2. Onderbrengen RJS IJsselland bij GGD IJsselland - brief van GGD IJsselland en RSJ IJsselland (met bijlagen)
Tekst van het document
1. 3
Colleges De colleges van burgemeester en wethouders zijn de gemeenschappelijke regelingen aangegaanen besluiten tot opheffing en tot wijziging daarvan. De Wet gemeenschappelijke regelingen geeft aan dat de colleges van de deelnemende gemeenten: 1. eerst de wijzigingen van de regeling in ontwerp toezenden aan hun eigen raad. De raad heeft acht weken gelegenheid om bij het college een zienswijze in te dienen op de voorgestelde wijzigingen.
daarna een voorlopig besluit nemen over (de naar aanleiding van de ingediende zienswijzen eventueel aangepaste) ontwerpwijzigingen in de regeling en vervolgens toestemming vragen aan de gemeenteraad voor het wijzigen van de regeling. Na verkregen goedkeuring van de gemeenteraad kan het college de wijzigingen in/opheffing van de regeling vaststellen. De Wet gemeenschappelijke regeling bepaalt (in art. 9 lid 1) dat bij opheffing van de 2.
Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025
gemeenschappelijke regeling rekening moet worden gehouden met artikel 1 van de Wet , waarin (o. a. ) bovenstaande de zienswijze- en toestemmingsprocedure van raden is geregeld. Gemeenteraden De raden hebben 8 weken de tijd om op de ontwerp-wijziging van de regeling of een voorgenomen opheffing van een regeling een zienswijze in te dienen bij het college. Indien de raden geen aanleiding zien om van deze mogelijkheid gebruik te maken , dienen zij het college hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte te stellen , zodat de besluitvorming niet onnodig vertraagd wordt. Wanneer het college , mede op basis van een eventuele zienswijze , een voorlopig besluit heeft genomen moet het toestemming vragen aan de gemeenteraad voor het wijzigen/opheffen van de regeling. De gemeenteraad heeft 13 weken om te beslissen over goedkeuring. Dit is een maximumtermijn , een goedkeuringsbesluit mag ook sneller worden genomen. De raad kan de toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht , of strijd met het algemeen belang. Algemeen bestuur GGD/ Bestuur RSJ Wijziging van de GR vereist besluitvorming in alle colleges en gemeenteraden. Om dit proces te coördineren hebben de colleges , met goedkeuring van de gemeenteraden , in de GR GGD IJsselland de volgende afspraken opgenomen: 1. Zowel het college van een gemeente als het algemeen bestuur kunnen een voorstel doen tot wijziging van de GR.
Ook kan het dagelijks bestuur een voorstel tot wijziging van de regeling voorleggen aan de colleges van de deelnemende gemeenten als het voorstel voortvloeit uit wettelijke verplichtingen en/of uit besluiten van het algemeen bestuur. Als het algemeen bestuur besluit een wijzigingsvoorstel te doen dan legt het dagelijks bestuur dit aan de colleges voor. 2. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van ten minste twee-derde van de deelnemende gemeenten tot de wijziging hebben besloten. De rol van het bestuur van het RSJ bij opheffing van de GR RSJ is toegelicht in paragraaf 1. 2. Gezamenlijke aanpakOm te komen tot een gecoördineerde aanpak voor het opheffen van het RSJ en het opnemen van de taken van de GR RSJ in de GR GGD IJsselland doen beide besturen gezamenlijke voorstellen aan de deelnemende gemeenten Wanneer de GR’en eventuele vragen en/of zienswijzen van de colleges en raden ontvangen kunnen zij , via het algemeen bestuur van de GGD en het bestuur van het RSJ , advies over geven aan de colleges. Eventueel wordt het model-besluit voor de colleges aangepast naar aanleiding van de gestelde vragen en zienswijzen vanuit de colleges en raden. Dit met het doel collectief een goede afweging te maken en uiteindelijk tot een gelijkluidend besluit van alle colleges te komen.
Nadat de colleges , met goedkeuring van de gemeenteraden , de wijzigingen hebben vastgesteld , kunnen zowel het algemeen bestuur als het bestuur van het RSJ een besluit nemen om te constateren , dat is voldaan aan de vereiste meerderheid van ten minste twee-derde van de deelnemende gemeenten en kan het besluit worden gepubliceerd.
2.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel I Dit artikel voorziet in het besluit om de GR RSJ op te heffen. Ook wordt de instemming met het concept-liquidatieplan voor het RSJ hiermee geregeld. Het bestuur van het RSJ is bevoegd het
Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025
liquidatieplan vast te stellen op basis van artikel 26 van de GR RSJ. Artikel II Voor een goed overzicht van de veranderingen in de gemeenschappelijke regeling van GGD IJsselland zijn hierna de tekstuele wijzigingen per artikel integraal opgenomen. In de linker kolom is de bestaande te vervangen tekst schuingedrukt opgenomen. In de rechterkolom staat de nieuwe tekst , met vetgedrukt de nieuwe tekstgedeelten en leestekens. Ook is per artikel een korte toelichting opgenomen.
Wijziging artikel 1 – toevoeging definities Bestaande tekst Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: - algemeen bestuur: het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 12 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; - dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 14 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; - deelnemende gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten: Dalfsen , Deventer , Hardenberg , Kampen , Olst-Wijhe , Ommen , Raalte , Staphorst , Steenwijkerland , Zwartewaterland en Zwolle; - de regeling: de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland. - gebied: het gezamenlijk grondgebied van de deelnemende gemeenten;
gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Overijssel; - GGD: GGD IJsselland , het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 , lid 1; - het college: het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente. - voorzitter: de voorzitter als bedoeld in artikel 18; -
Nieuwe tekst Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: - aankoopcentrale: een aankoopcentrale als bedoeld in artikel 1. 1 van de Aanbestedingswet 2012; -
algemeen bestuur:
-
college:
het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 12 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;
het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 14 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; - deelnemende gemeenten de aan deze regeling deelnemende gemeenten: Dalfsen , Deventer , Hardenberg , Kampen , Olst-Wijhe , Ommen , Raalte , Staphorst , Steenwijkerland , Zwartewaterland en Zwolle; - gebied: het gezamenlijk grondgebied van de deelnemende gemeenten; - gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Overijssel; - GGD: GGD IJsselland , het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 , lid 1 - regeling: de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland; - RSJ Regionaal serviceteam jeugd , onderdeel van GGD IJsselland dat is belast met de uitvoering van de taken genoemd in artikel 5 , lid 2; - voorzitter: de voorzitter als bedoeld in artikel 18; -
dagelijks bestuur:
Toelichting op wijziging artikel 1 De definities zijn aangevuld met een definitie uit de GR RSJ als toelichting op het begrip ‘aankoopcentrale’. Vanuit de wens om voor de taken op het gebied van Jeugdzorg de benaming RSJ te blijven hanteren is deze expliciet opgenomen. Het consequenter niet gebruiken van voorzetsels en
Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025
het hanteren van alfabetische volgorde van de begrippen resulteert in een verschuiving van de positie van de begrippen ‘college’ en ‘regeling’. Wijziging artikel 3 – toevoeging belang Jeugdzorg Bestaande tekst Artikel 3 GGD IJsselland is ingesteld voor de gezamenlijke behartiging van de belangen van deelnemende gemeenten op met name het terrein van de publieke gezondheidszorg , zulks met inachtneming van hetgeen in deze regeling nader is bepaald met betrekking tot de taken en bevoegdheden van het samenwerkingsverband.
Nieuwe tekst Artikel 3 GGD IJsselland is ingesteld voor de gezamenlijke behartiging van de belangen van deelnemende gemeenten op met name het terrein van de publieke gezondheidszorg en de jeugdzorg , zulks met inachtneming van hetgeen in deze regeling nader is bepaald met betrekking tot de taken en bevoegdheden van het samenwerkingsverband.
Toelichting op wijziging artikel 3 In verband met overgang van de taken van het RSJ zijn de belangen waarvoor GGD IJsselland is ingesteld uitgebreid met belangen van de deelnemende gemeenten op het terrein van de jeugdzorg. Wijziging artikel 4 – toevoeging beschrijving belang Bestaande tekst 5. het aantrekken en borgen van geldleningen voor activiteiten waarmee de gemeenten overeenkomstig de besluitvormingsprocedures hebben ingestemd.
Nieuwe tekst 5. ondersteuning en uitvoering van de taken van de colleges in het kader van de Jeugdwet , in het bijzonder de inkoop van diensten in het kader van de specialistische jeugdzorg , het contractmanagement , het contractbeheer , monitoring , de uitvoering van regionale inhoudelijke thema’s , tenzij het algemeen bestuur op zwaarwegende gronden anders beslist en uitsluitend met instemming van alle elf gemeenten; 6. het aantrekken en borgen van geldleningen voor activiteiten waarmee de gemeenten overeenkomstig de besluitvormingsprocedures hebben ingestemd.
Toelichting op wijziging artikel 4 In dit artikel zijn de belangen uitgebreid met het belang zoals beschreven in artikel 2 van de huidige GR RSJ.
Wijziging artikel 5 – toevoeging taken RSJ Bestaande tekst Artikel 5 Ter behartiging van de in artikel 3 bedoelde belangen heeft het samenwerkingsverband , met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 , de volgende taken en specifieke bevoegdheden:
Nieuwe tekst Artikel 5 Ter behartiging van de in artikel 3 en 4 bedoelde belangen heeft het samenwerkingsverband , met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 , de volgende taken en specifieke bevoegdheden:
1. wettelijke taken en bevoegdheden als GGD: a. het instellen en in standhouden van een
1. wettelijke taken en bevoegdheden als GGD: a. het instellen en in standhouden van een
Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025
2.
3.
gezondheidsdienst als bedoeld in de artikelen 14 , eerste lid , en 15 van de Wet Publieke Gezondheid; b. de taken en bevoegdheden , die de Wet Publieke Gezondheid aangeeft voor het bestuur van de gezondheidsdienst; c. het houden van toezicht als bedoeld in hoofdstuk 1 afdeling 4 van de Wet Kinderopvang. taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking: a. taken op het terrein van gemeentelijke overheidszorg , die gemeenten , collectief of afzonderlijk , aan het samenwerkingsverband opdragen met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 , leden 2 tot en met 4 b. de bevoegdheid tot het aanwijzen van een gemeentelijk lijkschouwer als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging voor de deelnemende gemeenten. De oprichting van en de deelneming in stichtingen , maatschappen , vennootschappen , verenigingen , coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen , als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
2.
3.
4.
gezondheidsdienst als bedoeld in de artikelen 14 , eerste lid , en 15 van de Wet Publieke Gezondheid; b. de taken en bevoegdheden , die de Wet Publieke Gezondheid aangeeft voor het bestuur van de gezondheidsdienst; c. het houden van toezicht als bedoeld in hoofdstuk 1 afdeling 4 van de Wet Kinderopvang. taken op het gebied van jeugdzorg , uitgevoerd onder de naam RSJ: a. taken die het RSJ voor de deelnemende gemeenten uitvoert of doet uitvoeren die betrekking hebben op de in artikel 3 en artikel 4 lid 5 genoemde belangen ten aanzien van de jeugdzorg. De uitvoering van deze taken is uitsluitend voorbehouden aan het RSJ , tenzij het algemeen bestuur op zwaarwegende gronden anders beslist en uitsluitend met instemming van alle elf gemeenten; b. het fungeren als aankoopcentrale van de deelnemende gemeenten; c. het beheren van de in het kader van de inkoop gesloten overeenkomsten. De colleges dragen voor deze taken geen bevoegdheden over aan samenwerkingsverband. De colleges dragen er zorg voor dat de deelnemende gemeenten de benodigde mandaten , volmachten en machtigingen geven die GGD IJsselland nodig heeft voor het kunnen uitvoeren van deze taken. taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking: a.
taken op het terrein van gemeentelijke overheidszorg , die gemeenten , collectief of afzonderlijk , aan het samenwerkingsverband opdragen met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 , leden 3 tot en met 5 b. de bevoegdheid tot het aanwijzen van een gemeentelijk lijkschouwer als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging voor de deelnemende gemeenten. De oprichting van en de deelneming in stichtingen , maatschappen , vennootschappen , verenigingen , coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen , als bedoeld in artikel 31a van de Wet
gemeenschappelijke regelingen.
Toelichting wijziging artikel 5 Aan dit artikel is een nieuw lid toegevoegd waarin wordt ingegaan op de nieuwe taken en bevoegdheden van de GR GGD IJsselland op het gebied van Jeugdzorg. Voor de tekst is aangesloten bij artikel 10 , lid 1 , 2 en 3 van de huidige GR RSJ. Dat er geen bevoegdheden worden overgedragen aan het samenwerkingsverband is gebaseerd op de bestaande situatie , zoals ook omschreven in artikel 10 lid 5 en artikel 11 lid 1 van de huidige GR RSJ. Het opnemen van het nieuwe lid leidt tot enkele technische aanpassingen in de vernummering en
Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025 verwijzingen binnen artikel 5.
Wijziging artikel 6 – toevoeging afspraken over taken RSJ Bestaande tekst. Artikel 6 1. GGD IJsselland voert periodiek bestuurlijk overleg met de deelnemende gemeenten omtrent de inhoud en het niveau van uitvoering van wettelijke taken , genoemd in artikel 5 , lid 1. De inhoud en het niveau van de uitvoering van deze taken worden een keer per bestuursperiode vastgesteld door het algemeen bestuur en jaarlijks geactualiseerd door het dagelijks bestuur. 2. De uitvoering van taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking , bedoeld in artikel 5 , lid 2 , a dient de behartiging van de belangen , genoemd in artikel 3; b geschiedt op verzoek van de betreffende gemeente of gemeenten; wordt schriftelijk vastgelegd tussen GGD c IJsselland en de betreffende gemeente of 3.
4.
gemeenten. GGD IJsselland stemt jaarlijks met de betrokken gemeenten de uitvoering af van de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking genoemd in artikel 5 , lid 2. Met betrekking tot de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking , bedoeld in de leden 2 en 3 , maken GGD IJsselland en de gemeente(n) in ieder
geval afspraken over: a de duur en de kosten van de taakuitvoering; b de opzegtermijn van de dienstverlening; c de verrekening van eventuele desintegratiekosten. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de gemeente(n) die de dienstverlening voortijdig beëindigt , de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van die beëindiging en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel daarvan ondervinden.
Nieuwe tekst Artikel 6 1. GGD IJsselland voert periodiek bestuurlijk overleg met de deelnemende gemeenten omtrent de inhoud en het niveau van uitvoering van wettelijke taken , genoemd in artikel 5 , lid 1. De inhoud en het niveau van de uitvoering van deze taken worden een keer per bestuursperiode vastgesteld door het algemeen bestuur en jaarlijks geactualiseerd door het dagelijks bestuur. 2. De deelnemende gemeenten en GGD IJsselland zullen in een dienstverleningsovereenkomst nadere afspraken maken over de taken van het RSJ genoemd in artikel 5 , lid 2 , alsmede over rapportages en overige informatie die GGD IJsselland beschikbaar moet stellen over de uitvoering van deze taken. 3. De uitvoering van taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking , bedoeld in artikel 5 , lid 3 , dient de behartiging van de belangen , genoemd in a artikel 3; b geschiedt op verzoek van de betreffende gemeente of gemeenten; c wordt schriftelijk vastgelegd tussen GGD IJsselland en de betreffende gemeente of gemeenten. 4. GGD IJsselland stemt jaarlijks met de betrokken gemeenten de uitvoering af van de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking genoemd in artikel 5 , lid 3. 5.
Met betrekking tot de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking , bedoeld in de leden 3 en 4 , maken GGD IJsselland en de gemeente(n) in ieder geval afspraken over: de duur en de kosten van de taakuitvoering; a b de opzegtermijn van de dienstverlening; c de verrekening van eventuele desintegratiekosten. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de gemeente(n) die de dienstverlening voortijdig beëindigt , de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van die beëindiging en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel daarvan ondervinden.
Toelichting op wijziging van artikel 6 Voor het maken van afspraken over de uitvoering van de taken van het onderdeel RSJ en de rapportage daarover is in het nieuwe lid 2 aangesloten bij de bestaande werkwijze , zoals omschreven in artikel 10 lid 4 van de huidige GR RSJ. Het opnemen van het nieuwe lid leidt tot enkele technische aanpassingen in de vernummering en verwijzingen binnen artikel 6.
Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025
Wijziging artikel 7 lid 1 – onthouden van stemming Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 7 Artikel 7 1. In het geval een gemeente bepaalde taken en 1. In het geval een gemeente bepaalde taken en bevoegdheden , bedoeld in artikel 5 , lid 1 en 2 , niet bevoegdheden , bedoeld in artikel 5 , lid 1 , 2 en 3 , niet aan GGD IJsselland heeft opgedragen onthouden de aan GGD IJsselland heeft opgedragen onthouden de leden van het algemeen bestuur van deze gemeente leden van het algemeen bestuur van deze gemeente zich van stemming over aangelegenheden die de zich van stemming over aangelegenheden die de uitoefening van deze taak en bevoegdheid door uitoefening van deze taak en bevoegdheid door GGD GGD IJsselland betreffen. IJsselland betreffen.
Toelichting op wijziging van artikel 7: Dit betreft een technische aanpassing van de verwijzing in verband met de uitbreiding van de taken in artikel 5. Wijziging Artikel 47 lid 3 – bijdrageregeling taken jeugdzorg Bestaande tekst 3. De ontwerpbegroting vermeldt tevens de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar , waarop de begroting betrekking heeft , verschuldigde bijdragen. De berekening van deze bijdragen vindt plaats op basis van het volgende uitgangspunten: a. voor de algemene en de wettelijke taken , genoemd in de artikelen 4 en 5 lid 1 het inwonertal op 1 januari van het jaar , voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. b. het algemeen bestuur kan bepalen dat de kosten voor de taken Jeugdgezondheidszorg en Toezicht Kinderopvang of onderdelen daarvan op een andere wijze over de deelnemende gemeenten worden verdeeld. c. voor de taken in vrijwillige samenwerking , genoemd in artikel 5 , lid 2: de bedragen die gemeenten en GGD IJsselland daarvoor hebben afgesproken dan wel het aantal verleende diensten maal het vastgestelde tarief per dienst.
Nieuwe tekst 3. De ontwerpbegroting vermeldt tevens de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar , waarop de begroting betrekking heeft , verschuldigde bijdragen. De berekening van deze bijdragen vindt plaats op basis van het volgende uitgangspunten: a.
b.
c.
d.
voor de
algemene en de wettelijke taken , genoemd in de artikelen 4 en 5 lid 1 het inwonertal op 1 januari van het jaar , voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. het algemeen bestuur kan bepalen dat de kosten voor de taken Jeugdgezondheidszorg en Toezicht Kinderopvang of onderdelen daarvan op een andere wijze over de deelnemende gemeenten worden verdeeld. voor de taken op het gebied van jeugdzorg als bedoeld in artikel 5 lid 2 stelt het bestuur een bijdrageregeling vast , waarin in elk geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de deelnemende gemeenten financieel daaraan bijdragen. voor de taken in vrijwillige samenwerking , genoemd in artikel 5 , lid 3: de bedragen die gemeenten en GGD IJsselland daarvoor hebben afgesproken dan wel het aantal verleende diensten maal het vastgestelde tarief per dienst.
Toelichting op wijziging van artikel 47 De bekostiging van de taken op gebied van het gebied van Jeugdzorg wordt conform de huidige
Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025 situatie geregeld volgens een bijdrageregeling. Het daarvoor ingevoegde lid is overgenomen uit artikel 16 lid 3 van de huidige GR RSJ.
Wijziging artikel 48a – geen zienswijze bepaalde begrotingswijzigingen Bestaande tekst Artikel 48a Het algemeen bestuur hoeft begrotingswijzigingen , die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage als bedoeld in artikel 47 lid 3a niet om een zienswijze voor te leggen aan de raden.
Nieuwe tekst Artikel 48a Het algemeen bestuur hoeft begrotingswijzigingen , die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage als bedoeld in artikel 47 lid 3a en 3c niet om een zienswijze voor te leggen aan de raden.
Toelichting op toevoeging in artikel 48a Ook de huidige GR RSJ kent de bepaling dat er geen zienswijzeprocedure in de richting van de gemeenteraden hoeft te worden gevolgd in het geval van begrotingswijzigingen die niet leiden tot wijziging van de bijdragen van de gemeenten (artikel 18 lid 8). De aanpassing van de verwijzing naar de bijdrage van de deelnemende gemeenten voor de taken op het gebied van Jeugdzorg in artikel 48a zorgt er voor dat dit blijft gelden voor de overkomende RSJ-taken. Wijziging artikel 49 – aanpassing verwijzing in voorschotbepaling Bestaande tekst Artikel 49 1. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en voor 16 juli
2.
3.
telkens de helft van de verschuldigde bijdragen , bedoeld in artikel 47 , lid 3 , onder a en b. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke interest verschuldigd. De deelnemende gemeenten betalen de bijdragen , bedoeld in artikel 47 , lid 3 , onder c , op basis van facturen , die GGD IJsselland hen daartoe zal toezenden. De gemeenten garanderen GGD IJsselland de betaling van rente , aflossing , boeten en kosten van de in artikel 4 , lid 5 , bedoelde geldleningen en borgstellingen op basis van de voor de betreffende activiteit geldende financiële verdeelsleutel.
Nieuwe tekst Artikel 49 1. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en voor 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdragen , bedoeld in artikel 47 , lid 3 , onder a , b en c. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke interest verschuldigd. 2. De deelnemende gemeenten betalen de bijdragen , bedoeld in artikel 47 , lid 3 , onder d , op basis van facturen , die GGD IJsselland hen daartoe zal toezenden. 3. De gemeenten garanderen GGD IJsselland de betaling van rente , aflossing , boeten en kosten van de in artikel 4 , lid 5 , bedoelde geldleningen en borgstellingen op basis van de voor de betreffende activiteit geldende financiële verdeelsleutel.
Toelichting op wijziging van artikel 49 Door de aanpassing van de verwijzingen in lid 1 komen de deelnemende gemeenten ook voor de overkomende taken van het RSJ onder het regime van het twee keer per jaar betalen van een voorschot voor de verschuldigde bijdrage. De aanpassing van de verwijzing in lid 2 is een technische aanpassing aan de nieuwe indeling van de leden in lid 47. Artikel III Regelt de inwerkingtreding van de wijziging van de GR GGD IJsselland. Het bestuur van het RSJ beslist over de datum van opheffing van de GR RSJ (artikel 26 lid 6). De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2026.
Ver
Concept volledig gewijzigde tekst Gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland – (inclusief concept 7e wijziging) ten behoeve van bespreking in colleges en voor mogelijkheid indienen zienswijze door gemeenteraden – versie 9 april 2025 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GGD IJSSELLAND
HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen Begripsbepalingen Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: - aankoopcentrale: een aankoopcentrale als bedoeld in artikel 1. 1 van de Aanbestedingswet 2012; -
algemeen bestuur:
-
college:
het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 12 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;
dagelijks bestuur:
het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 14 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; - deelnemende gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten: Dalfsen , Deventer , Hardenberg , Kampen , Olst-Wijhe , Ommen , Raalte , Staphorst , Steenwijkerland , Zwartewaterland en Zwolle; -
-
gebied: het gezamenlijk grondgebied van de deelnemende gemeenten; gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Overijssel; - GGD: GGD IJsselland , het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 , lid 1; -
-
regeling:
-
RSJ
-
voorzitter:
de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland; Regionaal serviceteam jeugd , onderdeel van GGD IJsselland dat is belast met de uitvoering van de taken genoemd in artikel 5 , lid 2; de voorzitter als bedoeld in artikel 18;
Het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam
Artikel 2 1. 2. 3.
Er is een openbaar lichaam , te weten “GGD IJsselland." Het is gevestigd te Zwolle. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit het algemeen bestuur , het dagelijks bestuur , de voorzitter en de commissies als bedoeld in artikel 23. De ombudsman of ombudscommissie van de gemeente Zwolle is bevoegd tot de behandeling van de verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18 , eerste lid , van de Algemene wet
bestuursrecht.
HOOFDSTUK II
1
Belangen en taken Artikel 3 GGD IJsselland is ingesteld voor de gezamenlijke behartiging van de belangen van deelnemende gemeenten op met name het terrein van de publieke gezondheidszorg en de jeugdzorg zulks met inachtneming van hetgeen in deze regeling nader is bepaald met betrekking tot de taken en bevoegdheden van het samenwerkingsverband. Artikel 4 De behartiging van de in artikel 3 bedoelde belangen omvat meer algemeen: 1. het bevorderen van overleg met en tussen de deelnemende gemeenten ter afstemming en coördinatie van gemeentelijke beleidsvoornemens en beleidsmaatregelen; 2. het bevorderen van gemeenschappelijke standpuntbepalingen; 3. het bieden van een platform en faciliteiten voor flexibele samenwerkingsvormen van gemeenten en/of betrokken partijen rondom gezamenlijke belangen; 4. het voeren van overleg met de andere overheden en het vertegenwoordigen van de afzonderlijke deelnemende gemeenten , indien en voor zover deze daarom verzoeken dan wel daarmee instemmen; 5.
ondersteuning en uitvoering van de taken van de colleges in het kader van de Jeugdwet , in het bijzonder de inkoop van diensten in het kader van de specialistische jeugdzorg , het contractmanagement , het contractbeheer , monitoring , de uitvoering van regionale inhoudelijke thema’s , tenzij het algemeen bestuur op zwaarwegende gronden anders beslist en uitsluitend met instemming van alle elf gemeenten; 6. het aantrekken en borgen van geldleningen voor activiteiten waarmee de gemeenten overeenkomstig de besluitvormingsprocedures hebben ingestemd. Artikel 5 Ter behartiging van de in artikel 3 en 4 bedoelde belangen heeft het samenwerkingsverband , met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 , de volgende taken en specifieke bevoegdheden: 1.
2.
3.
wettelijke taken en bevoegdheden als GGD: a. het instellen en in standhouden van een gezondheidsdienst als bedoeld in de artikelen 14 , eerste lid , en 15 van de Wet Publieke Gezondheid; b. de taken en bevoegdheden , die de Wet Publieke Gezondheid aangeeft voor het bestuur van de gezondheidsdienst; c. het houden van toezicht als bedoeld in hoofdstuk 1 afdeling 4 van de Wet Kinderopvang. taken op het gebied van jeugdzorg , uitgevoerd onder de naam RSJ: a. taken die het RSJ voor de deelnemende gemeenten uitvoert of doet uitvoeren die betrekking hebben op de in artikel 3 en artikel 4 lid 5 genoemde belangen ten aanzien van de jeugdzorg. De uitvoering van deze taken is uitsluitend voorbehouden aan het RSJ , tenzij het algemeen bestuur op zwaarwegende gronden anders beslist en uitsluitend met instemming van alle elf gemeenten; b. het fungeren als aankoopcentrale van de deelnemende gemeenten; c. het beheren van de in het kader van de inkoop gesloten overeenkomsten. De colleges dragen voor deze taken geen bevoegdheden over aan het samenwerkingsverband. De colleges dragen er zorg voor dat de deelnemende gemeenten de benodigde mandaten , volmachten en machtigingen geven die GGD IJsselland nodig heeft voor het kunnen uitvoeren van deze taken. taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking: a.
taken op het terrein van gemeentelijke overheidszorg , die gemeenten , collectief of afzonderlijk , aan het samenwerkingsverband opdragen met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 , leden 3 tot en met 5 2
b. 4.
de bevoegdheid tot het aanwijzen van een gemeentelijk lijkschouwer als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging voor de deelnemende gemeenten. De oprichting van en de deelneming in stichtingen , maatschappen , vennootschappen , verenigingen , coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen , als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 6 1.
2.
3.
GGD IJsselland voert periodiek bestuurlijk overleg met de deelnemende gemeenten omtrent de inhoud en het niveau van uitvoering van wettelijke taken , genoemd in artikel 5 , lid 1. De inhoud en het niveau van de uitvoering van deze taken worden een keer per bestuursperiode
vastgesteld door het algemeen bestuur en jaarlijks geactualiseerd door het dagelijks bestuur. De deelnemende gemeenten en GGD IJsselland zullen in een dienstverleningsovereenkomst nadere afspraken maken over de taken van het RSJ genoemd in artikel 5 , lid 2 , alsmede over rapportages en overige informatie die GGD IJsselland beschikbaar moet stellen over de uitvoering van deze taken. De uitvoering van taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking , bedoeld in artikel 5 , lid 3, a
b c
4. 5.
dient de behartiging van de belangen , genoemd in artikel 3; geschiedt op verzoek van de betreffende gemeente of gemeenten; wordt schriftelijk vastgelegd tussen GGD IJsselland en de betreffende gemeente of
gemeenten. GGD IJsselland stemt jaarlijks met de betrokken gemeenten de uitvoering af van de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking genoemd in artikel 5 , lid 3. Met betrekking tot de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking , bedoeld in de leden 3 en 4 , maken GGD IJsselland en de gemeente(n) in ieder geval afspraken over: a
b c
de duur en de kosten van de taakuitvoering; de opzegtermijn van de dienstverlening; de verrekening van eventuele desintegratiekosten. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de gemeente(n) die de dienstverlening voortijdig beëindigt , de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van die beëindiging en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel daarvan ondervinden.
Artikel 7 1. In het geval een gemeente bepaalde taken en bevoegdheden , bedoeld in artikel 5 , lid 1 , 2 en 3 , niet aan GGD IJsselland heeft opgedragen onthouden de leden van het algemeen bestuur van deze gemeente zich van stemming over aangelegenheden die de uitoefening van deze taak en bevoegdheid door GGD IJsselland betreffen. 2. Het in het vorige lid bepaalde is niet langer van toepassing voor een gemeente indien uitoefening door GGD IJsselland van de taak en bevoegdheid ingevolge enige wet of wettelijk voorschrift wordt voorgeschreven. Wijziging van bevoegdheden Artikel 8 1. De bevoegdheden van GGD IJsselland , genoemd in artikel 5 van deze regeling , kunnen worden gewijzigd in geval van noodzakelijke aanpassing aan landelijke en/of Europese wetgeving. Het algemeen bestuur dient tot de wijziging te besluiten. Het algemeen bestuur kan niet besluiten tot het overdragen van bevoegdheden van de deelnemers aan het bestuur van GGD IJsselland. 2. Het algemeen bestuur deelt zijn besluit en de redenen daartoe mee aan de deelnemende gemeenten.
3
HOOFDSTUK III Het algemeen bestuur De samenstelling
Artikel 9 1. 2. 3.
4.
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 18 wijst elk van de colleges van de deelnemende gemeenten uit zijn midden één vertegenwoordiger aan tot lid van het algemeen bestuur. Elk van de colleges van de deelnemende gemeenten wijst uit zijn midden tevens één
plaatsvervangend lid aan. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar , in dienst van een deelnemende gemeente of GGD IJsselland , met uitzondering van onderwijzend personeel. Het algemeen bestuur kan vertegenwoordigers van andere dan aan GGD IJsselland deelnemende gemeenten alsmede vertegenwoordigers van andere instellingen , toelaten tot de vergaderingen van het algemeen bestuur. Met instemming van het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur vertegenwoordigers van de andere gemeenten en instellingen toelaten tot zijn vergaderingen. In de vergaderingen kunnen deze vertegenwoordigers van hun gevoelen ten aanzien van te behandelen onderwerpen doen blijken.
Artikel 10 1. Na verkiezing van de gemeenteraad eindigt het lidmaatschap van het algemeen bestuur op de dag met ingang waarvan de leden van het college in oude samenstelling aftreden. Voor zover de aftredende leden voorzitter van het college van een deelnemende gemeente zijn , blijven zij hun functie a waarnemen tot het tijdstip waarop het college nieuwe leden van het algemeen bestuur heeft aangewezen; b wethouder van een deelnemende gemeente zijn , blijven zij hun functie waarnemen tot de dag van hun aftreden. 2. Het college van elke deelnemende gemeente beslist zo spoedig mogelijk over de aanwijzing van de nieuwe leden van het algemeen bestuur. 3. Het voorzien in een tussentijdse vacature geschiedt binnen tien weken. Van elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur geeft het betrokken college binnen acht dagen kennis aan het algemeen bestuur. De werkwijze
Artikel 11 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo dikwijls a. de voorzitter of het dagelijks bestuur een vergadering nodig oordeelt , of b. tenminste een vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur dit , onder opgaaf van redenen , schriftelijk verzoekt. 2. Artikel 19 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing , met dien verstande dat de openbare kennisgeving tevens op verzoek van de voorzitter door de burgemeesters der deelnemende gemeenten op de daar gebruikelijke wijze geschiedt. De voorzitter draagt er voorts zorg voor dat – spoedeisende of andere bijzondere omstandigheden uitgezonderd – het tijdstip van vergadering op de website van GGD IJsselland wordt bekendgemaakt. Artikel 12 1. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere 4
2.
werkzaamheden vast. De artikelen 20 , 22 , 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. In het reglement van orde worden regels gegeven omtrent het horen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden ten aanzien van door het algemeen bestuur te nemen besluiten. Een exemplaar van het reglement van orde wordt ter kennisneming toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Artikel 12a 1. Het algemeen bestuur kan andere voorgenomen besluiten dan die waarvoor de wet of deze regeling dat voorschrijft om een zienswijze voorleggen aan de gemeenteraden. Het dagelijks bestuur biedt de raden dan een termijn van minimaal acht weken voor het naar voren brengen van een zienswijze. 2. Tegelijkertijd met de toezending van het definitieve bestuursvoorstel stelt het dagelijks bestuur de raden van de gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 12b 1.
Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen: een verzoekschrift indienen bij het dagelijks bestuur; b. in een openbare vergadering van het algemeen bestuur het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. a.
Artikel 12c 1. Het algemeen bestuur kan besluiten om de regeling of één of meer onderdelen daarvan te evalueren. 2. Het dagelijks bestuur zal dan een evaluatievoorstel aan de deelnemende colleges voorleggen.
HOOFDSTUK IV Het dagelijks bestuur De samenstelling
Artikel 13 1. Het algemeen bestuur bepaalt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode voor de duur daarvan het aantal te vervullen plaatsen in het dagelijks bestuur. Het wijst uit zijn midden de leden van het dagelijks bestuur aan. 2. De voorzitter van het algemeen bestuur is voorzitter van het dagelijks bestuur. De werkwijze
Artikel 14 1. Een lid van het dagelijks bestuur treedt af als lid van dat bestuur op de dag , waarop de zittingsperiode eindigt van het college van burgemeester en wethouders waarvan het lid deel uitmaakt. Leden van het dagelijks bestuur blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop het algemeen bestuur uit zijn midden een nieuw dagelijks bestuur heeft aangewezen. 2. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt , wijst het algemeen bestuur een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur , dan stelt het algemeen bestuur het aanwijzen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uit totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur wederom is bezet. Dit uitstel zal niet meer dan drie maanden mogen 5
belopen. Artikel 15 1. Indien langdurige verhindering of ontstentenis van een lid van het dagelijks bestuur verwacht wordt , kan het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur in diens tijdelijke 2. 3.
vervanging voorzien. Op deze tijdelijke voorziening zijn de bepalingen van het vorige artikel van toepassing. Het tijdelijk benoemd lid van het dagelijks bestuur treedt af , zodra degene die hij vervangt de uitoefening van zijn functie heeft hervat.
Artikel 16 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste twee leden van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk , onder opgave van de te behandelen onderwerpen , verzoeken. 2. De artikelen 53 tot en met 59a van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vaststellen , dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden. 4. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de leden van het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden. Deze taakverdeling geschiedt op een zodanige wijze , dat voor ieder onderdeel van de taak een plaatsvervanger wordt aangewezen. De taakverdeling wordt meegedeeld aan het algemeen bestuur en aan de deelnemende gemeenten. De bevoegdheden van het dagelijks bestuur
Artikel 17 1. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen , tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Het algemeen bestuur kan niet de bevoegdheid overdragen tot: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het vaststellen van verordeningen door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven; d. het nemen van besluiten , als bedoeld in de artikelen 54 tot en met 57. e. het nemen van besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen , maatschappen , vennootschappen , verenigingen , coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen , als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het dagelijks bestuur is bevoegd: a. het dagelijks bestuur van GGD IJsselland te voeren , voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast. Hiertoe behoort het beheer van de activa en de passiva van GGD IJsselland en de zorg , voor zover deze niet aan anderen is op-
gedragen , voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van GGD IJsselland; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van GGD IJsselland te besluiten , met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen; e. te besluiten namens GGD IJsselland , het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen , bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten , tenzij het algemeen bestuur , voor zover het het algemeen bestuur aangaat , in voorkomende gevallen anders beslist; f. tot het aanwijzen van een gemeentelijk lijkschouwer als bedoeld in de Wet op de 6
3.
4.
lijkbezorging voor de deelnemende gemeenten Het dagelijks bestuur neemt , ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding , alle conservatoire maatregelen , zowel in als buiten rechte , en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit; Het dagelijks bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur machtigen tot uitoefening van zijn bevoegdheden , tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.
HOOFDSTUK V De voorzitter
Artikel 18 1. 2. 3.
4.
De voorzitter , alsmede de eerste en tweede vice-voorzitter , worden door het algemeen bestuur in de eerste vergadering van elke zittingsperiode uit zijn midden aangewezen. Indien en voor zover het algemeen bestuur niet in de vervanging heeft voorzien , is het dagelijks bestuur bevoegd uit zijn midden een lid aan te wijzen , dat tijdelijk in de vervanging voorziet. De gemeente waarvan een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur tot voorzitter is benoemd , is bevoegd in diens plaats een extra lid van het algemeen bestuur aan te wijzen. Onverminderd het bepaalde in artikel 10 ten aanzien van het einde van het lidmaatschap , eindigt het lidmaatschap van het extra lid , zodra het tot voorzitter aangewezen lid ophoudt de voorzittersfunctie te vervullen. Het voorzitterschap eindigt , indien de betrokkene ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn. Alsdan voorziet het algemeen bestuur ten spoedigste in de vervanging.
Artikel 19 1. 2. 3.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het
dagelijks bestuur. Hij draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken. De voorzitter vertegenwoordigt GGD IJsselland in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. In rechtsgedingen tussen GGD IJsselland en de gemeente , waarvan de voorzitter lid van het bestuur is , wordt hij vervangen door een lid van het dagelijks bestuur dat geen lid van het bestuur van de betreffende gemeente is.
HOOFDSTUK VI
Portefeuillehoudersoverleggen Artikel 20 1. Het dagelijks bestuur kan een of meer portefeuillehoudersoverleggen instellen voor bestuurlijk overleg en afstemming omtrent de belangen en taken , genoemd in de artikelen 3 , 4 en 5 , alsmede voor zaken van financiële aard. 2. Een portefeuillehoudersoverleg bestaat uit één lid (portefeuillehouder) per deelnemende gemeente afkomstig uit het college. 3. Het dagelijks bestuur kan , na instemming van het betrokken portefeuillehoudersoverleg , vertegenwoordigers van andere gemeenten en van instellingen toelaten tot bijeenkomsten van dat portefeuillehoudersoverleg. In de vergaderingen kunnen deze vertegenwoordigers van hun gevoelen ten aanzien van te behandelen onderwerpen doen blijken. 4. Voorzitter van een portefeuillehoudersoverleg is het lid van het dagelijks bestuur dat het werkterrein van het portefeuillehoudersoverleg in dat bestuur behartigt. 7
Commissies Artikel 21 1. 2. 3.
Commissies van advies aan het algemeen bestuur worden ingesteld door het algemeen bestuur. Bij de instelling worden de bevoegdheden , samenstelling en werkwijze geregeld. Artikel 22 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 22 1. De instelling van vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter en de regeling van haar bevoegdheden en samenstelling geschiedt door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter. 2. De voorzitter van een vaste commissie van advies is het lid van het dagelijks bestuur tot wiens portefeuille het belang behoort. Hij heeft in de commissie een adviserende stem. 3. De commissies dienen het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter desgevraagd of uit eigen beweging van advies met betrekking tot de belangen waarvoor zij zijn ingesteld. Artikel 23 1. Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. 2. Hij gaat pas over tot instelling van een commissie als bedoeld in lid 1 nadat de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. . 3. Bij de instelling regelt hij in ieder geval: a. de samenstelling; b. de bevoegdheid; c. de werkwijze; d. de openbaarheid van vergaderingen; e. de voorbereiding , de uitvoering van de openbaarmaking van besluiten alsmede de informatie aan en het overleg met de deelnemende gemeenten; f. het toezicht van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; g.
de verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; h. de verantwoording aan het algemeen bestuur. 4. De voorzitter van de commissie is het lid van het dagelijks bestuur tot wiens portefeuille het belang behoort. Hij heeft in de commissie een adviserende stem.
HOOFDSTUK VII
Informatie- , verantwoordingsplicht en ontslagrecht Artikel 24 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door hen gevoerde bestuur en geven te dien aanzien alle door één of meer leden verlangde inlichtingen , een en ander voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. 2. Het algemeen bestuur kan regelen van welke besluiten van het dagelijks bestuur kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met terinzagelegging kan worden volstaan. 3. Het dagelijks bestuur laat de kennisgeving of terinzagelegging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang. 8
4. 5.
Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur ontslag verlenen , indien dit het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een
dergelijk ontslag. Artikel 25 Het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter. Artikel 25a Het algemeen bestuur , dagelijks bestuur en de voorzitter geven de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Deze inlichtingen worden schriftelijk of digitaal verstrekt. Artikel 26 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken de raad van een deelnemende gemeente de door één of meer leden overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen , waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. 2. Een verzoek om inlichtingen kan schriftelijk of mondeling worden ingediend bij het dagelijks bestuur. 3. Het dagelijks bestuur verstrekt de gevraagde inlichtingen binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek. Artikel 27 Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad of het college van zijn gemeente met inachtneming van de artikelen 18 en 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen , die door die raad of dat college of door één of meer leden daarvan worden verlangd. Artikel 28 Een lid van het algemeen bestuur is de raad of het college van zijn gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.
Artikel 29 Het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording als bedoeld in de artikelen 27 en 28 geschiedt volgens de door het betreffende orgaan vastgestelde regels. Artikel 30 1. Het college kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen , indien dit het vertrouwen van het college niet meer bezit. 2. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een dergelijk ontslag.
HOOFDSTUK VIII
Verordeningen Artikel 31 Het algemeen bestuur is bevoegd verordeningen vast te stellen binnen het kader van de taken zoals bedoeld in artikel 4 en artikel 5. Artikel 32 Het dagelijks bestuur stelt een ontwerp van een verordening , als bedoeld in artikel 31 op en wint 9
daarover advies in van het desbetreffende portefeuillehoudersoverleg respectievelijk de desbetreffende commissie als bedoeld in de artikelen 20 , 21 , 22 en 23. Artikel 33 Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van een verordening als bedoeld in artikel 31 , vergezeld van de ontvangen adviezen , aan de deelnemende gemeenten , die hun beschouwingen binnen drie maanden ter kennis van het algemeen bestuur kunnen brengen. Artikel 34 Binnen twee maanden na het verstrijken van de in artikel 33 genoemde termijn beslist het algemeen bestuur omtrent de vaststelling van de verordening.
Artikel 35 1. Het dagelijks bestuur zendt onverwijld de verordening , bedoeld in artikel 31 , na vaststelling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan de verder bij wettelijk voorschrift daartoe aangewezen besturen en functionarissen. 2. Bekendmaking en inwerkingtreding van besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden gebeuren volgens de artikelen 32k en 32l van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 36 Aan GGD IJsselland wordt de bevoegdheid toegekend tot het bij verordening heffen van rechten bedoeld in artikel 229 , lid 1 , onder b , van de Gemeentewet en de rechten waarvan de heffing krachtens bijzondere wetten geschiedt.
Artikel 37 Voor zover een verordening als bedoeld in de artikelen 31 en 36 voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een deelnemende gemeente , regelt de eerstbedoelde verordening de onderlinge verhouding. Zij kan bepalen dat de gemeentelijke verordening voor het gehele gebied dan wel voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te gelden.
HOOFDSTUK IX
Vergoedingen Artikel 38 1. Het algemeen bestuur kan voor zijn leden , de voorzitter en de leden van het dagelijks bestuur bij verordening een tegemoetkoming in de kosten vaststellen. De verordening stelt regels omtrent de hoogte en de toekenning van de tegemoetkoming in de kosten. 2. De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten , mede rekening houdende met de tegemoetkoming in de kosten welke het bestuurslid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van het gemeentebestuur. 3. De verordening wordt ter kennisneming gezonden aan gedeputeerde staten.
Rechtspositie Artikel 39 Het algemeen bestuur kan nadere bepalingen vaststellen omtrent de rechtspositie van de leden van het dagelijks bestuur. Het besluit wordt ter kennisneming gezonden aan gedeputeerde staten.
10
HOOFDSTUK X
Medewerkers en organisatie Artikel 40 Het dagelijks bestuur regelt de inrichting van de organisatie van GGD IJsselland. Secretaris/directeur publieke gezondheid
1.
2. 3.
4. 5. 6.
Artikel 41 Het algemeen bestuur wijst de directeur publieke gezondheid aan , in overeenstemming met het bestuur van Veiligheidsregio IJsselland. De aanwijzing eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van directeur publieke gezondheid geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. De directeur publieke gezondheid is tevens secretaris van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. De directeur publieke gezondheid/secretaris woont de vergaderingen bij van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur; in deze vergaderingen heeft de directeur publieke gezondheid/secretaris een adviserende stem. De directeur publieke gezondheid heeft als zodanig de algemene leiding over de organisatie van GGD IJsselland. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur publieke gezondheid/secretaris bij diens verhindering of ontstentenis. [Vervallen] Artikel 42 1. 2. 3.
De secretaris staat het algemeen bestuur , het dagelijks bestuur , de voorzitter , de portefeuillehoudersoverleggen en de commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde. De secretaris zorgt voor aantekening van het verhandelde in de vergaderingen van het algemeen bestuur , het dagelijks bestuur , de portefeuillehoudersoverleggen en de commissies. Alle stukken , die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan , worden door de secretaris mede ondertekend.
Artikel 43 Op de secretaris is artikel 101 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Directie Artikel 44 [Vervallen] Rechtspositie Artikel 45 [Vervallen]
HOOFDSTUK XI
Financiële bepalingen Administratie en controle 11
Artikel 46 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid , alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening dient te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid , verantwoording en controle wordt voldaan. De verordening regelt in elk geval de onderwerpen , genoemd in artikel 212 , lid 2 , van de Gemeentewet voor zover van toepassing op GGD IJsselland. 2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. 3. Het algemeen bestuur wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393 , eerste lid , van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek , belast met de controle van de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen voldoen aan het bepaalde in artikel 213 , lid 3 respectievelijk lid 4 , van de 4. 5.
Gemeentewet. De artikelen 214 en 215 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Het dagelijks bestuur stelt regels vast omtrent de verzekering van eigendommen en gelden van GGD IJsselland tegen benadeling door haar personeel of door anderen.
Begroting Artikel 47 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten , voor zover van toepassing. 3. De ontwerpbegroting vermeldt tevens de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar , waarop de begroting betrekking heeft , verschuldigde bijdragen. De berekening van deze bijdragen vindt plaats op basis van het volgende uitgangspunten: a. voor de algemene en de wettelijke taken , genoemd in de artikelen 4 en 5 lid 1 het inwonertal op 1 januari van het jaar , voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. b. het algemeen bestuur kan bepalen dat de kosten voor de taken Jeugdgezondheidszorg en Toezicht Kinderopvang of onderdelen daarvan op een andere wijze over de deelnemende gemeenten worden verdeeld. c. voor de taken op het gebied van jeugdzorg als bedoeld in artikel 5 lid 2 stelt het bestuur een bijdrageregeling vast , waarin in elk geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de deelnemende gemeenten financieel daaraan bijdragen. d.
voor de taken in vrijwillige samenwerking , genoemd in artikel 5 , lid 3: de bedragen die gemeenten en GGD IJsselland daarvoor hebben afgesproken dan wel het aantal verleende diensten maal het vastgestelde tarief per dienst. 4. De ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming worden door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en , tegen betaling van de kosten , algemeen verkrijgbaar gesteld. 5. De raden van de deelnemende gemeenten hebben twaalf weken de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur hun zienswijze omtrent de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming naar voren te brengen. 6. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het 12
7. 8.
vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen bedoeld in lid 5 , en van de conclusies die het daaraan verbindt. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat en eventueel een nota van wijzigingen , bij de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming , zoals deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden. Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast voor 14 september van het jaar , voorafgaand aan dat waarvoor de begroting moet dienen. Terstond na vaststelling worden de begroting en de meerjarenraming in afschrift toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten , die de in deze begroting voor de gemeente als bijdrage in de kosten van GGD IJsselland geraamde bedragen in de gemeentebegroting opnemen.
9.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur , in ieder geval voor 15 september , aan gedeputeerde staten. 10. Als de begroting niet in evenwicht is en het niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een evenwicht bereikt wordt , zendt het dagelijks bestuur de begroting binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten ter goedkeuring in. Van de
goedkeuring doet het dagelijks bestuur mededeling aan het algemeen bestuur en de deelnemende gemeenten. Artikel 48 1. Voordat een begrotingswijziging door het algemeen bestuur wordt vastgesteld , zendt het dagelijks bestuur het ontwerp daarvan , voorzien van een toelichting en een raming van de verschuldigde bijdrage per gemeente , toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende twaalf weken hun zienswijze naar voren brengen bij het dagelijks bestuur. 3. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het vaststellen van de begrotingswijziging schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen bedoeld in lid 2 , en van de conclusies die het daaraan verbindt. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat en eventueel een nota van wijzigingen , bij de wijziging zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het bepaalde in artikel 47 , achtste , negende en tiende lid is van overeenkomstige toepassing. Artikel 48a Het algemeen bestuur hoeft begrotingswijzigingen , die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage als bedoeld in artikel 47 lid 3a en 3c niet om een zienswijze voor te leggen aan de raden. Artikel 49 1.
De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en voor 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdragen , bedoeld in artikel 47 , lid 3 , onder a , b en c. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke interest verschuldigd. 2. De deelnemende gemeenten betalen de bijdragen , bedoeld in artikel 47 , lid 3 , onder d , op basis van facturen , die GGD IJsselland hen daartoe zal toezenden. 3. De gemeenten garanderen GGD IJsselland de betaling van rente , aflossing , boeten en kosten van de in artikel 4 , lid 5 , bedoelde geldleningen en borgstellingen op basis van de voor de betreffende activiteit geldende financiële verdeelsleutel. Artikel 50 Wanneer aan het algemeen bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 47 , achtste lid , doet het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten van de provincie Overijssel het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet. 13
Jaarstukken Artikel 51 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient , de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording af over het door hem gevoerde bestuur , onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. Het dagelijks bestuur voegt daarbij de stukken , bedoeld in artikel 46 , derde lid. 3. De jaarstukken , genoemd in lid 2 , voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording 4.