CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Evaluatierapport gebiedsproces BKS

gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Programmeringsafspraken wind op land20.318 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

26 van 60

In de uitnodigingsbrief van 18 april17 2019 wordt wel gesteld dat de OAG zelf verantwoordelijk is voor het bedenken van de scenario’s: ‘Doel is gezamenlijk te komen tot een invulling van de duurzaamheidsopgave voor het gebied. Hiervoor ontwerpt de Omgevingsadviesgroep een aantal concrete en haalbare scenario’s en opstellingsvarianten.’ In deze uitnodiging staat dat de OAG zelf de scenario’s moet ontwerpen, wat niet direct overeenkomt met het plan van aanpak. Tijdens de OAG kick-off op 6 mei15 2019 is de opgave omschreven als: ‘Werk drie tot vijf scenario’s uit voor de invulling van de opgave voor duurzame energieopwekking in het zoekgebied tussen Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo’. De gemeente heeft de OAG hierbij ondersteund door de inhuur van specialisten bij het ontwikkelen van scenario’s mogelijk te maken. Ook de geïnterviewden geven aan dat de opdracht van de OAG was om tot een aantal scenario’s te komen. Het onderscheid tussen uitgangspunten bepalen, scenario’s ontwikkelen en scenario’s beoordelen is lastig te maken. Wat wordt bedoeld met ‘draagvlak’ en ‘acceptatie’? De OAG is vanaf het najaar van 2019 aan zet om het inhoudelijke gesprek te voeren en scenario’s uit te werken. Acceptatie is één van de criteria waarop de raad de aangeleverde scenario’s zal beoordelen.

Voor de OAG is bij aanvang van de definitiefase nog steeds onduidelijk hoe de gemeente ‘acceptatie’ in de lokale gemeenschap precies definieert. De OAG zou dit thema, in aanwezigheid van de fractievoorzitters in de raad en de wethouder, bespreken in een sessie van april 2020. Deze is vanwege de lockdown echter geannuleerd. Een omwonende die deelnam aan de OAG heeft het over ‘draagvlak’ in plaats van ‘acceptatie’. Hierover zegt hij: “Het doel was duurzame energie. Inbreng van alternatieven waren mogelijk en mochten op tafel gelegd worden. Er moest wel draagvlak voor zijn. Er zijn hele discussies gevoerd over wat draagvlak dan is, maar daar is nooit duidelijkheid over gekomen.” Geïnterviewden zijn veelal pessimistisch over het onderwerp ‘acceptatie’. Volgens velen was dit een onhaalbaar doel, aangezien er veel tegengestelde belangen speelden (zie paragraaf 3.6). Zo waren er tegenstanders en voorstanders van windmolens. Waar de groep tegenstanders zich binnen en buiten de OAG hard maakte voor alternatieven voor duurzame energie (in plaats van windenergie), vonden voorstanders het soms moeilijk om zich te uiten binnen de OAG. Wie heeft welke pet op en wie schuift waar aan? Wat betreft de spelregels van het participatieproces, was het onduidelijk wat de regels waren voor het wel of niet mogen deelnemen aan de verschillende panels.

Zowel de rolverdeling binnen de OAG als de verdeling wie waar aanschuift (OAG, BP, GP) was niet duidelijk. Deelnemers aan de overleggremia speelden hierin zelf ook een bepalende rol.

17

190506-uitnodiging aanmeldingen OAG en BP

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

27 van 60

Er zijn twee uitnodigingsbrieven gestuurd om mee te doen aan het participatieproces: één voor de OAG en het BP17 en één specifiek voor grondeigenaren (GP)18. In deze brieven worden alle drie de groepen kort toegelicht en worden inwoners uitgenodigd deel te nemen aan de kick-off op 6 mei 2019, waar de samenstelling van alle drie de groepen wordt vastgesteld. De spelregels voor de verschillende groepen worden in de uitnodiging beperkt besproken: Over de OAG staat in beide uitnodigingsbrieven: ‘Deelnemers aan een omgevingsadviesgroep zijn afgevaardigden van bewoners van het gebied (uit het bewonersplatform), plaatselijk belangen, grondeigenaren (uit het grondeigenarenplatform), lokale energiecoöperaties en belangengroepen.’ Over het BP staat in beide uitnodigingsbrieven: ‘Alle bewoners van het gebied kunnen hieraan deelnemen. Een delegatie van het bewonersplatform neemt zitting in de omgevingsadviesgroep en vertegenwoordigt zo de belangen van de bewoners.’ Over het GP staat in beide uitnodigingsbrieven: ‘Alle grondeigenaren kunnen hieraan deelnemen. Een delegatie van het grondeigenarenplatform neemt vervolgens zitting in de omgevingsadviesgroep.’ Uit de bovenstaande passages blijkt dat het GP exclusief voor grondeigenaren is. Het BP is niet exclusief, grondeigenaren die in het gebied wonen mogen deelnemen aan BP én GP.

Bij de kick-off op 6 mei 201915 is scherper gedefinieerd wie er zitting mochten nemen in het BP. Hier wordt gesproken over ‘Omwonenden zonder grondpositie’. Bij de kick-off is dus duidelijk gemaakt dat grondeigenaren geen zitting mogen nemen in het BP. In de praktijk werd deze regel echter niet altijd nageleefd door de deelnemers aan de overleggremia. Een van de betrokken zei hierover: “Mijn vriendin zat bij het GP en het BP, maar dat werkte niet. Toen heeft zij voor het GP gekozen.” (raadslid) Dit betekent dat grondeigenaren en/of hun gezinsleden tegen de regels in zijn aangeschoven bij het BP. Omdat grondeigenaren en bewoners niet altijd dezelfde belangen hebben, ontstond er frustratie. De volgende citaten illustreren deze frustratie omtrent het gebrek aan het naleven van de regels over wie waaraan mocht deelnemen: “Ik heb zelf bij de grondeigenaren en de OAG gezeten, maar niet bij het bewonersplatform. Ik heb me hier nooit zo druk mee beziggehouden. Wel zat ik ook bij een plaatselijk belang, dus daar had ik wel een dubbele pet op. Er waren geen regels over wie in welk platform zat, maar daar zijn later regels voor opgesteld, omdat mensen er ontevreden over waren. Dit heeft veel emotie veroorzaakt, maar hier ben ik zelf niet bij geweest. Ook als grondeigenaar ben je een omwonende, dus je deelt toch ook hun zorgen.” (OAG-lid)

18

190418 uitgaande brief aan grondeigenaren

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

28 van 60

“Het was niet duidelijk wie waarom stakeholders waren. Was je bewoner, of grondeigenaar of beide? Als welke stakeholder praat je dan? Er zijn heel veel discussies gevoerd over wie er in welk platform deelnam. Daar was altijd onduidelijkheid over geweest. Het was een enorm slopend proces. Mensen hadden verschillende petten op en dat zorgde voor veel spanning.” (OAG-lid) Uit de tussenevaluatie uit 202019 kwam naar voren dat deze aanhoudende onduidelijkheid het gebiedsproces negatief beïnvloedde. In de memo van de OAG20 van 18 juni 2020 staat hierover het volgende: ’Deelnemende personen (adressen) zouden maar vanuit één primair belang in één belangengroep plaatsnemen, we zien nu dat sommigen grondeigenaar zijn, maar zich ook verbinden aan het BewonersPlatform (en andersom).’ Na de tussenevaluatie zijn de regels aangescherpt door de gemeente en de voorzitters, omdat het de deelnemers zelf niet lukte dit te doen. Personen uit hetzelfde gezin mochten niet meer aan beide platforms tegelijk deelnemen. Ook binnen de OAG zelf was de rolverdeling niet altijd helder. Deelnemers benadrukken meermaals dat binnen de OAG verschillende belangen speelden, wat resulteerde in spanning tussen groepen. Het was voor OAG-leden niet helder welke regels golden voor de rol die iemand binnen de OAG bekleedde.

Vragen zoals, ‘mag ik vanuit meerdere rollen meepraten in de OAG?’ en ‘vanuit welke rol praat ik in de OAG, wanneer er meerderen op mij van toepassing zijn?’ werden een aantal keer benoemd in de interviews. Dit leidde er volgens één deelnemer toe dat men “afhankelijk van het onderwerp de pet koos die het beste paste bij het eigen belang. Er was geen ruimte om mensen aan te spreken op hun gedrag of ze te bewegen naar een ander referentiekader” (OAG-lid). In de OAG zaten ook vertegenwoordigers namens plaatselijk belang (PB). Uit de interviews blijkt dat zij er vooral zaten om te luisteren en niet zozeer om te participeren. Over de rol en toegevoegde waarde van PB zijn geen gesprekken gevoerd in de OAG. Ook de relatie van PB ten opzichte van het bewonersplatform was niet gedefinieerd en is ook niet besproken. In paragraaf 3.6 gaan we hier verder op in. Het OAG-overleg werd verder bemoeilijkt doordat de communicatie vanwege COVID niet meer fysiek kon. OAG-leden voelden zich niet op hun gemak tijdens fysieke bijeenkomsten. Ook niet in grotere vergaderruimten die door de gemeente beschikbaar werden gesteld. Hierover zegt een voorzitter het volgende: “COVID gooide roet in het eten en maakte het lastiger de verschillende petten en rollen van mensen in het gebiedsproces te scheiden in de communicatie.

[…] De vertraging die ontstond door COVID zorgde ervoor dat kennisniveaus van deelnemers uiteen gingen lopen.” (voorzitter) Gaat het alleen om wind of ook over andere duurzame alternatieven? Het laatste punt van onduidelijkheid was of het binnen het gebiedsproces alleen moest gaan over windenergie, of dat andere duurzame alternatieven ook mogelijk waren. De oorsprong van deze onduidelijkheid ligt aan het begin van het gebiedsproces.

19 20

Bijlage 3 - Presentatie gemeenteraad 20200629 Bijlage 2 - Memo tussenevaluatie en verbetervoorstellen

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

29 van 60

In het rapport van Pondera Consult21 uit 2017 wordt het gebied tussen Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo aangewezen als kansrijk gebied voor windenergie. In eerste instantie gaat het in dit gebied dan ook alleen om windenergie. Dit wordt aangepast in het Plan van Aanpak van Overmorgen9, uit november 2018. Overmorgen adviseert het pilotgebied te verruimen waardoor naast windenergie ook ruimte ontstaat voor andere manieren om duurzame energie op te wekken. Er wordt daarom gepleit om niet alleen naar windenergie te kijken maar naar een ‘energiemix’. In het PvA staat het volgende: ‘Hoewel de raad het gebied Bergentheim-Bergentheim-Kloosterhaar heeft aangewezen als zoekgebied voor windenergie, stellen wij voor om in dit Plan van Aanpak dit zoekgebied in gezamenlijkheid met de lokale gemeenschap en overige betrokkenen in het gebied vanuit de mogelijke energiemixen nader te beschouwen. (…) Gezien de opgave is het reëel om deze oplossing te zoeken in windenergie in combinatie met eventuele andere duurzame grootschalige energieprojecten in het zoekgebied (energiemix).’ Dit wordt expliciet herhaald in het collegevoorstel om in te stemmen met het Plan van Aanpak. Het college besluit dit, onder embargo, op 27 november 20188. Dit betekent dat het plan vanaf dit moment officieel is om in te zetten op een energiemix en niet meer alléén op windenergie.

Bij de bijeenkomst op 19 december 201811 wordt tegenstrijdige informatie gegeven wat betreft de exclusiviteit van windenergie. Zo wordt er meerdere keren duidelijk gemaakt dat het gaat om windenergie: ‘Het college van B&W heeft van de gemeenteraad de opdracht gekregen om in dit gebied aan de slag te gaan met de duurzaamheidsdoelstelling, waarbij dit gebied specifiek in beeld is voor windenergie.’ ‘De omvang van de opgave is dusdanig groot dat windturbines op land in Hardenberg noodzakelijk zijn om onze doelstelling te halen.’ Bij dezelfde bijeenkomst wordt echter ook meerdere keren gesproken over de mogelijkheid voor alternatieven voor windenergie: ‘De werkgroep Realistisch Duurzaam Bergentheim heeft de gemeenteraad een rapport aangeboden waarin zij een alternatief presenteren voor de 5 procent duurzame energie die voor 2020 opgewekt moet worden. Een dergelijk plan leent zich er goed voor om te bespreken in de Omgevingsadvies Groep.’ ‘In de Omgevingsadviesgroep worden scenario’s uitgewerkt waarmee we invulling geven aan de ambitie om duurzame energie op te wekken in dit gebied. Dat kan met windenergie, maar er is ook ruimte voor alternatieven.’

21

af50388b-108b-4b2e-b85d-4431c9be88f4

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

30 van 60

Hier ontstaat een splitsing tussen de betrokkenen, waarbij de ene groep uitsluitend naar windenergie kijkt en de andere groep het liefst andere alternatieven zou zien. Met name vertegenwoordigers van RDB interpreteren dit als een uitnodiging om op zoek te gaan naar alternatieve manieren om duurzame energie op te wekken. Grondeigenaren menen dat het voor alle betrokkenen duidelijk was dat het om windenergie moest gaan, maar dat de tegenstanders daarvan er alles aan deden om daar maar niet aan te geloven. Uit deze standpunten blijkt dat de opdracht voor de OAG ruimte voor interpretatie liet. Uit gesprekken met voorzitters blijkt ook dat het beter was geweest om voorafgaand aan het proces meer tijd te nemen voor het bepalen van de kaders van de opdracht. Niet alleen onder de OAG-leden, maar ook onder de omwonenden was niet eenduidig bekend dat het om windenergie ging en niet om alternatieven (Figuur 8). Voor de helft van hen (53%) was het direct duidelijk dat het om windenergie ging, maar voor de andere helft van de inwoners was dit niet het geval. Figuur 8 - De opties voor duurzame energieopwekking waren in eerste instantie nog open. Later bleek dat het met name ging om windmolens. Was het voor u meteen duidelijk dat het vooral om windmolens ging? (Bron: iedereen die op de hoogte was, n=389)

4%

0%

18%

10%

25%

20%

30%

53%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Weet ik niet

Nee, dit was voor mij helemaal niet duidelijk

Dit was voor mij niet meteen duidelijk

Ja, dit was voor mij meteen duidelijk

Uit de tussenevaluatie in de zomer van 2020 bleek dan ook dat de opdracht aangescherpt moest worden. In het collegevoorstel van 1 september 202022 wordt vastgesteld dat de opdracht verduidelijkt wordt naar: ‘Binnen het zoekgebied van Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo wordt uiterlijk in 2030 jaarlijks 420 Terajoule (TJ) (dit is gelijk aan 116.667 MWh) elektriciteit opgewekt met behulp van windturbines (…)’. Er wordt vervolgens duidelijk gemaakt dat, hoewel er nog steeds ruimte is voor enige alternatieve vormen van het opwekken van duurzame elektriciteit, het in de basis moet gaan om windmolens en dat die hoe dan ook nodig zijn om het doel te realiseren. Dit sluit ook aan bij het meerjarenplan Duurzaamheid dat in het voorjaar van 2020 werd vastgesteld23.

22 23

BBV Collegevoorstel Hardenberg (vergaderversie) GEAMENDEERD Meerjarenprogramma Duurzaam Hardenberg 2020-2024 Samen bouwen aan een duurzame toekomst.pdf

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

31 van 60

De tijdlijn voor de opdracht is dus als volgt: • •

• •

van 3 oktober 2017 tot 27 november 2018, energiemix in vijf pilotgebieden, waaronder windenergie in BKS; van 27 november 2018 tot 11 februari 2019; duurzame energieopwekking met hulp van wind in combinatie met andere opwekkers (in pilotgebied BKS); − van 11 februari 2019 tot maart 2020 windenergie aangevuld met alternatieven − maart nieuw meerjarenplan Duurzaamheid van mei 2020 tot juli 2020 evaluatie opdracht; vanaf september 2020 hoofdzakelijk windenergie.

Dit heen en weer van de opdracht wordt ook onderschreven door de geïnterviewde betrokkenen: “Ik had liever eerlijke communicatie, maar niet eerst roepen ‘windenergie’, dan ‘alternatieven zijn mogelijk’ om vervolgens weer te roepen ‘alleen wind’.” (OAG-lid) De onduidelijkheid over windenergie of ruimte voor alternatieven wordt door meerdere betrokkenen genoemd als de reden waarom het de OAG niet is gelukt om tot scenario’s te komen. “De doelen van de OAG waren niet helder. Dit waren de zwakke knieën van het college. Als het college niet keihard zegt dat er windenergie moet komen, maar wel dat het eventueel openstaat voor alternatieven [red. van duurzame energie]. Dan gaan de tegenstanders van windenergie zich hardmaken voor alternatieven. De wethouder heeft nooit hardgemaakt dat er windenergie komt, pas na een jaar. Terwijl de tegenstanders al een jaar lang bezig zijn geweest met alternatieven, dan krijg je frustratie.” (OAG-lid) “Het enige wat beter had gemoeten, is dat het duidelijk had moeten zijn voor iedereen dat het echt om windenergie ging en niet om andere vormen van duurzame energie.” (OAGlid)

Conclusie Het doel dat meegegeven werd aan de OAG liet veel ruimte voor eigen interpretatie en invullingen. De spelregels zijn niet vooraf meegedeeld aan de participanten. Deze moesten zij zelf bepalen tijdens de eerste vergaderingen. In de periode voorafgaand aan de eerste OAGvergadering in september 2019 zijn over het doel en de spelregels veel gesprekken gevoerd in de OAG, BP en GP. Hoewel iedereen kennisgenomen heeft van de spelregels, werden deze niet altijd nageleefd door de deelnemers. De gesprekken over doel en spelregels duurde tot de evaluatie in de zomer van 2020. Op dat moment werd het meerjarenplan Duurzaamheid gekoppeld aan de doelstellingen voor het pilotgebied. Deelnemers konden kennisnemen van de opdracht hoofdzakelijk windenergie op te wekken. Doel en spelregels zijn door het college gedeeld met de participanten. We hebben geen gegevens gevonden waaruit blijkt dat hierna nog over doel en spelregels gesproken is.

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

32 van 60

3.5

Zijn eventuele wijzigingen in doel en/of opzet, gecommuniceerd met de betrokkenen?

Een van de eerste wijzigingen in de opzet, is dat is afgeweken van het PvA van Overmorgen9, als het gaat over wie de scenario’s moet uitwerken. Volgens dat plan is het aan de OAG om die scenario’s te beoordelen, maar niet per se om deze zelf te bedenken. Dat is uiteindelijk wel de opdracht die aan de OAG is meegegeven tijdens de kick-off op 6 mei 201915. Omdat deze wijziging nog vóór de start van het gebiedsproces plaatsvond, is dit geen wijziging die aan de betrokkenen moest worden gecommuniceerd. Het is voor hen namelijk niet relevant dat het PvA gewijzigd is, voordat zij zelf betrokken werden bij het proces. De onduidelijkheid over wat ‘draagvlak’ en ‘acceptatie’ inhouden, is niet geadresseerd en dit is dus ongewijzigd. De onduidelijkheden over wie waar aan mag schuiven en of het over alleen windenergie of ook over andere duurzame alternatieven gaat, zijn geadresseerd in de tussenevaluatie uit 2020. In het najaar van 2019 is een quickscan opgesteld door adviesbureau Necker van Naem in opdracht van het college. Uit deze quickscan komen adviezen over de rol van de gemeente in de communicatie. En adviezen over de rolverdeling van personen die vanuit de gemeente (raad en college) betrokken zijn bij het gebiedsproces. Deze adviezen zijn in een raadsbijeenkomst gepresenteerd en hebben geleid tot verbeteringen in de uitvoering door de gemeente.

De gemeente heeft de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 aangegrepen om de voortgang van het participatieproces tegen het licht te houden. De uitkomsten van de tussenevaluatie en hierop gebaseerde verbetervoorstellen zijn achtereenvolgens met (een deel van) de raad, het BP, GP en de OAG besproken. Ook heeft de projectleider via een bewonersbrief op 1 september 202024 omwonenden op de hoogte gesteld van de uitkomsten en geformuleerde verbetervoorstellen. Zo zijn er aanpassingen gedaan in de werkwijze, de samenstelling van de groepen en de manier om tot scenario’s te komen. Deze wijzigingen zijn dus adequaat gecommuniceerd met de betrokkenen. Een laatste wijziging in opzet, is dat het proces stil is komen te liggen door de coronapandemie. Dat het stil is komen te liggen was een keuze van de betrokkenen zelf, die aangaven geen onlinebijeenkomsten te willen houden. De herstart van het proces is gecommuniceerd door middel van een brief aan alle deelnemers aan de verschillende platforms, die is verstuurd op 18 maart 20213. In deze brief staat dat het gebiedsproces op zijn vroegst weer van start gaat in het najaar van 2021.

Conclusie Er is op meerdere momenten tijdens het gebiedsproces geëvalueerd om te zien of het proces en de werkwijze nog aansloten bij de doelen. De wijzigingen in doel en opzet die voortvloeiden uit deze evaluaties zijn steeds gecommuniceerd naar de betrokkenen. Dit kan zijn naar deelnemers aan het gebiedsproces, maar ook naar omwonenden.

24

Bijlage 6 - 200904-Bewonersbrief besluit verbetervoorstellen omgevingsproces gewijzigd

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

33 van 60

3.6

Hoe hebben de verschillende betrokkenen het participatieproces ervaren?

College en raad In paragraaf 3.2 is besproken dat de rol van de gemeente (zowel raad als college) was om het gebiedsproces te faciliteren, maar de OAG zelf de regie te geven over het ontwikkelen van de scenario’s. Hiervoor is het van belang dat de raadsleden zelf op hun handen blijven zitten en niet actief meedoen aan het participatieproces. In de praktijk is dit niet gebeurd. Meerdere personen onderschrijven dat sommige raadsleden direct betrokken zijn geweest bij het gebiedsproces. “Het standpunt van het college en de positie van de raad veranderden. De raad schaarde zich niet voldoende achter het gebiedsproces, ze zijn juist proactief in het proces geworden. Ze oordeelden zelf dat het proces niet goed liep en dat mensen bevooroordeeld of niet gehoord werden. Ik vind dat er naar de proces-coördinator gestapt had moeten worden. Ze hadden niet op deze manier een publiekelijk standpunt moeten nemen.” (OAG-lid) Enkele geïnterviewden geven aan dat zij vanaf het begin al het idee hadden dat partijen in de raad niks voelden voor het proces. Volgens hen zijn raadsleden ook met OAG-leden en inwoners in gesprek gegaan en hebben hierdoor het beeld gewekt dat de gemeente er geen vertrouwen in had dat de OAG met een goed scenario zou komen.

Betrokkenen spraken intern hun steun uit voor de plannen, maar lieten in gesprekken met bewoners weten dat zij er zelf eigenlijk ook niets voor voelden. De tijd die de gemeente gestoken heeft in het winnen van het vertrouwen van inwoners in het gebied werd daardoor tenietgedaan. Raadsleden zelf benoemen ook dat zij het proces niet als positief hebben ervaren. “Mijn associatie met de OAG? Ik heb vooral medelijden. Vooral omdat de tegenstand zoveel groter was dan de medestanders. Je kan het dan nooit goed doen. Vooral de bewoners die er zelf niet beter van konden worden, daar was vrijwel geen begrip voor. Positieve associaties heb ik helaas niet.” (raadslid)

Deelnemers OAG/BP/GP Het gros van de gesproken betrokkenen geven aan met een negatief gevoel terug te kijken op het participatieproces. Binnen de OAG was er vaak spanning. De oorzaak hiervoor is tweeledig. Ten eerste botsten de belangen van de grondeigenaren en RDB met elkaar, mede omdat zij een andere opdracht voor de OAG voor ogen hadden. Er heersten sterke gevoelens van spanning tussen grondeigenaren en RDB. In de ogen van grondeigenaren heeft RDB hen als ‘boeman’ afgeschilderd door te zeggen dat zij alleen voorstander van windmolens zijn vanuit hun persoonlijke financiële belang. De grondeigenaren kregen hierdoor het gevoel dat hen ‘de mond werd gesnoerd’ tijdens de OAG-bijeenkomsten. Daarnaast heeft RDB het bedrijf Prowind benaderd tijdens het participatieproces.

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

34 van 60

Volgens een grondeigenaar ging dit tegen de opgestelde regels van de gemeente in. “RDB was buiten de OAG om met heel veel onderzoeken bezig. Ze hebben bijvoorbeeld ook Prowind betrokken om een windplan uit te werken. Dat leek toch wel een regel te zijn, dat de grondeigenaren niet buiten de OAG om met windboeren in gesprek zouden gaan.” (OAG-lid) Ten tweede namen verschillende leden van de plaatselijk belangen een neutrale ‘luisterpositie’ in, waardoor zij geen verantwoordelijkheid namen voor het uitwerken van de scenario’s. Doordat deze partijen neutraal wilden zijn, bleven alleen de tegenstrijdige ideeën van de grondeigenaren en RDB overeind. Zo stelden verschillende leden van Plaatselijk Belang dat zij vanuit hun positie als “neutrale partij in de OAG moesten zitten en eigenlijk geen keuzes konden maken” (lid van Plaatselijk Belang en grondeigenarenplatform). Anderen omschrijven de verschillende rollen als volgt: “Elke vergadering botste het bewonersplatform met het grondeigenarenplatform. Plaatselijk Belang zat er vooral om te luisteren, PB Kloosterhaar heeft nooit deelgenomen aan de OAG. […] Mensen wilden nauwelijks meedenken. Het was ‘hakken in het zand’ en er was weinig transparantie.” (OAG-lid) “Plaatselijk belang en de bewoners luisterden vooral. Bij de grondeigenaren ging het vooral over wat voor windmolens er zouden komen en hoe hoog deze zouden zijn.

Bij de OAG waren ze hier alleen nog lang niet mee bezig.” (OAG-lid) Op de vraag of betrokkenen zich serieus genomen voelden tijdens het gebiedsproces, geeft een deel aan dit wel zo te hebben ervaren. Toch waren er ook deelnemers die zich niet of minder gehoord voelden. Dit geldt met name voor de leden van RDB, die voelden zich nauwelijks gehoord omdat de gemeente volgens hen niet wilde luisteren naar alle alternatieve ideeën die zij inbrachten. De gemeente is volgens hen een onbetrouwbare partij die afspraken niet nakwam.

Omwonenden De inwoners van Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo, Bruchterveld en Gouden Ploeg die meededen aan de enquête, zijn wat meer verdeeld in hun tevredenheid over hoe de gemeente inwoners heeft betrokken bij de plannen (Figuur 9). Drie op de tien geeft aan (zeer) ontevreden te zijn over het proces, maar de grootste groep (40%) is neutraal. Iets meer dan een kwart (26%) geeft aan (zeer) tevreden te zijn, dus echt positief zijn de inwoners ook niet. Inwoners uit Kloosterhaar zijn vaker (zeer) ontevreden dan in de andere dorpskernen (44%). Dit zou te maken kunnen hebben met het feit dat het plaatselijk belang van Kloosterhaar uiteindelijk geen zitting heeft genomen in de OAG en Kloosterhaar daardoor minder betrokken werd bij de plannen. Ook is er een samenhang tussen de mate van tevredenheid en de kijk die men heeft op het opwekken van windenergie in het gebied. Inwoners die hier negatief tegenaan kijken, zijn ook vaker (zeer) ontevreden over de mate waarin zij bij de plannen betrokken zijn. Het is logisch dat een inwoner niet het idee krijgt betrokken te worden in de plannen voor energieopwekking als die sowieso geen windenergie wil in het gebied en plannen te zien krijgt waarin windenergie wel centraal staat.

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

35 van 60

Figuur 9 - In het algemeen, hoe tevreden bent u over hoe de gemeente inwoners heeft betrokken bij de plannen voor duurzame energieopwekking? (n=354)

4%

30%

0%

10%

20%

40%

30%

weet niet

40%

50%

(zeer) ontevreden

26%

60%

70%

neutraal

80%

90%

100%

(zeer) tevreden

De relatie tussen burgers en gemeente is met hulp van een aantal stellingen verder in kaart gebracht (Figuur 10). Vier op de tien omwonenden zijn het met deze stellingen (helemaal) oneens. Zij zijn van mening dat de gemeente niet luistert naar inwoners, mensen niet voldoende betrekt en te weinig mogelijkheden geeft om mee te denken. Figuur 10 - In hoeverre bent u het eens of oneens met de volgende stellingen? (n=389)

Ik vind dat de gemeente voldoende mogelijkheden heeft gegeven aan inwoners om mee te denken

38%

Ik vind dat de gemeente inwoners voldoende heeft betrokken bij het verder invullen van het plan

41%

38%

21%

Ik vind dat de gemeente voldoende luistert naar de inwoners

43%

40%

17%

0% (helemaal) mee oneens

20%

neutraal

36%

40%

60%

26%

80%

100%

(helemaal) mee eens

Conclusie Van de betrokken partijen, college en raad, deelnemers en inwoners zijn inwoners het meest positief over het gebiedsproces. Zij stonden het meest op afstand en waren passief betrokken bij het gebiedsproces. De partijen die actief betrokken zijn, kijken met negatieve gevoelens terug op het gebiedsproces. College en raad zitten niet op een lijn qua intenties om een gebiedsproces te starten. Deelnemers vinden dat er te veel partijen aan tafel zaten die geen verantwoordelijkheid namen en voelden zich gaandeweg het proces niet meer serieus genomen.

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

36 van 60

3.7

In hoeverre is het gebiedsproces duidelijk, transparant en adequaat doorlopen?

Duidelijk In de voorgaande hoofdstukken benoemen we het al; de opdracht van de OAG was volgens een grote groep onduidelijk. Van de radiostilte bij aanvang van het gebiedsproces, de onduidelijkheid over de doelstellingen van de OAG tijdens informatiebijeenkomsten, de beoogde acceptatie door de omgeving, tot de onduidelijke communicatie vanuit de gemeente tijdens de OAG. Al deze onduidelijkheden bij elkaar resulteerden in ontevredenheid. Zo benadrukt een raadslid: “Als je vraagt burgers te participeren moet duidelijk zijn wat de verwachtingen zijn die je als gemeente hebt. Wat wordt er met de mening van participanten gedaan en wat niet? Je moet eerlijke verwachtingen managen, dat gebeurde hier onvoldoende.” (raadslid) Volgens een grote groep geïnterviewden is de gemeente gedurende het gebiedsproces nooit volledig duidelijk geweest over deze doelstellingen. Deelnemers zien hier een verbeterkans voor een (mogelijk) toekomstig participatieproject. “Als er vanaf het begin heldere doelstellingen waren geweest dan was het misschien wel een heel mooi project geweest.” (OAG-lid) “Als de gemeente het in de toekomst weer zou doen, dan moet er een duidelijke onderbouwing zijn van wat er moet komen. Er moet een duidelijke opdracht zijn. Zet dat zwart-op-wit op papier. ‘Jongens, dit is het’ en communiceer daar dan ook duidelijk over.” (OAG-lid)

Transparant Het gebiedsproces is over het algemeen transparant doorlopen. Communicatie vanuit de gemeente is openbaar beschikbaar. Verslagen van vergaderingen van de OAG en het BP en GP zijn op den duur geanonimiseerd. Emoties in het gebied liepen hoog op en deelnemers aan de verschillende panels wilden niet allemaal dat alles wat zij tijdens de vergaderingen zeiden met naam en toenaam open op tafel lag voor iedereen. Hier is bewust voor gekozen omdat dit de deelnemers ervan had kunnen weerhouden eerlijk hun zegje te kunnen doen tijdens de vergaderingen.

Adequaat Het gebiedsproces is voor het grootste deel adequaat doorlopen. Dat wil zeggen, volgens de plannen waarmee het is opgericht. De gemeente heeft adequaat gefaciliteerd: zij heeft gezorgd voor onafhankelijke voorzitters, voor het maken van notulen en die verwerken tot een verslag, voor de communicatie aan de achterban d.m.v. nieuwsbrieven en door experts aan te dragen wanneer daar vanuit de OAG vraag naar was.

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

37 van 60

Er zijn twee punten waarop het proces (aanvankelijk) niet adequaat is doorlopen. Ten eerste zijn de regels wie waar en met welke pet op aan tafel schuift niet gehandhaafd. Volgens de opzet zouden grondeigenaren niet óók bij het bewonersplatform aanschuiven, maar in de praktijk is dat toch gebeurd. Na de tussenevaluatie in 2020 is dit aangescherpt, maar er is daarvoor tijdens het proces niet op gehandhaafd. Ten tweede kan de rol van de raad als niet adequaat gezien worden. Het was de bedoeling dat de OAG (al dan niet onder begeleiding van experts) zelfstandig tot scenario’s zou komen en dat de raad pas weer betrokken werd bij het geven van een go/no-go. Echter hebben verschillende raadsleden zich wel direct in het proces gemengd, door in gesprek te gaan met de OAG-leden en in deze gesprekken hun eigen visie en meningen (gekleurd door eigen belangen) te delen. Er kan beargumenteerd worden dat dit niet direct tegen de regels inging, aangezien er geen duidelijke regels over waren opgesteld. Meerdere leden van het college en de raad zelf beamen dat het beter was als de raad meer afstand tot het proces had gehouden.

Conclusie Het gebiedsproces is niet duidelijk doorlopen. Er is volgens geïnterviewden steeds onduidelijkheid geweest over de doelen van het gebiedsproces en de mate van acceptatie door de omgeving. Het proces is wel transparant doorlopen. De facilitering door de gemeente was op orde. De regels over posities aan de OAG-tafel zijn niet adequaat gehandhaafd. Tot slot heeft ook de raad zich niet adequaat opgesteld ten opzichte van het gebiedsproces. Raadsleden hebben onvoldoende afstand genomen tot het proces.

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

38 van 60

4

Beëindiging gebiedsproces

De beëindiging van het gebiedsproces begint als in december 2021 een motie4 wordt ingediend door de fracties van CDA, ChristenUnie, OpKoers en PvdA, om het gebiedsproces tussen Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo te beëindigen. Op 7 december 2021 wordt deze motie aangenomen en is de stopzetting van het gebiedsproces een feit.

4.1

Wat waren de inhoudelijke overwegingen om met het gebiedsproces te stoppen?

In de motie4 die is aangenomen op 7 december 2021 wordt de volgende onderbouwing gegeven voor de stopzetting van het gebiedsproces: Overwegende dat: 1. De gemeente Hardenberg volgens de monitor duurzaamheid op koers ligt voor wat betreft de doelstelling voor 2030 aan de RES West-Overijssel. 2. Er gebleken is dat het opleggen van een duurzaamheidsdoelstelling contraproductief heeft gewerkt. 3. Er in het gebied Bergentheim/Kloosterhaar/Sibculo door dit gebiedsproces maatschappelijke ontwrichting zichtbaar is en hoegenaamd geen draagvlak. 4. De omgevingsadviesgroep door het gebrek aan draagvlak niet tot een breed gedeeld plan kon komen. 5. Corona hierbij een extra belemmerende factor is geweest. Is van mening dat: 1. Er in het gebied behoefte is aan duidelijkheid. 2. Er nu geen urgentie is om het proces in dit gebeid te forceren. 3. Initiatieven voor grootschalige opwek van elektriciteit we het liefst zien ontstaan in het gebied zelf, waardoor bij voorkeur minimaal 50 procent lokaal eigendom is gewaarborgd. 4. We willen voldoen aan ons bod voor de RES voor 2030 en 2050. Draagt het college op het gebiedsproces, dat in opdracht van de raad gestart is, in het gebied Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo te beëindigen. Enkele raadsleden onderschrijven dat het gebrek aan draagvlak een reden voor stopzetting was. “Het besluit te stoppen was sowieso van de hele coalitie.

Het is tot stand gekomen omdat we het eigenlijk niet meer goed zagen komen. Alles zorgde voor meer onenigheid dan samenkomen.” (raadslid) Ook corona als belemmerende factor wordt in de interviews genoemd als reden voor stopzetting. “Na het aanscherpen van de opdracht waren er eigenlijk alleen nog vergaderingen via Teams online (door corona) en daar was het project eigenlijk veel te complex voor. Dat viel ongelukkig samen. Het stopzetten tijdens corona was een goed idee, want dat werkte gewoon niet.” (OAG-lid)

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

39 van 60

Op 10 december 2021 stuurde de gemeente Hardenberg een brief5 naar de OAG-leden en andere inwoners, om te informeren over het besluit om het gebiedsproces stop te zetten. In deze brief wordt de volgende reden voor stopzetting gegeven: ‘De gemeenteraad is van mening dat er nu geen urgentie is om het gebiedsproces te forceren tot een uitkomst. Ook ziet de gemeenteraad het liefst dat initiatieven voor grootschalige opwek van elektriciteit ontstaan in de gebieden zelf, waardoor bij voorkeur 50 procent lokaal eigendom is gewaarborgd. (…)’ ‘Daarom heeft de gemeenteraad het college de opdracht gegeven om het gebiedsproces voor Windenergie in het zoekgebied Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo te beëindigen.’ Volgens enkele OAG-leden en raadsleden is er nog een reden voor het stopzetten van het gebiedsproces. Dit zou volgens hen gedaan zijn om, met het oog op de aankomende verkiezingen van 16 maart 2022, aan de achterban duidelijk te maken dat de betreffende partijen niet achter het inmiddels ontwrichtende gebiedsproces stonden. Het was dus een politieke keuze van deze partijen om de stekker eruit te trekken. “Alle coalitiepartijen hebben hun connecties, dus er was van tevoren gepeild of het handig zou zijn om te stoppen.

Het was duidelijk dat velen het idee hadden dat er het beste mee gestopt kon worden.” (raadslid) “De verkiezingen was de nadrukkelijke reden waarom het is stopgezet.” (raadslid) De stopzetting van het gebiedsproces betekent niet dat de opgave om duurzame energie op te wekken nu ook geweken is. Het merendeel van de geïnterviewden realiseert zich dat het pilotgebied zelf nog steeds aangemerkt is als mogelijke locatie voor windmolens.

Conclusie Al met al kan geconcludeerd worden dat het gebiedsproces is stopgezet om verschillende redenen. Het gebiedsproces zorgde voor maatschappelijke ontwrichting bij de omwonenden, de OAG leek niet meer succesvol om met een breed gedeeld plan te kunnen komen en het gebiedsproces was ook niet langer nodig om de beoogde duurzaamheidsdoelstellingen te halen. Tevens stond de raad, de opdrachtgever van het gebiedsproces, niet meer achter de doelen. Het was om politieke redenen handig om het proces te beëindigen.

4.2

Welke inspanningen zijn bij de beëindiging gedaan m.b.t. communicatie en participatie?

De beëindigen van het proces viel samen met de laatste harde corona-lockdown die door het kabinet in november 2021 werd afgekondigd. Het college werd door deze lockdown beperkt in de mogelijkheden om de deelnemers te bedanken voor hun inzet. Fysieke afspraken of een laatste bijeenkomst met alle betrokken stakeholders behoorden niet tot de mogelijkheden. Het versturen van een brief was een van de weinige communicatiemiddelen die het college restte.

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

40 van 60

De communicatie die we in deze fase beschouwen zijn de brieven aan de OAG-leden (en leden van het BP en GP) en andere inwoners die zijn verstuurd op 21 december 20215. Deze brieven zijn bedoeld om de leden van de OAG en inwoners in een straal van circa 3 km rondom het gebied in kwestie op de hoogte te stellen van de beëindiging van het gebiedsproces. De brieven voor de OAG-leden en de overige inwoners verschillen qua inhoud niet veel van elkaar. Er wordt uitgelegd dat het gebiedsproces beëindigd wordt, waarom deze keuze gemaakt is en dat er een evaluatie van het proces zal komen. In de brief voor de OAG-leden, worden de betrokkenen expliciet bedankt. ‘We willen nogmaals benadrukken dat we de inzet van alle leden van de OmgevingsAdviesGroep, het Bewonersplatform en GrondeigenarenPlatform zeer waarderen. Wij spreken via deze weg dan ook onze grote dank uit voor hun bijdrage en betrokkenheid (…)’ Ongelukkig is dat ruim voordat deze brieven verstuurd worden, verschillende regionale media al met het nieuws komen dat het gebiedsproces wordt stopgezet. Zo publiceert ‘de Stentor’ op 3 december 2021 dat de coalitiepartijen willen stoppen met de zoektocht naar geschikte gebieden voor windenergie in Kloosterhaar, Bergentheim en Sibculo25 en ‘de Toren’ op 4 december 2021 dat het gebiedsproces beëindigd wordt26.

Hoe kan dat? De gemeenteraad heeft, ook met het oog op de aankomende verkiezingen, besloten om het proces te beëindigen. Hierover werd eerst de media geïnformeerd en pas daarna het college. Op 7 december 2021 wordt de motie aangenomen om het proces te beëindigen. Daarna gaat het college aan de slag met het opstellen van de brief die iedereen moet informeren. Deze werkwijze heeft negatieve gevolgen. Het nieuws om te stoppen met het gebiedsproces valt voor een aantal van de OAG-leden en andere betrokkenen slecht. Zij waren niet op de hoogte van het voornemen te stoppen en hadden verwacht dat de gemeente dit eerst direct aan hen zou communiceren. Onder enkele OAG-leden heerst het sentiment dat er hierdoor onvoldoende nazorg was en zij niet naar behoren zijn bedankt. Anderen hebben begrip voor de situatie. De OAG was sinds september 2020 niet meer fysiek bij elkaar geweest. “Koester de mensen die meedoen. Ze hebben (na twee jaar) geen bedankje of iets gehad. Er had meer waardering moeten zijn. Dat je het in de krant moet lezen is gewoon pijnlijk.” (OAG-lid) “Richting OAG leden is geen afrondende bijeenkomst meer geweest, maar die waren ook al een hele tijd niet bij elkaar geweest. Daar werd terecht geen meerwaarde meer van verwacht.” (OAG-lid)

25

Hardenbergse coalitie staakt zoeken naar locaties voor windparken bij Kloosterhaar, Bergentheim en Sibculo | Vechtdal | destentor.nl 26 Beëindiging gebiedsproces windenergie in omgeving Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo - De Toren Hardenberg

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

41 van 60

Conclusie Het besluit het proces te beëindigen hebben de meeste geïnterviewden vernomen uit de media. Dat klopt ook. De gemeenteraad heeft eerst de pers geïnformeerd en pas daarna het college. Het college werd hierdoor overvallen. Tweeëneenhalve week later werden de betrokkenen per brief geïnformeerd. Enkele geïnterviewden herinneren zich ook nog een brief namens de gemeente (het college). Het gevoel dat is blijven hangen is dat het proces abrupt is stopgezet. Dat deelnemers hier niet goed over geïnformeerd zijn en dat de tijd die zij in het gebiedsproces gestoken hebben niet op waarde geschat is door de gemeente Hardenberg.

4.3

Wat heeft het proces aan opbrengst opgeleverd?

Terugkijkend op het gebiedsproces zien velen verbeterkansen. Een bepaalde groep ziet hun deelname aan de OAG als verspilde moeite, omdat het doel van acceptatie nooit is bereikt. Geïnterviewden zijn teleurgesteld en ontevreden over de manier waarop het gebiedsproces is geëindigd. Enkelen zijn juist opgelucht dat alles achter de rug is; dat ze niet langer hoeven te opereren in een gespannen setting. “Waarom het echt stopgezet is, weet ik niet. Via de mail ben ik op de hoogte gebracht (of toch gebeld?). Er is ook sowieso een brief bij geweest. Iedereen zag het aankomen, het was voor mij geen verassing. Veel mensen waren zelfs opgelucht. Veel mensen hebben bij het stopzetten het gevoel dat er nu echt geen windmolens komen, maar dat de provincie dat nu overneemt is mij wel duidelijk.” (OAG-lid) Voor anderen voelt het resultaat als iets wat ‘tussen hun vingers is weggeglipt’; waar zij nu geen inspraak meer over hebben, maar waar nog wel beslissingen over gemaakt zullen worden (bijv. door de provincie). “Heel veel mensen in de regio hebben opgevat dat het bericht dat het gebiedsproces gestopt was, betekent dat het met de windmolens niet doorgaat. Eigenlijk is het zo dat het nu compleet open ligt wat er met het gebied gebeurt. Daar hebben ze als Plaatselijk Belang wel zorgen over.

Ook vanuit de provincie wordt er nu enige druk uitgeoefend, nu voelt het alsof ze zelf helemaal de grip kwijt zijn.” (OAG-lid) Toch heeft de OAG ook iets opgeleverd volgens sommige geïnterviewden. Bijvoorbeeld, inzicht in de belangen die spelen voor verschillende stakeholders als het gaat over windenergie. Hier kan de gemeente haar voordeel mee doen, mocht er in de toekomst een vervolg op het gebiedsproces komen. Daarnaast bestaan er nu een aantal (deels) uitgewerkte scenario’s voor windenergie binnen Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo. OAG-leden hebben inzicht en kennis opgedaan over windenergie.

Conclusie Het gebiedsproces wordt op verschillende manieren beoordeeld. Een deel van de participanten ziet het als verspilde moeite, anderen zijn van mening dat de scenario’s zo goed als klaar zijn. Meer praktisch ingestelde personen geven aan dat ze veel geleerd hebben over windmolens. We stellen vast dat er geen scenario’s ingediend zijn voor een go- no go-beslissing in de raad. Zo bezien heeft het proces niet opgeleverd wat beoogd was.

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

42 van 60

5

Lessen voor de toekomst

Op basis van de interviews en de gelezen stukken komen we tot een aantal lessen voor de toekomst.

Stel een kader op De gemeente heeft op hoofdlijnen het doel, de werkwijze en de opdracht vastgesteld voor het gebiedsproces BKS. Deze hoofdlijnen lenen zich niet voor de start van het gebiedsproces met inwoners. Het is raadzaam dat de gemeente eerst het doel van het participatieproces helder formuleert. In deze formulering is ook ruimte voor de rol van het college en de raad. Als het doel vast staat, kan de werkwijze bepaald worden. Er is ruimte om wel of niet een participatieproces te overwegen. Na het besluit een participatieproces te koppelen aan het te bereiken doel, wordt de opdracht geoperationaliseerd in een kader. De gemeente (projectleider) doet dit met de onafhankelijke voorzitter/ procesbegeleider van het participatieproces. Dit kader kan tegelijkertijd met de werving van deelnemers aan het participatieproces verspreid worden. Dit schept duidelijke verwachtingen. Deelnemers kunnen op basis van het kader bepalen of ze willen meedoen.

Bepaal spelregels Uit dit kader volgen ook spelregels voor het gebiedsproces. In het kader worden deze gedefinieerd door de voorzitter en de gemeente (projectleider). Vóór deelnemers zich inschrijven, krijgen zij de mogelijkheid vragen te stellen over de spelregels uit het kader. Ook hebben ze de mogelijkheid een gemotiveerd bezwaar in te dienen. De voorzitter en projectleider bespreken het bezwaar met de beoogde deelnemer. De uitkomst kan zijn dat de regel wordt aangepast of dat de deelnemer afziet van deelname. Handhaving van de spelregels ligt bij de voorzitter. Deze is onafhankelijk in zijn of haar rol waardoor de gemeente bewegingsvrijheid houdt.

Zorg voor participatie Een participatieproces betekent dat de deelnemers participeren en verantwoordelijkheid nemen voor hetgeen ter tafel komt. Overweeg een selectieprocedure bijvoorbeeld met de onafhankelijke voorzitter(s) om te bepalen of vertegenwoordigers van belangenverenigingen hieraan voldoen. Toets hierbij ook op zaken als woonachtig in het gebied, zicht op het gebied, tegenstrijdige belangen etc. Nu waren plaatselijke belangenverenigingen aanwezig als passieve toehoorder. Er ontstond daarnaast overlap met bewoners die betrokken waren en zitting hadden in het BP. Wanneer dit gebeurt, moeten de voorzitter(s), met steun van het college de mogelijkheid hebben het participatieproces aan te passen. Dit is immers ook gedaan naar aanleiding van de evaluatie van Necker van Naem en de tussenevaluatie door de voorzitter van de OAG.

Betrek de gemeenteraad Raadsleden hebben een actieve rol gespeeld in het participatieproces terwijl terughoudendheid gevraagd werd. Bij vergelijkbare projecten is het aan te raden dat het college dit adresseert. Bijvoorbeeld door in het Plan van Aanpak de rol van de raad te beschrijven. Voor uitvoering van Plan van Aanpak vraagt het college de raad in te stemmen met het plan en de rol van de raad daarin. Wanneer raadsleden of fracties afwijken van de beschreven rol, spreekt het college de raad hierop aan. Eventueel kan de rol van de raad dan herzien worden. Als een participatieproces gestart wordt in opdracht van de raad, is het belangrijk dat de raadsleden afstand houden tot de

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

43 van 60

deelnemers aan het proces. Voor inhoudelijke vragen van inwoners over bijvoorbeeld de inhoud van scenario’s en de mate van acceptatie moeten raadsleden verwijzen naar de (voorzitter) van het participatieproces.

Reflecteer op het gebiedsproces Neem in het Plan van Aanpak momenten op voor reflectie. Dit geeft de mogelijkheid te kijken naar acceptatie onder burgers, veranderingen in wet- en regelgeving, nieuwe (technologische) ontwikkelingen en gevolgen van verkiezingen. De reflectie kan ertoe leiden dat het gebiedsproces voortijdig wordt beëindigd. In het pilotgebied BKS had dit gekund toen er plannen waren om in Duitsland een windpark te realiseren of toen de maatschappelijke ontwrichting te groot werd. Ook de komst van een pandemie kan aanleiding zijn om het proces te stoppen. Door hier vooraf afspraken over te maken wordt ook het stopzetten van het proces gereguleerd.

5.1

Toetsing van leerpunten

In het rekenkameronderzoek zijn enkele leerpunten geformuleerd. Met hulp van de resultaten uit deze evaluatie toetsen we deze adviezen en vullen we deze aan waar nodig.

Communiceer open en eerlijk over negatieve ontwikkelingen Dit punt gaat over de gemeentelijke communicatie over de noodzaak windmolens toe te passen in het gebied BKS om te voldoen aan de doelstelling voor duurzame energie. Dit advies blijft staan. Aanvulling is dat ook de gemeente bij de start van het gebiedsproces in februari 2019 nog niet wist van de aanpassingen in het meerjaren duurzaamheidsplan van gemeente Hardenberg. In het nieuwe plan werd de noodzaak van windenergie in het pilotgebied BKS omschreven. Dit werd daarna ook opgenomen in de aangescherpte opdracht voor de OAG in september 2020.

Zorg voor consistentie tussen communicatiemiddelen Het rekenkamerrapport concludeert dat de gemeentelijke communicatie qua vormgeving (huisstijl en taalgebruik) consistent is geweest. Het leerpunt is dat in de beginfase onvoldoende helder is gecommuniceerd wat de betrokkenheid van inwoners en andere belangengroepen kan en mag zijn in het gebiedsproces. Pas op het moment dat de oprichting van de OAG wordt aangekondigd in februari 2019 wordt dat voor inwoners duidelijk. Onze evaluatie onderschrijft deze bevinding. De gemeente had eerder in het proces naar een grotere groep omwonenden kunnen communiceren wat de plannen van het college waren voor het meenemen van inwoners en belangengroepen.

Gebruik de kennis die er al ligt Het rekenkamerrapport geeft aan dat de gemeente goed gebruikgemaakt heeft van kennispartners door de NLVOW te betrekken bij het proces. De gemeente kan volgens het rapport nog beter de randvoorwaarden en succesfactoren voor goede participatie, zoals opgesteld in ‘Aan de slag met de omgevingswet’, kunnen invullen. Bijvoorbeeld door het gebruik van een participatieladder. Het ontbrak aan helder communicatie op dit vlak bij de start van het project. We onderschrijven deze conclusie. Het gebrek aan scherpte bij de start van het proces blijkt ook uit deze evaluatie. Er is in de verschillende overleggremia veel discussie geweest over ‘wie gaat waarover’ en ‘acceptatie’. Door randvoorwaarden te stellen kan dit vanaf het begin worden ingevuld.

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

44 van 60

Stel per project een communicatieplan op Op basis van de bestudeerde documenten, de gesprekken en de enquête onder inwoners zijn geen inzichten opgedaan waarmee de bevindingen uit het rekenkamerrapport bevestigd of weerlegd kunnen worden.

Communiceer waar mogelijk vanuit de gemeenschap Het rapport van de rekenkamer stelt dat de stap om vanuit de gemeenschap te communiceren, via NLVOW en OAG juist geweest is. De gemeente faciliteert en stemt timing, frequentie en inhoud af met de OAG. Hierdoor is de communicatie naar achterban een gedeelde verantwoordelijkheid. We delen deze conclusie op basis van deze evaluatie. Wel is het zo dat de gemeente gebruik moet maken van de mogelijkheid om ‘mede’ de inhoud te bepalen. Wanneer de OAG het lastig vindt de term ‘wind’ op te nemen in de communicatie mag de gemeente daar ook iets van vinden en dit terugleggen bij de OAG.

Blijf prioriteit geven aan persoonlijk contact De gemeente heeft in de periode 2018 – 2019 veel persoonlijke gesprekken gevoerd. Deze waren nodig om het vertrouwen te winnen en om aan te sluiten bij de ‘Hardenbergse werkwijze’. Het rekenkamerrapport benadrukt dat persoonlijke aandacht goed is, maar ook dat iedereen er in gelijke mate aanspraak op moet kunnen maken. We sluiten ons hierbij aan en voegen daaraan nog iets toe. Wanneer er vanuit de gemeente persoonlijk contact is met betrokkenen dient de gemeente zich te houden aan de rol die ze heeft in het gebiedsproces. Dat wil zeggen dat ze stimuleren, motiveren en betrokken zijn en zich houden aan de afspraak zich niet op persoonlijke titel te mengen in de discussie. Op dat moment moeten zij verwijzen naar de juiste persoon. In dit geval de voorzitter van de OAG.

Leer en ontwikkel Het laatste leerpunt van het rekenkamercommissie rapport is om participatieprocessen met inwoners te evalueren. Bijvoorbeeld door de vragen uit de tussenevaluatie uit de zomer van 2020 nog een keer af te nemen in 2022. We delen deze bevinding en denken met deze evaluatie een bijdrage te leveren aan dit leerpunt. We hebben niet dezelfde vragen gesteld als tijdens de tussenevaluatie uit de zomer van 2020, maar wel een eindevaluatie opgeleverd waarmee de gemeente tot verbeterpunten kan komen voor toekomstige projecten.

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

45 van 60

A

Bijlagen

Bijlage 1, vragenlijst omwonenden Bijlage 2, gespreksleidraad Bijlage 3, geraadpleegde bronnen. Bijlage 4, lijst met geïnterviewde personen Bijlage 5, door gemeente gefaciliteerde overleggen

Bijlage 1 Vragenlijst omwonenden Onderzoek gebiedsproces duurzaam Hardenberg Introductie Dit onderzoek gaat over het gebiedsproces rond het mogelijk opwekken van duurzame windenergie in het gebied tussen Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo. De gemeente Hardenberg heeft het plan om meer duurzame energie op te wekken. Hiervoor wees de gemeenteraad van Hardenberg in 2017 het gebied tussen Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo aan als mogelijke locatie voor het opwekken van windenergie met windturbines. Vervolgens is een gebiedsproces gestart om samen met inwoners en andere betrokkenen invulling te geven aan het opwekken van duurzame windenergie in dit gebied. Uiteindelijk besloot de gemeenteraad dit gebiedsproces eind 2021 te stoppen. De gemeente wil graag leren van dit gebiedsproces. Daarom vragen wij u om deze vragenlijst in te vullen. Ook wanneer u niet heeft deelgenomen aan het gebiedsproces wil de gemeente uw mening weten. Het invullen van de vragenlijst duurt ongeveer 15 minuten. Alvast hartelijk dank voor uw deelname! Algemene vragen 1. In hoeverre maakt u zich zorgen over de klimaatverandering en de effecten daarvan voor het milieu? 1. Veel zorgen 2. Enige zorgen 3. Niet zo veel zorgen 4. Helemaal geen zorgen 5. Weet ik niet

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

46 van 60

2. Welke van de volgende energiebesparende maatregelen zijn in uw woning aanwezig? (het maakt hierbij niet uit of dit overal of in een deel van de woning aanwezig is) Meer antwoorden mogelijk 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Dubbel glas (HR +, HR ++, HR +++) Spouwmuurisolatie in bestaande muur Spouwmuurisolatie in nieuwe muur (door bijv. woninguitbreiding) Gevelisolatie (isolatie tegen de muur aangebracht aan binnen- of buitenkant i.p.v. in de muur) Dakisolatie Vloerisolatie Zonnepanelen Anders, nl... [open antwoord]

9. Geen van deze [S, fixed]

3. Hoe staat u tegenover het plan om duurzame energie op te wekken in de gemeente Hardenberg? (zeer positief tot zeer negatief (5 opties) + weet ik niet) a. Zonne-energie b. Windenergie c. Andere alternatieve vormen van energieopwekking Bekendheid In 2017 is het gebied tussen Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo aangewezen als mogelijk gebied voor de opwekking van duurzame elektriciteit met windturbines. 4. Was u op de hoogte van het plan van de gemeente om duurzame energie op te wekken in het gebied tussen Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo? a. Jazeker b. Ja, wel iets over gehoord c. Nee 🡪 naar vraag 20

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

47 van 60

5. In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen? Deze gaan over de informatie van de gemeente rondom het aanwijzen van dit gebied (Bergentheim, Kloosterhaar en Sibculo) voor duurzame energieopwekking.

Helemaal mee eens

Mee eens

Neutraal

Mee oneens

Helemaal mee oneens

Geen mening

A. Ik ben voldoende geïnformeerd

🞎

🞎

🞎

🞎

🞎

🞎

B. Ik heb de juiste informatie ontvangen

🞎

🞎

🞎

🞎

🞎

🞎

C. Ik heb zelf actief naar informatie over dit onderwerp gezocht

🞎

🞎

🞎

🞎

🞎

🞎

6.

<indien stelling A (helemaal) mee oneens U geeft aan onvoldoende te zijn geïnformeerd. Kunt u dit toelichten? Waarover had u meer informatie willen ontvangen? <<Open antwoord>>

7. <indien stelling B (helemaal) mee oneens U geeft aan niet de juiste informatie te hebben ontvangen. Welke informatie had u graag gekregen? <<Open antwoord>> 8. De opties voor duurzame energieopwekking waren in eerste instantie nog open. Later bleek dat het met name ging om windmolens. Was het voor u meteen duidelijk dat het vooral om windmolens ging? a. Ja, dit was voor mij meteen duidelijk b. Dit was voor mij niet meteen duidelijk c. Nee, dit was voor mij helemaal niet duidelijk d. Weet ik niet

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

48 van 60

Gebiedsproces Na het besluit door de gemeenteraad voor duurzame energieopwekking is een gebiedsproces gestart. Dit betekent dat inwoners en andere belanghebbenden kunnen meepraten en meedenken over de verdere invulling van het plan. De volgende vragen gaan over dit proces. 9. Was het voor u bekend dat u kon meepraten en meedenken over de verdere invulling van het plan om duurzame energie te ontwikkelen? a. Ja, ik wist dat ik mee kon helpen met invulling geven aan het plan 🡪 naar vraag 10 b. Nee, ik wist niet dat ik mee kon helpen met invulling geven aan het plan, maar ik had hier wel behoefte aan 🡪 naar vraag 14 c. Nee, ik wist niet dat ik mee kon helpen met invulling geven aan het plan, maar ik had hier ook geen behoefte aan 🡪 naar vraag 14 10. Wist u dat u bij het gebiedsproces betrokken kon worden door …. :

Nee, dit wist Ja, dit wist ik, maar ik niet heb ik niet gedaan

Ja, dit wist ik en heb ik ook gedaan

A. het bijwonen van informatiebijeenkomsten (fysiek of digitaal)

🞎

🞎

🞎

B. te helpen bij het maken van plannen door de omgevingsadviesgroep, bijvoorbeeld door lid te worden van het bewonersplatform

🞎

🞎

🞎

C. aan te sluiten bij Realistisch Duurzaam Bergentheim

🞎

🞎

🞎

E. een kopje koffie te drinken met de wethouder

🞎

🞎

🞎

F. direct contact op te nemen met de gemeente via de projectleider (tel en speciaal mailadres)

🞎

🞎

🞎

D. aan te sluiten bij Plaatselijk Belang

<indien V10= de bij V10 aangekruiste ‘ja dat wist ik en heb ik ook gedaan’> 11. U geeft aan dat u heeft deelgenomen aan de volgende activiteit(en). In hoeverre bent u tevreden over deze activiteit(en)? [zeer tevreden, tevreden, neutraal, ontevreden, zeer ontevreden, weet ik niet]

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

49 van 60

12. Wat maakt dat u ontevreden bent over een of meerdere activiteiten waaraan u heeft deelgenomen? [Meerdere antwoorden mogelijk] a. Het was onduidelijk wat er met mijn inbreng gedaan werd b. Er werd niet naar de inbreng geluisterd c. Het was niet duidelijk waarover we precies konden meepraten/meedenken d. De gemeente was zelf niet aanwezig e. De reactie van de gemeente duurde te lang/kwam niet f. Anders namelijk: <indien V10=Nee, dit wist ik niet / Ja, dit wist ik, maar heb ik niet gedaan> 13. U geeft aan niet te hebben deelgenomen aan (een aantal van) de activiteiten. Waarom niet? [meerdere antwoorden mogelijk] 🞏 🞏 🞏 🞏 🞏 🞏 🞏 🞏 🞏 🞏 •

Ik had geen tijd om mee te denken met de gemeente Ik had geen behoefte om mee te denken Ik wist niet wanneer ik kon meedenken Ik was niet beschikbaar op de geplande momenten Ik was vertegenwoordigd door buurtgenoten Ik vind het te ingewikkeld om hierover mee te denken Ik heb niet het gevoel dat de gemeente naar mijn ideeën luistert Ik vind dat de gemeente hier zelf over moet beslissen Ik vind het niet nodig dat inwoners hierover meedenken Anders, namelijk: _______________________ Weet ik niet

• • • • • •

14. In het algemeen, hoe tevreden bent u over hoe de gemeente inwoners heeft betrokken bij de plannen voor duurzame energie opwekking? Zeer tevreden🡪 naar V15+ V16 Tevreden🡪 naar V15+ V16 Neutraal🡪 naar V15 + V16 Ontevreden🡪 naar V17 + V18 Zeer ontevreden🡪 naar V17 + V18 Weet ik niet / wil ik niet zeggen🡪 naar V19

<indien V14=(zeer) tevreden of neutraal 🡪 V15+ V16 +V19>

Evaluatie gebiedsproces Duurzame Energieopwekking Bergentheim, Kloosterhaar, Sibculo

50 van 60

15. U geeft aan dat u (zeer) tevreden of neutraal bent over hoe de gemeente inwoners heeft betrokken bij de plannen voor duurzame energie opwekking. Wat sprak u het meeste aan? [open] 🞏 Geen antwoord

16. Was er ook iets dat u minder aansprak? Zo ja, wilt u dit dan hieronder toelichten? [open] 🞏 Geen antwoord

<indien V14=(zeer) ontevreden 🡪 V17 + V18 +V19> 17. U geeft aan dat u (zeer) ontevreden bent over hoe de gemeente inwoners heeft betrokken bij de plannen voor duurzame energie opwekking. Wat sprak u het minste aan? [open] 🞏 Geen antwoord

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14012127/8