Bijlage 6 - Regels, toelichting en bijlagen bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Volle Urenweg 3a en 5 Hoogenweg'
Tekst van het document
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 5.1.4
Waterschap Vechtstromen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vier stroomgebieden: Maas, Rijn, Schelde en Eems. Binnen het stroomgebied Rijn zijn er drie deelstroomgebieden: Rijn-Noord, Rijn-Oost en Rijn-West. Het stroomgebied Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen en Drents Overijsselse Delta. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 15 december 2021 het 'Waterbeheerprogramma 2022 – 2027' vastgesteld. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. In het Waterbeheerprogramma en de Watervisie is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren wil uitvoeren. De grote opgaven van het waterschap Vechtstromen zijn werken aan voldoende water, omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 49
voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken, werken aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. 5.2
Waterparagraaf
5.2.1
Algemeen
Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe 'eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren' is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.
Vandaar dat het principe 'eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren' een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Wateraspecten plangebied Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Het afvalwater en hemelwater dient tot aan de perceelsgrens gescheiden aangeboden te worden. Hier kan het worden aangesloten op het ter plaatse aanwezige stelsel. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG).
Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 50
5.2.2
Watertoetsprocedure
Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'korte procedure' van de watertoets wordt toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Het watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 6 bij deze toelichting. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. De nieuwe woningen worden aangesloten op het bestaande gemeentelijke riool. Het hemelwater zal zoveel mogelijk in de gronden rondom de compensatiewoningen worden geïnfiltreerd. Binnen het plangebied is hiervoor meer dan voldoende ruimte. Bovendien is er met dit plan sprake van een forse afname aan bebouwing en verharding, wat een positief effect heeft voor de waterhuishouding.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 51
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten en planverantwoording
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 6.2
Opzet van de regels
6.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. 6.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Om op een eenduidig manier afstanden, oppervlaktes en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 6.2.3
Bestemmingsregels
Dit hoofdstuk bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals weergegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 52
Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels; Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheden: welke wijzigingsbevoegdheden gelden voor het bestemmingsplan (in de archeologische dubbelbestemming). 6.2.4
Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel; Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van bouwplannen. Artikel 6 Algemene gebruiksregels; In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven met specifieke aandacht voor uitsluiting van besluit-m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Artikel 8 Algemene wijzigingsregels; In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven de bevoegdheden van Burgemeester en wethouders weer om het plan op ondergeschikte punten te wijzigen. Artikel 9 Overige regels; In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van de werking wettelijke regelingen, afstemming welstandstoets, uitsluiting seksinrichting, afstemming APV en evenementen en parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden. 6.2.5
Overgangs- en slotregels
In Artikel 10 (Hoofdstuk 4) staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
6.3
Verantwoording van de regels
6.3.1
Bestemmingen
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" en bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, herziening regels" zijn de basis voor voorliggend bestemmingsplan. Immers wijzigt het bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' naar 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap' zoals
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 53
deze is opgenomen in bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" en bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, herziening regels". De bouw- en gebruiksregels van onderstaande bestemmingen blijven daarmee grotendeels gelijk. Hieronder wordt nader toegelicht waar deze bestemmingen afwijken van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" en bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, herziening regels". Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap Ter plaatse van de overblijvende agrarische gronden, welke niet worden bestemd tot 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap' blijven de gronden bestemd als 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap'. De toekomstige woonbestemming is iets breder gemaakt als het bestaande agrarische bouwvlak, maar minder diep. De gronden achter het achtererf van beide woningen binnen het voormalige agrarische bouwvlak worden bestemd als 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap', maar dan zonder bouwvlak. Ter plaatse van deze gronden die buiten het woonerf vallen worden eveneens landschapsmaatregelen uitgevoerd. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken behorend bij het daar voorkomend landschapstype.
De gronden zijn tevens bestemd voor voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie, watergangen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, landschappelijke inpassing en hobbymatige agrarische activiteiten. Op de gronden zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan. Voor de andere bouwwerken zijn bouwbepalingen opgenomen. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de gronden te kunnen inzetten voor natuurontwikkeling. Tot slot is er een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen, waarin voor bepaalde werkzaamheden een vergunningplicht is opgenomen. Specifiek is een uitzondering opgenomen voor werken en werkzaamheden die uitgevoerd worden in het kader van een ruimtelijk kwaliteitsplan. Wonen - Besloten heideontginningslandschap Ter plaatse van de kavels van bestaande woningen en de compensatiewoningen is de bestemming 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap' opgenomen. Binnen deze bestemming is voor elke woning een eigen bestemmingsvlak opgenomen. Voor de compensatiewoningen is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woning gebouwd moet worden. Per bestemmingsvlak is één woning toegestaan. Het voormalige agrarische bouwvlak ligt strak langs de bedrijfswoning op nummer 3a. Daarom is het achtererf van deze woning ruimer gemaakt.
Op deze manier is daar voldoende ruimte om eventueel een bijgebouw te realiseren. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen, landschappelijke inpassing en ontsluitingsvoorzieningen. Hieraan ondergeschikt zijn tevens bed- and breakfast en boerderijkamers toegestaan. Tevens is bepaald dat de woning vrijstaand gebouwd dient te worden. De inhoud van een woning bedraagt maximaal 750 m3. De goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 3,5 en 10 meter. Bij de bestaande woningen is maximaal 150 m2 aan bijgebouwen toegestaan. Dit is aangeduid met een aanduiding op de plankaart. Bij de compensatiewoningen is maximaal 100 m2 aan bijgebouwen toegestaan. Voor de bestaande woningen gelden de bestaande maatvoeringen, met uitzondering van de oppervlakte van de te slopen gebouwen zoals weergegeven in Bijlage 4. Bijbehorende bouwwerken worden minimaal 1 m achter de voorgevel gebouwd, waarbij een uitzondering is voor het bijgebouw bij de voormalige boerderij. Hiervoor is een bouwaanduiding opgenomen, waardoor ter plaatse van deze aanduiding het bijgebouw ook voor de voorgevel gebouwd mag worden. Van de bouwregels kan op ondergeschikte punten afgeweken worden. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik en bepalingen omtrent aan-huis-gebonden beroepen, bed and breakfast en boerderijkamers opgenomen.
Tevens is hier een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing opgenomen, gekoppeld aan een aanduiding. Ook de sloop van de bebouwing zoals weergegeven in Bijlage 4 is als voorwaardelijke verplichting opgenomen. Daarnaast geldt een voorwaardelijke verplichting voor bodemsanering op het perceel tussen de twee bestaande woningen. Ook is met een aanduiding geregeld dat de compensatiewoning op dit perceel dient te voldoen aan de
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 54
beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in Bijlage 3. In de afwijking van de gebruiksregels zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen om via een omgevingsvergunning kleinschalige bedrijfsactiviteiten en andere landschappelijke maatregelen dan in de voorwaardelijke verplichting bepaald, toe te staan.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 55
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Een exploitatieplan hoeft niet te worden vastgesteld als: a. het totaal der exploitatiebijdragen dat kan worden verhaald minder bedraagt dan € 10.000,–; b. er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f Besluit ruimtelijke ordening; c. de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. In dit plan is sprake van één of meer van deze uitzonderingsgronden, zodat een exploitatieplan niet nodig is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente.
Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 56
Hoofdstuk 8 8.1
Vooroverleg, inspraak en zienswijzen
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 8.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2
Provincie Overijssel
Het plan is in het kader van vooroverleg aan de provincie Overijssel voorgelegd. Op 3 november 2023 heeft de provincie een akkoord gegeven op het plan. 8.1.3
Waterschap Vechtstromen
In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'korte procedure'. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft er niet toe geleid dat er nader overleg met het waterschap moet worden gevoerd.
8.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt vanwege de aard en beperkte omvang geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerp bestemmingsplan heeft gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Er zijn tijdens deze periode geen zienswijzen ingediend.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 57
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 58
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 59
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 60
ruimtelijk kwaliteitsplan Volle Urenweg 5 Hoogenweg
colofon Door:
dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
2
Telefoonnummer
06 24 88 38 28
herbert@erfontwikkelaar.nl
Internet
www.erfontwikkelaar.nl
Project
2464
Auteur
H. Oldehinkel
Datum laatst gewijzigd
24 november 2023, 9:35
Bestandsnaam
2464-RKP-02
Aantal pagina’s
22
3 Inhoudsopgave colofon
2
introductie
4
Volle Urenweg 5
6
vigerend beleid
8
ontstaan van het landschap
10
het erf aan de volle urenweg 5
12
concept
14
erfinrichtingsplan
16
landschapsmaatregelen
18
beeldkwaliteitsparagraaf
20
introductie
dé Erfontwikkelaar b.v. heeft het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld in het kader van een rood voor rood aanvraag te Hoogenweg Op het erf aan de Volle Urenweg wordt 2.000 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Middels de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit zal ter compensatie van de sloop twee woning gegenereerd kunnen worden. Hiervoor is 2.000 m2 nodig. Het gemeentelijk beleid in deze beoogt dat de bestaande (cultuurhistorische) kwaliteit een belangrijke rol speelt bij de uitstraling en uitdraging van de karakteristiek van het gebied. De gemeente heeft hiervoor de LandschapsIdentiteitskaarten als beleidskader. Tesamen met de wensen van de initiatiefnemers is dit plan opgesteld.
4
5
Volle Urenweg 5
locatie plangebied
volle urenweg 5
Legenda
1. Bestaande bedrijfswoning 2. Bestaande boerderij 3. Te slopen landschapsontsierende stallen (netto 2.053 m2) 4. Op te ruimen verhardingen/kuilvoeropslagen
1. Bestaande bedrijfswoning 2. Bestaande boerderij (bedrijfswoning) 3. Te slopen landschapsontsierende bebouwing (totaal 2.480 m2 - 300 m2 = netto 2.180 m2) 4. Op te ruimen verhardingen/kuilvoeropslagen
1
3
3
2
3
4
Het erf aan de Volle Urenweg 5 kent een agrarische bestemming en is ook zo in gebruik. Naast de boerderij en opstallen zijn ook nog enkele kuilvoeropslagen en een mestsilo aanwezig. De agrarsiche bestemming wordt binnen dit project omgezet naar wonen. Het erf wordt ontsloten door meerdere bestaande inritten.
6
3
Op het erf wordt ruim 2.053 m2 landschapsontsierende opstallen gesloopt
7
7 8 2 9
1
6 5
10 11
Het erf bestaat uit de
4 3 12
oorspronkelijke boerderij (1) met aanbouwde stal (2) en een tweede bedrijfswoning (3). Daarnaast zijn er verschillende vrijstaande opstallen (4,5,6) en een mestsilo (7). Tussen de mestsilo en de aangebouwde ligboxenstal liggen de kuilvoeropslagen (8). Het erf kent diverse inritten (9,10,11,12).
vigerend beleid
OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieubeleidsplan samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt.
GEBIEDSKENMERKEN Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de Omgevingsvisie toegelicht: De natuurlijke laag De laag van het agrarisch-cultuur landschap De stedelijke laag De laag van de beleving
landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’ landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen.
8
Sterk:
In de Visienota Buitengebied worden, op hoger niveau, gebiedskenmerken beschreven en ontwikkelingsrichtingen aangegeven. Dit is in LIK’s en de Ontwikkelingsvisie verder uitgewerkt.
strak rechtlijnig wegenpatroon rechthoekige verkaveling wegbeplanting verspreide bosjes perceelgrensbeplanting rechthoekige erven in verkavelingsrichting met kop naar de weg veel erven met erfbeplanting kleinschalig gebied met open ruimten Duitse grens met stuwwal is zichtbaar
Gebiedskenmerken
Zwak
Landschapstype: Essen- en kampenlandschap Landschapsbeeld: kleinschalig Huidige functies: landbouw en wonen
erven zonder beplanting lage biodiversiteit
GEMEENTE HARDENBERG De Visienota Buitengebied van de gemeente Hardenberg (2006) is een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente Hardenberg.
TOELICHTING: Dekzandvlakte en jonge heide- en broekontginnings-
Landschapskenmerken:
landschap
Kleinschalig landschap Eikenbomen – singels Kronkelend patroon van wegen Licht glooiend landschap Verspreid bebouwingspatroon
De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de
LANDSCHAPSIDENTITEITSKAARTEN: Het plangebied is beschreven in de LandschapIdentiteitsKaart (LIK): RADEWIJK HOOGENWEG BRUCHTERVELD SIBCULO. In de LIK worden de specifieke kenmerken en kwaliteiten van het deelgebied vastgelegd, welke de basis vormen van zowel het bestemmingsplan als de structuurvisie en het landschapsontwikkelingsplan. Het plangebied ligt in het BESLOTEN HEIDEONTGINNINGSLANDSCHAP Uit het LIK zijn die zaken aangehaald welke bruikbaar zijn voor het plan en de inrichting van het plangebied.
Kansen: herstel en onderhoud pereelgrensbeplanting en bosjes aanleg en herstel erfbeplanting verbetering landschappelijke inpassin
9
besloten heideontginningslandschap dekzand
natuurlijke laag
jong heideontginningslandschap
laag van het agrarisch cultuurlandschap
landschapsidentiteitskaart
ontstaan van het landschap
Het erf aan de Volle Urenweg 5 is in de tweede helft 20e eeuw ontstaan. Het gebied is een jonge heideontginning dat planmatig is ontgonnen. De Volle Urenweg/Olsmansdijk en Heideweg zijn typische ontginningswegen. Veelal met wegbeplanting. De erven liggen aan de weg en kennen een groene rand. De verkaveling was oorspronkelijk veel kleiner en meer blokvormig. Het landschap is altijd open geweest. De Radewijkerbeek die aan de noordkant van het gebied stroomt is tweede helft 20e eeuw gekanaliseerd. Deze beek kent geen opgaande beplanting en ligt anoniem in het landschap. Enkel de rietkraag is te zien. Opvallend is dat de boerderij met de achterzijde naar de weg staat. Veelal staan ze met de voorzijde richting de weg. Ook het langgerekte erf is bijzonder. Veelal zijn de erven vierkanter en staan de stallen naast/voor de boerderij. De erven in de nabije omgeving liggen als ensembles langs de weg. Veelal zijn ze deels afgeschermd met opgaand groen en bomen. De erven kennen vaak meerdere inritten. Met de ruilverkaveling is het landschap opener en grootschaliger geworden. Her en der in het gebied zijn kleine bosjes aangeplant ter compensatie. (noordwestzijde).
10
situatie 2021
11
situatie 1950
situatie 1900
het erf aan de volle urenweg 5
de tweede bedrijfswoning
Het erf bestaat uit een reeks gebouwen langs de weg. Daarbij is de boerderij niet goed te zien vanaf de weg. Dit komt omdat er een ligboxenstal aan de woning is vastgebouwd waarmee het zicht op het achterhuis is verdwenen. De tweede bedrijfswoning daarentegen is wel te zien vanaf de weg. Langs de Volle Urenweg staan zomereiken nabij het erf. Het erf kent daarmee een groen karakter. De verschillende opstallen zijn landschapsontsierend te noemen door de aanwezigheid van asbestdaken, het ontbreken van een duidelijke vorm en door gebrek aan gebruikswaarde nadat het agrarische bedrijf elders verder gaat. Bij de sloop van de opstallen en het opruimen van de kuilvoeropslagen ontstaat veel ruimte op en rondom de boerderij. Waardevolle beplanting (met name de bomenrij langs de weg) blijft behouden.
12
de bestaande boerderij ligt verscholen achter de stallen
13
landschapsstructuurkaart
concept
Na de sloop van de landschapsontsierende bebouwing zullen er twee compensatiewoningen ingepast moeten worden. Tesamen met de boerderij en tweede bedrijfswoning zal het een passende eenheid moeten vormen. Om geen gebiedsvreemde lintbebouwing te creeëren is gekozen om nabij de boerderij een schuurwoning te positioneren en de andere compensatiewoning op de plek van de mestsilo te bouwen. Hiermee ontstaan eigenlijk twee ensembles met daartussen ruimte voor een weide.
14
15
open
één erf open
Vol
le
Ure
nw
eg
concept nieuwe erven met ruimte tussen de beide clusters
erfinrichtingsplan
Middels een bestaande inrit wordt deze compensatiewoning en boerderij ontsloten. Ook bij de boerderij kan een nieuw bijgebouw worden gebouwd. Aangezien het 'achterhuis' richting de Volle Urenweg staat zal het bijgebouw hier voor moeten. Ook de bestaande opstallen staan op deze plek. De andere compensatiewoning wordt nabij de te slopen mestsilo gerealiseerd. Een weide met doorkijk zorgt ervoor dat het geen lintbebouwing wordt. Het doel van de beleidsnotitie ‘Erven met kwaltieit’ is het opruimen van landschapsontsierende bebouwing en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Aan de Volle Urenweg staat. 2.053 m2 landschapsontsierende bebouwing met asbest daken. Er is gekozen om de compensatiewoning ten westen van de boerderij op de plek van de te slopen stallen te realiseren. Hier kan aansluitend op het bestaande erf een woning toegevoegd worden. Middels de één erfgedachte zal deze compensatiewoning een ruimtelijke eenheid met de boerderij vormen. De hierarchie van de gebouwen bepaalt mede deze één erfgedacht. Op pagina 20 zijn daarom in samenspraak met de stadsbouwmeester specifieke criteria opgenomen die als toetsingskader voor deze woning gelden. Middels de Welstandsnota is dit namelijk niet te toetsen. De compensatiewoning wordt gelijk aan de Volle Urenweg gebouwd. Het bevorderd de één erfgedachte.
Het bijgebouw vormt een passende afscheiding tussen de kavel van de boerderij. Daarbij zal een beukenhaag de tuinen van elkaar op een passende wijze afschermen.
16
Deze compensatiewoning staat net als de tweede bedrijfswoning op zichzelf en maakt geen onderdeel meer uit van het oorspronkelijke boerenerf. De woning moet daarom opzichzelf in het landschap staan en getoets worden aan de standaard van de Welstandsnota. Bij deze woning kan eveneens een bijgebouw worden gesitueerd. In algemene zin is rekening gehouden met het feit dat zonnepanelen of dergelijke installaties op het bijgebouw gelegd kunnen worden. Dit houdt concreet in dat er geen hoge opgaande beplanting ten zuidwesten van de bijgebouwen is gesitueerd. Tussen de erven worden bomen en houtsingels aangelegd overeenkomstig het wensbeeld van de gemeente Hardenberg. Dit sluit aan op de kenmerken van het besloten heideontginningslandschap. Ook wordt er een gezamenlijke boomgaard voor de boerderij aangeplant. Enkele hagen zorgen ervoor dat er voldoende privacy ontstaat. Op de erven kan gekeerd en geparkeerd worden.
datum
3. Compensatiewoning 1
herbert
2. Bestaande boerderij (bedrijfswoning)
2384
bestand door
1. Bestaande bedrijfswoning
2 augustus 2023
project
Legenda
2384-eip-1.vwx
17
a3
schaal versie
1.0
Erfinrichtingsplan Volle urenweg 3-5 Hoogenweg
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
1 : 1000
formaat
1 (3)
5. Bijgebouw
tekeningno
4. Compensatiewoning 2
6. Aanplant bomenrij van berk 7. Aanplant bomenrij van zwarte els 8. Aanplant houtsingel
12
9. Aanplant linde
6 1
10. Aanplant hoogstam fruitbomen 11. Aanplant wilde ligusterhaag 13
12. Bestaande bomen behouden (hoofdzakelijk zomereik)
3 5 8 5
13. Aanplant walnoot
5 2
10
9
13 8
6
9 4 11 5 7 7
6
laat je erf groeien! het erfinrichtingsplan
2384-eip-1.vwx
bestand
1 : 1000
1.0
herbert
2384
schaal versie
door
project
a3
4. Aanplant struweel bestaande uit:
Aanplantmaat 80-100 met 5 st/m2 Eindbeeld is een uitgegroeid struweel van 3-5 (m) breed
1 2
8 4
5. Aanplant Winterlinde - Tilia vulgaris Aanplantmaat 14-16 totaal 2 stuks Eindbeeld is een solitiare boom
6
5
8 4
2
5
7. Aanplant wilde liguster - Ligsutrum vulgaris Aanplantmaat 80-100 met 5 st/m1 Eindbeeld is een geschoren haag van max. 1 (m) hoog
7
3 3
8. Aanplant walnoot - Juglans regia Aanplantmaat 14-16 Totaal 2 stuks met als eindbeeld een solitaire boom
2
2
laat je erf groeien!
Landschapsmaatregelen Volle urenweg 3-5 Hoogenweg
Zwarte els - Alnus glutinosa 5% Hazelaar - Corylus avelana 10% Meidoorn - Crateagus monogyna 25% Wilde liguster - Ligustrum vulgaris 25% Sleedoorn - Prunus spinosa 20% Wilde roos - Rosa rubiginosa 15%
6. Aanplant van hoogstam fruitbomen Malus/Pyrus/Prunus Bij voorkeur oude soorten Aanplantmaat 12-14 Totaal 6 stuks
18
formaat
3. Aanplant zwarte els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 12-14 met in totaal 7 stuks Eindbeeld is een bomenrij
1 (3)
datum
2. Aanplant ruwe Berk - Betula pendula Aanplantmaat 14-16 Totaal 16 stuks met als eindbeeld een bomenrij
2 augustus 2023
1. Bestaande bomen behouden (hoofdzakelijk zomereik)
tekeningno
landschapsmaatregelen
Legenda
19
struweel
weide tussen erven
losse bomenrij van zwarte els
walnoot
boomgaard
beeldkwaliteitsparagraaf
een lineaire noklijn zonder haakse toevoegingen en verbijzonderingen. geen doosvormige verbijzonderingen die gevel en goot onderbreken zoals entree risalieten e.d. Detaillering en materiaalgebruik:
SCHUURWONING Op de inrichtingstekening (pag 17) worden structuren duidelijk. In hoofdlijnen staan wegen, groen en kavelgrenzen vast. De schuurwoning zal afzonderlijk van de Welstandsnota getoetst worden aan het beeldkwaliteitsplan. Hiermee is de hierarchie tussen de bebouwing, dat een essentieëel onderdeel van de beeldkwaliteit is, geborgd. Binnen het kader is er voldoende ruimte om een eigen ontwerp van de schuurwoning te ontwikkelen. Om de eenheid in het gebied te bewaken zijn er wel randvoorwaarden opgesteld voor vormgeving, materialisatie, en beplanting. De voorkomende schuren op de erven in dit deel van het Vechtdal zullen als inspiratie moeten dienen. Dit beeldkwaliteitsplan vormt na vaststelling het toetsingskader voor een bouwplan van de schuurwoning met een architectuurstijl passend bij het erf. Vorm De woning heeft een eenvoudige en duidelijk herkenbare hoofdvorm en een rechthoekig grondvlak; het dak dient te bestaan uit een zadeldak met een helling van 35-50 graden;
20
De detaillering van de schuurwoning dient sober te zijn, duidelijk soberder dan die van de boerderijen en landelijke woningen die in de nabije omgeving staan; de dakgoot is subtiel vormgegeven, bijvoorbeeld door een mastgoot. Het vormt een geïntegreerd onderdeel van de hele dakconstructie, geen goot is ook mogelijk; de materialen zijn niet glimmend en passen qua oppervlakte en structuur goed in de omgeving eenduidig materiaalgebruik zoals bakstenen, rabatdelen/gepotdekseld hout en keiwerk. in alle gevels van de compensatiewoning worden dezelfde hierboven omschreven materialen gebruikt. Vernieuwende architectuur Het wordt aangemoedigd dat de architectuur op een vernieuwende manier omgaat met de criteria, zolang deze recht doet aan een beeldbepalend dakvlak en een rustige uitstraling; de schuurwoning heeft een langwerpige hoofdvorm, de kap bestaat uit een zadeldak; de kap kan twee ongelijke kanten bevatten (verschil in goothoogte/dakhelling); er mag af worden geweken van de kenmerkende symmetrie van stalgebouwen indien de hoofdvorm eenduidig blijft; de dakbedekking bestaat uit een pannendak, niet glimmend plaatmateriaal of een vegetatiedak; het dak kan voorzien zijn van (grote) dakramen en lichtstraten; gevels kunnen geheel van glas zijn of (deels) grote raampartijen/stroken hebben; de compositie van de gevels en het dak is sober in opzet en heeft een robuuste uitstraling; het
kleurgebruik is gedekt (natuurlijke tinten, geen felle kleuren).
Detaillering en materiaalgebruik te behouden schuur De detaillering van de schuur dient sober te zijn, opvallende kleuren of elementen zijn niet toegestaan; de dakgoot is subtiel vormgegeven, bijvoorbeeld door een mastgoot vormt een geïntegreerd onderdeel van de hele dakconstructie, geen goot is ook mogelijk; de materialen zijn niet glimmend en passen qua oppervlakte en structuur goed in de omgeving traditionele materialen zoals bakstenen, rabatdelen/ gepotdekseld hout die mooi verouderen; zonnepanelen vormen een onderdeel van het gebouw, ze worden uitgelijnd en aaneengesloten geplaatst op het dak.
De compensatiewoning wordt modern en sober, en past in bij de bestaande boerderij. Het wordt aangemoedigd dat de architectuur op een vernieuwende manier omgaat met de criteria, zolang deze recht doet aan een beeldbepalend dakvlak en een rustige uitstraling. Op de volgende pagina zijn referentiebeelden opgenomen:
21
referentieb e elden vo or de schuurwoning
laat je erf groeien
Bijlage 2
Bodemonderzoek
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Volle Urenw eg 3a en 5 Hoogenw eg | PAGINA 83
Verkennend Bodemonderzoek
Project:
2023-183
Locatie:
Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
Opdrachtgever:
Erfontwikkelaar Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Datum:
17 oktober 2023
Verkennend bodemonderzoek Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
Verkennend Bodemonderzoek Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
Opdrachtgever:
Erfontwikkelaar Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Adviesbureau:
Dumea Milieu Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld
Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:
Definitief 1 17 oktober 2023 2023-183
Auteur:
Joost Stevelink*
Paraaf:
Kwaliteitscontrole:
Niek Hesselink*
Paraaf:
Veldwerkers:
Joost Stevelink, Mark Morsink, Remco Woertman*
*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
2023-183
17-10-2023
Pagina 2 van 23
Verkennend bodemonderzoek Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
Inhoudsopgave Pagina 1
Inleiding
4
2
Vooronderzoek
5
3
4
5
2.1 Locatie gegevens
5
2.2 Algemene informatie locatie
5
2.3 Directe omgeving locatie
6
2.4 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek
6
2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie
6
2.6 Vooronderzoek PFAS
7
2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest
7
2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest
7
Onderzoeksprogramma
8
3.1 Hypothesestelling
8
3.2 Onderzoeksopzet
9
3.3 Analysestrategie
9
Onderzoeksresultaten
11
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
11
4.2 Analyseresultaten
12
4.3 Toetsing van de hypothese
14
4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
15
Samenvatting en conclusie
16
BIJLAGE I: Situering van de locatie BIJLAGE II: Situering van de locatie (schaal 1: 4800) BIJLAGE III: Overzichtstekening boorpunten BIJLAGE IV: Boorstaten BIJLAGE V: Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen BIJLAGE VI: Foto's
2023-183
17-10-2023
Pagina 3 van 23
Verkennend bodemonderzoek Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
1 Inleiding In opdracht van Erfontwikkelaar heeft Dumea Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Volle Urenweg 5 te Hoogenweg. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. In onderhavig onderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van voorgenomen bestemmingswijziging, sloop- en nieuwbouwactiviteiten. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem.
(NEN 5707+C2:2017) - BRL SIKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - BRL SIKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - BRL SIKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"
Dumea Milieu is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Dumea Milieu en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).
2023-183
17-10-2023
Pagina 4 van 23
Verkennend bodemonderzoek Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit:
Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron
Omschrijving
www.ahn.nl
AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland)
www.bodemloket.nl
Bodemloket van Nederland
www.topotijdreis.nl
Historische kaarten
www.dinoloket.nl
Ondergrond gegevens van Nederland
BAG viewer
Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
Gemeente Hardenberg
Historische informatie van de gemeente
Bodematlas Provincie Overijssel
Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel
Informatie Opdrachtgever
Erfontwikkelaar
Inspectie onderzoekslocatie
Visueel inspectie van de locatie
2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel
Tabel 2 Locatiegegevens Kadastrale gemeente
Volle Urenweg 5 te Hoogenweg Ambt-Hardenberg
Sectie
Z
Percelen
694
Oppervlakte van de onderzoekslocatie
<13000 m2
Eigenaar/ gebruiker
-
Korte beschrijving van de onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie bestaat uit een agrarisch erf
Bebouwing
Op de onderzoekslocatie staan twee woningen met meerdere schuren
Verharding
De onderzoekslocatie is deels verhard met klinkers en beton
Adres onderzoekslocatie
2.2 Algemene informatie locatie De locatie aan de Volle Urenweg 5 te Hoogenweg betreft een agrarisch melkvee- en varkensbedrijf. Op de locatie zijn twee woningen met meerdere bedrijfsgebouwen aanwezig. De bedrijfsgebouwen bestaan uit een ligboxenstal, (werktuig)bergingen, werkplaats, een varkensstal en een mestsilo. Op historische kaarten is vanaf 1906 bebouwing op de locatie te zien. Volgens het BAG-register zijn de woningen gebouwd in 1925 en 1982. De schuren zijn volgens het register gebouwd tussen 1989 en 2009. Op 11 december 1984 is een oprichtingsvergunning ingediend voor het houden van melk/fokvee en vleesvarkens. In 1999 is een vergunningsaanvraag ingediend bij de gemeente in verband met een uitbreiding/wijziging van de inrichting. Uit de verkregen informatie blijkt dat er een bovengrondse dieseltank met een inhoud van 1200 liter op de locatie aanwezig is, alsmede een spoelplaats, olieopslag, een bestrijdingsmiddelenopslag en een werkplaats. De dieseltank heeft op twee plaatsen gestaan (zie bijlage III) en is in 2015 vervangen voor een dieseltank met een inhoud van 3000 liter. Uit de omgevingsrapportage van de Provincie Overijssel blijkt dat (in de buurt van) de locatie vermeld wordt als ‘stortplaats op land’. Bij zowel de provincie, omgevingsdienst en de gemeente is geen informatie bekend over een eventuele stortplaats.
2023-183
17-10-2023
Pagina 5 van 23
Verkennend bodemonderzoek Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
Het terrein is, voor zover bekend, niet opgehoogd. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten voorgedaan die van invloed zijn geweest op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de onderzoekslocatie bekend bij de geraadpleegde bronnen. 2.3 Directe omgeving locatie De onderzoekslocatie bevindt zich in het buitengebied van Hoogenweg. In de directe omgeving bevinden zich enkele woonhuizen, agrarische bedrijven en landbouwpercelen. Op historische kaarten wordt de omgeving aangeduid als "De Volle Uren". Er is geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van onderzoekslocatie. 2.4 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek Voor zover bekend zijn er in het verleden op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2
De boorlocatie bevindt zich circa 10 meter boven NAP. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk.
2023-183
17-10-2023
Pagina 6 van 23
Verkennend bodemonderzoek Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
2.6 Vooronderzoek PFAS PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron-grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook brandweer-oefen-plaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grondof grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van het Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt. Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem. 2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest Uit de verkregen historische informatie blijkt dat vanaf circa 1906 bebouwing op de locatie aanwezig is. Het is mogelijk dat tijdens (ver)bouwwerkzaamheden asbest in de gebouwen verwerkt is. De daken van de schuren bevatten (deels) asbesthoudende dakbedekking.
Er zijn drie druppelzones waar het lekwater van de asbesthoudende dakbedekking rechtstreeks in de onbeschermde bodem terechtkomt. Ter plaatse van de overige lekstromen is verharding aanwezig of de daken zijn voorzien van dakgoten met degelijke afvoerpijpen. Door het jarenlange gebruik van de locatie als agrarisch erf wordt de locatie als verdacht beschouwd met betrekking tot de aanwezigheid van asbest in de bodem. 2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest Op 19 en 20-9-2023 is de locatie visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De maaiveldinspectie is uitgevoerd conform de NEN 5707. Het maaiveld van de onderzoekslocatie is verdeeld in stroken van ongeveer 1m breed en is strook voor strook in 2 richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de maaiveldinspectie beknopt weergegeven.
Tabel 3 Maaiveldinspectie NEN 5707 Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte geïnspecteerde locatie
<13000
Conditie toplaag
Droog
Beperkingen van de inspectie
Neerslag: geen, >25% verharding, >25% vegetatie
Weersomstandigheden
Zicht: > 50m
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
Nee
Opmerking
De maaiveldinspectie werd beperkt door de verharding en de vegetatie
Resultaat maaiveld inspectie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen.
2023-183
17-10-2023
Pagina 7 van 23
Verkennend bodemonderzoek Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
3
Onderzoeksprogramma
3.1
Hypothesestelling
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de locatie één of meer hypotheses geformuleerd ten aanzien van grond en grondwaterverontreiniging. Op basis van het historisch vooronderzoek blijkt dat de locatie een agrarische bedrijfslocatie betreft. Naar aanleiding van de bevindingen van het historisch vooronderzoek wordt de locatie als verdacht beschouwd en wordt als best passende strategie VED-HE gehanteerd. De bovengrond van de onderzoekslocatie kan als verdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters alsmede asbest. In het kader van de NEN5740 en NEN5707 dient de bovengrond onderzocht te worden conform onderzoeksstrategie VED-HE. De ondergrond kan als onverdacht beschouwd worden. Een klein deel van de onderzoekslocatie bestaat uit weiland en is op voorhand niet verdacht. Door de gehele onderzoekslocatie als verdacht te beschouwen wordt zowel de onderzoeksbehoefte vanuit het oogpunt van de verwachte verontreiniging gedekt als de onderzoeksbehoefte vanuit het oogpunt van het verkrijgen van een bouwvergunning. De twee plaatsen van de dieseltank worden onderzocht conform de strategie VEP. De spoelplaats en de opslag van olie bevinden zich bij elkaar en kan derhalve als één verdachte deellocatie worden beschouwd.
De bestrijdingsmiddelenopslag bevindt zich in de werkplaats waardoor ook dit als één verdachte deellocatie kan worden beschouwd. Deze verdachte deellocaties worden onderzocht conform de strategie VEP. Omdat de exacte locatie van de eventuele stortplaats niet is achterhaald kan hier geen onderzoek naar worden verricht. De volgende deellocaties en hypotheses worden aangehouden:
Tabel 4 Deellocaties en hypothese NEN5740 Locatie Gehele locatie Dieseltank Vml dieseltank Spoelplaats + olieopslag Werkplaats + bestr.midd.opslag
Hypothese Verdacht (VED-HE) Verdacht (VEP) Verdacht (VEP) Verdacht (VEP) Verdacht (VEP)
Verdachte stoffen Zware metalen, PAK Minerale olie Minerale olie Zware metalen, minerale olie Zware metalen, PAK, Minerale olie, OCB’s
Opmerking -
Verkennend bodemonderzoek NEN 5707 Het asbest in grondonderzoek heeft tot doel het globaal vaststellen van het gemiddelde asbestgehalte van de deellocatie (ruimtelijke eenheid) en het vaststellen van de globale omvang van een eventueel aanwezige asbestverontreiniging.
Tabel 5 Deellocaties en hypothese NEN5707 Locatie Gehele locatie Druppelzone 1 Druppelzone 2 Druppelzone 3
Hypothese Verdacht (VED-HE) Verdacht (VED-HE) Verdacht (VED-HE) Verdacht (VED-HE)
Verdachte stoffen Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond
Opmerking -
De druppelzones worden onderzocht conform de strategie VED-HE.
2023-183
17-10-2023
Pagina 8 van 23
Verkennend bodemonderzoek Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
3.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 19 en 20 september 2023 (plaatsing peilbuizen en monstername grond), 3 oktober 2023 (monstername grondwater). De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III.
Tabel 6 Onderzoeksopzet NEN 5740 (VED-HE & VEP) Locatie Gehele locatie Dieseltank Vml dieseltank Spoelplaats + olieopslag Werkplaats + bestr.midd.opslag
Ondiepe boringen1 21 2 2 2
Diepe boringen2 5 -
Peilbuizen
Analyses grond
Analyses water
2* 1 1 1
5x st. grond AS3000 1x Min. Olie 1x Min. Olie 1x st. grond AS3000
2x st. grondwater AS3000* 1x Min. Olie + BTEXN 1x Min. Olie + BTEXN 1x st. grondwater AS3000
2
-
1*
1x st. grond AS3000+ OCB’s
1x st. grondwater AS3000 + OCB’s*
1
Ondiepe boringen standaard tot 0,5 m-mv. Diepe boringen tot de grondwaterstand met een minimum van1,0 m-mv en een maximum van 2,0 m-mv. *Plaatsing peilbuis met bijbehorende watermonster gecombineerd voor beide deellocaties. 2
Tabel 7 Onderzoeksopzet NEN 5707 Locatie Gehele locatie Druppelzone 1 Druppelzone 2 Druppelzone 3
Proefgaten ondiep1 21 2* 2* 2*
Proefgaten met diepe boring2 5 -
Analyses asbest in grond3 5 1 1 1
1
Ondiep proefgat standaard 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh). Standaard proefgat van 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh) diep doorgeboord met edelmanboor Ø 12cm. 3 Analyse conform NEN5898; aantal analyses asbest in materiaal op basis van zintuiglijke waarnemingen in het veld. * Druppelzones standaard 2,0m x 0,30m x 0,10 (lxbxh). 2
3.3 Analysestrategie Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt. De aangetroffen situatie ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden gaf geen aanleiding tot het aanpassen van de onderzoeksstrategie.
Tabel 8 Analyse onderzochte monsters NEN 5740 Analyse monster BM1
Traject (m-mv) 0,08 - 0,50
BM2
0,08 - 0,50
BM3
0,00 - 0,50
BM4
0,08 - 0,50
BM5
0,00 - 0,50
BM6
0,08 - 0,50
BM7
0,08 - 0,50
BM8
0,00 - 0,50
BM9
0,08 - 0,50
2023-183
Deelmonsters
Analyse
15 (0,08 - 0,50) 16 (0,08 - 0,50) 17 (0,08 - 0,50) 20 (0,08 - 0,50) 18 (0,08 - 0,50) 23 (0,08 - 0,50) 24 (0,08 - 0,50) 25 (0,08 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50) 29 (0,08 - 0,50) 30 (0,08 - 0,50) 38 (0,08 - 0,50) 39 (0,08 - 0,50) 34 (0,00 - 0,50) 35 (0,08 - 0,50) 36 (0,08 - 0,50) 37 (0,08 - 0,50) 1 (0,08 - 0,50) 2 (0,08 - 0,50) 3 (0,08 - 0,50) 4 (0,08 - 0,50) 5 (0,08 - 0,50) 6 (0,08 - 0,50) 7 (0,08 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50) 10 (0,08 - 0,50) 11 (0,08 - 0,50) 12 (0,08 - 0,50)
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
Minerale Olie GC (AS3000) Minerale Olie GC (AS3000) AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb NEN 5740 standaard+struct+OCB(incl vbh) (AS3000)
17-10-2023
Pagina 9 van 23
Verkennend bodemonderzoek Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
OM1
0,50 - 1,50
OM2
0,50 - 1,50
Analyse monster Pb1wm1 Pb4wm1 Pb7wm1 Pb10wm1
Traject (m-mv) 2,20 - 3,20 2,00 - 3,00 2,20 - 3,20 2,00 - 3,00
Pb13wm1
2,20 - 3,20
23 (0,50 - 1,00) 23 (1,00 - 1,50) 25 (0,50 - 1,00) 25 (1,00 - 1,50) 39 (0,50 - 1,00) 39 (1,00 - 1,50) 13 (0,50 - 1,00) 13 (1,00 - 1,50) 22 (0,50 - 1,00) 22 (1,00 - 1,50) 33 (0,50 - 1,00) 33 (1,00 - 1,50)
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
Analyse Tankstation-pakket (BTEXN + Olie) (AS3000) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) OCB (AS3000) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000)
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab BV. Alle analyses zijn AS3000 erkende verrichtingen.
Motivatie analysestrategie gehele locatie Conform de NEN5740 strategie VED-HE-NL, dienen er 5 grondmonsters in de verdachte laag geanalyseerd te worden. Op basis van het historische gebruik van de locatie is de bovengrond de meest verdachte laag. Op basis van zintuiglijke waarnemingen en het beoogde gebruik van de onderzoekslocatie is besloten om 5 mengmonsters van de bovengrond (BM1, BM2, BM3, BM4 en BM5) en tevens 2 mengmonsters van de ondergrond (OM1 en OM2) te analyseren.
Tabel 9 Analyse onderzochte monsters NEN 5707 Analyse monster MM1
Traject (m-mv) 0,08 - 0,50
MM2
0,08 - 0,50
MM3
0,00 - 0,50
MM4
0,08 - 0,50
MM5
0,00 - 0,50
DZ1
0,00 - 0,10
DZ2
0,00 - 0,10
DZ3
0,00 - 0,10
Deelmonster
Analyse
15 (0,08 - 0,50) 16 (0,08 - 0,50) 17 (0,08 - 0,50) 20 (0,08 - 0,50) 18 (0,08 - 0,50) 23 (0,08 - 0,50) 24 (0,08 - 0,50) 25 (0,08 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50) 29 (0,08 - 0,50) 30 (0,08 - 0,50) 38 (0,08 - 0,50) 39 (0,08 - 0,50) 34 (0,00 - 0,50) 35 (0,08 - 0,50) 36 (0,08 - 0,50) 37 (0,08 - 0,50) 40 (0,00 - 0,10) 41 (0,00 - 0,10) 42 (0,00 - 0,10) 43 (0,00 - 0,10) 44 (0,00 - 0,10) 44 (0,00 - 0,10) 45 (0,00 - 0,10) 45 (0,00 - 0,10)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest fijne fractie SEM NEN5898, Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg)
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.
Gezien de zintuiglijke waarnemingen kan gesteld worden dat de homogeniteit van de verschillende inspectiegaten voldoende aanwezig is.
2023-183
17-10-2023
Pagina 10 van 23
Verkennend bodemonderzoek Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
4
Onderzoeksresultaten
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit matig fijn zand, plaatselijk zwak humeus. De ondergrond bestaat uit matig fijn zand. De diepere ondergrond bestaat uit matig fijn en matig grof zand. In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven:
Tabel 10 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring/Gat 1
Diepte boring (m -mv) 3,20
2 3 4
0,50 0,50 3,00
5 6 7
0,50 0,50 3,20
8 9 10
0,50 0,50 3,00
11 12 15 16 17 18 19 20 23 24 25 29 30 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45
0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 1,50 0,50 1,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 1,50 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10
Traject (m -mv) 0,08 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,08 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,00 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,00 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie zwak wortelhoudend, zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend, zwak wortelhoudend sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend
Er is geen asbestverdacht materiaal aan het oppervlak, in de inspectiegaten en in de boringen aangetroffen. Plaatselijk zijn in enkele inspectiegaten laagjes straatzand aangetroffen. Deze laagjes zijn dusdanig gering van omvang en in zwakke mate aanwezig dat hier geen separate laag van onderscheiden kan worden.
2023-183
17-10-2023
Pagina 11 van 23
Verkennend bodemonderzoek Volle Urenweg 5 te Hoogenweg
De woningen zijn nog bewoond waardoor inpandig boren hier niet wenselijk is. Onder de schuren bevinden zich grotendeels mestkelders waardoor inpandig onderzoek hier niet mogelijk is. De kwaliteit van de bodem onder de gebouwen wordt niet slechter verwacht dan de bodemkwaliteit naast de gebouwen. De mengmonsters BM1 en MM1 zijn samengesteld uit de individuele licht puinhoudende grondmonsters van de bovengrond, noordwestelijk gelegen op de onderzoekslocatie. De mengmonsters BM2 en MM2 zijn samengesteld uit de individuele licht puinhoudende grondmonsters van de bovengrond, centraal gelegen op de onderzoekslocatie. De mengmonsters BM3 en MM3 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond van de tuin en de weide. De mengmonsters BM4, MM4 en BM5, MM5 zijn samengesteld uit de individuele licht puinhoudende grondmonsters van de bovengrond, zuidoostelijk gelegen op de onderzoekslocatie. Het mengmonster BM6 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ter plaatse van de dieseltank. Het mengmonster BM7 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ter plaatse van de voormalige dieseltank. Het mengmonster BM8 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ter plaatse van de spoelplaats en de olieopslag.