Bijlage 5 - MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
In het kader van het MER is het noodzakelijk om de effecten in beeld te brengen en te beschrijven op welke manier kan worden gemitigeerd. Voor de effecten op het leefgebied van egel en kleine marterachtigen wordt een vergunning flora-fauna activiteit aangevraagd. Onderdeel hiervan is het opstellen van een inrichtingsen beheerplan. Om de effecten tijdens de aanleg te kunnen mitigeren wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld. In het protocol worden maatregelen beschreven waaronder het uitvoeren van kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen.
98/166
12.6 Samenvattende effectbeoordeling In Tabel 12-2 zijn de beoordelingen voor de onderzochte situaties weergegeven. Hoewel er sprake is van een toename van verkeersgeneratie als gevolg van de uitbreiding van het bedrijventerrein, is in vergelijking met de referentie geen sprake van een onderscheidend effect voor het aspect beschermde gebieden. Als gevolg van het vervallen van de bemesting van de gronden is er geen sprake van een stikstofdepositietoename, op het natuurnetwerk is zelfs sprake van een depositieafname. Dit is te verklaren door de afname van ammoniak (bemesting) die op korte afstand neerslaat. Overige effecten zijn uitgesloten. Het plangebied biedt leefgebied voor beschermde soorten egel en kleine marterachtigen. Hoewel de ontwikkeling op den duur een positieve bijdrage kan leveren door ontwikkeling van een robuuste groen- en waterstructuur, leidt de ontwikkeling bij aanvang tot licht negatieve effecten op de aanwezige soorten. De effecten moeten worden gemitigeerd. Tabel 12-2 Effectbeoordeling Natuur
Planvoornemen
Beschermde gebieden
-/0
Variant bedrijfswoning -/0
Soorten
-/0
-/0
Variant lagere Variant met grondwal (1,5 m) scherm -/0 -/0 -/0
-
Alternatief lichtere Scenario verkeersbedrijvigheid ontsluiting N36 -/0
-/0
-/0
0
Mitigerende maatregelen Interne saldering met de bemeste agrarische gronden. Het opstellen van een inrichtingsplan en ecologisch werkprotocol voor de beschermde soorten (kleine marterachtigen en egel). Aanleg en beheer van compensatielocaties voor de soorten. Aanvraag van benodigde vergunningen florafauna activiteit. Het aanbrengen van extra beschutting zoals takkenrillen, steenhopen in het bosschage op de grondwal. Aanplanten van inheemse biodiverse en droogte bestendige beplanting op de grondwal met circa 10 procent groenblijvende soorten als hulst, wilde liguster, grove den, laurierwilg. Realisatie van natuurvriendelijke oevers in de brede watergangen met ondiepe zones geschikt voor grote modderkruiper. Aanbevolen wordt om in het omgevingsplan een voorschrift natuurinclusief bouwen op te nemen. Hiermee kan het plan een extra bijdrage leveren aan soorten die zijn gebonden aan gebouwen (gevels, daken en tuinen). Soorten die aangetrokken kunnen worden zijn onder ander zwarte roodstaart, scholekster en gewone dwergvleermuis.
99/166
13 BODEM EN WATER 13.1 Toetsingskader Wet- en regelgeving/beleid Bodem De bodem en ondergrond zijn een integraal onderdeel van de Omgevingswet, deze nieuwe regels komen in de plaats van de oude regels voor het beheer van bodemkwaliteit, zoals de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en het Besluit uniforme saneringen. De wettelijke bepalingen voor bodem zijn opgenomen in het Bkl en zijn gericht op drie pijlers die in een Omgevingsplan moeten worden geregeld. Voorkomen van nieuwe verontreinigingen (zorgplicht). Meewegen van bodemkwaliteit bij toedelen functies (in Omgevingsvisie en Omgevingsplan). Beheren van historische verontreinigen. In de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl is bepaald dat in het omgevingsplan regels moeten zijn opgenomen over het toelaten van een bouwactiviteit waarbij een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie wordt gebouwd en de nazorg na saneren. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn regels opgenomen voor milieubelastende activiteiten die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit (waaronder het nuttig toepassen van grond en baggerspecie).
Milieubelastende activiteiten ten aanzien van bodem zijn onder andere het graven in de bodem met een kwaliteit onder, gelijk aan of boven de interventiewaarde, het op of in de bodem brengen van meststoffen, saneren van bodem en het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie. Ook kunnen bedrijven milieubelastende activiteiten veroorzaken waardoor de bodem verontreinigd kan raken zoals het opslaan van brandstoffen. Om te bepalen of bouwactiviteiten op een bodemgevoelige locatie worden toegelaten, is inzicht nodig in de bodemopbouw, aardkundige waarden en aanwezige (historische) bodem- en grondwaterverontreiniging. Een bodemgevoelige locatie is een locatie waar een bodemgevoelig gebouw is toegelaten, en een onmiddellijk aan dat gebouw grenzende aaneengesloten tuin of terrein. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Handelingskader PFAS18 PFAS is een verzamelnaam en staat voor poly- en perfluoroalkylstoffen. PFAS kunnen een negatief effect hebben op milieu en gezondheid. Dit geactualiseerde handelingskader vormt de basis voor het vastleggen van toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie in de regelgeving.
Er is de mogelijkheid om lokaal invulling te geven aan de zorgplichten door het vaststellen van hogere waarden per gebied of bij specifieke toepassingen wanneer de PFAS-achtergrondwaarden afwijken van de landelijke achtergrondwaarden. Dit handelingskader heeft geen formele juridische status en stelt dus geen voorwaarden aan activiteiten. In dit MER is dit handelingskader als relevant beleid meegewogen. Grondwater Grondwater is een onderdeel van de bodem en daarmee is het beheer van de grondwaterkwaliteit onderdeel van het beheer van de bodemkwaliteit. Daarnaast zijn grondwaterlichamen onderdeel van de watersystemen, waardoor het beheer van (de kwaliteit van) grondwaterlichamen ook onderdeel is van het beheer van watersystemen. De verantwoordelijkheid voor het grondwaterkwaliteitsbeheer ligt bij meerdere overheden. De provincie is verantwoordelijk voor het realiseren van de doelen van de kaderrichtlijn water en de grondwaterrichtlijn. De provincie Overijssel heeft daartoe in haar Omgevingsverordening instructieregels opgenomen voor activiteiten in waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones. Ook geldt er een specifieke zorgplicht om nadelige effecten voor de kwaliteit van grondwater te voorkomen en voor zover deze niet kunnen worden voorkomen de gevolgen zoveel mogelijk te beperken.
18
Handelingskader voor hergebruik van PFAS_houdende grond en baggerspecie (versie december 2023) pdf (overheid.nl).
100/166