Regels.pdf
Tekst van het document
er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
37 - 44
Artikel 16 algemene aanduidingsregels 16.1
luchtvaartverkeerzone
Al dan niet in afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone (met nummer)’ dat ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten de bouwhoogte van een bouwwerk niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van: a. ter plaatse van de aanduiding ‘Luchtvaartverkeerzone – 9’ van 83,12 m en 92,26 m boven NAP; b. ter plaatse van de aanduiding ‘Luchtvaartverkeerzone – 10’ van 92,26 m en 101,4 m boven NAP; in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen.
16.2
wetgevingzone - waterberging
16.2.1 aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding wetgevingzone - waterberging zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, bestemd voor het ontvangen, vasthouden, (tijdelijk) bergen en afvoeren van hemelwater. 16.2.2 specifieke gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding wetgevingzone - waterberging dienen de waterbergings-en infiltratievoorzieningen tezamen minimaal 0,06 m3 berging vermenigvuldigd met de totale oppervlakte verharding te bedragen en te worden gehandhaafd.
16.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.3.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de in lid 16.2.1 genoemde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; b. het aanbrengen van gesloten verhardingen; c. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; d. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; 16.3.2 Uitzondering Het verbod zoals bedoeld in sublid 16.3.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op het bepaalde in 16.3.1 onder b. en erf- en tuinverhardingen betreffen behorende bij een woning mits; 1. per m2 verharding 0,022 m3 waterberging wordt gerealiseerd 2. de waterberging genoemd onder 1 op het achtererf van de woning wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, met dien verstande dat de waterberging 24 uur na het einde van een regenbui weer beschikbaar is ten behoeve van waterberging; 3. Het overtollige hemelwater op eenduidige manier worden aangeleverd aan de openbare ruimte; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming of de daar voorkomende andere bestemming(en) betreffen; c.
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning. 16.3.3 Toelaatbaarheid Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 16.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien deze, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, niet strijdig zijn met de belangen van de waterberging. 16.3.4 In te winnen advies Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in sublid 16.3.1, winnen burgemeester en wethouders hierover advies in bij het Waterschap Brabant.se Delta.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
38 - 44
Artikel 17 algemene afwijkingsregels 17.1
Omgevingsvergunning publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.1 sub b ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/ of uit- en aanbouwen en bijgebouwen voor een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis, voorzover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, tot ten hoogste en in totaal 30 m² mag worden gebruikt voor publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd of in de directe omgeving mits hierdoor geen overlast wordt veroorzaakt; d. uitsluitend is toegestaan een inrichting type a of b conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; e. het bedrijf dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; f. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de aan huis verbonden activiteit.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
39 - 44
Artikel 18 overige regels 18.1
Beeldkwaliteitsplan
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de situering, de afmeting en de vormgeving van bebouwing, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en erfscheidingen, indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is in verband met: a. het realiseren van de met het plan beoogde stedenbouwkundige beeldkwaliteit, zoals vastgelegd in het "Beeldkwaliteitsplan De Groene Vaart", welke is opgenomen als Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan; b. de bebouwingskarakteristiek van de omgeving; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. nadere eisen zoals bedoeld in dit lid onder a kunnen ook worden gesteld ten behoeve van het verkrijgen van een harmonieuze ruimtelijke opbouw van het plangebied.
18.2
Duurzame ontwikkeling
18.2.1 Laadpalen openbaar De realisatie en gebruik van laadpalen en het gebruik van laadkabels in de openbare ruimte is toegestaan, met dien verstande dat: a. ter plaatse een parkeerplaats aanwezig is; b. de elektrische kabel om het elektrische voertuig van stroom te voorzien moet in goede staat zijn; c. er mag geen elektrische kabel over de openbare weg (rijbaan/fietspad) gelegd worden; d. de elektrische kabel mag maximaal 3 meter over het trottoir liggen, waarbij de afstand wordt gerekend vanaf de laadpaal tot aan het elektrische voertuig; e. de elektrische kabel moet, voor zover en zoveel mogelijk, langs het trottoir liggen; f. de elektrische kabel moet, als deze op het trottoir wordt gelegd, op een deugdelijke wijze afgedekt zijn met een kabelmat ter voorkoming van hinder en/ of mogelijke ongevallen voor andere gebruikers van het trottoir. 18.2.2 Laadpalen eigen terrein De realisatie en het gebruik van laadpalen op eigen terrein en het gebruik van laadkabels (in de openbare ruimte) is toegestaan, met dien verstande dat: a. de openbare parkeerplaats moet direct grenzen aan het trottoir of eigen perceel; b. de openbare parkeerplaats kan niet geclaimd worden en blijft te allen tijde beschikbaar als openbare parkeerplaats; c. de elektrische kabel om het elektrische voertuig van stroom te voorzien moet in goede staat zijn; d.
er mag geen elektrische kabel over de openbare weg (rijbaan/fietspad) gelegd worden; e. de elektrische kabel mag maximaal 10 meter over het trottoir liggen, waarbij de afstand wordt gerekend vanaf de grens van het eigen terrein tot aan het elektrische voertuig; f. de elektrische kabel moet, voor zover en zoveel mogelijk, langs het trottoir liggen; g. de elektrische kabel moet op een deugdelijke wijze afgedekt zijn met een kabelmat ter voorkoming van hinder en/ of mogelijke ongevallen voor andere gebruikers van het trottoir; h. de realisatie van laadpalen en het gebruik van laadkabels is toegestaan, mits ter plaatse een parkeerplaats aanwezig is. 18.2.3 Opwekking en levering van duurzame energie In de bestemmingen zijn de bouw en het gebruik van installaties voor de opwekking en levering van duurzame energie waaronder warmte-koude-opslag als ondergeschikte functie begrepen, onder de voorwaarde dat deze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Met ondergeschikte functie wordt bedoeld dat de duurzame energieopwekking zowel wat betreft het gebruik van de percelen en gebouwen als wat betreft ruimtelijke uitstraling niet de boventoon mag gaan voeren en het karakter van de hoofdbestemming niet mag gaan bepalen. Voor de realisatie van installaties voor de opwekking en levering van duurzame energie, dient bij het bevoegd gezag een melding te worden ingediend.
Voor de realisatie gelden de volgende regels: a. de voorziening levert geen beperkingen op voor natuur en milieu;
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
40 - 44
b. c.
de voorziening levert geen negatieve effecten op voor de waterhuishouding of de bodemkwaliteit; de voorziening kevert geen beperkingen op voor nabijgelegen voorzieningen.
18.2.4 Innovaties duurzaamheid en klimaat Bij omgevingsvergunning zijn in afwijking van de bouwregels in Hoofdstuk 2, bouwwerken toegestaan die innovatieve duurzaamheid en klimaatadaptatie bevorderen, met dien verstande dat: a. de bouwwerken geen beperkingen opleveren voor natuur en milieu; b. de bouwwerken geen negatieve effecten opleveren voor de waterhuishouding en bodemkwaliteit; c. de bouwwerken geen beperkingen opleveren voor nabijgelegen woningen en voorzieningen.
18.3
Parkeren
18.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze hiervoor is opgenomen in de kadernota parkeren, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Halderberge. 18.3.2 Voorwaardelijke verplichting Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze hiervoor is opgenomen in de kadernota parkeren, geldend op het moment van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. 18.3.3 Afwijken Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in de leden 18.3.1 en 18.3.2 en toestaan dat: a. parkeergelegenheid niet op eigen terrein bij de ontwikkeling wordt gerealiseerd, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en wordt voldaan aan de in de kadernota parkeren daarvoor gestelde voorwaarden; b. met maximaal 10% wordt afgeweken van de toe te passen parkeernorm in gevallen waarin de toepassing van de parkeernormering conform de kadernota parkeren naar hun oordeel in individuele gevallen tot niet bedoelde en onaanvaardbare normen leidt.
18.3.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat bij herziening van de kadernota parkeren de verwijzing in artikel 1 en lid 18.3.1, 18.3.2 en 18.3.3 naar de normering in de kadernota parkeren wordt gewijzigd naar de normering in de vastgestelde herziene kadernota parkeren of diens wettelijke opvolger daarvan.
18.4
Bodem
18.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate is aangetoond, dat betreffende gronden geschikt zijn (gemaakt) voor de aangewezen functie. 18.4.2 Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat de grond hiervoor geschikt is gemaakt. Dit is pas het geval wanneer het bevoegd gezag hierover uitsluitsel heeft gegeven middels een beschikking/goedkeuring ten aanzien van de uitgevoerde bodemsanering. In dit kader is het o.a. noodzakelijk om in het plangebied (aanvullend) bodemonderzoek uit te voeren, conform NEN5740, met speciale aandacht voor de (eventuele) aanwezigheid van OCB in de ondergrond.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
41 - 44
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
42 - 44
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 19 Overgangsrecht 19.1
Overgangsrecht bouwwerken
19.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 19.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 19.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 19.1 met maximaal 10 %. 19.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 19.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
19.2
Overgangsrecht gebruik
19.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 19.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 19.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 19.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 19.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 19.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 19.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
43 - 44
Artikel 20 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan De Groene Vaart.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
44 - 44