Bijlage 2 - De maatlat als instrument
Tekst van het document
Aandeel grond dat wordt hergebruikt (gesloten grondbalans)
<20%
20-40%
40-60%
60-80%
>80%
BG11 Boomkroonbedekking
<5%
5-10%
10-15%
15-30%
>30%
BBB13
Mate van verstoring van het habitat voor verschillende soorten fauna
Aantal verstoorde habitats worden in zelfde hoeveelheid nieuw toegevoegd
Bestaande habitats worden niet verstoord
Bestaande habitats worden behouden, inclusief één extra type.
Bestaande habits worden behouden, inclusief minimaal twee extra typen.
Aandeel groene oevers (breedte minimaal 2m en helling BG14 niet steiler dan 1:3, helling mag geen beschoeiing of steil aangelegde randen bevatten)
<60%
60-70%
70-80%
80-90%
>90%
BBB2
Aandeel bestaande bomen meegenomen in nieuwe ontwikkeling
<20%
20-40%
40-60%
60-80%
>80%
BBB14
Mate waarin de ecologische kwaliteiten in het gebied behouden en versterkt worden
De ruimtelijke inrichting tast kwaliteiten aan
0
0
De ruimtelijke inrichting verstrerkt de kwaliteit
Beperkte aanwezigheid van voedsel
0
Voedsel voor enkele soorten
0
<10%
0
10-50%
0
>50%
BG15 Natuurvriendelijkheid oevers
BG3
Aandeel groen/blauw dat een robuuste ecologische structuur vormt
BG4 Gemiddelde variatie in vegetatielagen
Helling steiler dan 18° of beschoeiing
Helling 5° tot 18°, geen beschoeiing, beperkte vegatatievariatie
Helling 5° tot 18°, geen beschoeiing, variatie in nat of droog
Helling 5° tot 18°, geen beschoeiing, variatie in nat én droog
Helling 5° tot 18°, geen beschoeiing, inheemse variatie in nat én droog
BBB9
Aanwezigheid van voedsel voor verschillende soorten fauna
<60%
60-70%
70-80%
80-90%
>90%
BBB10
Aandeel nectarproducerende planten voor insecten. (aandeel struik- en kruidenvegetatie lagen dat bloeit met inheemse planten)
Weinig variatie (1-2 lagen)
0
Gemiddelde variatie (3-4 lagen)
0
Veel variatie (5-6 lagen)
Aanwezigheid van nestgelegenheid voor verschillende soorten fauna
Beperkte nestgelegenheid
0
Nestgelegenheid voor enkele soorten
0
BBB12
Aanwezigheid van schuilgelegenheid voor verschillende soorten fauna
Beperkte schuilgelegenheid
0
Schuilgelegenheid voor enkele soorten
0
Diverse schuilgelegenheiden, verspreid, afgestemd op lokale fauna
<20%
20-40%
40-60%
60-80%
>80%
<50%
0
50-75%
0
>75%
<20%
20-40%
40-60%
60-80%
>80%
BBB8
-
Divers voedsel, verspreid, afgestemd op lokale fauna
BBB11
BBB7
-
De ruimtelijke inrichting behoudt de kwaliteit
Diverse nestgelegenheiden, verspreid, afgestemd op lokale fauna
BBB6 Aandeel inheemse soorten
-
Meerdere verstoringen en geen nieuwe habitats
-
Aandeel droogtetolerante soorten
Aandeel van de locatie dat regenwater vasthoudt en gebruikt voor voor flora
-
-
.
Natuurinclusieve gebouwen
De ruimtelijke omgeving is zodanig ingericht dat het een hoogwaardige habitat vormt voor gebouw bewonende soorten.
.
.
.
.
.
.
Beheer en onderhoud
Beheer van gebouwen en buitenruimte zorgt voor behoud en de versterking van de biodiversiteit, met betrokkenheid van inwoners en bedrijven.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Aandeel groene daken (t.o.v. totaal
BNG5 dakoppervlak)
0
0-10%
10-20%
20-40%
>40%
BO5
Inwoners en bedrijven zijn betrokken bij het versterken van biodiversiteit
Nee
0
Deels
0
Ja
Vegetatie niet geschikt voor dakklimaat
Vegetatie geschikt maar niet divers
Vegetatie geschikt en divers
Vegetatie geschikt, divers en inheems
Vegetatie geschikt, divers, inheems en een stapsteen
BO1
Percentage van de totale kruidenvegetatielaag dat geschikt is voor ecologisch maaibeheer
<20%
0
20-80%
0
>80%
0
0-10%
10-20%
20-40%
>40%
Onvoorbereid
0
Heeft aanvullende info nodig
0
Ervaring met alle technieken
BO2 Aanwezigheid ecologisch beheerplan
Geen ecologisch beheerplan
0
Ecologisch beheerplan aanwezig
0
BO3 Ecologische maaitechnieken in het beheerplan
Niet opgenomen
0
Opgenomen met concrete richtlijnen voor toepassing
0
BNG7
Robuustheid van groene daken
BNG1
Aandeel groene gevels (t.o.v. totaal geveloppervlak)
BNG2
Robuustheid van groene gevel
Vegetatie niet geschikt voor gevel
Vegetatie geschikt maar niet divers
Vegetatie geschikt en divers
Vegetatie geschikt, divers en inheems
Vegetatie geschikt, divers, inheems en een stapsteen
BNG3
Aandeel bebouwing met nestgelegenheid voor diersoorten
< 10% van de bebouwing heeft nestgelegenheid
0
10-30% van de bebouwing heeft nestgelegenheid
0
>30% van de bebouwing heeft nestgelegenheid
Geen nestgelegenheid aanwezig, of onbruikbaar
Voldoende nestgelegenheid, juiste spreiding
0
Voldoende nestgelegenheid, juiste spreiding en orientatie
Voldoende nestgelegenheid juiste spreiding, orientatie en diversiteit
BNG4 Kwaliteit van nestgelegenheid in bebouwing
-
-
.
De mate waarin de beheerorganisatie voorbereid is
-
BO4 op het beheren van een biodiverse en natuur inclusieve omgeving
Uitgebreid, gedetailleerd ecologisch beheerpla aanwezig Geïntegreerd met duidelijke richtlijnen en gebiedsgerichte t k f k
. .
.
Hitte
Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Aandeel oppervlakte in de openbare ruimte dat KH2 warmtewerend is ingericht, bij voorkeur door groen, bomen en biodiverse inrichting.
KH10 De aanwezigheid van verkoelend water
0
Geen water aanwezig; geen bijdrage aan hittestressreductie (bijv. volledig bebouwd gebied zonder open water)
0 - 10 %
10 - 20%
.
.
20 - 40%
.
>40%
KD5
Mate van balans tussen wateronttrekkingen en natuurlijke aanvulling (slim beregeningsbeleid)
KD3
Gemiddelde afstand van woningen tot een koele verblijfsplek van minimaal 200 m2 groot.
>500m
400-500m
300 - 400 m
200-300m
<200 m
KH6
De hoeveelheid schaduw op buurtniveau (half 4 op 21 juni) %
< 20%
20 - 30%
30 - 40%
40 - 50%
>50%
KH7
De hoeveelheid schaduw langs hoofd wandel- en fietspaden (half 4 op 21 juni) %
< 20%
20 - 30%
30 - 40%
40 - 50%
>50%
<200m2
200 - 1000 m2
1000 - 1500 m2
1500 - 2000 m2
>2000m2
Er zijn maatregelen getroffen om er voor te zorgen dat KH3 vitale functies (bijvoorbeeld beweegbare bruggen) blijven functioneren bij extreme hitte
Nee
0
Deels
0
Ja of geen kwetsbare vitale functies aanwezig
KH4 Aanwezigheid droogtebestendig groen (%)
<20%
20 - 40%
40 - 60%
60 - 80%
>80%
Gebouwen gebruiken systemen die warmte direct naar de omgeving afvoeren (bijv. airco's)
0
Gebouwen maken gebruik van systemen die warmteafvoer naar de omgeving beperken of reguleren (bijv. wtw)
0
Geen (gebouw)systemen die warmte naar de omgeving afvoeren
.
Geen aandacht aan besteed
0
Wel aandacht en geen volledige balans
0
Wel aandacht en wel volledige balans
Hoeveelheid neerslag die in het gebied zelf wordt vastgehouden en verwerkt (% totale jaarneerslag dat wordt geïnfiltreerd in de bodem)
<50%
50 - 60%
60 - 70%
70 - 80%
>80%
KD10 Aanwezigheid droogtebestendig groen (%)
<20%
20 - 40%
40 - 60%
60 - 80%
>80%
KD7
Hoeveelheid opslag voor hergebruik hemelwater (in m3 / grondgebonden woning)
0
0 - 1 (regenton)
1-3
3-5
KD9
Bewoners en bedrijven worden betrokken bij het thema droogte en mensen zijn gestimuleerd zelf maatregelen te nemen
Nee
0
Deels
0
Brede en deels Grote, diepe diepe waterpartijen Wateroppervlak van wateroppervlakken strategisch geplaatst gemiddelde omvang n Klein en ondiep (>1 m) die lokaal diepte dat merkbare voor maximale wateroppervlak (< significant verkoeling (bijv. park verkoeling biedt (bijv. 0,5 m) met bijdragen aan met vijver van >2 beperkte verkoeling een smalle sloot of een verkoeling (bijv. (bijv. een vijver) waterpartij van 0,5-1 meter diep en een singel of meter diep) verschillende waterplein met kanalen) meerdere lagen)
KH5
.
Droogte
Droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale of kwetsbare functies
r
KH11 Grote groenelementen aanwezig in plangebied
KH8
De koeling van gebouwen zorgt niet voor directe opwarming van de omgeving
KH15 Aandeel groene gevel (t.o.v. totaal geveloppervlak)
KH14 De dominante vorm van groenelement (in m2)
Bewoners bedrijven worden betrokken bij het thema KH16 hitte en mensen zijn gestimuleerd zelf maatregelen te nemen
0
0 - 10 %
10 - 20%
20 - 40%
>40%
Smalste zijde is <10m
Smalste zijde is >10m / <15m
Smalste zijde is >15m / <20m
Smalste zijde is >20m / <25m
Smalste zijde is >25m
Nee
0
Deels
0
Ja
>5
Ja
.
.
Overstromingen (waterveiligheid)
De gebouwde omgeving is voorbereid op overstromingen in buitendijks gebied, we kunnen na een overstroming het dagelijks leven snel herstellen
.
.
.
.
Wateroverlast
Wateroverlast leidt niet tot waterschade aan gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur en voorzieningen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar
.
.
KO1
Overstromingsrisico (te bepalen via atlasvoordeleefomgeving).
Overstroomt elke 10 jaar
Overstroomt elke 100 jaar
Overstroomt elke 1000 jaar
Overstroomt elke 10000 jaar
Overstroomt niet
KO3
Maatregelen voor schuilen en evacueren bij overstromingen (>0,50 meter) in de huidige situatie bij een overstromingskans die groter is dan 1x per 30.000 jaar.
Geen evacuatie- of schuilmogelijkheden bij overstromingen
0
Evacuatie mogelijk, maar schuilen in geval van korte evacuatietijd is onvoldoende georganiseerd
0
Effectieve en tijdige evacuatie en schuilmaatregelen of overstromingskans <1x per 30.000 jaar
KN11 hemelwater (bijvoorbeeld door de aanleg van groen,
<30%
30 - 40 %
40 - 50%
50 - 60%
>60%
KO2
Schadebeheersing bij overstroming
Schade bij overstromingen <0,2 m
Schade beperkt bij overstromingen <0,2 m
Schade beperkt bij overstromingen <0,5 m
Schade voorkomen bij <0,2 m en beperkt bij <0,5 m
Schade voorkomen bij overstromingen <0,5 m
KN1
Het aandeel verharding in het gebied (groene daken worden niet meegeteld als verharding)
> 75%
50- 75%
40 -50%
30 - 40%
<30%
KO4
Bij overstroming (<2 meter) blijven vitale functies beschermd en functioneren ze (bijv. stroomvoorziening), mits de maatregelen hiervoor doelmatig zijn op regionaal of nationaal niveau.
Meerdere vitale functies zijn kwetsbaar bij overstromingen
0
Enkele functies blijven functioneren, maar zijn gedeeltelijk kwetsbaar
0
Alle functies blijven volledig functioneren, zonder verstoring bij overstromingen
KN3 Waterdiepte bij hevige bui van 70 mm/uur
>30 cm
20 - 30 cm
10 - 20 cm
0 - 10 cm
0 cm
0
Combinatie van bovengrondse en ondergrondse afvoer; beperkte zichtbare infiltratie
0
Hemelwater wordt volledig bovengronds afgevoerd met natuurlijke infiltratie (bijv. wadi’s of open goten)
KN9 Waterdiepte bij hevige bui van 140 mm/uur
>30 cm
20 - 30 cm
10 - 20 cm
0 - 10 cm
0 cm
Nee
0
Deels
0
Ja
80 - 100%
0
60 - 80%
0
<60%
0%
0 - 10%
10 - 20%
20 - 40%
>40%
Nee
0
Deels
0
Ja
KO9
Bovengrondse afvoer van hemelwater gaat boven ondergrondse afvoer
Hemelwater wordt via ondergrondse systemen afgevoerd, zonder zichtbare infiltratie
-
-
-
Aandeel natuurlijke invulling voor de verwerking van wadi of groendak met biodiverse beplanting)
Het gebied veroorzaakt geen afwenteling (geen
KN8 schade door extra afvoer van neerslag op kwetsbare (water)systemen of gebieden buiten de plangrens)
-
-
KN6 Percentage verharding op particuliere terreinen
-
KN13 Aandeel dak met groen daksysteem
KO8
Bewoners en bedrijven worden betrokken bij het thema overstroming en mensen zijn gestimuleerd zelf maatregelen te nemen
Bewoners en bedrijven worden betrokken bij het
Nee
0
Deels
0
Ja
KN12 thema wateroverlast en mensen zijn gestimuleerd zelf maatregelen te nemen
. .
KW17 Inzicht in bestaande waterkwaliteit
KW3
Stromingsrichting is van schoon naar vuil
KW6
Risico op vervuiling oppervlaktewater door neerslag of andere bronnen
KW8
Percentage oppervlaktewater met voldoende doorstroming
KW11
.
Waterkwaliteit
Onze watersystemen zijn robuust en stromen goed door, waardoor de kans op een slechte waterkwaliteit tijdens warme en droge periode beperkt is.
De toepassing van uitlogende materialen is voorkomen
.
.
0
Gedetailleerde gegevens
Gedatailleerde gegevens, monitoring en analyses
-
-
Water stroomt willekeurig, risico op vermenging van schoon en vuil water is hoog
0
Stroming is deels gericht van schoon naar vuil water, maar vermenging blijft mogelijk
0
Stroming is goed ingericht van schoon naar vuil water, zonder risico op vermenging
KB5
De beschikbaarheid van drinkwater is leidend bij de keuze van de ruimtelijke inrichting
Nee
0
Deels
0
Ja
Geen verharding nabij oppervlaktewater; natuurlijke infiltratie voorkomt afspoeling naar oppervlaktewater
KB1
Het grondwaterpeil is leidend bij de keuze van de functie, het watersysteem en de ruimtelijke inrichting
Nee
0
Deels
0
Ja
>80%
KB2
Het grondwaterpeil blijft gelijk of wordt hoger
Lager
0
Gelijk
0
Hoger of al op de gewenste hoogte
KB3
De draagkracht en kwaliteit van de bodem zijn leidend bij de keuze van ruimtelijke inrichting, het watersysteem en de funderingswijze
Nee
0
Deels
0
Ja
KB7
Systeemkeuze riolering en waterhuishouding
Gescheiden riool (nieuwbouw) of Gemengd riool (bestaande bouw)
0
Verbeterd gescheiden riool
0
Duurzaam systeem (Bijv. natuurlijke infiltratie)
0
Belangrijke structuren worden deels behouden met een nieuwe functie (bijv een historische watergang gebruikt als afwatering)
0
Alle structuren worden behouden en optimaal benut (bijv oude watergangen versterken zowel ecologie als waterberging)
Veel verharding nabij oppervlaktewater; directe afspoeling bij regenval
<20%
Uitlogende materialen zonder beperking toegepast (bijv. zink, koper en onverzegeld beton)
Verharding aanwezig, deels op afstand, maar water stroomt alsnog naar oppervlaktewater
20 - 40 %
0
Beperkte Verharding verder van verharding en oppervlaktewater; effectieve enige afwatering afwateringssysteme gecontroleerd n aanwezig
40 - 60%
Uitlogende materialen els beperkt toegepast (bijv. door beschermende coatings of
60 - 80%
0
Geen uitlogende materialen toegepast (bijv. keramiek, gerecycled kunststof of
0
Een aantal systemen zoals rietkragen of beperkte helofytenfilters zijn toegepast op kleine schaal
0
<20%
20 - 40 %
40 - 60%
60 - 80%
>80%
KW15 Effecten van de ontwikkeling op de waterkwaliteit
Geen nulmeting of nulmeting en verslechtering waterkwaliteit
0
Nulmeting uitgevoerd, gelijkblijvende of beperkte verbetering in de waterkwaliteit
0
Nulmeting uitgevoerd, aanzienlijke verbetering
KW16 Robuustheid van watergangen; breedte en diepte
Watergangen zijn smal (<1 m) en ondiep (<0,5 m)
Watergangen zijn beperkt (1-2 m) en dieper (0,5-1 m)
Watergangen zijn gemiddeld breed (2-3 m) en diep (1-1,5 m)
Watergangen zijn breed (3-5 m) en diep (1,5-2 m)
Watergangen zijn zeer breed (>5 m) en diep (>2 m)
Geen systemen aanwezig om waterkwaliteit te meten of te bewaken
0
Eenvoudige of periodieke monitoring aanwezig (bijv. watermonsters of sensoren op een beperkt aantal locaties)
0
Doorlopende en uitgebreide systemen aanwezig om waterkwaliteit te bewaken (realtime sensoren en/of automatische meldingen)
Percentage oppervlaktewater vrij van verstorende KW12 menselijke activiteiten die de waterkwaliteit negatief beïnvloeden (honden uitlaatgebied)
KW5
Aanwezigheid systemen om waterkwaliteit te monitoren
.
Basisinformatie over de waterkwaliteit
Geen maatregelen toegepast; oppervlaktewater wordt niet actief gereinigd via natuurlijke processen
Aanwezigheid systemen om oppervlaktewater op natuurlijke wijze te zuiveren
.
Beperkte informatie beschikbaar
Systemen zoals helofytenfilters, waterplanten of natuurlijke oevers zijn aanwezig voor zuivering en hergebruik grijswater uit woningen
KW9
.
Water en bodem sturend
Het bodem-watersysteem speelt een doorslaggevende rol bij de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied.
KB8
Behoud en integratie van historische landschapsstructuren in het ontwerp
-
-
-
Historische structuren worden volledig verwijderd (bijv oude watergangen en kavelpatronen zijn niet zichtbaar)
-