2. Toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg-Oost 96a Hoogenweg'
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg-Oost 96a Hoogenweg
Inhoudsopgave
Vaststellingsbesluit Toelichting
5 7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldend planologisch regime 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
8 8 8 10 11 12
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
13 13 13
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 18 25
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en Cultuurhistorie 4.11 Verkeer / parkeren
32 32 34 36 36 37 39 40 42 45 46 47
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
48 48 48
Hoofdstuk 6
51
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
52 52 52
Bijlagen bij de toelichting
53
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
54
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
76
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai
116
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek industrielawaai
146
Bijlage 5
Watertoets
158
Bijlage 6
QS flora- en fauna
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1
166
197 Inleidende regels Begrippen
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 2
198 198
Artikel 2
Wijze van meten
203
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap Groen - Landschapselement Wonen - Besloten heideontginningslandschap
204 204 207 209
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
212 212 213 214 216 217
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
218 218 219
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 3
221 222
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 4
Vaststellingsbesluit
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 5
Dummy vaststellingsbesluit
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 7
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voor de locatie aan de Kanaalweg-Oost 96a in Hoogenweg (gemeente Hardenberg) is een plan ontwikkeld. Het plan heeft betrekking op de realisatie van een nieuwe woning. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het realiseren van een nieuwe woning niet mogelijk. Dit omdat het aantal woningen per bouwperceel niet meer mag bedragen dan het bestaande aantal of het aantal dat op de verbeelding is aangegeven. Aangezien in de huidige situatie geen woning aanwezig is of op de verbeelding aangegeven is, is de realisatie van een nieuwe woning in strijd met het vigerende bestemmingsplan. In het vigerende bestemmingsplan is er geen afwijkingsbevoegdheid opgenomen om de nieuwe woning mogelijk te maken. Ook is er geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarvan gebruik gemaakt kan worden, om de nieuwe woning mogelijk te maken. Een herziening van het vigerende bestemmingsplan is derhalve noodzakelijk. Voorliggende bestemmingsplanherziening is opgesteld om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Ligging Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan ligt aan de Kanaalweg-Oost 96a in Hoogenweg. De locatie ligt aan de rand van Hardenberg met het Overijsselsch kanaal ertussen. Het plangebied bestaat deels uit het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Ambt-Hardenberg, sectie Z en perceelnummer 4858. In figuur 1.1 is een topografische foto opgenomen waarop de ligging van het plangebied globaal is aangegeven (rode pijl). De onderlinge afstand tussen het plangebied en Hardenberg bedraagt circa 440 meter. Aan de oostzijde van het plangebied ligt het buurtschap Hoogenweg. De onderlinge afstand tussen het plangebied en dit buurtschap bedraagt circa 750 meter. Verder ligt het plangebied in de buurt van diverse woon- en agrarische percelen en een industrieterrein.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 8
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Atlas van Overijssel) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 op een luchtfoto aangegeven (rood omkaderd). Het plangebied wordt zowel aan de noord- als zuidzijde begrensd door woningen/woonpercelen. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Kanaalweg-Oost en het Overijsselsch kanaal. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verder verwezen naar de verbeelding behorende bij het voorliggende bestemmingsplan.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 9
Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) 1.3
Geldend planologisch regime
Er zijn op het plangebied meerdere bestemmingsplannen van toepassing die door de gemeenteraad van gemeente Hardenberg zijn vastgesteld, waaronder: Buitengebied Hardenberg, vastgesteld op 2 december 2014; Buitengebied Hardenberg, herziening regels, vastgesteld op 26 september 2016; Facetherziening parkeren Hardenberg, vastgesteld op 17 juli 2018; Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven, vastgesteld op 21 juni 2022. Het laatst genoemde bestemmingsplan is voor onderhavig plangebied niet relevant, aangezien er geen agrarisch bedrijf aanwezig is. Aan het plangebied is de enkelbestemming 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap' en 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' toegekend. De gronden en bouwwerken zijn daarmee onder meer bestemd voor het agrarische gebruik en wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen. In figuur 1.3 is een uitsnede opgenomen van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan, waarop de geldende bestemmingen en het plangebied (rood omkaderd) te zien zijn. Het plangebied is daarop indicatief rood omkaderd.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 10
Figuur 1.3: uitsnede geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg' (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Het voornemen is om binnen de geldende bestemming een nieuwe woning te bouwen. Het toevoegen van een extra woning past echter niet bij recht in het vigerende bestemmingsplan. Dit omdat alleen het bestaande aantal woningen zijn toegestaan of op de verbeelding moet zijn aangeduid dat er een woning is toegestaan. Aangezien in de huidige situatie binnen het plangebied geen woning aanwezig is en de verbeelding niet aangeeft dat een woning is toegestaan, is het voornemen in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Ook is het niet toegestaan om een woning te bouwen op agrarische gronden. In het vigerende bestemmingsplan is er geen afwijkingsbevoegdheid opgenomen om de nieuwe woning mogelijk te maken. Ook is er geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarvan gebruik gemaakt kan worden, om de nieuwe woning mogelijk te maken. Een herziening van het vigerende bestemmingsplan is derhalve noodzakelijk. Voorliggende bestemmingsplanherziening is opgesteld om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. 1.4
De bij het plan behorende stukken
Voorliggend bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Kanaalweg-Oost Hoogenweg' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0160.0000BP00445-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 11
96a
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 12
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Huidige situatie
In de huidige situatie zijn er binnen het plangebied een kapschuur en kast van de drukriolering aanwezig. De schuur heeft een oppervlakte van 70 m². In figuur 2.2 is een vooraanzicht van het plangebied vanaf de Kanaalweg-Oost opgenomen, waarop de schuur en kast van de drukriolering te zien zijn. Zoals reeds in hoofdstuk 1 is beschreven, ligt het plangebied aan de Kanaalweg-Oost, een weg in het buitengebied. Het maximumsnelheidsregime van deze weg bedraagt 60 km/u en de weg bestaat uit klinkers. Er zijn geen parkeervoorzieningen aanwezig. Verder liggen in de nabije omgeving woningen en agrarische gronden. Aan de overzijde van het Overijsselsch kanaal ligt een industrieterrein, waar diverse bedrijven aanwezig zijn, onder andere een rioolservice, keukenwinkel en een betoncentrale.
Figuur 2.1: huidige situatie plangebied, vanaf de Kanaalweg-Oost (bron: Street View ) 2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie zal de kapschuur worden gesloopt, zodat de nieuwe woning kan worden gebouwd. Voor de woning zijn de gebruikelijke bouwregels voor woningen in het buitengebied van toepassing, zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, herziening regels'. Het uitgangspunt is dat het nieuwe woonerf vanuit ruimtelijk oogpunt een onderdeel gaat worden van het bestaande erf aan de Kanaalweg-Oost 98 in Hoogenweg. Het bestemmingsvlak voor het nieuwe erf moet daarmee naar het oosten worden opgerekt, zodat er ook een tuin achter de woning kan worden aangelegd. De nieuwe woning op het
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 13
perceel wordt als schuurwoning vormgegeven ter vervanging van een lage kapschuur van 70 m². In de huidige situatie is er sprake van een open ruimte met een doorkijk op het achterliggende landschap. Om in de toekomstige situatie nog steeds een doorkijk te hebben op het achterliggende landschap, wordt de resterende open strook op het perceel als kruidenrijk grasland aangelegd die niet bebouwd mag worden. Dit is tevens een welkome aanvulling op de biodiversiteit. Gelet op dat het plangebied smal is, is er geen ruimte aanwezig voor een extra aanplant langs de randen van het woonerf. Op het voorerf worden hoogstam fruitbomen aangeplant waarmee er geen lintbebouwing gerealiseerd wordt, maar meer een erf. Op de zuidelijke erfgrens zal een wilde ligusterhaag geplant worden waarmee de bestaande schuttingen uit het zicht worden genomen. Op het achtererf wordt een solitaire Zilverlinde aangeplant die de woning verzacht. Tezamen met de bestaande haag aan de noordzijde (geen eigendom) wordt de kavel op deze manier passend in het besloten heideontginningslandschap ingepast. De gebiedskenmerken worden versterkt (rechtlijnigheid, uitgelijnde bebouwing, perceelgrensbeplanting). Ten slotte wordt aansluitend op een bestaand bosperceel van de buren een bosperceel aangelegd. Alle 'groene' investeringen dragen bij aan een verbetering van de biodiversiteit.
Hiermee wordt voldaan aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van de provincie. Door aan dit bosperceel de bestemming 'Groen - Landschapselement' toe te kennen, wordt de instandhouding van de natuurlijke waarden in de toekomst beschermd. Zowel de sloop van de bestaande schuur, landschappelijke inpassing van de nieuwe woning als de 'groene' investeringen zijn onderdeel van het als Bijlage 1 bij de toelichting en regels van voorliggend bestemmingsplan opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan. Door dit ruimtelijk kwaliteitsplan op te nemen in de regels van voorliggend bestemmingsplan en te koppelen aan een voorwaardelijke verplichting, kan de uitvoering en instandhouding van de in het ruimtelijk kwaliteitsplan opgenomen uitgangspunten juridisch worden geborgd. Daarmee wordt de beoogde versterking van de ruimtelijke kwaliteit gegarandeerd. In figuur 2.2 is het erfinrichtingsplan opgenomen en in figuur 2.3 het beplantingsplan van de landschapsmaatregelen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 14
Figuur 2.2: erfinrichtingsplan t.b.v. nieuwe woning a/d Kanaalweg-Oost 96a te Hoogenweg (bron: erfontwikkelaar)
Figuur 2.3: beplantingsplan landschapsmaatregelen (bron: erfontwikkelaar) Het ruimtelijk kwaliteitsplan voorziet tevens in een beeldkwaliteitsplan. Dit beeldkwaliteitsplan vormt na vaststelling het toetsingskader voor het bouwplan van de
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 15
schuurwoning met een architectuurstijl passend bij het erf. Hiermee is de hiërarchie tussen de bebouwing, dat een essentieel onderdeel van de beeldkwaliteit is, geborgd. Binnen het kader is er voldoende ruimte om een eigen ontwerp van de schuurwoning te ontwikkelen. Om de eenheid in het gebied te bewaken zijn er wel randvoorwaarden opgesteld voor vormgeving, materialisatie, en beplanting. De voorkomende schuren op de erven in dit deel van het Vechtdal zullen als inspiratie moeten dienen. Voor een gedetailleerde uitwerking van de randvoorwaarden wordt kortheidshalve verwezen naar het ruimtelijke kwaliteitsplan opgenomen als Bijlage 1 bij de toelichting en regels van voorliggend bestemmingsplan. In figuur 2.4 zijn enkele referentiebeelden opgenomen die laten zien hoe de schuurwoning er ongeveer uit moet zien.
Figuur 2.4: referentiebeelden v.d. beoogde schuurwoning (bron: erfontwikkelaar)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 16
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets Voorliggend plan haakt aan bij meerdere prioriteiten uit de NOVI. Zo is sprake van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied, omdat er rekening gehouden wordt met het landschap en de omliggende bestaande woningen. Verder is er sprake van voldoende ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie en kan met de realisatie van voorliggend plan worden bijgedragen aan meer woningen in Nederland.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 17
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Voorliggend bestemmingsplan maakt de sloop van een kapschuur en realisatie van een nieuwe woning mogelijk.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in de onderstaande twee uitspraken een heldere lijn gemaakt, om te bepalen of een woningbouwontwikkeling wel of geen stedelijke ontwikkeling is: 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921); 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Op basis van deze uitspraken wordt geconcludeerd dat er pas vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onderhavig bestemmingsplan maakt 1 nieuwe woning mogelijk. Derhalve wordt geconcludeerd dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking kan achterwege worden gelaten. Ook wanneer de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is, zal gemotiveerd moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In de navolgende hoofdstukken wordt hierop nader ingegaan. 3.2
Provinciaal beleid Overijssel
3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 18
3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 19
Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: De huidige woonbestemming moet worden uitgebreid, waardoor gronden worden onttrokken aan de Groene Omgeving. Dit wordt gedaan, omdat voor het realiseren van de woning met bijbehorende bouwwerken en tuin binnen de bestaande woonbestemming geen voldoende
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 20
ruimte aanwezig is. Met de uitbreiding van de woonbestemming wordt deze gelijkgetrokken met die van de buren, waardoor dit vanuit ruimtelijk oogpunt niet vreemd is voor deze locatie. Daarbij moet worden opgemerkt dat de nieuwe woning binnen een bestaande bebouwingscluster zal worden gebouwd, waarbinnen al meerdere woningen met bijbehorende bouwwerken en tuingronden zijn gelegen. Hierdoor wordt de bebouwingscluster als het ware afgemaakt. Door verder rekening te houden met een open doorzicht naar het achterliggende landschap, de bestaande schuur te slopen, landschapsmaatregelen op te nemen en door een extra investering te doen voor de Groene Omgeving, wordt geacht dat er geen onevenredig beslag op de ruimte binnen de Groene Omgeving wordt gelegd. Derhalve wordt geconcludeerd dat sprake is van een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, zoals bedoeld in artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening van provincie Overijssel. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Zoals reeds is beschreven zal de nieuwe woning landschappelijk goed worden ingepast en zal er een oude schuur gesloopt worden.
Hiervoor is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarvan de uitgangspunten zijn gebaseerd op de gebiedskenmerken van het besloten heideontginningslandschap. Verder zal de nieuwe woning met zijn aard, karakter en schaal aansluiten op de omliggende woningen en wordt er een extra investering gedaan voor de Groene Omgeving. Dit wordt in de regels van voorliggend bestemmingsplan geborgd middels een voorwaardelijke verplichting. Daarmee wordt de versterking van de ruimtelijke kwaliteit gagarandeerd en voldoet het plan aan artikel 2.1.5 uit de Omgevingsverordening van provincie Overijssel. Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.
Doorwerking voor voorliggend plan: Onderhavig plan heeft betrekking op de uitbreiding van een reeds bestaande woonbestemming in het buitengebied van de gemeente Hardenbeg, zodat er een nieuwe woning kan worden gebouwd. Als tegenprestatie wordt de bestaande schuur met een oppervlakte van 70 m² gesloopt, wordt de nieuwe woning landschappelijk ingepast en wordt er een aanvullende investering gedaan in de Groene Omgeving in de vorm van een bosplantsoen en een kruidenstrook. Zowel de sloop van de bestaande schuur, landschappelijke inpassing van de nieuwe woning als de 'groene' investeringen zijn onderdeel van het als Bijlage 1 bij de toelichting en regels van voorliggend bestemmingsplan opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan. Door dit ruimtelijk kwaliteitsplan op te nemen in de regels van voorliggend bestemmingsplan en te koppelen aan een voorwaardelijke verplichting, kan de uitvoering en instandhouding van de in het ruimtelijk kwaliteitsplan opgenomen uitgangspunten juridisch worden geborgd. Daarmee wordt de beoogde versterking van de ruimtelijke kwaliteit gegarandeerd. Gelet op de tegenprestatie en de goede borging middels voorliggend bestemmingsplan, wordt geacht dat een verdere investering Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving niet nodig is en dat het plan voldoet aan artikel 2.1.6 uit de Omgevingsverordening van provincie Overijssel.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 21
Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen lid 1 Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Doorwerking voor voorliggend plan: De gemeente Hardenberg beschikt over het programma 'Wonen Hardenberg 2019-2025', waarin de visie over toekomstige woonopgaven wordt gegeven. Hierop wordt in paragraaf 3.3.2 ingegaan. Vervolgens wordt onderhavige ontwikkeling aan het programma getoetst. Geacht wordt dat daarmee voldaan wordt aan artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening van provincie Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang, aangezien het plangebied in het buitengebied ligt. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven. Het plangebied is globaal aangegeven met een rode markering.
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenk aart, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) In dit ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet worden beperkt en dienen initiatieven aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Doorwerking voor voorliggend plan: In de nabije omgeving liggen geen agrarische bedrijven die door onderhavig plan beperkt zouden kunnen worden. Tevens is de nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf op deze locatie, gelet op de aanwezigheid van de bestaande woningen, al niet mogelijk, waardoor ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw niet extra beperkt worden. Gelet op dat de nieuwe woning verder aangesloten wordt op de omliggende bebouwing, wordt geacht dat onderhavige ontwikkeling in overeenstemming is met de ambitie van het geldende ontwikkelingsperspectief.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 22
Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen', zie figuur 3.3 waarop het plangebied globaal met een markering is aangeduid.
Figuur 3.3: Natuurlijk e laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de uitbreiding van een bestaande woonbestemming en realisatie van een nieuwe woning. Met het inpassen van de woning in het landschap kan rekening gehouden worden met de al dan niet aanwezige kenmerken van de natuurlijke laag, waaronder met de opzet van de bebouwing en kaprichting. Geacht wordt dat hiermee voldaan wordt aan ambities van de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Jong heide- en broekontginningslandschap' aan het gebied toe, zie figuur 3.4 waarop het plangebied globaal met een markering is aangeduid.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 23
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Daarnaast zijn vanaf 1750 vanuit de landgoederen en buitens ook veel van de voormalige heidegronden voor de jacht en houtproductie bebost. Dit heeft geresulteerd in grote en kleinere landbouwontginningslandschappen en in landschappen van grote boscomplexen en (nooit ontgonnen) heidevelden, zoals op de Sallandse Heuvelrug. Ten opzichte van omliggend essenen hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld.
Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’ landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen worden tot deze categorie gerekend, omdat van het oorspronkelijke landschap niets meer terug te vinden is. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de uitbreiding van de bestaande woonbestemming en realisatie van een nieuwe woning. Daarmee wordt geen afbreuk gedaan aan de bestaande dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten. De geldende gebiedskenmerken zijn als uitgangspunt genomen voor de herontwikkeling van het plangebied en doorvertaald naar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgenomen als Bijlage 1 bij de toelichting en regels van voorliggend
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 24
bestemmingsplan. Derhalve wordt geacht dat er voldaan wordt aan de ambities van de laag van het agrarische cultuurlandschap. Stedelijke laag en de laag van de beleving De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving' hebben binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijven daarom verder buiten beschouwing. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
Algemeen De gemeente Hardenberg heeft een eigen omgevingsvisie vastgesteld in 2021. Hierin is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt (tot 2040). Deze visie is tot stand gekomen door participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. Dit verhaal heet 'Landstat Hardenberg', waarin de functie voor de hele regio verder is uitgebouwd. De rode draad in de gemeente Hardenberg is als volgt: De gemeente Hardenberg en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel. Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen.
De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. 1. de groei vasthouden en doortrekken; 2. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; 3. ruimte als troefkaart; 4. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 25
Thema's De omgevingsvisie van de gemeente Hardenberg is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Gezien de ligging van het plangebied in het buitengebied is thema 1 vooral van belang. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied Ten aanzien van dit thema heeft de gemeente Hardenberg 6 ambities opgesteld: 1. De gemeente wil, naast de eigen inwoners, aan 1.000 nieuwe huishoudens een plaats geven; 2. De gemeente wil jongeren vasthouden of naar de gemeente laten terugkeren; 3. De gemeente wil hoger opgeleiden met jonge gezinnen verleiden; 4. De gemeente wil flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen; 5. De gemeente wil meer mogelijkheden voor wonen in het landelijk gebied zoeken; 6. De gemeente wil zoeken naar mogelijkheden voor huisvesting van tijdelijke werknemers uit het buitenland. Gebiedsgericht beleid De gemeente zet zich al sinds een lange tijd in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
In het gebiedsgericht beleid wordt voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen beschreven. Bij de totstandkoming van dit beleid waren zowel bewoners als professionals betrokken. De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK's) die als natuurlijke onderlegger vormen voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. Het plangebied ligt in deelgebied 6 "RADEWIJK, HOOGENWEG, BRUCHTERVELD, SIBCULO", met het landschapstype "Besloten heideontginningslandschap". De huidige ruimtelijke kwaliteiten betreffen: Rechthoekige kleinschalige verkaveling Stuwwal bij grens met Duitsland; Bebouwingslint Hoogenweg; Verspreide bebouwing langs wegen, verspreid liggende erven; Rechthoekige erven in de verkavelingsrichting; Strak, rechtlijnig wegen patroon, zandwegen bij de stuwwal; Wegbeplanting, verspreide bosjes, perceelgrensbeplanting. De ontwikkelvisie in dit deelgebied is: Faciliteren van bestaande functies; Ontwikkeling agrarisch grondgebruik: verbreding (kamperen bij de boer); Bij bedrijfsbeëindiging mogelijkheden hergebruik VAB; Toename van de biodiversiteit in stuwwal Sibculo, Kloosterhaar. Toets Onderhavig bestemmingsplan maakt een nieuwe woning binnen een bestaande bebouwingscluster in het buitengebied van de gemeente Hardenberg mogelijk.
De realisatie van een nieuwe woning draagt bij aan de ambities van de gemeente, zoals die in de thema 'Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied' zijn opgenomen. Bij de realisatie van de woning en bijbehorende erf worden de geldende gebiedskenmerken
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 26
van het besloten heideontginningslandschap als uitgangspunt genomen en middels extra landschapsmaatregelen verder versterkt. Ook vindt er een extra investering plaats voor de Groene Omgeving in de vorm van een bosplantsoen. Dit is in overeenstemming met het gebiedsgerichte beleid waarbinnen het plangebied ligt. Gelet op het vorenstaande wordt geacht dat onderhavig plan voldoet aan de Omgevingsvisie Landstat Hardenberg. 3.3.2
Toekomstvisie Hardenberg 2013-2023
Algemeen De toekomstvisie voor de gemeente Hardenberg is vastgesteld door de gemeenteraad van Hardenberg op 23 april 2013. De toekomstvisie kent drie doelstellingen: 1. samenhang in diverse gemeentelijke beleidsvelden ondersteunen; 2. een helder profiel naar buiten toe creëren; 3. strategische politieke keuzes maken. Het resultaat is een visie met strategische keuzes die een duidelijke ontwikkelingsrichting geeft. De toekomstvisie is een levend document dat de gemeente geregeld zal bijstellen om in te kunnen spelen op nieuwe kansen en mogelijkheden. Het biedt houvast voor de lange termijn koers van de gemeente. Programmalijn wonen Mensen waarderen de leefbare woonomgeving van de gemeente Hardenberg. Voorzieningen en de fysieke leefomgeving spelen daarbij een belangrijke rol. Voor het vitaal houden van de kernen, dienen alle leeftijdsgroepen te kunnen blijven wonen. Vanwege demografische ontwikkelingen (kleinere huishoudens, vergrijzing) zal er anders gebouwd moeten worden. Daarnaast zijn extra starterswoningen nodig. De gemeente wil naar behoefte bouwen, waarbij het zwaartepunt ligt op de kernen Hardenberg en Dedemsvaart. De centrale voorzieningen hebben een functie voor alle inwoners van de gemeente en voor de regio Noordoost Overijssel. Kwaliteit kan voor deze voorzieningen alleen met een groot draagvlak en via centralisatie gerealiseerd worden.
Het publieke belang dat de gemeente hierbij heeft, is het verbeteren van het ondernemersklimaat en woonklimaat voor alle inwoners en bezoekers van de gemeente Hardenberg en regio. Deze voorzieningen zijn in eerste instantie in de kern Hardenberg aanwezig, zoals het ziekenhuis, theater, voortgezet en MBO onderwijs en het winkelgebied. Het kan hierbij ook om extra zorgvoorzieningen en bijzondere sportactiviteiten gaan, of bijvoorbeeld om een aantrekkelijk centrum met leuke plekken om uit te gaan en een prominente rol voor de Vecht. In Dedemsvaart gaat het om aanvullende voorzieningen, zoals het voortgezet onderwijs, zorginstellingen en het winkelgebied dat op kopen gericht is, terwijl het winkelgebied in de kern Hardenberg meer de functie heeft van recreatief winkelen. De gemeente wil deze centrale voorzieningen versterken. De doelstellingen binnen de programmalijn wonen zijn onder meer: bouwen op basis van behoefte; bouwen voor doelgroepen; duurzaam bouwen; zorg voor kwetsbare groepen en onderlinge hulp; bevorderen van een veilige en leefbare woonomgeving; bevorderen zelfredzaamheid van de samenleving. Toets Onderhavig bestemmingsplan maakt een nieuwe woning in het buitengebied van de gemeente Hardenberg mogelijk. De woning zal duurzaam worden gebouwd, in die zin dat het een gasloze woning zal zijn met voldoende zonnepanelen om te voorzien in de
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 27
energiebehoefte. Verder zijn er voldoende voorzieningen aanwezig op fiets- en auto afstand en is er sprake van een veilige en leefbare woonomgeving door de aanwezigheid van meerdere woningen in de omgeving. Gelet op dat middels onderhavig plan kan worden bijgedragen aan het verwezenlijken van meerdere doelstellingen in de programmalijn wonen, wordt geacht dat er voldaan wordt aan de 'Toekomstvisie Hardenberg 2013-2023'. 3.3.3
Programma Wonen
Algemeen Het Programma Wonen is op 26 maart 2019 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld. Het programma legt de woonambities van de gemeente Hardenberg voor de langere termijn vast, maar voorziet daarnaast in concrete maatregelen voor de eerstvolgende twee jaar. Ambitie 'rust en ruimte, met oog voor elkaar ook in de toekomst' In de gemeente Hardenberg is het al jaren goed wonen, werken en leven. Door de ligging in het groene Vechtdal en de vele aantrekkelijke kleine kernen ervaren inwoners en bezoekers de rust, ruimte en veiligheid die de gemeente Hardenberg kenmerkt. Tegelijkertijd zijn er met Hardenberg en Dedemsvaart twee stedelijke kernen waar de werkgelegenheid zich concentreert en alle voorzieningen te vinden zijn. Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente Hardenberg het komende decennium zal blijven groeien. In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Volgens de prognoses is er in de gemeente Hardenberg de komende tien jaar behoefte aan ruim 1.600 nieuwe woningen. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen de diverse kernen.
Zo zijn ‘steden’ Hardenberg en Dedemsvaart in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens van buiten onze gemeente en zijn de dorpen en buurtschappen vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf. De afgelopen jaren is, mede door de ladder voor duurzame verstedelijking, sterk ingezet op woningbouw op locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Het bouwen van woningen op inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt. De juiste woning voor elk huishouden Doorstromers vormen de grootste groep op de woningmarkt. Hardenberg is een echte gezinsgemeente. In deze levensfase zijn huishoudens op zoek naar een ruimere woning of wil men doorstromen van een huur- naar een koopwoning. Het aanbod aan ruime grondgebonden koopwoningen dat vanuit de bestaande voorraad op de markt komt, is te klein om te voorzien in de verwachte vraag. Ontwikkelaars hebben veel interesse om voor de groep doorstromers te bouwen. Er wordt ruimte geboden dit te doen, maar hierbij wordt wel meegewogen dat er geen sprake is van een overschot aan gezinswoningen op termijn. De gemeente Hardenberg vergrijst in hoog tempo. Dat is niet uitzonderlijk voor een middelgrote gemeente in het oosten van het land, maar wel iets om rekening mee te houden in het woonbeleid. Gelukkig zijn ouderen steeds vitaler en zelfstandiger.
In het woonbeleid is daarom de keuze aan ouderen gelaten om of langer zelfstandig te wonen of door te stromen naar een meer geschikte en comfortabele woning. Toets De gemeente Hardenberg heeft de komende tien jaar behoefte aan 1.600 nieuwe woningen om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Doorstromers vormen de grootste groep op de woningmarkt die o.a. op zoek zijn naar een ruimere woning. Het aanbod aan ruime grondgebonden koopwoningen dat vanuit de bestaande voorraad op de markt komt, is te klein om te voorzien in de verwachte vraag. Middels de realisatie van de beoogde woning
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 28
binnen het plangebied, kan er voor een klein deel voorzien worden in de behoefte aan meer grondgebonden koopwoningen. Daarbij moet worden opgemerkt dat er duurzaam zal worden gebouwd (o.a. gasloos en voldoende zonnepanelen), waardoor de bewoners verzekerd zullen zijn van een ruime woning die voldoet aan de hedendaagse duurzaamheidvereisten met lage energiekosten voor een langere periode. Gelet op het vorenstaande wordt geacht dat onderhavig plan binnen het Programma Wonen van de gemeente Hardenberg past. 3.3.4
Erven met Kwaliteit
Op 28 januari 2020 heeft de gemeenteraad van gemeente Hardenberg de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' vastgesteld. Het doel van het beleid Erven met kwaliteit is de verbetering van ruimtelijke kwaliteit door de sloop van landschapsontsierende gebouwen in het buitengebied. Om sloop te stimuleren worden diverse (ruimtelijke) ontwikkelingsmogelijkheden geboden. Voor het realiseren van nieuwe woningen in het buitengebied dient er minimaal 850 m² aan landschapsontsierende gebouwen met asbest te worden gesloopt of 1.000 m² zonder asbest. Deze regeling gaat in de eerste plaats uit van de bouw van de nieuwe woning(en) op het eigen erf, dat wil zeggen op het erf van de slooplocatie. Dit uitgangspunt komt voort uit de gebiedsgerichte benadering: de slooplocatie en de ontwikkellocatie moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen. De bouw van de compensatiewoning moet daarom bij voorkeur op het bestaande erf plaatsvinden en als dat niet lukt in hetzelfde gebied. Er zijn echter slooplocaties waar de inpassing van een nieuwe woningbouwkavel ter plekke niet mogelijk of gewenst is. Bijvoorbeeld door de ligging in een agrarisch ontwikkelingsgebied, de aanwezigheid van een agrarisch bedrijf in de directe omgeving of omdat het erf er zich, door zijn opbouw, niet voor leent. Daarnaast kan de eigenaar er zelf voor kiezen om af te zien van herbouw op de eigen locatie.
In die gevallen kan elders in de gemeente een bouwlocatie worden toegekend, al dan niet via de uitgifte van een sloopbewijs. De gemeente wil voorkomen dat het buitengebied “dichtslibt” met woningen. Dat zou ten koste gaan van het groene karakter van het buitengebied. Daarom wordt het uitgangspunt gehanteerd dat nieuwe bouwkavels moeten aansluiten op bestaande bebouwing. Daarmee wordt bedoeld: een locatie op een bestaand erf in het buitengebied, in lintbebouwing of in, danwel direct aan, een dorp of buurtschap. Om landschappelijke redenen zijn echter geen nieuwe erven gewenst in het beekdallandschap en het essen- en hoevenlandschap, daar kan dus alleen op bestaande erven worden gebouwd. De begrenzing van een bestaand erf wordt bepaald door de feitelijke situatie en niet door de juridische begrenzing van de (woon)bestemming. Toets Onder normale omstandigheden is de beleidsnotitie "Erven met Kwaliteit" van toepassing. In deze beleidsnotitie is onder meer bepaald dat er 850 of 1.000 m² aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt moet worden. Aangezien er voor de aanvrager gevolgen zijn, die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de doelen in de beleidsnotitie 'Erven met Kwaliteit', wordt er in deze specifieke situatie afgeweken van de beleidsnotitie.
De bijzondere omstandigheid is dat een door de aanvrager ingediende zienswijze op het nu geldende bestemmingsplan op een gebrekkige manier is afgehandeld, waardoor er een beeld is ontstaan bij de aanvrager dat er een woning gebouwd kan worden. Hoewel er niet voldaan wordt aan de sloopeis, zoals verwoord in de beleidsnotitie "Erven met Kwaliteit", wordt er wel geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit. Dit om te voldoen aan het provinciaal beleid zoals verwoord in de Kwaliteitsimpuls Groene
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 29
Omgeving. De nieuwe woning op het perceel wordt als schuurwoning vormgegeven ter vervanging van een lage kapschuur van 70 m². De resterende open strook op het perceel zal als kruidenrijk grasland worden ingericht. Voor de nieuwe woning zal een kleine boomgaard aangelegd worden. Op de zuidelijke erfgrens zal een wilde ligusterhaag geplant worden, waarmee de bestaande schuttingen uit het zicht worden genomen. Op het achtererf wordt bij de woning een solitaire Zilverlinde aangeplant. Ten slotte wordt aansluitend op een bestaand bosperceel een bosperceel aangelegd. Alle 'groene' investeringen dragen bij aan een verbetering van de biodiversiteit. Hiermee wordt voldaan aan de Kwaliteitsimpuls Groene omgeving van de provincie. Zoals reeds beschreven is er een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld en opgenomen als Bijlage 1 bij de toelichting en regels van voorliggend bestemmingsplan. Zowel de sloop van de bestaande schuur, landschappelijke inpassing van de nieuwe woning als de 'groene' investeringen zijn daarin opgenomen. Door in de regels van voorliggend bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting op te nemenen dit te koppelen aan het ruimtelijk kwaliteitsplan, kan de uitvoering en instandhouding van de in het ruimtelijk kwaliteitsplan opgenomen uitgangspunten juridisch worden geborgd. Daarmee wordt de beoogde versterking van de ruimtelijke kwaliteit gegarandeerd. 3.3.5
Woondeal West Overijssel
Op woensdag 21 december 2022 tekenden gedeputeerde Van Haaf namens Provincie Overijssel, gemeenten en marktpartijen samen met minister De Jonge de regionale woondeals. Overijssel is de eerste provincie die hiermee de stap zet om het woningtekort aan te pakken. Voor 2030 moeten minimaal 42.300 huizen gebouwd worden. In de Overijsselse Aanpak, waarin verschillende partijen samenwerken om het woningtekort aan te pakken, is de provincie op zoek gegaan naar realistische oplossingen. De regionale woondeal ‘Wonen met kwaliteit in Overijssel’ bevat daarom een minimaal aantal te bouwen woningen voor West-Overijssel en Twente. Belangrijk uitgangspunt is dat het om betaalbare huizen gaat. De gekozen richting is met marktpartijen besproken en lijkt onder de huidige omstandigheden haalbaar. Dat betekent dat de samenwerkende partijen, waaronder de gemeente Hardenberg, in West-Overijssel minimaal 28.200 willen gaan bouwen, waarvan Twente minimaal 14.100. Samen goed voor minimaal 42.300 woningen in Overijssel. Voor gemeente Hardenberg betekent de woondeal concreet 2.440 woningen die gebouwd moeten worden. Deze behoefte is nog niet meegenomen in het Programma Wonen van de gemeente Hardenberg. Toets Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van één nieuwe woning mogelijk in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, waarmee een klein deel wordt vervuld van de 2.440 benodigde woningen.
Geacht wordt dat onderhavig plan in overeenstemming is met hetgeen verwoord in 'Woondeal West Overijssel' 3.3.6
Welstandsbeleid
Algemeen De gemeente Hardenberg vindt het belangrijk dat de kwaliteit van de gebouwen in de stad, het dorp en het buitengebied hoog blijft. De gemeente heeft dit vastgelegd in welstandsnota's en gebruikt deze nota's voor de toetsing van concrete bouwplannen. De gemeente heeft twee welstandsnota's vastgesteld, één voor de stads- en dorpskernen en één voor het buitengebied. Het gemeentebestuur wil met het welstandsbeleid zorgen,
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 30
dat ontwerpen en bouwplannen van goede kwaliteit zijn en passen in het huidige beeld. Daarom toetst de gemeente nieuwe bouwplannen aan dit welstandsbeleid. Buitengebied Voor het buitengebied geldt de 'Welstandsnota Buitengebied'. Deze nota is vastgesteld op 3 december 2013 en bestaat uit twee delen: 1. Welstandsnota deel 1; 2. Welstandsnota deel 2. Bepaalde delen van de kernen en het buitengebied zijn welstandsvrij. De gemeente wordt in de welstandstoetsing geadviseerd door de Stadsbouwmeester van het Oversticht. Toets Het plangebied ligt aan de Kanaalweg-Oost 96a in Hoogenweg. Voor deze locatie is de Welstandsnota deel 1 van belang. De geldende welstandsnota is echter niet toereikend om de beoogde beeldkwaliteit te bewerkstelligen. Daarom zijn er beeldkwaliteitseisen geformuleerd die de welstandseisen in de welstandsnota zullen vervangen. Deze beeldkwaliteitseisen gelden na vaststelling als toetsingskader bij de beoordeling of een bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Voor de concrete inhoud van de beeldkwaliteitseisen wordt kortheidshalve verwezen naar het in Bijlage 1 bij de toelichting en regels van voorliggend bestemmingsplan opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het gemeentelijke beleid, zoals hierboven opgenomen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kanaalw eg-Oost 96a Hoogenw eg | PAGINA 31
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling. 4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt de uitbreiding van een bestaande woonbestemming en realisatie van een nieuwe woning mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is.
De realisatie van een nieuwe woning wordt tevens niet benoemd in het Besluit milieueffectrapportage, maar een meest logische aansluiting kan worden gemaakt bij: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Er geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, of met het onderhavig plan sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject', zoals bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit m.e.r. zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of