Toelichting Bijlagen NL.IMRO.1655.BP6021-C001 2022-07-12.pdf
Tekst van het document
Waarnemingen
Waarnemingen Het onderzoek vond plaats op een tijd van de dag waarop vleermuizen niet actief zijn. Tijdens het veldbezoek kon daarom alleen onderzoek gedaan naar verblijvende vleermuizen, verblijfssporen, verblijfsmogelijkheden en naar de algehele gebiedsgeschiktheid voor vleermuizen. Er werden geen verblijvende vleermuizen geconstateerd, noch duidelijke verblijfssporen.
Verblijfplekken De bebouwing werd onderzocht op verblijfsmoglijkheden en daarvoor geheel ongeschikt beoordeeld. Onder de daken van golfplaten ontbreken donkere tussenruimten door het ontbreken dakbeschot of plafond. In het algemeen is het materiaal van golfplaten onvoldoende isolerend om een buffer te bieden tegen temperatuurextremen, Verblijfplekken direct onder golfplaten bieden daarom niet het stabiele klimaat dat een verblijfsvoorwaarde voor vleermuizen is. De te slopen bebouwing biedt een te hoge mate van inval van daglicht voor verblijf binnenpands. Tussen de balkenconstructie van de hoge schuur ontbreken diepe spleten tussen de balken die verblijf kunnen bieden. Aan de buitenkant ontbreken toegangen tot spouwmuren en gevelbekleding waarachter of waar tussen verblijf kan worden gevonden.
leefgebied
Ten gevolge van de voorgenomen wordt geen aantasting van essentieel foerageergebied verwacht, nog aantasting van structuren die van belang zijn als trek en foerageerroute. De voorgenomen nieuwe groene inrichting kan al snel een verbetering van het leefgebied van vleermuizen betekenen ten opzichte van de huidige situatie.
Conclusie
Verblijfplekken Tijdens het veldbezoek werden geen vaste verblijfplekken en geschikte verblijfsmogelijkheden geconstateerd. Verblijfplekken van vleermuizen binnen het plangebied en invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden niet verwacht en daarmee geen negatieve effecten op jaarrond beschermde verblijfsplaatsen van vleermuizen. Leefgebied Op basis van inrichting wordt het plangebied van een geringe betekenis geacht voor het leefgebied van vleermuizen. Er vinden geen ingrepen plaats aan
30
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
groenstructuren die van betekenis kunnen zijn als trek- en foerageerroute. Aantasting van het lokaal leefgebied van vleermuizen kan uitgesloten worden.
4.3.4 Vogels Bescherming Toelichting
Beschermingscategorieën.
Alle vogels zijn Europees beschermd door middel van de Vogelrichtlijn. In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd. De wet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd (zie overzicht hieronder). Voor een verdere toelichting zie bijlage2. Soorten uit categorieën 1, 2, 3 en 4 (een ontheffingsaanvraag altijd noodzakelijk is. Nesten jaarrond beschermd, vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Soorten: Boomvalk, Buizerd, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart, Havik, Huismus, Kerkuil, Oehoe, Ooievaar, Ransuil, Roek, Slechtvalk, Sperwer, Steenuil, Wespendief en Zwarte wouw. Soorten uit de categorie 5, jaarrond bescherming verblijfplekken optioneel Soorten: Blauwe reiger, Boerenzwaluw, Bonte vliegenvanger, Boomklever, Boomkruiper, Bosuil, Brilduiker, Draaihals, Eidereend, Ekster, Gekraagde roodstaart, Glanskop, Grauwe vliegenvanger, Groene specht, Grote bonte specht, Hop, Huiszwaluw, IJsvogel, Kleine bonte specht, Kleine vliegenvanger, Koolmees, Kortsnavelboomkruiper, Oeverzwaluw, Pimpelmees, Raaf, Ruigpootuil, Spreeuw, Tapuit, Torenvalk, Zeearend, Zwarte kraai, Zwarte mees, Zwarte roodstaart en Zwarte specht.
Overige soorten: verblijfplekken alleen beschermd indien sprake is van een daadwerkelijk broedgeval Soorten: overige soorten
Voorkomen en verspreiding Categorie 1, 2, 3 Verblijfplekken in gebouwen en 4 Uit deze zwaarste beschermingscategorie worden binnen de landschappelijke omgeving met kleinschalige bebouwing een aantal soorten verwacht worden Wnb §3.1 die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk van bebouwing zijn. Dit betreffen huismus, gierzwaluw, slechtvalk, kerkuil en steenuil. Uitgezonderd van de gierzwaluw en slechtvalk zullen deze soorten het grote oppervlak aan landbouwgronden vermijden en zich verplaatsen en voedsel zoeken binnen de bebouwde linten en langs groenstructuren. De gierzwaluw broedt vooral in meer verstedelijk gebied op plekken als onder dakpannen en in holten en nissen in of aan de bebouwing. De slechtvalk broedt uitsluitend in hoge bebouwing of op andere hoge objecten die door mensenhanden gebouwd zijn. Verblijfplekken voornamelijk in bomen Onder de zware beschermingscategorie vallen ook een aantal roofvogels die nesten onderhouden in bomen. De nestelplekken kunnen holten in bomen betreffen, zelfgemaakte nesten in bomen en grote nesten in bomen van andere vogels. Veel van deze soorten zijn gebonden aan bossen en bosranden of foerageren boven het open veld. Soorten als buizerd, havik, wespendief, boomvalk, sperwer en ransuil vallen binnen deze categorie.
Andere soorten anders dan roofvogels uit deze beschermingscategorie zijn roek en ooievaar. De roek is een koloniebroeder en de ooievaar wijkt ook uit naar menselijke bouwwerken als hoogspanningsmasten en schoorstenen.
31
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
Categorie 5 Wnb §3.1
De strikte bescherming van nestelplekken van soorten uit de deze categorie geldt alleen als er zwaarwegende ecologische omstandigheden daartoe aanleiding geven. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer die van het type nestgelegenheid. De bescherming houdt verband met de schaarste van het type nestgelegenheid. Veel van deze soorten zoeken nestgelegenheid op beschutte plekken in holten, holen en kieren. De jaarronde bescherming geldt alleen als de populatie sterk onder druk staat. Boerenzwaluw en huiszwaluw worden vaak als koloniebroeders aangetroffen op boerenerven en onderhouden vaste verblijfplekken waar ze jaarlijks weer naar terugkeren. De meeste soorten uit deze middelzware beschermingscategorie onderhoudt in principe geen vaste nestelplekken, zoals een aantal algemene tuin en stadsvogels, maar keren wel vaak tot dezelfde plek of locatie terug.
Overig Wnb §3.1
Voor de groep uit de laagste beschermingscategorie geldt de bescherming van de nesten en broedplekken in alle gevallen uitsluitend als daadwerkelijk sprake is van een broedgeval. Hiervoor is artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 van toepassing. Verbod van opzettelijke verstoring is bij ingang Wnb niet (meer) van toepassing voor deze categorie.
Effectenbeoordeling NDFF-gegevens
Categorie 1,2,3 en 4 De NDFF-gegevens melden als soorten uit deze beschermingscategorie categorie die verblijf in bebouwing onderhouden alleen de gierzwaluw. De huismus wordt pas binnen de 1-5 km-straal vermeldt. De NDFF-gegevens melden voor een straal van 1 km rond het plangebied havik en sperwer als roofvogels die in bomen broeden.
Waarnemingen
Er werden tijdens het veldbezoek enkele algemene tuin- en stadsvogels (koolmees, spreeuw, houtduif) vogels binnen en nabij het plangebied geconstateerd. Binnen en nabij het plangebied werd geen aanwezigheid van huismussen vastgesteld. De enige aanwijzing van een broedgeval betrof het aangesleepte houtmateriaal van waarschijnlijk een verwilderde duif tussen het opgeslagen materiaal in de lage loods.
Effecten
Jaarrond beschermde verblijfplekken (cat. 1,2,3 en 4) Alle schuren, ook die buiten de ingreep vallen, zijn gecontroleerd op verblijfsporen van uilen en huismussen. Deze werden nergens geconstateerd. De schuren die intact blijven zijn door hun gebruik, bouw inrichting weinig geschikt voor ongestoord verblijf van uilen. Tijdens het veldbezoek is uitgekeken naar huismussenactiviteiten in het plangebied en directe omgeving zoals zingende mannetjes op dakranden bij potentiële nestplaatsen of in- en uitvliegende huismussen. Er is gelet op aanwijzingen voor nestlocaties onder daken en tussen het houtwerk van de te slopen bebouwing zoals uitstekende droge grassprietjes of veertjes en uitwerpselen tegen de muur nabij een nestplek. Op basis van het veldonderzoeken kunnen broedpopulaties van huismussen geheel uitgesloten worden.
32
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
De daken van golfplaten zonder ondersteunend dakbeschot of plafond zijn geheel ongeschikt om gierzwaluwen nestelplekken te bieden. Het terreindeel waar de ingrepen plaats vinden bevat geen bomen die nestgelegenheid aan roofvogels of andere soorten die jaarrond beschermde nesten in bomen onderhouden kunnen bieden. Uitgesloten kan worden dat het plangebied op enige essentiële manier onder deel is van het habitatgebied van deze soorten. Catg.5 Tijdens het veldbezoek is het gehele plangebied in het bijzonder gecontroleerd op zwaluwnesten en nesten van andere vogels uit deze beschermingscategorie die in of aan de bebouwing nestelen. Deze werden nergens geconstateerd. Met de herontwikkeling van het plangebied gaat geen nestgelegenheid voor categorie 5- soorten verloren. Alsnog zijn er ook geen ecologische omstandigheden om nesten van deze soorten zover deze binnen het plangebied verwacht kunnen worden een jaarrond beschermde status te geven. Om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen dient daarom alleen het broedseizoen voor deze soorten in acht worden genomen indien deze aangetroffen worden bij het slopen van bebouwing. Overig Door het ontbreken van dicht en hoog opgaand groen ontbreekt buiten de bebouwing nestgelegenheid voor vogels binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingrepen. Ook in en aan de bebouwing zijn de nestelmogelijkheden beperkt. Conclusie
Jaarrond beschermde verblijfplekken Ten gevolge van de herontwikkeling worden geen negatieve effecten verwacht op jaarrond beschermde verblijfplekken van vogels en het functionele leefgebied voor de instandhouding daarvan. Bij de uitvoerende werkzaamheden dient het broedseizoen in acht worden genomen om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen. Zie verder hoofdstuk 6.1.
4.3.5 Reptielen Bescherming en voorkomen Wnb § 3.2
Wnb § 3.3.
De enige habitatrichtlijnsoort onder de reptielen waarvan verspreid binnen Brabant natuurlijke populaties voorkomen is de gladde slang. Deze zeldzame soort komt binnen hoogwaardig natuurgebied van hoogveen, heide en bos op een aantal locaties in oost en west Brabant voor. De enige reptielen die in Brabant met een meer regelmatige frequentie voorkomen zijn de levendbarende hagedis en hazelworm. Deze soorten vallen onder het middelzware beschermingsregime van ‘andere soorten’ waarvoor de provincie Noord-Brabant geen vrijstelling verleent. De levendbarende hagedis is een tamelijk algemene soort van heide en heideachtig terrein. De hazelworm is binnen Brabant een tamelijk zeldzame soort en komt binnen een zeer beperkt verspreidingsbeeld voor. De soort is gebonden aan heideterrein en bosgebied met een structuurrijke
33
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
onderbegroeiing. Waarneming van genoemde soorten binnen de provincie Noord-Brabant op agrarisch terrein zijn van een uiterste incidentele aard. Effecten beoordeling
NDFF-gegevens
De NDFF-gegeven vermelden binnen de 0 km- 5km straal geen reptielen. Waarnemingen Het plangebied werd tijdens het veldbezoek door het ontbreken van geschikte begroeiingsstructuren en ligging als geheel ongeschikt beoordeeld om reptielen te verwachten. Effecten en geschiktheid Landschappelijk gezien is het plangebied door het omringend agrarisch terrein te geïsoleerd gelegen van de nabije habitatgebieden van de levendbarende hagedis en gladde slang om deze met enige kans te verwachten. Deze habitatgebieden bestaan voornamelijk uit natuurlijk terrein met combinaties van bos, heide en heideachtig terrein. Daarbuiten worden deze soorten hoogst zelden aangetroffen. Het terreintype met zijn specifieke begroeiingsstructuren ontbreekt geheel binnen het plangebied en de directe omgeving. Conclusie Aanwezigheid van reptielen en negatieve effecten op hun leefgebied kunnen geheel uitgesloten worden voor ingrepen binnen het plangebied.
4.3.6 Amfibieën Bescherming en voorkomen Wnb §3.2 en §3.3
Habitatrichtlijn Voor de meeste strikt beschermde amfibieën die binnen een zekere frequentie binnen een natuurlijk verspreidingspatroon in de provincie Noord-Brabant voorkomen, als heikikker, poelkikker en rugstreeppad en kamsalamander geldt dat dat deze een tamelijk strikte binding hebben met hoogwaardig natuurgebied van heide, heideachtig terrein, stuifzanden, natuurlijke graslanden en een kwalitatief hoogwaardig watermilieu. Theoretisch gezien geldt de binding aan natuurgebied minder voor de rugstreeppad. De rugstreeppad is een meer mobiele soort van minder stabiele watermilieus die landelijk op veel plekken in agrarisch gebied en tot binnen stedelijk gebied voorkomt. Binnen Brabant is de soort betrekkelijk zeldzaam en wordt de buiten de optimale biotoop van heide en stuifzanden veel minder vaak aangetroffen dan elders in het land. De soort is in het algemeen een kolonisator op allerlei braakliggend terrein en plant zich daar veelal voort in ondiepe tijdelijke plassen. Nationaal beschermd (zonder vrijstelling) De enige nationaal beschermde amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt die binnen de provincie Noord-Brabant vrij algemeen voorkomen zijn de vinpootsalamander en alpenwatersalamander. De vinpootsalamander is te specifiek gebonden aan heidevennen om buiten natuurgebied te verwachten.
De alpenwatersalamander is minder kieskeurig en is in de eerste instantie een soort van bosvijvers.
34
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
Nationaal beschermd (vrijstelling) Voor een vijftal soorten beschermde amfibiesoorten die landelijk zeer algemeen voorkomen geldt een vrijstelling. Deze soorten betreffen de kleine watersalamander, bruine kikker, twee soorten groene kikkers (bastaardkikker en meerkikker) en de gewone pad. De meerkikker komt algemeen in het westelijk deel van het land voor en is in het oosten zeldzaam. Voor deze soorten geldt alleen de zorgplicht. NDDFgegevens
De NDFF-gegevens vermelden binnen de 1 km straal geen enkele amfibiesoort. Binnen de 1-5 km-straal wordt als enige soort waarvoor geen vrijstelling geldt de alpenwatersalamander vermeld. De enige andere amfibiesoort die binnen 1-5 km-straal vermeld wordt is de bastaardkikker, de meest algemene groene kikker. Voor deze soort geldt een vrijstelling.
Waarnemingen Er werden tijdens het veldbezoek geen amfibieën waargenomen. Effecten beoordeling
In meer algemene zin zijn de landschappelijk omgeving en de geïsoleerde landschappelijke ligging van het plangebied van de bekende habitatgebieden binnen heide- en heideachtig terrein factoren om soorten waarvoor een strikte bescherming of geen vrijstelling geldt uit te sluiten. In meer directe zin toont het plangebied met zijn uitgesproken droge bodemgesteldheid een grote ongeschiktheid om amfibieën te verwachten. Binnen het plangebied en omgeving ontbreken geschikte stabiele voortplantingswaters geheel. Binnen de invloedsfeer van de ingreep is uitsluitend onbegroeide of dun begroeide bodem aanwezigheid. Dichte en beschutting biedende begroeiingen ontbreken vrijwel. Ook andere zaken, zoals houtstapels en afvalhopen van organisch materiaal die beschutting en overwinteringsmogelijkheid bieden ontbreken. De enige soort die niet geheel uit gesloten kan worden binnen de droge omgeving is de gewone pad. Voor deze soort geldt een vrijstelling
Conclusie
Negatieve effecten ten gevolge van de voorgenomen herontwikkeling op beschermde amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt en hun leefgebied kunnen uitgesloten worden. Wel dient voor een enkele beschermd amfibie waarvoor een vrijstelling geldt en dat alsnog aangetroffen kan worden, de zorgplicht in acht worden genomen.
4.3.7 Vissen Bescherming en voorkomen Wnb §3.2 en §3.3
Bescherming Onder de habitatrichtlijn vallen een aantal zoutwatervissen die van zelfsprekend voor het plangebied uitgesloten kunnen worden. Onder de nationale bescherming vallen een aantal vissen die aan een hoogwaardig beekmilieu gebonden zijn als beekprik, elrits, gestippelde alver, kwabaal en beekdonderpad. De elrits en gestippelde alver zijn zeldzame vissoorten die alleen nog in enkele beken in Zuid-Limburg voorkomen. De grote modderkruiper is een soort van sloten en waters met een modderbodem en komt vooral voor binnen laagveengebieden en het rivierengebied voor. De Brabantse verspreiding ligt vooral in de invloedsfeer van de grote rivieren. Echter de soort is ook bekend uit het stroomgebied van de Beerze en van de Dommel rond Eindhoven.
35
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
Effecten beoordeling
Effecten Open water ontbreekt geheel binnen het plangebied en de invloedsfeer daarvan. Deze soortgroep daarom niet relevant in het kader van deze beoordeling.
Conclusie
Wegens het ontbreken van en geschikt watermilieu kunnen negatieve effecten op beschermde vissoorten en hun leefgebied daarom uitgesloten worden.
4.3.8 Libellen en vlinders Bescherming en Voorkomen Wnb §3.2
Habitatrichtlijn Onder de Europese bescherming van de habitatrichtlijn vallen 7 soorten dagvlinders en 8 soorten libellen. Genoemde soorten zijn allen zeldzaam en gebonden aan hoogwaardige milieus van heide, vennen, beken, moerassen en rivieren. Voor de provincie Noord-Brabant zijn de drie witsnuitlibellen, sierlijke, oostelijke en gevlekte witsnuitlibel, van bijzondere belang. Witsnuitlibellen zijn specifiek gebonden zijn aan het zwak gebufferd watermilieu van vennen en andere kleine waters. Op basis van hun zeldzaamheid, verspreidingsbeeld en specifieke habitatvereisten kunnen deze soorten buiten hun natuurlijke biotopen, die voornamelijk in natuurgebieden gelegen zijn, uitgesloten worden.
Wnb §3.3
Nationale bescherming Onder de nationale bescherming zonder vrijstelling vallen 20 soorten dagvlinders en 7 libelsoorten De meeste soorten zijn dusdanig zeldzaam en/ of stellen een dusdanige specifieke biotoopeisen dat de verwachtingskans om deze soorten binnen verstedelijkt en agrarisch gebied aan te treffen bijzonder klein is.
NDFF-gegevens
Binnen de 0-1km-straal worden geen soorten uit deze categorie vermeldt. Binnen de 1-5 km-straal wordt alleen de grote vos vermeldt.
Waarnemingen Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders en/of libellen waargenomen die beschermd. Waarnemingen betroffen slecht een enkele algemene dagvlindersoort (klein koolwitje) Effecten beoordeling
De grote vos is een dagvlinder die tot 2013 landelijk uitgestorven leek, maar waarvan vooral de laatste jaren de aantallen sterk zijn toegenomen. Waarschijnlijk betreffen dit vooral trekvlinders; nog weinig bekend is over het voortplantingssucces van de soort in ons land. De grote vos is gebonden aan vochtig bos en bosranden en plekken waar vrijstaande bomen staan. Deze en andere beschermde soorten dagvlinders en libellen die in de wijdere omgeving voorkomen zijn in het algemeen te zeldzaam en te specifiek gebonden aan een hoogwaardig habitatgebied van vochtige bossen, stromende waters en heidevennen om binnen het plangebied te verwachten waar dergelijke biotopen geheel ontbreken. Hooguit worden een aantal zeer algemene dagvlindersoorten als de verschillende koolwitjes, bont zandoogje en dagpauwoog verwacht.
36
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
Conclusie
Gelet op hun zeldzaamheid en binding aan specifiek habitatgebied kunnen beschermde libel- en vlindersoorten voor het plangebied geheel uitgesloten worden. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal algemene dagvlindersoorten.
4.3.9 Overige ongewervelden Bescherming en voorkomen Wnb §3.2
Wnb §3.3
NDFF-gegevens
Habitatrichtlijn Uit de overige groepen van ongewervelden die Europees beschermd zijn door de Habitatrichtlijn vallen 2 soorten weekdieren, 5 keversoorten en 1 nachtvlindersoort. Van de twee weekdieren is De Bataafse stroommossel vrijwel uitgestorven. De andere soort, het waterslakje de platte schijfhoorn, komt verspreid voor in de Utrechtse en Zuid-Hollandse laagveengebieden en in delen van Friesland. Binnen de zuidelijke provincie zijn de vindplaatsen uiterst schaars. Van de 5 keversoorten zijn twee soorten waterroofkevers; de andere 3 soorten betreffen keversoorten die specifiek gebonden zijn aan oude bossen of vrijstaande oude bomen met veel dood hout. De binding met dood hout, dat in de Nederlandse intensief onderhouden bossen meestal snel geruimd wordt, maakt deze soorten kwetsbaar en is de reden van de zware bescherming. Van genoemde keversoorten ligt het landelijk verspreidingsgebied van de vermiljoenkever uitsluitend in de provincies Noord-Brabant en Zuid-Limburg. De kever heeft een voorkeur voor vochtige bossen. De teunisbloempijlstaart is een warmte minnende soort nachtvlinder die voor zijn voedsel en voortplanting afhankelijk is van ruderaal- en pioniersvegetaties. Nationale bescherming Onder de nationale bescherming vallen één keversoort, het vliegend hert en de enige inlandse rivierkreeft, de Europese rivierkreeft.
De Europese rivierkreeft is landelijk vrijwel uitgestorven. Het vliegend hert is specifiek gebonden aan oude eikenbossen met dood hout in verschillende rottingsstadia. Dit bostype ontbreekt in de nabijheid van het plangebied. De enige soort uit deze categorie vermelden de NDFF-gegevens pas vermelden binnen de 5-10 km-straal en betreft de teunisbloempijlstaart.
Waarnemingen Er werden geen waarnemingen uit deze categorie gedaan. Effecten beoordeling
De teunisbloempijlstaart is een warmte minnende soort nachtvlinder die voor zijn voedsel en voortplanting afhankelijk is van ruderaal- en pioniersvegetaties. Gelet op zijn binding met tamelijk triviale vegetatietypen kan de soort vrijwel overal binnen zijn verspreidingsgebied voorkomen op zon beschenen plekken met kruidrijke begroeiingen van een algemeen type. Echter op basis van zijn zeldzaamheid de trefkans erg klein. Voor beschermde ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken ontbreken binnen het plangebied de condities en specifieke biotopen geheel om deze te verwachten.
Conclusie
Op basis van hun zeldzaam en hun specifieke habitatvereisten kunnen negatieve effecten op soorten uit deze groep geheel uitgesloten worden.
37
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
4.4. Bescherming houtopstanden Wet natuur bescherming
De enige houtbegroeiingen binnen de invloedsfeer van de ingrepen betreft een klein groepje verwaarloosde laagstamfruitbomen met wat struikgewas. Houtopstanden die voldoen aan de criteria die Wet natuurbescherming stelt om als beschermde houtopstand aangemerkt te worden ontbreken geheel.
APV-bomenkap
Het plangebied valt buiten de begrenzing van een bebouwde kom waardoor de AVP-bomenkap niet van toepassing is.
Effectenbeoordeling
Overtreding van Wet natuurbescherming op dit punt en eveneens de gemeentelijke APV-bomenkap kan voor het plangebied uitgesloten worden.
38
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
5 Conclusie 5.1. Samenvatting effectenbeoordeling Natura 2000-gebied Wnb §2 Gelet op de kleinschaligheid en aard van de voorgenomen ontwikkeling en ligging op voldoende geruime afstand tot Natura 2000 kunnen negatieve effecten op Natura 2000 gebied als een kwaliteitsverlies of overschrijding van de gestelde drempelwaarden geheel uitgesloten worden. Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) Iov NB paragraaf 3.2.3 art. 3.15, 3.26 en 3.27 Er worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN/EHS aantasten gelet op de aard en schaal van de voorgenomen ingrepen en ontwikkeling en de ligging op voldoende afstand. Nog wordt een aantasting verwacht van de speciale beschermingzones buiten NNB-gebied voor behoud van de kwaliteit van de waterhuishouding. Een toetsing aan het NNN/EHSbeleid wordt niet noodzakelijk geacht. Groenblauwe mantel Iov NB paragraaf 3.2.4 art3.32 Door de ligging van het plangebied buiten de speciale provinciale beschermingszone van de Groenblauwe mantel kunnen overtredingen van artikel 3.32 van de Interim omgevingsverordening NB uitgesloten worden. Soorten Habitatrichtlijn Wnb §3.2 De enige soort die onder strikte beschermingsregiem van de Habitatrichtlijn (Wnb §3.2) vallen en met enige waarschijnlijkheid binnen het plangebied verwacht kunnen worden zijn vleermuizen en in het bijzonder de gewone dwergvleermuis.
Binnen de invloedsfeer van de ingreep ontbreken geschikt verblijfsmogelijkheden en essentieel habitatgebied voor vleermuizen en andere soorten waarvoor een strikte bescherming geldt. Negatieve effecten op verblijfplekken en functioneel leefgebied voor deze en soorten waarvoor een strikt beschermingsregime geldt kunnen uitgesloten worden Soorten nationaal beschermd (geen vrijstelling) Wnb §3.3 Negatieve effecten van jaarrond beschermde verblijfplekken van soorten die beschermd zijn middels Wbn § 3.3, het middelzware beschermingsregime van ‘andere soorten’, kunnen binnen het plangebied en invloedsfeer daarvan uitgesloten worden. Jaarrond beschermde verblijfplekken van zoogdieren en vogels Wnb § 3.1, §3.2 en §3.3 Binnen het plangebied en de invloedssfeer daarvan kunnen verblijfplaatsen die als jaarrond beschermde vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren kunnen worden aangemerkt en beschermd zijn middels Wnb § 3.1, §3.2 en §3.3 uitgesloten worden. Als gevolg van de ontwikkeling worden ook geen negatieve effecten verwacht op elementen die van essentieel belang kunnen zijn voor de instandhouding van het functioneel leefgebied van soorten waarvoor een strikte bescherming geldt. Beschermde houtopstanden Wnb §4 Binnen het plangebied ontbreken houtopstanden die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming of kapvergunning plichtig kunnen zijn.
39
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
5.2 Toetsing aan de Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming Wetgeving Natura 2000-gebieden Wnb hoofdstuk 2 §2.1 t/m §2.5.
Mogelijke overtredingen Overtreding van de verbodsbepalingen van de Natura 2000 -wetgeving, zoals die vastgelegd zijn hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming zijn, niet aan de orde.
NNN-gebied Interim omgevingsverordening NB §3.2.3 artikel 3.15, 3.26 en 3.27
Overtreding van de verbodsbepalingen van de wetgeving ter bescherming van gebieden die onder het Natuur Netwerk Nederland (NNN) vallen, zoals vastgelegd in artikel 3.15 van de Interim omgevingsverordening NoordBrabant, zijn niet aan de orde. Noch aantasting van de speciale zones ter bescherming van de waterhuishouding binnen NNB-gebied (artikel 3.26 en 3.27).
Groenblauwe mantel Interim omgevingsverordening NB §3.2.4 artikel 3.32
Overtreding van de verbodsbepalingen, zoals vastgelegd in artikel 3.32 van de Interim omgevingsverordening NoordBrabant, ter bescherming van de gebieden die onder de landschappelijke beschermingszone van de Groenblauwe mantel vallen zijn niet aan de orde.
Soortenbescherming wetgeving Wnb §3.1 art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Mogelijke overtredingen Als het broedseizoen onvoldoende in acht genomen wordt is een overtreding van Wnb artikel 3.1 lid 2 mogelijk.
Wnb §3.1 art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Er worden ten gevolge van de herontwikkeling geen negatieve effecten op en verstoring verwacht van jaarrond beschermde verblijfplekken en het functioneel leefgebied van vogels uit de beschermingscategorieën 1t/m 5. Overtreding van Wnb art 3.1 lid 4 en lid 5 is niet aan de orde.
Wnb §3.2 art 3.5 lid 4 Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Er worden ten gevolge van de herontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op jaarrond beschermde verblijfplekken van dieren die strikt beschermd zijn doormiddel van de Habitatrichtlijn. Overtreding van Wnb art 3.5 lid 4 is niet aan de orde.
Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Als afdoende maatregelen genomen worden wat betreft lichtbelasting en een passende landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd, worden ten gevolge van de herontwikkeling geen verstoring verwacht van diersoorten die strikt beschermd zijn; noch aantasting en verstoring van hun functioneel leefgebied. Overtreding van Wnb art 3.5 lid 2 is dan niet aan de orde.
Wnb §3.5 art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Er worden ten gevolge van de herontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op jaarrond beschermde verblijfplekken van dieren die onder de nationale bescherming van “andere soorten” vallen. Overtreding van Wnb art 3.10 lid 1b niet aan de orde.
Zie voor toelichting hoofdstuk 6.1 voor te nemen voorzorgsmaatregelen om een overtreding te voorkomen.
40
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
Wnb §3.2 art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Binnen het plangebied worden geen groeiplaatsen van beschermde plantensoorten verwacht en daarmee geen overtreding van Wnb art 3.5 lid 5.
Wnb §3.3 art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Binnen het plangebied worden geen groeiplaatsen van beschermde plantensoorten verwacht en daarmee geen overtreding van Wnb art 3.10 lid 1c.
Wnb §1.3 art 1.11 Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
Indien onvoldoende zorgvuldig te werk wordt gegaan bij uitvoering van de werkzaamheden kan een overtreding plaats vinden van verbodsbepalingen in Wnb §1.3 art 1.11 die de zorgplicht betreffen. Zie hoofdstuk 6.1 voor de te nemen voorzorgsmaatregelen en mitigatie.
Bescherming houtopstanden wetgeving Wnb §4 art 4/ APV Bomenkap
Mogelijke overtredingen Er vindt geen kap plaats. Overtreding Wnb §4 art 4/ APV is niet aan de orde
Vervolgonderzoek Als de voorzorgsmaatregelen met betrekking van tot het broedseizoen (zie hoofdstuk 6) in acht worden genomen is geen vervolgonderzoek nodig. Ontheffingsaanvraag Als de voorzorgsmaatregelen met betrekking tot het broedseizoen (zie hoofdstuk 6) in acht worden genomen is geen ontheffingsaanvraag nodig.
Samenvatting Als de voorzorgsmaatregelen en mitigatiemaatregelen die het volgende hoofdstuk (6) vermelden in acht worden genomen, wordt geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht.
41
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
42
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
6 Voorzorgsmaatregelen, mitigatie en aanbeveling. 6.1 Algemene voorzorgsmaatregelen •
•
•
Bij uitvoering van ingrepen dient het broedseizoen in acht genomen te worden indien niet voldoende gegarandeerd kan worden dat nesten van broedende vogels niet beschadigd of vernietigd kunnen worden. Als aanbeveling geldt, om bij wijze van voorzorgsmaatregel elke schade aan broedgevallen uit te sluiten, ingrepen geheel buiten het broedseizoen plaats te laten vinden. Als broedseizoen wordt de periode half maart-half juli aangemerkt. Ook als na die periode nog broedende vogels of nestjongen worden waargenomen dan geldt dat het broedseizoen nog niet is afgelopen is. Als men binnen het broedseizoen wil werken geldt de aanbeveling om de locatie voorafgaande het broedseizoen ongeschikt te maken voor broedende vogels en vervolgens voorafgaande de werkzaamheden het plangebied te controleren op broedende vogels. Hierbij bestaat het risico dat de werkzaamheden uitgesteld dienen te worden als een broedgeval geconstateerd wordt. Voor aanwezigheid onbeschermde en vrijgestelde zoogdieren en amfibieën dient de zorgplicht in acht genomen te worden. D.w.z. dat men verstoring, verwonding en doden van deze diersoorten zoveel mogelijk tracht te voorkomen. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving.
Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Er dienen maatregelen genomen te worden om foeragerende vleermuizen en nachtvogels zo weinig mogelijk te verstoren. De invloeden van licht- en geluidsbelasting dient daarom zoveel mogelijk beperkt te worden, zowel in de uitvoerende fase als bij de nieuwe inrichting die het plangebied verkrijgt. Bij herinrichting dient de aanbeveling om naar een lichtplan te streven waarbij weinig lichtuitstrooiing naar de omgeving is.
6.2 Bijzondere voorzorg- en mitigatiemaatregelen •
Bij wijze van voorzorgsmaatregel dient tot aan de sloop het terreindeel waarop werkzaamheden plaats vinden dusdanig te worden onderhouden dat er zich geen hoge begroeiingen en ruigten kunnen ontwikkelen die schuilgelegenheid aan kleine zoogdieren en amfibieën en nestgelegenheid aan vogels bieden. Ook dient om deze reden opslag van materialen en dumping van afval tot aan de uitvoering van de werkzaamheden vermeden te worden.
6.3 Aanbeveling en advies •
• •
Als aanbeveling geld om naar een nieuwe groene inrichting te streven die aansluit op de landschappelijke en ecologische omgeving. Dit kan o.a. door te kiezen voor inlandse houtsoorten voor de aanleg van hagen en planten van bomen. De aanplant dient dusdanig te geschieden dat de uitstraling van licht op de omgeving voor de nachtdieren zoveel mogelijk beperkt wordt. Als aanbeveling geldt het inbouwen van verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen en huismussen. Hiervoor zijn inbouwkasten in alle maten en van verschillend soorten materialen in de handel. Enkele veel gebruikte methoden om de effecten van lichthinder te beperken zijn: -niet uitstralende armaturen
43
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
•
-lagere armaturen (dan zijn er wel meer nodig) -verlichting met een lagere lichtintensiteit -tijdelijke verlichting (slechts een deel van de nacht aan), en alleen op plekken waar het echt nodig is -Het gebruik van sensoren die in werking treden als verlichting nodig is -de verlichting afschermen met struiken zodat het licht niet verstrooid wordt naar plekken waar het niet nodig is. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van neststenen of vogelvides voor huismussen en vleermuiskasten in de gevel van de nieuwe woning. Natuurinclusief bouwen bevorderd de biodiversiteit en ons leefklimaat!
Voor meer informatie over natuurinclusief bouwen zie onderstaande websites: www.stadszaken.nl/ruimte/groen/1079/natuurinclusief-bouwen-met-deze-40-punten. www.vogelbescherming.nl/bescherming/wat-wij-doen/in-de-stad/gemeenten-bedrijvenbouwers/hulp-van-vogelbescherming . www.vogelbescherming.nl/bescherming/wat-wij-doen/in-de-stad/gemeenten-bedrijvenbouwers/goede-voorbeelden . www.checklistgroenbouwen.nl www.operatiesteenbreek.n
44
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
7. Bronnen Literatuur
• • • • • • • • • • •
Creemers. R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming. 11 oktober 2017. Zoogdiervereniging en provincie Noord- Brabant. Schaminée e.a. 1995. De Vegetatie van Nederland deel 1 t/m 5 Drs. E.J. Weeda, R. Westra, Ch. Westra, T. Westra 1985-1994. Nederlandse Ecologische Flora deel 1t/m5 P. Twisk, A. van Diepenbeek, J.P. Bekker 2010. Veldgids Europese Zoogdieren Dietz, C., O. von Helversen& D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest Afrika. Tirion Natuur. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 Kennisdocument Huismus. Passer domesticus. Versie 1.0 juli 2017. BIJ12 Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016.
Gegevensverstrekking NDFF - quickscanhulp.nl, d.d. Internetsites -www. minlnv.nederlandsesoorten.nl/
-www.Verspreidingsatlas.nl -www.dassenwerkgroepbrabant.nl -www.ed.nl -www.quickscanhulp.nl -www.ruimtelijkeplannen.nl -www.kaartbank.brabant.nl
45
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
46
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
BIJLAGE 1 - TOELICHTING SOORTENBESCHERMING De Conventie van Bern is een internationaal verdrag over het behoud van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten en de daarbij behorende grensoverschrijdende natuurlijke leefmilieus in Europa. Bijzondere aandacht wordt besteed aan kwetsbare soorten en aan soorten die met uitsterven worden bedreigd. Het verdrag werd in 1979 ondertekend door de Europese Unie, Monaco, Burkina Faso, Marokko, Tunesië en Senegal en ligt aan de basis van de huidige Europese en nationale natuurwetgeving. De Conventie van Bonn is een internationaal verdrag met het doel migrerende diersoorten te beschermen. Het verdrag werd in 1979 in Bonn getekend onder auspiciën van de VN. De Habitatrichtlijn (HR) is in 1992 door de Europese Unie vastgesteld en gericht op het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door natuurlijke habitatten en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De Vogelrichtlijn is in 1979 door de Europese Unie vastgesteld gericht op de instandhouding van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten.
Bijlage
categorie
Habitatrichtlijn/ Vogelrichtlijn
Wnb
Bern1
Strikt beschermde plantensoorten
HR-bijlage 4
§ 3.2 art 3.5
Strikt beschermde plantensoorten
HR-bijlage 2
§ 3.2 art 3.5
Strikt beschermde diersoorten
HR-bijlage 4
§ 3.2 art 3.5
Strikt beschermde vogelsoorten
Vogelrichtlijn
§ 3.1 art 3.1
Beschermde diersoorten
HR-bijlage 2 en 5
§ 3.3 art 3.10
Beschermde vogelsoorten
Vogelrichtlijn
§ 3.1 art 3.1
Strikt beschermde (migrerende) diersoorten
HR-bijlage 4
§ 3.2 art 3.5
Strikt beschermde (migrerende) vogelsoorten
Vogelrichtlijn
§ 3.1 art 3.1
Beschermde (migrerende) diersoorten
HR-bijlage 4
§ 3.3 art 3.10
Beschermde (migrerende) vogelsoorten
Vogelrichtlijn
§ 3.1 art 3.1
Bern 2
Bern 3
Bonn 1
Bonn2
47
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
BIJLAGE 2 - SOORTEN VAN DE VOGELRICHTLIJN Algemeen Alle Europese inheemse vogels zijn beschermd met de Vogelrichtlijn, waarbij een onderscheidt gemaakt kan worden van soorten waarvoor een striktere bescherming geldt (vermeldt in bijlag 2 van de Conventie van Bern en bijlage 1 van het Verdrag van Bonn) en soorten waarvoor die bescherming minder strikt is (bijlage 3 Bern en bijlage 2 Bonn). Echter voor alle soorten is de bescherming van Wnb § 3.1 art 3.1 van toepassing. Van een aantal soorten zijn ook de verblijfplekken en nesten buiten het broedseizoen beschermd, de zgn. jaarrond beschermde verblijfplekken. Vogels met jaarrond vaste verblijfplekken Door de RVO is een lijst van vogelsoorten opgesteld waarbij een onderscheidt is gemaakt tussen de volgende categorieën van beschermde vaste verblijfplekken die deze soorten onderhouden 1 2 4 5
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Verblijfplekken van soorten uit categorie 1,2,3 en 4 zijn in alle gevallen jaarrond beschermd en is ontheffing altijd noodzakelijk. Verblijfplekken van soorten uit categorie 5 zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of “als ecologische omstandigheden” dat rechtvaardigen. Voor deze soorten, die slechts deels vaste nestelplekken onderhouden geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer die van het type nestgelegenheid. Lijst van vogels die vaste verblijfplekken onderhouden Soort
categorie
steenuil gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstraat kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk buizerd havik ransuil sperwer wespendief zwarte wouw blauwe reiger boerenzwaluw Bonte vliegenvanger
1 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5
soort
categorie
boomklever boomkruiper bosuil brilduiker draaihals groene specht ekster gekraagde roodstaart glanskop grauwe vliegenvanger grote bonte specht hop huiszwaluw ijsvogel kleine bonte specht kleine vliegenvanger koolmees kortsnavelboomkruiper oeverzwaluw
48
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
soort
categorie
pimpelmees raaf ruigpootuil spreeuw tapuit torenvalk zeearend zwarte kraai zwarte mees zwarte roodstaart
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
BIJLAGE 3 - SOORTEN VAN DE HABITATRICHTLIJN
Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I
Bern II
Bonn I
HR IV
categorie
soort
soort
Sporenplanten
Geel schorpioenmos
Hamatocaulis vernicosus
Sporenplanten
Tonghaarmuts
Orthotrichum rogeri
Sporenplanten
Kleine vlotvaren
Salvinia natans
Zaadplanten
Liggende raket
Sisymbrium supinum
Zaadplanten
Drijvende waterweegbree
Luronium natans
Zaadplanten
Groenknolorchis
Liparis loeselii
Zaadplanten
Kruipend moerasscherm
Apium repens
Zaadplanten
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Bern II Bern II Bern II
dagvlinders
Moerasparelmoervlinder
Euphydryas aurinia ssp. aurinia
Haften
Oeveraas
Palingenia longicauda
Libellen
Mercuurwaterjuffer
Bern II
Zeezoogdieren
Walrus
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Reptielen
Dikkopschildpad
Coenagrion mercuriale ssp. mercuriale Odobenus rosmarus ssp. rosmarus Caretta caretta
Reptielen
Kemp’s zeeschildpad
Lepidochelys kempii
Reptielen
Lederschildpad
Dermochelys coriacea
Reptielen
Soepschildpad
Chelonia mydas
zeezoogdieren
Bultrug
Megaptera novaeangliae
Zeezoogdieren
gewone vinvis
Balaenoptera physalus
Zeezoogdieren
noordse vinvis
Balaenoptera borealis
Zeezoogdieren
Potvis
Physeter catodon
Amfibieën
Poelkikker
Pelophylax lessonae
Vissen
Houting
Coregonus oxyrinchus
Weekdieren
Bataafse stroommossel
Unio crassus
Weekdieren
platte schijfhoren
Anisus vorticulus
Zoogdieren
Bever
Castor fiber ssp. albicus
Zoogdieren
Hazelmuis
Muscardinus avellanarius
Zoogdieren
Lynx
Lynx ssp. lynx
Zoogdieren
Noordse woelmuis
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Zoogdieren
Wilde kat
Microtus oeconomus ssp. arenicola Felis silvestris ssp. silvestris
Zoogdieren
Wolf
Canus lupus
Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus
Zeezoogdieren
Butskop
Hyperoodon ampullatus
Zeezoogdieren
Dwergvinvis
Balaenoptera acutorostrata
Zeezoogdieren
Griend
Globicephala melas
Zeezoogdieren
Spitsdolfijn van gray
Mesoplodon grayi
Zeezoogdieren
Witte dolfijn
Delphinapterus leucas
Amfibieën
Boomkikker
Hyla arborea ssp. arborea
Amfibieën
Geelbuikvuurpad
Bombina variegata ssp. variegata
Amfibieën
Heikikker
Rana arvalis ssp. arvalis
Amfibieën
Kamsalamander
Triturus cristatus
HR IV HR IV HR IV HR IV
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
Bern II Bern II Bern II Bern II
Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I
49
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
Bern I
Bern II Bern II Bern II
Bonn I
HR categorie IV HR IV Amfibieën HR IV Amfibieën
soort
soort
Rugstreeppad
Bufo calamita
Vroedmeesterpad
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Dagvlinders
Apollovlinder
Alytes obstetricans ssp. obstetricans Parnassius apollo
Dagvlinders
Boszandoog
Lopinga achine
Dagvlinders
Donker pimpernelblauwtje
Maculinea nausithous
Dagvlinders
Grote vuurvlinder
Lycaena dispar ssp. batava
Dagvlinders
Pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
Dagvlinders
Tijmblauwtje
Maculinea arion
Dagvlinders
Zilverstreephooibeestje
Coenonympha hero
Kevers
Dytiscus latissimus
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Kevers
Brede Geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever
Kevers
Juchtleerkever
Osmoderma eremita
Kevers
Vermiljoenkever
Cucujus cinnaberinus
Libellen
Bronslibel
Oxygastra curtisii
Libellen
Gaffellibel
Ophiogomphus cecilia
Libellen
Gevlekte witsnuitlibel
Leucorrhinia pectoralis
Libellen
Groene glazenmaker
Aeshna viridis
Libellen
Noordse winterjuffer
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Libellen
Oostelijke witsnuitlibel
Sympecma annulata ssp. braueri Leucorrhinia albifrons
Libellen
Rivierrombout
Gomphus flavipes ssp. flavipes
Libellen
sierlijke witsnuitlibel
Leucorrhinia caudalis
Nachtvlinders
Teunisbloempijlstaart
Proserpinus proserpina
Reptielen
Gladde slang
Bern II
HR IV Reptielen
Muurhagedis
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Reptielen
Zandhagedis
Coronella austriaca ssp. austriaca Podarcis muralis ssp. brongniardii Lacerta agilis ssp. agilis
Vissen
Steur
Acipenser sturio
Zoogdieren
Hamster
Cricetus cricetus ssp. canescens
Zoogdieren
Otter
Lutra lutra ssp. lutra
Vleermuizen
Baardvleermuis
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Vleermuizen
Bechsteins vleermuis
Myotis mystacinus ssp. mystacinus Myotis bechsteini
Vleermuizen
Bosvleermuis
Nyctalus leisleri ssp. leisleri
Vleermuizen
Brandts vleermuis
Myotis brandti ssp. brandti
Vleermuizen
Franjestaart
Myotis nattereri
Vleermuizen
Gewone grootoorvleermuis
Plecotus auritus ssp. auritus
Vleermuizen
Grijze grootoorvleermuis
Bern II
HR IV Vleermuizen
Ingekorven vleermuis
Bern II Bern II
HR IV Vleermuizen HR IV Vleermuizen
Kleine dwergvleermuis
Plecotus austriacus ssp. austriacus Myotis emarginatus ssp. emarginatus Pipistrellus pygmaeus
Bern II
HR IV Vleermuizen
Laatvlieger
Bern II
HR IV Vleermuizen
Meervleermuis
Kleine hoefijzerneus
50
Graphoderus bilineatus
Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros Eptesicus serotinus ssp. serotinus Myotis dasycneme
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
Bern I
Bern II Bern II
Bon I
HR IV
categorie
soort
HR IV
Vleermuizen
Kleine hoefijzerneus
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Vleermuizen
Laatvlieger
Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros Eptesicus serotinus ssp. serotinus
Vleermuizen
Meervleermuis
Myotis dasycneme
Vleermuizen
Mopsvleermuis
Barbastella barbastellus
Vleermuizen
Noordse vleermuis
Eptesicus nilssoni ssp. nilssoni
Vleermuizen
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula ssp. noctula
Vleermuizen
Ruige dwergvleermuis
Pipistrellus nathusii
Vleermuizen
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus ssp. murinus
Vleermuizen
Vale vleermuis
Myotis myotis ssp. myotis
Vleermuizen
Watervleermuis
Bern II
HR IV
Vleermuizen
Bruinvis
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Vleermuizen
Dwergpotvis
Myotis daubentoni ssp. daubentoni Phocoena phocoena ssp. phocoena Kogia breviceps
Zeezoogdieren
Gestreepte dolfijn
Stenella coeruleoalba
Zeezoogdieren
Gewone dolfijn
Delphinus delphis
Zeezoogdieren
Gewone spitsdolfijn
Mesoplodon bidens
Zeezoogdieren
Grijze dolfijn
Grampus griseus
Zeezoogdieren
Kleine zwaardwalvis
Pseudorca crassidens
Zeezoogdieren
Narwal
Monodon monoceros
Zeezoogdieren
Orca
Orcinus orca
Zeezoogdieren
Tuimelaar
Tursiops truncatus ssp. truncatus
Zeezoogdieren
Witflankdolfijn
Lagenorhynchus acutus
Zeezoogdieren
Witsnuitdolfijn
Lagenorhynchus albirostris
51
soort
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
BIJLAGE 4 - NATIONAAL BESCHERMDE SOORTEN (‘ANDERE SOORTEN’) Onder dit beschermingsregime vallen de nationaal beschermde soorten als bedoeld in bijlage A en B van Wnb artikel 3.10 (respectievelijk) lid 1a en 1c. Internationaal staan deze vermeldt in bijlage 3 van de Conventie van Bern en bijlage 2 en 5 van de Habitatrichtlijn. soortgroep
soort
soort
bescherming
Amfibieën Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Kevers Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Kreeftachtigen Reptielen Reptielen Reptielen Reptielen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen ZoogdierenZoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
Alpenwatersalamander Vinpootsalamander Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje Bruine eikenpage Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder Grote vos Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Vliegend hert Beekrombout Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel speerwaterjuffer Europese rivierkreeft Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang Beekdonderpad Beekprik Elrits Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal Boommarter Bunzing Damhert Das Edelhert Eekhoorn Eikelmuis Grote bosmuis
Mesotriton alpestris Lissotriton helveticus Salamandra Pyrgus malvae Melitaea athalia Erynnis tages Satyrium ilicis Argynnis niobe Maculinea alcon Argynnis aglaja Nymphalis polychloros Apatura iris) Satyrium w-album Hipparchia statilinus Limenitis camilla Hesperia comma Thecla betulae Heteropterus morpheus Plebejus optilete Boloria aquilonaris Coenonympha tullia Melitaea cinxia Boloria selene Lucanus cervus Gomphus vulgatissimus Calopteryx virgo Coenagrion armatum Somatochlora flavomaculata Cordulegaster boltonii Somatochlora arctica Sympetrum depressiusculum Coenagrion hastulatum Astacus astacus Vipera berus ssp. berus Anguis fragilis Zootoca vivipara Natrix Cottus rhenanus Lampetra planeri Phoxinus phoxinus Alburnoides bipunctatus Misgurnus fossilis Lota Martes martes Mustela putorius Dama dama Meles meles Cervus elaphus Sciurus vulgaris Eliomys quercinus Apodemus flavicollis
Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A)
52
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Sporenplanten Sporenplanten Sporenplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Hermelijn Molmuis Bunzing Damhert Das Edelhert Eekhoorn Eikelmuis Grote bosmuis Hermelijn Molmuis Steenmarter Veldspitsmuis Wezel Waterspitsmuis Gewone zeehond Grijze zeehond Blaasvaren Groensteel Schubvaren Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine schorseneer Kleine wolfsmelk
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Zaadplanten
Mustela erminea Arvicola scherman Mustela putorius Dama Meles Cervus elaphus Sciurus vulgaris Eliomys quercinus Apodemus flavicollis Mustela erminea Arvicola scherman Martes foina Crocidura leucodon Mustela nivalis Neomys fodiens Phoca vitulina Halichoerus grypus Cystopteris fragilis Asplenium viride Ceterach officinarum Ranunculus arvensis Torilis arvensis Odontites vernus subsp. vernus Euphrasia rostkoviana Teucrium montanum Platanthera montana Anagallis arvensis subsp. foemina Himantoglossum hircinum Ranunculus polyanthemos subsp. nemorosus Bromopsis ramosa subsp. benekenii Chenopodium bonus-henricus Euphorbia platyphyllos Eriophorum latifolium Epipactis atrorubens
Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Goodyera repens Bromus secalinus Teucrium chamaedrys subsp. germanicum Gentianella ciliata Epipactis muelleri
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Alchemilla subcrenata
Andere soorten (bijlage B)
Valerianella dentata Tuberaria guttata Hypochaeris glabra Carex laevigata Coeloglossum viride Legousia speculum-veneris Fragaria moschata Aphanes arvensis Herminium monorchis Ranunculus polyanthemos subsp. polyanthemoides Centaurea calcitrapa Dianthus carthusianorum Selinum carvifolia Veronica verna Scorzonera humilis Euphorbia exigua
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
53
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje
Campanula glomerata Lathyrus linifolius Filipendula vulgaris Arnoseris minima Carum verticillatum Thymus praecox Drosera longifolia Veronica prostrata Teucrium scordium Erysimum cheiri Lathyrus aphaca Scandix pecten-veneris Arabis hirsuta subsp. sagittata Lilium bulbiferum subsp. croceum Daphne mezereum Antennaria dioica Lithospermum arvense Asperugo procumbens Carex lepidocarpa Galeopsis angustifolia Hieracium lactucella Rubus saxatilis Euphorbia stricta Monotropa hypopitys Carduus tenuiflorus Minuartia hybrida Teucrium botrys Scheuchzeria palustris Ophrys insectifera Veronica praecox Artemisia campestris subsp. campestris Consolida regalis Melampyrum arvense Atropa bella-donna Euphorbia seguieriana Viola lutea subsp. calaminaria
54
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Nattestraat 10 en 12 te Oudenbosch
BIJLAGE 5 - SOORTEN MET EEN VRIJSTELLING Uitgezonderd: Geen vrijstelling Vrijstelling voor ingrepen aan bebouwing en erven. Tijdelijke vrijstelling van juli t/m september Tijdelijke vrijstelling van 15 augustus tot 15 oktober Tijdelijke vrijstelling periode maart en april en periode juli t/m september
zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn
4
Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis
1
Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter
5
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis
1
Vos Wezel Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine kikker Gewone pad Hazelworm
2
Kleine watersalamander Levendbarende hagedis
3
Meerkikker Bastaardkikker
55
ANWvB RN art 3.31
Zuid-Holland
Zeeland
Utrecht
Overijssel
Noord-Holland
Noord- Brabant
Limburg
Groningen
Gelderland
Friesland
Flevoland
Tijdelijke vrijstelling van 15 augustus t/m februari
Drente