TECHN VR Beleidsnota Wegbeheer 2016 - 2020 (raad 05-11-2015).pdf
Tekst van het document
2002 2003 2004 2005
€ 907.560,€ 901.552,€ 901.552,€ 650.000,-
Sinds 2005 werden er steeds meer discussies in het college en de raad gevoerd over de inzet en hoogte van middelen voor het onderhoud aan de wegverhardingen, waarbij ook scenario’s werden geschetst. Uit deze discussies zijn middelen beschikbaar gesteld en prioriteiten aangegeven. Deze keuzes werden dus afgezet tegen het niveau wat landelijk ook als voldoende wordt beschouwd, het kwaliteitsniveau C aangehouden door het CROW, gekoppeld aan de middelen die hierbij nodig waren. Uitgaande van de CROW-systematiek was er in 2006 berekend dat jaarlijks € 2.565.192,- diende te worden geïnvesteerd. De staat van onderhoud van de verhardingen was flink dus teruggelopen. Vanaf 2007 werd er besloten om naast het bedrag op de exploitatiebegroting ook jaarlijks een bedrag op het Investeringsplan op te nemen, namelijk € 600.000,- en ook jaarlijks een bedrag van € 600.000,uit de reserves beschikbaar te stellen. Totaal dus een bedrag van € 2.113.000,In de jaren 2006 tot en met 2010 zijn er vervolgens de volgende middelen ook daadwerkelijk geïnvesteerd: 2006 2007 2008 2009 2010
€ 814.492,€ 2.113.000,€ 2.113.000,€ 1.513.000,- (geen middelen uit de reserve) € 1.513.000,- (geen middelen uit de reserve)
Uitgaande van de CROW-systematiek was in 2011 berekend dat er jaarlijks € 1.620.229,-. diende te worden geïnvesteerd om te kunnen voldoen aan kwaliteitsniveau C. De extra investeringen, in met name 2007 en 2008, hadden er voor gezorgd dat het gemiddelde onderhoudsniveau van de verhardingen was gestegen. Inmiddels waren echter ook de jaren van soberheid en bezuiniging aangebroken en moesten er keuzes worden gemaakt op de inzet van middelen. Overigens niet alleen op wegonderhoud, maar ook op alle andere beleidsvlakken. Naar aanleiding van de in 2011 gevoerde discussie over de aanpak van het onderhoud werden de middelen verdeeld naar gelang de prioriteit en de gewenste kwaliteit (tabel paragraaf 6.3.1). De inzet van middelen werd in de jaren 2011 tot en met 2015 als volgt: 2011 2012 2013 2014 2015
€ 1.333.744,€ 1.237.912,€ 1.430.346,€ 1.250.671,€ 1.260.431,-
(€ 100.000,- extra bezuiniging 10%) (€ 125.000,- t.b.v. reparatie Goudbloemsedijk uit het IP)
Uit de wegeninspectie van 2015 is gebleken dat de gemiddelde investering voor de komende jaren, om te kunnen voldoend aan het kwaliteitsniveau C van de CROW-systematiek, € 944.601,- moet zijn. Het kwaliteitsniveau is dus gestegen. Het bedrag nodig voor klein onderhoud is echter ook gestegen. In paragraaf 6.5 zal hier nader op worden ingegaan. Van de ingezette middelen in de afgelopen jaren, in relatie tot de staat van onderhoud, is naaststaande grafiek opgemaakt.
27
Hierbij moeten een aantal opmerkingen worden gemaakt, namelijk: - 2002, 2006, 2011 en 2015 zijn piekjaren, die voor het bepalen van de gewenste CROW- uitgaven als normjaren zijn aangehouden. De lijn van investeringen geeft aan wat er ook daadwerkelijk is uitgegeven aan het onderhoud van de wegen c.q. de uitgevoerde reconstructies. - Door de prioriteitsstelling zijn er in de afgelopen jaren met name wegverhardingen aangepakt bestaande uit asfalt. Bijvoorbeeld woonstraten bestaan met name uit elementenverhardingen. De invloed van omstandigheden op het groter worden van schades in elementenverhardingen, zoals het weer, is minder dan bij asfaltverhadingen. - Het verloop van het gemiddelde kwaliteitscijfer voor alle verhardingen is als volgt weer te geven:.
- De afgelopen twee jaar zijn de winters bijzonder kort en “warm” geweest. De wegverhardingen hebben hierbij kennelijk niet veel geleden. - De Serviceteams nemen veel kleinschalige reparaties voor hun rekening, waardoor groot onderhoud kan worden uitgesteld en deels kapitaalsvernietiging kan worden voorkomen. De schades worden niet groter van omvang en daarmee ook niet duurder in herstelkosten. De uitwerking van deze reparaties is echter wel van korte duur, gemiddeld 3-5 jaar. - De werkzaamheden, die worden uitgevoerd door netwerkbeheerders van kabels en leidingen, worden beter gemonitoord en geregistreerd. De controle is verscherpt en aannemers worden sneller teruggeroepen voor herstel. Ook dit bevorderd de kwaliteit. - Het bedrag wat voor klein onderhoud moet worden ingezet is, op basis van de CROW-systematiek en ook gebleken uit de laatste wegeninspecties, toegenomen. Dit is een teken aan de wand dat door komende langdurige “kwakkelwinters” er heel snel toch een verslechtering kan optreden. Het behalen van het kwaliteitsniveau C kan hierdoor lastiger worden.
6.5 Klein onderhoud In paragraaf 4.3 is al beschreven dat de aanpak van klein onderhoud net zo belangrijk is als groot onderhoud. Enerzijds om escalatie naar groot onderhoud te voorkomen en anderzijds om ongelukken en/of schade aan derden te voorkomen. Op basis van de wegeninspectie berekent het computermodel, naar aanleiding van praktijk- en ervaringscijfers, een bedrag uit wat voor klein onderhoud zou moeten worden uitgetrokken; dus het verwachtingspatroon. Met de uitgevoerde wegeninspecties uit het verleden werd ook het bedrag wat nodig is aan klein onderhoud berekend. Ook hierbij weer uitgaande van het gewenste CROW- kwaliteitsniveau C. Voor klein onderhoud aan wegen is op de exploitatiebegroting 2015 een bedrag van € 43.105,- opgenomen. Op basis van de basismeerjarenplanning 2016-2020 (en de door het CROW gestelde criteria) zou een bedrag van € 129.253,- per jaar nodig zijn. Dit is € 86.148,- per jaar meer dan nu beschikbaar wordt gesteldt en € 10.000,- per jaar meer dan dat in de beleidsperiode 2011-2015 was berekend. 28
De gewenste middelen in de afgelopen jaren zijn, in relatie tot de beschikbaar gestelde middelen, in een grafiek uiteengezet.
De stijging van de benodigde middelen in 2016 voor het klein onderhoud is een indicatie dat de kwaliteit van de verhardingen, in het algemeen, minder wordt. Wellicht nog wel binnen de bandbreedte waarbij de kwaliteitsgetallen (nog) niet worden beinvloedt, echter de beeldkwaliteit kan anders doen overkomen. 6.5.1 Bestaande schades klein onderhoud Met de uitgevoerde wegeninspectie is extra geïnspecteerd op bestaande kleinschalige schades. Hierbij zijn er 1289 kleinschalige schades opgenomen in de verhardingen. Verder zijn er ook nog 33 schades in de bermen opgenomen. In tegenstelling tot wat de systematiek als verwachtingspatroon schetst zijn dit dus actuele schades die nu in de verhardingen aanwezig zijn. Hierbij zijn de schadebeelden ook een prioriteit meegegeven die iets zeggen over de ernst van de schade en daarmee ook over de aanpak. De onderverdeling kan als volgt worden gemaakt: verhardingstype
elementen
asfalt
Prioriteit 1: inplannen in het eerste jaar Prioriteit 2: inplannen in het eerste jaar Prioriteit 3: Inplannen in 2017 - 2020
119 schades
26 schades
347 schades
18 schades
600 schades
178 schades
beton
1 schade
Totale kosten
Effect
Kostenraming € 18.950,-
Kosten per jaar 2016 € 18.950,-
Kostenraming € 26.400,-
2016 € 26.400,-
aanpak verkeersveiligheid
Kostenraming € 119.000,-
2017-2020 € 29.750,-
aanpak esthetisch bij doorgroei verkeersveiligheid
aanpak verkeersveiligheid
Gemiddelde schade elementen 2 m2, kosten per schade 50,Gemiddelde schade asfalt 6 m2, kosten per schade 500,Gemiddelde schade beton 1 m2, kosten per schade 50,(bij de kostenraming is rekening gehouden met verkeersmaatregelen, staartkosten en stortkosten)
De schades zijn inmiddels op tekening gezet zodat de locaties bekend zijn. In totaal zijn er voor € 164.350,- aan kleine schades geconstateerd. Door het niet of onvolledig uitvoeren van klein onderhoud stijgt het risico op aansprakelijkheidsstellingen. Daarbij zal een verharding (met name bij asfalt), door het oplopen van het aantal schades en het uitblijven van onderhoud, eerder in aanmerking komen voor groot onderhoud of een reconstructie, zoals in 29
paragraaf 4.3 al eerder is uitgelegd. Hierbij is er dus sprake van snel oplopende onderhoudskosten en dus kapitaalsvernietiging. Door eerdere aanpak zouden de meerkosten immers lager uitvallen. Prioriteit 1 en 2 worden dan ook bij de aannemer van het klein onderhoud ingepland om deze snel op te lossen. Het bestaande budget voor het klein onderhoud wordt momenteel ingezet voor calamiteiten en schades die in het jaar van het beschikbaar stellen ontstaan en/of voor het oplossen van meldingen van bewoners en weggebruikers. Het is dan onmogelijk om te stellen dat de schades opgenomen tijdens de wegeninspectie met het huidige budget kunnen worden opgelost. Het budget in 2016 zal dan ook met € 45.350,- moeten worden opgehoogd tot een bedrag van € 88.455,- en de jaren daarna met € 29.750,- tot een bedrag van € 72.855,-. Voor de aanpak van kleinschalige onderhoudswerkzaamheden en zeker bij het niet beschikbaar (kunnen) stellen van extra middelen, is een ondersteunende rol door de Serviceteams van de gemeente Halderberge essentieel. Door de Serviceteams in te zetten op de kleinschalige schades met als prioriteit 3 kunnen de kosten mogelijk worden teruggebracht. Gelet op het huidige takenpakket van de Serviceteams zal het niet mogelijk zijn om alle schades die nu met het inspecteren zijn geconstateerd ook door de Serviceteams te laten oplossen.
Een groot deel zal ook naar de aannemer van het klein onderhoud moeten worden uitgezet. Bovendien kunnen niet alle schades in asfaltwegen door de Serviceteams worden opgelost. Inmiddels is deze werkwijze sinds 2008 doorgevoerd en springen de Serviceteams ook steeds beter in op het herstel van schades. In bijlage E zijn de klachten in de afgelopen jaren aangegeven en uit dit overzicht blijkt ook dat de hoeveelheid klachten over wegen is afgenomen. Verder blijkt uit de opgebouwde ervaringen dat de hoeveelheid kleinere werkzaamheden aan verhardingen, die voorheen naar een aannemer werden uitgezet (ong. 175 stuks), met meer dan 60% is afgenomen.
30
7 Beheer en onderhoud op basis van Kwaliteitsmodellen
............................................................................
Vanuit de CROW-systematiek kan er een ondergrens worden bepaald die maatgevend moet zijn voor het kwaliteitsniveau binnen de gemeente Halderberge. Hiervoor wordt aangehouden het kwaliteitsniveau C. In hoofdstuk 6 is er inzicht gegeven in de bestaande kwaliteit van de verhardingen. In dit hoofdstuk zijn kwaliteitsmodellen beschreven die inzicht geven in de financiële mogelijkheden en gevolgen voor de komende jaren. Hierbij is een onderscheidt gemaakt in: - Model 1; Investeren naar kwaliteitsmodel C (CROW); - Model 2; Investeren naar de functie van de weg en het bepaalde kwaliteitsniveau; - Model 3; Investeren met de huidige middelen In de volgende paragrafen worden deze kwaliteitsmodellen verder uitgewerkt. De resultaten zijn gerelateerd aan de uitgevoerde wegeninspectie in april 2015 en de geconstateerde gebreken aan de verschillende wegen op dat moment. Het betreft hierbij, zoals al eerder is aangehaald, de theoretische uitwerking. Bij de verschillende modellen worden de praktische voor- en nadelen aangehaald. Om een reeël beeld te schetsen van de ontwikkelingen in de komende jaren wordt er inzicht gegeven in de ontwikkelingen voor de komende 10 jaar. Model 1 en 2 worden in paragraaf 7.3 verder gedetailleerd in het beschikbaar stellen van middelen uit het IP en middelen uit de exploitatiebegroting.
7.1 Model 1: Investeren naar kwaliteitsniveau C (CROW) Gelet op de geconstateerde gebreken tijdens de visuele inspectie, en rekening houdend met het behalen van kwaliteitsniveau C, zullen de volgende middelen moeten worden ingezet: Jaar 2016 2017 2018 2019 2020 2023
Totaal € 2.155.500,€ 1.602.654,€ 18.969,€ 245.411,€ 194.662,€ 5.228.813,-
In dit model zijn met name 2016, 2017 en 2023 opvallende jaren. Zoals ook in de voorgaande beleidsperioden is gebleken, zit er in de eerste twee jaren een flinke hoeveelheid aan onderhoud (regulier en reconstructies) 31
De bestaande budgeten bedragen € 600.000,- aan IP en € 660.431,- op de exploitatiebegroting. Voor dit model worden de volgende uitgangspunten aangehouden: - Er wordt onderhoud uitgevoerd aan alle bestaande verhardingen en wegvakonderdelen die voor onderhoud in aanmerking komen; - Rekeninghoudend met het verdelen van de kosten van 2016 en 2017, de piek in 2023 en de ontwikkelingen op de langere termijn van 10 jaar, wordt de investering € 944.601,- per jaar; Met het opstellen van de basismeerjarenplanning kunnen de aan te pakken wegen in 2016 en 2017 verspreid worden over de jaren 2016 – 2020. Door het mogelijk groter worden van de schades kunnen er meerkosten ontstaan, echter op voorhand is dit niet te voorspellen. Deze meerkosten kunnen naar verwachting voor een groot deel weer wel binnen de perken worden gehouden door het uitvoeren van de maatregeltoets en het doen van gerichte keuzes door het kritisch bekijken van de exacte onderhoudsmaatregel. Door deze investering wordt in de komende jaren het kwaliteitsniveau C behouden. - Het bedrag aan klein onderhoud dient voor de komende vijf jaren gemiddeld € 129.253,- per jaar te zijn. - Bij dit kwaliteitsmodel is geen rekening gehouden met de uitsplitsing van de reconstructies en het reguliere onderhoud. Later komen we hier nog op terug.
- De wegen die in de komende jaren worden aangepakt (ook met rioolreconstructies) en waarvoor reeds middelen zijn gereserveerd, zoals de doorgaande route Oudenbosch, de Goudbloemsedijk en de Hofstraat in Hoeven zijn niet in dit scenario opgenomen. Hiervoor zijn ook al apart middelen voor gereserveerd. - De komende jaren zijn er veel infrastructurele werken die worden uitgevoerd, zoals de N641, aanleg van de Zuidelijke omleiding Oudenbosch, rioolreconstructies en de aanpak van de doorgaande routes. Hierbij worden omleidingen ingesteld. De zorg hierbij is wel dat ook andere wegen drukker zullen worden bereden (sluiproutes) dan de wegen in de omleidingen en dat er dus mogelijk op korte termijn sneller meer schades ontstaan aan de wegen. Ook hier is nog geen rekening mee gehouden. - Bijkomende kosten voor het afvoeren van teerhoudend asfalt, omleidingen etc., zoals beschreven in paragraaf 1.5 zijn niet meegenomen in het berekende jaarbedrag van € 944.601,-. 7.1.1 De inzet van middelen voor de fietspaden In de onderstaande grafiek is aangegeven wat er in de komende jaren nog specifiek aan middelen ingezet moet worden aan het onderhoud van fietspaden, binnen het jaarbedrag van € 944.601,-. Jaar 2016 2017 2018 2019 2020 2023
Totaal € 43.948,€ 473,€ 0,€ 5.563,€ 0,€ 197.085,-
Uit deze gegevens blijkt dat met name aan de fietspaden in elementenverhardingen nog het nodige onderhoud moet worden uitgevoerd. In 2016 alleen al € 37.847,-. Zoals al eerder in deze rapportage is aangegeven zijn er veel, met name vrijliggende, fietspaden geasfalteerd. - Op de langere termijn (10 jaar) dient er gemiddeld € 24.707,- te worden besteedt aan onderhoud. 32
Op de korte termijn (5 jaar en zonder de piek in 2023) en uitgaande van het kwaliteitsniveau C wordt het gemiddelde bedrag € 9.997,-. - Het bedrag voor aanvullend klein onderhoud bedraagt gemiddeld € 4.704,- per jaar. Opmerking: In de berekeningen is verder niet meegenomen het voornemen om fietspaden, nu uitgevoerd in elementen (tegels etc.) en de locaties gegeven in bijlage C, te asfalteren. 7.1.2 Kader fietspaden Op 30 mei 2002 is het fietspadenplan vastgesteld. Hierin wordt gesteld dat de fietspaden, uitgevoerd in elementenverhardingen (tegels of klinkers) in principe bij uitvoering van groot onderhoud, uitgevoerd moeten worden in asfalt. Een bijkomende keuze zou kunnen zijn het uitvoeren van 2 fietspaden in beton . In de regel moet, bij zowel asfalt als beton, ook de fundering worden vervangen. Deze reconstructie wordt dan logischerwijs een stuk duurder, maar gerelateerd aan de onderhoudskosten op de langere termijn, kan het aanbrengen van asfalt of beton weer goedkoper zijn. Daarbij komt dat voor fietsers asfalt/beton meer comfortabeler is dan elementen. Dit versterkt weer de aantrekkelijkheid van de gemeente Halderberge als fietsgemeente.
Gelet op de huidige beperkte middelen zal de aanpak van het fietspad, de keuze om eventueel te asfalteren of het aanbrengen van beton, worden gekoppeld aan: - het moment waarop dit fietspad op de meerjarenpanning wordt opgenomen; - de lokale omstandigheden; - de kosten op de langere termijn om kapitaalsvernietiging te voorkomen. Overigens zijn niet alleen de middelen hiervoor van belang. Ook de aanwezigheid van kabels en leidingen en/of het op korte termijn opstarten van een totale reconstructie of een herinrichtingsplan van een bestaand tracé kan een overweging zijn om het fietspad aan te pakken c.q. te asfalteren. 7.1.3 De inzet van middelen aan voetpaden en trottoirs De meeste trottoirs en voetpaden zijn uitgevoerd in elementenverhardingen (tegels). Geen wonder dat in de komende jaren met name onderhoud moet worden uitgevoerd aan trottoirs en voetpaden uitgevoerd in elementenverhardingen. Jaar 2016 2017 2018 2019 2020 2023
Totaal € 125.319,€ 94,€ 0,€ 36.731,€ 0,€ 851.450,-
- Op de langere termijn (10 jaar) dient er gemiddeld € 101.359,- te worden besteedt aan groot onderhoud Op de korte termijn (5 jaar en zonder de piek in 2023) en uitgaande van het kwaliteitsniveau C wordt het gemiddelde bedrag € 32.429,-. 2
Op de keuze voor het asfalteren of het uitvoeren in beton zal in deze rapportage niet worden ingegaan; een en ander hangt o.a. samen met de lokale omstandigheden en de uitgangspunten voor de aanpak van een bepaald tracé
33
- Het gemiddelde bedrag voor aanvullend klein onderhoud aan trottoirs en voetpaden bedraagt gemiddeld € 9.406,- per jaar. De kosten voor het reguliere onderhoud aan trottoirs en voetpaden is verder opgenomen in de al eerder gegeven kosten voor het reguliere onderhoud aan alle verhardingen. Het betreft een extra specificatie van de kosten gekoppeld aan deze wegvakonderdelen.
7.2 Model 2: Investeren naar de functie van de weg en het bepaalde kwaliteitsniveau Binnen de gemeente Halderberge zijn de wegen ingedeeld op functie en gebruik. Van de verschillende categoriëen is, naast de oppervlakte (paragraaf 5.2) ook inzicht te geven in de huidige kwaliteit van deze verhardingen. Uitgaande van de vastgestelde prioriteit (paragraaf 6.3.1) is nu ook, op basis van de recent uitgevoerde wegeninspectie inzicht te geven in de gewenste investeringen in de komende jaren per wegtype in relatie tot de huidige prioriteit en gewenste prioriteit die aan de weg is gehangen. In de onderstaande tabel is dit weergegeven.
Hieruit is op te maken dat het uitvoeren aan onderhoud, en daarmee de kwaliteit, op de wijkontsluitingswegen binnen de kom (5), wegen op industrieterreinen (6), woonstraten (overige wegen) en lichtbelaste wegen in het buitengebied achterwege blijft. Door dit model 2 aan te houden kunnen er ten opzichte van model 1 minder middelen worden ingezet. De jaarlijkse uitgaven worden dan € 944.601.- (model 1) minus € 362.800,- (lagere prioriteit wegen) = € 581.801,- per jaar. In de volgende grafiek is aangegeven wat de uitgaven zijn n.a.v. de prioriteit in relatie tot het CROWmodel, met tevens de uitgaven uitgesplitst in asfaltonderhoud en onderhoud aan elementenverhardingen.
34
35
Door niet tijdig te investeren op met name asfaltverhardingen zal er kapitaalsvernietiging optreden. Uit de grafiek blijkt dat dit met name bij de wegen op industrieterreinen kan optreden en de lichtbelaste wegen in het buitengebied. In 2023 is de verwachting dat dit zal oplopen tot € 3.608.318,-. Ook bij de woonstraten (overige wegen) en de wijkontsluitingswegen (5) binnen de bebouwde kom zal de kwaliteit sterk achteruit gaan lopen. Door het opbouwen van achterstallig onderhoud aan voornamelijk de elementenverhardingen zal mogelijk niet direct kapitaalsvernietiging optreden, alswel dat de beeldkwaliteit sterk zal afnemen. - Het bedrag aan klein onderhoud dient voor de komende jaren gemiddeld € 129.161,- per jaar te zijn. - Bij dit model moet verder de opmerking worden geplaatst dat er geen rekening is gehouden met de uitsplitsing van reconstructies en het reguliere onderhoud. - De wegen die in de komende jaren worden aangepakt (ook met rioolreconstructies) en waarvoor reeds middelen zijn gereserveerd, zoals de doorgaande route Oudenbosch en de Goudbloemsedijk en de Hofstraat in Hoeven zijn niet in dit model opgenomen. - De komende jaren zijn er veel infrastructurele werken die worden uitgevoerd, zoals de N 641, aanleg van de Zuidelijke omleiding Oudenbosch en de aanpak van de doorgaande routes. Hierbij worden omleidingen ingesteld.
De zorg hierbij is wel dat ook andere wegen drukker zullen worden bereden dan de wegen in de omleidingen en dat er dus mogelijk op korte termijn sneller meer schades ontstaan aan de wegen. Ook hier is nog geen rekening mee gehouden.
7.3 Het uitsplitsing van het IP (reconstructie) en de exploitatie (onderhoud) Dit is verder geen ander model, alswel dat er nu van model 1 en 2 een verdere uitsplitsing wordt gemaakt in de werkzaamheden die de komende jaren in het kader van het regulier onderhoud (exploitatie) moeten worden uitgevoerd en wegen die gereconstrueerd (Investeringsplan) zouden moeten worden. Dit is dus meer een detailering van model 1 en 2. Hierbij moet wederom worden benadrukt dat de uitkomsten zijn afgeleidt vanuit het theoretisch model. Door het uitvoeren van de maatregeltoets, de bijkomende kosten die hieruit kunnen voortvloeien door bijvoorbeeld de keuze van een andere onderhoudsmaatregel c.q. een reconstructie, en/of door het vooruitschuiven van onderhoud kan het bedrag toenemen. Het beheerprogramma zal alleen voor de komende twee jaar (2016 – 2017) reconstructies voorschrijven. De reden hiervan is dat de urgentie van een reconstructie, n.a.v. de geconstateerde schadebeelden, gelijk is aan de aanpak van het 1e of 2e jaar. Het is lastig te voorspellen of wegen, die nu geinspecteerd worden en worden geplaatst in bijvoorbeeld kwaliteitsniveau B (aanpak tussen de 3 – 5 jaar), na bijvoorbeeld vier jaar gereconstrueerd moeten worden omdat onderhoud uitblijft. Het doorgroeien van schades die leiden naar een reconstructie is over twee jaar te voorzien.
Het voorspellen van een reconstructie over vier jaar zal afhangen van o.a. de lokale omstandigheden en de weersverwachtingen. Naar aanleiding van de uitgevoerde visuele inspectie blijkt dat in de jaren 2016 en 2017 € 1.619.186,moet worden uitgetrokken aan wegen die moeten worden gereconstrueerd. Wegen die vanuit het beheerpakket zijn aangewezen om gereconstrueerd te worden, zijn met name wegen waarvoor al middelen gereserveerd zijn én zijn ingepland. Voorbeelden hiervan zijn o.a. de Goudbloemsedijk (2017), de doorgaande route Oudenbosch gedeelte Markt en St. Bernaertstraat (2016-2017). Hiervoor zijn al middelen gereserveerd op het IP. Na het nalopen van de lijst met wegen blijft er over een 3 bedrag van € 165.000,- voor de Bovendonksestraat in Hoeven en € 56.000,- voor de Strijpdreef in Oud Gastel, totaal dus € 221.000,-. Beide wegen zijn voorzien in 2016. Hieraan wordt toegevoegd de Moerdijksestraat, welke was gepland voor 2015. De aanpak van deze straat is gekoppeld aan de aanpak van de doorgaande route (Markt) in Oudenbosch, welke staat gepland na de aanleg van de rondweg in 2016. Klankbordgroepen hebben inmiddels een aantal ideeën aangedragen die in de verdere voorbereidingen worden meegenomen, echter het uitvoeren van de werkzaamheden in 2015 was niet meer mogelijk. De kosten zijn geraamd op € 106.400,-, waarmee het totaal voor het IP 2016 op € 327.400,- komt.
Verder moet er dus wel worden opgemerkt dat naar aanleiding van de komende winters 2015-2016 en 2016-2017 er mogelijk nieuwe wegen in aanmerking kunnen komen voor een reconstructie en/of dat door de maatregeltoets er meer kosten bijkomen. 3
Ook in de Bovendonksestraat wordt er een rioolreconstrcutie uitgevoerd, echter de kosten voor de aanpak van de verhardingen zijn voor het wegbeheer.
36
Conclusie is dus dat het meeste werk bestaat uit regulier onderhoud. Echter, dit budget moet dan voor de komende jaren structureel worden verhoogd. In 2017 zouden er geen middelen van het IP nodig zijn. Dat er momenteel weinig reconstructies voor de komende jaren gepland zijn, strookt ook weer met het hoge gemiddelde kwaliteitscijfer voor de verhardingen waar we het al eerder over hebben gehad (paragraaf 6.3). Eerder is in model 1 een beeld geschetst van de middelen die nodig zijn om het kwaliteitsmodel C te kunnen waarborgen, inzet € 944.601,- per jaar (exclusief de Moerdijksestraat). In de komende jaren zal de inzet, gerelateerd aan de exploitatiebegroting en het Investeringsplan, als volgt zijn:
Middelen beschikbaar Middelen benodigd exploitatie IP exploitatie IP 2016 € 660.432 € 600.000 € 723.601 € 327.400 2017 € 660.432 € 600.000 € 944.601 €0 2018 € 660.432 € 600.000 € 944.601 nader te bepalen 2019 € 660.432 € 600.000 € 944.601 nader te bepalen 2020 € 660.432 € 600.000 € 944.601 nader te bepalen (de bedragen in rood hebben een onzekerheidsgehalte, doordat er meer onderhoud gaat schuiven, waarbij de urgentie van aanpak zal toenemen en daarmee ook de mate van investeren)
Uit de bovenstaande tabel kunnen we concluderen dat: - het reguliere budget op de exploitatiebegroting niet genoeg is. - in de jaren 2016 – 2020 het reguliere budget op de exploitatiebegroting verhoogd moet worden. Voor 2016 is dit met € 63.000,-..Voor de jaren erna zal dit € 284.169,- moeten zijn. Afhankelijk van wegen die alsnog van groot onderhoud doorschuiven naar reconstructie kan het bedrag op de exploitatie minder worden en op het IP hoger. Uitgaande van kwaliteitsmodel 2 (Investeren naar functie en kwaliteit) zou de inzet als volgt zijn:
Middelen beschikbaar Middelen benodigd exploitatie IP exploitatie IP 2016 € 660.432 € 600.000 € 360.801 € 327.400 2017 € 660.432 € 600.000 € 581.801 nader te bepalen 2018 € 660.432 € 600.000 € 581.801 nader te bepalen 2019 € 660.432 € 600.000 € 581.801 nader te bepalen 2020 € 660.432 € 600.000 € 581.801 nader te bepalen (de bedragen in rood hebben een onzekerheidsgehalte, doordat er meer onderhoud gaat schuiven, waarbij de urgentie van aanpak zal toenemen en daarmee ook de mate van investeren. Bij dit model is dit het hoogst)
In dit model zou het huidige budget op de exploitatiebegroting voor 2016 en 2017 voldoende zijn. Echter, bij model 2 is al eerder aangegeven dat voor 2018 en verder de benodigde middelen zeer onzeker worden. De aanpak van wegen wordt verder naar achteren geschoven en de doelstelling voor het behalen van kwaliteitniveau C wordt zeer onzeker. Daarom zijn de bedragen voor 2018 – 2020 ook in rood aangegeven. In vergelijking met model 1 en ook met de huidige inzet van middelen zal er dus minder onderhoud worden uitgevoerd. Het risico, dat met name asfaltwegen sneller naar een reconstructie vervallen omdat de schades groter worden en omvangrijker in aanpak, wordt aanzienlijk groter. De gevolgen van model 2 zijn al eerder geschets en door het verder terugbrengen van de middelen en dus het uitvoeren van minder onderhoud op de langere termijn zal de kapitaalsvernietiging in 2023 oplopen naar minimaal € 3.600.000,-. Het onderhoud aan elementenverhardingen zal in 2026 zijn opgelopen tot € 11.000.000,-, waarvan een groot deel achterstallig (20%). 37
7.4 Model 3: Investeren met de huidige middelen In dit kwaliteitsmodel worden de bestaande middelen gebruikt en wordt inzichtelijk gemaakt wat hiervan de consequenties zijn. Uit voorgaande kwaliteitsmodellen blijkt dat, of de exploitatiebegroting moet structureel worden verhoogd (model 1), of de middelen zijn wel voorradig maar er ontstaan in de komende jaren grote risico’s (model 2). In dit kwaliteitsmodel wordt er van de bestaande middelen uitgegaan. De inzet van de middelen zou dan als volgt worden:
Middelen beschikbaar Middelen benodigd exploitatie IP exploitatie IP 2016 € 660.432 € 600.000 € 660.432 € 327.400 2017 € 660.432 € 600.000 € 660.432 € 300.000 2018 € 660.432 € 600.000 € 660.432 € 300.000 2019 € 660.432 € 600.000 € 660.432 € 300.000 2020 € 660.432 € 600.000 € 660.432 € 300.000 (de bedragen in rood hebben een onzekerheidsgehalte, doordat er meer onderhoud gaat schuiven, waarbij de urgentie van aanpak zal toenemen en daarmee ook de mate van investeren)
-
-
-
-
-
De middelen op het Investeringsplan (IP) worden jaarlijks met € 300.000,- verminderd. Uit de wegeninspectie is voortgekomen dat alleen in 2016 reconstructies gepland zijn. Gelet op de dan (te) lage middelen op de exploitatiebegroting (in relatie tot model 1) blijft er op het IP € 300.000,- gereserveerd staan. De verwachting is ook dat door het minder uit kunnen voeren aan regulier onderhoud er meer wegen naar een reconstructie doorschuiven. Er treedt volgens het theoretisch model kapitaalsvernietiging op, namelijk ong. € 2.500.000,- in de komende 5 jaren. Dit kan (deels) worden opgevangen door op het IP middelen te reserveren. Per jaar zal aan het college worden voorgelegd wat de exacte inzet van middelen via het IP zal zijn en of de geplande € 300.000,- voldoende is. Het bedrag aan klein onderhoud dient structureel te worden opgehoogd naar € 129.161,- per jaar; een verhoging van € 87.000,- per jaar. Dit, om achterstallig onderhoud en een terugval in de beeldkwaliteit tegen te gaan. Met name in de elementenverhardingen (trottoirs etc); Er zal verder niet worden uitgegaan van een bepaalde prioriteitstelling voor het uitvoeren van onderhoud. Alle verhardingen worden gelijk gekwalificeerd en op basis van de ernst en de omvang worden werkzaamheden uitgevoerd. Automatisch wordt hiermee ook gekeken naar de verkeersveiligheid.
Immers daar waar er sprake is van een grote omvang en/of ernst is er ook sprake van het nadelig beïnvloeden van de verkeersveiligheid. - De wegen die in de komende jaren worden aangepakt (ook met rioolreconstructies) en waarvoor reeds middelen zijn gereserveerd, zoals de doorgaande route Oudenbosch en de Goudbloemsedijk en de Hofstraat in Hoeven zijn niet in dit model opgenomen. - De komende jaren zijn er veel infrastructurele werken die worden uitgevoerd, zoals de N 641, aanleg van de Zuidelijke omleiding Oudenbosch en de aanpak van de doorgaande routes. Hierbij worden omleidingen ingesteld. De zorg hierbij is wel dat ook andere wegen drukker zullen worden bereden dan de wegen in de omleidingen en dat er dus mogelijk op korte termijn sneller meer schades ontstaan aan de wegen. Ook hier is nog geen rekening mee gehouden.
Benadrukt moet worden dat dit niet het meest gewenste kwaliteitsmodel is. Dat is nog steeds kwaliteitsmodel 1. Daarbij is er nog steeds onzekerheid over het verloop van de kwaliteit van de verhardingen. In 2017 wordt de eerstvolgende wegeninspectie uitgevoerd. Hieruit zal moeten blijken wat de actuele situatie is van de kwaliteit van de verschillende verhardingen. Daarbij moeten de verhardingen in de komende jaren continue gemonitoord worden door de Serviceteams, beheerder buitengebied en andere medewerkers van de gemeente. Ook zal er kritisch gekeken moeten worden naar de opmerkingen en vragen van bewoners over de wegen wat weer een beeld zal geven van de beleving over de beeldkwaliteit van de wegen. 38
8 Conclusie en aanbevelingen ............................................................................
8.1 Conclusies Aan de hand van de doorgerekende modellen kunnen er een aantal algemene conclusies worden getrokken:
De huidige technische kwaliteit van de verharding in de Gemeente Halderberge ligt op de kwaliteitsnorm C, gesteld door het C.R.O.W, echter hierbij moeten wel een paar kanttekeningen worden gezet. Het berekende bedrag voor klein onderhoud (verwachtingspatroon) is € 85.000,- hoger dan het bedrag wat nu beschikbaar wordt gesteldt via de exploitatiebegroting. Dit is zeker een indicatie dat de (beeld)kwaliteit afneemt, maar kennelijk (nog) wel binnen de marge van het klein onderhoud blijft en het (nog) geen doorwerking heeft op het groot onderhoud; Met de uitgevoerde wegeninspectie zijn er 1289 locaties opgenomen, waarbij enkele m2 moeten worden hersteld; geschatte kosten € 164.350,-. Jaarlijks moeten voor het budget klein onderhoud extra middelen beschikbaar gesteld worden. Mogelijk dat het budget wordt aangepast door het toevoegen van de verlaagde kapitaalslasten. Hierdoor worden verkeersonveilige sitiuaties aangepakt en wordt er tevens geinvesteerd op de beeldkwaliteit van de verhardingen. Belangrijk gegeven hierbij is dat door de aanpak van kleinschalige schades groot onderhoud en reconstructies kunnen worden uitgesteld en hiermee ook hogere kosten en deels ook kapitaalsvernietiging en achterstallig onderhoud; Door extra middelen beschikbaar te stellen voor klein onderhoud zal op de korte termijn het bedrag voor het verwachtingspatroon naar beneden gaan.
Echter, er zullen ook weer nieuwe schades ontstaan. Met de volgende wegeninspectie zal het effect van het extra investeren op klein onderhoud meer inhoud kunnen worden gegeven. Feit blijft wel dat deze 1289 schades nu wel aanwezig zijn; Het huidige beleid, naar prioriteit en het vastgestelde kwaliteitsniveau, heeft zichtbaar de kwaliteit van de elementenverhardingen nadelig beïnvloedt. De meeste elementenverhardingen zijn ook binnen de bebouwde kom gelegen, waardoor een verminderde beeldkwaliteit ook snel zal opvallen; De afgelopen jaren zijn de geplande onderhoudsmaatregelen zeer kritisch bekeken en ook soms afgewaardeerd. Hierdoor zijn er meer wegen die niet geheel, maar gedeeltelijk zijn gerepareerd (Bornhemweg, Markweg, Elisabethpark). Een kleinere maatregel dan werd voorgeschreven vanuit de systematiek. Op de korte termijn (< 5 jaar) zou dit kunnen volstaan. Op de lange termijn zal er mogelijk sneller, o.a. onder invloed van weersomstandigheden, groot onderhoud terugkomen; De afgelopen twee jaar zijn de winters zeer zacht of kort geweest.
Hierdoor hebben weersinvloeden minder invloedt gehad op de kwaliteit van de verhardingen en is de kwaliteit niet snel teruggelopen, ondanks de inzet van minder middelen; De Serviceteams van de gemeente Halderberge werken steeds meer klachten en meldingen weg, signaleren eerder oneffenheden in de verhardingen en houden de kwaliteit van de verhardingen “onder controle”. Het blijft echter een beperkte maatregel; De werkzaamheden aan verhardingen t.b.v. kabels en leidingen worden steeds beter gemonitoord en bij misstanden worden aannemers teruggeroepen voor herstel; In de komende jaren zijn er een aantal grote infrastructurele werken gepland, waarvoor andere middelen zijn gereserveerd, zoals de Goudbloemsedijk, doorgaande route Oudenbosch etc. Bij het berekenen van de kwaliteitsmodellen is hiermee rekening gehouden; 39
In de afgelopen jaren is er toch ook weer behoorlijk in asfaltwegen geïnvesteerd, waardoor financieël verval binnen de perken is gebleven. Ook zijn onderhoudswerkzaamheden bij aanbestedingen, door druk op de aanbestedingenmarkt, voor lagere prijzen gegund. Met de uitvoering van de onderhoudsbestekken zijn hierdoor meer onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd, waardoor de planningen ook goed zijn nagekomen.
In de komende jaren worden nog een aantal grote projecten opgestart, zoals de aanpak van de N641 en de aanleg van de Zuidelijke Omleiding Oudenbosch. Hiervoor worden omleidingen ingesteld. Ook bouwprojecten gaan in de komende jaren zorgen voor een bepaalde overlast op de wegen die hiervoor mogelijk niet zijn ingericht (Rozenhof Oud Gastel, bouw Brede School en bouwplannen op voormalige sportvelden). Deze gevolgen van de werkzaamheden kunnen de planningen voor het onderhoud aan wegen verder beïnvloeden. Natuurlijk worden de omleidingen tijdig geschouwd, maar de praktijk leert dat verkeer ook vaak andere wegen kiest om op de bestemming te komen. Komende visuele inspecties moeten uitwijzen welke gevolgen dit exact zullen hebben op de kwaliteit van de wegen. Het inzetten van middelen op basis van de prioriteitsstelling en de functie van de weg moet worden losgelaten. Verhardingen en wegen moeten qua prioriteitsstelling gelijk worden gesteld, waarbij op basis van de ernst en de omvang de verharding wordt aangepakt. Het gewenste model voor de komende jaren is het kwaliteitsmodel 1, waarbij het kwaliteitsniveau C is gewaarborgd. De gewenste middelen voor 2016 liggen € 63.169,- hoger dan momenteel is opgenomen op de exploitatiebgroting. Voor 2017 en verder wordt nu uitgegaan van € 284.169,- wat ontbreekt op de exploitatiebegroting.
De middelen op het IP voor 2016 en 2017 kunnen worden afgewaardeerd van € 600.000,naar € 300.000,-. Hierbij dient wel de opmerking te worden geplaatst dat de exacte middelen voor 2016 wel zijn aan te geven. Voor 2017 zal dit in het komende jaar nader moeten worden bekeken. De hoogte van het bedrag aan reconstructies in 2017 en verder zal afhankelijk zijn van de omstandigheden die zich in de komende tijd gaan voordoen, zoals de winter van 20152016 en andere invloeden door wegomleidingen etc., waardoor het verkeer wegen zwaarder gaat belasten dan nu het geval is. Met de volgende wegeninspectie in 2017 kan dit verder worden geëvalueerd. Het toepassen van de juiste verharding met de langste levensduur en de laagste onderhoudskosten op een bepaalde weg zal oo in de komende jaren hoog op het lijstje van de wegbeheerder moeten staan. Zo kan het bijvoorbeeld raadzaam zijn om rondom bomen geen verhardingn toe te passen, maar een semiverharding of ongebonden verhardingen. Dit om onderhoudskosten door wortelopdrukkingen te voorkomen.
8.2 Aanbevelingen In de vorige beleidsperiode zijn er een aantal aanbevelingen gedaan die in bijlage F zijn beschreven en waarbij is aangegeven wat hiermee is gedaan. De meeste aanbevelingen zijn verder ook meegenomen in het opstellen van de jaarplanningen in de afgelopen jaren. Een aantal van deze aanbevelingen is ook raadzaam om ook nu weer verder mee te nemen met de komende jaarplanningen, namelijk de aanbevelingen 3, 4 en 5 uit de bijlage. Ook over de beleidsperiode 2016 – 2020 zijn er nieuwe aanbevelingen: Aanbeveling 1: De modellen, zoals berekend in dit rapport, zijn gebaseerd op de visuele inspectie, ofwel het theoretisch model. De maatregeltoets zal uitsluitsel moeten geven over de exacte onderhoudsmaatregel en/of een reconstructie. Deze maatregeltoets dient, vóór het vaststellen van de jaarplanning door het college, te zijn uitgevoerd. Hierdoor wordt de kans op verrassingen met de uitvoering op het gebied van bijkomende kosten, wijzigen van de onderhoudsmaatregel of het uitvoeren van alsnog een reconstructie minder. Bijkomende factoren, zoals extra hemelwatervoorzieningen of het afvoeren van teerhoudend asfalt, moeten goed inzichtelijk zijn.
40
Aanbeveling 2: Het uitvoeren van de maatregeltoets geeft inzicht op het uitvoeren van een reconstructie en daarmee het opvoeren van kosten op het IP. Per twee jaar kan dit worden bezien, waarbij de aanbeveling is om jaarlijks dit te bekijken. Wegen kunnen binnen een jaar snel teruglopen in kwaliteit door weersinvloeden en/of toename van verkeer. Met name in de komende jaren is het risico groot, omdat er grote infrastructurele werken worden uitgevoerd binnen de gemeente Halderberge. Naar verwachting zal het verkeer niet altijd de ingestelde omleiding kiezen en andere kleinere wegen gaan (over)belasten. Het inzetten van onvoldoende middelen kan zeker een reden zijn dat de kosten voor onderhoud en reconstructie de komende jaren gaan stijgen. Aanbeveling 3: Voorgesteld wordt om het reguliere budget voor het uitvoeren van onderhoud aan wegen zeker niet te verlagen, maar liever nog te verhogen naar model 1. Bij model 3 is het raadzaam om op voorhand jaarlijks een bedrag van € 300.000,- op het IP te reserveren. Voorafgaand aan de uitvoering dient het college op de hoogte te worden gebracht van welke middelen er daadwerkelijk beschikbaar moeten worden gesteld. Aanbeveling 4: Het wordt afgeraden om in te zetten op kwaliteitsmodel 2, “Investeren naar de functie van de weg en het vastgestelde kwaliteitsniveau”.
De inzet van middelen dient meer te worden afgestemd op de ernst en de omvang en daarmee op model 1 of 2. Mogelijk dat het gebrek aan middelen, welke nodig zijn om ook daadwerkelijk model 1 uit te kunnen voeren, kan worden gecompenseerd door de werken goed aan te besteden. Model 3 blijft echter wel een riskant tussenmodel. Een noodzakelijke aanvulling op model 3 is hierbij om het buget voor klein onderhoud wel op te hogen. Aanbeveling 5: Door het afstemmen van het onderhoud en/of de reconstructie van de weg met werkzaamheden aan het riool, bouwplannen of andere herinrichtingsplannen kunnen kosten voor het wegonderhoud, alsmede onderhoud aan het riool worden bespaard. In de praktijk kan het dan voorkomen dat geplande onderhoudswerkzaamheden of reconstructies van wegen in een bepaald jaar worden uitgesteld of naar voren worden gehaald, zodat deze met de overige werkzaamheden kunnen worden afgestemd en gecombineerd. Een recent voorbeeld hiervan is de aanpak van het fietspad tussen de gemeente Rucphen en de gemeente Halderberge (Heistraat), welke op initiatief en in afstemming met de gemeente Rucphen in 2014 is aangepakt. Door het fietspad (2/3 Rucphen, 1/3 Halderberge) gelijktijdig aan te pakken werden kosten bespaard en ontstonden er geen rare situaties voor de fietsers.
In sommige gevallen kan het doorschuiven van werkzaamheden echter wel kosten verhogend werken door de groei van de schades en daarmee het moeten kiezen voor ander oplossingen. Echter, de overlast voor weggebruikers en bewoners kan hiermee weer wel worden beperkt, waardoor weer andere kosten worden uitgespaard. Aanbeveling 6: Bij de keuze van aanpak van wegen met een gelijke prioriteit moet verder worden gekeken naar de soort verharding van waaruit deze weg bestaat. Het is aan te bevelen om dan te kiezen voor die weg, waarbij het meeste kapitaalsvernietiging wordt voorkomen. Aanbeveling 7: Ook het budget voor het klein onderhoud aan wegen is momenteel niet toereikend en het huidige beschikbare budget moet worden verhoogd. De Serviceteams van de gemeente Halderberge kunnen een flinke ondersteunende rol spelen om kleinschalige gebreken snel en adequaat op te lossen en dus kosten te besparen. Echter, bij het doorvoeren van bezuinigingen moet de huidige opzet van de Serviceteams niet (ingrijpend) worden gewijzigd. Aanbeveling 8: Voorgesteld wordt om het onderhoud aan trottoirs en voetpaden te koppelen aan het onderhoud van wegverhardingen die verder in de meerjarenonderhoudsplanning worden opgenomen en dus geen extra prioriteit te stellen op de voetpaden en trottoirs. Het zal overigens lastig zijn om bewoners en/of 41
weggebruikers te overtuigen van het accepteren van verhardingen met meer oneffenheden en gebreken. Aanbeveling 9: In de afgelopen jaren zijn er diverse fietspaden gereconstrueerd van elementenverhardingen naar fietspaden in asfalt. De gemiddelde kwaliteit van de fietspaden is hiermee aanzienlijk toegenomen. Er zijn nog een aantal fietspaden en/of gedeelten van fietspaden die niet bestaan uit asfalt- en/of betonverhardingen. Aanbevolen wordt om de mogelijkheid voor het verduurzamen van de fietspaden te laten afhangen van de economisch meest voordelige oplossing. Met andere woorden de locatie en de omstandigheden, zoals bijvoorbeeld de ligging van kabels en leidingen, moeten worden meegenomen om te komen tot de best passende en goedkoopste oplossing met de langste levensduur en minste onderhoudskosten voor een fietspad welke op een jaarplanning wordt opgevoerd.
8.3 Slotopmerking In 2011 werd door de technische afdeling, die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het beheer en onderhoud van de verhardingen, al aangegeven dat er niet meer bezuinigd kon worden op het onderhoud aan de wegen. Dit heeft er toe geleid dat de kwaliteit van de verhardingen behoorlijk is en zelfs is gestegen t.o.v. 2011. Mogelijk dat de beeldkwaliteit van met name de elementenverhardingen anders doet vermoeden. In het rapport is ook aangegeven dat juist de elementenverhardingen in de komende jaren de nodige aandacht verdient. De aanpak van het klein onderhoud en de inzet van de Serviceteams spelen hierbij een cruciale rol. Het totaal van 10% aan verhardingen wat onder de kwaliteitsnorm C zit, is nog steeds 1 op de 10 wegen en nog eens 5% van de asfaltverhardingen moet in de komende 5 jaar worden aangepakt. Het onderhoud aan de verhardingen blijft de nodige aandacht vragen. Immers omgerekend in euro’s heeft de gemeente Halderberge aan kapitaal een bedrag van € 134.958.135,- aan verhardingen te beheren en te onderhouden. Daarnaast zal het spannend worden wat de uitwerking zal zijn van de uitvoering van de grote infrastructurele werken op de kwaliteit van het onderliggende wegennet.
Hoe zal het verkeer omgaan met de omleidingen en zal het verkeer geen andere routes gaan kiezen? Door de omleidingsroutes voorafgaand aan de werkzaamheden te schouwen kan er al wel een 0-situatie worden verkregen en wordt het monitoren van de wegen in de omleiding vormgegeven. Echter, crusiaal is of de weggebruikers geen sluiproutes gaan kiezen. En welke routes ontstaan er na de oplevering van de verschillende werken? Behalen de projecten ook daadwerkelijk het resultaat wat word verwacht voorafgaand aan de uitvoering van deze projecten of onstaan er juist andere sluiproutes, waardoor het wegbeheer en het beleid verder moet worden bijgesteld?
42
- Bijlagen Bijlage A) Overzicht verhardingen per kern.……..…………………………………………………... 44 Bijlage B) Tekeningen met de functies van de wegen ……………………………………………….. 45 Bijlage C) Overzicht van nog te asfalteren fietspaden …………………………………………….... 52 Bijlage D) Overzicht kwaliteitsniveaus verhardingen per functie van de weg………………………. 53 Bijlage E) Overzicht aanbevelingen met reactie beleidsperiode 2011-2015………………………. 54 Bijlage F) Overzicht klachten en meldingen openbare ruimte………………………………………. 55 Bijlage G) Overzicht kwaliteitsmodellen ….. …… ……………………………………………………. 56
Seperaat toegevoegd de schadecatalogus gemeente Halderberge
43
Bijlage A) Overzicht verhardingen per kern (binnen beb. kom) .............................................................................................
44
Bijlage B) Tekeningen met de functies van de wegen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ……………. . .
45
46
47
48
49
50
51
Bijlage C) Overzicht van nog te asfalteren fietspaden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ……………………… . . . . . . .
kern
Traject (beide zijden van de weg)
Afmeting Lengte Breedte (m1) (m1) 598 1,80 342 3,40 123 1,00
Oud Gastel
Kruidenlaan, gedeelte Veerkensweg – Kruislandseweg Kruislandseweg, gedeelte Provinciale weg – Kerkstraat Rijpersweg, gedeelte Karolinastraat – komgrens
Hoeven
Achter ’t Hof, gedeelte Bovendonksestraat – komgrens Bovendonksestraat, gedeelte Julianastraat – Hertog Janlaan Van Opdorpendreef, gedeelte Bovenstraat – Oude Bredase Postbaan
1013 600 908
1,70 2,00 1,70
Oudenbosch
Bosschendijk, gedeelte komgrens – spoorwegovergang Nattestraat, gedeelte Jan Theunisstraat – komgrens Otgenspad, gedeelte Albanoweg – Pagnevaartweg Pagnevaartweg, gedeelte Prof. Mulderslaan – Jan Theunisstraat Slagmoer, gedeelte Watergraaflaan – Mattenbies Vaartweg, gedeelte Molenstraat – Zwarthoofdseweg Zandeweg, gedeelte Markt – Spuilaan (rotonde) Geijzenstraat, gedeelte Vaartweg – Nattestraat
828 130 424 232 55 407 460 145
1,80 3,00 2,25 2,50 2,25 2,20 2,10 2,40
52
Bijlage D) Overzicht kwaliteitsniveaus per functie van de weg ……………………………………………………………………………………………………. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ……………………… . . . . . . . . . .
53
Bijlage E) Overzicht aanbevelingen met gevolgacties beleidsperiode 2011 – 2015 ……………………………………………………………………………………………………. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ……………………… . . . . . . . . . .
54
Bijlage F) Overzicht klachten en meldingen openbare ruimte ……………… ……………………………………………………………………………………. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
55
Bijlage G)
Overzicht kwaliteitsmodellen
……………………………………………………………………………………………………. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ……………………… . . . . . . . . .
56
57