Wissing-0807-Parapluplan Halderberge 2021 vastgesteld-01-Toelichting.pdf
Tekst van het document
Een robuust en toekomstbestendig bodem - en watersysteem is nodig om de waarden in alle deelgebieden te kunnen behouden. Zonering De mogelijkheden zijn afhankelijk van het gebied waar de locatie ligt. Daarbij sluit de gemeente aan bij de indeling in deelgebieden, zoals deze zijn benoemd in de Omgevingsvisie Halderberge van 10 februari 2022. De gebiedsindeling in de omgevingsvisie is tot stand gekomen op basis van enerzijds vigerende bestemmingsplannen, de historische en feitelijke situatie én het Landschapsplan Halderberge 2016-2025. In dit plan is beschreven dat het buitengebied visueel-ruimtelijk is in te delen in 14 landschappelijke eenheden met ieder een eigen identiteit c.q. landschapsbeeld. Er zijn 3 landschapsbeelden beschreven. Het grondgebied van Halderberge kenmerkt zich door de aanwezigheid van veel gradiënten. ( klei/zand/veen, nat/droog, hoog/laag, open/ gesloten ) Mede daardoor zijn er in Halderberge ook vele typen landschappen ontstaan. Het landschap van de gemeente Halderberge is opgedeeld in drie visuele eenheden: open, half-open en besloten.
Het open landschap bestaat uit de zeekleipolders en de lager gelegen gebiedsdelen in het zandgebied . Rond de dorpskernen op de zandgronden is sprake van een half-open landschap dat voornamelijk is ontstaan vanuit een cultuurhistorische achtergrond, waarbij houtwallen, bomenrijen, geriefhoutbosjes en verspreide bebouwing het
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
19 - 32
landschap een kleinschalig en half-open karakter hebben gegeven. In het open gebied concentreerde de bebouwing zich oorspronkelijk op en langs de dijken en hoger gelegen gebiedsdelen. Het besloten landschap onderscheid zich door de aanwezigheid van bos en andere opgaande begroeiing. In de omgevingsvisie is beschreven wat de waarden en opgaven zijn, om samen te werken aan een aantrekkelijke gemeente. Dit parapluplan laat de "besloten gebieden" buiten beschouwing. Zone open agrarisch landschap: Het open polderlandschap bestaat uit verschillende gebieden, zoals de zeekleipolders ten noorden van Hoeven en de lager gelegen gebiedsdelen in het zandgebied. De zeekleipolders worden vanuit de cultuurhistorie gekenmerkt door de dijken en turfvaarten in een grootschalig en open landschap. Ook in de Hoevense Beemden hebben turfvaarten een cultuurhistorische waarde. Specifiek voor de Hoevense Beemden komt nog bij dat het gebied zettingsgevoelig is vanwege veen in de ondergrond. De gebieden in het open polderlandschap zijn voornamelijk gevuld met agrarische functies. De agrarische sector is van oudsher een belangrijke en beeldbepalende sector in de gemeente en kent verschillende vormen, zoals akkerbouw, veeteelt, boomteelt en glastuinbouw. De natuurwaarden zijn dan ook gerelateerd aan deze agrarische functies.
De sector draagt in sterke mate bij aan het groene karakter van de gemeente en de leefbaarheid van het buitengebied. Gebieden waar wat minder agrarisch gebruik voorkomt, zijn Langenberg-Noordhoek, Pietseweg en Seppe-Kibbelvaart. Gelijkenis tussen deze gebieden is dat zij allemaal op zandgrond of op de overgang tussen zand en klei gelegen zijn. Hoogspanningsleidingen, de A17 en de spoorlijn zijn kenmerkende zaken in de eerste twee genoemde gebieden. Seppe-Kibbelvaart kent daarentegen voornamelijk een woonfunctie en de functie vliegveld. De aanwezigheid van de Kibbelvaart is typerend in dit gebied en de natuurwaarden langs de loop van dit water zijn versterkt door de realisatie van een ecologische verbindingszone. De waarden, de trots van ons polderlandschap, zijn: Agrarisch gebied met akker- en graslandgebieden en verspreid liggende agrarische bebouwing met beplanting Open, lager gelegen, klei (en veen op klei) gebied (Agrarische) natuur- en cultuurwaarden Aanwezigheid van dijken en turfvaarten Deels omringd door water: Markvlietkanaal, de Dintel, de Mark en de Kibbelvaart In deze zone krijgt de verdere ontwikkeling van de agrarische bedrijven voorrang. De gemeente denkt hier vooral aan functies die een relatie hebben met de agrarische bedrijvigheid, zoals agrarisch verwante bedrijven, loonwerkbedrijven, veehandelsbedrijf.
Uiteraard zijn andere nieuwe functies ook welkom, zolang dit niet ten koste gaat van de uitoefening van de agrarische bedrijven. Bij agrarische erven die in de buurt liggen van de kernen of nabij een bebouwingslint is om die reden meer mogelijk. Met functies die snel belemmerend kunnen zijn voor de agrarische bedrijven wordt terughoudend omgegaan. Denk hierbij aan intensieve recreatie of een kinderdagverblijf Zone half open landschap: dit gebied kenmerkt zich door de combinatie van agrarische bedrijven, niet-agrarische bedrijven, wonen en recreëren. Dankzij de open structuur kunnen deze functies ook heel goed naast elkaar bestaan. We zien deze gemengde functies ook in de toekomst naast elkaar bestaan. Verdere verdichting van het gebied wil de gemeente voorkomen. Op de zandgronden rond de kernen is sprake van een halfopen landschap dat voornamelijk is ontstaan in vroegere tijden. Houtwallen, bomenrijen, geriefhoutbosjes en verspreide bebouwing hebben het landschap een kleinschalig en halfopen karakter gegeven. Binnen dit kleinschalige / halfopen landschap liggen verschillende gebieden, zoals De Stoof, Kuivezand-Heinsberg en Gastels Laag. Gastels Laag heeft ook cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Naad van Brabant en heeft door de ligging op de rand van zand naar klei grote potenties voor natuurontwikkeling.
In sommige van deze gebieden is typerende lintbebouwing aanwezig, die omringd wordt door kleinschalige groen- en landschapselementen. Andere gebieden worden weer gekenmerkt door de aanwezigheid van boomkwekerijen en glastuinbouwbedrijven. Daarnaast is kenmerkend voor dit kleinschalige landschap dat water(lopen), kwelgebieden en retentievoorzieningen een plek innemen hierin. Waarden, de trots van ons kleinschalige landschap, zijn: Landelijke omgeving waar recreatie, natuur, landbouw, wonen en water samenkomt
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
20 - 32
Gemengd agrarisch gebruik Rond de kernen: kleine bebouwingsclusters of verdichte lintbebouwing Behoud grondwaterkwaliteit in het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebied en boringsvrije zone daar omheen Oude groenelementen als houtwallen, laanbeplanting en geriefbosjes Onregelmatige verkaveling Beken/beekdalen Bebouwingsconcentraties: ruimte voor ruimte woningen zijn mogelijk op locaties binnen bebouwingsconcentraties. Het beleid vanuit de gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties blijft hier gelden. Artikel 38 lid 3 uit het bestemmingsplan blijft gelden, daarbij rekening houdend met de verruimde provinciale regels omtrent ruimte voor ruimte. Deze zijn opgenomen in de Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant van 5 juli 2022, in werking 19 juli 2022. De regeling Met deze visie anticipeert de gemeente op de nieuwe Omgevingswet. De gemeente wil meer een Ja-mits principe hanteren dan een Nee-tenzij-principe. De gemeente werkt op basis van vertrouwen en pakt initiatieven zoveel mogelijk integraal op. De gemeente hoopt creatieve initiatieven op te laten bloeien en zo mogelijkheden te bieden naast de ruimte die het bestemmingsplan al biedt. Daarbij gaat de gemeente voor een kwaliteitsimpuls bij iedere ontwikkeling. Alleen met elkaar kan het buitengebied vitaal worden gehouden. Dit alles in lijn met de provinciale Omgevingsverordening Noord-Brabant.
In de toepassing van deze visie kijkt de gemeente breed naar het gemeentelijk grondgebied, indachtig de provinciale visie en de aanstaande Omgevingswet. Daarom is het parapluplan niet op detailniveau ingestoken. Ook bij de provincie heeft de agrarische sector volop aandacht, zowel om de sector levendig te houden maar ook om mogelijkheden te bieden als bedrijven stoppen, noodgedwongen of vrijwillig. De stikstof-discussie heeft dit in een stroomversnelling gebracht. Vanuit de provincie zijn er diverse tools en regelingen beschikbaar, zoals de VAB-impuls. Ook is er de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof en heeft de provincie een Inspiratiebox ontwikkeld om plannen richting te geven, beweging te stimuleren en mogelijk te maken. Op https://www.halderberge.nl/agrarische-kennisbank heeft de gemeente dit in kaart gebracht. Interim Omgevingsverordening De interim Omgevingsverordening (IOV) van de provincie geeft overigens al behoorlijk wat ruimte. Zoals eerder gezegd, is deze verordening in de loop der jaren verruimd en flexibeler geworden, maar is het gemeentelijk bestemmingsplan in de basis sinds 2011 niet mee bewogen. Wellicht biedt de Omgevingsverordening méér mogelijkheden of is maatwerk voor Halderberge bespreekbaar.
De gemeente heeft zich aangemeld voor een provinciale uitvraag 'verkenning gebiedsgerichte aanpak VAB's'.Wanneer de Interim omgevingsverordening (IOV 2022) wordt vergeleken met de omgevingsverordening (OV april 2022) dan worden de volgende wijzigingen voorgesteld: Art.3.60/3.61 (agr.verwant/technisch hulp) worden hernummerd tot 5.74 Art.3.71/3.73 (niet-agrarisch) worden hernummerd tot 5.78 Art.3.69 (wonen) wordt hernummerd tot 5.77 Art.3.75/3.76 (vrije tijd) wordt hernummerd tot 5.79 Art.5.57 in de OV is nieuw (bebouwd gebied). De algehele strekking is niet veranderd; de bewoordingen wel. Maatvoering en milieucategorieën worden niet genoemd (dit in tegenstelling tot de verordening uit 2014). In de verordening uit 2014 (die van toepassing was op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan) waren deze onderwerpen geregeld in: Agrarisch verwant technisch hulpbedrijf (art.7.11) Niet-agrarisch (art. 7.10) Wonen (art. 7.7) Overige zaken (7.12 e.v.) Overigens heeft de provincie in haar verordening geen maatvoering over 'terugsloop' staan. De motivatie is wel
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
21 - 32
bepalend. De gemeentelijke maatvoering van 200 m2 en 500 m2 is gebaseerd op de afspraken ten aanzien van kwaliteitsverbetering. Dit kan leiden tot een situatie waarin een aanvraag wordt gedaan voor 600m2, waarbij aanvrager kan aantonen dat dit voor eigen doelmatig gebruik is. In dat geval is dit in theorie mogelijk via het bestemmingsplan en vervolgens met kwaliteitsverbetering cat.3. Onderstaand de relevante artikelen uit de geldende Interim omgevingsverordening Artikel 3.60 Bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Landelijk gebie Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf of een bestaand agrarisch-verwant bedrijf die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; b. bepalen dat de omvang ten hoogste 1,5 hectare bedraagt; c. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; d. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3.
hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Artikel 3.61 Vestiging agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Gemengd landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf als: a. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving qua omvang, effect op omliggende functies en ontsluiting past in de omgeving; b. de ontwikkeling niet leidt tot splitsing (IOV) van het bouwperceel; c. is verzekerd dat overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. mestbewerking is uitgesloten. Lid 2 Als een binnen de omgeving passende omvang van een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf geldt een bouwperceel van ten hoogste 1,5 hectare. Artikel 3.71 Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaande niet-agrarische functie die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; b. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; c.
kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk Gebied. Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken:
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
22 - 32
1. 2.
b. c. d.
een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. er vindt geen splitsing (IOV) plaats van het bouwperceel; overtollige bebouwing wordt gesloopt; de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking.
Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Artikel 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen In afwijking van Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel , als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. een inpandige splitsing van een beeldbepalende woonboerderij als: 1.
een fysieke tegenprestatie wordt geleverd aan het versterken van de omgevingskwaliteit vergelijkbaar met de tegenprestatie voor een ruimte voor ruimtekavel; en 2. de beeldbepalende woonboerderij wordt behouden. c. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing . d. in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. Artikel 3.75 Aanvullende regels voor vrije-tijds voorziening Lid 1 In geval er sprake is van een watergebonden voorziening kan het bestemmingsplan onder overeenkomstige toepassing van artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied nieuwvestiging mogelijk maken, als elders een bouwperceel is gesaneerd en de daarop aanwezige bebouwing van ten minste gelijke omvang, met uitzondering van de bedrijfswoning, is gesloopt. Lid 2 In geval een bestemmingsplan de vestiging van verblijfsrecreatie, waaronder de bouw van een recreatiewoning,
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
23 - 32
toestaat, geldt in aanvulling op artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied, tweede lid dat het bestemmingsplan borgt dat: a. het terrein en de woningen bedrijfsmatig worden beheerd; b. permanente bewoning is uitgesloten. Artikel 3.76 Afwijkende regels omvang vrije-tijds voorziening Lid 1 In afwijking van Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied een andere omvang toelaten voor een vrije-tijds voorziening als: a. dat past in de ontwikkelingsrichting van het gebied als bedoeld in het eerste lid van voornoemd artikel; b. ter uitvoering van Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap elders leegstaand vastgoed binnen Landelijk gebied is gesloopt van een omvang die ten minste gelijk is aan de oppervlakte van de bebouwing die boven de 1 hectare wordt toegestaan; c. de ontwikkeling in samenhang met andere doelen voor het gebied en de directe omgeving wordt uitgevoerd, waarbij ook kwaliteitswinst voor andere functies, waaronder natuur, wordt bereikt. Lid 2 Als de afwijkende omvang leidt tot bovenlokale effecten, waaronder een grote publieksaantrekkende werking, geldt in aanvulling op het eerste lid dat: a. de ontwikkeling draagvlak heeft in de regio; b. is voorzien in een goede ontsluiting van de voorziening; c. het initiatief buiten de Nieuwe Hollandse waterlinie ligt.
De strekking van deze artikelen is dat te allen tijde de omgevingskwaliteit en gebiedsgericht maatwerk voorop staat. Met een goede motivering zijn er volop mogelijkheden om bijvoorbeeld niet-agrarische bedrijvigheid te realiseren binnen bestaande bebouwing en/of een bestaand bouwperceel als een alternatief ontbreekt. Als die motivatie gegeven kan worden, is er geen of beperkt sprake van overtollige bebouwing, welke gesloopt zou moeten worden. In de verordening is ook duidelijk verwoord dat afsplitsing niet mogelijk is en dat kwaliteitsverbetering nodig is. Bij de doorvertaling in dit gemeentelijk parapluplan wordt de verordening in acht genomen. Maar dit parapluplan biedt geen directe bouw- of gebruiksrechten maar schetst het plan slechts de kaders waaraan te zijner een verzoek met wijzigingsplan aan moet voldoen. Dit betekent dat op dat moment nogmaals een toetsing aan de verordening kan plaatsvinden.
4.3.2 Randvoorwaarden voor herstructurering De gemeente wil de strikte voorwaarde om gebouwen te slopen laten vervallen en andere kwaliteitsvoorwaarden toevoegen. In dit paraplu bestemmingsplan wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarbij de voorwaarde tot slopen als strikt uitgangspunt wordt geschrapt. In de tabel 'Reeds toegestane functies Buitengebied Halderberge' is een inventarisatie gemaakt van wat er al mogelijk is in het vigerende bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zelf is geregeld waar de functieveranderingen aan dienen te voldoen, dit is niet in deze tabel opgenomen. Bij het onderdeel VAB gaat het om de herziening van de volgende artikelen met betrekking tot wijzigingsbevoegdheid, wijzigen naar Wonen en wijzigen ten behoeve van niet-agrarische functies of een bedrijf: Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden, Artikel 5 Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden Artikel 6 Bedrijf De verruiming ten aanzien van de huidige mogelijkheden is opgenomen in de tabel in Bijlage 3 Verruiming toegestane functies van de regels. In deze tabel zijn in de eerste kolom de Functiehoofdgroepen (niet persé de bestemmingen) benoemd, zoals agrarische
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
24 - 32
functies, bedrijf of detailhandel. In de tweede kolom is een niet-limitatieve voorbeeldenlijst opgenomen van mogelijk toelaatbare functies binnen de Functiehoofdgroep (specifieke activiteiten en naar soort/aard/omvang vergelijkbare activiteiten). De derde kolom bevat de maximaal toelaatbare oppervlakten aan bebouwing of bouwvlak, waarbij is opgemerkt dat altijd de randvoorwaarden voor herstructurering van toepassing zijn. Waar nodig is een opmerking toegevoegd. In de laatste 3 kolommen is een relatie gelegd tussen de drie gebiedstypen en de Functiehoofdgroepen / toelaatbare functies. Niet binnen elk gebied worden dezelfde mogelijkheden geboden voor neven- of vervolgfuncties. Zo is het open gebied vooral voor agrarische activiteiten bedoeld en moeten deze niet worden belemmerd door niet-agrarische gevoelige functies. Andersom is de bebouwingsconcentratie vooral bedoeld voor een ongestoorde voortzetting van het wonen, waarbij bedrijvigheid -waar mogelijk- wordt verplaatst c.q. beëindigd, tenzij het kleinschalig en niet-hinderlijke activiteiten betreft. In het tussenliggende gebied zijn de meeste functies toelaatbaar. De tabel moet worden gelezen als een set van mogelijkheden, die eventueel ook gecombineerd, dus gestapeld, kunnen worden.
Op deze manier kunnen meerdere vervolgfuncties binnen één bedrijf tegelijkertijd worden gerealiseerd, mits plausibel gemotiveerd, zonder maximum. Bedrijfsverzamelgebouwen sluiten we echter uit. In de tabel zijn dus meerdere neven- en vervolgfuncties benoemd. In de tabel is een toevoeging gedaan ten aanzien van het realiseren van een kleine windmolen en/of paardenbak. De basis-bestemming hoeft niet persé te worden gewijzigd. In de tabel worden de volgende functiehoofdgroepen belicht: Bedrijf: diverse vormen van (kleinschalige) bedrijvigheid worden benoemd waarbij voor het aantal m2 maatwerk wordt toegepast en een vormverandering van het bouwvlak bespreekbaar is. In de bebouwingsconcentraties zijn niet alle vormen van bedrijvigheid toegestaan. Cultuur en ontspanning: deze activiteiten zijn in het open gebied niet wenselijk. Detailhandel: het gaat om maximaal 250 m2 niet-zelfstandige en ondergeschikte detailhandel. Dienstverlening: dit behelst niet-publieksgerichte dienstverlening, een kinderdagverblijf of praktijk aan huis. Niet wenselijk in het open gebied. Groen Horeca: als voorbeeld wordt genoemd een terras, ijsboerderij en kookstudio. Niet toelaatbaar in het open gebied. Maatschappelijk: hiermee wordt een zorgboerderij en woonzorgvoorziening bedoeld. Natuur: het gaat over natuureducatie in bebouwing tot max. 500m2, niet in het open gebied.
Recreatie: het betreft dagrecreatie en kleinschalige verblijfsrecreatie. Sport Wonen: dit is een omvangrijke groep, waar ook op het hobbyboeren (*) en aan huis-gebonden-bedrijf/beroep wordt ingegaan alsmede de wooneenheden in chw-panden. Windmolen (**) Paardenbak (***) (*) Onder een hobbyboer wordt verstaan: een persoon die als hobby op kleine schaal, zonder een melding of vergunning activiteitenbesluit en zonder winstoogmerk vee of andere boerderijdieren houdt. Als iemand binnen het woonvlak bebouwing wil behouden voor het houden van dieren, is dit een mogelijkheid. Dit is aanvullend op de bepaling uit het geldende bestemmingsplan waarin staat dat agrarische onbebouwde grond mede is bestemd voor een hobbymatig agrarisch gebruik. Deze definitie vormt de tegenhanger van de definitie agrarisch bedrijf uit het moederplan: inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1 derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf. (**) In het vigerende bestemmingsplan was al een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om een kleine windmolen tot 15 meter hoog te realiseren binnen een bouwvlak.
Dit mits er geen sprake is van milieuhygiënische, landschappelijke en ecologische belemmeringen. Om juridische redenen is deze afwijkingsbevoegdheid door de Raad van State in de beroepsfase geschrapt, op verzoek van de Brabantse MilieuFederatie. Dit ondanks het feit dat aan het bestemmingsplan een milieurapportage was gehecht, waaruit bleek dat deze windmolens haalbaar zijn. De afgelopen jaren zijn beperkt verzoeken voor een windmolen ingediend. Echter gelet op de gewenste milieu-transitie
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
25 - 32
en de stijgende prijzen qua energie, is de noodzaak en vraag naar windenergie toegenomen. Daarom wordt in dit parapluplan wederom de mogelijkheid voor een windmolen ingevoegd. Het provinciaal beleid verzet zich hier niet tegen. Brabantbreed zou zelfs, onder voorwaarden, een turbine tot 25 meter hoog mogelijk zijn, geclusterd tot drie stuks, met een looptijd van 25 jaar. (***) In het vigerende bestemmingsplan uit 2017 is alleen een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor een paardenbak bij een agrarisch bouwvlak. Dit gaat om een bak van maximaal 1200 m2, zonder lichtmasten. In het voorgaande bestemmingsplan uit 2011 was de mogelijkheid benoemd bij nog méér bestemmingen, maar de Raad van State heeft die artikelen doorgehaald, conform een beroepschrift van de Brabantse Milieufederatie. Gelijktijdig heeft de Raad van State aangegeven dat een paardenbak bij een woonbestemming niet onlogisch is. Gelet op die handreiking én op de toenemende vraag door geïnteresseerde kopers van een agrarisch object, is de mogelijkheid voor een paardenbak toegevoegd in de tabel van functies. Een dergelijke wijzigingsprocedure zal veelal gelijktijdig oplopen met de wijziging waarbij een agrarische bestemming tot Wonen wordt omgezet.
Conform de 'Visie Toekomstbestendig gebruik agrarisch vastgoed De Stoof en omgeving' (vastgesteld 11 februari 2021) gelden voorts de volgende randvoorwaarden voor de herstructurering van agrarisch en bedrijfsmatig vastgoed in het buitengebied. Immers niet alle voorwaarden moeten worden losgelaten. Zoals gezegd worden er in elk geval afspraken gemaakt over het indienen van een bedrijfsplan en wordt voor handhaving/monitoring zo nodig nog maatwerk-een visie opgesteld c.q. geldt het handhavingsplan. Ontwikkelingen vinden plaats in bestaande bebouwing (hergebruik) of door middel van vervangende nieuwbouw met een passende omvang Sloop indien mogelijk, maar geen verplichting. Sloop kan het middel zijn, maar is geen doel op zich voor de gemeente. Indien er geen sloop hoeft plaats te vinden is er een grotere inspanning ten aanzien van kwaliteitsverbetering. Sloop blijft overigens nodig als hergebruik niet wordt aangetoond. In het gebied dat is aangeduid als 'overige zone-agrarisch (openheid)' is geen toevoeging van bebouwing toegestaan. Deze voorwaarde is strikter dan de IOV. Binnen de IOV mag onder voorwaarde (gebiedsgericht etc) wel uitgebreid worden. Bij iedere ontwikkeling moet sprake zijn van versterking van leefbaarheid van het gebied. Gezondheid & Veiligheid: 1. versterken van een gezonde, schone en veilige leefomgeving. 2.
nieuwe ontwikkelingen mogen geen negatief effect hebben op de volksgezondheid. 3. er moet rekening worden gehouden met externe veiligheid. Duurzaamheid: 1. ontwikkelingen dragen bij aan een duurzaam en vitaal buitengebied. 2. balans tussen het bieden van ontwikkelmogelijkheden en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. 3. aandacht voor duurzame en innovatieve oplossingen voor watervraagstukken zoals waterkwantiteit, 4. waterveiligheid en waterkwaliteit. Omgevingsdialoog: 1. ontwikkelingen passen qua aard, schaal en functie in de omgeving en houden rekening met de Omgevingskwaliteiten. 2. rekening houden met bestaande en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bedrijven of woningen. 3. initiatiefnemer neemt de omgeving mee in de gewenste ontwikkeling d.m.v. omgevingsdialoog. Kwaliteitsverbetering van het landschap: 1. nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. 2. passende functies kunnen zich ontwikkelen als er ook passende landschapsversterkende maatregelen tegenover staan. 3. kwaliteitsverbetering o.b.v. notitie 'Toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant' (2014 en elke opvolgende nota). Onderscheid in de volgende 3 categorieën ruimtelijke ontwikkelingen: a.
Categorie 1: ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. Aan het afsprakenkader is een limitatieve lijst met ontwikkelingen gekoppeld. b. Categorie 2: ruimtelijke ontwikkelingen met relatief weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
26 - 32
c.
ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden. Of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in enkel een goede landschappelijke inpassing. Aan het afsprakenkader is een niet-limitatieve lijst met ontwikkelingen gekoppeld. Categorie 3: Alle ruimtelijke ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via vooral een wijzigingsplan of een bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet wordt benoemd in een andere categorie. Hiervoor dient kwaliteitsverbetering, fysieke en/of financiële compensatie, te worden toegepast.
Onder landschap versterkende maatregelen, zoals bedoeld in categorie 3, verstaat de gemeente ten minste: de landschappelijke inpassing van de bebouwing; toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur; aanleg recreatieve voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik; activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorische waardevolle bebouwing of terreinen; het verwijderen van verharding; het slopen van bebouwing; fysieke bijdrage aan de realisering van de ecologische hoofdstructuur en ecologische verbindingszones.
4.3.3 Randvoorwaarden voor een plattelandswoning De gemeente stelt zich op het standpunt dat het buitengebied wel landbouwgericht moet blijven. Functies moeten goed worden getoetst/ingekaderd om mogelijke knelpunten te voorkomen. Bij veelvuldige toepassing van plattelandswoningen is een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheid van de agrarische sector namelijk niet uitgesloten. Als een aanduiding voor de plattelandswoning wordt toegekend, moet het volgende in de afweging worden betrokken: Behoefte: er moet worden aangetoond dat het gebruik van de woning als agrarische bedrijfswoning niet meer noodzakelijk is. Daarnaast moet worden aangetoond dat er behoefte bestaat aan toepassing van de Wet plattelandswoning. Er kan bijvoorbeeld worden aangegeven dat toezicht op afstand mogelijk is. Het agrarische bedrijf op de locatie bij de plattelandswoning moet één levensvatbaar en actief functionerend bedrijf (veehouderij en/of akkerbouw en/of paardenhouderij) betreffen. Er moet gemotiveerd worden dat er sprake is van een duurzaam toekomstgericht agrarisch gebruik. Is dit niet het geval, dan ligt een reguliere woonbestemming of VAB-beleid voor de hand. Instemming agrarisch bedrijf: Het overblijvende of te vestigen agrarisch bedrijf dient zich privaatrechtelijk akkoord te verklaren met de plattelandswoning.
De gemeente is geen partij tussen private partijen bij eventuele conflicten; ook als de afsplitsing zich eerder heeft voorgedaan. De agrariër en de bewoners moeten bewust zijn van de voor- en nadelen van een plattelandswoning. Legale bestaande 1e of 2e bedrijfswoning: Er mag geen sprake zijn van illegaal tot stand gekomen situatie, zoals tot een woning verbouwde schuren. Geen persoonlijk recht: de aanduiding voor de bewoning is niet persoonsgebonden. Redenen om de wet toe te passen zijn: Door inzet van technische middelen, modernisering en automatisering kan steeds meer vee worden gehouden met minder personeel. De noodzaak voor het permanente toezicht ontbreekt dan. Een andere manier van toezicht is mogelijk. Dit geldt ook, en zelfs sterker, bij akkerbouwbedrijven. Overdracht van bedrijven van vader op zoon, waarbij vader of een familielid in de agrarische bedrijfswoning blijft wonen, zonder dat er sprake is van een directe relatie met het agrarisch bedrijf. Agrariërs die hun bedrijf vrijwillig verkopen en als burger (rustende boer) willen blijven wonen in hun agrarische bedrijfswoning. Agrariërs die door veranderende en strengere wet- en regelgeving gedwongen worden tot verkoop van het bedrijf en zelf in de woning blijven wonen of de woning en het bedrijf los van elkaar willen verkopen. Voorkomen van illegale bewoning en handhaving.
Voorkomen van leegstand, onverkoopbaarheid, verpaupering en verval. Bevorderen van leefbaarheid, sociale controle en veiligheid.
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
27 - 32
Bevorderen van zuinig ruimtegebruik en hergebruik. Oplossing in tijden van crisis. Bij de beoordeling van milieutechnische ontwikkelingsmogelijkheden wordt gekeken naar het feitelijk gebruik en naar wat planologisch is toegestaan. De wet kan naar inzien van de gemeente niet toegepast worden bij: woningen binnen de bestemming 'Wonen', ook al is er sprake van een voormalige agrarische bedrijfswoning; (dus geen terugwerkende kracht); bedrijfswoningen bij een gestopt agrarisch bedrijf. Deze komen in aanmerking voor een totale woonbestemming dan wel is het beleid omtrent vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) van toepassing teneinde een niet-agrarische functie toe te kennen; toepassing van de rood-voor-rood regeling; bedrijfswoningen bij niet-agrarische bedrijven. Overige aandachtspunten Er hoeven geen minimale afstandseisen opgenomen te worden tussen woning en bedrijf; een goed woon- en leefklimaat toets volstaat; Er is geen kwaliteitsverbetering van het landschap nodig; De plattelandswoning mag qua omvang de reguliere bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen voor privé gebruik) hebben, dus mogelijk moet er worden gesloopt; Er is nooit een nieuwe bedrijfswoning toelaatbaar. De aanduiding wordt niet actief door de gemeente op locaties aangebracht, maar slechts op verzoek als uiterst instrument. Als er andere betere keuzes zijn, prevaleren deze.
4.4 Wijze van bestemmen Zonering Er wordt in dit bestemmingsplan een gebiedsspecifieke regeling toegepast. In eerste instantie is gekeken naar de zonering uit de Visie Toekomstbestendig gebruik agrarisch vastgoed De Stoof en omgeving. Deze is echter zeer specifiek en niet toepasbaar voor de gehele gemeente. Voor het (geometrisch) bepalen van de gebieden wordt uitgegaan van de bestemmingslegging, een doorkijk naar de gemeentelijke Omgevingsvisie en gebieden volgens het Landschapsplan Halderberge 2016 - 2025, de Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties (2009) en het vigerend BP Buitengebied 2017 (Agrarische bestemmingen (art. 3, 4 en 5) en bijbehorende aanduidingsgebieden). De voorgestelde indeling volgt derhalve de bestemmingslegging en gebiedsaanduidingen, waarmee een landschappelijke waardering/typering is vastgelegd. Er is dan een onderscheid in de volgende 3 gebieden: 1. Bebouwingsconcentraties: overige zone - gemengd geconcentreerd: lintbebouwing, nabij kern, bebouwd gebied conform de ontwerp-omgevingsverordening Brabant, aangevuld met de gebieden uit de visie 2009 (die gebieden zijn namelijk overgenomen in het bestemmingsplan in 2011 en 2017) en buiten het Natuurnetwerk Brabant (NNB) geel 2. Gebieden die geduid zijn met openheid in 2017 (waar art. 4 en 5 van toepassing is): overige zone - agrarisch: noordelijke zeekleipolders, agrarisch, openheid - groen 3.
Overige gebieden (art. 3): overige zone - gemengd verspreid: half open, natuurwaarden en buiten het Natuurnetwerk Brabant (NNB) - oranje De functieverandering is gespecificeerd op basis van de gebiedsindeling, waarbij voormalige agrarische bedrijfsgebouwen behouden kunnen worden, met een maximum oppervlakte. Ten behoeve van de kwaliteitsverbetering zijn aanvullende voorwaarden opgenomen. Relatie met de provinciale verordening
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
28 - 32
De provincie heeft met ingang van de Omgevingswet een Omgevingsverordening waarin een nieuwe duiding 'bebouwd gebied' vorm krijgt. Er is geconstateerd dat de provinciale kaartbeelden (waardegebieden-landschappelijke waarden) niet geheel overeenkomen met het bestemmingsplan Buitengebied. De provincie heeft niet alle bebouwingsconcentraties overgenomen in de Omgevingsverordening. Bestemmingen/aanduidingen wijken soms af van de kaarten van de provincie. De gemeente baseert het kaartbeeld van dit paraplubestemmingsplan op de gemeentelijke Omgevingsvisie en de concentratiegebieden uit de Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties (2009). Dit heeft voor de regeling overigens geen gevolgen. De regeling Voor wat betreft de voorgestelde zonering met betrekking tot de vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing zijn de relevante gebiedsaanduidingen weergegeven. Uniformiteit in bestemmingen en gebruiksregels. Alle relevante begrippen worden opgenomen in artikel 1-begrippen. De regeling voor VAB is alleen van toepassing binnen het bouwvlak. De bestaande regelingen voor kamperen bij de boer en nevenfuncties bij de boer veranderen niet. Het accent bij het verruimen van de regeling ligt bij de sloopregeling: de vereisten voor de hoeveelheid sloop vervallen en de toelaatbare gebruiksmogelijkheden worden ruimer mits hergebruik plausibel en geloofwaardig wordt gemotiveerd en aangetoond.
De toelaatbare functies zijn opgenomen in Bijlage 3 Verruiming toegestane functies van de regels. artikel 6.5.2 (omzetten van voormalige bedrijfswoning naar wonen) wordt eveneens geactualiseerd. extra m2 zijn niet toegestaan (in openheid) én alles wat zonder motivatie niet voor hergebruik wordt aangevraagd/aangewezen, moet worden gesloopt. De regels ten aanzien van de Vrijkomende Agrarische Bouwwerken zijn te raadplegen in Artikel 4 Vrijkomende Agrarische Bouwwerken (VAB). Procedure Om de wijziging toe te passen is het wenselijk dat dit wordt gedaan met wijzigingsbevoegdheden voor B&W. Dit sluit aan bij de transitie van bestemmingsplan naar omgevingsplan. De wijzigingsbevoegdheden worden dan behandeld als buitenplanse omgevingsactiviteit dat met een delegatiebesluit wordt gemandateerd aan B&W. Handhaving Voor een goede vergunningverlening zijn transparante richtlijnen nodig hoe om te gaan met bouwvergunningen, omgevingsvergunning voor het aanleggen, afwijkingen, wijzigingen en eventueel afwijkingen. Met name de laatste categorie is lastig te benoemen. Het handhavingsbeleid van de gemeente is verwoord in eigen beleid. De beleidsvisie bevat het integrale handhavingsbeleid dat de gemeente Halderberge gaat voeren ten aanzien van de gemeentelijke handhavingstaken op het gebied van openbare orde en veiligheid, brandveiligheid, bouwen, milieu en ruimtelijke ordening.
Aan de hand van de bestaande wet- en regelgeving is een inventarisatie gemaakt van alle gemeentelijke handhavingstaken. Om te kunnen komen tot een adequate handhaving en een juiste prioritering is vervolgens een vertaalslag gemaakt aan de hand van het risicoafwegingsmodel 'DBC-Risico'. DBC staat voor Diagnose Behandel Combinatie. Dit risicomodel gaat er vanuit dat de prioriteit van een bepaalde handhavingstaak (ten opzichte van een andere handhavingstaak) wordt bepaald door de negatieve effecten die optreden indien op die overtreding niet of onvoldoende wordt gehandhaafd in combinatie met de kans dat een overtreding zal plaatsvinden. Hoe groter het negatieve effect van een overtreding en hoe groter de kans daarop, des te hoger komt de betreffende taak op de prioriteitenlijst te staan. Door op deze prioriterende wijze de uitvoering van de handhaving af te stemmen, kan doelmatig en kostenefficiënt worden gehandhaafd. De huidige wet- en regelgeving - en dan met name de Wabo en het Bor - noodzaakt tot een integraal handhavingsbeleid en daarmee ook tot een integraal toezicht. Voor zover dat in praktijk nog niet of onvoldoende gebeurt, betekent dit dat de handhavende taken en het daarmee gepaard gaande toezicht van de verschillende handhavende instanties en vakdisciplines (nog beter) op elkaar dient te worden afgestemd.
Dit vergt een hoge mate van coördinatie en het nastreven van eenduidigheid; zowel op het vlak van preventief als repressief toezicht. De gemeente Halderberge zal in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma's nader bepalen welke zaken preventief en
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
29 - 32
repressief worden opgepakt en zo ja, in welke mate. Deze keuze zal worden gemaakt op basis van: de mate waarin een (vermeende) overtreding zich leent voor repressief toezicht, zonder dat dit ten koste gaat van een adequaat handhavingsniveau c.q. uitvoerbaarheid van preventief toezicht en het rendement daarvan; de dan geldende politiek-maatschappelijke agenda; de beschikbare manuren (bij een tekort zullen er meer taken repressief worden opgepakt). Ongeacht de in het uitvoeringsprogramma te maken indeling in preventief en repressief toezicht, kan te allen tijde tegen een overtreding worden opgetreden. In het geval er bij controles strijdigheden/overtredingen zijn geconstateerd, dienen er vervolgstappen gezet te worden. Er wordt dan echter niet klakkeloos overgegaan tot een sanctietraject. Als eerste vervolgstap wordt namelijk onderzoek gedaan naar de vraag of er omstandigheden zijn die, ondanks het beginselprincipe tot handhaving, noodzaken om van handhaving af te zien. In dat kader wordt er onderzoek gedaan naar de vraag of de strijdigheid/overtreding direct of op termijn te legaliseren is of dat er zich dringende omstandigheden voordoen die noodzaken tot gedogen. Pas indien is vastgesteld dat de omstandigheden tot legalisering of gedogen zich niet voordoen, wordt een sanctietraject ingezet.
Daarbij dient overigens opgemerkt te worden dat de vraag of legalisering of gedogen aan de orde is opnieuw kan opspelen als er tijdens het sanctietraject gegevens bekend worden die de vraag om te legaliseren of gedogen tijdens het ingezette sanctietraject actueel maken.
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
30 - 32
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid en procedure
Het plan wordt vastgesteld om gevolg te kunnen geven aan wetswijzigingen. Het betreft wetswijzigingen waarmee de mogelijkheden van het instrument 'bouwverordening' worden overgeheveld naar het instrument 'bestemmingsplan'. De inrichting en het gebruik van de bestaande situaties in binnen het plangebied veranderen hierdoor niet. Het plan is daarmee van dien aard dat uitvoerbaarheidsaspecten als milieu (milieuzonering, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid), water, natuur, cultuurhistorie, archeologie en economische uitvoerbaarheid niet in het geding zijn. Voor wat betreft het onderwerp VAB maakt dit bestemmingsplan het mogelijk dat er nieuwe functies worden toegestaan binnen vrijkomende agrarische bouwwerken, zodat deze in gebruik kunnen blijven en hun economische/karakteristiek waarde behouden en niet gesloopt hoeven te worden. Nieuwe bebouwing wordt in principe niet toegestaan. Wat dit onderwerp betreft zijn uitvoerbaarheidsaspecten als milieu (milieuzonering, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid), water, natuur, cultuurhistorie, archeologie en economische uitvoerbaarheid niet in het geding. Procedure Op de bestemmingsplanprocedure is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De procedure start met het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro.
Vooroverleg In het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg is het bestemmingsplan 8 februari 2022 toegezonden aan diverse instanties waaronder de provincie en ZLTO. Met de provincie heeft een ambtelijk overleg plaatsgevonden. Van de resultaten van het informeel ambtelijk vooroverleg (22 september 2021) is onderstaand verslag gedaan in het bestemmingsplan. Op 16 maart 2022 heeft de provincie Noord-Brabant een vooroverlegreactie verzonden, waarover hierna met de provincie overleg is gevoerd. De strekking van de reactie is dat het plan slechts globaal de gewenste toekomstrichting van de gebruikte deelgebieden beschrijft. Het plan is te grofmazig en weinig onderscheidend. Niet omschreven is wat onder meerwaarde wordt verstaan en hoe de omgevingskwaliteit wordt verbeterd. Er wordt geadviseerd een visie op te stellen voor de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten. De actuele afspraken kwaliteitsverbetering landschap moeten worden opgenomen. Dit geldt ook voor de nieuwe Omgevingsverordening. De passages over sloop van overtollige bebouwing zijn niet juist geformuleerd.
Hoe gaat de gemeente toetsen, onderbouwing en handhaven? Waarom wordt er gesproken over hobbymatig agrarisch gebruik? Is er een inventarisatie over bebouwing met cultuurhistorische waarde? Naar aanleiding van de vooroverlegreactie zijn meerdere onderdelen in de bestemmingsplantoelichting aangepast en verduidelijkt. Anders dan de provincie is de gemeente van mening dat het plan geen hulpmiddel is maar een formeel bestemmingsplan. Bewust is het plan globaal opgezet, om meer ruimte te bieden en in de geest van de Omgevingswet te handelen. Met dien verstande dat de directe gebruiksmogelijkheden in het moederplan nog steeds van kracht blijven; met dit parapluplan worden slechts de wijzigingsbevoegdheden verruimd. Er moet altijd nog een ruimtelijke procedure doorlopen worden, met dus een extra toetsmoment. De wijzigingsbevoegdheden bieden wel mogelijkheden en kaders om in te spelen op actuele ontwikkelingen. Ook een vooroverlegreactie is 2 maart 2022 ontvangen van Kaan Consultancy namens Dow Benelux B.V., Zeeland Refinery N.V./Total opslag, Pijpleiding Nederland N.V. en Stichting Leidingenstraat Nederland , Partijen gaan ervan uit dat bij concrete invulling van het parapluplan zorgvuldige afstemming plaatsvindt met de buisleidingeigenaren, met als doel ongestoorde ligging van de buisleidingen.
Het spreekt voor zich dat de buisleidingen in acht worden genomen; partijen zijn vaste partners tijdens regulier vooroverleg.
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
31 - 32
Met het oprichten van huisvesting voor arbeidsmigranten in de nabijheid van de buisleidingen wordt verzocht de hiervoor geldende wet- en regelgeving in acht te nemen zoals nu bepaald in het (Bevb) en toekomstig onder de Omgevingswet. Verzocht is om hierbij terughoudend te zijn bij ontwikkelingen op de grens van het toegestane. Rekening houdende met toekomstige nieuwe infrastructuur en of wijzigende wet- en regelgeving. In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe locaties voor huisvesting voorgesteld; wel wordt de kamergewijze verhuur verboden. Op 3 maart 2022 is een vooroverlegreactie ontvangen van de Brandweer Midden- en West-Brabant waarbij aandacht is gevraagd door de basisregels externe veiligheid als het gaat om het plaatsen van stacaravans voor bewoning. De zorg van de brandweer is terecht en is ondervangen. Voor het plaatsen van stacaravans blijft artikel 3.3.6 van bijvoorbeeld het bestemmingsplan voor het buitengebied uit 2017 gelden, waarin is bepaald dat er geen milieuhygiënische belemmeringen mogen zijn. Externe veiligheid is een dergelijk milieuaspect. Artikel 5.3. 1 uit het parapluplan gaat over het gebruik van de caravan. Hierin wordt verwezen naar het toetsingskader, waarin de veiligheid, in meest brede zin, voorop staat. Op 2 maart 2022 heeft het Waterschap Brabantse Delta een positief wateradvies afgegeven.
Op 3 april 2022 heeft ZLTO, afdeling Halderberge, een nagekomen vooroverlegreactie ingestuurd waarin gepleit wordt voor het opschalen van de huisvesting van arbeidsmigranten op agrarische bedrijven. Verder pleit de ZLTO ervoor om te bewaken dat agrarische activiteiten niet belemmerd worden als in de omgeving vervolg- en nevenfuncties tot stand komen. Tot slot vraagt de ZLTO zich af hoe de gemeente de aanpak gaat monitoren. De gemeente kiest er bewust voor om dit parapluplan te beperken tot een verbod op kamergewijze verhuurd. Het plan is niet een ontwikkelingsplan waarin in algemene zin verruimde mogelijkheden voor arbeidsmigranten wordt geboden. Het bestemmingsplan uit 2017 biedt mogelijkheden voor arbeidsmigrantenhuisvesting, tot 50 personen gedurende 9 maanden per jaar. Verruiming hiervan wil de gemeente slechts via maatwerk. De gemeente erkent dat bestaande agrarische activiteiten nooit belemmerd mogen worden als er zich een nieuw initiatief voordoet. In elk wijzigingsplan wordt dit in acht genomen, zoals uit artikel 4.1 lid f van het parapluplan is verwoord. Bovendien blijven de artikelen 3.6.9 lid d, 3.6.10 lid d en 3.6.11 lid k uit het 'moeder' bestemmingsplan uit 2017 van kracht. Hierin is voorgeschreven dat nieuwe bestemmingen geen belemmeringen mogen opwerpen.
Zeker gelet op de aanstaande Omgevingswet, gaat de gemeente een Omgevingsplan opstellen waarin de ervaringen die zijn opgedaan meewegen. Zoals in de bestemmingsplantoelichting staat, heeft de gemeente ook beleid omtrent handhaving. Op 3 maart 2022 is een reactie ontvangen van een bestaande zorgboerderij waarbij vraagtekens worden gesteld bij de gehanteerde gebiedsindeling. Zoals uit de plantoelichting blijkt, is de gebiedsindeling afgestemd op het huidige bestemmingsplan en de gebiedsindeling uit de Omgevingsvisie. Van Prorail, rijkswaterstaat en Gasunie zijn instemmende reacties ontvangen. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt met ingang van 15 december 2022 gedurende zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze termijn is 8 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn ontvankelijk verklaard. Voor de samenvatting en beantwoording van de zienswijze wordt verwezen naar de 'nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen bij bestemmingsplan 'paraplubestemmingsplan' zoals opgenomen in de Bijlage 3 Nota van zienswijze. Ambtshalve aanpassingen
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
32 - 32