2. Bijlage bij beleidsplan - Evaluatie minimabeleid
Tekst van het document
Vanuit de regio krijgen interne medewerkers te horen dat er weinig bekend is. Ook komen er weinig signalen binnen via Budgetloket en vroegsignalering. Een bredere intake zou wellicht meer problematiek boven tafel brengen. De ketenpartners signaleren de behoefte van inwoners aan een eenvoudige aanvraagprocedure; dat is op dit moment niet toegankelijk genoeg. Het zou fijn zijn als er met één aanvraag kan worden nagegaan welke regelingen zij kunnen gebruiken. Het is niet prettig voor inwoners om steeds opnieuw (bij andere personen) hun situatie toe te lichten. Het liefst zien zij een fysiek loket waar mensen terechtkunnen. De digitale ontwikkelen maken het lastig voor, onder andere, ouderen om regelingen aan te vragen. 43
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
6.2. Inkomensgrenzen minimaregelingen Vanuit de beleidsmedewerkers wordt opgemerkt dat er onderbouwing ontbreekt voor de hoogte van de huidige inkomensgrenzen. De huidige inkomensgrenzen zouden meer voortgeborduurd zijn op hoe het eerder geregeld was, en minder vanuit een visie. De interne medewerkers denken wisselend over de huidige inkomensgrenzen. Enerzijds wordt gepleit voor het gelijktrekken van alle inkomensgrenzen voor regelingen (bijvoorbeeld op 130 procent Wsm). Hiermee maakt de groep die dit het meest nodig heeft gebruik van de regelingen. Daarbij maakt het stellen van één inkomensgrens het minimabeleid inzichtelijker en begrijpelijker voor inwoners. Anderzijds pleiten medewerkers voor verschillende hoogtes in de inkomensgrenzen. Dit zou voor meer overgang zorgen, bij de stap van inwoners om (meer) te gaan werken. Wanneer alle regelingen bij bijvoorbeeld 130 procent Wsm wegvallen, kan er een armoedeval plaatsvinden. De suggestie wordt geopperd om vanaf 130 procent Wsm een draagkrachtberekening toe te passen voor inwoners. Op die manier kunnen inwoners nog wel aanspraak maken op een bedrag vanuit een regeling als zij hun inkomen boven de inkomensgrens valt. Dit zal wel meer geld kosten en arbeidsintensiever zijn voor consulenten.
6.3. Aanbod minimaregelingen De interne medewerkers vanuit de uitvoering noemen verschillende regelingen die ze nu missen in het aanbod. Allereerst wordt een regeling gemist die de inwoners van Hardenberg stimuleert om te werken. Vanuit de Participatiewet valt de bijdrage na een halfjaar werken weg en inwoners hebben bovendien te maken met werkgerelateerde kosten. Een premiebeleid of een deeltijdpremie mogelijk in de vorm van reiskostenvergoeding, zou inwoners kunnen stimuleren om te gaan of blijven werken. Ten tweede wordt genoemd dat er wellicht een overgangsbudget wenselijk kan zijn voor gezinnen waarbij een kind 19 jaar wordt, op dit moment vallen er namelijk veel regelingen weg. Ten derde dient het bedrag van het Sociaal Cultureel Fonds op dit moment niet zijn doel volgens de medewerkers van de uitvoering. Het bedrag van €130 is te laag om voldoende te ondersteunen in de participatie van inwoners. De ervaring leert dat dit bedrag waarschijnlijk alleen al opgaat aan boodschappen of een telefoonabonnement. Een verhoging van het bedrag zal de kans verhogen dat inwoners het budget besteden aan participatie. Ook de beleidsmedewerkers onderschrijven dat de vergoeding vanuit het Sociaal Cultureel Fonds niet toereikend is om te sporten. Verder is er bij de medewerkers in de uitvoering geen inzicht in het gebruik van de regelingen van Samen voor alle kinderen.
Ketenpartners vinden het aanbod aan minimaregelingen over het algemeen goed, maar ze zien dat er te weinig aanvragen binnenkomen. Verder zien ze een leemte in de ondersteuning van statushouders vanuit de gemeente. Vluchtelingenhulp probeert in de eerste 18 maanden hulp aan te bieden, maar deze ondersteuningsperiode is volgens ketenpartners te kort. Daarnaast worden statushouders alleen door vrijwilligers ondersteund. Ketenpartners vinden dat hier een ondersteuning zou moeten plaatsvinden die vanuit de gemeente is georganiseerd met betaalde krachten. De problematiek is te complex en vraagt te veel van vrijwilligers.
6.4. Samenwerking Samenwerking tussen uitvoering en beleid De medewerkers vanuit de uitvoering benoemen dat ze merken dat er geprobeerd wordt om de lijntjes kort te houden tussen beleid en uitvoering en dat er snel iets wordt gedaan met hun input. Verder zouden zij graag meer en eerder meegenomen willen worden in de besluitvorming, door bijvoorbeeld aan te sluiten bij overleggen. Ook willen de medewerkers graag meegenomen worden in het nieuwe beleidsplan om mee te denken over de uitvoerbaarheid en de uitlegbaarheid richting inwoners.
44
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Samenwerking tussen medewerkers gemeente en het Samen Doen Team Beleidsmedewerkers zien dat generalisten meer op hun eigen onderdeel werken, en daardoor minder generaal. Dit heeft onder andere te maken met personeel verloop. De beleidsmedewerk ers benoemen dat ze een brede intake van belang vinden; dat wordt deels al goed ingezet. De interne medewerkers van de uitvoering benoemen dat er op het moment op casusniveau samen wordt gewerkt met het Samen Doen Team. Structureel overleg vindt sinds de coronaperiode niet meer plaats. De uitvoerende medewerkers zouden meer onderlinge schakeling wenselijk vinden, bijvoorbeeld met schuldhulpverlening. De consulent schuldhulpverlening zal binnenkort een presentatie geven aan het Samen Doen Team om hen te informeren. Samenwerking tussen medewerkers gemeente en de ketenpartners De medewerkers van de uitvoering benoemen alle opties voor doorverwijzingen, wanneer een inwoner hier mogelijk recht op heeft. De samenwerking met ketenpartners verloopt via verwijzingen. Ketenpartners verwijzen door, maar zij zien niet wat er gebeurt na een doorverwijzing.
6.5. Visie zelfredzaamheid inwoners Interne medewerkers vanuit het beleid benoemen dat er bij een eerste intake met de uitvoering wordt gekeken naar wat een inwoner wel of niet zelf kan doen. Dit doen zij aan de hand van BMO: Behoeften, Mogelijkheden en Omstandigheden. Bij mogelijkheden wordt er gekeken naar wat een persoon nog kan (leren), bij omstandigheden houdt men rekening met de persoonlijke situatie van de inwoners. De beleidsmedewerkers zien het minimabeleid als preventief middel om zoveel mogelijk inwoners zelfredzaam te laten leven. Het daadwerkelijk verhogen van de zelfredzaamheid van inwoners ligt bij het Samen Doen Team en ketenpartners. Zij kunnen de inwoners helpen om het zelf te doen. Het risico bestaat om inwoners snel te helpen door iets voor hen op te pakken. Toch is het aan hen om inwoners zoveel mogelijk zelf te laten regelen. Tegelijkertijd wordt gedacht dat het voor veel inwoners te moeilijk zal zijn om alles zelf te regelen. Medewerkers vanuit de uitvoering wisten niet allemaal dat de gemeente Hardenberg werkte vanuit de visie om in te zetten op de zelfredzaamheid van burgers. Als team wordt er ook niet per se vanuit deze visie gewerkt. De interne medewerkers zien dat niet alle inwoners zelfredzaam zijn.
Consulenten benoemen dat ze wel eens zelf de inwoner helpen, omdat er inwoners zijn die vanwege hun beperking of vanwege de taal niet veel stappen kunnen maken in hun zelfredzaamheid. De consulenten benoemen tevens dat ze inwoners vroeger eerder zelf hielpen en nu vaker doorverwijzen. Ketenpartners benoemen dat zij niet geloven dat alle inwoners zelfredzaam kunnen worden. Het lukt een bepaalde groep van inwoners van Hardenberg vaak al niet om een regeling zelf aan te vragen . Ketenpartners vragen zich daarom af hoe de gemeente inwoners kan ondersteunen in zelfredzaamheid als ze (nog) niet in beeld zijn. De medewerkers van de gemeente noemen ook dat het voor de zelfredzaamheid van inwoners kan helpen om een fysiek loket te hebben, waar je met vragen terecht kan. Ook wordt er gepleit voor meer mondeling en minder schriftelijk of digitaal contact met inwoners.
6.6. Sturing en verantwoording Interne medewerkers vanuit het beleid benoemen dat zij de uitvoering vooral meegeven inwoners breed te signaleren en adviseren, onder andere bij de intake. De uitvoering heeft bijvoorbeeld ook een checklist met alle regelingen waar iemand voor in aanmerking kan komen. De beleidsmedewerkers hebben de indruk dat de intakes helder, breed en uitgebreid zijn. Verder is er weinig sturing op de uitvoering van de minimaregelingen. Wat het lastig maakt, zijn de inwoners die één regeling aanvragen. Zij worden niet automatisch doorverwezen naar andere regelingen en er is ook geen persoonlijk contact met deze inwoners. Ook door de grote aantallen aanvragen voor
45
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
bijvoorbeeld de collectieve zorgverzekering en het Sociaal Cultureel Fonds, is het niet haalbaar om overal contact te leggen. Ook het contact na een intake wordt meestal flink minder. Er vindt eenmaal per jaar contact plaats met een inwoner. Het is de vraag hoe dit ingericht moet worden. Er zou uitgebreider met een inwoner meegekeken kunnen worden, maar dat hangt af van de koers die Hardenberg wil varen. Zo heeft Hardenberg in eerste instantie besloten om niet extra bewijsstukken op te vragen als men kort na de uitstroom weer een uitkering krijgt, tegelijkertijd wilde de uitvoering wel graag extra bewijsstukken zien om de inwoners beter te kunnen ondersteunen. Recent is gestart met het project Simpel Switchen in de gemeente om overgangen in de Participatiewet voor inwoners simpeler en zekerder te maken. Dit houdt ook in dat mensen meer geïnformeerd worden op het moment dat zij de bijstand in gaan, daarin zitten en ook wanneer zij uitstromen. Bij instroom wordt er een brede uitvraag gedaan zodat goed met de inwoner meegekeken kan worden, en ook gekeken kan worden of er nog dingen zijn die men niet gebruikt. Bij een her aanvraag heeft de gemeente de doelstelling om de aanvraag zo snel mogelijk af te handelen en dit zo simpel mogelijk maken voor de inwoner, zodat het proces snel vervolgd kan worden om deze inwoner goed te helpen aan mogelijk een nieuwe baan.
6.7. Beleid Per onderdeel van de beleidsuitgangspunten worden de toelichtingen van de deelnemers aan de groepsgesprekken weergegeven. Structureel en duurzaam •
Intergenerationele armoede Medewerkers van het beleid zien dat het project intergenerationele armoede, dat is opgezet om kinderen zo weinig mogelijk in armoede op te laten groeien, nog niet naar behoren loopt. Er zijn tot nu toe weinig gezinnen die aan het project willen deelnemen. Van de beoogde vijf gezinnen minimaal, doen nu drie gezinnen mee. Zij worden door een coach een aantal uur per week geholpen. Er zijn nog geen duidelijke resultaten van dit project.
•
Doorbraakmethode Met de doorbraakmethode wordt nagegaan wat het voor een inwoner en de gemeent e betekent, wanneer een aanvraag wordt afgewezen. Mochten de gevolgen waarschijnlijk negatief uitpakken in termen van oplopende problematieken bij een inwoner en een hoger kostenplaatje voor de inwoner en de gemeente, dan kan een aanvraag alsnog word en toegezegd aan een inwoner. Het wordt door de consulenten niet als een wenselijk systeem gezien, omdat de gevolgen van een besluit niet altijd in te schatten en in geldbedragen vergelijkbaar zijn. Daarbij werkt de gemeente ook al met de omgekeerde toets, die nagenoeg hetzelfde werkt als de doorbraakmethode.
•
Inkomenszekerheid Het is belangrijk dat inwoners krijgen wat ze nodig hebben. Wanneer een inwoner boven de inkomensgrens valt van een regeling, dan is er nog de bijzondere bijstand als vangnet, aldus een beleidsmedewerker.
•
Armoedeval Er zijn geen individuele premies uitgekeerd aan inwoners die starten met werken. Dit kost veel geld en het is de vraag wat het oplevert. Landelijk is er nu een discussie over bijverdienpremies voor mensen die parttime werken. Dit wordt eerst afgewacht licht een beleidsmedewerker toe.
Op maat en regelarm
46
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
•
Maatwerk De medewerkers van de uitvoering zien dat er maatwerk kan worden geleverd middels de bijzondere bijstand. Verder wordt er niet veel buiten de lijntjes gewerkt. Ook worden er vraagtekens gezet bij de huidige vorm van bewindvoering. Een gezin dat onder bewind is, moet leven op 100 procent Wsm. Tegelijkertijd heeft het gezin geen recht op regelingen. Dit is mogelijk oneerlijk voor inwoners. Er wordt ook geen maatwerk geleverd in de budgetplannen die de consulent schuldhulpverlening moet opstellen voor de gezinnen onder bewind. In de plannen worden nog altijd standaard bedragen genoemd waar gezinnen in theorie nu niet meer van rond komen vanwege de stijgende prijzen.
•
Vindbaarheid Samen voor alle kinderen Signalen over het niet goed vindbaar zijn van de regelingen van Samen voor alle kinderen zijn bekend bij de medewerkers van het beleid. Aanvragen van intermediairs, dit kunnen vrijwilligers zijn, werden bijvoorbeeld laat beoordeeld. De gemeente Hardenberg gaat hier verdere acties op zetten.
6.8. Zzp’ers De medewerkers vanuit het beleid zien dat de informatie over de ondersteuning voor zzp’ers versnipperd is. Ook weet een zzp’er pas na een jaar wat zijn inkomen is, daardoor is het soms lastig om in te schatten hoe het jaar verloopt. De gemeente biedt in ieder geval hulp aan ondernemers via het loket bij Startershuis Doen. Ketenpartners zien dat er voor zzp’ers weinig hulp wordt aangeboden vanuit de gemeente, wanneer ze hulp nodig hebben. Het is bovendien onduidelijk waar zzp’ers met geldzorgen terechtkunnen. De ervaringen van ketenpartners leren dat bij de verschillende contactadressen niet altijd hulp wordt geboden; bijvoorbeeld omdat de hulp alleen voor startende ondernemers wordt aangeboden.
6.9. Zorgkosten Ketenpartners zien dat inwoners moeite hebben met het betalen van hun zorgkosten. Dit werkt regelmatig zorgmijding in de hand; ketenpartners signaleren dat inwoners niet altijd naar de dokter of tandarts gaan wanneer nodig. Verder benoemen zij dat de collectieve zorgverzekering duur is, en alleen aantrekkelijk voor inwoners met hoge zorgkosten. Het huidige aanbod sluit daarom niet aan bij de meerderheid van de (minima)inwoners. Een idee is dat er een collectief zorgpakket bijkomt voor mensen met weinig zorgvraag. Een aanvullende tandartsverzekering vinden ketenpartners hierbij wenselijk. Dit zou aantrekkelijk zijn voor een groot deel van de inwoners, in het bijzonder jongeren. Medewerkers van de uitvoering onderschrijven de zorgen van de ketenpartners; ook zij zijn van mening dat prijs van de collectieve zorgverzekering te hoog ligt. Daarbij benoemen ze dat de collectiviteitskorting in 2023 wordt afgeschaft. Dit heeft mogelijk ook invloed op de collectieve zorgverzekering. Ze vragen zich af hoe inwoners met hoge zorgkosten dan zullen worden gecompenseerd. Beleidsmedewerkers lichten toe dat de mogelijkheden beperkt zijn in het doen van eventuele aanpassingen aan de inhoud van de collectieve zorgverzekering. Het gaat om standaardpakkett en die de zorgverzekeraar aanbiedt.
47
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
7. Ervaring inwoners minimaregelingen In dit hoofdstuk wordt het minimabeleid vanuit de doelgroep (inwoners met een inkomen tot 130 procent Wsm) in Hardenberg bekeken. Deze groep inwoners heeft door middel van e en vragenlijst hun mening en ervaringen over het minimabeleid kenbaar gemaakt. In de vragenlijst staat een aantal thema’s centraal, zoals: kennis en gebruik regelingen, effecten van de regelingen, beoordeling van de informatievoorziening, beoordeling van de aanvraagprocedures, contact met de gemeente, invloed van de regelingen, zorgkosten en adviezen en opmerkingen van de respondenten. Hieronder volgt een samenvatting van de ervaringen en meningen van de respondenten 25. Over het algemeen zijn respondenten tevreden over het minimabeleid van de gemeente Hardenberg. Er liggen ook kansen, met name omtrent de bekendheid, begrijpbaarheid en vindbaarheid van de regelingen. Respondenten geven aan niet op de hoogte te zijn van bepaalde regelingen en ze hebben soms moeite om de regelingen aan te vragen. Kennis en gebruik van de regelingen voor volwassenen De regelingen voor volwassenen worden in verschillende mate gebruikt en zijn in verschillende mate bekend bij de inwoners. Zo blijkt de tegemoetkoming voor de energiekosten het meest gebruikt (76 procent) en het best bekend onder respondenten (88 procent).
De collectieve zorgverzekering van het Zilveren Kruis en de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen zijn hierna de meest gebruikt e en bekende regelingen. Vier op de tien respondenten maken verder gebruik van het Sociaal Cultureel Fonds (44 procent) en de bijzondere bijstand (39 procent). De twee minst bekende en gebruikte regelingen zijn de individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag. Een verklaring hiervoor is dat deze regelingen van toepassing zijn voor specifieke doelgroepen. De meeste genoemde redenen voor het niet-gebruik van de regelingen zijn dat de inwoners de regeling niet kennen (39 procent) en dat de inwoners het moeilijk vinden om een regeling aan te vragen (19 procent). Een ruime meerderheid van de respondenten (59 procent) geeft aan de financiële bijdrage vanuit de gemeentelijke regelingen te gebruiken om de rekeningen te betalen of om rond te komen. Een kwart van de respondenten gebruikt de vergoedingen om noodzakelijke medische zorg te bekostigen. Bij de optie ‘anders, namelijk’ wordt door de respondenten veelal genoemd dat ze de bedragen gebruiken om een energie- en gaskosten te betalen. Bijna de helft van de respondenten heeft geen geld om leuke dingen te doen. Een derde van de respondenten heeft niet voldoende geld om energiekosten te betalen en om voldoende kleding of schoenen te kopen.
Ook kan een vijfde van de respondenten geen (gezond) eten of drinken betalen, omdat het te duur is. Kennis en gebruik van de kindregelingen 85 respondenten hebben thuiswonende kinderen onder de 18 jaar (16 procent van de respondenten). Van deze groep maakt 59 procent gebruikt van de regelingen van Samen voor alle kinderen. Een kwart van de ouders kent en gebruikt de regelingen van Samen voor alle kinderen niet. De meeste ouders gebruiken het geld van de kindregeling om een fiets te kopen (51 procent). 43 procent besteedde het geld aan zwemles of een lidmaatschap bij een (sport)vereniging. Ook is er een groot deel van de ouders die het geld uitgeeft aan noodzakelijke kleiding voor hun kind(eren) (37 procent). Ouders geven aan niet voldoende financiële middelen te hebben voor de kosten van hun kind. Wat voor veel ouders te duur is, is om hun kind leuke dingen te laten doen (57 procent), het kopen van
weergegeven in een aparte rapportag e: ‘Rapport behoeftepeiling minimabeleid gemeente Hardenberg’, opgeleverd in oktober 2022. Voor een uitgebreide weergave van de resultaten, diagrammen en analyse verwijzen wij u graag naar die rapportage. 25 De volledige analyse is
48
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
voldoende kleding of schoenen te kopen (49 procent), het kopen van spullen of kleding voor een (sport)vereniging (26 procent) of een lidmaatschap bij een (sport)vereniging (26 procent). Informatievoorziening Inwoners kunnen op verschillende manieren aan informatie over de regelingen komen. De grootste groep respondenten (31 procent) vindt informatie over het minimabeleid via de website van de gemeente. Een ander veelgebruikt informatiekanaal is het persoonlijke sociale netwerk van respondenten (29 procent), zoals vrienden en kennissen. De lokale krant of een folder is tevens een relatief veelgebruikt middel. Bijna niemand geeft aan informatie te verkrijgen via een (sport)vereniging of het Budgetloket. Hier liggen kansen voor de gemeente. De helft van de respondenten is tevreden over het proces van informatievoorziening. Zo vinden zes op de tien respondenten dat zij per telefoon en mail goed geholpen worden. De helft van de respondenten (56 procent) krijgt snel een reactie na hun aanmelding. De toegankelijkheid van de informatie kan beter; slechts de helft van de respondenten snapt de informatie die zij vinden/krijgen (49 procent) of kan de informatie vinden die ze zoeken (45 procent). Ongeveer een op de tien respondenten is ontevreden over het proces van de informatievoorziening. De gemeente communiceert via verschillende informatiekanalen met inwoners.
De meerderheid van de respondenten is positief over het telefonische contact met de gemeente. Ook het persoonlijk e contact en het e-mailcontact wordt overwegend positief beoordeeld. De minste respondenten zijn tevreden over het Budgetloket (35 procent). Aanvragen van de regelingen Er is onder de respondenten een groot draagvlak voor het aanvragen van de regelingen middels één aanvraagformulier, 80 procent vindt dit een goed idee. Ook willen de meeste respondenten hun aanvraag op papier doen (65 procent). Ruim de helft geeft aan dat ze de aanvraagproc edu re zelfstandig kunnen uitvoeren: 55 procent van de respondenten begrijpt alle vragen op het aanvraagformulier en 53 procent kan zelf de bewijsstukken verzamelen. De helft van de respondenten kan de formulieren invullen zonder hulp, ruim een kwart geeft aan de formulieren niet zonder hulp in te kunnen vullen. De meningen over de eenvoudigheid van de aanvraagproc edu re verschillen: 36 procent vindt dit makkelijk, 36 procent staat hier neutraal tegenover en 28 procent vindt dit niet makkelijk. Contact met de gemeente De meerderheid van de respondenten voelt zich serieus genomen door de medewerkers van de gemeente en vinden dat de consulenten voldoende tijd nemen en alles goed uitleggen. Er liggen kansen op het gebied van informatievoorziening.
Slecht twee op de vijf respondenten weet bij wie hij moet zijn voor vragen over regelingen. Een derde van de respondenten geeft hierbij aan niet te weten bij wie hij moet zijn voor vragen. Ook zijn er relatief weinig respondenten die aangeven dat consulenten vertellen van welke (andere) regelingen gebruik kan worden gemaakt (40 procent). Effect van de regelingen De inkomensondersteunende regelingen hebben over het algemeen een positief effect op het dagelijks leven van de doelgroep. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan dat de regelingen passen bij wat hij nodig heeft (55 procent). Daarnaast hebben vier op de tien respondenten minder geldzorgen, hoewel een kwart van de respondenten niet minder geldzorgen heeft. Verder kan 40 procent van de respondenten rondkomen door de ondersteuning vanuit de regelingen, hoewel een vijfde van de respondenten dit niet kan. Het positieve effect van de regelingen is ook te zien in het gegeven dat de helft van de respondenten (49 procent) bang is om regelingen kwijt te raken wanneer zijn inkomen stijgt door werk. Respondenten vinden de regelingen niet altijd toereikend. Zo geeft een derde van de respondent en aan dat zij niet iets extra’s kunnen doen (sporten of naar de bioscoop) en vindt slechts 28 procent dat er voldoende regelingen voor volwassenen worden aangeboden.
Het percentage van de respondenten dat aangeeft dat de regelingen passen bij wat hun kind nodig heeft is met 38 procent relatief laag. Ook geeft slechts 31 procent van de respondenten aan dat hij door de regelingen wat extra’s kan doen voor zijn kind (sporten of een uitje). 49
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Zorgkosten Opvallend is dat de helft van de respondenten soms of zelfs vaak zorg mijdt door niet naar de tandarts, fysiotherapeut of het ziekenhuis te gaan of geen medicatie aan te vragen wegens de hoge (verwachte) kosten. De overige 49 procent zegt geen zorg te mijden. De gemeente biedt ondersteuning in de zorgkosten aan door een collectieve zorgverzekering te verzorgen. Deze wordt door meer dan de helft van de respondenten gebruikt waarbij de voork eur meestal uitgaat naar Pakket Optimaal 3. Verschillende factoren wegen mee in de beslissing om wel of niet over te gaan tot een collectieve zorgverzekering. Respondenten noemen als belangrijkst e reden om een collectieve zorgverzekering af te sluiten, dat de meeste kosten volledig vergoed worden. Ook de prijs van de verzekering en zorgen die worden weggenomen met de collectieve zorgverzekering zijn voor veel respondenten belangrijke redenen. De meest genoemde reden voor het niet gebruik maken van de collectieve zorgverzekering is dat de respondenten tevreden zijn met hun huidige (andere) zorgverzekering. Verder geven respondenten de voorkeur aan een collectieve zorgverzekering (84 procent) boven hulp bij het zoeken van een passende, reguliere, zorgverzekering (16 procent). Adviezen en opmerkingen va n respondenten •
• •
•
Informatie over de minimaregelingen Respondenten zouden graag meer en duidelijkere informatie ontvangen over de minimaregelingen. Ze geven hiervoor concrete ideeën zoals informatie verspreiden folders en de lokale krant, maar ook door meer overzicht te geven op de website van de gemeente. Respondenten vragen om eenvoudiger taalgebruik. Maatwerk in de tegemoetkomingen Sommige respondenten geven aan dat ze vergoedingen missen (bijvoorbeeld de witgoedregeling) of dat de vergoeding niet toereikend is. Aanvragen van de regelingen Respondenten benoemen dat het moeilijk is om een regeling aan te vragen of dat ze hierbij hulp (nodig) hebben. Er worden verder ideeën genoemd om het proces eenvoudiger te maken, zoals een vast aanspreekpunt/duidelijk loket en eenvoudigere aanvraagformulie ren. Geen aanspraak maken op regelingen Respondenten delen hun ervaringen over het niet gebruik kunnen maken van minimaregelingen, met als voornaamste reden dat zij te veel eigen vermogen of spaargeld hebben.
50
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
8. Ervaringen zzp’ers In dit hoofdstuk worden de minimaregelingen vanuit de zzp’ers in Hardenberg bekeken. Deze groep inwoners heeft door middel van een vragenlijst hun mening en ervaringen over de minimaregelingen kenbaar gemaakt. In de vragenlijst staat een aantal thema’s centraal, zoals: informatie over hulp, bekendheid en gebruik regelingen, hulp bij geldzorgen en behoeften en opmerkingen van de respondenten. Hieronder volgt een samenvatting van de ervaringen en meningen van de respondenten 26. Over het algemeen laten respondenten weten dat zij niet bekend zijn met de minimaregelingen, omdat ze hier (nog) geen gebruik van hebben gemaakt. De vraag naar duidelijkheid en beschikbaarheid van informatie over de regelingen lijkt onder de respondenten groot. Informatie over hulp Meer dan de helft van de respondenten vraagt hulp bij familie of vrienden bij geldzorgen. Ook een aanzienlijk deel van de respondenten (43 procent) zoekt via Google of een andere online zoekmachine naar informatie over regelingen. 88 procent van de respondenten geeft aan de informatie over hulp bij geldzorgen niet makkelijk te kunnen vinden bij de gemeente. Ruim de helft van de respondenten wist niet dat er vanuit de gemeente mogelijkheden waren voor hulp.
Wanneer respondenten zoeken naar hulp, loopt een vijfde er tegen aan dat er geen link voor hulp voor ondernemers en zzp’ers op de website staat weergegeven. Respondenten laten weten dat zij het liefst worden geïnformeerd over hulp voor zzp’ers via de website van de gemeente (54 procent), via een (digitale) nieuwsbrief (47 procent), en/of via sociale media (22 procent). Bekendheid en gebruik regelingen De minimaregelingen worden nagenoeg niet gebruikt door de zzp’ers. Met 74 procent is de schuldhulpverlening het meest bekend onder de respondenten, hoewel niemand van de respondenten daar gebruik van maakt. De energietoeslag is bij de helft van de respondenten bekend, ook hier maakt geen respondent gebruik van. De meest genoemde redenen voor het niet gebruik maken van deze regelingen zijn dat het inkomen te hoog is (44 procent), dat de regelingen niet nodig zijn (37 procent), dat de regelingen niet bekend zijn (37 procent) en dat het niet bekend was dat zzp’ers gebruik konden maken van de regelingen (35 procent). Respondenten lichten toe dat ze vaker hebben meegemaakt dat ze geen recht hebben op een regeling, en dat ze daarom denken dat ze er nu ook geen recht op hebben of dat het geen zin heeft om het aan te vragen.
Hulp bij geldzorgen Bijna drie op de tien respondenten heeft de afgelopen 5 jaar te maken gehad met geldzorgen, van deze groep heeft slecht een derde hulp gezocht bij de gemeente Hardenberg. Zeven op de tien respondenten heeft geen hulp gezocht, omdat ze het zelf wilden oplossen. Ook geeft 35 procent aan dat hij niet wist waar hij moest zijn voor hulp. Respondenten die hulp hebben gezocht, doen dit het vaak via familie, vrienden of kennissen (47 procent) en / of via de TOZO (24 procent). Behoeften en adviezen van zzp’ers • •
Zzp’ers benoemen dat er behoefte is aan duidelijkheid en meer openbare informatie van de gemeente over de minimaregelingen. Ook worden er adviezen gegeven over hoe informatie beter kenbaar gemaakt kan worden, voorbeelden zijn via informatieavonden of folders.
26 De volledige analyse is weergegeven in een aparte rapportage: ‘Rapport behoeftepeiling zzp 2022 gemeente
Hardenberg’, opgeleverd in oktober 2022. Voor een uitgebreide weergave van de resultaten, diagrammen en analyse verwijzen wij u graag naar die rapportage.
51
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
9. Scenarioanalyse In dit hoofdstuk worden drie verschillende scenario’s geanalyseerd. De huidige situatie wordt geschetst, de scenario’s met bijbehorende aannames en vervolgens wat dit betekent voor de kostenprognose van de gemeente Hardenberg en indien mogelijk de consequenties voor de minima.
9.1. Introductie De volgende eventuele beleidswijzigingen vloeien voort uit de onderzoeksresultaten en worden als scenario doorgerekend: 1. Een verruiming van de inkomensgrens van het Jeugdfonds Sport & Cultuur tot 120 procent Wsm; 2. Een verruiming van de inkomensgrens van de individuele inkomenstoeslag tot 110 procent Wsm; 3. Een verruiming van de inkomensgrens én een verhoging van het budget vanuit het Sociaal Cultureel Fonds (participatie volwassenen). Kanttekening In de analyse van de scenario’s wordt gerekend met de programmakosten van de regeling; oftewel de verhouding tussen het aantal gebruikers van de regeling en de daadwerkelijke kosten van de regeling. De uitvoeringsk osten worden hierbij buiten beschouwing gelaten. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de uitvoeringskosten bij de drie onderstaande scenario’s toenemen.
9.2. Scenario 1: Verruiming inkomensgrens Jeugdfonds Dit scenario analyseert de gevolgen van een eventuele verruiming van de inkomensgrens van het Jeugdfonds voor Sport en Cultuur tot 120 procent Wsm . Schets van de huidige situatie Kinderen en jongeren (0 tot 21 jaar) worden ondersteund in hun sociale, sportieve, culturele en recreatieve participatie via ‘Samen voor alle kinderen’. Deze organisatie vormt een voorliggend loket en verwijst gezinnen naargelang de ondersteuningsbehoefte door naar het Jeugdfonds Sport & Cultuur, Stichting Leergeld, Stichting Jarige Job, Nationaal Fonds Kinderhulp en Stichting Vecht voor Jeugd. Een beleidsdoelstelling van de gemeente Hardenberg is om één inkomensgrens en gelijke voorwaarden te hanteren voor alle kindregelingen. Op dit moment heeft het Jeugdfonds Sport en Cultuur een afwijkende inkomensgrens; zij hanteert 110 procent Wsm als inkomensgrens terwijl de andere regelingen van Samen voor alle kinderen 120 procent Wsm als inkomensgrens hebben. Er kan per kind maximaal één sport- of cultuuractiviteit per 12 maanden worden aangevraagd binnen het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Voor sport is er jaarlijks maximaal € 250 per kind beschikbaar, voor cultuur is er jaarlijks maximaal € 500 per kind beschikbaar. Dit geld kan gebruikt worden voor de contributie of lesgeld. Aannames •
•
Dit scenario berekent de invloed van de beleidswijziging op de programmakosten van de regeling Jeugdfonds Sport en Cultuur. De uitvoeringskosten worden buiten beschouwing gelaten. De kans is aanwezig dat de uitvoeringskosten zullen toenemen; de verruiming van de inkomensgrens zal het gebruikersaantal doen toenemen en meer administratie ten gevolge hebben. In 2021 zijn 1.563 verstrekkingen gedaan voor Samen voor alle kinderen. Er is geen uitsplitsing naar het aantal verstrekkingen of kinderen dat gebruik maakt van het Jeugdfonds voor Sport & Cultuur beschikbaar. Uit eerder onderzoek weten we dat het aantal huishoudens met kinderen dat gebruikmaakt van het Jeugdfonds de afgelopen jaren is toegenomen van 86 (2016), naar 122 (2017) tot 145 (2018). Het is aannemelijk dat het aantal huishoudens dat gebruikmaakt van het Jeugdfonds ook tussen 2018 en 2021 is 52
Gemeente Hardenberg
• •
•
Versie 1.0
toegenomen. Daarom passen we de procentuele stijging van het aantal gebruiksc ijfers per jaar toe: tussen 2017 en 2018 is het gebruikersaantal toegenomen met 18,8 procent. Als deze gebruikersgroei over het gebruikscijfer van 2018 wordt gelegd is, zal het gebruikersaantal doen toenemen tot 173 (2019), 205 (2020) en 243 huishoudens (2021). Op basis van de KWIZ Armoede Index schatten we het gemiddelde aantal kinderen op 2,1 kind per huishouden. In de 243 huishoudens die gebruikmaken van het Jeugdfonds Sport & Cultuur wonen in totaal 510 kinderen. Binnen het Jeugdfonds is per kind een bedrag voor sport en/of cultuur beschikbaar. Gemiddeld door de leeftijdscategorieën heen gaat het om een bedrag van € 238 voor sport 27 en € 463 voor cultuur28. De ervaring leert dat een ruime meerderheid van de kinderen kiest voor de financiële vergoeding om te sporten, boven culturele activiteiten. Daarom wordt het bedrag van € 238 per kind als programmakosten doorgerekend. Het is aannemelijk dat de verhoging van de inkomensgrens ervoor zal zorgen dat meer kinderen en jongeren gebruik van het Jeugdfonds Sport en Cultuur zullen maken. Het bereik van het Jeugdfonds Sport & Cultuur was 40 procent in 2018 (145 huishoudens). Bij doorrekening op basis van bovenstaande aannames is het bereik van het Jeugdfonds in 2021 49 procent.
Een gebruiksgroei van 15 procent bij de verruiming van de inkomensgrens is realistisch: dan zouden 587 unieke kinderen gebruikmaken van het Jeugdfonds. Dit brengt het bereik van het Jeugdfonds op 50 procent (bij de doelgroep van 1.170 kinderen op 120 procent Wsm).
Doorrekening programmakosten scenario Een gebruiksgroei van 15 procent brengt het totale gebruikersaantal op 587 kinderen. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur heeft dan een bereik van 50 procent. Het bereik van het Jeugdfonds Sport & Cultuur ligt daarmee relatief hoog in vergelijking tot gemeenten van vergelijkbare grootte; het gemiddelde bereik is dan 35 tot 40 procent. Tabel 9.2.1 Ontwik k eling aantal verstrek k ingen Doelgroep Gebruik Bereik
Inkomensgrens: 110% Wsm 1.050 kinderen 510 kinderen 48%
Inkomensgrens 120% Wsm 1.170 kinderen 587 kinderen 50%
Om de totale programmakosten vast te stellen bij de huidige inkomensgrens (110 procent Wsm) wordt het aantal kinderen (510 kinderen) vermenigvuldigd met de gemiddelde bijdrage voor sport (€ 238 op jaarbasis). Zoals hierboven tevens benoemd wordt gerekend met de bijdrage voor sport omdat de ervaring leert dat een ruime meerderheid van de kinderen kiest voor sport boven culturele activiteiten. De totale programmakosten bedragen € 121.380 op jaarbasis. Op grond van de aannames is een gebruikersgroei van 15 procent te verwachten op het moment dat de inkomensgrens wordt verruimd naar 120 procent Wsm. In totaal zullen (587 kinderen – 510 kinderen) 77 extra kinderen gebruikmaken van het Jeugdfonds. Dit betekent dat een verhoging van de inkomensgrens de programmakosten met (587 – 510 kinderen * € 238) € 18.169 zal doen toenemen. Tabel 9.2.2 Ontwik k eling programmak osten Inkomensgrens: 110% Wsm Aantal kinderen 510 kinderen Bijdrage voor sport vanuit het € 238 Jeugdfonds Programmakosten € 121.125 Procentuele stijging programmakosten
Inkomensgrens 120% Wsm 587 kinderen € 238 € 139.294 + 20%
27 Voor sport zijn twee bedragen mogelijk. Voor kinderen tussen 5 en 18 jaar is € 225 beschikbaar en voor
kinderen tussen 0 tot 5 en 18 tot 21 jaar is € 250 beschikbaar. 28 Voor cultuur zijn tevens twee bedragen mogelijk. Voor kinderen tussen 5 en 18 jaar is € 425 beschikbaar en voor kinderen tussen 0 tot 5 en 18 tot 21 jaar is € 500 beschikbaar.
53
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Betekenis van het scenario In de huidige situatie, als het de bijdrage van het Jeugdfonds voor Sport en Cultuur verstrekt wordt tot de inkomensgrens van 110 procent Wsm, hebben huishoudens met kinderen met de situatie in onderstaand plaatje te maken. Met name ouderparen met kinderen krijgen te maken met een sterke terugval van hun inkomen op 140 procent Wsm, en vallen daarbij terug tot onder het bijstandsniveau. Het valt echter op dat de terugvallen in het totale inkomen optreden bij 130 procent Wsm (ouderparen) en 140 procent Wsm (ouderparen en alleenstaande ouders). Het wegvallen van het Jeugdfonds voor Sport en Cultuur bij 110 procent Wsm heeft daar beperkte invloed op. De terugval in het totale inkomen is met name te verklaren door het wegvallen van de energietoeslag en collectieve zorgverzekering. Figuur 9.2.1. Ink omensvooruitgang van huishoudens met k inderen (Jeugdfonds 110% Wsm) 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
150% Wsm
3% 5% Alleenstaande ouder
7% 6%
10% 2%
3% Paar met kinderen
2% -2% 0%
Op het moment dat de bijdrage van het Jeugdfonds voor Sport en Cultuur wordt verstrekt tot de inkomensgrens van 120 procent Wsm, kunnen huishoudens met kinderen langer gebruikmaken van deze regeling. De effecten van de verruiming van de inkomensgrens zijn dat de huishoudens met kinderen een sterkere vooruitgang ervaren tussen 110 en 120 procent Wsm. Deze beleidswijziging zou (meer) werken tegen een inkomen van 120 procent Wsm stimuleren. Bovendien zou deze wijziging kinderen en jongeren beter ondersteunen in hun sportieve en culturele participatie. Echter, een terugval in inkomen wordt niet voorkomen omdat de terugval op 130 en 140 procent samenhangt met de collectieve zorgverzekering en energietoeslag, en niet met het Jeugdfonds. Figuur 9.2.2. Ink omensvooruitgang van huishoudens met k inderen (Jeugdfonds 120% Wsm) 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
150% Wsm
3% 7% 7%
Alleenstaande ouder 6%
10%
2% 5%
Paar met kinderen
2% -2% 0%
54
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
9.3. Scenario 2: Verruiming inkomensgrens individuele inkomenstoeslag Dit scenario analyseert de gevolgen van een eventuele verruiming van de inkomensgrens van de individuele inkomensgrens tot 110 procent Wsm. Schets van huidige situatie Individuele inkomenstoeslag ondersteunt huishoudens die langdurig van een minimuminkomen moeten rondkomen. In de gemeente Hardenberg kunnen huishoudens aanspraak maken op de individuele inkomenstoeslag als zij gedurende een periode van drie jaar op het bijstandsniveau (100 procent Wsm) leven. Aannames •
•
Bij de individuele inkomenstoeslag wordt een gebruiksgroei van 15 procent doorgerekend. Deze regeling kent namelijk specifieke voorwaarden; alleen inwoners die langer dan drie jaar op het vastgestelde minimum zitten kunnen aanspraak maken op individuele inkomenstoeslag. Op dit moment heeft de individuele inkomenstoeslag een bereik van 52 procent; dat ligt iets boven het gemiddelde bereik in andere gemeenten. Het is daarom aannemelijk dat het bereik redelijk stabiel blijft. De uitvoeringskosten worden in dit scenario buiten beschouwing gelaten. De verwachting is dat de uitvoeringskosten marginaal zullen toenemen bij een gebruikersgroei van 15 procent.
Doorrekening programmakosten scenario In 2021 werd de individuele inkomenstoeslag verstrekt tegen een inkomens grens van 100 procent Wsm (periode van drie jaar of langer) met een bereik van 52 procent. Een gebruikersgroei van 15 procent brengt het totale gebruikersaantal op 509 huishoudens. Tabel 9.3.1 Ontwik k eling in bereik van de individuele ink omenstoeslag Doelgroep Gebruik Bereik
Inkomensgrens: 100% Wsm 852 huishoudens 443 huishoudens 52%
Inkomensgrens 110% Wsm 940 huishoudens 509 huishoudens 54%
De totale programmakosten bedragen € 200.000 per jaar; dit komt verhoudingsgewijs uit op € 451,4729 per persoon aan individuele inkomenstoeslag per jaar. Een gebruikersgroei van 15 procent geeft (509 gebruikers – 443 gebruikers) zorgt voor 66 extra gebruikers. Dit betekent dat een verhoging van de inkomensgrens de programmakosten met (€ 451,47 * 66 gebruikers) € 29.797 z al doen toenemen. Tabel 9.3.2 Programmak osten Aantal huishoudens Bedrag IIT Programmakosten Procentuele stijging programmakosten
Inkomensgrens: 100% Wsm 443 huishoudens Alleenstaande: € 413 Alleenstaande ouder: € 527 Paar: € 589 € 200.000
Inkomensgrens 110% Wsm 509 huishoudens Alleenstaande: € 413 Alleenstaande ouder: € 527 Paar: € 589 € 229.797 + 14,8%
29 Voor de individuele inkomenstoeslag is de hoogte van het bijdrage afhankelijk van de huishoudsituatie. Voor
een echtpaar is bijvoorbeeld de bijdrage (iets) hoger dan de bijdrage voor een alleenstaande. Er i s geen uitsplitsing van het aantal gebruikers per huishoudsituatie en dus per hoogte van het bedrag. Daarom gaan we uit van het gemiddelde bedrag voor de individuele inkomenstoeslag.
55
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Betekenis van het scenario In onderstaande figuren is weergegeven wat een ophoging van de inkomensgrens voor de individuele inkomenstoeslag betekent voor het totale inkomen van langdurige minima. Het valt op dat alleenstaanden per maand € 34 extra te besteden hebben op een inkomensniveau van 100 en 110 procent Wsm. Figuur 9.3.1. Totaal ink omen alleenstaande30
Alleenstaande Netto inkomen incl VT €100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm
Bijdrage Rijk
€ 500
Bijdrage gemeente
€ 1.000
€ 1.500
€ 1.102
€ 389
€ 1.212
140% Wsm 150% Wsm
€ 2.000
€ 139 € 34
€ 389
€ 1.432
€ 139
€ 354
€ 1.543
€ 2.500
€ 201 € 34
€ 389
€ 1.322
130% Wsm
Individuele inkomenstoeslag
€ 135
€ 316
€ 1.653
€ 275
9.4. Scenario 3: Sociaal Cultureel Fonds Dit scenario analyseert de gevolgen van een eventuele verruiming van de inkomensgrens van het Sociaal Cultureel Fonds tot 120 procent Wsm en een verruiming van de bijdrage. Schets van de huidige situatie De gemeente Hardenberg ondersteunt volwassenen in hun sportieve, culturele en recreat ieve participatie via het Sociaal Cultureel Fonds. Volwassenen uit minimahuishoudens kunnen aanspraak maken op een volledige bijdrage tot 120 procent Wsm (€ 130) of een gedeeltelijke bijdrage tot 130 procent Wsm (€ 80). Voor minimahuishoudens is dit budget niet (altijd) toereikend genoeg om op een minimaal niveau sociaal te participeren. Daarom wordt in dit scenario een verhoging van het budget doorgerekend, evenals een verhoging van de inkomensgrens. In dit scenario vinden de volgende wijzigingen plaats: • Verruiming van de inkomensgrens: o De inkomensgrens wordt verhoogd van 120 naar 130 procent Wsm voor de volledige bijdrage. o De inkomensgrens wordt verhoogd van 130 naar 140 procent Wsm voor de gedeeltelijke bijdrage. • Het budget van het Sociaal Cultureel Fonds wordt verhoogd: o Het budget van de volledige bijdrage wordt verhoogd van € 130 tot € 250. o Het budget van de gedeeltelijke bijdrage wordt verhoogd tot een bedrag waarop geen armoedeval meer plaatsvindt. Dit is in de huidige situatie het geval bij paren met kinderen. Aannames •
Als totale doelgroep van de regeling wordt de hoogste inkomensgrens van de regeling aangehouden (in dit rapport). Bij de huidige maximale inkomensgrens (130 procent Wsm)
30 Voor dit scenario kijken we naar de consequentie van de beleidswijzigin g op het totale inkomen van de
huishoudens. We kijken hierbij niet naar de consequenties van een eventuele armoedeval. De individuele inkomenstoeslag is namelijk bedoeld voor een specifieke doelgroep. Daarnaast hangt de individuele inkomenstoeslag niet samen met werkaanvaarding en heeft daarom geen consequenties voor een eventuele armoedeval.
56
Gemeente Hardenberg
•
•
•
Versie 1.0
komen 2.451 huishoudens in aanmerking voor het Sociaal Cultureel Fonds. In dit scenario wordt de doelgroep verruimd tot 2.800 huishoudens (140 procent Wsm). Een verhoging van de inkomensgrens en het budget van het Sociaal Cultureel Fonds zal vermoedelijk een aanzuigende werking tot gevolg hebben omdat in principe de gehele doelgroep gebruik mag maken van deze regeling zonder specifieke voorwaarden (zoals langdurigheid of bijzondere kosten). Gezien het relatief beperkte bereik (18 procent) van de regeling, is de verwachting echter dat de toename van het aantal gebruikers maximaal 20 procent zal zijn (tot bereik van 19 procent). De informatie over welk aandeel van de gebruikers (440 huishoudens, 590 personen) gebruikmaakt van de volledige dan wel gedeeltelijke bijdrage is op moment van schrijven (nog) niet beschikbaar. In de regel maken minimahuishoudens meer gebruik van een regeling naarmate hun inkomen lager is. Daarom gaan we uit van een verhouding waarbij twee derde (67 procent) van de huidige gebruikers gebruikmaakt van de volledige bijdrage en een derde (33 procent) van de gedeeltelijke bijdrage. De totale programmakosten bedragen in 2021 € 103.000 per jaar.
De uitvoeringskos t en worden in dit scenario niet meegerekend (zie introductie van dit hoofdstuk), maar de verwachting is dat de uitvoeringskosten zullen toenemen wegens de verwerking van een toename in het aantal aanvragen.
Bepaling van de gedeeltelijke bijdrage In de huidige situatie wordt het Sociaal Cultureel Fonds verstrekt tot 120 procent Wsm (volledige bijdrage) en tot 130 procent Wsm (gedeeltelijke bijdrage). De inkomensvooruitgang ziet er op dat moment zo uit als hieronder weergegeven in figuur 9.4.1. Figuur 9.4.1. Ink omensvooruitgang in de huidige situatie 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
150% Wsm
3% 9% Alleenstaande
14% 10% 14% 3% 6%
Paar zonder kinderen
8% 3% 6% 3% 7% 7% 6%
Alleenstaande ouder
10% 2% 5% Paar met kinderen
2% -2% 0%
Wanneer de beleidswijzigingen doorgevoerd worden, kunnen inwoners tot 130 procent Wsm aanspraak maken op een verhoogde bijdrage van in totaal € 250 per persoon. Huishoudens gaan er in verhouding misschien niet sterk op vooruit, maar zij hebben wel degelijk meer budget voor participatie (€ 120 per persoon extra per jaar). De effecten hiervan zijn zichtbaar in onderstaande figuur en tabel (zie volgende pagina).
57
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Figuur 9.4.2. Ink omensvooruitgang bij een volledige bijdrage (€ 250) tot 130% Wsm 31 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
150% Wsm
3% 9% Alleenstaande
14% 9% 13% 3% 6%
Paar zonder kinderen
8% 2% 5%
3% 7% 7%
Alleenstaande ouder
5% 10% 2%
5% Paar met kinderen
2% -2%
0%
Tabel 9.4.2 Ink omensvooruitgang bij een paar met k inderen (volledige bijdrage: € 250) Huishoudtype
Netto inkomen incl. VT
Paar met twee kinderen32 100% Wsm 1.574 110% Wsm 1.731 120% Wsm 1.889 130% Wsm 2.046 140% Wsm 2.204 150% Wsm 2.361
Bijdrage Rijk
Bijdrage gemeente
Totaal inkomen
951 941 861 757 645 552
396 316 316 189 0 0
2.921 2.988 3.065 2.992 2.848 2.913
Verschil tov 100% Wsm (€)
Verschil tov 100% Wsm (%)
67 144 71 -73 -8
2% 5% 2% -2% 0%
De gemeente Hardenberg zou de gedeeltelijke bijdrage (tot 140 procent Wsm) graag willen inzetten om de armoedeval te beperken dan wel te voorkomen. In bovenstaande figuur en tabel zijn zichtbaar dat paren met kinderen te maken hebben met een armoedeval. Zij vallen tot 2 procent ónder het bijstandsniveau terug bij een inkomen van 140 procent Wsm. Om niet terug te vallen tot onder het bijstandsniveau (en dus minimaal op het bijstandsniveau uit te komen, hebben zij maandelijks € 73 tekort. Om de armoedeval met de bijdrage vanuit het Sociaal Cultureel Fonds volledig op te vangen zou de gedeeltelijke bijdrage (€ 73 tekort * 12 maanden) € 876 moeten bedragen op een inkomensniveau van 140 procent Wsm. Dat is geen haalbare situatie. Bovendien is deze situatie specifiek voor ouderparen met kinderen; de andere huishoudentypen vallen niet in een dergelijk sterke mate terug. Gedeeltelijke bijdrage van € 125 Gezien het feit dat de armoedeval niet voork omen kan worden met een bijdrage uit het Sociaal Cultureel Fonds, adviseren wij om te kiezen voor het beperk en van de armoedeval. Ons advies is 31 De gedeeltelijke bijdrage is in dit figuur niet weergeven om inzicht te geven in het effect van de volledige
bijdrage van Sociaal Cultureel Fonds op 130 procent Wsm met een bijdrage van € 250 op jaarbasis. 32 In deze tabel wordt alleen de situatie geschetst voor paren met kinderen omdat dit het enige huishoudtype is dat te maken heeft met een armoedeval.
58
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
om de gedeeltelijke bijdrage op € 125 vast te stellen. Inwoners kunnen dan op een inkomensniveau van 140 procent Wsm aanspraak maken op de helft van de volledige bijdrage; dat is in vergelijk ing tot andere gemeenten een ruimhartig participatiebeleid. Bovendien is het van belang om in gedachten te houden dat de huidige situatie sterk beïnvloed wordt door de energietoeslag. Huishoudens krijgen (omgerekend) maandelijks € 108 als ondersteuning voor de energiekosten. Dit versterkt de armoedeval; een hoge bijdrage zorgt er ook voor dat de invloed van het wegvallen ervan aanzienlijk is. In 2023 verstrekken de meeste gemeenten opnieuw de energietoeslag; het is daarom aan te bevelen om inwoners in de huidige situatie zo goed mogelijk te ondersteunen, ook op het gebied van participatie. Het participatiebeleid zou echter niet volledig op de huidige ontwikkelingen gebaseerd moeten worden; € 250 (tot 130 procent Wsm) en € 125 (tot 140 procent Wsm) is ruimhartig wat betreft participatiebeleid. Wanneer de gemeente Hardenberg ervoor kiest om de gedeeltelijke bijdrage op € 125 te zetten ziet de inkomensvooruitgang er als volgt uit (zie onderstaande figuur en tabel). Daarin is te zien dat de armoedeval procentueel gezien op 2 procent blijft, maar dat een ouderpaar met kinderen structureel een minder groot tekort heeft ( - € 62 in plaats van - € 73). Figuur 9.4.3.
Ink omensvooruitgang bij volledige bijdrage (€250) en gedeeltelijk e bijdrage (€125) 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
150% Wsm
3% 9% Alleenstaande
14%
10% 13% 3% 6% Paar zonder kinderen
8% 3% 5% 3% 7% 7% 6%
Alleenstaande ouder
10%
2% 5% Paar met kinderen
2% -2% 0%
Tabel 9.4.3 Ink omensvooruitgang bij paar met k inderen (volledige bijdrage: € 250 en gedeeltelijk e bijdrage: € 125) Huishoudtype
Netto inkomen incl. VT
Paar met twee kinderen33 100% Wsm 1.574 110% Wsm 1.731 120% Wsm 1.889 130% Wsm 2.046 140% Wsm 2.204 150% Wsm 2.361
Bijdrage Rijk
Bijdrage gemeente
Totaal inkomen
951 941 861 757 645 552
396 316 316 189 10 0
2.921 2.988 3.065 2.992 2.859 2.913
Verschil tov 100% Wsm (€)
Verschil tov 100% Wsm (%)
67 144 71 -62 -8
2% 5% 2% -2% 0%
33 In deze tabel wordt alleen de situatie geschetst voor paren me t kinderen omdat dit het enige huishoudtype is
dat te maken heeft met een armoedeval.
59
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Situatie zonder energietoeslag Zoals eerder benoemd in deze paragraaf beïnvloedt de energietoeslag (€ 1.300 op jaarbasis) de inkomensvooruitgang van huishoudens, terwijl het gaat om een tijdelijke toeslag 34. Daarom wordt voor een volledig overzicht tevens de inkomensvooruitgang weergegeven zonder de energietoeslag, waarbij wel de nieuwe volledige en gedeeltelijke bijdrage voor het Sociaal Cultureel Fonds worden doorgerekend. In onderstaand figuur valt op dat de energietoeslag verantwoordelijk is voor de armoedeval; in een situatie waarin de energietoeslag niet van toepassing is, ontstaat er geen armoedeval voor paren met kinderen. Huishoudens gaan er bij ieder weergegeven inkomensniveau op vooruit ten opzichte van de bijstand en hebben in deze situatie meer ruimte om sociaal te participeren. Figuur 9.4.4. Ink omensvooruitgang bij volledige bijdrage (€250) en gedeeltelijk e bijdrage (€125), zonder de energietoeslag 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
150% Wsm
3% 10% Alleenstaande
15% 17% 21% 3% 6%
Paar zonder kinderen
9% 8% 10% 3% 7% 7%
Alleenstaande ouder
11% 15% 2% 5% Paar met kinderen
3% 2% 4%
Kanttekening Het is van belang om bovenstaand figuur in perspectief te zien. Enerzijds geeft dit figuur inzicht in de situatie voor (en waarschijnlijk na) de aanzienlijke stijging van energiekosten. Op dit moment is sprake van een tijdelijke situatie waarin de energiekosten bijzonder hoog zijn. Het is daarom wenselijk om nieuw beleid niet volledig af te stemmen op een tijdelijke situatie. Anderzijds geeft bovenstaand plaatje geen volledige weergave omdat de huidige kosten niet meegenomen zijn; het geeft alleen inzicht in de inkomensvooruitgang. Echter, op dit moment hebben alle huishoudens te maken met de hoge energiekosten; zonder de energietoeslag is er dus sprake van een vertekend beeld. Figuur 9.4.4. moet daarom gezien worden als perspectiefvormend voor de situatie als de energieprijzen gestabiliseerd dan wel genormaliseerd zijn, maar moet geen uitgangspunt vormen voor de besluitvorming over het Sociaal Cultureel Fonds. Doorrekening van de programmakosten De verwachte gebruiksgroei van 20 procent (zie aanname) heeft ten gevolge dat het totale aantal gebruikers met 88 huishoudens toeneemt, tot een bereikspercentage van 19 procent.
34 Voor zover bekend zal de energietoeslag ook in 2023 worden toegekend, maar d e situatie voor de periode
daarna is onduidelijk.
60
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Tabel 9.4.4 Ontwik k eling in het bereik van het Sociaal Cultureel Fonds Inkomensgrenzen: Inkomensgrenzen: 120% Wsm (volledig) 130% Wsm (volledig) 130% Wsm (gedeeltelijk) 140% Wsm (gedeeltelijk) Doelgroep 2.451 huishoudens 2.800 huishoudens Gebruik 440 huishoudens 528 huishoudens Bereik 18% 19% Om inzicht te geven in de programmakosten is het van belang om de berekening op persoonsniveau te maken. Gemiddeld wonen in Hardenberg 1,3 volwassenen in een economische eenheid (oftewel een huishouden). Dit betekent dat in de huidige situatie 440 huishoudens gebruikmaken van het Sociaal Cultureel Fonds en dit betreffen 590 personen. Na de beleidswijziging is de verwachting (bij een gebruikersgroei van 20 procent) dat 528 huishoudens gebruikmaken van het Sociaal Cultureel Fonds; dat zijn 708 personen. Huidige gebruikers Op dit moment maken 590 personen reeds gebruik van het Sociaal Cultureel Fonds. We gaan ervan uit dat twee derde gebruikmaakt van de volledige bijdrage en een derde van de gedeeltelijke bijdrage (zie aanname). Dat betekent dat 67 procent van de gebruikers (395 personen) een ophoging van hun volledig bijdrage krijgen van € 130 tot € 250 op jaarbasis. Dit brengt de kosten voor deze groep op € 47.436 per jaar voor de gemeente. De gebruikers die de gedeeltelijke bijdrage gebruiken (195 gebruikers) krijgen een ophoging van € 80 tot € 125 op jaarbasis.
De kosten voor de gemeent e nemen daarmee toe met € 8.762 per jaar. De totale kostentoename voor de huidige gebruikers zal bij deze beleidswijzigingen € 56.198 bedragen. Nieuwe gebruikers Er zijn 118 nieuwe gebruikers van het Sociaal Cultureel Fonds. De programmakosten voor de volledige bijdrage komen voor de nieuwe gebruikers op (2/3 * 118 nieuwe gebruikers * € 250) = € 19.765 op jaarbasis. De kosten voor de gedeeltelijke bijdrage komen op (1/3 * 118 nieuwe gebruikers * € 250 = € 4.868 op jaarbasis. De totale kostentoename voor de nieuwe gebruikers zal bij deze beleidswijzigingen € 24.633 bedragen. Totale programmakosten Als de programmakosten voor de huidige en nieuwe gebruikers bij een verhoging van de inkomensgrens en het budget van het Sociaal Cultureel Fonds worden opgeteld, bedragen deze € 80.830 op jaarbasis. Dit brengt de totale programmakosten van de regeling op € 183.380 op jaarbasis. Dit is een procentuele kostenstijging van 78 procent op jaarbasis. Tabel 9.4.5 Ontwik k eling programmak osten35 Inkomensgrenzen: 120% Wsm (volledig) 130% Wsm (gedeeltelijk) Aantal huishoudens 590 personen Bedrag Sociaal Cultureel Volledige bijdrage € 130 Fonds Gedeeltelijke bijdrage € 80 Programmakosten € 103.000 Procentuele stijging programmakosten
Inkomensgrenzen: 130% Wsm (volledig) 140% Wsm (gedeeltelijk) 708 personen Volledige bijdrage € 250 Gedeeltelijke bijdrage € 125 € 183.830 + 78%
35 De programmakosten worden bepaald aan de hand van het aantal personen in plaats van aan het aantal
huishoudens. De reden hiervoor is dat de bijdrage van het Sociaal Cul tureel Fonds wordt verstrekt per persoon en niet per huishouden.
61
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen In deze bijlage staat een overzicht van de minimaregelingen met de bijbehorende inkomensgrenzen en vergoedingen weergegeven. Tabel B1.1 Gemeentelijk e minimaregelingen in Hardenberg Inkomensgrens t.o.v. Soort regeling (Maximaal) bedrag Wsm Afvalstoffenheffing: Vast: € 166 (gft apart inzamelen) Variabel: restafvalcontainer (240 l): € 10,60 (140 l): € 6,50 Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen
Rioolheffing: € 269 per huishouden
Tot 100% Wsm
Waterschapsbelasting: Watersysteemheffing: € 83,53 per woonruimte Zuiveringsheffing: € 57,50 per vervuilingseenheid Individuele bijzondere bijstand
Individuele draagkrachtberekening
-
Individuele inkomenstoeslag (incl. referteperiode)
Minimaal 3 jaar of langer 100% Wsm
Alleenstaande: € 413; Alleenstaande ouder: € 527; Paar: € 589. Keuze uit drie aanvullende pak k etten van Zilveren Kruis:
Collectieve zorgverzekering (via Zilveren Kruis)
Sociaal Cultureel Fonds
Optimaal Aanvullend 1: € 128,82 i.p.v. € 148,40 per maand; Tot 130% Wsm Optimaal Aanvullend 2: € 142,32 i.p.v. € 166,95 per maand.
120% Wsm voor een volledige bijdrage, 130% Wsm voor een gedeeltelijke bijdrage
Optimaal Aanvullend 3: € 156,57 i.p.v. € 189,20 per maand. Volledige bijdrage: € 130 per volwassene per jaar Gedeeltelijke bijdrage: € 80 per volwassene per jaar Sport (5-18 jaar): € 225,00 Sport (0-6 en 18-21 jaar): € 250,00 Cultuur (6-18 jaar): € 425,00 Cultuur (0-6 en 18-21 jaar): € 500,00 Schoolspullen (4-21 jaar): € 400,00 per kind per jaar Verjaardagsbox: € 35,00 per kind per jaar
Jeugdfonds sport en cultuur
110% Wsm
Samen voor alle kinderen
120% Wsm
Energietoeslag
130% Wsm
€ 1.300 in 2022
Studietoeslag
Geen inkomensgrens
-
62
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Bijlage 2. Opbouw totaal inkomen 100 tot 150% Wsm In deze bijlage geven we de opbouw van het totaal inkomen uit paragraaf 2.4 grafisch weer. Figuur B2.1 Ink omensvooruitgang na werk aanvaarding, alleenstaande niet AOW -gerechtigd
Alleenstaanden Netto inkomen incl VT
Bijdrage Rijk
100% Wsm
€ 1.102
110% Wsm
€ 1.212
120% Wsm
€ 1.322
130% Wsm
€ 1.432
€ 354 € 135
140% Wsm
€ 1.543
€ 316
150% Wsm
€ 1.653
€0
€ 500
€ 389
Bijdrage gemeente
€ 201
€ 389 € 139 € 389 € 139
€ 275
€ 1.000
€ 1.500
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
Figuur B2.2 Ink omensvooruitgang, na werk aanvaarding, paar zonder k inderen niet AOW-gerechtigd
Paar zonder kinderen Netto inkomen incl VT
Bijdrage Rijk
€ 1.574
100% Wsm
€ 517
€ 1.731
110% Wsm
€ 169
€ 427
€ 2.046
130% Wsm
€ 250
€ 507
€ 1.889
120% Wsm
Bijdrage gemeente
€ 323 € 161
€ 2.204
140% Wsm
€ 211
€ 2.361
150% Wsm €0
€ 500
€ 169
€ 1.000
€ 118 € 1.500
63
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Figuur B2.3 Ink omensvooruitgang na werk aanvaarding, alleenstaande ouder met twee k inderen (8 en 13 jaar)
Alleenstaande ouder Netto inkomen incl VT 100% Wsm
€ 1.102
110% Wsm
€ 1.212
120% Wsm
€ 1.322
130% Wsm
€ 1.432
140% Wsm
€ 1.543
150% Wsm
€ 1.653 €0
€ 500
Bijdrage Rijk
Bijdrage gemeente
€ 1.124
€ 346
€ 1.161
€ 265
€ 1.166
€ 211
€ 1.172
€ 135
€ 1.177
€ 1.182
€ 1.000
€ 1.500
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
Figuur B2.4 Ink omensvooruitgang na werk aanvaarding, paar met twee k inderen (8 en 13 jaar)
Paar met kinderen Netto inkomen incl VT
Bijdrage Rijk
€ 1.574
100% Wsm
€ 951
€ 1.731
110% Wsm
Bijdrage gemeente
€ 941
€ 1.889
120% Wsm
€0
€ 500
€ 1.000
€ 552 € 1.500
64
€ 161
€ 645
€ 2.361
150% Wsm
€ 242
€ 757
€ 2.204
140% Wsm
€ 296
€ 861
€ 2.046
130% Wsm
€ 376
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
Gemeente Hardenberg
Versie 1.0
Bijlage 3. Financieel maandoverzicht In deze bijlage staat per huishoudtype het financieel maandoverzicht. De tabellen geven een overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven, bij gebruikmaking van alle landelijke en lokale regelingen. De bedragen die horen bij de huishoudelijke uitgaven en reserveringsuitgaven zijn afkomstig van het Nibud. Tabel B3.1 Alleenstaande zonder k inderen, niet AOW -gerechtigd 100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
150% Wsm
>3 jaar 100% Wsm
Inkomsten Netto inkomen incl VT
1.102
1.212
1.322
1.432
1.543
1.653
1.102
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk
278 111 0 0 0 389
278 111 0 0 0 389
278 111 0 0 0 389
243 111 0 0 0 354
205 111 0 0 0 316
164 111 0 0 0 275
278 111 0 0 0 389
Totaal inkomsten
1.491
1.601
1.711
1.786
1.859
1.928
1.491
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven