Wissing-0807-Parapluplan Halderberge 2021 vastgesteld-01-Toelichting.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN PARAPLUPLAN HALDERBERGE 2021 vastgesteld 22 juni 2023 ruimte voor ideeën
Parapluplan Halderberge 2021
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer 1.5 Methodiek
3 3 4 4 5 5
Hoofdstuk 2 Parkeren 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Wijze van bestemmen
7 7 7 8
Hoofdstuk 3 Wonen 3.1 Bestaande situatie 3.2 Definities en huidige regeling 3.3 Toekomstige situatie 3.4 Achtergrond -kaders 3.5 Wijze van bestemmen
9 9 9 10 10 12
Hoofdstuk 4 Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing 4.1 Bestaande situatie 4.2 Agrarische sector brabantbreed 4.3 Toekomstige situatie 4.4 Wijze van bestemmen
13 13 15 16 28
Hoofdstuk 5
31
Uitvoerbaarheid en procedure
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
2 - 32
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel van het plan Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de onderdelen Parkeren, Wonen en VAB (Vrijkomende Agrarische Bedrijfsbebouwing). Het onderdeel Parkeren heeft nog niet in alle bestemmingsplannen van de gemeente Halderberge een plek gekregen. Dit is al wel het geval in de meest recente plannen. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt er voor het gehele grondgebied een eenduidige regeling opgesteld. Voor het onderdeel VAB gaat het om een herziening van een aantal artikelen met betrekking tot een wijzigingsbevoegdheid, wijzigen naar Wonen en wijzigen ten behoeve van niet-agrarische functies. In het bestemmingsplan Buitengebied zijn meerdere regels over verbrede landbouw opgenomen en over Wonen-VAB of niet-agrarische-bedrijven, na beëindiging van het (agrarische) bedrijf. Het geldende bestemmingsplan biedt al ruime mogelijkheden voor functieverandering na bedrijfsbeëindiging, middels een afwijkingsregeling dan wel wijzigingsbevoegdheid. Als voorwaarde is echter bepaald dat overtollige bedrijfsgebouwen moet worden gesloopt. Dit wordt nu als kapitaalvernietiging ervaren van de nog in goede staat verkerend vastgoed. Bij raadsbesluit (11-02-2021) is de visie vastgelegd om de economische en recreatieve potentie van het buitengebied te versterken. Dit is vertaald in een aanpak met drie pijlers.
De tweede pijler betreft een toekomstbestendig gebruik van agrarisch vastgoed. In lijn daarmee wordt in dit paraplu bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarbij de voorgaande regeling wordt verruimd om tegemoet te komen aan dit bezwaar. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt een aantal artikelen van het vigerend bestemmingsplan herzien. In het reeds genoemde raadsbesluit (11-02-2021) is de derde pijler het realiseren van een humaan verblijf voor arbeidsmigranten. Voor het onderdeel Wonen is het uitgangspunt om de regels omtrent de begrippen woning, wonen en bewoning eenduidig te houden om te voorkomen dat arbeidsmigranten zich middels kamergewijze verhuur vestigen in een woonwijk dan wel in recreatieve voorzieningen hun intrek nemen. De geldende bestemmingsplannen binnen de gemeente Halderberge bieden op dit moment onvoldoende sturingsmogelijkheden voor de regulering van huisvesting van arbeidsmigranten. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hier wel in. Onderzoek van Wageningen Environmental Research (2019) laat zien dat de afgelopen vijf jaar ongeveer 1,4 miljoen m2 aan stallen en schuren in Brabant leeg is komen staan. De komende tien jaar komt daar nog 2,5 miljoen m2 bij. Veel agrariërs in Brabant zijn nu 55 jaar of ouder. Minder dan de helft daarvan heeft een bedrijfsopvolger en veel agrariërs stoppen naar verwachting op termijn.
Een deel van die stallen blijft, via overnames, in gebruik. Een ander deel krijgt een nieuwe (niet-agrarische) bestemming. Het merendeel van de vrijkomende stallen en schuren, tot zo'n 4 miljoen m2, komt naar verwachting echter de komende tien jaar leeg te staan. Dit is mede de aanleiding om over het vraagstuk VAB na te denken, zoals in de bestuurlijke koers van de gemeenteraad in 2019 is benoemd. In mei 2022 is genoemde rapportage vanuit Wageningen geactualiseerd met daarin prognoses van vrij te komen agrarische bebouwing voor de periode 2020-2035. Hierin is ook ingegaan op de warme Sanering Veehouderij (WSV) voor varkensrechten en varkenseenheden.
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
3 - 32
Het parapluplan betreft VAB na volledige bedrijfsbeëindiging en verruimt enkele gebruiksmogelijkheden in bestaand agrarisch vastgoed, Maar het parapluplan maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Een toets aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking is dan ook niet nodig. Ook is het niet nodig om alle milieuaspecten, die normaliter terugkomen in de toelichting van een bestemmingsplan, te behandelen. Het doel is om een bestemmingsplan vast te stellen waarin de bovenstaande aanleidingen op een consistente wijze zijn verwerkt alsmede om vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen waarin voor de gehele gemeente een aantal beleidsstukken op een uniforme manier juridisch-planologisch zijn vertaald.
1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied Het plangebied omvat de hele gemeente Halderberge. De navolgende afbeelding toont de begrenzing van het plangebied. Voor de exacte weergave van de plangrens wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
Afbeelding ligging plangebied
1.3 Vigerende bestemmingsplannen Binnen het plangebied geldt een groot aantal bestemmingsplannen en de daartoe behorende uitwerkings- of wijzigingsplannen. De geldende plannen zijn te raadplegen via de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Parkeren Totdat voorliggend bestemmingsplan in werking treedt, is het parkeren in de gemeente Halderberge veelal nog geregeld in de onderliggende individuele bestemmingsplannen. In een aantal plannen was het parkeren nog helemaal niet geregeld. Het voorliggende plan treedt in de plaats van alle onderliggende bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen op het onderdeel 'parkeren', zodat voor het aspect 'parkeren' alleen het voorliggende plan geldt. De overige aspecten van de onderliggende plannen blijven onverkort van kracht en hiermee ontstaat uniformiteit. Wonen De geldende bestemmingsplannen binnen de gemeente Halderberge bieden op dit moment onvoldoende sturingsmogelijkheden voor de regulering van huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenarbeiders. In de gemeentelijke woonvisie heeft de gemeenteraad aangegeven dat kamergewijze verhuur in het algemeen niet wenselijk
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
4 - 32
is. Kamergewijze verhuur heeft een te grote impact op de ruimtelijke structuur. Op 15 september 2022 is er een voorbereidingsbesluit Kamergewijze verhuur vastgesteld. De overige aspecten van de onderliggende plannen blijven onverkort van kracht. Vrijkomende Agrarische Bedrijfsbebouwing (VAB) In het vigerende bestemmingsplan 'Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge' vastgesteld op 14 december 2017 zijn regels opgenomen voor het onderdeel VAB. De overige aspecten van de onderliggende plannen blijven onverkort van kracht.
1.4 Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting is opgebouwd uit 5 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 een toelichting gegeven op het onderwerp parkeren. In Hoofdstuk 3 komt het onderwerp wonen aan de orde en in Hoofdstuk 4 het onderwerp Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan en op de procedure.
1.5 Methodiek Dit bestemmingsplan is een paraplubestemmingsplan of 'thematische herziening'. Dat is een bijzondere variant op een regulier bestemmingsplan. Een bestemmingsplan herziet of 'vervangt' normaal gesproken het voorheen geldende bestemmingsplan. Daarbij voorziet het nieuwe bestemmingsplan dan in een volledig planologisch-juridisch kader door middel van een verbeelding met bestemmingen en bijbehorende regels. Dit paraplubestemmingsplan heeft echter een ander doel en een andere werking. Het doel van dit bestemmingsplan is uitsluitend: het vastleggen van het gemeentelijk parkeerbeleid voor het grondgebied van de gemeente Halderberge. het bieden van uniformiteit in de regeling en begripsbepalingen omtrent woning/wonen/bewoning. het bieden van uniformiteit in de regeling ten aanzien van Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing. De opzet van het paraplubestemmingsplan is daarom zodanig dat alle 'onderliggende' bestemmingsplannen van kracht blijven. De herziening bestaat uitsluitend uit het toevoegen van uniforme regelingen aan alle 'onderliggende' bestemmingsplannen. Voor het overige blijven de vigerende bestemmingsplannen dus gewoon gelden. 1. Parkeren Het onderdeel parkeren geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Halderberge en is met name een technische aanvulling/reparatie.
Met uitzondering van recente plannen heeft parkeren nog niet in alle bestemmingsplannen een plek gekregen. Voor de regeling wordt als uitgangspunt de regeling van het buitengebied artikel 39.2/kern Oud Gastel artikel 24.1 gebruikt. Hiermee ontstaat uniformiteit ten aanzien van de regeling parkeren. De regeling wordt toegelicht in Hoofdstuk 2. 2. Wonen Het onderdeel wonen geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Halderberge en is met name een technische aanvulling/reparatie. Er is eenduidigheid wenselijk in de begripsbepalingen en regels omtrent woning/wonen/bewoning. Hiermee kan kamergewijze verhuur indien gewenst worden voorkomen. De gemeente heeft hiertoe op 15 september 2022 een voorbereidingsbesluit genomen. Naast de begrippen wordt ook de betreffende artikelbeschrijving meegenomen, zodat het eenduidig is en op elkaar aansluit. De regeling wordt toegelicht in Hoofdstuk 3. 3. Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing Het onderdeel VAB heeft alleen betrekking op het bestemmingsplan Buitengebied en betreft het vertalen van nieuw beleid. In het bestemmingsplan Buitengebied zijn meerdere regels over verbrede landbouw opgenomen én over Wonen-VAB of niet-agrarische-bedrijven, na beëindiging van het agrarische bedrijf. Veelal is sloop een voorwaarde in het kader van kwaliteitsverbetering.
In het beleid is omschreven dat de gemeente ruimer/flexibel gebruik wil en behoud van de vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing. De regeling wordt toegelicht in Hoofdstuk 4.
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
5 - 32
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
6 - 32
Hoofdstuk 2
Parkeren
Het voorliggende bestemmingsplan herziet de regeling voor de onderdelen 'Parkeren' in alle geldende gemeentelijke ruimtelijke plannen (inclusief wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen), ten tijde van de vaststelling van dit Paraplubestemmingsplan. Dit geldt dus ook voor de ruimtelijke plannen waarin al wel een toereikende regeling was opgenomen.
2.1 Bestaande situatie Het onderdeel parkeren is in de meest recente bestemmingsplannen geregeld. Dit is niet het geval in de oude bestemmingsplannen, waardoor in die plannen nu geen parkeernormering is voorgeschreven.
2.2 Toekomstige situatie Ruimtebehoefte voor parkeren en laden en lossen De omvang, bestemming of gebruik van een gebouw kan een behoefte aan parkeerplaatsen voor auto's veroorzaken. Ook kan de omvang, bestemming of gebruik van een gebouw het noodzakelijk maken dat bij het gebouw wordt voorzien in een ruimte voor het laden of lossen van goederen. In de meeste bestemmingen waar gebouwen zijn toegestaan, is ook parkeren ten dienste van de bestemming toegestaan of behoort dit tot het in de regel normale gebruik van een erf. Het voorzien in de parkeerbehoefte of een ruimte voor laden en lossen betekent een ruimtebehoefte. Deze ruimtebehoefte zal voor het laden of lossen in de meeste gevallen beperkt zijn en in ieder geval voor parkeren aanzienlijk groter. Achtergrond - wettelijke kaders Een bestemmingsplan is één van de instrumenten voor regulering van ruimtegebruik. In een bestemmingsplan is onder meer vastgelegd voor welke doeleinden gronden en opstallen op de desbetreffende gronden mogen worden gebruikt en welke bebouwing er is toegestaan. Ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit activiteiten als het bouwen van een bouwwerk en/of het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan.
Het gebruik van de gronden en/of opstallen ten behoeve van parkeren en het laden of lossen is een van de gebruiksdoeleinden waarvoor in verband met een goede ordening van functies regels kunnen worden opgenomen in een bestemmingsplan. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de vraag of parkeren wel of niet ter plaatse is toegestaan. De regelgeving in een bestemmingsplan kan ook verder gaan, bijvoorbeeld door het voorschrijven van parkeernormen die in acht moeten worden genomen als het bestemmingsplan voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Ook kunnen regels worden opgenomen op grond waarvan het laden of lossen bij een gebouw op eigen terrein moet gebeuren. Parkeerbeleid is vanaf medio jaren negentig primair een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Parkeerbeleid is daarbij te zien als een beleidsterrein dat is in te passen in de gemeentelijke hoofddoelstellingen op het terrein van bereikbaarheid, leefbaarheid en stedelijke vitaliteit. Het is bij uitstek een onderdeel waarin het primaat veeleer ligt bij de lagere overheden en in het bijzonder bij de gemeente. Het rijk en provincie bieden uitsluitend een globaal kader, waarbinnen de gemeente haar eigen beleid nader kan invullen.
Wijziging wettelijke kaders voor parkeren en laden en lossen Sinds 29 november 2014 zijn, als gevolg van de Reparatiewet Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) 2014, de stedenbouwkundige voorschriften uit de gemeentelijke bouwverordening komen te vervallen. Alle stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening moeten sindsdien worden opgenomen in bestemmingsplannen. Een van de consequenties van het vervallen van de stedenbouwkundige voorschriften is dat vanaf dat moment bij het verlenen van een omgevingsvergunning niet meer op basis van de bouwverordening kan worden getoetst aan gemeentelijke parkeernormen. De gemeente Halderberge wil bij nieuwbouwplannen en/of wijziging van het gebruik eisen kunnen stellen aan het minimum aantal parkeerplaatsen en eventuele ruimte voor laden en lossen. Met voorliggend paraplubestemmingsplan
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
7 - 32
wordt voorzien in een uniforme regeling ten aanzien van parkeren voor het gehele grondgebied van de gemeente. Regeling parkeren De regeling voor het parkeren, waaronder de te hanteren parkeernormen zijn vastgelegd in het vastgestelde parkeerbeleid van de gemeente Halderberge: 'Kadernota Parkeren 2023-2027', vastgesteld door de gemeenteraad op 25 mei 2023. In deze nota is uitputtend beschreven, hoe met het parkeren wordt omgegaan en welke eisen er worden gesteld. Deze nota is als Bijlage 1 bij de toelichting gevoegd en te raadplegen op de gemeentelijke website: www.halderberge.nl. In de regels van dit paraplubestemmingsplan is een zogenaamde 'dynamische verwijzing' opgenomen. Dit houdt in dat als de parkeernormen zoals nu opgenomen in de Kadernota tussentijds wijzigen, deze automatisch van toepassing zijn op alle bestemmingsplannen en dus het toetsingskader vormt voor aanvragen omgevingsvergunning. De regeling is overeenkomstig de regeling van de Eerste herziening bestemmingplan Buitengebied Halderberge artikel 39.2 en kern Oud Gastel artikel 24.1. Daarin is de parkeernormering opgenomen in de algemene bouwregels en gebruiksregels met een verwijzing naar de parkeernota.
Toetsing parkeren bij aanvraag omgevingsvergunning Een aanvraag omgevingsvergunning moet worden getoetst aan de parkeernormen wanneer sprake is van een vergunningsplichtige nieuw- of verbouwontwikkeling en/of wanneer sprake is van wijziging van het gebruik. Op basis van de hiervoor genoemde Kadernota wordt de parkeerbehoefte berekend.
2.3 Wijze van bestemmen Algemeen Voor het paraplubestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Dit paraplubestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het paraplubestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van onder andere de beweegredenen en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk deel uit van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan Een paraplubestemmingsplan herziet alle geldende gemeentelijke ruimtelijke plannen op gelijke wijze. Dit is geregeld in artikel 3.1 van de regels. Hierin is ook opgenomen dat als geldende ruimtelijke plannen niet voorzien in een eigen regeling of waar een regeling in een vigerend plan afwijkt, de regels van het paraplubestemmingsplan gelden.
Het paraplubestemmingsplan wijzigt de regels van de geldende bestemmingsplannen verder niet. Artikel 7.1 is de kernbepaling van het paraplubestemmingsplan. In dit artikel staat dat bij elk bouwplan of functiewijziging moet worden voldaan aan de parkeernorm zoals opgenomen in de Kadernota Parkeren. Tevens is bepaald, dat wanneer deze Kadernota gedurende de planperiode wijzigt, rekening moet worden gehouden met de wijziging (dynamische verwijzing). Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning, onder voorwaarden, van de geldende parkeernorm afwijken. De regels ten aanzien van de parkeren zijn te raadplegen in Artikel 7 Algemene gebruiksregels.
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
8 - 32
Hoofdstuk 3
Wonen
3.1 Bestaande situatie De bestaande bestemmingsplannen binnen de gemeente Halderberge bieden op dit moment onvoldoende sturingsmogelijkheden voor de regulering van huisvesting van arbeidsmigranten. In het genoemde raadsbesluit (11-02-2021) is beschreven dat de gemeente streeft naar het realiseren van een humaan verblijf voor arbeidsmigranten. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste sturingsmogelijkheden voor de regulering van huisvesting van arbeidsmigranten. Het uitgangspunt is om de regels omtrent de begrippen woning, wonen en bewoning eenduidig te houden om te voorkomen dat arbeidsmigranten zich middels kamergewijze verhuur vestigen in een woonwijk dan wel in recreatieve voorzieningen hun intrek nemen. In de Eerste herziening bestemmingplan Buitengebied Halderberge (14-12-2017) is al het een en ander geregeld over seizoenarbeiders bij agrarische bedrijven, als afwijking in bouw- en gebruiksregels. Deze regels behoeven in feite geen aanpassing.
3.2 Definities en huidige regeling In beginsel bestaat er een verschil tussen seizoenarbeiders, tijdelijke arbeidsmigranten en arbeidsmigranten. Daarbij komt bijvoorbeeld seizoensarbeid zowel voor bij agrarische bedrijven, als horeca en recreatie. In de Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge zijn geen definities opgenomen. Het 'Voorbereidingsbesluit Huisvesting arbeidsmigranten' spreekt van arbeidsmigranten, waar 'internationale werknemers' mee worden aangeduid. Definitie arbeidsmigranten (Toetsingskader Humane Huisvesting Arbeidsmigranten) Arbeidsmigranten zijn personen die voor kortere of langere tijd naar Nederland komen om hier te werken en te wonen. Er wordt een onderscheid gemaakt in tussen short-, mid- en longstay van arbeidsmigranten. Bij de huisvesting van arbeidsmigranten wordt gericht op de groep arbeidsmigranten die niet de intentie heeft om voor een langere tijd te blijven, of wel de intentie heeft om voor langere tijd te verblijven maar nog niet terecht kan op de reguliere woningmarkt vanwege de krapte. In de Eerste herziening bestemmingplan Buitengebied Halderberge vallen arbeidsmigranten onder seizoenarbeiders. Er zijn ook voorbeelden waarin seizoenarbeiders worden gezien als tijdelijke arbeidsmigranten.
Dit onderscheid wordt gedaan: Huisvesting van 'definitieve' arbeidsmigranten' is mogelijk via de reguliere woningmarkt door een huis te kopen of een huis te huren, bijvoorbeeld van een corporatie. Werknemers kunnen dit rechtstreeks regelen dan wel door tussenkomst / via bemiddeling van werkgevers en makelaars. Hieronder worden arbeidsmigranten verstaan die een huishouden vormen. Bij huisvesting van 'tijdelijke arbeidsmigranten' is geen sprake van een regulier huishouden, omdat de continuïteit in de samenstelling ontbreekt. Ook is er in veruit de meeste gevallen geen sprake van onderlinge verbondenheid, ook al verrichten de tijdelijke werknemers hetzelfde werk, hebben zij dezelfde nationaliteit en doen zij het huishouden gezamenlijk. Omdat het Toetsingskader Humane Huisvesting Arbeidsmigranten spreekt over arbeidsmigranten wordt deze terminologie aangehouden. Huidige regeling huisvesting seizoensarbeiders De regels voor afwijking zijn opgenomen in bouw- en gebruiksregels voor Agrarisch (artikel 3.3.6), Agrarisch met waarden - Landschapswaarden (artikel 4.4.6) en Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden (artikel 5.3.5).
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in de regels voor het plaatsen van stacaravans of andere verblijfseenheden ten behoeve van de huisvesting van seizoenarbeiders, met inachtneming van vastgestelde regels en voorwaarden. In artikelen 3.5.3, 4.6.3 en 5.5.3 (afwijken gebruik bestaande bedrijfsgebouwen ten behoeve van seizoenarbeiders) van
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
9 - 32
datzelfde plan kan het bevoegd gezag onder voorwaarden een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.1 (bestemmingsomschrijving) voor het gebruik van bestaande bedrijfsgebouwen ten behoeve van de huisvesting van seizoenarbeiders. De tijdelijke huisvesting (maximaal 9 maanden) van seizoenarbeiders staat de gemeente via een afwijking tijdelijk toe in stacaravans of andere verblijfseenheden op het erf. Logies in de eigen bedrijfswoning is direct toegestaan. Het verbouwen van eigen bedrijfsgebouwen ten behoeve van bewoning acht de gemeente niet wenselijk vanuit de optiek van handhaving. Wel kan via een afwijking toestemming verleend worden voor het gebruik van bedrijfsgebouwen voor tijdelijke bewoning door seizoenarbeiders. Er wordt huisvesting ten behoeve van maximaal 50 werknemers toegestaan. Eerder is slechts in beperkte mate gebruik gemaakt van deze afwijkingsregels
3.3 Toekomstige situatie De geldende bestemmingsplannen bieden onvoldoende sturingsmogelijkheden voor de regulering van huisvesting van arbeidsmigranten. Met het 'Toetsingkader humane huisvesting arbeidsmigranten' zet de gemeente in op kwalitatief goede en voldoende huisvesting voor arbeidsmigranten om zo de (boven)lokale economie te versterken en uitbuiting te voorkomen. Hierbij wil de gemeente de druk op de woningmarkt verminderen en de leefbaarheid in de wijken vergroten door kamergewijze verhuur in woningen niet meer toe te staan en in te zetten op centrale huisvesting van arbeidsmigranten. Centrale huisvesting biedt daarnaast de mogelijkheid om de arbeidsmigranten op recreatieparken en kampeerterreinen te herhuisvesten waardoor de recreatieve functie van deze voorzieningen versterkt. Om de leefbaarheid in de wijken te versterken wordt kamergewijze verhuur in woningen niet langer toegestaan. Er kan afgeweken worden bij een omgevingsvergunning, mits aangetoond is dat de huisvesting in overeenstemming is met het nieuw vastgestelde beleid, stedenbouwkundig toelaatbaar is, er een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en er geen onevenredige nadelige effecten ontstaan voor de gebruiksmogelijkheden van de aangelegen gronden en bouwwerken.
3.4 Achtergrond -kaders Toetsingskader Humane Huisvesting Arbeidsmigranten Arbeidsmigranten wonen, werken en leven al jaren in de gemeente Halderberge. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan de (boven)lokale economie. Door het tekort op de arbeidsmarkt is er een stijging in het aantal arbeidsmigranten te zien. Hierdoor komt ook de woningmarkt, de leefbaarheid in de wijken en de recreatieve sector onder druk te staan. Ook komt het voor dat arbeidsmigranten slecht worden gehuisvest wat het risico op gezondheidsproblemen, uitbuiting en overlast vergroot. Daarnaast maken inwoners zich zorgen over mogelijk negatieve aspecten van deze huisvesting. Dit brengt nieuwe vraagstukken met zich mee: Vitaal Buitengebied De gemeente zet in op kwalitatief goede en voldoende huisvesting voor arbeidsmigranten om zo de (boven)lokale economie te versterken en uitbuiting te voorkomen. Binnen de bestuurlijke koers 'Vitaal Buitengebied' is een plan van aanpak opgenomen om de huisvesting van arbeidsmigranten te verbeteren. Het is een opgave voor het hele grondgebied en beperkt zich niet tot alleen het buitengebied. Regionaal afsprakenkader Er is afstemming en samenwerking met gemeenten in de regio West-Brabant en de Provincie Noord- Brabant. Dit leidde tot het opstellen van een Afsprakenkader arbeidsmigranten Regio West-Brabant.
Het gemeentelijk toetsingskader sluit aan bij het regionale afsprakenkader. De ambities, knelpunten en oplossingen In het collegewerkprogramma en raadsprogramma zijn de volgende ambities opgenomen ten aanzien van de huisvesting van arbeidsmigranten: Voor arbeidsmigranten is er voldoende en veilige huisvesting
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
10 - 32
De huisvesting van arbeidsmigranten is evenwichtig verspreid over de kernen en is afgestemd op de behoefte De huisvesting van arbeidsmigranten vindt niet (beperkt) plaats op recreatieve voorzieningen De huisvestingsopgave van arbeidsmigranten wordt (sub)regionaal afgestemd. Binnen het huidige 'Beleidskader arbeidsmigranten' (vastgesteld 4 februari 2016) zijn ten aanzien van de huisvesting van arbeidsmigranten kaders opgenomen voor reguliere woningen, agrarisch bedrijf en nieuwbouw binnen bestaand stedelijk gebied. Ondanks deze kaders ontstaan er knelpunten doordat woningen in woonwijken worden verhuurd. Om dit tegen te gaan wil de gemeente Halderberge: 1. Kamergewijze verhuur in eengezinswoningen niet meer toestaan Het komt naar voren dat inwoners een woning in een woonwijk niet geschikt vinden voor kamergewijze verhuur. Om de leefbaarheid in de wijken te versterken wil de gemeente kamergewijze verhuur in woningen niet langer toegestaan. 2. Handhavend optreden tegen verblijf van arbeidsmigranten in recreatiewoningen De gemeente heeft de ambitie om de recreatieve functie te versterken. Om dit te bereiken zal handhavend worden opgetreden tegen huisvesting van arbeidsmigranten op vakantieparken. 3. Inzetten op centrale huisvesting van arbeidsmigranten Centrale huisvesting geeft efficiënt en effectief ruimte aan de (her-)huisvesting.
Er is meer effectief toezicht en overlast voor de directe omgeving kan worden voorkomen. Centrale huisvestingslocaties zijn niet zonder meer toegestaan onder de huidige planologische regimes. Hierdoor moet altijd gewerkt worden met een tijdelijke ontheffing. De gemeente heeft in die situatie een regierol in de projectkaders. Toetsingskader centrale huisvesting arbeidsmigranten De gemeente speelt een rol bij het huisvesten van arbeidsmigranten door de (ruimtelijke) kaders te bepalen waarin de huisvesting mogelijk is. Het toetsingskader biedt ruimte om de lokale vraag naar arbeidsmigranten in te vullen en kwalitatief goede en verantwoorde huisvesting. Dit toetsingskader voorziet in de huisvesting van de shortstay en midstay arbeidsmigranten. Longstay arbeidsmigranten zullen hun plek (moeten) vinden binnen de reguliere woningmarkt. De locatie moet altijd ruimtelijk inpasbaar zijn en blijft altijd maatwerk. Ruimtelijke criteria Centrale huisvesting is enkel toegestaan aan de rand van de bebouwde kom of bedrijventerreinen en niet in recreatieve voorzieningen. Het criterium is opgenomen dat zij bij voorkeur binnen een straal van 2 km (circa 15 - 20 minuten lopen) van een supermarkt worden gehuisvest. Een goede ontsluiting van de centrale huisvesting voor auto's, fietsers en wandelaars is van belang om verkeersoverlast in de directe omgeving te voorkomen.
Arbeidsmigranten moeten zich makkelijk per fiets of te voet kunnen verplaatsen. Ook moeten er onderzoeken naar onder andere flora en fauna, archeologie en verschillende milieuaspecten gedaan worden. Borging en relatie met het huidige beleidskader arbeidsmigranten Voor de borging van het totale beleid aan huisvesting arbeidsmigranten zijn de volgende beleidsdoelen opgesteld: 1. Voldoende huisvesting op de juiste plaats 2. Beheersbare en veilige huisvesting 3. Veilige woon- en leefomgeving 4. Juiste registratie van arbeidsmigranten 5. Heldere toegang naar het sociaal domein Het raadsbesluit van 11 februari 2021 inzake arbeidsmigranten is niet zozeer een beleidsplan (en is ook niet juridisch als beleidsplan in procedure gebracht of bekendgemaakt e.d.) maar geeft wel kaders. Dit raadsbesluit is als bijlage bij de toelichting van het paraplu bestemmingsplan opgenomen.
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
11 - 32
3.5 Wijze van bestemmen Er is eenduidigheid wenselijk in de begripsbepalingen en regels omtrent woning/wonen/bewoning. Dit is van toepassing op nieuwe situaties. De gemeente treedt handhavend op indien er in bestaande situaties reeds sprake is van strijdigheid met een beleidsregel of wanneer sprake is van een inhumane huisvesting. De regeling Naast de begrippen wordt ook de betreffende artikelbeschrijving meegenomen, zodat het eenduidig is en op elkaar aansluit. De regeling wordt afgestemd op het te maken onderscheid: arbeidsmigranten (incl. seizoenarbeiders) en medewerkers horeca/recreatie. Regeling kamergewijze verhuur De nieuwe regeling voorziet in een aanpassing van de bestemmings- of doeleindenomschrijving van een groot aantal bestemmingen. Met het paraplubestemmingsplan wordt de kamergewijze verhuur alleen via een afwijkingsbevoegdheid mogelijk. Ongewenste huisvestingsvormen in woningen en in de omgeving worden hiermee voorkomen. Het gaat dan om bestemmingen waar de woonfunctie globaal als 'het wonen' is omschreven. Dit begrip wordt vervangen door 'het wonen in een woning'. Hierdoor zijn, zoals ook de intentie van de regeling in de geldende plannen altijd is geweest, woningen in principe weer bedoeld voor de huisvesting van één huishouden. Deze aanpassing betreft de bestemmingen waarbinnen de functie wonen is toegestaan.
Naast de aanpassing in de bestemmingsomschrijving is in de betreffende bestemmingen een gebruiksverbod toegevoegd. Daarin is bepaald dat 'het gebruik van een woning door meer dan één huishouden' strijdig is. Met dit gebruiksverbod wordt benadrukt dat een woning niet is bedoeld voor de huisvesting van meerdere huishoudens. Tot slot is een bepaling toegevoegd met een afwijkingsbevoegdheid om medewerking te kunnen verlenen aan verzoeken voor kamergewijze verhuur of het realiseren van bijvoorbeeld bijzondere woonvormen. In die afwijkingsbevoegdheid wordt verwezen naar de beleidsregel 'huisvesting arbeidsmigranten en seizoenarbeiders'. De regels ten aanzien van Wonen zijn te raadplegen in Artikel 5 Wonen.
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
12 - 32
Hoofdstuk 4 Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing 4.1 Bestaande situatie In het vigerende bestemmingsplan 'Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge' uit 2017 is een regeling opgenomen voor Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (hierna: Vab). In dat bestemmingsplan zijn meerdere regels over verbrede landbouw opgenomen én over Wonen-Vab of niet-agrarische-bedrijven, na beëindiging van het (agrarische) bedrijf. Het slopen van bebouwing is een voorwaarde in het kader van kwaliteitsverbetering. Een aantal artikelen dient herzien te worden met betrekking tot wijzigingsbevoegdheid, wijzigen naar Wonen en wijzigen ten behoeve van niet-agrarische functies. Het geldende bestemmingsplan biedt al ruime mogelijkheden voor functieverandering na bedrijfsbeëindiging, middels een afwijkingsregeling of een wijzigingsbevoegdheid. De regels in het bestemmingsplan (artikelen 3, 4 en 5) voor bedrijvigheid/wonen/wonen-Vab zijn identiek: Omzetting naar bedrijvigheid cat.1 en 2 is mogelijk én naar 3.1 indien agrarisch verwant en/of technisch hulpbedrijf. Omzetting naar Wonen is toegestaan indien het bouwvlak groter is dan 1 ha en het bestemmingsvlak Wonen tot 1500m2 wordt teruggebracht met daarbij nog maximaal 200m2 aan voormalige bedrijfsbebouwing/bijgebouwen Er is geen specificatie opgenomen ten behoeve van kwaliteitsverbetering.
Dit valt in cat.1 van het afsprakenkader kwaliteitsverbetering landschap, inhoudende dat geen extra inspanning is vereist. Omzetting naar Wonen-Vab is toegestaan als het bestemmingsvlak tot max 5000m2 wordt teruggebracht met daarbij nog maximaal 500 m2 aan voormalige bedrijfsbebouwing/bijgebouwenen doelmatig gebruik. Bij het omzetten naar Wonen-Vab is derhalve kwaliteitsverbetering volgens categorie 2 nodig. De huidige mogelijkheden zijn opgenomen in de tabel in Bijlage 2. Het vraagstuk voor hergebruik van agrarisch vastgoed doet zich vooral voor nu de agrarische sector, onder meer door veranderende wetgeving met betrekking tot stikstof, onder druk staat. De gemeente krijgt steeds vaker te maken met stoppende agrarische bedrijven. Daarbij is er in Halderberge een tekort aan reguliere percelen op de gemeentelijke bedrijventerreinen. De regionale bedrijventerrein zijn veelal geschikt voor andersoortige en grootschalige activiteiten. Deze voorzien niet altijd in de kleinschalige behoefte bij onze ondernemers. De regeling in het bestemmingsplan voor het buitengebied uit 2017 vindt zijn oorsprong in het bestemmingsplan uit 2011. De voorbereidingen voor dit bestemmingsplan startten in 2009. In deze periode is ook de provinciale regelgeving diverse malen gewijzigd, te weten de provinciale verordening 2010-2012-2014-2019. De verordening is in de loop der jaren flexibeler geworden.
Het gemeentelijk bestemmingsplan is hierop niet voortdurend noch volgtijdelijk afgestemd. NB: In de volgende artikelen worden de zinsneden gemarkeerd die in dit parapluplan aangepast dienen te worden. Artikelen 3.6.9, 4.8.9 en 5.7.8 uit het bestemmingsplan luiden als volgt: Wijziging naar de bestemming 'Wonen' met aanduiding VAB Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen' met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - VAB', met in achtneming van de volgende regels: a. de wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak; b. het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is niet langer mogelijk; c. het bouwvlak wordt verwijderd en het bestemmingsvlak 'Wonen' met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen VAB' bestaat uit de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken, tuinen, erven en verhardingen; d. de woning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; e. de woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieu-hygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat;
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
13 - 32
f.
g.
h.
de voormalige overtollige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt waarbij: 1. zuinig ruimtegebruik wordt toegepast door aan te sluiten bij bestaande bebouwing of, al dan niet door herschikking, optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte, waarbij het bestemmingsvlak zoveel mogelijk wordt verkleind; 2. het bestemmingsvlak maximaal 0,5 ha mag bedragen; 3. er maximaal 500 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing toegestaan is voor doelmatig gebruik, waarbij de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' wordt gebruikt om deze bijbehorende bouwwerken te duiden; er is sprake van ruimtelijke kwaliteitsverbetering die tevens is veiliggesteld en vastgelegd overeenkomstig het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap West-Brabant zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. Indien gekozen wordt voor landschappelijke inpassing bij wijze van kwaliteitsverbetering dan dient de landschappelijke inpassing in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door het opnemen van de bestemming 'Groen' met de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing. bij rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten met een oppervlakte groter dan 500 m2 geldt de bestaande oppervlak als maximaal resterende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing.
De artikelen 3.6.10, 4,8,10 en 5.7.9 zijn soortgelijk. Deze gaan over het wijzigen van de agrarische bestemming in de bestemming Wonen, als het huidig bouwvlak minimaal 1 ha. groot is. Daarbij wordt het bestemmingsvlak tot 1500 m2 verkleind én mag maximaal 200 m2 voormalige bedrijfsbebouwing resteren. Artikel 3.6.11, 4.8.11 en 5.7.10 luiden als volgt: Wijziging ten behoeve van niet-agrarische functies Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vestiging van niet-agrarische functies, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak; b. het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is niet langer mogelijk; c. het bouwvlak wordt verwijderd en de oppervlakte van het bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan 5.000 m2 waarbinnen de voormalige bedrijfswoning met bijhorende verhardingen en bebouwing ten behoeve de niet-agrarische functie is gesitueerd; d. in afwijking van het bepaalde onder c mag de omvang van het bestemmingsvlak ten behoeve van een agrarisch technisch hulpbedrijf, agrarisch verwant bedrijf, horeca, dagrecreatieve en/of maatschappelijke voorziening niet meer bedragen dan 1,5 ha; e. overtollige bebouwing wordt gesloopt; f. de ontwikkeling leidt niet tot 2 of meer zelfstandige bedrijven; g.
de volgende niet-agrarische functies zijn toegestaan: 1. statische binnenopslag; 2. recreatie; 3. een agrarisch-technisch hulpbedrijf en/of een agrarisch verwant bedrijf in categorie 1, 2 of 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (zie bijlage 1) of een naar aard en invloed hiermee gelijk te stellen bedrijf; 4. een niet-agrarisch bedrijf in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (zie bijlage 1) of een naar aard en invloed hiermee gelijk te stellen bedrijf; 5. zorgboerderijen, kinderboerderijen, educatieve en sociale voorzieningen; h. bij niet-agrarische functies genoemd in sub g onder 2 en 5 is ondergeschikte horeca toegestaan tot een oppervlakte van 50 m2, tevens is aansluitend een terras van maximaal 50 m2 toegestaan; i. buitenopslag en opslag in kassen zijn niet toegestaan; j. detailhandel en/of een zelfstandige kantoorvoorziening met baliefunctie is niet toegestaan; k. de niet-agrarische functie mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; l. de niet-agrarische functie mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben; m.
er is sprake van ruimtelijke kwaliteitsverbetering die tevens is veiliggesteld en vastgelegd overeenkomstig het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap West-Brabant zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. Indien gekozen wordt voor landschappelijke inpassing bij wijze van
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
14 - 32
kwaliteitsverbetering dan dient de landschappelijke inpassing in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door het opnemen van de bestemming 'Groen' met de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'. Ook in de bestemming 'Bedrijf' (artikel 6) is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt om Ook in de bestemming 'Bedrijf' (artikel 6) is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt om voormalige bedrijfswoningen te wijzigen naar de bestemming Wonen. Artikel 6.5.2 Wijzigen naar wonen luidt als volgt: Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen', voor zover het de voormalige bedrijfswoning betreft, waarbij moet worden voldaan aan de volgende regels: a. het bedrijf ter plaatse is beëindigd; b. het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 1.500 m2 met daarin de voormalige bedrijfswoning met bijhorende bouwwerken, erven en verhardingen. Gelijktijdig vindt wijziging plaats van de overige gronden naar de overeenkomstig aangrenzende bestemming Agrarisch', 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en/of 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden'; c. de voormalige overtollige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt, waarbij: 1.
maximaal 10% van de oppervlakte van de te slopen overtollige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 900 m3 of aan de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 240 m2; 2. in uitzondering op sub c onder 1 mag ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingsconcentratie' maximaal 20% van de oppervlakte van de te slopen overtollige bedrijfsgebouwen worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 900 m3 of aan de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 240 m2; d. er is sprake van ruimtelijke kwaliteitsverbetering die tevens is veiliggesteld en vastgelegd overeenkomstig het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap West-Brabant zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. Indien gekozen wordt voor landschappelijke inpassing bij wijze van kwaliteitsverbetering dan dient de landschappelijke inpassing in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door het opnemen van de bestemming 'Groen' met de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'; e. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' dienen gehandhaafd te blijven; f.
de woning mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven; g. de woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat; h. er dient te worden voldaan aan de parkeernorm zoals aangegeven in artikel 39.2. Wijzigingsplannen In de loop van de tijd zijn al enkele procedures doorlopen voor de omzetting van agrarisch naar wonen en wonen-vab en voor agrarisch naar bedrijf. Er zijn bedrijfsbestemmingen gelegd op Roosendaalsebaan 1 Oud Gastel, De Hoop 4 Hoeven, Gors 72 Hoeven, Pietsweg 6b Oud Gastel.
4.2 Agrarische sector brabantbreed In Noord-Brabant zijn er in 2020 bijna 4700 bedrijven met een bedrijfshoofd boven de 55 jaar. Daarvan stoppen tussen 2020 tot 2035 nog 2.500 tot 3.000 agrarische bedrijven op ca. 2.900 tot 3.500 agrarische locaties. Deze bedrijven hebben namelijk geen potentiële opvolger. Op deze vrijkomende agrarische locaties staat 6,0 tot 8,3 miljoen m2 agrarische bebouwing (daarvan is 4,9 tot 6,7 miljoen m2 enkel bedrijfsgebouwen (stallen of schuren). Een deel van deze agrarische gebouwen wordt nog hergebruikt voor agrarische doeleinden, aangezien steeds meer bedrijven op verschillende nevenlocaties actief zijn. Zeker in de veehouderij is dit aan de orde. Dit zijn met name de gebouwen die de afgelopen jaren gebouwd zijn en nog voldoen aan de hedendaagse eisen. Aanname is dat gebouwen die na 2015 gebouwd zijn nog in agrarisch gebruik blijven. Daarnaast worden in de toekomst op een deel van de vrijgekomen agrarische erven niet-agrarische bedrijven gevestigd. Op basis van de resultaten uit deze en voorgaande onderzoeken wordt uitgegaan van hergebruik op 25% van de locaties. In de periode 2012 - 2020 was het aandeel hergebruik voor andere bedrijvigheid ruim 20 %; daar komt agrarisch hergebruik van relatief nieuwere stallen dan nog
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
15 - 32
bij. In totaal (wonen en niet-agrarisch gebruik) is de verwachting dat 2,3 tot 3,4 miljoen m2 nog hergebruikt gaat worden. Van de resterende oppervlakte, 2,6 tot 3,3 miljoen m2, is de verwachting dat deze niet of zeer beperkt hergebruikt gaan worden en leeg komt te staan. Ten opzichte van het vorige onderzoek is de omvang van de prognose VAB wat groter; dat komt deels doordat de periode in dit onderzoek iets langer is: namelijk 15 jaar, tegenover 13 jaar in het voorgaande onderzoek. Daarnaast blijkt ook dat het oppervlak aan bedrijfsgebouwen per vrijkomende locatie met gemiddeld 2400 m2 per locatie, groter is dan de voorgaande prognose, toen het om ruim 2000 m2 per locatie ging. Dat komt door de schaalvergroting in de landbouw, waardoor ook de stoppende bedrijven in de loop van de tijd groter zijn. Het oppervlak aan bedrijfsgebouwen dat per jaar vrijkomt in deze prognose is 0,55 miljoen m2 per jaar, tegenover 0,49 miljoen m2 in het voorgaande onderzoek. Deze stijging komt doordat de huidige prognose 5 jaar verder gaat, waarin weer grotere bedrijven stoppen dan in de prognose tot 2030. In het recente onderzoek is gebleken dat bedrijven in de loop naar 2020 in relatie tot het besluit Huisvesting versneld zijn gestopt met de bedrijfsvoering, terwijl ze zonder deze regels mogelijk nog wat langer waren doorgegaan én dat er grotere bouwvolumes op de agrarische erven vrijkomen.
Op de vrijkomende erven staat relatief meer bebouwing van een recenter bouwjaar dan voorheen, waardoor de mogelijkheden voor hergebruik door andere bedrijven groter zijn. Dit leidt in de prognose tot een grotere oppervlakte die hergebruikt gaat worden voor agrarische bedrijven. Dit is deels gebaseerd op aannames en omgeven met veel onzekerheid, maar past wel in de trend dat steeds meer agrarische bedrijven op meerdere locaties actief zijn en locaties van stoppers met nog relatief nieuwe stallen en schuren deels overnemen. In dergelijke situaties kan de stopper op het erf blijven wonen en worden de stallen verhuurd aan een ander bedrijf. Dit betekent dat er weliswaar wel een bedrijf is gestopt, bijvoorbeeld vanwege leeftijd en geen opvolger, maar dat de agrarische bedrijfslocatie vooralsnog doorgaat.
4.3 Toekomstige situatie In de praktijk blijkt dat de voorwaarde om gebouwen te slopen een belemmering vormt om gebruik te maken van de regeling. Inwoners zien sloop vaak als een onnodige kapitaalsvernietiging, technisch niet haalbaar en/of zien het als hun pensioen, willen graag nog mogelijkheden openlaten, zijn nog hobbyboer, doen nog wat loonwerk als nevenfunctie (naast reguliere werk). Het is de ambitie van de gemeente om leegstand van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied te voorkomen. Met oog voor de leefbaarheid en veiligheid in het buitengebied én met oog voor de gezondheid van de bewoners. Door het mogelijk maken en stimuleren van innovaties, creativiteit en herstructurering zijn ondernemers en bewoners minder kwetsbaar voor (ondermijnende) criminaliteit, wordt verkrotting en verrommeling tegengegaan en blijft het buitengebied vitaal. Gemeente Halderberge beschikt momenteel al over ruime mogelijkheden om hergebruik toe te staan, maar de intentie is om de regeling gebiedsgericht te verruimen. De gemeente wil daarom een meer flexibel gebruik toestaan. Juist door minder aan sloop te eisen, zijn mensen eerder bereid om mee te werken aan bijvoorbeeld natuurontwikkeling en landschappelijke inpassing, om op die wijze een gebied een kwaliteitsimpuls te geven.
Kwaliteitsverbetering kan niet alleen worden bereikt door sloop, maar juist ook door het (onder strikte voorwaarden) behouden en hergebruiken van vrijkomende agrarische (bedrijfs)bebouwing. Dit bestemmingsplan voorziet derhalve in een gedeeltelijke herziening van de huidige regeling, waarbij de intentie is dat er niet onnodig hoeft te worden gesloopt. Daardoor wordt de procedure om bestaande gebouwen van een nieuw gebruik te voorzien inzichtelijker en korter. Bestaande regels met betrekking tot afwijkingen voor nevenfuncties worden niet herzien. Het agrarisch bedrijf moet in dat geval de hoofdactiviteit blijven. De systematiek van het werken met een wijzigingsbevoegdheid blijft van toepassing. Voor de invulling van de regeling is onder andere gekeken naar de regelingen zoals die in omliggende gemeenten wordt toegepast. Tenslotte wijzigt dit plan niets aan het beleid inzake Ruimte-voor-ruimte. De visie uit 2009 blijft hiervoor gelden. Ook in de gemeentelijke omgevingsvisie wordt dit niet aangepast. Separaat wordt in 2023 bekeken of het beleid "Ruimte-voor-ruimte" aanpassing behoeft, hetgeen ook in relatie staat tot het recent gewijzigde provinciale beleid en de provinciale verordening.
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
16 - 32
De gemeente wil ook wooneenheden in cultuurhistorisch waardevolle (CHW)-bebouwing mogelijk maken. De waarde kan blijken uit het huidige bestemmingsplan en/of rijksmonumentenlijst en/of gemeentelijke monumentenlijst en/of de provinciale CHW-kaart en/of uit een maatwerkrapport c.q. redengevende omschrijving van bijvoorbeeld het monumentenhuis. Als het alleen om de CHW gaat, is dit enkel mogelijk in een bebouwingsconcentratie. Gaat het om een beeldbepalend gebouw, dan kan de vraag tot extra wooneenheden zich ook buiten een concentratie voordoen. Bijzondere woonvormen in het buitengebied worden niet onder de wijzigingsvoorwaarde gebracht. Maatwerk is wenselijker dan een generieke regeling. Als een initiatief niet binnen de kaders van het VAB-plan past, dat is het niet persé onmogelijk en is maatwerk mogelijk. De visie De Stoof en omgeving wordt als richtinggevend gebruikt.
4.3.1 Achtergrond-kaders Ruimte voor (duurzaam) agrarisch ondernemen Het buitengebied van Halderberge heeft een overwegend divers agrarisch en groen karakter. De bestaande agrarische bedrijven moeten ook in de toekomst hun bedrijfsvoering uit kunnen voeren. Met name de vruchtbare kleigronden hebben een belangrijke functie voor de agrarische productie in de vorm van vooral akkerbouw. Dit betreft met name het open landschap, zoals opgenomen op de waardenkaart. Nergens is de agrarische sector in Nederland al zo ver richting een circulaire landbouw als in West-Brabant. Binnen het praktijkcluster Nieuw Prinsenland krijgt de biobased economy vorm en kan een voorbeeld zijn voor de rest van Nederland. De agrarische sector van Halderberge kan daar op meeliften. De gemeente wil deze uitstekende agrarische functie behouden en versterken en ruimte bieden aan innovaties om de functie als topsector te kunnen blijven vervullen. In het halfopen landschap is er sprake van een grotere diversiteit aan functies. Dit gebied kenmerkt zich door de combinatie van agrarische bedrijven, niet-agrarische bedrijven, wonen en recreëren. De gemeente ziet deze gemengde functies ook in de toekomst naast elkaar bestaan, waarbij uiteraard bestaande (agrarische) bedrijven niet gehinderd mogen worden in hun bedrijfsvoering. Verdere verdichting van het gebied willen we voorkomen.
De gemeente streeft naar: Een gezonde en duurzame leefomgeving Ruimte voor uitbreiding van bestaande agrarische bedrijven, mits deze niet voor grotere druk op het milieu en de leefomgeving van omwonenden zorgen. We ondersteunen de bestaande veehouderijen om zich op een duurzame manier te ontwikkelen. Voor de duurzame ontwikkeling volgen we de regels die de provincie daarvoor heeft gesteld. Daarbij hanteren we ook de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid. Het ondersteunen van ondernemers die de omslag willen maken naar een meer duurzame, natuurinclusieve bedrijfsvorm Het bieden van mogelijkheden om de bedrijfsvoering uit te breiden met nevenfuncties. In het open landschap dat primair een agrarische functie heeft, zijn we terughoudend met nevenfuncties die potentieel een belemmering kunnen vormen voor de agrarische functie, zoals verblijfsfuncties. Anderzijds zijn hier nevenfuncties met een duidelijke koppeling met de agrarische functie juist kansrijk, zoals verkoop van eigen producten en een kookstudio. Het voorkomen van een verdere verdichting van ons buitengebied. We werken daarom niet mee aan de vestiging van een nieuw bedrijf, tenzij het gaat om een verplaatsing om een knelpunt elders op te lossen.
Het stimuleren van duurzame energievormen en biodiversiteit bij nieuwe ontwikkelingen, zoals zonnepanelen op daken en groene daken Een kwalitatief goede en voldoende huisvesting voor arbeidsmigranten. Dit om zo de (boven)lokale economie te versterken en uitbuiting te voorkomen. Hiervoor hebben we het toetsingskader humane huisvesting arbeidsmigranten opgesteld Een goede en verkeersveilige infrastructuur op gebied van wegen, kabels en leidingen Visie van de gemeente Het buitengebied verandert. Voor agrarische bedrijven is het steeds moeilijker om aan alle eisen van wet- en regelgeving te voldoen. Daarnaast hebben veel bedrijven geen opvolger. Daarom stoppen steeds meer bedrijven, met leegstand tot gevolg. Leegstand en verwaarlozing van deze gebouwen heeft grote invloed op de kwaliteit van buitengebied van Halderberge. De gemeente wil leegstand van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing in het
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
17 - 32
buitengebied voorkomen. Door het mogelijk maken en stimuleren van innovaties, creativiteit en herstructurering zijn ondernemers en bewoners minder kwetsbaar voor (ondermijnende) criminaliteit en wordt verrommeling tegengegaan. De gemeente maakt geen (uitputtende) lijst van mogelijkheden, om ruimte te bieden aan innovatieve ideeën en aan te haken bij de uitnodigingsplanologie uit de aanstaande Omgevingswet. Wel moet elk initiatief, dat geldt per individueel bedrijf, aan voorwaarden voldoen. Er moet per saldo sprake moet zijn van een versterking van de omgevingskwaliteit. Het initiatief houdt rekening met de zonering. Om het karakter van het buitengebied in stand te laten, vinden we het belangrijk dat een herontwikkeling aansluit bij de omvang van het bestaande erf. Het erf wordt bij voorkeur verkleind naar ca 2.500 m2. Een kleine vergroting is wel mogelijk, maar uitsluitend in ruil voor extra investeringen in de omgevingskwaliteit. Bij bestaande, grote erven vormt een nieuwe omvang van 5.000 m² de absolute bovengrens. De vorm en ligging van het voormalige bouwvlak is niet op voorhand bepalend. Ook een vormverandering of verschuiving van het erf is mogelijk, mits het geheel nog wel de omvang en uitstraling heeft van een agrarisch erf. Er moet sprake blijven van een koppeling tussen de aanwezige woning en de nieuwe functie.
De bebouwing moet ruimtelijk en functioneel bij elkaar blijven behoren en dezelfde bestemming hebben. Deze voorwaarde is belangrijk om te voorkomen dat de woning en de bedrijfsgebouwen worden opgesplitst. Opsplitsing leidt al snel tot overlast over en weer en roept de vraag weer op naar huisvesting voor de ondernemer van de functie in de bedrijfsgebouwen. Omliggende functies mogen door een ontwikkeling niet worden belemmerd. Bedrijfsverzamelgebouwen en splitsing in meerdere bedrijven is niet gewenst. In geval van verblijfsfuncties moet er sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. We bieden geen ruimte aan: 1. reguliere detailhandel zonder meerwaarde voor het buitengebied; 2. bedrijven die veel verkeer aantrekken, met name logistieke bedrijven; 3. bedrijven die veel milieuoverlast veroorzaken. Milieucategorie 3.2 en hoger wordt niet toegestaan. 4. op zichzelf staande mestbewerking en/of -verwerking. Werkwijze Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt er sinds een aantal jaar in de gemeente Halderberge al gewerkt met een uniform werkproces voor nieuwe initiatieven, te weten het digitale loket Ruimtelijk & Maatschappelijk Initiatief (R&MI). Richting de Omgevingswet is dit verder uitgerold en aangevuld met een intake- en omgevingstafel.
Dit alles om integraal ten aanzien van een vraagstuk de wenselijkheid en haalbaarheid te bekijken, alvorens een collegebesluit over principemedewerking voor te bereiden. Aan de hand van dit collegebesluit wordt aan initiatiefnemer dit kan een eigenaar of toekomstige koper zijn - gemeld of een planprocedure kan worden voorbereid, welke planprocedure dit is, wordt een overeenkomst opgesteld (anterieur voor het plankostenverhaal én een overeenkomst voor kwaliteitsverbetering van het landschap) en wordt aangegeven welke voorwaarden aan het vervolg kleven c.q. welke onderzoeken nodig zijn. Zo kan ook worden vastgesteld of een bedrijfsplan noodzakelijk is c.q. of een eventueel ingediend bedrijfsplan voldoende en serieus genoeg wordt geacht om het vraagstuk te onderbouwen. Een dergelijk plan wordt noodzakelijk geacht, mede om te voorkomen dat initiatieven, ook op langere termijn, niet haalbaar zijn of economisch niet rendabel. Een veelvoud aan soortgelijke initiatieven willen we niet. De gemeente draagt zorgt voor bewustmaking hiervan bij initiatiefnemers. Ter illustratie, het is niet wenselijk dat er in het buitengebied een veelvoud aan caravanstallingen ontstaat. Bebouwing moet niet persé, koste wat kost, in stand worden gehouden. Ook dat werkt leegstand en ondermijnende criminaliteit in de hand.
Dit in navolging van de werkwijze/handreiking van het Taskforce-RIEC/LIEC ten aanzien van bestuurlijke weerbaarheid in het buitengebied. Het aspect veiligheid en ondermijning worden nadrukkelijke in de ruimtelijke afweging betrokken. Medewerking kan leegstand en ondermijning voorkomen. En anderzijds, bij sloop kan actief worden meegedacht aan transformatie. De Taskforce is mede de aanleiding om het project Vitaal Buitengebied te starten. Het bedrijfs- c.q. ondernemersplan wordt intern getoetst. Hieraan gekoppeld, bepaalt de gemeente nog nader hoe gerealiseerde initiatieven gemonitord en gehandhaafd worden. Dit om te voorkomen dat initiatieven in de loop van de tijd stranden, met wederom leegstand of andere ongewenste
(vastgesteld) Parapluplan Halderberge 2021 NL.IMRO.1655.BP6029-C001
18 - 32
ontwikkelingen tot gevolg. Overigens worden initiatieven veelal aan de intake- en omgevingstafel besproken. De provincie is partner tijdens deze omgevingstafel. Daarmee kunnen zij hun belangen en visie in een vroegtijdig stadium kenbaar maken en worden deze meegewogen. Versterking omgevingskwaliteit Om te bepalen of een initiatief de omgevingskwaliteit versterkt, moet er (per saldo) sprake zijn van meerwaarde voor het buitengebied: wordt het buitengebied er gezonder, vitaler, leefbaarder, aantrekkelijker en schoner van? Nodigt het uit tot meer bewegen en is het meer divers qua natuurwaarden? Daarbij is ruimte voor ondernemen noodzakelijk om die meerwaarde vorm te kunnen geven. Door de waarden te versterken en bij te dragen aan de in deze omgevingsvisie geformuleerde opgaven kan dit onderbouwd worden. Onder het versterken van de waarden verstaan we in ieder geval een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Sloop van overtollige gebouwen kan een goede bijdrage leveren aan de versterking van de omgevingskwaliteit, maar is niet per definitie noodzakelijk. Naast hergebruik mag er ook sprake zijn van vervangende nieuwbouw, mits dit bijdraagt aan de omgevingskwaliteit en er (per saldo) geen sprake is van een toename van de bebouwing.
Om de kwaliteitsverbetering (art.3.9 van de provinciale verordening) concreet te kunnen beoordelen wordt gebruik gemaakt van het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap West-Brabant. Medio 2022 zijn de uitgangspunten voor kwaliteitsverbetering Brabant breed geactualiseerd. Daar zal vanzelfsprekend aan worden voldaan. Erg groot zijn de verschillen met 2014 echter niet. De omgevingskwaliteit is provinciaal terug te vinden in art. 3.5 van de Interim Omgevingsverordening. Dit uit zich in een zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6), lagenbenadering-toepassing (art.3.7) en meerwaardecreatie (art.3.8). Het karakter van Halderberge wordt gekenmerkt door de grote verschillen binnen de gemeente. Elke kern heeft z'n eigen karakter. En ook het buitengebied is erg divers. Uniek voor Halderberge is de overgang van klei naar zand. Daardoor kunnen we binnen onze gemeente genieten van zowel polderlandschap en bosgebieden. De gemeente wil dit bijzondere karakter van gebieden en kernen met hun eigen identiteit koesteren en versterken. Daarom wil de gemeente met elk initiatief ervoor zorgen dat we de waarden en het karakter versterken van dat deelgebied of kern. De gemeente heeft de waarden per deelgebied beschreven. Het behoud van de kwaliteiten van de ondergrond zijn een essentiële voorwaarde voor alle thema's die in de Omgevingsvisie aan de orde komen.