Bijlage 1 Regels, toelichting en bijlagen bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartseweg- Noord 174 Lutten”
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartseweg-Noord 174 Lutten
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime
6 6 6 7 7
Hoofdstuk 2
9
Huidige situatie
Hoofdstuk 3 Gewenste situatie 3.1 Algemeen 3.2 Landschappelijke inpassing 3.3 Verkeer en parkeren
10 10 10 11
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
13 13 15 23
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage
30 30 30 31 32 34 36 37 39 40
Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf
42 42 43
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
44 44 44 45
Hoofdstuk 8
47
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen
48 48 48 48
Bijlagen bij de toelichting
49
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
50
Bijlage 2
Bodemonderzoek
68
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
293
Bijlage 4
Stikstofberekening
363
Bijlage 5
Quickscan natuurwaardenonderzoek
379
Bijlage 6
Watertoetsresultaat
410
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 2
Regels
413
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
414 414 419
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Open veenontginningslandschap Bedrijf - Open veenontginningslandschap
420 420 422
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
425 425 426 427 428 430 431
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs-en slotregels Overgangsrecht Slotregel
433 433 434
Bijlagen regels
435
Bijlage 1
LIK Slagharen - De Krim - (Oud) Lutten
436
Bijlage 2
Staat van bedrijfsactiviteiten
451
Bijlage 3
Sloopopgaaf
460
Bijlage 4
Erfinrichtingsplan
462
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 3
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 4
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer is eigenaar van het voormalig agrarisch erf aan de Dedemsvaartseweg-Noord 174 te Lutten, in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Op het erf zijn een bedrijfswoning en enkele voormalige agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. De agrarische activiteiten zijn reeds beëindigd. De voormalige agrarische bedrijfsgebouwen zijn op dit moment bedrijfsmatig in gebruik ten dienste van reparatie, onderhoud en opslag van voertuigen en machines. De voormalige agrarische bedrijfsgebouwen zijn verouderd. Het is daarom gewenst om de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen te slopen en nieuwe bebouwing te realiseren. Het huidige gebruik van de gronden en gebouwen ter plaatse van de Dedemsvaartseweg-Noord 174 is verder niet meer in overeenstemming met de agrarische bestemming zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" Initiatiefnemer wenst daarom de bestemming te wijzigen van 'Agrarisch met waarden Open veenontginningslandschap' naar 'Bedrijf - Open veenontginningslandschap' zoals opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid in artikel 8.6.6 van het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” van de gemeente Hardenberg. Omdat niet geheel kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor de voorgenoemde wijzigingsbevoegdheid en er in enige mate maatwerk gewenst is, dient het bestemmingsplan herzien te worden.
In paragraaf 4.3.4 wordt nader ingegaan op de voorwaarden die gelden voor de wijzigingsbevoegdheid. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend planologisch kader om voorgenomen ontwikkeling mogelijke te maken. In deze toelichting wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologische oogpunt verantwoord is. 1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Dedemsvaartseweg-Noord 174 te Lutten. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Hardenberg, sectie U, nummer 2077 (gedeeltelijk). In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving en ten opzichte van de kern Lutten weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 6
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de (directe) omgeving (Bron: PDOK) 1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartseweg-Noord 174 Lutten” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00224-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg” (vastgesteld op 2 december 2014), ''Buitengebied Hardenberg, herziening regels'' (vastgesteld op 26 september 2016) en het bestemmingsplan ''Facetherziening parkeren Hardenberg''. Hierna is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” opgenomen.
Afbeelding 1.2: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 7
1.4.2
Bestemmingen
De gronden binnen het plangebied zijn op basis van het geldende bestemmingsplan bestemd als 'Agrarisch met waarden - Open veenontginningslandschap'. Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Open veenontginningslandschap' zijn hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf (uitgezonderd glastuinbouw). De (bedrijfs)gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met per bouwvlak de bestaande aantal bedrijfswoningen (in voorliggend geval is er één bedrijfswoning aanwezig). 1.4.3
Strijdigheid
De huidige bedrijfsvoering (reparatie en opslag van voertuigen en machines) is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Het is gewenst om de juridisch-planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Dit bestemmingsplan voorziet in passende juridisch planologische kaders op basis waarvan de juridisch-planologische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke/gewenste situatie. 1.4.4
Leeswijzer
Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de landschappelijke aspecten en een weergave van de huidige situatie gegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 8
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
Het plangebied ligt aan de Dedemvaartseweg-Noord 174, op ongeveer 450 meter afstand ten westen van de bebouwde kom van de kern Lutten. In de nabijheid van het plangebied vormen de Dedemvaartseweg en de Jachthuisweg de belangrijkste ruimtelijke structuurdragers. De functionele structuur van de omgeving bestaat uit (agrarische) bedrijvigheid en woonfuncties in het lint. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrenst door de Dedemvaartseweg-Noord, aan de noordzijde door agrarische cultuurgronden en aan de oost- en westzijde door woonpercelen. Binnen het plangebied staat een bedrijfswoning en een aantal voormalige agrarische bedrijfsgebouwen die in gebruik zijn ten behoeve van de reparatie en opslag van auto's en machines. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie op het erf doormiddel van een luchtfoto weergegeven.
Afbeelding 2.1 Huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 9
Hoofdstuk 3 3.1
Gewenste situatie
Algemeen
Gezien het feit dat binnen het plangebied geen agrarisch bedrijf meer aanwezig is en ter plaatse bedrijfsmatig auto's en machines worden gerepareerd en opgeslagen, is het wenselijk om de agrarische bestemming te wijzigen naar een bedrijfsbestemming. Het betreft een kleinschalig bedrijf waar doorgaans één of twee personen werkzaam zijn. Initiatiefnemer voornemens om de bestaande landschapsontsierende schuren met een gezamenlijke oppervlakte van 1.330 m2 te slopen en ter plaatse een nieuwe loods te realiseren met een oppervlakte van 850 m2. Hiermee kan de bedrijfsvoering worden voortgezet, waarbij ook alle buitenopslag wordt verplaatst naar de nieuw te bouwen loods. 3.2
Landschappelijke inpassing
3.2.1
Algemeen
In het kader van voorliggend bestemmingsplan is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld door de Erfontwikkelaar. Het complete ruimtelijk kwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. Hierin zijn de uitgangspunten vanuit de initiatiefnemer, het beleid en landschappelijke situatie verwerkt. Een uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan is weergegeven in afbeelding 2.2 en wordt aansluitend toegelicht.
Afbeelding 2.2 Erfinrichting beoogde situatie (Bron: De Erfontwikkelaar)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 10
3.2.2
Situering nieuwe schuur
Het erf sluit aan bij de karakteristiek van het open veenontginningslandschap. Bij het positioneren van de nieuw te bouwen loods is rekening gehouden dat het erf compact moet blijven en daarmee de impact op de omgeving zo beperkt mogelijk blijft. De oriëntatie van de nieuwe loods staat overeenkomstig de gebiedskenmerken gelijk aan de oriëntatie van de te slopen stallen, dit sluit aan bij het orthogonale patroon van het open veenontginningslandschap. De bedrijfswoning blijft behouden. Centraal is ruimte om te keren/parkeren. 3.2.3
Groenstructuur en inrichting erf
Aan de oostzijde naast de de nieuw te bouwen schuur wordt een bomenrij van zwarte els voorzien. Gezien het type landschap (open en grootschalig) kan de inpassing hier volstaan met een bomenrij. Er is gekozen voor een elzenrij omdat hiermee uitvoering wordt gegeven aan het verster-ken van de erfbeplanting op zijdelinge perceelgrens (sterk kenmerk) en anderszijds wordt ook rekening gehouden met de openheid door geen dichte singel aan te planten. Het overgrote deel van het voorerf blijft hetzelfde en sluit aan op de gebiedskenmerken. Enkel de coniferen en de houtopslag ten oosten van de inrit wordt vervangen door een gemengde wilde haag. Deze sluit beter aan op het voorerf en kent een hogere ecologische waarde. Tevens komen op de meeste agrarische erven enige opgaande beplanting op het voorerf voor. De houtsingel aan de zuid-west zijde verkeerd in een goede staat en vormt een passende afscherming naar de buren. 3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1
Algemeen
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. De gemeente Hardenberg beschikt over een eigen parkeernota. Hierin is aansluiting gezocht bij de landelijke parkeerkencijfers op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren (december 2018)' van het CROW. Wat betreft de functies wordt aansluiting gezocht bij de functies zoals genoemd in deze CROW-publicatie. De parkeernormen in CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren bestaan uit een minimum- en maximumwaarde. In de gemeente Hardenberg is vanuit de duurzaamheidsgedachte de minimale parkeernorm voor auto's voldoende. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen is in de Parkeernormennota uitgegaan van één stedelijkheidsgraad, te weten: "weinig stedelijk gebied" voor de gehele gemeente. De verschillen in inrichting en bebouwing in de gemeente zijn redelijk groot, waardoor het zinvol is om onderscheid te maken naar gebiedskenmerken, te weten: centrum, schil/overloopgebied, rest bebouwde kom en buitengebied. In de Parkeernormennota is de gebiedsindeling opgenomen. Het plangebied wordt aangemerkt als buitengebied. De functie binnen het plangebied kan op basis van het CROW het best worden aangemerkt als 'Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief'. 3.3.2
Parkeren
Op basis van voorgenoemde uitgangspunten is er sprake van een parkeernorm van minimaal 2,1 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Uitgaande van een bedrijfsvloeroppevlakte van maximaal 850 m2 is er sprake van een parkeerbehoefte van (850/100*2,1=) 17,9 parkeerplaatsen. Hoewel er op het terrein ruim voldoende ruimte is om deze parkeerplaatsen te realiseren, dient dit genuanceerd te worden. Het gaat immers om een kleinschalig bedrijf waar doorgaans maximaal twee personen werkzaam zijn. Daarbij wordt een belangrijke deel van de loods gebruik ten behoeve van opslag. Gelet op het vorenstaande kan er redelijkerwijs vanuit worden gegaan dat het realiseren van 17,9 parkeerplaatsen niet noodzakelijk is.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 11
Benadrukt wordt dat het parkeren op eigen terrein wordt opgelost. Gelet op de omvang van het terrein is hier voldoende ruimte voor. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'parkeren' geen belemmering oplevert voor het voorliggende plan. 3.3.3
Verkeer
Op basis van voorgenoemde uitgangspunten is er sprake van een verkeersgeneratie van gemiddeld (850/100*10=) 85 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De Dedemsvaartseweg-Noord en omliggende wegen zijn van voldoende capaciteit om de voorgenomen verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen. Bovendien is er vanuit planologisch oogpunt sprake van het opheffen van een agrarisch bedrijfsperceel en de daarbij behorende verkeersgeneratie.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 12
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven 4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 13
waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties 4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd.
Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Op basis jurisprudentie kan worden gesteld dat: Planologische gebruikswijzigingen zonder een toename van bouwmogelijkheden in de hoofdregel niet te kwalificeren zijn als Ladderplichtige stedelijke ontwikkelingen. Indien sprake is van “zodanige functiewijzigingen” kunnen planologische gebruikswijzigingen wel worden gekwalificeerd als een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 14
Wanneer kan sprake zijn van een “zodanige functiewijziging”? Bepalend daarvoor is of een functiewijziging van invloed is op het woon-, leef- en ondernemersklimaat elders. In voorliggend geval is sprake van een bestemmingswijziging van een agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling waarbij de bouwmogelijkheden ten aanzien van de huidige planologische mogelijkheden niet wordt uitgebreid (de bouwmogelijkheden nemen zelfs af). Tevens is er geen sprake van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden (zie ook hoofdstuk 5). Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat, in dit geval geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro. Het nader toetsen van het initiatief aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie zijn: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 15
Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 16
4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap.
De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.
4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn met name de artikelen 2.1.3 (lid 2) en 2.1.5 (leden 1, 2, 3 en 5) van belang. Op de betreffende artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.3 Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 2) Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpenwanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet in het in overeenstemming brengen van de juridisch-planologische situatie (agrarisch bedrijf) met de feitelijke situatie (niet agrarisch bedrijf) waarbij het bestaande bedrijfsperceel niet wordt vergroot. Daarnaast is er geen sprake van uitbreiding van de planologische bouwmogelijkheden ten opzichte van
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 17
de huidige planologische bouwmogelijkheden. Per saldo zal het bebouwde oppervlak afnemen. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) lid 1: in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Lid 2: in het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (Of-, Waar- en Hoe-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Zoals blijkt uit de planbeschrijving in hoofdstuk 3 wordt het plangebied landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken van het veenontginningslandschap. Daarnaast bestaat het voornemen om de bestaande verouderde voormalige agrarische bedrijfsgebouwen te slopen om plaats te maken voor nieuwe bebouwing. Ook dit draagt bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5, lid 1, 2, 3 en 5. 4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel de ontwikkelingsperspectieven ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' en 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Opgemerkt wordt dat ter plaatse van de gronden met het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap' uitsluitend sprake is van het wegbestemmen van een (deel van een) agrarisch bouwvlak. De gronden binnen dit ontwikkelingsperspectief behouden de agrarische bestemming.
Een nadere toetsing aan dit ontwikkelingsperspectief wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 18
Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) "Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken" De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie.
In voorliggend geval gaat het om een bestemmingswijziging van een agrarische bestemming naar een reguliere bedrijfsbestemming. Reden hiertoe is om de juridisch-planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Doordat het plangebied reeds is aangemerkt als woon- en werklocatie is van extra ruimtebeslag op de groene omgeving tevens geenszins sprake. Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ zich niet verzet tegen de voorgenomen herontwikkeling. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Vanwege het ontbreken van bijzondere eigenschapen binnen de 'laag van de beleving', wordt deze laag buiten beschouwing gelaten. 1. De 'Natuurlijke laag'
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 19
Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)'. In afbeelding 4.3 is dat aangegeven.
Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Hoogveengebieden (in cultuur gebracht” Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). De ambitie is de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveenrestanten en de hoogveenontginningsgebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend en leesbaar landschap in de hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgraslanden eromheen. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden binnen het plangebied zijn in het verleden in gebruik genomen als agrarische cultuur- en bedrijfsgronden.
De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook passend. Met de landschapsmaatregelen wordt ingezet op beplanting die past bij de natuurlijke ondergrond. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de gebiedskenmerken van de 'Natuurlijke laag'. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 20
op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart in het “Veenkoloniaal landschap” gelegen. In afbeelding 4.4 is dat aangegeven.
Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) "Veenkoloniaal landschap" Kenmerkend voor het veenkoloniaal landschap zijn de grootschalige open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur die zijn ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden. Het Overijssels veenkoloniaal landschap is deel van een groter geheel dat zich uitstrekt over Groningen en Drenthe. Het is gevormd door ontginners en boeren uit met name het noorden. Typische Groningse boerderijen staan hier doorgaans naast de Overijsselse boerderijen. De ambitie is gericht op de versterking van de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en de kwaliteit van dit landschap. Het gaat dan met name om de grote maat en de vergezichten. De norm is een beschermende bestemmingsregeling gericht op instandhouding van de grote open ruimtes, de vergezichten en het contrast tussen deze ruimtes en bestaande verdichte zones. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het veenkoloniaal landschap dan dragen deze bij aan het behoud en de versterking van bijzondere architectuur, de linten in het landschap en de open ruimtes. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In voorliggend geval is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld om het nieuwe erf conform de geldende gebiedskenmerken landschappelijk in te passen.
In het erfinrichtingsplan is aandacht besteed aan de manier waarop de landschappelijke inpassing in overeenstemming is met de 'laag van het agrarisch cultuurlandschap'. Verwezen wordt naar hoofdstuk 3. Op deze plek wordt gesteld dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. 3. De “Stedelijke laag” De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Stedelijke laag’ aangeduid met het gebiedstype ‘Woonwijken 1955-nu’ en 'Verspreide bebouwing'. Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Stedelijke laag”. Het plangebied is met de rode omlijning ingetekend. Opgemerkt wordt dat ter plaatse van de gronden met het gebiedstype 'Verspreide
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 21
bebouwing' uitsluitend sprake is van het wegbestemmen van een (deel van een) agrarisch bouwvlak. De gronden binnen deze gebiedstype behouden de agrarische bestemming (zonder bouwvlak). Een nadere toetsing aan het betreffende gebiedstype wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
Afbeelding 4.5: De Stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Woonwijken 1955- nu” De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaats vinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de wijziging van een agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming. De aanwezige verouderde voormalige agrarische bedrijfsgebouwen zullen worden gesloopt om plaats te maken voor nieuwe bebouwing. Van belang is dat deze beoogde nieuwe bebouwing goed opgaat in de omgeving. Daartoe worden tevens landschapsmaatregelen getroffen. Het geldende gebiedskenmerk van de 'Stedelijk laag' verzet zich niet tegen de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 22
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
4.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 4.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.
Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. de groei vasthouden en doortrekken; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; c. ruimte als troefkaart; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.
De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 23
door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien.
Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. 4.3.1.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4.
Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied, waar het plangebied onderdeel van is. Hardenberg in Balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende: 1. De gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. De gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving: 3. De gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; 4. De gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 24
5. De gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6. De gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. 4.3.1.4 Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. Bij het maken van dit beleid waren zowel bewoners als professionals betrokken. De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. In dit geval ligt het plangebied in een agrarisch ontwikkelingsgebied. Dit zijn de open heideen veenontginningen waarin vaak de wijkenstructuur nog in het landschap is te vinden. Ontwikkelingen in deze gebieden dragen bij aan een vitale, veerkrachtige landbouw, ook van meer grootschalige agrarische functies. Het gebied biedt mogelijkheden voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. De gemeente geeft impulsen die bijdragen aan het herstel van de landschappelijke structuur (wijkenstructuur).
4.3.1.5 Aandachtspunten voor natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten in het landelijk gebied blijven voortdurend aandacht vragen. Natuur en landschap staan onder druk, vanwege de energietransitie, klimaatmaatregelen en de transitie in de landbouw. Tegelijk vormen deze ontwikkelen juist een kans om bij te dragen aan de Landstad Hardenberg en de ‘regio van het gezonde leven’. In de dialoog ‘bouw je eigen buurt’ was de zorg voor een gezonde en groene leefomgeving een speerpunt. Een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing van vrijkomende agrarische bebouwing is hiervan een voorbeeld. De regeling ‘Erven met kwaliteit’ (voorheen rood-voor-rood) blijft hierbij het kader. Dit sluit aan bij de landelijke trend om meer ruimtelijke kwaliteit toe te voegen in de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit ziet de gemeente als “datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. De provincie gebruikt deze omschrijving ook. Ambities: De gemeente geeft een extra kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving waarbij de verschillende landschappen herkenbaarder worden. Gebiedsgerichte projecten versterken enerzijds de landschappelijke relaties en biodiversiteit in het landelijk gebied zelf en anderzijds de relatie tussen het landelijk gebied en de kernen.
Dit overstijgt de huidige perceelsgerichte benadering. De gemeente zoekt naar nieuwe economische dragers in het landelijk gebied om gebiedsgerichte projecten te kunnen financieren. Een voorbeeld is het bieden van ruimte aan tweede woningen. De investeringsruimte die hiermee ontstaat zet de gemeente in voor kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving van het buitengebied. De gemeente onderzoekt hoe inkomsten uit grootschalige(r) toekomstige ontwikkelingen in het landelijk gebied kunnen inzetten voor de kwaliteit van de groene leefomgeving. Denk aan koppeling van geldstromen rond de energietransitie of klimaatadaptatie. Dit kunnen ook nieuwe economische dragers in het landelijk gebied worden. De gemeente stimuleert groenblauwe diensten ter ondersteuning van de gebiedsgerichte projecten. Deze dragen bij aan nieuwe kwaliteitsimpulsen voor de groene leefomgeving. Gebieden die voor extra kwaliteitsimpulsen in aanmerking komen is onder andere het gebied in Radewijk. Het gaat daarbij om het toevoegen van landschapselementen in de kleinschalige landschappen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 25
4.3.1.6 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van het herbestemming van de agrarische bedrijfsbestemming aan de Dedemsvaartseweg-Noord 174 naar een 'reguliere' bedrijfsbestemming ten einde de juridisch planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Hierbij wordt circa 1.330 m2 aan landschapsontsierende voormalige agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt en een loods terug gebouwd van maximaal 850 m2. Daarbij wordt het erf landschappelijk ingepast en de huidige buitenopslag verplaatst naar de te realiseren loods. Al met al zorgt de voorgenomen ontwikkeling in een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Verder draagt de bestemmingswijziging bij aan het vitaal houden van het landelijk gebied. Immers wordt er een nieuwe toekomstbestendige functie toegekend aan een locatie waarbij de agrarische bedrijfsactiviteiten reeds geruime tijd zijn beëindigd. Hiermee wordt leegstand en verpaupering voorkomen. Samenvattend wordt geconcludeerd dat het initiatief past binnen de omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'. 4.3.2
Toekomstvisie gemeente Hardenberg 2013-2023
4.3.2.1 Algemeen De toekomstvisie voor de gemeente Hardenberg is vastgesteld door de gemeenteraad van Hardenberg op 23 april 2013. Dit plan kent drie doelstellingen: samenhang in diverse gemeentelijke beleidsvelden ondersteunen; een helder profiel naar buiten toe creëren; strategische politieke keuzes maken. Het resultaat is een visie met strategische keuzes die een duidelijke ontwikkelingsrichting geeft. De toekomstvisie is een levend document dat de gemeente geregeld zal bijstellen om in te kunnen spelen op nieuwe kansen en mogelijkheden. Het biedt houvast voor de langetermijnkoers van de gemeente. 4.3.2.2 Programmalijn 2: werken De gemeente Hardenberg (en de regio Noordoost Overijssel) heeft een redelijk unieke positie. De bestaande bedrijven zijn voor het grootste deel ontstaan uit decennia lang aanwezige lokale bedrijvigheid, gesticht en doorontwikkeld door lokale ondernemers. De meeste werkgelegenheid zit in de industrie, de zorg en de agrarische sector, maar ook bouw, transport & logistiek en recreatie & toerisme zijn een belangrijke motor voor de Hardenbergse economie.
De volgende doelstellingen zijn geformuleerd: Behoud, versterking en verbreding van de werkgelegenheid; Concentreren bedrijvigheid in de kernen Hardenberg en Dedemsvaart; Versterken recreatie & toerisme en zorg als visitekaartje van de gemeente; Vervullen van een regionale economische rol; Versterken verbindingen; Verminderen regelgeving. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Toekomstvisie gemeente Hardenberg 2013-2023 Voorliggende ontwikkeling past binnen de programmalijn ‘werken’. Ter plaatse van het plangebied is een bedrijf gevestigd waar auto's en machines worden gerepareerd en opgeslagen. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit het van in overeenstemming brengen van de juridisch-planologische situatie met de feitelijke situatie. Dit zorgt voor behoud van de werkgelegenheid en de economische vitaliteit van het buitengebied. Het bedrijf ter plaatse krijgt met onderhavig plan een toekomstbestendig perspectief en wordt door uitvoering van landschapsmaatregelen in het ruimtelijke kwaliteitsplan op een goede wijze ingepast in de omgeving. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de ‘Toekomstvisie gemeente Hardenberg 2013-2023’.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Dedemsvaartsew eg-Noord 174 Lutten | PAGINA 26
4.3.3 LIK (Landschap Identiteit Kaart) en Ontwikkelingsvisie - Slagharen, De Krim, (Oud) Lutten 4.3.3.1 Inleiding De gemeente heeft voor het gebied een Landschap-Identiteit-Kaart (LIK) gemaakt. In de LIK wordt de identiteit van het gebied bepaald zoals de specifieke kenmerken en kwaliteiten. Op deze wijze wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken. Het plangebied ligt binnen het 'Open veenontginningslandschap'. Dit is afbeelding 4.7 weergegeven. Het plangebied is met de rode ster aangegeven.
Afbeelding 4.7: Uitsnede LIK (Bron: Gemeente Hardenberg) 4.3.3.2 Methodiek LIK's De gemeente Hardenberg wil regie voeren op de ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarbij wil de gemeente een meer richtinggevende rol gaan innemen, gericht op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit is echter een breed begrip, dat deels subjectief van aard is. In de Visienota Buitengebied is dit gedefinieerd als “eigen identiteit”. De identiteit van het gebied komt voort uit de ontstaansgeschiedenis en de daarmee samenhangende landschapstypen. In de LIK is daarom een onderscheid gemaakt tussen de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen. Deze landschapstypen zijn op een overzichtskaart opgenomen (zie de afbeelding 4.7). Vervolgens is voor het gebied een schema opgesteld, waarin een overzicht is opgenomen van de aanwezige waardevolle en storende kenmerken. Ook zijn de kansen of juist bedreigingen voor deze kenmerken omschreven. De schema's ten aanzien van de landschapstypen zijn opgenomen in het volledige LIK. 4.3.3.3 Ontwikkelingsvisie Slagharen, De Krim, (Oud) Lutten Na het opstellen van de LIK's is een visie (wensbeeld) op de toekomstige ontwikkelingen gegeven. Hierbij is rekening gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten uit de LIK's en het geldende beleid van het rijk, provincie, waterschap en eigen gemeentelijk beleid.