Bijlage 6 behorende bij toelichting "Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Landgoed De Groote Scheere"
Tekst van het document
Concept 23 december 2011
LIK K A A R T
IDENTITEIT
LANDSCHAP
ACHTERGRONDDOCUMENT
BETREFFENDE LIK’S
DEELGEBIED WESTERHUIZINGERVELD EN OMGEVING open veenontginningslandschap
besloten veenontginningslandschap
open heideontginningslandschap
besloten heideontginningslandschap
DEELGEBIED DEDEMSVAART ZUID - RHEEZERVEEN - HEEMSERVEEN open veenontginningslandschap
besloten veenontginningslandschap
besloten heideontginningslandschap
DEELGEBIED SLAGHAREN - DE KRIM - (OUD) LUTTEN open veenontginningslandschap
besloten veenontginningslandschap
essen- en hoevenlandschap
DEELGEBIED GRAMSBERGEN EN OMGEVING besloten heideontginningslandschap
essen- en hoevenlandschap
beekdallandschap
beekdallandschap
DEELGEBIED RHEEZE - DIFFELEN EN OMGEVING besloten heideontginningslandschap
essen- en hoevenlandschap
beekdallandschap
DEELGEBIED RADEWIJK - HOOGENWEG - BRUCHTERVELD - SIBCULO besloten veenontginningslandschap
besloten heideontginningslandschap
essen- en hoevenlandschap
DEELGEBIED NOORDELIJKE STADSRANDZONE HARDENBERG besloten veenontginningslandschap
besloten heideontginningslandschap
essen- en hoevenlandschap
beekdallandschap
INHOUDSOPGAVE hoofdstuk 1: Opbouw plangebied
7
1.1
Begrenzing
8
1.2
Ondergrond: geomorfologie, bodem en hydrologie
10
1.3
Ontstaansgeschiedenis cultuurlandschap
16
1.4
Landschappelijke hoofdstructuur
18
1.5
Huidige landschappen
20
hoofdstuk 2: Visuele dragers
23
2.1
Heideontginningen Westhuizingerveld
25
2.2
Veenontginningen Dedemsvaart, Slagharen, De Krim
43
2.3
Essen- en hoevenlandschap langs de Vecht
61
2.4
Beekdallandschap van de Vecht
79
2.5
Heideontginningen aan westzijde van de Vecht
97
2.6
Heideontginningen aan oostzijde van de Vecht
115
hoofdstuk 3: Niet visuele dragers
132
INLEIDING Achtergrond: Aanleidingen, doelen en status
Leeswijzer
De gemeente Hardenberg gaat voor haar buitengebied een nieuw bestemmingsplan, structuurvisie
Dit achtergronddocument is opgebouwd uit drie hoofdstukken:
en landschapsontwikkelingsplan opstellen. De ruimtelijke kwaliteit en identiteiten van het gebied zijn
- In hoofdstuk 1 wordt kort ingegaan op de begrenzing en de ontstaansgeschiedenis van het plangebied,
daarmee leidinggevend. Om de identiteiten te bepalen en te beschrijven zijn de Landschap-Identiteit-
zowel van de natuurlijke ondergrond als het cultuurlandschap. De identiteit van een gebied is immers
Kaarten (LIK) opgesteld. In de LIK's worden de specifieke kenmerken en kwaliteiten van de deelgebieden
verbonden met de ontstaansgeschiedenis en de als gevolg daarvan ontwikkelde landschapstypen.
vastgelegd, welke de basis vormen van zowel het bestemmingsplan als de structuurvisie en het
- In hoofdstuk 2 is onderzocht welke visuele dragers van belang zijn voor de te onderscheiden
landschapsontwikkelingsplan.
landschapstypen binnen de gemeente. Daarbij is gekeken naar de aspecten bebouwing, routing, verkaveling, beplanting, erven, massa en ruimte, grondgebruik, functies en natuur. Waar mogelijk zijn de
Werkwijze en proces
visuele dragers op kaart weergegeven en worden ze verduidelijkt door middel van illustraties.
Een LIK bestaat uit een A3-boekje met daarin een beknopte schematische weergave van de kwaliteiten,
- In hoofdstuk 3 wordt de niet-visuele aspecten ‘geur’ en 'licht- donkerte' geanalyseerd.
kansen en bedreigingen voor het deelgebieden. Dit schema vormt de basis voor het bestemmingsplan. De LIK is het resultaat van een integraal proces tussen de gemeente Hardenberg, de klankbordgroepen (Plaatselijk Belang en Organisaties) en de adviesbureaus Amer, Eelerwoude (LIK Reestdal en Bergentheim) en Nieuwland Advies (overige LIK’s). Er zijn al achtergronddocumenten opgesteld voor LIK Reestdal en Bergentheim. Het voorliggende document is het achtergronddocument behorende bij de opgestelde LIK’s van: Westerhuizingerveld en omgeving; Dedemsvaart zuid – Rheezerveen - Heemserveen; Slagharen - de Krim - (Oud)Lutten; Gramsbergen en omgeving; Radewijk – Hoogenweg – Bruchterveld - Sibculo; Rheeze - Diffelen en omgeving; Noordelijke Stadsrandzone Hardenberg. Het achtergronddocument is opgesteld om meer inzicht te geven in de specifieke kenmerken en kwaliteiten van de deelgebieden en daarmee ook de landschapstypen. Dit inzicht wordt opgebouwd door in te gaan op de ontstaansgeschiedenis van het gebied met aandacht voor geomorfologie, bodem, hydrologie en de cultuurgeschiedenis. Daarnaast wordt specifiek ingegaan op de kenmerken en kwaliteiten per landschapstype. Hierbij wordt, op basis van de geografische ligging in het plangebied, een onderscheid gemaakt binnen de landschapstypen..
Van het landschapstype ‘heideontginningen’ is bijvoorbeeld een opdeling gemaakt in de heideontginningen van Westerhuizingerveld en de heideontginningen aan de west- en oostzijde van de Vecht.
OPBOUW PLANGEBIED Begrenzing Ondergrond: geomorfologie, bodem en hydrologie Ontstaansgeschiedenis cultuurlandschap Landschappelijke structuur Landschapstypen
BEGRENZING
Coevorden
De Krim
Slagharen Reest
Lutten
Dedemsvaart
Gramsbergen Hardenberg
N377 Balkbrug
N48 Radewijk N34
N36 Vecht
Bruchterveld
Ommen
N343 Bergentheim Mariënberg Kloosterhaar
Sibculo
Achtergronddocument LIK’s
1.1
Begrenzing
De gemeente Hardenberg is gelegen in het noordoostelijk deel van de provincie Overijssel. De grootste kernen zijn: Dedemsvaart, Slagharen, de Krim, Gramsbergen, Hardenberg en Bergentheim. Door de gemeente lopen vier belangrijke provinciale wegen: N34, N377, N36 en N343. In het noorden wordt het projectgebied begrensd door de Reest en provincie Drenthe, in het westen door deelstaat Nedersaksen. Centraal in de gemeente stroomt de Overijsselse Vecht welke ontspringt in Duitsland.
Pagina 9
GEOMORFOLOGIE
De Krim
Slagharen
Gramsbergen Balkbrug
Dedemsvaart
Hardenberg
Bruchterveld
Bergentheim
Marienberg
Kloosterhaar
Sibculo
Grenzen van landijs
Achtergronddocument LIK’s
1.2
Ondergrond: geomorfologie, bodem en hydrologie
van het rivierzand uit het Oerstroomdal waardoor er plaatselijk ophogingen ontstonden: de rivierduinen. Het Engelandsche Bosch is een voorbeeld van een rivierduin.
1.2.1
Geomorfologie Holoceen
Pleistoceen
In het begin van het Holoceen, 11. 700 jaar geleden tot nu, ontstond er een ander klimaat. De temperatuur
Het huidige landschap van het plangebied is in grote lijnen gevormd in de twee laatste ijstijden, het Saalien
steeg en door het smelten van het landijs steeg de zeespiegel. Door deze zeespiegelstijging steeg ook de
en het Weichselien. In de voorlaatste ijstijd, het Saalien, raakte noord Nederland tot aan de lijn Arnhem-
grondwaterspiegel op het land. De dekzandlaagtes die op enige afstand van de Vecht lagen hadden door
Haarlem overdekt met landijs. Door middel van ijstongen drong het ijs zich op. Aan weerszijden van de
de aanwezigheid van keileem in de ondergrond een slechte afwatering. Hierdoor ontstond veengroei.
ijstongen werd de bodem opgestuwd tot stuwwallen. De lijn Texel- Wieringen- Steenwijk- Coevorden vormt
Hier vormde zich eerst voornamelijk voedselrijk veen; het riet- en zeggeveen. Deze gebieden groeiden
een van de grenzen van de landijsfases. Holthone is onderdeel van de zuidelijke reeks van stuwwallen.
onder invloed van neerslagoverschot uit tot omvangrijke hoogveenmoerassen met veenstroompjes en
Andere stuwruggen in het gebied zijn te vinden bij Kloosterhaar, Balderhaar en Sibculo. Deze zijn duidelijk
meerstallen (natuurlijk gevormde plassen).
waarneembaar als een verhoging in het landschap. Deze stuwwallen vormen deels de aanzet van een
Er was een drietal hoogveencomplexen aanwezig in het gebied. Het zuidelijk deel van de gemeente,
groot stuwwalcomplex dat doorloopt in Duitsland. Het grote natuurgebied Forst Bentheim ligt ook in dit
omgeving Bergentheim en Bruchterveld, maakte onderdeel uit van een veencomplex dat zich uitstrekte
stuwwalcomplex.
van Bergentheim tot aan Vriezenveen (Ov). Het veengebied ten noorden van Slagharen maakte onderdeel uit van een provincie-overschrijdend veencomplex. Het veengebied ten zuiden van Slagharen en
Het huidige dal van de Overijsselse Vecht is ontstaan aan het einde van het Saalien. Door de aanwezigheid
Dedemsvaart maakte onderdeel uit van het veencomplex bij Dedemsvaart. Van al deze veencomplexen
van het landijs schuurden de Duitse rivieren Eems, Elbe en Weser een diep dal uit en zette sediment
zijn alleen bij Bruchterveld nog enkele restanten over.
af over een brede strook van 15 km, ook wel het ’Oervecht¬dal’ genoemd. Doordat het Vechtdal ten dele werd opgevuld met sediment dat werd afgezet door het smeltwater van het landijs, verloor een
Het huidige Vechtdal is een breed dal met aan beide zijden een golvend landschap met dekzandruggen,
aantal erosiedalen de aansluiting met de Oervecht. Als gevolg hiervan stroomde ten noorden van het
stuwwallen en keileembulten. Het Reestdal kenmerkt zich als een smaller beekdal, gelegen tussen de
Oervechtdal tussen de afgezette dekzandruggen al een beek in het huidige Reestdal. De huidige loop van
hogere dekzandgronden en het veengebied. In het Holoceen kenmerkten zowel de Vecht als de Reest
de Vecht is ook ontstaan tijdens het Saalien. De Vecht functioneerde toen als smeltwaterrivier.
zich als een meanderende rivier, met een min of meer vaste bedding en een lage stroomsnelheid. Er ontstonden meanders, verbindingen tussen de lager gelegen punten. Deze punten lagen niet vast
In deze fase van het Saalien raakte alleen de drie noordelijke provincies bedekt met landijs. Aan de voorkant
maar verplaatsten continu als gevolg van erosie (buitenbocht) en sedimentatie (binnenbocht). Door deze
van de landijsbedekking ontstonden grondmorenes, sediment dat door het landijs werd meegevoerd en
bochtverleggingen vormden de meanders steeds grotere lussen. Uiteindelijk kon het gebeuren dat het
onder het ijs werd afgezet. Grondmorene is ook wel bekend onder de naam keileem. Zowel de hoogte bij
begin en einde van een meander elkaar raakten, waardoor afsnijding plaatsvond en de rivier rechtdoor
Oud-Lutten, als de welvingen bij Slagharen zijn keileembulten.
kon stromen. De afgesneden lussen hadden daarmee geen wateraanvoer meer en bleven achter in het landschap als geïsoleerde wateren.
In de laatste ijstijd, het Weichselien, bereikte het landijs Nederland niet, maar er heerste wel een toendraklimaat. Een extreem koude periode waarin de wind vrij spel had. Hierdoor werd in vrijwel heel
Op de dekzandvlakten en rivierduinen vonden in het Holoceen zandverstuivingen plaats. Hierdoor
Nederland een dikke laag zand afgezet, ook wel dekzand genoemd. Daarnaast vond verstuiving plaats
ontstonden er plaatselijke hoogteverschillen. In deze gebieden bevonden zich vroeger ook de heidevelden.
Pagina 11
BODEM
De Krim
Slagharen
Gramsbergen
Balkbrug
Dedemsvaart
Hardenberg
Bruchterveld
Bergentheim
Marienberg
Kloosterhaar
Sibculo
Achtergronddocument LIK’s
Doordat de heidevelden werden overbegraasd en teveel werden afgeplagd ontstond hier een voedselarm milieu waar zand aan de oppervlakte kwam. Door de wind verplaatste het zand zich en vormden zich stuifduinen. Diffelerzand, Rheezerbelten en Collendoorn zijn voorbeelden van dergelijke zandverstuivingen. 1.2.2
Bodem
De belangrijkste bodemvormende factoren worden bepaald door zowel de natuurlijke situatie (abiotiek) als antropogene (menselijke) invloeden. Langs de Vecht zijn voornamelijk zandige en kleiige gronden te vinden. Op de rivierbodem en direct langs de rivier liggen de zandgronden en op afstand bevinden zich de kleiige gronden. Langs de Reest heeft voornamelijk veenvorming plaatsgevonden onder invloed van oppervlaktewater. Dit zijn de drassige en moerassige gronden langs de Reest. Hier gaat het zowel om matig voedselrijke veengronden (madeveengronden op zeggeveen), als voedselarme veengronden (vlierveengronden op veenmosveen). Veenvorming ontstaat bij natte en vochtige omstandigheden waarin dood plantenmateriaal langzaam wordt afgebroken. In andere beekdalen, zoals van de Radewijkerbeek, en op afstand van de Vecht zijn ook zandgronden te vinden. Hier gaat het hoofdzakelijk om lage zandgronden uit beekdalen en bijbehorende overstromingsvlaktes. Op de overgang van het beekdal naar de hogere gronden bevinden zich de oude bouwlanden. Dit zijn hoger gelegen voedselrijke zandgronden waar zich door jarenlange bemesting met potstalmest een humeuze bovenlaag heeft gevormd. Dit is een voedselrijke laag met een hoog percentage organische stof. In de rest van het gebied komen vooral matig voedselrijke tot arme zandgronden voor.
In de veenontginningsgebieden gaat het om gronden met een laagje veen of moerig materiaal (grond met organisch materiaal) op zand. Een groot deel van de veengronden zijn dalgronden. Dit zijn zandige ondergronden die vrijkwamen na afgraving van het veen en vervolgens vermengd werden met bonkaarde, de bovenste halve meter van het veen. Alleen in de buurt van Bruchterveld is een restant van het vroegere hoogveencomplex aanwezig.
Pagina 13
Af w at er in gs k
an aa l
HYDROLOGIE
Reest
en esgrav Beentj
Omme
rkanaa
l
Ka
na
al
Al
m
elo
-D
eH
aa
nd
rik
Ve ch t
R ad
Achtergronddocument LIK’s
ewi
jker
bee
k
1.2.3
Hydrologie
gelegen gebieden ten noorden en ten zuiden van de Vecht, de dekzandvlakten en veengebieden, vindt
Op het schaalniveau van het plangebied zijn twee systemen te onderscheiden; het Vechtsysteem
infiltratie plaats. Dit komt uiteindelijk als kwel in de Vecht terecht. In een aantal van de veengebieden zijn
en het Reestsysteem. Het water van de omringende gebieden (zowel van de veengebieden als
ook locaties te vinden waar geen infiltratie plaatsvindt, maar waar eerder sprake is van kwel: omgeving
de dekzandgebieden) komt door middel van zowel ondergrondse als bovengrondse afvoer via
Colenbrandersbos, ten zuiden van Balkbrug, ten noorden van Dedemsvaart en ten zuiden van de Krim.
afwateringssloten en kanalen in de Reest en Vecht terecht. De ondergrondse afvoer ontstaat door
Daarnaast is in deze gebieden sprake van bovengrondse afvoer van water via aanwezige afwateringssloten
inzijging van water (voornamelijk neerslag) op de hoger gelegen gronden. Dit water komt onder druk aan
en – kanalen. Op regionale schaal is er ook sprake van ondergrondse afstroming welke uiteindelijk als
de oppervlakte (kwel). De veengebieden van Dedemsvaart en Slagharen wateren via het Ommerkanaal
diepe kwel in de Vecht terecht komt. Deze kwel komt voor een groot deel in de oude meanders en poelen
ook af op de Vecht. De omgeving van Balkbrug vormt hierop een uitzondering, omdat hier afwatering
aan de oppervlakte. In het relatief hooggelegen gebied van Kloosterhaar en Baalderhaar, de ‘natte voet’
plaatsvindt via de Beentjesgraven en Dedemsvaart naar het Zwarte water. Ten noorden van Zwolle mondt
van de stuwwal, is ook sprake van kwel doordat er op de stuwwal zelf inzijging plaatsvindt. Deze zone
de Overijsselse Vecht ook in het Zwarte Water. Hieronder wordt kort ingegaan op de hydrologische
loopt van het zuiden van Kloosterhaar, over Ebbenbroek, Hoogenweg naar de Volle Uren. In de omgeving
systemen van de Vecht en de Reest.
van de Wielen, Radewijkerbeek en Veldingerveld is ook sprake van kwel vanuit de stuwwal. Terwijl in de Reest nog sprake is van landschapsvormende processen vindt dit in de Vecht ter hoogte van het
Reest
plangebied weinig plaats. Door kanalisatie en normalisatie is er nauwelijks meer sprake van erosie en
De Reest is een laaglandbeek die vroeger ontsprong in het grote provincieoverschrijdende veencomplex
sedimentatie in de rivierloop.
(Echter Grote Venen). Momenteel krijgt de Reest voeding van de direct omringende landbouwgebieden. De Reest watert af op het Meppelerdiep die weer in verbinding staat met het Zwarte Water. In de omgeving van de Reest vindt grotendeels natuurlijke afwatering plaats. In de dekzandgebieden die op enige afstand van de Reest gelegen zijn, zoals het Westerhuizingerveld, vind infiltratie plaats. Dat water komt via ondergrondse afstroming in de Reest terecht. Daarnaast is er sprake van een beperkt stelsel van waterlopen naar de Reest waardoor ook bovengronds afvoer van water plaatsvindt. Direct aan de Reest is sprake van kwel. Door de aanleg van de Dedemsvaart en het Ommerkanaal is de Reest een belangrijk deel van zijn oorspronkelijke voedingsgebied kwijt geraakt. Daarnaast heeft de verdere ontwatering van de omliggende cultuurgronden tot gevolg dat het Reestdal en zijn omgeving in ecohydrologisch opzicht matig tot sterk verdroogd is. Vecht De Vecht is een typische regenrivier met sterke wisselingen in waterafvoer en heeft in totaal een stroomgebied van 380.000 ha. Ongeveer de helft van het stroomgebied ligt in Nederland, het andere deel ligt in Duitsland, waar ook de oorsprong ligt van de rivier (gebied Münsterland). Daarnaast voert de Vecht water uit de omgeving af en wel van het grootste deel van het projectgebied. In de hoger
Pagina 15
CULTUURLANDSCHAP
1.3
Ontstaansgeschiedenis cultuurlandschap
1.3.1
Het bewoonde landschap (800 v. Chr. - 1800)
De hogere gronden langs het Vechtdal (dekzandruggen, rivierduinen, stuwwallen en keileembulten) zijn sinds de Middeleeuwen permanent bewoond. De bewoners hadden de in het beekdal gelegen graslanden in gebruik als hooiland en weide. De hoger gelegen woeste gronden werden gebruikt om schapen te weiden en heideplaggen te winnen. Met een mengsel van deze plaggen en potstalmest werden de akkers vruchtbaar gemaakt en in de loop der tijd opgehoogd. Dit systeem staat ook bekend als de potstalcultuur. Dit zijn de zogenaamde essen, die langs de rand van de woonplaatsen liggen. De houtwallen werkten als afscheiding en zorgden ervoor dat het vee weggehouden werd van de akkers. De houtwallen gaven samen met weg- en erfbeplantingen het landschap een besloten aanzicht. Waar de bewoning zich concentreerde ontstonden esdorpen, zoals Oud-Lutten, Collendoorn, Radewijk, Rheeze, Diffelen, Brucht, Oud-Bergentheim en Mariënberg. Kenmerken van de essen zijn: open bolle akkers met randbeplanting aan de rand van de es (dus niet op de es) en langs de randen verspreide bebouwing met hakhoutpercelen. De esdorpen zijn ontstaan uit deze verspreide bebouwing, met een concentratie rond een brink (zoals in Rheeze). In de periode van de Late Middeleeuwen werd het land ingedeeld en werden grenzen vastgesteld, de markegrenzen. Door de tijd heen ontstond er meer behoefte aan de ontginning van woeste gronden.
Daarom werd het belangrijk om het aandeel in woeste grond vast te leggen. Elk dorp kreeg ‘land’ toegewezen met een deel beekdal voor gebruik als hooiland en weiland en de aangrenzende woeste gronden. Het waren vooral de grotere bedrijven, waarvan de eigenaars in de marke woonden die de rechten (waardelen) hadden op het gebruik van gemeenschappelijke gronden. Sinds het einde van de 17de eeuw nam het aantal keuterboeren en landlozen toe. Zij stichtten vaak op de afgelegen en ook enigszins hooggelegen plaatsen in de marke kleine boerenbedrijven. Deze gebieden zijn ook wel bekend als kamp- en hoevenontginningen. De woeste gronden waren in bezit van de verschillende markeorganisaties die tussen de dertiende en de negentiende eeuw bestonden. De voormalige markegrenzen zijn in een aantal gevallen nog waarneembaar in het landschap als wegen en waterlopen.
Achtergronddocument LIK’s
traditioneel landbouwsysteem met hooiland, es en de woeste gronden
1.3.2
Het gewonnen landschap (1800 - 1945)
al eerder kleine delen van de heide ontgonnen. Deze gebieden zijn nu te herkennen aan een kleinschaliger verkavelingspatroon en het voorkomen van houtwallen en singels. Een deel van de heideontginningen
Op de bossen ten zuidwesten van Hardenberg en enkele kleine gebiedjes na zijn de woeste gronden
werd aangeplant met bos om hout te produceren voor de mijnen in Limburg.
in de laatste twee eeuwen ontgonnen en in landbouwkundig gebruik genomen. Er zijn twee soorten ontginningen te onderscheiden met elk hun eigen landschappelijke kenmerken. Dit zijn de veenkoloniale ontginningen en heide- en kleinschalige veenontginningen. Vanwege de toenemende vraag naar brandstof in grote steden als Zwolle zijn sinds het begin van de negentiende eeuw de hoogvenen ontgonnen. In het noorden werd de Dedemsvaart aangelegd (1809) en in het zuidelijke veengebied zorgde het Overijssels Kanaal (1856) voor de ontsluiting. Min of meer dwars op deze kanalen werden hoofdwijken (zij-kanalen) gegraven, in het noorden de Lutter hoofdwijk. Dwars op deze hoofdwijken werden ter ontwatering van het veen wijken gegraven. Het wijkenpatroon is met name in het voormalige veengebied ten zuiden van Bergentheim nog duidelijk aanwezig. Dit gebied is ook nog steeds zeer open van karakter. Langs ontginningsassen (wegen en kanalen) ontstonden de lintbebouwingen. Voorbeelden hiervan zijn Lutten, de Krim en Dedemsvaart. Langs de randen van de hoogveengebieden, in de buurt van dekzandruggen en dekzandkopjes, vond systematische veenontginning later plaats. De systematische ontginning van Bruchterveld werd pas
Veenkoloniaal nederzettingstype met enkel kanaal
mogelijk na de aanleg van Kanaal Almelo de Haandrik en ’t Lijntje waarmee het mogelijk werd om de turf af te voeren. Het stelsel van wijken en sloten is hier ook aanwezig. Na de grootschalige ontginningen werden de heidegebieden ontgonnen. De heidegebieden langs het Vechtdal, Bruchterveld, Bovenveld en de Radewijkerveld- en veengronden zijn vanaf de tweede helft van de 19de eeuw ontgonnen. Door de uitvinding van kunstmest was het met plaggen en potstalmest bemesten van akkers niet meer nodig. Dit waren over het algemeen in het begin vooral individuele ontginningen. Daardoor zijn de verspreide bebouwing en stelsels van wegen met plaatselijke verspringingen karakteristieke kenmerken van de heideontginningen. Het geheel heeft daardoor een wat kleinschaliger karakter dan de veenkoloniale ontginningen. Daarnaast zijn er ook gebieden waar sprake was van een meer systematische ontginningsaanpak. Hier werden de collectieve gronden onder de boeren verdeeld. Deze gebieden kenmerken zich door rechte wegen en een regelmatige blokverkaveling. In een aantal delen van het plangebied zoals bij de Kievitshaar en langs de Reest, werden
Pagina 17
LANDSCHAPPELIJKE STRUCTUUR
De Krim
SSlagharen
Gramsbergen
Balkbrug
Dedemsvaart
Hardenberg
Bruchterveld
Marienberg
Bergentheim
Kloosterhaar
Sibculo
10 Achtergronddocument LIK’s
1.4
Landschappelijke Hoofdstructuur
In de landschappelijke hoofdstructuur van Hardenberg zijn twee systemen te herkennen, de Reest en de Vecht. Langs deze rivieren heeft zich een samenhangend systeem van landschapstypen ontwikkeld met nederzettingen en akkers op de overgang van de lager gelegen gronden van het beekdal naar de hoge, woeste gronden: het essen- en hoevenlandschap. De “droge” woeste gronden zijn hedendaags de heideontginningen. Deze landschappelijke samenhang is het duidelijkst aanwezig in het gebied Rheeze en Diffelen. Verder weg van de Vecht en de Reest liggen ook geïsoleerde gebieden van het essen- en hoevenlandschap, zoals Oud-Lutten en Radewijk. Deze hebben zich ontwikkeld op natuurlijke hoogtes als keileembulten (Oud Lutten) en dekzandkopjes in de buurt van ‘natte gronden” of langs kleinere beken (Radewijk aan de Radewijkersbeek). Hier is deze landschappelijke samenhang niet altijd meer duidelijk aanwezig doordat deze gebieden beduidend kleiner zijn. Veengebieden Op afstand van de riviersystemen liggen de veengebieden. Deze hebben zich juist ver weg van de riviersystemen ontwikkeld omdat hier geen invloed was van de rivier en er sprake was van een slechte afwatering. In deze veengebieden vormen de kanalen en vaarten (de ontginningsassen) de kenmerkende landschappelijke structuren. Langs deze kanalen en vaarten hebben zich kanaaldorpen ontwikkeld.
Stuwwalcomplex en grondmorenen In het projectgebied zijn ook terreinvormen te vinden zoals stuwwallen (opgestuwde aardlagen) en keileembulten, bulten van sediment dat door het landijs werd meegevoerd onder het ijs werd afgezet en later werden opgestuwd. Dit zijn duidelijk hogere ruggen in het landschap. Verspreid in het gebied is een aantal van deze stuwwallen en keileembulten te vinden. Deze landvormen worden omringd door de lager gelegen veengebieden en kenmerken zich daarmee als enigszins geïsoleerde hoge plekken in het gebied. Bij Oud-Lutten en Schuinesloot komen keileembulten voor.
Pagina 19
LANDSCHAPSTYPEN
De Krim
Slagharen
Gramsbergen Balkbrug
Dedemsvaart
Hardenberg
Bruchterveld
Bergentheim
Marienberg
Kloosterhaar
Sibculo
10 Achtergronddocument LIK’s
1.5
Huidige landschapstypen
een boerderij te stichten. Het hoevenlandschap komt qua ruimtelijk opgezet grotendeels overeen met essenlandschap, alleen is kleinschaliger. Daarom is er voor gekozen om het essen - en hoevenlandschap
Beekdallandschap
samen te nemen.
Onder het beekdallandschap vallen de beekdalen van de Vecht, de Reest, de kleine Vecht met hun huidige beeklopen en de overstromingsvlaktes.
Veenontginningslandschap
Kenmerkend voor het beekdallandschap zijn de door het beekdal meanderende beekloop, en de openheid
Het veenontginningslandschap kenmerkt zich als een open en rationeel landschap met gestrekte
van het landschap met het voorkomen van kleinschalige elementen zoals afgesneden vechtmeanders
verkaveling en structuurdragers als grotendeels gedempte kanalen en vaarten. Het veen werd ‘droog
en kleine bosjes. Het beekdallandschap ligt duidelijk lager dan de omgeving en bij de randen begint
verveend’, wat inhoudt dat het veen werd ontwaterd en dat daarna de turf gewonnen werd.
het essen- en hoevenlandschap waar meer beplanting en bebouwing voorkomt. In het beekdal komt
Om het veen af te wateren en het turf af te voeren werden kanalen gegraven. Dwars op de kanalen werden
door de van oorsprong natte omstandigheden nauwelijks bebouwing voor en er zijn weinig wegen. Het
hoofdwijken gegraven en daar weer dwars daarop ter ontwatering van het veen werden wijken gegraven.
Reestdal onderscheidt zich van het Vechtdal door een kleinschaliger landschap met hooilanden omsloten
Langs de ontginningsassen ontstonden de lintbebouwingen en langs het kanaal de kanaaldorpen als
door bomensingels en houtwallen op de perceelsgrenzen. Typisch voor dit landschap is dat de gronden
de Krim en Dedemsvaart. Daarnaast is er ook sprake van verspreide bebouwing langs de wegen in het
voornamelijk in gebruik zijn als weiland en hooiland. De gronden van de vroegere overstromingsvlaktes
gebied. Dit zijn agrarische erven en burgererven die op enige afstand van elkaar aan de weg liggen.
zijn vaak in gebruik als akkers.
Het wegenpatroon in het veenontginningsgebied is gebaseerd op de rechtlijnige ontginningsstructuur. Daardoor is er sprake van een strak en rechthoekig patroon van wegen. Beplanting is voornamelijk
Essen- en hoevenlandschap
aanwezig langs de ontginningsassen in de vorm van wegbeplanting en erfbeplanting. In een aantal
Het essen- en hoevenlandschap betreft een van de oudere landschapstypen in het projectgebied. Daarom
gebieden zijn meer verspreid liggende bosjes te vinden zodat deze een meer besloten karakter kennen
wordt het ook vaak oud cultuurlandschap genoemd. Het is overwegend een halfopen en afwisselend gebied
(besloten veenontginningslandschap).
met kleine landschapselementen, verspreide bebouwing en een fijnmazig en kronkelend wegenpatroon. Kenmerkend voor dit landschapstype zijn de oude bouwlanden die door het potstalsysteem jarenlang
Heideontginningslandschap
bemest zijn en daardoor een hogere en bolle ligging hebben gekregen. Aan de rand van de es zijn
Met de uitvinding van kunstmest vond vanaf 1850 ontginning plaats van de woeste gronden en werd
beplantingen, wegen en bebouwing te vinden. De essen zelf zijn open.
het mogelijk de gronden te gebruiken voor de landbouw. In het begin betrof het voornamelijk individuele
In het gebied zijn drie typen van esdorpen te onderscheiden: flankesdorpen, kransesdorpen en
en kleinschalige ontginningen. Deze oude ontginningen zijn herkenbaar doordat ze meer opgaande
kernesdorpen.
beplanting kennen langs de wegen en op kavelgrenzen en daarnaast wegen hebben met plaatselijke
Bij een flankesdorp is er sprake van een nederzetting waarbij bewoning aan een kant van de es voorkomt.
verspringingen. De jonge heideontginningen zijn meer systematisch en grootschaliger van opzet, met
Een voorbeeld hiervan is Oud-Lutten. Bij een kransesdorp, ook wel bekend als spinnenwebvormige
blokvormige verkaveling en rechte wegen. In de heideontginningen is alleen verspreide bebouwing
esdorpen, staat de bewoning verspreid rondom een es. De kernesdorpen bestaan uit een onregelmatig
aanwezig. Dit zijn agrarische erven en burgererven die op enige afstand van elkaar, en zowel aan als op
groep van boerderijen met hier en daar tussen de boerderijen open grasvelden, de brinken. In Rheeze is
afstand van de weg liggen.
de ruimtelijke structuur van een kernesdorp nog goed herkenbaar. In het essen- en hoevenlandschap wordt ook het type van verspreide erven, hoeven meegenomen.
Het landschap kenmerkt zich door open ruimtes, met daartussen bosgebieden. Het huidige
Nadat de grote essen bezet raakten, gingen kleine boeren op zoek naar kleine dekzandkopjes om daar
Westerhuizingerveld is een van de laatste grote heideontginningen in het projectgebied waar deze
Pagina 21
kenmerken aanwezig zijn. De gronden die nog te arm bleken om landbouw op te bedrijven werden vaak voor bosteelt gebruikt. Hier werd hout aangeplant voor de mijnbouw.
VISUELE DRAGERS bebouwing routing verkaveling beplanting erven massa/ruimte en relief grondgebruik/ functie en activiteit natuur
10 Achtergronddocument LIK’s
2.1
Heideontginningen Westerhuizingerveld
De Krim
Slagharen
Dedemsvaart
Lutten
Gramsbergen
Balkbrug
Hardenberg Radewijk
Bruchterveld Bergentheim Marienberg Kloosterhaar
Sibculo
Pagina 25
BEBOUWING
Westerhuizingerveld
Ho of dw eg
De Re est Oud-Avereest
Kievitshaar
W es te r
hu
izi
ng er
we g
Westerhuizingerveld
Nieuwleusen
10 Achtergronddocument LIK’s
Haa
rwe
g Weemerveld
k dij e w eu Ni Huizingerveld
HEIDEONTGINNINGEN WESTERHUIZINGERVELD
Open heideontginningslandschap In het open heideontginningslandschap is vooral verspreide bebouwing te vinden langs de ontginningsassen, de wegen. De bebouwing aan de hoofdweg bestaat overwegend uit grote karakteristieke Groningse boerderijen en tussen de boerderijen zijn doorzichten aanwezig. De erven hebben een middelgrote omvang. De Groningse boerderijen zijn gebouwd in de periode van de ontginning Groot Oever Veld van het voormalige heidegebied. De erven aan de Hoofdweg staan ook wel bekend als interbellumerven. De boerderijen hebben een “villa-achtig” karakter, met een typerend kleurgebruik van roodbruine bakstenen
Groningse boerderij met “villa-achtig” karakter
en oranjerode dan wel grijze dakpannen. Wat opvalt aan deze boerderijen is dat het woonhuis in feite als een apart huistype tegen de gevel van het bedrijfsgedeelte aan staat. Het woonhuis ligt los tegen de schuur aan, dan wel symmetrisch op de lijn van de schuur als meer verspringend. Besloten heideontginningslandschap In het besloten heideontginningslandschap is ook sprake van
verspreide
bebouwing
langs
de
wegen.
Langs
de
Westerhuizingerweg is plaatselijk een concentratie van bebouwing
Groningse boerderij
te vinden. In het gebied van Weemerveld en De Maat dichtbij de Beentjesgraven is nog een aantal erven te vinden uit de ontginningsperiode van eind 19de eeuw. Deze zijn vooral te vinden aan de Maatdijk, de Westerhuizingerweg en de Nieuwe dijk. De bebouwing van deze erven bestaat overwegend uit kleine boerderijen met woning en bedrijf ineen met een rieten zadelkap. De erven hebben ook een kleinere omvang dan de erven van het open heideontginningslandschap. De besloten heideontginningen zijn meer individueel van karakter waardoor de erven vaak op afstand van de weg liggen. Verder langs de Westerhuizingerweg en de Nieuwe dijk zijn vooral erven uit de jaren ’80 te vinden.
Burgererf uit de jaren ‘80
Pagina 27
ROUTING
Westerhuizingerveld
Ho of dw eg
De Re est Oud-Avereest
Kievitshaar
W es te r
hu
izi
ng er
we g
Westerhuizingerveld
Nieuwleusen
10 Achtergronddocument LIK’s
Haa
rwe
g Weemerveld
ijk d we eu i N Huizingerveld
HEIDEONTGINNINGEN WESTERHUIZINGERVELD
Open heideontginningslandschap Het open Westerhuizingerveld heeft een strak en rechthoekig patroon van wegen. Kenmerkend voor het heideontginningslandschap is het voorkomen van onverharde wegen. In het open heideontginningslandschap bevinden zich haaks op de Hoofdweg onverharde wegen die toegang verschaffen tot de erven en de achterliggende landbouwgronden. Besloten heideontginningslandschap
Hoofdweg Westerhuizingerveld
Ook in het besloten heideontginningslandschap is sprake van een strak en rechtlijnig wegenpatroon, alleen meer in een waaiervorm. De Westerhuizingerweg en de Nieuwe dijk zijn voorbeelden hiervan. De besloten heideontginningen zijn eerder ontgonnen dan de open heideontginningen en hebben een meer individueel karakter van ontginnen. In het begin van de 20ste eeuw was er
Wegenpatroon heideontginningen Westerhuizingerveld
nog sprake van een intensieve waaiervormige ontsluiting. Een deel van deze wegen is nog aanwezig in het landschap. Typerend voor het heideontginningslandschap is het voorkomen van onverharde wegen. Deze onverharde wegen zijn nog aanwezig in de vorm van toegangswegen naar de erven die op afstand van de weg liggen. Er is maar een aantal wegen te vinden met een west- oostelijke
Rechtlijnigheid wegen
richting. Voorbeelden hiervan zijn de Maat, een vrij jonge weg, en de Haarweg die op een dekzandrug ligt. In het boscomplex Kievitshaar is een fijnmazige structuur van wandel- en ruiterpaden aanwezig.
Zandweg langs Staphorsterbos
Pagina 29
VERKAVELING
Westerhuizingerveld
Ho of dw eg
De Re est Oud-Avereest
Kievitshaar
W es te r
hu
izi
ng er
we g
Westerhuizingerveld
Nieuwleusen
10 Achtergronddocument LIK’s
Haa
rwe
g Weemerveld
ijk d we eu i N Huizingerveld
HEIDEONTGINNINGEN WESTERHUIZINGERVELD
Open heideontginningslandschap De
waaiervormige
structuur
van
het
verkavelingpatroon,
dat ontspringt bij de Beentjesgraven zet zich door tot in het Westerhuizingerveld. Hier is sprake van een regelmatige verkaveling met rechthoekige grote kavels. Dit is het gevolg van de grootschalige systematische ontginning die hier heeft plaatsgevonden. Besloten heideontginningslandschap Het verkavelingpatroon kenmerkt zich door een waaiervormige structuur, die ontspringt bij de Beentjesgraven. In het besloten heideontginningslandschap is sprake van een blokvormige verkaveling die later is opgedeeld in stroken. Het gebied kent een afwisseling van grote en kleine kavels. Deze onregelmatigheid is ontstaan doordat verdere verkaveling heeft plaatsgevonden in zowel noord- zuidelijke als west- oostelijke richting. Het
Verkavelingspatroon open heideontginningslandschap
verkavelingpatroon van buurtschap Kievitshaar is onregelmatiger en grilliger van vorm. Dit is een heideontginning die zich eerder op de dekzandrug heeft ontwikkeld en daarmee een aparte eenheid vormt in het gebied.
Verkavelingspatroon besloten heideontginningslandschap
Pagina 31
BEPLANTING
Legenda = Bos = Heide = Wegbeplanting = Bomenrij / singel = Solitaire boom
10 Achtergronddocument LIK’s
HEIDEONTGINNINGEN WESTERHUIZINGERVELD
Open heideontginningslandschap Het open heideontginningslandschap kenmerkt zich door zijn openheid; beplanting is hier maar weinig aanwezig. In het open gebied is slechts een enkele elzensingel te vinden op de perceelgrenzen en er is geen laanbeplanting aanwezig. Wat typisch is voor dit gebied en extra opvalt door het vrijwel ontbreken van andere beplantingsvormen zijn de ‘groene’ mantels (erfbeplanting) rondom de erven. De randen van de erven bestaan uit houtsingels en bomenrijen. Dergelijke erven komen vooral voor bij de Hoofdweg. De els, berk en eik zijn veel in het gebied voorkomende soorten. Besloten heideontginningslandschap In het besloten heideontginningslandschap
is
Openheid Westerhuizingerveld
Elzensingel
Staphorsterbos
Heiderestant
Gemengde laanbeplanting (eik en berk)
Kavelgrensbeplanting
meer
opgaande beplanting te vinden. Typerend voor dit gebied is de lijnvormige perceelgrensbeplanting in de vorm van eikenrijen en elzensingels. Deze perceelgrensbeplanting is te vinden in zowel noord- zuidelijke (ontginningsrichting) als in west- oostelijke richting. Een deel van de eikenrijen bevindt zich langs de oude onverharde en verharde wegen in het gebied en hebben daarmee de uitstraling van wegbeplanting (Westerhuizingerweg). Daarnaast bevindt zich in het gebied een uitloper van het Staphorsterbos en een aantal kleine bosgebieden met heiderestanten zoals langs de Kievitshaar. Dit zijn gemengde bosgebieden met zowel naaldbomen als loofbomen. Daarnaast is er beplanting aanwezig op de erven in het gebied. De boomsoorten eik en berk komen veel voor.
Pagina 33
ERVEN
‘groene’ mantel erf
Erf op afstand van de weg
‘Open’ erf met wilgen
Erf met kavelgrensbeplanting
Erf open heideontginningslandschap
Erf besloten heideontginningslandschap
Siertuin met grasveld omzoomd met borders
10 Achtergronddocument LIK’s
Burgererf
HEIDEONTGINNINGEN WESTERHUIZINGERVELD
Open heideontginningslandschap In het Westerhuizingerveld zijn voornamelijk rechthoekige erven te vinden met de kopgevel naar de weg toe. De erven zijn gelegen aan de weg, liggen hoger dan de weg, en kenmerken zich door een zakelijke en sobere erfinrichting met een ‘open’ voorzijde. Het erf is toegankelijk via het zij-erf (één en twee ingangen komen voor). Op het erf bevindt zich een boerderij en in sommige gevallen een aangebouwde schuur. Het erf is verder aan de zijkanten en achterkant omzoomd met beplanting; een “groene mantel”. Daardoor is er sprake van een heldere overgang van erf naar landschap. Aan de voorzijde bevindt zich vaak een siertuin met een groot grasveld omzoomd met borders. Daarnaast zijn er ook
Erven aan de weg
vrijstaande bomen en nutsbomen op het erf. Besloten heideontginningslandschap In het meer besloten landschap van Westerhuizingerweg en Nieuwe dijk zijn ook rechthoekige erven te vinden die soms aan de weg en soms op afstand van de weg liggen. Hier is een aantal erven te vinden uit de jaren ’80 en ’90. De erven in de besloten heideontginningen zijn ingebed in een groen raamwerk van perceelgrensbeplanting in de vorm van eikenrijen en singels. Verspreid liggende erven
Pagina 35
MASSA / RUIMTE EN RELIËF
Westerhuizingerveld
Ho of dw eg
De Re est Oud-Avereest
Kievitshaar
W es te r
hu
izi
ng er
we g
Westerhuizingerveld
Nieuwleusen
10 Achtergronddocument LIK’s
Haa
rwe
g Weemerveld
ijk d we eu i N Huizingerveld
HEIDEONTGINNINGEN WESTERHUIZINGERVELD
Open heideontginningslandschap Het 'jonge' Westerhuizingerveld kenmerkt zich door een grote openheid. Het lint van de Hoofdweg met bebouwing en erfbeplanting vormt de enige ‘doorbreking’ van de openheid. De bebouwing manifesteert zich als massa aan de wegen en daartussen bevinden zich doorzichten naar het open gebied. Besloten heideontginningslandschap Het Staphorsterbos en de kleine bosgebieden aan de weg Kievitshaar vormen de overgang van het open Westerhuizingerveld naar het meer besloten en kleinschalige landschap van het Weemerveld en Huizingerveld. De beslotenheid wordt veroorzaakt door een grote dichtheid aan beplantingselementen in de vorm van eikenrijen en singels.
Vogelvluchtperspectief open heideontginningslandschap
Het Staphorsterbos en de bosgebieden bij de Haar liggen hoger in het landschap op een dekzandrug.
Vogelvluchtperspectief besloten heideontginningslandschap
Pagina 37
GRONDGEBRUIK/ FUNCTIE EN ACTIVITEIT
Achtergronddocument LIK’s
HEIDEONTGINNINGEN WESTERHUIZINGERVELD
2.1.7 Grondgebruik en landgebruik Het landgebruik van het gebied is voornamelijk agrarisch; deels weidegrond en deels akkerbouw (maïs). In het Westerhuizingerveld vindt plaatselijk ook aardappelteelt plaats. Langs de Westerhuizingerweg bevinden zich hobbyboeren. Andere vormen van landgebruik in het gebied zijn bos en natuur. 2.1.8 Functie en activiteit Open heideontginningslandschap Het Westerhuizingerveld kenmerkt zich als een overwegend agrarisch gebied met grote agrarische bedrijven.
Aardappelteelt in Westhuizingerveld
Besloten heideontginningslandschap In het besloten heideontginningslandschap zijn meerdere functies met elkaar verweven. Naast landbouw zijn ook functies te vinden als wonen, recreatie en natuur. Langs de Westerhuizingerweg is een aantal hobbyboeren en verbrede boerenbedrijven te vinden met neventakken als recreatie en zorg. De boswachterij Staphorst vervult de functies van natuur, houtproductie en recreatie.
Staphorsterbos: natuur, productie en recreatie
Agrarisch bedrijf
Pagina 39
NATUUR
Westerhuizingerveld
Ho of dw eg
Jodenbos
De Re est Oud-Avereest
Kievitshaar
haar weg Weemerveld
W es te r
hu
izi
ng er
we g
Westerhuizingerveld
10 Achtergronddocument LIK’s
k dij e w eu Huizinger veld i N
n Haardennen
HEIDEONTGINNINGEN WESTERHUIZINGERVELD
Het open Westerhuizingerveld grenst aan het beekdalgebied van de Reest waar een aantal dassenburchten ligt. De das gebruikt de cultuurgronden van de Westerhuizingerveld om te foerageren. Het Staphorsterbos heeft een aantal waardevolle heiderestanten. Het Staphorsterbos en de verspreid liggende bosjes aan de Haar bieden rust- en vluchtmogelijkheden voor diersoorten. Het gebied bestaat overwegend cultuurgraslanden die floristisch soortenarm zijn, maar waar wel de wulp, de boomleeuwerik en de boompieper te vinden zijn. In de ruigten broedt de roodborsttapuit. Het gebied kent verder een lage biodiversiteit. Langs de Westerhuizingerweg ligt een recent aangelegd natuurgebied, dat een stapsteen vormt tussen de Boswachterij Staphorst en de bosgebiedjes bij Haardennen. Er zijn nog veel bijzondere
Staphorsterbos met waardevolle heiderestanten
natuurwaarden in de bos- en natuurgebieden aanwezig; het gaat om onder andere soorten van schrale, natte tot vochtige omstandigheden (heide) en van bossen. Het betreft plantensoorten (snavelbies spec., zonnedauw) Belangrijke natuurwaarden Westerhuizingerveld: - plantensoorten (met name soorten van natte – droge heide, water)
Nieuwe natuur langs Westerhuizingerweg
- zoogdieren (das, steenmarter) - vogels (bosvogels, struweelvogels, wintergasten) - reptielen en amfibieën (adder, heikikker) - dagvlinders (heidesoorten)
Ooievaars
Pagina 41
10 Achtergronddocument LIK’s
2.2
Veenontginningen Dedemsvaart, Slagharen, De Krim
De Krim
Slagharen
Dedemsvaart
Lutten
Gramsbergen
Balkbrug
Hardenberg Radewijk
Bruchterveld Bergentheim Marienberg Kloosterhaar
Sibculo
Pagina 43
BEBOUWING
tse en Dr
eg ew ns ee ev og Ho
kerk
weg
ijk
ekd
g we
Bro
Bruchterveld
heim
Ee
Ğ<ƌŝŵ
g we k o l eb rst
Schuinesloot
ijk
Ő ǁĞ
Slagharen
Ě ǀĞů ĞƌƐ
Ɖ
Ɖ <ŶĂ
>ƵƩ ĞƌĞ Ɛǁ ĞŐ
>ƵƩĞƌŐƌĞƉƉĞ
ů
H
w fd oo
ĞZĞĞ
Ɛƚ
N377
>ƵƩĞŶ
Dedemsvaart
seweg
N48
ijk
Dedemsvaart
ew erd
D
t dvaar Hoof
Ommer
kanaal
llee
nsa
e ger
Ste jk wi e d Elf
Heemserveen
Stegerveld
Rh Rheezerveen
10 Achtergronddocument LIK’s
en rve e z ee
g we se
Hardenberg
VEENONTGINNINGEN DEDEMSVAART, SLAGHAREN, DE KRIM EN BRUCHTERVELD
Er is een aantal verschillende nederzettingsvormen te vinden in het veenontginningslandschap: de lintbebouwing, kanaallinten en verspreide agrarische bebouwing. Dedemsvaart, Lutten, Balkbrug en de Krim zijn voorbeelden van kanaaldorpen langs de nederzettingsas van een kanaal. In de loop der tijd zijn deze dorpen uitgegroeid tot een rechthoekige dorp, of een lang lint met plaatselijke verdichtingen in de vorm van 'uitstulpingen' (De Krim en Dedemsvaart). Voor een aantal van deze dorpen geldt dat aan de noordzijde de oorspronkelijke lintstructuur nog gaaf en herkenbaar is. Deze dorpen zijn uitgebreid in zuidelijke richting. Waar een dorp of bebouwing zich heeft ontwikkeld langs een weg spreekt men van een weglint, wegdorp of zoals hier gebruikt lintbebouwing. Schuinesloot, de Belt, Rheezerveen,
Kanaallint de Krim
Bebouwing aan het kanaal
Lintbebouwing Schuinesloot
Groningse boerderij
Arbeidershuisje
Burgererf
Heemserveen zijn voorbeelden van lintbebouwingen. Deze nederzettingstypen bevinden zich vooral in de gebieden die het laatst ontgonnen zijn. Ook is verspreide bebouwing te vinden in het gebied, onder andere langs de wegen. Langs de Verlengde Zestiende Wijk, Verlengde Elfde Wijk en Otterswijk zijn voornamelijk erven te vinden uit de jaren ’80. Deze verspreide bebouwing is later ontstaan langs doorgetrokken wegen. In het veenontginningslandschap zijn veel boerderijen te vinden van het Groningertype; woning en bedrijf gescheiden in een gebouw waarbij de boerderij een inwaartse sprong heeft in het muurwerk en een woongedeelte heeft dat smaller is dan het bedrijfsgedeelte. .
Pagina 45
ROUTING
tse en Dr
eg ew ns ee ev og Ho
kerk
weg
ijk
ekd
g we
Bro
Bruchterveld
heim
Ee
Ğ<ƌŝŵ
g we k o l eb rst
Schuinesloot
ijk
Ő ǁĞ
Slagharen
Ě ǀĞů ĞƌƐ
Ɖ
Ɖ <ŶĂ
>ƵƩ ĞƌĞ Ɛǁ ĞŐ
>ƵƩĞƌŐƌĞƉƉĞ
ů
H
w fd oo
ĞZĞĞ
Ɛƚ
N377
>ƵƩĞŶ
Dedemsvaart
seweg
N48
ijk
Dedemsvaart
ew erd
D
t dvaar Hoof
Ommer
kanaal
llee
nsa
e ger
Ste jk wi e d Elf
Heemserveen
Stegerveld
Rh Rheezerveen
10 Achtergronddocument LIK’s
en rve e z ee
g we se
Hardenberg
VEENONTGINNINGEN DEDEMSVAART, SLAGHAREN, DE KRIM EN BRUCHTERVELD
Door de ontginningsgeschiedenis van het gebied, waarbij vaarten, hoofdwijken en wijken gegraven werden, kent het veenontginningslandschap een fijnmazige structuur van wateren en ontsluitingswegen. Het wegenpatroon in het veenontginningslandschap kenmerkt zich als strak en rechthoekig, aangezien dit geënt is op de wijkenstructuur. Vaak kwam aan een zijde van de wijk een weg te liggen waarlangs de erven te bereiken waren, met een brug over het water waarmee de erven aan de overzijde te bereiken waren. In de omgeving van Schuinesloot, de Belt, Bruchterveld bevindt zich een aantal kronkelige wegen. Dit heeft te maken met de ligging op de hoogste punten in het landschap; de dekzandrugjes en keileembultjes. Op de plaats van een aantal gedempte vaarten is een weg gelegd. Een voorbeeld hiervan is de Dedemsvaart waar nu de Dedemsvaartseweg en de Zwolseweg ligt. Hier is een kenmerkende breed geprofileerde structuur aanwezig van gedempte vaarten met een hoofdweg op de vroegere plaats van de vaart met aan weerszijden ventwegen waaraan de erven liggen.
Zwolseweg
Wegen langs Lutterhoofdwijk
Rechte wegen
Stegerensallee
Onverharde weg langs wijk
Kronkelige weg omgeving Schuinesloot
Wegenpatroon veenontginningen
Pagina 47
VERKAVELING
tse en Dr
eg ew ns ee ev og Ho
kerk
weg
ijk
ekd
g we
Bro
Bruchterveld
heim
Ee
Ğ<ƌŝŵ
g we k o l eb rst
Schuinesloot
ijk
Ő ǁĞ
Slagharen
Ě ǀĞů ĞƌƐ
Ɖ
Ɖ <ŶĂ
>ƵƩ ĞƌĞ Ɛǁ ĞŐ
>ƵƩĞƌŐƌĞƉƉĞ
ů
H
w fd oo
ĞZĞĞ
Ɛƚ
N377
>ƵƩĞŶ
Dedemsvaart
seweg
N48
ijk
Dedemsvaart
ew erd
D
t dvaar Hoof
Ommer
kanaal
llee
nsa
e ger
Ste jk wi e d Elf
Heemserveen
Stegerveld
Rh Rheezerveen
10 Achtergronddocument LIK’s
en rve e z ee
g we se
Hardenberg
VEENONTGINNINGEN DEDEMSVAART, SLAGHAREN, DE KRIM EN BRUCHTERVELD
De verkaveling in de veengebieden kenmerkt zich als een rationele, lange strokenverkaveling. Voor een deel is de strokenverkaveling haaks gelegen op de ontginningsassen (Slagharen, Lutter Hoofdwijk) of in aantal gevallen schuin op de weg (Dedemsvaartseweg, de Krim). Het veengebied van de Kolonie heeft duidelijk een andere verkavelingstructuur; een veenkoloniale blokstructuur. De afstand tussen de wijken hing samen met de turfwinning en bepaalde uiteindelijk ook de kavelgrootte. Indien de afstand tussen de wijken onderling te groot werd moesten de arbeiders de turf over een te grote afstand verplaatsen. In de kolonieontginning zijn voornamelijk grote blokkavels te vinden, terwijl de kavels in de overige veenontginningen oorspronkelijk smaller waren. Door de tijd heen zijn veel sloten en wijken gedempt waardoor
Wijk omgeving Dedemsvaart
Lange wijk omgeving Dedemsvaart
Eikenrijen als kavelgrensbeplanting
Sloot omgeving de Krim
Greppelstructuur in ontginning de Kolonie
Verlande sloten omgeving Lutten
Verkavelingspatroon veenontginningen
grotere kavels ontstonden en dit verschil tegenwoordig niet meer waarneembaar is. In een aantal gebieden is deze wijkenstructuur nog ‘gaaf’ aanwezig; zoals omgeving Schuttewijk en de Krim. In een groot deel van het gebied zijn de vaarten, hoofdwijken en wijken gedempt of verland. Alleen het Ommerkanaal, de Lutter hoofdwijk, en ’t lijntje in Bruchterveld zijn bewaard gebleven.
Pagina 49
BEPLANTING
Legenda = Bos = Heide = Wegbeplanting = Bomenrij / singel = Solitaire boom
10 10 Achtergronddocument LIK’s
VEENONTGINNINGEN DEDEMSVAART, SLAGHAREN, DE KRIM EN BRUCHTERVELD
Open veenontginningslandschap Het veenontginningslandschap is door het ontbreken van opgaande beplanting een open gebied. De schaarse beplanting die aanwezig is, bevindt zich langs wegen en op erven. Er komen zowel eenzijdige als tweezijdige wegbeplantingen voor, met voornamelijk eiken. De relatief jonge wegen de Verlengde Elfde en Verlengde Zestiende Wijk hebben geen wegbeplanting. Daarnaast is in het deelgebied Slagharen een groot aantal wegen te vinden die geen wegbeplanting kennen.
Kenmerkende openheid met weinig beplanting
Erven als ‘groene eilanden’ in open landschap
Enkele rij eik als laanbeplanting
Erfbeplanting in de vorm van elzensingels
Bosopstanden omgeving Bructerveld
Kavelgrensbeplanting in de vorm van eikenrijen
Besloten veenontginningslandschap In het besloten veenontginningslandschap komen zowel grote als kleine boscomplexen voor. De koloniebossen en het Colenbrandersbos zijn beide grote boscomplexen met zowel loof- als naaldbos. De boscomplexen zijn door de verkavelingstructuur rechthoekig of strookvormig. Sinds de ontginningen van het veen bevinden zich al bosopstanden in de omgeving van Ommerschans, Colenbrandersbos, Westerslagen en Scheersche Veld. De omgeving van de Kolonie, Bruchterveld en Westerslagen hebben een afwijkend beplantingspatroon. Hier komt meer perceelgrensbeplanting voor in de vorm van eikenrijen en elzensingels. In Bruchterveld is een aantal kavels helemaal omzoomd met perceelgrensbeplanting, waardoor ‘groene’ kamers zijn ontstaan. In het besloten veenontginningslandschap is vrijwel altijd sprake van laanbeplanting langs de wegen. Hier gaat het voornamelijk om enkelzijdige eikenrijen. De erven in de besloten veenontginningen hebben vaak een ‘groene’ mantel, met beplanting langs de erfgrenzen en een open achterzijde.
Pagina 51
ERVEN
Open erf omgeving De Kolonie
Besloten erf omgeving De Kolonie
Open erf omgeving De Kolonie
Besloten erf omgeving Bruchterveld
Erf open veenontginningslandschap
Erf besloten veenontginningslandschap
Open nieuw erf omgeving Dedemsvaart
10 Achtergronddocument LIK’s
Open agrarisch erf uit de jaren ‘80
VEENONTGINNINGEN DEDEMSVAART, SLAGHAREN, DE KRIM EN BRUCHTERVELD
Open veenontginningslandschap In de veenontginningsgebieden zijn vooral rechthoekige erven te vinden, met een strakke ordening van bebouwing en groen. In het open veenontginningslandschap zijn overwegend erven te vinden met grote bouwkavels. De erven liggen altijd aan de weg en de boerderijen zijn met de voorzijde loodrecht op de weg georiënteerd. In een aantal linten liggen zowel de kavels als de boerderijen in een hoek ten opzichte van de weg. De erven hebben van oorsprong grote gebouwen (woongedeelte aan bedrijfsgedeelte) met weinig bijgebouwen. De erven in het open veenontginningslandschap hebben een vrij open karakter met aan de achterzijde zicht op het landschap. De randen van de erf zijn niet helemaal beplant.
Erven aan de weg
Een aantal erven in de omgeving van Verlengde Zestiende Wijk hebben vrijwel geen erfbeplanting. Besloten veenontginningslandschap In het besloten veenontginningslandschap zijn ook vooral rechthoekige erven te vinden, maar ze hebben overwegend een kleinere bouwkavel dan de erven in het open veenontginningsgebied. Daarnaast zijn in dit landschap van oorsprong kleinere gebouwen aanwezig. De meeste erven zijn aangekleed met beplanting: langs de erfgrenzen, enkele grote solitairen op het erf en een aantal fruitbomen op het zijerf of het voorerf. Tevens is vaak een combinatie te vinden van sier- en nutstuin (voor- en zijerf) of stijltuin op het voorerf in de Engelse landschapsstijl, met hagen of bermsloten als erfscheiding aan de voorzijde.
Pagina 53
MASSA / RUIMTE EN RELIËF
tse en Dr
kerk
weg
ijk
g we
ekd
Bro eg ew ns ee ev og Ho
Bruchterveld
entheim
Ee
g we k o l eb rst
Ğ<ƌŝŵ
Schuinesloot
ijk
Ő ǁĞ
Slagharen
Ě ǀĞů ĞƌƐ
Ɖ
Ɖ <ŶĂ
>ƵƩ ĞƌĞ Ɛǁ ĞŐ
>ƵƩĞƌŐƌĞƉƉĞ
ů
H
w fd oo
ĞZĞĞ
Ɛƚ
N377
>ƵƩĞŶ
Dedemsvaart
seweg
N48
ijk
Dedemsvaart
ew erd
D
t dvaar Hoof
Ommer
kanaal
llee
nsa
e ger
Ste jk wi e d Elf
Heemserveen
Stegerveld
Rh Rheezerveen
10 Achtergronddocument LIK’s
en rve e z ee
g we se
Hardenberg
VEENONTGINNINGEN DEDEMSVAART, SLAGHAREN, DE KRIM EN BRUCHTERVELD
Open veenontginningslandschap De open veenontginningen zijn overwegend grootschalige open gebieden met weinig opgaande beplanting en halftransparante wegen met verspreide bebouwing en beplanting. Typisch voor deze lijnen zijn de doorzichten tussen de bebouwing naar het achterliggende open gebied. In het gebied komt weinig reliëf voor. Besloten veenontginningslandschap Het besloten veenontginningslandschap kenmerkt zich als een halfopen landschap met meer opgaande beplanting zoals grote en kleine bosgebieden en perceelgrensbeplanting in de vorm van eikenrijen en elzensingels. De grote en kleine bosgebieden liggen verspreid over het gebied. In het
Vogelvluchtperspectief open veenontginningslandschap omgeving Rheezerveen
veenontginningslandschap ten zuiden Bruchterveld komen bosstroken met daartussen gelegen open ruimten voor. In het algemeen kennen het besloten veenontginningslandschap weinig reliëf. Uitzondering hierop zijn de Belt en Schuinesloot. Hier is een aantal welvingen in het landschap zichtbaar door de aanwezigheid van keileembulten.
Vogelvluchtperspectief besloten veenontginningslandschap omgeving Bruchterveld
Pagina 55
GRONDGEBRUIK/ FUNCTIE EN ACTIVITEIT
Achtergronddocument LIK’s
VEENONTGINNINGEN DEDEMSVAART, SLAGHAREN, DE KRIM EN BRUCHTERVELD
Grondgebruik en landgebruik Het landgebruik van het gebied is voornamelijk agrarisch; deels weidegrond en deels akkerbouw (aardappelteelt). In de ontginningskolonie zijn hoofdzakelijk weidegronden te vinden. Daarnaast is er een aantal boomkwekerijen te vinden, onder andere bij Lutten. Functie en activiteit Het veenontginningslandschap is overwegend agrarisch gebied met grote agrarische bedrijven. Daarnaast hebben de linten de functie van wonen en in een aantal linten is sprake van kleinschalige bedrijvigheid (Zwolseweg). De boscomplexen zoals het Colenbrandersbos hebben de functie van natuur, recreatie en houtproductie. In het Colenbrandersbos bevindt
Aardappelteelt
zich een voorziening van verblijfsrecreatie: het vakantiepark Het Stoetenslagh. Daarnaast bevinden zich een aantal aardgaslocaties en hoogspanningsleidingen in het gebied.
Weidegrond
Boomkwekerij bij Lutten
Pagina 57
NATUUR
tse en Dr
kerk
weg
ijk
g we
ekd
Bro eg ew ns ee ev og Ho
Bruchterveld
entheim
Ee
g we k o l eb rst
De Krim
Schuinesloot
ijk
Vloeivelden
Slagharen
p Kna
p
eg ldw e v ers
>ƵƩ ĞƌĞ Ɛǁ ĞŐ
>ƵƩĞƌŐƌĞƉƉĞ
ů
H
w fd oo
De Ree st
N377
>ƵƩĞŶ
Dedemsvaart
seweg
De Tippe
N48
ijk
Dedemsvaart
ew erd
D
t dvaar Hoof
Colenbrandersbos
Ommer
kanaal
llee
nsa
e ger
Ste jk wi e d Elf
Heemse Heemserveen
SStegerveld Stegervel tegervel egerve
Rh Rheezerveen Rhe e vee en
10 Achtergronddocument LIK’s
en rve e z ee
g we se
Hardenberg d b rg
VEENONTGINNINGEN DEDEMSVAART, SLAGHAREN, DE KRIM EN BRUCHTERVELD
De cultuurgronden van de veengebieden hebben overwegend een lage biodiversiteit. Het is een grootschalig, open landbouwgebied met voornamelijk hoogproductieve graslanden en akkers. Het zijn vooral de wijken die als potentieel interessante ecologische verbindingen worden gezien voor water- en oevergebonden planten en dieren. Daarnaast zijn er toch een aantal gebieden te vinden die meer soortenrijk zijn en ook een aantal rode lijst (beschermde) soorten herbergen: omgeving de Tippe, Ommerschans, Dedemsvaart, Bruchterveld en omgeving Scheersche Veld. Ten noorden en oosten van Dedemsvaart komt nog sporadisch een stukje moeras en of schraalland voor. Er zijn ook nog een aantal veenrestanten aanwezig in de gemeente: op de stuwwal Kloosterhaar-Sibculo en op enkele percelen van Bruchterveld. Hier is zowel natte heide als broekbos te vinden. Plaatselijk zijn nog bijzondere plantensoorten aanwezig In de relict-heidevegetaties (diverse relict-heidevegetaties zijn verdwenen als gevolg van verbossing). Het bosgebied de Scheersche Veld is ook floristisch interessant aangezien hier een berken- en
Cultuurgraslanden
Vloeivelden de Krim
Bossen met restante natte heide (Bruchterveld)
Omgeving de Tippe
Colenbrandersbos
Wijken als potentiele ecologische verbindingen
wilgenbroekbos bevindt. Broekbos is een bostype gelegen op laaggelegen drassig land met een hoog grondwaterspiegel. Het Colenbrandersbos is floristisch minder interessant. Het is een gemengd bos met naald- en loofbomen. Waarde van het gebied voor dieren is de grote openheid en stilte dat deze biedt. Vogels als de buizerd, boomvalk en velduil gebruiken het gebied dan ook als rusten foerageergebied. Het gebied kent wel enige diversiteit in het voorkomen van vogelsoorten. Weidevogels zijn te vinden in de open akkerbouw- en weidegebieden van de veenkolonies. In het gebied ten noorden van de Dedemsvaart zijn de kwartel en de patrijs waargenomen. De vloeivelden van de Krim trekken zowel watervogels als steltlopers aan. In het Colenbrandersbos bevindt zich een roeken en reigerskolonie. Belangrijke natuurwaarden: - plantensoorten van bermen, slootkanten en water - zoogdieren (veldspitsmuis, vleermuizen) - vogels (wintergasten, roofvogels, spechten en uilen)
Pagina 59
10 Achtergronddocument LIK’s
2.3
Essen- en hoevenlandschap langs de Vecht
De Krim
Slagharen
Dedemsvaart
Lutten
Gramsbergen
Balkbrug
Hardenberg Radewijk
Bruchterveld Bergentheim Marienberg Kloosterhaar
Sibculo
Pagina 61
BEBOUWING
eg dw l e v ers p p KƵĚͲ>ƵƩĞŶ Kna
>ƵƩ ĞƌĞ ƐǁĞ Ő
N3
Brucht
Rh
Engel
Ve cht
ee ze r
we g
seweg
OudBergentheim ŝīĞůĞŶ
Spoorlijn Zwolle - Emmen
10 Achtergronddocument LIK’s
Hardenbergerweg
Keiendorp
Dedemsvaart
M aa td ijk
Rheeze
Bergentheim
43
ESSEN- EN HOEVENLANDSCHAP LANGS DE VECHT
In het essen- en hoevenlandschap is een vorm van verspreide en meer geconcentreerde bebouwing te vinden. Als nederzettingsvormen zijn diverse typen esdorpen en gehuchten te onderscheiden in het gebied: kernesdorpen, kransesdorpen en flankesdorpen. Rheeze is een voorbeeld van een kernesdorp; hier staan de boerderijen enigszins onregelmatig gerangschikt op enige tientallen meters van elkaar en daartussen bevinden zich open ruimtes in de vorm van open grasvelden: de brinken. Bij Diffelen en Oud Bergentheim is een spinnenwebachtige structuur herkenbaar, waarbij woningen verspreid rondom een es liggen en niet allemaal bij elkaar staan. Bij Oud-Lutten heeft de es een langgerekte vorm en hierlangs heeft zich maar één kant een lint van bebouwing ontwikkeld. Oud-Lutten wordt gerekend tot het type flankesdorp. De bebouwing bevindt zich op de overgang van de es naar de lagere gronden, de weidegronden. In het landschap zijn gehuchten te vinden die ontstaan zijn door de vestiging van eenmansnederzettingen, ook wel kampen en hoeven genoemd. Engeland, Collendoorn, Radewijk, Loozerveld,
Kernesdorp Rheeze
Kransesdorp Oud-Bergentheim
Flankesdorp Oud Lutten
Arbeidersdorp Keiendorp
Saksische boerderij omgeving Mölinksweg
Saksische boerderij omgeving Oud-Bergentheim
Kloosterhaar en Balderhaar zijn voorbeelden van deze eenmansessen. Deze eenmansessen liggen vaak op enige afstand van elkaar waardoor er een lint van verspreide bebouwing te herkennen is. Bij Kloosterhaar en Balderhaar is sprake van een langgerekte verhoging in het landschap, waarop oorspronkelijk een lint van eenmansessen aanwezig was. Sibculo heeft zich gevormd rondom het voormalige klooster van de orde van de Cisterciënzers en uit een aantal eenmansessen. Herkenbaar voor dit landschapstype is het voorkomen van het Saksische boerderijtype, ook wel hallehuistype genoemd. Het hallehuistype is een langgestrekt en driebeukig gebouw. In dit boerderijtype vormen het woongedeelte en bedrijfsgedeelte een geheel. De kap van het boerderij is erg kenmerkend. Het is vaak een rieten zadeldak met wolfseind(en) en heeft soms een combinatie van riet en pannen. Een andere nederzettingsvorm welke zich bevindt in het gebied is het arbeidersdorp. Dit type is te vinden in de buurt van Oud-Lutten: Keiendorp. Hier bevindt zich een concentratie van jonge erven langs twee parallel gelegen wegen, de Keienweg en Semmelinksdijk.
Pagina 63
ROUTING
N3
eg dw l e v ers p p KƵĚͲ>ƵƩĞŶ Kna
Brucht
Ve cht
we g ee ze r Rh
seweg
Engel
OudBergentheim ŝīĞůĞŶ
Spoorlijn Zwolle - Emmen
10 Achtergronddocument LIK’s
Hardenbergerweg
>ƵƩ ĞƌĞ ƐǁĞ Ő
Rheeze
Keiendorp
Dedemsvaart
M aa td ijk
Bergentheim
43
ESSEN- EN HOEVENLANDSCHAP LANGS DE VECHT
In het essen- en hoevenlandschap is vrij fijnmazig patroon van kronkelen wegen te vinden, die nu voor een groot deel verhard zijn. Op een aantal plekken zijn nog zandpaden te vinden. De wegen liggen vooral op de overgang van laag naar hoog en aan de randen van de essen (akkers). De ontsluiting van de boerderijen en buurtschappen heeft veelal een grillig karakter. De provinciale wegen die later zijn aangelegd hebben een ander karakter, een meer recht verloop en niet landschapsvolgend. Een goed voorbeeld hiervan is de N36 die dwars over de Groote Esch bij Diffelen loopt en kruist met de Vecht en de spoorweg. De N34 doorsnijdt voor een klein deel ook het essen- en hoevenlandschap.