Begroting 2024 incl. geamendeerd besluit (getekend)
Tekst van het document
Naar verwachting wordt in 2024 zo'n 40% van de aanslagen van de gemeente Hardenberg digitaal verzonden. Ook het raadplegen van WOZ-gegevens en taxatieverslagen kan via MijnOverheid. Ontwikkelingen Afgelopen jaren is gesproken over verruiming van het gemeentelijk belastinggebied. Dit staat niet op zichzelf maar vormt een bouwsteen binnen de hervorming van het gehele belastingstelsel en houdt ook verband met de wijziging van de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten. De wens van kabinet Rutte III was om de belasting op arbeid te verlagen. De lagere belastingopbrengsten uit inkomsten- en loonbelasting zouden gecompenseerd kunnen worden door de rijksuitkering aan gemeenten (Gemeentefonds) te verlagen. Gemeenten zouden de verlagen moeten compenseren door meer belasting te heffen. Deze schuif zou 4 tot 6 miljard euro moeten bedragen. Binnen de huidige wettelijke regeling is hier te weinig ruimte voor. Het kabinet Rutte III heeft aangegeven voor de verruiming van het gemeentelijke belastinggebied te zijn maar de besluitvorming hierover naar een volgend kabinet door te schuiven. In het regeerakkoord van het nieuwe kabinet Rutte IV is opgenomen dat de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 wordt uitgewerkt.
De VNG heeft aangegeven voorstander te zijn van een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied, onder een aantal randvoorwaarden, waarvan ‘de financiële verhoudingen op orde’ en 'geen verhoging van de lastendruk’ de twee belangrijkste zijn. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Hierna wordt ingegaan op de verschillende algemene belastingen, bestemmingsbelastingen en retributies die de gemeente heft.
64
Geraamde inkomsten Soort heffing
Begrote baten 2024 (Exclusief kwijtschelding)
Onroerende zaakbelastingen woningen
7.169.000
Onroerende zaakbelasting niet woningen
8.686.000
Afvalstoffenheffing
5.926.000
Rioolheffing
8.227.000
Forensenbelasting
359.000
Toeristenbelasting
1.387.000
Parkeerbelasting
1.638.000
Leges
2.737.000
Marktgelden
58.000
Lijkbezorgingsrechten
496.000
BIZ
208.000
Reclamebelasting
58.000
Totaal Als percentage van de totale gemeentelijke inkomsten
36.949.000 18%
Algemene belastingen Onroerende-zaakbelastingen In de tariefstelling van de onroerende-zaakbelastingen moet rekening worden gehouden met de waardeontwikkeling van de WOZ-waarden. Voor onroerende zaken wordt gemiddeld een waardestijging verwacht voor 2024. Op dit moment wordt nog gewerkt aan de herwaardering van alle onroerende zaken waardoor in deze paragraaf nog niet kan worden aangeven met welk percentage de tarieven, uitgaande van een stijgende waarde, verlaagd worden om tot de gewenste opbrengst te komen. Bij het vaststellen van de belastingverordeningen voor 2024 is dit percentage bekend. Vanaf 2018 wordt de compensatie OZB (dit betreft een subsidie) voor vrijwilligersorganisaties vermeld op het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen. Hierdoor is het voor vrijwilligersorganisaties direct duidelijk wat er moet worden betaald aan OZB. Ook in 2024 vermelden we de compensatie OZB daarom op het aanslagbiljet. De compensatie bedraagt 50% van het aanslagbedrag OZB. Toeristenbelasting De toeristenbelasting wordt geheven door middel van een voorlopige aanslag in het betreffende belastingjaar en een definitieve aanslag na afloop van het belastingjaar. Dit betekent dat de definitieve aanslag over het belastingjaar 2023 wordt opgelegd in april 2024. Het aantal overnachtingen voor de toeristenbelasting 2023 is begroot op 1.320.000 overnachtingen.
Op verzoek van de recreatieondernemers is de verordening toeristenbelasting in 2021 voor de tweede keer voor een periode van vier jaar vastgesteld (2022 t/m 2025). Het tarief is vastgesteld op € 1,05. Forensenbelasting De forensenbelasting wordt geheven naar een vast bedrag. Het tarief wordt met het vastgestelde inflatiepercentage van 4,22% verhoogd en komt hiermee op € 242.
65
Parkeerbelasting De parkeerbelasting wordt voldaan door kentekenparkeren (aanmelden van kenteken en doen van betaling via parkeerautomaat), door gebruik te maken van belparkeren of door op een andere wijze te betalen voor het parkeren. Ook de betaalde vergoeding voor een parkeervergunning betreft parkeerbelasting. Als bij controle blijkt dat er geen parkeerbelasting is voldaan, volgt er een naheffingsaanslag. Het bedrag voor de naheffingsaanslag is voor 1 januari 2024 vastgesteld op €76,70. Om dit bedrag in rekening te mogen brengen, dient de gemeente per naheffingsaanslag ten minste dit bedrag aan kosten te maken. De begrootte kosten liggen hoger, daarom kan het wettelijk maximale tarief in rekening gebracht worden. Het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt u aangeboden tegelijk met de verordeningen. Het beleid voor parkeren in het centrum van Hardenberg is in 2019 geëvalueerd. In april 2021 is het nieuwe parkeerbeleid vastgesteld en op 8 december 2021 in werking getreden. Op dat moment was de slagboom apparatuur vervangen en het Parkeerrechtensysteem in werking. Inmiddels zijn ook de straatautomaten vervangen. Met de nieuwe parkeerregulering moet parkeren gemakkelijk en eenvoudig zijn en moeten de beschikbare parkeerplaatsen beter worden benut. Het doel van het parkeerbeleid is de juiste parkeerder op de juiste plek te krijgen.
Het nieuwe beleid wordt in het najaar van 2023 geëvalueerd (omdat pas medio 2023 het nieuwe parkeersysteem volledig werkend was). Er wordt op logische momenten geïndexeerd, dit wordt meegenomen bij de valuatie van het beleid. Bestemmingsbelastingen Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing is 100% kostendekking. Om te voorkomen dat er jaarlijks grote schommelingen in het tarief nodig zijn om de gewenste kostendekking te kunnen realiseren, wordt om pieken in kosten op te vangen gewerkt met voorzieningen. In de tabellen in de bijlage (tabel 1 en tabel 2) ziet u de kostendekkingspercentages voor en na de onttrekking uit, of toevoeging aan de voorziening. Afvalstoffenheffing Met de afvalstoffenheffing bekostigt de gemeente de inzameling van het huishoudelijk afval. De afvalstoffenheffing wordt evenals de wettelijk plicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, geregeld in de Wet milieubeheer. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vastrecht en een variabel tarief. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van het aantal aanbiedingen. De afvalstoffenheffing wordt vermeld op de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen. Op dit aanslagbiljet staan o.a. ook de rioolheffing en de OZB. Het tarief voor de afvalstoffenheffing stijgt iets minder dan met inflatie. Het meer toenemen van de voorziening is op dit moment niet nodig.
Voorgesteld wordt om het tarief voor het vast recht op € 170,- vast te stellen. Rioolheffing De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het beheer van het grondwaterpeil. Het programma klimaat, water en biodiversiteit is in maart 2023 door uw raad vastgesteld. Hierin is opgenomen welke voorzieningen de gemeente op het gebied van water en riolering bezit, hoe deze voorzieningen functioneren, hoe het water- en rioleringssysteem beheerd wordt en hoe dit gefinancierd wordt. Daarnaast speelt het programma in op de veranderingen in het klimaat en de aanpassingen die we daarom aan ons water- en rioleringssysteem moeten uitvoeren. Voorgesteld wordt om het tarief voor de rioolheffing voor een woning vast te stellen op € 289,-.
66
Bedrijven Investerings Zone (BIZ) en reclamebelasting In het centrum van Hardenberg wordt een BIZ geheven. Deze is in 2021 weer voor vijf jaar vastgesteld en geldt tot en met 2026. In het centrum van Dedemsvaart wordt vanaf 2022 een reclamebelasting geheven. Bij zowel de BIZ Hardenberg als de reclamebelasting Dedemsvaart wordt de belastingopbrengst uitgekeerd aan de door de ondernemers opgerichte uitvoeringsorganisatie. Retributies Bij de retributies wordt in sommige gevallen afgeweken van de wens om 100% kostendekkende tarieven te hanteren, omdat dit zou leiden tot onevenredig hoge tarieven. In de bijlage ziet u de kostendekkingspercentages van de retributies (tabel 3, 4 en 5). Lijkbezorgingsrechten De lijkbezorgingsrechten zijn retributies voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Naast een retributie voor de uitgifte van graven en urnenruimten, regelt de verordening ook de vergoeding voor het gebruik van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. De kostendekking van de lijkbezorging is 65%. Marktgelden Marktgeld is een retributie voor het innemen van een standplaats op de weekmarkt in Hardenberg of Dedemsvaart. De kostendekking van de marktgelden is 74%. Leges Leges zijn retributies voor diensten die door de gemeente worden verleend. Veel van de retributies gaan over het aanvragen van vergunningen of documenten.
Te denken valt aan omgevingsvergunningen of paspoorten. Maar ook activiteiten van het gemeentearchief kunnen in de legesverordening worden geregeld. Op 1 januari 2024 gaat de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging gelden. Hierop is de begroting aangepast en daar op volgend wordt de legesverordening daar op aangepast om zo leges te kunnen blijven heffen. De totale legesverordening voor 2024 is 76% kostendekkend. Op basis van dit berekende percentage wordt onderbouwd dat de gemeente Hardenberg geen ‘winst’ maakt op de diensten en producten die zij aanbiedt. In de bijlage ziet u de kostendekkingspercentages in een tabel per hoofdstuk, paragraaf, en de totale legesverordening (Tabel 5). Een aanduiding van de lokale lastendruk Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een meerpersoonshuishouden in de gemeente betaalt aan OZB, riool- en afvalstoffenheffing. Over het belastingjaar 2023 is dat volgens het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) in de gemeente Hardenberg een bedrag van € 848. In 2022 was dit bedrag € 849. Onze gemeente staat nu op plaats 67 (in 2022: 94) van de gemeenten met de laagste woonlasten in Nederland (totaal 349 (deel)gemeenten). Het landelijke gemiddelde is een bedrag van € 944. In de Provincie Overijssel is het gemiddelde € 896. (Bron: Coelo, atlas van de lokale lasten 2023).
In de tabel woonlasten omliggende gemeenten, hieronder, ziet u de woonlasten van de omliggende gemeenten.
67
Woonlasten omliggende gemeenten Omliggende gemeenten
Woonlasten per huishouden
Landelijke rangorde (aantal (deel) gemeenten 349)
Ommen
799
33
Zwolle
815
43
Dalfsen
818
45
De Wolden
838
62
Hardenberg
848
67
Staphorst
870
81
Hoogeveen
899
128
Twenterand
981
225
Coevorden
1.002
248
(Bron: Coelo, atlas van de lokale lasten 2023) Uit de COELO-atlas 2023 blijkt dat COELO uitgaat van een tarief afvalstoffenheffing voor meerpersoonshuishoudens in de gemeente Hardenberg van € 253. COELO geeft aan dat gewerkt wordt met aannames omtrent de aangeboden hoeveelheid afval. Dit doen zij om de verschillende gemeenten goed met elkaar te kunnen vergelijken. In Hardenberg blijken de werkelijke cijfers echter te verschillen met de gedane aannames door COELO. In 2023 betalen huishoudens aan vastrecht € 167,-. Daarbij komen de kosten per aanbieding van restafval. Het gemiddeld aantal aanbiedingen van de restafval 240 liter-container bedroeg in 2022 gemiddeld 7 aanbiedingen. Vermoedelijk is dit aantal voor 2023 nagenoeg gelijk. Dit resulteert in een totale gemiddelde aanslag afvalstoffenheffing van € 241,20 (167 + 74,20). Een verschil van € 12,-. De werkelijke gemiddelde woonlasten bedragen in 2023 in de gemeente Hardenberg voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 351.024,- (bron: COELO) en 7 aanbiedingen van de 240 liter restafvalcontainer: Tarief 2023: Onroerende zaakbelastingen
318
Afvalstoffenheffing (vastrecht en variabel)
241
Rioolheffing
277
Totale gemiddelde aanslag 2023
836
Kwijtscheldingsbeleid Voor belastingplichtigen, die niet in staat zijn bepaalde gemeentelijke belastingen te betalen, is kwijtschelding mogelijk op grond van de Gemeentewet en de Invorderingswet. Kwijtschelding is uitsluitend mogelijk voor de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Of kwijtschelding wordt verleend hangt af van de betalingscapaciteit van belastingplichtigen. Bij de bepaling daarvan houden we rekening met 100% van de kosten van levensonderhoud zoals opgenomen in de landelijke richtlijnen voor het kwijtscheldingsbeleid. Sinds 1 januari 2018 is ook de kostendelersnorm uit de participatiewet van toepassing. Daarnaast w0rdt op drie onderdelen een ruimhartiger kwijtscheldingsbeleid uitgevoerd. Dit wordt bereikt door bij de berekening van de betalingscapaciteit een hogere inkomensnorm voor personen met een pensioengerechtigde leeftijd of ouder te hanteren, de netto kosten van de kinderopvang als uitgave aan te merken en maximaal gebruik te maken van het verhogen van de toegestane financiële middelen Dit betekent dat de kwetsbare groepen in Hardenberg in 2024 een beroep kunnen blijven doen op de mogelijkheden tot kwijtschelding van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. 68
Totaal is € 500.200 begroot voor kwijtschelding en is als volgt opgebouwd: Afvalstoffenheffing € 239.500, rioolheffing € 258.100 en OZB € 2.600. Het kwijtschelden van OZB komt tot nu toe niet veelvuldig voor. Tabel 1 Kostendekking afvalstoffenheffing Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing 2024 Netto kosten taakveld
€ 4.455.600
Overhead
€ 204.000
BTW
€ 988.730
Dotatie aan voorziening
€ 38.146
Totaal opbrengsten
€ 5.648.330
Totaal kosten
€ 5.648.330
Dekkingspercentage
100%
Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing 2024 (excl. voorziening) Baten
€ 5.686.476
Lasten
€ 5.648.330
Kostendekkendheid
100,68%
Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing 2024 (incl. voorziening) Baten
€ 5.648.330
Lasten
€ 5.648.330
Kostendekkendheid
100%
Tabel 2 Kostendekking rioolheffing Kostendekking rioolheffing 2024 Netto kosten taakveld
€ 6.033.090
Overhead
€ 1.060.000
BTW
€ 1.062.180
Onttrekking voorziening
-€ 186.098
Totaal opbrengsten
€ 8.155.270
Totaal kosten
€ 8.155.270
Dekkingspercentage
100%
69
Kostendekkendheid rioolheffing 2024 (excl. voorziening) Baten
€ 7.969.172
Lasten
€ 8.155.270
Percentage
97,72%
Kostendekkendheid rioolheffing 2024 (incl. voorziening) Baten
€ 8.155.270
Lasten
€ 8.155.270
Percentage
100%
Tabel 3 Kostendekking lijkbezorging Kostendekking lijkbezorging 2024 Netto kosten taakveld
€ 509.983
Overhead
€ 251.202
Overige toe te rekenen kosten
€0
BTW
€0
Totale kosten
€ 761.186
Opbrengst
€ 496.041
Kostendekkendheid
65,17%
Tabel 4 Kostendekking marktgelden Kostendekkendheid marktgelden 2024 Netto kosten taakveld
€ 70.002
Overhead
€ 9.368
Overige toe te rekenen kosten
€0
BTW
€0
Totale kosten
€ 79.369
Totale baten
€ 58.410
Kostendekkendheid
74%
70
Tabel 5 Kostendekking leges Recapitulatie Kostendekkendheidonderzoek Hardenberg Totale kosten
Opbrengsten
Percentage
€ 3.669.301
€ 2.775.295
76%
Algemene dienstverlening
€ 1.354.255
€ 1.189.071
88%
Burgerlijke stand
€ 102.273
€ 65.485
64%
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
€ 703.935
€ 649.459
92%
Rijbewijzen
€ 215.625
€ 258.298
120%
Verstrekking in het kader van basisregistratie personen
€ 2.450
€ 5.180
211%
Bestuursstukken
€0
€0
-
Vastgoedinformatie
€0
€0
-
Overige Publiekszaken
€ 41.002
€ 27.246
66%
Gemeentearchief
€ 21.856
€ 26.053
119%
Bijzondere wetten
€ 234.726
€ 145.568
62%
Leegstandswet
€0
€0
-
Wet op de kansspelen
€ 2.592
€ 2.175
84%
Telecommunicatiewet en overige kabels en leidingen
€ 170.525
€ 139.245
82%
Wegenverkeerswetgeving
€ 61.609
€ 4.149
7%
Diversen
€ 32.389
€ 11.783
36%
Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
€ 1.753.576
€ 1.561.144
89%
Voorfase
€ 294.001
€ 140.565
48%
Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
€ 1.194.743
€ 1.316.511
110%
Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
€ 12.802
€ 5.795
45%
Milieubelastende activiteiten
€ 85.479
€ 85.479
100%
Lozingsactiviteiten
€ 1.792
€ 1.623
91%
Aanlegactiviteiten
€ 19.203
€ 8.589
45%
Overige activiteiten
€ 89.614
€ 15.570
17%
Maatwerkvoorschriften
€ 6.127
€ 6.127
100%
Gelijkwaardigheid
€0
€0
-
Overige tarieven
€ 7.297
€ 6.367
87%
Modaliteiten
€ 42.517
€ 21.802
51%
Vermindering
€0
-€ 47.283
-
Algemene bepalingen
Teruggaaf
71
Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
€ 561.471
€ 25.080
4%
Horeca
€ 131.028
€ 13.619
10%
Seksbedrijven
€0
€0
-
Winkeltijdenwet
€0
€0
-
Organiseren evenement of markt
€ 417.623
€ 5.187
1%
Standplaatsen
€ 2.688
€ 930
35%
€0
€0
-
€ 10.131
€ 5.345
53%
€0
€0
-
Huisvestingswet 2014 Kinderopvang In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
Toelichting legestabel Per hoofdstuk van de legestarieventabel is het percentage kostendekkendheid berekend. Zo wordt inzichtelijk welke mate van kostendekkendheid van toepassing is per hoofdstuk. Een aantal paragrafen hebben in financiële zin een zeer bescheiden omvang en zijn aangegeven met “-“ De totale verordening overstijgt niet de 100% kostendekkingsnorm. Binnen de paragrafen en daarmee ook binnen de hoofdstukken is kruissubsidiëring toegestaan. Kruissubsidiëring is het bewust hanteren van lagere legestarieven voor de ene dienst en het hanteren van hogere legestarieven voor de andere dienst. Een voorbeeld hiervan zijn de rijbewijzen. Voor rijbewijzen ( hoofdstuk 1, paragraaf 1.3) overstijgt de geraamde opbrengst net de geraamde toe te rekenen kosten. De gehanteerde tarieven voor de rijbewijzen betreffen de maximaal wettelijke tarieven. Het tarief hoeft niet te worden aangepast omdat de totale verordening de 100% kostendekkingsnorm niet overschrijdt. In Hoofdstuk 1 van de tarieventabel zijn voor diverse belastbare feiten maximum wettelijke tarieven van toepassing, bijvoorbeeld voor rijbewijzen, paspoorten etc. Deze wettelijk maximumtarieven worden op een later moment aangepast, zodra deze gegevens definitief bekend worden gemaakt door het Rijk. Binnen Hoofdstuk 2 vallen de belastbare feiten ten behoeve van de Omgevingswet.
Deze treedt op 1 januari 2024 in werking, tegelijk met de Wet Kwaliteitsborging (Wkb). De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit door privatisering van het bouwtoezicht te verbeteren. Door deze wijziging heeft er een herijking plaatsgevonden van de verschillende onderdelen in Hoofdstuk 2. Ten opzichte van 2023 zullen de lasten omlaag gaan. De baten zullen minder hard dalen. Hierdoor is de kostendekkendheid hoger. In beginsel is er voor gekozen om het VNG-model zoveel mogelijk te volgen. Alle belastbare feiten die onder de Wabo in de tarieventabel zijn opgenomen, zijn nu ook opgenomen als er onder de Omgevingswet leges geheven mogen worden. Er zijn bepaalde belastbare feiten onder de Wabo mogelijk waarvoor het onder de Omgevingswet niet meer mogelijk is om leges te heffen. Voorbeeld hiervan is de vergunning brandveilig gebruik. Deze is omgezet naar een melding. Voor meldingen mogen geen leges in rekening gebracht worden. Daarnaast zijn er ook nieuwe belastbare feiten die onder de Wabo niet mogelijk waren. Een voorbeeld hiervan zijn de milieubelastende activiteiten. Waar de belastbare feiten onder de Wabo al bestonden is het tarief alleen geïndexeerd. De activiteiten met betrekking tot bouwwerken is opgedeeld in een bouwtechnisch deel en een ruimtelijk deel.
Als uitgangspunt is aangehouden dat de leges van eenzelfde aanvraag even hoog zijn ten opzichte van de Wabo. Voor het overgrote deel van de aanvragen om een omgevingsvergunning activiteit bouwen geldt dat zij ten opzichte
72
van de Wabo nog maar een deel van de vergunning via de gemeente dienen aan te vragen. Voor deze aanvragen worden aanzienlijk minder leges in rekening gebracht dan onder de Wabo. Voor dit onderdeel kan specifiek worden aangegeven dat de tarieven voor de kleine bouwactiviteiten minder kostendekkend zijn dan de tarieven voor een grote bouwactiviteit. Dit is een bewuste keuze en als zodanig niet afwijkend van de landelijke tendens en ook niet onredelijk.
73
8.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding en wettelijk kader In deze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geven we informatie over: - het beleid omtrent de weerstandscapaciteit, het weerstandsvermogen en de risico’s - een overzicht van de risico’s - een berekening van de weerstandscapaciteit - de verplicht op te nemen kengetallen (de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit) - een beoordeling van de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Met de informatie in deze paragraaf geven wij uitvoering aan artikel 11 lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Het beleid omtrent weerstandscapaciteit, weerstandsvermogen en de risico’s De weerstandscapaciteit is in het BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. - De beschikbare weerstandscapaciteit berekenen wij op basis van: - De omvang van de algemene reserve (vrij aanwendbaar gedeelte); - De eventueel ongebruikte belastingcapaciteit; - De omvang van stille reserves (indien aanwezig); - De ruimte in de structurele begroting. Het uitgangspunt voor ons weerstandsvermogen is: ‘Wij streven naar weerstandsvermogen dat groter is dan de omvang van de risico's.
Daarvoor willen we inzicht in en beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s’. Onze doelstelling is: • het handhaven van een gezonde financiële positie; • het voorkomen dat ingrijpende beleidswijzigingen noodzakelijk worden bij niet afgedekte risico’s. Een risico definiëren wij als: een kans op een gebeurtenis dat een nadelig effect kan hebben op de organisatie, de doelen die zijn gesteld en / of de financiële positie. De risico’s zijn onderverdeeld naar drie categorieën: - Mogelijke financiële tegenvallers die samenhangen met de uitvoering van bepaalde activiteiten. Voorbeelden zijn het ondernemersrisico bij grondexploitaties en het risico op overschrijding van budgetten bij openeinde-regelingen. - Voorzienbare tekorten op reguliere budgetten. De tekorten zijn min of meer duidelijk. Zeker waar de tekorten een structureel karakter hebben, heeft het vanuit bedrijfseconomisch oogpunt de voorkeur dit op te lossen binnen de exploitatie. - (Ongewenste) schommelingen van budgetten, waardoor behoefte ontstaat in egalisatie van jaarlasten. Riolering en wegen zijn hiervan de belangrijkste voorbeelden. Als de noodzakelijke onderhoudslasten structureel in de begroting zijn geraamd is er geen sprake van een risico dat relevant is voor het weerstandsvermogen.
Voor de berekening van de benodigde omvang van het weerstandsvermogen is alleen de eerste categorie van belang voor het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen. 74
Risicoprofiel Wij hebben de mogelijke risico’s, inclusief hun oorzaken en gevolgen in beeld gebracht. De totale omvang van de risico’s bedraagt bruto € 58 miljoen. Voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen houden we rekening met de kans dat een gebeurtenis zich voordoet en het financieel gevolg van een gebeurtenis (= kans * financiële impact). Niet alle risico's zullen zich tegelijkertijd en in dezelfde omvang voor doen. Het resultaat is dat met een beschikbare weerstandscapaciteit van € 22 miljoen het voor 90% zeker is dat de risico's zijn afgedekt. Toelichting risico’s We hebben 56 risico’s met een financieel gevolg. De risico’s hebben we ingedeeld. Daarbij zijn we uitgegaan van de mogelijke omvang van een risico en de kans dat een risico zich voordoet. In de tabel ziet u de verdeling van de risico’s.
Impact Enorm
> 1 miljoen
Subs ta nti ee > 250.000 en < 1 miljoen Ma ti g
> 100.000 en < 250.000
Geri ng
> 50.000 en < 100.000
Mi ni ma a l
> 0 en < 50.000
Kans
3 0 4 2 1
0 5 7 2 3
1 4 7 3 1
Onwa a rs chi jnl i jk
Mogel i jk
Aa nnemel i jk
10%
30%
50%
0 2 1 3 1
5 1 0 0 0
Wa a rs chi jnl i jk Zeer wa a rs chi jnl i jk 70%
90%
We beschrijven de mogelijke risico’s met een enorme of substantiële impact en waarbij de kans dat die zich voordoet groter is dan 50%. 1. Grondexploitaties € 4.612.000 In de Nota Grondexploitatie 2023 en de paragraaf Grondbeleid worden de risico’s beschreven in de grondexploitaties. De grootste risico’s zijn: • Hogere kosten voor de aanleg van het openbaar gebied. • Vertraging in de uitgifte als gevolg van marktontwikkelingen. • Het tot stand komen van de verschillende bestemmingsplannen binnen Marslanden II. • Extra kosten in verband vervuiling binnen het centrumplan Hardenberg. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen. In deze risicoberekening is niet opgenomen dat de prijs die is betaald voor aangekochte gronden niet wordt terugverdiend als de uitgifte voor woningbouw of bedrijfskavels niet doorgaat. Voor een goede inschatting van zo’n risico is een analyse nodig. Gelet op de huidige vraag naar woningen en bedrijfskavels lijkt het risico beperkt. Grondexploitatie
Benodigde risicoreserve
Centrumplan Hardenberg
€ 1.206.000
Centrumplan Dedemsvaart
€ 317.000
Hardenberg Wonen
€
Hardenberg Werken
€ 1.383.000
Marslanden II
€ 969.000
Overige projecten
€ 597.000
Totaal
€ 4.612.000
140.000
75
2. Beëindigen dienstverlening aan gemeente Ommen € 1.200.000 Vanaf 1 januari 2025 doen wij geen werkzaamheden meer voor de gemeente Ommen. Wij ontvangen dan ook geen vergoeding meer voor werkzaamheden. Wij werken er aan om de kosten terug te brengen naar het benodigde niveau voor Hardenberg. Wij verwachten dat de verlaging van de kosten niet (direct) gelijk is aan de vergoeding die Ommen tot en met 2024 betaald. We nemen een risico op van 20% van de bezuinigingsopgave. De omvang van het risico is verlaagd van 33% naar 20% door ervaringen met al beëindigde diensten. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen. 3. Afbouw dienstverlening aan gemeente Ommen € 2.000.000 In de periode tot 31 december 2024 wordt de dienstverlening aan Ommen afgebouwd en overgedragen. In die periode zijn er extra kosten om de dienstverlening, de informatie en de systemen over te dragen aan Ommen en voor onze gemeente opnieuw in te richten. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen. 4. Informatiebeveiliging € 3.900.000 Als gemeente werken we veel met waardevolle en privacygevoelige informatie, die steeds meer tijd- en plaats onafhankelijk beschikbaar moet zijn. Daarvoor gebruiken we allerlei systemen.
Door maatschappelijke- en technologische ontwikkelingen is het belangrijk de risico’s op uitval en van de veiligheid van informatie onder ogen te zien. We zorgen voor bewustwording van de risico’s en nemen beheersmaatregelen. Desondanks blijft het risico dat onze systemen uitvallen. Door cybercrime of een technische storing. Als vervanging of herstel van systemen nodig is buiten de reguliere vervangingsperiode zijn extra investeringen nodig. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 50% meegenomen. 5. Uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning € 4.700.000 De Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn openeinderegelingen. Het aantal mensen dat zorg nodig heeft, kan toenemen. Wij hebben de plicht inwoners te ondersteunen. Een overschrijding van het budget in de begroting is geen reden om deze ondersteuning niet te bieden. Als meer zorg nodig is, stijgen de kosten. Wij werken aan maatregelen om de stijging van de kosten te beheersen en zo mogelijk kosten te verlagen. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen. 6.
Budgetoverschrijding Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz € 1.000.000 Wij ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Wij zijn zelf verantwoordelijk voor het beleid rondom de uitkeringen en de loonkostensubsidie, en voor de uitvoering ervan. De financieringssystematiek sluit hierbij aan. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast dat volgens een vaste verdeelsystematiek onder de gemeenten wordt verdeeld. Dat budget is niet geoormerkt: een gemeente mag een overschot vrij besteden en moet een tekort in beginsel zelf opvangen. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 70% meegenomen. 7. Stijging loonkosten en (pensioen)premies € 500.000 In het najaar van 2023 zijn de onderhandelingen voor een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) voor 2024. Een stijging zal deels gedekt kunnen worden door een stijging van de rijksbijdrage. De verwachting is dat die dekking niet volledig zal zijn. Een stijging van de lonen zal ook als gevolg hebben dat meer (pensioen)premies moeten worden betaald. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 90% meegenomen. 76
8. Onvoldoende gekwalificeerd personeel € 750.000 Er is sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor bestaat de kans dat vacatures niet kunnen worden ingevuld. En er meerkosten zijn omdat personeel moet worden ingehuurd. In de berekening van het benodigde weerstandsvermogen hebben we dit risico voor 70% meegenomen. Niet gecalculeerde risico’s Economische ontwikkelingen leiden tot stijging van kosten van goederen en diensten. De duur en de omvang van die ontwikkelingen zijn nog niet goed in te schatten. In de berekening van het risicoprofiel is hiermee geen rekening gehouden. Wij zullen deze ontwikkelingen verwerken in de (meerjaren)begroting. Beschikbare weerstandscapaciteit Met de beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we “de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Deze uitleg staat in het Besluit Begroting en Verantwoording (artikel 11.1). De volgende financiële middelen vormen samen de beschikbare weerstandscapaciteit: Beschrijving
Bedrag per 31 december 2022
De algemene reserve
€ 70.745.000
De ongebruikte belastingcapaciteit
€ 1.000.000
De stille reserves (indien aanwezig)
€0
De ruimte op de structurele begroting
€0
Beoordeling weerstandsvermogen Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen vergelijken we de weerstandscapaciteit met de omvang van het bedrag dat nodig is om de risico’s af te dekken. Dit verband is in onderstaande figuur schematisch weergegeven.
Naast het aanwezige weerstandsvermogen zijn er andere mogelijkheden om de gevolgen van risico’s op te vangen. We denken dan aan het aanpassingsvermogen van de organisatie, extra inkomsten en de kans dat tegenslagen zich gelijktijdig voordoen. Het benodigde weerstandsvermogen voor de opvang van de risico’s is ruim € 22 miljoen. Per 31 december 2024 is de verwachte omvang van het weerstandsvermogen: € 84,0 miljoen algemene reserve + € 1 miljoen belastingcapaciteit = € 85,0 miljoen. 77
De ratio is: Beschikbare Ratio weerstandsvermogen weerstandscapaciteit = € 85.000.000 = Benodigde weerstandcapaciteit € 22.000.000
= 3,86
Deze ratio ligt ruim boven de door de raad vastgestelde factor van 1,4. De ruimte tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (€ 85,0 miljoen) en de gewenste weerstandscapaciteit (1,4 * € 22 miljoen = € 30,8 miljoen) is € 54,2 miljoen per 31 december 2024. De in de meerjarenbegroting 2024 – 2027 begrote toevoegingen en onttrekkingen aan de algemene reserve zijn niet in de berekening meegenomen. Ook hebben wij in deze berekening geen rekening gehouden met (grote) investeringen die nodig zijn om de ambities in het coalitieakkoord uit te voeren. Door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement en de Universiteit Twente is een waarderingstabel opgesteld, die aangeeft hoe de ratio beoordeeld kan worden. Daaruit blijkt dat een ratio van meer dan 2,0 als uitstekend wordt gezien. Zie onderstaande tabel: Ratio
Betekenis
>2
Uitstekend
1,4 – 2
Ruim voldoende
1 – 1,4
Voldoende
0,8 – 1
Matig
0,6 – 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
Continuïteit Op basis van de door ons uitgevoerde risico-inventarisatie, de weerstandsratio van 3,96 en het beeld van onze meerjarenbegroting zijn wij van mening dat de normale bedrijfsvoering financieel kan worden voortgezet. Indicatoren DEPLA Door de commissie DEPLA is een aantal indicatoren ontwikkeld, die de raad kunnen helpen in het verkrijgen van inzicht in de gemeentefinanciën, namelijk:
• • • • •
de netto schuldquote inclusief de quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio kengetal grondexploitatie structurele exploitatieruimte belastingcapaciteit.
78
Voor onze gemeente is het beeld als volgt: Begroting 2024
Verslag 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
41% 40% 46% 4% 5% 94% 3,14
72% 70% 40% 6% 3% 94% 3,39
61% 59% 44% 4% 1% 88% 3,86
67% 66% 42% 5% 1% 88% 3,91
71% 69% 42% 1% 1% 88% 3,87
71% 70% 42% 0% 1% 88% 3,82
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit Weerstandsvermogen
De schuldquote ligt ruim onder de afgesproken norm. De ratio's voor solvabiliteit en grondexploitatie liggen stabiel in de buurt van het landelijke gemiddelde of zelfs daaronder. Naar onze indruk zijn dit indicatoren die er op wijzen dat Hardenberg financieel gezond is. Hieronder treft u per genoemd kengetal een uitleg aan: 1. Netto schuldquote (gecorrigeerd) Definitie: De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. In het verlengde hiervan kennen we ook de zogenoemde “Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen”. Bij deze specifieke quote wordt er gekeken naar het effect van door de gemeente verstrekte leningen op de schuldenlast van de gemeente. De gemeente Hardenberg heeft een maximale netto schuldquote van 130% vastgesteld. 2. Solvabiliteitsratio Definitie: De mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt uitgedrukt in het percentage Eigen Vermogen ten opzichte van het balanstotaal. 3. Kengetal grondexploitatie Definitie: De boekwaarde van de voorraden grond zijn van belang, want deze waarden moeten meerjarig worden terugverdiend bij de verkoop. De ratio wordt berekend door de boekwaarde van de gronden in exploitatie te delen door de totale baten van de programmabegroting of jaarrekening. 4.
Structurele exploitatie ruimte Definitie: Om een flexibele begroting te kunnen bewerkstelligen is het zinvol de structurele baten hoger te laten zijn dan de structurele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit Definitie: De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Dit kengetal wordt berekend door de lokale lasten (OZB/afval/riool) voor een gemiddeld huishouden in de gemeente te vergelijken met het landelijk gemiddelde.Het Coelo publiceert jaarlijks deze gegevens. Daarbij wordt een ranglijst aangehouden van gemeenten met de laagste woonlasten in Nederland. De gemeente Hardenberg stond in 2023 op plaats 67 (ranglijst eigenaar-bewoner meerpersoonshuishouden). De woonlasten voor deze categorie (€ 848,-) liggen onder het landelijk gemiddelde (€ 944,-) en het provinciaal gemiddelde (€ 896,-).
79
8.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van de gemeente betreffen o.a. de wegen, gebouwen, riolering, openbare verlichting en groen. Samen vormen zij de openbare ruimte en wordt in ons dagelijks leven door iedereen gebruikt. Het is dan ook belangrijk al deze kapitaalgoederen goed te beheren, zodat ze aan de gestelde eisen kunnen blijven voldoen. Ze hebben daarom ook op gezette tijden onderhoud nodig of dienen compleet vervangen te worden. Op deze manier dragen we zorg voor onze openbare ruimte. Het is juist vaak de kwaliteit van de openbare ruimte die door de inwoners intensief wordt beleefd. Deze paragraaf schets kort hoe de gemeente omgaat met haar kapitaalgoederen. Het laat zien dat het noodzakelijk onderhoud is geborgd. Dit is grotendeels vastgelegd in allerlei meerjarenplannen, nota’s, visies en regelingen. In deze beheerplannen zijn ook de financiële middelen en het gewenste kwaliteitsniveau opgenomen. Onderhoudskosten als gevolg van areaaluitbreiding worden nu financieel verwerkt. Hieronder wordt per kapitaalgoed kort aangegeven welk plan of beleid er momenteel geldt. Het gaat om de volgende categorieën kapitaalgoederen: 1. Wegen, bermen en sloten 2. Kunstwerken 3. Openbare verlichting 4. Riolering en water 5. Openbaar groen 6. Speelvoorzieningen 7. Begraafplaatsen 8. Gemeentelijke gebouwen 9. Energiekosten 1.
Wegen, bermen en sloten Elke drie jaar wordt het beheerplan wegen geactualiseerd voor het wegennetwerk in onze gemeente. Het huidige kader staat beschreven in de nota meerjaren onderhoudsprogramma wegen 2023-2025. Op basis van een landelijk toegepaste methodiek van de CROW (nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer & vervoer en openbare ruimte) wordt het gemeentelijke wegennet van Hardenberg geïnspecteerd, beheerd en onderhouden. De omvang van het beheergebied bestaat uit ruim 950 km aan verharde wegen en 185 km aan fietspaden. De raad heeft geen specifieke kwaliteitsnormen vastgesteld, maar wel 10 bestuurlijke uitgangspunten om tot verantwoorde afwegingen en prioritering te komen. Als uitgangspunt voor de kwaliteit wordt de CROW norm genomen, die naar de Hardenbergs situatie wordt vertaald (“de Hardenbergse norm”). We streven naar een goede balans tussen de vraag naar onderhoud aan gemeentelijke wegen, esthetische waarden en de beschikbare (financiële) middelen. De exploitatielasten die in de begroting zijn opgenomen zijn voldoende voor sober en doelmatig onderhoud. Naast het uitvoeren van een kwaliteitsinspectie wordt twee keer per jaar een wegenschouw gehouden. De gemeente Hardenberg beschikt over een gecertificeerd geautomatiseerd wegbeheersysteem. Dit systeem geeft de basis voor de onderhoudsmaatregelen die genomen moeten worden.
Daarnaast worden signalen uit het “veld” en meldingen van gebruikers en van de plaatselijke belangen meegenomen in de afweging. Het onderhoud wordt zoveel mogelijk gecombineerd met andere werkzaamheden, zoals riolerings - en herinrichtingsprojecten, alsmede verkeerskundige en mobiliteit opgaven.
80
Het beheer en onderhoud van wegen begint met het bewust ontwerpen van de infrastructuur en de keuze voor de kwaliteit van duurzame materialen. Dat heeft op de lange termijn positieve effecten op het beheer en onderhoud. De afstemming tussen ontwerp en uitvoering is onderdeel van ons dagelijkse werk. Voor de komende 4 jaar worden er vier verkeersregelinstallaties (VRI's) vervangen. De investeringen hiervoor zijn opgenomen in de begroting. In de komende 2 jaar worden extra investeringen gedaan voor het veiliger maken van de bermen in het buitengebied. De investering hiervoor is opgenomen in onderstaande overzicht Categorie
Wegen, straten en pleinen
Programma
Vitaal Hardenberg
Actueel onderhoudsplan / beleidskader
Aanwezig: Meerjarig onderhoudsplan Wegen 2023- 2025 Vastgesteld: augustus 2022 (actualisatie MJP 2026-2028 in 2024) Beleidskader: Afwegingskader vastgesteld
Kosten onderhoud
Kosten onderhoud jaar t.l.v. de exploitatie Geen reserve of voorziening aanwezig
Dekkingsgraad
Raming t.l.v. exploitatie
Kosten actueel onderhoudsplan afgedekt in begroting (4210000000) Wegen straten en pleinen
2024
2025
2026
2027
2.876.970
2.876.970
2.776.970
2.776.970
Voor het meerjarig investeringsprogramma verwijzen wij u naar de bijlagen. 2. Kunstwerken (bruggen en tunnels) De gemeente Hardenberg heeft 214 civiele kunstwerken in beheer. Dit zijn onder andere bruggen, viaducten, grote duikers en tunnels. Om deze kunstwerken te beheren heeft de gemeenteraad het beleidsplan kunstwerken 2018 - 2030 vastgesteld. Het beleidsplan geeft een integrale visie met inzicht in de maatregelen en bijbehorende kosten die nodig zijn deze kunstwerken in stand te houden en, wanneer nodig, te vervangen. In het plan zijn 3 onderhoudsscenario’s uitgewerkt, waarbij het scenario “heel en veilig” past bij de Hardenbergse visie op het beheer en onderhoud. De financiële basis (onderhoud en investeringen) is geactualiseerd opgenomen in de begroting en is gebaseerd op het scenario "veilig" (onderhoudsniveau B). Alle kunstwerken zijn opgenomen in een beheersysteem (iASSET). De kwaliteitsinspectie vindt eens in de 5 jaar plaats. Een keer per jaar worden de kunstwerken geschouwd waarover verkeersbewegingen plaatsvinden. Op basis van de uitkomsten van inspectie, herberekeningen en de schouw wordt het meerjarig onderhoudsen vervangingsprogramma opgesteld en cq jaarlijks zo nodig bijgesteld.
81
Categorie
Civiel kunstwerken
Programma
Vitaal Hardenberg
Actueel onderhoudsplan / beleidskader
Aanwezig: Meerjarig onderhouds- en investeringsplan 2022 - 2025 Vastgesteld: in voorbereiding voor besluitvorming in college oktober 2021 Beleidskader vastgesteld: 6 februari 2018, documentnummer 2188328
Kosten onderhoud
Kosten onderhoud jaar t.l.v. de exploitatie Vervangingsinvesteringen op basis van het meerjarige investeringsprogramma 2022 - 2025 Geen reserve of voorziening aanwezig
Dekkingsgraad
Raming t.l.v. exploitatie
Kosten actueel onderhoudsplan afgedekt in begroting (4210300000) Civiel kunstwerken
2024
2025
2026
2027
327.650
327.650
327.650
327.650
Voor het meerjarig investeringsprogramma verwijzen wij u naar de bijlagen. 3. Openbare verlichting Inzichten en technieken rondom openbare verlichting zijn qua duurzaamheid actueel en bij onze gemeente onder de aandacht. Daarnaast blijft het veiligheidsdenken hierin belangrijk (verkeer en sociale veiligheid). Het beleidsplan Openbare Verlichting geeft de basis voor het implementeren van nieuwe ontwikkelingen, zoals technische innovaties met onder andere LED verlichting. We zitten momenteel aan het eind van het uitvoeringsprogramma waarbij het vervangen van de minder energie efficiënte verlichting door LED centraal staat. Bij de onderhoudsmaatregelen, die voor de komende jaren aan de openbare verlichting zijn geprogrammeerd, houden we rekening met deze ontwikkelingen. Het voornemen is om voor 2024-2027 een nieuw programma op te stellen waarbij de resterende minder efficiënte verlichting vervangen kan worden voor meer duurzame verlichting. Categorie
Openbare verlichting
Programma
Vitaal Hardenberg
Actueel onderhoudsplan / beleidskader
Aanwezig: Vervanging- verduurzamingsplan 2018 - 2023 Correctief onderhoud vindt plaats op basis van onderhoudscontract Uav-gc (1 september 2020, looptijd 2 jaar met verlengoptie 2 x 1 jaar) Beleidskader: zaakkenmerk: 228767
Kosten onderhoud
Kosten onderhoud jaar t.l.v. de exploitatie Vervangingsinvesteringen op basis van het meerjarig investeringsprogramma 2018 – 2023 (verduurzaming conventionele verlichting) Geen reserve of voorziening aanwezig
Dekkingsgraad
Kosten actueel onderhoudsplan afgedekt in begroting (4210200000) Openbare verlichting. Investeringen via de meerjarige investeringslijst 82
Raming t.l.v. exploitatie
2024
2025
2026
2027
153.410
153.410
153.410
153.410
Voor het meerjarig investeringsprogramma verwijzen wij u naar de bijlagen. 4. Water en Riolering In 2023 is het Programma Klimaat, Water en Biodiversiteit door de raad vastgesteld (zie : https://www.hardenberg.nl/klimaat-water-en-biodiversiteit). Dit is een programma on der de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg, en heeft een doorlooptijd van 5 jaar. Het inhoudelijke proces is samen met de partners uit de waterketen Noordelijke Vechtstromen opgepakt (Gemeenten Borger-Odoorn, Emmen, Coevorden, Hardenberg, Ommen en waterschap Vechtstromen en waterleidingbedrijf). In het programma is opgenomen hoe wij invulling geven aan de gemeentelijke watertaken. Daarnaast is uitgewerkt hoe we ons water- en rioleringssysteem klimaatrobuust en natuurinclusief willen maken. De kosten van het programma worden gedekt uit de heffing riolering. De uitgaven zijn niet elk jaar exact gelijk, deze kunnen fluctueren. Het is onwenselijk om de tarieven van het rioolrecht mee te laten fluctueren. Daarom schrijft het BBV voor dat gemeenten een reserve en een voorziening moeten hebben, deze zorgen er voor dat grote schommelingen in het tarief niet nodig zijn. De fluctuaties in de investeringen voor groot onderhoud worden opgevangen binnen de voorziening. Het exploitatieresultaat wordt verrekend op de reserve. 2024
2025
2026
2027
Raming t.l.v. exploitatie
2.595.920
2.595.920
2.595.920
2.595.920
Mutatie voorziening
-186.090
-185.985
-181.810
-181.810
5. Openbaar Groen Voor het reguliere onderhoud zijn voldoende middelen beschikbaar in de exploitatie. De technische staat is over het geheel genomen voldoende (CROW niveau B/C). Op een deel van het areaal (<8%) is de technische staat niet in orde (CROW niveau D). Voor groot onderhoud of vervanging hiervan is incidenteel tot en met 2026 dekking opgenomen in de investeringen. Categorie
Openbaar Groen
Programma
Economisch en recreatief Hardenberg
Actueel onderhoudsplan / beleidskader
Niet beschikbaar
Kosten onderhoud
Kosten onderhoud jaar 2024: in exploitatie: € 877.100 investeringen: Zie bijlagen
Dekkingsgraad
Kosten regulier onderhoud zijn afgedekt in begroting. Groot onderhoud is in de begroting afgedekt t/m 2026.
83
6. Speelvoorzieningen Voor het beheer van speelvoorzieningen is het BOSS-Buitenruimteplan als beleidskader opgesteld. Hieronder valt alle fysieke inrichting voor bewegen, ontmoeten, sporten en spelen. Hoewel veel inrichting verouderd is, voldoen het onderhoud en de veiligheid aan de normen. Via de vervangingsinvesteringen wordt verouderde inrichting gaandeweg aangepast aan de actuele wensen en behoeften ten aanzien van een gezonde leefomgeving. Categorie
Speelvoorzieningen
Programma
Economisch en recreatief Hardenberg
Actueel onderhoudsplan / beleidskader
BOSS-Buitenruimteplan (2022)
Kosten onderhoud
Kosten onderhoud jaar 2024: in exploitatie: € 59.630 investeringen: Zie bijlagen
Dekkingsgraad
Kosten regulier onderhoud en vervanging/ omvorming zijn afgedekt in begroting
7. Begraafplaatsen Voor het reguliere onderhoud zijn voldoende middelen beschikbaar in de exploitatie. De technische staat is over het geheel genomen voldoende. Op korte termijn is er groot onderhoud nodig aan diverse grindpaden om deze weer goed toegankelijk te maken voor rolstoelen. Deze investering is nog niet volledig afgedekt in de begroting. Behoefte aan wat op langere termijn noodzakelijk is aan groot onderhoud, renovatie of vervanging is nog niet volledig in beeld. Voornemen is om deze de komende jaren wel in beeld te brengen. Categorie
Begraafplaatsen
Programma
Economisch en recreatief Hardenberg
Actueel onderhoudsplan / beleidskader
niet beschikbaar
Kosten onderhoud
Kosten onderhoud jaar 2024: in exploitatie: € 50.025 investeringen: zie bijlagen
Dekkingsgraad
Kosten regulier onderhoud zijn afgedekt in begroting. Groot onderhoud diverse grindpaden moet nog worden afgedekt via begrotingswijziging.
84
8. Gemeentelijke gebouwen De gemeente Hardenberg is eigenaar van diverse gebouwen en bouwwerken en is verantwoordelijk voor het onderhoud en het beheer daarvan. Het huidige vastgoed is verdeeld in objecten die behoren tot: - de vaste voorraad, zoals gemeentehuis en werf, brandweer, sportvoorzieningen, theater, begraafplaatsen; - de flexibele voorraad met maatschappelijke waarde (voorheen semi-permanente voorraad), zoals wijkgebouwen, een clubgebouw voor een sportvereniging en woningen voor noodhuisvesting; - de flexibele voorraad, zoals woningen die zijn aangekocht in verband met GREX en kantoor/bedrijfspanden. In juni 2021 is de nota vastgoedmanagement 2021-2025 door de Raad vastgesteld. De nota gaat in op de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de instandhouding van het gemeentelijk vastgoed. Speerpunten uit de nota zijn: 1. Er is aandacht voor het verder verminderen van ons gemeentelijk vastgoed. 2. Voor ieder gebouw wordt een strategie voor toekomstig gebruik uitgewerkt. 3. In de toekomst is alleen sprake van de vaste gebouwvoorraad en een flexibele gebouwvoorraad. 4. Het onderhoudsplan wordt uitgebreid tot een meerjareninvesteringsplan. Naast de onderhoudsbehoefte van gebouwen ontstaat hierdoor ook inzicht in benodigde middelen voor verduurzaming en de midlife-upgrade van gebouwen. 5.
Voor uitvoering van groot onderhoud aan de vaste gebouwvoorraad is een financiële voorziening ingesteld. In nauwe samenwerking met andere beleidsvelden is 2022 en 2023 gewerkt aan de implementatie van de nota. Zo is een huisvestingstrategie voor de verschillende (groepen) gebouwen ontwikkeld, onder andere voor de binnensportaccommodaties en de brandweerkazerne en -posten. Naast dat bij verbouwing er al verduurzaming plaats vindt zijn er ook verduurzamingsplannen voor gemeentelijke gebouwen in 2023 opgesteld. Tevens kan de herinspectie van vastgoed naar verwachting eind 2023 afgerond worden. Gepland is dat al deze voorbereidingen in de eerste helft 2024 als integraal plan ter besluitvorming wordt aangeboden. Hierbij wordt ernaar gestreefd om de financiële consequenties te verwerken in de begroting 2025. Het betreft hier onder meer de implementatie van marktconforme huur (vaststelling nieuw huurbeleid) en strategische planvorming voor binnensportaccommodaties en brandweerkazerne en brandweerposten. De gebouwen die behoren tot onze vaste voorraad worden onderhouden op een acceptabel niveau. Voor gebouwen die tot de flexibele voorraad met maatschappelijk waarde en flexibele voorraad behoren wordt uitgegaan van minimaal onderhoud (veiligheid & gezondheid); de strategie is gericht op afstoten van deze gebouwvoorraad.
De onderhoudsbehoefte voor het gemeentelijk vastgoed is vastgelegd in de onderhoudsapplicatie Oprognose. Voor ieder gebouw is het uit te voeren onderhoud vastgelegd in onderhoudsregels, de financieringsbron is per onderhoudsactiviteit gedefinieerd. Jaarlijks vindt actualisatie plaats. Vooruitlopend op de huisvestingsstrategie voor het vastgoed is de afgelopen jaren veel energie gestopt in de versnelling van verduurzaming. Dit wordt in 2024 voortgezet. De focus hierbij ligt op monitoring en rapportage, het ondersteunen en stimuleren van gebouwgebruikers om efficiënt met energie om te gaan en de uitvoering van snel realiseerbare maatregelen (laaghangend fruit). Dit wordt aangejaagd door energie coördinator/adviseur die sinds mei 2023 is aangesteld. Bij aanpassingen aan gebouwen wordt tevens gekeken of de toegankelijkheid verder te verbeteren is.
85
Financiering voor onderhoud vindt plaats vanuit de volgende budgetten: 1. Vaste gebouwvoorraad • Klein onderhoud: exploitatiebegroting • Groot onderhoud: voorziening • Vervangingsonderhoud: VVI (vervangingsinvestering via kadernota) 2. Flexibele gebouwvoorraad • Klein onderhoud: exploitatiebegroting • Groot onderhoud: exploitatiebegroting (incidenteel, alleen op basis van noodzakelijkheid). • Vervangingsonderhoud: VVI (vervangingsinvestering via kadernota, incidenteel, alleen op basis van noodzakelijkheid). Deze voorziening is de financiële basis voor een evenwichtige verdeling van onderhoudswerkzaamheden die over de jaarschijven heen worden verdeeld. De noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden zijn zo planmatig uit te voeren. De methodiek van deze voorziening is vastgelegd in de nota vastgoedmanagement. Categorie
Gebouwen
Programma
Zo doen we dat in Hardenberg
Actueel onderhoudsplan / beleidskader
Aanwezig: nota vastgoedmanagement 2021-2025 Vastgesteld op 15 juni 2021
Kosten onderhoud
Kosten onderhoud jaar 2024:
Dekkingsgraad
Exploitatie (klein onderhoud):
€ 800.500
Voorziening (groot onderhoud):
€ 1.044.000
VVI (vervangingsonderhoud):
€ 1.392.500
Kosten actueel onderhoudsplan afgedekt in begroting en meerjarenramingen. Dekking uit voorziening: met jaarlijkse dotatie € 825.000,-.
Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
Kosten rechtstreeks t.l.v. exploitatie
€ 800.500
€ 830.000
€ 862.000
€ 895.000
Dotatie t.l.v. de exploitatie aan de voorziening
€ 825.000
€ 825.000
€ 825.000
€ 825.000
Onttrekking voorziening
€ 1.044.000
€ 1.650.500
€ 990.000
€ 484.500
€ 992.275
€ 166.775
€ 1.775
€ 342.275
Omvang voorziening per 31 december
2023
€ 1.211.275
Voor het meerjarig investeringsprogramma verwijzen wij u naar de bijlagen.
86
9. Energiekosten Hoewel verwacht wordt dat energiekosten in 2024 minder extreem zullen schommelen, blijft een goede voorspelling van de kostenontwikkeling lastig. Voor 2024 / 2025 worden nieuwe contracten afgesloten, hierbij is geen sprake van vaste tarieven voor de looptijd, maar tarieven die meebewegen met de markt. De kosten voor 2024 zijn begroot op basis van huidige inzichten in over prijsontwikkeling en verbruik.
87
8.4 Financiering Korte omschrijving In het Treasurystatuut staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De uitvoering van het treasurybeleid komt in de financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening aan de orde. In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is vastgelegd, welke informatie in de financieringsparagraaf in ieder geval moet worden opgenomen. Het gaat daarbij om de beleidsvoornemens die relevant zijn voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Treasurybeheer/ Liquiditeitsrisicobeheer Liquiditeitsrisico’s worden beperkt door treasuryactiviteiten te baseren op een middellange termijnplanning. Dit gebeurt met behulp van een zogenaamde liquiditeitsbegroting, waarin de belangrijkste (grote) geldstromen zijn opgenomen. Lopende het jaar actualiseren we de cijfers door wijziging van de uitgaven en inkomsten. Met ingang van 1 januari 2023 is een nieuw treasurybeleid van toepassing door herijking van ons treasurystatuut. Aan dit nieuwe treasurybeleid worden al onze treasuryactiviteiten getoetst.
In 2024 gaan we verder met het duidelijker in kaart brengen van geldstromen door de samenwerking met projectleiders aan te gaan voor het verbeteren en optimaliseren van de liquiditeitenplanning van projecten. Ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt De Nederlandse economie groeit in 2023 met 0,6%. In 2022 nam het bruto binnenlands product (bbp) nog toe met 4,5%. Het bbp is een maat voor de omvang van de economie. De terugval van de groei is vooral het gevolg van een afnemende groei van private consumptie. De economische groei neemt op langere termijn naar verwachting af, wat een drukkend effect op de inflatie kan hebben. De verwachting is dat de groei van de Nederlandse economie de komende jaren terug zal lopen. De gemiddelde inflatieverwachting voor 2023 is 4,6%, 3,7% in 2024. De verwachting is dat de centrale bank het monetair beleid verder verkrappen hetzij door renteverhoging of door de afbouw van de balans te versnellen. Renterisicobeheer Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Voor de beheersing van de renterisico’s gelden twee concrete richtlijnen, namelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet wordt bepaald door het begrotingstotaal van het dienstjaar te vermenigvuldigen met een bij de ministeriële regeling vastgesteld percentage van 8,5%.
De kasgeldlimiet kan conform de Wet fido, bij aanvang van kalenderjaar 2024 worden vastgesteld op 8,5% van het totaal van de begrote lasten, namelijk € 17.687.000 (€ 208.088.000 x 8,5%). Uitgangspunt voor de kasgeldlimiet is om het financieringstekort zoveel mogelijk met kort geld te financieren, de gemeente dient daarbij binnen de maximale overschrijving van drie achtereenvolgende kwartalen van het limiet te blijven. Renterisiconorm Met deze norm wordt tot uitdrukking gebracht tot welk bedrag de gemeente renterisico’s mag lopen. Renterisico’s kunnen voortvloeien uit de noodzaak om bijvoorbeeld leningen af te lossen of door renteherzieningsmomenten De renterisiconorm voor 2024 is 20% van het begrotingstotaal c.q. € 41.618.000. De gemeente Hardenberg heeft in 2024 naar verwachting een leningenportefeuille zonder renteherziening en een lineair 88
aflossingsschema. De aflossing bedraagt in 2024 naar verwachting €9,402 mln. en zit daarmee onder de renterisiconorm. In het meerjarenperspectief blijft de aflossing ver onder de renterisiconorm. Rente risicobeheer / -norm 2024 2025 2026 2027 1. Renteherziening op vaste schuld o/g 2. Aflossingen
9.402
9.402
9.402
9.402
3. Renterisico (1+2)
9.402
9.402
9.402
9.402
4. Renterisiconorm
41.618
40.359
38.407
38.279
5a. Ruimte onder renterisiconorm (4-3)
32.216
30.957
29.005
28.877
0
0
0
0
2024
2025
2026
2027
208.088
201.793
192.033
191.393
4b. Percentage regeling
20%
20%
20%
20%
Renterisiconorm (4a x 4b)
41.618
40.359
38.407
38.279
5b. Ruimte boven renterisiconorm
Berekening renterisiconorm (bedragen x €1.000) 4a. Begrotingstotaal
Leningenportefeuille In onderstaand schema worden de mutaties van de leningenportefeuille voor de aankomende vier begrotingsjaren weergegeven en toegelicht. In het meerjarenperspectief zien wij een verder aflopende leningenportefeuille. De afgelopen jaren bleek uit de jaarrekeningen ook dat de werkelijke financieringsbehoefte afweek van de begroting, mede door lagere investeringsuitgaven en hogere grondverkopen. Hierdoor was het niet nodig nieuwe langlopende leningen aan te trekken. In het voorjaar van 2022 hebben we voor het eerst sinds lange tijd een langlopende lening van € 15 miljoen aangetrokken. De verwachting is dat er in de toekomst nieuwe leningen worden afgesloten, om aan de financieringsbehoefte van de ambities van de gemeente Hardenberg te kunnen voldoen. Naast het bestaande investeringsprogramma is in het nieuwe coalitieakkoord een investeringsplan van circa € 30 miljoen opgenomen. Voor de meerjarenbegroting 2024 is op dit moment geen nieuwe lening begroot, maar in de begrote rentelasten is rekening gehouden met de toekomstige financieringsbehoefte. Mutaties in leningenportefeuille (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
€ 88.913
€ 79.511
€ 70.109
€ 60.707
€0
€0
€0
€0
-€ 9.402
-€ 9.402
-€ 9.402
-€ 9.402
aflossing nieuwe leningen
€0
€0
€0
€0
Vervroegde aflossingen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Rente aanpassing (oud percentage)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Rente aanpassing (nieuw percentage)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 79.511 € 70.109
€ 60.707
€ 51.305
Stand per 1 januari Nieuwe leningen Reguliere aflossingen
Stand per 31 december Ontwikkeling rente leningenportefeuille
2024
2025
2026
2027
Rente
€ 3.054
€ 2.697
€ 2.392
€ 2.035
Gemiddeld rentepercentage
3,43%
3,39%
3,41%
3,35% 89
Renteresultaat De rentelasten worden aan de programma’s/producten doorberekend op basis van het zogenaamde renteomslagpercentage. De omslagrente wordt berekend door de aan de programma’s/producten toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal gefinancierd zijn. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. Indien de werkelijke rentelasten, die over een jaar moeten worden doorbelast, met meer dan 25% afwijken van de rentelasten die op basis van de voorcalculatie zijn doorbelast, is de gemeente verplicht tot correctie van het omslagpercentage. In onderstaand overzicht hebben wij de bepaling van de financieringsbehoefte, als grondslag voor de berekening van het rente omslagpercentage, opgenomen. activa activa integraal gefinancierd
bedrag x € 1.000
passiva
bedrag x € 1.000
266.657 eigen vermogen
112.231
geldleningen u/g
4.305 voorzieningen
25.268
voorraad gronden
13.915 geldleningen o/g
88.912
totaal financieringsmiddelen
totaal
226.411
financieringsbehoefte kort
17.688
financieringsbehoefte lang
40.778
284.877 totaal
284.877
Uit dit overzicht volgt een begrote financieringsbehoefte van € 58.466.462. Dit bedrag financieren wij, gezien de huidige rentestand, vooralsnog zoveel mogelijk met kortlopende geldleningen tot aan de kasgeldlimiet van €17,7 miljoen. Langlopende leningen zullen wij aantrekken op het moment dat de financieringsbehoefte concreet wordt. De begrote financieringsbehoefte voor langlopende geldleningen is voor 2024 begroot op € 40,8 miljoen.
Rente omslag Saldo rentelasten en rentebaten incl. voorzieningen
percentage t.o.v. integraal bedrag x € 1.000
gefinancierde activa 3.244
1,22%