Bijlage 11 bij toelichting - Vooronderzoek Conventionele Explosieven
Tekst van het document
De indicatie duidt op een bombardement bij de kanaalsplitsing bij De Haandrik. Op de luchtfoto’s van 13 maart 1945 zijn ten noorden en oosten van het onderzoeksgebied kraters waargenomen. De dichtstbijzijnde krater bevindt zich op ongeveer 195 meter afstand van het onderzoeksgebied. Er zijn geen aanwijzingen dat ook binnen het onderzoeksgebied bommen vielen. Vanwege de grote afstand tot het onderzoeksgebied wordt de indicatie niet verder in het onderzoek meegenomen.
No. 139 Wing, Operational order ‘(…) Operation “Clarion” is to take place today. Mosquitos, Mitchells and Bostons are to attack transportation and communication targets in Holland and Germany. Aircraft of 83 and 84 Groups; RAF Bomber Command 8th 9th and 15th USAAF and 1 TAF will also operate over Germany.
26 Bericht betreffende opruimen van een bom, 3 oktober 1941, Gemeentearchief Hardenberg, 050 Gemeente Gramsbergen, 1925-1950, inv. nr. 969. 27 Bericht betreffende luchtaanval, 1 april 1944, Gemeentarchief Hardenberg, 014 Marechaussee, brigade Hardenberg, 1889-1945, inv. nr. 99. 28 G.J. Zwanenburg, En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 2 (Den Haag 1993) 558. 29 K. Bolks e.a., Stappen door de oorlogsjaren van Gramsbergen, 1940-1945 (Gramsbergen 2006) 265. 32 Melding van voorvallen tengevolge van oorlogshandelingen sinds september 1944, 21 maart 1945, Gemeentearchief Hardenberg, 050 Gemeente Gramsbergen, 1925-1950, inv. nr. 972. 33 Bericht van de burgemeester van Gramsbergen betreffende oorlogsschade, 23 februari 1945, Gemeentearchief Hardenberg, 050 Gemeente Gramsbergen, 1925-1950, inv. nr. 239. 34 2nd TAF Daily Log sheet no. 2620, 22 februari 1945, The National Archives, AIR 37 Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports, inv. nr. 717. 35 Detail of work carried out by 320 Squadron, 22 februari 1945, The National Archives, AIR 27 – Air Ministry and successors: Operations Record Books, Squadrons, inv. nr. 1714.
396-019-VO-01
Pagina 28 van 71
DATUM:
LITERATUUR:
NATIONALE ARCHIEVEN
vier toestellen om. Die werpen hun bommenlast op de spoorbrug bij De Haandrik. Althans dat is het doelwit. Geen enkele bom treft doel. Allemaal komen zij terecht in het land achter de boerderij van Haandrikman. Daar slaan zij diepe kraters in het landschap. Later worden wel dertig van die kraters geteld.’30
DATUM: 13-03-1945
Vooronderzoek Vechtbrug “De Haandrik”, ooggetuige Haandrikman ‘(…) De brug zelf is niet geraakt en hij vermoedt dat er ook geen direct naast de brug in het water zullen liggen.’31 SORTIE NR.: 106G-4746
INTERNATIONALE ARCHIEVEN
HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:
Fighters of 84 Group will support the Mitchell and Boston attacks. (…) 3.L. Assen Rail Junction V223900 (…) Bomb Loads. Mitchells – Max 500 lb. MC 50% nose inst. 50% nose delay. 0.025 secs No. 51 Det. (…)’36
SCHAAL (1:X): 8.000
BEELDNUMMER(S): 3035; 3037; 3039; 3041; 3043; 3045; 3047; 4036; 4037; 4039; 4040; 4041
BESCHRIJVING: Bij de Anerdijk is ten zuiden van de brug over de Vecht in het onderzoeksgebied een drietal dekkingsgaten waargenomen. Er zijn geen indicaties dat deze voor gevechtshandelingen zijn bemand. De indicatie wordt derhalve niet verder in het onderzoek meegenomen. Bij De Vaart zijn aan de zuidkant van de weg in en direct bij het onderzoeksgebied schuttersputten waargenomen. Aangezien de Duitsers zich over de brug bij Ane terug trokken, is het aannemelijk dat deze gedurende de bevrijdingsgevechten zijn bezet. De indicatie wordt in paragraaf 2.10 weergegeven. Bij de huidige N34 is ten zuiden van hectometerpaal 358, ongeveer ter hoogte van de Jodenweg, een krater waargenomen. Deze bevindt zich op ruim 55 meter afstand van het onderzoeksgebied. Het is niet duidelijk of er sprake is van afwerpmunitie of dat de krater is ontstaan door een vernielingslading. Gezien de exacte ligging op de in aanbouw zijnde weg is laatstgenoemde een realistische optie. Mocht de krater al voortkomen van afwerpmunitie, valt op basis van het literatuur- en archiefonderzoek niet op te maken of er één of meerdere bommen werden afgeworpen. Vanwege de onduidelijkheid over de ontstaanswijze van de krater en het feit dat deze zich op ruim 55 meter van het onderzoeksgebied bevindt, wordt voor de indicatie geen verdacht gebied afgebakend. De krater is in paragraaf 2.10 weergegeven.
24-03-1945
Bericht betreffende oorlogsschade ‘Op 24 maart jongleden is in deze gemeente door vier jagers een schip beschoten in de Vecht, er is veel schade veroorzaakt aan het schip, er is o.a. een lek in geschoten. Het schip is eigendom van H. Uil. De naam van het schip is m/s Martha Nieuwolda.’37
Ten noorden van De Haandrik zijn kraters van het bombardement van 22 februari 1945 waargenomen. De dichtstbijzijnde krater bevindt zich op ongeveer 195 meter afstand van het onderzoeksgebied. De kraters zijn in paragraaf 2.10 weergegeven. Vanwege de grote afstand tot het onderzoeksgebied wordt de indicatie niet verder in het onderzoek meegenomen. De indicatie duidt op de beschieting van een schip in de Vecht. Op basis van de archiefomschrijving is een exacte locatie niet herleidbaar. Met behulp van de luchtfoto’s valt ook geen exacte locatie aan te indicatie te koppelen. De indicatie wordt derhalve niet verder in het onderzoek meegenomen.
30 Bolks e.a., Stappen door de oorlogsjaren, 276. 31 Van den Herik Kust- & Oeverwerken B.V., Vooronderzoek Vechtbrug “De Haandrik” projectnummer: 6975 VO OCE V1 (Sliedrecht 15 mei 2007) 8. 36 Operational order no. A0.596, 22 februari 1945, The National Archives, AIR 26 – Air Ministry: Operations Record Books, Wings, inv. nr. 203 37 Bericht van de burgemeester van Gramsbergen betreffende oorlogsschade, 26 maart 1945, Gemeentearchief Hardenberg, 050 Gemeente Gramsbergen, 1925-1950, inv. nr. 239.
396-019-VO-01
Pagina 29 van 71
DATUM:
LITERATUUR:
NATIONALE ARCHIEVEN
INTERNATIONALE ARCHIEVEN
HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:
DATUM: 25-03-1945
SORTIE NR.: 7-085D
SCHAAL (1:X): 11.000
BEELDNUMMER(S): 7094
04-04-1945
Stappen door de oorlogsjaren van Gramsbergen ‘(…) stopte een Rode Kruistrein op De Haandrik. (…) Een Engelse jachtvlieger die al eens overgevlogen was, vertrouwde het zaakje ook niet en vuurde een salvo af. (…) Roelof Meilink stond achter een stroberg naar de aanval van het vliegtuig te kijken toen hij werd getroffen door één van de weinige kogels die de jager afvuurde. Hij woonde op de boerderij waar nu het droogbloemenbedrijf Van Dijk is gevestigd.’38
BESCHRIJVING: Op de betreffende luchtopname zijn geen relevante, aanvullende waarnemingen gedaan. De indicatie duidt op een aanval met boordwapens op een trein bij De Haandrik. De brug bij De Haandrik bevond zich buiten het onderzoeksgebied. Middels de literatuuromschrijvingen en luchtopnamen van 4 april 1945 en 19 juni 1945 kan de indicatie niet naar het onderzoeksgebied worden herleid. De indicatie wordt derhalve niet verder in het onderzoek meegenomen.
SCHAAL (1:X): 40.000
BEELDNUMMER(S): 1003; 2004
BESCHRIJVING: Op de betreffende luchtopnamen zijn geen relevante, aanvullende waarnemingen gedaan. De indicatie duidt op bevrijdingsgevechten in (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied. Op basis van de omschrijvingen lijkt het te gaan om beschietingen met infanteriemunitie. Niet alle genoemde panden kunnen naar een exacte locatie worden herleid. Ook op de luchtfoto’s van 19 juni 1945 zijn de gevolgen van de beschietingen niet zichtbaar. In het onderzoeksgebied zijn eveneens geen vergravingen waargenomen waarvanuit de Duitsers soldaten zich verdedigden. Voor de betreffende indicatie wordt geen verdacht gebied afgebakend.
DATUM: 04-04-1945 05-04-1945
‘Op 4 april werd, bij een aanval van Engelse vliegtuigen op de brug bij De Haandrik, Roelof Meilink dodelijk getroffen.’39 SORTIE NR.: 16-1990 Stappen door de oorlogsjaren van Gramsbergen ‘(…) begonnen de Canadezen, vanuit een positie achter de Vilsterborg, op de boerderijen van Hazelaar en Haandrikman te schieten. Ook schoten ze op het huis van Dolf Ambergen, bij de spoorbrug. De boerderijen en het huis werden door de Canadezen, met tussenpozen, hevig beschoten. (…) Berend Meilink zag dit allemaal vanaf Habers aan de Kilseweg, waar hij in de aardappelkuil lag. De Canadezen beschoten de boerderijen een hele tijd voordat deze begon te roken en later te branden.’40 ‘Hij stond achter het huis en wees richting De Haandrik. “Kijk, daar staat wat in brand”. Later bleken dat de boerderijen van Hazelaar, Haandrikman en het café restaurant van mijn oom Fokke (Fokke Kiewiet) te zijn. (…) De patrouille was inmiddels, voorafgegaan door een hond die alle schuttersputjes die langs de weg waren gegraven nazocht, verdwenen in het dorp. Maar zo voorzichtig als ze het dorp binnen gingen, zo snel kwamen ze er weer uit. Ze renden richting ’t Welgelegen – De Esch. Toen bleek als snel waarom, want ze werden op de huid gezeten door twee gevechtscarriers, bemand door Canadezen en iemand van het verzet, zoals later bleek.
De Duitse patrouille trok zich terug via De Esch en via De Oldenhof langs de woningen van Merjenburgh en Van der Haar. (…) De Canadezen hadden inmiddels toch wat beweging gezien en gaven een paar enorme salvo’s met lichtspoormunitie, langs de woning van Van der Haar. Maar de Duitsers hadden er blijkbaar genoeg van en trokken terug via de Oldenhof naar Ane.’41
Bericht betreffende oorlogsschade: ‘Totaal vernielde panden zijn: 1e De boerderij van J. Hazelaar te De Haandrik. 2e De boerderij van H. Haandrikman te De Haandrik. 3e Café met woonhuis van A. Hambergen te De Haandrik. Panden met glasschade: J.F. Bril te De Haandrik. R. Meilink id J.H. Prenger id J. Hans id. H. Noppers id. (…)’43
‘(...) de eerste Canadese verkenners met twee snelle brencarriers vanaf De Haandrik de Stationsstraat [Gramsbergen] inrollen, waar ze stopten om informatie te krijgen omtrent hun tegenstanders. (…) Op De Esch werd hevig geschoten, waarna de Duitsers het hazenpad kozen. Na de eerste verkenning trokken de Canadezen zich weer terug op De Haandrik, de Gramsbergers de nacht in een soort niemandsland vol spanning achterlatend.’42 Vooronderzoek Vechtbrug “De Haandrik”, ooggetuige Haandrikman ‘De Vechtbrug is aan het einde van de oorlog geprobeerd op te blazen, maar het verzet heeft hier een stokje voor gestoken. Waar uiteindelijk de
De indicatie duidt op het mogeljik achterblijven van explosieven in het water bij de Vechtbrug. Een exacte locatie wordt niet genoemd en enkel het vermoeden
38 Bolks e.a., Stappen door de oorlogsjaren, 30-31. 39 Ibidem, 192. 40 Ibidem, 267-268. 41 Ibidem, 173-175. 42 Ibidem, 30-31. 43 Bericht van de burgemeester van Gramsbergen betreffende oorlogsschade, 17 mei 1945, Gemeentearchief Hardenberg, 050 Gemeente Gramsbergen, 1925-1950, inv. nr. 239.
396-019-VO-01
Pagina 30 van 71
DATUM:
LITERATUUR:
NATIONALE ARCHIEVEN
INTERNATIONALE ARCHIEVEN
explosieven zijn gebleven is onbekend. Niet onwaarschijnlijk is dat ze de explosieven in het water hebben gegooid.’44 06-04-1945
DATUM: 19-06-1945
Toen Hardenberg Bowler was ‘Hardenberg werd door de Canadezen bevrijd op 6 april 1945. (…) Er was een bepaalde tactiek die bij de bevrijding gebruikt werd. Eerst zouden kleine Canadese troepen belangrijke bruggen in handen zien te krijgen. Dat waren dus verkenners. (…) De Canadezen behoorden allemaal tot hetzelfde regiment, namelijk het 18th Armoured Car Regiment oftewel de XII Manitoba Dragoons. (…) Om 10.25 werd het kanaal door de eerste en de derde troop overgestoken. De eerste troop ging richting Hardenberg. De derde ging richting Gramsbergen. Om 11.25 meldden ze dat de Vechtbrug bij Gramsbergen (Cn : Collar) intact was en geschikt voor zware voertuigen. Ze trokken verder naar Lutten (Cn – Tille) en maakten daar acht krijgsgevangenen. Om 12.35 meldden ze dat Lutten gezuiverd was. Daarna ging de eerste troop richting Coevorden en meldde dat alle bruggen van Lutten naar Coevorden intact zijn. (…) Ondertussen was troop 1 weer ten oosten van Gramsbergen, waar er enige schermutselingen met de vijand plaatsvonden. De brug was opgeblazen, zodat de eerste troop niet terug kon keren.’45 SORTIE NR.: 34W-S0004
23-08-1946
HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: van een ooggetuige wordt door ECG niet als feitelijke aanwijzing beschouwd. De indicatie wordt derhalve niet verder in het onderzoek meegenomen. De indicatie duidt op de bevrijding van Hardenberg. Over de mogelijke gevechten ten oosten van Gramsbergen zijn in de War Diaries geen verslagen gevonden. De gevechtshandelingen zijn derhalve niet feitelijk herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie is derhalve contextueel van aard.
SCHAAL (1:X): 30.000
BEELDNUMMER(S): 5043; 5044; 5088; 5089
Minefield Clearance Certificate Bij kaartvierkant 279-488 is een poging gedaan tot het ruimen van mijnen door 1 Pi. Btl. 758. De datum, hoeveelheid en type mijnen die mogelijk konden worden aangetrofen, waren allen onbekend. Er werden geen mijnen geruimd.46
BESCHRIJVING: Op de betreffende luchtopnamen zijn geen relevante, aanvullende waarnemingen gedaan. De indicatie duidt op een geregistreerd mijnenveld in het onderzoeksgebied, waar door de ruimingsploeg geen mijnen werden aangetroffen. In het WSCS-OCE wordt deze situatie als volgt omschreven: ‘Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD géén landmijnen aangetroffen.’ In lijn met het WSCSOCE wordt voor de indicatie geen verdacht gebied afgebakend.
Bron: Mine Clearing Certificate, Explosieven Opruimingsdienst Defensie, sheet 3306 Coevorden (G.S.G.S. 4414), 1g.
44 Van den Herik Kust- & Oeverwerken B.V., Vooronderzoek Vechtbrug “De Haandrik”, 8. 45 K. Berends, Toen Hardenberg Bowler was. De geschiedenis van Hardenberg in de Tweede Wereldoorlog (Hardenberg 1995). 46 Mine Clearing Certificate, Explosieven Opruimingsdienst Defensie, sheet 3306 Coevorden (G.S.G.S. 4414), 1g.
396-019-VO-01
Pagina 31 van 71
DATUM:
LITERATUUR:
02-10-1978
NATIONALE ARCHIEVEN Rapport betreffende bommelding ‘In de grond, welke door mij wordt gebruikt in de gemeente Gramsbergen, kadastraal bekend onder nummer 3286, sectie D, zou volgens de geruchten een bom uit de Tweede Wereldoorlog liggen. Deze bom zou onder een betonnen paaltje, wat ergens in dat stuk grond staat, verscholen liggen. Naar aanleiding van deze geruchten verzoek ik U om een nader onderzoek in te stellen.’ 47 De geciteerde persoon, die het land bezat, woonde zelf in Vriezenveen. Op 5 maart 1979 verscheen bericht dat voorlopig van de zoekactie werd afgezien.48
Bron: Bijlage bij rapport betreffende bommelding, 2 oktober 1978, Archief Uitvoeringsopdrachten Explosieven Opruimingsdienst Defensie, MORA 19790112
INTERNATIONALE ARCHIEVEN
HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: De indicatie duidt op geruchten over een bom uit de Tweede Wereldoorlog. De aangeduide locatie bevindt zich binnen het onderzoeksgebied. Na instelling van een verkennende zoekactie besloot de gemeente van een zoekactie af te zien. Op basis van het literatuur- en archiefonderzoek is er geen indicatie naar de (directe omgeving van) de locatie herleidbaar. Ook op de geanalyseerde luchtfoto’s zijn op de genoemde plaats geen afwijkingen in het landschap waargenomen. Er is sprake van één bron, zijnde een rapport met schets op basis van geruchten die een persoon uit Vriezenveen heeft vernomen, die niet middels andere bronnen kan worden geverifieerd. Dit gecombineerd met het feit dat de gemeente van een zoekactie af zag én de eventuele munitie niet aan een indicatie kan worden gekoppeld, zorgt ervoor dat voor de aanwijzing geen verdacht gebied wordt afgebakend.
Tabel 5: Overzichtstabel oorlogshandelingen/indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.
47 Rapport betreffende bommelding, 2 oktober 1978, Archief Uitvoeringsopdrachten Explosieven Opruimingsdienst Defensie, MORA 19790112. 48 Bericht betreffende zoekactie naar vermoede explosieven, 5 maart 1979, Gemeentearchief Hardenberg, 049 Gemeente Gramsbergen, 1950-2000, inv. nr. 1702.
396-019-VO-01
Pagina 32 van 71
2.10 BEELDMATERIAAL BETREFFENDE OORLOGSHANDELINGEN IN EN NABIJ ONDERZOEKSGEBIED Schuttersputten bij De Vaart te Ane (13 maart 1945)
Figuur 3: Waargenomen schuttersputten langs De Vaart bij Ane, waarvan één in het onderzoeksgebied, op een luchtfoto van 13 maart 1945.
396-019-VO-01
Pagina 33 van 71
Krater N34 ter hoogte van Jodenweg te Hardenberg (13 maart 1945)
Figuur 4: Waargenomen krater langs het onderzoeksgebied bij de N34 ter hoogte van de Jodenweg te Hardenberg op een luchtfoto van 13 maart 1945.
396-019-VO-01
Pagina 34 van 71
2.11 ANALYSE INDICATIES UIT INDICATIE ONDERZOEK Conform paragraaf 6.5.2 van het WSCS-OCE wordt hieronder per achterhaalde indicatie getracht aan de hand van tenminste twee onafhankelijk en verifieerbare bronnen tot de conclusie te komen of er voldoende aanwijzingen zijn om gebieden als verdacht of onverdacht aan te merken. Daarnaast hanteert ECG met betrekking tot indicaties welke zijn achterhaald op basis van luchtfoto-interpretatie het uitgangspunt dat deze in veel gevallen voldoende feitelijk zijn om zonder verificatie van een tweede bron als uitgangspunt bij het trekken van een onderbouwde conclusie te dienen. De navolgende achterhaalde indicaties acht ECG voldoende feitelijk onderbouwd en tevens voldoende herleidbaar naar een locatie om tot een conclusie te komen: -
Op de luchtfoto’s van 13 maart 1945 is ten zuiden van De Vaart te Ane, bij de brug over de Vecht waarover Duitse soldaten terugtrokken, in het onderzoeksgebied een schuttersput waargenomen. Ook vlak buiten het onderzoeksgebied bevinden zich twee schuttersputten. MOGELIJKE OORZAKEN VOOR DE AANWEZIGHEID VAN ACHTERGEBLEVEN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN
LUCHTAANVALLEN
Bombardement
Beschieting met boordwapens
Beschieting met raketten
Vliegtuigcrash/ Inslag V-wapen
GRONDGEVECHTEN
MUNITIE
(SECUNDAIRE GEVOLGEN)
VERNIETIGING
Blindgangers (bijv. artillerie beschieting)
In stellingen achtergelaten, gedumpt of bedolven
MILITAIR GEBRUIK
MUNITIE OPSLAG
Springputten en dergelijke
Militair oefenterrein
Munitie fabricage en/of opslag
Munitiedump of stort
Stationering militairen
Munitie inrichtingen
Munitiedump in water
Vliegveld
Incident munitieopslag
(afzinking)
Mijnenveld(en)
(explosie)
Vernielingsactiviteiten
Figuur 5: Schema met achterhaalde oorzaken/scenario’s voor indicaties betreffende de vermoedelijke aanwezigheid van CE.
396-019-VO-01
Pagina 36 van 71
3 HET CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK In het onderzoeksgebied kunnen na de oorlog activiteiten hebben plaatsgevonden die de kans op de aanwezigheid van Conventionele Explosieven kunnen beïnvloeden. Dit betreft bijvoorbeeld grondroerende werkzaamheden zoals ontgravingen, de aanleg van wegen en watergangen, agrarische activiteiten, bouw van opstallen en andere grondroerende werkzaamheden) waarbij verondersteld mag worden dat bij deze werkzaamheden eventuele aangetroffen CE zijn gemeld en geruimd. Er kunnen activiteiten hebben plaatsgevonden waarbij grond is aangevoerd welke mogelijk CE bevatten (redepositie). Onder contra-indicaties worden ook opsporingswerkzaamheden door zowel de EOD (en haar voorgangers) en civiele opsporingsbedrijven verstaan. In dit hoofdstuk zullen eerst middels kaartvergelijking in grove lijnen de ontwikkelingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en de omgeving ervan worden getoond. Vervolgens wordt specifieker ingegaan op de naoorlogse ontwikkeling van het deelgebied waarvoor feitelijke aanwijzingen op de aanwezigheid van Conventionele Explosieven zijn achterhaald.
3.1
KAARTVERGELIJKING TEN BEHOEVE VAN CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK
Het vaststellen van naoorlogse grondroerende activiteiten gebeurt conform het WSCS-OCE deels aan de hand van een kaartvergelijking. Middels topotijdreis49 is de ontwikkeling van het onderzoeksgebied na de Tweede Wereldoorlog geanalyseerd. Door deze kaarten te bestuderen, kan worden bepaald of (en zo ja: waar) er binnen het onderzoeksgebied grootschalige veranderingen hebben plaatsgevonden. Op de volgende pagina’s zijn de overzichten van omstreeks 1965, 1985 en 2005 weergegeven. Uit de kaartvergelijking valt op de maken dat de loop van de Vecht binnen het onderzoeksgebied naoorlogs weinig veranderingen heeft ondergaan. Bij De Haandrik is de stuw en schutsluis gedurende de jaren negentig vernieuwd. Deze liep eerder meer noordwaarts tot buiten het onderzoeksgebied. Het gebied tussen De Haandrik en Gramsbergen lijkt door de jaren heen meer te zijn gecultiveerd, wat overigens voor het hele onderzoeksgebied geldt. De stad Gramsbergen is in de loop der tijd redelijk stapsgewijs uitgebreid. Ten westen van Gramsbergen is gedurende de jaren zeventig het Gat van Joosten gerealiseerd. Bij Hardenberg is de wijk Baalder tot aan het onderzoeksgebied uitgebreid. Dit geschiedde met name in de jaren tachtig.
49 http://topotijdreis.nl
396-019-VO-01
Pagina 37 van 71
3.2
BEELDVERGELIJKING DE VAART TE ANE
Het vaststellen van grondroerende activiteiten gebeurt conform het gestelde in het WSCS-OCE, deels aan de hand van beeldvergelijking van satellietbeelden met luchtfoto's uit het tijdvak 1939-1945. Voor de beeldvergelijking worden in dit onderzoek de luchtfoto’s van 19 juni 1945 gebruikt. Met behulp van deze luchtfoto’s zijn naoorlogse veranderingen in het landschap geanalyseerd in de omgeving van de locatie die middels het indicatieonderzoek in hoofdstuk 2 als verdacht kan worden aangemerkt. De beeldvergelijking met betrekking tot de locatie van de schuttersputten is op de volgende pagina weergegeven (tekening 396-019-TE-08). Op basis van de beeldvergelijking kan worden gesteld dat De Vaart naoorlogs is vernieuwd. Ter plaatse van de schuttersput binnen het onderzoeksgebied is na de Tweede Wereldoorlog een weg gerealiseerd. Verder valt op dat de brug over de Vecht naoorlogs is vernieuwd en de watergang is drooggelegd. De grond is er opgehoogd. Gezien de wegenbouw bij de schuttersput is het mogelijk dat er naoorlogs kabels en leidingen zijn gelegd.
396-019-VO-01
Pagina 41 van 71
3.3
KLIC-MELDING
Uit paragraaf 3.2 bleek dat ter plaatse van de schuttersput in het onderzoeksgebied bij De Vaart te Ane naoorlogs wegen zijn aangelegd. Er bestaat daarom een verhoogde kans op de aanwezigheid van kabels en leidingen in de bodem. Ten behoeve van het in kaart brengen van contra-indicaties heeft ECG in januari 2020 een KLIC-melding gedaan bij het Kadaster te Zwolle.50 Resultaat van deze melding is de wetenschap dat er op de locatie in het onderzoeksgebied waar een schuttersput is waargenomen, meerdere kabels en leidingen liggen. Maatvoering omtrent de getoond kabels en leidingen ontbreekt.
Figuur 6: Overzicht kabels en leidingen bij De Vaart te Ane.
50 Vermeld dient te worden dat de gegevens omtrent ondergrondse infrastructuur zoals deze door de uitgevoerde
oriëntatie zijn verkregen, een geldigheidsduur hebben van maximaal 20 werkdagen na aanvraag.
396-019-VO-01
Pagina 43 van 71
3.4
SAMENVATTING NAOORLOGSE WERKZAAMHEDEN
In en nabij het onderzoeksgebied zijn verschillende contra-indicatieve werkzaamheden/activiteiten achterhaald. Deze betreffen onder andere: ▪ ▪ ▪
Ruilverkaveling in grote delen van het onderzoeksgebied. De aanleg en vernieuwing van wegen. Het aanleggen van kabels en leidingen.
In het navolgende contra-indicatie schema (Figuur 10) is het achterhaalde contra-indicatieve aspect weergegeven: MOGELIJKE OORZAKEN VOOR CONTRA-INDICATIES VAN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN
GRONDROERENDE WERKZAAMHEDEN
Ontgravingen
Gronddepositie
BAGGERWERKZAAMHEDEN
OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN
EODD en voorgangers
Civiele opsporingsbedrijven
Figuur 7: Schema met oorzaken/scenario’s voor contra-indicaties betreffende de aan/afwezigheid van CE binnen het onderzoeksgebied.
396-019-VO-01
Pagina 44 van 71
4 AFBAKENING VERDACHT GEBIED Op basis van bronstudie zijn indicaties achterhaald die tot de directe omgeving van het onderzoeksgebied zijn te herleiden. Tevens zijn er in de omgeving van het onderzoeksgebied contraindicaties achterhaald waardoor het mogelijke risico op het aantreffen van conventionele explosieven wordt verminderd.
4.1
ANALYSE AFWEGING INDICATIES EN CONTRA-INDICATIES
Het verdachte gebied zal in deze paragraaf, indien mogelijk, horizontaal worden afgebakend aan de hand van bijlage 3 van het WSCS-OCE (zie bijlage 6). Van de richtlijnen uit de afbakeningstabel mag gemotiveerd worden afgeweken. De achterhaalde indicaties zijn (waar plausibel) gehanteerd bij de horizontale afbakening van verdacht gebied. Vanuit veiligheids- en risicoperspectief worden de indicaties (waar mogelijk) voorzien van zogenaamde risicobuffers waarin zich theoretisch achtergebleven munitieartikelen en/of blindgangers zouden kunnen bevinden. De bijlage uit het WSCS-OCE en de daarin geschetste indicaties zijn niet te beschouwen als volledig dekkend voor ieder achterhaalbaar scenario. Het gevolg hiervan is dat achterhaalde oorlogshandelingen in sommige gevallen geïndiceerd worden naar de meest in de lijn van de gebeurtenis liggende omschrijving of een gemotiveerde afgeleide hiervan. Voorafgaand aan een afbakening van verdacht gebied, vindt er een afweging plaats omtrent de aangetroffen indicaties en contra-indicaties. In de periode na de oorlog hebben er in bepaalde bodemlagen grondroerende werkzaamheden plaatsgevonden. Het uitgangspunt in deze is dat bij de reeds uitgevoerde grondroerende werkzaamheden eventuele aangetroffen Conventionele Explosieven gemeld en geruimd zouden zijn.
In deze paragraaf volgt per aangetroffen indicatie in combinatie met de aangetroffen contra-indicaties een analyse betreffende het vraagstuk over een verhoogde kans op het aantreffen van CE binnen het onderzoeksgebied. Schuttersputten bij De Vaart te Ane (13 maart 1945) - Op luchtopnamen van 13 maart 1945 is ten noorden van de brug over de Vecht, langs De Vaart te Ane in het onderzoeksgebied een schuttersput waargenomen. Net buiten het onderzoeksgebied zijn nog eens twee schuttersputten waargenomen. - Uit een beeldvergelijking van luchtfoto’s van 19 juni 1945 met hedendaagse satellietbeelden blijkt dat ter plaatse van de schuttersputten een weg is aangelegd. - Uit een Klic-melding blijkt dat ter plaatse van de schuttersput in het onderzoeksgebied diverse naoorlogse kabels en leidingen zijn aangelegd, waarvoor ontgravingen moeten hebben plaats gehad. - Uit de naoorlogse ruimingen zijn geen gegevens met betrekking tot munitievonden in (de directe omgeving van) de schuttersputten naar voren gekomen.
396-019-VO-01
Pagina 45 van 71
Op basis van de aangetroffen gegevens betreffende naoorlogse werkzaamheden en het ontbreken van CE-ruimingen die tot de indicatie te herleiden zijn, concludeert ECG dat op basis van het achterhaalde het niet aannemelijk is dat er sprake is van een verhoogde kans op het aantreffen van gedumpte Conventionele Explosieven als gevolg van dumping in schuttersputten. Het onderzoeksgebied is derhalve onverdacht op het aantreffen van Conventionele Explosieven. Een horizontale en verticale afbakening van verdachte gebieden en een inventarisatie van te verwachten aan te treffen CE is niet van toepassing (zie bijlage 1 voor de CE Bodembelastingskaart).
396-019-VO-01
Pagina 46 van 71
5 LEEMTEN IN KENNIS ▪
Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD en het SSA.
▪
Er heeft beperkte controle plaatsgevonden of de ontleende adresgegevens corresponderen met mogelijk in de loop van de jaren veranderde huisnummering, straatnamen of perceelindelingen.
▪
Niet alle aangevraagde meldingsrapportages konden worden door de EOD worden aangeleverd.
▪
Bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur en archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD zijn niet te herleiden naar een specifieke locatie.
▪
In het Gemeentearchief Hardenberg bleek in het archief 013 Gemeente Ambt Hardenberg, 19141941 in de map met inventarisnummer 1515, volgens de inventaris genaamd ‘Stukken betreffende de achtergelaten goederen van het Nederlandse leger (1940)’, andere informatie te zitten. De juiste map kon door de archivaris niet worden aangeleverd.
▪
Op 1 oktober 1940 werd melding gemaakt van een blindganger in de uiterwaarden van de Vecht. Er werd besloten de bom te laten zitten en de locatie op het kadaster aan te tekenen. De locatie kon middels de geraadpleegde literatuur- en archiefgegevens niet worden achterhaald. Voor de betreffende indicatie kan derhalve geen verdacht gebied worden afgebakend.
▪
Op de luchtfoto’s van 13 maart 1945 is bij de huidige N34 te Hardenberg, ongeveer ter hoogte van de Jodenweg, een krater waargenomen. Op basis van het literatuur- en archiefonderzoek kan niet worden vastgesteld of deze het gevolg is een vernielingslading of afwerpmunitie.
▪
In 1979 werd melding gemaakt van geruchten omtrent de mogelijke aanwezigheid van een bom in het onderzoeksgebied. Het is niet bekend op basis van welke informatie de geruchten zijn ontstaan. Het is eveneens niet bekend waarom de gemeente na een verkennende zoekactie van een zoekactie af zag. Aangezien de indicatie niet met andere bronnen (literatuur, archief, luchtfoto’s) kan worden geverifieerd is geen verdacht gebied afgebakend.
▪
Er zijn geen luchtfoto’s van het onderzoeksgebied vlak na de bevrijding beschikbaar.
▪
ECG beschikt niet over de complete informatie aangaande de maatvoering van de waargenomen naoorlogse grondroerende werkzaamheden.
396-019-VO-01
Pagina 47 van 71
6 CONCLUSIE EN ADVIES Het doel van deze studie is het verkrijgen van een, door middel van het verzamelen en verwerken van relevant historisch feitenmateriaal, gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1. Is het onderzoeksgebied of delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven oftewel van VERDACHT gebied? Op basis van het onderzoek zijn er gegevens achterhaald die erop wijzen dat (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied betrokken zijn geweest bij oorlogshandelingen. Zo werden in en direct bij het onderzoeksgebied in de meidagen van 1940 bruggen vernield. Vanwege de succesvolle vernielingen en het gegeven dat er geen aanwijzingen zijn dat explosieven mogelijk in het onderzoeksgebied achterbleven, wordt geen verdacht gebied afgebakend. Voor de bevrijdingsgevechten is eveneens geen verdacht gebied afgebakend, daar de beschietingen met infanterie niet voldoende een een exacte locatie kunnen worden herleid. Een indicatie die wel feitelijk naar (een exacte locatie binnen) het onderzoeksgebied kan worden herleid, betreft de aanwezigheid van een schuttersput bij De Vaart te Ane. Er is derhalve sprake van een verhoogde kans op gedumpte CE. 2.
Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk VERDACHT) gebied als ONVERDACHT kan worden aangemerkt? Ter plaatste van de schuttersput bij De Vaart te Ane is middels een beeldvergelijking vastgesteld dat op de locatie naoorlogs een weg is gerealiseerd. Middels een Klic-melding is tevens vastgesteld dat zich op de locatie meerdere kabels en leidingen bevinden. Er zijn geen naoorlogse ruimingen van explosieven in deze omgeving bekend. Vanwege de naoorlogse ontgravingen wordt de locatie als onverdacht aangemerkt. Het onderzoeksgebied is ONVERDACHT op het aantreffen van CE. 3. Indien er sprake is van VERDACHT gebied wat is dan de (sub)soort, hoeveelheid en de verschijningsvorm van de vermoede Conventionele Explosieven? Er is geen sprake van een feitelijk verdacht gebied. ECG adviseert u om de geplande werkzaamheden op reguliere wijze uit te voeren en het opsporingsproces niet verder voort te zetten. Hoewel er geen feitelijke aanleiding is het onderzoeksgebied verdacht te verklaren, adviseert ECG u om het uitvoerend personeel voorafgaand aan werkzaamheden in de te bewerken gebieden altijd te instrueren (aan de hand van bijlage 3 Protocol Toevalsvondst) geen verdere acties te ondernemen in het geval van het onverhoopt aantreffen van munitieverdachte objecten en terstond contact op te nemen met de (plaatselijke) politie: telefoon 0900-8844.
Tevens wordt u geadviseerd om in een dergelijke situatie contact op te nemen met een WSCS-OCE gecertificeerd opsporingsbureau en gezamenlijk vast te stellen of opschaling noodzakelijk is. 396-019-VO-01
Pagina 48 van 71
7 OVERZICHT VAN GEHANTEERDE BRONNEN Archieven: ▪ Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg (Duitsland) ▪ Explosieven Opruimingsdienst van het ministerie van Defensie te Rijswijk en Soesterberg ▪ Gemeentearchief Hardenberg te Hardenberg ▪ Historisch Centrum Overijssel te Zwolle ▪ Luchtfotoarchief Topografische Dienst/Kadaster te Zwolle ▪ Nationaal Archief te Den Haag ▪ National Archives te London (Engeland) ▪ National Archives and Records Administration te Washington (VS) ▪ National Collection of Aerial Photography/The Aerial Reconnaissance Archives/Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh (Schotland) ▪ National Air Photo Library te Ottowa (Canada) ▪ Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag ▪ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust – en Genocidestudies ▪ Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk ▪ Speciale Collecties Wageningen University te Wageningen Literatuur: ▪ Amersfoort, H. en P. Kamphuis (red.), Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (Den Haag 2005). ▪ Bakker, G.L., De spannende aprildagen van 1945 (niet gepubliceerd). ▪ Berends, K., Toen Hardenberg Bowler was. De geschiedenis van Hardenberg in de Tweede Wereldoorlog (Hardenberg 1995). ▪ Bollen, H. e.a., Canadezen in actie. Nederland najaar ’44 – voorjaar ’46 (Warnsveld 1994). ▪ Bolks, K.
e.a., Stappen door de oorlogsjaren van Gramsbergen, 1940-1945 (Gramsbergen 2006). ▪ Cornelissen, C., Van Grasmat tot Fliegerhorst: een oorlogsdocumentatie over de luchtstrijd boven het oostelijk deel van Overijssel (Oldenzaal 1998). ▪ Eversteijn, T., Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (niet gepubliceerd). ▪ Heijink, G., Met onvergetelijke moed : oorlog, verzet en bevrijding in N.O. Overijssel en omgeving van: Hardenberg, Gramsbergen, Lutten, Dedemsvaart, Ommen, Vroomshoop, Mariënberg, Bergentheim, Slagharen en omgeving (Hardenberg 2005). ▪ Hilbrink, C., M. Kienhuis en K. Vos, De Pruus komt!: Overijssel in de Tweede Wereldoorlog (Zwolle 1990). ▪ Lensen, J.L., Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog (niet gepubliceerd). ▪ Luisman, F.J., Saksers onder het Duitse juk. Herinneringen uit de oorlogsperiode 1940-1945 in N.O. Overijssel (De Krim-Hardenberg 1981). ▪ Penders, A.F.J., De krijgsverrichtingen ten oosten van de IJssel en in de IJssellinie, mei 1940 (Den Haag 1952). 396-019-VO-01
Pagina 49 van 71
▪ Pol, H.J.A.G., Onze vergeten bevrijders: een onderzoek naar de verrichtingen van de Engelse en de Canadese troepen in Oost-Nederland maart-april 1945 (z.p. 1997). ▪ Roest, H., Overijssel bevrijd (Ljubljana 1994). ▪ Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden 1947). ▪ Stacey, The victory campaign. The operations in north-west Europe 1944-1945, Volume III (Ottawa 1960). ▪ Wonink, H., Stille getuigen 1940-1945: tastbare herinneringen aan de oorlogsjaren in Oost Nederland (Hengelo 1990). ▪ Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 1 (Den Haag 1990). ▪ Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 2 (Den Haag 1993). Overige rapportages/documentatie: ▪ Beoordelingsrichtlijn voor het Procescertificaat “Opsporen Conventionele Explosieven (OCE)” versie 2007-02 (8 februari 2007). ▪ T&A Survey B.V., Historisch Vooronderzoek naar de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven ter plaatse van spoortracé Almelo-Coevorden projectnummer: GPR2058.106 (Amsterdam 19 april 2012). ▪ Van den Herik Kust- & Oeverwerken B.V., Vooronderzoek Vechtbrug “De Haandrik” projectnummer: 6975 VO OCE V1 (Sliedrecht 15 mei 2007) ▪ Vereniging voor Explosieven Opsporing, Handreiking vooronderzoeken BRL-OCE versus WSCSOCE.
Notitie 3VEO-VOO.05667.V (Geldermalsen 16 april 2013). ▪ Werkveld specifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE: 2012, versie 1), Staatscourant 2012 nr. 4230 (Den Haag 2012) 106144. Internet: ▪ https://archieven.nl ▪ https://dotkadata.nl ▪ https://explosievenopsporing.nl ▪ https://gahetna.nl ▪ https://gemeenteatlas.nl ▪ https://hardenberg.nl ▪ https://historischcentrumoverijssel.nl ▪ https://maps.google.nl ▪ https://topotijdreis.nl
396-019-VO-01
Pagina 50 van 71
8 BIJLAGEN BIJLAGE 1: CE-BODEMBELASTINGKAART
396-019-VO-01
Pagina 51 van 71
BIJLAGE 2: SYSTEEM CERTIFICATEN OPSPOREN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN
396-019-VO-01
Pagina 53 van 71
BIJLAGE 3: PROTOCOL TOEVALSVONDST .
396-019-VO-01
Pagina 54 van 71
LEGENDA
Start-werk vergadering
Actie aannemer Actie opdrachtgever Actie Politie Actie EOD Vervolgstap Communicatielijn
Personeel informeren hoe te handelen bij vondst van een (vermoedelijk) explosief
Werkzaamheden
Eventueel toolbox door een Senior OCEdeskundige
Aantreffen verdacht object bij werkzaamheden
Werkzaamheden staken
Opdrachtgever in kennis stellen van vondst
(In overleg met politie) Afzetten van het terrein
Het object niet beroeren!
Personen uit de omgeving van het object verwijderen
Maatregelen treffen tegen roeren of verplaatsen object
Bij het melden van vondst: - Naam, functie en telefoonnummer van de melder - De ligplaats van het object - Een omschrijving van het object (kleur, vorm, lengte, breedte, diameter, etc.) - Hoeveel objecten er zijn aangetroffen - Naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bekend is met de ligplaats van het object - (Indien mogelijk:) Een foto van het object
Politie in kennis stellen van vondst (0900-8844)
Na het aantreffen van een vermoedelijk explosief
EOD in kennis stellen van vondst
Maak geen melding van de vondst op social media!
Bevoegd Gezag in kennis stellen van vondst
Identificatie van het object
EOD arriveert bij vindplaats
Object is geen explosief
Object is een explosief
Ruiming explosief door EOD
In overleg met EOD bepalen of het om een incidentele vondst gaat JA
Incidentele vondst
Na identificatie en eventuele ruiming
Werkzaamheden hervatten
NEE Verdacht gebied
Werkzaamheden hervatten na aanvullende maatregelen
Instructies van de medewerkers van de EOD en het Bevoegd Gezag dienen strikt opgevolgd te worden!
BIJLAGE 4: TOELICHTING VERPLICHTE EN AANVULLENDE BRONNEN WSCS-OCE Toelichting verplichte bronnen WSCS-OCE Literatuur Aan de start van het bronnenonderzoek wordt op basis van literatuuronderzoek een lijst opgesteld met oorlogshandelingen die relevant zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied (indicaties). Deze lijst bevat tevens een verwijzing naar de data waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Gemeentelijk en provinciaal archief Bij het raadplegen van het gemeentelijk en provinciaal archief dienen ten minste de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde CE en de oorlogsschaderapporten te worden geraadpleegd. Indien deze stukken niet aanwezig zijn, dient dit te worden vermeld in de rapportage. Explosieven Opruimings Dienst Defensie Bij het raadplegen van het archief van de Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EOD) dient als eerste de database met meldingen van aangetroffen CE en de collectie mijnenveldkaarten te worden geraadpleegd. Indien in de database met meldingen van aangetroffen CE indicaties voor de aanwezigheid van CE worden aangetroffen, dient de collectie MORA’s/UO’s te worden geraadpleegd. Indien in de collectie mijnenveldkaarten indicaties voor de aanwezigheid van CE worden aangetroffen, dient de collectie mijnenveld ruimrapporten te worden geraadpleegd.
NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies De organisatie raadpleegt de Collectie Departement van Justitie (toegangsnummer 216k) en de Collectie Generalkommissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West (toegangsnummer 077) uit het archief van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Nationaal Archief te Den Haag De organisatie raadpleegt de collectie “Binnenlandse Zaken” (toegangsnummer 2.04.53.15) waarin de berichten van gemeenten aan de Rijksinspectie Luchtbescherming te Den Haag in de periode 1940-1943 zijn ontsloten. Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk De organisatie raadpleegt de collectie van de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) waarin de ruimingen in de periode 1945-1947 zijn ontsloten. Luchtfotocollectie Wageningen Universiteit en Topografische Dienst De organisatie dient beschikbare luchtfoto’s betreffende de datum waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden te inventariseren. Daaruit worden de bruikbare luchtfoto’s geselecteerd. Bij de selectie van luchtfoto’s dient rekening te worden gehouden met: opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen, kwaliteit van het fotobeeld en de schaal. De organisatie interpreteert de geselecteerde luchtfoto’s ten minste op schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen 396-019-VO-01
Pagina 56 van 71
en de aanwezigheid van militaire werken. De interpretatie van luchtfoto’s dient te geschieden door een deskundige met ervaring in de interpretatie van luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945. De organisatie dient de beschikbare luchtfoto’s te rapporteren en daarin tevens de selectie te motiveren. Indien er indicaties zijn voor de aanwezigheid van CE, dient de organisatie de luchtfoto’s en/of satellietbeelden te verzamelen met dekking van het onderzoeksgebied uit de naoorlogse periode. De organisatie vergelijkt de luchtfoto’s/satellietbeelden met luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945, met als doel te inventariseren welke naoorlogse ontwikkelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden waarbij grond is geroerd of verzet. Conform het gestelde in het WSCS-OCE dient er aanvullend in een aantal gevallen uitgeweken te worden naar de volgende bronnen: Toelichting aanvullende bronnen WSCS-OCE Conform het gestelde in het WSCS-OCE dient er aanvullend in een aantal gevallen uitgeweken te worden naar de volgende bronnen: NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies De organisatie raadpleegt de literatuurcollectie van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) indien onvoldoende informatie aanwezig is om een totaalbeeld te vormen van oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied.
Nederlands Instituut voor Militaire Historie De collectie “Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940–1945)” met collectienummer 575 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) dient ten minste te worden geraadpleegd indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat Duitse militaire werken in het onderzoeksgebied aanwezig waren tijdens de Tweede Wereldoorlog. De collectie “Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940” met collectienummer 409 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie dient ten minste te worden geraadpleegd indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat grondgevechten hebben plaatsgevonden in de periode mei 1940. The National Archives Londen/Bundesarchiv-Militärarchiv/The National Archives Washington DC Er dient aanvullend bronnenonderzoek plaats te vinden indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, waarbij mogelijk CE in het onderzoeksgebied terecht zijn gekomen, maar er onvoldoende informatie aanwezig is in de Nederlandse archieven en op de geraadpleegde luchtfoto’s over: ▪ ▪
de aard van de oorlogshandeling; het aantal en de soort CE dat tijdens de oorlogshandeling is ingezet;
396-019-VO-01
Pagina 57 van 71
▪
de inslaglocaties van CE.
Aanvullend onderzoek omvat één of meerdere van de onderstaande buitenlandse archieven (zie paragrafen 2.6.6 en 2.6.8):51 ▪ ▪ ▪
The National Archives te Londen; Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg; The National Archives te Washington DC.
Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives/National Collection of Aerial Photography Indien de verplichte luchtfotoarchieven onvoldoende resultaat opleveren, wordt aanvullend de Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives geraadpleegd.52 Op de inventarisatie en selectie van luchtfoto’s is hetgeen bepaald onder verplichte bronnen van toepassing. Wanneer uit het bronnenmateriaal relevante feiten naar voren komen, wordt met behulp van voetnoten en bronvermelding een verwijzing gegeven naar de vindplaats van de betreffende passages, afbeeldingen of documenten zodat alle gegevens desgewenst verifieerbaar zijn.53
51 De organisatie dient de keuze voor het te raadplegen archief/de te raadplegen archieven te motiveren in het rapport op
basis van het reeds verzamelde bronnenmateriaal. ECG beschikt over archiefbestanden uit The National Archives te Londen. Deze keuze is gebaseerd op de aanwezigheid van het aldaar aanwezige bronnenmateriaal welke betrekking heeft op de activiteiten van de in Nederland actieve diverse Geallieerde leger- en luchtmachtonderdelen. 52 De collectie The Aerial Reconnaissance Archives (TARA) is sinds 2014 ondergebracht bij de National Collection of Aerial Photography (NCAP). 53 ECG hanteert hiervoor de methodiek van onderzoek, annotatieregels en richtlijnen conform de systematiek van: P. de Buck e.a., Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (Rijswijk 1992).
396-019-VO-01
Pagina 58 van 71
BIJLAGE 5: GERAADPLEEGDE ARCHIEVEN Bundesarchiv-Militärarchiv RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: OMSCHRIJVING: 4 5. Abteilung (Ic; Feindaufklärung, Abwehr, geistige Betreuung) 4.1 Lagemeldungen, Lageberichte 205 Lageberichte Nr.246-Nr.258, 9. Mai 1940 – 21. Mai 1940 206
Lageberichte Nr.259-Nr.264, 22. Mai 1940 – 27. Mai 1940
207
Lageberichte Nr.265-Nr.270, 28. Mai 1940 – 1. Juni 1940
208
Lageberichte Nr.271-Nr.276, 3. Juni 1940 – 7. Juni 1940
209
Lageberichte Nr.277-Nr.282, 9. Juni 1940 – 13. Juni 1940
210
Lageberichte Nr.283-Nr.290, 15. Juni 1940 – 21. Juni 1940
211
Lageberichte Nr.292-Nr.298, 23. Juni 1940 – 29. Juni 1940
211a
1. Juli 1940 – 5. Juli 1940
212
Lageberichte Nr.305-Nr.317, 7. Juli 1940 – 19. Juli 1940
213
Lageberichte Nr.319-Nr.330, 21. Juli 1940 – 1. Aug. 1940
214
Lageberichte Nr.375-Nr.382, 15. Sept. 1940 – 22. Sept. 1940
215
Lageberichte Nr.383-Nr.391, 23. Sept. 1940 – 1. Okt. 1940
216
Lageberichte Nr.393-Nr.403, 3. Okt. 1940 – 13. Okt. 1940
217
Lageberichte Nr.404-Nr.414, 14. Okt. 1940 – 24. Okt. 1940
218
Lageberichte Nr.415-Nr.425, 25. Okt. 1940 – 4. Nov. 1940
219
Lageberichte Nr.426-Nr.434, 5. Nov. 1940 – 13. Nov. 1940
220
Luftlageberichte Nr.435-Nr.440, 14. Nov. 1940 – 19. Nov. 1940
221
Luftlageberichte Nr.441-Nr.447, 20. Nov. 1940 – 26. Nov. 1940
222
Luftlageberichte Nr.448-Nr.454, 27. Nov. 1940 – 3. Dez. 1940
223
Luftlageberichte Nr.455-Nr.463, 4. Dez. 1940 – 12. Dez. 1940
224
Luftlageberichte Nr.464-Nr.471, 13. Dez. 1940 – 21. Dez. 1940
225
Luftlageberichte Nr.472-Nr.479, 22. Dez. 1940 – 31. Dez. 1940
226
Luftlageberichte Nr.480-Nr.488, 1. Jan. 1941 – 9. Jan. 1941
227
Luftlageberichte Nr.489-Nr.497, 10. Jan. 1941 – 18. Jan. 1941
228
Luftlageberichte Nr.498-Nr.510, 19. Jan. 1941 – 31. Jan. 1941
229
Luftlageberichte Nr.511-Nr.519, 1. Feb. 1941 – 9. Feb. 1941
230
Luftlageberichte Nr.520-Nr.528, 10. Feb. 1941 – 18. Feb. 1941
231
Luftlageberichte Nr.529-Nr.538, 19. Feb. 1941 – 28. Feb. 1941
232
Luftlageberichte Nr.539-Nr.546, 1. März 1941 – 8. März 1941
233
Luftlageberichte Nr.547-Nr.554, 9. März 1941 – 16. März 1941
234
Luftlageberichte Nr.555-Nr.559, 17. März 1941 – 21 März 1941
235
Luftlageberichte Nr.560-Nr.562, 22. März 1941 – 24. März 1941
236
Luftlageberichte Nr.563-Nr.569, 25. März 1941 – 31. März 1941
237
Luftlageberichte Nr.570-Nr.575, 1. Apr. 1941 – 6. Apr. 1941
238
Luftlageberichte Nr. 577-Nr. 583, 8. Apr 1941 – 14. Apr. 1941
239
Luftlageberichte Nr.584-Nr.591, 15. Apr. 1941 – 22 Apr. 1941
396-019-VO-01
Pagina 59 van 71
RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: 240
OMSCHRIJVING: Luftlageberichte Nr.592 – Nr.599, 23. Apr. 1941 – 30. Apr. 1941
241
Luftlageberichte Nr.600 – Nr.605, 1. Mai 1941 – 6. Mai 1941
242
Luftlageberichte Nr.606 – Nr.613, 7. Mai 1941 – 14. Mai 1941
243
Luftlageberichte Nr.614 – Nr.625, 15. Mai 1941 – 26. Mai 1941
244
Luftlageberichte Nr.626 – Nr.637, 27. Mai 1941 – 7.Juni 1941
245
Luftlageberichte Nr.638 – Nr.645, 8. Juni 1941 – 15. Juni 1941
246
Luftlageberichte Nr.646 – Nr.655, 16. Juni 1941 – 25. Juni 1941
247
Luftlageberichte Nr.656 – Nr.660, 26. Juni 1941 – 30. Juni 1941
248
Luftlageberichte Nr.661 – Nr.666, 1. Juli 1941 – 6. Juli 1941
249
Luftlageberichte Nr.667 – Nr.672, 7. Juli 1941 – 12. Juli 1941
250
Luftlageberichte Nr.673 – Nr.678, 13. Juli 1941 – 18. Juli 1941
251
Luftlageberichte Nr.679 – Nr.684, 19. Juli 1941 – 24. Juli 1941
252
Luftlageberichte Nr.685 – Nr.691, 25. Juli 1941 – 31. Juli 1941
253
Luftlageberichte Nr.692 – Nr.700, 1. Aug. 1941 – 9. Aug. 1941
254
Luftlageberichte Nr.701 – Nr.707, 10 .Aug. 1941 – 16. Aug. 1941
255
Luftlageberichte Nr. 708 – Nr.713, 17. Aug. 1941 – 22. Aug. 1941
256
Luftlageberichte Nr.714 – Nr.719, 23. Aug. 1941 – 28. Aug. 1941
257
Luftlageberichte Nr.720 – Nr.725, 29. Aug. 1941 – 3.Sept. 1941
258
Luftlageberichte Nr.726 – Nr.730, 4. Sept. 1941 – 8.Sept. 1941
259
Luftlageberichte Nr.731 – Nr.736, 9. Sept. 1941 – 14. Sept. 1941
260
Luftlageberichte Nr.737 – Nr.742, 15. Sept. 1941 – 20. Sept. 1941
261
Luftlageberichte Nr. 743 – Nr.748, 21. Sept. 1941 – 26. Sept. 1941
262
Luftlageberichte Nr.749 – Nr.754, 27. Sept. 1941 – 2. Okt. 1941
263
Luftlageberichte Nr.755 – Nr.760, 3. Okt. 1941 – 9. Okt. 1941
264
Luftlageberichte Nr.761 – Nr.765, 10 .Okt. 1941 – 14. Okt. 1941
265
Luftlageberichte Nr.766 – Nr.769, 15. Okt. 1941 – 18. Okt. 1941
266
Luftlageberichte Nr.770 – Nr.774, 19. Okt. 1941 – 23. Okt. 1941
267
Luftlageberichte Nr.775 – Nr.778, 24. Okt. 1941 – 28. Okt. 1941
268
Luftlageberichte Nr.779 – Nr.785, 28. Okt. 1941 – 3. Nov. 1941
269
Luftlageberichte Nr.786 – Nr.791, 4. Nov. 1941 – 9. Nov. 1941
1025
Lageberichte Nr.331-Nr.340, 2.- 11. Aug. 1940
1026
Lageberichte Nr.341-Nr.345, 12.- 16. Aug. 1940
Gemeentearchief Hardenberg 008 GEMEENTE HARDENBERG, 1941-2000 INV.NR.: 18
836
OMSCHRIJVING: Vaststelling en wijziging huisnummering Hardenberg, Bergentheim, Brucht, Bruchterveld, Collendoorn, Diffelen, Heemserveen en Hoogenweg/Venebrugge (1949-1971) Vaststelling en wijziging huisnummering Kloosterhaar, Lutten, Mariënberg, Radewijk, Rheeze, Rheezerveen, Schuinesloot, Sibculo en Slagharen (1958-1972) Dossier I: (… ) Maatregelen m.b.t. beschadiging en vernieling van schoolgebouwen en -terreinen
1280
Datum bevrijding (1945) - Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (1945/1946) (…)
19
396-019-VO-01
Pagina 60 van 71
008 GEMEENTE HARDENBERG, 1941-2000 INV.NR.: 2252
2516
2555 33993401
OMSCHRIJVING: Neergestorte vliegtuigen, omgekomen en gevangengenomen vliegtuigbemanningen tijdens Tweede Wereldoorlog (1941-1945) - Gegevens betr. begraven militairen en graven van geallieerde en Duitse militairen (1941-1945) - Afgeworpen brandplaatjes, bommen, luchtballonnen, pamfletten en benzinetanks en beschietingen door vliegtuigen (1941-1945) -Informatie/gegevens betr. neergestorte vliegtuigen, vliegtuigbemanningen en omgekomen militairen (1945-2000) Luchtbeschermingsdienst. Dossier I: - Personeel luchtbeschermingsdienst: arbeidsovereenkomstenbesluit, arbeidsovereenkomsten, aanstelling en ontslag, instructies, rechtspositie, salaris, opleiding en telefoonaansluiting (1941-1946) - Luchtbeschermingsplan (1940/1941) - Voorlichtingscursussen voor hoofden van scholen en bevolking (1943) Luchtbeschermingsplannen scholen in de gemeente Hardenberg (1943) - Waarschuwing aan bevolking en hoofden van scholen inz. niet aanraken of spelen met voorwerpen uit vliegtuigen (1944) - Reorganisatie luchtbescherming (1949/1950) Opgave en opruiming ongesprongen oorlogsmateriaal (blindgangers / bommen en granaten / explosieven (1951-1980) (…) Waterwegen: kanaal Almelo-De Haandrik (Overijssels Kanaal) 3401
(…) Opsporing en ruiming explosieven bij baggerwerkzaamheden (1998-2000)
4248
Justitie. Dossier I: (…) Alarmeringsberichten (1942/1943)
4257
Politierapporten en processen-verbaal (1941-1943)
5169
Luchtbeschermingsdienst. Dossier II: - Toezicht en handhaving verduisteringsvoorschriften i.v.m. luchtbescherming (1940-1944) - Controles op verduistering (1940-1944) - Afsnijding van lichtnet i.v.m. overtreding verduisteringsvoorschriften (1942-1944)
013 GEMEENTE AMBT HARDENBERG, 1914-1941 INV.NR.: 442
OMSCHRIJVING: Opgave van de door oorlog aan woningen, gebouwen en bruggen aangebrachte schade, 1940
484
Stukken betreffende het inwerpen van vensterruiten gedurende de duisternis en het fotograferen van door luchtaanvallen getroffen plaatsen, 1941 Stukken betreffende de organisatie van de luchtbeschermingsdienst, 1929-1940
744 760 1079
Politierapporten van de Luchtbeschermingsdienst omtrent bijzondere voorvallen (1940) (hierin o.a. meldingen van afgeworpen (brand)bommen) Stukken betreffende de nog aanwezige en opgeruimde militaire werken(1940-1941)
1515
Stukken betreffende de achtergelaten goederen van het Nederlandse leger (1940) 54
1659
Declaraties, vervoer, opslag munitie en inlevering van ruisrusting (1925-1940)
014 MARECHAUSSEE, BRIGADE HARDENBERG, 1889-1945 INV.NR.: 2 47 97 98
OMSCHRIJVING: Week- en maandrapporten, inhoudende mededelingen betreffende sterkte brigade, de werkloosheid en toestand in het bewakingsgebied, 1934-1945 Stukken betreffende sneuvelen opperwachtmeester A. Groenewoud bij bevrijding van Gramsbergen, 1945 Stukken betreffende neergestorte vliegtuigen en aangehouden bemanning, 1940-1945
99
Stukken betreffende uitgeworpen vliegtuigbommen, ballonnen, benzinetanks en een bus met fosforflessen, 1931-1945 Stukken betreffende luchtaanvallen en beschietingen op mensen en treinen, 1944-1945
101
Stukken betreffende optreden en onderzoeken door de marechaussee bij branden, 1929-1944
54 De map met dit inventarisnummer bevatte een andere inhoud, vermoedelijk vanwege een dubbele nummering. De juiste
map kon door de archivaris niet worden aangeleverd.
396-019-VO-01
Pagina 61 van 71
014 MARECHAUSSEE, BRIGADE HARDENBERG, 1889-1945 INV.NR.: 116
OMSCHRIJVING: Stukken betreffende krijgsgeschiedenis bij Hardenberg en omgeving op 10 mei 1940
049 GEMEENTE GRAMSBERGEN, 1950-2000 INV.NR.: 413
OMSCHRIJVING: Overzicht van de herindeling van huisnummers, 1980
414
Lijst met gewijzigde straatnamen en huisnummers, 1957
1702
Stukken betreffende de ruiming van kazematten in De Krim en ruiming van een explosief, 19661979 Stukken betreffende de vondst van een Wellington bommenwerper in de buurtschap Loozen, neergestort op 14 september 1942 Stukken betreffende het toekennen van straatnamen, 1946-1973
2277 2674
050 GEMEENTE GRAMSBERGEN, 1925-1950 INV.NR.: 6
OMSCHRIJVING: Stukken betreffende de vaststelling van straatnamen, 1946-1948
21
Maandrapporten gericht aan de Commissaris van de provincie Overijssel over bijzondere gebeurtenissen gedurende de bezetting, 1941-1944 Stukken betreffende de opgave aan de militaire commissaris te Zwolle over de toestand van de gemeente na de bevrijding, 1945 Stukken betreffende de opgave en schadevergoedingen van geleden oorlogsschade, 1940-1945
26 239 243 276
Stuk betreffende de melding aan het Rode Kruis van in Duitse krijgsgevangenschap genomen vliegers van een neergestort vliegtuig te Hardenberg, 1944 Stukken betreffende bijzondere gebeurtenissen, 1928-1945
291
Stukken betreffende politionele aangelegenheden, 1942-1943, 1948-1950
362
Brandrapporten, 1935-1950
373
Stukken betreffende het vinden van explosieven, 1934-1945
390
Stukken betreffende het hersel van bruggen door de geallieerden ten behoeve van de scheepvaart, 1945 Stuk betreffende het verzoek van de inspectie der domeinen te Zwolle omtrent de juistheid van de gegevens van de Bailey brug D 07 geplaatst na de bevrijding, 1949 Stukken betreffende de opgave aan de provincie van beschadigde bruggen tijdens de bevrijding, 1945 Stukken betreffende de opgave van schade gedurende de bezettingstijd aan de rijkscommissie wederopbouw, 1945 Stukken betreffende de opgave van gebeurtenissen op gebied van de openbare orde en in relatie met politieke aangelegenheden aan de Befehlshaber der Sicherheits-Polizei und des S.D., 19401943 Maandrapporten gericht aan de Directeur van Politie te Arnhem omtrent de toestand bezien uit politioneel oogpunt, 1942-1944 Maandrapporten aan de Officier van Justitie en de Directeur van politie omtrent handhaving gezag en politierapport, 1940-1942 Verslag van de bezetting en de getroffen maatregelen van 10 tot en met 20 mei 1940, 1940
391 392 410 612
613 855 964 969972
Stukken betreffende de uitvoering van de Luchtbeschermingsdienst in de gemeente Gramsbergen 969
1940-1941
970
1942
971
1943
972
1944-1946
396-019-VO-01
Pagina 62 van 71
050 GEMEENTE GRAMSBERGEN, 1925-1950 INV.NR.: 980981
OMSCHRIJVING: Stukken betreffende de uitoefening van de luchtbescherming in de gemeente Gramsbergen
1070
Stukken betreffende de plaatsing van nieuwe, het veranderen en het herstel van bruggen, 19261950
981
1940-1947
080 GEMEENTE HARDENBERG, 2001INV.NR.: 1974 20582060
OMSCHRIJVING: Landersverdediging - verzampelmap. (…) - Stukken betreffende het verrichten van de berging van restanten van een neergestort oorlogsvliegtuig uit WO-II (2001/2002) Stukken betreffende de aanleg c.q. verplaatsing van de brug over de Vecht bij De Haandrik te Holtheme 2059 (…) Historische vooronderzoeken naar mogelijke aanwezigheid explosieven uit W.O. II (2007)
Historisch Centrum Overijssel 0025.2 PROVINCIAAL BESTUUR VAN OVERIJSSEL, 1921/1949-1970 INV.NR.: 92449245
OMSCHRIJVING: Opgaven betreffende luchtaanvallen Overijsselse gemeenten 9244
1940, 1941
9245
1942-1945
0397 MILITAIR GEZAG, COMMISSARIS VAN OVERIJSSEL, 1945-1946 INV.NR.: 88
OMSCHRIJVING: Instructies en correspondentie betreffende mijnen- en munitieopruiming, benevens een procesverbaal van een ongeval met 53 personen gedood of gewond te Oldenzaal
0400.1 MILITAIR GEZAG, DISTRICTS MILITAIRE COMMISSARIS TE ALMELO, 1945 INV.NR.: 53
OMSCHRIJVING: Correspondentie betreffende opruiming van mijnen, ontplofbare stoffen enz.
0400.6 DISTRICTS MILITAIRE COMMISSARIS TE OMMEN, 1945 INV.NR.: 3
OMSCHRIJVING: Ingekomen stukken met antwoord, gerangschikt volgens Sectie
0400.7 DISTRICTS MILITAIRE COMMISSARIS TE ZWOLLE, 1945 INV.NR.: 33
OMSCHRIJVING: Aangifte van mijnenvelden met correspondentie inzake de opruiming van mijnen
Library and Archives Canada RG24-C-3 WAR DIARIES INV.NR.: OMSCHRIJVING: 2nd Canadian Corps 14249
18th Armoured Car Regiment (12th Manitoba Dragoons), 1945/02-1945/08
396-019-VO-01
Pagina 63 van 71
RG24-C-3 WAR DIARIES INV.NR.: OMSCHRIJVING: 4th Canadian Armoured Division 13790
4th Canadian Armoured Division – General Staff, 1945/01-1945/06
14332
Headquarters, 4th Armoured Divisional Artillery, Royal Canadian Artillery, 1944/01-1945/09
4th Canadian Armoured Brigade 14054
Headquarters, 4th Armoured Brigade, 1945/04-1945/12
14256
21st Armoured Regiment (Governor-General's Foot Guards)
14262
22nd Armoured Regiment (Canadian Grenadier Guards), 1945/04
14293
28th Armoured Regiment (British Columbia Regiment), 1945/03-1945/11
15099
Lake Superior Regiment, Canadian Active Service Force, 1944/12-1945/12
Overig 14296
29th Armoured Reconnaissance Regiment (South Alberta Regiment), 1945/01-1946/01
Nationaal Archief 2.04.53.15 INSPECTIE BESCHERMING BEVOLKING LUCHTAANVALLEN INV.NR.: 72
OMSCHRIJVING: Overijssel
2.04.110 ARCHIEF KORPS HULPVERLENINGSDIENST VAN HET MINISTERIE BINNENLANDSE ZAKEN 1945-1974 INV.NR.: 20
OMSCHRIJVING: Registers met krantenknipsels inzake explosieven. Zonder datum.
21
Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1945-1947.
22
Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1957-1959.
27
Register met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig. 1965-1970.
28
Verzameling krantenknipsels inzake de Hulpverleningsdienst. 1947-1970.
2.13.71 ARCHIEVEN VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE TE LONDEN 1940-1941 - MINISTERIE VAN OORLOG TE LONDEN [1941-1945]; DEPARTEMENT VAN OORLOG: BUREAU LONDEN [1945-1947], 1940-1947 (1974) INV.NR.: 368
OMSCHRIJVING: Stukken betreffende luchtbombardementen in Nederland, 1941, 1944-1945