CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Zomernota 2026 Definitief.pdf

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 7: Voorstel Zomernota 202620.337 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het kan voorkomen dat door externe factoren de energiekosten substantieel stijgen. Gezien de omvang van de totale energiekosten wordt dit als risico opgenomen. Grondexploitatie, stijging inflatie Binnen de grondexploitaties is er een (samengesteld) risico dat verband houdt met de inschatting van de parameters die gebruikt zijn bij de grondexploitatieberekeningen. Op basis van een aantal risico-scenarioberekeningen is bepaald welke impact de gebruikte parameters tot gevolg kunnen hebben. In deze scenarioberekeningen is voor alle projecten per parameter het totale impactbedrag berekend en teruggerekend naar een risico tegen een contante waarde. Eén van de risico's die hierin is meegenomen in een extra stijging van het inflatiepercentage met 2%. Overige risico's Deze risico's zijn ter informatie opgenomen. Ze zijn nog niet te kwantificeren en dus ook niet in het totale risicobedrag meegenomen. Spoedplan Jeugdzorg+ (JZ+) Binnen de regio West-Brabant West wordt gewerkt aan een spoedplan voor de afbouw van JeugdzorgPlus en de realisatie van kleinschalige alternatieven, vanwege een acuut tekort aan passende verblijfplekken. De kosten voor 2026 zijn regionaal geraamd op circa € 3 miljoen, verdeeld op basis van de geldende verdeelsleutel. Voor Halderberge komt dit neer op circa 8,86% van de kosten € 265.800.

De dekking wordt in eerste instantie gezocht in SPUK-middelen voor de afbouw van gesloten jeugdzorg. De hoogte en toekenning van deze middelen zijn echter nog niet definitief. Hierdoor bestaat het risico dat (een deel van) de kosten alsnog voor rekening van gemeenten komt. Realisatie tweede vrouwenopvanglocatie Regionaal wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een extra vrouwenopvanglocatie, onder meer vanwege het tekort aan opvangplaatsen en de maatschappelijke urgentie van het thema. De investerings- en exploitatiekosten zijn aanzienlijk en worden nog nader uitgewerkt. Besluitvorming over realisatie en bekostiging heeft nog niet plaatsgevonden. Dit leidt tot een financieel risico voor gemeenten.

64

3.3.4 Weerstandsvermogen Op basis van de weerstandscapaciteit en de verwachte risico’s kan een uitspraak worden gedaan over het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat de normale bedrijfsvoering wordt aangetast. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn te dekken) en de benodigde weerstandscapaciteit (de risico’s waarvoor geen voorzieningen of verzekeringen zijn afgesloten). Deze relatie kan op een eenvoudige wijze in de volgende vergelijking worden weergegeven: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit (risico's). De ratio weerstandsvermogen is berekend op € 25.242.000 / € 6.853.000 = 3,68. De ratio voor het weerstandsvermogen is als volgt gecategoriseerd. Situatie

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis weerstandsvermogen

A

X > 2,0

Hoog

B

1,5 < X < 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 < X < 1,5

Voldoende

D

0,5 < X < 1,0

Onvoldoende

E

X < 0,5

Ruim onvoldoende

De ratio van het weerstandsvermogen is berekend op 3,68 Dit is te categoriseren als hoog. Zoals ook bij de eerder genoemde uitgangspunten is aangegeven, is bij de berekening van benodigde weerstandscapaciteit rekening gehouden met zowel incidentele als structurele risico’s. Hierdoor heeft het benodigde weerstandsvermogen ook een meerjarig karakter voor de komende 4 jaar. Dit zal vervolgens jaarlijks bij de Zomernota en Begroting worden bijgesteld met de inzichten op dat moment. De lichte daling ten opzichte van de ratio, zoals die voor het jaar 2026 was berekend in de Programmabegroting 2026 (3,78), is het gevolg van een stijging van de weerstandscapaciteit met € 363.000 (1,5%) en een stijging van de risico's met € 278.000 (4,2%). De daling van de weerstandscapaciteit is met name het gevolg van: 1. Het toevoegen van het positieve saldo van de Slotwijziging 2025 van € 519.000 aan de algemene reserve; 2. Het toevoegen van het positieve saldo van de Jaarrekening 2025 van € 512.000 aan de algemene reserve; 3. Het toevoegen van € 90.000 aan de algemene reserve vanwege vrijval bestemmingsreserves in 2025; 4. Een lagere toevoeging van € 139.000 aan de algemene reserve vanwege per saldo lagere vrijval van de egalisatiereserve rente in 2025 en 2026; 5. Het onttrekken van € 312.000 aan de algemene reserve voor de sloop van het Carré gebouw; 6.

Het onttrekken van € 150.000 aan de algemene reserve voor het plan van aanpak programma landelijk gebied Halderberge; 7. Het toevoegen van € 1.175.000 aan de algemene reserve grondexploitaties vanwege het hogere resultaat op de grondexploitaties in 2025. 8. Een daling van de begrotingsruimte met € 651.000. 9. Een lagere onbenutte belastingcapaciteit van € 661.000 als gevolg van een lager tarief ‘redelijk peil OZB’ in de meicirculaire 2026. De stijging van de risico's is met name het gevolg van: 1. Een stijging van het totale risicobedrag voor het sociaal domein met € 401.000, met name door een toename van het risico op tekort BUIG: open einde financiering; 2. Een daling van het totale risicobedrag voor de grondexploitaties met € 135.000, met name door afname van het risico’s op verhoging van de inflatie en verhoging van de rente op het geïnvesteerde vermogen; 3. Een stijging van het risocbedrag vioor de terugkoop vaan de sporthallen met € 117.000; 4. Het vervallen van het risicobedrag voor wachtgeld wethouders in het verkiezingsjaar met € 115.000.

65

66

Meerjaren Perspectief Grondexploitaties

3.4.1 Inleiding De werkwijze van de gemeente om de ruimtelijke doelstellingen binnen de gemeente te realiseren en op welke wijze de daartoe beschikbare grondbeleid instrumenten (kunnen) worden ingezet is vastgelegd in de Nota grondbeleid 2020 gemeente Halderberge. De actuele financiële vertaling hiervan met betrekking tot alle binnen het onderdeel grondexploitaties opgenomen projecten blijkt uit het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) 2026-2035 (het totale MPG is als bijlage bij deze Zomernota gevoegd). Op basis van alle lopende projecten, de gecalculeerde risico’s, de inschatting van de baten en de lasten van de projecten en de prognoses over de vastgoedmarkt, geeft dit MPG een doorkijk vanuit het verleden naar de toekomst van de in beheer en ontwikkeling zijnde complexen, vallend onder het taakveld grondbedrijf. Een dergelijke berekening vormt altijd een momentopname. Tal van gebeurtenissen hebben invloed op het exploitatieresultaat. Het is dan ook van groot belang om de berekening regelmatig te actualiseren. In dit MPG zijn op basis van de genoemde geactualiseerde exploitatieberekeningen, de financiële consequenties van alle grondbedrijf-activiteiten vertaalt in een meerjarige staat van reserves en voorzieningen grondexploitaties. De beginstand van deze staat is altijd 1 januari van het redactiejaar, in dit geval 2026.

Bovendien is er aansluiting tussen de exploitatieberekeningen en de zogeheten staten P die in de Jaarrekening worden vermeld. Een exploitatieberekening geeft meerjarig inzicht in de verwachte kosten en opbrengsten van een activiteit. Optelling van alle activiteiten binnen het taakveld grondbedrijf per jaarschijf zijn de basis voor de begroting voor het taakveld grondbedrijf. Het MPG en alle onderliggende berekeningen bieden hiervoor het meest actuele kader. 3.4.2 Toerekening personele lasten Op basis van hetgeen toegestaan is volgens de notitie Grondbeleid van de commissie BBV is bepaald welke bedragen reëel zijn om toe te rekenen aan de verschillende projecten binnen de grondexploitaties. Deze toerekening is limitatief. Het gaat hierbij alleen om vervaardigingskosten in relatie tot het transformeren van ruwe grond naar bouwrijpe grond van projecten welke gecategoriseerd mogen worden als Bouwgronden in Exploitatie (BIE). Alle andere werkzaamheden die nodig zijn om bouwgronden in exploitatie te brengen (zoals een totale visie voor een gebied of voorbereidende werkzaamheden hiervoor) mogen niet meer worden toegerekend aan projecten binnen de grondexploitatie. Op basis van de bijgestelde grondexploitaties is in onderstaand staatje aangegeven welke personele lasten in de komende jaren aan de grondexploitatie-projecten worden toegerekend (x € 1.000).

Totaal toe te rekenen personele lasten

2026

2027

2028

2029

234

234

185

131

Bij de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2027 is aangegeven hoe de toe te rekenen personele lasten in de Begroting worden verwerkt.

67

3.4.3 Financiële positie grondexploitaties Voor de beoordeling van de financiële situatie van de grondexploitaties zijn een aantal gegevens een belangrijke graadmeter. Het betreft hier o.a. de volgende onderdelen: • De ontwikkeling van de reservepositie van de grondexploitaties; • Het verloop van de totale boekwaarde van de complexen binnen de grondexploitaties; • De ontwikkeling van de reserve bovenwijkse voorzieningen; • Geraamd saldo complexen op contante waarde. Onderstaand worden deze onderdelen toegelicht. De ontwikkeling van de reservepositie van de grondexploitaties De uitgangspunten van het actuele woningbouwprogramma zijn verwerkt in de geactualiseerde grondexploitatieberekeningen. Indien de projecten conform deze uitgangspunten worden uitgevoerd zal de algemene reserve grondexploitaties groeien van € 6,0 miljoen per 1-1-2026 naar ca. € 12,8 miljoen op 31-12-2031. In onderstaand schema is het verloop van de algemene reserve grondexploitaties weergegeven (x € 1.000)

Algemene reserve grondexploitaties

1-1-2026

1-1-2027

1-1-2028

1-1-2029

6.041

6.045

8.490

9.932

Het verloop van de totale boekwaarde van de complexen binnen de grondexploitaties De boekwaarde van de complexen welke binnen de grondexploitaties worden geadministreerd, wordt enerzijds beïnvloed door de vervaardigingskosten die gemaakt moeten worden om ruwe gronden naar woonrijpe gronden te transformeren en anderzijds door de opbrengsten die deze woonrijpe gronden kunnen genereren. Op basis van het vastgestelde woningbouwprogramma zal de totale boekwaarde van de complexen in de periode 2026 - 2035 afnemen van ca. € 5,6 miljoen naar € 0. De ontwikkeling van de reserve financiële bijdrage Voor wat betreft de onttrekkingen aan de reserve financiële bijdrage is gerekend met een uitname zoals die is opgenomen in het Programma kostenverhaal en financiële bijdrage. De voeding van deze reserve is gebaseerd op de aantallen woningen zoals deze zijn geprognosticeerd in het acutele woningbouwprogramma. Op basis van bovenstaande gegevens wordt in de periode 2026-2035 nog een toevoeging aan de reserve verwacht van ca. € 1,9 miljoen. De geplande onttrekkingen in deze periode zijn begroot op ca. € 1,0 miljoen. In onderstaand schema is het verloop van de reserve financiële bijdrage weergegeven (x € 1.000). Verloop reserve financiële bijdrage

68

2026

2027

2028

2029

Saldo 1-1

79

944

1.112

1.134

Toevoegingen

965

268

122

121

Onttrekkingen

100

100

100

100

Saldo 31-12

944

1.112

1.134

1.155

Geraamd saldo complexen op contante waarde Naast de boekwaarden zijn ook de nog te verwachten kosten en opbrengsten in beeld gebracht voor de projecten die in exploitatie zijn. Op basis hiervan zijn onderstaand de projecten weergegeven met een verwacht financieel resultaat (winstgevend of verliesgevend) op basis van de nominale waarde en de contante waarde per 1-1-2026 (x € 1.000). Project

Resultaat nominale waarde

Resultaat contante waarde

2.444

2.349

4

4

144 Havendijk

620

585

217 Linde / Joannes

822

775

315 Hoeven Oost-cluster Lindelommer

138

128

317 Bosvenne

2.730

2.473

Totaal

6.759

6.313

106 Sportpark Pagnevaart 143 Bornhemweg

Alle binnen het grondbedrijf aanwezige projecten sluiten met een positief resultaat. Op basis van de contante waarde geven de projecten nog een resultaat van in totaal ca. € 6,3 miljoen. 3.4.4 Risico's Doordat in de Jaarrekening 2025 de voorzieningen voor de verliesgevende projecten wederom zijn geactualiseerd, is het grootste deel van het risico binnen de grondexploitaties ondervangen. Echter aanvullende verliesvoorzieningen en afwaarderingen kunnen nog nodig zijn op basis van onderstaande risico’s. • De verkoopprijs binnen de diverse projecten is vastgesteld op een bedrag van € 360 per m2. Doordat de werkelijke uitgifteprijs anders kan worden, kan dit leiden tot andere opbrengsten dan waar nu in de exploitatieberekeningen van is uitgegaan. Ook de ontwikkelingen in de markt, zoals fluctuatie van de huizenprijzen, kunnen van invloed zijn op de grondprijs. • Er is gekozen voor een gespreide fasering op basis van het vastgestelde reële woningbouwprogramma. Door een verslechtering van de woningmarkt zou deze fasering nog meer uitgespreid kunnen worden. Hierdoor zullen de rentelasten verder stijgen. • Het algemene rentepercentage dat gebruikt wordt binnen de grondexploitaties is 1,5%. Door (voornamelijk) externe factoren kan dit percentage hoger of lager uitvallen waardoor de resultaten van de berekeningen af gaan wijken.

• Indien projecten door wet- en regelgeving niet langer uitgevoerd kunnen worden op de manier zoals die gepland waren kunnen hierdoor financiële verliezen ontstaan. Hierdoor kunnen naast de financiële verliezen ook wijzigingen optreden in het aantal te realiseren woningen, wat weer gevolgen heeft voor het saldo van de reserve financiële bijdrage. Op basis van de bovenstaande risico’s is het totale risicobedrag voor de grondexploitaties bepaald op € 2,3 miljoen. Dit bedrag is opgenomen in de berekening van het totale weerstandsvermogen van de gemeente Halderberge.

69

70

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/5186/documents/75566