CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - MER Uitbreiding Bedrijventerrein Rollepaal Oost (Geanonimiseerd)

gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente HardenbergBij agendapunt: Besluit tot wijziging van het omgevingsplan voor Rollepaal Oost36.048 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

MER UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN ROLLEPAAL OOST t.b.v. procedures wijziging Omgevingsplan 4 juni 2025

1/166

DATUM KENMERK

4 juni 2025 20230326/TB-ID

PROJECT PROJECTLEIDER

Uit mr.

paal Dedemsvaart MER

OPDRACHTGEVER Gemeente Hardenberg PROJECTNUMMER 20230326 AUTEURS

STATUS

2/166

Definitief

SAMENVATTING De gemeente Hardenberg heeft het voornemen om het bestaande bedrijventerrein De Rollepaal te Dedemsvaart met circa 21 hectare netto (29 hectare bruto) uit te breiden. In figuur 1 is de planlocatie aangegeven. Voor de uitbreiding van het bedrijventerrein wordt een omgevingsplan opgesteld.

Figuur 1 Planlocatie

BESCHRIJVING PLANVOORNEMEN MET VARIANTEN, ALTERNATIEF EN SCENARIO Planvoornemen Rollepaal Oost moet een plek bieden voor zwaardere bedrijvigheid vergelijkbaar met milieucategorie 4.2, waarbij maatregelen worden getroffen om overlast voor de omgeving te voorkomen of te beperken. Naast de normale bedrijvigheid, worden onder andere een waterstof-tankstation, ondersteunende voorzieningen en de uitbreiding van het verdeelstation TenneT/Enexis mogelijk gemaakt. Detailhandel, zelfstandige kantoren en bedrijfswoningen worden niet toegestaan. Aan de noord- en oostzijde zal een grondwal worden gerealiseerd. De uitbreiding van Rollepaal met Rollepaal Oost houdt ook een vergroting van het industrieterrein in. Hieraan is de voorwaarde gesteld dat dit niet leidt tot een toename van de geluidbelasting in de omgeving. Het plangebied wordt voor gemotoriseerd verkeer in westelijke richting ontsloten via een aansluiting nabij het kruispunt Rollepaal, Schutwijk en Moerheimstraat. De infrastructuur wordt klimaatbestendig ingericht waarbij gebruik wordt gemaakt van wadi’s en groenstructuren. Aan de noord- en oostzijde zal een grondwal worden gerealiseerd van circa 3 meter hoog, voorzien van opgaand groen. Het doel van de grondwal is het zicht vanuit woningen op het bedrijventerrein te minimaliseren, het realiseren van een goede landschappelijke inpassing en uitstralende effecten te beperken.

Door het realiseren van vrijliggende fiets- en/of voetpaden met een klimaatbestendige inrichting wordt het gebied aantrekkelijk gemaakt voor (recreatief) wandelen tijdens de lunch. De verkaveling van het terrein maakt gebruik van bestaande structuren zoals

3/166

sloten en beplanting die de landschappelijke structuur benadrukt. Verder wordt ingezet op zoveel mogelijk energieneutraal ontwerpen en een toekomstbestendig bedrijventerrein.

Figuur 2 Inrichting concept stedenbouwkundig plan (bron: Rho Adviseurs)

Varianten Binnen het planvoornemen zijn ook 2 varianten uitgewerkt: Variant grondwal In het MER wordt onderzoek uitgevoerd naar andere mogelijke afscherming, de minimaal benodigde afmetingen om te zorgen voor voldoende afscherming voor de huidige woningen en de keuzes voor de (landschappelijk goed ingepaste) afscherming in relatie tot de ligging van de aangepaste geluidzone. Hiertoe zal zowel worden gekeken naar de effecten van een lagere grondwal (1,5 meter) als een hogere afscherming tot maximaal 6 meter, door het toepassen van een (geluid)scherm op de grondwal. Variant bedrijfswoning De woning aan de Schutwijk 2 wordt mogelijk aangekocht. In deze variant wordt rekening gehouden met de omzetting van Schutwijk 2 naar een bedrijfswoning of naar een bedrijfsbestemming waarmee mogelijk meer milieuruimte voor het bedrijventerrein ontstaat. Alternatief lichtere bedrijvigheid In het MER zijn ook de effecten van een alternatief met lichtere bedrijvigheid onderzocht. In dit alternatief wordt de invulling van het bedrijventerrein met lichtere bedrijvigheid (vergelijkbaar met max. milieucategorie 3.2) voorgesteld. Verder is het alternatief gelijkwaardig aan het planvoornemen. Onderzocht wordt of dit alternatief leidt tot minder grote milieubelasting op de omgeving.

Scenario verkeersontsluiting op de N36 De toekomstige gewenste zuidelijke ontsluiting richting de provinciale weg de N36 is opgenomen als scenario. Er is gekozen voor een scenario omdat de ontsluiting nog onzeker is en niet op korte termijn wordt gerealiseerd, maar wel invloed kan

4/166

hebben op de milieueffecten van de ontwikkeling, Het MER geeft een algemeen beeld van hoe de situatie eruit zou zien als deze aansluiting er komt.

BEOORDELING EN VERGELIJKING Planvoornemen Uit de beoordeling van de omgevingsaspecten blijkt dat het planvoornemen kan leiden tot negatieve effecten op de omgeving. Met name de aspecten geluid en licht scoren negatief. Wat betreft het aspect geluid volgt uit het MER dat het planvoornemen mogelijk is, onder voorwaarde dat er bedrijven komen die een kleinere geluidruimte nodig hebben dan bedrijven van categorie 4.2. Bij deze uitgangspunten zal bij alle woningen het geluidniveau lager zijn dan de grenswaarde van 50 dB(A) op de zone ter hoogte van bestaande woningen vastgestelde wettelijke grenswaarden. Naast geluid is ook potentiële lichthinder een belangrijk aspect: er moeten voldoende maatregelen worden getroffen om lichthinder vanwege de infrastructuur, terreinverlichting en reclame-uitingen te voorkomen. Daarnaast is de mate van (uit)zicht op het bedrijventerrein versus de landschappelijk inpassing en invloed op de landschapsstructuren een belangrijk ontwerpaspect. De aspecten waar het planvoornemen licht negatief scoort ten opzichte van de referentiesituatie zijn gedeeltelijk een logisch gevolg van de keuze van het realiseren van de uitbreiding van het bedrijventerrein. Een deel van deze effecten kan worden gemitigeerd door het treffen van maatregelen of het stellen van randvoorwaarden.

Verder blijkt uit de beoordeling van het planvoornemen dat het toepassen van windturbines op het bedrijventerrein lastig is. Dit wordt met name veroorzaakt door de afstanden die gehouden moeten worden ten aanzien van geluid en veiligheid. Ook is sprake van slagschaduw op de woningen in de omgeving. Vanuit de omgeving is verder sprake van negatieve effecten op de beleving van het landschap. Een deel van de effecten kan worden gemitigeerd zoals het effect van slagschaduw door het treffen van een stilstandvoorziening. Variant bedrijfswoning In de variant vervalt de woonfunctie van Schutwijk 2 door aankoop van de woning. De variant scoort alleen op het aspect industrielawaai positiever dan het planvoornemen, vooral doordat met het vervallen van de woonfunctie de geluidruimte voor het bedrijventerrein aan deze zijde groter wordt. Voor de overige aspecten scoort deze variant gelijk aan het planvoornemen. Mocht de woning aanwezig blijven, is dit wel een locatie die invloed heeft om de direct omliggende kavels ten aanzien van geur, risico’s en geluid (piekgeluiden). Variant grondwal De variant met grondwal kent twee opties: een lage wal van 1,5 meter (of geen wal) en een wal met een 3 meter hoog scherm, samen 6 meter. Een lagere wal vraagt minder grond en sluit beter aan op het landschap, maar biedt minder bescherming tegen licht en zicht.

Een hogere wal vermindert geluid en lichthinder beter en is gezonder voor omwonenden, maar vraagt meer grond en scoort minder goed op circulariteit en medegebruik door soorten (ecologie) en mensen. Alternatief lichtere bedrijvigheid Het alternatief lichtere bedrijvigheid scoort op de aspecten industrielawaai en de energievraag positiever dan het planvoornemen. De lichtere bedrijvigheid heeft minder geluidsruimte (industrie) nodig waardoor de geluidsbelasting bij woningen lager zal zijn. Ook de energievraag van dit type bedrijvigheid is lager en scoort hierdoor positiever. Ten aanzien van circulariteit is dit alternatief iets minder positief omdat minder geen ruimte wordt geboden voor ruimte-intensieve recyclingbedrijven. Voor de overige aspecten is dit alternatief vergelijkbaar met het planvoornemen. Scenario verkeersontsluiting De zuidelijke nieuwe verkeersontsluiting (aansluiting op de N36) kan de bereikbaarheid verbeteren en sluipverkeer verminderen, wat positief is voor circulariteit, geluid en verkeersveiligheid. Wel kan de ontsluiting extra verkeer aantrekken, wat mogelijk leidt tot meer geluidsoverlast bij woningen en knelpunten voor de verkeersveiligheid door de beperkte capaciteit van de N36.

5/166

VOORKEURSALTERNATIEF Het voorkeursalternatief moet worden gekozen uit één van de onderzochte alternatieven of varianten in het MER. Voor de keuze van het voorkeusalternatief is een afweging gemaakt op grond van de omgevingseffecten evenals het doelbereik. Uit het MER blijkt dat het planvoornemen en het alternatief met lichtere bedrijvigheid grotendeels gelijkwaardig zijn. Het alternatief scoort iets beter op het gebied van gezondheidsbescherming, maar omdat de vraag naar kavels met geluidruimte hoog is, is het planvoornemen gekozen als voorkeursalternatief met als aanpassing dat de kavelemissie voor geluid is teruggerekend naar toelaatbare kavelemissies per kavel. De geluidsruimte wordt per kavel vastgesteld en is voldoende voor de huidige bedrijven en toekomstige ontwikkelingen, zoals het hoogspanningsstation van Enexis/TenneT. Doordat de geluidruimte per kavel is bepaald wordt rekening gehouden met de bestaande woningen in de omgeving. Voor de grondwal is een hoogte van 3 meter (inclusief begroeid topscherm) gekozen, omdat dit geluidsoverlast door laaggelegen geluidsbronnen beter beperkt dan een lagere wal. Deze hogere wal beperkt daarnaast de effecten op de omgeving (lichthinder en visueel) beter dan een lagere wal. Wat betreft de energiepotentie blijkt dat zonne-energie alleen niet voldoende zekerheid biedt om jaarrond in de energievraag te voorzien.

Een combinatie met een andere energiebron is hiervoor nodig. Door ruimtelijke beperkingen, zoals de nabijheid van woningen, buisleidingen en hoogspanningslijnen, maken windturbines geen deel uit van het voorkeursalternatief. De plaatsing van windturbines in de toekomst kan echter niet geheel worden uitgesloten, omdat de provincie hierover bevoegd gezag is bij de aanvraag van windturbines van 5 MW of meer. Uit de beoordeling van de milieueffecten van het planvoornemen blijken verder negatieve effecten, zoals effecten op beschermde soorten, sluipverkeer over de Stegerensallee, lichthinder en risico’s door de ligging in een brandaandachtsgebied van buisleidingen. Er zijn mitigerende maatregelen nodig om deze effecten te beperken. Ook worden aanbevelingen gedaan voor een duurzame- en natuurvriendelijke inrichting van het bedrijventerrein in het kader van toekomstbestendigheid. Het voorkeursalternatief is getoetst aan het doelbereik. De gestelde uitgangspunten en randvoorwaarden hebben betrekking op de voorwaarde van de provincie dat het bedrijventerrein toekomstbestendig dient te zijn. De Gemeenteraad heeft verder als voorwaarde meegegeven dat voorzieningen moeten worden getroffen die de uitbreiding aan het zicht zullen onttrekken, geluid/lichthinder kan wegnemen maar wel landschappelijk inpasbaar zijn.

Verder werd als voorwaarde meegegeven dat het bedrijventerrein energieneutraal wordt ontworpen en mogelijkheid moet bieden voor de realisatie van een waterstoftankstation en een nieuw verdeelstation van Enexis/TenneT. Uit de beoordeling blijkt dat met het VKA met aanvullende mitigerende maatregelen, het doelbereik kan worden behaald. Het voorkeursalternatief wordt doorvertaald in het omgevingsplan. In het omgevingsplan worden milieuregels opgenomen met betrekking tot geluid, geur, licht, stikstof en natuur inclusief ontwerp.

MONITORING Monitoringsprogramma heeft als doel om de voorspelde milieueffecten en de effectiviteit van de voorgestelde mitigerende maatregelen te monitoren. Daarnaast draagt monitoring bij aan het kunnen sturen wanneer blijkt dat effecten negatiever uitvallen dan beoordeeld in het MER. Uit het MER blijkt dat voor de volgende aspecten monitoring noodzakelijk is: Verkeer: de effecten van verkeer zijn gebaseerd op kencijfers en het verkeersmodel. Het is van belang om de intensiteiten en afwikkeling op de hoofdwegen en kruispunten te monitoren. Ook de mitigerende maatregelen om sluipverkeer over de Stegerensallee te beperken dient te worden gemonitord. Geluid: ook de effecten van geluid zijn gebaseerd op modelberekeningen. De meldingen bij de omgevingsdienst/gemeente met betrekking tot geluidhinder worden gemonitord.

6/166

Energie: de energiepotentie en -vraag is gebaseerd op kencijfers. Bij nadere uitwerking worden de mogelijkheden voor energiedragers en een energiehub onderzocht. Van belang is dat de energievraag en -aanbod wordt gemonitord zodat hierop in kan worden gespeeld. Lichthinder; uit de referentiesituatie blijkt dat sprake is van lichthinder. In het MER zijn mitigerende maatregelen opgesteld om lichthinder te beperken. De effecten van lichthinder zijn afhankelijk van de daadwerkelijke invulling van het bedrijventerrein, het is hierdoor van belang dat de effecten worden gemonitord zodat eventueel extra mitigerende maatregelen kunnen worden genomen. De meldingen bij de omgevingsdienst/gemeente met betrekking tot lichthinder worden gemonitord.

7/166

INHOUD Samenvatting

3

1

Inleiding

13

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Planvoornemen in het kort Nut en locatieonderbouwing 1.3.1 Nut en noodzaak 1.3.2 Locatieonderbouwing

13 13 14 14 17

1.4 1.5 1.6 1.7

Mer-plicht Procedure Inspraak en advies Actualisatie onderzoeksaanpak

18 18 19 20

2

3

4

5

6

8/166

Beleid

21

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

21 22 23 25 27

Nationaal en regionaal Provinciaal Regionaal Gemeentelijk beleid Motie gemeenteraad

Referentiesituatie

29

3.1 3.2

Huidige situatie Autonome ontwikkelingen en trends

29 33

Planvoornemen, varianten en alternatieven

35

4.1 4.2 4.3

35 38 39

Planvoornemen Varianten Alternatieven

Onderzoeksopzet

40

5.1 5.2 5.3

40 40 41

Plangebied en studiegebied Wijze van beoordelen Beoordeling milieuaspecten

Verkeer

42

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

42 43 46 48 51 52

Toetsingskader Referentiesituatie Planvoornemen Alternatieven en varianten Scenario zuidelijke verkeersontsluiting op de N36 Samenvattende effectbeoordeling

7

8

9

Geluid

54

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

54 56 57 60 64 65

Toetsingskader Referentiesituatie Planvoornemen Alternatieven en varianten Aanlegfase Samenvattende effectbeoordeling

Luchtkwaliteit

67

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

67 68 69 71 71

Toetsingskader Referentiesituatie Planvoornemen Varianten en alternatieven Samenvattende effectbeoordeling

Geur 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5

72 Toetsingskader Referentiesituatie Planvoornemen Varianten en alternatieven Samenvattende effectbeoordeling

10 Omgevingsveiligheid 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5

Toetsingskader Referentiesituatie Planvoornemen Varianten en alternatieven Samenvattende effectbeoordeling

11 Bezonning, lichthinder en trilling 11.1 11.2 11.3 11.4 11.5

Toetsingskader Referentiesituatie Planvoornemen Varianten en alternatieven Samenvattende effectbeoordeling

72 73 74 74 75

76 76 77 79 81 82

83 83 85 87 89 90

12 Natuur

92

12.1 12.2 12.3 12.4 12.5 12.6

92 93 96 98 98 99

Toetsingskader Referentiesituatie Planvoornemen Varianten en alternatieven Aanlegfase Samenvattende effectbeoordeling

13 Bodem en water 13.1 Toetsingskader

9/166

100 100

13.2 13.3 13.4 13.5 13.6

Referentiesituatie Planvoornemen Varianten en alternatieven Aanlegfase Samenvattende effectbeoordeling

14 Klimaat, energie en circulariteit 14.1 14.2 14.3 14.4 14.5

Toetsingskader Referentiesituatie Planvoornemen Varianten en alternatieven Samenvattende effectbeoordeling

15 Landschap, cultuurhistorie en archeologie 15.1 15.2 15.3 15.4 15.5

Toetsingskader Referentiesituatie Planvoornemen Varianten en alternatieven Samenvattende effectbeoordeling

16 Gezondheid 16.1 16.2 16.3 16.4 16.5

103 106 108 109 109

110 110 113 117 122 123

125 125 126 130 132 133

135

Toetsingskader Referentiesituatie Planvoornemen Varianten en alternatieven Samenvattende effectbeoordeling

135 136 139 143 143

17 Conclusies en doorvertaling Omgevingsplan

145

17.1 17.2 17.3 17.4 17.5

Beoordeling en vergelijking planvoornemen, varianten en alternatieven Voorkeursalternatief Toetsing doelbereik VKA Leemten in kennis Doorvertaling omgevingsplan-voorkeursvariant

145 147 150 151 151

18 Monitoring

152

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11

153 154 155 156 157 158 159 160 161 162 163

10/166

Reactienota NRD Verkeersonderzoek Geluidonderzoeken Onderzoek luchtkwaliteit Advies veiligheidsregio Stikstofonderzoek Quickscan ecologie Bodemonderzoek Watertoets Kwaliteitseisen provincie toekomstbestendig bedrijventerrein Nader onderzoek beschermde soorten - Faunax

Bijlage 12 Nader onderzoek potentie windturbines – DGMR Bijlage 13 Passende beoordeling Rollepaal Bijlage 14 DGMR onderzoek industrielawaai

11/166

164 165 166

12/166

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding De gemeente Hardenberg heeft het voornemen om het bestaande bedrijventerrein De Rollepaal te Dedemsvaart met circa 21 hectare netto (29 hectare bruto) uit te breiden ten behoeve van de huisvesting van ‘zwaardere’ bedrijvigheid, vergelijkbaar met milieucategorie 4.2 bedrijven. In Figuur 1-1 is de planlocatie aangegeven. Voor deze ontwikkeling is een nieuw juridisch planologisch kader noodzakelijk. Voor de uitbreiding van het bedrijventerrein wordt een omgevingsplan opgesteld. Voor de benodigde planologische procedure geldt op basis van bijlage V van het Omgevingsbesluit een MER-plicht bij de uitbreiding van industrieterreinen waarop MER-beoordelingsplichtige bedrijven mogelijk worden gemaakt. De MER-plicht wordt nader toegelicht in paragraaf 1.4.

Figuur 1-1 Ligging plangebied Rollepaal Oost

1.2 Planvoornemen in het kort De nieuwe uitbreiding Rollepaal Oost beslaat circa 29 ha bruto, de netto uitgeefbare oppervlakte bedraagt ongeveer 21 ha. De gronden zijn in eigendom van de gemeente Hardenberg. Op onderstaande kaart is een voorbeeldverkaveling van het gebied Rollepaal Oost weergegeven. Rollepaal Oost moet een plek bieden voor zwaardere bedrijvigheid vergelijkbaar tot en met milieucategorie 4.2, waarbij maatregelen worden getroffen om overlast voor de omgeving te voorkomen of te beperken. Naast de normale bedrijvig-

13/166

heid, worden onder andere een waterstof-tankstation, ondersteunende voorzieningen en de uitbreiding van het verdeelstation TenneT/Enexis mogelijk gemaakt. Detailhandel, zelfstandige kantoren en bedrijfswoningen worden niet toegestaan. Daarnaast is het van belang dat het terrein zo wordt ingericht dat werknemers en bewoners van Dedemsvaart er goed kunnen verblijven. Aan de noord- en oostzijde zal een grondwal worden gerealiseerd. De bestaande geluidzone rondom Rollepaal wordt verruimd, omdat de huidige zonecontour binnen de uitbreidingslocatie ligt. Het uitgangspunt hierbij is dat er geen sprake mag zijn van een toename van geluid bij bestaande woningen binnen de huidige geluidzone, tenzij wordt voldaan aan de standaardwaarde. Per nieuwe bedrijfskavel wordt de ruimte voor geluid en geur vastgesteld; hoe groter de afstand tot gevoelige gebouwen/locaties, hoe meer gebruiksruimte de kavel heeft.

Figuur 1-2 Concept stedenbouwkundig plan planvoornemen

1.3 Nut en locatieonderbouwing 1.3.1 Nut en noodzaak Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel De provincie Overijssel laat periodiek een raming opstellen van de toekomstige vraag naar bedrijventerreinen. Deze raming vormt de basis voor programmeringsafspraken1 voor de regio’s Twente en West-Overijssel, waarin afspraken worden gemaakt over ontwikkeling en herontwikkeling van bedrijventerreinen in de komende jaren. Het totale aanbod van bedrijfspanden op bedrijventerreinen in West-Overijssel bedraagt circa 247.560 m2 bvo (peildatum januari 2022). Hiermee komt het percentage aangeboden bedrijfspanden in de regio op circa 2,3%. De leegstand bevindt zich onder het frictieniveau.

1 Provincie Overijssel (2023) Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio West-Overijssel 2023-2026. 1 april 2023.

14/166

De provincie Overijssel heeft Stec groep de opdracht gegeven om de ruimte voor economische groei in Overijssel te onderzoeken. Het onderzoek dat in 2023 is opgesteld richt zich voornamelijk op de prognose voor bedrijventerreinen in de provincie Overijssel. Het onderzoek geeft inzicht in de uitbreidingsvraag voor drie regio’s. Tabel 1-1 zien dat er tussen 2023 en 2040 een uitbreidingsvraag in West-Overijssel wordt verwacht van 286-511 hectare netto areaal bedrijventerreinen. In de periode 2023-2030 ligt de vraag tussen 164 en 292 hectare. Dat betekent in die periode een jaarlijkse vraag van circa 20 à 36 hectare. Tabel 1-1 Ruimtebehoefte bedrijventerrein (bron: Stec groep, 2023)

Binnen de prognose zijn de aandelen van een tiental sectoren in beeld gebracht. De prognose van de uitbreidingsvraag in West-Overijssel is het grootst naar grootschalige distributie, grootschalige productie en het reguliere segment. De ruimtebehoefte uit de overige sectoren is zeer beperkt. Voor de doelgroep grootschalige distributie is de schaarste het grootst, in het hoge scenario is sprake van een behoefte van 32 hectare.

Figuur 1-3 Vraag-aanbodverhouding per type werkmilieu in West-Overijssel in netto hectare (bron: Stec, 2023).

In de programmeringsafspraken 2023-2026 bedrijventerreinen Regio West-Overijssel (provincie Overijssel, 2023) is een goedkeuring gegeven voor de uitbreiding van Rollepaal Oost met 21 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein. Hierbij zijn afspraken gemaakt over de kwaliteitsambities, de provincie streeft naar toekomstbestendige bedrijventerreinen waarbij landelijke en Europese ambities ten aanzien van duurzaamheid centraal staan en water en bodem sturend zijn voor de gebiedsontwikkeling. Rollepaal Oost Voor de uitbreiding van Rollepaal Oost is een Laddertoets opgesteld (zie de bijlagen bij de wijziging van het omgevingsplan). De uitbreiding van Rollepaal Oost vindt plaats buiten bestaand stedelijk gebied en moet ruimte bieden aan een breed

15/166

scala bedrijven uit Dedemsvaart. Concreet hebben meerdere geïnteresseerde bedrijven uit Dedemsvaart, met een gezamenlijke omvang van meer dan 21 hectare netto, de intentie uitgesproken zich op Rollepaal Oost te vestigen. Er wordt verwacht dat Rollepaal Oost een subregionale marktregio gaat bedienen voor gemeenten Hardenberg, Dalfsen, Ommen, Twenterand, De Wolden, Hoogeveen, Coevorden en Emmen, zie Figuur 1-4. De vraag naar bedrijventerreinen kan niet worden opgelost binnen bestaand stedelijk gebied. Aangegeven wordt dat de bestaande voorraad geen directe oplossing biedt voor het invullen van (een deel van) de ruimtevraag, aangezien het aanbodpercentage op bedrijventerreinen (graadmeter voor leegstandspercentage) op 2,3% ligt en daarmee ruim onder het gezonde frictieniveau van 5% ligt. Er wordt geconstateerd dat er voldoende behoefte is voor de ontwikkeling van Rollepaal Oost en dat Rollepaal Oost de meeste waarde kan toe voegen voor voornamelijk bedrijven uit het grootschalige segment (kavels groter dan 3 hectare).

Figuur 1-4 Indicatie Marktregio Rollepaal Oost

RES Uit de RES (Regionale Energiestrategie), waarin regionale afspraken zijn gemaakt over de bijdrage per gemeente aan de energietransitie, ontstaat onder andere de noodzaak om bestaande transformatorstations uit te breiden zodat het elektrisch netwerk geschikt kan worden gemaakt voor de op te wekken wind- en zonne-energie in de regio. Op het bedrijventerrein is een transformatorstation aanwezig van TenneT/Enexis. Zij hebben aangegeven dat zij circa 3,4 hectare extra terrein nodig hebben voor de uitbreiding van het verdeelstation en de bijbehorende kabels om nu en in de toekomst leveringszekerheid van stroom te garanderen. De netverzwaring is onderdeel van het project Drents Overijsselse netversterking Oost (DON Oost).

16/166

Conclusie nut en noodzaak De uitbreidingsbehoefte van de gevestigde lokale bedrijven wordt bevestigd door de prognose economische groei uit het Stec onderzoek. De uitbreidingsbehoefte vanuit de doelen van de RES komt daar nog bij. De uitbreiding Rollepaal Oost met 29 hectare bruto (21 hectare netto) kan voorzien in (een gedeelte van) deze uitbreidingbehoefte. 1.3.2 Locatieonderbouwing De ontwikkeling van een bedrijventerrein voor zwaardere bedrijvigheid is niet mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied. Het voorzien van ruimte op het huidige bedrijventerrein Rollepaal middels herstructurering is geen optie aangezien de bestaande voorraad geen directe oplossing biedt voor de vraag. Het beleid van provincie en gemeente ziet op clustering van bedrijventerreinen, waardoor een uitbreiding van het bedrijventerrein Rollepaal voor de hand ligt. Uit de behoefteraming van bedrijventerreinen en de laddertoets blijkt dat er voldoende vraag is naar de uitbreiding van het bedrijventerrein Rollepaal. Daarnaast is de uitbreiding van het bedrijventerrein Rollepaal goedgekeurd in de programmeringsafspraken tussen provincie en gemeenten. Er is derhalve geen ander locatiealternatief voor een nieuw bedrijventerrein onderzocht binnen Dedemsvaart. Wel is de locatie van de uitbreiding nader onderzocht. De uitbreiding van het bedrijventerrein kan in oostelijke of zuidelijke richting plaatsvinden.

Uitbreiding in noordelijke en westelijke richting is niet mogelijk vanwege de aanwezige woonwijk daar en de kleinere afstand tot de kern. Het is qua landschappelijke structuren en huidig gebruik logisch om het bedrijventerrein Rollepaal richting het oosten uit te breiden, de uitbreidingen de afgelopen jaren hebben ook reeds in oostelijke richting plaatsgevonden. Dit is in lijn met de Structuurvisie Dedemsvaart uit 2006, waar de uitbreiding van Rollepaal in oostelijke richting reeds is voorzien. Nadat de raad op 7 december 2021 heeft besloten om de benodigde gronden aan de oostzijde van Rollepaal aan te kopen, zijn de gronden door de gemeente Hardenberg verworven en is er sprake van grondpositie aan de oostzijde. Een andere reden om het bedrijventerrein richting het oosten uit te breiden is de aanwezigheid en gewenste uitbreiding het verdeelstation van TenneT. De aanwezigheid van een verdeelstation op korte afstand biedt een gunstige positie ten aanzien van het (terug)leveren van (zonne)energie. Uitbreiding richting het zuiden (overstap over de Woudbloemweg) is ook globaal verkend. De uitbreiding in zuidelijke richting zorgt voor een grotere afstand tot gehinderden (woningen), waardoor sprake kan zijn van een lagere geur-, licht- en geluidsbelasting. Wel kent de uitbreiding in zuidelijke richting andere belemmeringen.

Een van de belemmeringen is de aanwezigheid van vijf hogedruk gasleidingen, dat bemoeilijkt de uitgifte van (grote) kavels zowel ruimtelijk als financieel. De realisatie van een bedrijventerrein op korte afstand van deze gasleidingen leidt tot een toename van het groepsrisico. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de veiligheidscontouren en veiligheidsvoorschriften, zoals vluchtroutes van de bron af, die de ontwikkelingsmogelijkheden beperken en ook leiden tot de eis dat aan de zuidzijde van het industrieterrein een extra ontsluiting wordt gerealiseerd. Ook landschappelijk gezien zijn er nadelen aan deze zuidelijke locatie; de Woudbloemweg vormt nu een heldere en harde grens tussen de bebouwing en het landschap ten zuidoosten van Dedemsvaart. Door het benutten van de gronden ten zuiden van de Woudbloemweg is er geen sprake meer van een duidelijke begrenzing. Daarnaast wordt het landschap ten zuidoosten van de Woudbloemweg gekenmerkt door enorme openheid en zullen zichtlijnen verdwijnen of verkort worden. De uitbreiding aan zuidzijde vormt een soort uitstulping waardoor er minder sprake is van compact bouwen. Bij een zuidelijke uitbreiding is verlegging en opwaardering van de Woudbloemweg als agrarische ontsluitingsweg noodzakelijk.

De gemeente heeft daarnaast geen grondposities in zuidelijke richting waardoor de (financiële) haalbaarheid van de ontwikkeling in het geding komt en de uitbreiding in zuidelijke richting geen realistisch uitvoerbaar alternatief is. Op grond van bovenstaande heeft uitbreiding aan de oostzijde de sterke ruimtelijke voorkeur vanwege de duidelijke functiescheiding tussen bedrijventerrein en landelijk gebied en de benodigde uitbreiding van TenneT/Enexis. Uitbreiding naar de zuidzijde is geen realistisch uitvoerbaar alternatief vanwege de beperkingen door de hogedrukleidingen, de openheid van het landschap en de financiële beperkingen (geen grondpositie).

17/166

1.4 Mer-plicht Wettelijk kader Onder de Omgevingswet is een wijziging van het omgevingsplan een planmer-plichtig besluit wanneer dit besluit het kader schept voor een MER-(beoordelings)plichtige activiteit of wanneer een besluit wordt voorbereid waarbij een passende beoordeling is vereist. Hiervan kan ontheffing worden verkregen wanneer het een klein plangebied of een kleine wijziging betreft. In dat geval is een planmer-beoordeling nodig. Een wijziging van een omgevingsplan kan projectmer-plichtig zijn als de voorgenomen planontwikkeling is genoemd in kolom 1, 2 en 4 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Indien de planontwikkeling voldoet wordt genoemd in kolom 1, 3 en 4 is er sprake van een projectmer-beoordelingsplicht. Wanneer uit een plan- of projectmer-beoordeling blijkt dat er sprake is van belangrijke milieugevolgen, geldt er alsnog een MER-plicht. Beoordeling De aanleg van Rollepaal Oost wordt genoemd in kolom 1 en 3 van de bijlage V van het Omgevingsbesluit (de aanleg, wijziging of uitbreiding van industrieterreinen (categorie J10)), hierdoor is de wijziging van het omgevingsplan projectmerbeoordelingsplichtig. Op voorhand wordt verwacht dat er sprake zal zijn van belangrijke milieugevolgen vanwege deze uitbreiding, waardoor op voorhand al meteen een projectMER zal worden opgesteld.

De voorgenomen wijziging van het omgevingsplan voor Rollepaal Oost biedt daarnaast kaders voor de te vestigen ‘zwaardere’ bedrijven en geluidzoneringsplichtige inrichtingen. Dergelijke bedrijven kunnen MER-(beoordelings)plichtig zijn bij de aanvraag voor omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit op basis van de categorieën onder C t/m H van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Er is daarom sprake van een kaderstellend plan voor MER-beoordelingsplichtige activiteiten. Om deze reden ontstaat er een planmer-plicht. In een eerste planstadium, bij de NRD2, is een voortoets (met stikstofberekeningen) opgesteld om te beoordelen of een Passende Beoordeling nodig is. Op basis van de stikstofberekeningen waarbij gebruik wordt gemaakt van interne saldering, blijkt dat het project passend beoordeeld moet worden. Dit leidt tevens tot een planmer-plicht. Conclusie Op grond van bovenstaande is de wijziging van het omgevingsplan voor Rollepaal Oost zowel projectmer- als planmerplichtig. Hiervoor wordt een gecombineerde plan- en projectMER opgesteld. Het plan- en projectMER3 brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over is genomen en onderzoekt verschillende redelijke alternatieve oplossingen en maatregelen met het oog op het beperken van effecten op de leefomgeving.

Hiermee draagt het plan- en projectMER ook bij aan de onderbouwing en transparantie van de effecten van een besluit en kan het als hulpmiddel worden gebruikt bij de participatie.

1.5 Procedure Een eerste stap in de MER-procedure is het opstellen van een Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD), waarin het doel, de scope en de aanpak voor het MER worden beschreven. De reikwijdte staat voor de onderwerpen die in het MER staan, zoals welke alternatieven onderzocht worden en welke milieuaspecten relevant zijn. Bij het detailniveau draait het om hoe uitgebreid en hoe gedetailleerd en hoe de verschillende milieuaspecten in het MER worden onderzocht.

2 Notitie Reikwijdte en detailniveau Rollepaal Oost. 3 Milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld voordat de overheid daar een besluit over neemt. Zo wordt het milieu-

belang in de besluitvorming meegenomen. De onderzoeksresultaten staan in het milieueffectrapport (MER). De afkorting “m.e.r.” gaat over de procedure, terwijl met de afkorting “MER” het uiteindelijke milieueffectrapport wordt bedoeld.

18/166

Het bevoegd gezag moet de wettelijk adviseurs om advies vragen over de reikwijdte en detailniveau. Eventueel kan het bevoegd gezag ook de Commissie voor de milieueffectrapportage om advies vragen op de NRD, dit is niet verplicht. Participatie is bij de NRD ook niet verplicht, maar wordt wel aanbevolen omdat het bevoegd gezag aan moet geven hoe belanghebbenden betrokken zijn. Dit kan o.a. met een zienswijzeprocedure. In dit geval is ervoor gekozen de Commissie MER in dit stadium niet te betrekken en wel een zienswijzeprocedure te volgen. De NRD is reeds opgesteld en in procedure gebracht. De binnengekomen adviezen en inspraak zijn beschreven in paragraaf 1.6. en verwerkt in dit MER. Het MER wordt vervolgens opgesteld en gelijktijdig met het ontwerp Omgevingsplan ter inzage gelegd. Het MER vormt vervolgens een bijlage bij het vast te stellen Omgevingsplan. Er wordt gemotiveerd op welke wijze in het omgevingsplan is omgegaan met de resultaten en conclusies uit het MER. Het MER wordt voor toetsing aangeboden aan de Commissie voor de m.e.r. bij de eerste ter inzageperiode van dit Omgevingsplan.

1.6 Inspraak en advies De NRD heeft vanaf 15 februari 2023 6 weken ter inzage gelegen, gedurende deze termijn kon worden gereageerd. Hiervan is gebruikgemaakt door 8 personen en organisaties, ook is van 3 ketenpartners een overlegreactie ontvangen. Op 23 februari 2023 is een inloopbijeenkomst gehouden. De inspraakreacties en adviezen zijn in de Reactienota, bijgevoegd als Bijlage 1 bij dit MER, samengevat en beantwoord. In deze paragraaf zijn de inspraakreacties en adviezen samengevat voor zover zij invloed hebben op de aanpak en onderzoeken in dit MER. TenneT/Enexis De plannen van TenneT/Enexis zijn inmiddels verder uitgewerkt. Middels inspraak heeft TenneT/Enexis laten weten 3,4 hectare ruimte nodig te hebben voor een nieuw station. De voorkeur gaat uit naar een locatie grenzend aan het huidige station. In de NRD werd nog gesproken over circa 6.000 m2. Ten opzichte van de NRD is het planvoornemen met de benodigde ruimte voor TenneT aangepast in dit MER. Ook heeft TenneT concrete informatie geleverd over de belemmeringen ten aanzien van de kabels en leidingen en de risico’s tussen hoogspanningsverbindingen en -stations en het (waterstof)tankstation. In de hoofdstukken Omgevingsveiligheid en Gezondheid wordt hier aandacht aan besteed. Omwonenden Er zijn 8 reacties binnengekomen van omwonenden.

Deze reacties gaan allen in op zorgen over de leefomgevingskwaliteit grenzend aan het te ontwikkelen gebied. Geluid, het verdwijnen van zichtlijnen, cultuurhistorisch erfgoed en groen, lichthinder, schaduwwerking, afwikkeling van verkeer en voldoende afstand tot woningen zijn hierbij de hoofdthema’s. Zoals vermeld in de NRD worden deze thema’s behandeld in dit MER, maar op basis van deze inspraak zijn onderwerpen nader uitgediept, bijvoorbeeld ten aanzien van schaduwwerking. GGD De GGD geeft in haar reactie aan de rol van gezondheid in de NRD (en het MER) te waarderen, maar geeft aanvullend enkele aandachtpunten voor de uitwerking. De GGD hanteert gezondheidskundige advieswaarden hanteert, deze zijn niet hetzelfde als wettelijke (milieu)normen. Voor veel milieuthema’s geldt dat ook onder de wettelijke normen hinder en gezondheidseffecten kunnen optreden. Deze advieswaarden zijn in dit MER betrokken bij de onderzoeken en beoordeling.

Provincie Overijssel De reactie van de provincie op de NRD is voornamelijk tekstueel en adviserend van aard. Zo is gevraagd om de invulling van het terrein zo concreet mogelijk te beschrijven, waaronder inzicht in het type bedrijven dat zich gaat vestigen op het terrein. De provincie adviseert om de cumulatieve belasting (luchtkwaliteit, geluid e.d.) van het huidige terrein mee te nemen

19/166

bij de beoordeling. Daarnaast geeft ze aan dat een duidelijke link moet worden gelegd met de omgevingsvisie van de provincie. Dit is reeds meegenomen in de opzet van het MER.

1.7 Actualisatie onderzoeksaanpak Sinds het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD, 2022) heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan, die hebben geleid tot een iets andere aanpak voor het MER: De Omgevingswet is van kracht geworden en de gemeente heeft daardoor gekozen voor een andere aanpak voor de milieuzonering, waarbij de milieucategorisering wordt losgelaten. Het beschermingsniveau voor woningen wijzigt daardoor niet. De programmeringsafspraken met de provincie zijn gewijzigd en een uitbreiding tot netto 21 hectare is goedgekeurd onder voorwaarden (in plaats van de eerder begrote 10 hectare). De voornaamste reden dat het alternatief 10 hectare in de NRD was opgenomen was dat er nog geen formele toestemming vanuit de provincie was voor de gewenste 21 hectare. Door de gewijzigde programmeringsafspraken en de grote behoefteraming is het alternatief 10 hectare geen realistisch uitvoerbaar alternatief gebleken. Daarnaast blijkt uit de grondexploitatie dat de uitbreiding met 10 hectare financieel niet haalbaar (negatief saldo). Dit alternatief is komen vervallen. Op basis van deze actualiteiten zijn de in de NRD beschouwde alternatieven opnieuw tegen het licht gehouden en is gekozen voor het onderzoeken van één alternatief waarbij de invulling van het bedrijventerrein met lichtere bedrijvigheid wordt onderzocht.

20/166

2 BELEID 2.1 Nationaal en regionaal Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 door de minister vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen en geeft het richting op de vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energiestrategie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en water robuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur.

In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig. Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik en waar dat kan, meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten zoveel mogelijk worden beperkt. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein.

Ingezet wordt op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat de economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Daarbij wordt ingezet op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. Er wordt naar gestreefd dat de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit

21/166

4.

en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio's en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

De voorgenomen ontwikkeling speelt in ieder geval in op het thema 'Duurzaam economisch groeipotentieel'. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven, en zo de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie staan alle projecten en maatregelen die ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het plan is ingevuld voor de komende zes jaar en voor de zes jaar daarna op hoofdlijnen. Het biedt ook een doorkijk tot 2050. Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is onderdeel van het jaarlijkse Deltaprogramma. Hierin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk het proces van ruimtelijke adaptatie willen versnellen en intensiveren. Daarvoor zijn zeven ambities in dit deltaplan opgenomen. Het deltaplan geeft aan welke doelen de partijen nastreven, hoe ze daaraan gaan werken en hoe ze de resultaten in beeld brengen. Bij het deltaplan hoort een actieplan met concrete acties en maatregelen. De overheden werken met elkaar samen in 42 werkregio’s.

2.2 Provinciaal Omgevingsvisie, provincie Overijssel, 2023 De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze beleidsthema’s worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit: Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over ‘goed’: mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of ‘goed voelen’ van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.

22/166

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: Of - generieke beleidskeuzes. Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Waar - ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat op welke plek ontwikkeld zou kunnen worden. Hoe - gebiedskenmerken. Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Duurzame bedrijventerreinen Aantrekkelijke, toekomstbestendige bedrijventerreinen zijn belangrijk voor ondernemers. Investeren in duurzame terreinen is waardevol. Niet alleen voor de maatschappij, maar ook voor ondernemers en werknemers. Veel ondernemers zien verduurzaming van hun bedrijf of bedrijventerrein daarom als een mooi perspectief.

De provincie Overijssel is samen met MKB Nederland Midden en VNO-NCW Midden betrokken bij een brede aanpak voor toekomstbestendige bedrijventerreinen in Overijssel. Als onderdeel daarvan hebben de drie partijen twee handreikingen geschreven voor het verder verduurzamen van bedrijventerreinen: één voor bestaande gebouwen en terreinen en één voor nieuwe gebouwen en terreinen4. Provinciaal Programma Energiestrategie 2024 Het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) is een instrument van Gedeputeerde Staten om de provinciale ambities uit de Regionale Energiestrategie (RES) te realiseren. Het programma is een uitwerking van de kaders die door Provinciale Staten zijn/worden vastgesteld in de Omgevingsvisie en -verordening. In de verordening zijn de voorkeursgebieden voor wind in de provincie opgenomen. Het voorkeursgebied Ommen-Hardenberg bevat voor een groot deel hoogveenontginningen en veenkoloniaal landschap. Het is daarmee erg geschikt voor de plaatsing van grotere opstellingen van windturbines. In dit gebied zien we technisch gezien ook de mogelijkheid hiertoe. Het is mogelijk om zowel enkele opstellingen van grotere aantallen te plaatsen als meerdere kleinere opstellingen. Er is daarmee ruimte om te kiezen en de gemeente hebben diverse zoekgebieden aangewezen. Vanuit de markt zien we diverse initiatieven ontstaan in dit clustergebied.

2.3 Regionaal RES 1.0 West-Overijssel De Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van West-Overijssel is tot stand gekomen na een intensief samenwerkingsproces waarbij gemeenten, provincie en waterschappen de bijdrage aan de energietransitie hebben vastgesteld. Hierbij hebben zij zich intensief laten adviseren door de netbedrijven Enexis, Coteq/Cogas en RENDO. De gemeente Hardenberg heeft zoekgebieden tot 2030 voor wind vastgesteld. Binnen het plangebied zijn in de RES geen zoekgebieden voor wind en zonne-energie aangewezen. Uit de RES (regionale energiestrategie) ontstaat de noodzaak om bestaande transformatorstations uit te breiden zodat het elektrisch netwerk geschikt kan worden gemaakt voor de op te wekken wind- en zonne-energie in de regio. In de voorliggende plannen wordt rekening gehouden met de uitbreiding van het bestaande transformatorstation van TenneT/Enexis.

4 https://www.vno-ncwmidden.nl/wp-content/uploads/2020/12/Handreiking-duurzame-bedrijven_nieuw_DEF.pdf

23/166

Op het bedrijventerrein is een transformatorstation aanwezig van TenneT/Enexis. Zij hebben aangegeven dat zij circa 3,4 hectare terrein nodig hebben voor de uitbreiding van het verdeelstation en de bijbehorende kabels.

Figuur 2-1 Zoekgebieden wind en zon in West-Overijssel, plangebied aangeduid met magenta cirkel

24/166

Waterprogramma 2022-2027 Het Regionaal Waterprogramma Overijssel 2020 is bedoeld als een concrete uitwerking van het regionaal waterbeleid binnen de Provincie Overijssel. Het Regionaal Waterprogramma is een verplicht programma in het kader van de Omgevingswet. Het strategische waterbeleid (de beleidshoofdlijnen) is opgenomen in de Omgevingsvisie (actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2019/2020). Het Regionaal Waterprogramma is uitvoeringsgericht en bevat concrete maatregelen. Het provinciale waterbeleid in Omgevingsvisie en Regionaal Waterprogramma vormt tezamen het beleidsmatig kader voor alle regionale oppervlaktewateren en het regionaal grondwater, en daarmee het regionaal waterbeheer. De inhoud van dit Regionaal Waterprogramma kent de volgende verplichte onderdelen: de uitvoering van Europese waterrichtlijnen; de maatschappelijke functie drinkwateronttrekking. Waterschapsverordening Op grond van de Omgevingswet moet het waterschap een Waterschapsverordening vaststellen. In de vergadering van 11 januari 2022 heeft het dagelijks bestuur de Waterschapsverordening waterschap Vechtstromen in ontwerp vastgesteld. Deze Waterschapsverordening vervangt de Keur van het waterschap en huidige landelijke regels over het lozen van stoffen. De Waterschapsverordening bevat regels over de fysieke leefomgeving in het beheergebied van het waterschap.

Deze regels gaan over de watergangen, waterkeringen, grondwater en het lozen van stoffen op het water of een rwzi (rioolwaterzuiveringsinstallatie). Deze regels gelden voor iedereen. De regels bepalen welke activiteiten waar in het beheergebied mogen plaatsvinden, en onder welke voorwaarden. De regels in de Waterschapsverordening zijn inhoudelijk niet gewijzigd ten opzichte van de Keur van het waterschap Vechtstromen of de landelijke regels over het lozen van stoffen. De regels over de onderhoudsplichten komen in een aparte verordening: de Onderhoudskeur. Deze mogen niet in de Waterschapsverordening worden opgenomen.

2.4 Gemeentelijk beleid In deze paragraaf wordt een samenvatting gegeven van het richtinggevend en kaderstellend gemeentelijk beleid dat rechtstreeks invloed heeft op deze planontwikkeling. Omgevingsvisie Hardenberg 2021 Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een omgevingsvisie tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen.

De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft

25/166

de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. Een vitale economie Door de strategische ligging is Hardenberg een logistieke hotspot, een scharnier- en zwaartepunt voor vervoersstromen in het noordoosten van het land. De gemeente participeert in de Euroterminal Emmen-Coevorden-Hardenberg, schakel in het vervoer van containers uit Duitsland per spoor naar Rotterdam. Productiestructuur afhankelijk van bedrijventerreinen De bedrijvendynamiek is naar verhouding beperkt. Zowel het aantal faillissementen als het aantal startende ondernemers is lager dan gemiddeld. Het huidige midden- en kleinbedrijf is belangrijk voor een vitale economie, nu en in de toekomst. Ook het aantrekken van nieuwe ondernemingen is van belang. Hardenberg is vooral een gemeente van agrarische productieruimte en bedrijventerreinen, minder van kantoorlocaties. Groeiende bedrijven hebben daardoor vaak een grote ruimtebehoefte. Er zijn afgelopen jaren veel hectares bedrijventerrein bijgekomen. Afgelopen 20 jaar gaf de gemeente jaarlijks gemiddeld zes hectare bedrijventerrein uit. In een paar piekjaren was het veel meer. Gezien de economische structuur, bedrijvendynamiek en de gemeentelijke ambitie zal dit de komende jaren zo blijven. De Nederlandse economie verandert.

Trends als de circulaire economie en smart-industry zorgen voor een toenemende ruimtevraag. Externe investeerders overwegen een vestiging in Hardenberg. Hun ruimtevraag is vaak aanzienlijk. Daarom moet er ook in de toekomst voldoende uitgeefbaar bedrijventerrein en voldoende zachte plancapaciteit zijn. De gemeente wil daarom tijdig inspelen op de actuele, kwalitatieve vraag vanuit de markt. Energietransitie In de omgevingsvisie zijn meerdere ambities en opgave beschreven. Met deze ambities en opgave wil de gemeente Hardenberg in 2030 voldoen aan de landelijke opgave om de CO2-uitstoot met 49% terug te brengen. Het Klimaatakkoord gaat voor 2050 uit van een afname van de CO2-uitstoot met 95%. Dit betekent dat Hardenberg in 2050 een duurzame en fossielvrije energievoorziening heeft. Klimaatadaptatie Het weer wordt steeds extremer. De gemeente geeft aan in de omgevingsvisie rekening te houden met het reserveren van voldoende ruimte voor toekomstbestendige waterveiligheidsmaatregelen en maatregelen voor klimaatadaptatie. De strategie wordt vertaald naar uitvoeringsprogramma’s zoals het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en het gemeentelijk Waterplan. Onderhavige ontwikkeling past binnen de ambitie om tijdig inspelen op de actuele, kwalitatieve vraag vanuit de markt, voor meer bedrijventerrein.

In de omgevingsvisie is onderhavige locatie dan ook opgenomen om het 'zachte plan' om te zetten naar harde plancapaciteit weliswaar met een groter oppervlak dan met de omgevingsvisie was voorzien. In het kader van duurzaamheid, is besloten het nieuwe bedrijventerrein niet aan te sluiten op het gas. Strategiebrief bedrijventerreinen Met de Strategiebrief 'Bedrijventerreinen in ontwikkeling' beoogt het college invulling te geven aan een adaptief bedrijventerreinenbeleid. De basis hiervoor is gelegd in Omgevingsvisie Landstad Hardenberg en de Nieuwe economische koers. Aangegeven wordt dat bedrijventerreinen van groot belang zijn voor de Hardenbergse economie. Een aanzienlijk deel (circa 35%) van de gemeentelijke werkgelegenheid is er te vinden. Voldoende toekomstbestendige bedrijfslocaties in de gemeente Hardenberg zijn ook belangrijk voor de economische (streek-)functie in Noordoost-Overijssel en de omliggende regio. De ligging van Hardenberg op het knooppunt van de economische centra Zwolle, Drenthe-Groningen en Twente

26/166

biedt steeds meer kansen voor de regio overstijgende ontwikkeling van kennis en innovatie. Met name in de hoogwaardige maakindustrie. Voor de gemeentelijke bedrijvenstrategie zijn in de strategiebrief een aantal uitgangspunten geformuleerd: bedrijventerreinen zijn essentieel voor de brede welvaart van Hardenberg; verschillende, veelal onvoorspelbare ontwikkelingen in het ruimtelijk en economisch domein vereisen een effectieve en wendbare aanpak van ontwikkeling en beheer van bedrijventerreinen; de huidige uitgeefbare planvoorraad is onvoldoende om op langere termijn aan de grote vraag naar bedrijfskavels in het bijzonder bij de eigen ondernemers, te kunnen voldoen; om de economische doelen ook op middellange en lange termijn te kunnen verwezenlijken moet ook aandacht worden besteed aan de toekomstbestendigheid van de bestaande terreinen. Aan de hand van deze uitgangspunten zijn vier hoofdopgaven geformuleerd: evenwicht brengen in vraag en aanbod (kwantitatief en kwalitatief) van werklocaties op bedrijventerreinen; versterken van de toekomstbestendigheid en efficiënt ruimtegebruik van bestaande bedrijventerreinen; ontwikkelen van een selectief uitgiftebeleid (en transparant verkoopproces; stimuleren en faciliteren van de energietransitie op bedrijventerreinen.

Programma klimaat, water en biodiversiteit 2023-2027 In het programma klimaat, water en biodiversiteit zijn verschillende ambities en opgaven gesteld5. Leefbaarheid en bewustwording: de openbare ruimte is klimaatrobuust en natuurinclusief ingericht. De gemeente, haar inwoners en partners handelen klimaatbewust en hebben aandacht voor biodiversiteit: In 2027 zijn klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit altijd onderdeel van het beleid van de gemeente. In 2050 is de gemeente Hardenberg klimaatrobuust en natuurinclusief ingericht. In 2025 is bekend hoe het staat met de biodiversiteit in onze gemeente (monitoring biodiversiteit). Water: zorgen voor een goed werkend water- en rioleringssysteem dat bijdraagt aan de volksgezondheid: Water- en rioleringssysteem zo efficiënt mogelijk houden. De omvang van ons water- en rioleringssysteem en kwaliteit is bekend. Het water- en rioleringssysteem wordt geschikt gemaakt voor de toekomst. Duurzaamheid en circulariteit: de infrastructuur is duurzaam: Zo veel mogelijk circulair ontwerpen, uitgaan van hergebruik van bestaande materialen. Bij verduurzamen infrastructuur uitgaan van innovatieve oplossingen.

2.5 Motie gemeenteraad De gemeenteraad heeft op 7 december 2021 ingestemd met de aankoop van gronden ten behoeve van de uitbreiding van Rollepaal oost, waarbij de motie is aangenomen dat de uitbreiding van Rollepaal wenselijk wordt bevonden maar dat overlast op omwonenden zoveel als mogelijk moet worden voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van een ‘geluidwal met beplanting’, met als doel de bedrijven aan het zicht te onttrekken en zoveel mogelijk geluid- en lichthinder te voorkomen. Het zicht op het bedrijventerrein vanuit de omgeving dient te worden voorkomen door landschappelijke inpassing (zie Figuur 2-2).

5

Overzicht_PWKB.png (2352×1152) (hardenberg.nl)

27/166

Figuur 2-2 Motie Voorzieningen Rollepaal

28/166

3 REFERENTIESITUATIE In het MER worden de effecten van de planontwikkelingen en de mogelijke alternatieven, varianten of eventuele scenario’s vergeleken met de referentiesituatie in 2035 (geluid/luchtkwaliteit) en 2040 (overige aspecten). De referentiesituatie bestaat uit de huidige feitelijke, legale situatie (dus passend binnen het planologisch kader) en autonome ontwikkelingen in en rondom het plangebied. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook voordoen als het planvoornemen niet wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld gevolgen van vastgesteld beleid, projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, andere redelijk zekere ontwikkelingen, trends en bijvoorbeeld de autonome groei van het verkeer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17099958/1