CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

3a. Toelichting TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn

gemeenteraad 2 juni 2026, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling TAM-Omgevingsplan 'Buitengebied Hardenberg, bouw woningen Collendoornerdijk 1f-1g, Collendoorn'17.403 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 Het omgevingsplan 1.4 De bij het besluit horende stukken

6 6 6 7 8

Hoofdstuk 2 Wijziging van de fysieke leefomgeving 2.1 Beschrijving plangebied en omgeving 2.2 Gewenste ontwikkeling

9 9 10

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

13 13 13 20 21

Hoofdstuk 4 Bescherming van gezondheid en milieu 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Geur 4.5 Verkeer en parkeren

27 27 29 30 31 31

Hoofdstuk 5 Bescherming van de waterbelangen 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf

34 34 35

Hoofdstuk 6 Waarborgen van de veiligheid 6.1 Algemeen 6.2 Situatie plangebied

37 37 37

Hoofdstuk 7 Bescherming van de stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 7.1 Cultureel erfgoed 7.2 Ladder voor duurzame verstedelijking

39 39 40

Hoofdstuk 8 Bescherming van de natuur 8.1 Algemeen 8.2 Gebiedsbescherming 8.3 Soortenbescherming 8.4 Conclusie

44 44 44 45 45

Hoofdstuk 9 Behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen 9.1 Beperkingengebieden 9.2 Kabels en leidingen 9.3 Conclusie

46 46 46 46

Hoofdstuk 10 Milieueffectrapportage 10.1 Wettelijk kader 10.2 Situatie plangebied 10.3 Conclusie

47 47 47 47

Hoofdstuk 11 Uitvoerbaarheid 11.1 Economische uitvoerbaarheid

48 48

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 2

11.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 12

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 3

48 50

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 4

Toelichting

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Ten noorden van de stad Hardenberg en de N34 is de woonwijk Marslanden in ontwikkeling. De gemeente wil Marslanden uitbreiden tot een woonwijk van circa 3.500 woningen. Voorliggend TAM-Omgevingsplan heeft betrekking op de gronden gelegen achter de dubbele woning aan de Collendoornerdijk 1f en 1g te Collendoorn. Hier ligt een perceel dat onderdeel uitmaakt van de beoogde uitbreidingsgronden van het ontwikkelingsgebied van de Marslanden. Het initiatief heeft betrekking op de ontwikkeling van de gronden naar woningbouw, passend binnen de gebiedsvisie op de uitbreiding van de Marslanden. Om in te kunnen spelen op de woningbehoefte voor de kern Hardenberg is verdere uitbreiding van woningbouw in de woonwijk Marslanden van belang. Voorliggend TAM-Omgevingsplan voorziet in het planologisch kader van het plangebied. Ter plaatste van het plangebied zullen 20 woningen worden gerealiseerd. Het plangebied zal worden ingevuld met een gedifferentieerd woningbouwprogramma, bedoeld voor meerdere doelgroepen. Het juridisch bindende gedeelte van het TAM-Omgevingsplan (regels en verbeelding) is flexibel van opzet en beoogd hiermee binnen de planperiode vraaggestuurd te kunnen ontwikkelen.

Omdat de hiervoor genoemde ontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldende omgevingsplan dient het omgevingsplan te worden gewijzigd.Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. 1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de noordzijde van de stad Hardenberg, ten noorden van de N34. Het plangebied ligt achter de dubbele woning aan de Collendoornerdijk 1f en 1g te Collendoorn. De gronden staan kadastraal bekend als gemeente Ambt-Hardenberg, sectie O, perceelnummers 4539 en 4540. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de kern Hardenberg (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omlijning). De rode omlijning geeft het plangebied indicatief weer. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK Viewer)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 6

1.3

Het omgevingsplan

Het plangebied ligt in het omgevingsplan van de gemeente Hardenberg. Ter plaatse is sprake van het tijdelijk omgevingsplan, zoals deze sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de onderdelen van het omgevingsplan die het meest relevant zijn. Naam Vaststellingsdatum Omgevingsplan gemeente Hardenberg 1 januari 2024 Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Collendoornerdijk 23 maart 2023 1f-1g Bestemmingsplan Facetherziening parkeren Hardenberg 17 juli 2018 Voor de duiding van het planologisch regime is met name het “Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Collendoornerdijk 1f-1g” relevant. Hierna is een uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is hierin met een rode contour weergegeven.

Afbeelding 1.2 Uitsnede plankaart bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Collendoornerdijk 1f-1g, Collendoorn'' (Bron: Ruimtelijke plannen) Bestemmingen De gronden zijn op basis van het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Collendoornerdijk 1f-1g, Collendoorn'' voorzien van de enkelbestemming 'Wonen - Essen en hoevenlandschap' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Daarnaast is het plangebied deels voorzien van het bouwvlak en de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden: 2'. 'Wonen - Essen - en Hoevenlandschap' De voor 'Wonen - Essen en hoevenlandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen en tuinen en erven met daaraan ondergeschikt bij wonen een bed and breakfast, boerderijkamers, statische opslag in bestaande gebouwen en een installatiebedrijf of dienstverlenend bedrijf. Op deze gronden mag één hoofdgebouw worden gebouwd en het hoofdgebouw mag

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 7

uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het aantal woningen c.q. wooneenheden per bouwvlak bedraagt niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven, in dit geval twee. Ten westen van het plangebied zijn twee woningen gesitueerd, waardoor er binnen de bestaande regelgeving geen extra woningen kunnen worden toegevoegd. 'Waarde - Archeologie 4' De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 500 m2 en een diepte van 50 cm of meer, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. Strijdigheid Binnen deze bestemmingen is het realiseren van de in dit bestemmingsplan beoogde woningbouwontwikkeling niet mogelijk. Daarom is een bestemmingsplanherziening nodig.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders om de woningbouwontwikkeling mogelijk te maken.

1.4

De bij het besluit horende stukken

Het ''TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000TAM0016-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); deze toelichting (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de functies van de gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het plan. En van de daaraan ten grondslag liggende gedachten. Dit maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het omgevingsplan

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 8

Hoofdstuk 2

Wijziging van de fysieke leefomgeving

2.1

Beschrijving plangebied en omgeving

2.1.1

Plangebied en omgeving

Het plangebied ligt aan de Collendoornerdijk achter het woonerf Collendoornerdijk 1f en 1g, direct grenzend aan de nieuwste beoogde uitbreiding van Hardenberg, specifiek de Marslanden. In deze paragraaf wordt kort de ruimtelijke structuur van de omgeving van het plangebied toegelicht. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door agrarisch cultuurgronden met daarbinnen met name verspreid liggende woonerven. De belangrijkste structuurdrager in de omgeving is de Collendoornerdijk. Ten zuiden op circa 300 meter afstand begint de bebouwde kom van Hardenberg. Hier ligt de wijk Marslanden die in de komende jaren in noordelijke richting wordt uitgebreid, tot aan de grens van onderhavig plangebied. Dit betreft uitbreidingsgebied 'De Velden'. Daarom wordt in de volgende subparagraaf nader op de Velden ingegaan. De gronden zijn momenteel in gebruik als grasland en worden verhuurd aan een agrariër in de omgeving. In de luchtfoto in afbeelding 2.1 is met de rode contour het plangebied indicatief aangegeven.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK, bewerkt)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 9

2.1.2

De Velden

Deelgebied 'De Velden' ligt in het noordwestelijke deel van de Marslanden, globaal begrensd door het woongebied 'De Lanen' (onderdeel van Marslanden fase I) aan de zuidzijde, de Marshoogte aan de oostzijde (in ontwikkeling), agrarische gronden aan de noordzijde en de Collendoornerdijk aan de westzijde. Het gebied is momenteel nagenoeg volledig in gebruik als landbouwgrond. Op een aantal perceelgrenzen is opgaand groen aanwezig. Daarnaast liggen er enkele watergangen in het gebied. 2.2

Gewenste ontwikkeling

2.2.1

De Velden

De stedenbouwkundige structuur in het deelgebied 'De Velden', is even rationeel als het onderliggend agrarisch landschap. 'De Velden' waren de stukken heide die werden omgezet in akkers. Een ontginning op in eerste instantie kleinschalig niveau, die ook langs de Collendoornerdijk heeft plaatsgevonden. De naam De Velden geeft ook op goede wijze de nieuwe stedenbouwkundige structuur weer. Door gebruik te maken van de huidige lijnen in het landschap (de sloten, lanen en bomenrijen), kunnen al deze elementen behouden blijven en worden ingezet als structurerende lijnen in de stedenbouwkundige verkaveling. Binnen de structurerende lijnen in het deelgebied 'De Velden', gevormd door groene zones en watergangen en daaraan gekoppelde ontsluitende wegen, worden vlakken afgebakend, die elk een eigen stedenbouwkundige verkaveling zullen krijgen. Per vlak zal de oriëntatie van de woonstraten daarin anders kunnen liggen, zodat de diverse vlakken verschillende verkavelingsrichtingen kunnen hebben en een patchwork ontstaat van vlakken met elk een eigen sfeer en specifieke kenmerken. Binnen dit strakke ortogonale patroon is op blokniveau sprake van een grote mate van diversiteit van verkavelingen en woningtypen. Het idee voor het plangebied is om een 'groene kamer' te creëren die past in de verkavelingsuggesties die in de structuurvisie Marslanden voor deelgebied 'De Velden' zijn opgeschreven.

Op deze wijze wordt alvast vooruitlopend op de ontwikkeling van dit gebied een puzzelstukje gelegd dat straks naadloos in het geheel (de wijk) past. Afbeelding 2.2 geeft een beeld van de ontwikkling Marslanden, zoals opgenomen in de gemeentelijke structuurvisie. De positie van het plangebied is hierop aangegeven met een rode ster.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 10

Afbeelding 2.2: Weergave ontwikkeling Marslanden (Bron: Structuurvisie Marslanden, Gemeente Hardenberg, bewerkt) Deelgebied 'De Velden' kenmerkt zich door een orthogonale verkaveling met diversiteit aan woningbouw. Het plangebied leent zich qua vorm en omvang voor het bouwen van 20 woningen in de typen vrijstaand, twee-onder-een-kap en aaneen gebouwd. In bovenstaand stedenbouwkundigplan is dit weergegeven. In het voorstel is zichtbaar dat er een geleidelijke overgang komt tussen het lint Collendoornerdijk en de hogere bebouwingsdichtheid van de nieuwbouwwijk Marslanden. Deze overgang is ook zichtbaar in de goothoogte van de bebouwing, laag aan de zijde van de Collendoornerdijk en regulier aan de zijde van de Marslanden. Verder kan de ontsluitings- en waterstructuur straks eenvoudig op die van nieuwbouwwijk de Marslanden worden aangesloten. 2.2.2

Gewenste ontwikkeling

Zoals in de inleiding reeds aangegeven heeft het initiatief betrekking op de ontwikkeling van de gronden achter het woonerf Collendoornerdijk 1f en 1g naar woningbouw passend binnen de gebiedsvisie op de uitbreiding van de Marslanden. Aan de Collendoornerdijk 1f en 1g ligt een perceel dat onderdeel uitmaakt van de beoogde uitbreidingsgronden van het ontwikkelingsgebied van de Marslanden. Concreet gaat het om het realiseren van 20 woningen. Om in te kunnen spelen op de woningbehoefte voor de kern Hardenberg is verdere uitbreiding van woningbouw in de woonwijk Marslanden van belang. Ter plaatste van het plangebied zullen 20 woningen worden gerealiseerd. Het plangebied zal worden ingevuld met een gedifferentieerd woningbouwprogramma bestaande uit een mix van vrijstaande woningen, halfvrijstaande woningen en rijwoningen, bedoeld voor meerdere doelgroepen. In het plan is rekening gehouden met de bestaande landschappelijke structuren zoals de

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 11

bestaande bomenrijen aan de west- en zuidzijde. De nieuwe bomenrijen komen op uit te geven gronden, het eigendom kan zowel collectief als particulier zijn. Het parkeren zal voor de vrijstaande woningen, kapwoningen en hoekwoningen op eigen terrein plaatsvinden. Daarnaast zal in het openbaar gebied ruimte zijn voor parkeren langs de rijbaan. Zoals hiervoor reeds aangegeven kan de ontsluiting straks eenvoudig op die van de nieuwbouwwijk worden aangesloten. Tot dit zover is zal de ontsluiting tijdelijk moeten plaatsvinden in de richting van de Collendoornerdijk. De tijdelijke ontsluiting is alleen bestemd voor aanwonenden van dit bouwplan. De tijdelijke ontsluiting wordt niet door bouwverkeer of bewoners van de Marslanden gebruikt. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is daarnaast door Mikis Maathuis een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het volledige beeldkwaliteitsplan is in Bijlage 1 opgenomen. Het beeldkwaliteitsplan is deels gebaseerd op de geformuleerde beeldkwaliteitseisen voor de gebiedsontwikkeling 'De Velden'. In afbeelding 2.3 is de gewenste ontwikkeling weergegeven.

Afbeelding 2.3 Plattegrond woningbouwontwikkeling Collendoornerdijk 1f en 1g (Bron: Dedem Architectuur)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; In de NOVI is aangegeven dat het vorm geven van de opgaven nodig is op een lager schaalniveau. De aangewezen regio's werken samen met de provincies aan ruimtelijke voorstellen. Vervolgens wordt er gekeken of alle losse plannen bij elkaar tot een duurzaam landelijk beeld leiden. De stappen die genomen worden, staan beschreven in het programma NOVEX en het programma Mooi Nederland. 3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen. Er is daarmee geen sprake van strijd met het rijksbeleid. 3.1.3

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.2

Provinciaal beleid

Iedere provincie in Nederland stelt een omgevingsvisie op: een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de provinciale visie op de ruimte in Overijssel. Daarin worden uitspraken gedaan over ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur. In de Omgevingsverordening staan de regels die ervoor zorgen dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met het provinciale beleid

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 13

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel bestaat uit drie delen: een deel Visie, een deel Beleid en een deel Uitwerking. Naast de Omgevingsvisie Overijssel 2017, is er de Omgevingsverordening Overijssel 2024 en de Catalogus Gebiedskenmerken. De opgaven en kansen waar de provincie voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Dit is het vertrekpunt voor alle projecten en initiatieven in de provincie Overijssel. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de visie wordt het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel' gebruikt. In het uitvoeringsmodel staan de stappen 'of' (generieke beleidskeuzes), 'waar' (ontwikkelingsperspectieven) en 'hoe' (gebiedskenmerken) centraal. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten is de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat het beleid van de Omgevingsvisie geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes vastgelegd. Deze zijn doorvertaald in regels van de Omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving.

Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 14

hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 3.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Of - generiek e beleidskeuzes Bij de afweging in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn met name artikelen 4.5 en 4.14 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op de artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 4.5: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het woongebiedte realiseren woongebied bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Omgevingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen in de Groene Omgeving die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen, als aannemelijk gemaakt is dat: a. (her)benutten van bestaande bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; en b.

mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. 3. Het tweede lid is niet van toepassing op stedelijke functies waarvoor extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving plaatsvindt in de vorm van uitleg van dorpen en steden.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 15

Toetsing van het initiatief aan artikel 4.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied ligt aansluitend op het te realiseren woongebied van de Marslanden, een aangewezen gebied voor woningbouw zoals opgenomen in de gemeentelijke structuurvisie. De uitbreidingslocatie is daarmee logisch gekozen. Tot slot wordt gesteld dat de woonbehoefte van Hardenberg binnen de bestaande kern niet op te vangen is. Hiermee is sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 4.5 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.14 (woonafspraken) 1. Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. 2. Nieuwe woningen zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven Toetsing van het initiatief aan artikel 4.14 van de Omgevingsvisie Overijssel De voorliggende ontwikkeling betreft het bouwen van maximaal 20 woningen. Zoals in 3.1.2 en 3.4.3 wordt geconcludeerd is er sprake van een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte naar de beoogde woningen.

Deze woningbouwontwikkeling wordt gerealiseerd binnen de Marslanden, een aangewezen gebied voor woningbouw zoals opgenomen in de gemeentelijke structuurvisie en is dus regionaal afgestemd en past binnen de regionaal vastgestelde behoefte. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 4.14 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Geconcludeerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 4.14 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Voor het overige zijn er in het kader van de “generieke beleidskeuzes” geen aspecten die nadere onderbouwing behoeven. 3.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Met deze planontwikkeling en de omliggende woningbouwontwikkelingen in de Marslanden gaat het gebied echter onderdeel uitmaken van de kern van Hardenberg, waarmee het kan worden aangeduid met het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In dit geval wordt daarom ook getoetst aan het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'.

In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen waarbij het plangebied indicatief met rode omlijning is aangegeven.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 16

Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) “Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het "Ontwikkelingsperspectief" In dit geval gaat het om een stadsuitbreiding waarbij gebouwd wordt voor de regdionale en lokale behoefte aan wonen. Dit past binnen het ontwikkelingsperspectief.

De ontwikkeling wordt afgestemd op de daar voorkomende stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en zorgt voor een passende aansluiting op de gehele wijk de Marslanden. Binnen het plangebied zal in voldoende mate rekening gehouden worden met de hedendaagse eisen op het gebied van duurzaamheid en waterhuishouding. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ontwikkelingsperspectief. 3.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. 1.

De "Natuurlijke laag"

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 17

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstyp 'Dekzandvlakte en ruggen'. In afbeelding 3.3 is dat aangegeven.

Afbeelding 3.3: De 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) ‘Dekzandvlakte en ruggen’ De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijdert. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten en door de structuur van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De inrichting van het plangebied wordt bepaald door de bestaande landschapsstructuur en de stedenbouwkundige opzet van de Marslanden, waarbij zorgvuldig is gekeken naar de inpassing in het watersysteem (onder andere voldoende waterberging en beleefbaar/zichtbaar maken van water) en aandacht voor de randen van het gebied. De woningbouwontwikkeling binnen het plangebied wordt zo ingericht dat het naadloos in het geheel (van de wijk) past. Geconcludeerd kan worden dat hiermee voldoende rekening is gehouden met de gebiedskenmerken ten aanzien van de ‘Natuurlijke laag’. 2.

De "Laag van het agrarisch cultuurlandschap"

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 18

In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling van de cultuurlandschappen hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ aangeduid met het gebiedstype ‘maten en flierenlandschap’. In afbeelding 3.4 wordt dit weergegeven.

Afbeelding 3.4: De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel) 'Maten en flierenlandschap' Laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding – daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend – was in geval van beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Vloeivelden maakten onderdeel uit van het bemestingssysteem. Het Maten- en Flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open 'kamers' en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. Inrichting van nog gave delen richt zich op het behouden van de cultuurhistorische waarden.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 19

Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Zoals ook bij de toetsing aan de 'Natuurlijke laag' is geconstateerd, is word de inrichting van het plangebied afgestemd op de huidige woningbouwontwikkeling in de Marslanden. Bij de opzet van de Marslanden, is zorgvuldig gekeken naar de inpassing in het watersysteem (onder andere voldoende waterberging en beleefbaar/zichtbaar maken van water) en aandacht voor de randen van het gebied. Er is sprake van een overwegend rationele structuur, passend bij dit landschap. De woningbouwontwikkeling binnen het plangebied wordt zo ingericht dat het naadloos in het geheel (van de wijk) past. Geconcludeerd kan worden dat hiermee voldoende rekening is gehouden met de gebiedskenmerken ten aanzien van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. 3. De “Stedelijke Laag” De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat vanuit deze laag geen bijzondere eigenschappen ter plaatse van het plangebied aanwezig zijn. 4. De "Laag van de beleving" De 'Laag van de beleving' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat vanuit deze laag geen bijzondere eigenschappen ter plaatse van het plangebied aanwezig zijn 3.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

De conclusie is dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid. 3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Woonagenda West Overijssel 2021-2025

3.3.1.1 Algemeen De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten en hun partners werken al jaren samen aan een kwantitatieve en kwalitatieve balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Voor de periode 2021-2025 krijgen die afspraken vorm in twee regionale Woonagenda’s: een voor West-Overijssel en een voor Twente. In voorliggend geval is de Woonagenda West-Overijssel van belang. In deze Woonagenda schetsen gemeenten (Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle) en de provincie Overijssel de gezamenlijke inzet, gevoed met inbreng van woningcorporaties, marktpartijen en andere partners zoals bouwers, ontwikkelaars en woningcorporaties. De Woonagenda is het kader en kompas op de woningmarkt. De visie op de woningmarkt in West Overijssel wordt in de woonagenda als volgt puntsgewijs omschreven: 1. een inclusieve woningmarkt: wonen voor iedereen 2. een toekomstbestendige leefomgeving: sterke steden en vitale kernen en buitengebied 3. een duurzaam en circulair woningbestand. 3.3.1.2 Capaciteit en woningbehoefte Basis van de regionale aanpak is dat gemeenten zich inzetten om te voorzien in de lokale behoefte, zoveel mogelijk adaptief programmeren, binnen de bandbreedtes van de langetermijn-woningbehoefteprognoses.

Er is ruim baan voor de lokale woningbehoefte en tekorten. Gemeenten nemen de verantwoordelijkheid om hun woningbouwprogramma daarbij zoveel mogelijk aan te sluiten op de huidige en de te verwachten toekomstige woningvraag. In afbeelding 3.5 is de opgave voor West-Overijssel per gemeente weergeven. Het betreft de harde en zachte plancapaciteit en extra opgave/ambitie.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 20

Afbeelding 3.5: Harde en zachte plancapaciteit najaar 2020 en woningbouwopgave West-Overijssel tot 2030 In de regionale woonvisie is aangegeven dat in de regio op dit moment onvoldoende plancapaciteit is om de groei van 35.000-40.000 huishoudens tot 2030 op te vangen. Dat betekent dat regiobreed op zoek wordt gegaan naar geschikte locaties en strategieën voor het toevoegen van 9.000 - 14.000 woningen extra plancapaciteit na 2025. Regionaal gezien is er daarmee sprake van een kwantitatieve behoefte. 3.3.1.3 Uitbreidingsprojecten De regio wil ook ruimte bieden aan uitbreidingsplannen op korte termijn, dat wil zeggen realisatie binnen vijf jaar. Suburbane uitleg zal nodig zijn om de vraag te kunnen bedienen. Voor deze plannen is een kwalitatief afwegingskader uitgewerkt. Ook bij uitbreiding wordt gekeken naar de verscheidenheid en complementariteit in woonmilieus en de aansluiting op de vraag naar de verschillende woningtypologieën en -segmenten, onderbouwd vanuit verschillende kwalitatieve indicatoren, nabijheid van openbaar vervoer en andere infrastructuur en lokaal/regionaal behoefteonderzoek. Marslanden is aangewezen als uitbreidingsproject in de regionale woonagenda. 3.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Regionale woonagenda West-Overijssel.

Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in het realiseren van maximaal 20 woningen aansluitend op de Marslanden, een uitbreidingswijk van Hardenberg. Het plangebied leent zich qua vorm en omvang voor het bouwen van circa 20 woningen in de typen vrijstaand, twee-onder-een-kap en aaneen gebouwd. Het gaat om met name koopwoningen. De woningen worden in verschillende segmenten gebouwd, aansluitend bij de behoefte. Deze omgevingsplanwijziging biedt hier voldoende flexibiliteit voor. De ontwikkeling is aan te merken als een in de visie aangegeven uitbreidingsproject en draagt in belangrijke mate bij aan de ambities in de Regionale woonagenda West-Overijssel om tot 2030 in voldoende woningen te voorzien. 3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Marslanden Fase II, d.d. 21 oktober 2008

3.4.1.1 Algemeen De structuurvisie geeft invulling aan een nieuwe toekomst voor het gebied met de volgende doelstelling: "Het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige en duurzame woonwijk om tegemoet te komen aan de lokale en regionale woningbehoefte tot 2030-2035 en om de doorstroming op de woningmarkt in Hardenberg te bevorderen, waarbij zo goed mogelijk kan worden

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 21

voorzien in de toekomstige woonwensen, en waarbij wordt ingespeeld op de kansen en beperkingen die water, natuur, landschap en cultuurhistorie bieden." 3.4.1.2 Proces en aansluiting RO-spoor en planMER-spoor De structuurvisie vormt de eerste aanzet tot een verdere stedenbouwkundige uitleg aan de noordwestkant van Hardenberg. In deze structuurvisie worden twee structuurmodellen beschreven. Met het voorontwerp is de plan-MER-procedure doorlopen en zijn de twee structuurmodellen getoetst op het gebied van water, milieu, ecologie, verkeer, archeologie, cultuurhistorie en landschap. Vervolgens is daarmee het voorkeursmodel, de structuurvisie tot stand gekomen. De structuurvisie als document met de stedenbouwkundige visie vormt de basis voor de bestemmingsplannen voor Marslanden fase II. Het voert te ver om alle onderdelen van het voorkeursmodel uitgebreid te beschrijven. Verwezen wordt naar Bijlage 2, waarin de “Structuurvisie Marslanden fase II d.d. 21 oktober 2008” is opgenomen. 3.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de "Structuurvisie Marslanden fase II d.d. 21 ok tober 2008" De “Structuurvisie Marslanden fase II d.d. 21 oktober 2008” vormt de belangrijkste onderlegger voor de uiteindelijke stedenbouwkundige uitwerking van de woningbouwontwikkeling binnen het plangebied.

Het idee is om een 'groene kamer' te creëren die past in de verkavelingsuggesties die in de structuurvisie Marslanden voor deelgebied 'De Velden' zijn opgeschreven. Op deze wijze wordt alvast vooruitlopend op de ontwikkeling van dit gebied een puzzelstukje gelegd dat straks naadloos in het geheel (de wijk) past. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar Bijlage 2 van deze toelichting. 3.4.2

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

3.4.2.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 3.4.2.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 22

van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. de groei vasthouden en doortrekken; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; c. ruimte als troefkaart; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden. De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit de bevolking in de gemeente Hardenberg tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau.

De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente Hardenberg in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst.

Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. 3.4.2.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied;

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 23

2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg voor elkaar' met bijbehorend subthema 'aantrekkelijk wonen' relevant, aangezien deze ingaat op woningbouw. Hardenberg voor elkaar: aantrekkelijk wonen Aantrekkelijk wonen Het aantal huishoudens in West-Overijssel groeit tot 2030 tot 35.000-40.000. Deels is deze groei autonoom (bevolkingsgroei en afname grootte huishoudens). Voor het andere deel komt dit door de inhaalvraag en de overloop vanuit steden in het westen en de randen van het land. De regio West-Overijssel heeft onvoldoende plancapaciteit om deze huishoudens allemaal te huisvesten. Er is behoefte aan nieuwe woningen. De gemeente Hardenberg wil tenminste 1.000 woningen (extra) bouwen om de groei van de regionale woningbehoefte te helpen opvangen. De gemeente kan veel woonkwaliteit bieden voor een relatief lage prijs. Om aantrekkelijk en klaar voor de toekomst te blijven is maatwerk per kern belangrijk.

Hierna worden de ambities behorend bij dit subthema benoemd: de gemeente wil, naast de eigen inwoners, minimaal 1.000 nieuwe huishoudens een plaats geven; de gemeente wil jongeren vasthouden of naar de gemeente laten terugkeren; we verleiden hoger opgeleiden met jonge gezinnen om in de gemeente te komen wonen en werken; de gemeente speelt flexibel in op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen (adaptieve aanpak). De gemeente werkt kleinschalig en levert maatwerk per kern. Dedemsvaart en Hardenberg (Marslanden) houden grotere uitbreidingslocaties; de gemeente zoekt meer mogelijkheden voor wonen in het landelijk gebied en in de kleine kernen; de gemeente zoekt naar mogelijkheid voor huisvesting van tijdelijke werknemers uit het buitenland. De belangrijkste opgaven betreffen: samen met het onderwijs en bedrijfsleven starten met een marketingcampagne om mensen naar de gemeente te trekken. Doel is het vasthouden van de bevolkingsgroei en daarmee ons voorzieningenniveau in stand te kunnen houden; de gemeente breidt de woningvoorraad uit en verbeterd deze. De woningvoorraad ziet er de komende 5-10 jaar als volgt uit: 1. Tot 2035 zijn tenminste 3.500 woningen nodig. 3.000 daarvan wil de gemeente bouwen voor 2030. Dit betekent dat er van 2022 tot 2026 jaarlijks 300 nieuwe woningen nodig zijn. 2. in en rond de centra maakt de gemeente het woningaanbod diverser; 3.

in de uitleggebieden bouwt de gemeente vooral voor de overloop van de regio Zwolle (startende huishoudens) en op een enkele locatie voor de hogere inkomens; 4. de gemeente wil goed inspelen op de marktvraag, zowel qua aantal als type woning. Daarom zorgt de gemeente voortdurend voor voldoende nieuwe woonbestemmingen in de bestemmingsplannen; 5. samen met woningcorporaties gaat de gemeente voor tijdelijke uitbreiding, verduurzaming en transformatie van minimaal 300 sociale huurwoningen tot 2023; 6. de gemeente stimuleert woningeigenaren om te investeren in duurzaamheid en levensloopbestendigheid; 7. het woningbouwprogramma is gebaseerd op leefbaarheid, ook op de langere termijn. 8. in samenspraak met ontwikkelaars en consumenten richt de gemeente zich vooral op kleine woningbouwprojecten. Zo kan goed ingespeeld worden op woontrends.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 24

9. De gemeente verbeterd de woonkwaliteit door woningen te renoveren. Zo ontstaat een diverse woningvoorraad die levensloopgeschikt en energiezuinig is. Om een tijdelijke piek in de woningbehoefte tot 2025-2030 op te vangen is gestart met het versnellen van de nieuwbouw. samen met de (dorps)gemeenschappen werkt de gemeente aan kaders voor nieuwe woningbouwontwikkelingen en aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. 3.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' Deze ontwikkeling past binnen de ambitie om aan nieuwe huishoudens een plaats te geven. De Marslanden zijn specifiek aangewezen als grote uitbreidingslocatie. Zoals ook in de toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking is aangeven, is het wenselijk om tot 2035 3.500 woningen te bouwen, waarvan 3.000 tot 2030 en tussen 2022 en 2026 jaarlijks 300 woningen. Door dit project wordt hier aan bijgedragen. Het past tevens in het aansluitende streven om voldoende woonbestemmingen in bestemmingsplannen op te nemen. De gemeente heeft voor de nieuwbouw de behoefte om flexibiliteit te bieden, zowel qua aantal als type woning. In dit bestemmingsplan is deze flexibiliteit in de bestemmingsregels en verbeelding opgenomen. Hierdoor kan adequaat op de markt ingespeeld worden.

Geconcludeerd wordt dat het initiatief hiermee naadloos aansluit bij de ambities zoals verwoord in de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'. 3.4.3

Programma Wonen

3.4.3.1 Algemeen Het Programma Wonen is op 26 maart 2019 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld. Het programma legt de woonambities voor de langere termijn vast, maar voorziet daarnaast in concrete maatregelen voor de eerstvolgende twee jaar. 3.4.3.2 Ambitie: rust en ruimte, met oog voor elkaar ook in de toekomst In de gemeente Hardenberg is het al jaren goed wonen, werken en leven. Door de ligging in het groene Vechtdal en de vele aantrekkelijke kleine kernen ervaren inwoners en bezoekers de rust, ruimte en veiligheid die de gemeente Hardenberg kenmerkt. Tegelijkertijd zijn er met Hardenberg en Dedemsvaart twee stedelijke kernen waar de werkgelegenheid zich concentreert en alle voorzieningen te vinden zijn. Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente Hardenberg het komende decennium zal blijven groeien. In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen de diverse kernen. Zo zijn ‘steden’ Hardenberg en Dedemsvaart in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens van buiten onze gemeente en zijn de dorpen en buurtschappen vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf.

De afgelopen jaren is, mede door de ladder voor duurzame verstedelijking, sterk ingezet op woningbouw op locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Het bouwen van woningen op inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt. 3.4.3.3 De juiste woning voor elk huishouden Doorstromers vormen de grootste groep op de woningmarkt. Hardenberg is een echte gezinsgemeente. In deze levensfase zijn huishoudens op zoek naar een ruimere woning of wil men doorstromen van een huur naar een koopwoning. Het aanbod aan ruime grondgebonden koopwoningen dat vanuit de bestaande voorraad op de markt komt, is te klein om te voorzien in de verwachte vraag. Ontwikkelaars hebben veel interesse om voor de groep doorstromers te bouwen. Er wordt ruimte geboden dit te doen, maar hierbij wordt wel meegewogen dat er geen sprake is van een overschot aan gezinswoningen op termijn. De gemeente Hardenberg vergrijst in hoog tempo. Dat is niet uitzonderlijk voor een middelgrote gemeente in het oosten van het land, maar wel iets om rekening mee te houden in ons woonbeleid. Gelukkig zijn ouderen steeds vitaler en zelfstandiger. In het

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 25

woonbeleid is daarom de keuze aan ouderen gelaten om of langer zelfstandig te wonen of door te stromen naar een meer geschikte en comfortabele woning . 3.4.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Programma Wonen Uit zowel dit hoofdstuk als toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking als het regionale woonbeleid (3.3.1) is gebleken dat er binnen de planperiode voldoende woningbehoefte is om de in voorliggende bestemmingsplan opgenomen aantal woningen te realiseren. Naast de vraag of er een kwantitatieve behoefte is, is het ook van belang dat het voorliggende plan bijdraagt aan de kwalitatieve behoefte. Ten eerste kan ten aanzien van dit plan worden geconcludeerd dat er sprake is van een plan dat voorziet in een gedifferentieerd aanbod (rijwoningen, 2-onder-1-kap woningen en vrijstaande woningen), wat aansluit bij het streven om te bouwen voor uiteenlopende doelgroepen. Het bestemmingsplan biedt hiertoe de flexibiliteit. Daarbij is het tevens van belang om te benoemen dat met het bouwen voor verschillende doelgroepen ook doorstroming wordt bevorderd. Daarom wordt geconcludeerd dat ook voor wat betreft de kwalitatieve behoefte wordt voldaan aan het programma 'Wonen'. 3.4.4

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid van de gemeente Hardenberg.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 26

Hoofdstuk 4

Bescherming van gezondheid en milieu

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gezondheid en het milieu worden beschermd. De aspecten sluiten aan op de onderdelen die zijn genoemd in artikel 1.2 van de Omgevingswet. 4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

Voor het beschermen van de gezondheid en het milieu staan in het Bkl regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Ook zijn er regels opgenomen voor de bescherming van geluidgevoelige gebouwen. Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. In dat kader zijn de regels in paragraaf 22.3.4 Bruidsschat van toepassing. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn de waarden bepaald (artikel 22.57). 4.1.2

Situatie plangebied

Voorliggend plan voorziet in de bouw van 20 woningen. Woningen worden op basis van het Bkl aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen. 4.1.2.1 Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen in of nabij een geluidgezoneerd industrieterrein. Er wordt daarom niet nader op het aspect industrielawaai ingegaan. In paragraaf 4.1.2.4 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid. 4.1.2.2 Wegverkeerslawaai In het omgevingsplan zijn nog geen geluidsaandachtsgebieden opgenomen. Daarom gelden voor wegen en spoorwegen de volgende afstanden: voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: 100 m; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m. Het plangebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van gemeentelijke wegen. In dit geval is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek naar geluid door wegen uitgevoerd. Het volledige onderzoek is als Bijlage 3 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ten aanzien van het plangebied ingegaan. Onderzoeksresultaten Het geluid als gevolg van de gemeentelijke wegen bedraagt hoogstens 47 dB.

Met deze waarde wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB uit het Bkl.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Collendoornerdijk 1f-1g Collendoorn | PAGINA 27

Dit betekent dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen. 4.1.2.3 Railverkeerslawaai Onderhavig plangebied bevindt zich op circa 2,3 kilometer afstand ten opzichte van deze spoorlijn en ligt hiermee buiten de wettelijke geluidszone. Het nader beschouwen van railverkeerslawaai kan dan ook achterwege blijven. 4.1.2.4 Milieuzonering Algemeen Onder de Omgevingswet worden aspecten als geluid- en geurhinder niet meer in het milieuspoor geregeld, zoals voorheen in het Activiteitenbesluit of een milieuvergunning, maar direct in het omgevingsplan. Dit is een van de redenen waarom de VNG heeft besloten dat de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 met de richtafstanden per bedrijfsactiviteit niet meer goed past bij het integrale karakter van de Omgevingswet en het omgevingsplan. De systematiek uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' is echter opgenomen in veel bestemmingen. Zolang die bestemmingsplannen van kracht zijn - ook na overgang in het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege - wordt deze systematiek nog toegepast. De mogelijke geluidhinder vanuit de omgeving wordt daarom nog beoordeeld aan de hand van milieuzonering. Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'.

Een 'rustige woonwijk' is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het plangebied is gelegen aan de rand van het dorp Collendoorn, in een omgeving waar voornamelijk woningen aanwezig zijn. Daarom kan de omgeving worden aangemerkt met het omgevingstype 'rustige woonwijk'. De richtafstanden behorende bij de te onderscheiden omgevingstypen worden in de navolgende tabel inzichtelijk gemaakt: Milieucategor Richtafstanden tot omgevingstype ie rustige woonwijk 1 10 m 2 30 m 3.1 50 m 3.2 100 m 4.1 200 m 4.2 300 m 5.1 500 m 5.2 700 m 5.3 1.000 m 6 1.500 m

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16897830/1