CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Regels en toelichting met bijlagen bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6 en 6a Kloosterhaar"

gemeenteraad 12 december 2023, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6 en 6a Kloosterhaar'' (het planologisch regelen van een woningsplitsing)27.502 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar

Inhoudsopgave

Raadsbesluit Toelichting

5 7

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

8 8 8 9 10 11

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

12 12 13

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

14 14 15 22

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en Cultuurhistorie 4.11 Verkeer / parkeren

30 30 31 32 33 34 35 36 38 39 40 41

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

42 42 42

Hoofdstuk 6

45

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

46 46 46

Bijlagen toelichting

47

Bijlage 1

Landschapsplan

48

Bijlage 2

Verkennend (asbest) bodemonderzoek

64

Bijlage 3

Watertoets

Regels

118

123

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

124 124 128

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Wonen - Besloten veenontginningslandschap

131 131

Hoofdstuk 3

Algemene regels

134

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 2

Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

134 135 136 137 138 139

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

140 140 141

Bijlage bij regels

143

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

144

Bijlage 2

LIK Bergentheim-zuid

153

Bijlage 3

Landschapsplan

164

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 3

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 4

Raadsbesluit

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 5

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 6

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voor de locatie Verlengde Broekdijk 6-6a in Kloosterhaar is een plan voor het aanpassen van de bestaande woonbestemming ontwikkeld. De initiatiefnemers willen de planologische situatie in overeenstemming brengen met de feitelijke situatie waarin het perceel door twee huishoudens wordt bewoond (inwoning). Het betreft het positief bestemmen van woningsplitsing waardoor er planologisch gezien twee woningen zijn toegestaan. Tevens wordt een klein gedeelte van de bedrijfsbestemming van de (voormalige) zandwinning omgezet naar een woonbestemming. Hiervoor is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging Het betreffende perceel ligt aan de Verlengde Broekdijk 6-6a in Kloosterhaar. Het plangebied ligt op circa 300 meter ten oosten van Kloosterhaar. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Ambt-Hardenberg, sectie T, perceelnummers 881, 882, 2269, 2270, 2390 en 2391 (gedeeltelijk). In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven (rode ster).

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Topotijdreis.nl) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop Verlengde Broekdijk 6 en 6a in Kloosterhaar te zien zijn. Het plangebied omvat de huidige woonbestemming en de direct aansluitende gronden die in gebruik zijn bij de woningen. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 8

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: PDOKviewer) 1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor de Verlengde Broekdijk 6 en 6a in Kloosterhaar geldt het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid'. Het bestemmingplan 'Bestemmingsplan buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid' is door de gemeenteraad van Hardenberg op 23-4-2013 vastgesteld. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. Tevens gedlt het bestemmingsplan "Facetherziening parkeren Hardenberg" (vastgesteld 17-7-2018) en het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Kleine windturbines bij agrarische bedrijven" (vastgesteld 21-6-2022).

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 9

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan ''Bestemmingsplan buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid' (bron: www.ruimtelijk eplannen.nl) Aan het plangebied zijn de bestemmingen 'Wonen - Besloten veenontginningslandschap' en "Bedrijf - Besloten veenontginningslandschap" met een functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-zandwinning' toegekend. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor wonen met inbegrip van aan-huis-gebonden-beroepen binnen de woonbestemming. De bestemming 'wonen' staat maximaal het aantal bestaande woningen toe. Dat is in deze situatie planologisch gezien één woning. In de bestaande situatie is er sprake van (legale) inwoning, en wordt de woning wordt bewoond door twee huishoudens, terwijl het bestemmingsplan één wooneenheid toestaat. De wens is dat de woning planologisch wordt gesplitst in twee wooneenheden. Voor de geldende bedrijfsbestemming geldt dat uitsluitend een zandwinning is toegestaan ter plekke van de betreffende functieaanduiding binnen deze bedrijfsbestemming. De zandwinning wordt beëindigd en de gronden worden verkocht. Een deel van deze gronden is aangekocht door initiatiefnemer. Het geldende bestemmingsplan staat planologisch gezien geen twee woningen toe. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk. 1.4

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0160.0000BP00436-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 10

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 11

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie

In de huidige situatie is er aan de Verlengde Broekdijk 6 en 6a in Kloosterhaar sprake van één pand waarbij er sprake is van een inwoonsituatie. Het geheel oogt als een dubbele woning en is gescheiden in Verlengde Broekdijk nummer 6 en nummer 6a. De percelen zijn ook kadastraal gescheiden. Beiden hebben hun eigen oprit. Aan de westzijde en aan de achterzijde staan enkele bijgebouwen die behoren bij de woning.

Figuur 2.1: Luchtfoto huidige situatie (bron: GoogleMaps)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 12

Figuur 2.2: Aanzicht vanaf de Verlengde Broekdijk (Google Streetview) Aan de drie zijden van het plangebied grenst de bestemming (voormalige) zandwinning. Aan weerszijden van het perceel is deze bedrijfsbestemming ingevuld met groen (bomen). Aan de overzijde van de weg bevinden zich een aantal vrijstaande woningen en een bedrijfsbestemming waar een houthandel is gevestigd. 2.2

Toekomstige situatie

In de huidige situatie wordt het pand bewoond door twee huishoudens en oogt het geheel als een dubbele woning. Initiatiefnemer wenst de planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie, waarin er sprake is van twee wooneenheden, woningsplitsing. In de nieuwe situatie ontstaan er twee wooneenheden met elk hun eigen bouwperceel. Daarbij wordt een gedeelte van de grond direct rondom de woningen bij de woonbestemming getrokken, zodat deze voor de woningen gebruikt kan worden. In praktische zin zullen er geen wijzigingen zijn noch is er op dit moment sprake van verbouw- of nieuwbouwplannen voor de woning of bijgebouwen. De percelen zijn al kadastraal gescheiden en elke woning heeft zijn al eigen oprit. Op het terrein is voldoende ruimte om te parkeren door de bewoners.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 13

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen sterke en gezonde steden en regio's. Voorliggend plan biedt de mogelijkheid het woon- en leefklimaat te verbeteren binnen het plangebied. Het plan raakt verder geen nationale belangen en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 14

inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Dit bestemmingsplan maakt een woningsplitsing (planologisch) mogelijk. Het bestemmingsplan brengt in feite de planologische situatie in overeenstemming met de bestaande situatie, waarin sprake is van de huisvesting van twee huishoudens op basis van een inwoonsituatie. Voor woningbouw geldt op basis van jurisprudentie dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling als er 12 of meer woningen worden gerealiseerd. Dat is hier niet aan de orde (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Overigens geldt dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, zal gemotiveerd moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921).

Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er in het geheel geen sprake is van toename van het ruimtebeslag, dan is de Afdelingslijn dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zo overweegt de Afdeling in haar uitspraak van 10 december 2014 (zaak nr. 201310814/1/R1). Deze bewoording wordt enigszins bijgesteld door een uitspraak door de Raad van State van 18 februari 2015 (zaak nr. 201311211/1/R3). Daarin is sprake van een uitbreiding van de planologische gebruiksmogelijkheden van feitelijk bestaande units in een bedrijfsverzamelgebouw. Met dit bestemmingsplan wordt de huisvesting van de twee bestaande huishoudens (twee woningen) positief bestemd. Feitelijk gezien leidt dit niet tot een extra woning, wel ontstaan er wat meer bouwmogelijkheden ten aanzien van bijbehorende bouwwerken. Dit is echter kleinschalig gezien de bebouwing die reeds is gerealiseerd.

Gelet op het feit dat in het onderhavige plan: er geen sprake is van nieuw beslag op de ruimte; er sprake is van een relatief kleinschalige ontwikkeling, gelieerd aan het buitengebied; er sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling, die in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' aanvaardbaar is; kan gesteld worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven. 3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 15

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 16

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes.Hieronder wordt het plan getoetst aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toets

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 17

In onderhavig bestemmingsplan is er sprake van het positief bestemmen van de feitelijke situatie waarbij twee huishoudens op het erf wonen. Planologisch zijn er in de toekomstige situatie twee woningen toegestaan. De bestaande bebouwing blijft behouden. De ontwikkeling is zodanig dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Er is al sprake van een woonbestemming, waarbij er geen extra ruimtebeslag wordt gedaan op de Groene Omgeving. Het erf kan reeds worden gebruikt voor stedelijke functies: functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en reiligieuze voorzieningen met de bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen. Het bestemmingsvlak wordt vergroot met de bestaande tuin bij de woning, waar zich ook bijgebouwen bevinden, zodat deze ook een passende bestemming verkrijgt. artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Toets Voorliggend plan heeft betrekking op het bestemmen van de bestaande situatie waarin twee huishoudens het pand bewonen (inwoning) Het geheel oogt als twee woningen en dit plan voorziet in het planologische toestaan van twee woningen.

De feitelijke situatie wijzigt niet, maar betreft een woningsplitsing. Voor het erf is een landschapsplan gemaakt, waarbij de landschappelijke inpassing is vastgelegd, zie Bijlage 1 Landschapsplan. Het betreft een bestaand erf en het grootste gedeelte van de beplanting is passend in de omgeving en blijft daarom behouden. Aan de westzijde op het perceel wordt een vogelbosje aangeplant. Dit is vastgelegd in het Landschapsplan en zal in de regels worden vastgelegd. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toets Voorliggende ontwikkeling betreft het planologisch toestaan van twee woningen. In de huidige situatie is er sprake van inwoning, waarbij er twee huishoudens op het erf wonen. In de nieuwe situatie zal er ook sprake zijn van huisvesting van de twee (bestaande) huishoudens. Er wordt voldaan aan de behoefte vanwege het feit dat de planologisch gezien, extra woning wordt bewoond door het reeds aanwezige huishouden.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 18

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het plangebied ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. De gebieden binnen dit perspectief krijgt verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming. Dit perspectief biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. De voorgenomen ontwikkeling waarbij het bestemmingsvlak wordt aangepast, beperkt de mogelijkheden voor de landbouw niet. De bestaande woning blijft gehandhaafd en er wordt planologisch gezien een woning toegevoegd. Tevens krijgt de tuin een passende bestemming waardoor het bestemmingsvlak wordt vergroot. De plannen doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor de landbouw in de omgeving. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied. In het gebied zijn de kenmerken van de 'stedelijke laag' niet meer aanwezig.

Daarom kan toetsing van het plan aan deze gebiedskenmerken achterwege blijven. Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Stuwwallen' (zie figuur 3.3).

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 19

Figuur 3.3: Natuurlijk e laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De stuwwallen zijn opgestuwde aardlagen en zijn vaak nog zichtbaar door de vaak grote hoogteverschillen. De verschillende stuwwallen hebben zich in de loop van de tijd allemaal anders ontwikkeld. Sommige zijn ongemoeid gelaten, andere niet. Als er ontwikkelingen plaatsvinden dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Toets In het plangebied en de directe omgeving zijn geen hoogteverschillen (meer) zichtbaar. Aansluitend aan de noordzijde van het plangebied is een zandwinningsplas waardoor eventuele kenmerken van de stuwwallen niet meer aanwezig zijn. De verdere directe omgeving is grotendeels in gebruik als landbouwgrond en daar zijn evenmin hoogteverschillen zichtbaar. In dit plan blijft de bestaande bebouwing behouden en krijgt de tuin een passende bestemming, waardoor er geen werkzaamheden plaatsvinden die het hoogteverschil wijzigen. Het voorliggende plan doet geen afbreuk aan de kenmerken van de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Oude hoevenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 20

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het Oude hoevenlandschap kenmerkt zich als een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen bezet waren en er nieuwe ontwikkelingsruimte werd gezocht. Dit landschap is meer kleinschalig dan het essenlandschap. Als richting voor dit landschap wordt aangegeven dat ontwikkelingen bijdragen aan behoud en accentuering van de groenstructuur en routes van dit landschap en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es; beekdal, voormalige heidevelden, mate van openheid en kleinschaligheid. Toets In de omgeving van het plangebied bevinden zich divers verspreide erven. De aansluitende grond rondom het plangebied heeft geen kenmerken van het oude hoevenlandschap meer, doordat in het midden van de jaren '70 men is begonnen met het winnen van zand en daardoor het landschap is gewijzigd. Zoals aangegeven wijzigt de daadwerkelijke situatie niet echt, doordat de bebouwing blijft behouden en de woningsplitsing planologisch wordt vastgelegd. Het voorliggende plan doet geen afbreuk aan de kernmerken van de Laag van agrarisch cultuurlandschap. Laag van de beleving Het plangebied valt in de Laag van de beleving onder het kenmerk 'donkerte'.

De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. In de donkere gebieden is het 's nachts

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 21

nog echt donker. In deze donkere gebieden wordt gestuurd op alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht. Aandacht voor vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied.

Figuur 3.6: Laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Toets Het voorliggende plan voorziet in het vastleggen van de bestaande situatie, waarbij de woningsplitsing van één naar twee woningen, planologisch wordt vastgelegd. De daadwerkelijke situatie zal niet veranderen, de bebouwing blijft gehandhaafd. Dat betekent dat er geen extra licht door een extra woning zal ontstaan. De mate van kunstlicht zal hetzelfde blijven als in de bestaande situatie. Het plan doet geen afbreuk aan de kenmerken van de Laag van de beleving. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 22

naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekom stige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel. Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen.

Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionale. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. 1. De groei vasthouden en doortrekken; De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Volgens de prognoses groeit de bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. 2.

Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. 3. Ruimte als troefkaart; Ruimte is de troefkaart. Er is in Hardenberg een hoge woontevredenheid. De gemeente wil deze kwaliteit behouden en versterken door: 1. versterken van landbouw en natuur; 2. verbetering van het leef- en woonmilieu; 3. zorgen voor passend woningaanbod en versterken sociale samenhang; 4. op peil houden van voorzieningenniveau. 4. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden. Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 23

voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied, waar het plangebied onderdeel van is. Hardenberg in Balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende: 1. De gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. De gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving: 3.

De gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; 4. De gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht; 5. De gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6. De gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. Bij het maken van dit beleid waren zowel bewoners als professionals betrokken. De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze LIK's (uit 2009) vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden en zijn opgesteld als basis voor de bestemmingsplannen voor het buitengebied. Het plangebied ligt in het LIK 'Bergentheim-zuid', in een besloten veenontginningslandschap. Het gaat hier om een gemengd gebied. De ontwikkelingsmogelijkheden liggen in het faciliteren en doorontwikkelen van de bestaande bedrijven. Daar waar agrarische bebouwing vrijkomt, is er ruimte voor nieuwe kleinschalige bedrijvigheid.

Toets Dit bestemmingsplan maakt woningsplitsing mogelijk, waarbij de bestaande inwoonsituatie planologisch wordt omgezet en twee woningen zijn toegestaan. Het landelijke gebied kent verscheidenheid aan functies, ook rondom het plangebied bevinden zich diverse functies zoals bedrijven, woningen en agrarische bedrijven. Deze woningsplitsing draagt bij aan het behoud van de woonfunctie en daarmee aan het behoud van de leefbaarheid van het buitengebied. Doordat de woningen en het bijbehorende erf gehandhaafd blijven, heeft het voorliggende bestemmingsplan geen invloed op het landschap. Voor het plangebied is een landschapsplan opgesteld voor de landschappelijke inpassing van de locatie, zie Bijlage 1 Landschapsplan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 24

3.3.2

Visienota Buitengebied Hardenbeg

3.3.2.1 Algemeen De gemeente Hardenberg heeft de hoofdlijnen van het nieuwe ruimtelijke beleid voor het totale buitengebied van de gemeente Hardenberg geformuleerd in de 'Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg'. De nota richt zich vooral op de realisatie van ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied. De ruimtelijke visie zoals vastgelegd in de visienota heeft de basis gevormd voor de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid” en “Buitengebied Hardenberg”. De hoofddoelen van het ruimtelijk beleid zoals verwoord in de 'Visienota Buitengebied' zijn: Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies; Het vergroten van de leefbaarheid van het platteland; Het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. Deze hoofddoelen zijn in de visienota als volgt vertaald: 1. een thematische benadering van het buitengebied (8 thema's); 2. een gebiedsgerichte benadering van het buitengebied; 3. uitgangspunt hierbij: de landschapstypen en de visuele landschapskenmerken; 4. een ontwikkelingsgerichte wijze van bestemmen. 3.3.2.2 Thematische benadering - visie De visie voor de 8 thema's wordt hierna weergegeven, waarbij in wordt gegaan op het voor voorliggend plan van belang zijnde aspect 'Wonen'.

Wonen Voor wat betreft de functie 'Wonen' heeft de gemeente haar gemeentelijke beleid verwoord in een aantal uitgangspunten/doelstellingen, te weten: Behoud van een gevarieerd woningaanbod in het buitengebied, zowel qua inhoud van de woningen als qua verschijningsvorm; De afstemming van de maximale inhoudsmaat van woningen in het buitengebied op de gebiedskenmerken; Het bieden van ruime mogelijkheden voor inwoning; Het bieden van de mogelijkheid om aan vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen een woonfunctie toe te kennen; waarbij ruimere mogelijkheden gelden naarmate meer oppervlakte aan landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden afgebroken; Het tegengaan van permanente bewoning van recreatiewoningen; Het bieden van ruimte voor opvulling van open gaten in bebouwingslinten met woningbouw of kleinschalige bedrijvigheid. De gemeente sluit een toename van de woonfunctie in het buitengebied niet uit. Wel wordt uitgegaan van optimale benutting van de bestaande bebouwing. Wonen in het buitengebied wordt niet meer gezien als een ongewenste functie maar als een waardevol bestandsdeel van het totale woningaanbod van de gemeente. De gemeente streeft dan ook naar het in stand houden van een gevarieerd aanbod aan woonmilieus. In de gebieden die worden aangewezen als landbouwontwikkelingsgebied wordt zeer terughoudend omgesprongen met een toename van de woonfunctie.

Het opnieuw opnemen van een woonfunctie mag geen belemmeringen opleveren voor bestaande functionerende agrarische bedrijven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 25

3.3.2.3 Deelgebied 3 'Dedemsvaart-Zuid, Colenbranderbos, Slagharen-Oost/West, De Krim, Bergentheim-Zuid Het plangebied ligt in het deelgebied 'Dedemsvaart-Zuid, Colenbranderbos, Slagharen-Oost/West, De Krim, Bergentheim-Zuid'. Het landschapstype in dit deelgebied betreft het veenontginningslandschap. Dit is goed te zien aan de openheid/regelmatigheid, vlakke ligging, openstrekkende strokenverkaveling en bebouwing langs de ontginningsassen. De huidige ontwikkelingen in het gebied richten zich vooral op de landbouw, foerageergebied voor overwinterende vogels. De ontwikkelingsrichting, gericht op de toekomst, gaat uit van versterking van de landbouwfunctie. In afbeelding 3.7 is de ligging van het plangebied in het desbetreffende deelgebied weergegeven aan de hand van een lichtblauwe ster.

Figuur 3.7: ligging van het plangebied in deelgebied 3 van de Visienota Buitengebied (bron: gemeente Hardenberg) Toets In voorliggend geval wordt een bestaande woning met inwoning in het buitengebied omgezet naar twee reguliere woningen. Hierbij is planologisch gezien sprake van toevoeging van één wooneenheid (de om te zetten inwoning). Met de toevoeging blijft een gevarieerd woningaanbod en woonmilieu in het buitengebied behouden en wordt daarnaast bestaande bebouwing optimaal benut, aangezien de wooneenheid wordt toegevoegd binnen het bestaande pand. Met het toevoegen van een wooneenheid wordt dan ook voorzien in een waardevol bestandsdeel van het woningaanbod van de gemeente. Daarnaast wordt bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, als gevolg van de landschappelijke inpassing (zie Bijlage 1 bij deze toelichting) en worden daarmee de kwaliteiten van het landelijk gebied versterkt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de eventuele gevolgen voor de directe omgeving. Geconcludeerd kan worden dat het plan in overeenstemming is met deze Visienota.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 26

3.3.3

Landschap Identiteit Kaart (LIK)

3.3.3.1 Inleiding De gemeente wil de regie voeren op de ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarbij wil de gemeente een meer richtinggevende rol gaan innemen, gericht op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Om er achter te komen welke functies in welke omgeving wenselijk zijn, zijn Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK's) opgesteld. Deze geven kennis over de identiteit van de deelgebieden. De identiteit van het gebied komt voort uit de ontstaansgeschiedenis en de daarmee samenhangende landschapstypen. In de LIK is daarom een onderscheid gemaakt tussen de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen. Er zijn in totaal zeven deelgebieden. Het plangebied ligt in deelgebied: Bergentheim-Zuid.

Figuur 3.8: Uitsnede LIK (bron: gemeente Hardenberg) Besloten veenontginningslandschap Onderhavig plangebied ligt in het 'besloten veenontginningslandschap'. Dit is in afbeelding 3.8 weergegeven waarbij het plangebied is aangegeven met een gele cirkel, het besloten veenontginningslandschap wordt hier weergegeven in het bruin. Het besloten veenontginningslandschap kenmerkt zich door: Rationele rechthoekige strookvormige verkaveling; Structuur van hoofdwijken herkenbaar in wegenstructuur; Glooiend landschap (dekzandrug), half open landschap; Verspreide bebouwing langs wegen, bebouwing op afstand van de weg, diverse bouwstijlen, bebouwingslint De Belt en Dedemsvaartseweg, arbeiderswoningen Kikkerhoek en Dommerswijk; Bebouwing verstrooid op erf; Kronkelig wegenpatroon; Perceelgrensbeplanting, wegbeplanting. Toets De bebouwing op het erf blijft gehandhaafd, waardoor het beeld van de bestaande, nabije omgeving/landschap wijzigt. De bestaande inheemse beplating blijft behouden, aangezien deze passend is bij het erf en omgeving.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 27

Op het perceel zelf zal een vogelbosje langs de weg worden aangeplant als aanvulling op de bestaande erfbeplating. Deze is opgenomen in het landschapsplan en daarin zijn de soorten en de maatvoering van de beplanting aangegeven. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan de uitgangspunten van de zijnde LIK. 3.3.3.2 Ontwikkelingsvisie Reestdal & Bergentheim-zuid De ontwikkelingsvisie voor het besloten veenontginningslandschap binnen deelgebied Reestdal & Bergentheim-Zuid is als volgt gedefinieerd: Halfopen landschap; Behoud landschapselementen; Diverse functies. Voor landschap geldt voor ontwikkelingen: het halfopen landschap als uitgangspunt en behoud doorzichten. Toets Aan de hand van het landschapsplan wordt het plangebied landschappelijk ingepast, waardoor het plan een positieve invloed heeft op de identiteit van het veenontginningslandschap, zoals omschreven. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan de uitgangspunten van de van toepassing zijnde LIK. 3.3.4

Kaderstellende beleidsnotitie woningsplitsing bij inwoning

Op 23 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders de beleidsnotitie vastgesteld ten behoeve van inwoonsituaties en de bijbehorende problemen die kunnen ontstaan. In de "Kaderstellende beleidsnotitie woningsplitsing bij inwoning" is vastgelegd in welke situaties bij legale inwoonsituaties kan worden meegewerkt aan woningsplitsing. Daarvoor gelden een aantal voorwaarden: 1. Er moet sprake zijn van een bestaande situatie waarin er twee huishoudens in één woning zijn gehuisvest. 2. De inwoonsituatie moet zijn vergund danwel anderszins legaal zijn ontstaan voor de vaststelling van het nu geldende bestemmingsplan danwel de nu geldende beheersverordening en moet sedertdien onafgebroken hebben bestaan. Toelichting: Door de opname van deze bepaling is duidelijk dat nieuwe inwoonsituaties niet voor woningsplitsing in aanmerking komen. Voor het buitengebied gelden twee data, namelijk 23 april 2013 (Buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid) en 1 oktober 2013 (Buitengebied Hardenberg) 3. Er moet voor beide woningen worden voldaan aan de eisen uit het bouwbesluit en de bouwverordening voor zelfstandige woningen. 4. Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bestemmingen. 5.

De geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg mag de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder niet overschrijden. Voor het buitengebied gelden aanvullende voorwaarden: 6. Er mag geen uitbreiding plaatsvinden van de op grond van de geldende bouwregels toegestane bebouwde oppervlakte en het bouwvolume van de hoofd- en bijgebouwen. 7. In afwijking van het onder 1 bepaalde kan een toename van de bebouwde oppervlakte worden toegestaan voor zover dit verband houdt met bouwkundige eisen danwel voor zover dit de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. 8. Inpassing op het erf en in het landschap moet plaatsvinden aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. Toetsing Ad 1 en 2 Er is sprake van een inwoonsituatie: er wonen twee huishoudens in één woning. De

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 28

percelen zijn kadastraal gesplitst. Voor deze locatie geldt het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid" en daarmee geldt als peildatum 23-4-2013. De inwoonsituatie moet vóór deze datum zijn ontstaan. Het perceel Verlengde Broekdijk 6 wordt sinds 8-6-2012 bewoond door 4 bewoners. Het perceel Verlengde Broekdijk 6a wordt in ieder geval sinds 1-1-2001 bewoond door 2 bewoners. Voor de diverse verbouwingen is vergunning verleend. Er is dus sprake van een legale situatie. De inwoonsituatie is niet langer dan 1 jaar onderbroken geweest en daarmee is de woningsplitsing acceptabel. Ad 3. Er vindt geen nieuwbouw- of verbouwactiviteiten plaats.De laatste vergunning is verleend in 2014 en voldeed aan de eisen die golden. Het bestemmingsplan regelt de planologische mogelijkheden, niet de toetsing aan het Bouwbesluit. Na afloop van de bestemmingsplanprocedure moet initiatiefnemer een reguliere aanvraag om een omgevingsvergunning indienen voor het onderdeel 'bouwen'. Ad 4 en 5 In hoofdstuk 4 van de toelichting zijn de omgevingsaspecten getoetst om te beoordelen of aangrenzende gronden en/of bestemmingen worden belemmerd. Eveneens wordt daar ingegaan op het geluidsaspect voor wegverkeerslawaai. Ad 6 en 7 In de regels is vastgelegd dat de bestaande inhoud niet mag worden vergroot.

De laatste vergunning is in 2014 verleend en geldt als bestaande inhoud. Ad 8. Voor het erf is een landschapsplan gemaakt, waarin de landschappelijke inpassing van de locatie is aangegeven. Deze is opgenomen als bijlage van de toelichting en als bijlage van de regels.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 29

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling. 4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt een woningsplitsing planologisch vastgelegd. Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is.

Een woningsplitsing wordt niet expliciet benoemd in het Besluit milieueffectrapportage, maar de meest logische aansluiting kan worden gemaakt bij: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Er geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, of met het onderhavig plan sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit m.e.r. zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol.

Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 30

lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. Hoewel het plan betrekking heeft op de planologische toevoeging van één woning binnen de bestaande woonbestemming en bestaand woonerf, kan gelet op de uitspraak van 12 juni 2019 worden geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van het nieuwe bestemmingsvlak beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling niet gepaard gaat met een uitbreiding van de bebouwing op het perceel. Al met al kan geconcludeerd worden dat het plan geen negatieve effecten heeft op het milieu en dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. 4.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 31

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat in ernstige mate wordt aangetast. De gewenste woonfunctie betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden, als gevolg van dit plan, is dan ook geen sprake Interne werking Bij de interne werking gaat het er met name om of de omgeving de nieuwe functie toelaat en of de omliggende bedrijven niet door de nieuwe functie onevenredig worden belemmerd. Toets In het voorliggende geval is er sprake van het omgevingstype 'rustig buitengebied'. Voor de richtafstanden die hierna worden genoemd, worden de bijbehorende richtafstanden gehanteerd. Het plangebied grenst aan de bedrijfsbestemming waar uitsluitend een zandwinning is toegestaan. Een zandwinning is een categorie 4.1-bedrijf binnen richtlijnen van de VNG-brochure, waarvoor een richtafstand geldt van minimaal 200 meter. Echter in de bestaande situatie wordt de woonbestemming al omsloten door deze bedrijfsbestemming en in de nieuwe situatie wordt het bestemmingsvlak voor wonen wat groter, maar wijzigen de afstanden niet.

Vanwege het feit dat de zandwinning gaat haar activiteiten beëindigen op deze locatie en een deel van deze gronden door initiatiefnemer is aangekocht, kan toch worden gesproken van een goede ruimtelijke ordening. Het zandwinnigsbedrijf wordt niet méér belemmerd door deze planwijziging, aangezien het zandwinningsbedrijf zich reeds moet houden aan de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Aan de overzijde van het plangebied bevinden zich reguliere woningen. Op het perceel Verlengde Broekdijk 7 bevindt zich een bedrijfsbestemming waar bedrijven in de categorie 1 en 2 zijn toegestaan. Bij bedrijven in de categorie 2 hoort een richtafstand van 30 meter. Deze bestemming bevindt zich in de nieuwe situatie op circa 50 meter van de woning. Deze afstand wijzigt niet ten opzichte van de bestaande situatie. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'milieuzonering' geen belemmering vormt voor deze planherziening. 4.3

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Verlengde Broekdijk 6-6a Kloosterhaar | PAGINA 32

object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht. Toets Het dichtstbijzijnde perceel met een agrarische bestemming (en vergunning voor houden van koeien) ligt op het perceel Verlengde Broekdijk 9 in Kloosterhaar. De planologische mogelijkheid bestaat voor het houden van pluimvee, waarvoor een richtafstand geldt van 200 m. Het bedrijf ligt op ruim 180 meter afstand. Dat zou bij het houden van pluimvee niet voldoende zijn, echter bevinden zich er op zeer korte afstand van dit agrarische perceel burgerwoningen (Verlengde Broekdijk 8 en 11). Deze vormen reeds een beperkende factor voor dit agrarische bedrijf. In de nieuwe situatie blijft deze afstand gelijk, de woningen blijven namelijk behouden. Het aspect 'geur' vormt geen belemmerende factor voor deze planherziening. 4.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13541011/2