 753
100
3 703
4 150
673
5
660
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, matig gleyhoudend, geen olie-water reactie, licht cremegrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Zuigerboor
6
X:
50
710
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, sterk roesthoudend, geen olie-water reactie, licht cremebruin, Edelmanboor