CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Aanbiedingsbrief voorstel tweede wijziging Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland

gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente HardenbergBij agendapunt: Lijst met ingekomen stukken t/m 31 oktober 202330.304 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

______________________ INGEKOMEN STUK 2 RAAD d.d. 31 oktober 2023 ______________________ Toelichting gezamenlijke aanbieding concept gemeenschappelijke regelingen Aan: Gemeenteraden en colleges van de gemeenten in de regio IJsselland, Provinciale Staten en het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Overijssel Geacht college en geachte gemeenteraad, De besturen van GGD IJsselland, Omgevingsdienst IJsselland, Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland en Veiligheidsregio IJsselland hebben in de afgelopen periode voorstellen tot wijziging van hun gemeenschappelijke regelingen afgerond. Zoals aangekondigd in de brief van 4 oktober 2023 sturen zij u deze voorstellen gezamenlijk toe. Van elke gemeenschappelijke regeling ontvangt u: − De aanbiedingsbrief van het bestuur van de betreffende gemeenschappelijke regeling. − De voorstellen tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling, inclusief onderbouwing en toelichting. − De gemeenschappelijke regeling zelf met daarin verwerkt de voorgestelde wijzigingen. Deze stukken vindt u als zip-bestand in de bijlage bij deze mail. De vier genoemde GR-en hebben in 2022 en 2023 intensief samengewerkt om de wijzigingsvoorstellen wat betreft het versterken van de betrokkenheid van de gemeenteraden zoveel mogelijk af te stemmen.

En ook de noodzakelijke stappen te coördineren, gericht op goede besluiten, met de vereiste betrokkenheid van de colleges en gemeenteraden. Gezamenlijke toezending vormt een passende afronding van dit voorbereidingstraject. Het spreekt voor zich, dat de voorstellen van elke regeling formeel apart behandeld dienen te worden, echter, door ze te bundelen ontstaat er overzicht en kunnen ze ook het traject binnen elke gemeente samen doorlopen. De colleges ontvangen deze brief en bijlagen ter behandeling en de gemeenteraden1 ter informatie. Dit laatste ook om de colleges te ondersteunen, want zij moeten de voorstellen gedurende acht weken om een zienswijze aan de gemeenteraden voorleggen. Na afstemming met de griffiers stellen de GR-besturen het op prijs om reacties van de colleges en/of zienswijzen van de gemeenteraden uiterlijk 1 januari 2024 te ontvangen. Op deze manier hebben de gemeenten een totale behandeltijd van elf weken. De besturen kunnen de reacties en zienswijzen in januari en februari 2024 bespreken en voorzien van een advies over eventuele aanpassing van de wijzigingsvoorstellen. Daarna volgt opnieuw toezending aan de colleges om goedkeuring van de gemeenteraden te verkrijgen.

Met vriendelijke groet, Namens de directie/bestuurssecretarissen van de gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio IJsselland, GGD IJsselland, Omgevingsdienst IJsselland en Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland, 1 Daar waar over de gemeenteraden gesproken wordt, moet voor de OD ook ‘Provinciale Staten’

gelezen worden.

Henk Schreuders, secretaris Veiligheidsregio IJsselland

Aan de deelnemende colleges van Omgevingsdienst IJsselland Zwolle, 16 oktober 2023

Betreft: voorstel tweede wijziging Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland

Geacht college, Namens het algemeen bestuur van Omgevingsdienst IJsselland, sturen wij u een voorstel voor de tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland (hierna: de regeling). In deze brief leggen wij eerst uit waarom wij u dit voorstel sturen. Vervolgens geven we een toelichting op de totstandkoming van het voorstel en zoomen we in op wat ter besluitvorming voor ligt. Tot slot schetsen wij het wettelijk verplichte proces om te komen tot besluitvorming op dit voorstel. Waarom een voorstel tot wijziging van de regeling Er zijn twee concrete aanleidingen om de regeling te wijzigen, namelijk: 1) een evaluatie van de regeling en 2) wetswijzigingen die nopen tot aanpassing van de regeling. 1) Evaluatie van de regeling Bij de oprichting van Omgevingsdienst IJsselland (hierna: de OD) in 2017 is de verplichting opgelegd aan het algemeen bestuur om de regeling te evalueren. Het algemeen bestuur heeft uitvoering gegeven aan deze verplichting. Bij de evaluatie van de regeling stond de vraag centraal of, binnen de wettelijke kaders, verbeteringen konden worden aangebracht om te komen tot een meer praktische uitvoering vanuit het oogpunt van onze eigenaren (de 11 gemeenten in de regio IJsselland en provincie Overijssel) en vanuit het oogpunt van de OD. De evaluatie heeft geleid tot bijgevoegd voorstel om de regeling te wijzigen.

2) Wetswijzigingen De komst van de Omgevingswet, een gewijzigde Archiefwet en met name een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) nopen tot aanpassing van de regeling. De wijziging van de Wgr vraagt van uw college om voor 1 juli 2024 de regeling aan te passen. Dit in het kader van een verbeterde democratische legitimiteit en een sterkere positie van de gemeenteraden en Provinciale Staten tot de OD. Hoe is het voorstel tot stand gekomen 1) Evaluatie van de regeling Er is aan twee onafhankelijke adviseurs gevraagd om de regeling te evalueren. Zij hebben daartoe gesprekken gevoerd met bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordigers van de 11 gemeenten en de provincie. Daarnaast hebben zij een gesprek gevoerd met het managementteam van de OD. Vervolgens hebben zij op basis hun expertise een voorstel tot wijziging van de regeling gedaan. Het algemeen bestuur van de OD heeft op 5 oktober jl. besloten dit voorstel ter besluitvorming aan uw college voor te leggen

OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle

0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805 BTW NL857287722B01

IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G

2) Wetswijzigingen De hiervoor genoemde adviseurs hebben een voorstel gedaan voor het aanpassen van de regeling aan de komst van de Omgevingswet en de gewijzigde Archiefwet. Voor wat de implementatie van de gewijzigde Wgr betreft, is het voorstel tot stand gekomen in samenwerking met de griffies en de andere drie regiobrede GR-en in IJsselland (het Regionaal Serviceteam Jeugd, de GGD en de veiligheidsregio). Gezamenlijk hebben wij u brieven en notities gestuurd om u op de hoogte te houden van de voortgang van de implementatie van de gewijzigde Wgr. Daarnaast hebben wij gezamenlijk digitale informatiesessies gehouden voor raden en Staten en is op 21 april 2023 voor hen een fysieke werkconferentie georganiseerd. Tijdens die werkconferentie konden raads- en Statenleden de nieuwe wettelijke mogelijkheden nader verkennen en hun persoonlijke opvattingen en wensen over die nieuwe mogelijkheden uiten. Het algemeen bestuur van de OD heeft zich bij het opstellen van het voorstel mede laten leiden door de uitkomsten van deze werkconferentie. De vier regiobrede GR-en hebben hun voorstel zoveel mogelijk afgestemd, waar het de implementatie van de gewijzigde Wgr betreft. Hierbij zij opgemerkt dat de participatiebepaling van de OD afwijkt van die van de andere drie regiobrede GR-en.

De reden hiervoor is gelegen in het feit dat de OD uit naam van haar deelnemers veel juridische besluiten neemt met rechtsgevolgen voor ingezetenen, bedrijven en belanghebbenden. Inspraak op die besluiten loopt via wettelijke procedures met strakke beslistermijnen. De andere GR-en zijn voornemens een tekst op te nemen waarbij ingezetenen en belanghebbenden het DB kunnen verzoeken om een participatietraject. Dit is voor de OD niet wenselijk omdat daarmee de indruk wordt gewekt dat afgeweken kan worden van de wettelijke procedures voor de vele juridische besluiten die de OD namens haar deelnemers neemt. Wat ligt nu voor In het kader van ons voorstel voor de tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland, leggen wij de volgende documenten aan u voor: - ons voorstel voor de tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland (documentnaam: 2e wijziging GR OD IJsselland); - een toelichting op de voorgestelde wijzigingen (documentnaam: toelichting bij 2e wijziging GR OD IJsselland); - een geconsolideerde versie van de regeling na de tweede wijziging (documentnaam: geconsolideerde versie GR OD IJsselland); - de bijlage bij de regeling (documentnaam: bijlage bij Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland). Hoe nu verder Op grond van Wgr moet de regeling aangepast zijn voor 1 juli 2024.

Gelet op de wettelijke procedure die daarbij gevolgd moet worden, stellen wij de volgende stappen voor: OD IJsselland Lübeckplein 2

1. Op 16 oktober 2023 sturen de regiobrede GR-en gezamenlijk hun wijzigingsvoorstellen aan 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 de deelnemende colleges; 8004 DG Zwolle 2. het college stelt de gemeenteraad (respectievelijk Provinciale Staten in het geval van de 0885251050 info@odijsselland.nl provincie) in de gelegenheid om een zienswijze op het voorstel te geven; www.odijsselland.nl

KVK 68066805 BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G

3. het college laat de OD uiterlijk 1 januari 2024 weten of er zienswijzen zijn ontvangen en vraagt de OD om te adviseren over eventuele zienswijzen; 4. het college neemt het voorgenomen besluit tot wijziging van de regeling en vraagt toestemming aan de gemeenteraad (respectievelijk Provinciale Staten in het geval van de provinicie); de termijn voor goedkeuring door raden en Staten bedraagt 13 weken; een snellere reactie is uiteraard ook mogelijk; 5. het college stelt de wijziging van de regeling definitief vast en brengt de OD op de hoogte van haar besluit; 6. het algemeen bestuur van OD IJsselland gaat na of drie vierde meerderheid van de deelnemende colleges de regeling heeft vastgesteld; als dit het geval is, is de wijziging van de regeling tot stand gekomen; 7. de provincie publiceert de gewijzigde GR in het provinciaal blad. Gelet op de omvang van dit proces, kan het zijn dat de datum van 1 juli 2024 onverhoopt niet gehaald wordt. Omdat we streven naar kwaliteit en een zorgvuldig verloop van het proces, stellen we voor de tijd te nemen die daarvoor nodig is. De termijn van 1 juli 2024 is in die zin op te vatten als een termijn van orde. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen hebben, neemt u dan gerust contact op met de directiesecretaris van onze dienst, de heer J.H.

(Jurjen) Bos, via info@odijsselland.nl Namens het dagelijks bestuur van Omgevingsdienst IJsselland, voorzitter,

secretaris-directeur a.i.,

Maarten Offinga

Jan Dirk Nijkamp

Bijlagen: - voorstel voor de tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland (documentnaam: 2e wijziging GR OD IJsselland); - toelichting op de voorgestelde wijzigingen (documentnaam: toelichting bij 2e wijziging GR OD IJsselland); - een geconsolideerde versie van de regeling na de tweede wijziging (documentnaam: geconsolideerde versie GR OD IJsselland); - de bijlage bij de regeling (documentnaam: bijlage bij Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland).

OD IJsselland Lübeckplein 2 8017 JZ Zwolle Postbus 40252 8004 DG Zwolle

0885251050 info@odijsselland.nl www.odijsselland.nl KVK 68066805

BTW NL857287722B01 IBAN NL23BNGH0285172956 BIC BNGHNL2G

2e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle en het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente onderscheidenlijk provincie bevoegd zijn,

Overwegende dat

de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 gewijzigd is;

de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland in 2023 geëvalueerd is;

besluiten de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland 1 als volgt te wijzigen:

ENIG ARTIKEL 1. Deze wijziging treedt in werking op 30 juni 2024. 2. De artikelen 1 tot en met 45 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland komen te vervallen. 3. De artikelen 1 e.v. worden als volgt vastgesteld:

1

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

3

Hoofdstuk 2 Taken

5

Hoofdstuk 3 Bevoegdheden

7

Hoofdstuk 4 Het Bestuur

7

Hoofdstuk 5 Inspraak

12

Hoofdstuk 6 Personeel

13

Hoofdstuk 7 Kostentoedeling, begroting en jaarrekening

14

Hoofdstuk 8 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing

16

Hoofdstuk 9 Overige bepalingen

19

Hoofdstuk 10 Slotbepalingen

20

2

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepaling 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. basistaken: zowel het basistakenpakket als ook de taken zoals opgenomen in de bij deze regeling horende bijlage; b.

basistakenpakket:

het basistakenpakket zoals bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit. Bij wijziging van het basistakenpakket door wet- en regelgeving, geldt het basistakenpakket na die wijziging;

c.

colleges:

de colleges van burgemeester en wethouders onderscheidenlijk gedeputeerde staten van de deelnemers als bedoeld in artikel 1, onder sub d, van de regeling;

d.

deelnemers:

het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle;

e.

wet:

de Wet gemeenschappelijke regelingen;

f.

fysieke leefomgeving:

de fysieke leefomgeving zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Omgevingswet;

g.

gelijk speelveld:

het stellen van zo veel mogelijk gelijke eisen en normen bij de verlening van vergunningen, het verrichten van toezicht en het uitvoeren van handhavingsacties door de deelnemers in de regeling;

h.

Omgevingsdienst IJsselland:

het openbaar lichaam Omgevingsdienst IJsselland, als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

i.

regeling:

deze gemeenschappelijke regeling;

j.

regionaal uitvoeringsprogramma:

de wettelijke verplichting tot het vaststellen van een regionaal uniform uitvoeringsprogramma voor de uitvoerings- en handhavingstaken die ondergebracht zijn bij Omgevingsdienst IJsselland;

k.

jaaropdracht:

de opdracht die elke deelnemer jaarlijks met Omgevingsdienst IJsselland overeenkomt, waarin het regionaal uitvoeringsprogramma leidend is, met aanvullend de specifieke wensen, ambities en afspraken die partijen met elkaar afspreken;

l.

schriftelijk:

alle vormen van geschreven taal, zowel papier, fax als digitaal;

m.

vertegenwoordigende organen:

Provinciale Staten van de provincie Overijssel en raden van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle

3

2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of Provinciewet, dan wel andere wettelijke regelingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, tenzij anders vermeld, in die artikelen voor de gemeente, de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, respectievelijk de provincie, Provinciale Staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning, gelezen: Omgevingsdienst IJsselland, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 2 Instelling 1. Er is een openbaar lichaam genaamd Omgevingsdienst IJsselland. 2. Omgevingsdienst IJsselland is gevestigd in Zwolle.

Artikel 3 Belang 1. Omgevingsdienst IJsselland is ingesteld ter behartiging van de individuele en gezamenlijke belangen van de deelnemers op het gebied van de fysieke leefomgeving en ziet op de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de voorschriften zoals opgenomen in de relevante regelgeving, voor zover de bevoegdheid daartoe aan de deelnemer toekomt en voor zover deze aan Omgevingsdienst IJsselland is gemandateerd. 2. Omgevingsdienst IJsselland draagt zorg voor een organisatie ter behartiging van de in het eerste lid genoemde belangen en richt zich daarbij op: •

het bieden van een structuur waarin de deelnemers voldoen aan de wettelijke eisen van kwaliteit, effectiviteit en robuustheid en organisatie voor de uitvoering van hun taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving;

•

advisering aan en uitvoering voor de deelnemers ten behoeve van vergunningverlening, toezicht en handhaving;

•

de inzet van kennis en kunde;

•

de realisatie van een centraal aanspreekpunt voor externe partners;

•

het creëren van een gelijk speelveld voor burgers en bedrijven in het werkgebied van Omgevingsdienst IJsselland.

4

Hoofdstuk 2 Taken Artikel 4 Basistaken voor deelnemers De taken die Omgevingsdienst IJsselland uitvoert voor alle deelnemers betreffen: •

het basistakenpakket;

•

de uitoefening van de taken zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 5 Structurele facultatieve taken voor deelnemers op basis van inbreng personeel 1. Het algemeen bestuur kan besluiten op verzoek van een deelnemer ook andere taken dan vermeld onder artikel 4 op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving ten behoeve van deze deelnemer te verrichten. 2. Deze dienstverlening wordt als structureel gezien indien deze op basis van inbreng van personeel en met inachtneming van het door de betreffende deelnemer vastgestelde beleid plaatsvindt. Artikel 33 is van overeenkomstige toepassing. 3. Het uitgangspunt voor de uitvoering van deze taken is inbreng en bekostiging op basis van de bijbehorende formatie, vermeerderd met een percentage voor overhead. Artikel 26 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6 Facultatieve taken voor deelnemers op basis van overeenkomst 1. Het algemeen bestuur kan op verzoek besluiten andere taken dan vermeld onder artikel 4 ten behoeve van een deelnemer te verrichten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving en met inachtneming van het door de desbetreffende deelnemer vastgestelde beleid. 2. Het dagelijks bestuur sluit dan een overeenkomst met de betreffende deelnemer voor de taken als bedoeld in het eerste lid. 3. Het algemeen bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4. 4. Voor de facultatieve taken voor deelnemers wordt een tenminste kostendekkend tarief in rekening gebracht.

Artikel 7 Facultatieve taken voor derden 1. Het algemeen bestuur kan besluiten dat Omgevingsdienst IJsselland werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke organisaties kan verrichten. 2. Het dagelijks bestuur sluit dan een overeenkomst met de publiekrechtelijke organisatie waarvoor werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid uitgevoerd worden.

5

3. Het algemeen bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4. 4. Voor de facultatieve taken voor derden wordt een tenminste kostendekkend tarief in rekening gebracht. 5. De omvang van de facultatieve taken voor derden mag niet meer zijn dan toelaatbaar is op basis van het vigerende aanbestedingsregime.

Artikel 8 Overige bepalingen taken 1. Ter uitvoering en nadere invulling van de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde taken, stelt het algemeen bestuur voor de duur van de gemeenschappelijke regeling een dienstverleningsovereenkomst vast, waarin de algemene voorwaarden van Omgevingsdienst IJsselland worden vastgelegd, waarbij in elk geval wordt geregeld: a. de voorwaarden voor de taakuitvoering; b. de voorwaarden voor uitvoering van facultatieve taken; c.

de aansprakelijkheid, verzekering en geschillen met betrekking tot de taakuitoefening, en

d. een regeling in geval van niet voldoen aan de door de deelnemers gestelde eisen. 2. Binnen de kaders van de dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, maakt Omgevingsdienst IJsselland met alle deelnemers werkafspraken per deelnemer die voor elke deelnemer worden vastgelegd in een jaaropdracht. 3. In de jaaropdracht worden per deelnemer de van Omgevingsdienst IJsselland af te nemen omvang van en het kwaliteitsniveau voor alle af te nemen taken vastgelegd. Per jaar kan de omvang van de door de deelnemers af te nemen facultatieve taken onder bepaalde, in de dienstverleningsovereenkomst vastgelegde voorwaarden, worden gewijzigd. Ook kunnen, onverminderd het bepaalde in de dienstverleningsovereenkomst, tussentijds aanvullende facultatieve taken worden overeengekomen. 4. De dienstverleningsovereenkomst en de jaaropdracht komen niet te vervallen door wijziging van de regeling. 5. Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het verrichten van facultatieve taken voor derden zoals genoemd in artikel 7.

6

Hoofdstuk 3 Bevoegdheden Artikel 9 Bevoegdheden 1. Aan het algemeen- en dagelijks bestuur worden geen bevoegdheden overgedragen door de deelnemers. 2. Voor de uitvoering van zowel de basistaken als de facultatieve taken wordt bij separaat besluit door de colleges mandaat, machtiging of volmacht verleend aan de directeur van Omgevingsdienst IJsselland.

Hoofdstuk 4 Het Bestuur §1 Het algemeen bestuur Artikel 10 Samenstelling algemeen bestuur 1. De colleges wijzen in de eerste vergadering van de colleges in een nieuwe samenstelling uit hun midden ieder één lid van het algemeen bestuur aan. 2. De colleges wijzen uit hun midden één vervangend lid van het algemeen bestuur aan dat de door hen benoemde leden bij ontstentenis of verhindering vervangt. 3. Een college kan het door hem aangewezen lid ontslaan als het lid niet langer zijn vertrouwen geniet. 4. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst het college van de betrokken deelnemer zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 5. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervangend lid.

Artikel 11 Incompatibiliteiten algemeen bestuur Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van Omgevingsdienst IJsselland in dienst genomen of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die op basis van inhuur werkzaam zijn voor Omgevingsdienst IJsselland of een van de deelnemers.

Artikel 12 Stemverdeling en besluitvorming algemeen bestuur 1. Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem. 2. Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen, tenzij in de regeling anders is bepaald. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is voor de volgende besluiten minimaal een drie vierde meerderheid van de stemmen nodig: a. het besluit tot ontslag van een lid van een dagelijks bestuur;

7

6

b. het besluit tot vaststelling en wijziging van de bijdrageverordening; c.

het besluit tot de vaststelling en wijziging van de begroting;

d. het besluit tot het vaststellen van een ontwerpbesluit tot wijziging van de regeling; e. het besluit tot het vaststellen van een ontwerpbesluit tot opheffing van de regeling; f.

een besluit tot wijzigen van de basistaken zoals genoemd in artikel 4 van de regeling;

g. het besluit tot vaststelling van het liquidatieplan als bedoeld in artikel 35; h. het besluit omtrent de toetredingsvergoeding; i.

het besluit over de uittreedvergoeding van een deelnemer.

Artikel 13 Bevoegdheden algemeen bestuur 1. Aan het algemeen bestuur komen alle taken en bevoegdheden toe die bij of krachtens de regeling aan Omgevingsdienst IJsselland zijn opgedragen, en niet bij of krachtens de wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. Tot deze taken en bevoegdheden behoren in ieder geval: a. het houden van toezicht op het financiële beheer van Omgevingsdienst IJsselland; b. het vaststellen van een bedrijfsplan en beleidsplannen; het vaststellen van een ontwerp regionaal uitvoeringsprogramma, dat als input voor de jaaropdrachten geldt; c.

het vaststellen van de begroting en de jaarstukken, alsmede de wijzigingen daarvan;

d. het vaststellen van uitvoeringsregels die de andere organen van Omgevingsdienst IJsselland moeten opvolgen bij de uitoefening van hun bevoegdheden; e. het doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgaven zijn geraamd, is vastgesteld; f.

het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent toetreding tot, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling;

g. het oprichten van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, overeenkomstig artikel 55a van de wet.

Artikel 14 Inlichtingen- en verantwoordingsplicht algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur verstrekt aan de vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door één of meer leden van die organen worden verlangd. 2. Het algemeen bestuur geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 3. Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dit college of één of meer leden daarvan worden verlangd. 4. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 5. De colleges bepalen op welke wijze de door hen aangewezen leden aan hun plichten genoemd in de leden twee en drie van dit artikel moeten voldoen.

8

8

6. Het derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vertegenwoordigende organen respectievelijk een of meer leden van die vertegenwoordigende organen.

§2 Het dagelijks bestuur Artikel 15 Samenstelling dagelijks bestuur 1. Het aantal door en uit het algemeen bestuur aangewezen leden van het dagelijks bestuur, onder wie de voorzitter, bedraagt vier. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden in de eerste vergadering van elke zittingsronde van de vertegenwoordigende organen door het algemeen bestuur aangewezen voor een periode van vier jaren. 3. De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter onverwijld schriftelijk op de hoogte. 4. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag of om andere redenen openvallen, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen.

Artikel 16 Werkwijze vergaderingen dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee leden dit nodig oordelen. 2. De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten deuren gehouden, tenzij het dagelijks bestuur anders bepaalt. 3. Bij het doen van keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling. 4. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. Dit reglement wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur. 5. De stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de voorzitter en de directeur ondertekend.

Artikel 17 Stemverdeling en vergaderquorum dagelijks bestuur 1. De voorzitter en elk lid hebben ieder één stem. In het geval de stemmen staken, heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. 2. Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen. 3. In de vergaderingen van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 4. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering.

9

9

5. Op de vergadering, bedoeld in het vierde lid, is het derde lid niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was belegd alleen beraadslagen en besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

Artikel 18 Klachtenregeling Het dagelijks bestuur stelt een regeling vast met betrekking tot de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 19 Inlichtingen- en verantwoordingsplicht dagelijks bestuur 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. 3. Het algemeen bestuur kan regelen van welke besluiten van het dagelijks bestuur kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met terinzagelegging kan worden volstaan. 4. Het dagelijks bestuur verschaft de vertegenwoordigende organen respectievelijk een of meer leden van die vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die door deze organen of een of meer van hun leden worden gevraagd. 5. Het dagelijks bestuur geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.

§3 De voorzitter Artikel 20 De voorzitter 1. De voorzitter wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van de raden door en uit het algemeen bestuur gekozen voor een periode van vier jaren. 2. Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter, die door het algemeen bestuur uit de leden van het dagelijks bestuur wordt aangewezen. 3. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslaan als deze niet langer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. 4. De aanwijzing van de voorzitter ter vervulling van een plaats die door ontslag of om andere redenen openvalt, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen.

10

10

Artikel 21 Instructie bevoegdheden voorzitter Indien de voorzitter lid is van het college van burgemeester en wethouders of van Gedeputeerde staten dat partij is in een geding waarbij Omgevingsdienst IJsselland is betrokken, draagt hij een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van het dagelijks bestuur op om zijn bevoegdheid uit te oefenen.

Artikel 22 Verantwoordings- en inlichtingenplicht voorzitter 1. De voorzitter geeft aan de vertegenwoordigende organen, indien daartoe door een of meer leden van deze organen wordt gevraagd schriftelijk alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren bestuur nodig zijn. 2. De voorzitter geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 3. De voorzitter verstrekt het algemeen bestuur de door een of meer leden van het algemeen bestuur gevraagde inlichtingen, tenzij het openbaar belang zich hiertegen verzet. 4. De voorzitter legt op verzoek van een of meer leden van het algemeen bestuur verantwoording af voor het door hem gevoerde bestuur.

11

Hoofdstuk 5 Inspraak Artikel 23 Zienswijzen 1. Het algemeen bestuur kan andere voorgenomen besluiten dan die waarvoor de wet of deze regeling dat voorschrijft voor een zienswijze voorleggen aan de vertegenwoordigende organen. 2. Indien het eerste lid wordt toegepast, dan hebben de vertegenwoordigende organen minimaal acht weken de tijd om hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Voorafgaand aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze is gegeven, stelt het dagelijks bestuur de vertegenwoordigende organen en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Artikel 24 Participatie 1. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen via de normale procedures bij de vertegenwoordigende organen. respectievelijk de colleges, inspreken omtrent besluiten van Omgevingsdienst IJsselland. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur beslissen dat bij ingrijpende besluiten een apart traject voor inspraak wordt doorlopen, waarbij zowel belanghebbenden als ingezetenen de kans krijgen inspraak te leveren. 3. Het dagelijks bestuur informeert de colleges en het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak. 4. De colleges en het dagelijks bestuur maken op de gebruikelijke wijze bekend dat de mogelijkheid tot inspraak wordt geboden.

12

Hoofdstuk 6 Personeel Artikel 25 De directeur 1. Omgevingsdienst IJsselland heeft een directeur die onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast is met de leiding van Omgevingsdienst IJsselland. 2. De directeur handelt bij de uitoefening van de taken genoemd in hoofdstuk 2 binnen de grenzen van het door de deelnemer(s) verstrekte mandaat. 3. De directeur fungeert als secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 4. Het dagelijks bestuur beslist over benoeming, ontslag en schorsing van de directeur.

13

11

Hoofdstuk 7 Kostentoedeling, begroting en jaarrekening Artikel 26 Kostentoedeling en bijdrageverordening 1. Het algemeen bestuur stelt een bijdrageverordening vast met betrekking tot de door de deelnemers te betalen financiële bijdragen voor de basistaken als genoemd in artikel 4. 2. Uitgangspunt voor de bijdrageverordening voor het onderdeel basistaken zijn de taken en de kosten van de bijbehorende formatie die door elke deelnemer jaarlijks worden ingebracht, vermeerderd met een percentage voor overhead. 3. De bijdrageverordening omvat een systematiek voor de toerekening van kosten aan facultatieve taken zoals genoemd in de artikelen 5 en 6. 4. De bijdrageverordening omvat een regeling over de toerekening van het exploitatiesaldo.

Artikel 27 Garantiebepaling 1. De deelnemers dragen er steeds zorg voor dat Omgevingsdienst IJsselland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een gemeente weigert deze uitgaven op haar begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. 3. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat de provincie weigert deze uitgaven op haar begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 198 en 199 van de Provinciewet.

Artikel 28 Begroting De bepalingen van artikel 59, eerste, derde en vierde lid van de Wet zijn niet van toepassing op wijzigingen van de begroting indien deze wijzigingen niet leiden tot een verhoging van de door de deelnemers verschuldigde bijdragen aan Omgevingsdienst IJsselland of een donatie of onttrekking aan een reserve.

Artikel 29 Jaarrekening 1. Het algemeen bestuur kan besluiten de volgens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: a. af te boeken van het weerstandsvermogen voor zover toereikend; b. met in achtneming van de op grond van artikel 26 vastgestelde regeling ten laste te brengen van de deelnemers. 2. Het algemeen bestuur kan besluiten de volgens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele:

14

12

a. tot het op basis van de in de bijdrageverordening vastgestelde maximum toe te voegen aan het weerstandsvermogen; b. met in achtneming van de op grond van artikel 26 vastgestelde regeling uit te keren aan de deelnemers.

15

Hoofdstuk 8 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel 30 Wijziging 1. Deze regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur onderscheidenlijk op voorstel van een college worden gewijzigd door een daartoe strekkend besluit van alle colleges met toestemming van hun vertegenwoordigende organen. 2. Indien het algemeen bestuur een wijziging van deze regeling wenselijk acht, zendt het dagelijks bestuur de door het algemeen bestuur vastgestelde ontwerpwijziging met een toelichting aan de colleges. 3. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat alle colleges overeenkomstig artikel 51 van de Wet tot de wijziging hebben besloten.

Artikel 31 Toetreding 1. Tot de regeling kunnen uitsluitend colleges van burgemeester en wethouders, colleges van gedeputeerde staten of dagelijkse besturen van waterschappen toetreden. 2. De deelname gaat in met ingang van een nader te bepalen datum, vastgesteld door het algemeen bestuur en het orgaan van de deelnemer. 3. Het algemeen bestuur stelt voor de nieuwe deelnemer een toetredingsvergoeding vast gerelateerd aan de stand van het weerstandsvermogen.

Artikel 32 Uittreding 1. Een deelnemer kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 51 van de wet en bij of krachtens artikel 18.21 van de Omgevingswet. Een deelnemer die wenst uit te treden maakt het voornemen tot uittreding per aangetekende brief kenbaar aan het algemeen bestuur. 2. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. 3. Het uittredingsplan bevat in ieder geval de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 4. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 5. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het dagelijks bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt 16

13

over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de deelnemer die voornemens is uit te treden. 6. De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van kenbaar maken van het voornemen van uittreding. Tevens kan de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van maximaal 5% op de uittreedsom toepassen om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 7. De deelnemer die voornemens is uit te treden wordt gedurende een termijn van twaalf weken in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het concept-uittredingsplan. 8. Uiterlijk twaalf maanden nadat de deelnemer zijn voornemen tot uittreding overeenkomstig het eerste lid bekend heeft gemaakt stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 9.

Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. 10. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld en het college definitief heeft besloten uit te treden, a. geldt voor de uittreding uit de regeling een opzegtermijn van 1 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, b. is de uittredende gemeente gehouden om binnen 6 maanden de voor haar vastgestelde financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen, tenzij het algemeen bestuur unaniem tot het hanteren van een andere termijn besluit.

Artikel 33 Beëindiging structurele facultatieve taken 1. Een deelnemer kan het afnemen van facultatieve taken op basis van inbreng zoals genoemd in artikel 5 beëindigen. 2. Op deze beëindiging zijn de bepalingen van artikel 32 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 34 Beëindiging facultatieve taken op basis van overeenkomst 1. Een deelnemer of een derde kan het afnemen van facultatieve taken als genoemd in artikel 6 en 7 van deze regeling verminderen of beëindigen.

17

2. Vermindering dan wel beëindiging van het afnemen van facultatieve taken kan slechts plaatsvinden met inachtneming van de opzegtermijn die bij overeenkomst is vastgelegd.

Artikel 35 Opheffing en liquidatie 1. De regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 18.21 van de Omgevingswet. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de vertegenwoordigende organen gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. 2. Door het algemeen bestuur wordt een liquidatieplan vastgesteld na alle deelnemers te hebben geraadpleegd. In het liquidatieplan worden de financiële verplichtingen, de personele en de overige gevolgen van de opheffing geregeld. Het regelt ook de gevolgen van de door Omgevingsdienst IJsselland en haar organen gevormde archieven. 3. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. 4. Het liquidatieplan omvat een sociaal plan en voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel dat in dienst is van Omgevingsdienst IJsselland. 5. Bij de ontbinding van Omgevingsdienst IJsselland in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft Omgevingsdienst IJsselland voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is.

18

Hoofdstuk 9 Overige bepalingen Artikel 36 Archief en Inrichtingenbestand 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland. Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van de taken die de bestuursorganen van de Omgevingsdienst in mandaat namens de deelnemers uitvoert. Voor de gemandateerde taken is het bestuur van de Omgevingsdienst bevoegd tot het beheer van het inrichtingenbestand dat in eigendom is van de betreffende deelnemer. 2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland, die niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van een van de deelnemers. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de deelnemer, bedoeld in het vierde lid. 6.

De archivaris van de deelnemer, bedoeld in het vierde lid, brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland.

Artikel 37 Geschillen 1. Een eventueel geschil tussen een deelnemer en Omgevingsdienst IJsselland wordt door de ene partij schriftelijk voorgelegd aan de andere partij met het doel om gezamenlijk tot overeenstemming te komen. 2. Het algemeen bestuur kan ten behoeve van de beslechting van geschillen als bedoeld in het vorige lid een regeling vaststellen, onverminderd het bepaalde in artikel 136 van de Grondwet. 3. Indien zich zaken voordoen waarin de gemeenschappelijke regeling niet voorziet, treft het algemeen bestuur de nodige voorzieningen. Het algemeen bestuur doet van deze voorzieningen onverwijld mededeling aan de deelnemers.

19

Hoofdstuk 10 Slotbepalingen Artikel 38 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur kan besluiten om de regeling of één of meer onderdelen daarvan te evalueren. 2. Het dagelijks bestuur zal in dat geval een evaluatievoorstel voorleggen aan de deelnemers.

Artikel 39 Looptijd Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.

Artikel 40 Bekendmaking 1. Gedeputeerde staten zijn belast met de tijdige bekendmaking overeenkomstig artikel 52, eerste lid, aanhef en onder l, en artikel 26 van de wet. 2. Deze regeling treedt in werking de dag volgend op die van bekendmaking.

Artikel 41 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland.

20

info Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Begripsbepaling

artikel

lid

sub

1.

huidige tekst

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m.

Basistakenpakket: het Basistakenpakket zoals bedoeld in het (toekomstige) Besluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving). Bij de wijziging van het basistakenpakket door wet- en regelgeving, geldt het basistakenpakket na die wijziging; colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel; deelnemers: alle aan de regeling deelnemende gemeenten en de provincie dan wel hun colleges; de Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; fysieke leefomgeving: de fysieke leefomgeving zoals genoemd in de relevante wet- en regelgeving, in het bijzonder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); gelijk speelveld (‘level playingfield’): het stellen van zo veel mogelijk gelijke eisen en normen bij de verlening van vergunningen, het verrichten van toezicht en het uitvoeren van handhavingsacties door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling; gemeenteraden: de raden van de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten; inbesteden: het zonder aanbesteden onderhands gunnen van opdrachten aan de Omgevingsdienst IJsselland door de deelnemende gemeenten en de provincie; openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; Provinciale Staten: Provinciale Staten van de provincie Overijssel;

regeling: deze gemeenschappelijke regeling; schriftelijk: alle vormen van geschreven taal, zowel papier, fax als digitaal; vertegenwoordigende organen: de gemeenteraden van de gemeenten en Provinciale Staten.

2.

info

artikel

lid

sub

nieuwe tekst

Hoofdstuk 1 Algemeen bepalingen Begripsbepaling

toelichting 1.

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m.

2.

zowel het basistakenpakket als ook de taken zoals opgenomen in de bij deze regeling horende bijlage basistakenpakket: het basistakenpakket zoals bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit. Bij wijziging van het basistakenpakket door wet- en regelgeving, geldt het basistakenpakket na die wijziging; colleges: de colleges van burgemeester en wethouders onderscheidenlijk gedeputeerde staten van de deelnemers als bedoeld in artikel 1, onder sub c, van de regeling; deelnemers: het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Staphorst, Steenwijkerland, Raalte, Zwartewaterland en Zwolle; wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; fysieke leefomgeving: de fysieke leefomgeving zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Omgevingswet; gelijk speelveld: het stellen van zo veel mogelijk gelijke eisen en normen bij de verlening van vergunningen, het verrichten van toezicht en het uitvoeren van handhavingsacties door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling; Omgevingsdienst IJsselland: het openbaar lichaam Omgevingsdienst IJsselland, als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; regeling: deze gemeenschappelijke regeling; regionaal uitvoeringsprogramma: de wettelijke verplichting tot het vaststellen van een regionaal uniform uitvoeringsprogramma voor de

uitvoerings- en handhavingstaken die ondergebracht zijn bij de Omgevingsdienst IJsselland; jaaropdracht: de opdracht die elke deelnemer jaarlijks met de Omgevingsdienst IJsselland overeenkomt, waarin het regionaal uitvoeringsprogramma leidend is, met aanvullend de specifieke wensen, ambities en afspraken die partijen met elkaar afspreken; schriftelijk: alle vormen van geschreven taal, zowel papier, fax als digitaal; vertegenwoordigende organen: de Provinciale Staten van de provincie Overijssel en de raden van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of Provinciewet, dan wel andere wettelijke regelingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, tenzij anders vermeld, in die artikelen voor de gemeente, de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, respectievelijk de provincie, Provinciale Staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning, gelezen: de Omgevingsdienst IJsselland, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

De definitiebepalingen zijn waar nodig conform de wet aangepast. Daarnaast zijn de colleges deelnemers aan de regeling, niet de gemeenten. Om die reden is de definitie aangepast. In de oude regeling was zowel openbaar lichaam als ook de Omgevingsdienst gedefinieerd. Gekozen is om hier één definitie van te maken en dit geheel in de regeling door te voeren. In de oude regeling werden zowel gedeputeerde staten, als gemeenteraden als ook vertegenwoordigende organen gedefinieerd. Dit is dubbelop en niet nodig. Daarom is er gekozen voor de definitie van vertegenwoordigende organen. Dit is in de regeling doorgevoerd. Tot is het convenant vervangen door een bijlage bij de GR. De bijlage is aangepast aan de komst van de Omgevingswet. Het takenpakket is niet gewijzigd, anders dan door de komst van de Omgevingswet. De systematiek binnen de IJsselland is dat in de basis het regionale (uniforme) uitvoeringsprogramma, dat uit de wet volgt, leidend is. Daarnaast wordt in de jaaropdracht per deelnemer specifiekere wensen, ambities en afspraken overeengekomen.

Instelling

Instelling

2.

2.

1.

Er is een openbaar lichaam welke rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet, genaamd Omgevingsdienst IJsselland.

2.

Het openbaar lichaam is gevestigd in Zwolle.

1.

Er is een openbaar lichaam welke rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet, genaamd Omgevingsdienst IJsselland. Alleen redactioneel gewijzigd en aansluiting definitiebepalingen.

Belang

Belang

3.

3.

2.

De Omgevingsdienst IJsselland is gevestigd in Zwolle.

1.

Het openbaar lichaam is ingesteld ter behartiging van de individuele en gezamenlijke belangen van de deelnemers op het gebied van de fysieke leefomgeving en ziet op de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de voorschriften zoals opgenomen in de relevante regelgeving, voor zover de bevoegdheid daartoe de deelnemer toekomt en voor zover deze aan de Omgevingsdienst IJsselland is gemandateerd.

2.

De Omgevingsdienst IJsselland draagt zorg voor een organisatie ter behartiging van de in het eerste lid genoemde belangen en richt zich daarbij op: • het bieden van een structuur waarin de deelnemers voldoen aan de wettelijke eisen van kwaliteit, effectiviteit en robuustheid en organisatie voor de uitvoering van hun taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving; • advisering aan en uitvoering voor de deelnemers ten behoeve van vergunningverlening, toezicht en handhaving; • de inzet van kennis en kunde; • de realisatie van een centraal aanspreekpunt voor externe partners; • het creëren van een gelijk speelveld voor burgers en bedrijven in het werkgebied van de Omgevingsdienst IJsselland.

1.

De Omgevingsdienst IJsselland is ingesteld ter behartiging van de individuele en gezamenlijke belangen van de deelnemers op het gebied van de fysieke leefomgeving en ziet op de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de voorschriften zoals opgenomen in de relevante regelgeving, voor zover de bevoegdheid daartoe aan de deelnemer toekomt en voor zover deze aan de Omgevingsdienst IJsselland is gemandateerd.

2.

info

artikel

lid

4.

1.

Alleen redactioneel gewijzigd en aansluiting definitiebepalingen.

De Omgevingsdienst IJsselland draagt zorg voor een organisatie ter behartiging van de in het eerste lid genoemde belangen en richt zich daarbij op: • het bieden van een structuur waarin de deelnemers voldoen aan de wettelijke eisen van kwaliteit, effectiviteit en robuustheid en organisatie voor de uitvoering van hun taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving; • advisering aan en uitvoering voor de deelnemers ten behoeve van vergunningverlening, toezicht en handhaving; • de inzet van kennis en kunde; • de realisatie van een centraal aanspreekpunt voor externe partners; • het creëren van een gelijk speelveld voor burgers en bedrijven in het werkgebied van de Omgevingsdienst IJsselland.

sub

huidige tekst

Hoofdstuk 2 Taken Basistaken voor deelnemers

De taken die de Omgevingsdienst IJsselland uitvoert voor alle deelnemers betreffen: • •

info Hoofdstuk 2 Taken Basistaken voor deelnemers

artikel

lid

sub

het Basistakenpakket; de uitoefening van de taken zoals vermeld in het convenant zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

nieuwe tekst toelichting

4.

De taken die de Omgevingsdienst IJsselland uitvoert voor alle deelnemers betreffen: Geen wijzigingen •

het basistakenpakket;

•

de uitoefening van de taken zoals vermeld in het convenant zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Structurele facultatieve taken voor deelnemers op basis van inbreng personeel

Structurele facultatieve taken voor deelnemers op basis van inbreng personeel

Facultatieve taken voor deelnemers op basis van overeenkomst

Facultatieve taken voor deelnemers op basis van overeenkomst

5.

5.

6.

6.

1.

Het algemeen bestuur kan besluiten op verzoek van een deelnemer ook andere taken dan vermeld onder artikel 4 op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving ten behoeve van deze deelnemer te verrichten.

2.

Deze dienstverlening wordt als structureel gezien indien deze op basis van inbreng van personeel en met inachtneming van het door de betreffende deelnemer vastgestelde beleid plaatsvindt. Artikel 37 is van overeenkomstige toepassing.

3.

Het uitgangspunt voor de uitvoering van deze taken is inbreng en bekostiging op basis van de bijbehorende formatie, vermeerderd met een percentage voor overhead. Artikel 29 is van overeenkomstige toepassing.

1.

Het algemeen bestuur kan besluiten op verzoek van een deelnemer ook andere taken dan vermeld onder artikel 4 op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving ten behoeve van deze deelnemer te verrichten.

2.

Deze dienstverlening wordt als structureel gezien indien deze op basis van inbreng van personeel en met inachtneming van het door de betreffende deelnemer vastgestelde beleid plaatsvindt. Artikel 33 is van overeenkomstige toepassing.

3.

Het uitgangspunt voor de uitvoering van deze taken is inbreng en bekostiging op basis van de bijbehorende formatie, vermeerderd met een percentage voor overhead. Artikel 26 is van overeenkomstige toepassing.

1.

Het algemeen bestuur kan op verzoek besluiten bij overeenkomst andere taken dan vermeld onder artikel 4 ten behoeve van een deelnemer te verrichten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving en met inachtneming van het door de desbetreffende deelnemer vastgestelde beleid.

2.

Het algemeen bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4.

3.

Voor de facultatieve taken voor deelnemers wordt een tenminste kostendekkend tarief in rekening gebracht.

1.

Het algemeen bestuur kan op verzoek besluiten andere taken dan vermeld onder artikel 4 ten behoeve van een deelnemer te verrichten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving en met inachtneming van het door de desbetreffende deelnemer vastgestelde beleid.

2.

Het dagelijks bestuur sluit dan een overeenkomst met de betreffende deelnemer voor de taken als bedoeld in het eerste lid.

3.

Het algemeen bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4. Voor de facultatieve taken voor deelnemers wordt een tenminste kostendekkend tarief in rekening gebracht.

4.

Facultatieve taken voor derden

7.

1.

3.

Het algemeen bestuur kan besluiten dat de Omgevingsdienst IJsselland op basis van overeenkomst werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke organisaties kan verrichten. Het algemeen bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4. Voor de facultatieve taken voor derden wordt een tenminste kostendekkend tarief in rekening gebracht.

4.

De omvang van de facultatieve taken voor derden mag niet meer zijn dan toelaatbaar is volgens het vigerende aanbestedingsregime.

1.

Het algemeen bestuur kan besluiten dat de Omgevingsdienst IJsselland werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke organisaties kan verrichten.

2. 3.

Het dagelijks bestuur sluit dan een overeenkomst met de publiekrechtelijke organisatie waarvoor werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid uitgevoerd worden. Het algemeen bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4. Voor de facultatieve taken voor derden wordt een tenminste kostendekkend tarief in rekening gebracht. De omvang van de facultatieve taken voor derden mag niet meer zijn dan toelaatbaar is volgens het vigerende aanbestedingsregime.

2.

Facultatieve taken voor derden

7.

4. 5.

Artikelverwijzing in overeenstemming gebracht met wijzigingsvoorstel.

Aan het artikel is een tweede lid toegevoegd, omdat het dagelijks bestuur bevoegd is om een overeenkomst te sluiten met de betreffende deelnemer over facultatieve taken. De bevoegdheid om te besluiten tot het uitvoeren van de facultatieve taken is bij het algemeen bestuur blijven liggen.

Zie toelichting bij artikel 6. Hier geldt dezelfde constructie. Besluit tot verrichten taken is bij algemeen bestuur blijven liggen, maar de bevoegdheid tot het sluiten van de overeenkomst (in het kader van opdrachtgever en opdrachtnemerschap) komt toe aan het dagelijks bestuur.

Overige bepalingen taken

8.

1.

Ter uitvoering en nadere invulling van de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde taken, stelt het algemeen bestuur voor de duur van de gemeenschappelijke regeling een dienstverleningsovereenkomst vast, waarin de algemene voorwaarden van de Omgevingsdienst IJsselland worden vastgelegd, waarbij in elk geval wordt geregeld: a.

de voorwaarden voor uittreding;

b.

de voorwaarden voor uitvoering van facultatieve taken;

c.

de aansprakelijkheid, verzekering, en geschillen met betrekking tot de taakuitoefening;

d.

een regeling in geval van niet voldoen aan de door de deelnemers gestelde eisen.

2.

Binnen de kaders van de dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, maakt de Omgevingsdienst IJsselland met alle deelnemers werkafspraken per deelnemer die voor elke deelnemer worden vastgelegd in een jaaropdracht. In de jaaropdracht worden per deelnemer de van de Omgevingsdienst IJsselland af te nemen omvang van en het kwaliteitsniveau voor alle af te nemen taken vastgelegd. Per jaar kan de omvang van de door de deelnemers af te nemen facultatieve taken onder bepaalde, in de dienstverleningsovereenkomst vastgelegde voorwaarden, worden gewijzigd. Ook kunnen, onverminderd het bepaalde in de dienstverleningsovereenkomst, tussentijds aanvullende facultatieve taken worden overeengekomen. De dienstverleningsovereenkomst en de jaaropdracht komen niet te vervallen door wijziging van de regeling. Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het verrichten van facultatieve taken voor derden zoals genoemd in artikel 7.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13364666/1