CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 - Toelichting

gemeenteraad 3 december 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Jachthuisweg 9 Collendoorn' (betreft de omzetting woonbestemming naar een agrarische bestemming ten behoeve van het akkerbouwbedrijf aan de Jachthuisweg 11 in Collendoorn)22.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van beleving' worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze lagen gelden. Hierna wordt ingegaan op de relevante kenmerken ter plaatse van het Jachthuisweg 9. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Jachthuisweg 9 is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstypen 'Hoogveengebieden' en 'Dekzandvlakte en ruggen'. In afbeelding 4.3 is dat aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)' Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). De ambitie is de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveenrestanten en de hoogveenontginningsgebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend en leesbaar landschap in de hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgraslanden eromheen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 29

'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn in het verleden ingericht ten behoeve van het voormalig agrarisch bedrijf. De gronden zijn in de bestaande situatie in gebruik als woonperceel. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. De aard en omvang van dit plan is van een beperkte omvang. Met de landschapsmaatregelen, zoals opgenomen in het ruimtelijke kwaliteitsplan (Bijlage 1), wordt ingezet op beplanting die past bij de natuurlijke ondergrond. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'. 2.

De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Jachthuisweg 9 ligt op de gebiedskenmerkenkaart in het 'Jonge heideen broekontginningslandschap' en het 'Veenkoloniaal landschap'. In afbeelding 4.4 is Jachthuisweg 9 aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) 'Jonge heide- en ontginningslandschap'

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 30

De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

'Veenkoloniaal landschap' Kenmerkend voor het veenkoloniaal landschap zijn de grootschalige open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur die zijn ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden. Het Overijssels veenkoloniaal landschap is deel van een groter geheel dat zich uitstrekt over Groningen en Drenthe. Het is gevormd door ontginners en boeren uit met name het noorden. Typische Groningse boerderijen staan hier doorgaans naast de Overijsselse boerderijen. De ambitie is gericht op de versterking van de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en de kwaliteit van dit landschap. Het gaat dan met name om de grote maat en de vergezichten. De norm is een beschermende bestemmingsregeling gericht op instandhouding van de grote open ruimtes, de vergezichten en het contrast tussen deze ruimtes en bestaande verdichte zones. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het veenkoloniaal landschap dan dragen deze bij aan het behoud en de versterking van bijzondere architectuur, de linten in het landschap en de open ruimtes. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In voorliggend geval is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld om zodoende tot een gedegen landschappelijke inpassing te komen.

Bij inrichting en het aanbrengen van erfbeplanting wordt rekening gehouden met de landschappelijke kenmerken van de omgeving en van de geldende gebiedskenmerken. Voor de maatregelen wordt verwezen naar paragraaf 3.4, waarin een uitgebreide toelichting wordt gegeven, en het ruimtelijke kwaliteitsplan in Bijlage 1. Op deze plek wordt kortheidshalve geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap" is. 4.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 31

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

4.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 4.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. de groei vasthouden en doortrekken; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; c. ruimte als troefkaart; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.

De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 32

omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons.

Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbetert het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. 4.3.1.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie.

Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied, waar het plangebied onderdeel van is. Hardenberg in Balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende: 1. De gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. De gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving: 3. De gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied;

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 33

4. De gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht; 5. De gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6. De gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. 4.3.1.4 Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. Bij het maken van dit beleid waren zowel bewoners als professionals betrokken. De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. In dit geval ligt het plangebied in het LIK Noordelijke stadsrandzone Hardenberg, in het essen- en hoevenlandschap. De gemeente biedt hier onder andere ruimte voor nieuwe woonfuncties na bedrijfsbeëindiging en splitsing van voormalige boerderijen in meerdere wooneenheden. De gemeente richt ook op het behoud van de openheid van essen en verbeterde landschappelijke inpassing van de wijk Marslanden. 4.3.1.5 Aandachtspunten voor natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten in het landelijk gebied blijven voortdurend aandacht vragen.

Natuur en landschap staan onder druk, vanwege de energietransitie, klimaatmaatregelen en de transitie in de landbouw. Tegelijk vormen deze ontwikkelen juist een kans om bij te dragen aan de Landstad Hardenberg en de ‘regio van het gezonde leven’. In de dialoog ‘bouw je eigen buurt’ was de zorg voor een gezonde en groene leefomgeving een speerpunt. Een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing van vrijkomende agrarische bebouwing is hiervan een voorbeeld. Dit sluit aan bij de landelijke trend om meer ruimtelijke kwaliteit toe te voegen in de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit ziet de gemeente als “datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. De provincie gebruikt deze omschrijving ook. Ambities: De gemeente geeft een extra kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving waarbij de verschillende landschappen herkenbaarder worden. Gebiedsgerichte projecten versterken enerzijds de landschappelijke relaties en biodiversiteit in het landelijk gebied zelf en anderzijds de relatie tussen het landelijk gebied en de kernen. Dit overstijgt de huidige perceelsgerichte benadering. De gemeente zoekt naar nieuwe economische dragers in het landelijk gebied om gebiedsgerichte projecten te kunnen financieren. Een voorbeeld is het bieden van ruimte aan tweede woningen.

De investeringsruimte die hiermee ontstaat zet de gemeente in voor kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving van het buitengebied. De gemeente onderzoekt hoe inkomsten uit grootschalige(r) toekomstige ontwikkelingen in het landelijk gebied kunnen inzetten voor de kwaliteit van de groene leefomgeving. Denk aan koppeling van geldstromen rond de energietransitie of klimaatadaptatie. Dit kunnen ook nieuwe economische dragers in het landelijk gebied worden. De gemeente stimuleert groenblauwe diensten ter ondersteuning van de gebiedsgerichte projecten. Deze dragen bij aan nieuwe kwaliteitsimpulsen voor de groene leefomgeving. 4.3.1.6 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' De gemeente Hardenberg zet in op een vitale agrarische sector. De sector is van groot economisch belang en van grote betekenis voor het beheer van het landschap. De gemeente wil de sector zo goed mogelijk blijven stimuleren en faciliteren. Daar wordt met voorliggende ontwikkeling op ingespeeld. Zo blijft de sector ook in de toekomst vitaal.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 34

Het opnieuw in gebruik nemen van het perceel aan de Jachthuisweg 9 draagt bij aan duurzame vervolgfunctie voor het plangebied. Ten aanzien van het thema 'Hardenberg in Balans' geldt dat het initiatief bijdraagt aan het vitaal houden van het landelijk gebied en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Voor wat betreft de gebiedsgerichte opgaven geldt dat de gemengde stadsrandzone zich uitstekend leent voor functietransformaties in combinatie met aanvullende passende landschapsmaatregelen. Het sluit hier naadloos op aan. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'. 4.3.2

Visienota Buitengebied Hardenberg

4.3.2.1 Algemeen De gemeente Hardenberg heeft de hoofdlijnen van het nieuwe ruimtelijke beleid voor het totale buitengebied van de gemeente Hardenberg geformuleerd in de 'Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg'. De nota richt zich vooral op de realisatie van ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied. De ruimtelijke visie zoals vastgelegd in de visienota heeft de basis gevormd voor de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid” en “Buitengebied Hardenberg”. De hoofddoelen van het ruimtelijk beleid zoals verwoord in de 'Visienota Buitengebied' zijn: Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies; Het vergroten van de leefbaarheid van het platteland; Het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. Deze hoofddoelen zijn in de visienota als volgt vertaald: 1. een thematische benadering van het buitengebied (8 thema's); 2. een gebiedsgerichte benadering van het buitengebied; 3. uitgangspunt hierbij: de landschapstypen en de visuele landschapskenmerken; 4. een ontwikkelingsgerichte wijze van bestemmen. 4.3.2.2 Thematische benadering 'landbouw' De visie voor de 8 thema's wordt hierna weergegeven, in dit geval is voor het thema 'landbouw' van belang. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van dit thema is gericht op: Het gemeentelijk beleid richt zich op: 1.

Het bieden van ruimte aan de landbouw om te komen tot een rationele, op de markt gerichte productie die in evenwicht is met zijn omgeving; 2. Het bieden van ruime mogelijkheden voor verbrede landbouw; 3. Een gebiedsgerichte aanpak; 4. Ruimte voor maatwerk voor plaatselijke omstandigheden. Ten aanzien van agrarische bedrijvigheid wordt in de visie tevens aangegeven dat de gemeente Hardenberg inzet op de groeimogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven. Eén en ander om de economische functie van het buitengebied te behouden en te versterken. De land- en tuinbouw is en blijft de belangrijkste grondgebruiker in de gemeente en bepaalt daardoor voor een belangrijk deel het gezicht van de gemeente. Vooral de grondgebonden landbouw heeft naast het produceren van voedsel een grote rol bij de instandhouding en het beheer van grote delen van de groene ruimte. Voor de continuïteit van de landbouw is het van belang dat agrarische ondernemers aan de ene kant voldoende ruimte krijgen om in te spelen op de eisen van de wereldmarkt en aan de andere kant meer ruimte krijgen om hun bedrijfsvoering te verbreden en te blijven produceren voor de regionale afzet.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 35

4.3.2.3 Gebiedsgerichte benadering Voor dit gebied geldt als landschapstype: Essen- en kampenlandschap en heideontginning. De ontwikkelingsrichting voor dit gebied betreft 'gemengd gebied'. Verschillende functies zoals wonen, (verbrede) landbouw en economie (bedrijven) kunnen zich hier vestigen. In de onderstaande afbeelding 4.5 is een uitsnede van de visiekaart weergegeven. Jachthuisweg 9 is hierop aangeduid met een gele ster.

Afbeelding 4.5: Uitsnede visiekaart Visienota Buitengebied (Bron: Gemeente Hardenberg) 4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Visienota Buitengebied Hardenberg Initiatiefnemer is voornemens het plangebied (opnieuw) aan te wenden ten behoeve van agrarische (bedrijfs)doeleinden in de vorm van akkerbouw. De locatie wordt planologisch onderdeel van het akkerbouwbedrijf op Jachthuisweg 11. Leegstand en verpaupering op het perceel wordt hiermee voorkomen. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn gericht op grondgebonden landbouw. Met het initiatief wordt dan ook een bijdrage geleverd aan het vergroten van de leefbaarheid van het platteland en de instandhouding van het beheer van de groene ruimte in het buitengebied. Daarnaast past het initiatief binnen de uitgangspunten zoals het bieden van ruimte aan landbouw en het bieden van mogelijkheden voor verbrede landbouw. Het initiatief is tenslotte passend binnen de ontwikkelingsrichting van de gebiedsgerichte benadering. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Visienota buitengebied Hardenberg. 4.3.3 LIK (Landschap Identiteit Kaart) en Ontwikkelingsvisie Noordelijke stadsrandzone Hardenberg 4.3.3.1 Inleiding De gemeente heeft voor het gebied een Landschap-Identiteit-Kaart (LIK) gemaakt. De LIK is een uitwerking van de gebiedskenmerken uit de visienota Buitengebied.

In de LIK wordt de identiteit van het gebied bepaald zoals deze blijkt uit specifieke kenmerken en kwaliteiten. Op deze wijze wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken. Het plangebied ligt in het 'Besloten heideontginningslandschap'. De ligging van Jachthuisweg 9 op de LIK is in afbeelding 4.6 weergegeven (gele ster).

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 36

Afbeelding 4.6: Uitsnede LIK (Bron: Gemeente Hardenberg) 4.3.3.2 Methodiek LIK's De gemeente Hardenberg wil regie voeren op de ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarbij wil de gemeente een meer richtinggevende rol gaan innemen, gericht op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit is echter een breed begrip, dat deels subjectief van aard is. In de Visienota Buitengebied is dit gedefinieerd als “eigen identiteit”. De identiteit van het gebied komt voort uit de ontstaansgeschiedenis en de daarmee samenhangende landschapstypen. In de LIK is daarom een onderscheid gemaakt tussen de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen. Deze landschapstypen zijn op een overzichtskaart opgenomen (zie afbeelding 4.5). Vervolgens is voor het gebied een schema opgesteld, waarin een overzicht is opgenomen van de aanwezige waardevolle en storende kenmerken. Ook zijn de kansen of juist bedreigingen voor deze kenmerken omschreven. De schema's ten aanzien van de landschapstypen zijn opgenomen in het volledige LIK. 4.3.3.3 Ontwikkelingsvisie Noordelijke stadsrandzone Hardenberg Na het opstellen van de LIK's is een visie (wensbeeld) op de toekomstige ontwikkelingen gegeven. Hierbij is rekening gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten uit de LIK's en het geldende beleid van het rijk, provincie, waterschap en eigen gemeentelijk beleid.

De ontwikkelingsvisie voor het 'Besloten heideontginningslandschap' binnen deelgebied 'Noordelijke stadsrandzone Hardenberg' gaat in op de volgende punten die voor dit plan relevant kunnen zijn: Huidige ruimtelijke kwaliteiten verspreide bebouwing; strak rechtlijnig wegenpatroon; rechthoekige blokverkaveling; verspreid liggende erven, rechthoekige erven met kopgevel naar de weg; open landschap Collendoornerbroek, besloten landschap rondom Haarbos en zandwinplas; agrarisch grondgebruik. Ontwikkelingsvisie ruimte voor verbrede landbouw;

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 37

het faciliteren van bestaande functies; aanleg en herstel landschapsstructuur biedt kansen voor; versterking groenblauw netwerk en verhoging biodiversiteit; ruimte voor nieuwe kleinschalige economische functies in voormalige agrarische bebouwing (VAB’s); Dagrecreatief medegebruik van landbouwgronden. 4.3.3.4 Toetsing van het initiatief aan het LIK Voorliggend plan heeft betrekking op het omzetten van een woonperceel naar een agrarisch aangepijld bedrijfsperceel. Een dergelijke past binnen de ontwikkelingsvisie zoals omschreven in de LIK, omdat het gaat om het faciliteren van een bestaand agrarisch bedrijf. Verder wordt de locatie landschappelijk ingepast waarbij rekening wordt gehouden met de bestaande huidige kwaliteiten. Zie hiervoor ook 3.4 en Bijlage 1. Op deze plaats wordt daarom geconcludeerd dat het plan voldoet aan de uitgangspunten van de LIK. 4.3.4

Bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg''

4.3.4.1 Algemeen Het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” is in hoofdzaak conserverend van aard. Dit betekent dat de bestaande situatie is vastgelegd. Tegelijkertijd wil de gemeente op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor (nieuwe) ontwikkelingen in het buitengebied. Het is de ambitie van de gemeente om deze ontwikkelingen in het buitengebied te laten bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente zet daarbij in op het leggen van verbindingen tussen bestaande kwaliteiten en de nieuwe ontwikkelingen. Via afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden kent het bestemmingsplan (onder voorwaarden) een zekere mate van flexibiliteit. In dit geval wordt technisch gezien geen gebruik gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid uit het geldende bestemmingsplan. Echter wordt bij deze bestemmingsplanherziening wel zo veel mogelijk aansluiting gevonden bij de van toepassing zijnde voorwaarden uit de relevante wijzigingsbevoegdheden. In dit geval is sprake van het toevoegen van een aangepijld bouwvlak waarbij de ligging iets wijzigt ten opzichte van het bouwvlak zoals deze gold ten tijde van het bestemmingsplan "Buitengebied" uit 1989 (zie hiervoor 2.1.2.1).

In dit geval wordt daarom aan een tweetal wijzigingsbevoegdheden getoetst om aan te tonen dat voorliggend herziening zoveel mogelijk in lijn met wijzigingsmogelijkheden (en de voorwaarden) die het geldende planologische regime reeds biedt. Concreet gaat het om de volgende artikelen: 4.6.1 Wijzigingsbevoegdheid herbegrenzing bouwvlak; 4.6.2 Wijzigingsbevoegdheid vergroting bouwvlak. Hierna zijn de voorwaarden voor deze wijzigingsbevoegdheden weergeven: 4.6.1 Wijzigingsbevoegdheid herbegrenzing bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een in de verbeelding aangegeven bouwvlak wordt herbegrenst, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de naar de weg gekeerde bouwgrens mag niet worden overschreden; b. de herbegrenzing mag ten hoogste 25 m bedragen; c. de oppervlakte van het bouwvlak mag niet worden vergroot; d. de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering moet worden aangetoond; e. de herbegrenzing moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; f. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen;

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 38

g. inpassing van het erf in het landschap moet op zorgvuldige wijze plaats vinden, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan. 4.6.2 Wijzigingsbevoegdheid vergroting bouwvlak Op basis van de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 4.6.2 hebben burgemeester en wethouders de mogelijkheid om bouwvlakken binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' te vergroten, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. per geval dient de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering te zijn aangetoond; b. de vergroting van het bouwvlak mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of van de functie van aangrenzende bestemmingen; c. de oppervlakte van een bouwvlak mag door het wijzigen tot een maximale oppervlakte van 1,5 ha worden vergroot; d. het wijzigen dient zo te geschieden dat de inpassing van het erf in het landschap op zorgvuldige wijze plaatsvindt, aan de hand van een ruimtelijke kwaliteitsplan; e. voor zover de nieuwe activiteiten zijn gelegen in een intrekgebied, mag er geen verslechtering optreden van de grondwaterkwaliteit en mag er geen vergroting van het risico op verontreiniging van het grondwater plaatsvinden; f. de vergroting van het bouwvlak moet vanuit milieuoogpunt toelaatbaar zijn; g.

de belangen van de waterveiligheid van de regionale waterkeringen die zijn aangegeven op de kaart regionale waterkeringen, zoals genoemd in artikel 4.2.1 van de Omgevingsverordening Overijssel, zijn primair ten opzichte van het belang van het vergroten van het bouwvlak; h. ter plaatse van de vergroting van het bouwvlak, dient de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - voorwaarden wijzigingsplan" opgenomen te worden op de verbeelding; i. in voorkomend geval artikel 57.1 en 57.2 (Afstanden tot water en wegen). 4.3.4.2 Toetsing van het initiatief aan het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg" Hierna wordt puntsgewijs aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid getoetst. 4.6.1 Wijzigingsbevoegdheid herbegrenzing bouwvlak a. ten opzichte van de ligging van het bouwvlak in het bestemmingsplan Buitengebied 1989 wordt de naar weg gekeerde bouwgrens wel in beperkte mate overschreden. Dit is redelijkerwijs acceptabel aangezien de woning destijds buiten het bouwvlak was gesitueerd. Nadien is de woning binnen een woonbestemming betrokken. De voormalige bedrijfswoning ligt deels buiten het voormalige bouwvlak, maar volgens de regels uit het bestemmingsplan van 1989 mag deze wel tot het bouwvlak worden gerekend. De grens van het nieuwe agrarisch bouwvlak ligt in de gewenste situatie (dit bestemmingsplan) exact op de voorgevel van de bedrijfswoning.

Ten opzichte van de huidige bouwgrens (grens woonbestemming) wordt de bouwgrens niet overschreden; b. de herbegrenzing bedraagt ruimschoots minder dan 25 m; c. de oppervlakte van het bouwvlak op Jachthuisweg 9 wordt niet groter dan de oppervlakte uit het bestemmingsplan "Buitengebied" 1989; d. de voorgenomen uitbreiding van het agrarisch bedrijfsperceel is noodzakelijk voor het realiseren van de benodigde werktuigenberging. Deze berging is wenselijk om werktuigen veilig en overdekt te kunnen stallen. Op het bestaande bouwvlak aan Jachthuisweg 11 is niet voldoende ruimte om de noodzakelijke werktuigenberging van deze omvang te realiseren. Op het erf van nummer 11 worden nieuwe opslagschuren voor aardappelen gerealiseerd, waardoor er op het bestaande bouwvlak - mede gelet op de huidige indeling - niet voldoende ruimte resteert voor de werktuigenberging van circa 500 m2. Werktuigen moeten nu deels buiten op het perceel worden gestald. Naast dat de ontwikkeling verrommeling van het perceel tegengaat, resulteert dit tevens in een langere levensduur voor de werktuigen. Immers is het overdekt stallen van werktuigen beter dan de werktuigen bloot te stellen aan de elementen. Het stallen van werktuigen in een schuur op het bestaande bouwvlak is vanuit bedrijfsefficiëntie niet wenselijk. De werktuigenberging is beoogd ter plekke van de verouderde schuur op Jachthuisweg 9.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 39

Het vorenstaande is bevorderend ten aanzien van de efficiënte bedrijfsvoering van het bedrijf en de toekomstbestendigheid van het akkerbouwbedrijf in het geheel; e. de herbegrenzing is vanuit milieuoogpunt toelaatbaar. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar Hoofdstuk 5; f. in Hoofdstuk 5 wordt eveneens ingegaan op verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Hier wordt onder andere aangetoond dat de voorgenomen vergroting van het agrarische bouwvlak niet resulteert in een aantasting van omliggende functies. Tevens wordt in de planregels van voorliggend bestemmingsplan juridisch geborgd dat ter plekke van Jachthuisweg 9 uitsluitend akkerbouw is toegestaan; g. zoals in Hoofdstuk 3, alsmede Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan wordt beschreven en aangetoond, wordt Jachthuisweg 9 op een passende wijze ingepast in het landschap en de omgeving. 4.6.2 Wijzigingsbevoegdheid vergroting bouwvlak a. de voorgenomen uitbreiding van het agrarisch bedrijfsperceel is noodzakelijk voor het realiseren van de benodigde werktuigenberging. Deze berging is wenselijk om werktuigen veilig en overdekt te kunnen stallen. Het materieel is groter geworden en staat nu noodgedwongen buiten. Naast dat de ontwikkeling verrommeling van het perceel tegengaat, resulteert dit tevens in een langere levensduur voor de werktuigen.

Immers is het overdekt stallen van werktuigen beter dan de werktuigen bloot te stellen aan de elementen. Het stallen van werktuigen in een schuur op het bestaande bouwvlak is vanuit bedrijfsefficiëntie niet wenselijk. Op het bestaande bouwvlak aan Jachthuisweg 11 is niet voldoende ruimte om de noodzakelijke werktuigenberging van deze omvang te realiseren. Op het erf van nummer 11 worden nieuwe opslagschuren gerealiseerd (circa 3.600 m2), waardoor er op het bestaande bouwvlak - mede gelet op de huidige indeling - niet voldoende ruimte resteert voor de werktuigenberging van circa 500 m2. Zie hiervoor ook de uitleg in Hoofdstuk 3. De mogelijkheid voor de bouw van de opslagschuren moet worden behouden, mede gelet op de toekomstbestendigheid van het bedrijf. De werktuigenberging is beoogd ter plekke van de verouderde schuur op Jachthuisweg 9. Het vorenstaande is bevorderend ten aanzien van de efficiënte bedrijfsvoering van het bedrijf en de toekomstbestendigheid van het agrarische perceel in het geheel; b. in Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Hier wordt onder andere aangetoond dat de voorgenomen vergroting van het agrarische bouwvlak niet resulteert in een aantasting van omliggende functies.

Tevens wordt in de planregels van voorliggend bestemmingsplan juridisch geborgd dat ter plekke van het ontwikkelingsdeel (Jachthuisweg 9) uitsluitend akkerbouw is toegestaan; c. hier wordt aan voldaan. De gezamenlijke oppervlakte van de aangepijlde bouwvlakken bedraagt circa 14.901,5 m2. d. zoals in Hoofdstuk 3, alsmede Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan wordt beschreven en aangetoond, wordt Jachthuisweg 9 op een passende wijze ingepast in het landschap en de omgeving. e. niet van toepassing, het plangebied is niet gelegen in een intrekgebied; f. hieraan wordt voldaan. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar Hoofdstuk 5; g. niet van toepassing. Er is geen sprake van een regionale waterkering; h. dit is niet van toepassing omdat er geen sprake is van een wijzigingsplan, maar van een bestemmingsplanherziening; i. hier wordt aan voldaan. Er worden geen nieuwe woningen toegevoegd. De bestaande woning wordt voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen plattelandswoning'. Conclusie: Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat deze bestemmingsplanherziening zoveel mogelijk in lijn is met de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheden,

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 40

4.3.5

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 41

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

In dit geval worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegevoegd. De bestaande reguliere burgerwoning op Jachthuisweg 9 wordt omgezet naar een plattelandswoning, met de wetenschap dat die daarmee ook als een agrarische bedrijfswoning mag worden gebruikt. Voor (agrarische) bedrijfswoningen en burgerwoningen geldt dezelfde regelgeving inzake wegverkeer- en railverkeerslawaai. Artikel 76 van de Wgh geeft aan dat indien op het tijdstip van de vaststelling van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan een weg reeds aanwezig of in aanleg is, het eerste en tweede lid van artikel 76 niet gelden met betrekking tot de daarbij in het plan of in de zone van de betreffende weg opgenomen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn. Voorliggend initiatief voorziet daarmee niet in toevoeging van een nieuw geluidsgevoelig object. Geconcludeerd wordt dat de aspecten wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai geen belemmering vormen in het kader van voorliggend initiatief. In de omgeving van het plangebied is bovendien geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de woning, wordt verwezen naar paragraaf 5.5.

Uit paragraaf 5.5 blijkt dat het plangebied op voldoende afstand ligt van omliggende bedrijven om te voldoen aan de richtafstanden voor het aspect geluid. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 42

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving (bijv. bouwverordening) gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: 1. Als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; 2. Als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd; 3. Als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd); 4. Als het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II (bouwverordening). 5.2.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval heeft de locatie reeds een woonbestemming, waarbij sprake is van langdurig verblijf. In dit geval is punt 1 van toepassing. Het 'niet wederrechtelijke gebruik' van bouwwerken waar langdurig wordt verbleven blijft in dit geval gehandhaafd. De functie van de woning in het plangebied, 'wonen/verblijf', wijzigt immers niet. Daarnaast wordt een werktuigenberging gerealiseerd. In dit gebouw zal niet langdurig door mensen worden verbleven. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is gezien het vorenstaande dan ook niet noodzakelijk. 5.2.3

Conclusie

Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering in het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); 5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 43

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

In dit geval is er geen sprake van het toevoeging van een milieugevoelig object. In de bestaande situatie wordt reeds gewoond in de woning. Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling, betreffende de planologische toevoeging van drie woningen, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Het gaat in dit geval namelijk om een akkerbouwbedrijf, waarbij geen sprake is van het houden van vee. De toename aan verkeersbewegingen als gevolg van dit plan is niet significant hoog dat nader aanvullend onderzoek in het kader van luchtkwaliteit noodzakelijk is. Tenslotte wordt opgemerkt dat de nieuwe functies in het plangebied niet worden aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van luchtkwaliteit. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorgenomen ontwikkeling.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 44

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie in en bij het plangebied

Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven. De locatie aan de Jachthuisweg 9 is indicatief met blauwe omlijning weergegeven.

Afbeelding 5.1: Uitsnede Risicokaart, de blauwe omlijning betreft het plangebied. (Bron:Risicokaart.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat de locatie niet binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen ligt. Het plangebied ligt wel nabij een gasleiding van de Nederlandse Gasunie B.V. bevindt. Het gaat hier om een buisleiding met een uitwendige diameter van 219 mm en een maximale werkdruk van 40 bar. De 1% en 100% legaliteitsgrens bedragen respectievelijk 100 en 30 meter. De afstand tussen de grens van het plangebied en deze buisleiding bedraagt circa 25 meter. De 1% letaliteitsgrens bepaalt het invloedsgebied voor het groepsrisico. Uit het vorenstaande blijkt dat het plangebied zich binnen de 1% letaliteitsgrens en de 100% letaliteitsgrens van de voorgenoemde leiding bevindt. In dit geval is er echter sprake van het omzetten van een woonbestemming naar een agrarische bedrijfsbestemming waarbij uitsluitend sprake is van het realiseren van een werktuigenberging. Voor het overige blijft het gebruik van gebouwen ongewijzigd. Er is dan ook geen sprake van het toevoegen van een (beperkt) kwetsbaar object binnen het plangebied. De bestaande woning wordt immers omgezet naar een (plattelands)woning.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 45

Verder wordt opgemerkt dat geen sprake van het verhogen van de personendichtheid. Het aantal woningen in het plangebied blijft gelijk en er wordt geen bebouwing op kortere afstand tot de gasleiding dan in de huidige situatie opgericht. Resumerend blijkt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. 5.4.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.

De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 5.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype 'rustige woonwijk' vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' als volgt omschreven: 'Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 46

activiteiten veelal bepalend.' De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het plangebied is gelegen in het buitengebied, waar geen sprake is van sterke menging van functies. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Onderstaande tabel geeft de richtafstanden weer voor de verschillende omgevingstypes. Milieucategor Richtafstanden tot omgevingstype Richtafstanden tot omgevingstype ie rustige woonwijk gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m 5.1 500 m 300 m 5.2 700 m 500 m 5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m 5.5.3

Beoordeling

Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 5.5.3.1 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in wordt aangetast. In dit geval wordt een woonbestemming aan Jachthuisweg 9 omgezet naar een agrarische bestemming ten behoeve van een akkerbouwbedrijf. In de regels van dit bestemmingsplan is bepaald dat uitsluitend de uitoefening van agrarisch bedrijf in de vorm van een akkerbouwbedrijf is toegestaan. Bij het akkerbouwbedrijf zijn hobbymatige agrarische activiteiten toegestaan, waaronder het hobbymatig houden van dieren.

Op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' heeft een dergelijke functie (akkerbouwbedrijf ) de milieucategorie 2, maar omdat er ook sprake mag zijn van hobbymatig houden van dieren wordt in het kader van worst-case scenario rekening gehouden met milieucategorie 3.2 (Akker-en/of tuinbouw in combinatie met het houden van dieren (niet intensief). Hierbij wordt opgemerkt dat het puur gaat om hobbymatig houden van dieren en niet om het exploiteren van veehouderij. Dat is uitgesloten in de regels van dit bestemmingsplan. Bij het houden van dieren, op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur. Bij agrarische bedrijven zijn, in het geval van het houden van vee, echter niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningplichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in paragraaf 5.6 nader op ingegaan. Hierbij behoort voor een het omgevingstype 'rustige woonwijk' een richtafstand van 100 meter voor het aspect 'geur'. De dichtstbijzijnde milieugevoelige functie is de

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Jachthuisw eg 9 Collendoorn | PAGINA 47

woonbestemming aan de Jachthuisweg 14. De kortste afstand tussen het agrarische bouwvlak en de woonbestemming bedraagt 103 meter. Aan de (worst-case) richtafstand wordt voldaan. De functie 'wonen' van de plattelandswoning in het plangebied vormt verder geen milieubelastende functie. Er is, gelet op het vorenstaande, geen sprake van een enige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.2 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of nieuwe functies de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. Binnen het plangebied worden geen nieuwe milieugevoelige functies mogelijk gemaakt. Er is immers al een woning aanwezig in het plangebied. Door het omzetten van de burgerwoning naar een (plattelands)woning verandert het beschermingsniveau niet. De omliggende bedrijven worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Opgemerkt wordt dat de woning in het plangebied valt onder de inrichting van het akkerbouwbedrijf en hoeft daarom niet te worden getoetst in deze paragraaf. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 5.6

Geur

5.6.1

Algemeen

5.6.1.1 Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 2 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odeur units per kubieke meter lucht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14771613/1