CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilseweg 1 Holtheme'

gemeenteraad 12 maart 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilseweg 1 Holtheme'18.233 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilseweg 1 Holtheme

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

4 4 4 5 6 8

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Huidige situatie plangebied

9 9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Ontwikkeling

11 11

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

14 14 16 24

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodem 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie en cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Water 5.11 Verkeer en parkeren

33 33 33 34 35 37 38 39 41 42 43 45

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opbouw van de regels 6.3 Bestemmingen

47 47 47 48

Hoofdstuk 7

50

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 2

51 51 51 51

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Bouwbedrijf Zweers is gesitueerd op de locatie Engeland 9 in Ane. In de huidige situatie worden bouwmaterialen deels buiten opgeslagen. De buitenopslag van bouwmaterialen is niet wenselijk en daarom wenst de initiatiefnemer een bedrijfsloods op het perceel, waar buitenopslag plaats vindt, te realiseren. Om de bouw van deze loods mogelijk te maken wordt een opslagloods op de locatie Kilseweg 1 te Holtheme verplaatst. De opslagloods heeft een oppervlakte van 1.049 m2. Ter plaatse van het bedrijfsperceel op de locatie Engeland 9 is nog een uitbreiding van bebouwing toegestaan. Voor het overige oppervlakte moet een compensatie plaatsvinden. In de beleidsnotitie 'Erven met Kwaliteit' is geregeld dat ter compensatie landschapontsierende bebouwing dient te worden gesloopt. Beide locaties worden middels een ruimtelijk kwaliteitsplan landschappelijk ingepast. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Voor deze ontwikkeling dient het bestemmingsplan dan ook te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. 1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bestaat uit twee locaties te weten Kilseweg 1 te Holteme en Engeland 9 te Ane. Beide locaties zijn gelegen in het buitengebied van gemeente Hardenberg. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kernen Hardenberg en Gramsbergen weergegeven. In afbeelding 1.2 zijn de locaties Kilseweg 1 en Engeland 9 indicatief met rode contour weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt hier en in het vervolg van dit plan verwezen naar de bij dit plan behorende verbeelding.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 4

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied in de omgeving (Bron: plattekaart.nl)

Afbeelding 1.2: Ligging van de locatie Kilseweg 1 te Holteme (links) en Engeland 9 te Ane ten opzichte van de directe omgeving (Bron: plattekaart.nl)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilseweg 1 Holtheme" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0160.0000BP00442-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 5

zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4

Geldend bestemmingsplan

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen "Buitengebied Hardenberg", "Buitengebied Hardenberg, herziening regels", “Facetherziening parkeren Hardenberg” en "Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven". Deze bestemmingsplannen zijn door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld op respectievelijk 1 oktober 2013, 26 september 2016, 17 juli 2018 en 21 juni 2022. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding behorend bij het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” opgenomen. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode belijning.

Afbeelding 1.3: Uitsnede plankaart bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg“ locatie Kilseweg 1, Holtheme (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 6

Afbeelding 1.4: Uitsnede plankaart bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg", locatie Engeland 9, Ane (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Op basis van het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” heeft het plangebied (zowel de locatie Kilseweg 1 alsook de locatie Engeland 9) de enkelbestemming 'Bedrijf - Essen- en hoevenlandschap' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Deze gronden zijn uitsluitend bestemd voor bedrijven die aangeduid zijn als categorie 1 of 2 zoals opgenomen in bijlage 8 van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" met de daarbij behorende bebouwing en voorzieningen. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. Op basis van de 'Facetherziening parkeren Hardenberg' gelden er regels omtrent parkeren, laden en lossen. 1.4.3

Strijdigheid

Hoewel het gebruik van de betreffende gronden voor bedrijfsmatige opslagdoeleinden is toegestaan zijn gebouwen echter niet toegestaan op het huidige buitenopslagterrein. Voor het bedrijf zijn twee bestemmingsvlakken opgenomen en in het bestemmingsvlak, waarin ook het opslagterrein is gelegen, zijn geen bouwmogelijkheden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders door het plangebied te voorzien van passende bestemmingen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 7

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 8 in op het vooroverleg.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 8

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1

Huidige situatie plangebied

2.1.1

Kilseweg 1, Holtheme

De locatie Kilseweg 1 te Holtheme bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, op circa 2 kilometer ten noordoosten van de kern Gramsbergen. De omgeving kenmerk zich door agrarische cultuurgrond met daarin verspreid liggende woonfuncties en agrarische bedrijven. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Kilseweg en de Overijsselse Vecht en aan de noordoostzijde wordt het plangebied begrenst door een woonbestemming. De overige zijden van het plangebied worden begrensd door agrarische cultuurgronden. In de huidige situatie is diverse bedrijfsbebouwing en een bedrijfswoning op de locatie aanwezig. Op de locatie is er sprake van een loods die erg dicht op de achtergevel van het woonhuis staat. Voor deze loods op deze plek is geen herinvulling c.q. nieuwe functie voorzien en daarom is het plan om de loods te verplaatsen. In afbeelding 2.1 is via een luchtfoto de ligging van de locatie Kilseweg 1 en de te slopen loods (gele contour) indicatief weergegeven.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto locatie Kilseweg 1 te Holteme (Bron: PDOK)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 9

2.1.2

Engeland 9, Ane

De locatie Engeland 9 te Ane bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, op circa 1,7 kilometer van de kern Ane. Het bedrijventerrein behorende bij het hier aanwezige bouwbedrijf wordt door de Kleinebuulsdijk, dat een openbare weg is, opgesplitst in twee delen. Aan de noordoostzijde van de Kleinbuulsdijk zijn verschillende bedrijfsgebouwen aanwezig. Dit betreft een totaal oppervlakte van 1.950 m2. Binnen de bedrijfsbestemming is, ten westen van de bedrijfsbebouwing, een bijgebouw van de naastgelegen woning aanwezig. Het terrein dat gelegen is direct aan de zuidwestzijde van de Kleinbuulsdijk is in gebruik als buitenopslagterrein. De buitenopslag bestaat voornamelijk uit bouwmaterialen en materialen voor het bouwbedrijf. Op dit perceel is tevens de bedrijfswoning van de eigenaar van het bouwbedrijf gevestigd. Op de naastgelegen grond, nabij het bijgebouw van de bedrijfswoning, zijn zonnepanelen aanwezig. In afbeelding 2.2 is middels een luchtfoto de ligging van de locatie Engeland 9 in de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 2.2: Luchtfoto locatie Engeland 9 te Ane (Bron: PDOK)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 10

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In hoofdstuk 2 is ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan. 3.1

Ontwikkeling

3.1.1

Algemeen

Initiatiefnemer is voornemens om een bestaande loods te verplaatsen op het perceel behorende bij het bouwbedrijf aan de Engeland 9 in Ane. Het betreft het perceel dat nu fungeert als buitenopslagterrein voor het bouwbedrijf. Initiatiefnemer wenst de loods op de locatie Kilseweg 1 te verplaatsen. De nieuwe loods wordt gesitueerd tussen de huidige loods van het bouwbedrijf aan de noordoostkant en de bedrijfswoning van de eigenaar van het bouwbedrijf aan de zuidwestkant. In afbeelding 3.1 is de te verplaatsen loods (Kilseweg 1) en de gewenste locatie op het perceel Engeland 9 inzichtelijk gemaakt.

Afbeelding 3.1: De te verplaatsen loods (links Engeland 9, rechts Kilseweg 1) (Bron: Eelerwoude) 3.1.2

Erfinrichting en landschappelijke inpassing

Een belangrijk onderdeel van de voorgenomen ontwikkeling is de inpassing van de locaties Kilseweg 1 en Engeland 9 in het landschap. Door Eelerwoude is in voorliggend geval een landschappelijk inpassingsplan opgesteld welke is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. Hieronder wordt per locatie kort samengevat wat de landschapsmaatregelen zijn.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 11

3.1.2.1 Kilseweg 1, Holtheme Door de sloop van de loods op het erf aan de Kilseweg 1 komt een groot achtererf vrij waar een nieuwe invulling voor nodig is. Het erf ligt aan de rand van het essen- en hoevenlandschap in het Vechtdal. De erven zijn veelal compact van opzet. In de gewenste situatie wordt op het achtererf een fruitboomgaard gerealiseerd. Tussen het erf van de woning en het achterliggende bedrijf wordt een halfverhard boerenpad aangelegd. Zo ontstaat er verbinding tussen de woning en het bedrijf. De halfverharding zorgt voor infiltratie van het water in de bodem. In het midden van het erf wordt een gazon/speelgras aangelegd. Dit gedeelte fungeert tevens als tuin van de woning. Achter de bedrijfsbebouwing wordt een bosplantsoen aangelegd.

Afbeelding 3.2: Landschappelijk inpassingsplan Kilseweg 1, Holtheme (Bron: Eelerwoude) 3.1.2.2 Engeland 9, Ane De inpassing van de loods op de locatie Engeland 9 gaat uit van de bestaande situatie met een groene omzooming. Het landschappelijk inpassingsplan ziet toe op een verbreding van de groene omzooming tot minimaal 4,7 meter en tot tenminste 8 meter breed langs de doorgaande weg. Het erf ligt in het essen- en hoevelandschap. De erven zijn compact van opzet en veelal omsloten met houtsingels, geriefbosjes en erfgroen. Vanuit het beleid 'Erven met kwaliteit' is het wenselijk dat wordt aangesloten bij bestaande erven. Door het uitbreiden en versterken van de landschappelijke singels wordt hier op ingespeeld. Er wordt zoveel mogelijk kwaliteit toegevoegd aan de randen van het erf. De huidige houtsingels worden versterkt met inheemse soorten om de biodiversiteit te verhogen. Ten noordoosten van het bedrijf wordt een nieuwe houtsingel aangelegd om een betere landschappelijke inpassing te creëren en de biodiversiteit toe te voegen. Voor een goede bereikbaarheid van de loods blijft de huidige verharding gehandhaafd. De schutting bij de bedrijfswoning wordt verlaagd. De bomenstructuur/-laan langs Engeland wordt ook versterkt door de aanplant van enkele extra bomen.

Tot slot worden de bestaande zonnepanelen, welke gevestigd op de grond ten westen van de bedrijfswoning, verplaatst naar het dak van

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 12

de nieuwe loods.

Afbeelding 3.3: Landschappelijk inpassingsplan Engeland 9, Ane (Bron: Eelerwoude)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 13

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 14

eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de toenmalige Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' 4.1.2.2 Toetsing aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' Nieuwe planologische bouwmogelijkheden van enige omvang kwalificeren zich als zodanig en zijn ‘Ladderplichtig’. Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er in het geheel geen sprake is van toename van het ruimtebeslag (bijv. bij functiewijziging), dan is de Afdelingslijn dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zo overweegt de Afdeling in haar uitspraak van 10 december 2014 (201310814/1/R1): “12.6. Het betoog van Lunchroom Deli en andere dat het plan in zoverre in strijd is met

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 15

artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, omdat is voorzien in een functiewijziging binnen de bestaande bebouwing, kan niet slagen. In deze situatie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro, aangezien de bebouwing reeds aanwezig is en er geen nieuw beslag op de ruimte plaatsvindt. Van belang daarbij is dat het plan naar het oordeel van de Afdeling slechts is gericht op een verruiming van de gebruiksmogelijkheden.” Echter in een recentere uitspraak (201311211/1/R3) van de Raad van State d.d. 18 februari 2015 is sprake van een uitbreiding van de planologische gebruiksmogelijkheden van feitelijk bestaande units in een bedrijfsverzamelgebouw. De Afdeling overweegt: “Voor zover [appellant sub 1] en anderen betogen dat in de Staat van bedrijfsactiviteitendeels bedrijfsactiviteiten staan genoemd waarvoor de units in de bedrijfsverzamelgebouwen niet eerder mochten worden verhuurd, oordeelt de Afdeling dat het plan hiermee niet voorziet in een zodanige functiewijziging dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zoals zij eerder heeft overwogen (uitspraak van 10 december 2014 in zaak nr.

201310814/1/R1) is daarbij van belang dat met een verruiming van de gebruiksmogelijkheden geen nieuw beslag op de ruimte plaatsvindt.” Het onderstreepte “zodanige functiewijziging” suggereert dat er functiewijzigingen – zonder enige toename van bebouwing – kunnen zijn die wel “zodanig” zijn, dat zij kunnen worden aangemerkt als een nieuwestedelijke ontwikkeling. Een functiewijziging “sec” die van invloed is op het woon-, leef- en ondernemersklimaat elders, door die invloed kan kwalificeren als “zodanige functiewijziging”, zodat sprake is van een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling. Gelet op het feit dat: er in dit specifieke geval sprake is van het verplaatsen van een loods binnen het buitengebied van de gemeente Hardenberg; er geen sprake is van onevenredige leegstand elders als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling; er geen sprake is van nieuw beslag op de ruimte, omdat het gaat om het verplaatsen van bebouwing; er sprake is van een ontwikkeling die in het kader van een ‘goede ruimtelijke ontwikkeling’ aanvaardbaar is; wordt gesteld dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven. 4.1.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld, deze zijn beide in 2018 geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 16

Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden.

Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 17

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidsk euzes Bij de afweging in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn de artikelen 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (ruimtelijke kwaliteit) en 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op deze artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

lid 2: Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is;

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 18

dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 leden 1 en 2 In voorliggend bestemmingsplan wordt een loods verplaatst binnen het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Hierbij is geen sprake van een uitbreiding van bebouwing in de gemeente Hardenberg. Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van extra ruimtebeslag en tevens het bestaande erf wordt benut. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit lid 1: In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. lid 2: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. lid 3: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd lid 5: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 leden 1, 2, 3 en 5 Zoals blijkt uit paragraaf 3.1.2 wordt het plangebied landschappelijk ingepast conform de ter plaatse aanwezige gebiedskenmerken. Daarnaast wordt de huidige buitenopslag opgeruimd en inpandig opgeslagen in de beoogde loods. Het voornemen gaat daarmee gepaard met een kwaliteitsimpuls.

De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied. Gelet hierop wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5, lid 1, 2, 3 en 5 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.6 lid 1: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving lid 1. Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen -met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5.- voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 lid 1 De ontwikkeling ziet toe op het verplaatsen van een loods in het buitengebied van de

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 19

gemeente Hardenberg. Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hardenberg. Deze meerwaarde vertaalt zich in: Het landschappelijk inpassen van het perceel Kilseweg 1; 1. realisatie van een fruitboomgaard; 2. de aanleg van halfverharding wat zorgt voor infiltratie van water in de bodem; 3. de aanleg van een gazon; 4. de aanleg van een bosplantsoen achter de bedrijfsbebouwing Het landschappelijk inpassen van het perceel Engeland 9; 1. verbreding van bestaande groene omzooming om het perceel; 2. het versterken van huidige houtsingels met inheemse soorten om de biodiversiteit te verhogen; 3. aanleg van nieuwe houtsingel ten noordoosten van het bedrijf; 4. het verhogen van de biodiversiteit; 5. het versterken van de bomenstructuur/-laan door de aanplant van enkele extra bomen; 6. het verplaatsen van de zonnepanelen naar het dak van de nieuwe loods. Samengevat worden geen extra vierkante meters in het buitengebied van de gemeente Hardenberg mogelijk gemaakt. Het plan voorziet in het landschappelijk inpassen van beide locaties. De investeringen in de ruimtelijke kwaliteit staan in verhouding tot de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving.

In paragraaf 4.2.4.2 wordt beschreven dat het project past binnen de geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven De ontwikkeling op de locatie Kilseweg 1 bestaat enkel uit het slopen van een loods. In de beoogde situatie blijft de bestemming ongewijzigd en wordt dit ingericht als erf. De locatie Kilseweg 1 wordt daarom buiten beschouwing gelaten. De locatie Engeland 9 kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. De locatie Engeland 9 is indicatief met rode belijning weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 20

Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) 'Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” In de huidige situatie is een bouwbedrijf gevestigd op de locatie Engeland 9 in Ane. De beoogde loods wordt op dit perceel gesitueerd. Er is geen sprake van een uitbreiding van de bestaande bedrijfsbestemming. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw worden in de beoogde situatie niet meer beperkt.

4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijk initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat de locatie niet ligt in het stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'Stedelijke laag' en de 'Laag van beleving' buiten beschouwing gelaten worden aangezien deze (oorspronkelijke) waarden niet meer voorkomen in het plangebied en redelijkerwijs ook niet meer te herstellen is. 1. De 'Natuurlijke laag' De locatie Engeland 9 is op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. In afbeelding 4.3 is een uitsnede van de

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 21

kaart met betrekking tot de natuurlijke laag opgenomen. Het plangebied is met het rode kader indicatief weergegeven.

Afbeelding 4.3: Uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) 'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag” In de beoogde situatie wordt het perceel op de locatie Engeland 9 landschappelijk ingepast conform de ter plaatse aanwezige gebiedskenmerken. De ontwikkeling draagt hierbij mee aan de kenmerken van het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben ideeën over schoonheid nooit een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten.

Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie Engeland 9 is op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Oude hoevenlandschap'. In afbeelding 4.4 is een uitsnede van de kaart met betrekking tot de laag van het agrarisch

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 22

cultuurlandschap opgenomen. Het plangebied is met het rode kader indicatief weergegeven.

Afbeelding 4.4: Uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel) 'Oude hoevenlandschap' Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Zoals blijkt uit Hoofdstuk 3 en het landschappelijk inpassingsplan in Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan wordt het plangebied landschappelijk ingepast conform de ter plaatse aanwezige gebiedskenmerken.

Het voornemen draagt bij aan de gebiedskenmerken van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 23

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

4.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 4.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. de groei vasthouden en doortrekken; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; c. ruimte als troefkaart; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.

De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 24

omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons.

Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. 4.3.1.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie.

Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied, waar het plangebied onderdeel van is. Hardenberg in Balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende: 1. De gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. De gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving: 3. De gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; 4. De gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht; 5. De gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6. De gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 25

4.3.1.4 Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. Bij het maken van dit beleid waren zowel bewoners als professionals betrokken. De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. In dit geval ligt het plangebied in een agrarisch ontwikkelingsgebied. Dit zijn de open heideen veenontginningen waarin vaak de wijkenstructuur nog in het landschap is te vinden. Ontwikkelingen in deze gebieden dragen bij aan een vitale, veerkrachtige landbouw, ook van meer grootschalige agrarische functies. Het gebied biedt mogelijkheden voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. 4.3.1.5 Aandachtspunten voor natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten in het landelijk gebied blijven voortdurend aandacht vragen. Natuur en landschap staan onder druk, vanwege de energietransitie, klimaatmaatregelen en de transitie in de landbouw. Tegelijk vormen deze ontwikkelen juist een kans om bij te dragen aan de Landstad Hardenberg en de ‘regio van het gezonde leven’.

In de dialoog ‘bouw je eigen buurt’ was de zorg voor een gezonde en groene leefomgeving een speerpunt. Een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing van vrijkomende agrarische bebouwing is hiervan een voorbeeld. De regeling ‘Erven met kwaliteit’ (voorheen rood-voor-rood) blijft hierbij het kader. Dit sluit aan bij de landelijke trend om meer ruimtelijke kwaliteit toe te voegen in de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit ziet de gemeente als “datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. De provincie gebruikt deze omschrijving ook. Ambities: De gemeente geeft een extra kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving waarbij de verschillende landschappen herkenbaarder worden. Gebiedsgerichte projecten versterken enerzijds de landschappelijke relaties en biodiversiteit in het landelijk gebied zelf en anderzijds de relatie tussen het landelijk gebied en de kernen. Dit overstijgt de huidige perceelsgerichte benadering. De gemeente zoekt naar nieuwe economische dragers in het landelijk gebied om gebiedsgerichte projecten te kunnen financieren. Een voorbeeld is het bieden van ruimte aan tweede woningen. De investeringsruimte die hiermee ontstaat zet de gemeente in voor kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving van het buitengebied.

De gemeente onderzoekt hoe inkomsten uit grootschalige(r) toekomstige ontwikkelingen in het landelijk gebied kunnen inzetten voor de kwaliteit van de groene leefomgeving. Denk aan koppeling van geldstromen rond de energietransitie of klimaatadaptatie. Dit kunnen ook nieuwe economische dragers in het landelijk gebied worden. De gemeente stimuleert groenblauwe diensten ter ondersteuning van de gebiedsgerichte projecten. Deze dragen bij aan nieuwe kwaliteitsimpulsen voor de groene leefomgeving. Gebieden die voor extra kwaliteitsimpulsen in aanmerking komen is onder andere het gebied in Radewijk. Het gaat daarbij om het toevoegen van landschapselementen in de kleinschalige landschappen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 26

4.3.1.6 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' Ten aanzien van het thema 'Hardenberg in Balans' geldt dat het initiatief bijdraagt aan het vitaal houden van het landelijk gebied en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het initiatief draagt om twee manieren bij aan het vitaal houden van het landelijk gebied en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Dat gebeurt enerzijds door het verplaatsen van de loods naar een locatie in het buitengebied waar buitenopslag en verrommeling wordt voorkomen en anderzijds door het landschappelijk inpassen van beide locaties in het buitengebied van gemeente Hardenberg. De landschappelijke inpassing van de beide locaties ziet er als volgt uit: Het landschappelijk inpassen van het perceel Kilseweg 1; 1. realisatie van een fruitboomgaard; 2. de aanleg van halfverharding wat zorgt voor infiltratie van water in de bodem; 3. de aanleg van een gazon; 4. de aanleg van een bosplantsoen achter de bedrijfsbebouwing Het landschappelijk inpassen van het perceel Engeland 9; 1. de verbreding van bestaande groene omzooming om het perceel; 2. het versterken van huidige houtsingels met inheemse soorten om de biodiversiteit te verhogen; 3. aanleg van nieuwe houtsingel ten noordoosten van het bedrijf; 4. het verhogen van de biodiversiteit; 5.

het versterken van de bomenstructuur/-laan door de aanplant van enkele extra bomen; 6. het verplaatsen van (een gedeelte) van de zonnepanelen naar het dak van de nieuwe loods. Tot slot geldt voor de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten dat specifiek benoemd is dat het beleid 'Erven met kwaliteit' bijdraagt aan een versterking van deze kwaliteiten. Onderhavige ontwikkeling is daar een voorbeeld van. Samenvattend wordt gesteld dat het initiatief past binnen de omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'. 4.3.2

Beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit'

4.3.2.1 Inleiding De gemeente Hardenberg heeft in februari 2020 de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' vastgesteld. Aanleiding voor het opstellen van deze notitie is de gehouden evaluatie van het rood voor rood beleid van de gemeente Hardenberg. Dit beleid dateert uit 2006 en is, na een eerste evaluatie in 2010, in het voorjaar van 2019 opnieuw geëvalueerd. Uitkomst van deze evaluatie is, dat het beleid niet meer goed aansluit bij de huidige praktijk. Daarom is besloten om het beleid te vervangen door nieuw beleid, met ruimere toepassingsmogelijkheden. De doelstelling van het beleid blijft echter onveranderd, namelijk de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied, door de sloop van landschapsontsierende gebouwen. 4.3.2.2 Gebiedsgerichte benadering Het bestemmingsplan Buitengebied (2014) kent een gebiedsgerichte benadering. De basis hiervoor is gelegd in de visienota Buitengebied. De gebiedsgerichte benadering houdt in, dat in het ruimtelijk beleid rekening wordt gehouden met de zes verschillende landschapstypen in de gemeente, te weten de open en besloten veenontginningen, de open en besloten heideontginningen, de essen en hoevenlandschappen en de beekdalen van de Vecht en de Reest. Per landschapstype verschillen de bouw- en ontwikkelingsmogelijkheden.

Zo zijn de grootschalige, open heideen veenontginningslandschappen aangewezen als agrarische ontwikkelingsgebieden, omdat landbouw de functie is die het best bij de gebiedskenmerken past. In de kleinschaliger gebieden wordt daarnaast ook veel ruimte geboden voor andere functies, zoals wonen, natuur en recreatie. Het beleid kent een functionele gebiedsgerichte benadering. Dat wil zeggen dat in de

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 27

gebieden die primair zijn aangewezen voor de landbouw zeer terughoudend wordt omgegaan met de toepassing van rood voor rood voor nieuwe woningen. Daar wordt de “nee, tenzij” benadering toegepast. Het gaat dan om de gebieden die in de visienota Buitengebied zijn aangewezen als agrarisch ontwikkelingsgebied, te weten: Bergentheim-Zuid, Dedemsvaart-Zuid, Slagharen-De Krim en Westerhuizingerveld. In de overige gebieden wordt de “ja, mits” benadering toegepast. Deze benadering houdt in dat in agrarische ontwikkelingsgebieden wel schuren als landschapsontsierend kunnen worden aangemerkt maar dat in deze gebieden geen nieuwe woningen worden toegestaan, vanwege de mogelijke belemmering voor de landbouwontwikkeling. 4.3.2.3 Landschapsontsierend Het belangrijkste uitgangspunt voor het bepalen van de landschapsontsierendheid van een gebouw is dat een erf niet op zichzelf staat, maar een eenheid vormt met het landschap. De eenheid tussen het erf en zijn omgeving komt tot uiting in stedenbouwkundige opzet en de landschappelijk structuur van het gebied. (hoe gaat het erf op in zijn omgeving). Per landschapstype verschilt de stedenbouwkundige opzet en de landschappelijk structuur.

Of een gebouw landschapsontsierend is, moet worden bezien in relatie tot de gebiedskenmerken (uit de LIK en de welstandsnota) en wordt bepaald door een aantal kenmerken, te weten: het volume; de vorm van het gebouw; het materiaalgebruik; het kleurgebruik; de uitstraling; de situering op het erf; de passendheid bij de overige bebouwing op het erf. Daarnaast kan een gebouw ook als landschapsontsierend worden aangemerkt als het geen (potentiële) gebruikswaarde meer heeft. Een gebouw waarvan aannemelijk is gemaakt dat het niet voor andere (economische) doeleinden geschikt is heeft namelijk geen gebruikswaarde, komt leeg te staan, verloedert en wordt daarmee vanzelf landschapsontsierend. 4.3.2.4 Andere ontwikkelingsmogelijkheden De te slopen landschapontsierende gebouwen kunnen worden ingezet voor andere ontwikkelingen dan woningbouw. Een loods ten behoeve van een bouwbedrijf wordt gezien als een gebiedsvreemde ontwikkeling. Hierbij gelden de volgende sloopverhoudingen. Oppervlakte extra te bouwen Bouw/sloopverhouding gebiedsvreemde ontwikkeling Met asbest Zonder asbest tot 100 m2 1:2 1:3 tot 500 m2 1:3 1:4 > 500 m2 1:4 1:5 In het bestemmingsvlak van het bouwbedrijf aan Engeland 9 in Ane aan de noordoostzijde van de Kleinebuulsdijk zijn er voor het bouwbedrijf nog bouwmogelijkheden op grond van het bestemmingsplan.

Omdat hier 1.950 m2 aan bedrijfsbebouwing staat zou hier nog 490 m2 (=25% uitbreiding) extra toegestaan kunnen worden. Deze bouwmogelijkheid wordt in onderhavig bestemmingsplan wegbestemd en deze vierkante meters worden ingezet voor de realisatie van de opslagloods aan de andere kant van de Kleinebuulsdijk. Voor het verplaatsen van de loods moet nog 559 m2 (1.049 - 490 m2) aan compensatie plaatsvinden. Onderstaand de aangepaste berekening van de oppervlakte aan landschapsontsierende bebouwing dat gesloopt moet worden: Oppervlakte Met asbest Zonder asbest Eerste 100 m2 200 m2 (1:2) 300 m2 (1:3) Volgende 400 m2 1.200 m2 (1:3) 1.600 m2 (1:4) Resterende 59 m2 236 m2 (1:4) 295 m2 (1:5)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Engeland 9 Ane en Kilsew eg 1 Holtheme | PAGINA 28

Totaal:

1.436 m2

2.195 m2

Conform de bedoelingen van het beleid, kan het oppervlakte van de bestaande loods (1.049 m2) afgetrokken worden van het totaal van de compensatieberekening, mits de loods aan de Kilseweg 1 te Holtheme niet herbouwd kan worden. Deze bouwmogelijkheid wordt in onderhavig bestemmingsplan wegbestemd. Na aftrek van de vierkante meters van de bestaande loods blijft er nog (1.436 - 1.049) 387 m2 (met asbest) of (2.195 - 1.049) 1.146 m2 (zonder asbest) over aan te slopen oppervlakte aan landschapsontsierende bebouwing. Dit te slopen oppervlakte wordt gesloopt op de locatie Vliermansweg 2 te Ane. Het nog te slopen oppervlakte aan landschapsontsierende bebouwing is opgenomen als voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan. De sloop van landschapsontsierende bebouwing is op deze manier in het bestemmingsplan geborgd. 4.3.2.5 Toetsing van het initiatief aan de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' In voorliggend geval wordt op de locatie Kilseweg 1 een loods gesloopt. Op de locatie Engeland 9 wordt een loods van 1.049 m2 toegevoegd. Gezien de bouwmogelijkheid van 490 m2 (uitbreiding op grond van het vigerende bestemmingsplan) en het nog te slopen oppervlakte op de locatie Vliermansweg 2 te Ane in het buitengebied van gemeente Hardenberg van 387 m2 (met asbest) of 1.146 m2 (zonder asbest) kan de gewenste loods worden gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13859458/1