Bijlagen behorende bij regels en toelichting bestemmingsplan 'Stegerensallee 2 Dedemsvaart'
Tekst van het document
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Stedenbouwkundig plan Stegerensallee 2 Dedemsvaart
Bijlage 2
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek
Bijlage 3
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 4
Watertoets Stegerensallee 2 Dedemsvaart
Bijlage 5
Quickscan natuurwaarden Stegerensallee 2 Dedemsvaart
Bijlage 6
Stikstofdepositieonderzoek
Bijlage bij de regels Bijlage 1
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 2
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 1
Stegerensallee 2 Dedemsvaart
Impressies van locatie en omgeving
1
4
1
2
3 4
2
5
5
6
N Stegerensallee - Dedemsvaart
2
3
6
Huidige bouwmassa’s, bestaande uit woningen en schuren
3
Handhaven groen/blauw
Handhaven groen/blauw
e
alle
s ren
ge Ste
Entree markeren en herkennen
“schuurwoningen”
Lint bebouwing
Luchtfoto met perceelsgrenzen (Cyclomedia)
4
Karakteristieken gebied, lint bebouwing en schuren
Te slopen bouwwerken (rood)
Schetsontwerp
5
1. Lange zichtlijnen in slagen 2. Doorzichten vanuit de woonwijk 3. Duidelijk entree met “karaktervolle” villa/boerderij 4. Hoeken van de kavels volzetten met bomen 5. Herstellen en aanvullen kavel met streekeiegen bomen en beplanting
N
6
N
7
Vogelvlucht, met op de achtergrond de nieuwbouwwijk Vogelvlucht, georiënteerd op het noorden
8
9
P L A N Stegerensallee 2 plant y pe
Stedenbouwkundig plan
status
1 .0
datum 11 oktober 2022 pr o jectnummer 22AF166 A d F o ntem
Art Bijsterbosch
Geregistreerd Stedenbouwkundige Lid BNSP Cas Verkade Stedenbouwkundig Ontwerper Ad Fontem 074 255 7020 info@ad-fontem.nl www.ad-fontem.nl
WIJ MAKEN PLANNEN BINNEN UW RUIMTE
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van: Stegerensallee 2 te Dedemsvaart projectnummer
230226
Pagina 2 van 39
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave
Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres UITGEVOERD DOOR Monsterneming grond Monsterneming grondwater Monsterneming asbest in bodem
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart 230226 1.0 M. van der Voordt en ing. M. van den Broek ing. M.H. van eerde
23 juni 2023 Burgers-Inn b.v. Dhr. H.W. Arentsen Molenbelt 87, 7241 JK LOCHEM SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2018
Ido Venhuizen (MKD), dhr. J. Kemper en dhr. T. Bonkes Ido Venhuizen (MKD) Ido Venhuizen (MKD)
UITGEVOERD DOOR info@vdpoelmilieu.nl www.vdpoelmilieu.nl
Hoeflingweg 7H 7241 CJ Lochem Tel: 0547 261 888
DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Stegerensallee 2 te Dedemsvaart, in opdracht van Burgers-Inn b.v.. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2023 Van der Poel BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Van der Poel 2023 Dedemsvaart_230226_Stegerensallee 2_VO-ACT+ASB We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 3 van 39
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 5
1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4
Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 5 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 5 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 5 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 5 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 6 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 6 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 7
2.
VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017)............................................................................. 8
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek ............................................................................... 8 Stap 1; aanleiding vooronderzoek ................................................................................................. 8 Stap 2; onderzoeksvragen ............................................................................................................. 8 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 9 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ...................................................................... 11 Afwijkingen vooronderzoek ........................................................................................................ 12 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategieën (NEN5740 en NEN5707) ................................ 12 Veiligheidsklasse ......................................................................................................................... 13
3.
VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK ....................................................... 14
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuizen) ................................. 14 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) ............................................................ 15 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 15 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 15 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 17 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 17
4.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) ................................ 18
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Analysemonsters ......................................................................................................................... 18 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 19 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 19 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 21 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ..................................................................................... 25
5.
VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK ............................................................. 28
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem) ........................................... 28 Visuele inspectie maaiveld .......................................................................................................... 28 Resultaten veldwerkzaamheden ................................................................................................. 28 Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag ........................................................... 28 Afwijkingen onderzoeksopzet ..................................................................................................... 29
6.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (ASBESTONDERZOEK) ..................................... 30
6.1 6.2 6.2.1 6.3 6.4
Analysemonsters ......................................................................................................................... 30 Analysemethoden en monsterbehandeling ................................................................................. 30 Analyse asbest in bodem (volgens NEN 5898) ............................................................................... 30 Toetsingskader asbest ................................................................................................................. 31 Analysemonsters en concentraties .............................................................................................. 31
7.
BEOORDELING CHEMISCHE VERONTREINIGINGEN ...................................................... 32
7.1 7.2 7.3 7.4
Ontstaan van de verontreinigingen ............................................................................................. 32 Beoordeling geval van verontreiniging ........................................................................................ 32 Omvangsbepaling en gevalsdefinitie ........................................................................................... 32 Risicobeoordeling verontreinigingen (ernst en spoed) ................................................................ 33
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 4 van 39
8.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 35
8.1 8.2
Samenvatting .............................................................................................................................. 35 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 37
BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschetsen onderzoekslocatie met boorpunten en onderzoeksresultaten 1.3 Foto’s onderzoekslocatie 2 Resultaten vooronderzoek en tekeningen voorgaand bodemonderzoek 3 Boorprofielen 4 Analysecertificaten 5 Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden 6 Analysemethoden
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 5 van 39
1. INLEIDING Door Van der Poel BV is een verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Stegerensallee 2 te Dedemsvaart. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.
1.1
Aanleiding en doelstelling
Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen transactie (aankoop) van de locatie. Doel van het verkennend chemisch bodemonderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie (bedrijfsterrein). Het actualiserend bodemonderzoek heeft daarnaast tot doel, om de actuele omvang van de bodemverontreiniging ter plaatse van de voormalige ondergrondse brandstoftanks te bepalen. Doel van het asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is.
1.2
Kwaliteitsborging algemeen
Van der Poel BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren. Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Van der Poel, hetgeen betekent dat het advies van Van der Poel onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Van der Poel alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.
1.3
Kwaliteitsborging onderzoek
De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen en beoordelingsrichtlijnen toegelicht.
1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 6 van 39
Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen
Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek Strategie voor uitvoeren van asbest onderzoek in bodem
Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1: 2016 NEN 5707:2015/C2:2017
Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.
1.3.2 Veldwerkzaamheden
Het veldwerk is uitgevoerd door Eco Reest Bodem BV te Zuidwolde. De veldwerkzaamheden hebben plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest Bodem BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grond- en grondwatermonsters”, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven op het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/
1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De asbest analyses zijn uitgevoerd door ACMAA Laboratoria BV te Deurningen, die geaccrediteerd en erkend is door het ministerie van I en W. ACMAA Laboratoria BV is een NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L376. Het certificaat is eveneens bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 7 van 39
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de bij voorgaand bodemonderzoek verkregen voorinformatie getoetst en (indien nodig) aangevuld met de resultaten van aanvullend vooronderzoek. In de hoofdstukken 3 t/m 6 zijn de veldwerkzaamheden, en waarnemingen tijdens het onderzoek en de analyses en -resultaten van he chemisch en asbestonderzoek beschreven, gevolgd door de beoordeling van de verontreiniging in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 8 van 39
2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.
2.1
Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek
Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.
2.2
Stap 1; aanleiding vooronderzoek
De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1
2.3
Stap 2; onderzoeksvragen
Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie
Onderzoeksaspecten
Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E 0 0
F
G
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 9 van 39
Onderzoeksaspecten Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
Aanleidingen tot vooronderzoek
0
0
0
Terreinverkenning Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In § 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.
2.4
Samenvatting vooronderzoek
Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie Stegerensallee 2 te Dedemsvaart is kadastraal bekend als gemeente Avereest, sectie K, nrs. 7490, 7491 en 4542, en heeft een totale oppervlakte van 9.030 m2. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1.2. De locatie bestaat uit een bedrijfsterrein van een loon- en grondverzetbedrijf (percelen nrs. 7491 en 4542; totaal 7.945 m2) en een bedrijfswoning met omliggende tuin (perceel nr. 7490; 1.085 m2). Het buitenterrein rond de bedrijfswoning is plaatselijk verhard met klinkers en tegels en verder onverhard. Het buitenterrein van het bedrijfsterrein is aan de noordzijde grotendeels verhard met klinkers en de zuidzijde van de locatie deels met puin en beton. Op basis van informatie uit het in 2003 door Eco Reest opgestelde basisdocument (zie ook bijlage 2.1) betreft dit gecertificeerd materiaal van bekende herkomst (niet asbestverdacht). Ten aanzien hiervan wordt ervan uitgegaan, dat geen latere toevoeging van dergelijk materiaal heeft plaatsgevonden. Daarnaast is betonverharding aanwezig ter plaatse van de huidige wasplaats en de huidige tankplaats met bovengrondse dieseltank.
Op het bedrijfsterrein zijn twee loodsen aanwezig (gebouwd in 1970 en 1982), met asbestverdachte golfplatendaken. Aan de zuidoostkant van de zuidelijke loods watert een deel van het dak af boven onverhard terrein. De loods aan de noordzijde is in gebruik als werkplaats en is voorzien van een vloeistofdichte vloer. Aan de oostzijde van deze loods vindt in de huidige situatie bovengronds opslag van olie plaats, in lekbakken, alsmede bestrijdingsmiddelen in een daartoe bestemde afgesloten ruimte.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 10 van 39
Aan de oostzijde van de werkplaats heeft in het verleden bovengrondse opslag van olie plaatsgevonden. In de huidige situatie is ter plaatse sprake van paardenboxen, voorzien van een klinkerverharding waaronder een (door de huidige terreingebruiker aangebrachte) laag puin aanwezig is. Het asbest-golfplatendak van de huidige paardenboxen watert eveneens af boven een onverhard terreindeel. Centraal op het terrein is een overkapping (machinestalling) aanwezig, met een betonnen wasplaats met olie/waterafscheider en bovengrondse opslag van diesel met twee pompen en een (thans) vloeistofdichte tankplaats. De loods aan de zuidzijde wordt gebruikt als stalling en opslag van o.a. veevoer en is voorzien van een betonvloer. Aan de zuidoostzijde van deze loods is een stelling aangetroffen, ter plaatse waarvan olievervuiling op de betonvloer aanwezig was. Daarnaast is in de zuidoosthoek van deze loods de betonvloer afwezig, en bevindt de puinverharding zich aan de oppervlakte. Op de bodemkwaliteitskaart (regio Overijssel ) is aan de bodem van de locatie de klasse (Landbouw/ natuur) toegekend. De bodem van de locatie bestaat tot circa 2,15 m-mv uit matig fijn zand en sterk zandige leem. De stroming van het grondwater is ter plaatse globaal zuidoostelijk gericht. Ter plaatse is op basis van het vooronderzoek geen sprake van bodemvreemde lagen.
Uit informatie van het omgevingsloket Overijssel blijkt onder meer, dat ter plaatse in 1992 een eerder bodemonderzoek heeft plaatsgevonden (Haitjema; zie verderop), ter plaatse van de loods aan de noordzijde van de locatie. Daarnaast blijkt, dat op de locatie een benzinestation is geregistreerd. De bodemverontreiniging ter plaatse van de (voormalige) ondergrondse brandstoftanks is aangemerkt als ernstig, niet spoedeisend (zie ook het omgevingsrapport van provincie Overijssel in bijlage 2.1). Met betrekking tot de locatie zijn door de opdrachtgever de volgende rapportages aangeleverd; Basisdocument inventariserend bodemonderzoek, Eco Reest, nr. 030262, d.d. 8-3-2003; Verkennend bodemonderzoek, Lankelma, nr. VN26038R, d.d. 26-9-2003; Nader bodemonderzoek, Van der Poel, nr. 1.312ao(fase 3).391, d.d. 11-2005/01-2006; Actualisatie bodemonderzoek, Lievense-WSP, nr. SOL013204.RAP001, d.d. 6-10-2020. Uit de aangeleverde rapportages blijkt samenvattend het volgende. Basisdocument, Eco Reest 2003 Ter plaatse is in 1972 gestart met een loonbedrijf, met vanaf 1989 tevens grondverzet. In de werkplaats vond destijds bovengrondse opslag van olie en bestrijdingsmiddelen plaats. Bij de zuidoosthoek van de werkplaats is een ondergrondse afgewerkte olietank aanwezig geweest, en een voormalige wasplaats, die tevens werd gebruikt als vatenopslag.
Vanaf 1996 is de bovengrondse olieopslag vergroot en zijn de tanks boven lekbakken geplaatst. Bij de loods aan de zuidkant van het terrein zijn in 1992 vier ondergrondse brandstoftanks verwijderd, en vervangen door bovengrondse tanks in lekbakken, met afleverpunt, ten westen van de machineberging. Daarnaast is aan de zuidzijde van de machineberging een tankplaats aangelegd (niet vloeistofdicht), alsmede een nieuwe wasplaats met olie/waterafscheider. Het zuidelijk deel van het terrein is in 1994 verhard met gecertificeerd puin van bekende herkomst. Uit het basisdocument blijkt verder, dat ter plaatse in 1992 een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd (Haitjema; zie ook bijlage 2.1). Hierbij zijn de huidige dieselpompen, de voormalige ondergrondse dieseltanks en de voormalige wasplaats als verdacht aangemerkt. Daarnaast werd ter plaatse van de bandenopslag aan de oostzijde van de werkplaats olieopslag aangetroffen, alsmede vlekken op de vloer. Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 11 van 39
Bij de bovengrondse olieopslag is een matig (boven de toenmalige B-waarde) verhoogd oliegehalte in de bovengrond aangetoond. Verder zijn hooguit licht verhoogde gehalten aan zware metalen en minerale olie in de bodem aangetoond. Verkennend bodemonderzoek, Lankelma 2003 Ter plaatse van de voormalige ondergrondse dieseltanks zijn matige tot sterke olie/waterreacties en –geuren waargenomen en zijn in de ondergrond (mp. 2) en in het grondwater uit peilbuis 1 zijn sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. In de ondergrond bij de voormalige wasplaats en een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond, en bij de voormalige ondergrondse olietank een licht verhoogd oliegehalte. Rondom de werkplaats zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Nader bodemonderzoek, Van der Poel 2006 Ter plaatse van de voormalige ondergrondse tanks zijn diverse zwakke tot sterke olie/waterreacties waargenomen en zijn sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten in de bodem aangetoond. Ingeschat werd, dat sprake was van een met olie verontreinigd grondvolume van circa 675 m3 en een verontreinigd bodemvolume grondwater van circa 1.800 m3. Hierbij merken wij op, dat de t.a.v.
de bodemverontreiniging met olieproducten ter plaatse van het voormalige tankcluster in 2008 een beschikking is afgegeven, op basis waarvan de verontreiniging is aangemerkt als ernstig, niet urgent (zie ook bijlage 2.1). Actualisatie bodemonderzoek, Lievense-WSP 2020 Ten oosten van de voormalige tanks en aan de zuidkant van de huidige wasplaats zijn zwakke tot sterke olie/waterreacties en dieselgeuren waargenomen in de ondergrond, en in peilbuis nr. 11 een drijflaag van diesel. Nabij de tanks zijn in de ondergrond diverse licht tot sterk verhoogde oliegehalten aangetoond. In het grondwater bij de huidige wasplaats en bij de westzijde van het voormalige tankcluster zijn sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. De omvang van de verontreiniging werd ingeschat op circa 470 m3 sterk verontreinigde grond en circa 940 m3 bodemvolume sterk verontreinigd grondwater. Op basis van het totaal aan informatie uit voorgaand onderzoek wordt vooralsnog bodemverontreiniging verwacht, namelijk: zware metalen, minerale olie en PAK in de bovengrond van het gehele bedrijfsterrein, de werkplaats met olieopslag, de voormalige wasplaats aan de noordzijde van de locatie en de huidige wasplaats bij de kapschuur.
Daarnaast wordt tevens de volgende bodemverontreiniging verwacht; bestrijdingsmiddelen in de bovengrond van de opslaglocatie, minerale olie in de ondergrond bij de voormalige ondergrondse afgewerkte olietank, de voormalige wasplaats, en het voormalige tankcluster, minerale olie in de bovengrond ter plaatse van de huidige bovengrondse dieseltanks en afleverpompen, en asbest in de toplaag ter plaatse van de onverharde druppelzones van de asbestverdachte golfplatendaken aan de noord- en zuidwestzijden van de locatie. Ter plaatse van de voormalige bedrijfswoning met omliggende tuin wordt vooralsnog geen bodemverontreiniging verwacht.
2.5
Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek
Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar. Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 12 van 39
2.6
Afwijkingen vooronderzoek
2.7
Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategieën (NEN5740 en NEN5707)
Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.
Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van (delen van) de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk.
Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie, behoudens het terreindeel met de bedrijfswoning met omliggende tuin aan te merken als verdacht voor bodemverontreiniging(en). Daarnaast zijn de onverharde druppelzone van de asbestgolfplatendaken aan de noord- en zuidoostzijde van de locatie aan te merken als asbestverdacht. Daarnaast heeft, mede gelet op de aanleiding en het doel van het onderhavige onderzoek indicatief asbestonderzoek plaatsgevonden met betrekking tot de ter plaatse van het zuidelijk deel van de locatie aanwezige in- en uitpandige halfverhardingen met puin. In de onderstaande tabel 2.2 is per te onderzoeken terrein(deel) de onderzoekshypothese en de bijbehorende strategie(en) weergegeven. Tabel 2.2 Onderzoekshypothese(n) per terrein(deel)
(Deel)locatie Oppervlakte (m2) A: Werkplaats met (voormalige) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen (circa 800) B; Voormalige wasplaats met vatenopslag (circa 30)
C; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank 1.600 liter D; Huidige wasplaats met OBAS en tankplaats met bovengrondse tanks en afleverpompen
E; Voormalig tankcluster e.o. (circa 700) F; Overige delen bedrijfsterrein (circa 6.250)
Verontreinigde stof + diepte van voorkomen Grond Grondwater zware metalen, zware metalen, minerale olie, minerale olie, PAK, OCB BTEXN (bovengrond) zware metalen, zware metalen, en PAK minerale olie, (bovengrond) BTEXN minerale olie; (boven- en ondergrond) minerale olie minerale olie, (ondergrond) BTEXN zware metalen, en PAK (bovengrond) minerale olie; (boven- en ondergrond) minerale olie (ondergrond)
zware metalen, minerale olie, BTEXN
zware metalen, minerale olie, PAK, OCB (bovengrond)
zware metalen, minerale olie, BTEXN
minerale olie, BTEXN
Oorzaak/Motivatie
Onderzoeksstrategie
Werkplaats-activiteiten, opslag van olie en gewas-beschermingsmiddelen Wasplaats-activiteiten en opslag lege olievaten in het verleden
NEN 5740:2009/ A1:2016, § 5.3.
Ondergrondse opslag olie-producten in het verleden Wasplaats-activiteiten, opslag en aflevering brandstof
NEN 5740:2009/ A1:2016, § 5.4 NEN 5740:2009/ A1:2016, § 5.3.
Ondergrondse opslag brandstof in het verleden Bedrijfsmatig terreingebruik sinds 1972
NTA 5755: 2010, § 6.4
NEN 5740:2009/ A1:2016, § 5.3.
NEN 5740:2009/ A1:2016, § 5.6.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 13 van 39
Vervolg tabel 2.2 Onderzoekshypothese(n) per terrein(deel)
(Deel)locatie Oppervlakte (m2) G: Onverharde druppelzones daken noord- en zuidoostzijde, (circa 38 en 35) H; Bedrijfswoning met omliggende tuin (1.080)
Verontreinigde stof + diepte van voorkomen Grond Grondwater Asbest (toplaag) -
Geen
Geen
Oorzaak/Motivatie
Onderzoeksstrat egie
Afspoeling asbestvezels
NEN5707: 2015, § 7.4
Geen bodembedreigende activiteiten tot dusver
NEN 5740:2009/ A1:2016, § 5.1.
Op basis van de paragraaf “Beschrijving locatie” is het onderzoek met betrekking tot de verdachte deellocaties A, B en D (vm. werkplaats met opslag, vm. wasplaats met vatenopslag, huidige was- en tankplaats) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009/A1:2016, § 5.3. De betreffende delen van het onderzoeksterrein zijn beschouwd als verdachte locatie(s) met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. Op basis van de paragraaf “Beschrijving locatie” is het onderzoek met betrekking tot de verdachte deellocatie C (vm. ondergrondse afgewerkte olietank) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009/A1:2016, § 5.4. Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks. Op basis van de paragraaf “Beschrijving locatie” is het actualiserende onderzoek met betrekking tot de verdachte deellocatie E (vm. tankcluster met eerder aangetoonde bodemverontreiniging) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NTA 5755:2010, § 6.4 (strategie voor het bepalen van de omvang van bodemverontreiniging).
Op basis van de paragraaf “Beschrijving locatie” is het asbestonderzoek met betrekking tot de verdachte deellocatie F (onverharde druppelzones daken noord- en zuidoostzijde) uitgevoerd opgezet conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN5707:2015, § 7.4 (“Milieuhygiënisch saneringscriterium”). Op basis van de paragraaf “Beschrijving locatie” is het onderzoek met betrekking tot de verdachte deellocatie G (overige delen bedrijfsterrein) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009/A1:2016, § 5.6. Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Op basis van de paragraaf “Beschrijving locatie” is het onderzoek met betrekking tot de bedrijfswoning met omliggende tuin (deellocatie H) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009/A1:2016, § 5.1. Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een onverdachte locatie.
2.8
Veiligheidsklasse
Op basis van het vooronderzoek is er analyse gemaakt met betrekking tot de veiligheidsklasse waarbinnen het asbestonderzoek dient te worden uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CROW P400 “Werken in en met verontreinigde bodem”. Omdat de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal niet is aangetoond tijdens voorgaand onderzoek, is onderhavig asbestonderzoek uitgevoerd op basis van standaard veiligheidsklasse .
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 14 van 39
3. VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het chemisch onderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
3.1
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuizen)
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden tussen 8 mei en 2 juni 2023.
Deellocatie A; Werkplaats met (vm.) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 7 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 228, 229, 233 en 235 t/m 238). Boring 228 is vervolgens doorgezet tot 3,20 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,20-3,20 m-mv, grondwaterstand 1,72 mmv). B; Voormalige wasplaats/vatenopslag Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 3 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 230, 231 en 232). Boring 232 is vervolgens doorgezet tot 3,20 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,20-3,20 m-mv, grondwaterstand 1,50 m-mv). C; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 1 boring tot circa 3,5 m-mv (nr. 234). Deze boring is vervolgens doorgezet tot 3,50 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,50-3,50 m-mv, grondwaterstand 1,70 m-mv). D; Huidige wasplaats met olie/water-afscheider en tankplaats Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 1 boring tot circa 0,5 m-mv (nr. 224), en 3 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 221, 222 en 223). Boring 221, is vervolgens doorgezet tot 3,30 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,30-3,30 mmv, grondwaterstand 1,70 m-mv).
E; Voormalig tankcluster e.o. Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 10 boringen tot circa 3,5 m-mv (nrs. 201 t/m 208 en 217 en 218). Boringen 207 en 218 zijn vervolgens doorgezet tot 3,50 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,50-3,50 m-mv), grondwaterstand 1,50 m-mv). Daarnaast is boring nr. 217 afgewerkt met een peilbuis met een snijdend filter (1,00-3,00 m-mv) ten behoeve van het drijflaagonderzoek. Ten behoeve van het actualiserend grondwateronderzoek is tevens gebruik gemaakt van de (door VDPoel in 2005 geplaatste) bestaande peilbuizen nrs. Pb. 8 (1,70-2,70 m-mv), Pb. 25 (1,15-2,15 m-mv), Pb. 26 (1,30-2,30 m-mv), en Pb. 109 (1,35-2,35 m-mv), alsmede de door Lievense WSP in 2020 geplaatste peilbuis Pb. 100 (4,00-5,00 m-mv). F; Overige delen bedrijfsterrein Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 13 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 244 en 246 t/m 257) en 5 boringen tot 2,0 m-mv (240, 241, 242, 243, 245). Boringen 243 en 245 zijn vervolgens doorgezet tot 3,50 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,20-3,50 m-mv, grondwaterstand 1,90 m-mv). H; bedrijfswoning met omliggende tuin Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 6 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 209 t/m 214).
Boring 215 is vervolgens doorgezet tot 3,20 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,20-3,20 m-mv, grondwaterstand 1,50 m-mv).
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 15 van 39
Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.
3.2
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)
Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. Voor de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen wordt verwezen naar bijlage 3.2.
3.3
Bodemopbouw
De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie
Diepte (m-mv)
Omschrijving
0,00 0,50 1,50 2,50 -
Matig fijn zand, zwak grindig (neutraal bruin/grijs) Matig fijn zand, zwak humeus (donker bruin) Matig fijn zand, sterk siltig (licht grijs/creme) Zeer fijn zand, sterk siltig (licht grijs) Diepst verkende bodemlaag
- 0,50 - 1,50 - 2,50 - 3,50 3,50
Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld tussen 1,50 en 1,90 m-mv.
3.4
Zintuiglijke waarnemingen
Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie
Meetpunt
Diepte (m-mv)
Einddiepte boring (m-mv)
Zintuiglijke waarneming
Deellocatie A; Werkplaats met (vm.) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen 228
1,50-1,70
3,20
Sterke oliegeur
233
0,10-0,30
3,50
Uiterst puin
235
0,10-0,40
1,00
Uiterst puin
236
0,00-1,00
1,00
Resten puin
237
0,00-0,60
0,60
Resten puin
Deellocatie B; Voormalige wasplaats/vatenopslag 230
0,15-0,25
1,00
Matig puin
231
0,15-0,25
1,00
Matig puin
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 16 van 39
Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie
Meetpunt
Diepte (m-mv)
Einddiepte boring (m-mv)
Zintuiglijke waarneming
231
0,25-0,55
1,00
Zwakke oliewaterreactie
232
0,00-0,35
3,30
Zandig puin
Deellocatie D; Huidige wasplaats met olie/water-afscheider en tankplaats 222
0,00- 0,50
1,50
Uiterst puin
223
0,20-0,40
2,00
Volledig puin
Deellocatie E; Voormalig tankcluster e.o. 201
0,00-0,50
3,50
Volledig puin
207
1,60-2,00
3,50
217
1,70-2,20
3,00
Sterke oliewaterreactie Sterke oliewaterreactie, drijflaag olieproduct op de grondwaterspiegel
218
0,00-0,50 1,70-2,00
3,50
Uiterst puin Sterke oliewaterreactie
Deellocatie F; Overige delen bedrijfsterrein 225
0,00-0,35
2,00
Uiterst puin
241
0,00-0,50
2,00
Volledig puin
245
0,10-0,40 1,50-2,00
3,20
Matig puin Zwakke oliewaterreactie
256
0,00-0,50
0,50
Resten puin
Sporen/resten/brokjes/laagjes (bijmenging 6/7/8/9): < 1% Zwak (bijmenging 1): 1-5 % Matig (bijmenging 2): 5-15 % Sterk (bijmenging 3): 15-50% Uiterst (bijmenging 4): 50-80% Volledig (bijmenging 5): >80%
Op basis van tabel 3.3 blijkt het volgende. Bij de uitvoering van het onderzoek zijn verspreid over het terrein op meerdere plaatsen bijmengingen met, en half-verhardingen van gemengd puin in en/of op de bodem waargenomen. Uit het in 2003 opgestelde basisdocument (zie paragraaf 2.4 en bijlage 2.1) wordt ten aanzien van de half-verhardingslaag met puin op het zuidelijk deel van het terrein vermeld, dat dit gecertificeerd materiaal betreft, van bekende herkomst, zodat dit kan worden aangemerkt als niet asbestverdacht. Op basis van deze informatie kunnen de, ter plaatse van de deellocaties D en E, alsmede de boorlocaties nrs. 225 en 241 ter plaatse van het zuidelijk deel van het buitenterrein (deellocatie F) waargenomen puinlagen en –bijmengingen in de bodem worden aangemerkt als niet asbestverdacht. Ten aanzien van de aan de noordzijde van het terrein (deellocatie A; mp. 233 en 235) waargenomen puinlaag blijkt uit informatie van de gebruiker van het terrein, dat dit materiaal recentelijk (ruim na het asbest-verbod) is aangebracht, zodat dit materiaal eveneens kan worden aangemerkt als nietasbestverdacht. Echter, gelet op het feit dat hiervan geen kwaliteitscertificaat beschikbaar is, dient dit materiaal formeel als asbestverdacht te worden aangemerkt
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 17 van 39
Het overige, ter plaatse van de deellocaties B en F waargenomen puin moet, bij beoordeling conform bijlage A4 van de NEN5725:2017 formeel als asbestverdacht worden beschouwd. Hierbij moet echter tevens worden opgemerkt dat bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden zintuiglijk geen asbest(verdachte) materialen in dit puin zijn waargenomen. Daarnaast merken wij op, dat in het kader van het huidige onderzoek het ter plaatse van het zuidelijk deel van het terrein aangetroffen puin indicatief is bemonsterd voor asbestanalyse. Hierbij is in dit puin geen asbest aangetoond, waardoor de betreffende vermelding (gecertificeerd, niet asbestverdacht materiaal) wordt bevestigd. Ter plaatse van het voormalige tankcluster (Deellocatie E) zijn diverse sterke oliewaterreacties in de ondergrond waargenomen, alsmede ter plaatse van peilbuis nr. 217 een drijflaag van olieproducten op de grondwaterspiegel, met een dikte van circa 5 cm (zie ook de foto’s in bijlage 1.3). Ter plaatse van de voormalige olieopslag ten oosten van de werkplaats (Deellocatie A) is een sterke oliegeur in de ondergrond waargenomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is speciaal gelet op asbestverdachte materialen. Deze zijn zintuiglijk op de bodem ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen in de schuur op het zuidelijk gedeelte van het terrein.
Verondersteld wordt dat dit een afgebroken stuk van het dak betreft. Tevens is er gelet op het voorkomen van invasieve exotische planten. Hiervan zijn geen kenmerken waargenomen. De zichtbaarheid van deze planten is echter afhankelijk van het groeiseizoen. Aan deze visuele beoordelingen kunnen geen rechten worden ontleend.
3.5
Afwijkingen protocollen
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.
3.6
Afwijkingen strategie(ën)
In afwijking op de NEN 5740:2009/A1: 2016 is het grondwater uit peilbuis 217 (snijdend filter van 2 meter lengte) bemonsterd voor analyse. Het betreffende resultaat dient als indicatief te worden beschouwd. Gelet op het totaal aan resultaten wordt de kwaliteit van het onderzoek hierdoor niet aantoonbaar negatief beïnvloed. Voor het overige zijn er bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 18 van 39
4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).
4.1
Analysemonsters
In tabel 4.1 en 4.2 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond
Diepte Motivatie (m-mv) Deellocatie A; Werkplaats met (vm.) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen Grondmonster
Analyse
228
1,50-1,80
Ondergrond vm. olieopslag, sterke oliegeur Minerale olie (C10-C40)
229
1,80-2,00
Ondergrond vm. olieopslag
234, 236, 237, 238
0,00-0,50
Bovengrond werkplaats
Minerale olie (C10-C40 en C5-C10), BTEXN Standaardpakket bodem
239
0,10-0,60
Bovengrond GBM-opslag
OCB
Deellocatie B; Voormalige wasplaats/vatenopslag 231
0,25-0,55
232
2,00-2,60
Bovengrond, matig puin, zwakke oliewaterreactie Ondergrond, zwakke oliewaterreactie
Standaardpakket bodem Minerale olie (C10-C40)
Deellocatie C; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank 233, 234
2,50-3,00
Ondergrond, geen afwijkende waarneming
Minerale olie (C10-C40)
Deellocatie D; Huidige wasplaats met olie/water-afscheider en tankplaats 222
0,40-0,50
221, 224
0,10-0,50
Bovengrond bij brandstoftank, onder puinlaag Bovengrond wasplaats
Minerale olie (C10-C40) Standaardpakket bodem
Deellocatie E; Voormalig tankcluster e.o. Mp. 201, 202
2,00-2,60
Ondergrond, geen olie/waterreactie
Minerale olie (C10-C40)
Mp. 203, 204, 205
2,00-2,60
Ondergrond, geen olie/waterreactie
Minerale olie (C10-C40)
Mp. 206, 208, 219, 220
2,00-2,60
Ondergrond, geen olie/waterreactie
Minerale olie (C10-C40)
Mp. 207
2,00-2,50
Ondergrond, sterke olie/waterreactie
Minerale olie (C10-C40)
Mp. 217 (indicatief)
2,60-3,00
Ondergrond, sterke olie/waterreactie
Minerale olie (C10-C40)
Mp. 218
2,50-3,00
Ondergrond, sterke olie/waterreactie
Minerale olie (C10-C40)
Deellocatie F; Overige delen bedrijfsterrein 225, 226, 227
0,00-0,70
Minerale olie (C10-C40)
0,15-0,25
Bovengrond t.p.v. olievlek op inpandige betonvloer Ondergrond t.p.v. overkapping, zwakke olie/waterreactie Bovengrond
245
1,40-1,90
246, 257 247, 248, 254, 256
0,00-0,60
Bovengrond
Standaardpakket bodem
251, 252, 250, 258
0,00-0,60
Bovengrond
Standaardpakket bodem
Minerale olie (C10-C40) Standaardpakket bodem
Deellocatie H; bedrijfswoning met omliggende tuin Mp. 209 t/m 214
0,00-0,50
Bovengrond
Standaardpakket bodem
Mp. 209
1,00-1,50
Ondergrond
Standaardpakket bodem
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 19 van 39
Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Tabel 4.2 Analysemonsters grondwater
Grondwatermonster Filterstelling (m-mv) Motivatie Analyse Deellocatie A; Werkplaats met (vm.) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen Pb. 228 2,20-3,20 Grondwater Standaardpakket Grondwater Deellocatie B; Voormalige wasplaats/vatenopslag Pb. 232 2,50-3,50 Grondwater Standaardpakket Grondwater Deellocatie C; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank Pb. 234 2,50-3,50 Grondwater BTEXN + Minerale olie Deellocatie D; Huidige wasplaats met olie/water-afscheider en tankplaats Pb. 20 1,20-2,20 Grondwater wasplaats BTEXN + Minerale olie Pb. 221 2,30-3,30 Grondwater OBAS Standaardpakket Grondwater Deellocatie E; Voormalig tankcluster e.o. Pb. 8 1,70-2,70 Actualisatie grondwaterBTEXN + Minerale olie verontreiniging Pb. 25 1,15-2,15 BTEXN + Minerale olie Pb. 26 1,30-2,30 BTEXN + Minerale olie Pb. 100 4,00-5,00 BTEXN + Minerale olie Pb. 109 1,35-2,35 BTEXN + Minerale olie Pb. 215 2,20-2,30 BTEXN + Minerale olie Pb. 217 1,00-3,00 BTEXN + Minerale olie Pb. 218 2,50-3,50 BTEXN + Minerale olie Deellocatie F; Overige delen bedrijfsterrein Pb. 227 2,50-3,50 Grondwater t.p.v. BTEXN + Minerale olie olievlekken op betonvloer zuidelijke loods Pb. 243 2,50-3,50 Grondwater Standaardpakket Grondwater Pb. 245 2,20-3,50 Grondwater BTEXN + Minerale olie Deellocatie H; Voormalige bedrijfswoning met omliggende tuin Pb. 215 2,20-3,20 Grondwater Standaardpakket Grondwater
Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.
4.2
Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden
4.3
Toetsing analyseresultaten
Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.
De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 20 van 39
risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.3.1 Betekenis van de toetsingswaarden
Weergave tabellen
Concentratieniveau
Betekenis
≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde
Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten
> I-waarde
Sterke verhoging gemeten
Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)
Weergave bijlage 5 * *** (v)
Met het oog op de voorgenomen sanering en ontwikkeling van de locatie worden de resultaten tevens getoetst met behulp van de BoToVa toets T1 (beoordeling kwaliteit grond of bagger bij toepassing op of in de bodem). Tabel 4.3.2 Weergave concentratieniveaus RBK-toetsing (BoToVa T1)
Weergave tabellen en bijlage 1.3.1 en 1.3.2 klasse Landbouw/natuur Wonen Industrie Niet toepasbaar
De tabellen 4.3.1 en 4.3.2 zijn de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.3 en 4.4. Ten aanzien van de T1 (Regeling Bodemkwaliteit) van de grondmonsters in de navolgende tabellen merken wij op, dat deze als indicatief moet worden beschouwd, omdat bij het onderzoek geen AP-04 analysepakketten zijn gehanteerd.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 21 van 39
4.4
Milieuhygiënische kwaliteit grond
In de tabellen 4.4.1 t/m 4.4.3 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4.1 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing Deellocaties A, B, C
Analyseresultaat inclusief toetsing (mg/kg d.s.) Deellocatie A; Werkplaats met (vm.) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen Grondmonster
Diepte (m-mv)
Motivatie
Toetsuitslag T1 en bepalende parameter
Mp. 228
1,50-1,80 Ondergrond vm. olieopslag, Minerale olie; 19.000 Niet toepasbaar sterke oliegeur (Minerale olie) Mp. 229 1,80-2,00 Ondergrond vm. olieopslag Minerale olie (C10-C40 en C5-C10) <d, BTEXN<d Mp. 234, 236, 237, 238 0,00-0,50 Bovengrond werkplaats PCB; 0,0064 Wonen (PCB) Mp. 239
0,10-0,60 Bovengrond GBM-opslag
OCB <d
-
0,25-0,55 Bovengrond, matig puin, zwakke oliewaterreactie Mp. 232 2,00-2,60 Ondergrond, zwakke oliewaterreactie Deellocatie C; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank
Minerale olie; 510 -
Niet toepasbaar (Minerale olie) -
Mp. 233, 234
Minerale olie <d
-
Deellocatie B; Voormalige wasplaats/vatenopslag Mp. 231
2,50-3,00 Ondergrond, geen afwijkende waarneming
Uit tabel 4.4.1 blijkt het volgende. Deellocatie A Werkplaats met (vm.) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen In het geanalyseerde ondergrondmonster van meetpunt 228, ter plaatse van de voormalige olieopslag (huidige paardenboxen), met een zintuigelijk sterke oliegeurwaarneming, overschrijdt het gehalte aan minerale olie ruim de interventiewaarde. In het monster zijn voornamelijk middelzware oliefracties aangetroffen, hetgeen overeen komt met motorolie. Deze samenstelling komt tevens overeen met het betreffende resultaat van voorgaand onderzoek (verkennend bodemonderzoek Haitjema; 1992; zie ook paragraaf 2.4 en bijlage 2.1). Het betreffende deel van de ondergrond is bij toetsing aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit (indicatief) aan te merken als niet toepasbaar. Gelet op de aard en concentratie van de aangetroffen verontreiniging ter plaatse van meetpunt 228, is nader onderzoek nodig om de omvang, ernst en spoed van deze verontreiniging in beeld te brengen. In het zintuiglijk niet oliehoudende monster van de ondergrond van meetpunt 229 is geen gehalte aan (vluchtige) minerale olie en/of aromaten gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In het geanalyseerde bovengrondmengmonster van de meetpunten 234, 236, 237, 238, rondom de werkplaats overschrijdt het gehalte aan PCB (Polychloorbifenylen) in relatief geringe mate de achtergrondwaarde.
Het betreffende deel van de bovengrond is bij toetsing aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit (indicatief) aan te merken als klasse wonen.
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 22 van 39
In het geanalyseerde monster van de bovengrond van meetpunt 239, bij de opslag van bestrijdingsmiddelen is geen gehalte organochloor-bestrijdingsmiddelen (OCB) gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. B; Voormalige wasplaats/vatenopslag In het geanalyseerde bovengrondmonster van meetpunt 231 met een zwakke olie/waterreactiewaarneming, overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. De overige parameters van het standaardpakket bodem zijn niet verhoogd gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Het betreffende deel van de bovengrond is bij toetsing aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit (indicatief) aan te merken als niet toepasbaar. In het geanalyseerde monster van de zintuiglijk niet oliehoudende ondergrond van meetpunt 232 is geen verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. Het bij voorgaand onderzoek (Lankelma; 2003, zie ook paragraaf 2.4 en bijlage 2.1) gemeten sterk verhoogde oliegehalte is thans niet opnieuw aangetoond. Mogelijk houdt dit verband met bacteriële afbraak van de verontreiniging in de bodem. Dit is echter niet eenduidig. C; Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank In het geanalyseerde ondergrondmengmonster van de meetpunten 233 en 234 is geen gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens.
Het betreffende deel van de bovengrond is bij toetsing aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit (indicatief) aan te merken als klasse landbouw/natuur. Tabel 4.4.2 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing deellocatie D en E
Analyseresultaat Toetsuitslag T1 inclusief toetsing en bepalende (mg/kg d.s.) parameter Deellocatie D; Huidige wasplaats met olie/water-afscheider en tankplaats Grondmonster
Diepte (m-mv)
Mp. 222
0,40-0,50
Mp. 221, 224
0,10-0,50
Motivatie
Bovengrond bij brandstoftank, onder puinlaag Bovengrond wasplaats
Minerale olie <d
-
Geen > Aw
-
Deellocatie E; Voormalig tankcluster e.o. Mp. 201, 202
2,00-2,60
Ondergrond, geen olie/waterreactie
Minerale olie <d
-
Mp. 203, 204, 205
2,00-2,60
Ondergrond, geen olie/waterreactie
Minerale olie <d
-
Mp. 206, 208, 219, 220 2,00-2,60
Ondergrond, geen olie/waterreactie
Minerale olie <d
-
Mp. 207
2,00-2,50
Ondergrond, sterke olie/waterreactie Minerale olie <d
-
Mp. 217
2,60-3,00
Ondergrond, sterke olie/waterreactie Minerale olie <d
-
Mp. 218
2,50-3,00
Ondergrond, sterke olie/waterreactie Minerale olie <d
-
Uit tabel 4.4.2 blijkt het volgende. D; Huidige wasplaats met olie/water-afscheider en tankplaats In het bovengrondmonster van meetpunt 222, bij de huidige bovengrondse brandstofopslag is geen gehalten aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In het geanalyseerde mengmonster van de bovengrond van de meetpunten 221 en 224 zijn geen gehalten aan de geanalyseerde parameters van het standaardpakket bodem gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek Stegerensallee 2 te Dedemsvaart (kenmerk: 230226)
Pagina 23 van 39
De betreffende delen van de bovengrond zijn bij toetsing aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit (indicatief) aan te merken als klasse landbouw/natuur E; Voormalig tankcluster e.o. In de geanalyseerde, separate monsters van de zintuiglijk sterk oliehoudende ondergrond van de meetpunten 207, 217 en 218, ter plaatse van de bij eerder onderzoek geconstateerde verontreinigingskern van minerale olie in de ondergrond, zijn geen gehalten aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. In de geanalyseerde monsters van de zintuiglijk niet oliehoudende ondergrond van de meetpunten 201 en 202, 203 t/m 205 en 206, 208, 219 en 220, rondom de bij eerder onderzoek geconstateerde verontreinigingskern van minerale olie in de ondergrond zijn eveneens geen gehalten aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens. Hierbij valt op, dat de ter plaatse van de meetpunten 207, 217 en 218 zintuiglijk in de bodem waargenomen sterke olie/waterreacties analytisch niet zijn bevestigd. Ook zijn de ter plaatse, bij voorgaand onderzoek in 2005 en 2020 (Van der Poel, respectievelijk Lievense WSP; zie paragraaf 2.4 en bijlage 2.1) in de ondergrond aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan minerale olie thans niet opnieuw aangetoond.