CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Regels, toelichting en bijlagen bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartseweg- Noord 174 Lutten”

gemeenteraad 24 mei 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartseweg-Noord 174 Lutten” (omzetting van de agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming met sanering van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen)30.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

1

Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1

Interventiewaarde

Boring 3A (0.1-0.4)

Zink

170

400.3 *

140

720

Boring 12A (0-0.3)

Zink

210

477.7 **

140

720

Boring S13

Zink

60

135.8 *

140

720

AW2000

In de vierde kolom van tabel 10 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Tabel 11: Gewogen asbestgehalten (mg/kg droge stof). ToetingsInterventiewaarde naderwaarde asbestonderzoek

Component

Gewogen asbestgehalte

Inspectiegat 3A

Asbest

4.0

50

100

Inspectiegat 12A

Asbest

1.0

50

100

Monster

Kruse Milieu BV

Project: 20047216

Pagina 17 van 32

In de derde kolom van tabel 11 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 5.4

Bespreking analyses aanvullend (asbest)onderzoek

Zink De bron van het matig verhoogde zinkgehalte in de bovengrond BG II is de bovengrond van inspectiegat 12A. Inspectiegat 3A en inspectiesleuf S13 zijn niet of slechts licht verontreinigd met zink. Nader onderzoek is noodzakelijk om de omvang van de zinkverontreiniging in inspectiegat 12A te bepalen. Het nader bodemonderzoek staat omschreven in hoofdstuk 6. Asbest De bron van het gewogen asbestgehalte in MM FF - 02 is de sterk asbesthoudende inspectiesleuf S13 (zie hoofdstuk 7). De inspectiegaten 3A en 12A zijn asbesthoudend. De gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.

Kruse Milieu BV

Project: 20047216

Pagina 18 van 32

6

Uitvoering nader bodemonderzoek (zink)

De onderzoeksopzet gaat uit van NTA 5755, "Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging". 6.1 Conceptueel model nader bodemonderzoek Tabel 12: Conceptueel model in tabelvorm. Oorzaak van de De matige zinkverontreiniging in boring 12A bevindt zich in de bodemlaag verontreiniging van 0 tot 0.3 m-mv. Er is geen duidelijke relatie tussen het gemeten zinkgehalte en de visuele waarnemingen. Omdat er na 1987 geen calamiteiten of werkzaamheden hebben plaatsgevonden, waarbij zink in de bodem kan zijn terecht gekomen, wordt de zinkverontreiniging beschouwd als een historische verontreiniging. Bodemgebruik Het terreindeel, waar de zinkverontreiniging zich bevindt, is onverhard en vormt een onderdeel van het erf. Bodemopbouw De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot maximaal 3.0 meter min maaiveld (m-mv) is overwegend matig fijn zand aangetroffen. Omvang van de De omvang van de zinkverontreiniging is niet bekend, maar wordt gering verontreiniging geacht. Ernst van de Er kan op voorhand niet worden vastgesteld of er wel of niet sprake is van verontreiniging een geval van ernstige bodemverontreiniging.

6.2

Onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek (zink)

De onderstaande werkzaamheden worden verricht in het kader van het nader bodemonderzoek naar de omvang van de zinkverontreiniging in de bodemlaag van 0 tot 0.3 m-mv van boring 12A. Ten behoeve van het nader bodemonderzoek worden 5 boringen uitgevoerd tot minimaal 1.0 meter diepte ten behoeve van de verticale en horizontale afperking van de verontreiniging. Er wordt doorgeboord tot de ongeroerde ondergrond. De boringen worden gecodeerd als 31 tot en met 35. Omdat er geen duidelijke relatie is tussen de zintuiglijke waarnemingen en de verhoogde zinkgehalten worden geen mengmonsters samengesteld. Er worden 5 grondanalyses verricht op zink: 1x ten behoeve van de verticale afperking en 4x ten behoeve van de horizontale afperking. Als stopcriterium voor het nader onderzoek wordt een zinkgehalte gehanteerd van maximaal de tussenwaarde. 6.3

Veldwerkzaamheden nader bodemonderzoek (zink)

De veldwerkzaamheden zijn in januari 2021 uitgevoerd door de heren R. Veltmaat en N. Pepping. De veldwerkers zijn conform SIKB BRL 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Er zijn op 14 januari 2021 in totaal 5 boringen verricht met behulp van een Edelmanboor tot maximaal 1.2 meter diepte ten behoeve van de verticale en horizontale afperking van de zinkverontreiniging. Kruse Milieu BV

Project: 20047216

Pagina 19 van 32

Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot maximaal 1.0 meter min maaiveld (m-mv) is overwegend matig fijn zand aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen, die in tabel 13 staan weergegeven. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tabel 13: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt

Diepte (m-mv)

Waarneming

33

0 - 0.50

Zwak puinhoudend

35

0 - 0.40

Zwak puinhoudend

Op basis van en ter verificatie van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of de geografische positie van de boringen zijn de grondmonsters geanalyseerd, zoals is weergegeven in tabel 14. Tabel 14: Geanalyseerde grondmonsters. Boring

Monster

Traject (diepte in m-mv)

Doel

Boring 31

31

0.07 - 0.40

Horizontale afperking

Boring 32

32

0.07 - 0.50

Horizontale afperking

Boring 33

33

0 - 0.50

Horizontale afperking

Boring 34

34

0.15 - 0.40

Horizontale afperking

Boring 35

35

0.40 - 0.90

Verticale afperking

6.4

Resultaten van de chemische analyses nader bodemonderzoek (zink)

De analyseresultaten en toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. De gemeten zinkgehalten staan in tabel 15 weergegeven. Tabel 15: Gemeten zinkgehalten (mg/kg droge stof). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde

Interventiewaarde

Boring 31 (0.07-0.4)

Zink

22

49.68 -

140

720

Boring 32 (0.07-0.5)

Zink

<20

28.57 -

140

720

Boring 33 (0-0.5)

Zink

85

182.7 *

140

720

Boring 34 (0.15-0.4)

Zink

27

47.52 -

140

720

Boring 35 (0.4-0.9)

Zink

<20

32.56 -

140

720

Kruse Milieu BV

Project: 20047216

Pagina 20 van 32

In de vierde kolom van tabel 15 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 6.5

Bespreking resultaten chemische analyses nader bodemonderzoek (zink)

Uit de analyseresultaten blijkt dat de afperking van de matige zinkverontreiniging in boring 12A in voldoende mate heeft plaatsgevonden. De monsters ten behoeve van de horizontale en verticale afperking zijn niet of slechts zeer licht verontreinigd met zink. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de omvang van de zinkverontreiniging in een gehalte hoger dan de tussenwaarde geschat op circa 5 m3 (circa 12 m2 x 0.4 meter). Aangezien de interventiewaarde niet wordt overschreden, is sanering niet noodzakelijk. De geschatte verontreinigingscontour in een gehalte hoger dan de tussenwaarde is weergegeven in het boorplan in bijlage I. Er is geen achtergrondwaardecontour weergegeven, aangezien de bovengrond op het onbebouwde terreindeel van de locatie plaatselijk licht verontreinigd is met zink.

Kruse Milieu BV

Project: 20047216

Pagina 21 van 32

7

Nader asbestonderzoek (fase 1) 7.1 Onderzoeksstrategie (fase 1)

De onderzoeksopzet met betrekking tot het nader asbestonderzoek gaat uit van: NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De oppervlakte van het asbestverdacht gebied, waarin de inspectiegaten 5, 6 en 14 zijn gelegen, heeft een oppervlakte van circa 970 m2. De visueel asbesthoudende gaten 5, 6 en 14 bevinden zich ter plekke van de huidige of voormalige oprit (ook gat 14; de asbesthoudende bodemlaag in de ondergrond is hier vermoedelijk terecht gekomen na de sloop van de deel ten noorden van de woning en het verleggen van de oprit). Er worden minimaal 7 sleuven gegraven (S1 t/m S6 en S13). In totaal worden 7 asbestanalyses verricht: 1x kern (+ 1 materiaalverzamelmonster), 1x ten behoeve van de verticale en 4x ten behoeve van de horizontale afperking. De visuele waarnemingen kunnen aanleiding geven voor het graven van extra sleuven en het verrichten van extra analyses. Een inspectiesleuf heeft een minimale lengte en breedte van 2.0 x 0.3 meter. In de gevallen wanneer het graven van een sleuf niet mogelijk is, wordt de inspectiesleuf vervangen door 2 inspectiegaten van minimaal 0.3x0.3 meter. 7.1 Asbestanalyses (fase 1) De asbestanalyses worden verricht door Eurofins Omgegam te Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek.

7.2 Veldwerkzaamheden (fase 1) De veldwerkzaamheden zijn op 27 oktober 2020 onder asbestcondities uitgevoerd door de heer R. Veltmaat. De veldwerker is conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). De heer R. Veltmaat is geassisteerd door de heer B. Dierink. Er zijn in totaal 2 inspectiegaten en 9 inspectiesleuven gegraven (S1, S1A, S1B, S1C en S3 tot en met S9), handmatig met een schop en een graafmachine. De 2 gaten zijn gegraven ter plekke van inspectiegat 5. Omdat in de schuur onvoldoende werkhoogte was om met een kraan te graven is hier de sleuf vervangen door 2 gaten, die zijn gecodeerd als S2.1 en S2.2. De inspectiegaten en sleuven uit het nader asbestonderzoek zijn weergegeven in het boorplan in bijlage I. De gaten S2.1 en S2.2 en de sleuven S1, S1A, S3, S4 zijn visueel sterk asbesthoudend. Aangenomen wordt dat het gewogen asbestgehalte in deze sleuven en gaten in ruime mate de interventiewaarde overschrijden. De bewoners hebben aangegeven dat de schuur ter plekke van S2.1 en S2.2 circa 10 jaar geleden is gebouwd. De asbesthoudende grond onder de klinkerverharding is een onderdeel (uitloopzone) van de asbesthoudende grond onder de oprit ten oosten van de veeschuur. Het materiaal is voor circa 35 jaar geleden aangebracht als zijnde een verhardingslaag. De veeschuur was reeds aanwezig, zodat geen asbest wordt verwacht onder de veeschuur.

De vermoedelijke grens van asbestverontreiniging ligt tussen sleuf S1B, S1C, gaten S2.1 en S2.2 en sleuf S5. De inspectiesleuf S6 (naast betonrand van het pad gegraven) is visueel asbestvrij. De visuele waarnemingen staan vermeld in tabel 16. Kruse Milieu BV

Project: 20047216

Pagina 22 van 32

Tabel 16: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt Diepte (m-mv) Waarneming S1

0 - 0.60

Sterk puin- en asbesthoudend (golfplaat)

S1A

0 - 0.20 0.20

Sterk puin- en asbesthoudend (golfplaat) Graven gestaakt op volledig asbesthoudend materiaal

S1B

0 - 0.30

Matig puinhoudend, sporen asbest (golfplaat)

S1C

0 - 0.30

Sterk puinhoudend, sporen asbest (golfplaat)

S2.1

0.07 - 0.60

Zwak puin- en afvalhoudend, matig asbesthoudend (golfplaat)

S2.2

0.07 - 0.60

Sterk puin- en asbesthoudend (golfplaat)

S3

0.07 - 0.40

Sterk puin- en asbesthoudend (golfplaat)

S4

0.07 - 0.50

Sterk puin- en asbesthoudend (golfplaat)

S5

0.10 - 0.40

Matig puinhoudend, sporen asbest (golfplaat)

S6

0 - 0.70

Sporen puin

De geanalyseerde monsters zijn weergegeven in tabel 17. Tabel 17: Weergave geanalyseerde monsters. (Meng)monster

Afkomstig uit sleuf/gat (m-mv)

Traject (m-mv)

S1 S3

0.60 - 0.80 0.40 - 0.60

S1

0 - 0.60

S1B

0 - 0.30

S1C

0 - 0.30

MM FF- S1 en S3 (verticale afperking) FF - Sleuf S1 (kern) MVM - Sleuf S1 (kern) FF - Sleuf S1B (horizontale afperking) MVM - Sleuf S1B (horizontale afperking) FF - Sleuf S1C (horizontale afperking) MVM - Sleuf S1C (horizontale afperking)

7.3 Resultaten asbestanalyses nader asbestonderzoek (fase 1) In bijlage V zijn de analyserapporten en de concentratieberekeningen van het nader asbestonderzoek fase 1 opgenomen. De gewogen asbestgehalten in weergegeven in tabel 18. Tabel 18: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Component

Gewogen asbestconcentratie

Interventiewaarde

Inspectiesleuf S1

Asbest

732

100

Inspectiesleuf S1B

Asbest

63

100

Inspectiesleuf S1C

Asbest

117

100

Inspectiesleuf S5

Asbest

35

100

Monster

Kruse Milieu BV

Project: 20047216

Pagina 23 van 32

Vervolg tabel 18: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Component

Gewogen asbestconcentratie

Interventiewaarde

Inspectiesleuf S6

Asbest

n.a.

100

Inspectiesleuf S13

Asbest

853

100

Inspectiesleuf S1 + S3

Asbest

n.a.

100

Monster

In de derde kolom van tabel 18 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 7.4 Bespreking asbestanalyses nader asbestonderzoek (fase 1) De verticale afperking van de asbestverontreiniging heeft in voldoen mate plaatsgevonden; de fijne fractie onder de verdachte bodemlaag in de sleuven S1 en S3 is niet verontreinigd met asbest. De sleuven S1, S1B, S1C en de gaten S2.1 en S2.2 bevinden in de uitloopzone van de asbesthoudende verhardingslaag onder de oprit. De westelijke afperking van sleuf S1C en de gaten 2.1 en 2.2 heeft niet in voldoende mate plaatsgevonden. De noordelijke afperking (sleuf S1B) heeft wel in voldoende mate plaatsgevonden. De visueel asbestvrije bovengrond naast de oprit (oostzijde) is niet asbesthoudend (sleuf S6). Vermoedelijk is voorafgaand aan het aanbrengen van de asbesthoudende grond in de oprit eerst de betonnen dorpel aangebracht, die de oostelijke grens van de asbestverontreiniging vormt. Om de omvang van de asbestverontreiniging verder kaart te brengen is het nader asbestonderzoek voortgezet (fase 2). De 2e fase van het nader asbestonderzoek staat omschreven in hoofdstuk 8.

Kruse Milieu BV

Project: 20047216

Pagina 24 van 32

8

Nader asbestonderzoek (fase 2) 8.1

Onderzoeksstrategie (fase 2)

De onderzoeksopzet met betrekking tot het nader asbestonderzoek gaat uit van: NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De aanleiding voor het nader asbestonderzoek fase 2 wordt gevormd door de bevindingen en analyseresultaten tijdens het nader asbestonderzoek (fase 1). De omvang van de asbestverontreiniging is in de eerste fase van het nader asbestonderzoek niet in voldoende mate in kaart gebracht; met name aan de noordzijde (uitloopzone) is de omvang van de verontreiniging onvoldoende in beeld. Om meer zekerheid te krijgen in de oostelijke afperking van de asbestverontreiniging onder de oprit wordt sleuf S8 gegraven ten oosten van de sterk verontreinigde sleuf S13. Omdat onder de oprit ten oosten van de woning onvoldoende beeld is van de bodemkwaliteit met betrekking tot asbest wordt hiervoor sleuf S7 gegraven. De sleuven S9, S10, S11 en S12 worden gegraven ten behoeve van de verdere horizontale afperking van de asbestverontreiniging in de uitloopzone, waarvan sleuf S12 ten noorden van sleuf S1B. Sleuf S1B is weliswaar niet sterk asbesthoudend, maar gezien het gewogen asbestgehalte van 63 mg/kg d.s. is het niet uitgesloten dat de sterke asbestverontreiniging zich verder in noordelijke richting uitstrekt. Er worden minimaal 6 sleuven gegraven (S7 t/m S12).

In de gevallen wanneer het graven van een sleuf niet mogelijk is, wordt de inspectiesleuf vervangen door 2 inspectiegaten van minimaal 0.3x0.3 meter. Aangenomen wordt dat in fase 2 van het nader asbestonderzoek visueel geen asbestverdachte materialen worden aangetroffen. In totaal worden 5 asbestanalyses verricht. De visuele waarnemingen kunnen aanleiding geven voor het graven van extra sleuven en het verrichten van extra analyses. In verband met de voorgenomen (gedeeltelijke) sanering van de asbestverontreiniging wordt een reeds genomen grondmonster uit de sterk asbesthoudende sleuven S1 en S3 geanalyseerd op PFAS. 8.2

Asbestanalyses (fase 2)

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratoria voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam te Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. 8.3

Veldwerkzaamheden (fase 2)

De veldwerkzaamheden zijn op 14 januari 2021 onder asbestcondities uitgevoerd door de heren R. Veltmaat en N. Pepping. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Er zijn in totaal 2 inspectiegaten en 5 inspectiesleuven gegraven, handmatig met een schop en een graafmachine. De 2 gaten zijn gegraven ten westen van inspectiegaten S2.1 en S2.2. Dit terreindeel was met de kraan niet bereikbaar in verband met opslag van materieel. De inspectiegaten en sleuven uit het nader asbestonderzoek zijn weergegeven in het boorplan in bijlage I. Kruse Milieu BV

Project: 20047216

Pagina 25 van 32

Visueel zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. De visuele waarnemingen staan vermeld in tabel 19. Inspectiesleuf S10 is visueel schoon. Tabel 19: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt Diepte (m-mv) Waarneming S7

0.10 - 0.40

Sporen puin

S8

0 - 0.30

Sporen puin

S9.1

0 - 0.50

Sporen baksteen

S9.2

0 - 0.30

Sporen baksteen

S11

0 - 0.50

Sporen puin

S12

0 - 0.50

Sporen puin

De geanalyseerde monsters zijn weergegeven in tabel 20. Tabel 20: Weergave geanalyseerde monsters. (Meng)monster fijne fractie

Afkomstig uit sleuf/gat (m-mv)

Traject (m-mv)

FF - Sleuf S7

S7

0.10 - 0.40

FF - Sleuf S8

S8

0 - 0.30

FF - Sleuf - S9.1 + S9.2

S9.1 S9.2

0 - 0.50

FF - Sleuf S10

S10

0 - 0.70

FF - Sleuf S12

12

0 - 0.50

MM - PFAS

S1 S3

0 - 0.60 0.07 - 0.40

8.4

Resultaten asbestanalyses nader asbestonderzoek (fase 2)

In bijlage VI zijn de analyserapporten en de concentratieberekeningen van het nader asbestonderzoek fase 2 opgenomen. De gewogen asbestgehalten in weergegeven in tabel 21. Tabel 21: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Component

Gewogen asbestconcentratie

Interventiewaarde

Inspectiesleuf S7

Asbest

n.a.

100

Inspectiesleuf S8

Asbest

n.a.

100

Inspectiegaten S9.1 en S9.2

Asbest

n.a.

100

Inspectiesleuf S10

Asbest

n.a.

100

Inspectiesleuf S12

Asbest

2.7

100

Monster

Kruse Milieu BV

Project: 20047216

Pagina 26 van 32

In de derde kolom van tabel 21 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 8.5 Bespreking asbestanalyses nader asbestonderzoek (fase 2) De horizontale afperking van de asbestverontreiniging in fase 2 van het nader asbestonderzoek heeft in voldoende mate plaatsgevonden. De geanalyseerde monsters zijn niet verontreinigd met asbest of de gewogen asbestgehalten zijn (ruim) lager dan de interventiewaarde. Sleuf S1B ligt vermoedelijk op de rand van de asbesthoudende uitloopzone aan de noordzijde. De totale omvang van de asbestverontreiniging in de grond onder de oprit en de uitloopzone wordt geschat op circa 440 m3 (1100 m2 x 0.4 meter). Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Om het terrein geschikt te maken voor toekomstig gebruik dient de asbestverontreiniging te worden gesaneerd. Voorafgaande aan de sanering dient een BUS-melding te worden opgesteld, die voorgelegd moet worden aan het bevoegd gezag (provincie Overijssel). 8.6 Bespreking PFAS-analyse Het analyserapport en de toetsingstabel zijn opgenomen in bijlage III. Uit de analyseresultaten blijkt dat de onderzochte grond niet verontreinigd is met PFAS.

Kruse Milieu BV

Project: 20047216

Pagina 27 van 32

9

Samenvatting, conclusie en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van BJZ.NU BV is in een verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 6150 m² aan de Dedemvaartseweg-Noord 174 te Lutten. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van het te onderzoeken terreindeel en de nieuwbouw van een bedrijfshal. Het verkennend bodemonderzoek is verricht op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltank (15 m2); - Deellocatie B: druppelzone (70 m2, 70 meter x 1 meter); - Deellocatie C: druppelzone (41 m2, 41 meter x 1 meter); - Deellocatie D: druppelzone (50 m2, 50 meter x 1 meter); - Deellocatie E: asbestverdachte puinverharding (300 m2); - Te herontwikkelen terreindeel (circa 6150 m2). Aanleiding voor het nader (asbest)bodemonderzoek wordt gevormd door de resultaten van het verkennend en aanvullend (asbest)bodemonderzoek, waarbij in de bovengrond van boring 12A een matig verhoogd zinkgehalte is aangetoond en de visueel sterk asbesthoudende inspectiegaten 5, 6 en 14. Resultaten veldwerk In totaal zijn er ten behoeve van het verkennend, aanvullend en nader (asbest)bodemonderzoek 18 grondboringen verricht, handmatig 31 inspectiegaten en machinaal 14 inspectiesleuven gegraven. Er zijn 2 diepe boringen afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig fijn zand.

Zintuiglijk zijn plaatselijk bodemvreemde materiaal waargenomen. Visueel zijn plaatselijk asbestverdachte materialen waargenomen. Het freatische grondwater is aangetroffen op gemiddeld 1.5 meter min maaiveld. Analyseresultaten Op basis van de resultaten van de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: Bovengrondse dieseltank, deellocatie A - Bovengrond, A - BG is zeer verontreinigd met minerale olie; - Grondwater, PB A1 is niet verontreinigd met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen. Druppelzones, deellocaties B, C en D - B - MM FF is niet asbesthoudend; - Inspectiegaten C1, C2 en C3 zijn asbesthoudend. De gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - Inspectiegaten D1, D2 en D3 zijn asbesthoudend. De gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Puinverharding, deellocatie E - Inspectiegaten E1, E2, E3 en E4 zijn asbesthoudend. De gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Te herontwikkelen terreindeel - Bovengrond, BG I is zeer licht verontreinigd met kwik en lood; - Bovengrond, BG II is licht verontreinigd met kwik, lood, minerale olie, PCB en matig verontreinigd met zink; - MM FF - 01 is asbesthoudend.

Het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - MM FF - 02 is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte is hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; Kruse Milieu BV

Project: 20047216

Pagina 28 van 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11480729/7