CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

TECHN VR Beleidsnota Wegbeheer 2016 - 2020 (raad 05-11-2015).pdf

Gemeenteraad 3 juni 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 5: Beleidsplan onderhoud wegen 2022 - 202615.658 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsnota Wegbeheer Gemeente Halderberge 2016-2020

Auteur: Versie: Datum:

J. Borghouts 2015 September 2015

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

MINIMALE KWALITEIT ALS ONDERGRENS

Inhoudsopgave ..........................................................................................

1

INLEIDING ..................................................................................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

2

WETTELIJK KADER ................................................................................................................................... 8 2.1 2.2 2.3

3

AANLEIDING.............................................................................................................................................. 5 HET KADER............................................................................................................................................... 5 DOEL ........................................................................................................................................................ 5 PROCES ................................................................................................................................................... 5 UITGANGSPUNTEN DIE ZIJN GEHANTEERD BIJ DE VOORBEREIDING VAN DEZE BELEIDSNOTA................ 6 OPBOUW RAPPORT .................................................................................................................................. 7

VIGERENDE WETGEVING .......................................................................................................................... 8 OVERIGE BEPALINGEN ............................................................................................................................. 9 MILIEU ...................................................................................................................................................... 9

SYSTEMATIEK VAN RATIONEEL VERHARDINGSBEHEER .......................................................... 10 3.1 C.R.O.W. SYSTEMATIEK ....................................................................................................................... 10 3.2 NETWERK- EN PROJECTNIVEAU ............................................................................................................. 10 3.2.1 Netwerkniveau (inzicht in de basiskwaliteit): ........................................................................... 10 3.2.2 Projectniveau: ............................................................................................................................... 11 3.3 BEPALING ONDERHOUDSBEHOEFTE ...................................................................................................... 11 3.4 RESTLEVENSDUUR RATIONEEL BEHEER ................................................................................................ 12 3.5 DE DEFINITIE VAN EEN RECONSTRUCTIE ............................................................................................... 12 3.6 ACHTERSTALLIG ONDERHOUD EN KAPITAALSVERNIETIGING ................................................................. 13

4

GEVOLGDE WERKWIJZE BIJ DE GEMEENTE HALDERBERGE .................................................. 14 4.1 DE CROW-SYSTEMATIEK ..................................................................................................................... 14 4.1.1 Eenheidsprijzen: .......................................................................................................................... 15 4.2 GLOBALE VISUELE INSPECTIE ................................................................................................................ 15 4.2.1 Klein onderhoud ........................................................................................................................... 16 4.3 DE DOORGROEI VAN KLEIN ONDEHROUD NAAR GROOT ONDERHOUD TOT RECONSTRUCTIE ............... 16 4.4 RELATIE MET ANDERE BELEIDS- EN UITVOERINGSPLANNEN EN INSTANTIES ........................................ 17

5

HET AREAAL VERHARDINGEN ............................................................................................................ 18 5.1 BESCHRIJVING GEHELE AREAAL VERHARDING ...................................................................................... 18 5.2 VERHARDINGEN GESELECTEERD OP HET GEBRUIK ............................................................................... 19 5.3 BESCHRIJVING AREAAL VOET- EN FIETSPADEN ..................................................................................... 20 5.3.1. Fietspaden ..................................................................................................................................... 20 5.3.2. Voetpaden en trottoirs .................................................................................................................. 20

6

DE HUIDIGE ONDERHOUDSTOESTAND ............................................................................................ 22 6.1 INLEIDING ............................................................................................................................................... 22 6.2 HET THEORETISCH EN PRAKTISCH MODEL ........................................................................................... 22 6.3 TECHNISCHE ONDERHOUDSTOESTAND TOTALE AREAAL ...................................................................... 23 6.3.1 De staat van onderhoud van de verhardingen per functie van de weg ............................... 24 6.3.2 Het onderhoud aan fietspaden .................................................................................................. 25 6.3.3 Het onderhoud van de trottoirs en de voetpaden .................................................................... 26 6.4 DE STAAT VAN ONDERHOUD IN VERGELIJKING TOT VOORGAANDE JAREN ............................................ 26 6.4.1 De staat van onderhoud in vergelijking tot voorgaande jaren en de inzet van middelen .. 26 6.5 KLEIN ONDERHOUD ................................................................................................................................

28 6.5.1 Bestaande schades klein onderhoud ........................................................................................ 29

7

BEHEER EN ONDERHOUD OP BASIS VAN KWALITEITSMODELLEN ....................................... 31 7.1

Model 1: INVESTEREN NAAR KWALITEITSNIVEAU C (CROW) ............................................................. 31 3

7.1.1 De inzet van middelen voor de fietspaden ............................................................................... 32 7.1.2 Kader fietspaden .......................................................................................................................... 33 7.1.3 De inzet van middelen aan voetpaden en trottoirs ................................................................. 33 7.2 Model 2: INVESTEREN NAAR DE FUNCTIE VAN DE WEG EN HET BEPAALDE KWALITEITSNIVEAU .......... 34 7.3 HET UITSPLITSEN VAN HET IP (RECONSTRUCTIES) EN DE EXPLOITATIE (ONDERHOUD)....................... 36 7.4 Model 3: INVESTEREN MET DE HUIDIGE MIDDELEN .............................................................................. 38 8

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ..................................................................................................... 39 8.1 8.2 8.3

CONCLUSIES .......................................................................................................................................... 39 AANBEVELINGEN .................................................................................................................................... 40 SLOTOPMERKING ................................................................................................................................... 42

Bijlagen Bijlage A) Overzicht verhardingen per kern Bijlage B) Tekeningen met de functies van de wegen Bijlage C) Overzicht van nog te asfalteren fietspaden Bijlage D) Overzicht kwaliteitsniveaus verhardingen per functie van de weg Bijlage E) Overzicht aanbevelingen met reactie beleidsperiode 2011 – 2015 Bijlage F) Overzicht klachten en meldingen openbare ruimte Bijlage G) Overzicht kwaliteitsmodellen

4

1 Inleiding

............................................................................

1.1 Aanleiding De gemeente Halderberge is als wegbeheerder verantwoordelijk voor de staat van onderhoud van alle verhardingen die zijn en worden aangebracht in de openbare ruimte. De verhardingen worden om de 2 jaar geïnspecteerd. In het voorjaar van 2015 (april-mei) zijn door een onafhankelijk bureau de verhardingen visueel geinspecteerd. De opdracht hierbij was om kritisch, realistisch en op basis van de CROW-systematiek de toestand van de verschillende verhardingen te beoordelen en de resultaten van het totale areaal te rapporteren. Deze gegevens zijn als basis gebruikt voor het opstellen van de voor u liggende Beleidsnota 2016 - 2020. Na de besluitvorming door het college en de raad worden de resultaten uitgewerkt in een basismeerjarenplanning voor grootschalige onderhoudswerken c.q. reconstructies en een overzicht met kleinschalige onderhoudswerkzaamheden.

1.2 Het kader Uitgangspunt is een kwaliteitsbeoordeling aan de hand van een globale visuele weginspectie op basis van de landelijke C.R.O.W. richtlijnen (zie hoofdstuk 3). Daarnaast wordt het verloop van de onderhoudstoestand van de verharding binnen de Gemeente Halderberge ten opzichte van met name de beleidsperiodes 2006 – 2010 en 2011 - 2015 vergeleken.

1.3 Doel Het doel van deze nota is om: - inzicht te verkrijgen in welke maatregelen en financiële middelen er nodig zijn om de minimale technische kwaliteit, zoals is bedoeld door het C.R.O.W. (zie publicatie 145, 146 en 147), van de verharding in Gemeente Halderberge te waarborgen, voor een periode van vijf jaar (2016-2020) voor het gehele areaal; - de uitwerkingen van het huidige beleid, n.a.v. een prioriteitsstelling aan het onderhoud van de verhardingen vast te stellen. Welke uitwerking heeft deze besluitvorming gehad in de afgelopen jaren en welke (financiële) conclusies kunnen hieruit worden getrokken; - de raad van de gemeente Halderberge vervolgens in staat te stellen kaderstellende uitspraken te doen over de na te streven kwaliteit van de verhardingen, waarvoor de gemeente Halderberge als wegbeheerder verantwoordelijk is; - op basis van de kaderstellende uitspraken door de raad een basismeerjaren-planning 2016-2020 voor het onderhoud aan de verhardingen op te stellen. Deze planning wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en zal om de twee jaar worden herzien.

1.4 Proces Om een beeld te geven van hoe deze doelstellingen richting kunnen worden gegeven, wordt in het kort het proces geschetst.  Indeling c.q. onderscheid in verhardingstypen en locatie: om de discussie vorm te geven en prioriteiten te kunnen stellen is het noodzakelijk het begrip ‘verhardingen’ onder te verdelen in de verschillende verhardingstypen. Niet iedere vierkante meter verharding in Halderberge is van hetzelfde materiaal. Ook de locatie en de omstandigheden zijn anders. Het is dus mogelijk onderscheid te maken in de gestelde kwaliteiten voor de verschillende wegtypen;

5

 Onderscheid in aanwezige kwaliteit: om de situatie t.a.v. de kwaliteit objectief weer te geven is gebruik gemaakt van vijf CROWcategorieën oplopend van slecht (D), minimaal (C) naar voldoende (B), goed (A) tot zeer goed (A+). Deze categorieën worden landelijk gehanteerd, waardoor een referentie met andere wegbeheerders mogelijk is;  Inventarisatie uitgangssituatie: met in acht name van een aantal hierna gedefiniëerde uitgangspunten is, om een beeld te geven van de huidige aanwezige kwaliteit, in het eerste half jaar van 2015 een visuele inspectie uitgevoerd;  Confrontatie huidige kwaliteit en inzet middelen: aan de hand van kwaliteitsmodellen wordt inzicht gegeven in de gevolgen van een keuze voor een bepaalde kwaliteit per m2. Daarbij wordt tevens aangegeven wat de consequenties zijn van een beleidskeuze in de komende jaren;  Kaderstelling voor de uitwerking van het beheerplan Wegen: aan de hand van de kaderstellende uitspraken van de raad, zal vervolgens door het college binnen de te stellen kaders een basismeerjarenplanning worden vastgesteld. De mate van onderhoud en de keuze van wegen wordt vastgesteld voor de periode 2016 – 2020. In deze planning wordt de operationele vertaling gemaakt van gemaakte keuzes over de beschikbaarheid van middelen, de gewenste kwaliteit en de onderhoudsmaatregel.

 De gekozen kwaliteit is de input voor de begrotingsvoorbereiding voor de komende jaren.  In de tijd gezien is het de bedoeling dat de kaders worden vastgesteld in het derde kwartaal van 2015 om vervolgens begin 2016 de basismeerjarenplanning Wegen 2016 - 2020 vast te stellen.  Om de twee jaar worden de wegen weer visueel geinspecteerd om de planning opnieuw af te stemmen op de dan bestaande noodzaak voor het uitvoeren van onderhoud en/of reconstructies.

1.5 Uitgangspunten die zijn gehanteerd bij de voorbereiding van deze Beleidsnota Om de kaders van deze Beleidsnota goed af te bakenen zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd. - De basis voor het opstellen van deze nota is een kwaliteitsbeoordeling aan de hand van een 1 globale visuele weginspectie gerelateerd aan de C.R.O.W ).-systematiek. - De tweejaarlijkse inspectie is tevens de basis voor de nog op te stellen basismeerjaren onderhoudsplanning 2016 - 2020; - Bij gelijke prioriteit wordt het wegonderhoud over meerdere kernen verspreid; - Het uitvoeren van wegonderhoud dient afgestemd te worden op andere plannen in de openbare ruimte zoals de aanleg van nieuwbouwprojecten, rioolwerkzaamheden herinrichtingen, werkzaamheden aan kabels en leidingen etc.; - Wanneer wegen en riolering in dezelfde periode op de planning staan dan komen de kosten voor de aanpak van de verhardingen voor rekening van het wegonderhoud. Staan er alleen rioolwerkzaamheden gepland, dan komen de kosten ten laste van het rioolproject. Het is overigens wel de bedoeling deze werkzaamheden, ter voorkoming van overlast, qua planning zoveel mogelijk te bundelen; - Herziening van de onderhoudsplanning gebeurt n.a.v.

een tweejaarlijkse globale visuele weginspectie en / of door de gemeente geconstateerde onveilige verkeerssituaties; - Onverharde wegen worden in de huidige staat gehandhaafd en worden dus niet verhard. Deze worden verder in de berekeningen voor de kwaliteitsmodellen niet meegenomen; - Omdat het aandeel cementbetonverharding te verwaarlozen is (zie hoofdstuk 5 voor het wegenareaal) worden deze verhardingen in de financiële uitwerkingen beperkt meegenomen; - Zo mogelijk moeten doodlopende weggedeelten, die maar één perceel ontsluiten, overgedragen worden aan de aansluitende grondeigenaar; - Kunstwerken, zoals bruggen, overkluizingen etc. worden buiten beschouwing gelaten. Hiervoor zal nog een seperate nota worden opgesteld. De onderhoudswerkzaamheden aan deze kunstwerken worden zo mogelijk wel gecombineerd met de aanpak van de desbetreffende wegen;

1

CROW = Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Weg- en Waterbouwkunde en de Verkeerstechniek

6

-

-

De aanpak van brandgangen blijven in de prioriteitsstelling buiten beschouwing, deze lopen mee in de aanpak van voetpaden en trottoirs; De recreatieroutes en fiets- skeelerroutes dienen erkende routes te zijn, die ook zijn aangegeven door bijvoorbeeld SES West-Brabant, de Regio en opgenomen in o.a. “Hartelijk Halderberge”, de toeristische gids van de gemeente; De maatregeltoets (het exact inmeten van een wegtracé en het bepalen van de exacte onderhoudsmaatregel), de aanbesteding (opstellen bestek) en lokale kostenverhogende factoren, zoals de ligging van kabels en leidingen, kruisingen met andere wegen, andere type asfalt, afvoer van teerhoudend asfalt of elementen enz., kunnen nog een kostenverhogende factor zijn op de uiteindelijke totale uitvoeringskosten. Met deze lokale omstandigheden is bij de berekening van de diverse kwaliteitsmodellen geen rekening mee gehouden.

1.6 Opbouw rapport In hoofdstuk 2 worden de wettelijke kaders van het wegenbeheer beschreven. Hoofdstuk 3 geeft een positiebepaling van het beheer en geeft uitleg over de C.R.O.W.beheersystematiek. Hoofdstuk 4 beschrijft de werkwijze die is gehanteerd. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de kwantiteit van de verharding en de indeling van de wegen binnen de gemeente Halderberge naar functie. In hoofdstuk 6 wordt de kwaliteit van de verharding beschreven en de benodigde middelen t.b.v. het uitvoeren van beheer en onderhoud gerelateerd aan de richtlijnen van het CROW. Daarbij wordt deze kwaliteit ook vergeleken met de staat van onderhoud in 2011 en verder terug tot 2002. Hoofdstuk 7 beschrijft de verschillende kwaliteitsmodellen, welke middelen er nodig zijn, hoe dit zich verhoudt tot de beschikbare budgetten en wat de financiële gevolgen zijn in de komende jaren. Tot slot worden in hoofdstuk 8 de conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan.

Bij deze Beleidsnota zijn de volgende bijlagen opgenomen; Bijlage A) Overzicht verhardingen per kern Bijlage B) Tekeningen met de functies van de wegen Bijlage C) Overzicht van nog te asfalteren fietspaden Bijlage D) Overzicht kwaliteitsniveaus verhardingen per functie van de weg Bijlage E) Overzicht aanbevelingen met reactie beleidsperiode 2011 – 2015 Bijlage F) Overzicht klachten en meldingen openbare ruimte Bijlage G) Overzicht kwaliteitsmodellen

7

2 Wettelijk kader

............................................................................

Wegbeheer kan worden gedefiniëerd als de zorg voor het blijven voldoen van alle verhardingen aan de wettelijk gestelde eisen als ook aan de landelijke kwaliteitsrichtlijnen. Hieronder volgt een beknopt overzicht van de wettelijke regelgevingen die in een algemeen kader betrekking hebben op het gemeentelijk wegbeheer.

2.1 Vigerende wetgeving De Wegenwet vereist van de beheerder een ‘goed rentmeesterschap’. Dit betekent dat hij ervoor moet zorgen dat het kapitaal dat in de wegen geïnvesteerd is, in stand blijft door het tijdig plegen van onderhoud. Het betreft hierbij voornamelijk technisch beheer. De Wegenverkeerswet stelt dat de wegbeheerder er naar streeft om maatregelen te nemen die de veiligheid van de weggebruiker en de functionaliteit van de wegen waarborgen. De wet doet een beroep op de publiekrechtelijke zorg van de wegbeheerder voor de veiligheid van de weggebruiker, maar schrijft geen maatregelen voor. Met de inwerkingtreding van het nieuwe Burgerlijk Wetboek is ten opzichte van het oude Burgerlijke Wetboek de bewijslast omgedraaid. De beheerder kan nu aansprakelijk gesteld worden voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg. Dit betekent dat preventief onderhoud, een klachtenregistratie, regelmatige inspecties en vooral tijdig uitgevoerd onderhoud onontbeerlijk zijn. Artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek regelt de risicoaansprakelijkheid van de wegbeheerder, indien de schade het gevolg is van een gebrek aan de openbare weg. Er is sprake van een gebrek aan de openbare weg als de weg niet voldoet aan de eisen, die men er onder gegeven omstandigheden aan mag stellen en waardoor er een gevaarlijke situatie ontstaat.

De wegbeheerder is dus aansprakelijk voor schade als gevolg van een gebrek, ook al was hij niet op de hoogte van het gebrek. Aansprakelijkheid treedt in, onafhankelijk van de vraag of wegbeheerders het gebrek kende of behoorde te kennen. Ook wordt voorbij gegaan aan de vraag of wegbeheerders een verwijt valt te maken ten aanzien van het gebrek. Is eenmaal vastgesteld dat schade is ontstaan als gevolg van een gebrek, dan is de enige mogelijkheid voor de wegbeheerder om onder de aansprakelijkheid uit te komen een beroep op de zogenaamde ‘tenzijclausule’. Dit houdt in dat de wegbeheerder niet aansprakelijk is, als er een zeer korte periode ligt tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade. De wegbeheerder blijft overigens verantwoordelijk voor het tijdig voorzien in de nodige veiligheidsmaatregelen (het plaatsen van waarschuwingsborden, etc.). Op termijn moet er wel onderhoud plaatsvinden. Meer informatie is o.a. te vinden in CROW publicatie 185 ‘Handboek aansprakelijkheid beheer openbare ruimte’.

8

2.2 Overige bepalingen Vanuit dit aspect dient er oog te zijn voor hetgeen er binnen de APV is bepaald en/of in andere contracten. Ook provinciale verordeningen en de Wet beheer rijkswaterstaatswerken kunnen van invloed zijn op het beheer en onderhoud van wegen binnen een bepaalde gemeente. Daar waar gemeentelijke wegen aansluiten op wegen van de provincie en/of rijkswaterstaat, is er vaak in een overeenkomst bepaald, dat een gemeente moet bijdrage voor het beheer en onderhoud van deze kruisingen. Ook voor de gemeente Halderberge is dit nu het geval.

2.3 Milieu Het wegenbeheer heeft een aantal raakvlakken met het milieu. Zo regelen de Wet Milieubeheer, de Regeling Asbestwegen en het Besluit Bodemkwaliteit welke stoffen er mogen worden toegepast en welke voorwaarden er aan het gebruik zijn gesteld. De Regeling Asbestwegen bepaalt dat (half-)verhardingen geen asbest mogen bevatten. Indien het asbest voor 1 juli 1993 is aangebracht kan het worden afgeschermd door middel van een verharding die voldoet aan eenduidige eisen. Asbest dat na 1 juli 1993 is aangebracht moet worden verwijderd. Een voor het wegbeheer ingrijpende wettelijke regeling is het Besluit bodemkwaliteit. Dit besluit heeft als doel vervuiling van de bodem en het oppervlaktewater te voorkomen. Eén van de bepalingen waarmee de wegbeheerder direct mee te maken heeft, is dat teerhoudend asfalt sinds 1 januari 2001 onder hetzelfde regime valt als alle andere bouwstoffen. Indien bij het reconstrueren van wegen teerhoudend asfalt vrijkomt, dan moet dit aangeboden worden aan een erkende verwerker van teerhoudend asfalt. Bij de bepaling van de onderhoudsbudgetten op de exploitatiebegroting wordt doorgaans geen rekening gehouden met de eventuele meerkosten voor het behandelen en verwijderen van teerhoudend asfalt. Deze bijkomende kosten kunnen echter fors oplopen bij de aanpak van wegen, waarbij al lange tijd geen onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd.

9

3 Systematiek van rationeel verhardingsbeheer

............................................................................

In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de achtergronden van de gevolgde systematiek, opgesteld door het C.R.O.W. (Stichting voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- weg- en waterbouw en de verkeerstechniek) wegbeheersystematiek. Het C.R.O.W. wordt landelijk gezien als het kenniscentrum voor de Weg- en Waterbouw. Voorts wordt er aangegeven hoe en waarmee de onderhoudsbehoefte wordt bepaald en wordt er ingegaan op de termen netwerk- en projectniveau.

3.1 C.R.O.W. systematiek Het C.R.O.W. heeft een landelijk gedragen systematiek ontwikkeld waarbij iedere weg periodiek geïnspecteerd dient te worden. In het algemeen wordt geadviseerd elementen en cementbeton om de 2 jaar en asfalt ieder jaar te inspecteren. In het geval van de gemeente Halderberge is besloten om het gehele areaal om de 2 jaar te inspecteren. Enerzijds om kosten te besparen en anderzijds omdat Serviceteams en de beheerder buitengebied van de gemeente Halderberge continue monitoren. De conditie van de weg wordt opgenomen en vastgelegd volgens de richtlijnen die zijn beschreven in de schadecatalogus (C.R.O.W. publicatie 146b). Aan de hand van de conditie en de ouderdom van de weg wordt bepaald wat voor soort onderhoud c.q. reconstructie de verharding nodig heeft en het gewenst jaar van uitvoering. Hierbij wordt gebruik gemaakt van z.g. verouderings- of gedragsmodellen, die afhankelijk zijn van het schadebeeld, de combinatie van schadebeelden, het type verharding, de verkeersbelasting en van normen t.a.v. de toelaatbare conditie. Tijdens de inspectie wordt gekeken naar de zichtbare schade. Schade die zich onder het wegdek voordoet maakt hier niet direct deel van uit. De systematiek heeft geen betrekking op half- of onverharde wegen!

3.2 Netwerk- en projectniveau 3.2.1 Netwerkniveau (inzicht in de basiskwaliteit): Bij de praktische toepassing van de basismeerjarenplanning moet bedacht worden dat deze een globaal karakter heeft. We spreken in dit geval over een planning op netwerkniveau. Het globale karakter komt tot uitdrukking in de wijze waarop een basismeerjarenplanning (netwerkplanning) tot stand komt, namelijk:  De opname van de onderhoudstoestand vindt plaats d.m.v. een globale visuele inspectie. Deze inspectie kan relatief snel worden uitgevoerd, waardoor het praktisch haalbaar is om deze periodiek op het gehele wegennet uit te voeren. De resultaten hebben een globaal karakter, doch geven een goede indicatie in relatie tot het onderhoudsniveau en het jaar van aanpak.  De bepaling van de onderhoudsmaatregel (reconstructie) vindt plaats op basis van de geconstateerde schade. In principe wordt in het beheerprogramma de maatregel gekozen die de langste levensduur heeft in relatie tot de laagste kosten van de maatregel per m2.  Voor de bepaling van de kosten van onderhoudsmaatregelen in het beheerprogramma, wordt uitgegaan van eenheidsprijzen per type maatregel (b.v. aanbrengen deklaag, aanbrengen slijtlaag, reconstructie, enz.). Deze worden ook jaarlijks geïndexeerd. Opgemerkt dient te worden dat door de hoge pragmatische kwaliteit van de C.R.O.W.

methodiek de maatregelen en kosten een goede indicatie zijn voor de benodigde kosten op projectniveau. Hieruit volgt dat een basismeerjarenplanning op netwerkniveau een globaal, doch dusdanig karakter heeft, 10

dat het mogelijk is om de (basis)onderhoudsbegroting voor komende twee jaar op te stellen met een doorzicht naar de komende vijf jaar. 3.2.2 Projectniveau: In dit stadium (opstellen bestek, etc.) is het wel noodzakelijk, ten behoeve van het bepalen van de exacte maatregel, om de begroting in de eerste twee jaar nader te detailleren. Hiermee wordt er ook meer inzicht verkregen in de juiste soort en de exacte omvang van de geplande werkzaamheden. Dit noemt men ook wel de maatregeltoets. Vanuit de maatregeltoets wordt de operationele planning opgesteld, ofwel de meerjarenplanning. Kenmerken van een meerjarenplanning op projectniveau zijn:  De onderhoudstoestand van de wegen wordt op locatie gedetailleerd beoordeeld, zodat de restlevensduur nauwkeuriger kan worden vastgesteld;  De keuze van de onderhoudsmaatregel vindt plaats na beoordeling van alle relevante factoren zoals o.a. de technische uitvoerbaarheid, de samenstelling van de constructie, de aanwezigheid van kabels en leidingen, de aanwezigheid van teerhoudend asfalt en verkeersmaatregelen;  Er vindt afstemming plaats met de overige disciplines, zoals: riolering, groen en stads- en dorpsvernieuwing. Indien van toepassing, ook met andere wegbeheerders die aansluiten op het betreffende wegvak. De activiteiten op projectniveau worden in het algemeen door de wegbeheerder zelf gedaan omdat lokale kennis hier onmisbaar is.

3.3 Bepaling onderhoudsbehoefte Samengevat wordt de kwaliteit van de wegen als eerste bepaald uit de resultaten van de globale visuele inspectie. In samenhang met het gegevensbestand voor elke weg en op basis van een gedragsmodel wat door de inspectie naar voren komt, wordt de verwachting voor het kwaliteitsverloop voor de komende vijf tot tien jaren duidelijk. Naar aanleiding hiervan worden in een tijdsplan van vijf jaar de te nemen onderhoudsmaatregelen voorgesteld. (netwerkplanning) Vervolgens worden per wegvak onderhoudsmaatregelen in samenhang met de daarbij behorende realiseringskosten d.m.v. een zogenaamde ‘maatregeltoets’ bepaald (projectniveau). Het uiteindelijke resultaat is een onderhoudsplanning waarin de beoogde onderhoudsmaatregelen in het optimale planjaar zijn aangegeven. Het is gebruikelijk dat deze meerjarenonderhoudsplanning voor een maximale periode van vijf jaar wordt opgesteld omdat een langere periode te onvoorspelbaar is. De haalbaarheid van de uitvoering van een onderhoudsplan wordt in hoge mate bepaald door het tijdig beschikbaar stellen van de benodigde financiën. Het onderhoudsplan dient dan ook flexibel van opzet te zijn, zodat dit aan de hand van actuele ontwikkelingen gemakkelijk en ‘optimaal’ kan worden ingezet en bijgesteld.

Om het mogelijk te maken dat de planning van het wegonderhoud van tijd tot tijd kan worden bijgesteld, worden er om de twee jaar globale visuele inspecties uitgevoerd. Deze inspecties zijn gericht op het vroegtijdig signaleren van schade, zodat preventief onderhoud kan worden uitgevoerd met als doel ingrijpend onderhoud te voorkomen. Zo nodig worden wegen, waarvan de kwaliteit van de verharding zeer snel is teruggelopen, voor het uitvoeren van onderhoud naar voren worden gehaald. Het hierop afgestemde onderhoudsprogramma moet ervoor zorgen dat verrassingen met onverwachte en vooral ongewenste financiële gevolgen vrijwel uitgesloten zijn. Binnen de gemeente Halderberge wordt de staat van onderhoud van de verhardingen in het buitengebied constant bewaakt door de beheerder buitengebied van de gemeente Halderberge. In de kernen hebben de Serviceteams van de gemeente Halderberge de taak om gebreken in de verhardingen te constateren en kleinschalige gebreken zo mogelijk direct op te lossen. Met een dergelijke manier van werken moet het mogelijk zijn om op basis van rationele keuzes de uitgaven zo veel mogelijk te drukken c.q. te nivelleren, waarbij de kwaliteit in de hand wordt gehouden.

11

3.4 Restlevensduur rationeel beheer Onderstaand schema is een weergave van hoe de CROW systematiek om gaat met de restlevensduur van verhardingen. In principe wordt de technische kwaliteit van de verharding “eeuwig” in stand gehouden.

De stippellijn in het blauwe gedeelte geeft een ‘normaal’ kwaliteitsverloop weer. De doorgetrokken lijn in het blauwe gedeelte is het verloop t.g.v. de CROW methodiek. De dikke horizontale lijn is gelijk aan de CROW richtlijn en vormt de onderkant van verantwoord wegenbeheer. Deze richtlijn is gelijk aan de minimaal technisch acceptabele kwaliteit zoals het C.R.O.W. is bedoeld (niveau C).

3.5 De definitie van een reconstructie Wanneer veranderd groot onderhoud in een reconstructie? Deze vraag is van belang omdat de financiële middelen voor het uitvoeren van werkzaamheden aan wegen voor een deel wordt gevormd door het beschikbaar stellen van middelen uit het Investeringdsplan (IP). Deze middelen mogen alleen worden ingezet wanneer er ook daadwerkelijk sprake is van een reconstructie. Het zal duidelijk zijn dat het vervangen van asfaltlagen een vorm is van groot onderhoud. Het reconstrueren van een weg moet dus meer zijn dan alleen het vervangen van asfaltlagen en/ of het herstraten van elementen, zoals tegels en stenen. Wellicht is de vergelijking te maken met het slopen van een huis om deze daarna weer opnieuw op te bouwen. Is dit groot onderhoud of is dit een reconstructie? Het huis kan van omvang veranderen, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Bij de reconstructie van een moordzaak wordt de exacte gang van zaken opnieuw gereconstrueerd en in scene gezet; er worden dus zeker geen veranderingen aangebracht. Voor de gemeente Halderberge is de definitie van een reconstructie het compleet slopen en opnieuw opbouwen van de weg, inclusief de fundering. Echter, ook bij het opnieuw opbouwen van de weg op een fundering die niet meer toereikend is wordt er uitgegaan van een reconstructie. Er wordt dan een nieuwe fundering gevormd.

Door het opnieuw opbouwen van de constructie, bijvoorbeeld door het aanbrengen van wapening komt er dan een nieuwe constructie te liggen die vanaf de oude asfaltlagen opnieuw wordt opgebouwd. De oude asfaltlagen vervallen in de nieuwe onderlagen/ ondergrond.

12

3.6 Achterstallig onderhoud en kapitaalsvernietiging Door onderhoudswerkzaamheden op tijd uit te voeren wordt er voorkomen dat schades groter worden en dat daarmee de reparatie- en/of reconstructiekosten toenemen. Met name bij het uitvoeren van onderhoud aan asfaltwegen is het van belang om deze ook op tijd uit te voeren. Door dit niet te doen betaat de kans dat niet alleen de omvang van de schade toeneemt, maar hiermee ook de onderhoudsmaatregel wijzigt en de kosten hoger worden. Een scheur wordt een gat en het scheuren vullen wordt dan frezen en aanbrengen van asfalt. Gebeurt dit op veel plekken in de weg dan zal er al snel sprake zijn van niet alleen repareren, maar ook van het vervangen van de deklaag en/of het vervangen van de gehele constructie. Dit is kapitaalsvernietiging en dient ook voorkomen te worden. Achterstallig onderhoud is wat lastiger te definiëren. Dit, omdat het zo kan zijn dat een weg, die in een eerdere inspectie als niet urgent werd aangewezen, deze na 2 jaar bij de volgende inspectie, bijvoorbeeld doordat het gebruik is veranderd, ineens in het eerste jaar wordt ingepland. Is er hierbij dan sprake van achterstallig onderhoud? Vanuit de CROW-sytematiek wordt achtertallig onderhoud gedefiniëerd als dat de richtlijn met meer dan 1 klasse is overschreden.

De onderhoudstoestand van de weg is dus snel teruggelopen en er moet iets gebeuren op basis van duurzaamheid en/of (verkeers)veiligheid van de weg. Het is dus een indicatie van de omvang en ernst van de schade. Het kan echter nog gedetailleerder. De kwaliteit van een wegvakonderdeel (trottoir, rijbaan, parkeervak) kan in het beheerprogramma dg DIALOG worden weergegeven met een kwaliteitscijfer tussen 1 en 9 (1=heel slecht, 9=heel goed). Dit cijfer wordt toegekend op basis van de inspectiecijfers bij het opnemen van de gebreken in de weg (Licht1, L2, L3, Matig1, M2, M3, Ernstig1, E2, E3) en wordt gerelateerd aan de standaard richtlijnen van de CROW-systematiek. Een kwaliteitscijfer 6 betekent dat de schade nog net voor de richtlijn ligt. Bij een cijfer 5 is de richtlijn overschreden en moet dus onderhoud worden uitgevoerd. Bij een cijfer lager dan 5 had dus al eerder onderhoud moeten worden uitgevoerd. Hoe lager het cijfer is hoe groter de schade en hoe sneller er iets moet gebeuren. Voor iedere schade (oneffenheden, dwarsonvlakheid, etc.) in een wegvakonderdeel wordt dit cijfer bepaald. Vervolgens wordt per wegvakonderdeel bepaald wat de gemiddelde maatgevende schade is (schade met het laagste cijfer).

In de maatregellijsten die worden gegenereerd in de basismeerjarenplanning in dg DIALOG worden alle wegvakonderdelen, die de komende vijf jaar voor onderhoud in aanmerking komen, weergegeven. Hierbij wordt ook het gemiddelde kwaliteitscijfer weergegeven. Kortom: Via het beheerprogramma (het theoretisch model) zal er dus mogelijk wel achterstallig worden aangegeven. Echter, had dit voorkomen kunnen worden? Mogelijk dat er sprake is van een weg die nu als sluiproute wordt gebruikt, doordat andere wegen zijn of waren afgesloten voor onderhoud. Door het uitvoeren van de maatregeltoets, het opnemen van de exacte toestand van de weg in relatie tot de omgevingsfactoren en het bepalen van de exacte onderhoudsmaatregel op locatie, kan er alsnog worden besloten om beperkt of geen onderhoud in te plannen. De functie van de weg kan echter ook worden afgewaardeerd. Mogelijk dat het een doodlopende weg betreft, waarbij het gebruik van de weg is afgenomen en/of al niet hoog was. Het kan dus ook een bewuste keuze zijn om (vooralsnog) geen onderhoud uit te voeren. Op dat moment is er geen sprake van achterstallig onderhoud.

13

4 Gevolgde werkwijze bij de Gemeente Halderberge

............................................................................

Het gehele areaal aan verhardingen is, door middel van het uitvoeren van een globale visuele inspectie, door een onafhankelijk adviesbureau geïnspecteerd op gebreken. In combinatie met de inventarisatie is hiermee de onderhoudsbehoefte voor een periode van vijf jaar opgesteld. Activiteiten die hiermee in verband staan zijn in de onderstaande figuur geschematiseerd. Globale visuele inspectie

Eenheidsprijzen

Areaal Hfdstk 4/5

Bepaling onderhoudsbehoefte volgens C.R.O.W. systematiek

Hfdstk 6

Bepaling onderhoudsbehoefte situatie Halderberge

Hfdstk 7

Beheerplan (meerjarenplanning)

De genoemde werkzaamheden worden hieronder verder besproken.

4.1 De CROW-systematiek Per schade is door het C.R.O.W. op basis van jarenlang onderzoek een richtlijn bepaald wat de minimale technisch acceptabele kwaliteit vertegenwoordigd. De geïnspecteerde schadecijfers worden getoetst aan de C.R.O.W.- richtlijn. De C.R.O.W.-richtlijn kent 5 kwaliteitsniveaus. - Indien er geen schade wordt geconstateerd, dan is er de komende 5 jaar geen onderhoud nodig. (kwaliteit = zeer goed (A+)) - Indien de richtlijn en de waarschuwingsgrens niet wordt overschreden, dan is er de komende 5 jaar waarschijnlijk geen onderhoud noodzakelijk en wordt het wegvakonderdeel na 5 jaar gepland. (kwaliteit = goed (A)). - Is de schade gelijk aan de richtlijn, maar wordt de waarschuwingsgrens overschreden, dan wordt het betreffende wegvakonderdeel in de middellange termijn (3 – 5 jaar) gepland. (kwaliteit = Voldoende (B)). - Wordt de richtlijn overschreden dan plant het systeem dit onderdeel in planjaar 2. (kwaliteit = Minimaal (C)). - Wanneer de de richtlijnmet meer dan 1 klasse wordt overschreden, dan dient er direct onderhoud te worden uitgevoerd en wordt het wegvak gepland in planjaar 1. (kwaliteit = Slecht (D)).

14

4.1.1 Eenheidsprijzen De gehanteerde eenheidsprijzen zijn gebaseerd op het prijspeil 2015, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de verharding terug in de oorspronkelijke staat, direct na aanleg, wordt gebracht. De prijs is exclusief voorbereiding en toezicht, storkosten, staartkosten, nieuwe materialen en BTW, als ook de bijkomende kosten, zoals beschreven in paragraaf 1.5 van deze nota.

4.2 Globale visuele inspectie Bij de globale visuele inspectie worden de verhardingskenmerken textuur, vlakheid, samenhang, waterdichtheid en randstrook van de verharding beoordeeld aan de hand van zogenoemde schadebeelden voor asfaltbeton- elementen- en cementbetonverhardingen. Schades Elementen

Asfalt Verhardingskenmerk Textuur; Rafeling Vlakheid; Dwarsonvlakheid Oneffenheid Samenhang; Scheurvorming Waterdichtheid Kantstrook Randschade

Dwarsonvlakheid Oneffenheid

Cementbeton

Oneffenheid Scheurvorming Voegvulling

Opmerking; Voegwijdte bij elementen maakt ook deel uit van de inspectiemethodiek, echter dit is een facultatieve schade, waarbij door de beheerder moet worden aangegeven of deze bij de inspectie wordt meegenomen. In Halderberge is dit een onderdeel van het klein onderhoud. Iedere schade wordt op ernst en omvang gewaardeerd. Bij de globale visuele inspectie worden drie ernstklassen (L = gering, M = Matig en E = Ernstig) en drie omvangklassen (1 = gering, 2 = enig en 3 = groot) onderscheiden. Een combinatie van een ernstklasse en een omvangklasse geeft de kwaliteit van de schade aan (b.v. L1, M2 of E2). Onderstaande tabel geeft de mogelijke schadecombinaties weer. Omvang Ernst Gering Enig Groot

/

Licht

Matig

Ernstig

L1 L2 L3

M1 M2 M3

E1 E2 E3

Naast de hierboven vernoemde schadecijfers is ook het cijfer 0 toe te kennen aan de wegvakonderdelen waar geen schade van betekenis aanwezig is. De ernst- en omvangklasse zijn verder omgezet naar maatvoering en beschreven in publicatie 146b van het CROW. In de schadecatalogus van de gemeente Halderberge zijn van de verschillende schadebeelden ook voorbeelden gegeven. Opmerking: Tijdens de visuele inspectie wordt de schade, die ook te zien is, genoteerd. De niet zichtbare schade die, bijvoorbeeld n.a.v. het uitstel van onderhoud is ontstaan in de onderlagen, met name in asfaltconstructies, kan de planning in de jaren daarop flink nadelig beinvloeden. Gebiedsbekendheid en monitoring door o.a de Serviceteams en de beheerder buitengebied, blijven dan ook aandachtspunten bij de maatregeltoets.

15

4.2.1 Klein onderhoud

Tijdens de uitgevoerde wegeninspectie is het klein onderhoud ook apart opgenomen. Hierbij is een onderscheid gemaakt in gebreken in elementenverhardingen, asfalt, beton en bermen. De omvang en de ernst van de schade is verder ook geprioriteerd naar 1 (schade met verhoogde gevaarzetting), 2 (schade met een reële gevaarzetting) en 3 (schade met een lage gevaarzetting). In de schadecatalogus van de gemeente Halderberge zijn deze schadebeelden verder beschreven.

4.3 De doorgroei van Klein onderhoud naar Groot onderhoud tot Reconsctructie De verhardingen worden naar aanleiding van de wegeninspectie bekeken op de aanwezigheid van gebreken. Naar aanleiding van het schadebeeld in de weg wordt de maatregel bepaald die nodig is om de verharding, en daarmee de weg, weer op een bepaald niveau te krijgen. Wordt het onderhoud niet uitgevoerd of uitgesteld dan zal de schade op termijn toenemen en daarmee de maatregel en de kosten, respectievelijk qua omvang en hoogte, ook toenemen. Voor alle verhardingen geldt dat er, bij het verwaarlozen van onderhoud, een relatie is tussen het klein onderhoud, het groot onderhoud en een reconstructie. Wordt het klein onderhoud niet uitgevoerd dan zal op termijn de weg doorschuiven naar groot onderhoud en bij het verder uitstellen van groot onderhoud zal er een reconstructie van de weg nodig zijn. In de snelheid en de mate waarin dit gebeurt moet wel onderscheid worden gemaakt in de elementenverhardingen en de gebonden verhardingen, met name asfalt. Het uitstellen van onderhoud aan elementenverhardingen zal met name leiden tot achterstallig onderhoud en niet direct tot een reconstructie.

Het uitstellen van onderhoud aan asfaltverhardingen zal ook leiden tot achterstallig ondehroud, echter de onderhoudsmaatregel zal bij asfalt ook veranderen en duurder worden, waardoor er vaker en eerder sprake kan zijn van een reconstructie en kapitaalsvernietiging. Bij een wegeninspectie worden alle schadebeelden geregistreerd. Een weg zal voor groot onderhoud in aanmerkingen komen als de waargenomen schadebeelden representatief zijn voor het gehele wegvak. Een wegvak is vaak een weggedeelte tussen twee kruisingen, waarbij een maximale lengte wordt aangehouden van ongeveer 100m. Zijn de schadebeelden niet representatief voor het weggedeelte (< 30%), dan worden deze schades genoteerd als klein onderhoud. Op het moment dat de schadebeelden niet alleen de in de bovenlaag zitten, maar verder in de constructie naar de fundering zijn “doorgegroeid”, en/of vanuit de fundering de bovenlaag hebben aangetast én tevens ook representatief zijn voor het gehele wegvak, dan zal er een reconstructie nodig zijn, zoals in paragraaf 3.5 is gedefiniëerd. Onderstaande figuur geeft de doorgroei schematisch aan. Overigens is dit ook een continue-proces. Na het uitvoeren van een reconstructie zal als eerste op termijn weer klein onderhoud worden geconstateerd en zoverder.

16

4.4 Relatie met andere beleids- en uitvoeringsplannen en instanties Naast het vaststellen van de kwaliteitsniveaus en de bijbehorende beheerplannen zijn er gemeentebreed meerdere beleidsvelden, zoals rioolbeheer en openbare verlichting, en worden er nieuwbouwplannen uitgevoerd. Deze verschillende beleidsplannen, de bijbehorende operationele planningen (ook van exteren partijen zoals netbeheerders en andere wegbeheerders die aansluiten op het beheergebied van de gemeente Halderberge) voor reconstructies en nieuwbouwwijken worden nauw betrokken bij het vaststellen van de definitieve plannen, de verdere voorbereiding en de uiteindelijke uitvoering van de verschillende werkzaamheden. Ten behoeve van het opstellen van de meerjarenonderhoudsplanning, worden de werkzaamheden verder ook afgestemd met de Serviceteams en opzichters van de gemeente Halderberge. Voor de bewoners, de weggebruikers en bedrijven wordt er jaarlijks, voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden, een inloopdag georganiseerd. Hierbij kan een ieder opmerkingen plaatsen bij de voorgenomen werkzaamheden. Deze opmerkingen worden beoordeeld en waar mogelijk worden de werkzaamheden hierop verder afgestemd.

17

5 Het areaal verhardingen

............................................................................

Om in staat te zijn verhardingen te kunnen beheren is het noodzakelijk te weten wat het areaal precies omvat. Dit hoofdstuk beschrijft het areaal in de Gemeente Halderberge.

5.1 Beschrijving gehele areaal verharding Het wegennet in de Gemeente Halderberge bestaat uit 531 wegen en straten met een totale lengte van 299 km, een totale oppervlakte van 2.076.279 m2 aan verhardingen, waarvan:    

Asfaltbetonverharding Elementverharding Cementbetonverharding Half- onverhard

868.324 m2; 1.159.069 m2; 7.604 m2; 41.282 m2.

Opmerking: door het afronden van de getallen komt het totaalpercentage boven de 100% uit

Zo’n 60 % van het totale wegennet aan asfalt- en elementenverhardingen is gelegen binnen de bebouwde kom; dit komt neer op 1.255.832 m2. Hiervan is 226.250 m2 asfalt en 1.029.582 m2 elementen. 40 % is gelegen buiten de bebouwde kom; wat neerkomt op 820.477 m2. Hiervan is 642.074 m2 asfalt en 178.403 m2 elementen.

Opmerking: Genoemde hoeveelheden zijn exclusief de wegen die in de in aanbouw zijnde wijken liggen en welke nog niet de definitieve vorm hebben. Dergelijke uitbreidingen van het wegenareaal hebben ook pas op de lange termijn financiële consequenties.

In bijlage A zijn de verhardingen per kern aangegeven

18

5.2 Verhardingen geselecteerd op het gebruik Om keuzes te kunnen maken en prioriteiten te kunnen stellen zijn binnen de gemeente Halderberge de wegen, qua functie, opgesplitst in een aantal categorieën. Binnen de bebouwde kom (bibeko) 1. Hoofdweg / Doorgaande weg 2. Winkelstraat met openbare voorziening 3. Centrum 4. Fietspad 5. Wijkontsluitingsweg 6. Weg op industrieterrein De overige, niet genummerde wegen vallen in de categorie ‘woongebieden’. Buiten de bebouwde kom (bubeko) 6. Weg op industrieterrein 7. Weg met ontsluitingsfunctie 8. Weg met recreatiefunctie (betreffende fiets- en/of skeelerroute) 9. Fietspad Alle overige vallen in de categorie ‘lichte belaste’ of doodlopende wegen Deze wegfuncties zullen door de gehele nota gebruikt worden. Ter verduidelijking is het e.e.a. nader uitgewerkt op de bijgevoegde kaarten gegeven als bijlage B. Ook in de vorige beleidsperiodes zijn deze categorieën gebruikt. In onderstaande tabel zijn de oppervlaktes van de verschillende wegen met de verschillende wegfuncties weergegeven Hierbij is alleen uitgegaan van asfalt en elementen, omdat deze ook de meestbepalende verhardingen zijn.

Wegfunctie Binnen de kom; 1 hoofdweg / doorgaande route 2 winkelstraat 3 centrum 4 fietspad 5 wijkontsluitings weg 6 weg op industrieterrein Overige wegen in woongebied Buiten de kom; 6 weg op industrieterrein 7 weg met ontsluitingsfunctie 8 weg met recreatie 9 fietspad Licht bel. / doodlopend weg

Oppervlakte (m2) Asfalt Elementen 81.440 122.078 23.084 145.138 12.612 74.538 60.810 74.601 69.733 242.446 27.835 29.711 32.521 543.128 4.836 199.698 301.805 94.564 213.914

1.531 42.793 28.760 17.819 76.931

Opmerking: naar aanleiding van deze tabel dient te worden opgemerkt dat, zoals ook op de diverse kaarten naar voren komt, sommige wegen dubbele functies hebben. Het totaal aan wegoppervlak wordt dus niet verkregen door de oppervlakten uit de tabel op te tellen.

19

5.3 Beschrijving areaal voet- en fietspaden 5.3.1. Fietspaden Ten behoeve van het onderhoud aan de fietspaden zijn hiervoor de volgende gegevens van toepassing: - Lengte fietspaden 56,1 km, met een oppervlakte van 104.902 m2. Hierin kunnen we de volgende onderverdeling geven:  Asfaltbetonverharding lengte 41,5 km, opp 77.713 m2;  Elementverharding lengte 13,5 km, opp 24.932 m2;  Betonverharding lengte 0,2 km, opp 700 m2  Onverhard lengte 0,9 km, opp 1.557 m2

Van al deze fietspaden is 29,8 km vrijliggend en is van de vrijliggende fietspaden nog 7 km in elementen uitgevoerd In bijlage C is een overzicht gevoegd van de vrijliggende fietspaden in elementen, die mogelijk nog voor asfalteren in aanmerkingen zouden kunnen komen. Een en ander is onder andere afhankelijke van de aanwezigheid van kabels en leidingen. 5.3.2. Voetpaden en trottoirs Ten behoeve van het onderhoud aan de trottoirs en de voetpaden zijn hiervoor de volgende gegevens van toepassing: - Lengte voetpaden 11,9 km met een oppervlakte van 30.192 m2 - Lengte trottoirs 108,9 km met een oppervlakte van 247.483 m2 De meeste trottoirs en voetpaden zijn uitgevoerd in tegels. De volgende figuur geeft de materialen aan die verder zijn gebruikt als verharding van de voetpaden en de trottoirs.

20

Opvallend hierbij is nog de hoeveeljheid aan asfalt wat met name is toegepast in voetpaden. Het aandeel in overharde voetpaden is zeer klein, terwijl in bepaalde omstandigheden een onverhad voetpad ideaal zou zijn. Denk hierbij aan voetpaden die zijn gelegen in parken waar veel bomen staan. Het park in Oud Gastel ( Parkstraat) is hier een voorbeeld van. De paden zijn uitgevoerd in asfalt, waarbij al veel plekken, naar aanleiding van wortelopdrukkingen, zijn hersteld. De reparatievakken zijn voorlopig uitgevoerd in betonklinkers om nazakkingen op te vangen. Denkbaar zou zijn om dit pad uit te voeren als onverhard. Het uitvoeren van onderhoud wordt dan simpeler en goedkoper.

21

6 De huidige onderhoudstoestand ...............................................................................

6.1 Inleiding Bij punt 1.3 is het doel van deze Beleidsnota beschreven namelijk, het verkrijgen van inzicht in welke maatregelen en financiële middelen er nodig zijn om de minimale technische kwaliteit van het wegenareaal binnen de gemeente Halderberge te waarborgen, zoals is bedoeld door het C.R.O.W. (zie publicatie 145, 146 en 147). Daarnaast is het doel om de politiek (college, raad) van de gemeente Halderberge in staat te stellen kaderstellende uitspraken te doen over de na te streven kwaliteit van de verhardingen, waarvoor de gemeente Halderberge als wegbeheerder verantwoordelijk is. Op basis van de kaderstellende uitspraken zal er een basismeerjarenplanning voor het onderhoud aan de verhardingen worden opgesteld, dat wordt vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders. In dit hoofdstuk wordt de staat van onderhoud van de wegverhardingen beschreven. Daarnaast wordt er een vergelijking gemaakt tussen de staat van onderhoud van de wegen in Halderberge in voorgaande jaren en nu. Verder wordt er ook inzicht gegeven in de invulling van de adviezen, die in de vorige beleidsperiode (2011-2015) zijn gedaan.

6.2 Het Theoretisch en Praktisch model De onderhoudstoestand van de verhardingen is bepaald op basis van de eerder genoemde globale weginspectie, die begin 2015 heeft plaatsgevonden. Met deze inspectie wordt er inzicht verkregen in de staat van onderhoud van de verschillende verhardingen. Daarbij wordt duidelijk wat, in eerste aanzet, het minimale budget moet zijn om het wegennet op een technisch verantwoorde manier in stand te houden c.q. te brengen, ofwel kwaliteitsniveau C. De basismeerjarenbasisplanning is een gemiddelde planning, waarbij voor elk wegvakonderdeel op basis van de geconstateerde schade een restlevensduur wordt berekend en welke gewenste onderhoudsmaatregel hierbij het beste past om de restlevensduur weer op te krikken. Het uitgangspunt voor de basisplanning zijn waarderingscijfers van de globale visuele inspectie 2015 en de normen en richtlijnen gegeven door het CROW. De planning is uitgedraaid via het programma “Dg- Dialog”, het wegenbeheerssysteem van de gemeente Halderberge en gefaciliteerd door de Grontmij. In de basismeerjarenplanning worden onderhoudswerkzaamheden voorgesteld ter opheffing van de geconstateerde schade, inclusief achterstallig onderhoud. De basisplanning kent geen financiële beperkingen en geen prioriteiten van aanpak. Met de geplande maatregelen wordt het kwaliteitsniveau teruggebracht tot het kwaliteitsniveau C en/of hoger.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit een theoretisch model is. Een door de systematiek voorgestelde maatregel kan, naar aanleiding van de maatregeltoets (een plaatselijke schouw, een onderzoek naar de lokale omstandigheden en/of het gebruik van de weg), door de wegbeheerder worden herzien. Daar waar bijvoorbeeld wordt voorgesteld een lokale schade te repareren kan, naar aanleiding van nader onderzoek door bijvoorbeeld grondboringen, toch worden besloten om de deklaag geheel te vervangen of juist minimaal te repareren. Dit is het praktisch model, waarbij door de buitenopname, ofwel de maatregeltoets de exacte onderhoudsmaatregel wordt bepaald. De in te zetten middelen kunnen hierdoor hoger of lager uitvallen, dan eerder door de theoretische modellen is bepaald.

22

6.3 Technische onderhoudstoestand totale areaal De CROW kent verschillende kwaliteitsniveau’s. Deze zijn ook weer gekoppeld aan definities die verder beschreven zijn in de verschillende publicaties. Hieronder volgt een tabel van hoe de opzet is en in welke publicaties dit verder is uitgewerkt.

Publicatie 147 wegbeheer

Publicatie 323 CROW Kwaliteitscatalogus

Er is geen schade

A+

zeer goed

Er is enige schade

A

goed

B

voldoende

C

Matig

D

te slecht

De waarschuwingsgrens is overschreden De richtlijn is overschreden Achterstallig onderhoud (de richtlijn is met meer dan 1 klasse overschreden)

Publicatie 323 CROW Kwaliteitscatalogus

De komende 5 jaar is er geen onderhoud noodzakelijk De komende 5 jaar is waarschijnlijk geen onderhoud noodzakelijk Binnen 3 tot 5 jaar dient onderhoud te worden uitgevoerd Binnen 2 jaar dient onderhoud te worden uitgevoerd Er is direct onderhoud noodzakelijk

De wegeninspecties worden uitgevoerd conform de CROW-richtlijnen. Niet alle wegen zijn geïnspecteerd. Dit zijn met name de onverharde wegen, de wegen gelegen binnen het bedrijventerrein Borchwerf II, de provinciale wegen gelegen binnen de gemeente Halderberge en de Parallelweg Noord in Oud Gastel. Voor deze weg geldt een meerjarig onderhoudscontract van 15 jaar welke door de firma Heijmans wordt onderhouden. De opgenomen gebreken leiden tot het volgende overzicht:

Totaal is 10% van alle verhardingen binnen 2 jaar aan onderhoud toe. Het kwaliteitscijfer wat naar aanleiding van de uitgevoerde wegeninspectie voor alle verhardingen, dus inclusief het asfalt- en de elementenverhardingen, is berekend komt neer op het cijfer 8,4. Bij het berekenen van de basiskwaliteit worden alle geinspecteerde wegen meegenomen. Hier kunnen we weer een verdeling in maken tussen asfalt en elementenverhardingen.

23

6% van de asfaltverharding moet binnen één jaar worden aangepakt en nog eens 8% binnen twee jaar. Van de elementenverhardingen dient ook 6% direct te worden onderhouden. De meeste elementenverhardingen zitten in kwaliteitsniveau A+ en A. Elementenverhardingen worden op minder schades beoordeelt dan asfaltwegen. De diversiteit van schades aan elementenverhardingen is ook veel minder. Het risico op kapitaalvernietiging bij elementenverhardingen is niet zo groot. Mogelijk dat de schadebeelden wel toenemen, echter de wijze van repareren blijft gelijk als ook de kosten voor reparatie per m2. Een simpele rekensom zou kunnen zijn dat dus totaal 20% van alle verhardingen (14% asfalt en 6% elementenverhardingen) het kwaliteitsniveau D of lager zou hebben. Dat is niet zo, omdat er bij de berekeningen voor de kwaliteit van alle verhardingen wordt uitgegaan van de totale oppervlakte van de verhardingstype. In hoofdstuk 5 hebben we al kunnen lezen dat 56% van het totale oppervlakte bestaat uit elementen en 42% uit asfalt. De kwaliteit van alle elementenverhardingen scoort wat beter als bij asfalt. Vandaar ook het percentage van 10% wat blijkt uit de figuur “kwaliteit alle verhardingen” op de vorige bladzijde. 6.3.1 De staat van onderhoud van de verhardingen per functie van de weg In 2011 is er een discussie gevoerd over de aanpak van het onderhoud.

Tijdens deze discussie met het college en de raad zijn de prioriteiten doorgevoerd, zoals deze in de volgende tabel zijn aangegeven.

24

Kwaliteitsniveau

Lage prioriteit

Voldoende prioriteit

Extra prioriteit

Lage prioriteit

Voldoende prioriteit

Extra prioriteit

Binnen de kom:

1 hoofdweg / doorgaande route 2 winkelstraat 3 centrum 4 fietspad 5 wijkontsluitings weg 6 weg op industrieterrein Wegen in woongebieden Kwaliteitsniveau Buiten de kom:

6 weg op industrieterrein 7 weg met ontsluitingsfunctie 8 weg met recreatie 9 fietspad Licht bel. / doodlopend weg

Met de inspectie van afgelopen voorjaar is nu de kwaliteit van alle verhardingen, gelegen binnen de gemeente Halderberge, per wegtype te bepalen. Deze is in bijlage D gegeven. Opvallende conclusies zijn al wel dat: - de huidige staat van onderhoud van de doorgaande routes minder scoren, echter hier staan de komende jaren nog een aantal werkzaamheden c.q. reconstructies gepland. Met name de doorgaande route Oudenbosch (Markt), de route via de Julianalaan-Wilhelminaplein in Oudenbosch en de Hofstraat in Hoeven worden aangepakt. - de lage prioriteit voor wegen op industrieterreinen ervoor heeft gezorgd dat met name wegen in industrieterreinen binnen de bebouwde kom het het laagst scoren. Ong. 27% van deze verhardingen moet binnen twee jaar worden onderhouden. - De kwaliteit van de fietspaden binnen de bebouwde kom is laag. Dit is met name te wijten aan het gegeven dat dit vaak aanliggende fietsstroken in elementen zijn langs doorgaande routes. Een aantal worden in de komende jaren, met de aanpak van de verschillende doorgaande routes, verbeterd. - De fietspaden in het buitengebied scoren het hoogst van alle wegtypen. Deze zijn in de afgelopen jaren ook veelal geasfalteerd en/of gereconstrueerd. - De kwaliteit van de woonstraten is voldoende maar niet meer dan dat.

Veel van deze woonstraten bestaan uit tegels en betonstraatstenen, waarbij er overal wel oneffenheden zijn waar te nemen. Deze zitten (nog) binnen de bandbreedte van voldoende. Echter, gelet op de hoeveelheid aan elementenverhardingen is het wel zichtbaar dat de kwaliteit afneemt. 6.3.2 Het onderhoud aan fietspaden Met het inspecteren van de verschillende verhardingen is er ook gekeken naar de huidige kwaliteit van de fietspaden. Slechts 4% van deze verhardingen is de komende 5 jaar toe aan onderhoud. De fietspaden voldoen daarmee ruimschoots aan de kwaliteitsnorm C. .

25

Als kwaliteitscijfer is hieraan gegeven 8,3. Dit strookt met het cijfer voor de gemiddelde kwaliteit van alle verhardingen (8,4). Zoals al eerder is aangegeven zijn er veel, met name vrijliggende, fietspaden in asfalt uitgevoerd die nu ook in een goede staat van onderhoud zijn. 74% van de fietspaden is in de afgelopen jaren geasfalteerd, terwijl in de vorige beleidsperiode dit nog 65% was. Ook dit is een van de redenen voor het goede kwaliteitsgetal. 6.3.3 Het onderhoud van de trottoirs en de voetpaden Ook op de staat van onderhoud van alle trottoirs en voetpaden is verder ingezoemd. Uit de onderstaande grafiek blijkt dat 97% van alle verhardingen in voetpaden en trottoirs het kwaliteitsniveau C of hoger heeft.

Als gemiddeld kwaliteitscijfer is hieraan gegeven een 8,2. Iets lager, maar ook in de lijn van het algemene beeld en de kwaliteit van fietspaden en andere verhardingen. Hier zijn echter een paar nuances wel op zijn plaats. De 3 % slechte voetpaden en trottoirs zijn allemaal tegelverhardingen. Omgezet naar de totale oppervlakte van de trottoirs en voetpaden in tegels is dit een oppervlakte van 8001 m2 wat dus slecht is en direct aangepakt moet worden. Uitgaande van een wegvak van 100 meter en een gemiddelde breedte van 2,10 meter zijn dit 30 tot 40 straten waarvan de trottoirs geheel moeten worden herstraat. Nog eens 2.667 m2 moet in de komende 2 jaar worden aangepakt. Hier zit nog niet het klein onderhoud bij, dus de oneffenheden die in een trottoir of voetpad wel ernstig genoeg zijn om aangepakt te worden, maar tesamen niet maatgevend voor het gehele trottoir zijn om deze geheel te herstraten. Op basis van de berekeningen via Dg- Dialog zou het bedrag voor klein onderhoud aan alleen trottoirs en voetpaden, per jaar € 9.500,- moeten zijn.

6.4 De staat van onderhoud in vergelijking tot voorgaande jaren Voordat de huidige staat van onderhoud van de verhardingen verder zal worden beschreven, is het goed om de aanbevelingen vanuit de beleidsperiode 2011-2015 aan te halen. Deze zijn in bijlage E nog eens beschreven met daarbij aangegeven wat er mee is gebeurd. Om de staat van onderhoud van de wegverhardingen meetbaar te maken, kan dit worden gerelateerd aan de gewenste inzet van middelen conform de CROW-sytematiek. 6.4.1 De staat van onderhoud in vergelijking tot voorgaande jaren en de inzet van middelen In 2002 is er begonnen met de opzet van de systematiek bij de gemeente Halderberge. De gemiddelde benodigde jaarlijkse investering bedroeg toen € 1.350.000,-. Het bedrag op de exploitatiebegroting was toen, inclusief een bedrag van € 288.150,- uit de incidentele middelen, als volgt opgebouwd: 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/491/documents/14788