4. Toelichting TAM omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug Plan identificatie: NL.IMRO.0160.0000TAM0017-VG01 Planstatus: Vast te stellen Datum: 21 maart 2026
Inhoud Toelichting Regels Verbeelding
Initiatiefnemer
Opsteller:
Inhoud toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................. 1 1.1 Aanleiding .................................................................................................................... 1 1.2 Ligging van het plangebied .......................................................................................... 1 1.3 Het omgevingsplan ...................................................................................................... 2 1.4 De bij het besluit horende stukken ............................................................................... 3 Hoofdstuk 2 Wijziging van de fysieke leefomgeving .............................................................. 4 2.1 Huidige situatie ............................................................................................................ 4 2.2 Gewenste situatie ........................................................................................................ 5 Hoofdstuk 3 Beleidskader ...................................................................................................... 7 3.1 Rijksbeleid ...................................................................................................................
7 3.2 Provinciaal beleid ......................................................................................................... 7 3.3 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................14 Hoofdstuk 4 Bescherming van gezondheid en milieu ...........................................................16 4.1 Geluid .........................................................................................................................16 4.2 Bodemkwaliteit ............................................................................................................16 4.3 Luchtkwaliteit ..............................................................................................................16 4.4 Geur............................................................................................................................17 4.5 Trillingen .....................................................................................................................17 4.6 Licht ............................................................................................................................17 Hoofdstuk 5 Bescherming van waterbelangen ......................................................................18 5.1 Watertoets
..................................................................................................................18 Hoofdstuk 6 Waarborgen van de veiligheid...........................................................................19 6.1 Externe veiligheid........................................................................................................19 Hoofstuk 7 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed .................................................................................................................................20 7.1 Landschappelijke waarden ..........................................................................................20 7.2 Ruimtelijke kwaliteit en welstand .................................................................................20 7.3 Archeologie .................................................................................................................21 7.4 Cultureel erfgoed ........................................................................................................21 7.5 Ladder voor duurzame verstedelijking .........................................................................21 Hoofdstuk 8 Natuurbescherming ..........................................................................................22 8.1 Soortbescherming
.......................................................................................................22 8.2 Gebiedsbescherming ..................................................................................................22 8.3 houtopstanden ............................................................................................................23 8.4 Natuurnetwerk Nederland ...........................................................................................23 Hoofdstuk 9 Behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen ...........25
9.1 Verkeer, vervoer en toegankelijkheid...........................................................................25 9.2 Beperkingengebieden .................................................................................................25 9.3 Kabels en leidingen .....................................................................................................25 Hoofdstuk 10 Milieueffectrapportage ....................................................................................26 Hoofdstuk 11 Uitvoerbaarheid ..............................................................................................27 11.1 Economische uitvoerbaarheid ...................................................................................27 11.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................27 Hoofdstuk 12 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties ...........................................28
Bijlagen Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan Bijlage 2 Uitgangpuntennotitie Bijlage 3 Aerius berekening Bijlage 4 Natuurwaarden onderzoek
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Snoek Bloembollen is gevestigd op het perceel Oud Avereest 31 te Balkbrug. De huidige ligging van het planologische bedrijfsperceel is ongunstig waarmee uitbreiding van de bedrijfsruimten wordt belemmerd en er te weinig maneuvreerruimte is voor de landbouwvoertuigen. Naastgelegen gronden ten noorden van het erf maken onderdeel uit van het NNN gebied en zijn in eigendom bij Landschap Overijssel. De wens is het bedrijfsperceel naar het noorden te vergroten. In 2021 heeft initiatiefnemer het overleg opgestart bij de gemeente Hardenberg. Er was toen sprake van een positieve grondhouding vanuit de gemeente en er is afstemming gezocht met provincie Overijssel. Initiatiefnemer is gewezen op de provinciale afwijkingsmogelijkheid die relatief kleinschalige ontwikkelingen in NNN gebied toelaat. Er is door de gemeente Hardenberg aangegeven dat initiatiefnemer in overleg met Landschap Overijssel moet komen tot een plan waarmee voldaan wordt aan de voorwaarden uit de afwijkingsmogelijkheid. Er is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld in samenwerking met Landschap Overijssel en er is een vooroverlegverzoek ingediend bij gemeente Hardenberg op 26 september 2023. Bij brief van 16 september 2024 is er een positief principebesluit genomen. Deze toelichting maakt onderdeel uit het TAM-Omgevingsplan Oud Avereest 31 Oud Balkbrug
1.2 Ligging van het plangebied
Afbeelding 1.1 Ligging projectgebied ten opzichte van omgeving. Bron: topotijdreis.nl Toegevoegd aanduiding bedrijfsperceel (rode pijl) en compensatieperceel (blauwe pijl)
Het plangebied is gelegen aan de weg Oud Avereest ten noorden van het dorp Oud Avereest in het buitengebied. Het plangebied omvat het te vergroten agrarische bedrijfsperceel Oud 21 maart 2026
Pagina 1
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug Avereest 31a te Balkbrug. In afbeelding 1.1 is de ligging van dat perceel met een rode pijl aangeduid. Tevens omvat het plan het compensatieperceel geheel noordelijk aan de weg Oud Avereest. In afbeelding 1.1 is de ligging van dat perceel met een blauwe pijl aangeduid.
1.3 Het omgevingsplan Het omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk deel en een niet-tijdelijk deel. De bestemmingsplannen vallen onder het tijdelijke deel. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de onderdelen van het omgevingsplan die het meest relevant zijn. Naam
Vaststellingsdatum
Bestemmingsplan buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid Facetherziening parkeren Hardenberg
2013-04-23 2018-07-17
1.3.1 Deelgebied Agrarisch bedrijfsperceel Oud Avereest 31a Het ingerichte bedrijfsperceel is bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Essen– en hoevenlandschap’ met de aanduiding ‘bouwvlak’. De zuidelijke van het ingerichte bedrijfsperceel gelegen gronden zijn tevens bestemd ‘Agrarisch met waarden – Essen– en hoevenlandschap’. De noordelijk van het ingerichte bedrijfsperceel gelegen gronden zijn bestand tot ‘Natuur - Essen- en hoevenlandschap’ en ‘Natuur – Beekdallandschap’. Voor al deze gronden geldt de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 4’. Afbeelding 1.3 toont de plankaart van het bestemmingsplan zoals deze is opgenomen in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan.
Afbeelding 1.2 Uitsnede plankaart Omgevingsplan Bron: omgevingswet.overheid.nl
21 maart 2026
Pagina 2
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug Strijdigheid Het in gebruik nemen van gronden met een natuurbestemming voor agrarische doeleinden is in strijd met de bestemmingsomschrijving. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient de bestemming gewijzigd te worden. De landschappelijke inpassing zal worden vastgelegd. 1.3.2 Deelgebied Compensatieperceel Oud Avereest ong. Het ingerichte bedrijfsperceel is bestemd tot ‘Agrarisch met waarden - Essen - en hoevenlandschap’. Voor al deze gronden geldt de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 4’ en ‘Waarde - Beschermd dorpsgezicht’. Er is een wijzigingsbevoegdheid om de gronden die aan Landschap Overijssel worden overgedragen tot Natuur te bestemmen. Strijdigheid • De bestemming ‘Natuur’ is vereist voor de beoogde natuuraanleg.
1.4 De bij het besluit horende stukken Het TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Oud Avereest bestaat uit de volgende stukken: • Verbeelding • Regels (met bijbehorende bijlagen) • Toelichting (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van dit plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting.
21 maart 2026
Pagina 3
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Hoofdstuk 2 Wijziging van de fysieke leefomgeving 2.1 Huidige situatie Bedrijfsvoering Snoek Bloembollen en Akkerbouw is een landbouwbedrijf dat zich met name richt op het kweken van gladiolen, tulpen en krokussen, maar verbouwt ook gewassen als uien, bieten en graan. Het bedrijf is hier gevestigd sinds 1983 op een toenmalig bestaand agrarisch bedrijfsperceel (rundveehouderij). Het is een familiebedrijf met 2 werknemers met een vaste aanstelling en in drukke periodes worden tot 10 werknemers extra ingehuurd. Ook worden er loonwerkers uit de regio ingehuurd. Snoek Bloembollen heeft 33,5 ha grond in eigendom en huurt ca. 60 hectare. Met akkerbouwers en veehouders uit de buurt vindt zo nodig grondruil plaats. Terreininrichting Het agrarische bedrijfsperceel wordt aan de noordkant begrensd door een bestaand (wandel)pad dat tevens wordt gebruikt als agrarische uitweg. De aan de noordzijde aangrenzende gronden maken deel uit van NNN-gebied en worden beheerd door Landschap Overijssel. De situering van het pad zorgt ervoor dat het agrarische bedrijfsperceel taps toeloopt en er zeer weinig manoeuvreerruimte overblijft voor de benodigde landbouwmachines. Ten zuiden en oosten van het bedrijf liggen akkerbouwgronden. De zuidzijde van de bebouwing grenst direct aan het akkerland, dit is zo aangelegd in overleg met de buren, zodat er niet rondom het erf gereden kan worden.
Afbeelding 2.1 Bestaande situatie terreininrichting Bron: De Erfontwikkelaar d.d. 26-01-2023 nr. 2336
21 maart 2026
Pagina 4
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug Bebouwing Het agrarisch erf is traditioneel ingericht met op het voorerf de bedrijfswoningen, tuin en moestuin. Op het achtererf staan de bedrijfsgebouwen. Achter de bebouwing is een spoelbassin gelegen en ten oosten van de bedrijfsbebouwing ligt een klein proefveld. Er zijn drie bestaande uitwegen. De bestaande bedrijfsbebouwing wordt benut voor verwerking en opslag van bloembollen en opslag van machines.
2.2 Gewenste situatie Bedrijfsvoering Vergroting van de agrarische bestemming en het agrarische bouwvlak zorgt ervoor dat de bedrijfsvoering efficiënter kan plaatsvinden en dat toekomstige ontwikkelingen mogelijk zijn. Terreinrichting De wens is een deel van de noordelijk van het bedrijfsperceel gelegen gronden in te richten ten behoeve van de bedrijfsvoering. Het te vergroten deel van het bedrijfsperceel zal gedeeltelijk gebruikt worden ten behoeve logistiek. De toename van het gewenste bouwblok is ca. 952m². Er is afstemming gezocht met Landschap Overijssel (eigenaar van de gronden) om een deel van de percelen Avereest F 3742/392 aan te kopen. Er is in samenspraak met Landschap Overijssel door de Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, deze is bijgevoegd bij dit verzoek. Afbeelding 2.2 toont de gewenste ontwikkeling.
Afbeelding 2.2 Erfinrichtingsplan Bron: De Erfontwikkelaar afbeelding d.d. 10 november 2025 project 2336
21 maart 2026
Pagina 5
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug Bebouwing Initiatiefnemer wenst de twee oudste schuren direct achter de bedrijfswoning op termijn te slopen en te vervangen door een nieuwe schuur die dan aan de noordzijde ook uitgebreid wordt. Dit nieuwe deel zal gebruikt worden ten behoeve van opslag van producten die vervolgens verwerkt worden in de rest van de bedrijfsbebouwing. De routing van opslag tot spoelen, drogen, verwerken en vervoer naar afnemers binnen de bestaande bebouwing is een logische waaraan geen aanpassing gewenst is. Echter is er meer ruimte nodig voor de producten. De twee schuren die hiervoor gesloopt zullen worden zijn aan vervanging toe en bevatten ook asbest wat initiatiefnemer graag gesaneerd ziet.
21 maart 2026
Pagina 6
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan worden ingespeeld op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.
Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatie-mogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Overweging De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van een toekomstbestendig landelijk gebied en een sterke en gezonde regio past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI.
3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel bestaat uit drie delen: een deel Visie, een deel Beleid en een deel Uitwerking. Naast de Omgevingsvisie Overijssel is er de Omgevingsverordening Overijssel en de Catalogus Gebiedskenmerken. De opgaven en kansen waar de provincie voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Dit is het vertrekpunt voor alle projecten en initiatieven in de provincie Overijssel. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de visie wordt het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel' gebruikt. In het uitvoeringsmodel staan de stappen 'of' (generieke beleidskeuzes), 'waar' (ontwikkelingsperspectieven) en 'hoe' (gebiedskenmerken) centraal. 21 maart 2026
Pagina 7
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten is de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat het beleid van de Omgevingsvisie geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitvoeringsmodel Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, en natuurontwikkeling, wordt aan de hand van deze drie stappen bepaald of een initiatief binnen de visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, namelijk: 1. Generieke beleidskeuzes; 2. Ontwikkelingsperspectieven; 3. Gebiedskenmerken. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Hierbij wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd.
Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt er een toets plaats aan de zes in de omgevingsvisie aangegeven ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent door vertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en Laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
21 maart 2026
Pagina 8
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Afbeelding 3.1: schematische weergave van het Uitvoeringsmodel (Bron: Provincie Overijssel)
Toetsing van het plan aan het Uitvoeringsmodel Generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de volgende artikelen van belang: • artikel 4.5, Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; • afdeling 4.3, Ruimtelijke kwaliteit; • Artikel 4.40, kwaliteitsimpuls agro en food, beperkte wijziging agrarisch bouwperceel; In artikel 4.5 is aangegeven in lid 1 dat omgevingsplannen alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk maken, aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk is gemaakt dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied, dat de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt is te maken door herstructurering en transformatie en dat de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In artikel 4.7 wordt gesteld dat deze paragraaf is gericht op het versterken van ruimtelijke kwaliteit door het toepassen van de OF-, WAAR- en HOE-benadering volgens het uitvoeringsmodel van de omgevingsvisie Overijssel. In artikel 4.8 wordt gesteld dat in omgevingsplannen alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden die de ruimtelijke kwaliteit versterken.
Artikel 4.40 bepaalt dat een omgevingsplan kan voorzien in een beperkte aanpassing of uitbreiding van een bestaand of voormalig agrarisch bouwperceel als: a. dit nodig is voor de bedrijfsontwikkeling van een agrarisch bedrijf; en b. onderbouwd is dat het in redelijkheid niet mogelijk is om het bestaande agrarische bouwperceel voor de beoogde bedrijfsontwikkeling geschikt te maken. Verantwoording Generieke beleidskeuzes Het bestaande bedrijfsperceel wordt reeds volledig benut en een herindeling levert geen haalbare verbetering op waarmee dezelfde gewenste uitkomst kan worden bereikt. Voor meer manoeuvreerruimte en eventuele toekomstige uitbreiding van bebouwing en daarmee 21 maart 2026
Pagina 9
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug een toekomstbestendige bedrijfsvoering, is een vergroting aan het bestaande bedrijfsperceel benodigd. Verplaatsing van het bedrijf is geen optie, omdat initiatiefnemer zijn gronden in de nabijheid van deze locatie heeft liggen. De uitbreiding kan worden beschouwd als een beperkte uitbreiding, omdat het agrarisch bouwvlak na aanpassing kleiner blijft dan 1,5 hectare. De ruimte wordt zo zorgvuldig mogelijk gebruikt. De ruimtelijke impact blijft zoveel mogelijk beperkt, zoals blijkt uit het ruimtelijk kwaliteitsplan dat als bijlage 1 is opgenomen bij deze toelichting. Het agrarisch bouwvlak doorsnijdt een houtsingel, maar deze doorsnijding blijft afgevlakt en wordt gecompenseerd door beplanting aan te brengen die het zicht op de uitbreiding verzacht. Ontwikkelingsperspectief Het perceel Oud Avereest 31-31a valt in meerdere ontwikkelingsperspectieven. Het agrarisch bedrijf zoals het nu is viel in de Geconsolideerde Omgevingsvisie 2017 binnen het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’, maar ook binnen het perspectief ‘Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)’. In de Actualisatie Omgevingsvisie 2023 is het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ niet meer van toepassing.
Tenslotte valt de gewenste uitbreiding binnen het perspectief ‘Natuurnetwerk Nederland (NNN)’.
Afbeelding 3.2 uitsnede kaart ontwikkelingsperspectieven (Waar) Bron: Actualisatie Omgevingsvisie 2023
Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richtte zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) buiten het NNN zet de provincie in op versterking van de kwaliteit van natuur, landschap en water door initiatieven te verbinden aan deze kwaliteiten. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is hier specifiek gericht op versterking van deze kwaliteiten. Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) staan in Overijssel de kwaliteitsambities Natuur als ruggengraat en Continu en Beleefbaar watersysteem voorop. Behoud en versterking van 21 maart 2026
Pagina 10
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug de natuurkwaliteit staat centraal binnen de bestaande natuur van het natuurnetwerk. Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is binnen het natuurnetwerk geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden (het ‘nee, tenzij’-principe). Daarbij hanteert de provincie zogenaamde NNN-spelregels. Binnen de gebieden waar de komende jaren natuurrealisatie plaatsvindt, is medegebruik mogelijk. Voorwaarde is wel dat initiatieven actief bijdragen aan realisatie van het robuuste en samenhangende netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Verantwoording Ontwikkelingsperspectief Met dit initiatief wordt het agrarische perceel en bouwblok vergroot in NNN gebied. Het bestaande bedrijf is passend binnen de bestaande ontwikkelingsperspectieven, het maakt al jaren onderdeel uit van het kleinschalige mixlandschap. Het vergroten van het bedrijfsperceel in NNN gebied is niet passend binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland. Echter is er een afwijking voor kleinschalige ontwikkeling binnen het NNN gebied.
In artikel 4.62 (afwijking voor kleinschalige ontwikkelingen) wordt gesteld dat een omgevingsplan kan voorzien in een relatief kleinschalige nieuwe ontwikkeling binnen een gebied dat begrensd is als Natuurnetwerk Nederland als: a. er uit onderzoek blijkt dat een zorgvuldige afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden; b. de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied door de nieuwe ontwikkeling in beperkte mate worden aangetast; en c. er maatregelen worden getroffen waardoor per saldo: 1. Versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden; of 2. Een vergroting van het areaal van het Natuurnetwerk Nederland plaatsvindt. Bij kleinschalige ontwikkelingen kan gedacht worden aan de uitbreiding van een recreatievoorziening of een andere bedrijfsmatige activiteit. Maatgevend is de impact van de gewenste ontwikkeling op de kwaliteit van het NNN ter plaatse. Daarbij spelen factoren als ecologische kwaliteit, samenhang, mate van verstoring en dergelijke mee in de beoordeling. Ook de maatschappelijke meerwaarde van de ontwikkeling kan daarbij een rol spelen. Uitwerking voorwaarden: a. De wens voor vergroten van het bedrijfsperceel is zeer locatie gebonden. Verplaatsing van het boerenbedrijf is geen optie, men wil verder bouwen aan het bedrijf wat hier is gegroeid, kapitaalvernietiging is geen logische stap.
Het bedrijfsperceel is dusdanig bebouwd dat een alternatieve indeling geen optie is. Daarbij wordt het nieuwe bedrijfsperceel als geheel ingepast waarmee de ruimtelijke kwaliteit als geheel verbetert. Voor een nadere uitwerking hiervan zie het Ruimtelijk Kwaliteitsplan. b. Het deel van het NNN gebied dat bij het agrarisch bedrijfsperceel gevoegd zal worden behoort tot het Reestdal. De wezenlijke kenmerken en waarden zijn beschreven in bijlage 1b van de provinciale verordening. Momenteel wordt de grond agrarisch beheert. Het deel dat wordt toegevoegd aan het bestaande agrarisch bedrijfsperceel zal gedeeltelijk onbebouwd blijven en als weidegrond dienen. Het bestaande doorzicht naar het Reestdal blijft behouden. Aan de noordzijde van het te vergroten deel blijft voldoende ruimte over voor Landschap Overijssel om de gronden richting de Reest te kunnen onderhouden. c. Als maatregel wordt agrarische grond omgezet naar natuur. In overeenstemming met Landschap Overijssel krijgt perceel Avereest G 4060 een natuurbestemming en zal worden omgevormd tot bos. Dit perceel is gelegen te midden van NNN gebied en kan op termijn worden toegevoegd aan het NNN gebied, zie afbeelding 3.3. Dit betreft een oppervlakte van circa 6000m2 wat van agrarisch naar natuur wordt omgezet. Voor de uitbreiding wordt er 766m2 agrarisch. 21 maart 2026
Pagina 11
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Er kan worden voldaan aan de voorwaarden van artikel 4.62.
Afbeelding 3.3 uitsnede kaart NNN Bron: Actualisatie Omgevingsvisie 2023
Gebiedskenmerken Voor perceel Oud Avereest 31-31a te Balkbrug komen gebiedskenmerken voor uit de natuurlijke laag, de laag van het agrarisch cultuurlandschap, de stedelijke laag en de laag van beleving. De natuurlijke laag In de natuurlijke laag maakt het grootste deel van het perceel inclusief de gewenste uitbreiding, deel uit van ‘Beekdalen en natte laagtes’. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Laag van het agrarisch cultuurlandschap In de laag van het agrarisch cultuurlandschap maakt het perceel deel uit van zowel het ‘oude hoevenlandschap’ en het ‘maten- en flierenlandschap’, zie afbeelding 7. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid.
Ontwikkelingen vergroten de toegankelijkheid van erven en erfroutes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open ‘kamers’ en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water.
21 maart 2026
Pagina 12
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Afbeelding 3.4 uitsnede Laag van het agrarisch cultuurlandschap Bron: Geconsolideerde Omgevingsvisie vanaf 2017
Stedelijke laag Er is voor dit perceel sprake van een gebiedskenmerk uit de stedelijke laag, te weten het 'Informele trage netwerk’. Het informele trage netwerk is het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Als ontwikkelingen plaats vinden in de gebieden die in de directe invloedssfeer van stad en dorp liggen (b.v. bedrijventerreinen, woonwijken), dan dragen deze ontwikkelingen bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. Nieuwe mogelijkheden voor lange afstands-, wandel- en fietsroutes worden benut. Laag van de beleving Het perceel ligt in een gebied waar de classificatie ‘donkerte’ geldt. In donkere gebieden is alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht de richting. Het behoud van het rustige en onthaaste karakter van donkere gebieden is van belang. Verantwoording Gebiedskenmerken Wat betreft de natuurlijke laag is de gewenste ontwikkeling dusdanig ingepast dat de biodiversiteit versterkt wordt die bijdraagt aan een gezond beeksysteem. Zo wordt er struweel aan de zuid- en oostzijde aangeplant en wordt op het terrein waterberging gerealiseerd. De historische lijn langs pad wordt versterken met bomen.
En het erf wordt zo compact mogelijk met behoudt van de doorkijk aan de noordzijde van het erf. Wat betreft de laag van het agrarisch cultuurlandschap wordt het gehele bedrijf landschappelijk ingepast zodat er meer onderscheid ontstaat tussen het erf en het omliggende landschap. Hierdoor wordt bijgedragen aan de accentuering van bestaande structuren zoals in het Oude Hoevenlandschap gewenst is. Het lineaire landschap van het Maten en Flierenlandschap wordt gerespecteerd in het te vergroten deel doordat de doorzichten richting het Reestdal behouden blijven. 21 maart 2026
Pagina 13
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Tenslotte zal voor het plaatsen en vergroten van dit agrarische bedrijfsperceel nauwelijks toename aan verlichting nodig zijn. Een deel blijft natuur en een deel wordt logistieke ruimte. Eventueel licht zal naar beneden gericht zijn. Voornoemde is nader toegelicht in het voor dit plan opgestelde Ruimtelijk kwaliteitsplan (zie bijlage 1) Conclusie Het initiatief voldoet aan het provinciaal beleid mits er gebruik wordt gemaakt van de besproken afwijkingsmogelijkheid.
3.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Landstad Hardenberg Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. In deze omgevingsvisie wil de gemeente ontwikkelingen in het buitengebied laten bijdragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het perceel Oud Avereest 31-31a is gelegen in het Reestdal. Daar wil de gemeente biodiversiteit versterken met aandacht voor klimaatadaptatie. Het gebied is een ‘parel’ van het Vechtdal. In de omgevingsvisie wordt gesteld dat de agrarische sector vitaal is, van groot economisch belang en van grote betekenis voor het beheer van het landschap. De gemeente wil de sector zo goed mogelijk blijven stimuleren en faciliteren.
Overweging Dit familiebedrijf behoort tot de agrarische sector in gemeente Hardenberg. Het bedrijf draagt bij aan een vitale agrarische sector. Ten compensatie voor de uitbreiding van het bedrijf worden natuurgronden elders toegevoegd om een balans te creëren voor zowel natuur als landbouw. Visienota Buitengebied Hardenberg De gemeente Hardenberg heeft de hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid voor het buitengebied van de gemeente geformuleerd in de 'Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg'. De nota richt zich vooral op de realisatie van ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied. De hoofddoelen van het ruimtelijk beleid zijn: • Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimte vragende functies; • Het vergroten van de leefbaarheid van het platteland; • Het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De hoofddoelen zijn in de visienota als volgt vertaald: 21 maart 2026
Pagina 14
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug 1. een thematische benadering van het buitengebied (8 thema's); 2. een gebiedsgerichte benadering van het buitengebied; 3. uitgangspunt hierbij: de landschapstypen en de visuele landschapskenmerken; 4. een ontwikkelingsgerichte wijze van bestemmen. In dit geval is het thema landbouw van belang. Het gemeentelijk beleid zal gericht zijn volgens de visienota op het bieden van ruimte aan de landbouw om te komen tot een rationele, op de markt gerichte productie die in evenwicht is met zijn omgeving. Verder zal het beleid gericht zijn op het bieden van ruime mogelijkheden voor verbrede landbouw, het zal een gebiedsgerichte aanpak kennen en ruimte voor maatwerk voor plaatselijke omstandigheden. Oud Avereest maakt onderdeel uit van het Reestdal. Huidige functies zijn onder andere agrarische bedrijven en natuurontwikkeling, toekomstige functies zijn biodiversiteit, recreatie en toerisme en (verbrede) landbouw. Overweging De visienota komt uit 2006. Veel van de toekomstige ontwikkelingen en verwachte trends zijn al ingezet of gerealiseerd. Toch blijft de agrarische sector onverminderd van belang en omvat dit plan niet alleen de uitbreiding van een agrarisch bedrijf, maar ook het toevoegen van natuur en daarmee biodiversiteit.
Parkeernormennota Hardenberg Er moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. In de 'Parkeernormennota Hardenberg d.d. juni 2018' is bepaald hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. Dit is afhankelijk van de locatie en soort ontwikkeling. Het aantal verkeersbewegingen wordt bepaald door gebruik te maken van de kencijfers uit het CROW. Er wordt uitgegaan van gemiddelden.
21 maart 2026
Pagina 15
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Hoofdstuk 4 Bescherming van gezondheid en milieu In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de aspecten gezondheid en milieu worden beschermd. De aspecten sluiten aan op de onderdelen genoemd in artikel 1.2 van de Omgevingswet.
4.1 Geluid Voor het beschermen van de gezondheid en het milieu staan in het Bkl regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen, industrieterreinen en andere activiteiten. Ook zijn er regels opgenomen voor de bescherming van geluidgevoelige gebouwen. In dit plan wordt een agrarische bestemming uitgebreid. Dit is geen gevoelige functie. Er is geen nadere afweging nodig wat betreft wegverkeerslawaai. Er zijn geen spoorwegen of industrieterreinen nabij het projectgebied gelegen. Er is geen bouwactiviteit voorzien die leidt tot activiteiten die geluid veroorzaken. De logistieke ruimte van het bedrijf vergroot zich naar de noordzijde van het perceel. Ondanks de uitbreiding ligt de meest dichtbij gelegen woning van derden aan de noordzijde op meer dan 200 meter afstand. Conclusie Voor het aspect geluid is er sprake van evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.2 Bodemkwaliteit Ter bescherming van de bodemkwaliteit zijn er instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter plaatse van de vergroting is het perceel onbebouwd en is altijd onbebouwd geweest. Hierbij kan worden aangenomen dat de bodemkwaliteit voldoet voor het beoogde agrarische gebruik. Conclusie Voor het aspect bodemkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.3 Luchtkwaliteit Voor de bescherming van luchtkwaliteit zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) gelden. Locaties met hoge concentraties hiervan zijn aangemerkt als aandachtsgebied. Toetsen aan omgevingswaarden is niet nodig indien een activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Volgens het Bkl dragen de volgende projecten niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging: • Woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; • Woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; • Kantoren: 100.000m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. In dit plan wordt een agrarisch perceel uitgebreid. Op de Atlas van de Leefomgeving zijn de concentraties van fijnstof nagezien in en rondom het projectgebied. De actuele concentratie fijnstof (PM10) bedraagt 9.53 microgram/m³. Dat wordt geclassificeerd als Goed. De kaart Fijnstof 2022 PM10 toont een waarde van 15,14 microgram/m³. Dat ligt rond de advieswaarde van de WHO die 15 microgram/m³ bedraagt. De vergroting van het 21 maart 2026
Pagina 16
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug bedrijfsperceel van 7388m² naar 8340m² draagt in niet betekenende mate bij aan luchtverontreiniging, aangezien de bedrijfsvoering gelijk blijft. De uitbreiding is enkel om het efficiënt gebruik te kunnen maken van het bedrijfsoppervlak. Conclusie Voor het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.4 Geur De instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op geurgevoelige gebouwen. Geurnormen voor het houden van dieren bestaan uit vaste afstanden voor dieren zonder geuremissienorm en uit odeurs voor dieren met geuremissiefactoren. Het gaat om een agrarisch bedrijf zonder dieren. Gelet op de afstand tot omwonenden is er geen relevante geurcomponent. Conclusie Voor het aspect geur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.5 Trillingen Er kunnen regels worden gesteld aan trillingen in een trillinggevoelige ruimte van een gebouw. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in artikel 5.87a van het Bkl. De alinea vervangen door: De beoogde agrarische bebouwing is niet trillinggevoelig. Overigens is het plangebied gelegen op circa 8 km van een spoorlijn. Conclusie Voor het aspect trillingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.6 Licht Licht kan wenselijk zijn of juist hinderlijk. Vanuit gezondheidsoogpunt is het belangrijk dat er voldoende daglicht in bouwwerken komt. Dit heet daglichttoetreding. In het Bbl staan regels voor voldoende daglicht in bouwwerken (nieuwbouw). Deze verschillen per gebruiksfunctie en soort ruimte. Kunstlicht kan leiden tot diverse vormen van lichthinder. Kunstlicht komt van (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouw en sportterreinen. Ter plaatse geldt niet de waarde 'donkerte'. Er gelden geen speciale regels voor het gebruik van kunstlicht. Wel zal het kunstlicht zodanig worden toegepast dat buren er geen hinder van ondervinden. Conclusie Voor het aspect licht is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
21 maart 2026
Pagina 17
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Hoofdstuk 5 Bescherming van waterbelangen Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn groot en worden in de toekomst alleen maar groter. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de Rijkswateren en Rijksvaarwegen. De provincie houdt toezicht op de waterschappen en is verantwoordelijk voor veilig drinkwater. Ook zorgt zij voor de plannen voor waterbeheer in de regio. Ook is de provincie verantwoordelijk voor vergunningverlening voor drinkwaterwinning. De waterschappen beheren water en waterkeringen (dijken) en zuiveren afvalwater. Ook zorgen zij voor de kleine waardevolle wateren, zoals vennen en bronnetjes. Voor grotere rivieren, meren en kanalen en grondwaters bestaat de Europese Kaderrichtlijn. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben de waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen het waterschap wil nemen. Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen.
5.1 Watertoets Op 24 juli 2025 is een digitale watertoets gedaan. Op basis van deze digitale toets wordt geconcludeerd dat belangen van het waterschap worden geraakt. Daarom wordt de normale procedure gevolgd. Dat wil zeggen dat het waterschap Drents Overijsselse Delta een uitgangspuntennotitie zal opstellen voor dit plan. De uitgangspuntennotitie zal in gaan op de bestaande waterhuishouding en zal concrete uitgangspunten voor het plan geven. Het waterschap heeft op 19 augustus uitgangspuntennotitie opgesteld. Hierin wordt gesteld dat het aanleggen van extra waterberging ter compensatie van verhardoppervlak noodzakelijk is, zo wordt de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater voorkomen. Compensatie dient de volgende trap de bevatten: vasthouden-bergen-(vertraagd)afvoeren. Bij grotere plannen waarbij er meer dan 500m2 verhardoppervlak wordt toegevoegd, stelt het waterschap voor het berekenen van de hoeveelheid waterberging de berekening: verhard oppervlak (m2) * 0,08m = kuub waterberging. Met het beoogde plan wordt er 1.615.5m2 verhard oppervlak toegevoegd. Op basis van voornoemde norm geldt een waterbergingsopgave van (1.615,5*0.08=) 129,24m3. Deze bergingsopgave wordt ingevuld doormiddel van twee nieuw aan te leggen hemelwateropvang in droge greppel. De een is voorzien aan de oostzijde tegen de bestaand bomen structuur.
En de andere is voorzien aan de zuidzijde naast het aan te planten struweel. Voornoemde is verbeeld op het erfinrichtingsplan behorende bij de dit plan (zie bijlage 3 behorende bij de regels). De aanleg en instandhouding van de waterberging is voorwaardelijk verplicht gesteld in de regels van dit TAM plan. Conclusie Voor het aspect Bescherming van waterbelangen is er, mist de waterbergingsopgave wordt aangelegd en in standgehouden, sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
21 maart 2026
Pagina 18
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Hoofdstuk 6 Waarborgen van de veiligheid 6.1 Externe veiligheid In het Bkl zijn de volgende risicobronnen aangewezen: • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. • Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor) • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal. • Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal. Deze risicobronnen hebben aandachtsgebieden. Binnen deze aandachtsgebieden worden bij voorkeur geen kwetsbare gebouwen of locaties gerealiseerd. In een straal van 1 kilometer zijn geen risicobronnen aangegeven in de Atlas voor de Leefomgeving. Conclusie Voor het aspect externe veiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
21 maart 2026
Pagina 19
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Hoofstuk 7 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 7.1 Landschappelijke waarden Voor de bescherming van het landschap geldt het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. Het landschapsbeleid kan door Rijk, provincie of gemeenten in een omgevingsvisie zijn vastgelegd. De gemeente Hardenberg heeft zogenaamde Landschap Identiteit Kaarten opgesteld. Landschap-identiteit-kaart Reestdal In de Landschap-Identiteit-Kaart van het Reestdal (hierna LIK) worden vier landschapstypen genoemd. Oud Avereest 31-31a is gelegen in het essen- en hoevenlandschap op de rand naar het beekdal. Erven liggen verspreid op hogere zandkoppen in een halfopen landschap waarin houtwallenen singels aanwezig zijn. De verkaveling is herkenbaar door opgaande beplanting en stijlranden langs perceelsgrenzen. Er vindt afwisselend agrarisch grondgebruik plaats. Een bedreiging vormt het verdwijnen van kavelbeplanting- en kavelbegrenzingen door schaalvergroting of natuurontwikkeling. Er liggen kansen voor verbrede landbouw en het vergroten van diversiteit aan agrarisch grondgebruik. Voor het beekdallandschap worden kansen gezien voor omzetten van landbouwgronden naar natuur, agrarisch natuurbeheer stimuleren en meer ruimte voor waterberging. Ook het in stand houden van doorzichten is een kans.
Verantwoording Het blijven stimuleren en faciliteren van de agrarische sector is een ambitie van de gemeente. Het mogelijk maken van het verplaatsen en vergroten van het bedrijfsperceel zodat het bedrijf toekomstbestendig wordt draagt bij aan deze ambitie. In het voor dit initiatief opgestelde Ruimtelijk Kwaliteitsplan is uiteengezet dat het aanplanten van de zuidzijde van het bedrijfsperceel bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. De ontwikkeling binnen het natuurgebied wordt gecompenseerd door een perceel agrarische grond tot natuur te bestemmen. In zijn totaliteit draagt dit plan bij aan zowel het voortbestaan van een lokaal geworteld agrarisch bedrijf, als aan behoud van natuurlijke waarden in het gebied. Conclusie Voor het aspect landschappelijke waarden is er, mits de landschappelijke inrichting zoals verbeeld op het erfinrichtingsplan wordt aangelegd en in standgehouden, sprake van evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
7.2 Ruimtelijke kwaliteit en welstand Het is wenselijk dat bouwplannen voor gebouwen van goede kwaliteit zijn. En dat ze passen in het bebouwingsbeeld. Er zijn twee welstandsnota's, een voor de stads- en dorpskernen en een voor het buitengebied. Voor het buitengebied is dat de 'Welstandsnota Buitengebied'. Deze nota is vastgesteld op 3 december 2013. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente. Daarom is deze van toepassing. De gemeente onderscheidt per gebied drie niveaus van welstand. • Niveau 0 (laag): geen eisen op het gebied van welstand. • Niveau 1 (midden): specifieke ambitie voor de beeldkwaliteit. Gericht op het behoud van belangrijkste gebiedskenmerken van architectonische of landschappelijke aard. • Niveau 2 (hoog): hoge ambitie ten aanzien van beeldkwaliteit. Bij gebieden en/of locaties met een hoge architectonische en landschappelijke waarde. 21 maart 2026
Pagina 20
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Het plangebied ligt in het essen- en hoevenlandschap en heeft daarmee niveau 1 voor welstand. Met dit plan worden bouwmogelijkheden geschapen waarvoor de bouwregels zoals deze nu ook zijn vastgelegd in het geldende bestemmingsplan zullen gelden. Bij een eventuele bouwactiviteit zal het plan worden voorgelegd aan welstand. Conclusie Voor het aspect ruimtelijke kwaliteit en welstand is er sprake van evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
7.3 Archeologie Er geldt een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ voor dit perceel. Wanneer gronden geroerd worden groter dan 500m² met een diepte van 50cm of meer dient archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het vergroten van het bedrijfsperceel zal niet direct leiden tot het roeren van gronden. Bij daadwerkelijk aanpassing van de inrichting een/of bebouwen van de gronden zal initiatiefnemer rekening houden met deze onderzoeksverplichting. En zo nodig een omgevingsvergunning moeten aanvragen. Conclusie Voor het aspect archeologie is er sprake van evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
7.4 Cultureel erfgoed Bij het beschermen van cultureel erfgoed moet de gemeente rekening houden met de instructieregels uit artikel 5.130 lid 2 Bkl. Deze regels gaan onder andere over monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen. In de directe omgeving van het initiatief zijn geen monumentale panden gelegen. Verder wordt in het ruimtelijk kwaliteitsplan rekening gehouden met de cultuurhistorie van dit gebied. Conclusie Voor het aspect cultureel erfgoed is er sprake van evenwichtige toedeling van functies aan
7.5 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bkl: Par. 5.1.5.4. Ladder voor duurzame verstedelijking). In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. De uitbreiding van een akkerbouwbedrijf is geen stedelijke ontwikkeling. Conclusie Voor het aspect duurzame verstedelijking is er sprake van evenwichtige toedeling van functies aan locaties
21 maart 2026
Pagina 21
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Hoofdstuk 8 Natuurbescherming De natuur maakt onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Bij natuurbescherming gaat het om de bescherming van soorten en gebieden.
8.1 Soortbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dit zijn flora- en faunaactiviteiten. Bij een activiteit is het nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dit zijn. Er zijn maar weinig activiteiten waarbij vooraf al is uit te sluiten dat ze een flora- en fauna-activiteit tot gevolg hebben. Hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bepaalt wanneer een vergunning nodig is. Er is een verkennend natuurwaardenonderzoek uitgevoerd door Buro Biota. Het volledige rapport in bij deze toelichting gevoegd als bijlage 4. In een rapport van 17 november 2025 met rapportnummer 2025-065 wordt het volgende geconcludeerd: “Van de voorgenomen plannen zouden wel negatieve effecten van de werkzaamheden kunnen worden verwacht voor huismus, boerenzwaluw en algemene broedvogels als niet de juiste randvoorwaarden worden gesteld. Het advies is daarom om de werkzaamheden buiten het broedseizoen of onder ecologische begeleiding uit te voeren, zodat verstoring van broedgevallen kan worden voorkomen en er geen knelpunt met de Omgevingswet op dat vlak kan ontstaan. Daarnaast dient de toegang tot de achterste open lood behouden te blijven, omdat daar boerenzwaluwen broeden.
Verder bestaat er het vermoeden dat huismussen de bebouwing op het terrein gebruik als broedlocatie. Het is dus zaak alle opstallen op het terrein in de huidige staat te bewaren. Mochten er toch plannen liggen om bebouwing te slopen of uit te bouwen, dan is mogelijk eerst nader onderzoek naar het gebruik door huismussen aan de orde. Daarnaast biedt het plangebied ook potentie voor enkele zoogdiersoorten. Het terrein biedt namelijk kansen voor (verblijfplaatsen van) kleine marterachtigen en egel. De plekken waar deze voor kunnen komen blijven echter behouden en waar de werkzaamheden plaats gaan vinden is de potentie voor de genoemde soorten zeer laag door een intensief maaibeleid en hoge menselijke activiteit en weinig dekking. Wanneer de ruigte achter op het terrein toch verwijderd gaat worden, is eerst nader onderzoek naar het gebruik door marterachtigen en egel vereist. Voor overige soort(groep)en is er geen reden om aan te nemen dat er knelpunten ten aanzien van dit onderdeel van de Omgevingswet zullen ontstaan door toedoen van de voorgenomen plannen. Ook ten aanzien van de aandachtsoortenlijst die door de provincie Overijssel wordt gehanteerd is er geen reden om aan te nemen dat er knelpunten zullen ontstaan bij de uitvoering van de voorgenomen plannen.” Het plan voorziet in de mogelijkheden voor uitbreiding.
Initiatiefnemer zal bij (voorbereidingen van) rekening moeten houden met het broedseizoen van vogels. Ook zal men de adviezen en maatregelen betreffende huismussen, marterachtigen en de egel in acht moeten nemen en zo nodig nader onderzoek moeten laten uitvoeren. Indien nodig zal men een omgevingsvergunning Flora en Fauna moeten aanvragen.
8.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. In deze gebieden worden dieren, planten en hun leefomgeving beschermd. Activiteiten die 21 maart 2026
Pagina 22
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug significante negatieve gevolgen kunnen hebben voor deze gebieden worden gedefinieerd als Natura 2000-activiteiten. Deze activiteiten zijn op basis van artikel 5.1 lid e van de Omgevingswet vergunningplichtig. De aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten zoals deze nu zijn wijzigen met dit plan niet. Het betreft het uitbreiden van de bedrijfsbebouwing en terrein waarbij er bedrijfsmatig efficiënter gewerkt kan worden. Daarmee wijzigt met dit plan het effect op Natura 2000 gebied(en) ook niet. Door Jan Immink agrarisch bouw- en milieuadvies is het effect van de bedrijfsvoering op natura 2000 gebieden berekend op basis van de Aerius calculator. De resultaten en conclusie is vermeld in het rapport van 18 september 2025. In het rapport is aangegeven dat er op geen enkel N-2000 gebied een depositie bijdrage is en dat daarmee de gewenste ontwikkeling uitgevoerd kan worden. Het volledige rapport in bij deze toelichting gevoegd als bijlage 3.
8.3 Houtopstanden Voor de uitbreiding van het agrarisch bouwvlak wordt een schuin weglopende bomenrij doorsneden, waarvoor twee bomen moeten worden gekapt: een grote eik en een kleinere beuk. De bomen zijn met een rode stip en een rode 10 aangegeven in het erfinrichtingsplan (zie afbeelding 2.2). Geprobeerd is om kap te voorkomen maar uiteindelijk leidde dat alleen maar tot een plan met meer ruimtelijke impact. Het behoud van bestaande bomen is een nobel streven, maar in dit geval is de landschappelijke prijs te hoog. Ter compensatie worden zomereiken aangeplant langs het pad. Daarmee wordt de bomenrij versterkt. Dit beperkt ook het zicht vanaf de weg op de uitbreiding. Een kapvergunning is niet nodig als de houtopstand wordt geveld voor de uitvoering van een werk overeenkomstig een vastgesteld plan, als bij het plan is aangegeven welke houtopstanden dit betreft (artikel 4.11 lid 2 onder j APV Hardenberg). In dit geval is deze bepaling van toepassing. Uit het rapport verkennend natuurwaardenonderzoek blijkt dat het kappen van de twee bomen geen onevenredige gevolgen heeft voor beschermde soorten flora en fauna. Alleen als er meer bomen gekapt zouden moeten worden zou aanvullend onderzoek raadzaam zijn. Bij het kappen van bomen geldt te allen tijde de zorgplicht en dient het kappen buiten het broedseizoen plaats te vinden.
Het versterken van de bomenrij door aanplant van zomereiken creëert kansen voor fauna.
8.4 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale omgevingsvisies- en verordeningen uitgewerkt. In het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De bescherming van het NNN kent geen externe werking. Met dit plan is de uitbreiding van het agrarische bedrijfsperceel voorzien op gronden met de aanduiding NNN. Deze gronden zijn in eigendom bij Landschap Overijssel. In overleg met Landschap Overijssel is tot een plan gekomen waarbij er grondruil plaatsvindt en een ander perceel kan worden toegevoegd aan het NNN-gebied. Er is een provinciale afwijking die kleinschalige ontwikkelingen in NNN-gebied mogelijk maakt. In paragraaf 3.2 is dit uitgebreid beschreven.
21 maart 2026
Pagina 23
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
8.5 Conclusie Natuurbescherming Voor het aspect Natuurbescherming is er, mits de aanbevelingen en maatregelen uit voornoemde rapporten in acht worden genomen, sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
21 maart 2026
Pagina 24
TAM-omgevingsplan Oud Avereest 31 Balkbrug
Hoofdstuk 9 Behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen 9.1 Verkeer, vervoer en toegankelijkheid 9.1.1 Toegankelijkheid
Het perceel wordt ontsloten via drie uitwegen. Deze uitwegen blijven in stand en zullen blijvend benut worden ten behoeve van de bedrijfsvoering. 9.1.2 Parkeren
De uitbreiding van het bedrijfsperceel gaat niet automatisch gepaard met een uitbreiding van de bedrijfsbebouwing. En wanneer de bedrijfsbebouwing op termijn wordt uitgebreid is dit om het bedrijf efficiënter en logistiek logischer in te delen. Het leidt niet direct tot een toename in de parkeerbehoefte. Er is voldoende ruimte op het perceel voor bewoners en personeel om te parkeren. Zelfs een toename zou eenvoudig opgevangen kunnen worden op het eigen perceel. 9.1.3 Verkeer
Het aantal verkeersbewegingen zal niet toenemen vanwege de uitbreiding van het bedrijfsperceel.
9.2 Beperkingengebieden Een beperkingengebied is een activiteit die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren. Om de functie van het werk of object te beschermen, gelden er beperkingen in een aangewezen gebied daaromheen. Het bevoegd gezag wijst dat gebied op de kaart aan. Het plangebied grenst aan de weg Oud Avereest. Deze weg heeft geen beperkingengebied. Het plangebied ligt daarmee niet binnen een beperkingengebied.
9.3 Kabels en leidingen Ondergrondse kabels en leidingen zijn van belang voor het transport van data, elektriciteit, gas en water. Uit hoofdstuk zes is al gebleken dat er geen buisleidingen in het plangebied zijn gelegen. Voorafgaand aan eventuele bouwwerkzaamheden zal een Klic-melding worden gedaan om te voorkomen dat kabels en leidingen tijdens eventuele bouwactiviteiten beschadigd raken. Conclusie Het behoud van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen wordt niet nadelig beïnvloed door dit plan.