Begroting 2025
Tekst van het document
(COELO) in de gemeente Hardenberg een bedrag van € 864. In 2023 was dit bedrag € 848. Onze gemeente staat nu op plaats 50 (in 2023: 67) van de gemeenten met de laagste woonlasten in Nederland (totaal 345 (deel)gemeenten).
Het landelijke gemiddelde is een bedrag van € 994. In de Provincie Overijssel is het
gemiddelde € 934. (Bron: Coelo, atlas van de lokale lasten 2024). In de tabel woonlasten
omliggende gemeenten, hieronder, ziet u de woonlasten van de omliggende gemeenten. Woonlasten omliggende gemeenten Omliggende gemeenten X
Woonlasten per huishouden Landelijke rangorde X
(aantal (deel) gemeenten
(Bedragen in euro)
X
Ommen
831
26
Zwolle
854
44
Hardenberg
864
50
De Wolden
868
53
Dalfsen
874
57
Staphorst
879
59
Hoogeveen
923
93
Twenterand
977
170
Coevorden
1036
230
345)
(Bron: Coelo, atlas van de lokale lasten 2024)
Uit de COELO-atlas 2024 blijkt dat COELO uitgaat van een tarief afvalstoffenheffing voor meerpersoonshuishoudens in de gemeente Hardenberg van € 253. COELO
geeft aan dat gewerkt wordt met aannames omtrent de aangeboden hoeveelheid afval. Dit doen zij om de verschillende gemeenten goed met elkaar te kunnen vergelijken. In
Hardenberg blijken de werkelijke cijfers echter te verschillen met de gedane aannames
door COELO. In 2024 betalen huishoudens aan vastrecht € 170. Daarbij komen de kosten per aanbieding van restafval. Het gemiddeld aantal aanbiedingen van de restafval 240 liter-
container bedroeg in 2023 gemiddeld 7 aanbiedingen. Vermoedelijk is dit aantal voor 2024 nagenoeg gelijk. Dit resulteert in een totale gemiddelde aanslag afvalstoffenheffing van € 244,20 (170 + 74,20). Een verschil van € 9.
81
Gemiddelde woonlasten gemeente Hardenberg De werkelijke gemiddelde woonlasten bedragen in 2024 in de gemeente Hardenberg voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 376.079,(bron: COELO) en 7 aanbiedingen van de 240 liter restafvalcontainer: Tarief 2024 (Bedragen in euro)
X
Onroerende zaakbelastingen
322
Afvalstoffenheffing (vastrecht en variabel)
244
Rioolheffing
289
Totale gemiddelde aanslag 2024
855
Kwijtscheldingsbeleid Voor belastingplichtigen, die niet in staat zijn bepaalde gemeentelijke belastingen te betalen, is kwijtschelding mogelijk op grond van de Gemeentewet en de Invorderingswet. Kwijtschelding is uitsluitend mogelijk voor de onroerende zaakbelastingen, de
afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Of kwijtschelding wordt verleend hangt af van de
betalingscapaciteit van belastingplichtigen. Bij de bepaling daarvan houden we rekening met 100% van de kosten van levensonderhoud zoals opgenomen in de landelijke richtlijnen voor het kwijtscheldingsbeleid. Sinds 1 januari 2018 is ook de kostendelersnorm uit de
participatiewet van toepassing. Daarnaast wordt op drie onderdelen een ruimhartiger kwijtscheldingsbeleid uitgevoerd. Dit wordt bereikt door bij de berekening van de
betalingscapaciteit een hogere inkomensnorm voor personen met een pensioengerechtigde
leeftijd of ouder te hanteren, de netto kosten van de kinderopvang als uitgave aan te merken en maximaal gebruik te maken van het verhogen van de toegestane financiële middelen
Dit betekent dat de kwetsbare groepen in Hardenberg in 2025 een beroep kunnen blijven doen op de mogelijkheden tot kwijtschelding van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.
Totaal is € 511.000 begroot voor kwijtschelding en is als volgt opgebouwd:
Afvalstoffenheffing € 244.700, rioolheffing € 265.300 en OZB € 1.000. Het kwijtschelden van OZB komt tot nu toe niet veelvuldig voor. Kostendekkendheid
Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing 2025 Lasten taakveld 7.2, 7.3, inclusief (omslag)rente
-€ 5.328.700
Baten taakveld 7.2, 7.3, exclusief heffingen
€ 728.000
Netto lasten taakveld 7.2
-€ 4.600.700
Toe te rekenen lasten Overhead
-€ 199.000
BTW
-€ 985.470
82
Kwijtschelding
-€ 244.770
Totaal lasten
-€ 6.029.940
Baten
€ 6.140.190
Lagere baten door dotatie aan voorziening
-€ 110.250
Totaal baten heffing incl. mutatie voorziening Dekkingspercentage
100%
€ 6.029.940
Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing 2025 (excl. voorziening) Baten
€ 6.140.190
Lasten
-€ 6.029.940
Kostendekkendheid
101,83%
Kostendekking rioolheffing 2025
Lasten taakveld 7.2, inclusief (omslag)rente
-€ 6.434.140
Baten taakveld 7.2, exclusief heffingen
€ 420
Netto lasten taakveld 7.2
-€ 6.433.720
Toe te rekenen lasten Overhead
-€ 1.148.000
BTW
-€ 1.146.570
Kwijtschelding
-€ 265.300
Overige kosten
-€ 259.230
Totaal lasten
-€ 9.252.820
Baten
€ 8.643.200
Hogere baten door onttrekking van voorziening
€ 609.620
Totaal baten heffing Dekkingspercentage
100%
€ 9.252.820
Kostendekkendheid rioolheffing (excl. voorziening) 2025 Baten
€ 8.643.200
Lasten
-€ 9.252.820
Percentage
93,41%
Kostendekkendheid rioolheffing (incl. voorziening) 2025 Baten
€ 9.252.820
83
Lasten
-€ 9.252.820
Percentage
100%
Kostendekking lijkbezorging 2025 Lasten taakveld 7.5, inclusief (omslag)rente
-€ 461.857
Baten taakveld 7.5, exclusief heffingen
€ 1.170
Netto kosten taakveld
-€ 460.687
Toe te rekenen lasten Overhead
-€ 191.408
BTW
€0
Kwijtschelding
€0
Totaal lasten
-€ 652.095
Totaal baten heffing Kostendekkendheid
80,42%
€ 524.411
Kostendekkendheid marktgelden 2025 Lasten taakveld 3.1, inclusief (omslag)rente
-€ 62.602
Baten taakveld 3.1, exclusief heffingen
€0
Netto kosten taakveld
-€ 62.602
Toe te rekenen lasten Overhead
-€ 9.816
Kwijtschelding
€0
BTW
€0
Totale kosten
-€ 72.418
Totale baten Kostendekkendheid
83,46%
€ 60.443
Lasten
Totaal
€ 4.572.359 € 3.757.266
82%
€ 1.616.212 € 1.375.873
85%
€ 114.086
€ 72.844
64%
€ 824.647
€ 768.271
93%
Hoofdstuk 1
Algemene dienstverlening
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Paragraaf 1.2
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
84
Baten
Kostendekkendheid
Kostendekkendheid leges 2025
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen
€ 282.940
€ 308.230
109%
€ 16.415
€ 8.944
54%
Paragraaf 1.7 Overige Publiekszaken
€ 103.321
€ 60.047
58%
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief
€ 19.538
€ 22.485
115%
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten
€ 223.095
€ 121.831
55%
Paragraaf 1.10 Diversen
€ 32.170
€ 13.221
41%
Paragraaf 1.4
Verstrekking in het kader van basisregistratie personen
Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie
Hoofdstuk 2
Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
€ 2.340.207 € 2.349.927
100%
Paragraaf 2.2 Voorfase
€ 141.183
44%
Paragraaf 2.3 Activiteiten m.b.t. bouwwerken
€ 1.997.738 € 2.190.552
110%
€ 15.466
€ 7.496
48%
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
€ 29.008
€ 29.008
100%
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
€ 866
€ 840
97%
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
€ 18.560
€ 8.888
48%
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
€ 86.611
€ 16.110
19%
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
€ 8.960
€ 8.960
100%
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
€ 7.053
€ 6.589
93%
Paragraaf 2.12 Modaliteiten
€ 34.763
€ 34.734
100%
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2.4
Activiteiten m.b.t. cultureel erfgoed en werelderfgoed
€ 62.051
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
Paragraaf 2.13 Vermindering
€ -15.300
Paragraaf 2.14 Teruggaaf Hoofdstuk 3
Dienstverlening vallend onder dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
€ 615.940
€ 31.466
5%
€ 124.844
€ 13.976
11%
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt
€ 470.597
€ 7.729
2%
Paragraaf 3.5 Standplaatsen
€ 5.661
€ 2.095
37%
€ 14.839
€ 7.665
52%
Paragraaf 3.1 Horeca Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 Paragraaf 3.7 Kinderopvang Paragraaf 3.8 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
85
Toelichting legestabel
Per hoofdstuk van de legestarieventabel is het percentage kostendekkendheid berekend. Zo wordt inzichtelijk welke mate van kostendekkendheid van toepassing is per hoofdstuk. Een
aantal paragrafen hebben in financiële zin een zeer bescheiden omvang en zijn aangegeven met “-“
De totale verordening overstijgt niet de 100% kostendekkingsnorm. Binnen de paragrafen en daarmee ook binnen de hoofdstukken is kruissubsidiëring toegestaan. Kruissubsidiëring is
het bewust hanteren van lagere legestarieven voor de ene dienst en het hanteren van hogere legestarieven voor de andere dienst. Een voorbeeld hiervan zijn de rijbewijzen. Voor
rijbewijzen ( hoofdstuk 1, paragraaf 1.3) overstijgt de geraamde opbrengst net de geraamde toe te rekenen kosten. De gehanteerde tarieven voor de rijbewijzen betreffen de maximaal
wettelijke tarieven. Het tarief hoeft niet te worden aangepast omdat de totale verordening de 100% kostendekkingsnorm niet overschrijdt.
In Hoofdstuk 1 van de tarieventabel zijn voor diverse belastbare feiten maximum wettelijke tarieven van toepassing, bijvoorbeeld voor rijbewijzen, paspoorten etc. Deze wettelijk
maximumtarieven worden op een later moment aangepast, zodra deze gegevens definitief bekend worden gemaakt door het Rijk.
Binnen Hoofdstuk 2 vallen de belastbare feiten ten behoeve van de Omgevingswet. Deze is in werking getreden op 1 januari 2024, tegelijk met de Wet Kwaliteitsborging (Wkb). De
Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de
fysieke leefomgeving. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit door privatisering van het bouwtoezicht te verbeteren.
Voor dit onderdeel kan specifiek worden aangegeven dat de tarieven voor de kleine
bouwactiviteiten minder kostendekkend zijn dan de tarieven voor een grote bouwactiviteit.
Dit is een bewuste keuze en als zodanig niet afwijkend van de landelijke tendens en ook niet onredelijk.
De kostendekkendheid voor Hoofdstuk 3 komt uit op 5%. Binnen dit hoofdstuk zijn onder
meer de belastbare feiten inzake de Alcoholwet, Evenementen en Kinderopvang opgenomen. De meeste gemeenten kiezen er voor om de tarieven in deze titel niet te hoog vast te stellen.
86
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding en wettelijk kader In deze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geven we informatie over: - het beleid omtrent de weerstandscapaciteit, het weerstandsvermogen en de risico’s - een overzicht van de risico’s
- een berekening van de weerstandscapaciteit
- de verplicht op te nemen kengetallen (de netto schuldquote, de netto schuldquote
gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit)
- een beoordeling van de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Met de informatie in deze paragraaf geven wij uitvoering aan artikel 11 lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Het beleid omtrent weerstandscapaciteit, weerstandsvermogen en de risico’s Ons beleid De weerstandscapaciteit is in het BBV omschreven als
“de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. De beschikbare weerstandscapaciteit berekenen wij op basis van: - De omvang van de algemene reserve (vrij aanwendbaar gedeelte); - De eventueel ongebruikte belastingcapaciteit; - De omvang van stille reserves (indien aanwezig); - De ruimte in de structurele begroting. Het uitgangspunt voor ons weerstandsvermogen is:
‘Wij streven naar weerstandsvermogen dat groter is dan de omvang van de risico's. Daarvoor willen we inzicht in en beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s’. Onze doelstelling is: • •
het handhaven van een gezonde financiële positie;
het voorkomen dat ingrijpende beleidswijzigingen noodzakelijk worden bij niet afgedekte risico’s.
Een risico definiëren wij als: een kans op een gebeurtenis dat een nadelig effect kan hebben op de organisatie, de doelen die zijn gesteld en / of de financiële positie. De risico’s zijn onderverdeeld naar drie categorieën:
- Mogelijke financiële tegenvallers die samenhangen met de uitvoering van bepaalde
activiteiten. Voorbeelden zijn het ondernemersrisico bij grondexploitaties en het risico op overschrijding van budgetten bij openeinde-regelingen.
87
- Voorzienbare tekorten op reguliere budgetten. De tekorten zijn min of meer duidelijk. Zeker
waar de tekorten een structureel karakter hebben, heeft het vanuit bedrijfseconomisch oogpunt de voorkeur dit op te lossen binnen de exploitatie.
- (Ongewenste) schommelingen van budgetten, waardoor behoefte ontstaat in egalisatie van
jaarlasten. Riolering en wegen zijn hiervan de belangrijkste voorbeelden. Als de noodzakelijke onderhoudslasten structureel in de begroting zijn geraamd is er geen sprake van een risico dat relevant is voor het weerstandsvermogen.
Voor de berekening van de benodigde omvang van het weerstandsvermogen is alleen de eerste categorie van belang voor het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen.
Risicoprofiel Wij hebben de mogelijke risico’s, inclusief hun oorzaken en gevolgen in beeld gebracht. De totale omvang van de risico’s bedraagt bruto € 49 miljoen. Dit is € 8 miljoen lager dan de vorige risico-inventarisatie (in de jaarrekening 2023). Dit komt doordat: -
De risico’s die samenhangen met het beëindigen van de dienstverlening aan Ommen
per 1 januari 2025 vervallen. Dit betreft een bedrag van € 3,2 miljoen. Het deel van de taakstelling dat (nu) niet is gerealiseerd, is als incidenteel of structureel budget in de begroting opgenomen.
-
De omvang van het risico op hogere uitgaven voor de uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijk ondersteuning kan worden verlaagd met € 1,2 miljoen. Dit is mogelijk gelet op de uitgaven in 2023 en de prognose 2024. Met name omdat er geen grote overschrijdingen zijn van de Wmo-budgetten.
-
De omvang van de garantstellingen die wij hebben verleend, is verlaagd. Het effect op het risicobedrag is ongeveer € 4 miljoen.
Voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen houden we rekening met de
kans dat een gebeurtenis zich voordoet en het financieel gevolg van een gebeurtenis (= kans * financiële impact). Niet alle risico's zullen zich tegelijkertijd en in dezelfde omvang voor
doen. Het resultaat is dat met een beschikbare weerstandscapaciteit van € 17 miljoen het
voor 90% zeker is dat de risico's zijn afgedekt. Toelichting risico’s
We hebben 53 risico’s met een financieel gevolg. De risico’s hebben we ingedeeld. Daarbij zijn we uitgegaan van de mogelijke omvang van een risico en de kans dat een risico zich voordoet. In de tabel ziet u de verdeling van de risico’s.
88
We beschrijven de mogelijke risico’s met een enorme of substantiële impact en waarbij de kans dat die zich voordoet groter is dan 50%. 1.
Grondexploitaties
€ 2.649.000
In de Nota Grondexploitatie 2025 en de paragraaf Grondbeleid worden de risico’s beschreven in de grondexploitaties. De grootste risico’s zijn: •
Hogere kosten voor de aanleg van het openbaar gebied.
•
Vertraging in de uitgifte als gevolg van marktontwikkelingen.
•
Het tot stand komen van de verschillende bestemmingsplannen binnen Marslanden II.
In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen.
In deze risicoberekening is niet opgenomen dat de prijs die is betaald voor aangekochte
gronden niet wordt terugverdiend als de uitgifte voor woningbouw of bedrijfskavels niet doorgaat. Voor een goede inschatting van zo’n risico is een analyse nodig. Gelet op de huidige vraag naar woningen en bedrijfskavels lijkt het risico beperkt.
Verder zijn we met de Belastingdienst in overleg over de toepassing van Vennootschapsbelasting over de winsten van de grexen. Benodigde risicoreserve Nota grondexploitatie (grex) Benodigde risicoreserve per grex
Nota grex 2025
(Bedragen in euro x €1.000)
X
Centrumplan Hardenberg
414
Centrumplan Dedemsvaart
50
Hardenberg Wonen
0
Hardenberg Werken
855
Marslanden II
713
Overige projecten
617
Totaal
2.649
89
4.
Informatiebeveiliging
€3.900.000
Als gemeente werken we veel met waardevolle en privacygevoelige informatie, die steeds meer tijd- en plaats onafhankelijk beschikbaar moet zijn. Daarvoor gebruiken we allerlei
systemen. Door maatschappelijke- en technologische ontwikkelingen is het belangrijk de risico’s op uitval en van de veiligheid van informatie onder ogen te zien. We zorgen voor
bewustwording van de risico’s en nemen beheersmaatregelen. Desondanks blijft het risico dat onze systemen uitvallen. Door cybercrime of een technische storing. Als vervanging of
herstel van systemen nodig is buiten de reguliere vervangingsperiode zijn extra investeringen nodig. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 50% meegenomen. 5.
Uitvoering van de Jeugdwet en de WMO
€
3.500.000
De Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn openeinderegelingen. Het aantal mensen dat zorg nodig heeft, kan toenemen. Wij hebben de plicht inwoners te
ondersteunen. Een overschrijding van het budget in de begroting is geen reden om deze ondersteuning niet te bieden. Als meer zorg nodig is, stijgen de kosten. Wij werken aan
maatregelen om de stijging van de kosten te beheersen en zo mogelijk kosten te verlagen. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen. 6.
Budgetoverschrijding Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz
€
1.000.000
Wij ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de
uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Wij zijn zelf
verantwoordelijk voor het beleid rondom de uitkeringen en de loonkostensubsidie, en voor de uitvoering ervan. De financieringssystematiek sluit hierbij aan. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast dat volgens een vaste verdeelsystematiek onder de gemeenten wordt
verdeeld. Dat budget is niet geoormerkt: een gemeente mag een overschot vrij besteden en moet een tekort in beginsel zelf opvangen.
In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 70% meegenomen. 7.
Stijging loonkosten en (pensioen)premies
€ 500.000
Een stijging van loonkosten als resultaat van CAO-onderhandelingen zal deels gedekt kunnen worden door een stijging van de rijksbijdrage. De verwachting is dat die dekking niet volledig zal zijn.
Een stijging van de lonen zal ook als gevolg hebben dat meer (pensioen)premies moeten worden betaald.
90
In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen. 8.
Onvoldoende gekwalificeerd personeel
€ 750.000
Er is sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor bestaat de kans dat vacatures niet kunnen worden ingevuld. Daarnaast zijn er meerkosten omdat personeel moet worden
ingehuurd. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 70% meegenomen.
Niet gecalculeerde risico’s
Economische ontwikkelingen leiden tot stijging van kosten van goederen en diensten. De duur en de omvang van die ontwikkelingen zijn nog niet goed in te schatten. In de
berekening van het risicoprofiel is hiermee geen rekening gehouden. Wij zullen deze ontwikkelingen verwerken in de (meerjaren)begroting. Omgevingsdienst IJsselland
PM
In Nederland loopt het IBP-VTH programma (Interbestuurlijk programma versterking
vergunning-, toezicht- en handhavingsstelsel). Op grond hiervan moeten omgevingsdiensten
voldoen aan robuustheidseisen. Waaronder financiële eisen. De Omgevingsdienst IJsselland voldoet hier op dit moment niet aan. Dit betekent dat de gemeente Hardenberg in 2025
mogelijk geconfronteerd kan worden met een structurele uitzetting van de gemeentelijke
bijdrage aan de Omgevingsdienst IJsselland. Hoe groot deze uitzetting van kosten kan zijn, is niet in te schatten.
Actualisatie milieuvergunningen
PM
Het actualiseren van milieuvergunningen is een wettelijke verplichting. De afgelopen jaren kon hier met name door capaciteitsgebrek geen aandacht aan worden gegeven. De
Omgevingsdienst IJsselland wil deze taak projectmatig versneld vanaf 2025 oppakken. Er is
op dit moment nog geen specifiek budget voor beschikbaar. Het gaat hierbij met name om
de zwaarste categorieën bedrijven. De gemeente Hardenberg heeft circa 70 zware bedrijven
(agrarisch IPPC). Er is nog geen uitvoeringsbudget voor dit project in de begroting 2025 van de Omgevingsdienst opgenomen. Gelet op de wettelijke verplichting start de
omgevingsdienst in 2025 met deze activiteiten en zal de kosten hiervoor separaat in rekening brengen. Hoe groot de kosten voor Hardenberg in 2025 voor dit project zal zijn is op dit moment niet in te schatten. Mijnbouw
PM
Als er gas gaat worden gewonnen uit het nieuw aan te boren gasveld, dan zal een deel van
de opbrengst ten goede komen aan de omgeving waarin het gas wordt gewonnen. In 2025 verkennen we hoe we hier samen met het Rijk en de NAM invulling aan kunnen geven.
91
HR21
PM
Wij gaan HR21 invoeren als ons nieuwe functiewaarderingsysteem. Hierdoor is er een kans dat de loonsom beïnvloed wordt.
Beschikbare weerstandscapaciteit Met de beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we “de middelen en mogelijkheden
waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Deze uitleg staat in het Besluit Begroting en Verantwoording (artikel 11.1). De volgende financiële middelen vormen samen de beschikbare weerstandscapaciteit: Beschikbare weerstandscapaciteit Omschrijving
Bedrag per 31 december 2023
(Bedragen in euro x €1.000)
X
De algemene reserve
83.964
De ongebruikte belastingcapaciteit
1.000
De stille reserves (indien aanwezig)
0
De ruimte op de structurele begroting
0
Beoordeling weerstandsvermogen Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen vergelijken we de weerstandscapaciteit met de omvang van het bedrag dat nodig is om de risico’s af te dekken. Dit verband is in onderstaande figuur schematisch weergegeven.
Naast het aanwezige weerstandsvermogen zijn er andere mogelijkheden om de gevolgen van risico’s op te vangen. We denken dan aan het aanpassingsvermogen van de organisatie, extra inkomsten en de kans dat tegenslagen zich gelijktijdig voordoen.
Het benodigde weerstandsvermogen voor de opvang van de risico’s is € 16,8 miljoen. Per 31 december 2025 is de verwachte omvang van het weerstandsvermogen:
€ 87,1 miljoen algemene reserve + € 1 miljoen belastingcapaciteit = € 88,1 miljoen.
92
De ratio is:
Beschikbare
weerstandscapaciteit
Ratio
weerstandsvermogen = Benodigde
weerstandcapaciteit
=
€ 88.100.000
€ 16.800.000
= 5,2
Deze ratio ligt ruim boven de door de raad vastgestelde factor van 1,4.
De ruimte tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (€ 88,1 miljoen) en de gewenste weerstandscapaciteit (1,4 * € 16,8 miljoen = € 23,5 miljoen) is € 64,6 miljoen.
De in de meerjarenbegroting 2025 – 2028 begrote toevoegingen en onttrekkingen aan de algemene reserve zijn niet in de berekening meegenomen. Ook hebben wij in deze
berekening geen rekening gehouden met (grote) investeringen die nodig zijn om de ambities die in de Perspectiefnota 2025 zijn beschreven uit te voeren.
Door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement en de Universiteit Twente is een
waarderingstabel opgesteld, die aangeeft hoe de ratio beoordeeld kan worden. Daaruit blijkt dat een ratio van meer dan 2,0 als uitstekend wordt gezien. Zie onderstaande tabel: Ratio
Betekenis
1,4 – 2
Ruim voldoende
>2
Uitstekend
1 – 1,4
Voldoende
0,8 – 1
0,6 – 0,8 < 0,6
Matig
Onvoldoende
Ruim onvoldoende
Continuïteit
Op basis van de door ons uitgevoerde risico-inventarisatie, de weerstandsratio van 5,2 en het beeld van onze meerjarenbegroting zijn wij van mening dat de normale bedrijfsvoering financieel kan worden voortgezet.
Indicatoren Depla Door de commissie DEPLA is een aantal kengetallen ontwikkeld, die de raad kunnen helpen
in het verkrijgen van inzicht in de gemeentefinanciën. Hieronder noemen wij de kengetallen en de definitie daarvan. •
netto schuldquote inclusief de quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Definitie: De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen het niveau van de
schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. In het verlengde hiervan kennen we ook de zogenoemde “Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte 93
leningen”. Bij deze specifieke quote wordt er gekeken naar het effect van door de gemeente verstrekte leningen op de schuldenlast van de gemeente. De gemeente Hardenberg heeft een maximale netto schuldquote van 130% vastgesteld. •
solvabiliteitsratio
Definitie: De mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te
voldoen. Dit wordt uitgedrukt in het percentage Eigen Vermogen ten opzichte van het balanstotaal. •
kengetal grondexploitatie
Definitie: De boekwaarde van de voorraden grond zijn van belang, want deze waarden
moeten meerjarig worden terugverdiend bij de verkoop. De ratio wordt berekend door de boekwaarde van de gronden in exploitatie te delen door de totale baten van de programmabegroting of jaarrekening. •
structurele exploitatieruimte
Definitie: Om een flexibele begroting te kunnen bewerkstelligen is het zinvol de structurele baten hoger te laten zijn dan de structurele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt
bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele
onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. •
belastingcapaciteit
Definitie: De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten.
Dit kengetal wordt berekend door de lokale lasten (OZB/afval/riool) voor een gemiddeld huishouden in de gemeente te vergelijken met het landelijk gemiddelde. Het Coelo publiceert jaarlijks deze gegevens.
Daarbij wordt een ranglijst aangehouden van gemeenten met de laagste woonlasten in
Nederland. De gemeente Hardenberg stond in 2024 op plaats 50 (ranglijst eigenaar-bewoner meerpersoonshuishouden). De woonlasten voor deze categorie (€ 864,-) liggen onder het
landelijk gemiddelde (€ 994,-) en het provinciaal gemiddelde (€ 934,-).
In onderstaande tabel staan de kengetallen per 31 december 2023 en een vergelijking met de begroting 2024 en de volgende jaren.
De schuldquote ligt ruim onder de afgesproken norm. De ratio's voor solvabiliteit en
grondexploitatie liggen stabiel in de buurt van het landelijke gemiddelde. Naar onze indruk zijn dit indicatoren die er op wijzen dat Hardenberg financieel gezond is.
94
Indicatoren
Omschrijving
Verslag Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot
X
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote
38,00%
56,00%
66,00%
76,00%
77,00%
74,00%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 36,00%
53,00%
63,00%
73,00%
74,00%
71,00%
Solvabiliteitsratio
48,00%
46,00%
41,00%
39,00%
37,00%
36,00%
Structurele exploitatieruimte
4,00%
3,00%
2,00%
0,00%
0,00%
0,00%
Grondexploitatie
4,00%
8,00%
3,00%
3,00%
3,00%
3,00%
Belastingcapaciteit
90,00%
89,00%
86,00%
86,00%
86,00%
86,00%
Weerstandsvermogen
4,02%
4,29%
3,98%
3,77%
3,53%
3,35%
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding en wettelijk kader De kapitaalgoederen van de gemeente betreffen o.a. de wegen, gebouwen, riolering,
openbare verlichting en groen. Samen vormen zij de openbare ruimte en wordt in ons
dagelijks leven door iedereen gebruikt. Het is dan ook belangrijk al deze kapitaalgoederen
goed te beheren, zodat ze aan de gestelde eisen kunnen blijven voldoen. Ze hebben daarom ook op gezette tijden onderhoud nodig of dienen compleet vervangen te worden.
Op deze manier dragen we zorg voor onze openbare ruimte.
Het is juist vaak de kwaliteit van de openbare ruimte die door de inwoners intensief wordt beleefd.
Deze paragraaf schetst kort hoe de gemeente omgaat met haar kapitaalgoederen. Het laat zien dat het noodzakelijk onderhoud is geborgd. Dit is grotendeels vastgelegd in allerlei
meerjarenplannen, nota’s, visies en regelingen. In deze beheerplannen zijn ook de financiële middelen en het gewenste kwaliteitsniveau opgenomen. Onderhoudskosten als gevolg van areaaluitbreiding worden nu financieel verwerkt.
Hieronder wordt per kapitaalgoed kort aangegeven welk plan of beleid er momenteel geldt. Het gaat om de volgende categorieën kapitaalgoederen: 1. Wegen, bermen en sloten 2. Kunstwerken
3. Openbare verlichting
4. Water en riolering 5. Openbaar groen
6. Speelvoorzieningen
7. Begraafplaatsen
8. Gemeentelijke gebouwen
95
Wegen, bermen en sloten Elke drie jaar wordt het beheerplan wegen geactualiseerd voor het wegennetwerk in onze
gemeente. Het huidige kader staat beschreven in de nota meerjaren onderhoudsprogramma
wegen 2023-2025. Op basis van een landelijk toegepaste methodiek van de CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw)
wordt het gemeentelijke wegennet van Hardenberg geïnspecteerd, beheerd en onderhouden.
De omvang van het beheergebied bestaat uit ruim 950 km aan verharde wegen en 185 km aan fietspaden en bijkomende zaken, zoals parkeerplaatsen, voetpaden, verkeersregelinstallaties, etc.
Voor de borging van voldoende kwaliteit heeft de gemeenteraad 10 bestuurlijke
uitgangspunten vastgesteld die gebruikt worden om tot verantwoorde afwegingen en prioritering te komen voor ons wegbeheer.
Tevens zijn de CROW-normen (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-,
Water- en Wegenbouw) naar de Hardenbergse situatie vertaald (“de Hardenbergse norm”). We streven naar een goede balans tussen de noodzaak van onderhoud aan gemeentelijke
wegen, esthetische waarden en de beschikbare (financiële) middelen. De exploitatielasten die in de begroting zijn opgenomen zijn voldoende voor sober en doelmatig onderhoud.
Naast het uitvoeren van een kwaliteitsinspectie wordt twee keer per jaar een wegenschouw gehouden. De gemeente Hardenberg beschikt over een gecertificeerd geautomatiseerd wegbeheersysteem. Dit systeem ondersteunt bij de vaststelling voor de onderhoudsmaatregelen die geadviseerd worden.
Daarnaast worden signalen uit het “veld” en meldingen van gebruikers en van de plaatselijke
belangen meegenomen in de afweging. Het onderhoud wordt zoveel mogelijk gecombineerd met andere werkzaamheden, zoals riolering- en herinrichtingsprojecten, alsmede verkeerskundige- en mobiliteit opgaven.
Het beheer en onderhoud van wegen begint met het bewust ontwerpen van de infrastructuur en de keuze voor de kwaliteit van duurzame materialen. Dat heeft op de lange termijn
positieve effecten op het beheer en onderhoud. De afstemming tussen ontwerp en uitvoering is onderdeel van ons dagelijkse werk.
Naast het reguliere grootonderhoud aan de wegen worden de komende 4 jaar tevens vier
verkeersregelinstallaties (VRI's) vervangen. De investeringen hiervoor zijn opgenomen in de begroting.
In de komende 2 jaar worden extra investeringen gedaan voor het veiliger maken van de
bermen in het buitengebied. De investeringen hiervoor zijn opgenomen in onderstaande overzicht
96
Categorie
Wegen, straten en pleinen
Actueel onderhoudsplan
Aanwezig: Meerjarig onderhoudsplan Wegen 2023- 2025
Programma
/ beleidskader
Kosten onderhoud
Dekkingsgraad
Ruimtelijk Hardenberg
Vastgesteld: augustus 2022
Beleidskader: Afwegingskader vastgesteld Kosten onderhoud jaar t.l.v. de exploitatie Geen reserve of voorziening aanwezig
Kosten actueel onderhoudsplan afgedekt in begroting (4210000000) Wegen straten en pleinen
Bedragen in euro
2025
Raming t.l.v. exploitatie
2026 -2.889.540
2027 -2.789.540
2028 -2.789.540
-2.789.540
Kunstwerken (bruggen en tunnels) De gemeente Hardenberg heeft 214 civiele kunstwerken in beheer. Dit zijn onder andere
bruggen, viaducten, grote duikers en tunnels. Om deze kunstwerken te beheren heeft de
gemeenteraad het beleidsplan kunstwerken 2018 - 2030 vastgesteld. Het beleidsplan geeft
een integrale visie met inzicht in de maatregelen en bijbehorende kosten die nodig zijn deze kunstwerken in stand te houden en, wanneer nodig, te vervangen. In het plan zijn 3 onderhoudsscenario’s uitgewerkt, waarbij het scenario “heel en veilig” past bij de
Hardenbergse visie op het beheer en onderhoud. De financiële basis (onderhoud en
investeringen) is geactualiseerd opgenomen in de begroting en is gebaseerd op het scenario "veilig" (onderhoudsniveau B).
Alle kunstwerken zijn opgenomen in een beheersysteem (iASSET). De kwaliteitsinspectie vindt eens in de 5 jaar plaats. Een keer per jaar worden de kunstwerken geschouwd. Op basis van de uitkomsten van inspectie, herberekeningen en de schouw wordt het meerjarig
onderhouds- en vervangingsprogramma geactualiseerd en zo nodig bijgesteld. Categorie
Civiel kunstwerken
Actueel onderhoudsplan
Aanwezig: Meerjarig onderhouds- en investeringsplan 2022 - 2025
Programma
/ beleidskader
Kosten onderhoud
Ruimtelijk Hardenberg
Beleidskader vastgesteld: 6 februari 2018, documentnummer 2188328
Kosten onderhoud jaar t.l.v. de exploitatie
Vervangingsinvesteringen op basis van het meerjarige investeringsprogramma 2022 - 2025
Dekkingsgraad
Geen reserve of voorziening aanwezig
Kosten actueel onderhoudsplan afgedekt in begroting (4210300000) Civiel kunstwerken
97
Bedragen in euro
2025
Raming t.l.v. exploitatie
2026 -340.920
2027 -340.920
2028 -340.920
-340.920
Openbare verlichting Het beleidsplan Openbare Verlichting geeft de basis voor het implementeren van nieuwe ontwikkelingen, zoals technische innovaties met onder andere LED verlichting.
We zitten momenteel aan het eind van het uitvoeringsprogramma waarbij nagenoeg alle minder efficiënte verlichting door LED verlichting is vervangen. Het voornemen is om het
huidige beleidsplan in 2025 te actualiseren en aan de raad voor te leggen ter vaststelling. In dit plan zal dan o.a. de vervanging van de resterende niet-LED verlichting worden
opgenomen.
Inzichten en technieken rondom openbare verlichting zijn qua duurzaamheid actueel en bij onze gemeente onder de aandacht. Bij de onderhoudsmaatregelen, die voor de komende jaren aan de openbare verlichting zijn geprogrammeerd, houden we rekening met deze ontwikkelingen.
Daarnaast blijft het veiligheidsdenken hierin belangrijk (verkeer en sociale veiligheid). Categorie
Openbare verlichting
Actueel onderhoudsplan
Aanwezig: Vervanging- verduurzamingsplan 2018 - 2023
Programma
/ beleidskader
Ruimtelijk Hardenberg
Correctief onderhoud vindt plaats op basis van onderhoudscontract Uav-gc (1 september 2020, looptijd 2 jaar met verlengoptie 2 x 1 jaar)
Kosten onderhoud
Beleidskader: zaakkenmerk: 228767
Kosten onderhoud jaar t.l.v. de exploitatie
Vervangingsinvesteringen op basis van het meerjarig
investeringsprogramma 2018 – 2023 (verduurzaming conventionele
verlichting) Dekkingsgraad
Geen reserve of voorziening aanwezig
Kosten actueel onderhoudsplan afgedekt in begroting (4210200000) Openbare verlichting. Investeringen via de meerjarige investeringslijst
Bedragen in euro Raming t.l.v. exploitatie
2025
2026 -207.770
98
2027 -207.770
2028 -207.770
-207.770
Water en riolering In 2023 is het Programma Klimaat, Water en Biodiversiteit door de raad vastgesteld (zie :
https://www.hardenberg.nl/klimaat-water-en-biodiversiteit). Dit is een programma on der de
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg, en heeft een doorlooptijd van 5 jaar. Het inhoudelijke proces is samen met de partners uit de waterketen Noordelijke Vechtstromen opgepakt (Gemeenten Borger-Odoorn, Emmen, Coevorden, Hardenberg, Ommen en waterschap
Vechtstromen en waterleidingbedrijf).
In het programma is opgenomen hoe wij invulling geven aan de gemeentelijke watertaken. Daarnaast is uitgewerkt hoe we ons water- en rioleringssysteem klimaatrobuust en natuurinclusief willen maken.
De kosten van het programma worden gedekt uit de heffing riolering. De uitgaven zijn niet elk jaar exact gelijk, deze kunnen fluctueren. Het is onwenselijk om de tarieven van het
rioolrecht mee te laten fluctueren. Daarom schrijft het BBV voor dat gemeenten een reserve en een voorziening moeten hebben, deze zorgen er voor dat grote schommelingen in het tarief niet nodig zijn.
De fluctuaties in de investeringen voor groot onderhoud worden opgevangen binnen de voorziening. Het exploitatieresultaat wordt verrekend op de reserve. Bedragen in euro
Raming t.l.v. exploitatie
2025
2026 -2.929.670
2027 -2.929.670
2028 -2.929.670
-2.929.670
Openbaar groen Voor het reguliere onderhoud zijn in het algemeen voldoende middelen beschikbaar in de
exploitatie. Areaaluitbreiding door aanleg van nieuwe woongebieden wordt door middel van
een gemiddeld bedrag per gerealiseerde rioolaansluiting verwerkt in het onderhoudsbudget. Voor het reguliere onderhoud zijn in het algemeen voldoende middelen beschikbaar in de
exploitatie. Areaaluitbreiding door aanleg van nieuwe woongebieden wordt door middel van
een gemiddeld bedrag per gerealiseerde rioolaansluiting verwerkt in het onderhoudsbudget. Vergroening van de kernwinkelgebieden in Dedemsvaart en Hardenberg leveren een
uitbreiding van het groenareaal. Dit groen met een hoge kwaliteit levert ook structureel een
hogere onderhoudsvraag. Middelen hiervoor worden in deze begroting incidenteel geraamd voor de jaarschijf 2025.
In 2025 wordt een nieuw groenbeheerplan opgesteld. Daarin worden het areaal, de gewenste onderhoudsbeelden en het benodigde budget tegen het licht gehouden.
De technische staat is over het geheel genomen voldoende (CROW niveau B/C). Op een deel van het areaal (<8%) is de technische staat niet in orde (CROW niveau D). Door middel van
99
groenrenovatie worden deze delen aangepakt. De middelen hiervoor zijn tot en met 2026 afgedekt in de investeringen. Categorie
Programma
Openbaar Groen
Economisch en recreatief Hardenberg
Actueel onderhoudsplan In 2025 wordt een groenbeheerplan opgesteld. / beleidskader
Kosten onderhoud
Kosten onderhoud t.l.v. exploitatie
Dekkingsgraad
Kosten regulier onderhoud zijn afgedekt in begroting.
Bedragen in euro
Investeringen: Zie bijlagen
Groot onderhoud is in de begroting afgedekt t/m 2026. 2025
Raming t.l.v. exploitatie
2026 -872.180
2027 -547.180
2028 -518.180
-518.180
Speelvoorzieningen Voor het beheer van speelvoorzieningen is het BOSS-Buitenruimteplan als beleidskader
opgesteld. Hieronder valt alle fysieke inrichting voor bewegen, ontmoeten, sporten en spelen. Hoewel veel inrichting verouderd is, voldoen het onderhoud en de veiligheid aan de normen. Via de investeringsparagraaf in de begroting wordt verouderde inrichting gaandeweg
aangepast aan de actuele wensen en behoeften ten aanzien van een gezonde leefomgeving. Categorie
Programma
Speelvoorzieningen
Economisch en recreatief Hardenberg
Actueel onderhoudsplan BOSS-Buitenruimteplan (2022) / beleidskader
Kosten onderhoud
Kosten onderhoud t.l.v. exploitatie
Dekkingsgraad
Kosten regulier onderhoud en vervanging/ omvorming zijn
Bedragen in euro Raming t.l.v. exploitatie
Investeringen: zie bijlagen afgedekt in begroting 2025
2026 -62.970
2027 -62.970
2028 -62.970
-62.970
Begraafplaatsen Voor het reguliere onderhoud zijn voldoende middelen beschikbaar in de exploitatie. De technische staat is over het geheel genomen voldoende. Groot onderhoud aan de
asfaltpaden op drie begraafplaatsen wordt vanuit de Perspectiefnota opgenomen in de begroting voor 2025 (investeringsparagraaf).
100