160.109 Woningmarktonderzoek Hardenberg 2024 - def
Tekst van het document
28
•
•
•
woningen in de vrije huursector. Deze woningen komen bij meer beschikbaarheid van betaalbare koopwoningen mogelijk ook weer vrij. Dit omdat de huidige middenhuur bewoners vaak eigenlijk de voorkeur geven aan het kopen van een woning. De vrije huursector is voor veel huishoudens een tussenstap richting een koopwoning. Als er onvoldoende goedkoop en betaalbaar aanbod wordt toegevoegd in de koopsector blijft er vraag naar vrije sector huurwoningen. Vraag naar betaalbare koopwoningen. Er is een aanvullende vraag naar goedkopere en betaalbare grondgebondenwoningen in de koopsector. Het betreft voornamelijk kleine rijwoningen voor (lokale) koopstarters. De meeste vrijkomende koopwoningen en reeds nieuwbouw hebben een prijs boven de € 390.000, wat veel starters in de huidige markt niet kunnen betalen. Dure ruime koopwoningen vooral markt voor vestigers. De uitbreidingsbehoefte aan ruime en duurdere grondgebondenwoningen is beperkt op basis van lokale woonvragers. Een groot deel van de woningen staan al in de gemeente, namelijk in de bestaande voorraad. Vaak worden ze bewoond door ouderen. Als zij de komende jaren een stap zetten naar een levensloopgeschikte woning of een woning achterlaten bij overlijden komen veel van deze woningen vrij. Voor veel lokale (startende) woningzoekenden zijn deze woningen te duur, maar dit segment is aantrekkelijk voor vestigers.
Vraag naar koopappartementen en toegankelijke grondgebonden woningen, ook in duurdere segment. Tot slot is er veel vraag naar koopappartementen of levensloopgeschikte grondgebonden woningen. Deze vraag is met name afkomstig van huishoudens die ouder worden en nadenken over een stap naar een wat kleinere woning waarin zij comfortabel ouder kunnen worden. Maar ook een deel van de koopstarters geeft de voorkeur aan een betaalbaar koopappartement als eerste stap in de wooncarrière. Het accent ligt op het toevoegen van
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
koopappartementen in het goedkope (tot € 230.000) en betaalbare segment (€ 230.000 tot ca € 390.000). Overigens is er ook vraag naar deze woningen in de prijsklasse boven de € 390.000.
Scenario meer doorstroming ouderen Op basis van huidige trends in verhuisgeneigdheid van ouderen voorzien we al een aanzienlijke behoefte aan appartementen of toegankelijke grondgebonden woningen, zowel in de koop als in de huur. Gelet op de omvang en de verwachte toename van het aantal ouderen in de komende jaren is het interessant om te kijken wat het effect is van een hogere verhuisgraad van ouderen. Hoe verschuift de vraag en welke opgave ligt er dan? Daarom is een aanvullend scenario doorgerekend waarin de verhuisgeneigdheid van ouderen een twee keer hoger ligt. Figuur 3.10: Kwalitatieve woningbehoefte bij meer doorstroming ouderen Huur egz sociaal Huur app/toegankelijk sociaal Huur egz vrije sector Huur app/toegankelijk vrije sector Koop grondgebonden tot 275 Koop grondgebonden 275-390 Koop grondgebonden 390+ Koop app/toegankelijk tot 230 Koop app/toegankelijk 230-390 Koop app/toegankelijk 390+ -200 Basis
0
200
400
600
800
1000
Meer doorstroming ouderen
Bron: Primos 2023, Woningbehoeftemodel Companen 2024.
29
Behoefte sociale huur Verschillende (on)zekere ontwikkelingen geven richting aan de behoefteontwikkeling aan sociale huur. Op basis van deze gegevens maken wij een inschatting van die behoefte. Wij richten ons hierbij allereerst op meetbare economische, demografische en maatschappelijke trends: • Effect van de huishoudensgroei. Hierbij kijken we naar de leeftijdsontwikkeling en huishoudenssamenstelling. De doelgroep van de sociale huursector bestaat in toenemende mate uit kleinere huishoudens en meer eenverdieners. We zien juist in mindere mate gezinnen in de sociale huur. • Effect van veranderende bevolkingssamenstelling en veranderende huur-kooporiëntatie (generatie-effect). Jonge generaties ouderen (babyboomers) wonen vaker in een koopwoning dan de voorgaande generatie ouderen. De babyboomers hebben ook meer pensioen opgebouwd, waardoor de behoefte aan sociale huurwoningen voor deze groep daalt. • Effect van welvaartsgroei. De economische omstandigheden zijn onzeker gezien de inflatie de afgelopen jaren. Wanneer mensen door toegenomen inflatie moeite hebben om de rekeningen te betalen, neemt de koopkracht van huishoudens af. Het aantal huishoudens dat behoort tot de corporatiedoelgroep en dat een beroep doet op een corporatiewoning neemt dan toe. Huishoudens met lagere inkomens en middeninkomens zijn hierdoor een steeds groter deel van hun uitgaven kwijt aan woonlasten.
Ons advies is om behoedzaam om te gaan met verwachtingen ten aanzien van de economische ontwikkeling en de daaruit volgende behoefte aan sociale huur. In dit onderzoek houden we daarom rekening met een behoudend koopkrachtscenario van 0,8% koopkrachtontwikkeling voor de komende jaren. Dit is een koopkrachtscenario waarbij zowel jaren van lichte groei, als ook jaren van negatieve koopkracht zich voordoen. Ouderen profiteren minder van
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
•
koopkrachtontwikkeling dan werkende huishoudens. Daarom gaan we voor ouderen uit van gemiddelde koopkrachtontwikkeling van -0,2%. Rekening houden met oplopende woningdruk. We houden in huidig onderzoek sterker rekening met de oplopende woningdruk. De oplopende druk komt door het groeien van de corporatiedoelgroep die een beroep doet op een sociale huurwoning en is het gevolg van het gestegen woningtekort in de afgelopen tijd. We houden ook rekening met de sterk oplopende woningdruk in de koopsector. Door de oplopende woningdruk zijn er momenteel weinig betaalbare koopwoningen beschikbaar. Dit maakt dat huishoudens nauwelijks toegang hebben tot en betaalbare koopwoning. Deze huishoudens doen in toenemende mate een beroep op de sociale huursector en middenhuurwoningen.
Toevoeging sociale huur tot 2031 tussen de +610 en +800 woningen We ramen de minimale behoefte aan sociale huurwoningen in gemeente Hardenberg op +610 woningen in de periode 2024 tot 2031. Dit is 29% van de totale woningbehoefte in het basisscenario. In het migratiescenario is de gewenste toevoeging in de periode tot 2031 geraamd op +800 sociale huurwoningen. Tabel 3.5: Gewenste omvang sociale huurvoorraad, 2024-2040 Basisscenario Migratiescenario
2024 5.480 5.480
2031 6.090 6.280
2040 6.640 6.830
2024-2031 +610 +800
2024-2040 +1.160 +1.350
Bron: Primos 2023, Woningbehoeftemodel Companen 2024.
In de periode 2024 tot 2040 is een minimale toevoeging van +1.160 sociale huurwoningen gewenst. In het migratiescenario is de toevoeging geraamd op +1.350 sociale huurwoningen. Het betreft hier een netto aanvullende behoefte; als er corporatiewoningen worden gesloopt zijn méér woningen nodig om in de behoefte te voorzien.
30
Figuur 3.12: Gevraagde woningbehoefte per kern naar eigendom en woningtype
Gevraagde woningbehoefte per kern De al eerder beschreven kwantitatieve behoefte en achtergronden zoals de mate van vergrijzing/verjonging, de huishoudenssamenstelling, migratiepatronen en de samenstelling van de huidige woningvoorraad in de kernen, vormen de basis voor de raming van de kwalitatieve behoefte per kern. We zien in de woningbehoefte naar prijssegment de volgende accenten: • De grootste opgave in de sociale huur ligt in de kernen Hardenberg en Dedemsvaart. Daarnaast lijkt er in de overige kernen ook ruimte te zijn voor beperkte toevoeging van sociale huur. • De vraag naar middenhuur is beperkt en richt zich vooral op de kernen Hardenberg, Dedemsvaart, Balkbrug en Bergentheim. In de overige kernen voorzien wij geen vraag naar middenhuur. • Van de aanvullende woningbehoefte in de kernen betreft circa 55 tot 60% koopwoningen tot circa € 390.000. In de kleinere kernen ligt het percentage duurdere koopwoningen hoger dan in de grotere kernen. Figuur 3.11: Gevraagde woningbehoefte per kern naar prijssegment Hardenberg Dedemsvaart Balkbrug Bergentheim Gramsbergen
Slagharen Overige kernen Gemeente 0% Sociale huur
20%
40%
60%
Middenhuur
Koop < 390
80%
100%
Koop > 390
Bron: Primos 2023, CBS-Microdata, WoON2021, jongeren enquête Hardenberg, 2024.
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
Hardenberg Dedemsvaart Balkbrug Bergentheim Gramsbergen Slagharen Overige kernen Gemeente 0%
Huur egz
20%
40%
Huur app/toegankelijk
60%
Koop egz
80%
100%
Koop app/toegankelijk
Bron: Primos 2023, CBS-Microdata, WoON2021, jongeren enquête Hardenberg, 2024.
Per kern zien we de volgende accenten: • Kern Hardenberg. Er is behoefte aan toevoeging van woningen in bijna alle marktsegmenten. Op centrum-locaties is er behoefte aan toevoeging van appartementen. Huur- en koopappartementen voor ouderen, jongeren richten zich vaker op huurappartementen. Daarnaast is op grotere ontwikkellocaties ruimte voor toevoeging van een grondgebonden programma. Aandachtspunt is om voldoende betaalbare woningen te realiseren voor starters/middeninkomens, met name in de koopsector. Experimenteren met bijzondere (kleinere) woonvormen lijkt in de kern Hardenberg het meest kansrijk. • Dedemsvaart. In Dedemsvaart is er ruimte voor toevoeging van woningen in verschillende segmenten; zowel (sociale) huur als koop. Er is extra behoefte aan betaalbaar koopaanbod (rijwoning) om in te spelen op de vraag van starters. Daarnaast is in vergelijking tot de rest van de gemeente meer ruimte voor gestapeld bouwen.
31
•
•
•
•
•
Balkbrug. In Balkbrug is de kwalitatieve opgave overwegend grondgebonden; in de huur ligt de opgave in het toevoegen van geschikte woningen voor ouderen en betaalbaar aanbod (jonge) starters. In de koopvoorraad gaat het om toevoeging van betaalbare rijwoningen (om in te spelen op de vraag van koopstarters). Er is ook ruimte voor toevoeging van huur- of koopappartementen. Bergentheim. In Bergentheim is de kwalitatieve opgave gericht op grondgebonden woningen; in de huur ligt de opgave in het toevoegen van geschikte grondgebondenwoningen voor ouderen (bungalow/patio) en betaalbaar aanbod voor jonge huishoudens. In de koopvoorraad gaat het om toevoeging van betaalbare rijwoningen en in beperkte mate tweeonder-een-kapwoningen. Er is daarnaast ruimte voor toevoeging van huurof koopappartementen om doorstroming te bevorderen. Gramsbergen. In Gramsbergen is de kwalitatieve opgave net als in Balkbrug, Bergentheim en Slagharen overwegend grondgebonden. Ook hier ligt in de huur de opgave in het toevoegen van geschikte woningen voor ouderen en betaalbaar aanbod (jonge) starters. In de koopvoorraad gaat het om toevoeging van betaalbare rijwoningen. Er is daarnaast ruimte voor toevoeging van huur- of koopappartementen om doorstroming te bevorderen. Slagharen.
In Slagharen is de kwalitatieve opgave tevens overwegend grondgebonden; in de huur ligt de opgave in het toevoegen van geschikte woningen voor ouderen. Er is vraag naar betaalbaar aanbod voor (jonge) starters Er is daarnaast ruimte voor toevoeging van huur- of koopappartementen om doorstroming te bevorderen. Overige kernen. Afhankelijk van de locatie en de ligging is het denkbaar dat er ruimte is voor toevoeging van levensloopbestendige grondgebonden woningen in de kleinere kernen. Ook kan er net als in de andere kernen gedacht worden aan het toevoegen van hofjeswoningen, waar jong en oud uit de eigen kern kan wonen. Vul het aanbod in de kleine
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
kernen daarnaast vooral aan met betaalbare grondgebonden koopwoningen, om lokale starters de kans te bieden om te starten. Ook in de kleine kernen is er beperkt behoefte aan sociale huurwoningen, vooral een vraag van alleenstaanden met één inkomen.
32
4 Omvang en ontwikkeling aandachtsgroepen
niet-geschikte woning. Voor de komende jaren betekent dit een grote uitdaging voor het realiseren van geschikt woonaanbod voor mensen met een functiebeperking. Zeker gezien de verwachte toenemende vergrijzing in de kernen van gemeente Hardenberg.
In toenemende mate komen groepen in de knel op de woningmarkt. De één is kwetsbaarder dan de ander. Daarom zijn er in het landelijke programma ‘Een thuis voor iedereen’ aandachtsgroepen benoemd waar de gemeente en haar partners voor aan de lat staan om in woonbehoeften te voorzien. In de volgende paragrafen staan we stil bij de woonvraag van de verschillende aandachtsgroepen.
Figuur 4.1: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom gemeente Hardenberg Koopwoning
2%
78%
Sociale huur
24%
Vrije sector huur
Uitdaging in het geschikt maken van woningen voor ouderen Slechts 8% van de woningvoorraad in gemeente Hardenberg is geschikt om met een functiebeperking te wonen. Dit zijn woningen waar alle voorzieningen gelijkvloers zijn of zonder traplopen bereikbaar. Een kwart van de huurwoningen van de corporatie is geschikt om te wonen met een (lichte) fysieke beperking. Van alle woningen in gemeente Hardenberg is bijna twee derde potentieel geschikt. Deze woningen zijn met relatief beperkte aanpassingen geschikt te maken. Denk aan het plaatsen van een traplift of het aanpassen van de badkamer. Een groot deel van de koopwoningen valt onder deze categorie.
61% 60%
8%
24%
63%
0%
4.1 Ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking
15%
16%
Totaal
20%
20% Geschikt
29%
40%
60%
Geschikt te maken
80%
100%
Niet-geschikt
Bron: Monitor Gezond Wonen provincie Overijssel, 2023. Figuur 4.2: Geschiktheid woningvoorraad naar bewoning gemeente Hardenberg < 55 jaar 5%
64%
31%
55-64 jaar 4%
68%
27%
65-74 jaar
9%
75-84 jaar
64% 20%
85+ jaar
26% 55%
36% 0%
20% Geschikt
25% 43%
40% Geschikt te maken
60%
22% 80%
100%
Niet-geschikt
Bron: Monitor Gezond Wonen provincie Overijssel, 2023.
Hoe ouder men is, hoe vaker men in een in een geschikte woning woont. Ongeveer 20% van de 75-84 jarigen woont in een geschikte woning en van 85plussers is dit circa 36%. Toch woont bijna een kwart van de 75-plussers in een
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
33
Vitaliteitstredemodel Bij de behoefteraming van wonen met zorg gaan we uit van de indicaties die aan zorgvragers zijn afgegeven. Op basis van die indicatiestelling maken we een raming van de woonzorgbehoefte. Om een inschatting te maken van het deel van de ouderen dat behoefte heeft aan specifieke woonvormen, maken wij gebruik van het vitaliteitstredemodel. Dit model bevat vier treden. In de eerste trede zitten de meest vitale ouderen, die niet of nauwelijks gebruik maken van zorg. In de vierde trede vallen ouderen met een zware zorgvraag.
ouderen in een geclusterd woonconcept waar intensieve zorg geboden wordt (zoals een verpleeghuis); ook voor deze groep geldt echter dat een deel nog in een reguliere woning woont.
Behoefte aan geclusterd wonen, zowel koop als huur In de praktijk hebben lang niet alle ouderen een zorgvraag. De meeste ouderen wonen ook in de toekomst in een gewone woning, eventueel met (kleine) aanpassingen. De komende jaren zal de vraag naar geclusterd wonen voor ouderen in verhouding veel toenemen. Enerzijds doordat het aantal ouderen met een zorgvraag toeneemt, anderzijds omdat ook vitale ouderen vaker zullen kiezen voor deze woonvorm. Uit sociale overwegingen en om zelf regie te blijven houden over hun woon(zorg)situatie. Dit potentieel aan doorstromers naar geclusterd wonen wordt alleen verzilverd als het aanbod aansluit bij hun wensen (liefst in de eigen omgeving, nabij voorzieningen, in een woning gericht op comfort). Figuur 4.3: Vraagprognose ouderenzorg gemeente Hardenberg (trendscenario) 10.000 8.000
6.000
De indeling in treden geeft inzicht in de zorgvraag en vitaliteit van ouderen en is daarmee een voorspeller voor de woonvraag. De ervaring leert dat ouderen, naarmate ze minder vitaal worden, er vaker voor kiezen te verhuizen naar een geclusterd woonconcept. Een deel van de ouderen in vitaliteitstrede één of twee kiest er ook voor om te verhuizen naar geclusterd wonen: niet vanwege een actuele zorgvraag, maar vaak uit voorzorg of vanwege behoefte aan sociaal contact of comfort. Ouderen in vitaliteitstrede 3 maken vaker de keuze om te verhuizen, al woont ook van deze groep nog een aanzienlijk deel in een reguliere woning. In vitaliteitstrede 4 woont een aanzienlijk deel van de
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
4.000 2.000 0 2023
2030
2035
Regulier wonen
Nultreden
Woonzorgcentrum PG
Woonzorgcentrum SOM
2040
Geclusterd wonen
Bron: Monitor Gezond Wonen provincie Overijssel, 2023.
34
Tabel 4.1: Vraagprognose ouderenzorg, 2023-2040 Regulier wonen Nultreden Geclusterd wonen Woonzorgcentrum PG Woonzorgcentrum SOM
2023 4.265 1.975 1.240 260 170
2030 4.930 2.270 1.770 280 190
2035 5.215 2.565 2.205 300 200
2040 4.990 2.930 2.570 320 210
Bron: Monitor Gezond Wonen provincie Overijssel, 2023.
In de periode tot 2030 is er een toevoeging van minimaal 295 nultredenwoningen gewenst. In Hardenberg is een groeiende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen. Van 1.240 woningen in 2023 naar 2.570 woningen in 2040. Dit betekent dus een toename van +1.330 extra geclusterde woningen tot 2040. Naast de vraag naar geclusterde woningen is er behoefte aan +100 extra plekken met Wlz-zorg voor ouderen in woonzorgcentrum (PGdementie en somatisch). Het gaat hierbij om extramurale woningen. De opgave nultredenwoningen en geclusterd wonen hoeft overigens niet alleen door middel van nieuwbouw gerealiseerd te worden. Dit kan ook door de bestaande woningvoorraad beter te benutten en het realiseren van ontmoetingsruimtes. In de volgende tabel is de vraagprognose uitgewerkt naar kerncluster. Hierbij sluiten we aan bij de indeling die is gehanteerd in de Huisvestingsopgave Wonen en Zorg (2019). • Kern Hardenberg • Cluster Noord: Ane, Anerveen, Anevelde, Collendoorn, De Krim, Den Velde, Gramsbergen, Holtheme, Holthone, Loozen, Lutten, Radewijk, Schuinesloot, Slagharen • Cluster Zuid: Bergentheim, Brucht, Bruchterveld, Diffelen, Hoogenweg, Kloosterhaar, Mariënberg, Rheeze, Sibculo, Venebrugge • Cluster West: Balkbrug, Dedemsvaart, Heemserveen, Rheezerveen
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
Tabel 4.2: Vraagprognose ouderenzorg gemeente Hardenberg (trendscenario) naar kerncluster Kern Hardenberg Regulier wonen Nultreden Geclusterd wonen Woonzorgcentrum PG Woonzorgcentrum SOM Cluster Noord Regulier wonen Nultreden Geclusterd wonen Woonzorgcentrum PG Woonzorgcentrum SOM Cluster Zuid Regulier wonen Nultreden Geclusterd wonen Woonzorgcentrum PG Woonzorgcentrum SOM Cluster West Regulier wonen Nultreden Geclusterd wonen Woonzorgcentrum PG Woonzorgcentrum SOM
2023 1.385 640 400 85 55 2023 965 445 280 60 40 2023 670 310 195 40 25 2023 1.245 575 360 75 50
2030 1.600 735 575 90 60 2030 1.115 515 400 65 45 2030 775 355 280 45 30 2030 1.440 665 515 80 55
2035 1.695 835 715 95 65 2035 1.180 580 500 70 45 2035 820 405 345 45 30 2035 1.520 750 645 90 60
2040 1.620 950 835 105 70 2040 1.130 665 580 70 45 2040 785 460 405 50 35 2040 1.455 855 750 95 60
Bron: Monitor Gezond Wonen provincie Overijssel, 2023, bewerking Companen.
35
4.2 BW, MO, Jeugd en VG In de monitor Gezond Wonen Overijssel is de woon- en zorgvraag van Beschermd Wonen cliënten, Maatschappelijke opvang en Jeugd in beeld gebracht. Hier signaleren we de volgende woonbehoeften:
Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang De gemeente Hardenberg heeft in 2023 een aanbod van 291 woningen voor mensen in Beschermd Wonen. In ditzelfde jaar was de vraag naar Beschermd Wonen 226 woningen in gemeente Hardenberg. De verwachting is dat de jaarlijkse vraag naar woningen zal toenemen naar 248 woningen in 2040. In 2023 stroomden er circa 53 cliënten uit de Wmo in gemeente Hardenberg. De uitstroom neemt naar verwachting jaarlijks toe, naar 64 cliënten uit de Wmo in 2040. Er zijn dus in de komende jaren in gemeente Hardenberg circa 53 tot 64 woningen nodig voor uitstroom uit Beschermd Wonen. Op dit moment lijkt er een (theoretisch) overschot aan woningen voor beschermd wonen. Deze woningen worden bewoond door beschermd wonen Wlz-zorg en beschermd wonen Wmo. De verwachting is dat er jaarlijks 35 woningen in gemeente Hardenberg nodig zijn voor cliënten die uitstromen uit maatschappelijke opvang. Naast jongeren gaat het veelal om éénoudergezinnen en mannen van middelbare leeftijd (bijvoorbeeld met verslavingszorg / multiproblematiek). Hierbij houden we rekening met een verblijfsduur in de nachtopvang van vier maanden en crisisopvang/opvang voor dakloze jongeren van 12 maanden.
Om uitstroom uit instellingen mogelijk te maken vraagt dit om voldoende geclusterde woonvormen met mogelijkheid voor zorg en uitstroommogelijkheden in de reguliere woningvoorraad in gemeente Hardenberg.
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
Kwetsbare jongeren In 2023 stroomden er 36 kwetsbare jongeren uit een jeugdzorginstelling. Circa 12 van deze cliënten woont in een reguliere woning en nog eens 12 gaat naar geclusterd begeleid wonen. Circa 4 jongeren stromen uit naar Beschermd Wonen of naar verlengde jeugdhulp, 2 naar Wlz instelling en van 2 jongeren is de uitstroom onbekend. De komende jaren zal het aantal kwetsbare jongeren dat uitstroomt tot 2030 iets toenemen en daarna jaarlijks stabiel blijven. De komende jaren gaat het jaarlijks om 38 kwetsbare jongeren die naar verwachting uitstromen uit een jeugdzorginstelling en een woonbehoefte hebben in gemeente Hardenberg. Het gaat hierbij om jongeren die redelijk zelfstandig kunnen wonen en waarbij een kamer of een studio een passende woonvorm is. Daarnaast gaat het om kamers voor jongeren die zelfstandig moeten leren wonen (kamertrainingswoningen).
Vraag VG naar geclusterd en gespikkeld wonen Aan de hand van de indicatiegegevens en de bevolkingsprognose is een inschatting gemaakt naar de zorgvraag van mensen met een verstandelijke beperking. De basisprognose wordt verdeeld over geclusterd wonen en gespikkeld wonen: • Geclusterd wonen: een beschutte of beschermde woonvorm, vaak met een eigen appartement of studio met voorzieningen, maar ook met een ontmoetingsruimte in of direct bij het pand. De woningen zijn geschikt voor bewoners met een zwaardere zorgvraag. • Gespikkeld wonen: wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning die vaak in de nabijheid staat van een woonvorm waarvandaan lichtere zorg en begeleiding geboden kan worden. In 2023 is er op basis van trendscenario vraag naar 550 geclusterde woonvormen voor VG in gemeente Hardenberg. De verwachting is dat de vraag naar geclusterde VG zorg gaat afnemen, waardoor in 2040 er circa 400 woningen
36
nodig zijn in Hardenberg om in de behoefte te voorzien. Daarnaast is er vraag naar zo’n 70 eenheden gespikkeld wonen. Dit blijft de komende jaren naar verwachting gelijk. Voor de lichamelijke gehandicaptenzorg is er behoefte aan 5 geclusterde woningen en 65 gespikkelde woningen. Deze vraag blijft stabiel tot 2040. Samengevat ziet de opgave voor de periode tot 2040 er als volgt uit: Tabel 4.3: Samenvatting periode 2023-2040 Beschermd wonen/GGZ Verstandelijk: geclusterd wonen Verstandelijk: gespikkeld wonen Lichamelijke beperking
2023 226 550 60 70
2030 237 500 70 70
2035 243 460 70 70
2040 248 400 70 70
Bron: Monitor Gezond Wonen provincie Overijssel, 2023.
4.3 Overige aandachtsgroepen
geregistreerd. Op basis hiervan is de verwachting dat het maximaal 5 tot 10 aanvragen per jaar gaat.
Studenten De gemeente Hardenberg heeft geen hbo-instelling of universiteit maar wel meerdere mbo-instellingen. Uit de enquête onder jongeren blijkt dat een groot deel studeert (28%) of werk en studie combineert (17%). Op basis van de enquête blijkt geen opgave te zijn voor het realiseren van specifieke studentenwoningen. Slechts een kleine groep huishoudens zoekt een studio (2%).
Ex-gedetineerden In het programma ‘Een thuis voor iedereen’ is ook aandacht voor de mogelijkheid voor uitstromers uit detentie. Voor de gemeente Hardenberg zijn in de periode 2023 tot 2026 jaarlijks ongeveer 35 personen uitstromen uit detentie. De verwachting is dat de meesten hiervan terugkeren naar huis. Een klein deel hiervan zal mogelijk een urgentie-aanvraag doen. De verwachting is dat het 0 tot 5 aanvragen per jaar betreft.
Mantelzorgerverleners- en ontvangers De woningvraag van mantelzorgverleners- en ontvangers is lastig in te schatten omdat het ontbreekt aan cijfers. Van alle inwoners boven de 16 jaar in de gemeente Hardenberg is 35% mantelzorger. Dit zijn circa 18.000 inwoners. Daarvan geeft het merendeel langdurig mantelzorg, namelijk 15.450 mantelzorgers. Van deze groep is circa 3.000 mantelzorgers langdurig en intensief belast en 1.600 zwaarbelast. In de praktijk zal de overgrote meerderheid van deze groep helemaal geen woonvraag hebben. In 2023 heeft de gemeente Hardenberg beleid gemaakt voor premantelzorg woningen. In 2023 zijn er 4 aanvragen ingediend voor een premantelzorgwoning. Daarnaast blijkt uit de registratie van de gemeente dat er 157 mantelzorgwoningen staan
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
Statushouders Over het huisvesten van statushouders maakt de gemeente afspraken met de woningcorporatie. Hoewel niet goed te voorspellen is hoe de omvang van deze doelgroep zich gaat ontwikkelen, bieden we wel een richting. Het rijk publiceert halfjaarlijks een taakstelling huisvesting statushouders. Voor een bandbreedte kijken we naar gemiddelde taakstelling van afgelopen jaren en de hoge taakstelling die bekend is over 2023. De taakstelling voor statushouders in 2023 was voor de gemeente Hardenberg 170 statushouders huisvesten. De taakstelling voor de gemeente Hardenberg ligt in 2024 op het huisvesten van 126 statushouders. De verwachte ontwikkeling van taakstelling in Hardenberg ligt tussen de 80 en de 180 per jaar. De trendmatige ontwikkeling van het aantal
37
statushouders en de woonbehoefte is meegenomen in de huidige woningbehoeftedoorrekening. Een verhoogde instroom ten opzichte van trend vraagt meer beschikbare sociale huurwoningen.
Arbeidsmigranten De provincie Overijssel heeft in 2023 onderzoek naar huisvesting arbeidsmigranten laten uitvoeren. Uit de prognosescenario’s blijkt voor de provincie Overijssel dat het aantal internationale arbeidsmigranten de komende tien jaar blijft toenemen tot een populatie van naar schatting 24.500 tot 29.000 werkzame arbeidsmigranten in 2030. Dit betekent een jaarlijkse groei van 2 tot 4%. Een toename van 1.800 tot 3.900 woonplekken is gewenst. Op basis van dit onderzoek werken 250 tot 500 arbeidsmigranten in de gemeente Hardenberg en wonen 250 tot 500 arbeidsmigranten in Hardenberg.
Woonwagenbewoners
Dreigend dak- en thuislozen De omvang van de groep dak- en thuisloze mensen in Nederland is lastig te kwantificeren doordat registratiegegevens maar zicht bieden op een deel van de totale groep. De omvang van de groep mensen die (dreigend) dakloos is, wordt door CBS geschat op 30.600 personen per 1 januari 2023. Dit terwijl maatschappelijke organisaties schatten dat er rond de 100.000 mensen zijn die dak- of thuisloos zijn. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis agendeert dit tekort aan inzicht. In dit actieplan is dan ook aangegeven dat (dreigende) dakloosheid beter in kaart gebracht moet worden. Dit moet gebeuren door middel van een telling volgens ETHOS Light. “Zolang er geen beter beeld is", is de CBS monitor de enige bron die landelijk inzicht biedt. Vooralsnog gaan we daarom uit van de CBS-data. Als de ETHOS telling voor heel Nederland is afgerond, kan de raming van de omvang van de groep dak- en thuisloze mensen aangescherpt worden.
Gemeenten moeten bij het vaststellen van het lokale woonbeleid rekening houden met de wensen van woonwagenbewoners, onder meer door te zorgen voor voldoende standplaatsen. De gemeente telt op dit moment drie woonwagenlocaties met in totaal 9 standplaatsen. • De Riede in Slagharen heeft 2 standplaatsen • De Kerkenkastweg in Den Velde heeft 5 standplaatsen • De Parallelweg in Bergentheim heeft 2 standplaatsen. Uit de gemeentelijke basisregistratie blijkt dat er momenteel twee thuiswonende kinderen van 15 jaar of ouder zijn. Op basis hiervan is de inschatting dat de vraag naar standplaatsen op korte termijn beperkt is en beperkt tot circa 2 tot 3 standplaatsen. Er is geen inzicht in de vraag van vertrokken bewoners, waardoor de vraag naar standplaatsen hoger uit kan vallen.
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
38
Bijlage: Opgave ouderenhuisvesting In verschillende regio’s in Nederland wordt op dit moment gewerkt aan een afsprakenkader ouderenhuisvesting, als invulling van de Woondeals. Gemeenten en regio’s hebben hierbij behoefte aan inzicht in de stijging van de vraag naar verschillende vormen van ouderenhuisvesting, zodat ze hier in hun nieuwbouwplanning rekening mee kunnen houden. Regelmatig komt hierbij de vraag op tafel hoe om te gaan met verschillen tussen prognoses. Eén van de mogelijkheden die ook door het ministerie van BZK wordt omarmd, is om te werken met een bandbreedte in de afspraken. Een andere mogelijkheid is om te werken zonder bandbreedte, maar alleen met de cijfers waar (relevante partners in) de regio het meest achter staat. Voor Hardenberg zijn cijfers vanuit verschillende onderzoeken beschikbaar. In deze notitie zijn cijfers uit de verschillende onderzoeken op een rij gezet. Daarbij geldt dat de opgave groot is en de vraag verschilt vanwege verschillende definities en onderzoeksmatige keuzes. Het is belangrijker om vaart te maken met de realisatie dan om eindeloos te blijven hangen in het streven naar exactheid.
Woonvormen voor ouderen •
•
Nultredenwoning: Een woning die geschikt is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. De woning is zowel intern als extern toegankelijk. Dat betekent dat de woning te bereiken is zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zonder trappen te bereiken (intern toegankelijk). Geclusterd wonen voor ouderen: Dit zijn woningen die deel uitmaken van een complex of groep van woningen die speciaal bestemd zijn voor
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
•
ouderen. De woningen zijn levensloopgeschikt (ze voldoen aan dezelfde kenmerken als nultredenwoningen). De inrichting van het complex is bij voorkeur dementievriendelijk en gericht op sociaal contact en gemeenschapsgevoel. Er is een ontmoetingsruimte inpandig of in de directe nabijheid. Zorggeschikte woningen: Zelfstandige woningen in een geclusterde woonvorm die zo ingericht zijn dat hier goed verpleegzorg geleverd kan worden. Zorggeschikte woningen gelden als alternatief voor traditionele verpleeghuisplekken. Ze zijn rolstoel- of rollatorgeschikt, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer. 1Ze kunnen onderdeel zijn van een complex waar alle bewoners gebruik maken van Wlz-zorg, maar ook van een geclusterde woonvorm waar ook mensen zonder Wlz-indicatie wonen. Zorggeschikte woningen zijn een alternatief voor een traditioneel woonzorgcentrum of verpleeghuis. Vanwege Rijksbeleid mag het aantal intramurale verpleeghuisplekken de komende jaren nauwelijks verder stijgen. De stijging van de vraag naar plekken waar Wlz-zorg kan worden geleverd, zal dus voor een groot deel moeten worden opgevangen in zorggeschikte woningen. De zorg wordt dan extramuraal geleverd, via een Volledig Pakket Thuis (VPT) of een Modulair Pakket Thuis (MPT).
Een groot deel van de ouderen woont in een reguliere, niet specifiek voor ouderen bedoelde woning. Vaak is dit de woning waar mensen al jaren wonen. We werken in deze notitie geen uitbreidingsopgave voor reguliere woningen voor ouderen uit; dit valt binnen de reguliere woningmarktprognoses.
Beschikbare cijfers In opdracht van provincie Overijssel heeft Companen in 2023 een woonzorgbehoefteonderzoek gedaan, waarin prognoses uitgewerkt zijn voor de ontwikkeling van de vraag naar ouderenhuisvesting in de verschillende
39
gemeenten in de provincie. In dat onderzoek is een prognose uitgewerkt. Uitgangspunt van deze prognose is de huidige woonsituatie van verschillende groepen ouderen: er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende leeftijdsgroepen binnen de totale groep ouderen en tussen ouderen zonder, met een lichte en een zwaardere zorgvraag. De huidige woonsituatie van deze verschillende groepen is in de basisprognose demografisch doorgerekend; het is een ‘beleidsvrije’ en ‘trendneutrale’ prognose waarin geen rekening is gehouden met mogelijke nieuwe wijzigingen in beleid of met verschuivende voorkeuren van ouderen. ABF heeft in opdracht van het Rijk in 2023 ook een prognose gemaakt voor ouderenhuisvesting, uitgesplitst naar alle gemeenten in Nederland. Uitgangspunt voor deze prognose is de landelijke opgave van 270.000 extra geschikte woningen voor ouderen tot en met 2030, verdeeld over 40.000 zorggeschikte woningen, 80.000 geclusterde woningen en 170.000 nultredenwoningen. Deze aantallen zijn door ABF verdeeld over de verschillende gemeenten. Onderstaande tabellen tonen de resultaten van de verschillende ramingen voor Hardenberg. Tabel 4.4: Verschil basisscenario Rijk en Trendscenario Companen 2023-2030 Nultredenwoningen Geclusterde woningen Zorggeschikte woningen Totaal
Bron: BZK, Companen 2023
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
Basisscenario Rijk 145 255 90 490
Trendscenario Companen 295 530 40 865
Verklaringen voor verschillen prognoses Companen en ABF Er is een aantal mogelijke verklaringen voor de verschillen tussen de prognoses van Companen en die van ABF. Hieronder lichten we deze toe. Zorggeschikte woningen • ABF en Companen kijken beide voor de opgave ‘zorggeschikte woningen’ naar de verwachte toename van het aantal mensen met een Wlz-indicatie t/m 2030. • Companen baseert de verwachte toename van het aantal mensen met een Wlz-indicatie op het huidige zorggebruik per leeftijdsklasse, gecombineerd met de demografische prognose (steeds meer oudere ouderen) – met een correctie vanwege de verwachting dat mensen steeds langer gezond blijven. • ABF heeft de toename van het aantal mensen met een Wlz-indicatie als volgt berekend: - Er is door RIVM een inschatting gemaakt van de landelijke toename van het aantal Wlz-indicaties t/m 2030, met een brede bandbreedte. - BZK/VWS heeft in het programma Wonen en Zorg voor Ouderen (2023) gesteld dat er landelijk t/m 2030 40.000 extra ‘zorggeschikte woningen’ nodig zijn voor mensen met een Wlz-indicatie. Dit getal ligt binnen de bandbreedte van de raming van het RIVM. - ABF heeft dit getal van 40.000 verdeeld over de gemeenten en regio’s.
• Een belangrijk verschil tussen de aanpak van Companen en ABF is dat Companen ervan uit gaat dat niet alle ouderen met een Wlz-indicatie (zullen) wonen in een woonzorgcentrum of in een ‘zorggeschikte woning’. In lijn met de gesprekken die we hierover hebben gevoerd met zorgaanbieders en zorgkantoor, gaan we er in onze basisprognose vanuit dat ca 1/8 van de ouderen met een Wlz-indicatie nu én in de toekomst woont in een reguliere woning, en ca 1/8 in een geclusterde woonvorm die niet specifiek is bedoeld voor Wlz-cliënten. In de trendprognose gaan we
40
•
ervan uit dat een nog groter aandeel woont in een geclusterde woonvorm die niet specifiek is bedoeld voor Wlz-cliënten. Onze inschatting van de behoefte aan zorggeschikte woningen komt daardoor lager uit dan die van ABF. Een ander verschil is dat Companen ervan uitgaat dat een deel van de mensen met een Wlzindicatie samenwoont met een partner die ook een Wlz-indicatie heeft. Wij rekenen dus ook binnen de categorie ‘zorggeschikte woningen’ met een gemiddelde huishoudensgrootte die groter is dan 1 (tussen de 1 en 1,10). •
Geclusterd wonen voor ouderen • Companen heeft een prognose voor geclusterd wonen gemaakt op basis van de huidige woonsituatie van ouderen met een bepaalde zorgvraag (‘vitaliteitstrede’) op dit moment. De basisprognose die is uitgewerkt, is een demografische doorrekening van de huidige woonsituatie – er is dus geen rekening gehouden met mogelijke verschuivingen in de voorkeuren van ouderen. In de trendprognose is de aanname gedaan dat in de toekomst een groter deel van de ouderen geclusterd zal gaan wonen. • Het is niet bekend welke aannames ABF heeft gebruikt om te komen tot een prognose voor de vraag naar geclusterd wonen voor ouderen. Wel weten we dat ook hier het uitgangspunt is geweest om de landelijke inschatting (80.000 toe te voegen geclusterde woningen t/m 2030) te verdelen over alle gemeenten in Nederland.
•
geclusterde woning of een zorggeschikte woning. Om een inschatting te maken van de toekomstige omvang van de groep ouderen met ADLbeperkingen, doen we de aanname dat de groei van deze groep gelijke tred houdt met de groei van het aantal ouderen in vitaliteitstrede 2, 3 en 4. Een deel van de ouderen met ADL-beperkingen woont in een geclusterde of zorggeschikte woning. Van de totale vraag naar geschikte woningen trekken we daarom de vraag naar geclusterde en zorggeschikte woningen af. Wat overblijft, beschouwen we als een vraag naar reguliere nultredenwoningen. Het is niet bekend welke aannames ABF heeft gebruikt om te komen tot de opgave voor nultredenwoningen. Wel weten we dat ook hier het uitgangspunt is geweest om de landelijke inschatting (170.000 toe te voegen nultredenwoningen t/m 2030) te verdelen over alle gemeenten in Nederland. We kunnen niet achterhalen waar de soms grote verschillen tussen onze berekening en die van ABF voor de categorie nultredenwoningen vandaan komen. Van de huidige voorraad ‘geschikte woningen’ of nultredenwoningen wordt een groot deel bewoond door mensen zonder mobiliteitsbeperkingen. Dat zal ook in de toekomst zo zijn. Het is daarom verstandig om meer nultredenwoningen toe te voegen dan strikt noodzakelijk voor de groep met een mobiliteitsbeperking.
Nultredenwoningen • Uitgangspunt voor de berekening van de behoefte aan nultredenwoningen door Companen is het aantal ouderen met ADL-beperkingen (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen, zoals traplopen of uit bed komen). We gaan ervan uit dat al deze mensen behoefte hebben aan een ‘geschikte woning’: dat kan een reguliere nultredenwoning zijn, maar ook een
160.109 | Woningmarktonderzoek 2024
41