CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen behorende bij toelichting bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveenseweg 27 Heemserveen"

gemeenteraad 20 juni 2023, gemeente HardenbergBij agendapunt: Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg Oost 51a Bergentheim en Rheezerveenseweg 27 Heemserveen" (het slopen van landschapsontsierende bebouwing en het bouwen van een twee-onder-één-kap-woning)16.781 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2 2 2 4

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Chemische analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

5 5 6 6 7 8

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten chemische analyses vaste bodem Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses

9 9 9 11 12 12 13

5

Samenvatting, conclusie en aanbevelingen

14

6

Literatuur en bronvermelding

16

3

4

Bijlagen I Topografische kaart Boorplan verkennend bodemonderzoek Waaijer veldwerktechnieken, februari 2005 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2022 II Boorprofielen en legenda III Resultaten chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses en concentratieberekeningen V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Erfontwikkeling Vechtdal aan de Rheezerveenseweg 27 te Heemserveen door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande sloop van de agrarische bebouwing en het in gebruik nemen als landbouwgrond. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijzing. Hiervoor is inzicht in de milieukundige kwaliteit van de bodem van het perceel noodzakelijk. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond wordt beschouwd als verdacht voor asbest. De onderzoekslocatie wordt beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5725, “Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrond-, norm- en de streefwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in april en mei 2022 conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 1 van 16

2

Locatiegegevens

2.1 Beschrijving huidige situatie Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Rheezerveenseweg 27, op circa 2 kilometer ten noordwesten van de bebouwde kom van Hardenberg. Het centrale punt van het te onderzoeken terrein heeft de RD-coördinaten x = 234.583 en y = 511.021. Het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Ambt-Hardenberg, sectie R, nummers 558 (ged.) en 560 (ged.). De Rheezerveenseweg bevindt zich ten zuiden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding Binnen de onderzoekslocatie bevinden zich een voormalige agrarisch bedrijf. Inpandig zijn betonvloeren deels met (mest)kelders aanwezig. Het onbebouwde terreindeel is verhard met klinkers en gras (weiland of tuin). Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de geplande sloop van de agrarische bebouwing en herontwikkeling van de locatie, de bestemmingsplanwijziging, waardoor inzicht in de bodemkwaliteit is gewenst. De onder-zoekslocatie omvat circa 2950 m². Het terrein wordt ingericht als weiland. In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen en tekeningen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek Waaijer veldwerktechnieken, februari 2005; - Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2022.

2.2 Historische gegevens In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de agrarische bestemming. De te slopen bebouwing dateert oorspronkelijk van 1974 (bron: BAG-viewer). De bestemming wijzigt van agrarisch met bouwblok (erf) naar agrarisch zonder bouwblok (landbouwgrond). - Op de onderzoekslocatie zijn 2 te slopen varkensstallen, een spoelplaats en een mestsilo aanwezig. - De vergunning voor het houden van varkens is, vanwege het sinds 2009 niet meer houden van varkens, in 2010 ingetrokken. Het houden van vleesstieren valt onder Besluit landbouw milieubeheer. - Het te onderzoeken terreindeel is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. Voor zover bekend heeft of vindt er geen opslag van bodembedreigende stoffen plaats en hebben er geen calamiteiten op de onderzoekslocatie plaatsgevonden.

Op circa 15 meter ten zuidwesten van de huidige onderzoekslocatie is in de werkplaats een bovengrondse dieseltank van 1200 liter (met opslag van enkele olievaatjes in een lekbak) aanwezig (geweest). De tank is van buiten (ter plekke van de uitbreiding van de werkplaats) naar binnen in de werkplaats verplaatst (andere kant van de muur). - Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Op de daken van de te slopen varkensschuren zijn asbestverdachte golfplaten aanwezig. Voor zover bekend bevinden zich verder geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 2 van 16

Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg. - Vanwege de ouderdom en het bedrijfsmatige gebruik als erf wordt de bovengrond van de onderzoekslocatie beschouwd als verdacht voor asbest. - Volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) vallen de bovengrond en de ondergrond in functieklasse AW2000. Volgens de Nota bodembeheer Regio Twente (Twens beleid veur oale groond) wordt geen correctie toegepast voor minerale olie tot maximaal 100 mg/kg d.s.. - Direct ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie heeft op het terrein eerder een bodemonderzoek plaatsgevonden. Deze wordt hieronder nader toegelicht. Waaijer veldwerktechnieken, verkennend bodemonderzoek Rheezerveenseweg 27 te Heemserveen, d.d. 1 februari 2005 met projectnummer B05002 De aanleiding van het onderzoek is de geplande nieuwbouw van een woning (momenteel huisnummer 27) direct ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie. Uit de analyseresultaten bleek het volgende: In de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan chroom en zink aangetoond. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Bron

Specificatie

Eigenaar

Huidige en historische informatie

Ja

Gemeente

Bodemonderzoek 2005 en milieudossier

Ja

Omgevingsrapportage

https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/

Ja

Archief Kruse Milieu BV

Bodemonderzoeken (omgeving)

Nee

Google Maps

https://www.google.nl/maps

Ja

Topotijdreis

https://www.topotijdreis.nl/

Ja

BAG-viewer

https://bagviewer.kadaster.nl/

Ja

Perceelloep

https://perceelloep.nl/

Ja

Ruimtelijke plannen

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/

Ja

Grondwatertools

https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/

Ja

DINOloket

https://www.dinoloket.nl/

Ja

AHN-viewer

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/

Ja

Bodemkwaliteitskaart

Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw bv, d.d. 28 mei 2020

Ja

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Relevante informatie

Pagina 3 van 16

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich circa 9 meter boven NAP; - de deklaag met een dikte van circa 3.0 meter bestaat uit een zandige eenheid van de Formatie van Boxtel met een doorlaatwaarde van circa 5 tot 25 m2/dag. Daaronder bevindt zich tot circa 100 m-mv een zandpakket formaties van Boxtel, Kreftenheye en Peize en Waalre met een doorlatend vermogen van circa 5 tot 1000 m2/dag; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.5 meter onder het maaiveld. Het grondwater stroomt vermoedelijk in noordwestelijke richting; - de locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied en er is geen waterwingebied op korte afstand gelegen; - op circa 3.5 kilometer ten oosten van de onderzoekslocatie stroomt de Vecht. De invloed van deze watergang op het freatische grondwater is bij ons bureau niet bekend.

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 4 van 16

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1 Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De onderzoeksstrategie en het boorplan zijn akkoord bevonden door de Omgevingsdienst IJsselland. De hypothese "onverdachte locatie" uit norm NEN5740 (niet-lijnvormige locatie, ONV-NL), en asbestverdacht uit norm NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) worden voor de onderzoekslocatie gebruikt. Beide strategieën worden gecombineerd. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses.

De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 Tevens dient te worden vermeld dat in geen inpandige boringen worden verrichten, aangezien de schuren voorzien zijn van betonvloeren met mestkelders. Inpandig zijn geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de inpandige bodemkwaliteit afwijkt van de uitpandige bodemkwaliteit. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden.

Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 5 van 16

- in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2

Veldwerkzaamheden

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor onverdachte locaties uit NEN5740 en NEN5707. Beide onderzoeksstrategieën worden met elkaar gecombineerd. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 2950 m² worden in totaal 13 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter, waarvan 3 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. Er wordt 1 diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters. De gaten worden gecodeerd als 1 tot en met 13. Drie inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters op de locatie wordt één diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis. 3.3

Chemische analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 6 grond(meng)monsters (waarvan 3 mengmonsters van de fijne fractie) samengesteld en er wordt 1 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd.

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 6 van 16

Tabel 2: Analysepakket per (meng)monster. Monster

Analysepakket

Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (3x)

Asbest en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 7 van 16

De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. 3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is bij een verkennend asbestonderzoek een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 8 van 16

4

Resultaten 4.1 Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5 en in paragraaf 4.6 worden de resultaten besproken. 4.2 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in april en mei 2022 uitgevoerd door de heren R. Veltmaat en N. Pepping (certificaatnummer K44441/09). De veldwerkers zijn conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend. Er is op 26 april 2022, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis, een boring verricht met behulp van een Edelmanboor (peilbuis 1). Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 1 is op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (1A). Op 10 mei 2022 zijn er in totaal 13 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop: inspectiegaten 1A en 2 tot en met 13). De inspectiegaten 1A, 2 en 3 zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot circa 2.0 m-mv of tot het grondwaterniveau. In boring 1 en inspectiegat 1A is puingranulaat van 0.25 tot 0.5 m-mv aangetroffen.

Het puingranulaat behoort niet tot de scope van het onderzoek. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van klinkers, beton en gras, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandig-heden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Door de veldwerkers zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat de bovengrond globaal uit matig fijn, zwak siltig zand met op het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie in de ondergrond een veenlaag van circa 0.5 - 0.8 m-mv. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (zie tabel 3). Door de veldwerkers zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen in het puingranulaat of in de bodem.

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 9 van 16

Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen en zintuiglijke waarnemingen. Monsterpunt

Diepte (m-mv) Waarneming

3

0 - 0.6

Sporen puin

4

0 - 0.4

Sporen puin

5

0 - 0.6

Sporen puin

6

0.2 – 0.5

Matig puinhoudend

7

0.3 – 0.7

Zwak puinhoudend

8

0.15 - 0.6

Matig puinhoudend

10

0 - 0.4

Sporen puin

11

0.2 - 0.6

Matig puinhoudend

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de monsterpunten zijn onderstaande (meng)monsters geanalyseerd, zoals in tabel 4 staat omschreven. Tabel 4: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

BG I (zwak/matig puin)

6 7 8 11

0.2 - 0.5 0.3 - 0.7 0.15 - 0.6 0.2 - 0.6

NEN5740-Standaardpakket

BG II (sporen puin)

3 en 5 4 en 10

0 - 0.5 0 - 0.4

NEN5740-Standaardpakket

OG (zintuiglijk schoon)

1A 1A 2 2 3 3

0.5 - 1.0 1.0 - 1.3 0.5 - 1.0 1.4 - 1.9 0.8 - 1.3 1.3 - 1.8

NEN5740-Standaardpakket

MM FF - 01 (puinhoudend)

3 en 5 4 en 10

0 - 0.5 0 - 0.4

Asbest

MM FF - 02 (puinhoudend)

6 7 8 11

0.2 - 0.5 0.3 - 0.7 0.15 - 0.6 0.2 - 0.6

Asbest

MM FF - 03 (visueel schoon)

2, 9 en 12 13

0 - 0.5 0 - 0.3

Asbest

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Analyse

Pagina 10 van 16

Boring 1 is doorgezet tot 2.60 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 10 mei 2022 is het grondwater van peilbuis PB 1 bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

PB 1

1.60 - 2.60

1.50

7.0

230

8.5

Goed

De waarden voor de pH, de EC en de troebelheid worden normaal geacht. 4.3 Resultaten chemische analyses vaste bodem In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit betekent dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG I en BG II) en in het grondwater (PB 1) zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. De ondergrond (OG) is niet verontreinigd. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg d.s. of μg/l).

1

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrond-1 of Streefwaarde

Interventiewaarde

Zink PAK

80 2.6

169.2 * 2.562 *

140 1.5

720 40

BG II

Zink

76

168.8 *

140

720

Peilbuis 1

Barium Zink

260 160

260 * 160 *

50 65

625 800

Monster

Component

BG I

AW2000

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 11 van 16

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4 Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond – BG I en BG II – Zink en PAK De bovengrond is zeer licht verontreinigd met zink en PAK. Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor de zeer licht verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (puin). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - PB 1 - Barium en zink De licht verhoogde gehalten aan barium en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem.

In een eerder uitgevoerd bodemonderzoek op het terrein is eveneens een licht verhoogd zinkgehalte aangetoond in het grondwater (Waaijer, februari 2005). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. 4.5

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV zijn de analyserapporten en de concentratieberekening van het asbestonderzoek opgenomen. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 02 is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is in tabel 7 weergegeven. Tabel 7: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Component

Gewogen asbestconcentratie

Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek

MM FF - 01

Asbest

n.a.

50

Inspectiegat 6

Asbest

0.5

50

Inspectiegat 7

Asbest

0.6

50

Inspectiegat 8

Asbest

0.5

50

Inspectiegat 11

Asbest

0.5

50

Asbest

n.a.

50

MM FF - 02

Inspectiegat

MM FF - 03

In de derde kolom van tabel 7 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 12 van 16

4.6

Bespreking resultaten asbestanalyses

Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is er het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 02 asbest aangetoond. Het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 02 bevat asbest maar het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In de mengmonsters MM FF - 01 en MM FF - 03 is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 13 van 16

5

Samenvatting, conclusie en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Erfontwikkeling Vechtdal is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel aan de Rheezerveenseweg 27 te Heemserveen. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande sloop van de agrarische bebouwing en het in gebruik nemen als landbouwgrond. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond wordt beschouwd als verdacht voor asbest. De onderzoekslocatie wordt beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk Er zijn in totaal 13 inspectiegaten gegraven en is er 1 grondboring verricht. Eén diepe boring is afgewerkt tot peilbuis (PB 1). Gebleken is dat de bovengrond globaal bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand met op het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie in de ondergrond een veenlaag van circa 0.5 - 0.8 m-mv. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (puin). Door de veldwerkers zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in het puingranulaat of in de bodem. Het freatische grondwater is aangetroffen op 1.50 meter min maaiveld.

Resultaten analyses - de bovengrond (BG I) is zeer licht verontreinigd met zink en PAK; - de bovengrond (BG II) is zeer licht verontreinigd met zink; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium en zink; - MM FF - 01 en MM FF - 03 bevat geen asbest; - MM FF - 02 bevat asbest, maar is het gewogen asbestgehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I en BG II) en in het grondwater (PB 1) zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. De ondergrond (OG) is niet verontreinigd. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (landbouwgrond). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.

Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 14 van 16

Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 15 van 16

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Hardenberg Waaijer veldwerktechnieken, verkennend bodemonderzoek Rheezerveenseweg 27 te Heemserveen, d.d. 1 februari 2005 met projectnummer B05002 NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN 5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NTA 5755, "Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010 NEN 5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaart, kaartblad 22 D. Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Bodematlas Overijssel www.ahn.nl

Kruse Milieu BV

Project: 22023416

Pagina 16 van 16

Bijlage I Topografische kaart Boorplan verkennend bodemonderzoek Waaijer veldwerktechnieken, februari 2005 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2022

Rheezerveenseweg 27 in Heemserveen

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 22023416 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 22 D

Erfontwikkeling Vechtdal Rheezerveenseweg 27 7796 HM Heemserveen Verkennend bodemonderzoek

weiland weiland weiland

5

6 9 beton

3

2

gras

weiland

4

7

8

10 spoelplaats

beton

11

beton

13

1 1A voormalige dieseltank tuin

12

gras weiland

weiland

27 tuin tuin

Rheezerveenseweg = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

25

0

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: RV/NP

Tekenaar: JL

Projectcode Schaal Datum

: 22023416 : 1:500 (A3-formaat) : Juni 2022

Bijlage II Boorstaten

1

1

klinker / cm t ov m aaiveld

0

3 0 -7

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal wit , edelm an, ophoogzand

50

-25

1

-60

-50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, sporen roest , edelm an

2

veen, zwak zandig, donker bruin, zwart

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, oranje, zwak oer

-80 100 -100

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

-130 -130

150

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, edelm an

160

0

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin

50

edelm an, puingranulaat

100

gras / cm t ov m aaiveld

0

150

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel

-150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, zuigerboor handm at ig

200

200 t ype dat um boorm eest er

250 260

-200

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 N ick Pe p p in g

-260 t ype dat um boorm eest er

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 6 -0 4 -2 0 2 2 Rie m e r V e lt m a a t

4

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

1A

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1

50

-40

50

veen, st erk zandig, donker bruin, zwart

0 -7

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal wit , schep, ophoogzand

t ype dat um boorm eest er

0

30x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 N ick Pe p p in g

-50

-25 2

30x30cm , ham erend boorsyst eem , puingranulaat geen asbest

3

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, sporen roest , edelm an

-50

100

5

gras / cm t ov m aaiveld

0 -100

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

150 t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 Rie m e r V e lt m a a t

1 -130 50

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, edelm an

-60

2

weiland / cm t ov m aaiveld 1

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 N ick Pe p p in g

-70

0

31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen veen

50

6

-50 2

veen, zwak zandig, donker bruin, zwart

-150 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, oranje, zwak oer, sporen veen

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1 2

100 50

3 -120 4 150 5

-140

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige

t ype dat um boorm eest er

-8

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, schep, ophoogzand

t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 Rie m e r V e lt m a a t

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, m at ig puin, schep, geen asbest gf5kg ff40kg -50

-200

veen, m ineraalarm , donker bruin, edelm an -70

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 N ick Pe p p in g

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

0

-20

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, oranje, zwak oer, st erk veen

200

0

31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin, sporen veen, sporen zand

Rh e e ze r ve e n se w e g 2 7 - H e e m se r ve e n 22023416 N EN 5 1 0 4

7

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1

50

2

12 0 -8

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal beige, grijs

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, oranje, zwak oer, m at ig veen

-30

t ype dat um boorm eest er

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, zwak puin, m at ig veen, geen asbest gf4kg ff57kg

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 N ick Pe p p in g

t ype dat um boorm eest er

0

30x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 N ick Pe p p in g

-60

-70

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, oranje, zwak oer -80

13 8

klinker / cm t ov m aaiveld

0

1

0

1 -8 2 50

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 Rie m e r V e lt m a a t

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, m at ig puin, schep, geen asbest gf8kg ff67kg -60

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an -70

9

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

t ype dat um boorm eest er

0

30x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs -50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, oranje, zwak oer

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 N ick Pe p p in g

-60

10

m oest uin / cm t ov m aaiveld

0 1 50

0

32x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, beige, sporen puin, schep, geen asbest geen gf -40

t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 Rie m e r V e lt m a a t

11

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an -60

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1 2 50

0 -8

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht wit , schep, ophoogzand -20

t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 Rie m e r V e lt m a a t

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, m at ig puin, schep, geen asbest gf7kg ff65kg

-60

zand, zeer grof, zwak silt ig, neut raal beige, oranje, st erk roest , edelm an -70

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Rh e e ze r ve e n se w e g 2 7 - H e e m se r ve e n 22023416 N EN 5 1 0 4

t ype dat um boorm eest er

0

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs -30

50

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, schep, ophoogzand -15

t ype dat um boorm eest er

weiland / cm t ov m aaiveld

0

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 5 -2 0 2 2 N ick Pe p p in g

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, oranje, zwak oer -50

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage III Resultaten chemische analyses

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12830650/3