3. Jaarverslag en Jaarrekening 2021 - Veiligheidsregio IJsselland
Tekst van het document
Klachten Er is één schriftelijke klacht, die het werk van de veiligheidsregio aangaat, ingediend. Het ging om een situatie waarbij in een huurappartement ‘s nachts de CO-melder afging. De bewoonster belde 112, maar de brandweer is, conform het protocol, niet gealarmeerd. De bewoonster was bang dat er iets niet in orde was, omdat het appartementencomplex redelijk oud is. Het pijnpunt zat hem voornamelijk in de angst, niet omdat de brandweer verkeerd heeft gehandeld. De veiligheidsregio heeft een brief gestuurd naar de woningcorporatie met het dringende advies om alle ketels na te kijken. Zij hebben laten weten dat ze dit binnenkort gaan doen en de ketels zo nodig gaan vervangen. De klacht zit in de afhandelingsfase, maar de inbrengster is tevreden. Ze had niet verwacht dat de woningcorporatie actie zou ondernemen.
AVG datalekken Datalekken worden opgenomen in het datalekkenregister van de veiligheidsregio. Er zijn negen datalekken geconstateerd. Deze zijn allen opgelost.
23
Verplichte beleidsindicatoren Taakveld
Naam
Eenheid
Indicator
0. bestuur en ondersteuning
Formatie
FTE per 1.000 inwoners
0,53
0. bestuur en ondersteuning
Bezetting
FTE per 1.000 inwoners
0,49
0. bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten Kosten per inwoner
38,95
0. bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
Kosten als % totale loonsom + totale kosten inhuur externen
5%
0. bestuur en ondersteuning
Overhead
% van de totale lasten
19%
Financiering Inleiding De kaders voor financiering zijn gebaseerd op de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsregelingen. Het eigen treasurybeleid van Veiligheidsregio IJsselland is vastgelegd in het treasurystatuut. In de Wet fido is bepaald dat een financieringsparagraaf in de begroting wordt opgenomen. Ook is vastgelegd welke informatie de financieringsparagraaf dient te bevatten. Dit zijn: • het kasgeldlimiet; • de renterisiconorm; • de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte; • de rentevisie; • de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie. Kasgeldlimiet De organisatie probeert zoveel mogelijk met kort geld te financieren. Door adequaat de renteontwikkelingen te blijven volgen, kan optimaal gebruik worden gemaakt van de huidige lage rentepercentages, waarbij de kasgeldlimiet per kwartaal niet wordt overschreden. De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt 8,2%. De kasgeldlimiet voor Veiligheidsregio IJsselland bedraagt 0,082 * 45,4 miljoen euro = 3,72 miljoen euro. Tot aan deze limiet kan kort (looptijd < 1 jaar) worden geleend. In december 2021 hebben wij een kasgeldlening van 4,0 miljoen euro aangetrokken welke in januari 2022 is afgelost. Hier volgt een totaaloverzicht van het jaar 2021 van de modelstaten per kwartaal. Kwartaal
Gemiddelde vlottende schuld
Gemiddelde vlottende middelen
Netto vlottend tekort (+) of overschot middelen (-)
Kasgeld limiet
Ruimte (-) of overschrijdi ng (+)
1e kwartaal
2.695.671
-26.934.584
-24.238.913
3.722.800
-27.961.713
2e kwartaal
1.181.532
-29.147.861
-27.966.329
3.722.800
-31.689.129
3e kwartaal
1.641.328
-21.413.174
-19.771.847
3.722.800
-23.494.647
4e kwartaal
3.506.253
-9.259.747
-5.753.494
3.722.800
-9.476.294
24
Als meer dan twee achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet de toezichthouder (provincie) hiervan op de hoogte worden gesteld. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de kasgeldlimiet niet meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Renterisiconorm Door berekening van de renterisiconorm verkrijgen wij inzicht in de omvang van de schuld waarover in enig jaar renterisico’s worden gelopen. De renterisiconorm is gebaseerd op het begrotingstotaal en schrijft voor hoeveel maximaal geleend (herfinanciering) mag worden voor een periode langer dan een jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Hierbij de ingevulde modelstaat voor de berekening van het renterisiconorm.
Model B
2021
1.
Renteherzieningen/ herfinanciering
-
2.
Aflossingen *
-
3.
Renterisico (1+2)
-
4.
Renterisiconorm
9.083.250
5a.
Ruimte onder renterisiconorm (4>3)
9.083.250
5b.
Overschrijding renterisiconorm (3>4)
-
4a.
Begrotingstotaal
4b.
Percentage regeling
4.
Renterisiconorm
45.416.252 20% 9.083.250
* Dit is exclusief de aflossingen van de gemeentelijke leningen m.b.t. de overname van de kazernes. Met deze aflossing vervalt ook de boekwaarde van de kazernes en gaan de kazernes weer gehuurd worden. Er vindt dus geen herfinanciering plaats.
In 2021 heeft de veiligheidsregio geen langlopende lening afgesloten en wordt dus voldaan aan de renterisiconorm. Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Door de toename van materieel en kapitaalgoederen en de tijdelijke overname van een deel van de jonge brandweerkazernes en -posten heeft Veiligheidsregio IJsselland een financieringsbehoefte. Dit leidt tot omvangrijke uitgaande kasstromen waardoor het aantrekken van leningen noodzakelijk was en is.
25
Uit het overzicht blijkt dat wij een tekort aan financieringsmiddelen hebben van circa 2,7 miljoen euro (2020 = overschot – 790.000 euro). Ook in 2021 is een groot deel van de uitgestelde investeringen ingehaald. Hiervoor zal in 2022 een aanvullende langlopende lening worden afgesloten. Voor de tijdelijke overname van de brandweerkazernes is per 1 januari 2014 in totaal 28,9 miljoen euro geleend van verschillende gemeenten. Bij het aantrekken van deze leningen voor de huisvesting is de looptijd van de lening per gebouw aangesloten op de resterende herzieningstermijn (herzieningstermijn is maximaal tien jaar). In 2021 is kazerne Heeten overgedragen aan de gemeente Raalte. Rentevisie In de begroting 2021 zijn wij uitgegaan van 2,5% rente voor bestaand en nieuw aan te trekken materieel en 3,5% voor het tijdelijk overnemen van een aantal gebouwen. In 2021 zijn er geen extra leningen aangetrokken. Dit heeft rentevoordelen opgeleverd. Deze zijn via begrotingswijzigingen in de tussentijdse bestuursrapportages gerapporteerd. Over de reserves en voorzieningen is geen rente berekend.
Rentekosten en opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie De opbrengst uit de financieringsfunctie is de creditrente in rekeningcourant (schatkistbankieren). In 2021 hebben wij geen rentebedrag ontvangen voor het rekeningsaldo bij de schatkist.
26
Verbonden partijen Met het inzetten van verbonden partijen kunnen we bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van Veiligheidsregio IJsselland. Het deelnemen in een verbonden partij kan ook risico’s met zich meebrengen. Dit laatste is een belangrijke reden geweest om in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) de verplichting op te nemen om de bijdrage/ het risico van verbonden partijen te melden in een afzonderlijke paragraaf van zowel de begroting als de jaarstukken. Een verbonden partij is een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie waarin we zowel een bestuurlijk als een risicodragend financieel belang hebben. Een bestuurlijk belang is in deze context zeggenschap in de vorm van vertegenwoordiging in het bestuur of het hebben van stemrecht. Een risicodragend financieel belang wil zeggen dat we verlies kunnen lijden bij een eventueel faillissement van de verbonden partij en/of aansprakelijk kunnen worden gehouden voor een bepaald bedrag als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. De Commissie BBV beveelt aan om, vanwege het maatschappelijke of algemene belang en de mogelijke risico’s, ook organisaties op te nemen in de paragraaf verbonden partijen indien: -
formeel juridisch geen sprake is van een verbonden partij door het ontbreken van een financieel belang, zoals gedefinieerd in het BBV, maar er wel sprake is van een structurele bekostiging in overwegende mate van (de activiteiten van) een organisatie via één of meer geldstromen (begrotingsfinanciering, subsidie en overeenkomst van opdracht) én een bestuurlijke belang.
Hieronder zijn vier partijen genoemd, die gezien kunnen worden als verbonden partijen van Veiligheidsregio IJsselland.
Meldkamer Oost-Nederland (MON) Doelstelling Veiligheidsregio IJsselland neemt vanaf 2010 deel in de Gemeenschappelijke Regeling MON (GR MON) voor uitvoering van haar wettelijke meldkamertaken (artikel 35 Wet veiligheidsregio’s). De meldkamer is gevestigd in Apeldoorn en het bestuur van de gemeenschappelijke regeling is gevestigd in Zwolle. De deelnemers aan de GR MON hebben – om te voldoen aan een wetswijziging – het beheer en de bedrijfsvoering van de MON per 1 januari 2020 overgedragen aan de Politie/Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). De GR MON blijft tijdelijk bestaan voor de resterende multidisciplinaire taken tot aan de samenvoeging van de meldkamers in Oost5 begin 2023. Bestuurlijk en financieel belang Veiligheidsregio IJsselland heeft een bestuurlijk en financieel belang in de GR MON. Een lid van het algemeen bestuur vertegenwoordigt Veiligheidsregio IJsselland en heeft stemrecht in het bestuur van de GR MON, dat uit zeven leden bestaat. Volgens de GR MON dragen de deelnemende partijen de kosten van de MON. De begroting geeft aan welke bijdrage van 27
elke deelnemer verschuldigd is. Bij opheffing bestaat voor de deelnemende partijen de verplichting tot deelneming in de financiële gevolgen van de beëindiging van de regeling. Risico De Politie/LMS draagt de kosten van de resterende multidisciplinaire taken van de MON als onderdeel van de overdracht ‘as is’. Eventueel andere kosten kunnen op basis van de begroting (en nacalculatie) voor rekening komen van de deelnemers. Het risico is nihil omdat: - de GR MON nog een beperkte tijd nodig is; - de verwachting is dat de geldende en komende begrotingen op ‘nul’ uitkomen; - de conceptbegroting wordt behandeld in het bestuur van de MON en ook wordt voorgelegd aan de deelnemers.
Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (Stichting BOGO) Doelstelling Het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen, oefeningen en trainingen van brandweermedewerkers in opdracht van zes veiligheidsregio’s, onder andere Veiligheidsregio IJsselland, op niet commerciële/ marktgerichte basis. Stichting BOGO is gevestigd in Hattem. Bestuurlijk en financieel belang Veiligheidsregio IJsselland heeft een bestuurlijk belang in Stichting BOGO. Er is sprake van zeggenschap en stemrecht door de vertegenwoordiging in het bestuur. De commandant brandweer/ directeur VRIJ heeft zitting in het bestuur van de BOGO. Hij is benoemd op voordracht van het bestuur van Veiligheidsregio IJsselland. Formeel heeft de veiligheidsregio geen financieel belang, zoals gedefinieerd in het BBV, in de Stichting BOGO. Veiligheidsregio IJsselland doet namelijk alleen betalingen aan de stichting voor afgesproken tegenprestaties. Formeel juridisch is Stichting BOGO daardoor voor de veiligheidsregio geen verbonden partij. Maar wat dit betreft volgen wij de aanbeveling van de Commissie BBV, genoemd in de inleiding, op en blijven wij Stichting BOGO opnemen in de paragraaf Verbonden partijen. Risico Als veiligheidsregio nemen we van de BOGO opleidingen af op basis van instroom en doorontwikkeling van beroepsbrandweerlieden/ brandweervrijwilligers.
Sinds enkele jaren factureert en ontvangt de BOGO de hele bedragen voorafgaand aan de opleidingen. Mocht de BOGO in financiële problemen komen dan kunnen de vooruitbetalingen voor de veiligheidsregio wel een risico opleveren als de afgesproken opleidingen niet of beperkt doorgaan en terugbetaling aan de veiligheidsregio niet mogelijk is. Het risico is klein omdat de Stichting BOGO een gedegen financieel beheer voert, vertegenwoordigers van de veiligheidsregio’s en drie gemeenten het bestuur vormen en omdat de zes veiligheidsregio’s geen andere financiële banden met de BOGO hebben dan alleen die van opdrachtgevers.
28
Werkgevers Vereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) Doelstelling De landelijke Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) heeft tot doel het namens de veiligheidsregio’s, als gezamenlijke werkgeversorganisatie, voeren van onderhandelingen en sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten en arbeidsvoorwaardenovereenkomsten met werknemersorganisaties ten behoeve van het personeel van de veiligheidsregio’s. Bestuurlijk en financieel belang Veiligheidsregio IJsselland heeft een bestuurlijk belang in de WVSV. Volgens de statuten van de vereniging is de voorzitter van het algemeen bestuur van Veiligheidsregio IJsselland afgevaardigde naar de algemene vergadering van de WVSV. Een lid van het algemeen bestuur (de waarnemend voorzitter) is plaatsvervangend lid van die algemene vergadering. De kosten van de vereniging worden gedekt uit de contributiegelden. Voor haar lidmaatschap is de veiligheidsregio per verenigingsjaar een contributie verschuldigd, waarvan de hoogte elk jaar door de algemene vergadering wordt vastgesteld. De contributie vormt geen risicodragend financieel belang in de zin van het BBV. De veiligheidsregio’s kunnen ook niet aansprakelijk worden gehouden voor een bepaald bedrag als de WVSV haar verplichtingen niet nakomt. De WVSV is daarmee geen verbonden partij, zoals omschreven in het BBV. Risico Geen bijzondere risico's.
Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) Doelstelling Het Instituut Fysieke Veiligheid is ingesteld door de Wet veiligheidsregio’s en heeft wettelijke taken op het gebied van de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Daarnaast voert het IFV werkzaamheden uit in opdracht van en voor een of meer veiligheidsregio’s. Bestuurlijk en financieel belang Het IFV heeft een algemeen bestuur, dat bestaat uit de voorzitters van de veiligheidsregio’s gezamenlijk. Daarmee heeft Veiligheidsregio IJsselland een bestuurlijk belang in het IFV. De bijdrage van Veiligheidsregio IJsselland voor collectieve en individuele dienstverlening van het IFV bedraagt circa 1,8 miljoen euro per jaar. Formeel heeft de veiligheidsregio geen financieel belang, zoals gedefinieerd in het BBV, in het IFV omdat de veiligheidsregio alleen betalingen doet aan het IFV voor afgesproken tegenprestaties. Formeel juridisch is het IFV daardoor voor de veiligheidsregio geen verbonden partij. We volgen echter wel de
29
aanbeveling van de Commissie BBV, genoemd in de inleiding, op en blijven het IFV opnemen in de paragraaf Verbonden partijen. Risico Het risico is nihil. Het IFV is een publiekrechtelijk rechtspersoon, net als gemeenten en veiligheidsregio’s.
Onderhoud kapitaalgoederen Met uitzondering van de gebouwen die jonger zijn dan tien jaar wordt de huisvesting gehuurd van de elf gemeenten. De huurprijs wordt gebaseerd op de kostprijs voor de gemeenten. Op basis van de begrotingen van de gemeenten zijn de volledige huisvestingskosten in beeld gebracht inclusief de kosten voor groot onderhoud. Het groot onderhoud voor alle brandweerkazernes wordt uitgevoerd door de gemeentelijke vastgoedonderdelen. De kosten van dit groot onderhoud zijn in de nulmeting in beeld gebracht en maken naast de gemiddelde kapitaallasten deel uit van de huurprijzen. Bij de nog vier brandweerkazernes die vanaf 2014 in tijdelijk eigendom zijn van Veiligheidsregio IJsselland wordt het gemiddelde bedrag van het meerjarig groot onderhoudsplan gehanteerd als vergoeding aan de gemeente. Binnen Veiligheidsregio IJsselland is het team Beheer & Techniek belast met het beheer en het onderhoud van al het rijdend materieel en de bijbehorende materialen. In de nog jonge organisatie wordt continu gewerkt aan efficiencyverbeteringen op dit gebied, waarbij telkenmale de balans moet worden gezocht tussen betrokkenheid van vrijwilligers in brandweerkazernes en de nodige zakelijkheid vanuit de organisatie.
30
Sociaal jaarverslag Personele cijfers 2021 Formatie en bezetting beroepsmedewerkers In onderstaande tabel staat de formatie en bezetting aan beroepsmedewerkers. Het betreft alleen de medewerkers met een aanstelling voor (on)bepaalde tijd. Tijdelijke inhuur (ZZP’ers, uitzendkrachten, expertise, detacheringen) zijn niet meegenomen in de telling. Op 31december 2021 hadden 28 medewerkers een aanstelling voor bepaalde tijd en werden 32 personen tijdelijk ingehuurd voor inzet op projecten of klussen. De kosten voor deze tijdelijke inhuur zijn financieel gedekt uit de vacatureruimte. Formatie in fte
Bezetting in fte1
Ruimte in fte
Directie en ondersteuning
3,0
2,8
0,2
Staf en Beleid
16,8
15,1
1,7
GHOR
8,0
8,0
Veiligheidsbureau
9,4
8,6
0,8
Risicobeheersing
27,8
26,1
1,7
Brandweerzorg Deventer, OlstWijhe, Raalte
40,7
41,7
-1
Brandweerzorg Zwolle
40
40,8
-0,8
Brandweerzorg Dalfsen, Hardenberg, Ommen
1,7
1,8
-0,1
Brandweerzorg Kampen, Steenwijkerland, Staphorst, Zwartewaterland
6.2
5,4
0,8
Incidentbestrijding
15,2
15,5
-0,3
Meldkamer
7,6
4,8
2,8
Vakbekwaamheid
16,7
17,8
-1,1
Beheer en techniek
18,5
19,7
-1,2
Financiën
12,5
10,6
1,9
Team of onderdeel
1
Het gaat hier om het aantal fte dat voor bepaalde of onbepaalde tijd in dienst is en niet om het absolute aantal medewerkers in de bezetting. Door een aantal deeltijders is het absolute aantal medewerkers in de bezetting hoger.
31
Formatie in fte
Bezetting in fte1
Ruimte in fte
17
16,4
0,6
Facilitair
12,9
10,5
2,4
HRM
14,46
14,9
-0,4
Flexibele schil
12,8
Totaal 2021
281,26
260,5
20,8
Totalen 2020
283,4
262,6
20,8
Team of onderdeel Informatisering & Automatisering
In en uitdienst Beroepsmedewerkers In 2021 zijn in totaal 25 medewerkers aangesteld voor (on)bepaalde tijd, waarvan acht repressieve medewerkers bij brandweerzorg en vijf medewerkers bij bedrijfsvoering. Er zijn in totaal 25 medewerkers uitgestroomd, waarvan vijf repressieve medewerkers bij brandweerzorg en zes medewerkers bij bedrijfsvoering. In 2021 had de Covid-19-crisis, net als in 2020, invloed op de in- en uitstroom van medewerkers bij Bedrijfsvoering. Vrijwilligers (repressief en niet repressief) Afdeling
Aantal op 31-12-2020 Aantal op 31-12-2021 Verschil
Balkbrug
14
14
0
Bathmen
23
27
4
Bergentheim
13
13
0
Dalfsen
29
25
-4
De Krim
13
11
-2
Dedemsvaart
24
23
-1
Deventer
38
27
-11
Diepenveen
19
19
0
Genemuiden
19
18
-1
Giethoorn
19
19
0
Gramsbergen
15
14
-1
Hardenberg
44
38
-6
32
Afdeling
Aantal op 31-12-2020 Aantal op 31-12-2021 Verschil
Hasselt
23
22
-1
Heeten
16
14
-2
Heino
21
19
-2
IJsselmuiden
21
21
0
Kampen
49
43
-6
Kuinre
15
15
0
Lemelerveld
22
21
-1
Luttenberg
18
17
-1
Nieuwleusen
23
21
-2
Oldemarkt
16
16
0
Olst
16
16
0
Ommen
34
31
-3
Raalte
23
23
0
Slagharen
16
15
-1
Staphorst
20
20
0
Steenwijk
28
24
-4
Vollenhove
19
19
0
Welsum
18
18
0
Wesepe
18
16
-2
Wijhe
15
15
0
Zwartsluis
16
15
-1
Zwolle
73
64
-9
Niet repressieve vrijwilligers
23
27
4
Totalen
813
760
53
In totaal zijn er in 2021 58 vrijwilligers uitgestroomd en 30 nieuwe vrijwilligers aangesteld. Het verschil wijkt af ten opzichte van het totaal van de tabel, maar dat komt doordat een aantal vrijwilligers is verbonden aan meerdere posten en er doorstroom tussen posten is door bijvoorbeeld een verhuizing of ander werk.
33
Stagiaires Als overheidsorganisatie bieden wij de mogelijkheden om te leren. In het jaar 2021 hebben wij 17 stagiaires mogen verwelkomen: 2 bij Team Veiligheidsbureau; 3 bij Team I&A; 1 bij Team HRM; 5 bij Staf en Beleid; 3 bij Team Facilitair; 2 bij Team Incidentbestrijding; 1 bij Team Risicobeheersing
Deelname generatiepact In 2019 is gestart met het aanbieden van een generatiepact aan onze medewerkers. In totaal nemen nu negen medewerkers deel aan het generatiepact, waarvan één gestart is in 2021. De vrijgevallen formatie is gebruikt om een trainee van Talentenregio aan te kunnen stellen.
Ziekteverzuim Het gemiddelde ziekteverzuim binnen Veiligheidsregio IJsselland bedroeg 3,83% in 2021. Ten opzichte van 2020 betekent dit een kleine daling van het verzuimpercentage. Hierbij kan worden opgemerkt dat 2021, net als 2020, door de Covid-19-crisis niet echt vergelijkbaar is met andere jaren.
Jaar
Verzuimpercentage Veiligheidsregio IJsselland
CBS Landelijk gemiddelde Openbaar bestuur en overheidsdiensten
2017
4,77%
5,3%
2018
4,24%
5,6%
2019
3,89%
5,35%
2020
4,19%
5,48%
2021
3,83%
5,0%
Verdeling in leeftijd en man/vrouw In deze verdeling zijn alleen de beroepsmedewerkers met een aanstelling voor (on)bepaalde tijd meegeteld. Leeftijdscategorie
Vrouw
Man
Totaal
20 tot 25 jaar
0
3
3
25 tot 30 jaar
4
12
16
30 tot 35 jaar
7
17
24
35 tot 40 jaar
8
22
30 34
Leeftijdscategorie
Vrouw
Man
Totaal
40 tot 45 jaar
6
27
33
45 tot 50 jaar
11
35
46
50 tot 55 jaar
10
32
42
55 tot 60 jaar
21
41
62
60 tot 65 jaar
6
20
26
65 jaar en ouder
0
4
4
Totaal
73
213
286
Arbeidsomstandigheden In deze paragraaf worden activiteiten toegelicht die in 2021 binnen Veiligheidsregio IJsselland op het gebied van arbeidsomstandigheden hebben plaatsgevonden.
Ongevallen en incidenten In 2021 zijn er vijf verschillende gevaarlijke situaties, zeventien ongevallen en vier bijnaongevallen gemeld. De incidenten zijn gemeld in de volgende categorieën:
Soort incident
Aantal Gevaarlijke situaties
Brandweer operationeel optreden Brandweer – oefenactiviteiten
1
Bijna-ongevallen 2
8
10
1
2
4
2
2
Brandweer - opleiding Brandweer duikactiviteiten
1
Ongevallen Totaal
1
2
Brandweer – werkzaamheden werkplaats
2
2
Sportactiviteiten
2
2
Logistieke activiteiten
1
1
Overige omstandigheden
3
Totaal
5
3 4
17
26 35
Opvallende gegevens uit de incidentanalyses staan in onderstaande tabel. Ongeval scenario
Aantal
Contact met wegvliegende objecten
4
Tegen iets aanstoten
2
Contact met heet of koud oppervlak of open vlammen
2
Extreme belasting van lichaamsdelen
2
Tegen iets aanstoten
2
Val op gelijke hoogte
2
Val van hoogte onbeschermd
1
Val van trap of helling
1
Val op gelijke hoogte
1
Contact met hangende en/of zwaaiende objecten
1
Contact met schadelijke atmosfeer via ademapparatuur
1
Het type letsel dat bij bovenstaande ongevallen optrad, staat in onderstaande tabel. Type letsel
Aantal
Wonden en oppervlakkig letsel
6
Ontwrichting, verstuiking en verrekkingen
2
Effecten van extreme temperaturen, licht en straling
2
Vergiftiging en infecties
2
Ander, niet gespecificeerd
1
Botbreuken
1
De top-3 van onderliggende oorzaken van het ontstaan van deze gevaarlijke situaties en (bijna-) ongevallen is: 1. motivatie/ alertheid: tekortschietende alertheid voor gevaren. Onvoldoende risicobewustzijn; 2. Plannen en procedures: deze zijn niet aanwezig of niet doelmatig; 3. Communicatie/ samenwerking: tekortschietend overleg, miscommunicatie. Niet doelmatige samenwerking.
36
Deze ongevallen zijn geregistreerd en waar nodig zijn hier acties op ingezet met alle betrokkenen. Gevaarlijke stoffen meldingen tijdens inzetten Dit jaar zijn de blootstellingen aan gevaarlijke stoffen weer meegenomen. In 2021 zijn 16 medewerkers in aanraking gekomen met asbest bij drie verschillende incidenten.
COVID-19 incidenten Er zijn vijf incidenten gemeld waar medewerkers (mogelijk) in aanraking zijn gekomen met Covid-19 patiënten. Hierbij waren achttien medewerkers betrokken. Tijdens deze incidenten zijn de protocollen gevolgd waardoor er geen aanleiding is geweest om hier actie op in te zetten.
Arbodienst Net zoals voorgaand jaar is er in 2021 structureel overleg geweest tussen de bedrijfsarts, leidinggevenden en HRM-medewerkers in de vorm van een sociaal medisch team (SMT). Het doel van het SMT is het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Indien noodzakelijk vindt maatwerk plaats. Medewerkers kunnen ook zelfstandig contact opnemen met de Arbodienst. Veiligheidsregio IJsselland hecht er vanuit de visie op positieve gezondheid veel waarde aan dat medewerkers gedurende hun hele loopbaan gezond en vitaal hun werk kunnen blijven doen. Om hieraan bij te dragen vanuit positief gezond werkgever- én werknemerschap is er in 2021 gezocht naar een arbodienstverlener die vanuit dit gedachtengoed werkt. Begin 2021 is een aanbestedingstraject ingezet waaraan een brede vertegenwoordiging vanuit de organisatie heeft deelgenomen. In september 2021 is Rienks Arbodienst als beste naar voren gekomen uit de aanbesteding en vanaf dat moment is de implementatie van de dienstverlening en samenwerking gestart. Per 1 januari 2022 is Rienks de nieuwe arbodienstverlener van Veiligheidsregio IJsselland.
Ongewenst gedrag Gevolgen van ongewenste omgangsvormen kunnen een enorme impact hebben op medewerkers en in bijzondere situaties op de omgeving en de organisatie. Medewerkers kunnen gebruik maken van een speciaal opgeleide vertrouwenspersoon, gefaciliteerd door de Arbodienst. De werkzaamheden van de vertrouwenspersoon bestaan uit de eerste emotionele opvang, hulp aan de betrokken medewerker, advisering voor een plan van aanpak, ondersteuning bij het realiseren van de gewenste aanpak, eventuele doorverwijzingen en nazorg. In 2021 is er twee keer gebruik gemaakt van de vertrouwenspersoon. De meldingen gingen over onheuse bejegening, intimidatie, kleineren en pesten.
Veilige publieke taak (agressie & geweld) In het afgelopen jaar zijn er geen meldingen geweest van agressie en geweld.
Covid-19 en thuiswerken Covid-19 heeft ook in 2021 een grote impact gehad op de arbeidsomstandigheden van de medewerkers van Veiligheidsregio IJsselland. Het heeft impact gehad op het operationele optreden en het oefenen. Zo is er in 2021, net als in 2020, uitvoering gegeven aan verschillende protocollen om het operationele optreden coronaveilig te maken en zijn de 37
oefeningen in aangepaste vorm aangeboden, of zijn deze niet doorgegaan. De kazernes en kantoren moesten ook worden aangepast om deze coronaveilig te maken. In 2021 werd er door een werkgroep vooruitgekeken naar het werken na de crisis. Het werken na de crisis moest een hybride vorm worden. Hiervoor zijn er, als pilot, aanpassingen gedaan aan de kantoorinrichting in Zwolle. De overige locaties zouden daarna moeten volgen. Echter zijn de ontwikkelingen omtrent het hybride werken naar de achtergrond verdwenen doordat er is bepaald dat medewerkers weer zoveel mogelijk thuis moesten gaan werken door een nieuwe coronagolf.
38
Bijlagen Jaarverslag Bijlage 1: gegevens per gemeente Evenementen
A = regulier, B = aandacht, C = risicovol De gemeente Zwolle en Kampen hebben een afdeling Toezicht brandveilig gebruik, die evenementenaanvragen A en B afhandelt. Door het verbod op grote evenementen, vanwege de coronacrisis, zijn er in 2021 geen adviezen op C-evenementen gegeven. Bovendien zeggen de cijfers niet alles. De veiligheidsregio focust zich minder op aantallen en meer op vak-inhoud. Dat betekent dat we soms qua aantallen minder adviezen geven, maar inhoudelijk wel langer bezig zijn met een aanvraag of vaker op een aanvraag adviseren.
Adviezen omgevingsvergunning en controles brandweer
39
Met de gemeenten zijn maatwerkafspraken gemaakt over de dienstverlening. Niet alle taken komen in de overzichten terug, aangezien een aantal taken niet in prestatie-indicatoren uit te drukken is.
GRIP-incidenten Er hebben zich in 2021 negen GRIP1-incidenten voorgedaan en een GRIP4-incident (de Covid-19-crisis). Zie onderstaand overzicht voor deze GRIP-incidenten. Daarnaast is er zesmaal een kern-ROT geformeerd voor niet-acute situaties. Het betreft de volgende situaties: schaatsen, boerenprotest, hoogwater rivieren/ bijstand Limburg, lossing graanschepen, cyber Log4j en oud & nieuw.
Nr. Datum
GRIP Plaats
Incident
Evaluatie
1
12-03-2020
4
IJsselland
Covid-19-crisis
Er zijn tussenevaluaties beschikbaar
2
31-03-2021
1
Steenwijk
Zeer grote brand binnenstad
Infographic
3
09-06-2021
1
Raalte
Zeer grote brand industrie
Infographic
4
16-06-2021
1
Zwolle
Zeer grote brand industrie. Plastic recycling
Infographic
5
25-06-2021
1
IJsselmuiden
Gaslekkage dorpskern
Geen evaluatie. Incident is vrij snel na alarmering afgeschaald
6
02-07-2021
1
Zwolle
Gaslekkage binnenstad Infographic
7
04-07-2021
1
Dalfsen
Water overlast door wolkbreuk.
8
23-09-2021
1
Kampen
Gaslekkage QuickScan appartementencomplex
9
30-09-2021
1
Kampen
Zeer grote brand metaalhandel
10
13-12-2021
1
Steenwijkerland Vreemde lucht uit riool (Tuk)
Infographic
Infographic QuickScan
40
Aantal incidenten per gemeente en alarmeringen per brandweerpost Hieronder volgt een overzicht van: de unieke incidenten per gemeente. de unieke alarmeringen per brandweerpost. Dit kan een inzet zijn geweest binnen de gemeente, maar ook een inzet buiten de gemeente. Bij een inzet binnen of buiten de gemeente kunnen meerdere posten betrokken zijn. Vandaar dat het totale aantal inzetten per gemeente lager is dan het totaal van de inzetten per post. Als er bijvoorbeeld een brand is in Lemelerveld, waar een voertuig van alle drie de brandweerposten binnen de gemeente Dalfsen naar uitrukken, dat telt deze mee bij de alarmeringen per post, maar voor het totaal binnen de gemeente Dalfsen telt deze maar voor één incident.
Alarm
Brand
Dienstverlening
Leefmilieu
Ongeval
Totaal
Gemeente Dalfsen
5
32
32
26
18
113
Post Dalfsen
3
24
18
20
4
69
Post Lemelerveld
5
8
8
8
11
40
Post Nieuwleusen
2
30
18
9
9
68
Totaal
177
Gemeente Deventer
88
170
179
35
34
506
Post Bathmen
1
26
6
5
4
42
Post Deventer
84
175
182
31
48
520
Post Diepenveen
2
19
22
5
3
51
Totaal
613
Gemeente Hardenberg
20
102
81
37
19
259
Post Balkbrug
1
22
6
7
8
44
Post Bergentheim
5
16
21
10
5
57
Post De Krim
3
11
4
3
21
41
Alarm
Brand
Dienstverlening
Leefmilieu
Ongeval
Totaal
Post Dedemsvaart
2
25
12
4
Post Gramsbergen
1
9
8
6
1
25
Post Hardenberg
16
63
43
14
11
147
Post Slagharen
1
14
11
4
2
32
Totaal
369
43
Gemeente Kampen
11
80
127
32
21
271
Post IJsselmuiden
1
37
46
3
9
96
Post Kampen
10
75
89
27
22
223
Totaal
319
Gemeente OlstWijhe
17
24
29
9
8
87
Post Olst
15
12
10
4
7
48
Post Welsum
5
2
Post Wesepe
6
6
6
4
22
20
14
2
5
47
Totaal
124
Post Wijhe
6
7
Gemeente Ommen
10
28
17
14
16
85
Post Ommen
7
33
16
8
12
76
Totaal
76
Gemeente Raalte
8
Post Heeten
43
49
33
23
156
9
8
3
5
25
Post Heino
1
20
17
11
4
53
Post Luttenberg
1
8
6
3
6
24
Post Raalte
7
27
28
12
8
82
42
Alarm
Brand
Dienstverlening
Leefmilieu
Ongeval
Totaal
Totaal
184
Gemeente Staphorst
4
27
16
9
20
76
Post Staphorst
8
27
12
6
23
76
Totaal
76
Gemeente Steenwijkerland
4
106
88
25
28
251
Post Giethoorn
27
15
2
8
52
Post Kuinre
11
11
2
24
Post Oldemarkt
23
10
2
2
37
Post Steenwijk
3
71
53
17
11
155
Post Vollenhove
2
26
9
4
7
48
Totaal
290
Gemeente Zwartewaterland
22
39
50
9
12
132
Post Genemuiden
7
15
18
3
5
48
Post Hasselt
12
37
23
6
6
84
Post Zwartsluis
3
28
18
3
4
56
Totaal
188
Gemeente Zwolle
95
243
262
37
56
693
Post Zwolle Noord
73
186
174
21
57
511
Post Zwolle Zuid
19
228
162
34
34
477
Totaal
988
Totaal aantal unieke incidenten Veiligheidsregio IJsselland
2629
Aantal post inzetten
3404
43
Alarm:
‘Alarm’ betreft de automatische brandmeldingen. In 2020 is de Covid-19maatregel getroffen dat de meldkamer bij bijna alle automatische brandmeldingen verificatie toepast door contrabellen. Deze maatregel, die nog steeds van kracht is, is getroffen om ervoor te zorgen dat de brandweer zo min mogelijk contact heeft met kwetsbare groepen, en met elkaar. Ook wordt bij een nodeloze melding de alarmering ingetrokken als voertuigen al vertrokken zijn. Aanrijdende brandweereenheden keren dan terug naar de kazerne. Normaliter rijden de voertuigen door om op de locatie nog een gesprek te voeren over de nodeloze melding en hoe deze in de toekomst te voorkomen. Het aantal uitrukken als gevolg van automatische brandmeldingen is door deze maatregel gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Dienstverlening: Dit betreft onder andere de assistentie van de ambulancedienst, het redden van dieren, het opheffen van liftopsluitingen en het reinigen van het wegdek. Leefmilieu: Dit betreft onder andere assistentie bij storm- en waterschade.
44
Bijlage 2: oorzaken overschrijding opkomsttijden In 2021 is in 92,2% van de uitrukken voldaan aan de normtijden uit het dekkingsplan. In 7,8% van de incidenten wordt de opkomsttijd dus overschreden. Bij een veelvoud van de overschrijdingen ligt de overschrijding onder de twee minuten. De opkomsttijd bestaat uit de verwerkingstijd op de meldkamer, de uitruktijd (de tijd tussen alarmering en het uitrukken van het brandweervoertuig) en de aanrijtijd (de tijd tussen het wegrijden uit de post en de aankomst op de incidentlocatie). De overschrijdingen doen zich zowel voor bij de verwerking, het uitrukken en het aanrijden. Hieronder worden de oorzaken hiervan kort benoemd. Oorzaken overschrijding tijdens het verwerken van de melding Bij automatische brandmeldingen wordt tegenwoordig door de meldkamer contact opgenomen met het desbetreffende bedrijf om te checken of er daadwerkelijk sprake is van brand. Aangezien deze meldingen in circa 95% van de gevallen ‘nodeloos’ zijn, neemt daardoor het aantal nodeloze uitrukken af. Dit nabellen bij automatische meldingen zorgt echter wel voor langere opkomsttijden, indien het wel gewenst is dat de brandweer ter plaatse komt. Er wordt namelijk maximaal twee minuten op de uitslag hiervan gewacht.
Oorzaken overschrijdingen tijdens het uitrukken Het zijn vooral vrijwillige posten die de uitruktijden overschrijden (en niet de posten met beroeps-brandweer). Dat is natuurlijk niet zo vreemd, aangezien de vrijwilligers niet op de post verblijven, maar eerst van hun huis, werk of een andere locatie moeten komen. De uitruktijd is hiermee grilliger van aard. Daarnaast blijkt een oorzaak van de overschrijdingen tijdens het uitrukken te maken te hebben met de weersinvloeden waardoor het langer duurt voordat een vrijwilliger op de post arriveert. Oorzaken overschrijdingen tijdens het aanrijden De oorzaken van overschrijdingen op het gebied van het aanrijden komen door weersinvloeden, maar ook doordat het brandweervoertuig wat gealarmeerd wordt zich niet in de post bevindt. Dit is aan de orde wanneer het voertuig vertrekt vanaf een andere incidentlocatie, binnen het gebied aan het oefenen is of niet beschikbaar is. Dit laatste kan zich bijvoorbeeld voordoen als het brandweervoertuig al ingezet is bij een incident, waardoor een ander brandweervoertuig van een andere post, met een langere aanrijtijd, gealarmeerd moet worden. Ontwikkelingen Om te voldoen aan de opkomsttijden zoals die zijn gesteld in het bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan lopen op dit moment verschillende verbeterprojecten.
Zoals projecten om het aantal nodeloze meldingen terug te dringen en het project ‘Uitruk op maat’. Daarnaast wordt gewerkt aan een nieuw dekkingsplan. Dit wordt opgesteld volgens een geheel nieuwe methode.
45
Deel B: Jaarrekening Overzicht van baten en lasten N = Nadeel, V = Voordeel Begroting voor wijziging 2021
Begroting na wijziging 2021
Realisatie 2021
Verschil t.o.v. begroting na wijziging
N/V
Lasten Programma Veiligheid (wettelijke taak)
33.154.514
32.525.375
32.758.332
232.957
Programma Veiligheid (aanvullende ambitie)
1.321.613
789.032
738.104
-50.928
V
34.476.127
33.314.407
33.496.436
182.029
V
Programma Veiligheid (wettelijke taak)
-274.737
-364.737
-1.412.264
-1.047.527
V
Programma Veiligheid (aanvullende ambitie)
-151.795
-151.795
-151.795
0
-
-426.532
-516.532
-1.564.059
-1.047.527
V
Programma Veiligheid (wettelijke taak)
32.879.777
32.160.638
31.346.069
-814.569
V
Programma Veiligheid (aanvullende ambitie)
1.169.818
637.237
586.309
-50.928
V
34.049.595
32.797.875
31.932.378
-865.497
V
-42.211.564
-42.433.035
-42.438.006
-4.971
V
Totaal lasten
V
Baten
Totaal baten Saldo's
Totaal programma Veiligheid
Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen
Overige baten en lasten Overzicht overhead Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting
Gerealiseerde totaal saldo baten en lasten
0
0
0
0
-
8.235.114
7.920.543
7.508.214
-412.329
V
0
0
0
0
73.145
-1.714.617
-2.997.414
-1.282.797
V
-215.317
-215.317
-215.317
0
-
0
0
0
0
-
-48.663
-48.663
-48.663
0
-
-263.980
-263.980
-263.980
0
-
Bij: onttrekkingen aan reserves Programma Veiligheid Algemene lasten en dekkingsmiddelen Overhead Totaal onttrekkingen aan reserves
Af: stortingen in reserves Programma Veiligheid
190.836
190.836
190.836
0
-
Algemene lasten en dekkingsmiddelen
0
0
0
0
-
Overhead
0
0
0
0
-
Totaal stortingen in reserves
190.836
190.836
190.836
0
-
Saldo reserve mutaties
-73.145
-73.145
-73.145
0
-
Gerealiseerde resultaat
0
-1.787.761
-3.070.558
-1.282.797
V
46
Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Bij de analyse van het resultaat is het onderscheid tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming van groot belang. Ingevolge het Besluit begroting en verantwoording (BBV) dient daarom een toelichting te worden gegeven op het gerealiseerde saldo baten en lasten, de mutaties in de reserves en het gerealiseerde resultaat. In het volgende overzicht wordt inzicht gegeven in de relatie tussen het gerealiseerde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde resultaat. N = Nadeel, V = Voordeel Gerealiseerde totale baten en lasten: Mutaties in de reserves (incidenteel) Storting egalisatiereserve kapitaallasten primaire begroting 190.836 Onttrekking egalisatiereserve kapitaallasten primaire begroting -63.980 Onttrekking res. transitie meldkamer primaire begroting -200.000 Per saldo storting in de reserves ten laste van de exploitatie Gerealiseerde resultaat:
-2.997.414 V N V V -73.144 V -3.070.558 V
De belangrijkste verschillen tussen de jaarrekening 2021 en de begroting 2021 (na wijzigingen) vóór mutaties in de reserves hebben zich voorgedaan op de volgende onderdelen:
Ons algemene standpunt en die van onze belastingadviseur is dat VRIJ niet belasting- en aangifteplichtig is voor de vennootschapsbelasting. Voor het overgrote deel van de activiteiten/ inkomsten is immers geen sprake van deelname aan het economisch verkeer en dus kan er geen sprake zijn van het drijven van een onderneming. Bij de activiteiten (bijvoorbeeld detachering personeel) waarmee VRIJ wel deelneemt aan het economisch verkeer wordt niet gestreefd naar winst en worden er geen structurele overschotten gerealiseerd. Vandaar dat het bedrag voor heffing van de vennootschapsbelasting nihil is.
47
Deze toelichting en bijlage 8 Incidentele baten en lasten maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de toelichting overzicht baten en lasten. De toelichting van de algemene lasten en dekkingsmiddelen, overige baten en lasten en het overzicht overhead wordt in dit hoofdstuk gepresenteerd. In de begroting van Veiligheidsregio IJsselland zijn geen ramingen voor onvoorzien opgenomen. Derhalve is een overzicht van aanwending onvoorzien niet van toepassing. Overzicht programma
Begroting voor Begroting na wijziging 2021 wijziging 2021 Lasten Programma Veiligheid (wettelijke taak) Programma Veiligheid (aanvullende ambitie)
Realisatie 2021
Verschil t.o.v. begroting na wijziging
N/V
Totaal lasten
33.154.514 1.321.613 34.476.127
32.525.375 789.032 33.314.407
32.758.332 738.104 33.496.436
232.957 -50.928 182.029
V V V
Totaal baten
-274.737 -151.795 -426.532
-364.737 -151.795 -516.532
-1.412.264 -151.795 -1.564.059
-1.047.527 0 -1.047.527
V V
Saldo programma Programma Veiligheid (wettelijke taak) Programma Veiligheid (aanvullende ambitie) Totaal saldo proghramma's
32.879.777 1.169.818 34.049.595
32.160.638 637.237 32.797.875
31.346.069 586.309 31.932.378
-814.569 -50.928 -865.497
V V V
-215.317 190.836
-215.317 190.836
-215.317 190.836
0 0
-
34.025.114
32.773.394
31.907.897
-865.497
V
Baten Programma Veiligheid (wettelijke taak) Programma Veiligheid (aanvullende ambitie)
Bij: onttrekkingen aan reserves Af: stortingen in reserves Resultaat
48
Toelichting programma Veiligheid N = Nadeel, V = Voordeel Programma Veiligheid Personeelsk osten Lagere kosten loonsom beroeps Lagere reis- en verblijfkosten Lagere kosten personeelsactiviteiten Lagere kosten vergoedingen vrijwilligers Lagere kosten inhuur derden Huisvestingsk osten Hogere beheerskosten gebouwen Brandweermaterieel Lagere reparatie kosten schades Lagere afschrijvingslasten Lagere kosten vervangende voertuigen (lease) Lagere kosten operationele kleding Lagere kosten onderhoud grote voertuigen Automatisering & verbindingen Lagere kosten licenties en telefonie Overige k osten Lagere kosten Natuurbrandbestrijding Handhaving Corona Toegangsbewijs Afrekening Meldkamer (personeelskosten rode kolom)
V/N -88.200 -40.400 -48.900 -49.300 -50.000
V V V V V
92.800 N -44.800 -158.000 -30.000 -42.300 -27.800
V V V V
-62.400 V
Opbrengsten Vergoeding OMS-aansluitingen Siemens Subsidie Handhaving Corona Toegangsbewijs Hogere opbrengst verkoop afgestoten materieel Opbrengst AGS dienstverlening Flevoland/Drenthe Diverse incidentele opbrengsten (UWV/Detachering)
-48.000 693.300 86.000 182.000
V N N V
-156.400 -693.300 -56.400 -58.700 -82.700 -1.047.500
V V V V V V
-865.500 V
Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen Begroting voor Begroting na wijziging 2021 wijziging 2021 Overige correcties loonheffingen Gemeentelijke bijdragen Rijksbijdrage rampenbestrijding Totaal algemene lasten en dekkingsmiddelen Bij: onttrekkingen aan reserves Af: stortingen in reserves Resultaat
N = Nadeel, V = Voordeel Verschil t.o.v. Realisatie 2021 begroting na N/V wijziging 6.439 6.439 N -36.784.564 0 -5.659.881 -11.410 V -42.438.006 -4.971 V
0 -36.784.564 -5.427.000 -42.211.564
0 -36.784.564 -5.648.471 -42.433.035
0 0
0 0
0 0
0 0
-
-42.211.564
-42.433.035
-42.438.006
-4.971
V
49
Toelichting saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen De afwikkeling afdracht premie reparatie WW 2021 en naheffing overschrijding algemeen forfait werkkostenregeling geeft een klein nadeel. Door toekenning aanvulling loon- en prijsbijstelling BDuR (decembercirculaire 2021) ontstaat een klein voordeel. Overzicht Overhead Begroting voor Begroting na wijziging 2021 wijziging 2021 Financiën HRM ICT Facilitaire Zaken Bedrijfsvoering (Gemene Rekening) Directie Staf & Beleid Managers Ondersteuning Totaal kostenplaatsen Bij: onttrekkingen aan reserves Af: stortingen in reserves Resultaat
Realisatie 2021
105.871 764.731 703.566 476.661 3.288.707 524.608 1.214.084 712.720 444.166 8.235.114
105.871 589.731 407.566 471.661 3.321.007 566.908 1.360.800 698.120 398.879 7.920.543
96.319 505.233 296.504 354.747 3.223.682 574.670 1.345.434 724.294 387.331 7.508.214
-48.663 0
-48.663 0
-48.663 0
8.186.451
7.871.880
7.459.551
Verschil t.o.v. begroting na N/V wijziging -9.552 V -84.498 V -111.062 V -116.914 V -97.325 V 7.762 N -15.366 V 26.174 N -11.548 V -412.329 V 00-412.329
V
De verschillende teams van bedrijfsvoering ondersteunen de taken ook voor de GGD IJsselland. Hiervoor is een overeenkomst voor ‘kosten voor gemene rekening’ opgesteld. De verrekening vindt plaats op basis van werkelijk gemaakte kosten tegen de overeengekomen verdeelsleutel (56% VR en 44% GGD). De werkelijke bijdrage GGD aan de gemene rekening over 2021 is € 2.465.708 (begroting 2021 € 2.514.177).
Toelichting Overhead N = Nadeel, V = Voordeel Overhead V/N Personeelsk osten Lagere kosten personeelsverzekeringen -38.000 V Lagere kosten inhuur derden -128.000 V Huisvesting Hogere kosten inkoop testen COVID-19 63.250 N Opleiden en Oefenen Lagere kosten centraal opleidingsbudget -81.300 V Automatisering & verbindingen Lagere kosten afschrijvingen -4.900 V Lagere incidentele kosten telefonie & verbindingen -12.500 V Overige k osten Lagere kosten externe advisering -47.000 V Lagere kosten catering -49.000 V Lagere kosten communicatie -16.000 V Opbrengsten Diverse tijdelijke detacheringsopbrengsten -98.850 V Totaal lasten -412.300 V
50
Incidentele baten en lasten Indidenteel 2021
Bedrag
V/N
Meerkosten COVID-19
196.236
N
Kosten handhaving Corone Toegangsbewijs
693.300
N
Opbrengst OMS-gelden Siemens
156.421
V
Opbrengst detachering projectmanagement GGD Corona / LMO
197.125
V
Subsidie handhaving Corona Toegangsbewijs
693.300
V
Opbrengst detachering outsourcingstrajecten
63.045
V
Zie voor toelichting bijlage 8 Incidentele baten en lasten. Spedificatie meerkosten COVID-19
Bedrag
Communicatie-ondersteuning vanuit gemeenten
86.151
Materialen (persoonlijke bescherming/desinfectie)
25.452
Sneltesten
74.340
Reservering Zorghotel Staphorst
10.294 Totaal
196.236
Mutaties reserves De exploitatie van Veiligheidsregio IJsselland wordt beïnvloed door stortingen in reserves en door onttrekkingen uit reserves. Het BBV geeft aan dat het resultaat van de exploitatie onderverdeeld moet worden in een saldo baten en lasten (voor bestemming) en in een resultaat. Het verschil tussen beide is dat in het resultaat de mutaties in de reserves zijn verwerkt. N = Nadeel, V = Voordeel
Begroting voor Begroting na wijziging 2021 wijziging 2021
Gerealiseerde totaal saldo baten en lasten
Realisatie 2021
Verschil t.o.v. begroting na wijziging
N/V
73.145
-1.714.617
-2.997.414
-1.282.797
V
Bij: onttrekkingen aan reserves Programma Veiligheid Algemene lasten en dekkingsmiddelen Overhead Totaal onttrekkingen aan reserves
-215.317 0 -48.663 -263.980
-215.317 0 -48.663 -263.980
-215.317 0 -48.663 -263.980
0 0
-
0
-
Af: stortingen in reserves Programma Veiligheid Algemene lasten en dekkingsmiddelen Overhead Totaal stortingen in reserves
190.836 0 0 190.836
190.836 0 0 190.836
190.836 0 0 190.836
0 0 0 0
-
Saldo reserve mutaties
-73.144
-73.144
-73.144
0
-
Gerealiseerde resultaat
0
-1.787.761
-3.070.558
-1.282.797
V
Zie voor nadere toelichting paragraaf “toelichting op de balans”
51
Balans BALANS PER 31 DECEMBER 2021
Omschrijving der activa
Boekwaarde
Boekwaarde
31-12-2021
31-12-2020
Omschrijving der passiva
Vaste activa 36.574.311 36.574.311
Financiële vaste activa - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Boekwaarde
31-12-2021
31-12-2020
Vaste passiva
Materiële vaste activa - Investeringen met een economisch nut
Boekwaarde
32.052.126 32.052.126
0 0
0
Eigen vermogen
8.957.762 1.000.000
1.000.000
- Bestemmingsreserves
4.887.205
4.460.349
- Het gerealiseerde resultaat volgend uit ovezicht van baten en lasten
3.070.558
1.864.079
0 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Totaal vaste activa
36.574.311
32.052.126
Vlottende activa
24.684.166
45.528
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Overige vorderingen - Uitzettingen in Rijks schatkist
- Openbare lichamen
6.684.166
7.375.053
- Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
18.000.000
18.000.000 33.641.928
4.860.047
5.202.257 1.503.462
60.889
8.790
2.645.122
3.690.005
Vlottende passiva
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 474.751
290.204
- Banksaldi
464.960
270.722
- Kassaldi
9.791
19.482
- Overige schulden
4.600.610 600.610
- Overige kasgeldlening
- Vooruitbetaalde bedragen
1.694.932
2.286.640
1.609.750
1.295.012
met een specifiek bestedingsdoel
0
0
- Overige nog te ontvangen bedragen
85.182
991.627
1.957.962 1.957.962
4.000.000
Overlopende passiva Overlopende activa
32.699.481
37.740
2.154.035
Liquide middelen
25.375.053
- Onderhandse leningen van:
Totaal vaste passiva Voorraad
7.324.428
- Algemene reserve
5.407.030
5.211.524
- De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel:
- Nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen
- Nog te betalen bedragen
Europese overheidslichamen
65.490
220.670
Overige Nederlandse overheidslichamen
683.804
0
4.657.736
4.990.854
Totaal vlottende activa
7.075.257
7.816.841
Totaal vlottende passiva
10.007.639
7.169.486
Totaal generaal
43.649.568
39.868.967
Totaal generaal
43.649.568
39.868.967
52
Toelichting op de balans Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarden. Alle in deze jaarrekening verantwoorde bedragen zijn vermeld in hele euro’s. Balans Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden het jaar na ingebruikneming lineair afgeschreven volgens een stelsel afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Voor de gehanteerde afschrijvingstermijnen wordt verwezen naar de nota ‘Activa en afschrijvingen 2020’. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Voorraad De voorraad wordt gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Op basis van verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting. Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan de balansdatum, waarvan de omvang en/of het tijdstip op balansdatum onzeker zijn, doch redelijkerwijs en betrouwbaar zijn te schatten. Voor de afwikkeling van de verplichting is een uitstroom van middelen noodzakelijk.
53
Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossing. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Resultaatbepalingsgrondslagen De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar.
Vaste activa Materiële vaste activa De investeringen met economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde ultimo
31-12-2021
31-12-2020
Bedrijfsgebouwen
8.177.953
8.909.520
Grond en terreinen
905.000
1.005.701
Vervoersmiddelen
18.247.721
12.819.477
Machines, apparaten en installaties
103.693
96.336
ICT (overige materiële vaste activa)
1.177.157
1.405.518
Brandveiligheidsvoorzieningen (overige materiële vaste activa)
7.895.650
7.749.392
Oefenen (overige materiële vaste activa)
56.178
51.404
Jeugdbrandweer (overige materiële vaste activa)
10.960
14.778
36.574.311
32.052.126
54
Het volgende overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer: Categorie Bedrijfsgebouwen
Boekwaarde 1-1-2021 8.909.518
Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde 2021 2021 2021 31-12-2021 86.226 370.168 447.624 8.177.953
Grond en terreinen
1.005.701
0
Vervoersmiddelen
12.826.173
6.971.337
Machines, apparaten en installaties
100.701
0
905.000
1.549.789
18.247.721
96.336
25.047
17.691
103.693
ICT
1.281.227
229.529
333.599
1.177.157
Brandveiligheidsvoorzieningen
7.866.989
1.107.638
1.078.977
7.895.650
51.404
18.634
13.860
56.178
14.778 32.052.126
0 8.438.411
3.818 3.445.357
10.960 36.574.311
Oefenen Jeugdbrandweer
470.869
In 2021 is er sprake van 470.869 euro aan desinvesteringen. Dit wordt veroorzaakt door het overdragen van kazerne Heeten aan gemeente Raalte. Op basis van de nota “Activa en afschrijvingen 2020” is er een schattingswijziging op de investeringscategorieën uitgevoerd. Deze wijziging ziet toe op de ingeschatte economische levensduur van de activa. Sinds het vaststellen van de vorige nota in 2013 deden zich veranderingen voor in de activa van VRIJ (zoals voer- en vaartuigen, bluskleding, uniformen, ander materieel) en in inzichten wat betreft passende afschrijvingstermijnen. Deze veranderingen zijn met de nieuwe nota geoperationaliseerd. Voor alle aanwezige activa is de resterende economische levensduur aangepast met de laatste inzichten. Uitzondering hierop zijn de reeds aanwezige tankautospuiten. Deze blijven in gebruik op basis van de initiële inschatting, waar de nieuwe tankautospuiten een langere economische levensduur kennen. Alle herrekeningen resulteren in afschrijvingslasten die 162.982 euro lager zijn dan geraamd. De investeringen passen binnen het (meerjaren)beleid van de veiligheidsregio en er is derhalve geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid. Per investering is een format ingevuld met inhoudelijke en financiële verantwoording, deze zijn bij team financiën beschikbaar. Financiële vaste activa Boekwaarde 31-12-2021
Boekwaarde 31-12-2020
Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
0
0
Totaal
0
0
Vlottende activa Voorraad Het saldo van de voorraad bestaat uit de volgende component: Boekwaarde 31-12-2021
Boekwaarde 31-12-2020
Voorraad: Gereed product en handelsgoederen
45.528
37.740
Totaal
45.528
37.740
55
Dit betreft het centraal magazijn operationele kleding kazerne Raalte Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde per 31-12-2021
Soort vordering Vorderingen op openbare lichamen
Voorziening voor oninbaarheid
Boekwaarde per 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2020
2.154.035
0
2.154.035
1.503.462
60.889
0
60.889
8.790
Uitzettingen in Rijks schatkist
2.645.122
0
2.645.122
3.690.005
Totaal
4.860.047
0
4.860.047
6.022.310
Overige vorderingen
De vorderingen op openbare lichamen zijn in 2021 ruim 600.000 euro hoger. De afrekening FLO met de gemeenten Deventer, Kampen en Zwolle is hoger door afwikkeling versneld sparen binnen het FLO 75% overgangsrecht. De uitzetting in Rijks schatkist is 1.000.000 euro lager, door de toenemende inhaalslag (vervangings)investeringen. Er zijn geen bedragen aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de veiligheidsregio buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden.
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Boekwaarde 31-12-2021
Boekwaarde 31-12-2020
Banksaldi
464.960
270.722
Kassaldi
9.791
19.482
Totaal
474.751
290.204
Het krediet in rekening-courant is vastgesteld op 200.000 euro.
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft in de schatkist te worden aangehouden. In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2021 hebben er geen overschrijdingen van het drempelbedrag plaatsgevonden.
56
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) 2021 (1)
Drempelbedrag
341 Kwartaal 1
(3a) = (1) > (2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
(2)
1.000 Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
222
209
221
267
119
131
779
733
-
-
-
-
(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) (4b) (4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
45.400 45.400 -
Tot 1 juli 2021 (1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 Vanaf 1 juli 2021 (1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het Drempelbedrag begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
341
Kwartaal 1 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
1.000
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
19.959
19.020
20.321
24.560
90
91
92
92
222
209
221
267
Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Boekwaarde 31-12-2021 Vooruitbetaalde bedragen Nog te ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel (overige Nederlandse overheidslichamen) Overige nog te ontvangen bedragen Totaal
Boekwaarde 31-12-2020
1.609.750
1.295.012
0
0
85.182
991.627
1.694.932
2.286.639
De nog te ontvangen bedragen 2021 zijn fors lager ten opzichte van 2020. In dat jaar stond er nog een correctie open van 650.000 euro schatkistbankieren. Zie voor verdere toelichting bijlage 6 ‘Overzicht overlopende activa en passiva’.
57
Eigen Vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Boekwaarde 31-12-2021
Boekwaarde 31-12-2020
Algemene reserve
1.000.000
1.000.000
Bestemmingsreserves
4.887.205
4.460.349
5.887.205
5.460.349
Gerealiseerd resultaat
3.070.558
1.864.079
Totaal
8.957.762
7.324.428
Het verloop in 2021 wordt in volgend overzicht per reserve weergegeven. Reserves
Boekwaarde 01-01-2021
Algemene reserve
1.000.000
Transistie Meldkamer
950.000
Ontwikkelingen Veiligheidsregio
209.274
Egalisatiereserve kapitaallasten
3.201.075
Egalisatiereserve opleiden & oefenen Totaal
Toevoeging
Onttrekking
Bestemming Vermindering ter Boekwaarde 31resultaat vorig dekking van 12-2021 boekjaar afschrijvingen 1.000.000
200.000
750.000 500.000
190.836
63.980
190.836
263.980
709.274 3.327.931
100.000 5.460.349
100.000 500.000
0
5.887.205
De stortingen en onttrekkingen egalisatiereserve kapitaallasten zijn structureel van karakter daar deze verbonden is aan de meerjaren Investeringsbegroting en dient als opvang fluctuaties afschrijvingslasten. Zie voor verdere toelichting bijlage 2 ‘Staat van reserves en voorzieningen’ en bijlage 3 ‘Toelichting reserves’. Resultaat Onder ‘gerealiseerd resultaat’ is het resultaat ná mutaties in de reserves opgenomen. Hiervan wordt het volgende overzicht gegeven: Totaal saldo baten en lasten Bij: mutaties in de reserves (zie toelichting rekening van baten en lasten) Resultaat
-2.997.414 V -73.144 V -3.070.558 V
58
Vaste schulden De overname/ investeringen van het (brandweer)materieel maakt het voor Veiligheidsregio IJsselland noodzakelijk leningen af te sluiten. Een gedeelte kan tijdelijk volgens de geldende kasgeldlimiet worden gefinancierd met kortlopende leningen. Voor het resterende deel zullen langlopende leningen moeten worden afgesloten. In 2021 is geen langlopende lening afgesloten. Voor de tijdelijke overname van de negen brandweerkazernes is per 1 januari 2014 in totaal 28,9 miljoen euro geleend van de betreffende gemeenten. Bij het aantrekken van deze leningen voor de huisvesting is de looptijd van de lening per kazerne afgestemd op de resterende herzieningstermijn (herzieningstermijn is maximaal tien jaar). Jaarlijks betaalt Veiligheidsregio IJsselland aflossing aan de desbetreffende gemeente. In 2021 is kazerne Heeten terug geleverd aan de gemeente Raalte. In bijlage 1 vindt u een overzicht van alle leningen inclusief rente en aflossing 2021.
Vlottende passiva Vlottende schulden korter dan een jaar De in de balans opgenomen netto vlottende schulden met een looptijd van een jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden:
Boekwaarde 31-12-2021
Boekwaarde 31-12-2020
Overige schulden
4.600.610
1.957.962
Totaal
4.600.610
1.957.962
De stand per 31-12-2021 van nog te betalen facturen is 600.610 euro. De 4.000.000 euro is een kasgeldlening welke in januari 2022 weer is afbetaald..
Overlopende passiva De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Boekwaarde 31-12-2021 Van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
Boekwaarde 31-12-2020
749.294
220.670
Nog te betalen bedragen
4.657.736
4.990.854
Totaal
5.407.030
5.211.524
In 2021 is de subsidie Europese samenwerking crisisbeheersing INPREP afgewikkeld. Voor handhaving Corona Toegang Bewijs is 1.377.135 euro subsidie ontvangen van het
59
ministerie V & J. De 11 deelnemende gemeenten hebben voor 693.331 euro aan declaraties ingediend. Het overschot dient te worden terug gestort. Zie voor verdere toelichting bijlage 6 ‘Overzicht overlopende activa en passiva’. Financiële positie van Veiligheidsregio IJsselland Gemeenten die aan de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio IJsselland deelnemen, zijn wettelijk verplicht zodanig financieel bij te dragen aan de regeling dat de begroting daarvan altijd sluitend is. De algemene reserve heeft het karakter van een weerstandsreserve. De reserve bedraagt per 31 december 2021 één miljoen euro.
Niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen Arbeidskosten Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Deze personele lasten worden verantwoord in het jaar waarin de uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan verlofaanspraken. Verlofsaldi 2021: 23.874 uren. Dit totale saldo is circa 13,0 fte en heeft een waarde van 906.966 euro (gemiddelde loonsom 2021 = 69.748 euro). Het betreft een kortlopende arbeidskosten gerelateerde verplichting met een jaarlijks vergelijkbaar volume, die op basis van het BBV niet op de balans mag worden opgenomen. Meerjarige financiële verplichtingen Leverancier