Zomernota 2026 Definitief.pdf
Tekst van het document
34
2.9.4 Taakstelling optimalisatie subsidiemogelijkheden In de Programmabegroting 2026 is een taakstelling opgenomen om via de inzet van een subsidioloog te komen tot aanvullende subsidieopbrengsten van € 300.000 in 2026 en structureel € 200.000 vanaf 2027 (na aftrek van de kosten van de subsidioloog). Uitgangspunt hierbij was dat deze opbrengsten gerealiseerd kunnen worden zonder dat hier aanvullende gemeentelijke uitgaven tegenover staan. Op basis van de eerste inventarisaties kan worden geconcludeerd dat het volledig realiseren van deze taakstelling in de huidige vorm voor 2026 niet realistisch is. Belangrijke redenen hiervoor zijn: • subsidies veelal gekoppeld zijn aan concrete projecten of activiteiten, waarbij (co)financiering of inzet van capaciteit noodzakelijk is; • de beschikbaarheid van subsidiestromen en de toekenningskansen beperkt en onzeker zijn; • reeds lopende en potentiële subsidieaanvragen laten zien dat deze doorgaans niet leiden tot structurele, vrij aanwendbare middelen elders in de begroting. Dit betekent dat de geraamde opbrengsten naar verwachting niet (volledig) gerealiseerd kunnen worden binnen de gestelde randvoorwaarden, in ieder geval niet in 2026.
Voorgesteld wordt: • de helft van de taakstelling voor 2026 af te ramen; • de taakstelling voor 2027 en volgende jaren bij de Zomernota 2027 te herijken en realistischer vorm te geven (bijvoorbeeld door subsidie als onderdeel van de businesscase, koppeling aan concrete projecten of inclusief benodigde cofinanciering); • De taakstelling te herijken en subsidies zien als middel om eigen middelen te versterken en te versnellen. Kortom de waarde als indirect en niet als harde netto opbrengst zien. Mutaties Taakstelling optimaliseren subsidiemogelijkheden
2026
2027
2028
2029
2030
V/N
Taakstelling optimaliseren subisidiemogelijkheden Programmabegroting 2026
-300
-200
-200
-200
-200
N
Taakstelling optimaliseren subisdiemogelijheden nog in te vullen
150
200
200
200
200
V
Totaal Mutaties Invulling taakstelling optimaliseren subisidiemogelijkheden
-150
0
0
0
0
35
36
Investeringen
2.10.1 Financiële mutaties In onderstaande tabel zijn de financiële mutaties in de investeringen opgenomen (x € 1.000). Mutaties Investeringen
2026
2027
2028
2029
2030
V/N
Rente en afschrijving 2026
312
0
0
0
0
V
Bankjes van en voor Halderbergse inwoners
0
-4
-4
-4
-4
N
Bijstelling planning investeringsprogramma
0
-169
13
20
6
V/N
Bijstelling raming investeringsprogramma
0
23
0
-3
-8
V/N
Stelpost onderuitputting kapitaallasten
0
110
-70
-5
-5
V/N
312
-41
-61
7
-10
Totaal Mutaties Investeringen 2.10.2 Toelichting
Rente en afschrijving 2026 Op basis van de boekwaarden van alle activa op 1 januari 2026 zijn de afschrijvings- en rentelasten voor 2026 berekend. Deze zijn ca. € 312.000 lager dan in de Begroting 2025 was geraamd. Dit is met name het gevolg van latere uitvoering van diverse investeringen. Als een investering in 2026 wordt afgerond in plaats van in 2025, start de afschrijving ook een jaar later. Dit geeft voor 2026 een incidenteel voordeel. Bankjes van en voor Halderbergse inwoners Op 9 november 2023 heeft de gemeenteraad de motie 'Bankjes van en voor de Halderbergse inwoners' aangenomen. Deze motie verzocht het college om te onderzoeken waar in de gemeente Halderberge bankjes gemist worden en om een voorstel te doen voor de plaatsing van extra bankjes. Met het plaatsen van de bankjes wordt het wandel- en fietsnetwerk versterkt. De extra banken dragen bij aan het comfort van de gebruikers. Door de bankjes te plaatsen op locaties die door inwoners zijn aangedragen, komen we tegemoet aan hun behoeften en wensen. Voorgesteld wordt hiervoor een investeringskrediet van € 36.000 beschikbaar te stellen. Bijstelling planning en raming investeringsprogramma Bij het opstellen van de Zomernota zijn alle lopende investeringskredieten en het Investeringsprogramma 2026-2029 geactualiseerd waarbij gekeken is naar de verwachte kosten en de haalbare planning.
Doordat in de planning de afronding van een aantal investeringen (met name wegreconstructies, verkeersmaatregelen en materieel buitendienst) een jaar wordt doorgeschoven, krijgen we ook pas een jaar later de afschrijvingslasten. Dit geeft een incidenteel voordeel. De realisatie van De Klinkert en Uniek is juist eerder gereed dan verwacht. In 2026 in plaats van 2027, waardoor 2027 al het eerste afschrijvingsjaar is. Dit geeft een incidenteel nadeel voor 2027. Daarnaast zijn er ook hogere kapitaallasten als gevolg van het bijstellen van diverse investeringsbedragen. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2027 zal opnieuw worden gekeken of bijstelling van het investeringsprogramma noodzakelijk is. In onderstaande tabel zijn alle bijstellingen van de investeringskredieten opgenomen. De investeringen waarvan de raming wordt bijgesteld, worden hieronder afzonderlijk toegelicht. De investeringen waarvoor extra middelen gevraagd worden, zijn ook als afzonderlijk beslispunt opgenomen in het raadsvoorstel bij deze Zomernota.
37
38
Verkeersveilgheidsmaatregelen Vlekkeplein
Verkeer en parkeren
Vervangen lichtmasten OV 2024
Openbare verlichting
OR deelgebied St. Louis Oost-Collegestr.
47
172
748
2.870
895
OR deelgebied St. Louis West-Mariaschool
OR deelgebied St. Anna-Basiliek
157
3.223
Reconstructie Kruislandseweg
Reconstructie wegen 2025 Industrieweg
1.339
724
Reconstructie wegen 2021
Actiekaart centrum Oud Gastel
Wegreconstructies
Openbare ruimte
Investering
Oude raming krediet
-47
53
37
-6
-
-
247
19
36
Bijstelling krediet
760
-
225
785
2.864
895
157
3.470
1.358
Nieuwe raming krediet
2026
2026
2026
2026
2026
2026
2026
2026
2026
Oude planning gereed
nvt
2026
2026
2026
2027
2027
2026
2026
2026
Nieuwe planning gereed
3
-2
-2
0
26
6
-10
-1
-2
Kapitaallasten 2027
3
-2
-2
0
-0
-0
-11
-1
-2
Kapitaallasten 2028
3
-2
-2
0
-0
-0
-11
-1
-2
Kapitaallasten 2029
2
-2
-2
0
-0
-0
-11
-1
-2
Kapitaallasten 2030
39
90
56
22
37
34
73
56
34
30
28
Snelheidsremmende maatregelen 2022
Tegengaan sluipverkeer 2024
Aanleg passeerstroken
Verkeersveiligh maatregelen Industrieweg
Inrichten 60 km/u zones 2025
Oudlandsedijk verkeersveiligheidsmaatregelen
Tegengaan sluipverkeer 2026
Inrichten 60 km/u zones 2026
Veilig inrichten schoolzones 2026
Verbeteren oversteeklocaties 2026
147
135
Aanschaf speeltoestellen 2023
Aanschaf speeltoestellen 2024
Spelen
78
Verbinding Oud Gastel Noord
Investering
Oude raming krediet
-
1
-12
-0
-28
-30
-
-
-
-
-
-
-32
Bijstelling krediet
Nieuwe raming krediet
123
147
-
-
34
56
73
34
37
22
24
90
80
2026
2026
2026
2026
2026
2026
2026
2026
2026
2026
2026
2026
2026
Oude planning gereed
2026
2026
nvt
nvt
2027
2027
2027
2027
2027
2027
2026
2027
2026
Nieuwe planning gereed
1
-0
2
2
2
3
4
2
2
1
2
4
-0
Kapitaallasten 2027
1
-0
2
2
-0
-0
-0
-0
-0
-0
2
-0
-0
Kapitaallasten 2028
1
-0
2
2
-0
-0
-0
-0
-0
-0
2
-0
-0
Kapitaallasten 2029
1
-0
1
2
-0
-0
-0
-0
-0
-0
2
-0
-0
Kapitaallasten 2030
40
225
100
St. Louis verlichtingsplan
Uitlichting Basiliek
2.347
128
De Klinkert uitbreiding onderwijs
De Klinkert verbouwing onderwijs
Onderwijshuisvesting
Onderwijs, sport en cultuur
3.340
2.739
Renovatie kapel St. Anna
Dorpshuizen
Zorg, jeugd en participatie
Herstel monumentale kademuur Oudenbosch
Civieltechnische kunstwerken
Ruimtelijke en economische ontwikkelingen
Investering
Oude raming krediet
-
-
10
4
115
367
Bijstelling krediet
128
2.347
110
229
3.455
3.106
Nieuwe raming krediet
2027
2027
2026
2026
2026
2026
Oude planning gereed
2026
2026
2026
2026
2026
2026
Nieuwe planning gereed
-3
-60
-1
-0
-8
-15
Kapitaallasten 2027
0
1
-1
-0
-8
-16
Kapitaallasten 2028
0
1
-1
-0
-8
-16
Kapitaallasten 2029
0
1
-1
-0
-8
-15
Kapitaallasten 2030
41
2.174
1.974
400
Uniek uitbreiding onderwijs
Uniek uitbreiding kinderopvang
Aankoop 4 units onderwijshuisvesting
68
32
92
Vervanging laptops 2027
Vervanging mobiele telefoons 2028
Vervanging laptops 2028
Vervanging laptops 2029
89
130
29
Vervanging mobiele telefoons 2027
Vervanging mobiele telefoons 2029
89
Vervanging mobiele telefoons 2026
Automatisering
Overhead
1.913
De Klinkert uitbreiding kinderopvang
Investering
Oude raming krediet
-
-
-
57
-50
-1
8
16
31
-20
-400
Bijstelling krediet
146
80
91
40
84
60
69
-
1.974
2.174
1.913
Nieuwe raming krediet
2029
2029
2028
2028
2027
2027
2026
2026
2027
2027
2027
Oude planning gereed
2029
2029
2028
2028
2027
2027
2026
nvt
2026
2026
2026
Nieuwe planning gereed
-
-
-
-
-
-
7
46
-50
-56
-50
Kapitaallasten 2027
-
-
-
-
-4
-11
7
45
1
1
1
Kapitaallasten 2028
-
-
0
-3
-4
-11
7
45
1
1
1
Kapitaallasten 2029
-15
17
0
-3
-4
-10
-
44
1
1
1
Kapitaallasten 2030
42 50
2028
2027 2030
2027
2027
-
-
-
-
-
2
-146
-
120
2027
2029
2029
2026
Kapitaallasten 2027
Totaal mutatie kapitaallasten
50
Vervanging strooier met laadslede
30
120
2027
2027
2026
Nieuwe planning gereed
23
90
Vervanging pick-up bus serviceteam Oud Gastel/Stampersgat
30
80
35
105
Oude planning gereed
Mutatie kapitaallasten door aanpaste raming
90
Vervanging pick-up bus serviceteam calamiteiten en gladheidsbestrijding
-
Nieuwe raming krediet
-169
80
Vervanging opzetstrooiers
-
-15
Bijstelling krediet
Mutatie kapitaallasten door aanpaste planning
35
120
Vervanging aanhangstrooier
Aanschaf tractor buitendienst
Buitendienst
Investering
Oude raming krediet
13
-0
13
-
-3
-3
9
4
2
Kapitaallasten 2028
16
-3
20
7
-3
-3
9
4
1
Kapitaallasten 2029
-1
-8
6
6
-3
-3
-0
-0
1
Kapitaallasten 2030
Actiekaart centrum Oud Gastel De afrondende werkzaamheden op de Korte Dreef zijn uitgevoerd. De overschrijding van het krediet wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren. In het kader van het archeologisch onderzoek zijn onvoorziene kosten gemaakt, onder andere door verplicht vervolgonderzoek en stagnatie in de werkzaamheden. Daarnaast is sprake geweest van extra werkzaamheden voor de tijdelijke verplaatsing van de weekmarkt en het herstel van de waterput op het marktplein. Tot slot heeft vertraging in het woningbouwproject Bernardushof geleid tot hogere kosten voor de aanleg van de langzaam verkeerroute, waarbij bovendien geen werk met werk kon worden gemaakt. Het krediet wordt bijgeraamd met € 36.000 en kan bij de Jaarrekening 2026 kan worden afgesloten. Reconstructie wegen 2021 De overschrijding van het krediet wordt verklaard doordat de werkzaamheden later zijn uitgevoerd dan oorspronkelijk geraamd. Door deze vertraging zijn de kosten toegenomen, welke nu worden bijgeraamd. Zo zijn onder andere de werkzaamheden aan de Brink pas in het huidige jaar uitgevoerd, wat geleid heeft tot hogere uitvoeringskosten. De laatste werkzaamheden zijn inmiddels uitgevoerd en het krediet kan bij de Jaarrekening 2026 worden afgesloten. Reconstructie Kruislandseweg Het krediet voor de Reconstructie van de Kruislandseweg moet met € 576.800 worden bijgeraamd.
Hiervan betreft € 494.400 de reeds gemelde kostenstijging, zoals toegelicht in de raadsinformatiebrief van 26 maart 2026. Deze kostenstijging is het gevolg van de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal, staalslakken in de fundering en teerhoudend asfalt dat separaat moet worden afgevoerd. Daarnaast is € 82.400 nodig voor extra verkeersmaatregelen tijdens fase 3 en 4 van het project. Tegelijkertijd worden de baten ook met € 330.000 bijgeraamd. Deze hogere baten zijn het gevolg van een ontvangen bijdrage van de provincie in het kader van de Bijdrageregeling regionale mobiliteitsprogramma's Noord-Brabant 2025. Deze bijdrage was eerder niet geraamd, maar is inmiddels ontvangen en wordt daarom alsnog verwerkt. Per saldo leidt dit tot een bijraming van € 246.800. OR deelgebied St. Louis Oost-Collegestr. Eind 2024 is er aangevangen met dit project, gedurende die tijd zijn enkele posten opnieuw geïndexeerd en zullen er aanvullend 12 nieuwe fietsenbeugels van totaal € 5.000, waardoor het krediet totaal meer dan € 36.000 bijgeraamd dienen te worden. Vervangen lichtmasten OV 2024 De lichtmasten bleken in slechtere staat dan vooraf was ingeschat. Hierdoor kon een deel van de lichtmasten niet worden hergebruikt en worden verplaatst, waardoor meer lichtmasten moesten worden vervangen. Dit heeft geleid tot hogere kosten van € 52.700, die nu worden bijgeraamd.
Het krediet kan bij de Jaarrekening 2026 worden afgesloten. Verkeersveiligheidsmaatregelen Vlekkeplein Ter hoogte van het Vlekkeplein is een groenstrook aangelegd tussen het parkeerterrein en de rijbaan. Hierdoor is het optisch duidelijker geworden dat er achter het parkeerterrein aan de rechterzijde een zijstraat is (Brugstraat). In overleg met de Samenstichting zijn we tot de conclusie gekomen dat aanvullende verkeersmaatregelen niet meer nodig zijn en derhalve is het krediet vervallen. Verbinding Oud Gastel Noord Met dit krediet is de aanleg van een langzaamverkeerverbinding van Oud Gastel Noord naar de Bernhardstraat in Oud Gastel gerealiseerd. De werkzaamheden zijn afgerond. Er is sprake van een kleine overschrijding van het krediet van € 1.044, die hierbij wordt bijgeraamd. Het krediet kan bij de Jaarrekening 2026 worden afgesloten. Tegengaan sluipverkeer 2024 Het krediet is ingezet voor de aanschaf van een mobiele tekstkar, bedoeld om op wisselende locaties het verbod op doorgaand vrachtverkeer te tonen. De mobiele tekstkar is inmiddels geleverd en betaald. Als gevolg van de keuze voor een andere, goedkopere leverancier zijn de aanschafkosten lager uitgevallen dan het beschikbare krediet. Het resterende deel van het krediet wordt niet meer benut en kan daarom worden afgeraamd. Het krediet kan bij de Jaarrekening 2026 worden afgesloten.
Veilig inrichten schoolzones 2026 Uit de gesprekken met scholen zijn voor 2026 geen concrete maatregelen naar voren gekomen. Aangezien dit krediet jaarlijks terugkeert, kan het krediet voor 2026 worden afgeraamd. Dit leidt tot een voordeel van € 26.500.
43
Verbeteren oversteeklocaties 2026 Het krediet was bestemd voor het verbeteren van de fietsoversteek Oudlandsedijk–Markweg. Deze werkzaamheden worden bij voorkeur gecombineerd met de werkzaamheden aan de Oudlandsedijk. De uitvoering hiervan kan echter niet eerder plaatsvinden dan in 2027. Het krediet van 2027 zal hiervoor worden ingezet, waardoor het krediet van 2026 kan worden afgeraamd. Aanschaf speeltoestellen 2023 De daadwerkelijke baten voor dit krediet vallen hoger uit dan geraamd doordat hiervoor subsidie vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) is ingezet. De baten worden nu bijgeraamd. Aanschaf speeltoestellen 2024 Vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) is € 11.854 ingezet voor dit krediet. Derhalve worden de baten op het krediet bijgesteld. Herstel monumentale kademuur Oudenbosch Op 17 oktober 2024 heeft de gemeenteraad besloten een krediet beschikbaar te stellen voor het herstel van de kademuren, naar aanleiding van technische onderzoeken waaruit bleek dat deze in een zeer slechte staat verkeerden. Tijdens de verdere voorbereiding en uitvoering van dit bijzondere project zijn diverse onvoorziene omstandigheden naar voren gekomen die hebben geleid tot hogere kosten dan oorspronkelijk geraamd. Zo zijn na vaststelling van het krediet wijzigingen doorgevoerd aan een deel van de kademuur.
Daarnaast heeft een correctie plaatsgevonden op ingenieurskosten die wel betrekking hadden op het project, maar niet waren opgenomen in de oorspronkelijke kredietraming. Ook de noodzakelijke hulpconstructies die zijn aangebracht om de monumentale bomen te behouden, hebben geleid tot extra kosten. Verder heeft het advies van de Omgevingskwaliteitscommissie om het historische karakter van de kade zoveel mogelijk te herstellen, geleid tot een complexere uitvoeringsmethode. Hierbij wordt een nieuwe funderingsconstructie gerealiseerd binnen de bestaande kademuur. Deze aanpak draagt bij aan het behoud van de cultuurhistorische waarde van de locatie, maar brengt tegelijkertijd hogere uitvoeringskosten met zich mee dan vooraf was voorzien. Renovatie kapel St. Anna Op 3 november 2021 een kaderstellend besluit genomen voor de uiteindelijk uitwerking van het overkoepelende project “Religieus Erfgoed Oudenbosch”, waarvan de "Renovatie kapel St. Anna" een deel was. Het project loopt nu met de installatie van een geluidswerende installatie. Deze en de zonnewerende maatregelen alsmede kleine voorzieningen voor de gebruikers hebben geresulteerd in een overschrijding van het project van € 115.055. St. Louis verlichtingsplan Met de afrondende werkzaamheden is het einde in zicht en is er een kleine bijstelling nodig van het krediet inzake advies en indexatie van overige kosten van in totaal € 4.000.
Uitlichting Basiliek Bijstelling is nodig om de extra kosten om naast de bestaande verlichting ook de lampen voor de koepel zelf te vervangen, hetgeen aanvankelijk niet was begroot. Aankoop 4 units onderwijshuisvesting In 2024 heeft de gemeenteraad besloten om voor de aankoop van vier noodlokalen in 2026 een krediet van € 400.000 op te nemen op het investeringsprogramma. In overleg met de schoolbesturen is het bouwproces zodanig ingericht en versneld dat aanvullende tijdelijke huisvesting niet nodig is. De bestaande drie modulaire units zijn voldoende om de tijdelijke huisvestingsbehoefte te overbruggen tot de ingebruikname van de permanente nieuwbouw in 2026. Het krediet voor de aankoop van vier extra noodlokalen kan daardoor in zijn geheel komen te vervallen. Vervanging mobiele telefoons 2026-2029 Op basis van de werkelijk vervangen mobiele telefoons en reguliere prijsstijgingen, zijn de kredieten voor de cyclische vervanging van de laptops bijgesteld. Vervanging laptops 2027-2029 Op basis van de werkelijk vervangen laptops en reguliere prijsstijgingen, zijn de kredieten voor de cyclische vervanging van de laptops bijgesteld. Aanschaf tractor buitendienst Bij de Zomernota 2025 is een krediet van € 120.000 opgenomen voor de aanschaf van een tractor voor de buitendienst. In het daaropvolgende collegevoorstel is slechts € 105.099 beschikbaar gesteld.
Het verschil van € 14.901 kan daardoor komen te vervallen en wordt afgeraamd.
44
Vervanging pick-up bus serviceteam calamiteiten en gladheidsbestrijding Door de actualisatie van de marktprijzen blijkt dat de vervanging van de pick-ups, die gepland staat voor 2027, niet langer aansluit bij het oude prijspeil waarop de oorspronkelijke raming was gebaseerd. De huidige prijzen liggen aanzienlijk hoger, waardoor een kredietverhoging van € 30.000 noodzakelijk is om de vervanging in 2027 te kunnen uitvoeren. Vervanging pick-up bus serviceteam Oud Gastel/Stampersgat Door de actualisatie van de marktprijzen blijkt dat de vervanging van de pick-ups, die gepland staat voor 2027, niet langer aansluit bij het oude prijspeil waarop de oorspronkelijke raming was gebaseerd. De huidige prijzen liggen aanzienlijk hoger, waardoor een kredietverhoging van € 30.000 noodzakelijk is om de vervanging in 2027 te kunnen uitvoeren. Stelpost onderuitputting kapitaallasten In deze Zomernota wordt beoogd om de investeringen voor 2026 en komende jaren realistisch en haalbaar te plannen. Dit heeft er toe geleid dat de planning van diverse investeringen is bijgesteld. De totale omvang van het investeringsprogramma blijft echter zeer omvangrijk. Op basis van de bijgestelde planningen staat er voor 2026 nog een totaalbedrag van ca. € 20 miljoen op het investeringsprogramma.
Gezien de ervaringen van de afgelopen jaren is bij een dergelijke omvang van het investeringsprogramma zeer waarschijnlijk dat er op enkele investeringsprojecten toch een vertraging optreedt ten opzichte van de bijgestelde planning zoals opgenomen in deze Zomernota. Daarom is in de begroting een stelpost onderuitputting kapitaallasten opgenomen. Hiermee wordt rekening gehouden met enige vertraging en, als gevolg hiervan, lagere kapitaallasten in deze jaren doordat de afschrijvingslasten pas ingaan vanaf het jaar nadat de investering gereed is. De hoogte van de stelpost onderuitputting kapitaallasten wordt gebaseerd op de omvang van het investeringsprogramma voor de komende jaren en de gemiddelde onderuitputting in de afgelopen jaren. Op basis van de bijgestelde investeringsplanning is de stelpost voor de komende jaren geactualiseerd.
45
46
Post onvoorziene uitgaven
2.11.1 Overzicht onvoorziene uitgaven In onderstaande tabel wordt de huidige stand van zaken met betrekking tot de post onvoorziene uitgaven 2026 weergegeven (x € 1.000). Post onvoorziene uitgaven Primaire begroting
Bedrag 200
Toevoegingen -
-
Totaal toevoegingen
0
Onttrekkingen Cultuureducatie en verlengde schooldag
6
Welzijnssubsidies 2026
64
Werving gemeentesecretaris
15
Verbetering waterafvoer DEVO
2
Carnaval Hoeven 2026
4
Totaal onttrekkingen
92
Saldo post onvoorziene uitgaven
108
47
2.11.2 Toelichting onvoorziene uitgaven Cultuureducatie en verlengde schooldag De Marktplaats Cultuureducatie valt sinds 1 januari 2025 onder de gemeente Halderberge. Daardoor zijn de geldstromen ook veranderd. Om dit efficiënt te laten verlopen, wordt de subsidie cultureel-educatieve activiteiten niet meer uitbetaald aan de scholen, maar wordt deze intern verrekend met het Kunstmenu. Verder wordt het budget voor cultuureducatie opgehoogd voor de instandhouding van de verlengde schooldag. Het college heeft besloten om de extra kosten van € 5.972 te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2026. Welzijnssubsidies 2026 Het ontwerp-overzicht te verlenen subsidies 2026 heeft ter inzage gelegen van 22 oktober 2025 tot en met 3 december 2025. In totaal zijn 10 zienswijzen ontvangen. Op basis hiervan worden de subsidietoekenningen aangepast voor Seniorenvereniging Oud Gastel, Turnvereniging Vlug en Lenig, Seniorenvereniging Hoeven, Heemkundekring Broeder Christofoor Oudenbosch, Stichting Groenhuysen, Surplus Welzijn en Bibliotheek West – Brabant. Het college heeft besloten om de extra subsidiekosten van € 64.413 te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2026. Werving gemeentesecretaris Het college heeft besloten de kosten voor het opstellen van het profiel en het wervingstraject van de nieuwe gemeentesecretaris van € 15.032 te dekken uit de post onvoorzien 2026.
Verbetering waterafvoer DEVO Op 13 november 2025 heeft de gemeenteraad de motie ‘Wateroverlast veld C voetbalvereniging DEVO’ aangenomen en heeft het college opdracht gegeven financieel bij te dragen voor maatregelen om de waterafvoer op veld C bij VV DEVO te verbeteren voor een totaalbedrag van € 2.339. Naar aanleiding van de motie ‘Overleg met verenigingen in Hoeven over toekomstige accommodatiebehoefte’ heeft het college besloten de raad schriftelijk te informeren over de uitkomsten van het overleg en de vervolgstappen. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de raadsinformatiebrief van 30 maart 2026. De kosten van € 2.339 zijn gedekt vanuit de post onvoorziene uitgaven 2026. Carnaval Hoeven 2026 Omdat de grote zaal van het nieuwe dorpshuis op het piekmoment van het carnaval niet volledig kan voorzien in het aantal bezoekers is gezocht naar een (tijdelijke) praktische en betaalbare oplossing. Carnaval is gesplitst en op twee locaties gevierd. Hiervoor zijn extra kosten gemaakt. Een deel van deze kosten wordt eenmalig door de gemeente vergoed. Er wordt gewerkt aan een duurzame en definitieve oplossing voor de viering van het carnaval in de toekomst. De kosten van € 4.000 zijn gedekt uit de post onvoorziene uitgaven 2026.
48
Kadernota 2027 - 2030
49
50
Uitgangspunten Programmabegroting 2027
3.1.1 Algemeen Voor het opstellen van de begroting is het van belang dat de raad de uitgangspunten voor het opstellen van de Programmabegroting 2027 vaststelt. Deze uitgangspunten, die tevens zijn gehanteerd bij het opstellen van deze Zomernota 2026 – 2030, staan hieronder vermeld. Hieronder is een aantal algemene uitgangspunten genoemd die gehanteerd worden bij het opstellen van de Programmabegroting 2027. • De meerjarenbegroting 2027 – 2030 wordt opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de Financiële verordening Halderberge, het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) van de provincie Noord-Brabant en de begrotingscirculaire 2027 van de provincie Noord-Brabant van 24 april 2026. • Bij de opstelling van de Begroting 2027 worden de begrotingswijzigingen betreffende het jaar 2026 tot en met de raadsvergadering van 9 juli 2026 meegenomen. • In de Begroting 2027 wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met autonome ontwikkelingen, zoals het (verwachte) aantal inwoners, woonruimten, uitkeringsgerechtigden, bouwvergunningen, e.d. Verder wordt er zoveel mogelijk rekening gehouden met (opgelegd) rijksbeleid. In principe worden autonome ontwikkelingen door het rijk gecompenseerd middels de algemene uitkering uit het Gemeentefonds.
Het kan echter zo zijn, dat het rijk uit bezuinigingsoverwegingen besluit tot geen of een gedeeltelijke compensatie. • De ramingen van de uitkeringen uit het gemeentefonds in deze Zomernota 2026 – 2030 zijn gebaseerd op de uitkomsten van de meicirculaire 2026 en de laatste specificaties van de algemene uitkering. De uitkomsten van de septembercirculaire 2026 worden indien mogelijk (afhankelijk van de verschijningsdatum van deze circulaire) meegenomen in de Programmabegroting 2027. • Bij de berekening van de algemene uitkering is rekening gehouden met de (verwachte) areaalontwikkeling van de WOZ-capaciteit en de verwachte ontwikkeling van de aantallen eenheden zoals woonruimten, inwoners en bijstandsgerechtigden. 3.1.2 Prijs- en loonontwikkeling • In de huidige meerjarenbegroting is voor de jaren 2065 – 2029 uitgegaan van een inflatiepercentage van 3,0% per jaar. Deze inflatie is structureel in de meerjarenraming opgenomen. De huidige inflatieverwachting bedraagt voor 2026 2,1% en voor 2027 1,9% (CPB, Centraal Economisch Plan 2026, inflatie, geharmoniseerde consumentenprijsindex). Deze inflatieverwachting is door het CPB opgesteld in maart 2026 en komt naar verwachting hoger uit als gevolg van stijgende energie- en brandstofprijzen.
Gezien de verwachte inflatiecijfers en de hoge onzekerheid over de ontwikkeling hiervan, wordt voorgesteld bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2027 – 2030 het inflatiepercentage te handhaven op 3,0% per jaar. Voor de ontwikkeling van de salarissen wordt, naast de periodieke verhogingen, rekening gehouden met de • loonstijgingen als gevolg van de cao. De huidge cao voor gemeenteambtenaren loopt tot en met 31 maart 2027. In de huidige meerjarenraming is vanaf 2027 een loonsverhoging opgenomen van 3,0% per jaar. De loonstijging wordt door het CPB geraamd op 4,0% voor 2026 en 3,4% voor 2027 (CPB, Centraal Economisch Plan 2026, cao-loon bedrijven). Dit betreft een gemiddelde voor alle lonen in Nederland. Voorgesteld wordt bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2027 – 2030 de geraamde loonstijging voor 2027 en volgende jaren te handhaven op 3% per jaar, gelijk aan het inflatiepercentage. • De totale kosten van de professionele instellingen (zoals de bibliotheek) hebben een gemengd karakter. Deze verhouding is in zijn algemeenheid ongeveer 30% materialen en diensten en 70% lonen. Voorgesteld wordt voor de subsidies aan professionele instellingen voor de meerjarenbegroting 2027 – 2030 een indexering van 3,0% te hanteren, gelijk aan het inflatiepercentage.
• Voorgesteld wordt voor de overige subsidies, conform de huidige begroting, geen indexering toe te passen in de meerjarenbegroting 2027 – 2030.
51
• Voor de verbonden partijen wordt de bijdrage opgenomen zoals deze in de Begroting 2027 van de betreffende verbonden partij is vastgesteld.
• De tarieven van de OZB stijgen jaarlijks met het inflatiepercentage. In de meerjarenbegroting 2027 – 2030 wordt uitgegaan van een stijging van de tarieven met 3,0% per jaar.
• De inkomstenbudgetten stijgen eveneens met het inflatiepercentage van 3,0% per jaar. 3.1.3 Rentebeleid
• Het gehanteerde rentebeleid is opgenomen in de Financiële verordening Halderberge. • Er wordt geen rente berekend over de eigen financieringsmiddelen. • Rentekosten worden verzameld op het taakveld Treasury en via dit taakveld toegerekend aan de overige taakvelden. De rente wordt toegerekend aan het taakveld waarvoor het activum is aangeschaft.
• Voor de toerekening van de rente aan de investeringen en grondexploitaties wordt jaarlijks een renteomslag opgesteld.
•
De werkelijke rentekosten worden hierin afgezet tegen de boekwaarden van de activa en de voorraden en monden uit in een gemiddeld rentepercentage. In de huidige meerjarenraming bedraagt dit rentepercentage 1,5%. In de voorlopige berekening voor de Begroting 2027 komt het rentepercentage vanaf 2027 ook uit op 1,5%. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2027 wordt het definitieve rentepercentage berekend. Indien sprake is van projectfinanciering wordt de rente rechtstreeks toegerekend aan het betreffende activum. Dit is bij twee gebouwen het geval, namelijk het gemeentehuis aan de Parklaan te Oudenbosch en de nieuwbouw van het Markland College.
3.1.4 Reserves en voorzieningen
• Het beleid inzake reserves en voorzieningen is opgenomen in de Financiële verordening Halderberge. • Bij het opstellen van de Programmabegroting 2027 worden de bestaande reserves en voorzieningen indien nodig geactualiseerd.
• Conform het rentebeleid vindt geen inflatiecorrectie plaats op de reserves en voorzieningen. 3.1.5 Activa • De activa worden geactiveerd en afgeschreven conform het BBV en de Financiële verordening Halderberge. • Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 20.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en onbewerkte terreinen die altijd worden geactiveerd. Bij de bepaling van het bedrag van € 20.000 wordt gekeken naar het totaal van de investering en niet naar de prijs per afzonderlijk goed. 3.1.6 Toerekening personele lasten • Personele lasten worden toegerekend aan de tarieven van de afvalstoffen- en rioolheffing, investeringen en grondexploitaties. Daarnaast worden kosten in rekening gebracht bij ontwikkelaars in het kader faciliterend grondbeleid. • Op basis van de urenraming bij de Begroting 2027 worden de personele kosten (inclusief overhead) die betrekking hebben op de taakvelden riolering en afvalverwijdering en -verwerking doorberekend in de tarieven van respectievelijk de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Het budgettair voordeel wat hierdoor ontstaat komt volledig ten gunste van de exploitatie. • In het BBV is bepaald dat activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings-of vervaardigingsprijs. Hieronder vallen ook personeelskosten die direct aan een actief zijn toe te rekenen.
In de Financiële verordening Halderberge is opgenomen dat personele kosten (exclusief overhead) worden doorberekend aan investeringen. De personeelskosten worden uitgedrukt in een percentage van de totale kosten van de investering. Het berekende percentage wordt zowel op de raming voor het investeringsplan in de begroting als voor de realisatie toegepast. Op basis van het huidige investeringsprogramma is een inschatting gemaakt van de toe te rekenen kosten. Hierbij is uitgegaan van een gemiddeld investeringsniveau voor de komende jaren en de beschikbare reguliere capaciteit. • Op basis van de plankostenscan van de VNG worden de personele lasten (inclusief overhead) berekend die kunnen worden toegerekend aan de grondexploitaties. • Op basis van het Programma kostenverhaal en financiële bijdrage kunnen kosten van faciliterend grondbeleid worden doorberekend aan externe ontwikkelaars. Het door te berekenen bedrag wordt per project bepaald op basis van een plankostenscan. • Het budgettair voordeel wat ontstaat door de toerekening van personele lasten aan investeringen, grondexploitaties en faciliterend grondbeleid, komt deels (€ 250.000 per jaar) ten gunste van de exploitatie.
52
• Op basis van het collegewerkprogramma 2022-2026, Samen aan de Slag! is in 2023 een reserve flexibele schil
•
gevormd van € 750.000. Wanneer er meer investeringen, grondexploities en projecten gedaan worden en er een hoger bedrag aan personele lasten kan worden toegerekend dan het hierboven genoemde bedrag, wordt het meerdere toegevoegd aan de reserve flexibele schil. Het college kan de reserve flexibele schil inzetten voor aanvullende capaciteit om de geplande (investerings-)projecten en grondexploitaties ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Het college zorgt er hierbij voor dat de investering in de flexibele schil op een transparante en effectieve manier wordt ingezet en rapporteert hierover aan de raad via de P&C-cyclus.
3.1.7 Gemeentefonds Algemeen De meicirculaire 2026 vormt de basis voor de meerjarenraming van de uitkeringen uit het gemeentefonds in deze Zomernota 2026. De meicirculaire geeft informatie over de verwachte ontwikkeling van de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse mutatie van de omvang van het gemeentefonds wordt aangeduid met de term accres. De omvang van het gemeentefonds is gekoppeld aan de ontwikkeling van de accresrelevante rijksuitgaven (normeringsmethodiek). Daarnaast melden de beheerders van het gemeentefonds (de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën) in de meicirculaire de verwachte (landelijke) ontwikkeling van de aantallen eenheden van diverse verdeelmaatstaven, de zogeheten uitkeringsbasis, en de eventuele taakmutaties en/of beleidsintensiveringen. Wanneer er een taak van het Rijk naar de gemeenten wordt overgeheveld of de gemeenten er een extra taak bij krijgen, ontvangen de gemeenten hiervoor doorgaans middelen van het Rijk. Deze rijksmiddelen worden veelal toegevoegd aan het Gemeentefonds. De verdeling van deze rijkmiddelen kan dan plaatsvinden via de algemene uitkering of een afzonderlijke decentralisatie-uitkering. Stelpost onderuitputting BTW-compensatiefonds (BCF) De laatste jaren blijkt dat er ieder jaar sprake is van onderuitputting op het BTW-compensatiefonds (BCF).
Het geraamde plafond van het BCF volgt grosso modo de toename van het accres van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Daarnaast wordt er rekening houden met taakmutaties en decentralisatie-uitkeringen en dergelijke. De declaraties uit het BCF kennen (blijkbaar) een andere dynamiek. De declaraties uit het BCF zijn de afgelopen jaren minder hard gegroeid op realisatiebasis dan het BCF-plafonddeel gemeenten. Een gemeente mag voor de meerjarenraming uitgaan van maximaal zijn aandeel in de definitief gerealiseerde vrijval uit het BCF over het vorige jaar. In de huidige meerjarenbegroting is voor de jaren 2026 – 2029 voorzichtheidshalve een stelpost opgenomen van € 480.000, uitgaande van 75% van de gerealiseerde onderuitputting in het vorige jaar. Voorgesteld wordt deze stelpost te handhaven bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2027 – 2030. Septembercirculaire 2026 en Begroting 2027 Indien de planning van het bestuurlijke besluitvormingstraject het toelaat zullen de gevolgen van de septembercirculaire 2026 worden meegenomen bij de opstelling van de Begroting 2027. Ontwikkeling aantal eenheden (uitkeringsbasis) De meicirculaire geeft onder meer actuele informatie over de bedragen per eenheid per verdeelmaatstaf, de uitkeringsfactor (vermenigvuldigingsfactor voor alle gemeenten) en de landelijke ontwikkeling van de aantallen eenheden van een aantal verdeelmaatstaven.
Afhankelijk van de verdeelmaatstaf worden de aantallen eenheden gebaseerd op informatie binnen de eigen organisatie of verbonden partij (burgerzaken, Werkplein Hart van West-Brabant, Belastingsamenwerking West-Brabant), de meest actuele informatie vanuit het ministerie van BZK, de verwachte landelijke trend zoals opgenomen in de meicirculaire en/of op basis van een prognose gebaseerd op gegevens uit het verleden (trend).
53
3.1.8 Post onvoorziene uitgaven De post onvoorziene uitgaven is samen met het begrotingssaldo de vrije bestedingsruimte in de begroting. De post onvoorziene uitgaven is niet per programma, maar in zijn geheel onder de algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Op 23 maart 2023 heeft de gemeenteraad de Fianciële verordening Halderberge vastgesteld. Hierin is opgenomen dat de post onvoorziene uitgave tenminste € 200.000 bedraagt en ten hoogste 0,5% van het lastentotaal van de begroting, exclusief mutaties in de reserves. In de huidige meerjarenraming is een post onvoorziene uitgaven van € 200.000 per jaar opgenomen. Voorgesteld wordt de post onvoorziene uitgaven bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2027 – 2030 te handhaven op € 200.000 per jaar.
54
Lokale heffingen
3.2.1 Algemeen Jaarlijks stelt de gemeenteraad de tarieven vast voor de gemeentelijke heffingen. Dat gebeurt via de afzonderlijke verordeningen voor die heffingen. De uitgangspunten die de raad hierbij hanteert, komen voort uit het bestuursakkoord en het collegeprogramma voor de jaren 2022 t/m 2026. Daarnaast is de raad gebonden aan diverse wettelijke bepalingen. Voor zover relevant zijn deze hieronder opgenomen. Wettelijke bepalingen:
• de tarieven van de afvalstoffen- en de rioolheffing zijn maximaal 100% kostendekkend; • datzelfde geldt voor de tarieven van de leges. Binnen de legesverordening is kruissubsidiëring toegestaan. Zie voor een toelichting het onderdeel leges.
Lokale ambities: In het bestuursakkoord 2022 – 2026 is aangegeven dat Halderberge de ambitie houdt om voor de totale lastendruk één van de goedkopere woongemeenten van de regio te blijven. Hieronder wordt per belasting of retributie specifieke informatie gegeven. Als concrete gegevens van specifieke heffingen ontbreken, zal in deze Zomernota worden volstaan met de uitgangspunten ervan. Voor zover mogelijk wordt een indicatie van de tarieven gegeven zoals deze in de Programmabegroting voor 2027 zullen worden opgenomen. Tussentijdse ontwikkelingen kunnen nog zorgen voor wijzigingen in deze tarieven. Per heffing wordt aangegeven welke ontwikkelingen van invloed kunnen zijn. 3.2.2 Onroerendezaakbelasting (OZB) In het collegewerkprogramma is opgenomen dat de gemeente Halderberge de ambitie heeft om voor wat betreft de lastendruk één van de goedkoopste gemeenten in de regio kan te blijven. Gezien de uitgangspunten voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing dat die 100% kostendekkend moeten zijn, kan daar alleen door beperking van de tarieven voor de onroerendezaakbelasting sturing aan worden gegeven. Indien dat gewenst is, zal dat in de Begroting 2027 worden aangegeven. Bij de berekening van de OZB-tarieven en -opbrengsten worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
• de tarieven van de OZB stijgen met het inflatiepercentage van 3%, waarna er bij het opstellen van de verordening voor 2026 een correctie plaats heeft gevonden op de tarieven voor de waardeontwikkeling;
• voor de waarde van de woningen en niet-woningen wordt uitgegaan van de waardepeildatum 1 januari 2026; • uit oogpunt van voorzichtigheid wordt er beperkt rekening gehouden met areaalontwikkeling; • er wordt tariefdifferentiatie toegepast tussen woningen en niet-woningen om de lastendruk evenwichtiger te verdelen; In onderstaande tabel is aangegeven wat de OZB tarieven worden. De waardeontwikkeling voor woningen en niet-woningen is nog niet beschikbaar. Bij het opstellen van de Begroting 2027 en de verordening voor de onroerendezaakbelasting zal de waardeontwikkeling zoals die dan bekend is, worden meegenomen. Deze wordt te zijner tijd door de Belastingsamenwerking West-Brabant verstrekt.
55
Voorlopige ontwikkeling tarieven 2027: OZB
2026
2027
Verschil
OZB woningen eigenaar
0,0785%
0,0808%
3,0%
OZB niet-woningen gebruik
0,2262%
0,2330%
3,0%
OZB niet-woningen eigenaar
0,2531%
0,2607%
3,0%
3.2.3 Afvalstoffenheffing Bij de berekening van de afvalstoffenheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • er wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid; • de compensabele BTW wordt in de tarieven van de afvalstoffenheffing volledig doorberekend; • bij de baten wordt het geraamde dividend van Saver geheel meegenomen; • bij de ontwikkeling van de lasten is uitgegaan van een inflatiepercentage van 3% voor basistaken en 4% voor de plustaken; • in de lasten zijn de kosten van het grondstoffencentrum van Saver meegenomen; • het tarief voor de afvalstoffenheffing bestaat uit een vast en een variabel deel: - het vaste deel is voor iedere belastingplichtige gelijk; - het variabele deel van het tarief wordt bepaald door de wijze van aanbieding van het afval, via een container of via inworp in een ondergrondse container, en het volume van de container, 140 of 240 liter; • bij het berekenen van de tarieven is ervoor gekozen om alleen een meerjarig effect van het aantal ledigingen en/of inworpen mee te nemen. Dit betekent dat het aantal ledigingen of inworpen wordt bijgesteld als sprake is van een wijziging die zich minimaal drie jaar heeft voorgedaan. Hierdoor worden ongewenste schommelingen in het tarief voorkomen.
Bij de berekening van de tarieven wordt uitgegaan van gemiddeld 10 ledigingen per jaar van een 140-liter container, 12 ledigingen per jaar van een 240-liter container en 38 inworpen in een ondergrondse container; • als het aantal ledigingen of inworpen hoger is dan het gemiddelde aantal wordt een opslag in rekening gebracht; • de ledigingen en stortingen worden na afloop van het kalenderjaar in rekening gebracht; • bij de opstelling van de jaarrekening komt het saldo van baten en lasten op het product afvalverwijdering en -verwerking ten laste of ten gunste van de voorziening afvalstoffenheffing. Een negatief saldo kan alleen worden verrekend voor zover de voorziening daarvoor toereikend is. Voorlopige ontwikkeling tarieven 2027: Afvalstoffenheffing
2026
2026
Verschil
Vast tarief per aansluiting
€ 221,28
€ 234,12
5,8%
Tarief per lediging 240-liter container
€ 14,45
€ 15,29
5,8%
Tarief per lediging 140-liter container
€ 8,43
€ 8,92
5,8%
Tarief inworp ondergrondse afvalcontainer
€ 2,41
€ 2,55
5,8%
Voor de begroting 2027 ontvangen we nog een nieuw inflatiepercentage op basis van de begroting 2027 van SAVER. Naast de indexering is er separaat nog een verhoging voor brandstof doorgerekend, omdat deze effecten in beeld waren met het opstellen van de zomernota. De verwachte stijging van de tarieven is hoger dan het nu doorberekende inflatiepercentage van 3%, wat voornamelijk te relateren is aan de incidentele kosten voor 2027 (o.a. onderzoeken afvalbeleidsplan) en de indexatie op brandstofkosten.
56
3.2.4 Rioolheffing Op 1 januari 2008 is de Wet gemeentelijke watertaken in werking getreden. Deze wet regelt dat naast de kosten voor afvoer en verwerking van afvalwater ook de kosten voor afvoer van hemelwater via de verbrede rioolheffing verhaald kunnen worden. Daarnaast is het mogelijk om kosten voor voorzieningen die verband houden met het grondwaterpeil ook via de verbrede rioolheffing te verhalen. De verwachte kosten liggen vast in het in Gemeentelijk Water Programma 2024 - 2027 dat in september 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld. Op basis van de kosten van het GWP voor het jaar 2026 zijn, uitgaande van 100% kostendekkendheid, de tarieven voor de rioolheffing berekend. Bij het bepalen van de rioolheffing is de methodiek van éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens van toepassing. Bedrijven betalen tot een afname van 500 m³ het meerpersoonstarief. Bedrijven die meer dan 500m³ water afnemen worden gezien als grootverbruikers en betalen naast het meerpersoonstarief vanaf 501m³ een extra bedrag per m³.
Bij de berekening van de rioolheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • er wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid; • de compensabele BTW wordt in de tarieven van de rioolheffing volledig doorberekend; • bij de ontwikkeling van de lasten wordt uitgegaan van een inflatiepercentage van 3%; • In de jaren 2024 tot en met 2027 wordt een onttrekking aan de voorziening overschotten riolering gedaan om de stijging van de tareiven van de rioolheffing te beperken. Deze voorziening is in de afgelopen opgebouwd uit overschotten op de rioolheffing en vrijval van de spaarvoorziening en voorziening kapitaallasten, zoals opgenomen in het nieuwe GWP. Met het inzetten van de voorziening om de tariefstijging te beperking, worden deze middelen teruggegeven aan de inwoners. Voor 2027 wordt een bedrag van € 266.000 onttrokken aan de voorziening. Vanaf 2028 is geen onttrekking aan de voorziening overschotten meer opgenomen in de begroting; • bij de opstelling van de jaarrekening wordt het verschil tussen de werkelijke baten en lasten verbonden aan de rioolheffing, verrekend met de voorziening overschotten riolering. Een negatief saldo kan alleen worden verrekend voor zover de voorziening daarvoor toereikend is. Voorlopige ontwikkeling tarieven 2027: Rioolheffing
2026
2027
Verschil
Eenpersoonshuishouden
€ 206,16
€ 211,34
2,5%
Meerpersoonshuishouden
€ 274,92
€ 281,78
2,5%
Bedrijven tot 500 m3
€ 274,92
€ 281,78
2,5%
€ 0,32
€ 0,34
2,5%
Grootverbruik per m3 vanaf 501 m3
De verwachte stijging van de tarieven zit hiermee nagenoeg op het inflatiepercentage van 3%. Incidenteel zijn er onder andere iets meer onderhoudskosten meegenomen in 2026, waardoor het effect ten opzichte van 2027 iets lager is dan het inflatiepercentage. De verwachting voor 2028 is dat de tarieven van de rioolheffing met fors meer dan het inflatiepercentage stijgen, omdat vanaf 2028 geen inzet van de inzet van de voorziening meer in de begroting is opgenomen om de stijging van de tarieven te beperken. 3.2.5 Toeristenbelasting en watertoeristenbelasting Via het besluit voor de (water-)toeristenbelasting over 2023 op 15 december 2022 heeft de gemeenteraad besloten om het tarief voor de (water-)toeristenbelasting voor vier jaar (t/m 2026) gelijk te houden. Voorgesteld wordt om de tarieven voor de toeristenbelasting per 2027 opnieuw vast te stellen voor een periode van vier jaar, conform de eerdere systematiek. De tarieven zijn gebaseerd op een jaarlijkse prijsindexatie van 3% (voortschrijdend gemiddelde) en bedragen € 1,45 per overnachting voor de toeristenbelasting en € 1,30 per overnachting voor de watertoeristenbelasting. 3.2.6 Leges Op basis van artikel 229 van de Gemeentewet kunnen gemeenten rechten heffen ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten.
In de legesverordening is een groot aantal diensten van de gemeente Halderberge opgenomen waarvoor leges in rekening gebracht mogen worden. Deze staan in de bijbehorende tarieventabel.
57
In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is hoofdstuk 2 van de tarieventabel grotendeels herzien. Dat geldt voor de artikelen, tarieven én voor de titel. Deze is veranderd in ‘Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet’. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is door de VNG ook aangegrepen om de indeling van de tarieventabel te herzien. Dit is vertaald in een nieuwe modelverordening. De gemeente Halderberge heeft deze ontwikkeling gevolgd en de eigen verordening zoveel mogelijk afgestemd op deze modelverordening. De tarieventabel is verdeeld in drie hoofdstukken (voorheen titels). Binnen een hoofdstuk is er een onderverdeling in paragrafen (voorheen hoofdstukken). De drie hoofdstukken zijn: 1. Algemene dienstverlening 2. Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet 3. Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 De herziening van de tarieventabel is aangegrepen om te komen tot een betere onderbouwing van de tarieven. Niet alleen voor de dienstverlening in het kader van de Omgevingswet, maar ook voor een groot deel van de andere diensten (zoals voor burgerzaken, vergunningen voor kabels en leidingen, horeca en evenementen). Hiervoor is gebruik gemaakt van de applicatie Kostendekkendheid.nl.
Per dienst is gekeken welke werkzaamheden daarvoor verricht worden en tegen welk tarief dat gebeurt. Net zoals bij de tarieven van andere heffingen van de gemeente Halderberge is aan de legestarieven overhead toegerekend. Dat is gebeurt op basis van de methode die in de financiële verordening is vastgesteld. De uitkomst is een kostprijs per dienst. Op basis van deze kostprijs is vervolgens het tarief bepaald. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: 1. de tarieven zijn zo veel mogelijk kostendekkendheid met een maximum van 100%, zowel op niveau van de verordening (wettelijk bepaald) als op hoofdstukniveau (deels wettelijk verplicht en deels de keuze van de gemeente). 2. binnen een hoofdstuk kan kruissubsidiëring voorkomen. Van kruissubsidiëring is sprake als het tarief voor de ene dienst wordt gecompenseerd door het tarief van een andere dienst. Dit impliceert dat sommige tarieven hoger kunnen zijn dan nodig is om de geraamde kosten te dekken en dat andere tarieven juist lager kunnen zijn. Kruissubsidiëring komt in de tarieventabel van de gemeente Halderberge alleen binnen een hoofdstuk voor; 3. kruissubsidiëring is niet toegestaan bij de leges voor de dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Hieronder valt onder meer de vergunningverlening op het gebied van horeca en evenementen.
Voor deze diensten is wettelijk bepaald dat de leges per paragraaf niet meer dan kostendekkend mogen zijn; 4. indien tarieven deels of geheel van Rijkswege worden bepaald, wordt het maximale tarief aangehouden; 5. indien het (nog) niet mogelijk is om de kostprijs van een product te berekenen, wordt het tarief uit 2026 geïndexeerd met een inflatiepercentage van 3%; 6. uit praktische overwegingen kunnen tarieven worden afgerond. Voor de dienstverlening in het kader van de Omgevingswet zijn aparte uitgangspunten benoemd: 1. in het verleden gemaakte keuzes om voor bepaalde activiteiten geen leges te heffen, zijn zoveel mogelijk in stand gehouden; 2. het indienen van aanvragen voor ruimtelijke en maatschappelijke initiatieven (R&MI) wordt gestimuleerd door de hoogte van de daarvoor verschuldigde leges beperkt te houden; 3. in afwijking van de bestaande legesverordening zijn voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor veel voorkomende bouwwerken (woningen, dakkapellen en erfafscheidingen) standaard legesbedragen in de verordening opgenomen; 4. voor het vaststellen van de bouwkosten van de overige bouwwerken is de ROEB-bijlage leidend. Als een bouwwerk daar niet in is vermeld, geldt de definitie van de bouwkosten zoals die in de tarieventabel is opgenomen; 5. voor milieubelastende activiteiten worden leges in rekening gebracht, deze zijn afkomstig van de OMWB; 6.
indien een aanvraag wordt ingetrokken of wordt geweigerd bestaat recht op teruggaaf van een deel van de leges. Hiervoor is zoveel mogelijk aangesloten op de percentages van de bestaande legesverordening; 7. activiteiten waarvoor geen leges worden geheven, maar die wel in de modelverordening staan, zijn niet opgenomen in de tarieventabel. De betreffende artikelen hebben de standaard tekst ‘gereserveerd’ gekregen, zodat de nummering gelijk blijft aan de modelverordening. Dit zorgt ervoor dat wijzigingen eenvoudig verwerkt kunnen worden en er geen lange, overbodige bepalingen staan die de leesbaarheid nadelig beïnvloeden (deze methode wordt door een groot deel van de gemeenten in Nederland gevolgd).
58
3.2.7 Lijkbezorgingsrechten Voor de lijkbezorgingsrechten gelden de volgende uitgangspunten: • ieder tarief dekt in principe voor 100% de kosten die verbonden zijn aan de verleende dienst; • uitzondering hierop zijn de tarieven voor de rechten voor een graf of urnennis voor kinderen onder 12 jaar; • bij het verlenen van rechten wordt een logische opbouw gehanteerd, waarbij het tarief voor 20 jaar tweemaal zo hoog is als het tarief voor 10 jaar (en naar rato ook voor andere looptijden); • de tarieven voor het verlengen van rechten zijn even hoog als de tarieven voor het verlenen van rechten; • het jaartarief voor het reserveren van een bijzonder graf bestaat naast een dekking voor de administratieve kosten uit een aandeel voor de dekking van het onderhoud (1/10 deel van het 10-jaarstarief voor het verlenen van een recht); • de geraamde structurele kosten voor het onderhoud van de begraafplaats worden verdeeld over de maximale capaciteit van de begraafplaats; • uit praktische overwegingen kunnen tarieven worden afgerond. 3.2.8 Marktgelden Het tarief voor het innemen van een standplaats op de markt bedraagt in 2026 € 2,70 per m¹. Voorgesteld wordt om voor het tarief voor 2027 een indexering toe te passen van 3% ten opzichte van het tarief van 2026 en de uitkomst hiervan naar boven af te ronden op een veelvoud van € 0,05. Het nieuwe tarief voor 2027 wordt dan € 2,80 per m¹.
De bijdrage in de promotiekosten bedraagt in 2026 per marktdag of gedeelte daarvan € 0,10 per m¹. Vooralsnog wordt dit tarief niet geïndexeerd en blijft daarmee ook in 2027 € 0,10 per m¹. Bij het innemen van een standplaats op een straatmarkt wordt meestal ook elektriciteit verbruikt. Die verbruikte elektriciteit belast de gemeente door aan de verbruiker op basis van het werkelijke verbruik en de werkelijke kosten. 3.2.9 Kwijtscheldingsbeleid Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen en niet beschikt over vermogen, kan de belastingplichtige onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding. Voorgesteld wordt om voor de Begroting 2027 een kwijtscheldingspercentage te hanteren van 100%. Concreet betekent dit dat belastingplichtigen die een vermogen hebben onder de norm en een inkomen hebben van 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Belastingplichtigen kunnen alleen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de onroerendezaakbelasting. Omdat het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting al een aantal jaren geleden is afgeschaft, komt echter bijna niemand in aanmerking voor kwijtschelding van de onroerendezaakbelasting.
Voor de overige heffingen kunnen belastingplichtigen geen verzoek doen tot kwijtschelding.
59
3.2.10 Lastendruk De ontwikkeling van de woonlasten voor huishoudens in de gemeente Halderberge kan in beeld worden gebracht door middel van de lastendruk. Dit is een vergelijking ten opzichte van 2026 van de som van de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en, bij koopwoningen, de onroerendezaakbelasting. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen eenpersoonsen meerpersoonshuishoudens. Lastendruk 2026
Lastendruk 2027
Verschil
€ 394,70
€ 417,57
5,8%
Rioolheffing meerpersoonshuishouden
€ 274,92
€ 281,78
2,5%
OZB eigenaar
€ 330,36
€ 340,27
3,0%
Totaal lastendruk meerpersoonshuishouden met huurwoning
€ 669,62
€ 699,36
4,4%
Totaal lastendruk meerpersoonshuishouden met eigen woning
€ 998,98
€ 1.039,63
4,0%
Lastendruk 2026
Lastendruk 2027
Verschil
Afvalstoffenheffing eenpersoonshuishouden
€ 305,58
€ 323,30
5,8%
Rioolheffing eenpersoonshuishouden
€ 206,16
€ 211,34
2,5%
OZB eigenaar
€ 330,36
€ 340,27
3,0%
Totaal lastendruk eenpersoonshuishouden met huurwoning
€ 511,74
€ 534,64
4,5%
Totaal lastendruk eenpersoonshuishouden met eigen woning
€ 842,10
€ 874,91
3,9%
Overzicht ontwikkeling woonlasten meerpersoonshuishouden Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden
Overzicht ontwikkeling woonlasten eenpersoonshuishouden
60
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
3.3.1 Inleiding Naast een sluitende meerjarenraming is ook het weerstandsvermogen een indicator voor de financiële positie van een gemeente. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een indicator van de weerstandscapaciteit ten opzichte van de risico’s. Gehanteerde uitgangspunten berekening benodigde weerstandscapaciteit In de voorbereiding op de Zomernota 2026 heeft er naast een inventarisatie van nieuwe risico’s ook een herijking van de bestaande risico’s plaats gevonden. De geïnventariseerde risico’s zijn vervolgens opgenomen in NARIS en opnieuw berekend. Daarbij is een onderscheid gemaakt in structurele risico’s en incidentele risico’s. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit zijn de volgende uitgangpunten gehanteerd. 1. Opgenomen zijn risico’s die, op relatief eenvoudige wijze, financieel zijn te vertalen. 2. Elke risico wordt berekend aan de hand van de volgende parameters: - kans van optreden (bandbreedte 10% - 90%). - minimaal financieel gevolg, verwacht financieel gevolg en maximaal financieel gevolg als het risico zich voordoet. 3. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit is er rekening mee gehouden dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen: de benodigde weerstandscapaciteit bedraagt 95% van het totaal aan berekende risicobedragen. 4.
De gemeente krijgt voor structurele risico’s vier jaar de tijd om de financiële gevolgen van deze risico’s, fasegewijs, in de begroting/meerjarenraming op te nemen. Dit uitgangpunt vertaalt zich in een vermenigvuldigingsfactor van 2,5 voor structurele risico’s (jaar 1: 100%, jaar 2: 75%, jaar 3: 50%, jaar 4: 25%; totaal 250%).
61
3.3.2 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte kosten (risico’s) op te kunnen vangen. De weerstandscapaciteit op begrotingsbasis bestaat uit de volgende onderdelen. • De algemene reserves (inclusief algemene reserve grondexploitaties) • De egalisatiereserve rente • De vrije begrotingsruimte (post onvoorziene uitgaven en het begrotingssaldo) • De onbenutte belastingcapaciteit In de onderstaande tabel is de verwachte weerstandscapaciteit voor 2027 weergegeven (x € 1.000). Weerstandscapaciteit
Zomernota 2026
Algemene reserve
16.581
Algemene reserve grondexploitaties
6.057
Egalisatiereserve rente
1.000
Post onvoorziene uitgaven
200
Begrotingsruimte
-355
Onbenutte belastingcapaciteit
1.758
Totaal weerstandscapaciteit
25.242
3.3.3 Risico's In onderstaande tabel is het totale risicobedrag weergegeven (x € 1.000).
Risico's
62
Risicobedrag
Incidentele risico's
1.217
Structurele risico's
5.636
Totaal risicobedrag
6.853
Waarvan risico's sociaal domein
3.532
De 10 grootste risico's worden hierna toegelicht.
Risico
Risicobedrag
Tekort jeugdzorg
1.532
Tekort BUIG
1.123
Terugkoop sporthallen De Beuk en De Parrestee
780
CAO en andere loonontwikkelingen
482
Tekort Wmo huishoudelijke ondersteuning
438
Tekort Wmo begeleiding
317
Lagere algemene uitkering (verallen behoedzaamheidsreserve)
313
Wateroverlast
244
Stijging van energiekosten
209
Grondexploitaties, stijging inflatie
143
Tekort jeugdzorg Omdat de uitvoering van de Jeugdwet een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor jeugdzorg. Tekort BUIG Van het rijk wordt een gebundelde uitkering (BUIG) ontvangen voor de uitvoering van de Particiaptiewet, IOAW, IOAZ en BBZ. Omdat de uitvoering hiervan een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 7,5% van de rijksbijdrage. Bij een (stuctureel) tekort van meer dan 7,5% kan een beroep worden gedaan op de vangnetregeling. Terugkoop sporthallen De Beuk en De Parrestee Op basis van de motie van de gemeenteraad van 14 december 2023 met het verzoek aan het college om een onderzoek te doen naar een eventuele aankoop van de sporthallen De Beuk en De Parrestee zijn deze sporthallen getaxeerd. Het is vooralsnog niet zeker dat de sporthallen door de gemeente aangekocht zullen worden. Binnen de begroting is nog geen rekening gehouden met de aankoop, onderhoud en beheer van deze sporthallen. CAO en andere loonontwikkelingen Voor de ontwikkeling van de salarissen wordt, naast de periodieke verhogingen, rekening gehouden met de loonstijgingen als gevolg van de cao. De huidge cao voor gemeenteambtenaren loopt tot en met 31 maart 2027.
In de huidige meerjarenraming is vanaf 2027 een loonsverhoging opgenomen van 3,0% per jaar. De loonstijging wordt door het CPB geraamd op 4,0% voor 2026 en 3,4% voor 2027 (CPB, Centraal Economisch Plan 2026, cao-loon bedrijven). Dit betreft een gemiddelde voor alle lonen in Nederland. Voorgesteld wordt bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2027 – 2030 de geraamde loonstijging voor 2027 en volgende jaren te handhaven op 3% per jaar, gelijk aan het inflatiepercentage. Een extra loonstijging van 1% betekent voor Halderberge een structurele stijging van de loonkosten met ca. € 214.000 per jaar. Tekort Wmo huishoudelijke ondersteuning Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening hulp bij het huishouden een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor hulp bij het huishouden. Tekort Wmo begeleiding Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening begeleiding een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor begeleiding.
63
Lagere algemene uitkering (vervallen behoedzaamheidsreserve) In de raming van de uitkeringen uit het gemeentefonds wordt sinds 2025 geen rekening meer wordt gehouden met een behoedzaamheidsreserve. Dit betekent dat wanneer de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds gedurende een begrotingsjaar naar beneden wordt bijgesteld, dit voortaan direct een negatief budgettair effect heeft. Wateroverlast Het klimaat is aan het veranderen. We krijgen meer en meer te maken met buien waarin binnen een korte tijd veel water valt. Het afwateringssysteem kan dergelijke intensieve regenbuien niet aan. De kans op wateroverlast in zowel stedelijk als landelijk gebied neemt daarom toe. De laatste jaren is daarom enorm veel geïnvesteerd in het treffen van maatregelen om wateroverlast tegen te gaan. De gevolgen van waterlast kunnen zijn: • Verzakkingen van wegen als gevolg van uitspoeling. • Herstellen verzakkingen en breuken in het riool. • Schoonmaken van ondergelopen gebieden. • Inzet van pompen voor het wegpompen van water in de ondergelopen gebieden. • In ernstige gevallen evacueren en opvangen bewoners. In de begroting is geen rekening gehouden met deze gebeurtenissen. Wel zijn er middelen voor het onderhoud aan wegen en riolering ter voorkoming van mogelijke overlast. Weersomstandigheden blijven echter een risico. Stijging van energiekosten In de begroting worden energiekosten opgenomen.