Bijlagen behorende bij regels en toelichting bestemmingsplan 'Stegerensallee 2 Dedemsvaart'
Tekst van het document
Mede gelet op de ter plaatse in de ondergrond aanwezige veenlagen houdt dit vermoedelijk verband met bacteriële afbraak van de verontreiniging. Dit is echter niet eenduidig. Bij vergelijking van de betreffende resultaten van de grondanalyses van de in 2005 en 2020 uitgevoerde voorgaande onderzoeken (Van der Poel, respectievelijk Lievense WSP; zie paragraaf 2.4 en bijlage 2.1) blijkt daarnaast, dat de ter plaatse van het voormalige tankcluster e.o. in de ondergrond aangetoonde gehalten aan minerale olie tussen 2005 en 2020 qua orde van grootte relatief sterk zijn afgenomen. Deze afname bevestigt de veronderstelde bacteriële afbraak van de verontreiniging. Op basis van de huidige analyseresultaten is ter plaatse van het voormalige tankcluster (deellocatie E) geen sprake (meer) van (analytisch aantoonbare) verontreiniging met minerale olie in de grond.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 24 van 39
Tabel 4.4.3 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing deellocaties F en H
Grondmonster
Diepte (mmv)
Motivatie
Analyseresultaat inclusief toetsing (mg/kg d.s.)
Toetsuitslag T1 en bepalende parameter
Geen <Aw
-
Minerale olie; 540
Industrie (Minerale olie)
Deellocatie F; Overige delen bedrijfsterrein Mp. 225, 226, 227
0,00-0,70
Mp. 245
1,40-1,90
Mp. 246, 257
0,15-0,25
Bovengrond t.p.v. olievlek Ondergrond t.p.v. overkapping, zwakke olie/waterreactie Bovengrond
Mp. 209
1,00 – 1,50
Ondergrond
Kwik; 0,20, lood; 63
Mp. 209 t/m 214
0,00-0,50
Bovengrond
Kwik; 0,13, lood; 52
Minerale olie; 140, Koper; 41, Industrie kwik; 0,18, lood; 63, zink; 110 (Minerale olie, Zware metalen) Mp. 247, 248, 254, 256 0,00-0,60 Bovengrond Minerale olie; 540, kwik; Industrie 0,13, lood; 64, PAK; 27 (Minerale olie) Mp. 251, 252, 250, 258 0,00-0,60 Bovengrond Minerale olie; 46 Industrie (Minerale olie) Deellocatie H; Voormalige bedrijfswoning met omliggende tuin Wonen (Kwik, Lood) Wonen (Kwik, Lood)
Uit tabel 4.4.3 blijkt het volgende. F; Overige delen bedrijfsterrein In het geanalyseerde mengmonster van de bovengrond van de meetpunten 225 t/m 227 zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters van het standaardpakket bodem gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het geanalyseerde ondergrondmonster van meetpunt 245, met een zintuiglijk lichte oliewaterreactie overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. In het geanalyseerde bovengrondmengmonster van de meetpunten 246 en 257 overschrijden de gehalten aan minerale olie, kwik, lood, zink en PAK de achtergrondwaarden. Het gemeten gehalte aan lood ligt boven de risicowaarde voor lood in bodem voor grote moestuinen (zie bijlage 5: Lood in bodem en gezondheid; GGD-GHOR, d.d. 29-01-2016). In het geanalyseerde bovengrondmengmonster van de meetpunten 247, 248, 254 en 256 overschrijden de gehalten aan minerale olie, koper, kwik en lood de achtergrondwaarden. In het geanalyseerde bovengrondmengmonster van de meetpunten 251, 252, 250 en 258 overschrijdt het gehalte aan minerale olie in geringe mate de achtergrondwaarde. Het betreffende deel van de bovengrond en ondergrond is bij toetsing aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit (indicatief) aan te merken als klasse industrie.
H; Voormalige bedrijfswoning met omliggende tuin In het geanalyseerde bovengrondmengmonster van de meetpunten 209 t/m 214 overschrijden de gehalten kwik en lood in geringe mate de achtergrondwaarden. Het gemeten gehalte aan lood ligt boven de risicowaarde voor lood in bodem voor grote moestuinen (zie bijlage 5: Lood in bodem en gezondheid. GGD-GHOR, d.d. 29-01-2016). In het geanalyseerde ondergrondmonster van meetpunt 209 overschrijden de gehalten kwik en lood in geringe mate de achtergrondwaarden. De betreffende delen van de boven- en ondergrond zijn bij toetsing aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit (indicatief) aan te merken als klasse wonen. Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 25 van 39
4.5
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In de tabellen 4.5.1 t/m 4.5.3 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.3.1 weergegeven. Tabel 4.5.1 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing Deellocaties A, B, C en D
Filterstelling Motivatie gehalten in µg/l en toetsing (m-mv) Deellocatie A; Werkplaats met (vm.) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen Pb. 228 2,20-3,20 Grondwater Geen >S Deellocatie B; Voormalige wasplaats/vatenopslag Pb. 232 2,50-3,50 Grondwater Geen >S Deellocatie C; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank Pb. 234 2,50-3,50 Grondwater Minerale olie >d Naftaleen; 1,3 BTEX >d Deellocatie D; Huidige wasplaats met olie/waterafscheider en tankplaats Pb.20 1,20-2,20 Grondwater wasplaats Xyleen; 0,31, Minerale olie >d Naftaleen; 0,27 BTE >d Pb.221 2,30-3,30 Grondwater OBAS Geen >S Grondwatermonster
Uit tabel 4.5.1 blijkt het volgende. Deellocatie A: Werkplaats met (vm.) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen In het geanalyseerde grondwatermonster uit peilbuis 228, ter plaatse van de voormalige bovengrondse olieopslag (huidige paardenboxen), zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters van het standaardpakket grondwater gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. Op basis van dit resultaat heeft de ter plaatse van meetpunt 228 in de grond aangetoonde sterke verontreiniging met minerale olie (tabel 4.4.1) zich niet aantoonbaar naar het grondwater verspreid. B; Voormalige wasplaats/vatenopslag In het geanalyseerde grondwatermonster uit peilbuis 232 zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters van het standaardpakket grondwater gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. C; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank In het geanalyseerde grondwatermonster uit peilbuis 234 overschrijdt het gehalte aan naftaleen de streefwaarde. Minerale olie en de overige vluchtige aromaten (BTEX) zijn niet verhoogd gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. D; Huidige wasplaats met olie/water-afscheider en tankplaats In het geanalyseerde grondwatermonster uit peilbuis 20, bij de huidige wasplaats, overschrijden de gehalten aan xylenen en naftaleen de streefwaarden.
Minerale olie en de overige vluchtige aromaten (BTE) zijn niet verhoogd gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. In het geanalyseerde grondwatermonster uit peilbuis 221, bij de olie/waterafscheider en de tankplaats, zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters van het standaardpakket grondwater gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 26 van 39
Tabel 4.5.2 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing Deellocatie E
Filterstelling Motivatie (m-mv) Deellocatie E; Voormalig tankcluster e.o. Pb. 8 1,70-2,70 Actualisatie grondwaterverontreiniging Pb. 25 1,15-2,15 Pb. 26 1,30-2,30 Pb. 100 4,00-5,00 Pb. 109 1,35-2,35 Pb. 217 (indicatief) 1,00-3,00 Grondwatermonster
Pb. 218
2,50-3,50
Analyseresultaat inclusief toetsing Xyleen; 180, naftaleen; 130
Minerale olie; 560, benzeen; 4,1
Minerale olie >d, BTEXN >d Minerale olie >d, BTEXN >d Minerale olie >d, BTEXN >d Minerale olie >d, BTEXN >d Minerale olie; 280.000, benzeen , naftaleen; 710, xyleen; 110, ethylbenzeen; 200, Benzeen; 100 Minerale olie; 1300, Xyleen; 85, Ethylbenzeen; 39, naftaleen; 220 Benzeen; 100
Uit tabel 4.5.2 blijkt het volgende. E; Voormalig tankcluster e.o. In het geanalyseerde grondwatermonster uit peilbuis 8, direct ten zuiden van de huidige wasplaats, aan de noordzijde van de bij voorgaand onderzoek geconstateerde verontreiniging, overschrijden de gehalten aan xyleen en naftaleen de interventiewaarden en overschrijden de gehalten aan minerale olie en benzeen de streefwaarden. In het geanalyseerde grondwatermonster uit peilbuis 217, nabij de voormalige ondergrondse tanks, in de kernzone van de bij voorgaand onderzoek geconstateerde verontreiniging, overschrijden de gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten de interventiewaarden. Gezien het feit dat het een peilbuis met een snijdend filter betreft dient dit resultaat als indicatief te worden beschouwd. Hierbij wordt opgemerkt, dat het resultaat qua orde van grootte globaal overeen komt met de ter plaatse aangetroffen drijflaag van olieproducten op de grondwaterspiegel, met een dikte van circa 5 cm (zie ook de foto’s in bijlage 1.3). In het geanalyseerde grondwatermonster uit peilbuis 218, in de kernzone van de bij voorgaand onderzoek geconstateerde verontreiniging, direct ten zuiden van de voormalige ondergrondse tanks, overschrijden de gehalten aan minerale olie, xyleen en naftaleen de interventiewaarde, en overschrijdt het gehalte aan benzeen de streefwaarde.
In het grondwater uit de omliggende freatische peilbuizen nrs. 25, 26, 109 en 215, alsmede de diepe(re) peilbuis nr. 100 zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit peilbuis 215 overschrijdt het gehalte aan zink de streefwaarde. Hierbij valt op, dat in het grondwater uit peilbuis nr. 109 (I-waarde overschrijding in 2005) zowel bij het voorgaande onderzoek in 2020 als bij het huidige onderzoek geen verhoogde gehalten (meer) zijn aangetoond. Dit komt overeen met de, op basis van de geconstateerde sterke afname van de gehalten van de grondverontreiniging veronderstelde, afname van de verontreiniging als gevolg van (vermoedelijk) bacteriële afbraak in de bodem. Op basis van het huidige totaal aan gegevens is ter plaatse van het voormalige tankcluster over een oppervlakte van circa 700 m2 sprake van grondwaterverontreiniging met olieproducten, waarvan circa 275 m2 sterk verontreinigd is.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 27 van 39
De ligging van de onderzijde van de lichte en de sterke grondwaterverontreiniging wordt ingeschat op circa 5,5, respectievelijk circa 4,5 m-mv. Uitgaande van een gemiddelde grondwaterstand ter plaatse van circa 1,5 m-mv betreft het een met olieproducten verontreinigd bodemvolume grondwater van naar schatting circa 2.800 m3, waarvan circa 800 m3 sterk verontreinigd is. Tabel 4.5.3 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing Deellocaties F en H
Filterstelling Motivatie (m-mv) Deellocatie F; Overige delen bedrijfsterrein Grondwatermonster
Pb. 227
2,50-3,50
Analyseresultaat inclusief toetsing
Grondwater t.p.v. olievlekken op betonvloer zuidelijke loods Pb. 243 2,50-3,50 Grondwater Pb. 245 2,20-3,50 Grondwater Deellocatie H; bedrijfswoning met omliggende tuin Pb. 215 2,20-3,20 Grondwater
Minerale olie >d, BTEXN >d Geen >Aw Minerale olie >d, BTEXN >d zink; 100
Uit tabel 4.5.3 blijkt het volgende. F; Overige delen bedrijfsterrein In het geanalyseerde grondwatermonster uit peilbuis 227, ter plaatse van de olievlek op de vloer in de zuidelijke loods zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit de peilbuizen 243 en 245 zijn geen verhoogde gehalten aan de geanalyseerde parameters van het standaardpakket respectievelijk minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. H; bedrijfswoning met omliggende tuin In het geanalyseerde grondwatermonster uit peilbuis 215 overschrijdt het gehalte aan zink de streefwaarde.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 28 van 39
5. VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het asbestonderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
5.1
Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem)
5.2
Visuele inspectie maaiveld
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 2 juni 2023.
Het maaiveld ter plaatse van het onderzochte deel van het terrein is geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. Deze inspectie heeft plaats gevonden door het maaiveld in te delen in inspectiestroken van 1,5 meter en deze vervolgens strook voor strook (haaks op elkaar) te inspecteren. Vervolgens zijn de locaties waar asbestverdacht materiaal is waargenomen geregistreerd op een veldwerkkaart en bemonsterd.
5.3
Resultaten veldwerkzaamheden
De waarnemingen die zijn gedaan tijdens de maaiveldinspectie zijn weergegeven tabel 5.1. Tabel 5.1 Visuele inspectie maaiveld
Omschrijving Inspecteur Weersomstandigheden Conditie maaiveld Inspectie efficiëntie Asbestverdacht materiaal waargenomen
Motivering Dhr. I. Venhuizen (MKD Venhuizen) < 10 mm regen, zicht > 50 meter, Circa 75% gras, circa 25% begroeid met vegetatie (struiken) t.p.v. druppelzones 80 % Ja ter plaatse van de inpandige puinverharding en de druppelzone aan de oostkant van de schuur aan de zuidkant van de locatie
Uit tabel 5.1 blijkt dat ter plaatse op twee plekken asbestverdacht materiaal op het maaiveld is aangetroffen. Het betrof stukken golfplaat, die gelet op de situatie ter plaatse vermoedelijk afkomstig waren van het nabijgelegen asbest-golfplatendak van de betreffende loods. De resultaten van de uitgevoerde inspectie wijken niet af van de onderzoekshypothese. De hypothese is dan ook niet aangepast.
5.4
Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag
De bemonstering ter plaatse van de twee druppelzones is uitgevoerd conform paragraaf 7.4 “Milieuhygiënisch saneringscriterium” uit de NEN 5707:2015. Per verdachte toplaag zijn 20 grepen van ten minste 0,5 kg. bemonsterd tot ca. 0,1 m-mv. Per toplaag is één mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg ds. Gelet op het feit dat de lagen verdacht zijn voor vezels is het materiaal voorafgaand aan monstername niet gezeefd c.q. uitgeharkt. In aanvulling hierop zijn in overleg met de opdrachtgever, twee (indicatieve) monsters genomen van de ter plaatse aanwezige halfverharding, in de schuur en uitpandig, ter plaatse van het zuidelijk deel van het terrein, e.e.a. ter verificatie van de (mogelijke) asbestverdachtheid van de half-verhardingslaag op het zuidelijk deel van het terrein.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 29 van 39
De monstervoorbehandeling en monstername heeft plaatsgevonden volgens Hoofdstuk 9 “Monstervoorbehandeling op locatie”, uit de NEN 5707:2015. De gehele inhoud van de inspectieputjes is gezeefd over een maaswijdte van 20 mm, per uitgegraven laag van maximaal 10 cm. Het grove materiaal is vervolgens geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal en andersoortige bodemvreemde materialen. De asbestverdachte materialen in de grove fractie zijn, indien aanwezig, per inspectieputje bemonsterd middels handpicking en gewogen met behulp van een digitale weegschaal. De inspectieputjes en de waarnemingen die zijn gedaan tijdens de monstervoorbehandeling zijn in tabel 5.2 beschreven: Tabel 5.2 Puinmonsters en waarnemingen
Inspectieput
Diepte
IP1 IP2
0,1 (m-mv) 0,1 (m-mv)
Hoeveelheid stukjes en gewicht n.w. n.w.
Soort NVT Golfplaat
Overige bijmengingen (massa %) Geen Geen
Tabel 5.3 Druppelzones en waarnemingen
Druppelzone 1 (zuidoostzijde )
Afmeting (l x b) in m 15 x 0,5 m
Diepte (m-mv) 0,1
Hoeveelheid stukjes en gewicht n.w.
Soort
Overige bijmengingen (massa %) Golfplaat Geen
2 (noordoostzijde)
20 x 0,5 m
0,1
n.w.
NVT
Geen
n.w. = geen asbestverdacht materiaal waargenomen tijdens veldwerkzaamheden
Uit tabel 5.2 en 5.3 blijkt dat er tijdens het veldonderzoek geen asbest is waargenomen in de inspectieputten en de bemonsterde delen van de toplaag van de druppelzones.
5.5
Afwijkingen onderzoeksopzet
Tijdens de werkzaamheden hebben er geen afwijkingen plaatsgevonden met betrekking tot de gehanteerde onderzoeksopzet en protocol. Het indicatieve onderzoek m.b.t. het puin valt niet onder de werkingssfeer van het geldende protocol 2018.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 30 van 39
6. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (ASBESTONDERZOEK) De monsters zijn ter analyse aangeboden aan het laboratorium voor vezelonderzoek ACMAA Laboratoria BV te Deurningen.
6.1
Analysemonsters
In tabel 6.1 zijn de geanalyseerde grond- en puinmonsters weergegeven. Opgemerkt wordt dat het gaat om een indicatief asbest onderzoek voor puinmonster 1 en 2. Om de aanwezigheid van asbest vast te stellen in het aanwezig puin in de schuur en op het buitenterrein op het zuidelijk deel van de onderzoek locatie. De onverharde druppelzones zijn de stukken onverharde grond naast het schuur dak op het zuidelijk deel van het terrein en de schuur op het noordelijk deel van het terrein (zie bijlage 1.2). Het gaat om een asbest onderzoek om vast te stellen of ter plaatse van de druppelzones asbest in de bodem aanwezig is. Tabel 6.1 Analysemonsters asbest
Terreindeel G; Onverharde druppelzones daken noord- en zuidoostzijde,
Monster Puinmonster IP1 Puinmonster IP2 Druppelzone 1 (zuidoostzijde) Druppelzone 2 (noordoostzijde)
Diepte (m-mv) 0,0-0,1 0,0-0,1
Fractie
Hoeveelheid* Analyse
< 20 mm < 20 mm
31,8 kg 28,6 kg
NEN5898 puin NEN5898 puin
0,0-0,1
< 20 mm
13,0 kg
NEN5898 grond
0,0-0,1
< 20 mm
12,9 kg
NEN5898 grond
*droog gewicht
6.2
Analysemethoden en monsterbehandeling
6.2.1 Analyse asbest in bodem (volgens NEN 5898) De in het veld samengestelde grondmonsters zijn in emmers verpakt en aan het laboratorium aangeboden. De monsters zijn minimaal 24 uur in een stoof van 105°C gedroogd. Na het drogen is het percentage droge stof berekend en zijn de monsters gezeefd. Het zeven is gebeurd in een speciale zeefkast met afzuiging om geen asbestvezels in de ruimte te krijgen. In de zeefkast staan zeven met de volgende maaswijdtes onder elkaar opgesteld; bovenaan 20 mm, gevolgd door 8 mm, 4 mm, 2 mm, 1 mm, 0,5 mm. Geheel onderop is een opvangbak geplaatst voor het fijne materiaal (<0,5 mm). Na het zeven zijn de zeeffracties (al het materiaal dat op de zeef blijft liggen) > 20 mm, > 8 mm en > 4 mm volledig visueel afgezocht. Asbestverdachte materialen zijn (indien aanwezig) eruit gehaald en ter analyse aangeboden voor microscopie. Van de zeeffractie > 2 mm, > 1 mm en > 0,5 mm zijn verschillende hoeveelheden voor stereomicroscopie aangeboden. Van de zeeffractie > 2 mm wordt 50 % m.b.v. de stereomicroscoop afgezocht, van de zeeffractie > 1 mm 20 % en van de zeeffractie > 0,5 mm wordt 5 % afgezocht. De aangetroffen asbestverdachte materialen uit de verschillende zeeffracties zijn met polarisatiemicroscopie op asbestkenmerken onderzocht.
Als een materiaal asbesthoudend is, is het materiaal gewogen, en het gewichtspercentage van de betreffende asbestsoort op het totale gewicht van het materiaal geschat en wordt de hechtgebondenheid van de asbestvezels bepaald.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 31 van 39
6.3
Toetsingskader asbest
De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen), e.e.a. beschreven in de Circulaire Bodemsanering 2013.
6.4
Analysemonsters en concentraties
De door het laboratorium gemeten concentraties zijn weergegeven in tabel 6.2. Er moet worden opgemerkt dat de gemeten concentratie serpentijnasbest vermeerderd is met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Tabel 6.2 Analyses en resultaten
Monster
Monstersoort
Analyse
Resultaat grond gewogen in mg/kg d.s.
Resultaat mvm gewogen in mg/kg d.s.
Puinmonster IP1
Puin <20 mm
NEN5898 puin
n.a.
-
n.a.
-
n.a.
-
n.a.
-
Puinmonster IP2
Puin <20 mm
Druppelzone 1 Grond <20 mm (zuidoostzijde) Druppelzone 2 Grond <20 mm (noordoostzijde) n.a = niet aangetoond n.w = niet waargenomen
NEN5898 puin NEN5898 grond NEN5898 grond
Uit tabel 6.2 blijkt het volgende. In de geanalyseerde puinmonsters uit de inspectieputten IP1 en IP2 is (indicatief) geen asbest aangetoond. In de geanalyseerde mengmonsters van de toplaag ter plaatse van de druppelzones 1 en 2, respectievelijk aan de zuidoost- en noordoostzijden van de locatie is geen asbest aangetoond. Op grond van de huidige resultaten is met betrekking tot de onderzochte terreindelen formeel geen nader asbestonderzoek aan de orde.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 32 van 39
7. BEOORDELING CHEMISCHE VERONTREINIGINGEN 7.1
Ontstaan van de verontreinigingen
Op basis van het huidige totaal aan gegevens is de sterke grondwaterverontreiniging van minerale olie ter plaatse van het voormalige tankcluster (deellocatie E) waarschijnlijk ontstaan als gevolg van lekkage van de voormalige ondergrondse brandstoftanks, tussen circa 1972 en 1992. Op basis van de historische informatie is de verontreiniging waarschijnlijk grotendeels voor 1987 ontstaan, en is het zorgplichtbeginsel niet van toepassing. De saneringsdoelstelling dient te worden vastgesteld middels het volumecriterium.
7.2
Beoordeling geval van verontreiniging
Verschillende verontreinigde grondgebieden worden tezamen tot één geval van verontreiniging gerekend, indien de grondgebieden waarop de verontreinigingen zich voordoen een technische, organisatorische en ruimtelijke samenhang hebben. Aangezien er sprake is van één verontreiniging, is er tevens sprake van één verontreinigingsgeval.
7.3
Omvangsbepaling en gevalsdefinitie
Op basis van het huidige totaal aan resultaten is de verontreiniging ter plaatse van het onderzochte terreindeel voldoende in beeld gebracht voor het bepalen van de omvang ervan. Hierbij moet worden opgemerkt dat de, bij voorgaand onderzoek ter plaatse van het voormalige tankcluster in de grond aangetoonde sterke verontreiniging met olieproducten bij het onderhavige onderzoek slechts zintuiglijk is waargenomen, maar niet (meer) analytisch is bevestigd. Op basis van het huidige totaal aan gegevens kan echter niet worden uitgesloten, dat ter plaatse sprake is van bodemverontreiniging met vluchtige minerale olie en/of –aromaten. Ter plaatse van het betreffende deel van het terrein (E) is in het grondwater is ter plaatse over een oppervlakte van circa 700 m2 sprake van verontreiniging met minerale olie en aromaten. Hiervan is een oppervlakte van circa 275 m2 sterk verontreinigd. Op basis van analytische gegevens en zintuigelijke waarnemingen schatten wij in dat de sterke grondwaterverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten een laagdikte van circa 3,0 meter kent, bij een laagdikte van de lichte grondwaterverontreiniging van circa 4,0 meter. Het betreft derhalve een sterk verontreinigd bodemvolume grondwater van circa 2.800 m3, waarvan circa 800 m3 sterk verontreinigd is.
De grondwaterverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten is in bijlage 1.2 grafisch weergegeven met behulp van verontreinigingscontouren. De ter plaatse aanwezige verontreinigingssituatie is in de navolgende tabel samengevat.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 33 van 39
Tabel 5.1 Omvang verontreinigingen voormalig tankcluster (deellocatie E)
Aspect/ terreindeel
Oppervlakte > Achtergrond- of Streefwaarde
Oppervlakte > Interventiewaarde
Volume > Achtergrond- of Streefwaarde
Waarvan volume > Interventiewaarde
Grondverontreiniging (analytisch)
- m2
- m2
- m3
- m3
Grondwaterverontreiniging
800 m2
200 m2
2.400 m3
600 m3
Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming als er meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 bodemvolume grondwater verontreinigd is met een gemiddelde concentratie boven de interventiewaarde (overschrijding van het volumecriterium). Het vastgestelde volume van de aangetoonde grondwaterverontreiniging overschrijdt het bovengenoemde criterium. De ter plaatse aangetoonde grondwaterverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten betreft derhalve een ernstig geval van bodemverontreiniging, waarvoor een wettelijke noodzaak tot sanering bestaat.
7.4
Risicobeoordeling verontreinigingen (ernst en spoed)
Indien is vastgesteld, dat op de onderzochte locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, is het uitvoeren van een modelmatige risicobeoordeling aan de orde. De risicobeoordeling heeft tot doel, om te bepalen of er als gevolg van het vastgestelde geval van ernstige bodemverontreiniging onaanvaardbare humane, ecologische en/of verspreidingsrisico’s aan de orde zijn. Indien op basis van de risicobeoordeling een onaanvaardbaar risico wordt vastgesteld, wordt het saneringscriterium overschreden en wordt de verontreiniging aangemerkt als spoedeisend. De risicobeoordeling is uitgevoerd met behulp van het computerprogramma Web-based Sanscrit (Sanscrit.nl). Bij de risicobeoordeling is de locatie als volgt beschouwd: Huidig terreingebruik; ander groen, bebouwing, infrastructuur, industrie (bedrijfsterrein); Toekomstig terreingebruik; wonen met tuin. Wij merken op dat met het oog op de voorgenomen transactie en bestemmingswijziging de situatie tevens (worst case) is beoordeeld voor het toekomstige terreingebruik (wonen met tuin). De beoordelingen zijn gebaseerd op de analyseresultaten voor minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater uit de peilbuizen nrs. 8 en 218.
Uit de risicobeoordelingen blijkt het volgende: Als gevolg van de grondwaterverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten ter plaatse van het voormalige tankcluster wordt op basis van de uitgevoerde beoordelingen, voor het (worstcase) toekomstige gebruik wonen met tuin een onaanvaardbaar humaan risico berekend, e.e.a. als gevolg van overschrijding van het MTR (maximaal toelaatbaar risico) en combinatie-toxiciteit. Als gevolg van deze grondwaterverontreiniging worden op basis van de uitgevoerde beoordelingen, voor het huidige gebruik (infrastructuur) geen onaanvaardbare humane en/of ecologische risico’s berekend.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 34 van 39
Echter, op grond van de ter plaatse van peilbuis nr. 217 waargenomen drijflaag van olieproducten op de grondwaterspiegel is ter plaatse sprake van een potentieel onaanvaardbaar verspreidingsrisico, op basis waarvan de het ter plaatse aangetoonde ernstige verontreinigingsgeval met minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater aan te merken is als spoedeisend. Hierbij merken wij op, dat de t.a.v. de bodemverontreiniging met olieproducten ter plaatse van het voormalige tankcluster in 2008 een beschikking is afgegeven, op basis waarvan de verontreiniging is aangemerkt als ernstig, niet urgent (zie ook bijlage 2.1). De uitvoer van Sanscrit is opgenomen in bijlage 6.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 35 van 39
8. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk worden de onderzoeksresultaten samengevat en voorts de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien weergegeven.
8.1
Samenvatting
In opdracht van Burgers-Inn b.v. is door Van der Poel BV een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse de locatie Stegerensallee 2 te Dedemsvaart. Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen transactie (aankoop) van de locatie. Doel van het verkennend chemisch bodemonderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie wonen. Het actualiserend bodemonderzoek heeft daarnaast tot doel, om de actuele omvang van de bodemverontreiniging ter plaatse van de voormalige ondergrondse brandstoftanks te bepalen. Doel van het asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is. Vooronderzoek De onderzoek locatie bestaat uit het terrein van een loonbedrijf, met twee schuren met asbestverdachte golfplatendaken, een overkapping voor stalling van machines en een bedrijfswoning met omliggende tuin. Inpandig zijn betonvloeren aanwezig en het buitenterrein is grotendeels verhard met klinkers, beton en (niet asbestverdacht) puin.
Ter plaatse is sprake van bovengrondse opslag van olie, bestrijdingsmiddelen en diesel, alsmede een wasplaats met olie/waterafscheider. Daarnaast is ter plaatse sprake van een voormalige bovengrondse olieopslag, een voormalige wasplaats en een voormalig tankcluster, ter plaatse waarvan bij voorgaand onderzoek een ernstig geval van bodemverontreiniging is geconstateerd. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie tot circa 3,50 m-mv opgebouwd is uit matig fijn zand, met rond 2,0 m-mv een veenlaag. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,50 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn verspreid over het terrein diverse bijmengingen met puin in de bodem waargenomen, alsmede plaatselijk puinlagen op de bodem. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Aan de zuidoostzijde van de locatie zijn delen golfplaat op het maaiveld waargenomen, die vermoedelijk afkomstig zijn van het (verweerde) asbestgolfplatendak van de nabijgelegen loods. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Deellocatie A: Werkplaats met (vm.) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen In de ondergrond van meetpunt 228 overschrijdt het gehalte aan minerale olie ruim de interventiewaarde.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 36 van 39
In de ondergrond van meetpunt 229 is geen gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In de bovengrond van de meetpunten 234, 236, 237, 238 overschrijdt het gehalte aan PCB de achtergrondwaarde. In de bovengrond van meetpunt 239 is geen verhoogd gehalte aan is geen gehalte organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In het grondwater uit peilbuis 228 zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters van het standaardpakket grondwater gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. B; Voormalige wasplaats/vatenopslag In de bovengrond van meetpunt 231 overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. In de ondergrond van meetpunt 232 is geen verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In het grondwater uit peilbuis 232 zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters van het standaardpakket grondwater gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. C; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank In de ondergrond van de meetpunten 233 en 234 is geen gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In het grondwatermonster uit peilbuis 234 overschrijdt het gehalte aan naftaleen de streefwaarde.
D; Huidige wasplaats met olie/water-afscheider en tankplaats In de bovengrond van meetpunt 222 is geen gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In de bovengrond van de meetpunten 221 en 224 zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters van het standaardpakket bodem gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit peilbuis 20 overschrijden de gehalten aan xylenen en naftaleen de streefwaarden. In het grondwater uit peilbuis 221 zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters van het standaardpakket grondwater gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. E; Voormalig tankcluster e.o. In de ondergrond van de meetpunten 207, 217 en 218, ter plaatse van de bij eerder onderzoek geconstateerde verontreinigingskern in de ondergrond zijn geen gehalten aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In de ondergrond van de omliggende meetpunten 201 en 202, 203 t/m 205 en 206, 208, 219 en 220 zijn geen gehalten aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In het grondwater uit de peilbuizen 8, 217 en 218 (indicatief), ter plaatse van de kernzone van de bij voorgaand onderzoek geconstateerde verontreiniging overschrijden de gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten de interventiewaarden.
In het grondwater uit de omliggende freatische peilbuizen nrs. 25, 26, 109 en 215, alsmede de diepe(re) peilbuis nr. 100 zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 37 van 39
F; Overige delen bedrijfsterrein In de bovengrond van de meetpunten 225 t/m 227 zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters van het standaardpakket bodem gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. In de ondergrond van meetpunt 245 overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. In de bovengrond van de meetpunten 246 en 257 overschrijden de gehalten aan minerale olie, kwik, lood, zink en PAK de achtergrondwaarden. In de bovengrond van de meetpunten 247, 248, 254 en 256 overschrijden de gehalten aan minerale olie, koper, kwik en lood de achtergrondwaarden. In de bovengrond van de meetpunten 251, 252, 250 en 258 overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. In het geanalyseerde grondwatermonster uit peilbuis 227 zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. In het grondwater uit de peilbuizen 243 en 245 zijn geen verhoogde gehalten aan de geanalyseerde parameters van het standaardpakket respectievelijk minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. H; Voormalige bedrijfswoning met omliggende tuin In de bovengrond van de meetpunten 209 t/m 214 overschrijden de gehalten kwik en lood de achtergrondwaarden.
In de ondergrond van meetpunt 209 overschrijden de gehalten kwik en lood de achtergrondwaarden. In het grondwater uit peilbuis 215 overschrijdt het gehalte aan zink de streefwaarde. Asbest: In de geanalyseerde puinmonsters uit de inspectieputten IP1 en IP2 is (indicatief) geen asbest aangetoond. In de geanalyseerde mengmonsters van de toplaag ter plaatse van de druppelzones 1 en 2, respectievelijk aan de zuidoost- en noordoostzijden van de locatie is geen asbest aangetoond.
8.2
Conclusies en aanbevelingen
Verkennend chemisch bodemonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een verdachte (deel)locaties, is hiermee met betrekking tot de onderzochte deellocaties A, (Werkplaats met (vm.) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen) B (Voormalige wasplaats/vatenopslag) C (Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank), D (Huidige wasplaats met olie/water-afscheider en tankplaats) en F (Overige delen bedrijfsterrein) bevestigd. De onderzoekshypothese met betrekking tot de bedrijfswoning met omliggende tuin (deellocatie H), zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve verworpen. Ter plaatse van de voormalige olieopslag aan de oostzijde van de werkplaats (deellocatie A) overschrijdt het gehalte aan minerale olie in de ondergrond de interventiewaarde. Dit gehalte geeft aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 38 van 39
Met uitzondering van het sterk verhoogde oliegehalte ter plaatse van de voormalige olieopslag aan de westzijde van deellocatie A concluderen wij dat, gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de huidige bedrijfsbestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De betreffende resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de huidige bedrijfsbestemming van het terrein. Geadviseerd wordt om ter plaatse van deellocatie A een nader bodemonderzoek uit te voeren teneinde de omvang, ernst en spoed van de sterke grondverontreiniging met minerale olie te bepalen. Actualiserend nader onderzoek deellocatie E; Voormalig tankcluster e.o. Ter plaatse van het voormalige tankcluster is bij voorgaand onderzoek een sterke verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in de grond en in het grondwater aangetoond. Bij het huidige onderzoek zijn ter plaatse van de betreffende kernzone diverse sterke olie/waterreacties in de bodem waargenomen, die echter analytisch niet zijn bevestigd. Ter plaatse zijn bij het huidige onderzoek geen verhoogde gehalten aan minerale olie in de grond aangetoond.
Mede gelet op de ter plaatse in de ondergrond aanwezige veenlagen houdt dit vermoedelijk verband met bacteriële afbraak van de verontreiniging. Dit wordt tevens bevestigd door de relatief sterke afname in hoogte, van de gemeten oliegehalten in de bodem ter plaatse van het voormalige tankcluster tussen 2005 en 2020. Op basis van de huidige analyseresultaten is ter plaatse van het voormalige tankcluster geen sprake (meer) van (analytisch aantoonbare) verontreiniging met minerale olie (fractie C10-C40) in de grond. Op basis van het huidige totaal aan gegevens kan echter niet worden uitgesloten, dat ter plaatse sprake is van bodemverontreiniging met vluchtige minerale olie en/of –aromaten. Op basis van het huidige totaal aan gegevens is ter plaatse van het voormalige tankcluster over een oppervlakte van circa 700 m2 sprake van grondwaterverontreiniging met olieproducten, waarvan circa 275 m2 sterk verontreinigd is. Het betreft het een met olieproducten verontreinigd bodemvolume grondwater van naar schatting circa 2.800 m3, waarvan circa 800 m3 sterk verontreinigd is. Als gevolg van de grondwaterverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten ter plaatse van het voormalige tankcluster wordt voor het (worst-case) toekomstige gebruik wonen met tuin een onaanvaardbaar humaan risico berekend, e.e.a.
als gevolg van overschrijding van het MTR (maximaal toelaatbaar risico) en combinatie-toxiciteit. Als gevolg van deze grondwaterverontreiniging worden voor het huidige gebruik (infrastructuur) geen onaanvaardbare humane en/of ecologische risico’s berekend. Echter, op grond van de ter plaatse van peilbuis nr. 217 waargenomen drijflaag van olieproducten op de grondwaterspiegel is ter plaatse sprake van een potentieel onaanvaardbaar verspreidingsrisico, op basis waarvan de het ter plaatse aangetoonde ernstige verontreinigingsgeval met minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater aan te merken is als spoedeisend.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 39 van 39
Hierbij merken wij op, dat de t.a.v. de bodemverontreiniging met olieproducten ter plaatse van het voormalige tankcluster in 2008 een beschikking is afgegeven, op basis waarvan de verontreiniging is aangemerkt als ernstig, niet urgent (zie ook bijlage 2.1). Geadviseerd wordt, om met een meerjarige reeks (tenminste 5 jaren) van monitoringsresultaten aantoonbaar te maken dat de drijflaag zich al gedurende langere tijd niet verder heeft verspreid. Daarnaast wordt aanbevolen, om de eventuele aanwezigheid van grondverontreiniging met vluchtige minerale olie en/of –aromaten ter plaatse van het voormalige tankcluster te verifiëren. Asbestonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek concluderen wij dat in de geanalyseerde mengmonsters van de toplaag van de bodem ter plaatse van de onverharde druppelzones aan de noordoost- en zuidoostzijde van het terrein geen asbest is aangetoond. De hypothese “verdachte locaties” wordt op grond van de resultaten van het huidige asbestonderzoek met betrekking tot de onderzochte druppelzones verworpen. Daarnaast concluderen wij, dat in de geanalyseerde monsters van de puinlaag ter plaatse van het zuidelijk deel van het terrein (indicatief) geen asbest is aangetoond. Dit bevestigt tevens de bekende voorinformatie ten aanzien van deze halfverharding.
Geadviseerd wordt, om het ter plaatse op het buitenterrein aangetroffen plaatmateriaal te verwijderen, alsmede om de asbest-golfplaten van de daken op de locatie door een daartoe erken bedrijf te laten te verwijderen, ter voorkoming van (verdere) verspreiding van asbestverdacht materiaal. Daarnaast wordt geadviseerd om aanvullend asbestonderzoek uit te voeren met betrekking tot de overige delen van het bedrijfsterrein, ter plaatse waarvan bijmenging met puin in de bodem is waargenomen. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek dan kunt u contact opnemen met ons bureau. Van der Poel BV ing. M. van den Broek
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
BIJLAGE 1
Behoort bij rapport: 230226, Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2, Dedemsvaart
Bijlage 1.1 Regionale ligging
OPDRACHTGEVER
Arenco Nederland B.V. ONDERZOEKSLOCATIE
Stegerensallee 2 Dedemsvaart TEKENAAR
pkd AUTHORISATOR
MvdV WERKNUMMER
230226
SCHAAL
1: 500 FORMAAT
A3 BIJLAGE
1.2.1
DATUM
12-06-2023
WIJZ.NR
C0
Grond Zintuigelijk
dru
235
237
2
F 249
ne lzo ppe
236
229 238
228
C
A
239
233 230
232
B
234
243
231 242
247
212
245 244
213
246
215
240
F
20
251
223
214
224
248
26
211
H 209
210
207 221
217 208 253
252
1 101
205 100
219 254
25
206
D 8 220
222
E
218
109
255
204
203
201 202 226
F
227
258
dru pp
225
e1
256
241
on
elz
ip1 ip2 257
F AVE00K 04469G0000
Legenda Boring Diepe boring Peilbuis Onderzoeksterrein Inspectieputje Drupelzone
Waarneming Grond (zintuigelijk) licht sterk 0
5
10
15
20m
OPDRACHTGEVER
Arenco Nederland B.V. ONDERZOEKSLOCATIE
Stegerensallee 2 Dedemsvaart TEKENAAR
pkd AUTHORISATOR
MvdV WERKNUMMER
230226
SCHAAL
1: 500 FORMAAT
A3 BIJLAGE
1.2.2
DATUM
12-06-2023
WIJZ.NR
C0
Grond Analytisch
dr u
235
ne
237
2
F 249
lzo ppe
236
229 238
228
C
A
239
233 230
232
B
234
243
231 242
247
212
245 244 246
215
240
213
F
20
251
223
214
224
211 209
H
207
253
252
217 208
254
1 101
205 100
219 221
25
206
D 8 220
222
210
248
26
E
218
109
255
204
203
201 202 226
F
227
258
241
256
1 ne
ip1
lzo
e pp dru
225
ip2 257
F AVE00K 04469G0000
Legenda Boring Diepe boring Peilbuis Inspectieputje Drupelzone Onderzoeksterrein Gehalte > Achtergrondwaarde Gehalte > Interventiewaarde 0
5
10
15
20m
OPDRACHTGEVER
Arenco Nederland B.V. ONDERZOEKSLOCATIE
Stegerensallee 2 Dedemsvaart TEKENAAR
pkd AUTHORISATOR
MvdV WERKNUMMER
230226
SCHAAL
1: 500 FORMAAT
A3 BIJLAGE
1.2.3
DATUM
12-06-2023
WIJZ.NR
C0
OPDRACHTGEVER
Arenco Nederland B.V. ONDERZOEKSLOCATIE
Stegerensallee 2 Dedemsvaart TEKENAAR
pkd AUTHORISATOR
MvdV WERKNUMMER
230226
SCHAAL
1: 500 FORMAAT
A3 BIJLAGE
1.2.4
DATUM
12-06-2023
WIJZ.NR
C0
Foto’s onderzoekslocatie
Bijlage 1.3
Figuur 1 Bovengrondse branstoftank
Figuur 2 Schuur en puin zuidzijde terrein
Figuur 3 Voornamlige tankcluster (deellocatie E)
Figuur 4 Druppelzone Zuidzijde terrein
Figuur 5 voormalige opslag olievaten (groene deel)
Figuur 6 Voorkant bedrijfsterrein
Figuur 7 Drijflaag snijdendfilter 217
Figuur 8 Inpandig puin zuidzijde terrein
Figuur 9 Druppelzone Noordzijde terrein
Figuur 10 Stellingkast hydroliek olie zuidzijde terrein
Figuur 11 Huidige wasplaats
BIJLAGE 2
Behoort bij rapport: 230226, Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2, Dedemsvaart
VOORONDERZOEK NEN 5725:2017
Bijlage 2
Stap 1
Aanleiding voor het vooronderzoek
Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek
A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1
Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
A 0
Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0 0 0 0
Terreinverkenning Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
G
Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven.
Pagina 2 van 12
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
Adres (x/y-coördinaten): Kadastrale aanduiding: Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever):
Eigendomssituatie Rechthebbenden Publiekrechtelijke beperkingen Bouwjaar bebouwing op locatie (Kadaster BAG) Historie o.b.v. oude kaarten (Topotijdreis) Omgevingsrapportage Terreininspectie
Stegerensallee 2 Dedemsvaart X: 52.599257 y: 64.75902 Gemeente Avereest, sectie K, nrs. 7491, 7490 en 4542 Bedrijfsterrein loonbedrijf en bedrijfswoning met omliggende tuin Bijlage 1.3 JA
Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op: Afbakening onderzoekslocatie voldoende? Antuma Onroerend Goed B.V. Antuma Onroerend Goed B.V. Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie. De huidige bebouwing (loonbedrijf) dateert van 1970. Het kaartmateriaal van Topotijdreis geeft de locatie tot 1987 als weiland en vanaf 1988 is de huidige bebouwing van het loonbedrijf zichtbaar. Zie figuur 3 voor het kaartmateriaal. De omgevingsrapportage Overijssel vermeldt diverse bodemonderzoeken uitgevoerd op de locatie (zie ook de samenvatting van deze onderzoeken verderop in deze bijlage, de betreffende overzichtskaarten, en de rapportage omgevingsloket verderop in deze bijlage). De locatie bestaat uit een bedrijfsterrein van een loon- en grondverzetbedrijf en een bedrijfswoning met omliggende tuin. Het buitenterrein rond de bedrijfswoning is plaatselijk verhard met klinkers en tegels en verder onverhard. Het buitenterrein van het bedrijfsterrein is aan de noordzijde grotendeels verhard met klinkers en de zuidzijde van de locatie deels met puin en beton. Op basis van informatie uit het in 2003 door Eco Reest opgestelde basisdocument (zie ook de samenvatting en tekening verderop in deze bijlage) betreft dit gecertificeerd materiaal van bekende herkomst (niet asbestverdacht).
Daarnaast is betonverharding aanwezig ter plaatse van de huidige wasplaats en de huidige tankplaats met bovengrondse dieseltank. Op het bedrijfsterrein zijn twee loodsen aanwezig (gebouwd in 1970 en 1982), met asbestverdachte golfplatendaken, met goten. Aan de zuidoostkant van de zuidelijke loods watert een deel van het dak af boven onverhard terrein. De loods aan de noordzijde is in gebruik als werkplaats en is voorzien van een vloeistofdichte vloer. Aan de oostzijde van deze loods vindt in de huidige situatie bovengronds opslag van olie plaats, in lekbakken, alsmede bestrijdingsmiddelen in een daartoe bestemde afgesloten ruimte.
Stegerensallee 2, Dedemsvaart projectnr. 230226
Pagina 3 van 12
Aan de oostzijde van de werkplaats heeft in het verleden bovengrondse opslag van olie plaatsgevonden. In de huidige situatie is ter plaatse sprake van paardenboxen, voorzien van een klinkerverharding waaronder een (door de huidige terreingebruiker aangebrachte) laag puin aanwezig is. Het asbest-golfplatendak van de huidige paardenboxen watert eveneens af boven een onverhard terreindeel. Centraal op het terrein is een overkapping (machinestalling) aanwezig, met een betonnen wasplaats met olie/waterafscheider en bovengrondse opslag van diesel met twee pompen en een (thans) vloeistofdichte tankplaats.
Verwachting archeologie (archeologische waarde) Niet Gesprongen Explosieven Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden?
De loods aan de zuidzijde wordt gebruikt als stalling en opslag van o.a. veevoer en is voorzien van een betonvloer. Aan de zuidoostzijde van deze loods is een stelling aangetroffen, ter plaatse waarvan olievervuiling op de betonvloer aanwezig was. Daarnaast is in de zuidoosthoek van deze loods de betonvloer afwezig, en bevindt de puinverharding zich aan de oppervlakte. Lage trefkans (www.atlasnatuurkapitaal.nl) Nee (https://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/) JA Op basis van het totaal aan informatie uit voorgaand onderzoek historische en huidige gebruik wordt vooralsnog bodemverontreiniging verwacht. Hierbij is een onderverdeling gemaakt van deellocaties: -
-
A: Werkplaats met (voormalige) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen: zware metalen, minerale olie, PAK, OCB (bovengrond) in de grond. Zware metalen, minerale olie, BTEXN in de bovengrond. Door werkplaats-activiteiten, opslag van olie en GBM B; Voormalige wasplaats met vatenopslag: zware metalen, en PAK (bovengrond) minerale olie; (boven- en ondergrond) in de grond. Zware metalen, minerale olie, BTEXN in het grondwater. Door wasplaats-activiteiten en opslag lege olievaten in het verleden. C; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank 1.600 liter: zware metalen, en PAK (bovengrond) minerale olie; (boven- en ondergrond) in de grond. Minerale olie, BTEXN in het grondwater. Door Ondergrondse opslag olieproducten in het verleden D; Huidige wasplaats met OBAS en tankplaats met bovengrondse tanks en afleverpompen: zware metalen, en PAK (bovengrond) minerale olie; (boven- en ondergrond) in de grond. Zware metalen, minerale olie, BTEXN in het grondwater. Door Wasplaats-activiteiten, opslag en aflevering brandstof. E; Voormalig tankcluster e.o.: Minerale olie (ondergrond) in de grond. minerale olie, BTEXN in het grondwater. Door Ondergrondse opslag brandstof in het verleden. F; Overige delen bedrijfsterrein: Zware metalen, minerale olie, PAK, OCB (bovengrond) in de grond. Zware metalen, minerale olie, BTEXN in het grondwater. Door bedrijfsmatig terreingebruik sinds 1972.
Stegerensallee 2, Dedemsvaart projectnr. 230226
Pagina 4 van 12
-
Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
G: Onverharde druppelzones daken noord- en zuidoostzijde: Asbest in de grond. Door afspoeling asbestvezels.
JA, ter plaatse van de druppelzones bij de schuur op het noorden en zuiden van het terrein, alsmede het puin/menggranulaat ter plaatse van het zuidelijke buitenterrein. De overige delen van de onderzoekslocatie zijn aan te merken als niet asbestverdacht. Landbouw/natuur (boven- en ondergrond)
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
Bodemopbouw (bron: Dinoloket, boring 22A0294; zie figuur 2 achteraan deze bijlage) 0,00-0,40 m-mv Matig fijn zand 0,40-0,45 m-mv Gytja 0,45-0,50 m-mv Sterk zandige leem 0,55-2,15 m-mv Matig fijn zand 2,15-3,00 m-mv Zeer grof zand 3,00-3,15 m-mv Sterk zandige leem 3,15-4,00 m-mv Matig fijn zand Richting grondwaterstroming Uit de isohypsen (zie figuur 1 aan het einde van deze bijlage) van het Eerste Watervoerende Pakket is af te leiden dat de lokale grondwaterstroming zuidoostelijk gericht is. Door plaatselijk voorkomen van oppervlaktewater, variaties in het maaiveldniveau en grondwaterbronneringen kan de stromingsrichting van het freatische grondwater hiervan afwijken (bron: grondwatertools.nl). Fysisch afwijkende/bodemvreemde lagen: Nee Nee (www. Atlasleefomgeving.nl)
Is ter plaatse sprake van een Grondwaterbeschermings- of -onttrekkingsgebied, Waterberging? Komt freatisch brak of zout (grond)water voor? Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk?
NEE (www.grondwatertools.nl/gwatlas) JA. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse brandstoftanks is bij voorgaand onderzoek sterke gronden grondwaterverontreiniging met olieproducten aangetoond. NEE; in het kader van de voorgenomen transactie is het noodzakelijk om een geactualiseerd beeld te verkrijgen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de locatie.
Stegerensallee 2, Dedemsvaart projectnr. 230226
Pagina 5 van 12
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek?
Zie paragraaf 2.7
De voor het vooronderzoek relevante bronnen zijn in de onderstaande tabel weergegeven: Bron vooronderzoek
Specificatie van de bron
Bron geraadpleegd
Datum Raadplegen bron
Informatie Beschikbaar
Opdrachtgever Eigenaar
Burgers-Inn B.V. Via opdrachtgever
JA JA
9-2-2023 -
NEE JA
Gemeente Terreininspectie
Hardenberg Dhr. M. van der Voordt en dhr. ing. M. van den Broek
JA JA
15-2-2023 10-5-2023
JA JA
Kadaster Kadaster BAG viewer Google Maps Bodemkwaliteitskaart Bodeminformatie Bodeminformatie provincie (website) Bodemopbouw
http://www.kadaster.nl/ http://www.kadaster.nl/bag/bagviewer/ http://maps.google.nl/
JA JA JA JA JA JA JA
26-5-2023 26-5-2023 26-5-2023 26-5-2023 26-5-2023 26-5-2023 26-5-2023
JA JA JA JA JA JA JA
JA JA JA
26-5-2023 26-5-2023 2-5-2023
JA JA JA
Historie van de locatie Archeologische waarde KLIC
Bodemkwaliteitskaart Overijssel http://www.bodemloket.nl Omgevingsloket Overijssel https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https://www.grondwatertools.nl/grondwatertools-viewer http://topotijdreis.nl http://archeologieinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/amk-en-ikaw http://www.klic.nl
In de navolgende tabel is de informatie uit de van de opdrachtgever verkregen voorgaande onderzoeken vermeld. Bron Projectnr. Datum Type document Informatie 92-713-13 05-03-1992 Verkennend Hierbij zijn de huidige dieselpompen (aan de westzijde van de bodemonderzoek kapschuur) de voormalige ondergrondse dieseltanks en de voormalige wasplaats (tevens opslag lege vaten) ten zuidoosten van de werkplaats als verdacht aangemerkt. Daarnaast is ter plaatse van de (met klinkers verharde) bandenopslag aan de
Stegerensallee 2, Dedemsvaart projectnr. 230226
Pagina 6 van 12
030262
08-04-2003
Basisdocument Inventariserend bodemonderzoek
oostzijde van de werkplaats bovengrondse olieopslag aangetroffen, alsmede vlekken op de vloer. Bij het onderzoek is bij de bovengrondse olieopslag een matig (boven de toenmalige B-waarde) verhoogd oliegehalte in de bovengrond aangetoond en in een mengmonster van de bovengrond aan de westzijde van het buitenterrein een licht verhoogd oliegehalte. In het grondwater bij de bovengrondse dieseltanks is een licht verhoogd gehalte aan zink gemeten en bij de voormalige wasplaats aan de noordzijde van de locatie een licht verhoogd gehalte aan vluchtige minerale olie. Achteraan in bijlage 2.1 is de kaart van het onderzoek weergegeven. Ter plaatse is in 1972 gestart met een landbouwloonbedrijf, met vanaf 1989 tevens grondverzet. Destijds was in de werkplaats aan de noordzijde van het bedrijfsterrein sprake van bovengrondse opslag van motorolie (circa 600 liter) en bestrijdingsmiddelen. Bij de zuidoosthoek van de werkplaats is een (voormalige) ondergrondse afgewerkte olietank van 1.600 liter aanwezig, en een (voormalige) wasplaats, die tevens werd gebruikt als opslagplaats voor lege olievaten. Vanaf 1996 is de bovengrondse olieopslag bij de werkplaats vergroot naar 4.000 liter (verse en afgewerkte olie) en zijn de tanks boven lekbakken geplaatst. In eerste instantie is bij de noordwesthoek van de opslagloods een ondergrondse dieseltank van 1.200 liter aanwezig, met afleverpomp.
In 1989 is een uitbreidingsvergunning afgegeven, waarbij de ondergrondse opslag van diesel werd uitgebreid naar 4 ondergrondse tanks van in totaal 21.000 liter. In 1991 is de machineberging uitgebreid, waarna in 1992 tevens de ondergrondse dieseltanks zijn verwijderd, en vervangen door 4 bovengrondse tanks in lekbakken, met afleverpunt, ten westen van de machineberging. Daarnaast is aan de zuidzijde van de machineberging een tankplaats aangelegd (niet vloeistofdicht), en nieuwe wasplaats
Stegerensallee 2, Dedemsvaart projectnr. 230226
Pagina 7 van 12
26038R
1.312ao(fase 3).391
26-09-2003
30-01-2006
Verkennend onderzoek, Lankelma Ingenieursbureau B.V.
Nader bodemonderzoek, Van der Poel Milieu
met olie/waterafscheider. Het zuidelijk deel van het terrein is in 1994 verhard met gecertificeerd puin van bekende herkomst. Het onderzoek heeft zich uitsluitend gericht op de (voormalige) ondergrondse tanks met pomp, de voormalige ondergrondse afgewerkte olietank en de nabijgelegen voormalige wasplaats, alsmede de werkplaats met opslag van bestrijdingsmiddelen. Hierbij zijn ter plaatse van de voormalige ondergrondse dieseltanks matige tot sterke olie/waterreacties en –geuren waargenomen. In de zintuiglijk sterk verontreinigde ondergrond (mp. 2) zijn sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. in het grondwater (pb. 1) zijn sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Bij de voormalige wasplaats (mp. 12) is in de ondergrond een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond, en bij de voormalige ondergrondse afgewerkte olietank (mp. 10) een licht verhoogd oliegehalte. Rondom de werkplaats zijn in de grond en het grondwater geen verhoogde gehalten aangetoond. Achteraan in bijlage 2.1 is de kaart van het onderzoek weergegeven. Het onderzoek heeft zich uitsluitend gericht op de (voormalige) ondergrondse tanks met pomp. Ter plaatse zijn diverse zwakke tot sterke olie/waterreacties waargenomen in de bodem, met name tussen circa 1,5 en 2,5 m-mv, alsmede nabij de tanks tot maximaal circa 5,5, m-mv.
Bij de oostzijde van het voormalige tankcluster (mp. 6, 100 en 104) overschrijden in de ondergrond tussen circa 1,8 en 3,0 m-mv de gehalten aan minerale olie de interventiewaarde. Ter plaatse van mp. 100 is in het niveau 4,04,5 m-mv geen verhoogd gehalte aan minerale olie meer aangetoond. In het ondiepe grondwater (circa 1,5-2,5 m-mv) uit de peilbuizen nrs. 5, 8, 11 en 109, alsmede het diepere grondwater uit peilbuis 100 (5,5-6,0 m-mv) rond de voormalige tanks overschreden de gehalten aan minerale olie en/of vluchtige
Stegerensallee 2, Dedemsvaart projectnr. 230226
Pagina 8 van 12
aromaten de interventiewaarden. In het diepe grondwater (9,510,0 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of BTEXN aangetoond.
SOL013204
06-10-2020
Actualisatie onderzoek, Lievense B.V.
Ingeschat werd, dat over een oppervlakte van circa 270 m2 sprake was van grondverontreiniging met minerale olie, met een volume van circa 675 m3. Daarnaast werd de omvang van de grondwaterverontreiniging ingeschat op circa 300 m2, met een laagdikte van circa 6 meter, en een verontreinigd bodemvolume van circa 1.800 m3. Achteraan in bijlage 2.1 zijn de kaarten van het onderzoek weergegeven. Bij het onderzoek zijn ten oosten van de voormalige tanks (mp. 100 en 101) en aan de zuidkant van de huidige wasplaats (mp. 102) zwakke tot sterke olie/waterreacties en dieselgeuren waargenomen in de ondergrond tussen circa 1,5 en 3,5 m-mv. De door VDPoel geplaatste peilbuizen nrs. 5 en 100 (freatisch en diep) zijn hierbij niet meer aangetroffen. Boring nr. 100 (bij de vm. tanks) is afgewerkt met een peilbuis, die echter niet is bemonsterd. In peilbuis nr. 11 (1,0-2,0 m-mv) is een drijflaag van diesel op de grondwaterspiegel aangetroffen. Nabij de tanks (mp. 100) is in de zintuiglijk matig oliehoudende ondergrond (1,5-2,0 m-mv) een sterk verhoogd oliegehalte aangetoond, en is in de zintuiglijk niet verontreinigde onderliggende laag (3,5-4,0 m-mv) geen verhoogd oliegehalte aangetoond. In een mengmonster van de zintuiglijk matig oliehoudende ondergrond (1,0-1,2 m-mv) van mp 100, 101 en 102 is eveneens een sterk verhoogd oliegehalte aangetoond.