Toelichting - Wissing-De Groene Vaart vastgesteld 01-Toelichting 20220518.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN DE GROENE VAART GEMEENTE HALDERBERGE vastgesteld februari 2022 ruimte voor ideeën
De Groene Vaart
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
3 3 3 4 5
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
7 7 9
Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
11 11 13 20 21
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Bedrijven en milieuzonering 4.2 Geluid 4.3 Externe veiligheid 4.4 Verkeer en parkeren 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Flora en fauna 4.7 Archeologie en cultuurhistorie 4.8 Bodem 4.9 Water 4.10 M.e.r. beoordeling 4.11 Duurzaamheid 4.12 Hoogspanningsleiding 4.13 Geur
25 25 27 30 32 33 34 36 41 41 44 45 45 46
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid
49 49 51
Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 Plansystematiek 6.2 Bestemmingen
53 53 53
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
2 - 55
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding De gemeente Halderberge heeft het voornemen om woningbouw te realiseren op voormalig sportpark Pagnevaart ten zuiden van de Pagnevaartweg in Oudenbosch. Na de verhuizing van de voetbalvereniging Victoria '03 naar sportpark Albano is de locatie niet meer in gebruik. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6,7 hectare en is in eigendom van de gemeente Halderberge. Voor de toekomstige herontwikkeling is er een stedenbouwkundig plan opgesteld waarin de randvoorwaarden zijn beschreven. Het stedenbouwkundig plan is op 22 april 2021 vastgesteld en is als Bijlage 11 toegevoegd. In paragraaf 2.2 is een beknopte toelichting opgenomen met het stedenbouwkundig plan. Een bouwplan van projectontwikkelaars en mensen die zelf een huis bouwen moet voldoen aan de randvoorwaarden die in dit plan staan. Dit stedenbouwkundig plan ligt ten grondslag aan voorliggend bestemmingsplan. Het plangebied bestaat niet alleen uit de woningbouwontwikkeling, ook wordt de bestaande locatie van de zendmast en de jeu de boules betrokken in het plan. Het overgrote deel van het plangebied is bestemd voor 'Sport'. De realisatie van de woningbouwontwikkeling bestaande uit circa 110 woningen is niet mogelijk binnen deze bestemming. Daarnaast is het zuidelijk deel van het plangebied bestemd voor 'Agrarisch'.
In dit deel van het plangebied wordt een landschappelijke overgang naar het buitengebied gerealiseerd, hetgeen wordt vormgegeven als uitloopgebied. Gezien het karakter van dit gebied is een bestemming 'Groen' het meest passend. Dit is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Om het planvoornemen planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2 Ligging plangebied Het plangebied is de locatie voormalig sportpark Pagnevaart (gemeente Halderberge). Dit plangebied is kadastraal bekend als percelen 3304, 4225, 4326, 5359, 5390, 5472 en 5718 sectie B gemeente Halderberge. Deze locatie bevindt zich ten zuidoosten van het dorp Oudenbosch en ligt tussen dit dorp en het buitengebied ten zuiden van Oudenbosch in. Het plangebied ligt tussen de Pagnevaartweg en de Albanoweg. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich de N640. Het plangebied grenst aan Albano (westzijde), Pagnevaart (noord- en noordoostzijde), bestaande agrarische velden (zuid- en zuidoostzijde) en De Vossenberg (oostzijde). De ligging van het plangebied is op onderstaande afbeelding weergegeven.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
3 - 55
Afbeelding ligging en begrenzing plangebied
1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het gedeelte van het plangebied dat in gebruik was als sportpark geldt het bestemmingsplan “Kom Oudenbosch”, zoals dat op 19 november 2014 is vastgesteld door de gemeenteraad van Halderberge. Het voormalige sportpark is bestemd voor 'Sport'. Het gedeelte van het plangebied waar de zendmast, jeu de boules en parkeerplaats zijn gesitueerd, is bestemd voor 'Maatschappelijk'. Binnen het bouwvlak mag een gebouw worden opgericht met een maximale bouwhoogte van 12 meter. Het bouwvlak heeft een functieaanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie'. De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: maatschappelijke voorzieningen, een brandweerkazerne, begraafplaats, bedrijfswoning, ondersteunende horeca, een telecommunicatiemast, kamerverhuur, water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ten westen van het sportpark is een gedeelte van het plangebied bestemd voor 'Groen'. Deze gronden zijn aangewezen voor groenvoorzieningen, paden, speelvoorzieningen, beeldende kunstwerken, water, waterberging en waterhuiskundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, evenementen en parkeervoorzieningen. Het plan is hiermee in strijd. Het realiseren van woningen past niet binnen deze bestemming.
Het gebied ten zuiden van het voormalig sportpark is bestemd voor 'Agrarisch' in bestemmingsplan Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge 2017, onherroepelijk in mei 2019. Deze gronden zijn voornamelijk bestemd voor agrarisch gebruik en activiteiten. Het realiseren van woningen past niet binnen deze bestemming. Het plan is hiermee in strijd. Ook zijn aan de noordoostzijde de bestemmingen 'Gemengd', met de functieaanduiding 'horeca' en 'Bedrijf Nutsvoorziening' aanwezig. De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor nutsvoorzieningen, één en ander met de bijbehorende voorzieningen. De bestemming 'Gemengd' komt te vervallen (het voormalig 'Frietkotje'). De bestemming 'Gemengd' wordt onderdeel van het nieuwe woongebied.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
4 - 55
Voor het zuidelijk deel van het plangebied geldt een aantal dubbelbestemmingen: een hinder/veiligheidszone van een hoogspanningverbinding aan de zuidoostzijde van het gebied. de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2 aan de zuidwestzijde van het gebied. Binnen deze hinderzones kan geen nieuwe woningbouw ontwikkeld worden. Daarnaast is voor een deel van het gebied de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 9 &10' van toepassing.
Afbeelding uitsnede vigerend bestemmingsplan
1.4 Leeswijzer In Hoofdstuk 2 wordt het planvoornemen toegelicht. In Hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid behandeld. In Hoofdstuk 4 worden de resultaten van de onderzoeken en beoordelingen van verscheidene milieuaspecten toegelicht. In Hoofdstuk 5 wordt de uitvoerbaarheid van het plan beschreven. Tot slot wordt in Hoofdstuk 6 de juridische planvorm beschreven.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
5 - 55
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
6 - 55
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie Een deel van het plangebied gelegen binnen de houtsingels was in gebruik als voetbalvereniging en ligt nu al enkele jaren braak. De Voetbalvereniging Victoria '03 is verhuisd naar sportpark Albano, waardoor de locatie niet meer in gebruik is. Het zuidelijke deel van het plangebied is voornamelijk bestemd voor agrarisch gebruik en activiteiten. Het gehele plangebied heeft een oppervlakte van circa 6,7 hectare. Het plangebied ligt tussen de woonbuurten Pagnevaart en Albano in. Zo bestaat Pagnevaart uit kleine sociale rijwoningbouw en twee-onder-één-kap-woningen, met aan de zuidoostkant een cluster van vrijstaande woningen. De wijk Albano wordt gekenmerkt door grote kavels met daarop veelal grotere vrijstaande en twee-onder-één-kap-woningen met de meest recente ontwikkelingen van Albano lob C en de verlengde Kwekerssingel. Ten oosten van het sportpark zijn maatschappelijke functies aanwezig in het voormalige schoolcomplex De Vossenberg. In het zuiden is er uitzicht op een open beekdallandschap die door een hoogspanningsleiding wordt doorkruist.
Afbeelding luchtfoto bestaande situatie
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
7 - 55
Afbeelding aanzicht plangebied, gezien vanaf de Pagnevaartweg 161
Afbeelding aanzicht plangebied, gezien vanaf de Kwekersingel 21
Afbeelding aanzicht plangebied, gezien vanaf de Albanoweg 9
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
8 - 55
2.2 Toekomstige situatie De Voetbalvereniging Victoria '03 is verhuisd naar sportpark Albano. Hierdoor is de locatie vrijgekomen voor herontwikkeling. De locatie is eigendom van de gemeente Halderberge, met uitzondering van de gronden rondom de zendmast en het trafohuisje. Op 22 april 2021 is het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan De Groene Vaart door de raad vastgesteld. De planlocatie biedt straks ruimte aan een groen, recreatief dorps leefmilieu voor circa 110 woningen met een gedifferentieerde dichtheid. Het gebied vormt een bijzonder overgangsgebied, een natuurlijke schakel tussen de bestaande buurten van Oudenbosch en het buitengebied, waarin beide milieus goed samengaan. In Bijlage 11 Stedenbouwkundig plan De Groene Vaart Oudenbosch Ontwerp & Beeldkwaliteit is de volledige plantoelichting opgenomen.
Afbeelding schetsontwerp inrichting plangebied Woningen De nieuwbouwontwikkelling sluit aan op de Woonvisie Halderberge. Dit plangebied biedt straks ruimte aan een groen, recreatief dorps leefmilieu voor circa 110 woningen met een gedifferentieerde dichtheid. Het heeft een dorpse dichtheid met maximaal 20-25 woningen per hectare die past bij de kern Oudenbosch. Circa 25% van het woongebied wordt ingericht voor zelfbouwkavels, waar ruimte is voor vrijstaande, twee-onder-een-kapwoningen en/of rijwoningen. Ook is er in het plan ruimte voor tiny houses. Hiermee wordt ingespeeld op de toenemende vraag naar zelfbouw en invulling gegeven aan het provinciaal Actieprogramma 'Nieuwe woonvormen en zelfbouw' dat de gemeente als uitgangspunt heeft vastgesteld voor de herijking van de Woonvisie. De tiny houses komen in de zuidoosthoek van het plan in een groene omgeving te staan geïntegreerd met de bestaande houtsingel. Het zijn maximaal 4 tiny houses van circa 60 m2 met gemeenschappelijke buitenruimte die dient voor de bewoners van de tiny houses. Verder is er ruimte voor een kleinschalig appartementengebouw. Onderzoek moet uitwijzen of er behoefte is aan sociale huurwoningen op deze plek. Indien er geen sociale huurwoningen gerealiseerd gaan worden, kan dit woonveld ook ingezet worden voor grondgebonden woningen zoals beschreven onder woonveld mix.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
9 - 55
Daarnaast is er ruimte voor een woonveld, waarin een mix van rijwoningen, (geschakelde) twee-onder-een kapwoningen en vrijstaande woningen worden gerealiseerd. De verschillende woningtypes worden speels met elkaar gemixt. Bij de rijwoningen wordt ruimte gecreëerd voor middeldure huur. Ook worden er ter aanvulling op de gewenste afwisseling van woningtypes levensloopbestendige patiowoningen en bungalows gerealiseerd. Deze woningen hebben een compleet woonprogramma op de begane grond. Het speelt hiermee in op de toenemende vraag van senioren, maar kan ook voor andere doelgroepen interessant zijn. Openbare ruimte Het is van belang dat mensen in het gebied elkaar kunnen ontmoeten en kunnen recreëren. De ruimte vormt een continue beleving rondom alle woningen. Een gezonde, duurzame inrichting is van groot belang. Hierin staat een groene beleving met de boom centraal. Er wordt een buitengebied gerealiseerd, het groene ven. Het groene ven heeft een natuurlijke inrichting met een ruig en weids karakter met vergezichten wat aansluit op het omliggende landschap. Via de groene loop, bomen, bijenlinten en plantsoenen wordt een natuurlijke aansluiting gemaakt van het uitloopgebied naar de woningen. Het uitloopgebied wordt multifunctioneel gebruikt.
Hierbij kan gedacht worden aan functies als waterberging, groen, recreatie, spelen, hondenuitlaatplaats en paden voor een fysieke verbinding met het buitengebied. Daarnaast wordt er een openbare ruimte gecreëerd die uitnodigt tot ontmoeting, beweging en recreatie en waar je veilig kunt lopen, fietsen en spelen. Beeldregie De samenhang tussen de gebouwen onderling en tussen de gebouwen en de openbare ruimte bepaalt de gemeenschappelijke beeldkwaliteit van dit plangebied. Er is gekozen om geen dikke gebruiksaanwijzing als 'blauwdruk' vast te leggen. Er wordt gewerkt met 6 regels met betrekking tot de architectuur en de openbare ruimte. Hiermee worden bouwplannen juridisch geborgd en moeten ze voldoen aan het onderdeel beeldkwaliteit uit het stedenbouwkundig plan. Deze regels hebben betrekking op architectuur, het straatbeeld, de accenten op buurt en gebouw niveau, water- en groenstructuur en de scheiding tussen openbaar en privé. De beeldkwaliteitregels zijn via nadere eisen in de regels juridisch geborgd en vervangt daarmee voor dit plangebied de Welstandsnota van gemeente Halderberge.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
10 - 55
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (Novi) Nationale Omgevingsvisie (Novi) De Novi geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met het Rijk, provincies, gemeenten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners. Het streven is naar een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Weerslag op gebied Veel van de uitgangspunten uit de Novi zijn ook (deels) van toepassing op het plangebied. De uitbreiding van de kern Oudenbosch met circa 110 woningen draagt bij aan het behoud van vitale dorpen. In het stedenbouwkundig plan is ingespeeld op gezondheid en klimaatbestendigheid. Met het ontwerp wordt een goede landschappelijke inpassing gerealiseerd met versterken van natuurlijke biotopen, ruimte voor bewegen en ontspannen en het vergroten van de relatie met het buitengebied.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. Op 1 januari 2017 is de geconsolideerde versie van het Barro in werking getreden. In het Barro zijn onder meer Rijksvaarwegen, grote rivieren en ecologische hoofdstructuur opgenomen. In het besluit is aangeven op welke wijze ruimtelijke plannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Indien het bestemmingsplan niet voldoet aan het Barro dan moet het bestemmingsplan drie jaar na inwerkingtreding van het besluit worden aangepast. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Op 1 juli 2016 is een wijziging van het Rarro in werking getreden. Volgens de kaarten behorende bij het Rarro ligt het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen en Woensdrecht. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. Het planvoornemen voorziet niet in het oprichten van windturbines. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation Herwijnen.
In het radarverstoringsgebied van Woensdrecht is de maximale hoogte voor bebouwing 113
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
11 - 55
meter ten opzichte van NAP. In het planvoornemen is geen nieuwe bebouwing voorzien hoger dan 113 meter. Het plan heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation Woensdrecht. Voor het overige zijn er ten aanzien van het plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing. De conclusie is dan ook dat de beoogde ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is met ingang van 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen (artikel 3.1.6). De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro luidt als volgt: De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. In subparagraaf 3.1.4 is de onderbouwing van de laddertoets opgenomen.
3.1.4 Onderbouwing ladder Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het planvoornemen betreft de realisatie van circa 110 woningen. Er is daarmee sprake van een stedelijke ontwikkeling. De woningbouwontwikkeling wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. Daarnaast moeten de komende 10 jaar 120.000 woningen worden gebouwd en wordt de uitbreidingsopgave steeds vaker binnen het bebouwd gebied gezocht (inbreiding in plaats van uitbreiding). (bron omgevingsvisie kwaliteit van Brabant) De provincie kent een flinke woningbouwopgave, met een sterk accent op de eerstkomende 10 tot 15 jaar. Tot 2030 moeten er nog 120.000 woningen bijgebouwd worden. Hierbij gaat het niet alleen om het wonen 'sec'; het voorzien in de behoefte van huishoudens aan voldoende en geschikte woonruimte. Meer en meer gaat het ook om de meerwaarde van het wonen als een van de drijvende krachten achter tal van sociaal-maatschappelijke en ruimtelijk-kwalitatieve (transitie) opgaven zoals leegstand, economische structuurversterking, mobiliteit en bereikbaarheid, duurzaamheid en energie, klimaatadaptatie, sociale veerkracht en erfgoed.
De provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose 2014 laat een behoorlijke regionale woningbouwopgave zien van circa 33.000 woningen tot 2030. Een groot deel van deze opgave komt terecht in de steden. Het blijkt dat de groei van de woningvoorraad de afgelopen jaren achter heeft gelopen ten opzichte van de geprognosticeerde woningbehoefte. Het jaar 2015 was het dieptepunt van de nieuwbouwproductie. De plancapaciteiten van de gemeenten sluiten kwantitatief beter aan op de verwachte woningbehoefte. Belangrijk is dat gemeente over voldoende flexibiliteit beschikken binnen hun woningbouwprogramma en planning. Zo is het mogelijk om in te spelen op nieuwe kansen en ontwikkelingen en inzicht te creëren in de ruimte voor woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied en bestaand (leegstaand) vastgoed. Diverse opgaven liggen zowel op gebied van de verduurzaming, levensloop bestendig maken, de aanpasbaarheid als betaalbaarheid van woningen. Dit betekent dat nieuwbouw zich, nog meer dan voorheen, toe moet spitsen op specifieke vragen uit de markt, zoals levensloopbestendige woningen. Herstructurering van de woningvoorraad moet gepaard gaan met een sterke verbetering van de energetische kwaliteit van de woningen. De ontwikkelingen in dit plangebied kunnen hier een bijdrage aan leveren.
Uit het Woningbouwprogramma 2018-2028 blijkt dat de verwachting is dat er in de gemeente Halderberge in de periode 2017-2028 behoefte zal zijn aan de toevoeging van 898 tot 1113 woningen. Na 2028 zal er nog een kleine behoefte zijn van ongeveer 230 woningen waarna de verwachting is dat er een afname gaat plaatsvinden in de behoefte van het aantal woningen. Uit het woningbouwprogramma 2015-2025 blijkt dat er 731 woningen nodig zijn die nog niet zijn gerealiseerd. Dit houdt in dat er kwantitatief ruimte in het woningbouwprogramma aanwezig is om nieuwe woningbouwinitiatieven op te nemen. In het woningbouwprogramma 2018-2028 is voor de kern Oudenbosch in totaal 282 woningen opgenomen. Voor
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
12 - 55
toevoeging van woningbouw in de kern Oudenbosch moet ingezet worden op het voorkomen van langdurige leegstand en transformatie van bestaand vastgoed en de herontwikkeling van locaties in het bestaand stedelijk gebied waar een meerwaarde wordt geleverd. Behoeftetoets In paragraaf 3.3 en 3.4 is het woonbeleid op regionaal en gemeentelijk niveau beschreven. De provincie Brabant kent een grote woningbouwopgave. Tot 2030 moeten er nog 120.000 woningen bijgebouwd worden in de gehele provincie. In de Regionale Agenda Wonen 2017 is een beeld geschetst van enkele actuele ontwikkelingen op de woningmarkt in Noord-Brabant. Op dit moment blijft de gerealiseerde woningbouw achter op de geprognosticeerde woningbouwopgave. Daarnaast laat de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose nog een behoorlijke regionale woningbouwopgave zien van circa 33.000 woningen tot 2030. Een groot deel van deze opgave komt terecht in de steden. De kwantitatieve doelstelling blijft bestaan, maar moet ook gekoppeld worden aan de juiste kwalitatieve samenstelling van de woningbouwplannen. Verwacht wordt dat de vraag zich de eerstkomende jaren richt op de huursector en het minder dure koopsegment. De beoogde ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van circa 110 woningen.
Het planvoornemen voorziet daarmee in de kwantitatieve behoefte aan nieuwe woningen en in de kwalitatieve behoefte aan diverse woningen in een hoogwaardig recreatief leefmilieu waar landschap en dorp elkaar ontmoeten. Conclusie Het planvoornemen is getoetst aan de ladder en voldoet hieraan. De overige stappen van de ladder hoeven niet meer doorlopen te worden omdat het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de Omgevingsvisie “De Kwaliteit van Brabant” vastgesteld. De omgevingsvisie is het document waarin de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving zijn vastgelegd. De basisopgave betreft werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De andere 4 hoofdopgaven hebben betrekking op de Brabantse energietransitie, klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Deze opgaven worden kort toegelicht: Deze basisopgave werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit: Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Daarnaast gaat het ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Dit draagt bij aan een goede omgevingskwaliteit. Brabantse energietransitie: Het is noodzakelijk dat de gehele energievoorziening van productie, opslag en transport wordt aangepast.
Door gebruik te maken van technologische innovaties, worden diensten en producten ontwikkeld die een grote impact hebben op het verhogen van de hoeveelheid duurzame energie en het verminderen van energieverbruik. Klimaatproof Brabant: De provincie, gemeenten en waterschappen zorgen samen met bedrijven en maatschappelijke organisaties voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Ook ligt de focus op een klimaatslimme verstedelijking, waarin de aspecten hittestress en wateroverlast van belang zijn. Het geven van meer ruimte voor groen en water in de stad zorgt voor minder overlast en biedt tegelijkertijd veel mogelijkheden om steden ook leefbaarder en gezonder te maken. Slimme netwerkstad: Brabant is een polycentrisch netwerk van steden en dorpen, sterk verbonden met de Randstad en het buitenland (Vlaamse Ruit, Ruhrgebied). Het stedelijk netwerk vormt de motor van de economie. Voor het versterken van de netwerkkracht is het belangrijk dat er wordt ingezet op de synergie tussen de verschillende onderdelen van dat netwerk: de kenniseconomie, de agribusiness, de logistiek en de (proces-)industrie. Concurrerende duurzame economie: de economie is concurrerend en internationaal georiënteerd. Daarnaast
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
13 - 55
wordt het vestigingsklimaat voor bedrijven en kenniswerkers flexibel aan de omstandigheden aangepast, zoals met campussen en toplocaties. Aansluiten op de digitale ontwikkelingen is daarbij randvoorwaarde. Ook neemt de vraag naar grondstoffen en energie mondiaal enorm toe, terwijl grondstoffen schaarser worden. Dat betekent dat het ook economisch noodzakelijk geworden is duurzamer met de beschikbare grondstoffen en natuurlijke bronnen om te gaan, zoals het Brabantse grondwater. Het beoogde initiatief moet in lijn zijn met de opgave 'klimaatproof Brabant' en met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. De ontwikkelingen in dit plangebied zorgen ervoor dat er een goede woonomgeving, met een aantrekkelijk aanbod aan recreatie en een natuurlijke omgeving, wordt gerealiseerd. De focus ligt hierbij op een klimaat bestendige leefomgeving, waardoor het plangebied leefbaarder en gezonder wordt.
3.2.2 Omgevingsverordening Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. Per 23 maart 2021 ligt de Omgevingsverordening ter inzage, de regels die van toepassing zijn op het plangebied zijn inhoudelijk gelijk aan de regels zoals zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening. Derhalve wordt het plan niet separaat nog inhoudelijk getoetst aan de nog vast te stellen Omgevingsverordening. Stedelijk gebied Het plangebied ligt grotendeels binnen het stedelijk gebied, landelijke kern. Herbestemmen in het stedelijk gebied is het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw. Het planvoornemen voorziet in de herbestemming van een locatie in het stedelijk gebied.
Het plangebied staat sinds een aantal jaren leeg. Met de herontwikkeling van de locatie wordt ruimte gecreëerd voor woningbouw in het bestaand stedelijk gebied en wordt voorzien in de provinciale woningbouwopgave. In artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening zijn de regels voor duurzame stedelijke ontwikkeling opgenomen. In dit artikel is opgenomen dat als een bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen Stedelijk gebied ligt en bevat een onderbouwing dat: 1. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; 2. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: 1. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; 2. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; 3. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; 4. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; 5. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; 6. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het (uitloop) gebied aan de zuidkant van het plangebied ligt binnen het landelijk gebied.
Voor dit gebied gelden regels voor de afweging of een bestemmingsplan kan voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Dit wordt nader toegelicht onder het kopje ''Verstedelijking Afweegbaar''. De onderbouwing wordt onderstaand toegelicht.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
14 - 55
Afbeelding uitsnede kaart stedelijk gebied en landelijk kern Interim omgevingsverordening. Het uitloopgebied ligt binnen de zone "verstedelijking afweegbaar" Onderbouwing provinciaal beleid Duurzame stedelijke ontwikkeling Een bestemmingsplan in het 'Stedelijk gebied' dat voorziet in het realiseren van woningen bevat een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en bevat een onderbouwing dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. accent op duurzame verstedelijking; meer nadruk op de bestaande woningvoorraad; inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen; versterken van de regionale samenwerking en vernieuwen van regionale woningbouwafspraken. Als richtinggevende principes hierbij zijn benoemd: optimaal inzetten op inbreiden, herstructureren en transformeren; ruim baan voor 'goede' woningbouwplannen; woningvoorraad verduurzamen en geschikt maken voor mensen met zorgvraag; vraaggericht planaanbod, oog voor nieuwe en tijdelijke woonvormen; realisme en flexibiliteit in planning en programmering; versterken van de samenwerking op regionale woningmarkt. De provincie kent een flinke woningbouwopgave, met een sterk accent op de eerstkomende 10 tot 15 jaar. Tot 2030 moeten er nog 120.000 woningen bijgebouwd worden.
Hierbij gaat het niet alleen om het wonen 'sec'; het voorzien in de behoefte van huishoudens aan voldoende en geschikte woonruimte. Meer en meer gaat het ook om de meerwaarde van het wonen als een van de drijvende krachten achter tal van sociaal-maatschappelijke en ruimtelijk-kwalitatieve
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
15 - 55
(transitie) opgaven zoals leegstand, economische structuurversterking, mobiliteit en bereikbaarheid, duurzaamheid en energie, klimaatadaptatie, sociale veerkracht en erfgoed. De regionale afspraken zijn vastgelegd in de Brabantse Agenda Wonen. Daarin is aangegeven de nadruk ligt op duurzame verstedelijking, bestaande woningvoorraad, dat er vraaggericht ingezet moet worden, een flexibel planaanbod moet zijn en de regionale samenwerking versterkt moet worden. Met onderhavig plan wordt extra capaciteit toegevoegd. Derhalve past het plan binnen de regionale afspraken en daarmee voldoet het plan aan lid 1 van artikel 3.42. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; Goede omgevingskwaliteit is in de verordening omschreven als 'de kwaliteit van een plek die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde'. Wat betreft herkomstwaarde het plangebied genst aan de noord-, oost-, en westzijde aan bestaande woonbuurten. Hiermee wordt het woonkarakter van deze locatie voortgezet en uitgebreid. Wat betreft belevingswaarde past het woningbouwprogramma wat betreft uitstraling en aantrekkelijkheid in een woonomgeving. De diverse woningen worden ingepast in een groen, recreatief dorps leefmilieu.
Daarnaast wordt er een uitloopgebied gerealiseerd die de belevingswaarde ten goede komt. Wat betreft de gebruikswaarde is de locatie goed bereikbaar en past de beoogde woonfunctie in de woonbuurt. De omgevingsaspecten zijn in Hoofdstuk 4 toegelicht. De toekomstwaarde wordt in dit beoogd plan vooral bepaald met dit bestemmingsplan, waarmee het project planologisch wordt gemaakt. In deze toelichting is onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden' Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing (Artikel 3.6 Interim Omgevingsverordening). Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Voor het plan is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, omdat het planvoornemen gerealiseerd wordt in bestaand stedelijk gebied. De aanwezige bebouwingen in het plangebied zijn niet geschikt voor transformatie naar woningbouw. Hierdoor is nieuwbouw noodzakelijk. Om voldoende ruimte te bieden aan een kwalitatief hoogwaardig woningbouw en buitengebied. c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; De beoogde woningen worden gebouwd met oog voor duurzame energieopwekking. d.
houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; De realisatie van groen in het plangebied heeft naast de toevoeging van meer kwaliteit aan de woonomgeving, ook positieve gevolgen voor hittestress en opvang van water. e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; Comfort voor langzaam verkeer heeft prioriteit door het gebied heen, de auto komt op de tweede plaats. Er komen goed ingerichte, veilige routes en openbare ruimten die uitnodigen tot lopen of fietsen. f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. De beoogde woningen dragen bij aan de economie. De conclusie is dat wordt voldaan aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Veehouderij Ter plaatse van het plangebied geldt ook artikel 2.72 Beperkingen veehouderij. Een bestemmingsplan bepaalt ter plaatse van de aanduiding 'Beperkingen veehouderij' dat: uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij niet zijn toegestaan. In het bestemmingsplan wordt geen veehouderij toegestaan. Wateroverlast Ter plaatse van het gebied geldt artikel 4.2 Norm wateroverlast Stedelijk gebied. Een bestemmingsplan bepaalt ter plaatse dat regionale wateren binnen Stedelijk gebied een inspanningsverplichting hebben met het oog op de bergings-
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
16 - 55
en afvoercapaciteit als norm een overstromingskans van: 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen en 1/10 per jaar voor overige gebieden. Ook geldt Artikel 4.4 Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied. Een bestemmingsplan bepaalt ter plaatse dat regionale wateren buiten Stedelijk gebied een inspanningsverplichting hebben met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit als norm een overstromingskans van :1/100 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming hoofdinfrastructuur en spoorwegen; 1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw; 1/25 per jaar voor akkerbouw; 1/10 per jaar voor grasland. Er wordt voldaan aan deze aspecten. In het plangebied worden de huidige watergangen beschermd en breidt het watersysteem uit met nieuwe sloten en wadi structuren voor het bergen en infiltreren van water. Het aspect water is nader toegelicht in paragraaf 4.9 Water.
Afbeelding uitsnede kaart norm wateroverlast stedelijk gebied Interim omgevingsverordening
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
17 - 55
Afbeelding uitsnede kaart norm wateroverlast buiten stedelijk gebied Interim omgevingsverordening Verstedelijking afweegbaar Ter plaatse van het (uitloop)gebied gelden de artikelen 3.40 Afwijkende regels windturbines in Verstedelijking afweegbaar en artikel 3.43 Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar voor stedelijke ontwikkeling en mobiliteit. Artikel 3.40 is niet van toepassing in dit plangebied. In afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; Dit plangebied bevindt zich op een locatie dat niet voldoende tot zijn recht komt en onvoldoende wordt gebruikt. De ontwikkelingen in dit plangebied zorgen ervoor dat de locatie kwalitatief wordt verbeterd. Het uitloopgebied wordt multifunctioneel gebruikt. Hierbij kan gedacht worden aan functies als waterberging, groen, recreatie, spelen, hondenuitlaatplaats en paden voor een fysieke verbinding met het buitengebied. In het stedelijk gebied is feitelijk en kwalitatief onvoldoende ruimte beschikbaar om te voorzien in een groen recreatiegebied dat in verbinding staat met het buitengebied.
Derhalve is aanvaardbaar om deze beoogde functie voor het uitloopgebied op deze locatie te realiseren. b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; De transformatie van leegstaand vastgoed behoort niet tot de mogelijkheden. c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; De regionale afspraken zijn vastgelegd in de Brabantse Agenda Wonen. Daarin is aangegeven de nadruk ligt op duurzame verstedelijking, bestaande woningvoorraad, dat er vraaggericht ingezet moet worden, een flexibel planaanbod moet zijn en de regionale samenwerking versterkt moet worden. Met onderhavig plan wordt extra capaciteit toegevoegd. Derhalve past het plan binnen de regionale afspraken d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Bij de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting wordt er rekening gehouden met de kwaliteit en structuren van
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
18 - 55
het omliggend gebied en buitengebied. In dit plangebied is duurzaamheid een belangrijk aspect en komt terug bij de ontwikkeling van de woningen, openbare ruimte en buitengebied. Er wordt daarnaast een buitengebied gerealiseerd, het groene ven. Het groene ven heeft een natuurlijke inrichting met een ruig en weids karakter met vergezichten wat aansluit op het omliggende landschap. Via de groene loop, bomen, bijenlinten en plantsoenen wordt een natuurlijke aansluiting gemaakt van het uitloopgebied naar de woningen Daarnaast gelden de artikelen 3.44 Samenloop Verstedelijking afweegbaar met andere werkingsgebieden en Artikel 3.79 Landgoederen ter plaatse. Deze artikelen zijn niet van toepassing in dit bestemmingsplan.
Afbeelding uitsnede kaart verstedelijking afweegbaar Interim omgevingsverordening Gemengd landelijk gebied Ter plaatse van het gebied gelden de artikelen voor een gemengd landelijk gebied. Deze artikelen hebben betrekking op vitaal platteland. In het bestemmingsplan worden deze functies niet toegestaan. Lid 1. in afwijking van artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied een andere omvang toelaten voor een vrije-tijds voorziening als: a. dat past in de ontwikkelingsrichting van het gebied als bedoeld in het eerste lid van voornoemd artikel; b. ter uitvoering van artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap elders leegstaand vastgoed binnen Landelijk gebied is gesloopt van een omvang die ten minste gelijk is aan de oppervlakte van de bebouwing die boven de 1 hectare wordt toegestaan; c. de ontwikkeling in samenhang met andere doelen voor het gebied en de directe omgeving wordt uitgevoerd, waarbij ook kwaliteitswinst voor andere functies, waaronder natuur, wordt bereikt. Lid 2. Als de afwijkende omvang leidt tot bovenlokale effecten, waaronder een grote publieksaantrekkende werking, geldt in aanvulling op het eerste lid dat: a. de ontwikkeling draagvlak heeft in de regio; b. is voorzien in een goede ontsluiting van de voorziening; c. het initiatief buiten de Nieuwe Hollandse waterlinie ligt.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
19 - 55
Afbeelding uitsnede kaart gemend landelijk gebied interim omgevingsverordening
3.3 Regionaal beleid De provincie Noord-Brabant telt verscheidene regionale woningmarkten, elk met hun eigen regiospecifieke en gemeentelijke karakteristieken, kwaliteiten, ontwikkelingen en opgaven. De provincie kent een flinke woningbouwopgave, met een sterk accent op de eerstkomende 10 tot 15 jaar. Tot 2030 moeten er nog 120.000 woningen bijgebouwd worden. Hierbij gaat het niet alleen om het wonen 'sec'; het voorzien in de behoefte van huishoudens aan voldoende en geschikte woonruimte. Meer en meer gaat het ook om de meerwaarde van het wonen als een van de drijvende krachten achter tal van sociaal-maatschappelijke en ruimtelijk-kwalitatieve (transitie) opgaven zoals leegstand, economische structuurversterking, mobiliteit en bereikbaarheid, duurzaamheid en energie, klimaatadaptatie, sociale veerkracht en erfgoed. Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant hebben op 19 september 2017 de Brabantse Agenda Wonen vastgesteld. Hierin zijn de volgende vier actielijnen vastgesteld: accent op duurzame verstedelijking; meer nadruk op de bestaande woningvoorraad; inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen; versterken van de regionale samenwerking en vernieuwen van regionale woningbouwafspraken.
Als richtinggevende principes hierbij zijn benoemd: optimaal inzetten op inbreiden, herstructureren en transformeren; ruim baan voor 'goede' woningbouwplannen; woningvoorraad verduurzamen en geschikt maken voor mensen met zorgvraag; vraaggericht planaanbod, oog voor nieuwe en tijdelijke woonvormen; realisme en flexibiliteit in planning en programmering; versterken van de samenwerking op regionale woningmarkt.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
20 - 55
De provincie Noord-Brabant verlegt hiermee het accent van een kwantitatieve insteek naar een meer integrale, ruimtelijke en kwalitatieve aanpak van thema's rond bouwen en wonen. Hierbij wordt aangesloten op het regionale schaalniveau waarop de woningmarkt functioneert en waarbinnen het leeuwendeel van de verhuisbewegingen tussen gemeenten plaatsvindt. Regionale Agenda Wonen West-Brabant De gemeente Halderberge valt onder de regio West-Brabant. In december 2016 is er een agenda wonen voor deze regio vastgesteld. De provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose 2014 laat een behoorlijke regionale woningbouwopgave zien van circa 33.000 woningen tot 2030. Een groot deel van deze opgave komt terecht in de steden. Het blijkt dat de groei van de woningvoorraad de afgelopen jaren achter heeft gelopen ten opzichte van de geprognosticeerde woningbehoefte. Het jaar 2015 was het dieptepunt van de nieuwbouwproductie. De plancapaciteiten van de gemeenten sluiten kwantitatief beter aan op de verwachte woningbehoefte. Belangrijk is dat gemeente over voldoende flexibiliteit beschikken binnen hun woningbouwprogramma en planning. Zo is het mogelijk om in te spelen op nieuwe kansen en ontwikkelingen en inzicht te creëren in de ruimte voor woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied en bestaand (leegstaand) vastgoed.
Diverse opgaven liggen zowel op gebied van de verduurzaming, levensloop bestendig maken, de aanpasbaarheid als betaalbaarheid van woningen. Ontwikkelingen op gebied van zorg en wonen en kansen in bestaand stedelijk gebied zijn belangrijke opgaven voor een toekomstgerichte woningvoorraad. De beoogde ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van circa 110 diverse woningen en heeft hierdoor een positieve invloed op het regionale beleid.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Halderberge 2025 In de structuurvisie Halderberge 2025 d.d. 20 juni 2013 wordt op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Halderberge op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied naar toe gaat in de periode tot 2025. De structuurvisie biedt een kader met voldoende ruimte om nadere afwegingen te maken in de periode tot 2025. Halderberge is een samenstel van vijf kernen. In de betreffende periode wordt meer aandacht besteed aan de kracht van de individuele kernen zelf en minder aan de onderlinge verhouding. Elke kern heeft daarbij zijn eigen identiteit en bouwt de sociale samenhang verder uit in het eigen gewenste tempo. Het plangebied ligt in de kern Oudenbosch. De ruimtelijke structuur van Oudenbosch wordt nu (nog) gedomineerd door twee infrastructurele zwaargewichten, de spoorlijn en de doorgaande weg. Oudenbosch kent daardoor twee deelgebieden met een eigen voorzieningenniveau. Het deelgebied ten zuidoosten van de spoorlijn heeft en houdt een basisvoorzieningenniveau bestaande uit (levensloopbestendige) woningen, primair onderwijs, speel- en ontmoetingsruimte en een bescheiden winkelcentrum voor dagelijkse boodschappen. Een bijzondere plaats heeft het Markland College, die leerlingen uit de omgeving trekt.
Daarnaast stijgen de sportaccommodaties Albano (buitensport) en De Beuk (binnensport) boven het niveau van het deelgebied uit. Op structuurniveau is ter plaatse van het Arboretum een ingreep gewenst om de deelgebieden ter weerszijden van de spoorlijn beter met elkaar te verbinden. Deze verbinding onder het spoor door beperkt de scheidende werking van de spoorlijn. De ontwikkelingen in dit plangebied kunnen hier een bijdrage aan leveren. Het voormalig sportpark Pagnevaart is in de structuurvisie aangewezen als gebied waar een transformatie naar woningbouw gewenst is na clustering van de sportactiviteiten op sportpark Albano. De sportactiviteiten zijn inmiddels verplaatst en het voormalige sportpark ligt al enkele jaren braak. Met de uitbreiding van het plangebied met het direct aangrenzende zuidelijk uitloopgebied geeft de gemeente met deze planontwikkeling ook invulling aan de ambitie in de structuurvisie om de zone tussen de zuidelijke omlegging en de bebouwde kom van Oudenbosch een nieuwe betekenis als uitloopgebied voor de bewoners van Oudenbosch te geven.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
21 - 55
Daarnaast is er in de visie nog het volgende aangegeven: Het woonbeleid draagt bij aan het handhaven en versterken van de eigen kwaliteit en identiteit van de kernen. De nieuwbouwproductie van Halderberge is gebaseerd op de eigen behoefte van de gemeente en een beperkte groei die voortkomt uit de ontwikkeling van Borchwerf II, de Agro Food Cluster en de opvang van arbeidsmigranten. Promotie en marketing van Halderberge zijn nodig voor het bereiken van de gewenste productie en zijn daardoor aandachtspunten bij het woonbeleid. Starters en senioren verdienen aandacht in iedere kern. De uitvoering van het woonbeleid wordt gewaarborgd door een nauwe samenwerking tussen de gemeente en de partners in het woonbeleid. Dit betekent dat nieuwbouw zich, nog meer dan voorheen, toe moet spitsen op specifieke vragen uit de markt, zoals levensloopbestendige woningen. Herstructurering van de woningvoorraad moet gepaard gaan met een sterke verbetering van de energetische kwaliteit van de woningen. De ontwikkelingen in dit plangebied kunnen hier een bijdrage aan leveren. Om ontwikkelingen en initiatieven, die op Halderberge afkomen of daarbinnen plaatsvinden, te kunnen toetsen is een strategiekaart ontworpen. De strategiekaart laat zien dat op het grondgebied van de gemeente een achttal strategieën gedifferentieerd ingezet wordt.
De plannen voor dit plangebied worden onder de strategie 'Ontwikkelen' geschaard. Het ontwikkelen van dit plangebied, waarbij de huidige functies komen te vervallen en er een nieuwe kansrijke functie wordt ingebracht is niet in strijd met de gemeentelijke structuurvisie.
3.4.2 Lokaal uitvoeringsprogramma Wonen De versnellingsopgave woningbouw is opgenomen in het raadsprogramma 2018-2022 Samen vooruit van Halderberge. Bestaande plannen (harde plannen) worden versneld uitgevoerd en nieuwe plannen (zachte plannen) worden hard gemaakt. Ook in het collegewerkprogramma 2018-2022 is aangegeven dat naar mogelijkheden wordt gezocht voor nieuwe bouwlocaties en versnelling van bestaande. Ook de gemeentelijke woonvisie is in dit kader relevant. De vraag naar woningen vanuit de markt is vele malen groter dan het aanbod binnen herstructureringslocaties. In maart 2019 heeft het college een projectopdracht "Versnelling woningbouw, met behoud van kwaliteit" vastgesteld. Er is een actueel overzicht van de woningbouw opgesteld en een nieuwe nota Kostenverhaal met bovenwijkse voorzieningen. Daarnaast is de organisatie qua bemensing/uren afgestemd en is er voorstel gedaan voor een implementatiepakket voor de versnellingsmaatregelen/regie woningbouw. Uit het Woningbouwprogramma 2018-2028 blijkt dat de verwachting is dat er in de gemeente Halderberge in de periode 2017-2028 behoefte zal zijn aan de toevoeging van 898 tot 1113 woningen. Na 2028 zal er nog een kleine behoefte zijn van ongeveer 230 woningen waarna de verwachting is dat er een afname gaat plaatsvinden in de behoefte van het aantal woningen.
Uit het woningbouwprogramma 2015-2025 blijkt dat er nog 731 woningen zijn opgenomen die nog niet zijn gerealiseerd. Dit houdt in dat er kwantitatief ruimte in het woningbouwprogramma aanwezig is om nieuwe woningbouwinitiatieven op te nemen. Per kern zijn de toekomstige potentiële ontwikkellocaties in beeld gebracht. Dit zijn onder andere locaties in (toekomstig verwacht) leegstaand vastgoed, locaties waar investeringen vanuit leefbaarheid of ruimtelijke noodzaak aanwezig is en braakliggende locaties waar transformatie naar woningbouw voorstelbaar is. In de praktijk worden niet alle locaties ontwikkeld en kunnen er ook andere invullingen gerealiseerd worden. Echter is het wel van belang om flexibele ruimte in het woningbouwprogramma hiervoor beschikbaar te houden. Deze ruimte is enerzijds nodig om ruimte te houden voor kansrijke initiatieven en om in te kunnen spelen op ontwikkelingen in de marktvraag. In het woningbouwprogramma 2018-2028 zijn voor de kern Oudenbosch in totaal 282 woningen opgenomen. Voor toevoeging van woningbouw in de kern Oudenbosch moet ingezet worden op het voorkomen van langdurige leegstand en transformatie van bestaand vastgoed en de herontwikkeling van locaties in het bestaand stedelijk gebied waar een meerwaarde wordt geleverd.
Het plangebied De Groene Vaart is een nieuw woongebied in een bestaand stedelijk gebied, waar er aandacht is voor een hoogwaardig recreatief leefmilieu en er een diversiteit aan dichtheden en
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
22 - 55
woningtypes worden gerealiseerd. Dit project kan hierdoor als flexibel worden beschouwd en speelt in op de ontwikkelingen in de markt. De beoogde ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van circa 100 woningen. Derhalve biedt de beoogde ontwikkeling een meerwaarde en sluit dit plan aan de Woningbouwprogramma van de gemeente Halderberge.
3.4.3 Welstandsnota De gemeenteraad van Halderberge heeft op 4 april 2017 de Welstandsnota vastgesteld. De welstandsnota geeft per gebied aan op welk niveau de welstand getoetst moet worden. Op deze wijze beoogt de gemeente de architectonische kwaliteit bij verbouw of nieuwbouw te waarborgen. Tevens zorgt het Stedenbouwkundig plan De Groene Vaart Oudenbosch Ontwerp & Beeldkwaliteit ervoor dat de bouwplannen juridisch geborgd worden en dat ze voldoen aan het onderdeel beeldkwaliteit uit het stedenbouwkundig plan. De kern van Oudenbosch heeft een gecompliceerde opzet door de vele dwars- en achterstraten en heeft van oudsher al een stedelijk karakter door de aaneengesloten bebouwing. Het centrum heeft een organisch gegroeid stratenpatroon met soms een nauwe opzet. Het historisch centrum heeft rond de Markt een relatief grootschalige opzet. Het overige deel van het centrum heeft een kleinschalige en dichte opzet. Vanuit het historisch centrum hebben zich diverse bebouwingslinten ontwikkeld. Met name langs de oudere hoofdwegen en uitvalswegen zijn vanuit de historische kern in de loop der tijd bebouwingslinten ontstaan. De bebouwingslinten bepalen in sterke mate de ruimtelijke structuur van Oudenbosch en kenmerken zich door een kleinschalig en gevarieerd bebouwingsbeeld. De historische bebouwingslinten kennen een mix van bouwstijlen en hebben voor een deel een historische waarde.
Waardevol is het gevarieerde beeld dat is ontstaan door een perceelsgewijze invulling, waarbij de individuele woning als architectonische eenheid herkenbaar is. Ook kenmerken delen van Oudenbosch zich door individuele woningbouw. Dit betreft gebieden, met vrijstaande of 2-onder-1 kapwoningen, waar weinig eenheid bestaat tussen de woningen onderling. In deze gebieden is de variatie van de individuele woningen bepalend voor het straatbeeld en de woningen hebben veelal een uitgesproken architectonische vormgeving. Naast de historische bebouwing, uitbreidingswijken en bedrijventerreinen, zijn in Oudenbosch diverse gebieden aanwezig met afwijkende bebouwing, zoals: kerken, scholen, winkelcentra, sportcomplexen, wijkgebouwen, seniorencomplexen e.d. Deze gebieden dragen vaak sterk bij aan het ruimtelijke beeld van Halderberge en hebben een individueel karakter. De bebouwing en de directe omgeving zijn vaak als geheel ontworpen, waarbij de open ruimte en het gebouw elkaar ruimtelijk en functioneel aanvullen; het gebouw is georiënteerde op de openbare ruimte. De architectuurstijl en de uitstraling van deze bebouwing is verschillend en afhankelijk van de bouwperiode en de functie.
Het beeldkwaliteitsplan De Groene Vaart is op 22 april 2021 vastgesteld door de gemeenteraad, daarnaast zijn de criteria uit het beeldkwaliteitsplan door middel van het stellen van nadere eisen gekoppeld aan het bestemmingsplan en juridisch geborgd. Tevens heeft de gemeenteraad besloten het beeldkwaliteitsplan als afzonderlijke bijlage aan de Welstandsnota Halderberge toe te voegen. Nadere eisen kunnen gesteld worden als het noodzakelijk is in verband met het realiseren van de met het plan beoogde stedenbouwkundige beeldkwaliteit, de bebouwingskarakteristiek van de omgeving, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken of ten behoeve van het verkrijgen van een harmonieuze ruimtelijke opbouw van het plangebied.
3.4.4 Groen en spelen Landschapsplan Halderberge 2016 – 2025 Het landschap in beweging Het landschapsplan (vastgesteld: 21-04-2016) vormt een plan dat gericht is op het duurzame behoud, ontwikkeling en versterking van een samenhangend, groen landschap. Enerzijds dient het als beleidsstuk, anderzijds bestaat het uit een maatregelplan met praktische ideeën om bestaande natuur- en landschapswaarden verder te ontwikkelen en ‘groene’ kansen te benutten. Actualisatie 'Groenbeleidsvisie 2020' De 'Groenbeleidsvisie 2020' is een op hoofdlijnen beschreven groenbeleid, dat inzicht geeft in de uitgangspunten en
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
23 - 55
doelstellingen voor de inrichting en beheer van het openbaar groen binnen de bebouwde kom. Inmiddels is deze nota geactualiseerd en ligt ter besluitvorming, onder de noemer 'Groenbeleid 2021- 2025 Het groene doorgroeimodel', voor aan de gemeenteraad van 3 juni 2021. De nota 'Het groene doorgroeimodel' biedt een praktische leidraad en toetsingskader voor de inrichting en het beheer van openbaar groen binnen de bebouwde kom in de periode 2021-2025. Het doel is gericht op het waarmaken van de ambities voor realisatie van de visie 'Gaan voor een aantrekkelijke klimaatbestendige groene openbare ruimte'. Samen naar buiten, Speelbeleid gemeente Halderberge 2021-2025 Gezien de bewegingsarmoede onder de jeugd, is actief spelen van groot belang voor het ontwikkelen van een gezonde leefstijl. Het is daarom belangrijk dat er genoeg ruimte wordt gereserveerd voor veilige en goed bereikbare speelvoorzieningen. Circa drie procent van de bebouwde ruimte (landelijke tendens) dient voor deze voorzieningen te worden ingericht. Waardevolle Bomen Halderberge (2011) Voor het behoud en bescherming van waardevolle bomen is door de gemeente een inventarisatielijst gemaakt van gemeentelijke en particuliere waardevolle bomen.
Bij het opstellen van deze lijst is gebruik gemaakt van het landelijke register Monumentale Bomen (Bomenstichting), de lijst “Bijzondere en monumentale bomen in Oudenbosch” en een eigen inventarisatie door de gemeente. Als er plannen zijn om een boom te kappen die vermeld staat op de lijst met waardevolle bomen, moet een kapaanvraag worden ingediend. In het geval van kap wordt in beginsel een herplantplicht opgelegd. Voor het kappen van bomen die niet vermeld zijn op de waardevolle bomenlijst, is geen omgevingsvergunning vereist. In het plangebied komen geen waardevolle bomen voor uit de lijst. Uit ecologisch onderzoek, een bomeninventarisatie en ruimtelijke analyse zal moeten blijken welke bomen(structuren) waardevol zijn om in de nieuwbouwontwikkeling in te passen. Convenant Bijenlandschap West Brabant en Nationale bijenstrategie 2018 – 2030 Eind 2018 heeft de gemeente Halderberge het convenant Bijenlandschap West Brabant mede ondertekend. In het Bijenlandschap West-Brabant werken overheden, bedrijfsleven, beheerders van natuurgebieden, maatschappelijke organisaties, wetenschap, agrariërs, imkers en inwoners samen om het leefgebied van bijen (honing- en wilde bijen) en andere bestuivers te verbeteren. Bijenlandschap West-Brabant is een open netwerk waarbij iedereen die iets wil doen voor bijen, honingbijen en wilde bijen, en andere bestuivers kan aansluiten.
Met elkaar wordt gewerkt aan een landschapsnetwerk voor bestuivende insecten. Het hoofddoel van de Nationale Bijenstrategie is dat we in 2030 er populaties van bijen en andere bestuivers zijn, die stabiel zijn en/of zich positief ontwikkelen. Er zijn veel partijen die hier invloed op hebben, zoals de agrarische sector, terreinbeheerders en overheden. Het is dus nodig dat zij doelgericht bijvriendelijk beleid en maatregelen ontwikkelen en dat zij bij hun activiteiten rekening houden met de invloed op (wilde) bijen. Conclusie: In het plangebied wordt ruim voldoende ruimte geboden voor bewegen en spelen. Centraal in het plan komt een groene autovrije zone die uitmondt in het zuidelijk gelegen uitloopgebied, waarin volop gelegenheid is voor (avontuurlijk) spelen voor verschillende leeftijdsgroepen. De aanwezige houtsingels blijven behouden en versterkt. Zoals reeds in de Nota van Uitgangspunten Groen en ecologie (april 2020) is aangegeven wordt in het woongebied en uitloopgebied onder andere de samenhang van ecologische systemen versterkt, de variatie en bereikbaarheid van flora en fauna in het gebied en directe omgeving versterkt en het leefgebied van bijen (honing- en wilde bijen) en andere bestuivers verbeterd.
De keuzes voor biotopen en ecosystemen worden doorvertaald in het inrichtingsplan openbare ruimte voor het woongebied en voor het uitloopgebied in samenspraak met specialisten op het gebied van ecologie en natuurinclusiviteit.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
24 - 55
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
4.1 Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving worden belemmerd door de ontwikkeling en of er ter plaatse van gevoelige functies, zoals wonen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor deze beoordeling is uitgegaan van het omgevingstype ''rustige woonwijk''. De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant heeft een quickscan uitgevoerd voor dit plangebied. Beoordeling In de nabijheid van het plangebied liggen 2 percelen met de bestemming ''Maatschappelijk''. Op het adres Pagnevaartweg 109 zijn maatschappelijke organisaties, zoals stichting Vluchtelingenwerk en KBO, gevestigd in het voormalige schoolgebouw De Vossenberg. Juridisch planologisch wordt maximaal milieucategorie 2 mogelijk gemaakt. De milieucategorie is gebaseerd op het gebruik wat is toegestaan in de regels, daarbij wordt nu nog VNG Handreiking Bedrijven en milieuzonering toegepast. In de handreiking tabel richtafstanden is voor scholen een richtafstand opgenomen van 30 meter. De grootste afstand is leidend en heeft betrekking op geluid. In onderstaande afbeelding is de 30 meter contour ingetekend. Deze geldt vanaf de bestemmingsgrens "Maatschappelijk" tot de grens van een hoofdgebouw met een gevoelige functie zoals wonen. Bij de invulling van de bestemming "Woongebied" moet rekening worden gehouden met deze contour.