2. Onderbrengen RJS IJsselland bij GGD IJsselland - brief van GGD IJsselland en RSJ IJsselland (met bijlagen)
Tekst van het document
5.
provincies en gemeenten , voor zover van toepassing. De in het tweede lid bedoelde stukken liggen , zodra zij aan het algemeen bestuur zijn overgelegd , voor een ieder ter inzage en zijn algemeen verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. Het algemeen bestuur beraadslaagt over de jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee weken na de openbare
kennisgeving. Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking hebben. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling , doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten.
Artikel 51a 1. Het algemeen bestuur beslist of een batig saldo van de jaarrekening niet meer dan voor de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk is wordt toegevoegd aan de reserves of geheel of gedeeltelijk aan de deelnemers wordt uitgekeerd. 2. Het algemeen bestuur beslist of een nadelig saldo van de jaarrekening geheel of gedeeltelijk ten laste van het volgende dienstjaar , de bestaande reserves of de deelnemers wordt gebracht. Artikel 52 Vervallen met ingang van 01-01-2017.
HOOFDSTUK XII
Archief Artikel 53 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van GGD IJsselland en haar organen , overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen en aan gedeputeerde staten mee te delen regeling. 2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden , bedoeld in lid 1 , overeenkomstig de door het dagelijks bestuur vast te stellen nadere regeling. 3. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan. 4. De beheerder van de in het vorige lid aan te wijzen archiefbewaarplaats oefent overeenkomstig de regeling als bedoeld in het eerste lid toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van GGD IJsselland en haar organen , voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
HOOFDSTUK XIII 14
Toetreding , uittreding , wijziging , opheffing Artikel 54 1. 2. 3.
Een gemeente kan toetreden wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van ten minste tweederde van de deelnemende gemeenten daarmee instemmen. In een besluit van het algemeen bestuur , bedoeld in lid 1 , kan de toetreding afhankelijk worden gesteld van de voldoening aan bepaalde voorwaarden door de betrokken gemeente. De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het besluit van het algemeen bestuur als bedoeld in lid 1 is genomen , tenzij het besluit een latere datum van ingang heeft.
Artikel 55 1. Toetreding en uittreding van gemeenten is mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s , zoals die wettelijk is voorgeschreven. Een college dat wenst uit te treden maakt het voornemen tot uittreding per aangetekende brief kenbaar aan het algemeen bestuur. 2. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding , de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding , welke worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. 3. Het uittredingsplan bevat in ieder geval de financiële , juridische , personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende gemeente. 4. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende gemeente. 5. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het dagelijks bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van het college van de uittredende gemeente en het dagelijks bestuur.
Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht , wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur , waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van het college dat voornemens is uit te treden. 6. De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van het kenbaar maken van het voornemen van uittreding. Tevens kan de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van maximaal 5% op de uittreedsom toepassen om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende gemeente van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 7. Het college dat voornemens is uit te treden wordt gedurende een termijn van twaalf weken in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het concept-uittredingsplan. 8. Uiterlijk twaalf maanden nadat het college zijn voornemen tot uittreding overeenkomstig het eerste lid bekend heeft gemaakt stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende gemeente omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 9.
Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende gemeente de mogelijkheid tot overname van personeel , activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en 15
verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het college-besluit tot uittreding. 10. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld en het college definitief heeft besloten uit te treden , a. geldt voor de uittreding uit de regeling een opzegtermijn van 1 jaar , ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar , b. is de uittredende gemeente gehouden om binnen 6 maanden de voor haar vastgestelde financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen , tenzij het algemeen bestuur unaniem tot het hanteren van een andere termijn besluit. Artikel 56 1.
2. 3.
4.
5.
Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen , wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van ten minste tweederde van de deelnemende gemeenten tot de wijziging hebben besloten. Het college van een gemeente kan het algemeen bestuur een voorstel doen tot wijziging van de
regeling. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht en hieromtrent besluit , doet het dagelijks bestuur van GGD IJsselland een daartoe strekkend voorstel toekomen aan de colleges van de deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur van GGD IJsselland kan een voorstel tot wijziging van de regeling voorleggen aan de colleges van de deelnemende gemeenten indien het voorstel voortvloeit uit wettelijke verplichtingen en/of uit besluiten van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur wint omtrent een voorstel , bedoeld in het derde en vierde lid , advies in van de desbetreffende portefeuillehoudersoverleggen en commissies als bedoeld in de artikelen 20 , 21 , 22 en 23.
Artikel 57 1. De regeling wordt opgeheven wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van ten minste tweederde van de deelnemende gemeenten tot deze opheffing hebben besloten. 2. In geval van beëindiging van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van bepalingen van de regeling worden afgeweken. 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur , de colleges van de deelnemende gemeenten gehoord , vastgesteld. 4. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de beëindiging van de regeling. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel en regelt ook de gevolgen voor de door GGD IJsselland en haar organen gevormde archieven. 5. De organen van GGD IJsselland blijven , zo nodig , na het tijdstip van de beëindiging van de regeling in functie , totdat de liquidatie is voltooid. 6. De opheffing gaat in op een door het algemeen bestuur te bepalen ingangsdatum. Artikel 58 Voor het wijzigen van , het toetreden tot en het uittreden uit een gemeenschappelijke regeling hebben de colleges toestemming nodig van hun gemeenteraden , zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
HOOFDSTUK XIV Overgangs- en slotbepalingen 16
Artikel 59 1. De regeling geldt voor onbepaalde tijd. 2. De regeling wordt van kracht met ingang van 1 januari 2009. 3. Met ingang van 1 januari 2009 , wordt de ‘Gemeenschappelijke regeling Regio IJssel-Vecht 2005’ , vastgesteld bij besluit van het algemeen bestuur van 29 september 2005 , sedertdien gewijzigd , ingetrokken. Artikel 60 1. Het college van de gemeente Zwolle draagt zorg voor de bekendmaking als bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 61 Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland’.
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van de Regio IJssel-Vecht op 18 december 2008 en nadien gewijzigd door besluiten van het algemeen bestuur van GGD IJsselland op 2 december 2010 , 13 december 2012 , 15 december 2016 , 12 december 2019 , 19 maart 2020 , 11 juli 2024 en p. m. (nog in te vullen).
M. W. J. van Willigen , voorzitter
I. A. Schulting , secretaris
17
Liquidatieplan RSJ IJsselland Overgang
van
rechten en plichten naar GGD IJsselland per 31 december 2025
4 april 2025 CONCEPT als bijlage bij het collegevoorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland en 7 e wijziging GR GGD
IJsselland.
Liquidatieplan RSJ IJsselland
Voorwoord Als uitkomst van de verkenning naar wat nodig is om het RSJ om te vormen tot een robuuste en wendbare organisatie die ook in de toekomst adequaat kan acteren bij veranderende behoeften , heeft het bestuur van RSJ IJsselland in december 2024 als richting geformuleerd een fusie met de GGD nader te verkennen. In het document ‘Samen robuust’ hebben GGD en RSJ deze verkenning vormgegeven. De conclusie is dat GGD IJsselland voor het RSJ een duurzaam robuuste organisatorische inbedding biedt , die beantwoordt aan de bestuurlijke opdracht. Bovendien zijn er zowel inhoudelijke als organisatorische
synergievoordelen. Op basis hiervan ligt bij de colleges van de deelnemende gemeenten het besluit voor om de taken van het RSJ per 1 januari 2026 over te brengen naar GGD IJsselland. Juridisch krijgt dit vorm door de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland aan te passen , met inachtneming van de specifieke afspraken over verdeling van rollen , taken en bevoegdheden zoals die binnen RSJ gelden. De gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland wordt door deze beweging overbodig. Juridisch betekent dit dat kan worden besloten tot beëindiging van het RSJ. Het besluit tot beëindiging van de gemeenschappelijke regeling wordt genomen door de colleges van B&W. De gemeenteraden moeten in de gelegenheid worden gesteld hierop hun zienswijze te geven. In tweede lezing vraagt het college van B&W vervolgens toestemming aan de raad voor de beëindiging van de regeling. De regeling wordt opgeheven wanneer blijkt dat de colleges van tenminste twee derde van de deelnemers tot deze
opheffing hebben besloten. De gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland bepaalt (artikel 26) dat een liquidatieplan moet worden opgesteld. In het artikel wordt bepaald wat in ieder geval in het plan moet worden opgenomen: Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot bijdragen in de financiële gevolgen van de beëindiging van de regeling. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de
opheffing heeft voor het personeel en regelt bedrijfsvoeringsorganisatie gevormde archieven.
ook
de
gevolgen
voor
de
door
de
Dit document bevat het bedoelde liquidatieplan. Het is een sober liquidatieplan , waarin niet wordt ingegaan op de argumenten voor de liquidatie en overdracht naar GGD IJsselland. Deze zijn opgenomen in het eerder genoemde document ‘Samen robuust’.
Michiel van Willigen Voorzitter
Liquidatieplan RSJ IJsselland
1.
Inleiding
1. 1
Achtergrond Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland
Het Regionaal Serviceteam Jeugd (RSJ) is sinds 2017 verantwoordelijk voor het uitvoeren van regionale jeugdhulptaken voor de gemeenten Dalfsen , Deventer , Hardenberg , Kampen , Olst-Wijhe , Ommen , Raalte , Staphorst , Steenwijkerland , Zwartewaterland en Zwolle (de regio IJsselland). De primaire opdracht omvat inkoop en contractmanagement voor specialistische jeugdhulp. Na verloop van tijd zijn er extra regionale opdrachten toegevoegd. In 2021 startte een traject om de rol van het RSJ scherper te definiëren. In juli 2024 besloot het bestuur van het RSJ dat het RSJ de volgende taken uitvoert: • • • •
1. 2
Inkoop volgens de regiovisie Contractmanagement , data-analyse en monitoring van jeugdzorg en het zorglandschap Monitoren van contractdoelstellingen en naleving van afspraken Procesregie op regionale en bovenregionale thema's en samenwerking , waaronder de regiovisie en Hervormingsagenda jeugd. Leeswijzer liquidatieplan
Zoals beschreven in het document ‘Samen robuust’ is besloten om de gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (hierna: GR RSJ) per 1 januari 2026 te liquideren en de taken van het RSJ over te hevelen naar de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland. Dit liquidatieplan regelt de gevolgen van de beoogde opheffing conform de wet gemeenschappelijke regelingen en de gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland. In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de volgende zaken: • • •
Hoofdstuk 2 beschrijft de rolverdeling bij de besluitvorming over liquidatie en de daarbij te volgen procedure; Hoofdstuk 3 beschrijft de omgang met materiële en financiële zaken van het RSJ; Hoofdstuk 4 beschrijft hoe medewerkers van het RSJ overgaan naar GGD IJsselland.
Liquidatieplan RSJ IJsselland
2.
Procedurele aspecten
Op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de GR RSJ gelden de volgende stappen bij de liquidatie van de regeling. Onderstaande stappen worden tegelijkertijd genomen voor het proces van opheffen van de GR RSJ als voor de ermee samenhangende wijziging van de GR GGD IJsselland.
2. 1.
Voorstel college / toezenden (begin mei – begin juli)
Bij collegeregelingen moeten de colleges en/of de burgemeesters het voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling eerst toezenden aan de gemeenteraden. De eerste stap in het proces is dat de colleges van B&W besluiten het voorstel tot opheffing van het RSJ toe te zenden aan de
gemeenteraad. De gemeenteraad kan binnen acht weken na ontvangst van voorstel tot opheffing zijn zienswijze over voorstel tot opheffing geven bij zijn college. De raad mag ook van de mogelijkheid tot het geven van zienswijzen afzien. 2. 2.
Aanpassing voorstel (juli)
De zienswijzen worden regionaal verzameld en voorgelegd aan het bestuur RSJ , in een gecombineerde vergadering met het AB GGD op 10 juli. Indien de zienswijzen daartoe aanleiding geven , kan het voorstel worden
2. 3.
gewijzigd.
Toestemming (september – november)
Op basis van het (evt. aangepaste) voorstel neemt het college een voorlopig besluit omtrent de opheffing. Vervolgens vraagt het college de toestemming aan de gemeenteraad voor het opheffen van de regeling. Op die toestemming is afdeling 10. 2. 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van overeenkomstige toepassing. Dat betekent dat de gemeenteraad 13 weken heeft om te
Liquidatieplan RSJ IJsselland beslissen omtrent de toestemming. De termijn van 13 weken begint te lopen vanaf het moment van verzending door het college. 2. 4.
Definitief besluit (november / december)
Het college moet ook nog definitief besluiten over het opheffen van de gemeenschappelijke regeling. Het toestemmingsbesluit van de gemeenteraad moet immers voorafgaan aan het besluit van het college , zodat rekening kan worden gehouden met hetgeen in de toestemmingsprocedure aan de orde is gekomen. Het college neemt ten slotte het definitieve besluit tot wijziging van de
gemeenschappelijke regeling. Als in de vergadering van het bestuur van RSJ IJsselland blijkt dat meer dan twee-derde van de colleges dit hebben gedaan kan het bestuur constateren dat de opheffing van de GR tot stand is gekomen. Gevolgd door bekendmaking in het kader van de Wet elektronische publicaties (Wep). 2. 5.
Overdracht rechten en plichten op rechtsopvolger GGD IJsselland (1 januari 2026)
Per 1 januari 2026 treedt GGD IJsselland op als rechtsopvolger van RSJ IJsselland. Alle bezittingen en lopende verplichtingen gaan over naar GGD IJsselland. 2. 6.
Afronding liquidatie op basis van jaarrekening 2025 (januari – maart 2026)
Kanttekening bij het liquidatieplan is dat de eindbalans en saldi van diverse activa en passiva pas na 31 december 2025 opgemaakt zullen worden. De eindbalans wordt op basis van de jaarstukken 2025 van RSJ IJsselland opgesteld. Zodra de cijfers bekend zijn , kan de financiële overdracht naar GGD IJsselland plaatsvinden. Hiertoe wordt en zgn. ‘activa/passiva-transactie’ gesloten tussen de besturen van GGD en RSJ. Het bestuur van RSJ IJsselland blijft tot de jaarstukken zijn vastgesteld bevoegd als bestuur van de GR RSJ in liquidatie.
Liquidatieplan RSJ IJsselland
3.
Financiële en materiële zaken
Uitgangspunt is dat GGD IJsselland alle onderdelen van RSJ 1 op 1 (as-is) overneemt. Het gaat dan om alle bezittingen , activa , passiva , verplichtingen etc. 3. 1. Ten
Waardebepaling van de bezittingen
de aanwezige bezittingen wordt uitgegaan van de in de jaarrekening 2025 opgenomen waarde. 3. 2.
aanzien
van
Overname van de verplichtingen
Inzichtelijk zal worden gemaakt welke niet uit de balans blijkende verplichtingen er per 31 december 2025 bestaan , die overgenomen zullen worden door GGD IJsselland. In juridisch opzicht geldt dat de rechten en verplichtingen van RSJ IJsselland overgaan naar GGD IJsselland. Deze overdracht van rechten en plichten moet juridisch worden geregeld. Voor doorlopende contracten vindt dit plaats via contractovername. De contractpartners worden hiervan op de hoogte
3. 3.
gesteld.
Overdracht van vermogen
De overdracht van het vermogen en eigendommen van RSJ IJsselland vindt plaats op basis van de liquidatiebalans (jaarrekening 2025). Dit gebeurt door een activa/passiva-transactie via een onderhandse akte. Er is geen sprake van overdracht van onroerend goed of andere zaken waarvoor een notariële akte vereist is. 3. 4.
Archief
Conform de Archiefwet 1995 dient een liquidatieplan bepalingen te bevatten over de overdracht van archieven. Het archief van RSJ IJsselland wordt overgedragen aan GGD IJsselland.
Liquidatieplan RSJ IJsselland
4.
Personele aangelegenheden
4. 1.
Personeelsbestand
Op het moment van opstellen van dit liquidatieplan werken 18 mensen bij het RSJ. Daarvan zijn elf medewerkers voor onbepaalde tijd in dienst , hebben drie medewerkers een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en worden vier medewerkers tijdelijk ingehuurd. 4. 2.
Overgang medewerkers
De medewerkers komen in dienst van GGD IJsselland. Voor de medewerkers verandert er niets aan hun positie. Overgang van onderneming is van toepassing. Conform deze uitgangspunten van overgang van onderneming blijven alle rechten en plichten van medewerkers in stand. De individuele arbeidsvoorwaarden worden overgenomen met behoud van de opgebouwde dienstjaren en verlof.
4. 3.
Communicatie
Medewerkers zijn en worden voortdurend geïnformeerd over de voortang van de overgang naar GGD IJsselland. Voorafgaand aan de overgang naar GGD IJsselland zal het huidige personeelsdossier worden gecheckt om te bepalen of alle geldende afspraken goed zijn vastgelegd. De betrokken medewerker wordt gevraagd dit voor akkoord of voor gezien te tekenen , waarna het dossier wordt overgedragen aan GGD IJsselland. Alle partijen waarmee RSJ IJsselland samenwerking worden dit najaar – na besluitvorming in de colleges – schriftelijk geïnformeerd over de overgang naar GGD IJsselland. Waar nodig wordt voor de overdracht van contracten toestemming gevraagd.
Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.
J Art. 5.1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen