CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting NL.IMRO.1655.BP6021-C001 2022-07-12.pdf

Gemeenteraad 6 oktober 2022, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan Nattestraat 10 -12 Oudenbosch26.259 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Toelichting

bestemmingsplan “Nattestraat 10-12, Oudenbosch” Planstatus: Datum: Plan identificatie:

Vaststelling 2022-07-12 NL.IMRO.1655.BP6021-C001

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Colofon

Titel:

Bestemmingsplan ‘Nattestraat 10-12, Oudenbosch’

Ontwerp: Molenzicht 2 4881 BW ZUNDERT Tel: 076-5990340 www.schoenmakersadvies.nl

Projectnummer:

191830

Rapportnummer

191830.01

Datum:

12 juli 2022

Status:

Vaststelling

Ontwerp:

5 mei 2022

Definitief:

p.m.

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 2 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Toelichting Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 3 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding .............................................................................................................................................. 5 Aanleiding ................................................................................................................................................ 5 Ligging en begrenzing plangebied ............................................................................................................ 5 Vigerende bestemmingsplan ................................................................................................................... 6 Leeswijzer................................................................................................................................................. 6

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Bestaande situatie ............................................................................................................................... 7 Ruimtelijke structuur ............................................................................................................................... 7 Verkeer en parkeren ................................................................................................................................ 7 Groen- en waterstructuur ........................................................................................................................ 7 Functionele structuur ............................................................................................................................... 7 Bestaande situatie planlocatie ................................................................................................................. 8

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Toekomstige situatie ......................................................................................................................... 11 Het initiatief ........................................................................................................................................... 11 Verkeer en parkeren .............................................................................................................................. 12 Functionele structuur ............................................................................................................................. 13 Groenstructuur ...................................................................................................................................... 13

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

Beleidskader...................................................................................................................................... 15 Europees- en rijksbeleid ......................................................................................................................... 15 Provinciaal beleid ................................................................................................................................... 17 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................................... 26

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

Relevante (Milieu)aspecten ............................................................................................................... 31 Algemeen ............................................................................................................................................... 31 Bodem .................................................................................................................................................... 31 Water ..................................................................................................................................................... 32 Cultuurhistorie en archeologie............................................................................................................... 34 Ecologie .................................................................................................................................................. 38 Geluid ..................................................................................................................................................... 40 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................................. 41 Externe veiligheid ...................................................................................................................................

50 Kabels en leidingen ................................................................................................................................ 54 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................................... 54 Toetsing besluit milieueffecten rapportage ........................................................................................... 56

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Juridische planbeschrijving ................................................................................................................ 57 Algemeen ............................................................................................................................................... 57 Algemene toelichting verbeelding ......................................................................................................... 57 Algemene toelichting regels ................................................................................................................... 57

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Uitvoerbaarheid ................................................................................................................................ 59 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................... 59 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................................ 59

Afzonderlijke bijlagen 1. Standaard Advies 2021 Halderberge 2. Standaard Verantwoording Groepsrisico 3. Vooroverlegreactie Brandweer Midden- en West-Brabant, Waterschap Brabantse Delta en Provincie NoordBrabant 4. Ecologische quickscan, Maassen ecologisch advies en onderzoek, rapportnummer 2007-3, 27 juli 2020 5. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Moerdijk Bodemsanering B.V., rapportnummer 2410.37.201.r2, 10 januari 2022 6. Landschapsplan Nattestraat 10 en 12, d.d. 12 juli 2022 7. Berekening achtergrondbelasting Nattestraat 10-12, V-stacks gebied 8. Vooroverlegreactie Gasunie, DNWG, Dow en Zeeland Refenery en Rijkswaterstaat Zuid-Nederland 9. Omgevingsdialoog Nattestraat 10 en 12, geanonimiseerd

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 4 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De planlocatie Nattestraat 10-12 in Oudenbosch ligt aan de zuidzijde, in het buitengebied, van Oudenbosch. Op deze locatie is op dit moment een boomkwekerij gevestigd met daarnaast twee bedrijfswoningen. De initiatiefnemers zijn beide woonachtig in de bedrijfswoningen en hebben inmiddels geen binding meer met de boomkwekerij achter op het perceel. Enkel de boomkwekerijloods achter op het perceel van nattestraat 10 is nog in gebruik als agrarisch bedrijf voor de boomteelt, deze boomkwekerijloods is in gebruik voor het bedrijf van de zoon van een van de initiatiefnemers. Het voornemen is om de locatie Nattestraat 12, de oorspronkelijke tweede bedrijfswoning, om te zetten naar een (burger)woonbestemming. Het agrarisch bouwvlak wordt verkleind tot enkel een vlak ter plaatse van de locatie Nattestraat 10. Om burgerbewoning van de bedrijfswoning aan Nattestraat 10 mogelijk te maken is het voornemen om deze bedrijfswoning aan te wijzen als een plattelandswoning. In paragraaf 4.1.3 is een nadere toelichting gegeven over het begrip ‘plattelandswoning’. Ter plaatse van de planlocatie vigeert het bestemmingsplan ‘Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge’ en heeft de planlocatie de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ met bijbehorend bouwvlak en met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – vakantieappartementen’.

Daarnaast heeft de locatie de maatvoering aanduiding ‘maximumaantal wooneenheden 2’ Het bestemmingsplan staat de gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet toe. Op 23 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van gemeente Halderberge middels een principebesluit aangegeven in principe grotendeels medewerking te verlenen aan het ingediende principeverzoek, onder meer om verpaupering en verloedering te voorkomen alsmede om het gewenste gebruik in overeenstemming te brengen met het feitelijke gebruik. Om de ontwikkeling juridisch – planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Het ter plaatse vigerende bestemmingsplan wordt partieel herzien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het planologisch- juridisch kader. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Figuur 1: Ligging planlocatie op luchtfoto

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 5 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De planlocatie ligt aan de Nattestraat te Oudenbosch. De Nattestraat wordt aan de noordzijde van de planlocatie onderbroken door de N640 (Oudenbossche Koepelbaan) en vindt nu zijn aansluiting op de Jan Teunisstraat en Geijzestraat. De Nattestraat is een lokale erftoegangsweg in het buitengebied. Het perceel is bij de gemeente kadastraal bekend onder de kadastrale gemeente ODB, sectie F, onder nummers 537, 483, 486, 912 en 913. In figuur 1 en 2 is de planlocatie weergegeven.

Figuur 2: Ligging planlocatie op topografische kaart

1.3

Vigerende bestemmingsplan

De planlocatie ligt binnen het vigerende het bestemmingsplan ‘Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge’ uit 2017. Dit bestemmingsplan is op 12 oktober 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Halderberge met aan aanvullend besluit op 14 december 2017. Het bestemmingsplan is op 24 mei 2018 in werking getreden. De gronden ter plaatse van de planlocatie zijn in het bestemmingsplan ‘Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge’ bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ met bijbehorend bouwvlak en met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – vakantieappartementen’ en de gebiedsaanduidingen: ‘luchtvaartverkeerzone – 6’, ‘luchtvaartverkeerzone – 5’, milieuzone – reservering waterberging’ en ‘overige zone – bebouwingsconcentraties’. Daarnaast heeft de planlocatie de maatvoering aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden – 2’. 1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie. De toekomstige situatie wordt in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 van de onderbouwing wordt het vigerende beleid op Europees, Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven dat voor de ontwikkeling van de planlocatie relevant is. De relevante (milieu)aspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hierbij worden onder andere de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van geluid, bodemgesteldheid, milieuzonering, luchtkwaliteit, externe veiligheid en ecologie beschreven. In hoofdstuk 6 komt de planbeschrijving aan bod. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 de uitvoerbaarheid beschreven.

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 6 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke structuur

De planlocatie Nattestraat 10-12 in Oudenbosch ligt in het buitengebied van de gemeente Halderberge ten zuiden van de kern Oudenbosch en ten zuiden van de Rondweg N640. De bebouwing langs de Nattestraat wordt gekenmerkt door diverse vrijstaande woningen welke al dan niet onderdeel uitmaken van agrarische bedrijfslocaties. De erf- en bedrijfsbebouwing staat geclusterd in het halfopen landschap. De woningen bestaan voornamelijk uit één bouwlaag met een kap. De kaprichting is vaak evenwijdig aan de weg gesitueerd. De omgeving van de planlocatie bestaat uit een landschap met voornamelijk agrarische percelen welke in gebruik zijn voor onder andere graslanden en boomteelt. 2.2

Verkeer en parkeren

De planlocatie ligt aan de Nattestraat te Oudenbosch. De Nattestraat was voor de komst van de rondweg N640 een lokale verbindingsweg van het buitengebied van Oudenbosch. De Nattestraat wordt ter plaatse van de rondweg N640 onderbroken voor gemotoriseerd verkeer en vindt nu aan de noordzijde de aansluiting aan de Jan Teunisstraat, aan de zuidzijde vindt de aansluiting plaats aan de Slikstraat, Lagestraat en Geijzestraat. De Nattestraat kan nu gezien worden als een lokale erftoegangsweg. De Nattestraat heeft een snelheidsregime van 60 km/h. Het parkeren van beide bedrijfswoningen en het agrarisch bedrijf vindt plaats op eigen terrein. Nattestraat 10 en 12 hebben beide een eigen uitrit, daarnaast heeft ook de boomkwekerijloods, gesitueerd achter op het perceel, een eigen uitweg tussen Nattestraat 8 en 10. 2.3

Groen- en waterstructuur

In de omgeving rondom de planlocatie bevinden zich voornamelijk agrarische gronden welke in gebruik zijn als grasland of voor boomteelt. In de verdere omgeving zijn daarnaast natuurelementen te vinden in de vorm van water en klein bosje. Het groen op de planlocaties bestaat voornamelijk uit tuin- en erfbeplanting. Aan de overzijde van de Nattestraat is een categorie A waterloop gelegen. Daarnaast zijn er rondom de planlocatie diverse categorie B waterlopen gelegen. 2.4

Functionele structuur

Figuur 3: Functiekaart

2.4.1

Wonen

In de directe omgeving van de planlocatie komen zowel de functie wonen als (agrarische)bedrijfsfuncties voor. Zowel burgerwoningen als (agrarische)bedrijfswoningen zijn in de omgeving te vinden. Hoofdzakelijk zijn de woningen vrijstaand gesitueerd.

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 7 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

2.4.2

Maatschappelijke voorzieningen

In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen maatschappelijke-, sport- of recreatievoorzieningen gevestigd. De dichtstbijzijnde maatschappelijke voorzieningen zijn in de kern van Oudenbosch te vinden. 2.4.3

Bedrijven, horeca, detailhandel en recreatie

Er bevinden zich enkele (agrarische)bedrijven rondom de planlocatie. De dichtstbijzijnde detailhandelsbedrijven zijn in de kern van Oudenbosch gevestigd. In figuur 3 zijn de functies in kaart gebracht. 2.5

Bestaande situatie planlocatie

De planlocatie ligt aan de Nattestraat te Oudenbosch. Ter plaatse van de locatie Nattestraat 10-12 is op dit moment een boomkwekerijloods gevestigd welke in gebruik is voor het agrarisch bedrijf van de zoon van een van de initiatiefnemers, met daarnaast twee bedrijfswoningen welke geen binding meer hebben met de boomkwekerij. Het totale agrarisch bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 11.020 m². Op de planlocaties zijn diverse voormalige bedrijfsgebouwen aanwezig. Op de locatie Nattestraat 10 is in totaal 1.665 m² aan bijgebouwen aanwezig, waarvan een boomkwekerijloods van circa 620 m² en 1.045 m² aan bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning. Bij Nattestraat 12 is in totaal 309 m² aan bijgebouwen aanwezig. In onderstaande tabel is aangegeven wat er aan bebouwing op de planlocaties aanwezig is. In figuur 4 is een schematisch overzicht van de huidige situatie weergegeven. Tabel 1: M² bijgebouwen planlocaties Nattestraat 10 Gebouw 1. Boomkwekerijloods 2. Karhuis/ voormalige winkel 3. Loods 4. Schuur 5. Hooiberg 6. Honden, kippenhok, varkenshok en kas Totaal

Aantal m² 620 m² 330 m² 305 m² 342 m² 38 m² 30 m² 1.665 m²

Nattestraat 12 Gebouw Werktuigen opslag Bijgebouw Garage en carport Dieren schuilplaats Bijgebouw

Aantal m² 82 m² 107 m² 77 m² 15 m² 28 m² Totaal

309 m²

Figuur 4: Overzicht huidige situatie

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 8 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Onderstaand zijn enkele foto’s van de gebouwen van de planlocatie Nattestraat 10 en 12 weergegeven.

Nattestraat 10

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 9 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Nattestraat 12

Boomkwekerijloods achterzijde Nattestraat 10

Figuur 5: Foto’s planlocatie

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 10 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 3 3.1

Toekomstige situatie

Het initiatief

Het planvoornemen ziet primair toe op het juridisch-planologisch vastleggen van de huidige feitelijke situatie op de planlocatie Nattestraat 10 en 12. De bedrijfswoning aan Nattestraat 12 wordt afgesplitst van het bestaande agrarisch bedrijf wat gevestigd is achter op het perceel is aan Nattestraat 10. De bedrijfswoning aan Nattestraat 10 wordt aangewezen als ‘plattelandswoning’, zodat deze ook door een burger bewoond kan worden. De bestemmingsplanwijziging voorziet uitsluitend in een functiewijziging en maakt geen functieverruiming mogelijk en/of verruiming van de bouwmogelijkheden. Beide bedrijfswoningen hebben vanuit een historisch gegroeide situatie geen binding meer met de agrarische bedrijfsvoering. Op de locatie Nattestraat 10 en 12 is van oudsher een gemengd agrarisch bedrijf (tuinbouw en veeteelt) gevestigd, welke gevoerd werd door de ouders van de initiatiefnemers. In de loop der jaren is het tuinbouwbedrijf veranderd in een kleinschalig boomteeltbedrijf en is rondom het jaar 2002 gestopt met de veehouderij. In het verleden waren de woningen Nattestraat 10 en 12 achter elkaar gevestigd. Tijdens de ruilverkaveling is het bouwvlak gedraaid waarna de woning van Nattestraat 12 naar de huidige locatie is verplaatst. De woning aan Nattestraat 12 maakte op dat moment geen deel meer uit van het gevestigde agrarische bedrijf, en werd in gebruik genomen als burgerwoning.

Nu enkele jaren later hebben de initiatiefnemers van Nattestraat 10 ook geen binding meer met het boomteeltbedrijf welke achter de woning is gesitueerd, en wordt de bedrijfswoning ingezet als plattelandswoning, zodat burgerbewoning mogelijk is. De nevenactiviteiten (vakantieappartementen (deze zijn echter nooit gerealiseerd) en winkel met streekproducten) op de planlocatie Nattestraat 10 zijn reeds stopgezet. In de nieuwe situatie krijgt de woning aan de Nattestraat 12 de bestemming ‘Wonen’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - VAB’. De bedrijfswoning aan de Nattestraat 10 krijgt de aanduiding ‘plattelandswoning’ zodat ook deze voor burgerbewoning ingezet kan worden. Het bestemmingsvlak ‘Wonen’ van Nattestraat 12 wordt circa 2.852 m². De gronden behorende bij Nattestraat 10 krijgen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ met een bijbehorend bouwvlak van circa 6.310 m². De overtollige bedrijfsbebouwing die aanwezig is aan de Nattestraat 10, circa 545 m², zal in het kader van de kwaliteitsverbetering van het landschap gesloopt worden. In totaal wordt op de locatie Nattestraat 10 behorende bij de plattelandswoning 500 m² aan bijbehorende bouwwerken behouden en op Nattestraat 12 blijft 309 m² behouden. Deze bijgebouwen zullen in de toekomst worden ingezet als garage, opslag t.b.v.

tuingereedschap (waaronder hobby tractor en grasmaaier), schuilgelegenheid voor hobbydieren zoals hond, paard en kip en hobbymatig gebruik voor onder andere atelier en fitnesruimte. Deze diverse gebruiken zijn in figuur 6 nader weergegeven. De omzetting naar een woonbestemming, van Nattestraat 12, is passend gelet op de omgeving van het plangebied en de aangrenzende percelen. De bestemming ‘Wonen’ komt in de directe omgeving diverse malen voor. De Nattestraat kenmerkt zich door het landelijk karakter waarbij de diverse burgerwoonlocaties zich incidenteel afwisselen met agrarische bedrijfslocaties. Door het omzetten van de huidige bestemming op de planlocatie naar de bestemming ‘Wonen’ en naar een plattelandswoning wordt aangesloten bij de reeds aanwezige woonfuncties in de omgeving. Daarbij zal het grotendeels verwijderen van het agrarisch bouwvlak leiden tot een verbetering van de bestaande situatie en een positieve invloed hebben op de omgeving. Op de locatie Nattestraat 10 en het achterliggende perceel wordt het bestaande agrarisch bedrijf met bijbehorende bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ inclusief bouwvlak behouden. Het bestaande agrarisch bouwvlak is verkleind tot enkel een bouwvlak ter plaatse van Nattestraat 10.

In de huidige situatie worden op het achterste deel van het perceel nog agrarische activiteiten gevoerd in de vorm van een boomteeltbedrijf. Het voorste gedeelte van het perceel wordt in gebruik genomen ten behoeve van de plattelandswoning. Het agrarisch bedrijf wordt op dit moment gevoerd door de zoon van de initiatiefnemer, de zoon heeft zijn woonlocatie elders. Het bedrijfstoezicht op afstand is een deze situatie goed mogelijk. De boomkwekerijloods met een oppervlakte van circa 620 m² wordt ingezet voor opslag van bedrijfsmachines en goederen ten behoeve van de boomkwekerij. De aangrenzende gronden gelegen achter de planlocatie zijn in gebruik ten behoeve van de betreffende boomkwekerij. Het betreft een levensvatbaar en actief functionerend bedrijf met een duurzaam toekomstgericht agrarisch gebruik. Een doelmatige bedrijfsvoering op deze locatie

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 11 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

dient hierdoor gewaarborgd te worden. Een uitbreiding van bedrijfsgebouwen is voor de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf niet noodzakelijk, bewoning ter plaatse is evenmin noodzakelijk. Door het behouden van het resterende agrarisch bouwvlak van circa 6.310 m², voor dit agrarisch bedrijf, wordt het toekomstperspectief van het bedrijf niet belemmerd en ontstaan er mogelijkheden de bestaande schuur blijvend voor agrarische doeleinden te gebruiken. Hiermee wordt leegstand en/of verloedering in het buitengebied op dit deel van het perceel voorkomen. In figuur 6 is de nieuwe situatie weergegeven, met daarop aangegeven welke bebouwing gesloopt wordt en hoe het toekomstig bouwvlak/ bestemmingsvlak wordt gesitueerd.

Figuur 6: Nieuwe situatie planlocatie

3.2

Verkeer en parkeren

De woningen aan de Nattestraat 10 en 12 worden direct aan de Nattestraat ontsloten. Het parkeren is voorzien op eigen terrein. De gemeente Halderberge heeft de Kadernota Parkeren 2017-2021 vastgesteld. Parkeren is een essentieel onderdeel van de verplaatsingsketen, en ook essentieel voor de kwaliteit van de leefomgeving, het woongenot en het succes van nieuwe ontwikkelingen. In de Kadernota Parkeren 2017-2021 is voor woningen groter dan 90 m² parkeernorm opgenomen van 2,1 parkeerplaatsen per woning. Dit resulteert dat binnen de planlocatie minimaal 2,1 x 2 = 4,2 = 5 parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn. Op de locatie is voldoende ruimte om minimaal 5 parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Er kan vanuit worden gegaan dat voor de dagelijkse behoefte 5 parkeerplaatsen voldoende is. De kwekerijloods heeft in de huidige situatie een eigen ontsluiting aan de Nattestraat. Deze blijft in de nieuwe situatie behouden. Het parkeren hiervoor vindt plaats binnen het agrarisch bouwvlak aan de Nattestraat 10.

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 12 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

3.3

Functionele structuur

Op de locatie Nattestraat 10 blijft de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ met daarbij een verkleind bouwvlak behouden. De bedrijfswoning en de bijbehorende bijgebouwen krijgen de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning’. Op de locatie Nattestraat 12 wordt de huidige bestemming omgezet naar de enkelbestemming ‘Wonen’ met daarbij de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – vab’. De benodigde groenelementen met betrekking tot de landschappelijke inpassing krijgen de bestemming ‘Groen – Landschapselement’ met daarbij de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’. De huidige functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – vakantieappartementen’ en de maatvoering aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden 2’ komen te vervallen. Beide locaties krijgen ieder een eigen bestemmingsvlak. Met betrekking tot de te behouden bijgebouwen op de locaties wordt er de maatvoering aanduiding ‘maximum oppervlakte (m²)’ opgenomen. De aanduiding m.b.t. de vakantieappartementen is niet meer van toepassing en wordt daarom verwijderd. De bestaande gebiedsaanduidingen ‘luchtvaartverkeerzone – 5’, ‘luchtvaartverkeerzone – 6’, ‘milieuzone – reservering waterberging’ en ‘overige zone – bebouwingsconcentraties’ worden gehandhaafd op de planverbeelding. 3.4

Groenstructuur

De planlocatie is gelegen in het buitengebied van gemeente Halderberge aan de Nattestraat, ten zuiden van de kern Oudenbosch. Het buitengebied van de gemeente Halderberge kenmerkt zich voornamelijk door de cultuurgronden met hier en daar toonaangevende landschapselementen. Voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie Nattestraat 10 en 12 is een kwaliteitsverbetering van het landschap vereist. Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant dient een bestemminsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt binnen het ‘Landelijk gebied’ gepaard te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied en omgeving. De kwaliteitsverbetering bestaat uit een fysieke verbetering zoals sloop van overtollige bebouwing, het verkleinen van het agrarisch bouwvlak en het landschappelijk inpassen van de locatie. De fysieke landschappelijke inpassingsmaatregelen hebben tot doel om het bestaande landschappelijke karakter van de omgeving en landschap te behouden, te versterken en de uitstraling van de planlocatie als geheel te verbeteren. De uitvoering van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft regio West-Brabant vastgelegd in het ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’.

Deze notitie geeft aan hoe de gemeenten in de regio West-Brabant toepassing geeft aan artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In het afsprakenkader ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’ is een onderverdeling gemaakt in drie categorieën. Binnen de categorie 1 en 2 zijn specifieke ruimtelijke ontwikkelingen benoemd, die onder die categorie vallen. Alle overige ruimtelijke ontwikkelingen die niet specifiek benoemd zijn, vallen onder categorie 3. Het omzetten van de bedrijfswoning aan Nattestraat 10 naar een plattelandswoning valt onder een categorie 1 ontwikkeling. De overige ontwikkelingen op de locatie Nattestraat 10 en 12 betreft een categorie 3 ontwikkeling. Op basis hiervan dient 20% van de waardevermeerdering op de planlocatie geïnvesteerd te worden in de ruimtelijke kwaliteit. De groenstructuur binnen de planlocatie verandert door het toevoegen van de landschappelijke inpassing. De tuinpercelen van Nattestraat 10 en 12 blijven beide behouden. Op de locatie Nattestraat 10 wordt overtollige bebouwing gesloopt, daarnaast wordt op beide locaties het agrarisch bouwvlak verkleind. De locaties worden verder landschappelijk ingepast door gebruik van diverse landschapselementen. Gemeente Halderberge heeft in zijn structuurvisie voor het gebied ‘Verbreden’ landschapspakketten opgesteld, deze pakketten versterken het landschap.

Op de planlocaties Nattestraat 10 en 12 zijn al vele groenelementen aanwezig zoals solitaire landschapsbomen, Knip-scheerheg, Struweelhaag, Knotbomen en hoogstamfruitboomgaard zijn de beeldbepalende elementen op de planlocaties. Op de planlocatie Nattestraat 10 wordt 545 m² aan overtollige bebouwing gesloopt. Dit draagt bij aan het zorgvuldig ruimtegebruik op de planlocatie. Op de locatie Nattestraat 12 wordt het landschap uitgebreid met een ‘Knip-scheerheg’ (een nietdiepwortelende haagbeuk, Fagus Sylvatica), ‘Amfibieënpoel’, ‘Landschapsbomen als solitair’ en ‘Klein bosje’.

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 13 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Met deze aanvullingen wordt de planlocatie niet alleen verrijkt in beeldkwaliteit maar ook in biodiversiteit. Het uitgebreide landschapsplan is als bijlage bij de regels toegevoegd. Voor het borgen van de gevraagde landschappelijke inpassing is op de planverbeelding de bestemming ‘Groen’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ toegevoegd. In de planregels zijn regels omtrent het behoud en onderhoud van de landschappelijke inpassing opgenomen.

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 14 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1

Europees- en rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. In 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Het Rijk laat de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. De veranderde behoefte aan wonen en werken legt daarbij een extra druk op een markt waar de totale vraag afneemt: kwaliteit voor kwantiteit. De ambitie is dat in 2040 de woon- en werklocaties in steden en dorpen aansluiten op de (kwalitatieve) vraag en dat locaties voor transformaties en herstructurering zoveel mogelijk worden benut. In het SVIR zijn 13 nationale belangen opgenomen, hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Het Rijk zal bestemmingsplannen niet (tijdens de vaststellingsprocedure) toetsen op een correcte doorwerking van nationale ruimtelijke belangen. Wel zal het Rijk door middel van systeem- of themagerichte onderzoeken achteraf nagaan of bestemmingsplannen aan nationale wet- en regelgeving voldoen. Door de ontwikkeling op de planlocatie komen geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor de planlocatie. 4.1.2

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2023 in werking zal treden. Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequenties voor het planvoornemen.

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 15 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

4.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. In het Barro is een aantal projecten, die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In het Barro zijn zes projecten beschreven: ▪ Mainport ontwikkeling Rotterdam. ▪ Kustfundament. ▪ Grote rivieren. ▪ Waddenzee en Waddengebied. ▪ Defensie. ▪ Erfgoederen van uitzonderlijk universele waarde. Inmiddels is het aantal projecten uitgebreid met: ▪ rijksvaarwegen; ▪ hoofdwegen en landelijke spoorwegen; ▪ elektriciteitsvoorziening; ▪ ecologische hoofdstructuur; ▪ primaire waterkeringen buiten het kustfundament ▪ ijsselmeergebied (uitbreidingsruimte) ▪ veiligheid rond Rijksvaarwegen ▪ verstedelijking in het IJsselmeer ▪ toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Door de ontwikkeling op de planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor de planlocatie. 4.1.4

Wet plattelandswoningen

Op 1 januari 2013 is de wettelijke regeling voor de ‘plattelandswoning’ in werking getreden. De regeling komt erop neer dat het gemeentebestuur kan bepalen dat een bedrijfswoning behorend tot een landbouwinrichting, ondanks de agrarische bestemming door een derde (een burger) mag worden bewoond. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, blijft de rechtsfiguur plattelandswoning bestaan. Ook buiten de agrarische sector kan de regeling dan worden toegepast. Op grond van deze regeling is het voor een gemeente mogelijk om het gebruik van een agrarische bedrijfswoning als burgerwoning toe te staan, zonder de planologische bestemming te wijzigen. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt dat een agrarische bedrijfswoning bewoond mag worden door iemand die geen functionele relatie heeft met het bijbehorende agrarische bedrijf. Dat dit is toegestaan, moet duidelijk blijken uit de bestemmingsplanregels of de omgevingsvergunning waarmee van het vigerende bestemmingsplan wordt afgeweken. Indien het gemeentebestuur de bedrijfswoning als plattelandswoning kwalificeert, blijft de woning van rechtswege (artikel 1.1a Wabo) beschouwd als onderdeel uitmakend van de inrichting van het bijbehorende bedrijf, hetgeen er op neerkomt dat de woning niet wordt beschermd tegen milieuemissies van (uitsluitend) die inrichting. Een uitzondering hierop is de emissie van luchtkwaliteit.

Redenen om bovenstaande regeling toe te passen zijn onder andere: ▪ Door inzet van technische middelen, modernisering en automatisering kan steeds meer vee worden gehouden met minder personeel. De noodzaak voor het permanente toezicht ontbreekt dan. Een andere manier van toezicht is mogelijk. Dit geldt ook, en zelfs sterker, bij akkerbouwbedrijven. ▪ Overdracht van bedrijven van vader op zoon, waarbij vader of een familielid in de agrarische bedrijfswoning blijft wonen, zonder dat er sprake is van een directe relatie met het agrarisch bedrijf. ▪ Agrariërs die hun bedrijf vrijwillig verkopen en als burger (rustende boer) willen blijven wonen in hun agrarische bedrijfswoning. ▪ Agrariërs die door veranderende en strengere wet- en regelgeving gedwongen worden tot verkoop van het bedrijf en zelf in de woning blijven wonen of de woning en het bedrijf los van elkaar willen verkopen.

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 16 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Voorkomen van illegale bewoning en handhaving. Voorkomen van leegstand, onverkoopbaarheid, verpaupering en verval. Bevorderen van leefbaarheid, sociale controle en veiligheid. Bevorderen van zuinig ruimtegebruik en hergebruik. Oplossing in tijden van crisis. Bij de beoordeling van milieutechnische ontwikkelingsmogelijkheden wordt gekeken naar het feitelijk gebruik en naar wat planologisch is toegestaan.

Op grond van de Wet plattelandswoningen is het dus mogelijk om een van de agrarische bedrijfswoningen aan de Nattestraat tevens te gebruiken als plattelandswoning. In deze situatie wordt ter plaatse van één van de twee agrarische bedrijfswoningen (Nattestraat 10) op het perceel de specifieke functieaanduiding ‘plattelandswoning’ toegekend. De woning is met vergunning gerealiseerd voor de inwerkingtreding van de wettelijke regeling voor de ‘plattelandswoning’. Gemeente Halderberge heeft ten behoeve van het toekennen van een plattelandswoning nog geen specifiek beleid vastgesteld, en is dan ook nog niet eerder in deze gemeente toegepast. Wel is de gemeente Halderberge voornemens om de regeling in haar toekomstig VAB-parapluplan (welke in vooroverleg is gegaan tot en met eind maart 2022) op te nemen. Echter duurt dat voor de initiatiefnemers van deze specifieke locatie te lang om daarop te wachten. Ondanks het gegeven in de wet, wil de gemeente Halderberge op alle milieuaspecten aangetoond zien dat een goed woon- en leefklimaat is geborgd, deze aspecten worden nader beschreven in hoofdstuk 5 van onderhavig bestemmingsplan. Het is daarnaast geen persoonsgebonden/ persoonlijk recht. Er is dan ook nooit een nieuwe bedrijfswoning toelaatbaar bij de boomkwekerijloods welke behouden blijft.

Het toekennen van deze plattelandswoning op de locatie Nattestraat 10 is alleen toegepast omdat er geen andere mogelijkheid bestaat voor de ontstane situatie. Afsplitsing van de eerste bedrijfswoning is op deze locatie geen optie, dat kan enkel en alleen bij de tweede bedrijfswoning zoals toegepast bij Nattestraat 12. Als voorwaarde voor het omzetten van de eerste bedrijfswoning naar een plattelandswoning stelt gemeente Halderberge dat er instemming moet zijn met het gevestigde agrarisch bedrijf. Het overblijvende of te vestigen agrarisch bedrijf dient zich privaatrechtelijk akkoord te verklaren met de plattelandswoning, om als gemeente geen speelbal te worden tussen partijen bij eventuele conflicten; ook als de afsplitsing zich eerder heeft voorgedaan. De agrariër en de bewoners moeten bewust zijn van de voor- en nadelen van een plattelandswoning. Beiden zijn ze verantwoordelijk. Op het moment dat Nattestraat 10 verkocht wordt aan een burger, dient bovenstaande voorwaarde notarieel beschreven te worden. 4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018

Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke naar verwachting in 2023 in werking zal treden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie: ▪ Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. ▪ Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit. ▪ Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant;

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 17 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

▪ ▪

werken aan Brabant als slimme netwerkstad; werken aan een concurrerende, duurzame economie.

De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. 4.2.2

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant

Figuur 7: Uitsnede Structuurkaart, Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 (hierna: SVRO) in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De SVRO geeft aan welke ambities de provincie heeft en hoe zij deze wil realiseren. In de SVRO geeft de provincie aan hoe zij omgaat met de ruimtelijke opgave voor de periode tot 2025, met een doorkijk naar 2040.

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 18 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De provincie heeft als sturingsfilosofie ‘samenwerken aan kwaliteit’: samen met andere overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties vormgeven aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. Daarbij respecteert de provincie ieders rol. De provincie onderscheidt de volgende vier rollen: 1. Ontwikkelen De provincie focust in haar ontwikkelingsgerichte rol op een aantal thematische opgaven en op een aantal gebieden. In gebieden waar sprake is van grote ruimtelijke dynamiek, botsende belangen en waar de ontwikkelingen een (inter)provinciale impact hebben, kiest de provincie voor een actieve rol. 2. Beschermen De provincie wil belangrijke en onvervangbare waarden beschermen. Voor de Ecologische Hoofdstructuur, de cultuur- en aardkundige waarden en de bescherming van de kernkwaliteiten in de nationale landschappen in Noord-Brabant stelt de provincie een beschermingsregiem op. 3. Regionaal samenwerken De provincie kiest voor regionale samenwerking en afstemming in vier regio’s. De provincie stimuleert de samenwerking tussen de gemeenten, Rijk en waterschappen in deze regio’s en legt afspraken vast in een strategische regionale agenda. 4. Stimuleren Bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het niet alleen om de vraag waar welke ontwikkelingen gewenst zijn. Het gaat daarbij ook om de balans tussen de verschillende belangen, functies en kwaliteiten in een gebied.

De provincie wil dat ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van NoordBrabant. In figuur 7 is een uitsnede van de structurenkaart van de SVRO weergegeven. De planlocatie ligt in het ‘Gemengd landelijk gebied’. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie wil het volgende bereiken in het landelijke gebied: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie. 2. Ruimte voor agrarische ontwikkeling. 3. Een duurzame land- en tuinbouw. 4. Versterking van het landschap. Binnen het landelijk gebied onderscheidt de provincie twee perspectieven: 1. Gemengd landelijk gebied. 2. Accent agrarisch ontwikkeling. De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is. Binnen het gemengd agrarisch gebied is naast ruimte voor de land- en tuinbouw ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, bijvoorbeeld op vrijkomende locaties.

In het gemengd landelijk gebied wordt voldaan aan de vraag naar kleinschalige stedelijke voorzieningen, recreatie, toerisme en ondernemen in een groene omgeving. In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen, in de gebieden rondom de Groenblauwe mantel is de ontwikkeling van functies meer afgestemd op het ondernemen in een groene omgeving en de versterking van natuur- en landschapswaarden. Binnen gemengd agrarisch gebied zijn sterke agrarische clusters aanwezig zoals voor de intensieve veehouderij, glasconcentratiegebieden, boomteelt en vollegrondsgroente. Bestaande ontwikkelingsmogelijkheden worden in beginsel gerespecteerd. In deze clusters wil de provincie de aanwezige agrarische functie behoeden voor verstoring. Daarom wil de provincie dat de menging van functies in deze agrarische clusters beperkt blijft.

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 19 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De planlocatie is niet gelegen binnen een gebied met daarin een agrarische cluster. Wonen binnen het landelijk gebied draagt bij aan de menging van functies en past binnen het beleid van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant. Het initiatief betreft het gedeeltelijk) omzetten van de agrarische bestemming van een van de voormalige bedrijfswoningen in een (burger)woonbestemming. Het agrarische bouwvlak wordt verkleind tot enkel een vlak voor het agrarisch bedrijf aan Nattestraat 10. De bedrijfswoning aan Nattestraat 10 krijgt de aanduiding ‘plattelandswoning’. Het initiatief voorziet in een menging van functies en past derhalve binnen het beleid van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant. 4.2.4

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Naar verwachting treedt de Omgevingswet in januari 2023 in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit zijn de: ▪ Provinciale milieuverordening, gebaseerd op artikel 1.2 Wet milieubeheer; ▪ Verordening natuurbescherming, gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; ▪ Verordening Ontgrondingen, gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; ▪ Verordening Ruimte, gebaseerd op artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening; ▪ Verordening Water, gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet; ▪ Verordening wegen, gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2a Wegenverkeerswet. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie.

Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Deze beleid neutrale omzetting betekent overigens niet dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Op hoofdlijnen gaat het om: ▪ een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; ▪ aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet, bijvoorbeeld voor de grondwaterbeschermingsgebieden; ▪ aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. De Provinciale Staten heeft de Interim omgevingsverordening op 25 oktober 2019 vastgesteld.

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 20 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 8: Uitsnede kaart behorende bij Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In figuur 8 zijn de uitsneden van de kaarten behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de locatie Nattestraat 10-12. Uit figuur 8 blijkt dat de planlocatie is aangemerkt als ‘Landelijk gebied – Gemengd landelijk gebied’ met daarbij de aanduiding ‘Reservering waterberging’. Landelijk gebied – Gemengd Landelijk gebied Binnen de afdeling ‘Vitaal platteland’ zijn de ontwikkelingsmogelijkheden geschetst voor het Landelijk gebied. In het landelijk gebied biedt de provincie mogelijkheden aan de gemeente voor het stimuleren van het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Het landelijk gebied omvat een onderverdeling in de sub zones ‘Gemengd landelijk gebied’ en ‘Groenblauwe mantel’. In veel gevallen bestaan er voor beide zones gelijke ontwikkelingsmogelijkheden. In die gevallen wordt gesproken over ‘Landelijk gebied’. Alleen als het nodig is onderscheid te maken, wordt in de betreffende regel gesproken over de sub zones. Een bestemmingsplan gelegen in gemengd landelijk gebied onderscheidt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening gebieden waar een gemengde plattelandseconomie en/of een in hoofdzaak agrarische economie wordt nagestreefd met daarbij passende bestemmingen.

Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Bij het aanwijzen van de bestemmingen dient de bestemming een uitwerking te zijn van de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied en dient tevens bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit als bedoeld paragraaf 3.1.2 van de Interim omgevingsverordening. Zoals nader toegelicht in paragraaf 3.1 is het voornemen om op de locatie Nattestraat 10 en 12 de agrarische bestemming (gedeeltelijk) om te zetten van een agrarische bestemming in een (burger)woonbestemming ter plaatse van Nattestraat 12. Het agrarische bouwvlak wordt afgesplitst en verkleind tot enkel een agrarisch bestemmingsvlak voor de boomkwekerij ter plaatse van Nattestraat 10. De bedrijfswoning aan Nattestraat 10 krijgt de aanduiding ‘plattelandswoning’, zodat ook deze woning bewoond kan worden door een derde. Overtollige bedrijfsbebouwing op de locaties, circa 545 m² wordt gesloopt. In de Interim omgevingsverordening zijn geen specifieke regels opgenomen om een agrarische bedrijfswoning om te zetten naar een plattelandswoning. In artikel 3.69 onder c van de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen om een voormalige bedrijfswoning in gebruik te nemen als burgerwoning.

Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als:

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 21 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

a. b.

dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt.

Artikel 3.69 Afwijkende regels wonen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. c. in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt;

In de toelichting van de Interim omgevingsverordening wordt het volgende vermeld onder artikel 3.69: ‘In het algemeen is er geen sprake van een voormalige bedrijfswoning indien op het perceel nog een agrarische of niet- agrarische functie wordt uitgeoefend. In zo'n geval is publiekrechtelijke afsplitsing van de bedrijfswoning in beginsel ook niet wenselijk. Als de bedrijfswoning feitelijk door derden wordt bewoond, biedt de Wet Plattelandswoning de mogelijkheid om burgerbewoning van de bedrijfswoning toe te staan. De bestemming blijft dan bedrijfswoning. Soms is verdergaand maatwerk gewenst, bijvoorbeeld in geval van een tweede bedrijfswoning die niet langer nodig is. Ook kan het vanwege een historisch gegroeide situatie wenselijk zijn om een eerste bedrijfswoning om te zetten naar burgerwoning.’ In de huidige (feitelijke) situatie aan de Nattestraat 10 en 12 maken de twee bestaande bedrijfswoningen geen onderdeel meer uit van het agrarisch bedrijf welke is gevestigd aan de achterzijde van het perceel. De planologische situatie op de planlocatie dient aangepast te worden. Echter is de privaatrechtelijke situatie niet bepalend voor het publiekrecht en het bestemmingsplan.

De Interim omgevingsverordening biedt de mogelijkheid voor de omzetting van een voormalige agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning, mits overtollige bebouwing wordt gesloopt en er geen splitsing plaatsvindt van verschillende woonfuncties. In de toelichting van de Interim omgevingsverordening is aangegeven dat er geen sprake is van een voormalige bedrijfswoning indien op het perceel nog agrarische functies worden uitgeoefend. Gelet op de gewenste situatie aan de Nattestraat 10 en 12 is daarom op de planlocatie, planologisch gezien, geen sprake van voormalige bedrijfswoningen. De Interim omgevingsverordening biedt echter wel de mogelijkheid tot verdergaand maatwerk, bijvoorbeeld in geval van een tweede bedrijfswoning die vanwege een historisch gegroeide situatie niet langer nodig is zoals van toepassing bij Nattestraat 12. Daarnaast biedt de Wet Plattelandswoning de mogelijkheid om burgerbewoning van een bedrijfswoning toe te staat, zoals van toepassing bij Nattestraat 10. Om de juridisch-planologische situatie te herstellen welke recht doet aan de feitelijke situatie, dient de bestemming van de voormalige tweede bedrijfswoning aan Nattestraat 12 te worden afgesplitst van het agrarisch bedrijf en te worden omgezet naar een burgerwoning.

Ter plaatse van Nattestraat 10 blijft de agrarische bestemming behouden, daarbij krijgt de (eerste)bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen de aanduiding ‘plattelandswoning’ omdat deze eveneens geen functionele binding meer heeft met het bestaande agrarisch bedrijf ter plaatse. De plattelandswoning mag hierdoor ook bewoond worden door derde. Zoals in paragraaf 3.1 beschreven is op de locatie Nattestraat 10 en 12 sprake van een historisch gegroeide situatie, waarbij de bedrijfswoningen in de loop der jaren door diverse gebeurtenissen privaatrechtelijk zijn afgesplitst van het agrarisch bedrijf aan de achterzijde van het perceel. In de feitelijke situatie wordt het huidige agrarisch bouwvlak gedeeld door drie eigenaren/partijen, en wel de eigenaren van Nattestraat 10, de eigenaren van Nattestraat 12 en de eigenaar (de zoon van eigenaren van Nattestraat 10) van het boomteeltbedrijf. Feitelijk gezien is er geen sprake meer van een samenhang tussen de bedrijfswoningen en het agrarisch bedrijf. De ontstane privaatrechtelijke situatie maakt het noodzakelijk de juridisch-planologische situatie aan te passen zoals hiervoor aangegeven. Voor deze ontwikkeling is gekeken naar maatwerk die de Interim omgevingsverordening vereist en in hoeverre deze ontwikkeling invloed heeft op de omgeving.

Toelichting 191830 | 12-07-2022

Pagina 22 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Allereerst is gekeken of de nieuwe woonfunctie van de bedrijfswoning aan Nattestraat 12 en het omzetten van de bedrijfswoning aan Nattestraat 10 naar een plattelandswoning passend is in de omgeving. De planlocatie is gelegen aan de Nattestraat te Oudenbosch in het buitengebied van gemeente Halderberge. Gelet op de omgeving van de planlocatie en de aangrenzende percelen kan gesteld worden dat het omzetten van de agrarische bestemming ter plaatse van de bedrijfswoning aan Nattestraat 12 naar een woonbestemming en het omzetten van de bedrijfswoning aan Nattestraat 10 naar een plattelandswoning passend is. De planlocatie is gelegen in een gebied waar de bestemming ‘Wonen’ veelvuldig voorkomt en diverse clusters met burgerwoningen aanwezig zijn. Daarbij zijn incidenteel kleinschalige (agrarische) bedrijfslocaties in het straatbeeld te vinden. De Nattestraat kenmerkt zich door het landelijk karakter waarbij de diverse burgerwoonlocaties zich afwisselen met de (agrarische)bedrijfslocaties en het achterliggende cultuurlandschap. Tussen de diverse locaties door is er zicht op het achterliggende landschap wat het landelijk karakter versterkt.

Door het omzetten van de huidige bestemming op de locatie Nattestraat 12 naar de bestemming ‘Wonen’ en het opnemen van de aanduiding ‘plattelandswoning’ ter plaatse van Nattestraat 10, wordt aangesloten bij de reeds aanwezige woonfuncties in de omgeving. In het kader van de kwaliteitsverbetering zal overtollige bijbehorende bebouwing op de locatie Nattestraat 10 en 12 gesloopt worden. Het beleid van gemeente Halderberge is onder andere, dat bij voormalige agrarische bedrijfslocaties die als burgerwoning in gebruik genomen worden maximaal tot 500 m² aan voormalige bedrijfsgebouwen behouden mag blijven, dit is ook opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid van het vigerende bestemmingsplan (zie paragraaf 4.3.2). Deze wijzigingsbevoegdheid wordt als leidraad genomen voor het stellen van kaders bij het onderhavige bestemmingsplan herziening. Op de planlocatie worden de overtollige bedrijfsgebouwen gesloopt tot 500 m² bij Nattestraat 10 en 309 m² bij Nattestraat 12. Dit is geborgd door het opnemen van een voorwaardelijke sloopverplichting op de planlocaties. Voor het bestaande agrarisch bedrijf ter plaatse van Nattestraat 10 is gekozen om de bestaande juridischplanologische rechten, zover van toepassing, te behouden. Het huidige kleinschalige agrarisch bedrijf is toekomstbestendig en zal in de toekomst ook worden voortgezet.

Op het agrarisch perceel is een boomkwekerijloods aanwezig van circa 620 m². Deze loods is in gebruik voor opslag van de bedrijfsmachines en goederen behorende bij de bedrijfsvoering. Door het grotendeels verwijderen van het bestaande agrarisch bouwvlak, ter plaatse van Nattestraat 12, sluit het agrarisch bedrijf aan bij het kleinschalige agrarisch karakter in de omgeving. In de omgeving zijn het vooral de kleinschalige boom/akkerbouw bedrijven en kleinschalige veeteeltbedrijven die het beeld bepalen. Een uitbreiding van de bestaande bedrijfsgebouwen is voor de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf niet noodzakelijk en in de toekomst ook niet wenselijk. Door het behouden van het resterende agrarisch bouwvlak ter plaatse van Nattestraat 10, voor dit agrarisch bedrijf, wordt het toekomstperspectief van het bedrijf niet belemmerd en ontstaan er mogelijkheden de bestaande schuur blijvend voor agrarische doeleinden te gebruiken. Ook voor omliggende gevoelige objecten vormt de ontwikkeling op de planlocatie geen belemmering voor een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Het boomteeltbedrijf welke gevestigd blijft op het verkleinde agrarische bouwvlak aan de Nattestraat 10, kan volgens de VNG-publicatie worden ingedeeld in milieucategorie 2 met een bijbehorende richtafstand van 10 meter binnen een gemengd gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/537/documents/15704